Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 MAART 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-04-2021 en tekstbijwerking tot 15-07-2024)
Titre
5 MARS 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au financement d'une offre innovante en matière de soutien préventif aux familles(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-04-2021 et mise à jour au 15-07-2024)
Informations sur le document
Numac: 2021041122
Datum: 2021-03-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021041122
Date: 2021-03-05
Moniteur: Voir
Tekst (50)
Texte (50)
Hoofdstuk 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° actor: de actor, vermeld in artikel 18 van het decreet van 29 november 2013, die vernieuwend aanbod organiseert dat past in de doelstellingen, vermeld in dit besluit;
2° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Opgroeien regie, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
3° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de actor in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de specifieke context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van de doelstellingen, vermeld in dit besluit;
4° decreet van 20 april 2012: het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
5° decreet van 29 november 2013: het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning;
6° doelstellingen preventieve gezinsondersteuning: de doelstellingen, vermeld in artikel 5 en 6 van het decreet van 29 november 2013;
7° Huis van het Kind: het samenwerkingsverband met een erkenning als vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning;
8° integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag;
9° meerjarenplanning: meerjarenplanning, vermeld in artikel 254 en 255 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
10° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsveld opgroeien;
11° netwerkpartner: de partner die aanbod of specifieke expertise inbrengt in het netwerk in functie van het realiseren van de doelstellingen en opdrachten, vermeld in dit besluit;
[1 11° /1 OverKopnetwerk: een OverKopnetwerk dat erkend is op basis van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 tot toekenning van een subsidie aan de OverKopnetwerken voor de uitvoering van de opdrachten inzake psycho-educatie ter ondersteuning van het jeugdwerk binnen hun werkingsgebied en over de erkenning van de OverKopnetwerken;]1
12° vernieuwend aanbod: het aanbod dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 of artikel 13.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° acteur : l'acteur, visé à l'article 18 du décret du 29 novembre 2013, qui organise une offre innovante qui s'inscrit dans les objectifs visés au présent arrêté ;
2° agence : l'agence autonomisée interne " Opgroeien regie ", créée par le décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie (" Opgroeien regie ") ;
3° pouvoir gestionnel : la mesure dans laquelle l'acteur est en mesure de mener une politique indépendante, compte tenu de la marge de manoeuvre politique disponible, de ses propres objectifs et du contexte spécifique, et la mesure dans laquelle les activités du responsable et des collaborateurs sont alignées en fonction des objectifs visés au présent arrêté ;
4° décret du 20 avril 2012 : le décret du 20 avril 2012 portant organisation de l'accueil de bébés et de bambins ;
5° décret du 29 novembre 2013 : le décret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien préventif aux familles ;
6° objectifs du soutien préventif aux familles : les objectifs visés aux articles 5 et 6 du décret du 29 novembre 2013 ;
7° " Huis van het Kind " (Maison de l'Enfant) : le partenariat disposant d'un agrément, visé à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mars 2014 portant exécution du décret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien préventif aux familles ;
8° intégrité : respecter les normes et valeurs en vigueur, au moins dans ses rapports avec les familles, les enfants et les collaborateurs, en mettant l'accent sur la gestion positive de la diversité, la prévention de la discrimination et du comportement illicite, et la réaction appropriée à ces derniers ;
9° plan pluriannuel : plan pluriannuel, visé aux articles 254 et 255 du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
10° ministre : le Ministre flamand ayant le secteur politique du grandir dans ses attributions ;
11° partenaire du réseau : le partenaire qui apporte au réseau une offre ou une expertise spécifique en fonction de la réalisation des objectifs et missions visés au présent arrêté ;
[1 11° /1 réseau OverKop : un réseau OverKop agréé en vertu de l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2023 octroyant une subvention aux réseaux OverKop pour l'exécution des missions de psychoéducation visant à soutenir le travail de jeunesse au sein de leur zone d'action et relatif à l'agrément des réseaux OverKop ; ]1
12° offre innovante : l'offre qui répond aux conditions visées à l'article 9 ou à l'article 13.
Hoofdstuk 2. - Subsidie aan Huizen van het Kind
CHAPITRE 2. - Subvention aux Maisons de l'Enfant
Afdeling 1. - Subsidie
Section 1re. - Subvention
Art. 2. Het agentschap kan een subsidie voor vernieuwend aanbod, vermeld in artikel 9, van 50.000 euro (vijftigduizend euro) op jaarbasis toekennen aan een actor die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
De subsidie, vermeld in het eerste lid, kan mee worden gefinancierd vanuit een andere entiteit van de Vlaamse overheid dan het agentschap.
De minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de entiteit van de Vlaamse overheid van waaruit de subsidie mee wordt gefinancierd, kunnen nadere regels bepalen over de cofinanciering, vermeld in vorig lid.
Art. 2. L'agence peut accorder une subvention pour une offre innovante, visée à l'article 9, de 50.000 euros (cinquante mille euros) sur une base annuelle à un acteur qui répond aux conditions visées au présent arrêté.
La subvention visée à l'alinéa 1er peut être cofinancée par une autre entité de l'Autorité flamande que l'agence.
Le ministre et le ministre flamand compétent pour l'entité de l'Autorité flamande qui cofinance la subvention, peuvent arrêter des modalités relatives au cofinancement, visé à l'alinéa précédent.
Art. 3. Het agentschap kent de jaarlijkse subsidie, vermeld in artikel 2, toe voor een periode van drie jaar.
De beslissing over de toekenning van de subsidies wordt genomen na een oproep.
Art. 3. L'agence accorde la subvention annuelle, visée à l'article 2, pour une période de trois ans.
La décision relative à l'octroi des subventions est prise après un appel.
Afdeling 2. - Doelstellingen
Section 2. - Objectifs
Art. 4. Het vernieuwend aanbod, vermeld in artikel 9, wordt georganiseerd om doelstellingen preventieve gezinsondersteuning te verwezenlijken in combinatie met minstens een van de volgende doelstellingen:
1° bijdragen aan de inburgering van nieuwkomers, namelijk kinderen, jongeren en hun gezin, en hen ondersteunen;
2° versterken van ontwikkelings- en onderwijskansen van kinderen en hen ondersteunen;
3° ondersteunen van gezinnen met het oog op opleiding en tewerkstelling;
4° bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van onderbescherming en kinderarmoede.
Het vernieuwend aanbod richt zich tot alle gezinnen met kinderen, kinderen en aanstaande ouders. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
Het vernieuwend aanbod sluit zo veel mogelijk aan bij en is in elk geval niet in strijd met de meerjarenplanning van het lokaal bestuur.
In het eerste lid wordt verstaan onder onderbescherming: iedere situatie waarin iemand niet al zijn sociale grondrechten kan realiseren.
Art. 4. L'offre innovante, visée à l'article 9, est organisée afin de réaliser des objectifs du soutien préventif aux familles en combinaison avec au moins un des objectifs suivants :
1° contribuer à l'insertion civique des nouveaux arrivants, à savoir des enfants, des jeunes et de leur famille, et les soutenir ;
2° renforcer les opportunités de développement et d'éducation des enfants, et les soutenir ;
3° soutenir les familles en vue de la formation et de l'emploi ;
4° contribuer à prévenir et à combattre la sous-protection et la pauvreté infantile.
L'offre innovante s'adresse à toutes les familles avec enfants, aux enfants et aux futurs parents. A cet égard, une attention particulière est prêtée aux familles vulnérables et aux enfants nécessitant des soins spécifiques.
L'offre innovante se conforme autant que possible au planning pluriannuel de l'administration locale, et n'est en tout cas pas contraire à celui-ci.
Dans l'alinéa 1er on entend par sous-protection : toute situation dans laquelle une personne n'est pas en mesure de réaliser l'ensemble de ses droits fondamentaux sociaux.
Art. 5. De doelstelling, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, wordt verwezenlijkt door volgende opdrachten uit te voeren:
1° ondersteuning bij de uitbouw van een sociaal netwerk;
2° verhoging van de sociale en maatschappelijke participatie van ouders en hun kinderen, onder meer door in te zetten op laagdrempelige oefenkansen voor ouders en kinderen om het Nederlands in een dagelijkse context te leren;
3° ondersteuning bij de opvang van het kind, als noodzakelijke voorwaarde om te participeren in de trajecten in het kader van integratie en inburgering. Daarbij wordt minstens een partner betrokken die de subsidie, vermeld in artikel 8 van het decreet van 20 april 2012, of de subsidie, vermeld in artikel 9 van hetzelfde decreet, ontvangt.
Art. 5. L'objectif visé à l'article 4, alinéa 1er, 1°, est atteint par la réalisation des tâches suivantes :
1° le soutien au développement d'un réseau social ;
2° l'augmentation de la participation sociale et sociétale des parents et de leurs enfants, notamment en mettant l'accent sur des possibilités accessibles pour les parents et les enfants de pratiquer le néerlandais dans un contexte quotidien ;
3° le soutien à l'accueil de l'enfant, comme condition nécessaire pour participer aux trajectoires d'intégration et d'insertion civique. A cet effet, au moins un partenaire est associé qui bénéficie de la subvention visée à l'article 8 du décret du 20 avril 2012, ou de la subvention visée à l'article 9 du même décret.
Art. 6. De doelstelling, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, wordt verwezenlijkt door volgende opdrachten uit te voeren:
1° participatie in opvang en onderwijs;
2° het faciliteren van pedagogische en zorgcontinuïteit;
3° het verminderen van laaggeletterdheid bij ouders.
Art. 6. L'objectif visé à l'article 4, alinéa 1er, 2°, est atteint par la réalisation des tâches suivantes :
1° la participation à l'accueil et à l'enseignement ;
2° la facilitation de la continuité pédagogique et des soins ;
3° la réduction de l'illettrisme des parents.
Art. 7. De doelstelling, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, wordt verwezenlijkt door volgende opdrachten uit te voeren:
1° ondersteuning bij de combinatie van werk en gezin en de combinatie van opleiding en gezin;
2° ondersteuning op het vlak van de domeinen die drempels vormen voor de aansluiting op de arbeidsmarkt;
3° ondersteuning bij de toeleiding naar werk, onder meer door leerwerkplekken te creëren;
4° ondersteuning bij de opvang van het kind, als noodzakelijke voorwaarde om te participeren in de begeleiding of in de ondersteuning. Daarbij wordt minstens een partner betrokken die de subsidie, vermeld in artikel 8 van het decreet van 20 april 2012, of de subsidie, vermeld in artikel 9 van het voormelde decreet, ontvangt.
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder leerwerkplek: een werkplek waar de ouder leerkansen krijgt in het kader van een opleiding of toeleiding naar werk.
Art. 7. L'objectif visé à l'article 4, alinéa 1er, 3°, est atteint par la réalisation des tâches suivantes :
1° le soutien à la conciliation travail-famille et à la conciliation formation-famille ;
2° le soutien dans les domaines qui constituent des obstacles à l'accès au marché de l'emploi ;
3° le soutien à l'orientation vers l'emploi, entre autres par la création de lieux d'apprentissage ;
4° le soutien à l'accueil de l'enfant, comme condition nécessaire pour participer à l'accompagnement ou au soutien. A cet effet, au moins un partenaire est associé qui bénéficie de la subvention visée à l'article 8 du décret du 20 avril 2012, ou de la subvention visée à l'article 9 du décret précité.
Dans l'alinéa 1er, 3°, on entend par lieu d'apprentissage : un lieu de travail où le parent bénéficie de possibilités d'apprentissage dans le cadre d'une formation ou d'une orientation vers l'emploi.
Art. 8. De doelstelling, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4°, wordt verwezenlijkt door volgende opdrachten uit te voeren:
1° het tijdig detecteren van kwetsbare gezinnen;
2° proactieve rechtenverkenning;
3° het stimuleren van volwaardige participatie door kinderen, jongeren en hun gezinnen aan basisvoorzieningen.
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder proactieve rechtenverkenning:
1° gezinnen op een structurele wijze ondersteunen zodat ze hun grondrechten om kinderen maximaal te ondersteunen in hun ontwikkeling kunnen realiseren;
2° gezinnen zelfredzaam maken met specifieke aandacht voor gezinnen in armoede.
Art. 8. L'objectif visé à l'article 4, alinéa 1er, 4°, est atteint par la réalisation des tâches suivantes :
1° la détection en temps utile des familles vulnérables ;
2° l'exploration proactive des droits ;
3° l'encouragement de la participation à part entière des enfants, des jeunes et de leurs familles aux services de base.
Dans l'alinéa 1er, 3°, on entend par exploration proactive des droits :
1° soutenir les familles de manière structurelle afin qu'elles puissent réaliser leurs droits fondamentaux à soutenir les enfants autant que possible dans leur développement ;
2° rendre les familles autonomes en accordant une attention particulière aux familles vivant dans la pauvreté.
Afdeling 3. - Vernieuwend aanbod
Section 3. - Offre innovante
Art. 9. De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt aangewend voor de organisatie van vernieuwend aanbod dat verwezenlijkt wordt volgens de volgende principes:
1° het Huis van het Kind werkt samen met netwerkpartners en vormt met hen een lokaal netwerk dat het vernieuwend aanbod realiseert in het kader van de opdrachten, vermeld in artikel 5 tot en met 8;
2° bij de realisatie van het vernieuwend aanbod, vermeld in punt 1°, werken alle partners binnen het lokaal netwerk geïntegreerd samen volgens de werkingsprincipes, vermeld in artikel 16.
Als het lokaal bestuur geen actor is in het Huis van het Kind, dan is het lokaal bestuur een verplichte netwerkpartner bij de organisatie van het vernieuwend aanbod.
Art. 9. La subvention mentionnée à l'article 2 est utilisée pour l'organisation d'une offre innovante qui est réalisée selon les principes suivants :
1° la Maison de l'Enfant collabore avec des partenaires du réseau et forme avec eux un réseau local qui réalise l'offre innovante dans le cadre des missions visées aux articles 5 à 8 ;
2° lors de la réalisation de l'offre innovante visée au point 1°, tous les partenaires du réseau local coopèrent de manière intégrée, selon les principes de travail visés à l'article 16.
Si l'administration locale n'est pas un acteur de la Maison de l'Enfant, l'administration locale est un partenaire de réseau obligatoire lors de l'organisation de l'offre innovante.
Hoofdstuk 3. - Subsidie aan [1 OverKopnetwerken]1
CHAPITRE 3. - Subvention [1 aux réseaux OverKop ]1
Afdeling 1. - Subsidie
Section 1. - Subvention
Art. 10. [1 Een OverKopnetwerk kan op jaarbasis, binnen de beschikbare begrotingskredieten, een subsidie voor vernieuwend aanbod als vermeld in artikel 13, van maximaal 100.000 euro (honderdduizend euro) per eerstelijnszone in zijn werkingsgebied ontvangen.]1
[1 Het maximale subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, kan naar beneden worden bijgesteld als uit de rapportering, vermeld in artikel 30, blijkt dat het subsidiebedrag te hoog is geraamd. Het maximale subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, kan ook bijgesteld worden op grond van eventuele begrotingsmaatregelen.
De subsidie wordt toegekend aan de actor die optreedt in naam en in vertegenwoordiging van het OverKopnetwerk en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 19 van dit besluit.]1

De subsidie, vermeld in het eerste lid, kan mee worden gefinancierd vanuit een andere entiteit van de Vlaamse overheid dan het agentschap.
De minister en de Vlaamse minister, bevoegd voor de entiteit van de Vlaamse overheid van waaruit de subsidie mee wordt gefinancierd, kunnen nadere regels bepalen over de cofinanciering, vermeld in vorig lid.
De benaming OverKophuis, samen met het bijbehorende logo, mag alleen gebruikt worden op voorwaarde dat het vernieuwend aanbod en de samenwerking tussen de betrokken actoren beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van dit besluit.
Art. 10. [1 Un réseau OverKop peut recevoir sur une base annuelle, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, une subvention pour offre innovante, visée à l'article 13, d'un montant maximum de 100 000 euros (cent mille euros) par zone de première ligne dans sa zone d'action]1.
[1 Le montant maximal de subvention visé à l'alinéa 1er peut être ajusté à la baisse si le rapport mentionné à l'article 30 montre que le montant de la subvention a été surestimé. Le montant maximal de subvention visé à l'alinéa 1er peut également être ajusté sur la base d'éventuelles mesures budgétaires.
La subvention est accordée à l'acteur qui agit au nom du réseau OverKop et le représente, et qui remplit les conditions énoncées à l'article 19 du présent arrêté. ]1

La subvention visée à l'alinéa 1er peut être cofinancée par une autre entité de l'Autorité flamande que l'agence.
Le ministre et le ministre flamand compétent pour l'entité de l'Autorité flamande qui cofinance la subvention, peuvent arrêter des modalités relatives au cofinancement, visé à l'alinéa précédent.
La dénomination OverKophuis, ainsi que le logo associé, ne peuvent être utilisés que si l'offre innovante et la coopération entre les acteurs concernés répondent aux conditions visées au chapitre 3 du présent arrêté.
Art. 11. Het agentschap kent de jaarlijkse subsidie, vermeld in artikel 10, toe voor een periode [1 die eindigt op 31 december 2025]1.
De beslissing over de toekenning van de subsidies wordt genomen na een oproep.
Art. 11. L'agence accorde la subvention annuelle, visée à l'article 10, pour une période [1 qui prend fin le 31 décembre 2025]1.
La décision relative à l'octroi des subventions est prise après un appel.
Afdeling 2. - Doelstellingen
Section 2. - Objectifs
Art. 12. Het vernieuwend aanbod, vermeld in artikel 13, wordt georganiseerd om doelstellingen preventieve gezinsondersteuning te verwezenlijken, minstens voor de volgende opdrachten:
1° jongeren gepast ondersteunen op het vlak van mentaal welzijn;
2° voortbouwen op informele ontmoeting om ondersteunende sociale netwerken rond en sociale verbinding tussen jongeren te scheppen;
3° jongeren ondersteunen op het vlak van verschillende levensdomeinen met het oog op volwaardige participatie in de samenleving.
Het vernieuwend aanbod richt zich tot alle jongeren. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar jongeren in kwetsbare situaties.
De doelstellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook worden verwezenlijkt in combinatie met andere doelstellingen binnen de volgende beleidsdomeinen, beleidsvelden of inhoudelijke structuurelementen: de jeugd, de gelijke kansen en de inburgering en de integratie, onderwijs en vorming, werk en de sociale economie en armoedebeleid.
Art. 12. L'offre innovante, visée à l'article 13, est organisée afin de réaliser des objectifs du soutien préventif aux familles, au moins pour les missions suivantes :
1° soutenir les jeunes de manière appropriée en termes de bien-être mental ;
2° s'appuyer sur les rencontres informelles pour créer des réseaux sociaux de soutien autour des jeunes et des liens sociaux entre les jeunes ;
3° soutenir les jeunes dans différents domaines de la vie en vue de leur pleine participation à la société.
L'offre innovante s'adresse à tous les jeunes. Une attention particulière est accordée aux jeunes en situation de vulnérabilité.
Les objectifs visés à l'alinéa 1er peuvent également être atteints en combinaison avec d'autres objectifs dans les domaines politiques, secteurs politiques ou éléments structurels de fond suivants : la jeunesse, l'égalité des chances et l'insertion civique et l'intégration, l'enseignement et la formation, l'emploi et l'économie sociale et la politique de lutte contre la pauvreté.
Afdeling 3. - Vernieuwend aanbod
Section 3. - Offre innovante
Art. 13. De subsidie, vermeld in artikel 10, wordt aangewend voor de organisatie van vernieuwend aanbod dat verwezenlijkt wordt volgens de volgende principes:
[1 de netwerkpartners, vermeld in artikel 14, zesde lid, vormen een OverKopnetwerk en werken samen om het vernieuwende aanbod te realiseren in het kader van de opdrachten, vermeld in artikel 12]1;
2° bij de realisatie van het vernieuwend aanbod, vermeld in punt 1°, werken alle partners binnen het netwerk geïntegreerd samen volgens de werkingsprincipes, vermeld in artikel 16.
Art. 13. La subvention mentionnée à l'article 10 est utilisée pour l'organisation d'une offre innovante qui est réalisée selon les principes suivants :
[1 les partenaires du réseau visés à l'article 14, alinéa 6, forment un réseau OverKop et travaillent ensemble à la réalisation de l'offre innovante dans le cadre des missions énumérées à l'article 12]1 ;
2° lors de la réalisation de l'offre innovante visée au point 1°, tous les partenaires du réseau coopèrent de manière intégrée, selon les principes de travail visés à l'article 16.
Art. 14. Het [1 OverKopnetwerk]1 dat de subsidie, vermeld in artikel 10, ontvangt, realiseert binnen zijn werkingsgebied minimaal het volgende aanbod, waarbij het aanbod, vermeld in punt 2° tot en met 4°, met een zekere regelmaat wordt aangeboden om de opdrachten, vermeld in artikel 12, te realiseren:
1° een of meer fysieke locaties waar de ontmoeting tussen jongeren mogelijk gemaakt wordt en waar jongeren in een ongedwongen sfeer in gesprek kunnen gaan over hun welbevinden, en waar ze daarnaast ook ondersteund kunnen worden op verschillende levensdomeinen;
2° kosteloze, toegankelijke en laagdrempelige ondersteuning op verschillende levensdomeinen, met inbegrip van ontsluiting van onlineaanbod, die geïntegreerd wordt binnengebracht in de basisvoorziening en aansluit bij de behoeften en belangen van jongeren;
3° acties die inzetten op geestelijke gezondheidsbevordering en het bespreekbaar maken van mentaal welzijn;
4° het actief bijschakelen van meer gespecialiseerde dienstverlening op het domein van mentaal welzijn of op de andere levensdomeinen die bijdragen tot actieve participatie aan de samenleving.
In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder bijschakelen: een actor met specifiekere of meer gespecialiseerde competenties actief betrekken in de basisvoorziening.
Het vernieuwend aanbod, vermeld in het eerste lid, wordt door de jongere zelf mee vormgegeven. Het [1 OverKopnetwerk]1 laat de jongere daar een actieve rol in spelen en versterkt de jongere om op het vlak van mentaal welzijn ook zelf acties te ondernemen.
Het [1 OverKopnetwerk]1 organiseert het vernieuwend aanbod, vermeld in het eerste lid, binnen het werkingsgebied op een of meer fysieke locaties. Het aantal locaties en waar die zich bevinden, wordt onder andere bepaald op basis van de omgevingsanalyse die deel uitmaakt van het ondernemingsplan.
Het [1 OverKopnetwerk]1 gaat actief in gesprek met het lokaal bestuur dat belangstelling heeft voor een fysieke locatie in hun gemeente of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Onder lokaal bestuur wordt verstaan: het gemeentebestuur en het bestuur van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, wat het Nederlandse taalgebied betreft, of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wat het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad betreft.
Het [1 OverKopnetwerk]1 en minimaal de volgende netwerkpartners nemen gezamenlijke verantwoordelijkheid op om het aanbod, vermeld in het eerste lid, te ontwikkelen en uit te voeren:
1° de lokale besturen van de gemeenten waar zich een fysieke locatie bevindt, wat het Nederlandse taalgebied betreft, of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wat het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad betreft;
2° het samenwerkingsverband bedoeld in de omzendbrief Eén Gezin Eén Plan van 16 juni 2020 dat actief is in het werkingsgebied;
3° relevante partners op het vlak van jeugd(welzijns)werk;
4° het centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW), vermeld in artikel 6 en 7 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
5° relevante partners op het vlak van geestelijke gezondheidsbevordering en -zorg;
6° relevante partners op vlak van onderwijs.
De minister kan nadere regels bepalen over het werkingsgebied van een [1 OverKopnetwerk]1.
Art. 14. [1 Le réseau OverKop]1 qui reçoit la subvention visée à l'article 10 réalise l'offre minimale suivante dans sa zone d'action, en offrant l'offre visée aux points 2° à 4° avec une certaine régularité afin de réaliser les missions visées à l'article 12 :
1° un ou plusieurs lieux physiques où les jeunes peuvent se rencontrer et parler de leur bien-être dans une atmosphère détendue, et où ils peuvent également recevoir un soutien dans différents domaines de leur vie ;
2° un soutien gratuit et accessible à tous dans les différents domaines de la vie, y compris la fourniture de services en ligne, qui est intégré dans l'offre de base et répond aux besoins et aux intérêts des jeunes ;
3° des actions visant à promouvoir la santé mentale et à sensibiliser au bien-être mental ;
4° l'appel actif à des services plus spécialisés dans le domaine du bien-être mental ou dans les autres domaines de la vie qui contribuent à une participation active à la société.
Dans l'alinéa 1er, 4°, on entend par appel : associer activement dans l'offre de base un acteur disposant de compétences plus spécifiques ou plus spécialisées.
Le jeune lui-même participe à la concrétisation de l'offre innovante, visée à l'alinéa 1er. [1 Le réseau OverKop]1 y attribue un rôle actif au jeune, et renforce le jeune pour qu'il entreprenne lui-même des actions dans le domaine du bien-être mental.
[1 Le réseau OverKop]1 organise l'offre innovante, visée à l'alinéa 1er, dans un ou plusieurs lieux physiques de sa zone d'action. Le nombre et la localisation des sites sont déterminés entre autres sur la base de l'analyse environnementale qui fait partie du plan d'entreprise.
[1 Le réseau OverKop]1 entame un dialogue actif avec l'administration locale intéressée par un lieu physique dans leur commune ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale. Par administration locale, on entend : l'administration communale et l'administration du Centre public d'action sociale, pour la région de langue néerlandaise, ou la Commission communautaire flamande, pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
[1 Le réseau OverKop]1 et au moins les partenaires de réseau suivants assument la responsabilité conjointe du développement et de la mise en oeuvre de l'offre visée à l'alinéa 1er :
1° les administrations locales des communes dans lesquelles se trouve un lieu physique, pour la région de langue néerlandaise, ou la Commission communautaire flamande, pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
2° le partenariat visé à la circulaire " Eén Gezin Eén Plan " du 16 juin 2020, qui est actif dans la zone d'action ;
3° des partenaires pertinents dans le domaine de l'aide (sociale) à la jeunesse ;
4° le centre d'aide sociale générale (CAW), visé aux articles 6 et 7 du décret du 8 mai 2009 relatif à l`aide sociale générale ;
5° des partenaires pertinents dans le domaine de la promotion et des soins de la santé mentale ;
6° des partenaires pertinents dans le domaine de l'enseignement.
Le ministre peut arrêter des modalités relatives à la zone d'action d'une OverKophuis.
Hoofdstuk 4. - Werkingsprincipes netwerk
CHAPITRE 4. - Principes de fonctionnement du réseau
Art. 15. De subsidie, vermeld in artikel 2, en de subsidie, vermeld in artikel 10, worden ingezet voor het vernieuwend aanbod dat wordt verwezenlijkt volgens de werkingsprincipes, vermeld in artikel 16.
Art. 15. La subvention visée à l'article 2 et la subvention visée à l'article 10 sont utilisées pour l'offre innovante qui est réalisée selon les principes de fonctionnement visés à l'article 16.
Art. 16. Bij de ontwikkeling en de verwezenlijking van vernieuwend aanbod werken de actor die de subsidie, vermeld in artikel 2 of artikel 10, ontvangt, en zijn netwerkpartners geïntegreerd samen volgens de volgende werkingsprincipes:
1° ze realiseren de doelstellingen vanuit een gedeelde beoogde impact op de doelgroep. Ze bepalen daarbij ook de gewenste tussentijdse impact;
2° ze realiseren systematisch en intensief de participatie van kinderen, jongeren en hun relevante context, en van andere relevante partners bij de opmaak van het ondernemingsplan en bij de verwezenlijking van het vernieuwend aanbod en de zelfevaluatie, vermeld in artikel 17;
3° ze verzekeren dat het vernieuwend aanbod bruikbaar, beschikbaar, betaalbaar, bereikbaar, bekend, begrijpbaar en betrouwbaar is voor kinderen, jongeren en hun relevante context. Daarbij worden gericht acties ondernomen ten aanzien van de gezinnen en jongeren die nog niet worden bereikt en wordt het vernieuwend aanbod actief bekend gemaakt.
De actor en zijn netwerkpartners werken zoveel mogelijk flankerend en in aansluiting op de opdrachten vanuit de betrokken beleidsdomeinen, beleidsvelden of inhoudelijke structuurelementen, waaronder de draaischijffunctie van de centra voor leerlingenbegeleiding.
Art. 16. Lors de l'élaboration et de la réalisation d'une offre innovante, l'acteur bénéficiant de la subvention visée à l'article 2 ou à l'article 10 et ses partenaires de réseau coopèrent de manière intégrée, selon les principes de fonctionnement suivants :
1° ils atteignent les objectifs sur la base d'un impact envisagé partagé sur le groupe cible. Ils déterminent également l'impact intermédiaire souhaité ;
2° ils réalisent systématiquement et intensivement la participation des enfants, des jeunes et de leur contexte pertinent, ainsi que d'autres partenaires pertinents, à l'élaboration du plan d'entreprise et à la réalisation de l'offre innovante et de l'auto-évaluation, mentionnées à l'article 17 ;
3° ils garantissent que l'offre innovante est utilisable, disponible, abordable, accessible, connue, compréhensible et fiable pour les enfants, les jeunes et leur contexte pertinent. Des actions ciblées seront menées à l'égard des familles et des jeunes qui ne sont pas encore atteints et l'offre innovante sera activement communiquée.
L'acteur et ses partenaires de réseau adoptent autant que possible une approche d'encadrement et d'alignement sur les missions des domaines politiques, des secteurs politiques ou des éléments structurels de fond concernés, y compris le rôle de plaque tournante des centres d'encadrement des élèves.
Art. 17. De actor die de subsidie, vermeld in artikel 2 of artikel 10, ontvangt, maakt, samen met zijn netwerkpartners, een zelfevaluatie. De zelfevaluatie heeft betrekking op de volgende aspecten:
1° de mate waarin het ondernemingsplan wordt gerealiseerd en de beoogde doelstellingen worden bereikt;
2° de samenwerking tussen de verschillende partners die betrokken zijn bij de uitvoering van het vernieuwend aanbod;
3° de kwaliteit van het vernieuwend aanbod, minstens voor de bruikbaarheid, de beschikbaarheid, de betaalbaarheid, de bereikbaarheid, de bekendheid, de begrijpbaarheid en de betrouwbaarheid ervan.
Art. 17. L'acteur qui bénéficie de la subvention visée à l'article 2 ou à l'article 10 procède à une auto-évaluation, conjointement avec ses partenaires du réseau. L'auto-évaluation porte sur les aspects suivants :
1° la mesure dans laquelle le plan d'entreprise est réalisé et les objectifs envisagés sont atteints ;
2° la coopération entre les différents partenaires associés à la mise en oeuvre de l'offre innovante ;
3° la qualité de l'offre innovante, au moins pour son utilité, sa disponibilité, son caractère abordable, son accessibilité, sa visibilité, sa compréhensibilité et sa fiabilité.
Hoofdstuk 5. - Procedurele en andere bepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions procédurales et autres
Art. 18. Om de subsidie, vermeld in artikel 2, te kunnen ontvangen, voldoet de actor aan al de volgende voorwaarden:
1° de actor is een Huis van het Kind;
2° de actor voert een gezond financieel beleid;
3° de actor dient een ontvankelijke aanvraag in conform artikel 20;
4° de actor maakt, samen met zijn netwerkpartners, een ondernemingsplan op en voegt dat ondernemingsplan bij de aanvraag. Het ondernemingsplan bevat:
a) een omgevingsanalyse, waarin de behoeften, het bestaande aanbod en de mogelijkheden in kaart worden gebracht;
b) een overzicht van de doelstellingen, acties en beoogde resultaten, met het bijbehorende tijdpad;
c) een overzicht van de netwerkpartners, de concrete rol die ze opnemen, en hun eigen inbreng om het vernieuwend aanbod van het Huis van het Kind mee vorm en inhoud te geven;
d) de concrete engagementen van het netwerk bij de werkingsprincipes, vermeld in artikel 16;
5° de actor heeft het beleidsvoerend vermogen en de integriteit om, samen met de netwerkpartners, een kwaliteitsvol en duurzaam vernieuwend aanbod te verwezenlijken.
Als het Huis van het Kind, vermeld in het eerste lid, punt 1°, de vorm heeft van een feitelijke vereniging, dan treedt, in afwijking van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning, het lokaal bestuur op als vertegenwoordiger van de feitelijke vereniging en als ontvanger van de subsidie, vermeld in artikel 2.
In afwijking van het voorgaande lid kan het betrokken lokaal bestuur beslissen om niet op te treden als ontvanger van de subsidie, vermeld in artikel 2. In dat geval treedt de gewoonlijke vertegenwoordiger, aangewezen conform artikel 17 van voormeld besluit, op als ontvanger van de subsidie, vermeld in artikel 2.
Art. 18. Pour être éligible à la subvention, visée à l'article 2, l'acteur répond aux conditions suivantes :
1° l'acteur est une Maison de l'Enfant ;
2° l'acteur mène une politique financière saine ;
3° l'acteur introduit une demande recevable conformément à l'article 20 ;
4° l'acteur élabore un plan d'entreprise conjointement avec ses partenaires de réseau, et joint ce plan d'entreprise à la demande. Le plan d'entreprise comprend :
a) une analyse de l'environnement, dans laquelle sont identifiés les besoins, l'offre existante et les possibilités ;
b) un aperçu des objectifs, des actions et des résultats envisagés, avec le calendrier correspondant ;
c) un aperçu des partenaires du réseau, du rôle spécifique qu'ils assument et de leur propre contribution à l'élaboration et à la concrétisation de l'offre innovante de la Maison de l'Enfant ;
d) les engagements concrets du réseau vis-à-vis des principes de fonctionnement mentionnés à l'article 16 ;
5° l'acteur dispose du pouvoir gestionnel et de l'intégrité nécessaires pour mettre en place une offre innovante de haute qualité et durable, en collaboration avec les partenaires du réseau.
Si la Maison de l'Enfant visée à l'alinéa 1er, point 1°, prend la forme d'une association de fait, alors, par dérogation à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mars 2014 portant exécution du décret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien préventif aux familles, l'administration locale agit en tant que représentant de l'association de fait et en tant que bénéficiaire de la subvention visée à l'article 2.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'administration locale concernée peut décider de ne pas agir en tant que bénéficiaire de la subvention visée à l'article 2. Dans ce cas, le représentant habituel désigné conformément à l'article 17 de l'arrêté précité agit en tant que bénéficiaire de la subvention mentionnée à l'article 2.
Art. 19. Om de subsidie, vermeld in artikel 10, te kunnen ontvangen, voldoet de actor aan al de volgende voorwaarden:
1° de actor is opgericht als een rechtspersoon zonder winstoogmerk;
2° de actor voert een gezond financieel beleid;
3° de actor dient een ontvankelijke aanvraag in conform artikel 20;
4° de actor beschikt over een of meer fysieke locaties waar de geïntegreerde werking voor jongeren plaatsvindt;
5° de actor realiseert een aanbod dat voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 14;
6° de actor maakt, samen met zijn netwerkpartners, een ondernemingsplan op en voegt dat ondernemingsplan bij de aanvraag. Het ondernemingsplan bevat:
a) een omgevingsanalyse, waarin de behoeften, het bestaande aanbod en de mogelijkheden in kaart worden gebracht;
b) een overzicht van de operationele doelstellingen, acties en beoogde resultaten, met het bijbehorende tijdpad;
c) een overzicht van de netwerkpartners, de concrete rol die ze opnemen, en hun eigen inbreng om het vernieuwend aanbod van het OverKophuis mee vorm en inhoud te geven;
d) een weergave van de fysieke locaties binnen het werkingsgebied in kwestie;
e) de concrete engagementen van het netwerk bij de werkingsprincipes, vermeld in artikel 16;
7° de actor heeft het beleidsvoerend vermogen en de integriteit om, samen met de netwerkpartners, een kwaliteitsvol en duurzaam vernieuwend aanbod te verwezenlijken.
Art. 19. Pour être éligible à la subvention, visée à l'article 10, l'acteur répond aux conditions suivantes :
1° l'acteur a été créé comme une personne morale sans but lucratif ;
2° l'acteur mène une politique financière saine ;
3° l'acteur introduit une demande recevable conformément à l'article 20 ;
4° l'acteur dispose d'un ou plusieurs lieux physiques où se déroule l'action intégrée en faveur des jeunes ;
5° l'acteur réalise une offre qui satisfait aux exigences visées à l'article 14 ;
6° l'acteur élabore un plan d'entreprise conjointement avec ses partenaires de réseau, et joint ce plan d'entreprise à la demande. Le plan d'entreprise comprend :
a) une analyse de l'environnement, dans laquelle sont identifiés les besoins, l'offre existante et les possibilités ;
b) un aperçu des objectifs opérationnels, des actions et des résultats envisagés, avec le calendrier correspondant ;
c) un aperçu des partenaires du réseau, du rôle spécifique qu'ils assument et de leur propre contribution à l'élaboration et à la concrétisation de l'offre innovante de l'OverKophuis ;
d) une représentation des lieux physiques dans la zone d'action concernée ;
e) les engagements concrets du réseau vis-à-vis des principes de fonctionnement mentionnés à l'article 16 ;
7° l'acteur dispose du pouvoir gestionnel et de l'intégrité nécessaires pour mettre en place une offre innovante de haute qualité et durable, en collaboration avec les partenaires du réseau.
Art. 20. Een subsidieaanvraag als vermeld in artikel 18, 3°, en een subsidieaanvraag als vermeld in artikel 19, 3°, is ontvankelijk als de actor de aanvraag indient met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt, en als de aanvraag aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze is tijdig verstuurd;
2° ze is volledig ingevuld en bevat de volgende gegevens:
a) de identificatie- en contactgegevens van de actor die de aanvraag indient, en voor de subsidie, vermeld in artikel 10, de adresgegevens van de rechtspersoon;
b) de rechtsvorm;
c) de identificatie- en contactgegevens van de contactpersoon die de actor heeft aangesteld;
d) voor de subsidie, vermeld in artikel 10, het werkingsgebied en de adresgegevens van de locatie waar er fysiek aanbod wordt georganiseerd;
e) voor de subsidie, vermeld in artikel 2, het werkingsgebied, of het deel ervan, waarin het aanbod wordt gerealiseerd;
3° ze is rechtsgeldig ondertekend;
4° ze bevat het ondernemingsplan dat aantoonbaar in samenwerking met de netwerkpartners is opgemaakt;
5° ze vermeldt het engagement om actief deel te nemen aan de opvolging, vermeld in artikel 30.
In het eerste lid, 2°, e), wordt verstaan onder werkingsgebied: het gebied of een deel van het gebied, vermeld in artikel 9 van het decreet van 29 november 2013.
Art. 20. Une demande de subvention telle que visée à l'article 18, 3°, et une demande de subvention telle que visée à l'article 19, 3°, sont recevables si l'acteur soumet la demande au moyen du formulaire de demande mis à disposition par l'agence, et si la demande remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle a été envoyée à temps ;
2° elle a été dûment complétée et contient les informations suivantes :
a) les données d'identification et de contact de l'acteur qui introduit la demande et, pour la subvention visée à l'article 10, l'adresse de la personne morale ;
b) la forme juridique ;
c) les données d'identification et de contact de la personne de contact désignée par l'acteur ;
d) pour la subvention visée à l'article 10, la zone d'action et l'adresse du lieu où l'offre physique est organisée ;
e) pour la subvention visée à l'article 2, la zone d'action, ou la partie de celle-ci, dans laquelle l'offre est réalisée ;
3° elle est valablement signée ;
4° elle contient le plan d'entreprise qui a été manifestement élaboré en coopération avec les partenaires du réseau ;
5° elle mentionne l'engagement de participer activement au suivi visé à l'article 30.
Dans l'alinéa 1er, 2°, e), on entend par zone d'action : la zone ou partie de la zone visée à l'article 9 du décret du 29 novembre 2013.
Art. 21. Om de subsidie, vermeld in artikel 2, of de subsidie, vermeld in artikel 10, te kunnen ontvangen, dient de aanvrager een ontvankelijke aanvraag in. Het agentschap beoordeelt of de subsidieaanvraag ontvankelijk is conform artikel 20.
Als de aanvraag onontvankelijk is, brengt het agentschap de aanvrager daarvan elektronisch en aangetekend op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop het agentschap de subsidieaanvraag heeft ontvangen.
Het agentschap kan aanvullende informatie vragen. De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie zo snel mogelijk aan het agentschap.
Art. 21. Pour être éligible à la subvention visée à l'article 2 ou à la subvention visée à l'article 10, le demandeur introduit une demande recevable. L'agence évalue la recevabilité de la demande de subvention conformément à l'article 20.
Si la demande est irrecevable, l'agence en informe le demandeur par voie électronique et recommandée, dans les 30 jours suivant la date de réception de la demande de subvention par l'agence.
L'agence peut demander des informations supplémentaires. Le demandeur transmet les informations supplémentaires demandées le plus tôt possible à l'agence.
Art. 22. Als de subsidieaanvraag ontvankelijk is, beoordeelt het agentschap de aanvraag en neemt een beslissing over de toekenning van de subsidie.
Het agentschap brengt de actor elektronisch op de hoogte van zijn beslissing. Bij een weigering van de subsidie brengt het agentschap de actor ook aangetekend op de hoogte. Die kennisgeving gebeurt binnen drie maanden na de laatste dag van de indieningstermijn.
Het agentschap kan aanvullende informatie vragen aan de actor die de aanvraag heeft ingediend. De actor bezorgt de gevraagde aanvullende informatie zo snel mogelijk aan het agentschap.
Art. 22. Si la demande de subvention est recevable, l'agence évalue la demande et prend une décision sur l'octroi de la subvention.
L'agence informe l'acteur par voie électronique de sa décision. Si la subvention est refusée, l'agence en informe également l'acteur par lettre recommandée. Cette notification est effectuée dans un délai de trois mois suivant le dernier jour du délai d'introduction.
L'agence peut demander des informations supplémentaires à l'acteur qui a introduit la demande. Le acteur transmet les informations supplémentaires demandées à l'agence dans les meilleurs délais.
Art. 23. Per provincie wordt minstens één subsidie als vermeld in artikel 2, toegekend. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt ook minstens één subsidie als vermeld in artikel 2, toegekend.
Er kan één subsidie als vermeld in artikel 11, per werkingsgebied worden toegekend.
Art. 23. Par province, au moins une subvention telle que visée à l'article 2est octroyée. Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, au moins une subvention telle que visée à l'article 2 est également accordée.
Par zone d'action, une subvention telle que visée à l'article 11 peut être accordée.
Art. 24. Het agentschap beoordeelt de ontvankelijke aanvraag inhoudelijk met het oog op de eventuele toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 2, en de subsidie, vermeld in artikel 10, kent een score toe aan de hand van volgende beoordelingscriteria en houdt daarbij rekening met het ondernemingsplan dat bij de aanvraag is gevoegd:
1° de omgevingsanalyse, waarbij een score van maximaal 30 punten kan worden toegekend;
2° het plan van aanpak, waarbij een score van maximaal 70 punten kan worden toegekend. Dit onderdeel wordt verder onderverdeeld in de onderdelen `impactgericht werken', `inzetten op participatie' en `inzetten op toegankelijkheid', waarbij telkens een score van maximaal 15 punten kan worden toegekend, en het onderdeel `deskundigheid en beleidsvoerend vermogen', waarbij een score van maximaal 25 punten kan worden toegekend.
Een aanvraag waaraan op basis van de beoordeling, vermeld in het eerste lid, een score wordt toegekend die lager is dan 60, wordt uitgesloten en komt niet in aanmerking voor de subsidie, vermeld in artikel 2, of respectievelijk voor de subsidie, vermeld in artikel 10.
Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, kan het agentschap zich laten bijstaan door andere agentschappen bevoegd voor het betrokken beleidsdomein, beleidsveld of inhoudelijke structuurelement.
De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, en de subsidie, vermeld in artikel 10 van dit besluit, is uitgedrukt tegen 100% van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2021. De bedragen worden [1 voor 85 procent]1 geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. De aanpassing gebeurt telkens vanaf de tweede maand die volgt op de maand waarin een spilindex wordt bereikt of erop wordt teruggebracht.
Art. 24. L'agence évalue le contenu de la demande recevable en vue de l'octroi éventuel de la subvention visée à l'article 2 et de la subvention visée à l'article 10, et attribue un score sur la base des critères d'évaluation suivants, en tenant compte du plan d'entreprise accompagnant la demande :
1° l'analyse de l'environnement, pour laquelle un score de 30 points au maximum peut être attribué ;
2° le plan d'approche, pour lequel un score de 70 points au maximum peut être attribué. Cette partie est subdivisée en les sections " adopter une approche axée sur l'impact ", " investir dans la participation " et " investir dans l'accessibilité ", chacune d'entre elles pouvant obtenir un score maximal de 15 points, et la section " expertise et pouvoir gestionnel " qui peut obtenir un score maximal de 25 points.
Une demande qui obtient un score inférieur à 60 sur la base de l'évaluation visée à l'alinéa 1er, sera exclue et n'est pas éligible à la subvention visée à l'article 2, respectivement à la subvention visée à l'article 10.
Lors de l'évaluation visée à l'alinéa 1er, l'agence peut se faire assister par d'autres agences compétentes pour le domaine politique, le secteur politique ou l'élément structurel de fond concerné.
La subvention visée à l'article 2 du présent arrêté, et la subvention visée à l'article 10 du présent arrêté sont exprimées à 100 % de l'indice-pivot applicable au 1er janvier 2021. Les montants sont indexés [1 pour 85 %]1 conformément à la loi du 1 mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. L'adaptation a lieu chaque fois à partir du deuxième mois qui suit le mois où un indice-pivot est atteint ou y est ramené.
Art. 25. [1 Als de fysieke locatie van het OverKophuis wijzigt, brengt het OverKopnetwerk het agentschap daarvan op de hoogte uiterlijk binnen dertig dagen nadat de fysieke locatie is gewijzigd.]1
Art. 25. [1 En cas de changement du lieu physique de la maison OverKop, le réseau OverKop en informe l'agence au plus tard trente jours après le changement du lieu physique. ]1
Art. 26. Als het vernieuwend aanbod waarvoor de actor de subsidie, vermeld in artikel 2, of de subsidie, vermeld in artikel 10, ontvangt, wordt stopgezet of als de actor die de subsidie ontvangt, juridisch ophoudt te bestaan, dan wordt dat schriftelijk gemeld aan het agentschap. De subsidie wordt stopgezet vanaf de datum waarop de actor het vernieuwend aanbod heeft stopgezet.
In het geval, vermeld in het eerste lid, kan het agentschap de subsidie overdragen aan een andere actor binnen hetzelfde werkingsgebied, als die actor kan aantonen dat hij aan de voorwaarden voor de subsidie voldoet. De actor dient daarvoor een aanvraag tot overname van de subsidie in.
Het agentschap kan nadere richtlijnen bepalen over het overnameproces en kan daarvoor een formulier ter beschikking stellen.
Art. 26. La cessation de l'offre innovante pour laquelle l'acteur bénéficie de la subvention visée à l'article 2 ou de la subvention visée à l'article 10, ou la cessation juridique de l'acteur bénéficiaire de la subvention est notifiée par écrit à l'agence. La subvention est arrêtée à partir de la date à laquelle l'acteur a arrêté l'offre innovante.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'agence peut transférer la subvention à un autre acteur du même zone d'action, si cet acteur peut démontrer qu'il respecte les conditions prévues pour la subvention. L'acteur introduit à cet effet une demande de reprise de la subvention.
L'agence peut déterminer des directives détaillées sur le processus de reprise et peut mettre à disposition un formulaire à cet effet.
Art. 27. Het agentschap betaalt de subsidie, vermeld in artikel 2, en de subsidie, vermeld in artikel 10, jaarlijks uiterlijk op het einde van het eerste kwartaal van het jaar met een voorschot van 80% van het geraamde subsidiebedrag van dat jaar.
Voor het jaar waarin de subsidie wordt opgestart, wordt het voorschot uitbetaald na de beslissing tot toekenning van de subsidie conform artikel 28.
Na de verwerking van de rapportering, vermeld in artikel 30, en van de evaluatie, vermeld in artikel 17, wordt het saldo al dan niet volledig uitbetaald.
Art. 27. L'agence verse la subvention visée à l'article 2 et la subvention visée à l'article 10 chaque année au plus tard à la fin du premier trimestre, sous forme d'une avance de 80% du montant de subvention estimé pour l'année en question.
Pour l'année dans laquelle la subvention est lancée, l'avance est payée après la décision d'octroi de la subvention conformément à l'article 28.
Après le traitement du rapport visé à l'article 30 et de l'évaluation visée à l'article 17, le solde est payé en totalité ou en partie.
Art. 28. Voor het jaar waarin de subsidie wordt opgestart en voor het jaar waarin de subsidie wordt stopgezet, wordt het subsidiebedrag dat toegekend zou worden voor een volledig jaar, verminderd in evenredigheid met de werkelijke duur.
Art. 28. Pour l'année dans laquelle la subvention est lancée et pour l'année dans laquelle la subvention est arrêtée, le montant de la subvention qui serait octroyé pour une année entière est réduit proportionnellement à la durée réelle.
Hoofdstuk 6. - Opvolging en toezicht
CHAPITRE 6. - Suivi et contrôle
Art. 29. Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, is de begunstigde gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van de subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, en de subsidie, vermeld in artikel 10 van dit besluit, in een van de volgende gevallen:
1° als hij de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;
2° als hij de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;
3° als hij de in artikel 12, van dezelfde wet, bedoelde controle verhindert.
Blijft de begunstigde van de subsidie in gebreke de in artikel 11, van dezelfde wet, bedoelde verantwoording te verstrekken, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van dezelfde wet.
Art. 29. Conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, le bénéficiaire est tenu de rembourser immédiatement la subvention visée à l'article 2 du présent arrêté et la subvention visée à l'article 10 du présent arrêté dans l'un des cas suivants :
1° lorsqu'il ne respecte pas les conditions d'octroi de la subvention ;
2° lorsqu'il n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle a été accordée ;
3° lorsqu'il empêche le contrôle visé à l'article 12 de la même loi.
Si le bénéficiaire de la subvention omet de fournir la justification visée à l'article 11 de la même loi, il est tenu de rembourser la partie non justifiée conformément à l'article 13, alinéa 2, de la même loi.
Art. 30. Het agentschap oefent toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit.
Het Huis van het Kind dat de subsidie, vermeld in artikel 2, ontvangt en het [1 OverKopnetwerk]1 dat de subsidie, vermeld in artikel 10, ontvangt, kunnen op eenvoudig verzoek van het agentschap jaarlijks rapporteren over de aanwending van de subsidie, en over de samenwerking en de werkzaamheden met betrekking tot het vernieuwend aanbod.
Het Huis van het Kind dat de subsidie, vermeld in artikel 2, ontvangt en het [1 OverKopnetwerk]1 dat de subsidie, vermeld in artikel 10, ontvangt, bezorgen uiterlijk op 30 juni 2022 een inhoudelijke voortgangsrapportage aan het agentschap, die minimaal een overzicht bevat van de verwezenlijking van de doelstellingen, en een actueel zicht op het ondernemingsplan en op de het vernieuwend aanbod.
De minister kan de categorieën bepalen die worden gevraagd in de rapportage.
Art. 30. L'agence exerce le contrôle du respect des dispositions du présent arrêté.
La Maison de l'Enfant bénéficiant de la subvention visée à l'article 2 et [1 le réseau OverKop]1 bénéficiant de la subvention visée à l'article 10 peuvent, sur simple demande de l'agence, soumettre un rapport annuel sur l'affectation de la subvention, ainsi que sur la coopération et les activités liées à l'offre innovante.
La Maison de l'Enfant bénéficiant de la subvention visée à l'article 2 et [1 le réseau OverKop]1 bénéficiant de la subvention visée à l'article 10 soumettent à l'agence, au plus tard le 30 juin 2022, un rapport d'avancement de fond qui comprend au moins un aperçu de la réalisation des objectifs et une vision actualisée du plan d'entreprise et de l'offre innovante.
Le ministre peut déterminer les catégories qui seront requises dans les rapports.
Art. 31. Het agentschap evalueert dit besluit uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding ervan. Het agentschap betrekt de relevante partners bij die evaluatie. De evaluatie heeft minstens betrekking op de mate waarin de beoogde doelstellingen gerealiseerd worden en ook op de eventuele cofinanciering, vermeld in artikel 2, tweede lid of in [1 artikel 10, vierde lid]1.
Art. 31. L'agence évalue le présent arrêté au plus tard trois ans après son entrée en vigueur. L'agence associe les partenaires pertinents à cette évaluation. L'évaluation porte au moins sur le degré de réalisation des objectifs envisagés ainsi que sur le cofinancement éventuel visé à l'article 2, alinéa 2, ou à [1 l'article 10, alinéa 4]1.
Hoofdstuk 7. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives
Art. 32. Aan artikel 17, tweede lid, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, 22 februari 2019 en 7 juni 2019, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de prestatie die verricht wordt in het kader van het aanbod om de doelstellingen te verwezenlijken, vermeld in artikel 5 of 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuningen, en die niet in de vergunde kinderopvanglocatie plaatsvindt, wordt aanvullend gelijkgesteld aan een kinderopvangprestatie als vermeld in punt 1°. ".
Art. 32. L'article 17, alinéa 2, de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015, 22 février 2019 et 7 juin 2019, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° la prestation fournie dans le cadre de l'offre pour réaliser les objectifs visés à l'article 5 ou 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2021 relatif au financement d'une offre innovante en matière de soutien préventif aux familles, et qui n'a pas lieu dans l'emplacement autorisé d'accueil d'enfants, est en outre assimilé à une prestation d'accueil d'enfants telle que visée au point 1°. ".
Art. 33. Aan artikel 18, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° de prestatie die verricht wordt in het kader van het aanbod om de doelstellingen te verwezenlijken, vermeld in artikel 5 of 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning, en die niet in de vergunde kinderopvanglocatie plaatsvindt, wordt aanvullend gelijkgesteld aan een kinderopvangprestatie als vermeld in punt 2°. ".
Art. 33. L'article 18, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2019, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° la prestation fournie dans le cadre de l'offre visant à atteindre les objectifs visés à l'article 5 ou 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2021 relatif au financement d'une offre innovante en matière de soutien préventif aux familles, et qui n'a pas lieu dans l'emplacement autorisé d'accueil d'enfants, est en outre assimilé à une prestation d'accueil d'enfants telle que visée au point 2°. ".
Art. 34. Aan artikel 34, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017 en 22 februari 2019, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° de contracthouder vraagt het attest inkomenstarief aan voor een kind dat opgevangen wordt in het kader van het aanbod om de doelstellingen te verwezenlijken, vermeld in artikel 5 of 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning.".
Art. 34. L'article 34, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2017 et 22 février 2019, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° le détenteur de contrat demande l'attestation du tarif sur base des revenus pour un enfant qui est accueilli dans le cadre de l'offre visant à atteindre les objectifs visés à l'article 5 ou 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2021 relatif au financement d'une offre innovante en matière de soutien préventif aux familles. ".
Hoofdstuk 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 35. Dit besluit treedt in werking op 5 maart 2021.
Art. 35. Le présent arrêté entre en vigueur le 5 mars 2021.
Art. 36. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 36. Le ministre flamand compétent pour le grandir est chargé de l'exécution du présent arrêté.