Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 JUNI 2021. - Koninklijk besluit betreffende het telewerk voor personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-06-2021 en tekstbijwerking tot 08-03-2024)
Titre
13 JUIN 2021. - Arrêté royal relatif au télétravail pour les membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-06-2021 et mise à jour au 08-03-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (18)
Texte (18)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder:
1° telewerk: een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, werkzaamheden die ook op de werkvloer van de dienst zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis of op incidentele basis buiten die werkvloer worden uitgevoerd;
2° dienst: een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst zoals bedoeld in Deel II, Boek I, Titel III en Titel IV en de dienst bedoeld in artikel 136 van het Gerechtelijk Wetboek, alsook het Centraal Orgaan voor de Inbeslagname en Verbeurdverklaring;
3° personeelslid: contractueel of benoemd personeelslid van de rechterlijke orde bedoeld in het Deel II, Boek I, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek en de attaché [1 en de adviseur]1 in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie bedoeld in artikel 260 van hetzelfde Wetboek;
4° telewerker: elk personeelslid dat telewerk verricht zoals is gedefinieerd onder 1° ;
5° hiërarchische meerdere: de magistraat of het vastbenoemd personeelslid die de verantwoordelijkheid over een dienst of over een team heeft en die dientengevolge rechtstreeks gezag uitoefent over de personeelsleden van die dienst of van dat team;
6° functionele chef: de magistraat die of het vastbenoemd of contractueel personeelslid dat, onder de verantwoordelijkheid van de hiërarchische meerdere van een personeelslid, een rechtstreekse gezagsrelatie heeft ten aanzien van laatstgenoemde bij het dagelijks uitoefenen van zijn ambt;
7° de werkgever: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Justitie of zijn afgevaardigde;
[1 8° directiecomité: het directiecomité van een hof, rechtbank of parket bedoeld in artikel 185/2 van het Gerechtelijk Wetboek.]1
1° telewerk: een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, werkzaamheden die ook op de werkvloer van de dienst zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis of op incidentele basis buiten die werkvloer worden uitgevoerd;
2° dienst: een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst zoals bedoeld in Deel II, Boek I, Titel III en Titel IV en de dienst bedoeld in artikel 136 van het Gerechtelijk Wetboek, alsook het Centraal Orgaan voor de Inbeslagname en Verbeurdverklaring;
3° personeelslid: contractueel of benoemd personeelslid van de rechterlijke orde bedoeld in het Deel II, Boek I, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek en de attaché [1 en de adviseur]1 in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie bedoeld in artikel 260 van hetzelfde Wetboek;
4° telewerker: elk personeelslid dat telewerk verricht zoals is gedefinieerd onder 1° ;
5° hiërarchische meerdere: de magistraat of het vastbenoemd personeelslid die de verantwoordelijkheid over een dienst of over een team heeft en die dientengevolge rechtstreeks gezag uitoefent over de personeelsleden van die dienst of van dat team;
6° functionele chef: de magistraat die of het vastbenoemd of contractueel personeelslid dat, onder de verantwoordelijkheid van de hiërarchische meerdere van een personeelslid, een rechtstreekse gezagsrelatie heeft ten aanzien van laatstgenoemde bij het dagelijks uitoefenen van zijn ambt;
7° de werkgever: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Justitie of zijn afgevaardigde;
[1 8° directiecomité: het directiecomité van een hof, rechtbank of parket bedoeld in artikel 185/2 van het Gerechtelijk Wetboek.]1
Modifications
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° télétravail : une forme d'organisation et/ou de réalisation du travail, utilisant les technologies de l'information, dans laquelle un travail, qui aurait également pu être réalisé dans les locaux du service, est effectué hors de ces locaux de façon régulière ou de façon occasionnelle;
2° service: une cour, un tribunal, un greffe, un secrétariat de parquet ou un service d'appui tel que visé dans la Partie II, Livre Ier, titre III et titre IV et le service visé à l'article 136 du Code judiciaire, ainsi que l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation ;
3° membre du personnel: le membre du personnel contractuel ou nommé de l'ordre judiciaire, visé dans la Partie II, Livre Ier, titre III, du Code judiciaire et l'attaché [1 et le conseiller]1 au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation visé à l'article 260 du même Code;
4° télétravailleur : tout membre du personnel qui effectue du télétravail tel que défini au 1° ;
5° supérieur hiérarchique : le magistrat ou le membre du personnel nommé à titre définitif qui a la responsabilité d'un service ou d'une équipe et qui exerce de ce fait l'autorité directe sur les membres du personnel de ce service ou de cette équipe ;
6° chef fonctionnel : le magistrat ou le membre du personnel nommé à titre définitif ou contractuel qui, sous la responsabilité du supérieur hiérarchique d'un membre du personnel, a un lien d'autorité directe sur ce dernier dans l'exercice quotidien de ses fonctions ;
7° l'employeur : l'état Belge, représenté par le ministre qui à la Justice dans ses attributions ou son représentant;
[1 8° comité de direction : le comité de direction d'une cour, d'un tribunal ou d'un parquet visé à l'article 185/2 du Code judiciaire.]1
1° télétravail : une forme d'organisation et/ou de réalisation du travail, utilisant les technologies de l'information, dans laquelle un travail, qui aurait également pu être réalisé dans les locaux du service, est effectué hors de ces locaux de façon régulière ou de façon occasionnelle;
2° service: une cour, un tribunal, un greffe, un secrétariat de parquet ou un service d'appui tel que visé dans la Partie II, Livre Ier, titre III et titre IV et le service visé à l'article 136 du Code judiciaire, ainsi que l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation ;
3° membre du personnel: le membre du personnel contractuel ou nommé de l'ordre judiciaire, visé dans la Partie II, Livre Ier, titre III, du Code judiciaire et l'attaché [1 et le conseiller]1 au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation visé à l'article 260 du même Code;
4° télétravailleur : tout membre du personnel qui effectue du télétravail tel que défini au 1° ;
5° supérieur hiérarchique : le magistrat ou le membre du personnel nommé à titre définitif qui a la responsabilité d'un service ou d'une équipe et qui exerce de ce fait l'autorité directe sur les membres du personnel de ce service ou de cette équipe ;
6° chef fonctionnel : le magistrat ou le membre du personnel nommé à titre définitif ou contractuel qui, sous la responsabilité du supérieur hiérarchique d'un membre du personnel, a un lien d'autorité directe sur ce dernier dans l'exercice quotidien de ses fonctions ;
7° l'employeur : l'état Belge, représenté par le ministre qui à la Justice dans ses attributions ou son représentant;
[1 8° comité de direction : le comité de direction d'une cour, d'un tribunal ou d'un parquet visé à l'article 185/2 du Code judiciaire.]1
Modifications
Art. 3. § 1. Er kan telewerk verricht worden in elke dienst van de rechterlijke orde.
§ 2. De beslissing om aan een personeelslid effectief telewerk toe te kennen wordt genomen door de hiërarchische meerdere of de functionele chef.
§ 2. De beslissing om aan een personeelslid effectief telewerk toe te kennen wordt genomen door de hiërarchische meerdere of de functionele chef.
Art. 3. § 1 Le télétravail peut être réalisé dans chaque service de l'ordre judiciaire.
§ 2. La décision d'octroyer effectivement le télétravail à un membre du personnel est prise par le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel.
§ 2. La décision d'octroyer effectivement le télétravail à un membre du personnel est prise par le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel.
Art. 4. Het telewerk kan worden verricht in de woning van de telewerker of in elke andere door hem gekozen plaats.
Het telewerk geeft geen recht op een verblijfsvergoeding, dit ongeacht de plaats waar het wordt uitgeoefend.
Het telewerk geeft geen recht op een verblijfsvergoeding, dit ongeacht de plaats waar het wordt uitgeoefend.
Art. 4. Le télétravail peut être réalisé au domicile du télétravailleur ou en tout autre lieu choisi par lui.
Le télétravail ne donne pas droit à une indemnité de séjour, quel que soit l'endroit où il est exécuté.
Le télétravail ne donne pas droit à une indemnité de séjour, quel que soit l'endroit où il est exécuté.
Art. 5. § 1. Het telewerk gebeurt op vrijwillige basis zowel voor het betrokken personeelslid als voor de betrokken dienst.
Het organiseren van telewerk in een dienst creëert geen enkele verplichting om aan alle personeelsleden van deze dienst toe te laten hiervan gebruik te maken.
Evenzeer creëert het feit dat het telewerk zou veralgemeend worden in een dienst, voor het personeelslid geen enkele verplichting om hiervan gebruik te maken.
§ 2. Geen enkele toelage of premie mag verbonden worden aan telewerk. Geen enkele verhoging of vermindering van de arbeidsduur mag eraan verbonden worden.
Voor de telewerker gelden dezelfde werkbelasting en prestatienormen als voor vergelijkbare personeelsleden welke werken op de werkvloer van de dienst.
§ 3. De telewerkers hebben dezelfde rechten op opleiding en op mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling als vergelijkbare personeelsleden die werken op de werkvloer van de dienst en worden onderworpen aan dezelfde evaluaties.
§ 4. Telewerk mag, over een periode van een burgerlijk jaar, niet meer dan drie vijfden van de arbeidsregeling die op de telewerker van toepassing is, beslaan.
[1 Het directiecomité kan een uitzondering op het eerste lid toestaan op vraag van het personeelslid en na een gemotiveerd advies van de functionele chef van het personeelslid. In zijn aanvraag motiveert het personeelslid de redenen waarom hij wenst een uitzondering te bekomen. De toelating geldt voor maximum vierentwintig maanden maar is telkens hernieuwbaar na een nieuwe beslissing van het directiecomité. Er wordt automatisch een einde gesteld aan deze toelating wanneer het personeelslid muteert, of wanneer hij bevordert of benoemd wordt tot stagiair in dezelfde of een andere entiteit.]1
§ 5. [1 ...]1
Het organiseren van telewerk in een dienst creëert geen enkele verplichting om aan alle personeelsleden van deze dienst toe te laten hiervan gebruik te maken.
Evenzeer creëert het feit dat het telewerk zou veralgemeend worden in een dienst, voor het personeelslid geen enkele verplichting om hiervan gebruik te maken.
§ 2. Geen enkele toelage of premie mag verbonden worden aan telewerk. Geen enkele verhoging of vermindering van de arbeidsduur mag eraan verbonden worden.
Voor de telewerker gelden dezelfde werkbelasting en prestatienormen als voor vergelijkbare personeelsleden welke werken op de werkvloer van de dienst.
§ 3. De telewerkers hebben dezelfde rechten op opleiding en op mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling als vergelijkbare personeelsleden die werken op de werkvloer van de dienst en worden onderworpen aan dezelfde evaluaties.
§ 4. Telewerk mag, over een periode van een burgerlijk jaar, niet meer dan drie vijfden van de arbeidsregeling die op de telewerker van toepassing is, beslaan.
[1 Het directiecomité kan een uitzondering op het eerste lid toestaan op vraag van het personeelslid en na een gemotiveerd advies van de functionele chef van het personeelslid. In zijn aanvraag motiveert het personeelslid de redenen waarom hij wenst een uitzondering te bekomen. De toelating geldt voor maximum vierentwintig maanden maar is telkens hernieuwbaar na een nieuwe beslissing van het directiecomité. Er wordt automatisch een einde gesteld aan deze toelating wanneer het personeelslid muteert, of wanneer hij bevordert of benoemd wordt tot stagiair in dezelfde of een andere entiteit.]1
§ 5. [1 ...]1
Modifications
Art. 5. § 1er. Le télétravail est volontaire aussi bien dans le chef du membre du personnel que du service concerné.
L'organisation du télétravail dans un service ne crée aucune obligation de permettre à tous les membres du personnel de ce service d'y recourir.
De même, le fait que le télétravail soit généralisé dans un service ne crée, pour le membre du personnel, aucune obligation d'y recourir.
§ 2. Aucune allocation ou prime ne peut être associée au télétravail. Aucune augmentation ou diminution de l'horaire de travail ne peut y être liée.
La charge de travail et les critères de résultat du télétravailleur sont équivalents à ceux des membres du personnel comparables occupés dans les locaux du service.
§ 3. Les télétravailleurs ont les mêmes droits à la formation et aux possibilités de développement de carrière que les membres du personnel comparables occupés dans les locaux du service et sont soumis aux mêmes évaluations.
§ 4. Le télétravail ne peut pas occuper, sur une période d'une année civile, plus de trois cinquièmes du régime de travail qui est applicable au télétravailleur.
[1 Le comité de direction peut accorder une exception à l'alinéa 1er à la demande du membre du personnel et après un avis motivé du chef fonctionnel du membre du personnel. Dans sa demande, le membre du personnel indique les motifs pour lesquels il demande une exception. L'autorisation est valable pour une durée maximale de 24 mois, mais est renouvelable à chaque fois, suite à une nouvelle décision du comité de direction. Il est automatiquement mis fin à cette autorisation lorsque le membre du personnel obtient une mutation, ou lorsqu'il est promu ou nommé stagiaire dans la même ou une autre entité.]1
§ 5. [1 ...]1
L'organisation du télétravail dans un service ne crée aucune obligation de permettre à tous les membres du personnel de ce service d'y recourir.
De même, le fait que le télétravail soit généralisé dans un service ne crée, pour le membre du personnel, aucune obligation d'y recourir.
§ 2. Aucune allocation ou prime ne peut être associée au télétravail. Aucune augmentation ou diminution de l'horaire de travail ne peut y être liée.
La charge de travail et les critères de résultat du télétravailleur sont équivalents à ceux des membres du personnel comparables occupés dans les locaux du service.
§ 3. Les télétravailleurs ont les mêmes droits à la formation et aux possibilités de développement de carrière que les membres du personnel comparables occupés dans les locaux du service et sont soumis aux mêmes évaluations.
§ 4. Le télétravail ne peut pas occuper, sur une période d'une année civile, plus de trois cinquièmes du régime de travail qui est applicable au télétravailleur.
[1 Le comité de direction peut accorder une exception à l'alinéa 1er à la demande du membre du personnel et après un avis motivé du chef fonctionnel du membre du personnel. Dans sa demande, le membre du personnel indique les motifs pour lesquels il demande une exception. L'autorisation est valable pour une durée maximale de 24 mois, mais est renouvelable à chaque fois, suite à une nouvelle décision du comité de direction. Il est automatiquement mis fin à cette autorisation lorsque le membre du personnel obtient une mutation, ou lorsqu'il est promu ou nommé stagiaire dans la même ou une autre entité.]1
§ 5. [1 ...]1
Modifications
Art. 6. § 1. Gedurende het telewerk, behoudt de telewerker dezelfde rechten en plichten als gedurende de uren verricht in de lokalen van de dienst.
§ 2. De verlofregeling en de bepalingen inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten blijven volledig op hem van toepassing.
In geval van ziekte, is de telewerker ertoe gehouden de hiërarchische meerdere of de functionele chef te verwittigen overeenkomstig de modaliteiten voorzien voor de andere personeelsleden.
Bij arbeidsongeval is de telewerker ertoe gehouden zo vlug mogelijk, via zijn hiërarchische meerdere, de Federale Overheidsdienst Justitie te verwittigen en hem alle gegevens te bezorgen die nuttig zijn voor de kwalificatie van het ongeval als arbeidsongeval.
§ 3. De telewerker zorgt voor de organisatie van zijn werk rekening houdend met de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector [1 ...]1.
§ 4. De hiërarchische meerdere of de functionele chef neemt de nodige maatregelen zodat de telewerker toegang heeft tot informatie betreffende de dienst.
§ 2. De verlofregeling en de bepalingen inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten blijven volledig op hem van toepassing.
In geval van ziekte, is de telewerker ertoe gehouden de hiërarchische meerdere of de functionele chef te verwittigen overeenkomstig de modaliteiten voorzien voor de andere personeelsleden.
Bij arbeidsongeval is de telewerker ertoe gehouden zo vlug mogelijk, via zijn hiërarchische meerdere, de Federale Overheidsdienst Justitie te verwittigen en hem alle gegevens te bezorgen die nuttig zijn voor de kwalificatie van het ongeval als arbeidsongeval.
§ 3. De telewerker zorgt voor de organisatie van zijn werk rekening houdend met de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector [1 ...]1.
§ 4. De hiërarchische meerdere of de functionele chef neemt de nodige maatregelen zodat de telewerker toegang heeft tot informatie betreffende de dienst.
Modifications
Art. 6. § 1. Pendant le télétravail, le télétravailleur conserve les mêmes droits et obligations que pendant les heures prestées dans les locaux du service.
§ 2. Le régime des congés et les dispositions en matière d'accidents du travail et de maladies professionnelles lui restent entièrement applicables.
En cas de maladie, le télétravailleur est tenu d'informer le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel selon les modalités prévues pour les autres membres du personnel.
En cas d'accident du travail, le télétravailleur est tenu d'informer au plus vite, via son supérieur hiérarchique, le Service Public Fédéral Justice et de lui fournir tout élément utile à la qualification de l'accident comme accident du travail.
§ 3. Le télétravailleur gère l'organisation de son travail dans le respect de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public [1 ...]1.
§ 4. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel prend les mesures nécessaires pour que le télétravailleur accède aux informations concernant le service.
§ 2. Le régime des congés et les dispositions en matière d'accidents du travail et de maladies professionnelles lui restent entièrement applicables.
En cas de maladie, le télétravailleur est tenu d'informer le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel selon les modalités prévues pour les autres membres du personnel.
En cas d'accident du travail, le télétravailleur est tenu d'informer au plus vite, via son supérieur hiérarchique, le Service Public Fédéral Justice et de lui fournir tout élément utile à la qualification de l'accident comme accident du travail.
§ 3. Le télétravailleur gère l'organisation de son travail dans le respect de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public [1 ...]1.
§ 4. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel prend les mesures nécessaires pour que le télétravailleur accède aux informations concernant le service.
Modifications
Art. 7. De Federale Overheidsdienst Justitie informeert de telewerker omtrent de beschermings- en preventiemaatregelen die van kracht zijn inzake veiligheid en gezondheid op de werkplek, in het bijzonder de eisen inzake beeldschermapparatuur.
De telewerker past die maatregelen toe.
De bevoegde interne preventiediensten hebben toegang tot de werkplek van de telewerker om te kunnen controleren of de geldende voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op correcte wijze worden toegepast. Indien het telewerk wordt verricht in een bewoond lokaal, moet dit bezoek op voorhand worden aangekondigd en moet de telewerker ermee hebben ingestemd.
De telewerker kan een inspectiebezoek van diezelfde diensten aanvragen.
De telewerker past die maatregelen toe.
De bevoegde interne preventiediensten hebben toegang tot de werkplek van de telewerker om te kunnen controleren of de geldende voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op correcte wijze worden toegepast. Indien het telewerk wordt verricht in een bewoond lokaal, moet dit bezoek op voorhand worden aangekondigd en moet de telewerker ermee hebben ingestemd.
De telewerker kan een inspectiebezoek van diezelfde diensten aanvragen.
Art. 7. Le Service Public Fédéral Justice informe le télétravailleur des mesures de protection et de prévention en vigueur en matière de santé et de sécurité au travail, en particulier des exigences relatives aux écrans de visualisation.
Le télétravailleur applique ces mesures.
Les services internes de prévention compétents ont accès au lieu du télétravail afin de vérifier l'application correcte des directives applicables en matière de santé et de sécurité. Si le télétravail s'effectue dans un local habité, cette visite doit être annoncée au préalable et le télétravailleur doit y consentir.
Le télétravailleur peut demander une visite d'inspection de ces mêmes services.
Le télétravailleur applique ces mesures.
Les services internes de prévention compétents ont accès au lieu du télétravail afin de vérifier l'application correcte des directives applicables en matière de santé et de sécurité. Si le télétravail s'effectue dans un local habité, cette visite doit être annoncée au préalable et le télétravailleur doit y consentir.
Le télétravailleur peut demander une visite d'inspection de ces mêmes services.
Art. 8. De telewerkers hebben dezelfde rechten als de personeelsleden die in de lokalen van de dienst tewerkgesteld zijn inzake de vakbondsvertegenwoordiging en deelneming aan het vakbondsleven alsook inzake de sociale dienst.
In het geval de minister bevoegd voor Justitie algemene uitvoeringsmodaliteiten, die dit besluit aanvullen, aanneemt, worden deze in het Sectorcomité III - Justitie en het onderhandelingscomité voor de griffiers, referendarissen en parketjuristen van de rechterlijke orde onderhandeld.
De invoering van telewerk in een dienst en de modaliteiten die van toepassing zijn binnen de dienst maken het voorwerp uit van een voorafgaand overleg in het bevoegd basisoverlegcomité.
In het geval de minister bevoegd voor Justitie algemene uitvoeringsmodaliteiten, die dit besluit aanvullen, aanneemt, worden deze in het Sectorcomité III - Justitie en het onderhandelingscomité voor de griffiers, referendarissen en parketjuristen van de rechterlijke orde onderhandeld.
De invoering van telewerk in een dienst en de modaliteiten die van toepassing zijn binnen de dienst maken het voorwerp uit van een voorafgaand overleg in het bevoegd basisoverlegcomité.
Art. 8. Les télétravailleurs ont les mêmes droits que les membres du personnel occupés dans les locaux du service en matière de représentation et de participation syndicale ainsi que de service social.
Au cas où le ministre qui a la Justice dans ses attributions adopte des mesures d'exécution générales, qui viennent compléter le présent arrêté, elles sont négociées au comité de secteur III-Justice et au comité de négociation pour les greffiers, les référendaires et les juristes de parquet de l'ordre judiciaire.
L'introduction du télétravail dans un service et les modalités qui sont d'application dans le service font l'objet d'une concertation préalable au comité de concertation de base compétent.
Au cas où le ministre qui a la Justice dans ses attributions adopte des mesures d'exécution générales, qui viennent compléter le présent arrêté, elles sont négociées au comité de secteur III-Justice et au comité de négociation pour les greffiers, les référendaires et les juristes de parquet de l'ordre judiciaire.
L'introduction du télétravail dans un service et les modalités qui sont d'application dans le service font l'objet d'une concertation préalable au comité de concertation de base compétent.
Art. 9. [1 § 1. De minister van Justitie of zijn gemachtigde bepaalt in toepassing van dit besluit:
1° de lijst van de functies die zich niet lenen tot telewerk ;
2° de modaliteiten volgens welke de toestemming voor het toegestane telewerk wordt gegeven;
3° de modaliteiten betreffende de registratie van het telewerk;
4° de modaliteiten betreffende de technische ondersteuning en de momenten waarop deze bereikbaar is;
5° de modaliteiten betreffende de uitbetaling van de vergoeding voor telewerkkosten.
De telewerker en de functionele chef maken onderling afspraken over:
1° op welke dagen er telewerk verricht kan worden en op welke dagen de aanwezigheid op de werkvloer vereist is;
2° de ogenblikken waarop of de periodes tijdens dewelke de telewerker bereikbaar moet zijn en via welke middelen;
3° de manier waarop de werkgever aan de telewerker de te verwezenlijken taken onder vorm van telewerk opgeeft, alsook de methode waarmee het werk, geleverd door de telewerker, gemeten wordt.
De telewerker registreert elke telewerkdag.
Als de plaats van het telewerk afwijkt van de woonplaats van de telewerker, dan deelt hij dit mee aan zijn functionele chef, of bij ontstentenis, aan de hiërarchische meerdere.
§ 2. De toestemming tot telewerk blijft gelden tot de intrekking ervan door de werkgever of tot de beslissing van de telewerker dat hij niet meer wil telewerken. Er wordt automatisch een einde gesteld aan deze toestemming wanneer het personeelslid muteert, of wanneer hij bevordert of benoemd wordt tot stagiair in een andere entiteit.]1
1° de lijst van de functies die zich niet lenen tot telewerk ;
2° de modaliteiten volgens welke de toestemming voor het toegestane telewerk wordt gegeven;
3° de modaliteiten betreffende de registratie van het telewerk;
4° de modaliteiten betreffende de technische ondersteuning en de momenten waarop deze bereikbaar is;
5° de modaliteiten betreffende de uitbetaling van de vergoeding voor telewerkkosten.
De telewerker en de functionele chef maken onderling afspraken over:
1° op welke dagen er telewerk verricht kan worden en op welke dagen de aanwezigheid op de werkvloer vereist is;
2° de ogenblikken waarop of de periodes tijdens dewelke de telewerker bereikbaar moet zijn en via welke middelen;
3° de manier waarop de werkgever aan de telewerker de te verwezenlijken taken onder vorm van telewerk opgeeft, alsook de methode waarmee het werk, geleverd door de telewerker, gemeten wordt.
De telewerker registreert elke telewerkdag.
Als de plaats van het telewerk afwijkt van de woonplaats van de telewerker, dan deelt hij dit mee aan zijn functionele chef, of bij ontstentenis, aan de hiërarchische meerdere.
§ 2. De toestemming tot telewerk blijft gelden tot de intrekking ervan door de werkgever of tot de beslissing van de telewerker dat hij niet meer wil telewerken. Er wordt automatisch een einde gesteld aan deze toestemming wanneer het personeelslid muteert, of wanneer hij bevordert of benoemd wordt tot stagiair in een andere entiteit.]1
Modifications
Art. 9. [1 § 1er. Le ministre de la Justice ou son délégué détermine en application du présent arrêté :
1° la liste des fonctions qui ne se prêtent pas au télétravail ;
2° les modalités relatives à l'autorisation de télétravail convenue ;
3° les modalités relatives à l'enregistrement du télétravail ;
4° les modalités relatives au support technique et les moments auxquels il peut y être fait appel ;
5° les modalités relatives au paiement de l'indemnité pour frais de télétravail.
Le télétravailleur et le chef fonctionnel, ou en son absence le supérieur hiérarchique, s'accordent sur :
1° les jours lors desquels le télétravail peut être effectué et les jours lors desquels la présence sur le lieu de travail est requise ;
2° les moments ou les périodes pendant lesquels le télétravailleur doit être joignable et selon quels moyens ;
3° la manière selon laquelle l'employeur indique au télétravailleur les tâches à réaliser sous forme de télétravail ainsi que la méthode de mesure du travail fourni par le télétravailleur.
Le télétravailleur enregistre chaque jour de télétravail.
Si le lieu du télétravail diffère du domicile du télétravailleur, ce dernier en informe son chef fonctionnel, ou en son absence le supérieur hiérarchique.
§ 2. L'autorisation de télétravail vaut jusqu'à ce que l'employeur la retire ou que le télétravailleur ne souhaite plus télétravailler. Il est automatiquement mis fin à cette autorisation lorsque le membre du personnel obtient une mutation, ou lorsqu'il est promu ou nommé stagiaire dans une autre entité.]1
1° la liste des fonctions qui ne se prêtent pas au télétravail ;
2° les modalités relatives à l'autorisation de télétravail convenue ;
3° les modalités relatives à l'enregistrement du télétravail ;
4° les modalités relatives au support technique et les moments auxquels il peut y être fait appel ;
5° les modalités relatives au paiement de l'indemnité pour frais de télétravail.
Le télétravailleur et le chef fonctionnel, ou en son absence le supérieur hiérarchique, s'accordent sur :
1° les jours lors desquels le télétravail peut être effectué et les jours lors desquels la présence sur le lieu de travail est requise ;
2° les moments ou les périodes pendant lesquels le télétravailleur doit être joignable et selon quels moyens ;
3° la manière selon laquelle l'employeur indique au télétravailleur les tâches à réaliser sous forme de télétravail ainsi que la méthode de mesure du travail fourni par le télétravailleur.
Le télétravailleur enregistre chaque jour de télétravail.
Si le lieu du télétravail diffère du domicile du télétravailleur, ce dernier en informe son chef fonctionnel, ou en son absence le supérieur hiérarchique.
§ 2. L'autorisation de télétravail vaut jusqu'à ce que l'employeur la retire ou que le télétravailleur ne souhaite plus télétravailler. Il est automatiquement mis fin à cette autorisation lorsque le membre du personnel obtient une mutation, ou lorsqu'il est promu ou nommé stagiaire dans une autre entité.]1
Modifications
Art. 10. De Federale Overheidsdienst Justitie is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen, het installeren en het onderhouden van de voor telewerk benodigde apparatuur.
Art. 10. Le Service Public Fédéral Justice est tenu de fournir les équipements nécessaires au télétravail, de les installer et de les entretenir.
Art. 11. De telewerker gaat zorgvuldig om met de hen ter beschikking gestelde apparatuur.
[1 De telewerker gebruikt het ter beschikking gesteld materiaal niet voor private doelstellingen, tenzij er een specifieke regeling voorzien is voor zijn entiteit en wanneer hij kenbaar heeft gemaakt dat hij dit materiaal wilt gebruiken voor private doelstellingen.]1
[1 De telewerker gebruikt het ter beschikking gesteld materiaal niet voor private doelstellingen, tenzij er een specifieke regeling voorzien is voor zijn entiteit en wanneer hij kenbaar heeft gemaakt dat hij dit materiaal wilt gebruiken voor private doelstellingen.]1
Modifications
Art. 11. Le télétravailleur prend dûment soin des équipements qui lui sont confiés.
[1 Le télétravailleur n'utilise pas le matériel mis à disposition à des fins privées, sauf si un arrangement spécifique est prévu pour son entité et s'il a fait savoir qu'il souhaitait utiliser ce matériel à des fins privées.]1
[1 Le télétravailleur n'utilise pas le matériel mis à disposition à des fins privées, sauf si un arrangement spécifique est prévu pour son entité et s'il a fait savoir qu'il souhaitait utiliser ce matériel à des fins privées.]1
Modifications
Art. 12. De Federale Overheidsdienst Justitie stelt de telewerker behoorlijke faciliteiten beschikbaar inzake technische ondersteuning.
Art. 12. Le Service Public Fédéral Justice fournit au télétravailleur un service approprié d'appui technique.
Art. 13. De kosten die voortvloeien uit verlies of beschadiging van de door de telewerker gebruikte apparatuur en gegevens in het kader van het telewerk, zijn voor rekening van de Federale Overheidsdienst Justitie, behalve bij bedrog of zware [1 fout]1 van de telewerker.
In geval van beschadiging door derden of van diefstal, verschaft de telewerker aan de Federale Overheidsdienst Justitie de informatie waarover hij beschikt en die van aard is om de overheid waaronder hij ressorteert toe te laten het herstel van de geleden schade te bekomen.
In geval van beschadiging door derden of van diefstal, verschaft de telewerker aan de Federale Overheidsdienst Justitie de informatie waarover hij beschikt en die van aard is om de overheid waaronder hij ressorteert toe te laten het herstel van de geleden schade te bekomen.
Modifications
Art. 13. Le Service Public Fédéral Justice est tenu des coûts liés à la perte ou à l'endommagement des équipements et des données utilisées par le télétravailleur dans le cadre du télétravail sauf dol ou faute lourde du télétravailleur.
En cas d'endommagement par des tiers ou de vol, le télétravailleur fournira au Service Public Fédéral Justice les informations dont il dispose et qui sont de nature à permettre à celui-ci d'obtenir réparation du préjudice subi.
En cas d'endommagement par des tiers ou de vol, le télétravailleur fournira au Service Public Fédéral Justice les informations dont il dispose et qui sont de nature à permettre à celui-ci d'obtenir réparation du préjudice subi.
Art. 14. De telewerker brengt onmiddellijk de hiërarchische meerdere of de functionele chef op de hoogte van een defect aan de door hem gebruikte apparatuur of van een geval van overmacht waardoor hij zijn werk niet kan verrichten.
Er kan worden voorzien in specifieke regels zoals vervangende taken of een tijdelijke terugkeer naar de werkvloer van de dienst.
Er kan worden voorzien in specifieke regels zoals vervangende taken of een tijdelijke terugkeer naar de werkvloer van de dienst.
Art. 14. En cas de panne d'un équipement utilisé par le télétravailleur ou en cas de force majeure l'empêchant d'effectuer son travail, celui-ci en informe immédiatement le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel.
Des modalités spécifiques peuvent être prévues comme des travaux de remplacement ou un retour temporaire dans les locaux du service.
Des modalités spécifiques peuvent être prévues comme des travaux de remplacement ou un retour temporaire dans les locaux du service.
Art. 15. De Federale Overheidsdienst Justitie neemt maatregelen, in het bijzonder ten aanzien van de software, zodat de bescherming van de gegevens die door de telewerker voor professionele doeleinden worden gebruikt en verwerkt, gewaarborgd is.
De Federale Overheidsdienst Justitie informeert de telewerker omtrent de wetgeving en de in de instelling geldende regels inzake de bescherming van gegevens. De telewerker moet die wetgeving en regels naleven.
De Federale Overheidsdienst Justitie informeert de telewerker omtrent de beperkingen ten aanzien van het gebruik van IT-apparatuur of -faciliteiten en de sancties ingeval hij zich niet aan die beperkingen houdt.
De Federale Overheidsdienst Justitie informeert de telewerker omtrent de wetgeving en de in de instelling geldende regels inzake de bescherming van gegevens. De telewerker moet die wetgeving en regels naleven.
De Federale Overheidsdienst Justitie informeert de telewerker omtrent de beperkingen ten aanzien van het gebruik van IT-apparatuur of -faciliteiten en de sancties ingeval hij zich niet aan die beperkingen houdt.
Art. 15. Le Service Public Fédéral Justice prend les mesures, en particulier en matière de logiciels, assurant la protection des données utilisées et traitées par le télétravailleur à des fins professionnelles.
Le Service Public Fédéral Justice informe le télétravailleur de la législation et des règles de l'institution applicables pour la protection des données. Le télétravailleur doit se conformer à cette législation et à ces règles.
Le Service Public Fédéral Justice informe le télétravailleur des restrictions mises à l'usage des équipements ou outils informatiques et des sanctions en cas de non-respect de celles-ci par le télétravailleur.
Le Service Public Fédéral Justice informe le télétravailleur de la législation et des règles de l'institution applicables pour la protection des données. Le télétravailleur doit se conformer à cette législation et à ces règles.
Le Service Public Fédéral Justice informe le télétravailleur des restrictions mises à l'usage des équipements ou outils informatiques et des sanctions en cas de non-respect de celles-ci par le télétravailleur.
Art.15bis. [1 § 1. Het telewerk kan tijdelijk worden geschorst door de hiërarchische meerdere of de functionele chef van het personeelslid.
De schorsing van het telewerk op initiatief van de hiërarchische meerdere of de functionele chef kan worden gevraagd, na het personeelslid gehoord te hebben, indien de goede werking van de dienst dit vereist, wanneer een tuchtonderzoek werd opgestart of na een ongunstige eindvermelding in het kader van de evaluatiecycli. De hiërarchische meerdere of functionele chef motiveert zijn beslissing en stelt het personeelslid in kennis van de tijdelijke schorsing. De schorsing start tien dagen na de voormelde beslissing of, in desbetreffend geval, na het beroep voorzien in § 3.
§ 2. Het personeelslid, zijn hiërarchische meerdere of zijn functionele chef kan het telewerk beëindigen.
De beëindiging van het telewerk op initiatief van de hiërarchische meerdere of de functionele chef kan geschieden als het personeelslid een fout begaat waarbij het vertrouwen in de telewerker verloren gaat, als de afspraken niet worden gerespecteerd of als de functie van het personeelslid zo geëvolueerd is dat telewerk niet meer mogelijk is. De hiërarchische meerdere of de functionele chef motiveert zijn beslissing en stelt het personeelslid in kennis van de beëindiging, na hem gehoord te hebben. De beëindiging van het telewerk gaat in tien dagen volgend op de datum waarop de beslissing is genomen of, in desbetreffend geval, na het beroep voorzien in § 3.
De beëindiging van het telewerk op initiatief van het personeelslid wordt ten laatste veertien dagen op voorhand aangevraagd. De beëindiging gaat in de eerste dag van de volgende maand.
Er wordt geen einde gesteld aan het telewerk wanneer het personeelslid benoemd wordt als stagiair, of als een tuchtsanctie wordt opgelegd aan de personeelslid behalve als het directiecomité dit uitdrukkelijk beslist.
§ 3. Het personeelslid kan een beroep indienen bij het directiecomité van de rechtsmacht waar hij werkzaam is :
1° wanneer de hiërarchische meerdere of de functionele chef een negatieve beslissing heeft genomen bij de aanvraag tot telewerk ;
2° wanneer hij niet akkoord gaat met de schorsing van het telewerk door de hiërarchische meerdere of de functionele chef;
3° wanneer hij niet akkoord gaat dat de hiërarchische meerdere of de functionele chef het telewerkregime beëindigt.
Het beroep wordt ingediend binnen de 10 dagen volgend op de datum waarop de beslissing werd genomen. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. Het directiecomité maakt haar beslissing kenbaar omtrent de toekenning, de schorsing of het einde van het telewerk binnen de eenentwintig dagen volgend op de datum waarop het beroep is ingediend.]1
De schorsing van het telewerk op initiatief van de hiërarchische meerdere of de functionele chef kan worden gevraagd, na het personeelslid gehoord te hebben, indien de goede werking van de dienst dit vereist, wanneer een tuchtonderzoek werd opgestart of na een ongunstige eindvermelding in het kader van de evaluatiecycli. De hiërarchische meerdere of functionele chef motiveert zijn beslissing en stelt het personeelslid in kennis van de tijdelijke schorsing. De schorsing start tien dagen na de voormelde beslissing of, in desbetreffend geval, na het beroep voorzien in § 3.
§ 2. Het personeelslid, zijn hiërarchische meerdere of zijn functionele chef kan het telewerk beëindigen.
De beëindiging van het telewerk op initiatief van de hiërarchische meerdere of de functionele chef kan geschieden als het personeelslid een fout begaat waarbij het vertrouwen in de telewerker verloren gaat, als de afspraken niet worden gerespecteerd of als de functie van het personeelslid zo geëvolueerd is dat telewerk niet meer mogelijk is. De hiërarchische meerdere of de functionele chef motiveert zijn beslissing en stelt het personeelslid in kennis van de beëindiging, na hem gehoord te hebben. De beëindiging van het telewerk gaat in tien dagen volgend op de datum waarop de beslissing is genomen of, in desbetreffend geval, na het beroep voorzien in § 3.
De beëindiging van het telewerk op initiatief van het personeelslid wordt ten laatste veertien dagen op voorhand aangevraagd. De beëindiging gaat in de eerste dag van de volgende maand.
Er wordt geen einde gesteld aan het telewerk wanneer het personeelslid benoemd wordt als stagiair, of als een tuchtsanctie wordt opgelegd aan de personeelslid behalve als het directiecomité dit uitdrukkelijk beslist.
§ 3. Het personeelslid kan een beroep indienen bij het directiecomité van de rechtsmacht waar hij werkzaam is :
1° wanneer de hiërarchische meerdere of de functionele chef een negatieve beslissing heeft genomen bij de aanvraag tot telewerk ;
2° wanneer hij niet akkoord gaat met de schorsing van het telewerk door de hiërarchische meerdere of de functionele chef;
3° wanneer hij niet akkoord gaat dat de hiërarchische meerdere of de functionele chef het telewerkregime beëindigt.
Het beroep wordt ingediend binnen de 10 dagen volgend op de datum waarop de beslissing werd genomen. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. Het directiecomité maakt haar beslissing kenbaar omtrent de toekenning, de schorsing of het einde van het telewerk binnen de eenentwintig dagen volgend op de datum waarop het beroep is ingediend.]1
Art.15bis. [1 § 1er. Le télétravail peut être suspendu provisoirement par le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel du membre du personnel.
La suspension du télétravail à l'initiative du supérieur hiérarchique ou du chef fonctionnel peut être demandée, après avoir entendu le membre du personnel, si le bon fonctionnement du service l'exige, si une enquête disciplinaire a été entamée ou à la suite d'une mention finale défavorable dans le cadre des cycles d'évaluation. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel motive sa décision et informe le membre du personnel de la suspension temporaire. La suspension prend cours dix jours après la décision précitée ou le cas échéant, après l'appel prévu au § 3.
§ 2. Le membre du personnel, son supérieur hiérarchique ou son chef fonctionnel peut mettre fin au télétravail.
Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel peut mettre un terme au télétravail lorsque le membre du personnel commet une faute qui entraîne la perte de confiance dans le télétravailleur, lorsque les accords prévus ne sont pas respectés ou lorsque la fonction du membre du personnel a évolué si bien que le télétravail n'est plus possible. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel motive sa décision et en informe le membre du personnel, après l'avoir entendu. La cessation du télétravail prend effet dix jours suivant la date à laquelle la décision précitée a été prise, ou, le cas échéant, après l'appel prévu au § 3.
La cessation du télétravail à l'initiative du membre du personnel doit être demandée au moins quatorze jours à l'avance. Le télétravail prend fin le premier jour du mois suivant.
Il n'est pas mis fin au télétravail lorsque le membre du personnel est nommé stagiaire ou lorsqu'une peine disciplinaire est infligée au membre du personnel, sauf si le comité de direction le décide explicitement.
§ 3. Le membre du personnel peut introduire un recours auprès du comité de direction de la juridiction dans laquelle il est actif :
1° lorsque le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel a pris une décision négative concernant la demande de télétravail ;
2° lorsqu'il n'est pas d'accord avec la suspension du télétravail par le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel ;
3° lorsqu'il n'est pas d'accord avec le fait que le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel mette fin au télétravail.
Le recours est introduit dans un délai de 10 jours suivant la date à laquelle la décision est prise. Le membre du personnel peut se faire assister par la personne de son choix. Le comité de direction rend sa décision concernant l'octroi, la suspension ou la fin du télétravail dans les vingt et un jours ouvrables suivant la date à laquelle le recours a été introduit.]1
La suspension du télétravail à l'initiative du supérieur hiérarchique ou du chef fonctionnel peut être demandée, après avoir entendu le membre du personnel, si le bon fonctionnement du service l'exige, si une enquête disciplinaire a été entamée ou à la suite d'une mention finale défavorable dans le cadre des cycles d'évaluation. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel motive sa décision et informe le membre du personnel de la suspension temporaire. La suspension prend cours dix jours après la décision précitée ou le cas échéant, après l'appel prévu au § 3.
§ 2. Le membre du personnel, son supérieur hiérarchique ou son chef fonctionnel peut mettre fin au télétravail.
Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel peut mettre un terme au télétravail lorsque le membre du personnel commet une faute qui entraîne la perte de confiance dans le télétravailleur, lorsque les accords prévus ne sont pas respectés ou lorsque la fonction du membre du personnel a évolué si bien que le télétravail n'est plus possible. Le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel motive sa décision et en informe le membre du personnel, après l'avoir entendu. La cessation du télétravail prend effet dix jours suivant la date à laquelle la décision précitée a été prise, ou, le cas échéant, après l'appel prévu au § 3.
La cessation du télétravail à l'initiative du membre du personnel doit être demandée au moins quatorze jours à l'avance. Le télétravail prend fin le premier jour du mois suivant.
Il n'est pas mis fin au télétravail lorsque le membre du personnel est nommé stagiaire ou lorsqu'une peine disciplinaire est infligée au membre du personnel, sauf si le comité de direction le décide explicitement.
§ 3. Le membre du personnel peut introduire un recours auprès du comité de direction de la juridiction dans laquelle il est actif :
1° lorsque le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel a pris une décision négative concernant la demande de télétravail ;
2° lorsqu'il n'est pas d'accord avec la suspension du télétravail par le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel ;
3° lorsqu'il n'est pas d'accord avec le fait que le supérieur hiérarchique ou le chef fonctionnel mette fin au télétravail.
Le recours est introduit dans un délai de 10 jours suivant la date à laquelle la décision est prise. Le membre du personnel peut se faire assister par la personne de son choix. Le comité de direction rend sa décision concernant l'octroi, la suspension ou la fin du télétravail dans les vingt et un jours ouvrables suivant la date à laquelle le recours a été introduit.]1
Modifications
Art. 16. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 16. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 17. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.