Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 DECEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vastlegging van de procedure voor het verlenen van voorafgaande vergunningen en planningsvergunningen voor lokale dienstencentra, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf of woonzorgcentra, en tot bepaling van de elementen van de globale zorgstrategische visie voor deze voorafgaande vergunningen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-02-2021 en tekstbijwerking tot 03-12-2025)
Titre
18 DECEMBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant la procédure d'octroi d'autorisations préalables et d'autorisations de planification pour centres locaux de services, centres d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, centres de soins de jour, centres de court séjour, centres de convalescence ou centres de soins résidentiels, et déterminant les éléments de la vision globale en matière de stratégie de soins relative à ces autorisations préalables(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-02-2021 et mise à jour au 03-12-2025)
Informations sur le document
Numac: 2021040076
Datum: 2020-12-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021040076
Date: 2020-12-18
Moniteur: Voir
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
[2 administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]2;
[2 ...]2
3° besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;
4° dementie: een aandoening waarbij meerdere stoornissen in het cognitieve functioneren samen optreden en de impact op het denken, de stemming en het gedrag zo ernstig is dat de persoon in zijn algemeen dagelijks functioneren wordt beperkt;
5° diagnostisch bilan: een interdisciplinair onderzoek onder leiding van een neuroloog, geriater of psychiater, met evaluatie van het cognitieve functioneren van een persoon met vermoeden van beginnende dementie;
6° inplantingsplaats: het onroerend goed waarop de initiatiefnemer een woonzorgvoorziening wil bouwen, verbouwen, uitbreiden, inrichten of in gebruik nemen;
7° jongdementie: dementie die vastgesteld is aan de hand van een diagnostisch bilan, voor de leeftijd van 65 jaar;
8° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg;
9° planningsvergunning: de beslissing waaruit blijkt dat de aangevraagde capaciteit of de aangevraagde wijziging in capaciteit of bestemming van een voorziening past in de programmatie of de behoefteraming voor de specifieke soort van voorziening;
[2 9° /1 secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;]2
10° voorziening: een lokaal dienstencentrum, een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum;
[1 11° zorgraad: een zorgraad als vermeld in artikel 9 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders.]1
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
[2 administration : le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]2;
[2 ...]2
3° arrêté du 28 juin 2019 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers ;
4° démence : une affection dans laquelle plusieurs troubles du fonctionnement cognitif se produisent ensemble et l'impact sur la pensée, l'humeur et le comportement est si grave que le fonctionnement quotidien général de la personne est limité ;
5° bilan diagnostique : un examen interdisciplinaire réalisé sous la direction d'un neurologue, d'un gériatre ou d'un psychiatre, avec évaluation du fonctionnement cognitif d'une personne chez qui on suspecte un début de démence ;
6° lieu d'implantation : le bien immobilier sur lequel l'initiateur désire construire, transformer, agrandir, aménager ou mettre en service une structure de soins résidentiels ;
7° démence précoce : démence établie au moyen d'un bilan diagnostique, avant l'âge de 65 ans ;
8° ministre : le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions ;
9° autorisation de planification : la décision faisant apparaître que la capacité demandée ou la modification demandée de la capacité ou de la destination d'une structure s'inscrit dans le cadre de la programmation ou de l'estimation des besoins pour ce type de structure ;
[2 9° /1 secrétaire général : le chef de l'administration ;]2
10° structure : un centre local de services, un centre d'accueil de jour d'un service d'aide aux familles, un centre de soins de jour, un centre de court séjour, un centre de convalescence ou un centre de soins résidentiels;
[1 11° conseil des soins : un conseil des soins tel que visé à l'article 9 du décret du 26 avril 2019 relatif à l'organisation des soins de première ligne, des plateformes régionales de soins et du soutien des prestataires de soins de première ligne.]1
HOOFDSTUK 2. - Voorafgaande vergunning
CHAPITRE 2. - Autorisation préalable
Afdeling 1. - Procedure voor het verkrijgen van een voorafgaande vergunning
Section 1ère. - Procédure d'obtention d'une autorisation préalable
Art. 2. Een aanvraag van een voorafgaande vergunning als bedoeld in artikel 52 van het woonzorgdecreet van 15 februari 2019 wordt aangetekend of op digitale wijze aan [1 de administratie]1 bezorgd door de initiatiefnemer die:
1° een voorziening wil bouwen, uitbreiden of verbouwen;
2° een bestaand gebouw of een deel ervan als een voorziening wil inrichten of in gebruik nemen;
3° de capaciteit van een voorziening wil verhogen.
Art. 2. Une demande d'autorisation préalable telle que visée à l'article 52 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 est transmise par envoi recommandé ou par voie électronique à [1 l'administration]1 par l'initiateur qui :
1° souhaite construire, agrandir ou transformer une structure ;
2° souhaite aménager ou mettre en service en tant que structure un bâtiment existant ou une partie de celui-ci ;
3° souhaite augmenter la capacité d'une structure.
Art. 2/1. [1 Een aanvraag van een voorafgaande vergunning wordt aangetekend of op digitale wijze aan [2 de administratie]2 bezorgd door de initiatiefnemer die zijn activiteiten wil verplaatsen door de erkende of geplande capaciteit van een woonzorgcentrum in een bepaalde gemeente volledig of gedeeltelijk te verplaatsen naar een erkend of gepland woonzorgcentrum in een andere gemeente, of door de erkende of geplande capaciteit van een [3 centrum voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf]3 in een bepaalde gemeente volledig of gedeeltelijk te verplaatsen naar een erkend of gepland [3 centrum voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf]3 in een andere gemeente.]1
Art. 2/1. [1 Une demande d'autorisation préalable est remise à [2 l'administration]2 par voie recommandée ou numérique par l'initiateur qui souhaite déplacer ses activités en déplaçant tout ou partie de la capacité agréée ou prévue d'un centre de soins résidentiels dans une certaine commune vers un centre de soins résidentiels agréé ou prévu dans une autre commune, ou en déplaçant tout ou partie de la capacité agréée ou prévue d'un [3 centre de court séjour de type 1 avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation]3 dans une certaine commune vers un [3 centre de court séjour de type 1 avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation]3 agréé ou prévu dans une autre commune.]1
Art. 3. [1 Een aanvraag van een voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 2, is ontvankelijk]1 als ze wordt ingediend met een formulier dat [2 de administratie]2 ter beschikking stelt en als ze al de volgende documenten en gegevens bevat:
1° de volledige identiteit van de initiatiefnemer;
2° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
3° de rechtsgeldige beslissingen om de voorziening uit te baten of de capaciteit ervan te wijzigen en om de voorafgaande vergunning aan te vragen;
4° een plan van de gemeente waarop de inplantingsplaats of inplantingsplaatsen zijn aangeduid;
5° een van de volgende documenten met betrekking tot de inplantingsplaats of -plaatsen:
a) een eigendomsbewijs;
b) een bewijs van een zakelijk of persoonlijk genotsrecht;
c) een bewijs van aankoopoptie;
d) als de initiatiefnemer een openbaar bestuur is: een voorlopig onteigeningsbesluit;
e) voor een antenne van een lokaal dienstencentrum als vermeld in artikel 1, 1°, van bijlage 1 bij het besluit van 28 juni 2019: een gebruiksovereenkomst;
6° het aantal entiteiten of het gewijzigde aantal entiteiten van de voorziening als dat van toepassing is;
7° als het om een bestaand gebouw of meerdere gebouwen gaat die als voorziening worden ingericht of in gebruik genomen: een plan van de verschillende bouwlagen en hun afmetingen;
8° een toelichting over de wijze waarop het initiatief past in de globale zorgstrategische visie, waarvan de elementen bepaald zijn in artikel 6 van dit besluit;
[3 ...]3;
10° een verbintenis dat de initiatiefnemer, nadat de voorafgaande vergunning is verleend, het advies van het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen zal inwinnen op het moment dat de bouwplannen worden uitgewerkt, als het inwinnen van dat advies in de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de voorziening in kwestie opgenomen is.
In het eerste lid, 10°, wordt verstaan onder Agentschap Toegankelijk Vlaanderen: het agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 28 maart 2014 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Toegankelijk Vlaanderen in de vorm van een private stichting.
De minister kan de regels over de ontvankelijkheid van de documenten en gegevens, vermeld in het eerste lid, preciseren.
Art. 3. [1 Une demande d'autorisation préalable telle que visée à l'article 2, est recevable]1 si elle est présentée au moyen d'un formulaire mis à disposition par [2 l'administration]2 et si elle contient tous les documents et informations suivants :
1° l'identité complète de l'initiateur ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
3° les décisions ayant force de loi d'exploiter la structure ou d'en modifier la capacité et de demander l'autorisation préalable ;
4° un plan de la commune indiquant le(s) lieu(x) d'implantation ;
5° en ce qui concerne le(s) lieu(x) d'implantation, l'un des documents suivants :
a) un titre de propriété ;
b) une preuve du droit réel ou personnel de jouissance ;
c) une preuve d'option d'achat ;
d) si l'initiateur est une administration publique : une décision d'expropriation provisoire ;
e) pour l'antenne d'un centre de services locaux telle que visée à l'article 1, 1°, de l'annexe 1rede l'arrêté du 28 juin 2019 : un contrat d'utilisation ;
6° le nombre d'entités ou le nouveau nombre d'entités de la structure, le cas échéant ;
7° s'il s'agit d'un bâtiment existant ou de plusieurs bâtiments aménagés ou mis en service en tant que structure : un plan des différents niveaux et leurs dimensions ;
8° une explication de la manière dont l'initiative s'inscrit dans le cadre de la vision globale en matière de stratégie de soins, dont les éléments sont définis à l'article 6 du présent arrêté ;
[3 ...]3 ;
10° un engagement selon lequel l'initiateur, après avoir obtenu l'autorisation préalable, demandera l'avis de l'Agence La Flandre accessible (Agentschap Toegankelijk Vlaanderen) lors de l'élaboration des plans de construction, si la demande de cet avis est reprise dans les conditions d'agrément spécifiques pour la structure concernée.
A l'alinéa 1er, 10°, il convient d'entendre par Agence La Flandre accessible : l'agence, telle que visée à l'article 3 du décret du 28 mars 2014 autorisant la création de l'agence autonomisée externe de droit privé " Toegankelijk Vlaanderen " (La Flandre accessible) sous forme d'une fondation privée.
Le ministre peut préciser les règles de recevabilité des documents et informations, tels que visés à l'alinéa 1er.
Art. 3/1. [1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder eerstelijnszone: de eerstelijnszone die de Vlaamse Regering bepaalt conform artikel 13 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders.
§ 2. Een aanvraag van een voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 2/1, is ontvankelijk als ze wordt ingediend met een formulier dat [2 de administratie]2 ter beschikking stelt, en als ze al de volgende documenten en gegevens bevat:
1° de volledige identiteit van de initiatiefnemer;
2° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
[3 de rechtsgeldige beslissing om de erkende of geplande capaciteit van een woonzorgcentrum in een bepaalde gemeente volledig of gedeeltelijk te verplaatsen naar een erkend of gepland woonzorgcentrum in een andere gemeente, of om de erkende of geplande capaciteit van een centrum voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf in een bepaalde gemeente volledig of gedeeltelijk te verplaatsen naar een erkend of gepland centrum voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf in een andere gemeente, om daarbij de capaciteit van de betrokken woonzorgcentra of de betrokken centra voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf te wijzigen, en om de voorafgaande vergunning aan te vragen;]3
4° een plan van de gemeenten waarin de betrokken voorzieningen liggen en waarop de inplantingsplaatsen zijn aangeduid;
[3 het aantal woongelegenheden of verblijfseenheden dat verplaatst wordt, en de identiteit van de woonzorgcentra of centra voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf, die daarbij betrokken zijn;]3;
6° een toelichting waarin de impact geduid wordt van de geplande verplaatsing op de werking van het bestaande en geplande aanbod en de beschikbaarheid van een evenwichtig en gevarieerd aanbod aan woonzorgvoorzieningen in de gemeenten in kwestie, en de wijze waarop de geplande verplaatsing inspeelt op de behoeften van de betrokken gemeenten en eerstelijnszone of eerstelijnszones, waarbij wordt aangesloten op lokale beleidsintenties;
7° een kopie van de kennisgeving van de toelichting, vermeld in punt 6°, aan de betrokken gemeenten, aan de zorgraad van de betrokken eerstelijnszone of, in voorkomend geval, aan de zorgraden van de betrokken eerstelijnszones, en ook het bewijs van verzending van die kennisgeving.
§ 3. De voorafgaande vergunning, vermeld in artikel 2/1, kan alleen verleend worden als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
[3 de betrokken woonzorgcentra of centra voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf worden uitgebaat door dezelfde rechtspersoon;]3;
2° het verplaatsen is alleen mogelijk tussen gemeenten die in dezelfde eerstelijnszone liggen of tussen verschillende gemeenten die in twee aangrenzende eerstelijnszones liggen;
3° in het jaar waarin de voorafgaande vergunning wordt aangevraagd, blijft de invulling van het programmacijfer voor de woonzorgcentra of de centra voor kortverblijf type 1 in de gemeente waar het aantal erkende of geplande woongelegenheden of verblijfseenheden verminderd wordt, behouden op 90%;
4° in het jaar waarin de voorafgaande vergunning wordt aangevraagd, mag na de verplaatsing de invulling van het programmacijfer voor de woonzorgcentra of de centra voor kortverblijf type 1 in de gemeente waar het aantal erkende of geplande woongelegenheden of verblijfseenheden verhoogd wordt, niet meer dan 100% bedragen.
[3 In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen tot en met 31 december 2025 initiatiefnemers een ontvankelijke aanvraag indienen als de betrokken woonzorgcentra of centra voor kortverblijf type 1 met, in voorkomend geval, de bijbehorende bijkomende erkenning voor oriënterend kortverblijf niet door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat.]3
In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt tot en met 31 december [4 2026]4 de toetsing, vermeld in het eerste lid, 3°, gedaan aan het programmacijfer voor de woonzorgcentra of de centra voor kortverblijf type 1, bepaald voor het jaar 2015.]1

Art. 3/1. [1 § 1er. Dans le présent article, on entend par zone de première ligne : la zone de première ligne établie par le Gouvernement flamand conformément à l'article 13 du décret du 26 avril 2019 relatif à l'organisation des soins de première ligne, des plateformes régionales de soins et du soutien des prestataires de soins de première ligne.
§ 2. Une demande d'autorisation préalable telle que visée à l'article 2/1, est recevable si elle est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par [2 l'administration]2 et si elle contient tous les documents et informations suivants :
1° l'identité complète de l'initiateur ;
2° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
[3 la décision valide de déplacer tout ou partie de la capacité agréée ou prévue d'un centre de soins résidentiels dans une certaine commune vers un centre de soins résidentiels agréé ou prévu dans une autre commune, ou de déplacer tout ou partie de la capacité agréée ou prévue d'un centre de court séjour de type 1, avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation dans une certaine commune vers un centre de court séjour de type 1 agréé ou prévu, avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation dans une autre commune, afin de modifier la capacité des centres de soins résidentiels concernés ou des centres de court séjour de type 1 concernés, avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation, et de demander l'agrément préalable]3;
4° un plan des communes dans lesquelles sont situées les structures concernées et sur lequel sont indiqués les lieux d'implantation ;
[3 le nombre de logements ou d'unités de séjour déplacés, et l'identité des centres de soins résidentiels ou des centres de court séjour de type 1, concernés, avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation]3 ;
6° une explication de l'impact du déplacement prévu sur le fonctionnement de l'offre existante et prévue et sur la disponibilité d'une offre équilibrée et variée de structures de soins résidentiels dans les communes en question, et de la manière dont le déplacement prévu répond aux besoins des communes et de la ou des zone(s) de première ligne concernée(s), en établissant un lien avec les intentions politiques locales ;
7° une copie de la notification de l'explication visée au point 6°, aux communes concernées, au conseil des soins de la zone de première ligne concernée ou, le cas échéant, aux conseils des soins des zones de première ligne concernées, ainsi qu'une preuve de l'envoi de cette notification.
§ 3. L'autorisation préalable visée à l'article 2/1, peut uniquement être accordée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
[3 les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 concernés avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation sont exploités par la même personne morale]3 ;
2° le déplacement n'est possible qu'entre des communes situées dans la même zone de première ligne ou entre des communes différentes situées dans deux zones de première ligne limitrophes ;
3° l'année de la demande de l'autorisation préalable, le chiffre de programmation pour les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 dans la commune où le nombre de logements ou d'unités de séjour agréés ou prévus est réduit reste maintenu à 90 % ;
4° l'année de la demande de l'autorisation préalable, après le déplacement, le chiffre de programmation pour les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 dans la commune où le nombre de logements ou d'unités de séjour agréés ou prévus est augmenté ne peut excéder 100 %.
[3 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, jusqu'au 31 décembre 2025, les initiateurs peuvent introduire une demande recevable si les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 concernés avec, le cas échéant, l'agrément supplémentaire y afférent comme centre de court séjour d'orientation ne sont pas exploités par la même personne morale.]3
Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, jusqu'au 31 décembre [4 2026]4, l'évaluation visée à l'alinéa 1er, 3°, est effectuée par rapport au chiffre de programmation pour les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 déterminé pour l'année 2015.]1

Art. 4. [1 De administratie]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag van een voorafgaande vergunning.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 de administratie]1 de initiatiefnemer daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop [1 de administratie]1p de aanvraag heeft ontvangen.
Art. 4. [1 L'administration]1 examine la recevabilité de la demande d'autorisation préalable.
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'initiateur dans les trente jours suivant la date de réception de la demande par [1 l'administration]1.
Art. 5. § 1. [2 De administratie]2 onderzoekt het dossier binnen negentig dagen na de dag waarop het de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen en gaat tevens na of de aanvraag past binnen de programmatie die per type van voorziening is vastgesteld met toepassing van artikel 51, § 1, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019. [2 De administratie]2 kan aan de initiatiefnemer aanvullende inlichtingen vragen.
Als er verschillende ontvankelijke aanvragen ingediend worden die betrekking hebben op dezelfde programmatie in dezelfde gemeente of, in geval van centra voor kortverblijf type 2, in dezelfde provincie, worden de aanvragen behandeld in chronologische volgorde, op basis van de datum en het tijdstip van de aangetekende of de digitale verzending van de aanvraag.
Als er voor de lokale dienstencentra, de centra voor kortverblijf type 2, de centra voor dagverzorging, de centra voor herstelverblijf en de centra voor dagopvang op dezelfde datum of hetzelfde tijdstip verschillende ontvankelijke aanvragen ingediend worden die betrekking hebben op dezelfde programmatie in dezelfde gemeente of, in geval van centra voor kortverblijf type 2, in dezelfde provincie, die zowel formeel als inhoudelijk als gelijkwaardig worden beoordeeld en waarbij alle aanvragen samen de beschikbare ruimte binnen het programmacijfer overschrijden, worden de aanvragen behandeld in de volgorde die de zorgraad in afstemming met de gemeente in kwestie, of de zorgraden in afstemming met de gemeenten van de provincie in kwestie, vastlegt of vastleggen op basis van de objectief vastgestelde lokale noden. De minister kan de regels over de wijze waarop de zorgraad in afstemming met de gemeente de volgorde van de aanvragen moet vastleggen en de criteria die hierbij moeten worden gehanteerd, preciseren. Deze criteria hebben minstens betrekking op de bepaling van de objectief vastgestelde lokalen noden.
[1 ...]1
Als er voor de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf type 1 op dezelfde datum of hetzelfde tijdstip verschillende ontvankelijke aanvragen ingediend worden die betrekking hebben op dezelfde programmatie in dezelfde gemeente, die zowel formeel als inhoudelijk als gelijkwaardig worden beoordeeld, en waarbij het totale aantal aangevraagde entiteiten van alle aanvragen samen de beschikbare ruimte binnen het programmacijfer overschrijdt, krijgt elke initiatiefnemer binnen de beschikbare ruimte een aantal entiteiten toegekend dat proportioneel in verhouding staat tot het gevraagde aantal. Het totale aantal toegekende entiteiten mag het maximale beschikbare aantal entiteiten binnen het programmacijfer niet overschrijden. Resterende entiteiten die bij de verdeling niet toegekend zijn, komen opnieuw in de programmatie en kunnen opnieuw opgevraagd worden vanaf 1 januari van het jaar na het jaar waarin de voorafgaande vergunningen, die conform dit lid verleend zijn, in het Belgisch Staatsblad zijn verschenen.
§ 2. De [2 secretaris-generaa]2 verleent de voorafgaande vergunning. De beslissing wordt aan de initiatiefnemer bezorgd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De voorafgaande vergunning vermeldt al de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en de voorziening;
2° de aard van de werkzaamheden;
3° het type voorziening;
4° de inplantingsplaats of -plaatsen;
5° de ingangsdatum van de voorafgaande vergunning;
6° het aantal entiteiten van de voorziening, als dat van toepassing is.
§ 3. Als de [2 secretaris-generaa]2 het voornemen heeft de voorafgaande vergunning te weigeren, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van dat voornemen met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaarschrift in te dienen als vermeld in artikel 6.
[1 § 4. Woonzorgcentra of centra voor kortverblijf type 1 die hun activiteiten hebben verplaatst conform artikel 2/1 en 3/1, komen gedurende twee jaar nadat de voorafgaande vergunning, vermeld in § 2, is verleend, niet in aanmerking voor de toekenning van een voorafgaande vergunning die een verdere invulling van het programmacijfer als voorwerp heeft.]1
Art. 5. § 1er. [2 L'administration]2 analyse le dossier dans les nonante jours suivant le jour où elle a reçu la demande recevable et examine également si la demande s'inscrit dans la programmation établie par type de structure, conformément à l'article 51, § 1er, alinéa 2, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019. [2 L'administration]2peut demander des renseignements supplémentaires à l'initiateur.
Si plusieurs demandes recevables sont introduites concernant la même programmation dans la même commune ou, dans le cas des centres de court séjour de type 2, dans la même province, les demandes seront traitées dans l'ordre chronologique sur la base de la date et de l'heure de l'envoi recommandé ou numérique de la demande.
Si plusieurs demandes recevables sont introduites pour les centres locaux de services, les centres de court séjour de type 2, les centres de soins de jour, les centres de convalescence et les centres d'accueil de jour à la même date ou à la même heure concernant la même programmation dans la même commune ou, dans le cas de centres de court séjour de type 2, dans la même province, et sont considérées équivalentes tant au niveau de la forme que du contenu, et si toutes les demandes dépassent conjointement l'espace disponible dans le chiffre de programmation, les demandes seront traitées dans l'ordre déterminé par le conseil des soins en accord avec la commune en question, ou les conseils des soins en accord avec les communes de la province en question, sur la base des besoins locaux déterminés objectivement. Le ministre peut préciser les règles relatives à la manière dont le conseil des soins, en concertation avec la commune, doit déterminer l'ordre des demandes et les critères à appliquer dans ce cadre. Ces critères concernent au minimum la détermination des besoins locaux déterminés objectivement.
[1 ...]1
Si plusieurs demandes recevables sont introduites pour les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour de type 1 à la même date ou à la même heure, concernant la même programmation dans la même commune, et sont considérées équivalentes tant au niveau de la forme que du contenu, et si le total d'entités demandées de l'ensemble des demandes dépasse conjointement l'espace disponible dans le chiffre de programmation, chaque initiateur se voit attribuer dans l'espace disponible un nombre d'entités proportionnel par rapport au nombre demandé. Le nombre total d'entités attribuées ne peut pas dépasser le nombre maximum d'entités disponibles dans le chiffre de programmation. Les entités restantes qui n'ont pas été attribuées au moment de la répartition sont à nouveau incluses dans la programmation et peuvent faire l'objet d'une nouvelle demande à partir du 1er janvier de l'année suivant celle où les autorisations préalables, accordées conformément au présent alinéa, ont été publiées au Moniteur belge.
§ 2. [2 Le secrétaire général]2 octroie l'autorisation préalable. La décision est transmise à l'initiateur et publiée au Moniteur belge.
L'autorisation préalable mentionne toutes les données suivantes :
1° les données d'identification de l'initiateur et de la structure ;
2° la nature des travaux ;
3° le type de structure ;
4° le(s) lieu(x) d'implantation ;
5° la date de prise d'effet de l'autorisation préalable ;
6° le nombre d'entités de la structure, le cas échéant.
§ 3. Si [2 le secrétaire général]2 a l'intention de refuser l'autorisation préalable, l'initiateur est informé de cette intention par lettre recommandée contre récépissé. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 6.
[1 § 4. Les centres de soins résidentiels ou les centres de court séjour de type 1 qui ont déplacé leurs activités conformément aux articles 2/1 et 3/1, ne peuvent prétendre à l'octroi d'une autorisation préalable ayant pour objet la poursuite de la concrétisation du chiffre de programmation pendant deux ans suivant l'octroi de l'autorisation préalable visée au § 2.]1
Afdeling 2. - Bepaling van de elementen van de globale zorgstrategische visie
Section 2. - Définition des éléments de la vision globale en matière de stratégie de soins
Art. 6. Met betrekking tot de globale zorgstrategische visie moeten bij het aanvragen van een voorafgaande vergunning voor een initiatief volgende elementen aangetoond worden:
a) de wijze waarop de voorziening tegemoet zal komen aan de zorg- en ondersteuningsvragen van de gebruikers;
b) de wijze waarop in de voorziening woonzorg zal worden aangeboden;
c) de wijze waarop wordt afgestemd met de uitgangspunten van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders
d) de plaats van het initiatief binnen het geheel van bestaande woonzorgvoorzieningen en andere welzijnsvoorzieningen en zorgverleners, en de samenwerking met die voorzieningen en zorgverleners;
e) de wijze waarop de voorziening inspeelt op de noden van het beoogde werkingsgebied en waarop wordt aangesloten op lokale beleidsintenties;
f) de visie op wonen, leven en verzorgen in de voorziening, als dat van toepassing is;
g) met uitzondering van de lokale dienstencentra: de verwachte rentabiliteit en prijszetting;
h) de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer.
De minister kan de inhoudelijke invulling van de elementen vermeld in het eerste lid, preciseren.
Art. 6. En ce qui concerne la vision globale en matière de stratégie de soins, les éléments suivants doivent être démontrés lors de la demande d'autorisation préalable pour une initiative :
a) la manière dont la structure répondra aux besoins des utilisateurs en matière de soins et de soutien ;
b) la manière dont les soins résidentiels seront offerts dans la structure ;
c) la manière dont ils seront alignés sur les principes du décret du 26 avril 2019 relatif à l'organisation des soins de première ligne, des plateformes régionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de première ligne.
d) la position de l'initiative dans l'ensemble des structures de soins résidentiels existantes et autres structures d'aide sociale et prestataires de soins, et la coopération avec ces structures et prestataires ;
e) la manière dont la structure anticipe les besoins de la zone d'action visée et dont elle sera reliée aux intentions politiques locales ;
f) la vision en matière de logement, de vie et de soins au sein de la structure, le cas échéant ;
g) à l'exception des centres de services locaux : la rentabilité escomptée et la fixation du prix ;
h) les garanties de qualité professionnelle de l'initiateur.
Le Ministre peut préciser le contenu des éléments tels que visés à l'alinéa premier.
Afdeling 3. - Bezwaar
Section 3. - Réclamation
Art. 7. § 1. De initiatiefnemer of zijn wettelijke vertegenwoordiger beschikt over dertig dagen om met een aangetekende brief een gemotiveerd bezwaarschrift aan [1 de administratie]1 te richten, waarin hij vraagt het voornemen tot weigering van de voorafgaande vergunning, vermeld in artikel 5, § 3, het voornemen tot weigering van de verlenging van de voorafgaande vergunning, vermeld in artikel 8, § 4, of het voornemen tot weigering van de wijziging van de voorafgaande vergunning, vermeld in artikel 9, opnieuw in overweging te nemen. In het bezwaarschrift kan hij verzoeken om gehoord te worden.
De termijn, vermeld in het eerste lid, gaat in de dag na de dag waarop de initiatiefnemer het voormelde voornemen heeft ontvangen. Na die termijn wordt er onweerlegbaar van uitgegaan dat de initiatiefnemer het voornemen aanvaardt en wordt het voornemen van rechtswege geacht de definitieve beslissing te zijn.
§ 2. Als binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, een gemotiveerd bezwaarschrift aan [1 de administratie]1is verstuurd, wordt het verzoek behandeld conform de regels die zijn vastgesteld krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat )pleegzorgers.
Art. 7. § 1er. L'initiateur ou son représentant légal dispose d'un délai de trente jours pour adresser une réclamation motivée par lettre recommandée à [1 l'administration]1, dans laquelle il demande de reconsidérer l'intention de refuser l'autorisation préalable, telle que visée à l'article 5, § 3, l'intention de refuser la prolongation de l'autorisation préalable, telle que visée à l'article 8, § 4, ou l'intention de refuser la modification de l'autorisation préalable, telle que visée à l'article 9. Dans cette réclamation, il peut demander à être entendu.
Le délai, tel que visé à l'alinéa premier, commence à courir le jour suivant celui au cours duquel l'initiateur a reçu l'intention précitée. A l'expiration de ce délai, il est irréfutablement présumé que l'initiateur accepte l'intention et l'intention est censée de plein droit être la décision définitive.
§ 2. Si dans le délai, visé au paragraphe 1er, une réclamation motivée est adressée à [1 l'administration ]1, la demande est traitée conformément aux règles fixées en vertu du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création du Conseil consultatif stratégique pour la Politique flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants.
Afdeling 3. - Verval van de voorafgaande vergunning
Section 3. - Annulation de l'autorisation préalable
Art. 8. § 1. De voorafgaande vergunning vervalt van rechtswege in de volgende gevallen:
1° als bij de aanvraag van een voorafgaande vergunning een voorlopig onteigeningsbesluit of een bewijs van aankoopoptie van de inplantingsplaats of -plaatsen is gevoegd en, binnen een jaar na de ingangsdatum van de voorafgaande vergunning, de initiatiefnemer het eigendomsbewijs voor dat onroerend goed niet aan [1 de administratie]1 heeft bezorgd;
2° als binnen drie jaar na de ingangsdatum van de voorafgaande vergunning de initiatiefnemer aan [1 de administratie]1 niet het bewijs heeft geleverd dat een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is verkregen of aangevraagd om de voorziening of de entiteiten van de voorziening op de inplantingsplaats of -plaatsen te verwezenlijken, of dat er geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is om de voorziening of de entiteiten van de voorziening op de inplantingsplaats of plaatsen te verwezenlijken;
3° als binnen vijf jaar na de ingangsdatum van de voorafgaande vergunning of binnen de termijn die met toepassing van het derde lid is bepaald, de initiatiefnemer niet het bewijs aan [1 de administratie]1 heeft geleverd dat de voorziening of de entiteiten van de voorziening gerealiseerd zijn.
De voorziening of de entiteiten van de voorziening worden beschouwd als gerealiseerd als vermeld in het eerste lid, 3°, als ten minste een winddichte infrastructuur is gerealiseerd.
§ 2. Als de initiatiefnemer binnen vijf jaar na de ingangsdatum van de voorafgaande vergunning of binnen de termijn die bepaald is met toepassing van paragraaf 1, derde lid, de voorziening niet heeft gerealiseerd of de entiteiten van de voorziening maar gedeeltelijk heeft gerealiseerd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de voorziening of de niet-gerealiseerde entiteiten van rechtswege. De voorziening of de niet-gerealiseerde entiteiten van de voorziening komen opnieuw in de programmatie op de datum dat de voorafgaande vergunning van rechtswege vervalt.
§ 3. De [1 secretaris-generaal ]1 kan de termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, 3°, met maximaal drie jaar verlengen. De initiatiefnemer stuurt daarvoor voor het verstrijken van die termijn aan [1 de administratie]1 een gemotiveerd verzoek waarin hij naargelang van het geval aantoont dat de voorziening of niet alle entiteiten van de voorziening tijdig kunnen worden gerealiseerd en waarin een planning is opgenomen tot realisatie van de voorziening of de overige entiteiten van de voorziening binnen een maximale termijn van drie jaar.
De initiatiefnemer wordt van die verlenging op de hoogte gebracht en deze beslissing wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. Als de [1 secretaris-generaal]1 het voornemen heeft de verlenging van de voorafgaande vergunning te weigeren, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van dat voornemen met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaarschrift in te dienen als vermeld in artikel 7.
§ 5. De voorafgaande vergunning vervalt volledig of gedeeltelijk als de initiatiefnemer vrijwillig volledig of gedeeltelijk afstand doet van de voorafgaande vergunning die aan hem verleend is.
De voorziening of de entiteiten van de voorziening die daarin opgenomen zijn, komen opnieuw in de programmatie op 1 januari van het jaar na het jaar waarin de beslissing over de gehele of gedeeltelijke vervallenverklaring van de verleende voorafgaande vergunning in het Belgisch Staatsblad verschenen is, tenzij de voorafgaande vergunning eerder van rechtswege vervalt. In dat laatste geval komen de voorziening of de entiteiten van de voorziening opnieuw in de programmatie op de datum dat de voorafgaande vergunning van rechtswege vervalt.
§ 6.[1 De administratie]1 brengt de initiatiefnemer op de hoogte van het verval of het gedeeltelijke verval van de voorafgaande vergunning.
Art. 8. § 1er. L'autorisation préalable est annulée de plein droit dans les cas suivants :
1° si la demande d'une autorisation préalable s'accompagne d'une décision d'expropriation provisoire ou d'une preuve d'option d'achat du/des lieu(x) d'implantation et si l'initiateur n'a pas transmis le titre de propriété de ce bien immobilier à [1 l'administration]1 dans le délai d'un an suivant la date de l'autorisation préalable ;
2° si, dans les trois ans suivant la date de prise d'effet de l'autorisation préalable, l'initiateur n'a pas transmis à l'agence la preuve qu'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques a été obtenu ou demandé pour réaliser la structure ou ses entités sur le(s) lieu(x) d'implantation, ou qu'un permis d'environnement pour des actes urbanistiques n'est pas exigé afin de réaliser la structure ou ses entités sur le(s) lieu(x) d'implantation ;
3° si dans les cinq ans suivant la date de prise d'effet de l'autorisation préalable ou dans le délai fixé en application de l'alinéa 3, l'initiateur n'a pas transmis à [1 l'administration]1 la preuve de la réalisation de la structure ou de ses entités.
La structure ou ses entités sont considérées comme étant réalisées, conformément à l'alinéa 1er, 3°, si au moins une infrastructure étanche à l'air a été construite.
§ 2. Si, dans les cinq ans suivant la date de prise d'effet de l'autorisation préalable ou dans le délai fixé en application du paragraphe 1er, alinéa 3, l'initiateur n'a pas réalisé la structure ou n'a réalisé ses entités que partiellement, l'autorisation préalable est annulée de plein droit pour la structure ou les entités non réalisées. La structure ou ses entités non réalisées entrent à nouveau dans la programmation à la date à laquelle l'autorisation préalable est annulée de plein droit.
§ 3. [1 Le secrétaire général]1 peut prolonger le délai de cinq ans, tel que visé à l'alinéa 1er, 3°, de trois ans au maximum. L'initiateur adresse à cet effet, avant l'expiration de ce délai, une requête motivée à [1 l'administration]1 dans laquelle il démontre, selon le cas, que la structure ou toutes ses entités ne peuvent être réalisées à temps, et contenant un planning pour la réalisation de la structure ou de ses entités restantes dans un délai maximum de trois ans.
L'initiateur est informé de cette prolongation et cette décision est publiée au Moniteur belge.
§ 4. Si [1 le secrétaire général]1 a l'intention de refuser la prolongation de l'autorisation préalable, l'initiateur est informé de cette intention par lettre recommandée avec accusé de réception. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 7.
§ 5. L'autorisation préalable est totalement ou partiellement annulée si l'initiateur renonce totalement ou partiellement, de son plein gré, à l'autorisation préalable qui lui a été accordée.
La structure ou ses entités qui y sont reprises entrent à nouveau dans la programmation le 1er janvier de l'année suivant l'année dans laquelle la décision sur l'annulation totale ou partielle de l'autorisation préalable a été publiée au Moniteur belge, à moins que l'autorisation préalable ne soit annulée de plein droit avant cette date. Dans ce cas, la structure ou ses entités entrent à nouveau dans la programmation à la date à laquelle l'autorisation préalable est annulée de plein droit.
§ 6. [1 l'administration ]1 informe l'initiateur de l'annulation ou de l'annulation partielle de l'autorisation préalable.
Afdeling 4. - Wijziging van de voorafgaande vergunning
Section 4. - Modification de l'autorisation préalable
Art. 9. De voorafgaande vergunning vervalt als de initiatiefnemer afwijkt van de elementen, vermeld in de voorafgaande vergunning van de vergunde voorziening of de vergunde entiteiten van de voorziening, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid, tenzij de initiatiefnemer daarvoor de uitdrukkelijke instemming van de [2 secretaris-generaal]2l heeft gekregen.
De [2 secretaris-generaal]2 kan pas instemmen met een wijziging van de voorafgaande vergunning als de initiatiefnemer bij [2 het agentschap]2 een gemotiveerd verzoek heeft ingediend dat vergezeld is van de relevante documenten en gegevens, [1 vermeld in artikel 3, eerste lid, of artikel 3/1, § 2]1. In voorkomend geval wordt de voorafgaande vergunning aangepast. De initiatiefnemer wordt van die beslissing op de hoogte gebracht en deze beslissing wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De minister kan de regels over de relevante documenten en gegevens, vermeld in het tweede lid, preciseren.
Als de [2 secretaris-generaal]2 het voornemen heeft de wijziging van de voorafgaande vergunning te weigeren, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van dat voornemen met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaarschrift in te dienen als vermeld in artikel 7.
Art. 9. L'autorisation préalable est annulée si l'initiateur déroge aux éléments, tels que visés dans l'autorisation préalable de la structure autorisée ou de ses entités autorisées, telles que visées à l'article 5, § 2, alinéa 2, sauf accord explicite de l'administrateur général.
[2 le secrétaire général]2 ne peut donner son accord à une modification de l'autorisation préalable que si l'initiateur a introduit auprès de l'agence une requête motivée, accompagnée des documents et informations pertinents, [1 tels que visés à l'article 3, alinéa 1er, ou à l'article 3/1, § 2]1. Le cas échéant, l'autorisation préalable est adaptée. L'initiateur est informé de cette décision, qui est publiée au Moniteur belge.
Le ministre peut préciser les règles relatives aux documents et informations pertinents, tels que visés à l'alinéa 2.
Si [2 le secrétaire général]2l a l'intention de refuser la modification de l'autorisation préalable, l'initiateur est informé de cette intention par lettre recommandée contre récépissé. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 7
Afdeling 5. [1 Het verlenen van een voorafgaande vergunning voor woongelegenheden in centra voor kortverblijf type 1 en woonzorgcentra die een verdere invulling van de programmatie van die centra impliceren]1
Section 5. [1 L'octroi d'une autorisation préalable pour des logements dans des centres de court séjour de type 1 et des centres de soins résidentiels impliquant une concrétisation de la programmation de ces centres]1
Art.9/1. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 2 tot en met 9 kunnen er tot en met 31 december 2026 geen ontvankelijke aanvragen voor voorafgaande vergunningen worden ingediend die een verdere invulling van de programmatie van centra voor kortverblijf type 1 of woonzorgcentra impliceren. Daaronder worden de volgende voorafgaande vergunningen verstaan:
1° voorafgaande vergunningen voor het bouwen, het inrichten, het in gebruik nemen of het verplaatsen van activiteiten naar een andere inplantingsplaats binnen het werkingsgebied van een centrum voor kortverblijf type 1 of een woonzorgcentrum, als die initiatieven een verdere invulling van de programmatie van die centra impliceren;
2° voorafgaande vergunningen voor het verhogen van de capaciteit van een centrum voor kortverblijf type 1 of woonzorgcentrum dat erkend of voorafgaandelijk vergund is.
Aanvragen voor voorafgaande vergunningen als vermeld in het eerste lid, die in de periode, vermeld in het eerste lid, worden ingediend, worden van rechtswege geacht niet ontvankelijk te zijn en worden niet onderzocht.]1

Art. 9/1. [1 Sans préjudice de l'application des articles 2 à 9, aucune demande recevable d'autorisations préalables impliquant une concrétisation de la programmation de centres de court séjour de type 1 ou de centres de soins résidentiels ne peut être introduite jusqu'au 31 décembre 2026. Il faut entendre par là les autorisations préalables suivantes :
1° les autorisations préalables pour la construction, l'aménagement, la mise en service ou le déplacement d'activités vers un autre lieu d'implantation au sein de la zone d'action d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins résidentiels, lorsque ces initiatives impliquent une concrétisation de la programmation de ces centres ;
2° les autorisations préalables pour l'augmentation de la capacité d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins résidentiels qui a été agréé ou préalablement autorisé.
Les demandes pour des autorisations préalables telles que visées à l'alinéa 1er qui sont introduites au cours de la période visée à l'alinéa 1er sont réputées irrecevables de plein droit et ne sont pas examinées.]1

HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het verkrijgen van een planningsvergunning
CHAPITRE 3. - Procédure d'obtention d'une autorisation de planification
Afdeling 1.
Section 1ère.
Art. 10.
Art. 10.
Art. 11.
Art. 11.
Art. 12.
Art. 12.
Art. 13.
Art. 13.
Art. 14.
Art. 14.
Art. 15.
Art. 15.
Afdeling 2. - Planningsvergunning voor een bijkomende erkenning voor centra voor kortverblijf type 1 die oriënterend kortverblijf aanbieden
Section 2. - L'autorisation de planification pour un agrément supplémentaire aux centres de court séjour de type 1 qui offrent un court séjour d'orientation.
Art. 16. De initiatiefnemer van het centrum voor kortverblijf type 1 bezorgt de aanvraag van een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning voor het aanbieden van oriënterend kortverblijf aangetekend of op digitale wijze aan [1 de administratie]1.
Art. 16. L'initiateur du centre de court séjour de type 1 transmet à [1 l'administration]1 par lettre recommandée ou par voie électronique la demande d'autorisation de planification pour un agrément supplémentaire comme centre de court séjour d'orientation.
Art. 17. Een aanvraag van een planningsvergunning is ontvankelijk als ze wordt ingediend met een formulier dat [1 de administratie]1 ter beschikking stelt en als ze al de volgende documenten en gegevens bevat:
1° de volledige identiteit van de initiatiefnemer en de identificatiegegevens van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd;
2° het aantal verblijfseenheden waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd;
3° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing van het bevoegde orgaan om een planningsvergunning aan te vragen voor een bijkomende erkenning voor het aanbieden van oriënterend kortverblijf of voor de wijziging van de capaciteit ervan;
5° een toelichting waarin al de volgende elementen over het centrum voor oriënterend kortverblijf waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd, aan bod komen:
a) het huidige of toekomstige profiel van het centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning;
b) de relatie met andere voorzieningen en zorgverleners in het werkingsgebied;
c) de visie op wonen, leven en verzorgen in het centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning voor het aanbieden van oriënterend kortverblijf;
d) de verwachte rentabiliteit en prijszetting;
e) de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer.
De minister kan de regels over de ontvankelijkheid van de documenten en gegevens, vermeld in het eerste lid, preciseren.
Art. 17. Une demande d'autorisation de planification est recevable si elle est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par [1 l'administration]1 et si elle contient tous les documents et informations suivants :
1° L'identité complète de l'initiateur et les données d'identification du centre de court séjour de type 1 pour lequel l'autorisation de planification est demandée ;
2° le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'autorisation de planification est demandée ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de l'organe compétent de demander une autorisation de planification pour un agrément supplémentaire comme centre de court séjour d'orientation ou pour la modification de sa capacité ;
5° une explication abordant tous les éléments suivants relatifs au centre de court séjour d'orientation pour lequel l'autorisation de planification est demandée :
a) le profil actuel ou futur du centre de court séjour de type 1 disposant d'un agrément supplémentaire ;
b) la relation avec d'autres structures et prestataires de soins dans la zone d'action ;
c) la vision de l'hébergement, de la vie et des soins au centre de court séjour de type 1 disposant d'un agrément supplémentaire comme centre de court séjour d'orientation ;
d) la rentabilité escomptée et la fixation du prix ;
e) les garanties de qualité professionnelle de l'initiateur ;
Le ministre peut préciser les règles de recevabilité des documents et informations tels que visés à l'alinéa 1er.
Art. 18. [1 De administratie]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag van een planningsvergunning.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 De administratie]1 de initiatiefnemer daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop [1 De administratie]1 de aanvraag heeft ontvangen.
Art. 18. [1 L'administration]1 examine la recevabilité de la demande d'autorisation de planification .
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'initiateur dans les trente jours suivant la réception de la demande par [1 l'administration]1.
Art. 19. § 1. [1 De administratie]1onderzoekt het dossier binnen negentig dagen na de dag waarop het de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen, en gaat na of de aanvraag past binnen de programmatie, vermeld in artikel 23 van bijlage 8 bij het besluit van 28 juni 2019. [1 De administratie]1 kan aan de initiatiefnemer aanvullende inlichtingen vragen.
Als verschillende ontvankelijke aanvragen worden ingediend die betrekking hebben op hetzelfde werkingsgebied, worden de aanvragen behandeld in chronologische volgorde, op basis van de datum en het tijdstip van de aangetekende of de digitale verzending van de aanvraag.
Bij verschillende ontvankelijke aanvragen op dezelfde datum of hetzelfde tijdstip die betrekking hebben op hetzelfde werkingsgebied, die zowel formeel als inhoudelijk als gelijkwaardig worden beoordeeld, en waarbij het totale aantal aangevraagde verblijfseenheden van alle aanvragen samen de beschikbare ruimte binnen het programmacijfer overschrijdt, krijgt elke initiatiefnemer een aantal verblijfseenheden toegekend dat proportioneel in verhouding staat tot het gevraagde aantal. Het totale aantal toegekende verblijfseenheden mag het maximale beschikbare aantal verblijfseenheden binnen het programmacijfer niet overschrijden. Resterende verblijfseenheden die bij de verdeling niet zijn toegekend, komen opnieuw in de programmatie op 1 januari van het jaar na het jaar waarin de planningsvergunningen die conform dit lid verleend zijn, in het Belgisch Staatsblad verschenen zijn.
§ 2. De [1 secretaris-generaal]1 verleent de planningsvergunning. De beslissing wordt aan de initiatiefnemer bezorgd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De planningsvergunning vermeldt al de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en het centrum voor kortverblijf type 1;
2° de inplantingsplaats;
3° het aantal verblijfseenheden;
4° de ingangsdatum en de geldigheidsduur van de planningsvergunning.
De planningsvergunning is twee jaar geldig.
Als de [1 secretaris-generaal ]1 het voornemen heeft de plannings-vergunning te weigeren, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van dat voornemen met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaar in te dienen als vermeld in artikel 34.
Art. 19. § 1er. [1 L'administration]1examine le dossier dans les nonante jours suivant le jour de la réception de la demande recevable et examine si la demande s'inscrit dans la programmation, telle que visée à l'article 23 de l'annexe 8 de l'arrêté du 28 juin 2019. [1 L'administration]1peut demander des renseignements supplémentaires à l'initiateur.
Si plusieurs demandes recevables sont introduites concernant la même zone d'action, elles sont traitées dans l'ordre chronologique sur la base de la date et de l'heure de l'envoi recommandé ou numérique de la demande.
Si plusieurs demandes recevables sont introduites à la même date et à la même heure concernant la même zone d'action et sont considérées équivalentes tant au niveau de la forme que du contenu, et si le nombre total d'unités de séjour demandées de l'ensemble des demandes dépasse conjointement l'espace disponible dans le chiffre de programmation, chaque initiateur se voit attribuer un nombre d'unités de séjour proportionnel au nombre demandé. Le nombre total d'unités de séjour attribuées ne peut pas dépasser le nombre maximum d'unités de séjour dans le chiffre de programmation. Les unités de séjour restantes qui n'ont pas été attribuées au moment de la répartition sont à nouveau incluses dans la programmation le 1er janvier de l'année suivant celle où les autorisations de planification, accordées conformément au présent alinéa, ont été publiées au Moniteur belge.
§ 2. [1 Le secrétaire général ]1 octroie l'autorisation de planification. La décision est transmise à l'initiateur et publiée au Moniteur belge.
L'autorisation de planification mentionne toutes les données suivantes :
1° les données d'identification de l'initiateur et du centre de court séjour de type 1 ;
2° le lieu d'implantation ;
3° le nombre d'unités de séjour ;
4° la date de prise d'effet et la durée de validité de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est valable deux ans.
Si [1 le secrétaire général ]1 a l'intention de refuser l'autorisation de planification, l'initiateur est informé de cette intention par lettre recommandée contre récépissé. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 34.
Art. 20. De planningsvergunning vervalt volledig of gedeeltelijk van rechtswege voor de niet-gerealiseerde verblijfseenheden als binnen de geldigheidsduur van de planningsvergunning de initiatiefnemer geen ontvankelijke aanvraag heeft ingediend om een bijkomende erkenning te krijgen voor de verblijfseenheden van het centrum voor kortverblijf type 1 met een bijkomende erkenning.
[1 De administratie]1 brengt de initiatiefnemer op de hoogte van het verval of het gedeeltelijke verval van de planningsvergunning.
De planningsvergunning vervalt volledig of gedeeltelijk als de initiatiefnemer vrijwillig volledig of gedeeltelijk afstand doet van de planningsvergunning die aan hem verleend is. De voorziening of de verblijfseenheden van de voorziening die daarin opgenomen zijn, komen opnieuw in de programmatie op 1 januari van het jaar na het jaar waarin de beslissing over de gehele of gedeeltelijke vervallenverklaring van de verleende voorafgaande vergunning in het Belgisch Staatsblad verschenen is, tenzij de voorafgaande vergunning eerder van rechtswege vervalt. In dat laatste geval komen de voorziening of de verblijfseenheden van de voorziening opnieuw in de programmatie op de datum dat de voorafgaande vergunning van rechtswege vervalt.
Art. 20. L'autorisation de planification est totalement ou partiellement annulée de plein droit pour les unités de séjour non réalisées si, au cours de la période de validité de l'autorisation de planification, l'initiateur n'a pas introduit de demande recevable d'agrément supplémentaire pour les unités de séjour du centre de court séjour de type 1 disposant d'un agrément supplémentaire.
[1 L'administration]1 informe l'initiateur de l'annulation ou de l'annulation partielle de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est totalement ou partiellement annulée si l'initiateur renonce totalement ou partiellement, de son plein gré, à l'autorisation de planification qui lui a été accordée. La structure ou ses unités de séjour qui y sont reprises entrent à nouveau dans la programmation le 1er janvier suivant l'année durant laquelle la décision sur l'annulation totale ou partielle de l'autorisation préalable a été publiée au Moniteur belge, à moins que l'autorisation préalable ne soit annulée de plein droit avant cette date. Dans ce cas, la structure ou ses unités de séjour entrent à nouveau dans la programmation à la date à laquelle l'autorisation préalable est annulée de plein droit.
Art. 21. De planningsvergunning vervalt als de initiatiefnemer afwijkt van de elementen, vermeld in de planningsvergunning van de vergunde voorziening of de vergunde verblijfseenheden van de voorziening, vermeld in artikel 190, § 2, tweede lid, tenzij de initiatiefnemer daarvoor de uitdrukkelijke instemming van de [1 secretaris-generaa]1 heeft gekregen.
De [1 secretaris-generaal]1 kan pas instemmen met een wijziging van de planningsvergunning als de initiatiefnemer bij [1 de administratie]1 een gemotiveerd verzoek heeft ingediend dat vergezeld is van de relevante documenten en gegevens, vermeld in artikel 17, eerste lid. In voorkomend geval wordt de planningsvergunning aangepast. De initiatiefnemer wordt van die beslissing op de hoogte gebracht en deze beslissing wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De minister kan de regels over de documenten en gegevens, vermeld in het tweede lid, preciseren.
Art. 21. L'autorisation de planification est annulée si l'initiateur déroge aux éléments, tels que visés dans l'autorisation de planification de la structure autorisée ou de ses unités de séjour autorisées, telles que visées à l'article 190, § 2, alinéa 2, sauf accord explicite [1 du secrétaire général ]1.
[1 L'administrateur général]1ne peut donner son accord à une modification de l'autorisation de planification que si l'initiateur a introduit auprès de [1 l'administration]1 une requête motivée, accompagnée des documents et informations pertinents, tels que visés à l'article 17, alinéa 1er. Le cas échéant, l'autorisation de planification est adaptée. L'initiateur est informé de cette décision, qui est publiée au Moniteur belge.
Le ministre peut préciser les règles relatives aux documents et informations, tels que visés à l'alinéa 2.
Afdeling 3. - Planningsvergunning voor een bijkomende erkenning voor centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving of voor centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving als vermeld in artikel 46 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019
Section 3. - Autorisation de planification pour un agrément supplémentaire aux centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes en grande dépendance de soins pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial et aux centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes souffrant d'une maladie grave qui exige des soins adaptés, pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial, tel que visé à l'article 46 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019
Art. 22. De initiatiefnemer van het centrum voor dagverzorging bezorgt [1 de administratie]1 aangetekend of op digitale wijze de aanvraag van een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning voor centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving, of voor centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving als vermeld in artikel 46 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.
Art. 22. L'initiateur du centre de soins de jour transmet à [1 l'administration]1 par lettre recommandée ou voie électronique la demande d'autorisation de planification pour un agrément supplémentaire aux centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes en grande dépendance de soins pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial et aux centres de soins de jour offrant une structure de soins qui prend en charge des personnes souffrant d'une maladie grave qui exige des soins adaptés, pendant la journée et qui offre le soutien nécessaire pour que ces personnes puissent rester dans leur environnement familial, tel que visé à l'article 46 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
Art. 23. Een aanvraag van een planningsvergunning is ontvankelijk als ze wordt ingediend met een formulier dat [1 de administratie]1 ter beschikking stelt en als ze al de volgende documenten en gegevens bevat:
1° de volledige identiteit van de initiatiefnemer en de identificatiegegevens van het centrum voor dagverzorging waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd;
2° het aantal verblijfseenheden waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd;
3° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;
4° de rechtsgeldige beslissing van het bevoegde orgaan om een planningsvergunning aan te vragen voor een bijkomende erkenning of voor de wijziging van de capaciteit ervan;
5° een toelichting waarin al de volgende elementen over het centrum voor dagverzorging waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd, aan bod komen:
a) het huidige of toekomstige profiel van het centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning;
b) de relatie met andere voorzieningen en zorgverleners in het werkingsgebied;
c) de visie op verblijven, leven, zorg en ondersteuning in het centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning;
d) de verwachte rentabiliteit en prijszetting;
e) de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer.
De minister kan de regels over de ontvankelijkheid van de documenten en gegevens, vermeld in het eerste lid, preciseren.
Art. 23. Une demande d'autorisation de planification est recevable si elle est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par [1 l'administration]1 et si elle contient tous les documents et informations suivants :
1° l'identité complète de l'initiateur et les données d'identification du centre de soins de jour pour lequel l'autorisation de planification est demandée ;
2° le nombre d'unités de séjour pour lesquelles l'autorisation de planification est demandée ;
3° les statuts de l'initiateur et leurs modifications éventuelles, sauf si l'initiateur est une administration publique ;
4° la décision ayant force de loi de l'organe compétent pour demander une autorisation de planification pour un agrément supplémentaire comme centre de soins de jour ou pour la modification de sa capacité ;
5° une explication abordant tous les éléments suivants relatifs au centre de soins de jour pour lequel l'autorisation de planification est demandée :
a) le profil actuel ou futur du centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire ;
b) la relation avec d'autres structures et prestataires de soins dans la zone d'action ;
c) la vision de l'hébergement, de la vie, des soins et du soutien au centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire ;
d) la rentabilité escomptée et la fixation du prix ;
e) les garanties de qualité professionnelle de l'initiateur.
Le ministre peut préciser les règles de recevabilité des documents et informations tels que visés à l'alinéa 1er.
Art. 24. [1 De administratie]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag van een planningsvergunning.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 de administratie]1 de initiatiefnemer daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop [1 de administratie]1 de aanvraag heeft ontvangen.
Art. 24. [1 L'administration]1 examine la recevabilité de la demande d'autorisation de planification .
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'initiateur dans les trente jours suivant la réception de la demande par [1 l'administration]1.
Art. 25. § 1. [1 De administratie]1 onderzoekt het dossier binnen negentig dagen na de dag waarop het de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen, en gaat na of de aanvraag past binnen het programma, vermeld in artikel 51 of 52 van de bijlage 7 bij het besluit van 28 juni 2019. [1 De administratie]1 kan aan de initiatiefnemer aanvullende inlichtingen vragen.
§ 2. De [1 secretaris-generaal]1 verleent de planningsvergunning. De beslissing wordt aan de initiatiefnemer bezorgd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De planningsvergunning vermeldt al de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en het centrum voor dagverzorging;
2° de inplantingsplaats;
3° het aantal verblijfseenheden;
4° de ingangsdatum en de geldigheidsduur van de planningsvergunning.
De planningsvergunning is twee jaar geldig.
Als de [1 secretaris-generaal]1 het voornemen heeft de planningsvergunning te weigeren, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van dat voornemen met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaar in te dienen als vermeld in artikel 34.
Art. 25. § 1er. [1 L'administration]1 examine le dossier dans les nonante jours suivant le jour de la réception de la demande recevable et examine si la demande s'inscrit dans la programmation, telle que visée à l'article 51 ou 52 de l'annexe 7 de l'arrêté du 28 juin 2019. [1 L'administration]1 peut demander des renseignements supplémentaires à l'initiateur.
§ 2. [Le secrétaire général ]1 octroie l'autorisation de planification. La décision est transmise à l'initiateur et publiée au Moniteur belge.
L'autorisation de planification mentionne toutes les données suivantes :
1° les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins de jour ;
2° le lieu d'implantation ;
3° le nombre d'unités de séjour ;
4° la date de prise d'effet et la durée de validité de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est valable deux ans.
Si [1 le secrétaire général ]1 a l'intention de refuser l'autorisation de planification, l'initiateur est informé de cette intention par lettre recommandée contre récépissé. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 34.
Art. 26. De planningsvergunning vervalt volledig of gedeeltelijk van rechtswege voor de niet-gerealiseerde verblijfseenheden als de initiatiefnemer voor het centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning binnen de geldigheidsduur van de planningsvergunning geen ontvankelijke aanvraag heeft ingediend om de bijkomende erkenning te krijgen.
[1 De administratie]1 brengt de initiatiefnemer op de hoogte van het verval of het gedeeltelijke verval van de planningsvergunning.
De planningsvergunning vervalt volledig of gedeeltelijk als de initiatiefnemer vrijwillig volledig of gedeeltelijk afstand doet van de planningsvergunning die aan hem verleend is. De voorziening of de verblijfseenheden van de voorziening die daarin opgenomen zijn, komen opnieuw in de programmatie op 1 januari van het jaar na het jaar waarin de beslissing over de gehele of gedeeltelijke vervallenverklaring van de verleende voorafgaande vergunning in het Belgisch Staatsblad verschenen is, tenzij de voorafgaande vergunning eerder van rechtswege vervalt. In dat laatste geval komen de voorziening of de verblijfseenheden van de voorziening opnieuw in de programmatie op de datum dat de voorafgaande vergunning van rechtswege vervalt.
Art. 26. L'autorisation de planification est totalement ou partiellement annulée de plein droit pour les unités de séjour non réalisées si au cours de la période de validité de l'autorisation de planification, l'initiateur n'a pas introduit de demande recevable d'agrément supplémentaire pour le centre soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire.
[1 L'administration ]1 informe l'initiateur de l'annulation ou de l'annulation partielle de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est totalement ou partiellement annulée si l'initiateur renonce totalement ou partiellement, de son plein gré, à l'autorisation de planification qui lui a été accordée. La structure ou ses unités de séjour qui y sont reprises entrent à nouveau dans la programmation le 1er janvier suivant l'année dans laquelle la décision sur l'annulation totale ou partielle de l'autorisation préalable a été publiée au Moniteur belge, à moins que l'autorisation préalable ne soit annulée de plein droit avant cette date. Dans ce cas, la structure ou ses unités de séjour entrent à nouveau dans la programmation à la date à laquelle l'autorisation préalable est annulée de plein droit.
Art. 27. De planningsvergunning vervalt als de initiatiefnemer afwijkt van de elementen, vermeld in de planningsvergunning van de vergunde voorziening of de vergunde verblijfseenheden van de voorziening, vermeld in artikel 25, § 2, tweede lid, tenzij de initiatiefnemer daarvoor de uitdrukkelijke instemming van de [1 secretaris-generaal]1 heeft gekregen.
De [1 secretaris-generaal]1 kan pas instemmen met een wijziging van de planningsvergunning als de initiatiefnemer bij het [1 de administratie]1 een gemotiveerd verzoek heeft ingediend dat vergezeld is van de relevante documenten en gegevens, vermeld in artikel 23, eerste lid. In voorkomend geval wordt de voorafgaande vergunning aangepast. De initiatiefnemer wordt van die beslissing op de hoogte gebracht en deze beslissing wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De minister kan de regels over de documenten en gegevens, vermeld in het tweede lid, preciseren.
Art. 27. L'autorisation de planification est annulée si l'initiateur déroge aux éléments, tels que visés dans l'autorisation de planification de la structure autorisée ou de ses unités de séjour autorisées, telles que visées à l'article 25, § 2, alinéa 2, sauf accord explicite [1 du secrétaire général ]1.
[1 Le secrétaire général ]1ne peut donner son accord à une modification de l'autorisation de planification que si l'initiateur a introduit auprès de [1 l'administration]1 une requête motivée, accompagnée des documents et informations pertinents, tels que visés à l'article 23, alinéa 1er. Le cas échéant, l'autorisation préalable est adaptée. L'initiateur est informé de cette décision, qui est publiée au Moniteur belge.
Le ministre peut préciser les règles relatives aux documents et informations, tels que visés à l'alinéa 2.
Afdeling 4. [1 - Planningsvergunning voor een bijkomende erkenning van woonzorgcentra voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie]1
Section 4. [1 - Autorisation de planification pour un agrément supplémentaire des centres de soins résidentiels pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce]1
Art. 28. De minister kan een oproep doen om een planningsvergunning aan te vragen voor een [1 bijkomende]1 erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie. De minister bepaalt bij een oproep de uiterste indieningsdatum voor het aanvragen van een planningsvergunning.
Art. 28. Le ministre peut lancer un appel à demander une autorisation de planification en vue d'obtenir un agrément [1 supplémentaire]1 pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce. Il arrête la date limite d'introduction à cet effet.
Art. 29. Een aanvraag van een planningsvergunning is ontvankelijk als ze al de volgende documenten en gegevens bevat:
1° een aanvraagformulier dat [2 de administratie]2 ter beschikking stelt en dat al de volgende gegevens bevat:
a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en het woonzorgcentrum [1 ...]1 waarvoor een planningsvergunning wordt aangevraagd;
b) het aantal woongelegenheden waarvoor de planningsvergunning wordt aangevraagd;
c) het aantal bezettingsdagen door personen met jongdementie in het woonzorgcentrum [1 ...]1 in het jaar dat voorafgaat aan de oproep, vermeld in artikel 28 van dit besluit;
2° als de initiatiefnemer een rechtspersoon is, met uitzondering van openbare besturen: de statuten en de eventuele wijzigingen ervan;
3° een kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan om een planningsvergunning aan te vragen voor een [1 bijkomende]1 erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie;
4° een toelichting waarin al de volgende elementen aan bod komen:
a) de voorwaarden, vermeld in artikel 68, 1°, 3° en 5°, van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019;
b) de visie op zorg en ondersteuning van personen met dementie in het algemeen en van personen met jongdementie in het bijzonder;
c) de verwachte rentabiliteit en prijszetting;
d) de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer;
5° het advies van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, vermeld in de bijlage I van het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 tot vastlegging van de regels voor de erkenning en de subsidiëring van partnerorganisaties ter uitvoering van artikel 68, § 1, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009.
Het advies, vermeld in het eerste lid, 5°, behandelt minstens de expertise die het woonzorgcentrum in kwestie heeft opgebouwd in de zorg voor personen met dementie en in de zorg voor personen met jongdementie, en de visie van de initiatiefnemer op zorg en ondersteuning van personen met dementie in het algemeen en van personen met jongdementie in het bijzonder.
De minister kan bij de oproep, vermeld in artikel 28, de regels over de ontvankelijkheid van de stukken en de gegevens, vermeld in het eerste lid, preciseren.
Art. 29. Une demande d'autorisation de planification est recevable si elle contient tous les documents et informations suivants :
1° un formulaire mis à disposition par [2 l'administration ]2 contenant toutes les informations suivantes :
a) les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins résidentiels [1 ...]1 pour lequel une autorisation de planification est demandée ;
b) le nombre de logements pour lesquels l'autorisation de planification est demandée ;
c) le nombre de jours d'occupation par des personnes atteintes de démence précoce dans le centre de soins résidentiels [1 ...]1 pendant l'année précédant l'appel, tel que visé à l'article 28 du présent arrêté ;
2° si l'initiateur est une personne morale, à l'exception des administrations publiques : les statuts et leurs éventuelles modifications ;
3° une copie de la décision de l'organe compétent de demander une autorisation de planification pour un agrément [1 supplémentaire]1 pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce ;
4° une explication dans laquelle les éléments suivants sont traités :
a) les conditions telles que visées à l'article 68, 1°, 3° et 5°, de l'annexe 11 à l'arrêté du 28 juin 20019 ;
b) la vision sur les soins et le soutien de personnes atteintes de démence en général et de personnes atteintes de démence précoce en particulier ;
c) la rentabilité escomptée et la fixation du prix ;
d) les garanties de qualité professionnelle de l'initiateur ;
5° l'avis du centre d'expertise de la démence en Flandre, tel que visé à l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 établissant les règles pour l'agrément et le subventionnement d'organisations partenaires en exécution de l'article 68, § 1er, du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009.
L'avis, tel que visé à l'alinéa 1er, 5°, couvre au moins l'expertise que le centre de soins résidentiels en question a acquise dans le domaine des soins aux personnes atteintes de démence et des soins aux personnes atteintes de démence précoce, ainsi que la vision de l'initiateur sur les soins et le soutien des personnes atteintes de démence en général et des personnes atteintes de démence précoce en particulier.
Dans l'appel, tel que visé à l'article 28, le ministre peut préciser les règles de recevabilité des documents et informations, tels que visés à l'alinéa 1er.
Art. 30. [1 De administratie]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag van de planningsvergunning.
Als de aanvraag niet ontvankelijk is, brengt [1 de administratie]1 de initiatiefnemer daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop [1 de administratie]1 de aanvraag heeft ontvangen.
Art. 30. [1 L'administration ]1 examine la recevabilité de la demande d'autorisation de planification.
Si la demande n'est pas recevable, [1 l'administration]1 en informe l'initiateur dans les trente jours suivant la réception de la demande par [1 l'administration]1.
Art. 31. [1 De administratie]1onderzoekt het dossier binnen negentig dagen na de dag waarop het de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen.
[1 De administratie]1 gaat in eerste instantie na of de toekenning van de individuele planningsvergunning mogelijk is binnen de programmatie, vermeld in artikel 67 van de bijlage 11 van het besluit van 28 juni 2019.
Voor de aanvragen waarvoor de toekenning van de planningsvergunning mogelijk is binnen de programmatie, vermeld in artikel 67 van de bijlage 11 van het besluit van 28 juni 2019, bepaalt [1 de administratie]1 vervolgens de prioriteit van de ingestuurde aanvragen op basis van een evaluatie van de toelichting, vermeld in artikel 28, 4°, en het advies van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, vermeld in artikel 28, 5°, en welke aanvragen op basis van deze evaluatie in aanmerking komen voor de toekenning van een planningsvergunning.
Als het totale aantal woongelegenheden waarvoor een planningsvergunning wordt aangevraagd, hoger ligt dan de vrije ruimte in de programmatie, bepaalt het agentschap op basis van de evaluatie vermeld in het vorige lid welke aanvragen in aanmerking komen voor de toekenning van een planningsvergunning.
[1 De administratie]1 kan aan de initiatiefnemer aanvullende inlichtingen vragen.
Art. 31. [1 L'administration]1 analyse le dossier dans les nonante jours suivant le jour où elle a reçu la demande recevable.
[1 L'administration]1 examine dans un premier temps si l'octroi de l'autorisation de planification individuelle est possible dans le cadre de la programmation, telle que visée à l'article 67 de l'annexe 11 de l'arrêté du 28 juin 2019.
En ce qui concerne les demandes pour lesquelles l'octroi de l'autorisation de planification est possible dans le cadre de la programmation, visée à l'article 67 de l'annexe 11 de l'arrêté du 28 juin 2019, [1 l'administration]1 détermine ensuite la priorité des demandes envoyées sur la base d'une évaluation de l'explication, visée à l'article 28, 4°, et de l'avis du centre d'expertise de la démence en Flandre, visé à l'article 28, 5°, et les demandes qui entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une autorisation de planification sur la base de cette évaluation.
Si le nombre total de logements pour lesquels une autorisation de planification est demandée dépasse l'espace libre dans la programmation, [1 l'administration]1 détermine sur la base de l'évaluation, visée à l'alinéa précédent, les demandes qui entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une autorisation de planification.
[1 L'administration]1 peut demander des renseignements supplémentaires à l'initiateur.
Art. 32. § 1. De [1 secretaris-generaal]1 verleent de planningsvergunning. De beslissing wordt uiterlijk negentig dagen na de uiterste indieningsdatum aan de initiatiefnemer bezorgd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De planningsvergunning vermeldt al de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en het woonzorgcentrum;
2° het aantal woongelegenheden;
3° de geldigheidsduur van de planningsvergunning.
De planningsvergunning is twee jaar geldig.
§ 2. Als de [1 secretaris-generaal]1 het voornemen heeft om de planningsvergunning te weigeren, brengt hij de initiatiefnemer daarvan op de hoogte met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. Die brief vermeldt ook de mogelijkheid en de voorwaarden om tegen het voornemen een bezwaar in te dienen als vermeld in artikel 34.
Art. 32. § 1er. [1 Le secrétaire général ]1 octroie l'autorisation de planification. La décision est transmise à l'initiateur au plus tard nonante jours suivant la date limite d'introduction et publiée au Moniteur belge.
L'autorisation de planification mentionne toutes les données suivantes :
1° les données d'identification de l'initiateur et du centre de soins résidentiels ;
2° le nombre de logements ;
3° la durée de validité de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est valable deux ans.
§ 2. Si [1 le secrétaire général ]1 a l'intention de refuser l'autorisation de planification, il en informe l'initiateur par lettre recommandée avec accusé de réception. Cette lettre mentionne également la possibilité et les conditions d'introduction d'une réclamation contre cette intention, telle que visée à l'article 34.
Art. 33. De planningsvergunning vervalt van rechtswege als binnen de geldigheidsduur van de planningsvergunning de initiatiefnemer voor de voorziening of de entiteiten van de voorziening geen ontvankelijke aanvraag heeft ingediend om de [1 bijkomende]1 erkenning te krijgen.
[2 De administratie]2 brengt de initiatiefnemer op de hoogte van het verval of het gedeeltelijke verval van de planningsvergunning.
De planningsvergunning vervalt volledig of gedeeltelijk als de initiatiefnemer vrijwillig volledig of gedeeltelijk afstand doet van de planningsvergunning die aan hem verleend is. De voorziening of de entiteiten van de voorziening die daarin opgenomen zijn, komen opnieuw in de programmatie op 1 januari van het jaar na het jaar waarin de beslissing over de gehele of gedeeltelijke vervallenverklaring van de verleende voorafgaande vergunning in het Belgisch Staatsblad verschenen is, tenzij de voorafgaande vergunning eerder van rechtswege vervalt. In dat laatste geval komen de voorziening of de entiteiten van de voorziening opnieuw in de programmatie op de datum dat de voorafgaande vergunning van rechtswege vervalt.
Art. 33. L'autorisation de planification est annulée de plein droit si au cours de la période de validité de l'autorisation de planification, l'initiateur n'a pas introduit de demande recevable d'agrément [1 supplémentaire]1 pour la structure ou ses entités.
[2 L'administration ]2 informe l'initiateur de l'annulation ou de l'annulation partielle de l'autorisation de planification.
L'autorisation de planification est totalement ou partiellement annulée si l'initiateur renonce totalement ou partiellement, de son plein gré, à l'autorisation de planification qui lui a été accordée. La structure ou ses entités qui y sont reprises entrent à nouveau dans la programmation le 1er janvier suivant l'année dans laquelle la décision sur l'annulation totale ou partielle de l'autorisation préalable a été publiée au Moniteur belge, à moins que l'autorisation préalable ne soit annulée de plein droit avant cette date. Dans ce cas, la structure ou ses entités entrent à nouveau dans la programmation à la date à laquelle l'autorisation préalable est annulée de plein droit.
Afdeling 5. - Bezwaar
Section 5. - Réclamation
Art. 34. § 1. De initiatiefnemer of zijn wettelijke vertegenwoordiger beschikt over dertig dagen om met een aangetekende brief een gemotiveerd bezwaarschrift aan [1 de administratie]1 te richten, waarin hij vraagt het voornemen tot weigering van de planningsvergunning opnieuw in overweging te nemen. In het bezwaarschrift kan hij verzoeken om gehoord te worden.
De termijn, vermeld in het eerste lid, gaat in de dag na de dag waarop de initiatiefnemer het voormelde voornemen heeft ontvangen. Na die termijn wordt er onweerlegbaar van uitgegaan dat de initiatiefnemer het voornemen aanvaardt en wordt het voornemen van rechtswege geacht de definitieve beslissing te zijn.
§ 2. Als binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, een gemotiveerd bezwaarschrift aan het [1 de administratie ]1 is verstuurd, wordt het verzoek behandeld conform de regels die zijn vastgesteld krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat )pleegzorgers.
Art. 34. § 1er. L'initiateur ou son représentant légal dispose d'un délai de trente jours pour adresser une réclamation motivée par lettre recommandée à [1 l'administration ]1, dans laquelle il demande de reconsidérer l'intention de refuser l'autorisation de planification. Dans cette réclamation, il peut demander à être entendu.
Le délai, visé à l'alinéa premier, commence à courir le jour suivant celui au cours duquel l'initiateur a reçu l'intention précitée. A l'expiration de ce délai, il est irréfutablement présumé que l'initiateur accepte l'intention et l'intention est censée de plein droit être la décision définitive.
§ 2. Si dans le délai, visé au paragraphe 1er, une réclamation motivée est adressée à [1 -1 l'administration ]1]1, la demande est traitée conformément aux règles fixées en vertu du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création du Conseil consultatif stratégique pour la Politique flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 35. In artikel 68 van bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° de woongelegenheden passen in de programmatie, vermeld in artikel 67;";
2° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning werkt op het moment van de aanvraag samen met een erkend expertisecentrum voor dementie.".
Art. 35. A l'article 68 de l'annexe 11 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les logements s'inscrivent dans la programmation visée à l'article 67 ; " ;
2° il est ajouté un point 5°, libellé comme suit :
" 5° au moment de la demande, le centre de soins résidentiels disposant d'un agrément supplémentaire travaille en collaboration avec un centre d'expertise agréé de la démence. ".
Art. 36. In artikel 70 van bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt zinssnede "afhankelijkheidscategorie Cd of D, vermeld in artikel 425, tweede lid, 5° en 6° " vervangen door de zinsnede "afhankelijkheidscategorie Cd of B, vermeld in artikel 425, tweede lid, 3° en 5° ".
Art. 36. A l'article 70 de l'annexe 11 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, le membre de phrase " catégorie de dépendance Cd ou D visée à l'article 425, alinéa 2, 5° et 6° " est remplacé par le membre de phrase " catégorie de dépendance Cd ou B visée à l'article 425, alinéa 2, 3° et 5° ".
Art. 37. In de bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° de artikelen 2 tot en met 13 worden opgeheven;
2° in artikel 17, eerste lid wordt de zinsnede `de planningsvergunning of' geschrapt.
Art. 37. A l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable, les modifications suivantes sont apportées :
1° les articles 2 à 13 sont supprimés ;
2° à l'article 17, alinéa 1er, le membre de phrase " de l'autorisation de planification ou " est supprimé.
Art. 38. In het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 houdende de toekenning van een planningsvergunning en de erkenning van woongelegenheden met een bijzondere erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de artikelen 2 tot en met 5 worden opgeheven;
2° in artikel 9, eerste lid wordt de zinsnede `de planningsvergunning of' geschrapt.
Art. 38. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019 portant l'octroi d'une autorisation de planification et l'agrément de logements disposant d'un agrément spécial pour les soins et le soutien de personnes atteintes de démence précoce, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité et l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, les modifications suivantes sont apportées :
1° les articles 2 à 5 sont supprimés ;
2° à l'article 9, alinéa 1er, le membre de phrase " de l'autorisation de planification ou " est supprimé.
Art. 39. In hoofdstuk 5 van de bijlage 10 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, wordt een artikel 51 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 51. Voorafgaande vergunningen voor groepen van assistentiewoningen die zijn verleend conform artikel 2, tweede lid, van de bijlage XVI Groepen van assistentiewoningen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, en waarvoor vóór 1 januari 2020 nog geen erkenning werd aangevraagd, blijven geldig tot en met 31 december 2024. Als voor die datum geen ontvankelijke erkenningsaanvraag is ingediend, vervallen ze van rechtswege op 1 januari 2025.".
Art. 39. Au chapitre 5 de l'annexe 10 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est inséré un article 51 libellé comme suit :
" Art. 51. Les autorisations préalables octroyées aux groupes de logements à assistance conformément à l'article 2, alinéa 2, de l'annexe XVI Groupes de logements à assistance à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, et n'ayant pas encore fait l'objet d'une demande d'agrément avant le 1er janvier 2020 restent valables jusqu'au 31 décembre 2024. Si aucune demande d'agrément recevable n'a été introduite avant cette date, elles sont annulées de plein droit au 1er janvier 2025. ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 40. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017, wordt opgeheven.
Art. 40. L'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 réglementant l'octroi de l'autorisation préalable pour certaines structures de services de soins et de logement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2017, est abrogé.
Art. 41. De voorzieningen of de entiteiten van de voorziening die op 31 december 2020 voorafgaand vergund zijn, behouden hun voorafgaande vergunning conform de regels, vermeld in dit besluit.
Art. 41. Les structures ou les entités de la structure préalablement autorisées au 31 décembre 2020, conservent leur autorisation préalable conformément aux règles, visées dans le présent arrêté.
Art. 42. Als over een aanvraag tot het verkrijgen, het wijzigen of het verlengen van een voorafgaande vergunning voor een voorziening of van entiteiten van een voorziening op 31 december 2020 nog geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag verder behandeld met toepassing van dit besluit.
Art. 42. Si au 31 décembre 2020, aucune décision n'a été prise concernant une demande d'obtention, de modification ou de prolongation d'une autorisation préalable pour une structure ou ses entités, le traitement de la demande se poursuit en application du présent arrêté.
Art. 43. De geldigheidsduur van voorafgaande vergunningen voor centra voor kortverblijf type 1 of woonzorgcentra die verleend zijn voor 1 januari 2014, wordt verlengd tot en met 31 december 2025 voor de volgende werken:
1° het bouwen, het inrichten, het in gebruik nemen of het verplaatsen van de activiteiten naar een andere inplantingsplaats binnen of over het werkingsgebied conform het besluit van de Vlaamse Regering 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning;
2° het verhogen van de capaciteit van een centrum voor kortverblijf type 1 of een woonzorgcentrum dat erkend of voorafgaandelijk vergund is, conform het besluit van de Vlaamse Regering 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning.
Art. 43. La durée de validité des autorisations préalables pour les centres de court séjour de type 1 ou les centres de soins résidentiels octroyées avant le 1er janvier 2014 est prolongée jusqu'au 31 décembre 2025 pour les travaux suivants :
1° la construction, l'aménagement, la mise en service ou le déplacement des activités vers un autre lieu d'implantation dans ou en dehors de la zone d'action, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable ;
2° l'augmentation de la capacité d'un centre de court séjour de type 1 ou d'un centre de soins résidentiels agréé ou autorisé préalablement conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 réglementant l'octroi d'un calendrier d'agrément ou de conversion et modifiant les règles de l'autorisation préalable.
Art. 44. In afwijking van artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, en 3°, van dit besluit kunnen voorafgaande vergunningen om lokale dienstencentra te realiseren, waarvoor voor 1 juli 2015 een zorgstrategisch plan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden of in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, is goedgekeurd, geldig blijven tot de voltooiing van de bouwwerken en de erkenning van de voorziening.
Als binnen de termijn, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nog niet is verkregen of aangevraagd, of als binnen de termijn, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 3°, nog geen winddichte infrastructuur is gerealiseerd, volstaat het dat de initiatiefnemer dat meldt aan [1 de administratie]1 en daarbij verwijst naar zorgstrategisch plan dat vóór 1 juli 2015 is goedgekeurd. De [1 secretaris-generaal]1 verlengt dan de voorafgaande vergunning. De verlenging blijft geldig tot de voltooiing van de bouwwerken en de erkenning van de voorziening.
Als de procedure in het kader van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt stopgezet, hetzij op verzoek van de initiatiefnemer, hetzij door een negatief advies van [2 het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden]2, [2 ...]2 vervalt de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid. In dat geval wordt de geldigheidstermijn van de voorafgaande vergunning nog een keer verlengd met maximaal drie jaar vanaf de datum van het verzoek van de initiatiefnemer of de datum van het negatieve advies van [2 het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden]2.
Art. 44. Par dérogation à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 3°, du présent arrêté, les autorisations préalables octroyées pour la réalisation de centres locaux de services, pour lesquels un plan en matière de la stratégie de soins, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 portant les règles de procédure concernant l'infrastructure des questions liées au personnel ou dans le décret du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions alternatives d'investissement fournies par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", a été approuvé avant le 1er juillet 2015, restent valables jusqu'à l'achèvement des travaux et à l'agrément de la structure.
Si, dans le délai tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, le permis d'environnement pour des actes urbanistiques n'a pas encore été obtenu ou demandé, ou si dans le délai tel que visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 3°, aucune infrastructure étanche à l'air n'a été construite, il suffit que l'initiateur le signale à [1 l'administration ]1 et fasse référence dans cette notification au plan stratégique de soins approuvé avant le 1er juillet 2015. [1 Le secrétaire général]1 prolonge alors l'autorisation préalable. La prolongation reste valable jusqu'à l'achèvement des travaux et à l'agrément de la structure.
Si la procédure dans le cadre du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables est suspendue, soit à la demande de l'initiateur, soit à la suite d'un avis négatif rendu par [2 l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables]2, [2 ...]2 la possibilité, telle que visée à l'alinéa 1er, est annulée. Dans ce cas, la durée de validité de l'autorisation préalable est prolongée une fois pour une période maximale de trois ans à compter de la date de la demande de l'initiateur ou de la date de l'avis négatif rendu par [2 l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables]2.
Art. 45. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 45. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. 46. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 46. Le ministre flamand qui a les Soins de santé et les Soins résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.