Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 DECEMBER 2021. - Wet tot uitvoering van het sociaal akkoord in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2021-2022(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2021 en tekstbijwerking tot 23-08-2023)
Titre
12 DECEMBRE 2021. - Loi exécutant l'accord social dans le cadre des négociations interprofessionnelles pour la période 2021-2022(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2021 et mise à jour au 23-08-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITEL 2. - Werk
HOOFDSTUK 1. - Verhoging van het aantal vrijwil...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 24 dece...
HOOFDSTUK 3. - Eenmalige innovatiepremies
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 20 dece...
TITEL 3. - Sociale Zaken
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van hoofdstuk 7 - H...
TITEL 4. - Fiscale maatregelen
HOOFDSTUK 1. - Vrijstelling van de relance-uren
HOOFDSTUK 2. - Verhoging van het aantal fiscaal...
HOOFDSTUK 3. - Verhoging van het maximumbedrag ...
TITEL 5. - Wijziging van de wet van 28 april 20...
Table des matières
TITRE 1er. - Disposition introductive
TITRE 2. - Travail
CHAPITRE 1er. - Augmentation du nombre d'heures...
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 24 déce...
CHAPITRE 3. - Primes uniques d'innovation
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 20 déce...
TITRE 3. - Affaires Sociales
CHAPITRE UNIQUE. - Modification du chapitre 7 -...
TITRE 4. - Mesures fiscales
CHAPITRE 1er. - Exonération des heures de relance
CHAPITRE 2. - Augmentation du nombre d'heures s...
CHAPITRE 3. - Augmentation du montant maximum d...
TITRE 5. - Modification de la loi du 28 avril 2...
Tekst (38)
Texte (38)
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Werk
TITRE 2. - Travail
HOOFDSTUK 1. - Verhoging van het aantal vrijwillige overuren voor alle sectoren in 2021 en 2022
CHAPITRE 1er. - Augmentation du nombre d'heures supplementaires volontaires pour tous les secteurs en 2021 et 2022
Art. 2. § 1. De 100 uren bedoeld in artikel 25bis, § 1, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden in alle sectoren verhoogd tot 220 uren in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Deze bijkomende overuren worden relance-uren genoemd en dienen te worden gepresteerd tijdens de periode waarop zij betrekking hebben.
De bijkomende overuren die, in toepassing van artikel 52 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteunings-maatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, tijdens het jaar 2021 reeds werden gepresteerd bij de werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren, worden in mindering gebracht van de bijkomende overuren die in toepassing van het eerste lid kunnen worden gepresteerd tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.
§ 2. De bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die met toepassing van artikel 25bis, § 1, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden gepresteerd tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, worden niet aangerekend bij de berekening van het gemiddelde bedoeld in artikel 26bis, § 1, van dezelfde wet en worden niet in aanmerking genomen voor de naleving van de grens bedoeld bij artikel 26bis, § 1bis, van dezelfde wet.
§ 3. Het overloon bepaald bij artikel 29, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 is niet van toepassing op de bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, op grond van § 1 van dit artikel worden gepresteerd.
§ 4. Het akkoord van de werknemer met betrekking tot de relance-uren moet schriftelijk worden vastgesteld voor een hernieuwbare periode van zes maanden. Dit akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk aan de betrokken periode worden gesloten.
In de mate de werknemer zijn akkoord zoals bedoeld in artikel 25bis, § 2, van de arbeidswet van 16 maart 1971 heeft gegeven voor de overuren bedoeld in § 1, tweede lid, kan dit akkoord ook vanaf 1 juli 2021 verder gelden voor de resterende duur van de periode van zes maanden.
De bijkomende overuren die, in toepassing van artikel 52 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteunings-maatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, tijdens het jaar 2021 reeds werden gepresteerd bij de werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren, worden in mindering gebracht van de bijkomende overuren die in toepassing van het eerste lid kunnen worden gepresteerd tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.
§ 2. De bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die met toepassing van artikel 25bis, § 1, eerste lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden gepresteerd tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, worden niet aangerekend bij de berekening van het gemiddelde bedoeld in artikel 26bis, § 1, van dezelfde wet en worden niet in aanmerking genomen voor de naleving van de grens bedoeld bij artikel 26bis, § 1bis, van dezelfde wet.
§ 3. Het overloon bepaald bij artikel 29, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 is niet van toepassing op de bijkomende overuren, relance-uren genaamd, die tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, op grond van § 1 van dit artikel worden gepresteerd.
§ 4. Het akkoord van de werknemer met betrekking tot de relance-uren moet schriftelijk worden vastgesteld voor een hernieuwbare periode van zes maanden. Dit akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk aan de betrokken periode worden gesloten.
In de mate de werknemer zijn akkoord zoals bedoeld in artikel 25bis, § 2, van de arbeidswet van 16 maart 1971 heeft gegeven voor de overuren bedoeld in § 1, tweede lid, kan dit akkoord ook vanaf 1 juli 2021 verder gelden voor de resterende duur van de periode van zes maanden.
Art. 2. § 1er. Les 100 heures visées à l'article 25bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail sont portées à 220 heures dans tous les secteurs pour la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021 inclus et pour la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022 inclus. Ces heures supplémentaires additionnelles sont dénommées heures de relance et doivent être prestées pendant la période à laquelle elles se rapportent.
Les heures supplémentaires additionnelles qui, en application de l'article 52 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, ont déjà été prestées pendant l'année 2021 chez les employeurs appartenant aux secteurs cruciaux sont déduites des heures supplémentaires additionnelles qui peuvent être prestées, en application de l'alinéa 1er, pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre inclus.
§ 2. Les heures supplémentaires additionnelles, dénommées heures de relance, qui sont prestées, en application de l'article 25bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021 inclus et pendant la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022 inclus, ne sont pas comptées dans le calcul de la moyenne prévue à l'article 26bis, § 1er, de la même loi et ne sont pas prises en compte pour le respect de la limite prévue à l'article 26bis, § 1erbis, de la même loi.
§ 3. Le sursalaire prévu à l'article 29, § 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail n'est pas applicable aux heures supplémentaires additionnelles, dénommées heures de relance, qui sont prestées pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021 inclus et pendant la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022 inclus, en vertu du § 1er du présent article.
§ 4. L'accord du travailleur relatif aux heures de relance doit être constaté par écrit pour une période renouvelable de six mois. L'accord doit être conclu expressément et préalablement à la période concernée.
Dans la mesure où le travailleur a donné son accord tel que visé à l'article 25bis, § 2, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail pour les heures supplémentaires visées au § 1er, deuxième alinéa, cet accord peut continuer à s'appliquer à partir du 1er juillet 2021 pour la durée restante des six mois.
Les heures supplémentaires additionnelles qui, en application de l'article 52 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, ont déjà été prestées pendant l'année 2021 chez les employeurs appartenant aux secteurs cruciaux sont déduites des heures supplémentaires additionnelles qui peuvent être prestées, en application de l'alinéa 1er, pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre inclus.
§ 2. Les heures supplémentaires additionnelles, dénommées heures de relance, qui sont prestées, en application de l'article 25bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021 inclus et pendant la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022 inclus, ne sont pas comptées dans le calcul de la moyenne prévue à l'article 26bis, § 1er, de la même loi et ne sont pas prises en compte pour le respect de la limite prévue à l'article 26bis, § 1erbis, de la même loi.
§ 3. Le sursalaire prévu à l'article 29, § 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail n'est pas applicable aux heures supplémentaires additionnelles, dénommées heures de relance, qui sont prestées pendant la période du 1er janvier 2021 au 31 décembre 2021 inclus et pendant la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2022 inclus, en vertu du § 1er du présent article.
§ 4. L'accord du travailleur relatif aux heures de relance doit être constaté par écrit pour une période renouvelable de six mois. L'accord doit être conclu expressément et préalablement à la période concernée.
Dans la mesure où le travailleur a donné son accord tel que visé à l'article 25bis, § 2, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail pour les heures supplémentaires visées au § 1er, deuxième alinéa, cet accord peut continuer à s'appliquer à partir du 1er juillet 2021 pour la durée restante des six mois.
Art. 3. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art. 3. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2021.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi
Art. 4. In artikel 33bis, § 1, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden het vierde lid en het vijfde lid vervangen door één enkel lid, dat het vierde lid wordt, luidende:
"De toepassing van het eerste lid mag er voor de werknemer evenwel niet toe leiden dat het voltijds loon lager zou zijn dan het loon bedoeld in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad van 2 mei 1988.".
"De toepassing van het eerste lid mag er voor de werknemer evenwel niet toe leiden dat het voltijds loon lager zou zijn dan het loon bedoeld in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad van 2 mei 1988.".
Art. 4. A l'article 33bis, § 1er, de la loi du 24 décembre 1999 relative à la promotion de l'emploi, inséré par la loi du 26 mars 2018, le quatrième alinéa et le cinquième alinéa sont remplacés par un seul alinéa, qui devient le quatrième alinéa, rédigé comme suit:
"L'application du premier alinéa ne peut toutefois pas entraîner pour le travailleur une rémunération à temps plein qui soit inférieure à la rémunération visée à l'article 3 de la convention collective de travail n° 43 du Conseil national du Travail du 2 mai 1988.".
"L'application du premier alinéa ne peut toutefois pas entraîner pour le travailleur une rémunération à temps plein qui soit inférieure à la rémunération visée à l'article 3 de la convention collective de travail n° 43 du Conseil national du Travail du 2 mai 1988.".
Art. 5. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2022.
Art. 5. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er avril 2022.
HOOFDSTUK 3. - Eenmalige innovatiepremies
CHAPITRE 3. - Primes uniques d'innovation
Art. 6. In artikel 31, eerste en tweede lid, van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007, 27 maart 2009, 1 februari 2011, 17 augustus 2013, 10 augustus 2015, 30 september 2017 en 26 mei 2019, worden de woorden "1 januari 2021" telkens vervangen door de woorden "1 januari 2023".
Art. 6. Dans l'article 31, alinéas 1er et 2, de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, modifié par les lois des 17 mai 2007, 27 mars 2009, 1er février 2011, 17 août 2013, 10 août 2015, 30 septembre 2017 et 26 mai 2019, les mots "1er janvier 2021" sont chaque fois remplacés par les mots "1er janvier 2023".
Art. 7. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Art. 7. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2021.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 8. In artikel 40 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij wet van 2 april 2021, wordt het punt 6° aangevuld met een lid, luidende als volgt:
"Voor de periode van 27 juni 2021 tot en met 30 juni 2021, wordt onder werkgevers die tot cruciale sectoren behoren verstaan: de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die personeel tewerkstellen en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking zoals opgenomen in bijlage 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals in voege op 26 juni 2021, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten.".
"Voor de periode van 27 juni 2021 tot en met 30 juni 2021, wordt onder werkgevers die tot cruciale sectoren behoren verstaan: de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die personeel tewerkstellen en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking zoals opgenomen in bijlage 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals in voege op 26 juni 2021, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten.".
Art. 8. A l'article 40 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 2 avril 2021, le point 6° est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Pour la période du 27 juin 2021 au 30 juin 2021 inclus, on entend par employeurs qui appartiennent aux secteurs cruciaux: les commerces, entreprises et services privés et publics qui occupent du personnel et qui sont nécessaires à la protection des besoins vitaux de la Nation et des besoins de la population, repris à l'annexe 1re de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 portant des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, tel qu'en vigueur au 26 juin 2021, ainsi que les producteurs, fournisseurs, entrepreneurs et sous-traitants de biens, travaux et services qui sont essentiels à l'activité de ces entreprises et de ces services.".
"Pour la période du 27 juin 2021 au 30 juin 2021 inclus, on entend par employeurs qui appartiennent aux secteurs cruciaux: les commerces, entreprises et services privés et publics qui occupent du personnel et qui sont nécessaires à la protection des besoins vitaux de la Nation et des besoins de la population, repris à l'annexe 1re de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 portant des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, tel qu'en vigueur au 26 juin 2021, ainsi que les producteurs, fournisseurs, entrepreneurs et sous-traitants de biens, travaux et services qui sont essentiels à l'activité de ces entreprises et de ces services.".
Art. 9. Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 27 juni 2021.
Art. 9. L'article 8 produit ses effets le 27 juin 2021.
Art. 10. In artikel 52 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" telkenmale vervangen door de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" telkenmale vervangen door de woorden "voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021";
3° in paragraaf 4 worden de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021" vervangen door de woorden "tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021".
Art. 10. A l'article 52 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 18 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont chaque fois remplacés par les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus";
2° dans le paragraphe 3, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus";
3° dans le paragraphe 4, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus".
1° dans le paragraphe 2, les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont chaque fois remplacés par les mots "pour la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus";
2° dans le paragraphe 3, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus";
3° dans le paragraphe 4, les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 septembre 2021 inclus" sont remplacés par les mots "durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021 inclus".
Art. 11. In artikel 58 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij wet van 18 juli 2021, wordt het 2e lid vervangen als volgt:
"De artikelen 40 tot 53 treden buiten werking op 30 september 2021, met uitzondering van artikel 46 dat buiten werking treedt op 31 maart 2021 en artikel 52 dat buiten werking treedt op 30 juni 2021.".
"De artikelen 40 tot 53 treden buiten werking op 30 september 2021, met uitzondering van artikel 46 dat buiten werking treedt op 31 maart 2021 en artikel 52 dat buiten werking treedt op 30 juni 2021.".
Art. 11. Dans l'article 58 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 18 juillet 2021, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Les articles 40 à 53 cessent d'être en vigueur le 30 septembre 2021 à l'exception de l'article 46 qui cesse d'être en vigueur le 31 mars 2021 et de l'article 52 qui cesse d'être en vigueur le 30 juin 2021.".
"Les articles 40 à 53 cessent d'être en vigueur le 30 septembre 2021 à l'exception de l'article 46 qui cesse d'être en vigueur le 31 mars 2021 et de l'article 52 qui cesse d'être en vigueur le 30 juin 2021.".
Art. 12. Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 30 juni 2021.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 30 juni 2021.
Art. 12. L'article 10 produit ses effets le 1er juillet 2021.
L'article 11 produit ses effets le 30 juin 2021.
L'article 11 produit ses effets le 30 juin 2021.
TITEL 3. - Sociale Zaken
TITRE 3. - Affaires Sociales
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van hoofdstuk 7 - Harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van sociale zekerheidsbijdragen - van Titel IV van de programmawet (I) van 24 december 2002
CHAPITRE UNIQUE. - Modification du chapitre 7 - Harmonisation et simplification des régimes de réductions de cotisation de sécurité sociale - du Titre IV de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002
Art. 13. In artikel 331 van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatst gewijzigd bij de wet van 16 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Bij een refertekwartaalloon lager dan een bepaalde loongrens S2 wordt aan F een complement toegevoegd dat lineair met het verschil tussen deze loongrens en het refertekwartaalloon stijgt volgens een hellingscoëfficiënt {gamma}.";
2° Het vijfde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat moet worden verstaan onder hellingscoëfficiënt {gamma}, waarbij deze coëfficiënt kan verschillen volgens de tewerkstellingscategorie en onder loongrens S2, waarbij deze loongrens kan verschillen volgens de tewerkstellingscategorie.";
3° Het zesde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze waarop de loongrens S2 automatisch wordt aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.".
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Bij een refertekwartaalloon lager dan een bepaalde loongrens S2 wordt aan F een complement toegevoegd dat lineair met het verschil tussen deze loongrens en het refertekwartaalloon stijgt volgens een hellingscoëfficiënt {gamma}.";
2° Het vijfde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat moet worden verstaan onder hellingscoëfficiënt {gamma}, waarbij deze coëfficiënt kan verschillen volgens de tewerkstellingscategorie en onder loongrens S2, waarbij deze loongrens kan verschillen volgens de tewerkstellingscategorie.";
3° Het zesde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze waarop de loongrens S2 automatisch wordt aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.".
Art. 13. Dans l'article 331 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifié en dernier lieu par la loi du 16 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
"Pour un salaire trimestriel de référence inférieur à un plafond salarial déterminé S2, un complément est ajouté à F qui évolue de manière linéaire en fonction de la différence entre le plafond salarial et le salaire trimestriel de référence et dont la pente est déterminée par le coefficient {gamma}";
2° l'alinéa 5 est complété par la phrase suivante :
"Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ce que l'on entend par coefficient {gamma}, ce coefficient pouvant être différent selon la catégorie d'occupation, et par plafond salarial S2, ce plafond pouvant être différent selon la catégorie d'occupation.";
3° L'alinéa 6 est complété par la phrase suivante:
"Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les mécanismes par lesquels le plafond salarial S2 est automatiquement adapté à l'évolution de l'indice des prix à la consommation.".
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
"Pour un salaire trimestriel de référence inférieur à un plafond salarial déterminé S2, un complément est ajouté à F qui évolue de manière linéaire en fonction de la différence entre le plafond salarial et le salaire trimestriel de référence et dont la pente est déterminée par le coefficient {gamma}";
2° l'alinéa 5 est complété par la phrase suivante :
"Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ce que l'on entend par coefficient {gamma}, ce coefficient pouvant être différent selon la catégorie d'occupation, et par plafond salarial S2, ce plafond pouvant être différent selon la catégorie d'occupation.";
3° L'alinéa 6 est complété par la phrase suivante:
"Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les mécanismes par lesquels le plafond salarial S2 est automatiquement adapté à l'évolution de l'indice des prix à la consommation.".
Art. 14. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2022.
Art. 14. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er avril 2022.
TITEL 4. - Fiscale maatregelen
TITRE 4. - Mesures fiscales
HOOFDSTUK 1. - Vrijstelling van de relance-uren
CHAPITRE 1er. - Exonération des heures de relance
Art. 15. § 1. In afwijking van de artikelen 31, tweede lid, 1°, en 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden vrijgesteld van inkomstenbelastingen:
1° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd [2 en die uiterlijk op 31 december 2023 worden betaald of toegekend]2;
2° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd [2 en die uiterlijk op 31 december 2024 worden betaald of toegekend]2.
De in artikel 15, eerste lid, 2°, van [1 de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie]1 en in het eerste lid, 1°, bedoelde vrijstellingen kunnen, samengenomen, slechts voor 120 vrijwillige overuren worden verleend.
§ 2. Wanneer de belastingplichtige in 2021 en/of 2022 bijkomende vrijwillige overuren heeft gepresteerd en niet alle bezoldigingen voor die in 2021, respectievelijk in 2022, gepresteerde overuren in hetzelfde belastbare tijdperk worden betaald of toegekend, wordt de vrijstelling eerst aangerekend op de bezoldigingen voor de bijkomende vrijwillige overuren die in het belastbare tijdperk verbonden met het inkomstenjaar 2021, respectievelijk 2022, worden betaald of toegekend, en, desgevallend, vervolgens op de bezoldigingen voor die overuren die in [2 elk van de twee volgende belastbare tijdperken]2 worden betaald of toegekend.
Wanneer in een belastbaar tijdperk bezoldigingen worden betaald of toegekend voor meer dan het aantal voor dat belastbare tijdperk vrijstelbare bijkomende vrijwillige overuren, wordt de vrijstelling verhoudingsgewijs aangerekend op de bezoldigingen voor de in 2021, respectievelijk in 2022, gepresteerde bijkomende vrijwillige overuren.
§ 3. De belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag bedoeld in artikel 154bis van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing bedoeld in artikel 275/1 van hetzelfde Wetboek zijn niet van toepassing op het overwerk dat in aanmerking komt voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde vrijstelling.
§ 4. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bezoldigingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
1° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd [2 en die uiterlijk op 31 december 2023 worden betaald of toegekend]2;
2° de bezoldigingen met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 overeenkomstig artikel 2 worden gepresteerd [2 en die uiterlijk op 31 december 2024 worden betaald of toegekend]2.
De in artikel 15, eerste lid, 2°, van [1 de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie]1 en in het eerste lid, 1°, bedoelde vrijstellingen kunnen, samengenomen, slechts voor 120 vrijwillige overuren worden verleend.
§ 2. Wanneer de belastingplichtige in 2021 en/of 2022 bijkomende vrijwillige overuren heeft gepresteerd en niet alle bezoldigingen voor die in 2021, respectievelijk in 2022, gepresteerde overuren in hetzelfde belastbare tijdperk worden betaald of toegekend, wordt de vrijstelling eerst aangerekend op de bezoldigingen voor de bijkomende vrijwillige overuren die in het belastbare tijdperk verbonden met het inkomstenjaar 2021, respectievelijk 2022, worden betaald of toegekend, en, desgevallend, vervolgens op de bezoldigingen voor die overuren die in [2 elk van de twee volgende belastbare tijdperken]2 worden betaald of toegekend.
Wanneer in een belastbaar tijdperk bezoldigingen worden betaald of toegekend voor meer dan het aantal voor dat belastbare tijdperk vrijstelbare bijkomende vrijwillige overuren, wordt de vrijstelling verhoudingsgewijs aangerekend op de bezoldigingen voor de in 2021, respectievelijk in 2022, gepresteerde bijkomende vrijwillige overuren.
§ 3. De belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag bedoeld in artikel 154bis van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing bedoeld in artikel 275/1 van hetzelfde Wetboek zijn niet van toepassing op het overwerk dat in aanmerking komt voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde vrijstelling.
§ 4. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bezoldigingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
Art. 15. § 1er. Par dérogation aux articles 31, alinéa 2, 1°, et 32 du Code des impôts sur les revenus 1992, sont exonérées d'impôts sur les revenus:
1° les rémunérations relatives à 120 heures supplémentaires volontaires prestées pendant la période du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus conformément à l'article 2 [2 et payées ou attribuées au plus tard le 31 décembre 2023]2;
2° les rémunérations relatives à 120 heures supplémentaires volontaires prestées pendant la période du 1er janvier 2022 jusqu'au 31 décembre 2022 inclus conformément à l'article 2 [2 et payées ou attribuées au plus tard le 31 décembre 2024]2.
Les exonérations visées à l'article 15, alinéa 1er, 2°, de [1 la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19]1, et à l'alinéa 1er, 1°, ne peuvent être octroyées, ensemble, qu'à 120 heures supplémentaires volontaires.
§ 2. Lorsque le contribuable a presté des heures supplémentaires volontaires additionnelles en 2021 et/ou en 2022, et que toutes les rémunérations pour ces heures prestées en 2021, ou respectivement en 2022, ne sont pas payées ou attribuées durant la même période imposable, l'exonération est d'abord imputée sur les rémunérations pour les heures supplémentaires volontaires additionnelles payées ou attribuées durant la période imposable liée à l'année de revenus 2021, ou respectivement à l'année de revenus 2022, et ensuite, le cas échéant, sur les rémunérations pour ces heures supplémentaires payées ou attribuées durant [2 chacune des deux périodes imposables suivantes]2.
Lorsque des rémunérations sont payées ou attribuées durant une période imposable pour plus que le nombre d'heures supplémentaires volontaires additionnelles qui peuvent être exonérées pour cette période imposable, l'exonération est imputée proportionnellement sur les rémunérations pour les heures supplémentaires volontaires additionnelles prestées en 2021, ou respectivement en 2022.
§ 3. La réduction d'impôt pour rémunérations suite à la prestation de travail supplémentaire donnant droit à un sursalaire visée à l'article 154bis du Code des impôts sur les revenus 1992 et la dispense de versement de précompte professionnel visée à l'article 275/1 du même Code ne sont pas applicables au travail supplémentaire qui entre en considération pour l'exonération visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 4. Les rémunérations visées au paragraphe 1er, l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
1° les rémunérations relatives à 120 heures supplémentaires volontaires prestées pendant la période du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus conformément à l'article 2 [2 et payées ou attribuées au plus tard le 31 décembre 2023]2;
2° les rémunérations relatives à 120 heures supplémentaires volontaires prestées pendant la période du 1er janvier 2022 jusqu'au 31 décembre 2022 inclus conformément à l'article 2 [2 et payées ou attribuées au plus tard le 31 décembre 2024]2.
Les exonérations visées à l'article 15, alinéa 1er, 2°, de [1 la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19]1, et à l'alinéa 1er, 1°, ne peuvent être octroyées, ensemble, qu'à 120 heures supplémentaires volontaires.
§ 2. Lorsque le contribuable a presté des heures supplémentaires volontaires additionnelles en 2021 et/ou en 2022, et que toutes les rémunérations pour ces heures prestées en 2021, ou respectivement en 2022, ne sont pas payées ou attribuées durant la même période imposable, l'exonération est d'abord imputée sur les rémunérations pour les heures supplémentaires volontaires additionnelles payées ou attribuées durant la période imposable liée à l'année de revenus 2021, ou respectivement à l'année de revenus 2022, et ensuite, le cas échéant, sur les rémunérations pour ces heures supplémentaires payées ou attribuées durant [2 chacune des deux périodes imposables suivantes]2.
Lorsque des rémunérations sont payées ou attribuées durant une période imposable pour plus que le nombre d'heures supplémentaires volontaires additionnelles qui peuvent être exonérées pour cette période imposable, l'exonération est imputée proportionnellement sur les rémunérations pour les heures supplémentaires volontaires additionnelles prestées en 2021, ou respectivement en 2022.
§ 3. La réduction d'impôt pour rémunérations suite à la prestation de travail supplémentaire donnant droit à un sursalaire visée à l'article 154bis du Code des impôts sur les revenus 1992 et la dispense de versement de précompte professionnel visée à l'article 275/1 du même Code ne sont pas applicables au travail supplémentaire qui entre en considération pour l'exonération visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 4. Les rémunérations visées au paragraphe 1er, l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
Art. 16. Het aantal vrijwillige overuren waarvoor een vrijstelling wordt verleend bij toepassing van artikel 16, § 1, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, artikel 15 van [1 de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie]1 of [1 artikel 15 van deze wet]1, wordt in mindering gebracht van het aantal overuren waarvoor bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, 30°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor het betrokken belastbare tijdperk een vrijstelling kan worden verleend.
Modifications
Art. 16. Le nombre d'heures supplémentaires volontaires pour lesquelles une exonération est octroyée en application de l'article 16, § 1er, de la loi du 29 mai 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19, de l'article 15 de [1 la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19]1 ou de [1 l'article 15 de la présente loi,]1 est porté en diminution du nombre d'heures supplémentaires pour lesquelles une exonération peut être octroyée pour la période imposable concernée en application de l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 30° du Code des impôts sur les revenus 1992.
Modifications
Art. 17. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Artikel 16 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
Artikel 16 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022.
Art. 17. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2021.
L'article 16 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2022.
L'article 16 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2022.
HOOFDSTUK 2. - Verhoging van het aantal fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag
CHAPITRE 2. - Augmentation du nombre d'heures supplémentaires avec sursalaire fiscalement avantageuses
Art. 18. In artikel 154bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid worden in de eerste zin de woorden "voor de aanslagjaren 2020 en 2021" vervangen door de woorden "voor de aanslagjaren 2020, 2021 en 2023";
2° in het derde lid worden de tweede en derde zin opgeheven;
3° het derde lid wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Het in het tweede lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt eveneens opgetrokken tot 180 uren voor het aanslag-jaar 2022 voor zover dat die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 en voor het aanslagjaar 2024 voor zover zowel het basiscontingent van 130 uren als die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023.";
4° in het zevende lid worden de woorden "derde en" opgeheven.
1° in het derde lid worden in de eerste zin de woorden "voor de aanslagjaren 2020 en 2021" vervangen door de woorden "voor de aanslagjaren 2020, 2021 en 2023";
2° in het derde lid worden de tweede en derde zin opgeheven;
3° het derde lid wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Het in het tweede lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt eveneens opgetrokken tot 180 uren voor het aanslag-jaar 2022 voor zover dat die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 en voor het aanslagjaar 2024 voor zover zowel het basiscontingent van 130 uren als die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023.";
4° in het zevende lid worden de woorden "derde en" opgeheven.
Art. 18. A l'article 154bis, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséra par la loi du 3 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 23 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 3, dans la première phrase, les mots "pour les exercices d'imposition 2020 et 2021" sont remplacés par les mots "pour les exercices d'imposition 2020, 2021 et 2023";
2° dans l'alinéa 3, la deuxième et troisième phrase sont abrogées;
3° l'alinéa 3 est complété par une phrase, rédigée comme suit:
"Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 2 est également augmenté à 180 heures pour l'exercice d'imposition 2022 pour autant que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus et pour l'exercice d'imposition 2024 pour autant que le contingent de base de 130 heures ainsi que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023 inclus.";
4° dans l'alinéa 7, les mots "des alinéas 3 et 6" sont remplacés par les mots "de l'alinéa 6".
1° dans l'alinéa 3, dans la première phrase, les mots "pour les exercices d'imposition 2020 et 2021" sont remplacés par les mots "pour les exercices d'imposition 2020, 2021 et 2023";
2° dans l'alinéa 3, la deuxième et troisième phrase sont abrogées;
3° l'alinéa 3 est complété par une phrase, rédigée comme suit:
"Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 2 est également augmenté à 180 heures pour l'exercice d'imposition 2022 pour autant que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus et pour l'exercice d'imposition 2024 pour autant que le contingent de base de 130 heures ainsi que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023 inclus.";
4° dans l'alinéa 7, les mots "des alinéas 3 et 6" sont remplacés par les mots "de l'alinéa 6".
Art. 19. In artikel 275/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het zevende lid worden in de eerste zin de woorden "en vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022" ingevoegd tussen de woorden "31 december 2020" en de woorden "worden betaald of toegekend";
2° in het zevende lid worden de tweede en derde zin opgeheven;
3° het zevende lid wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Het in het zesde lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt eveneens opgetrokken tot 180 uren voor de bezoldigingen die in 2021 worden betaald of toegekend voor zover dat die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 en voor de bezoldigingen die in 2023 worden betaald of toegekend, voor zover dat zowel het basiscontingent van 130 uren als die bijkomende 50 uren overwerk in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 worden gepresteerd. Om te bepalen of het om de eerste 180 uren gaat die als overwerk worden gepresteerd in 2021, worden voor de uren overwerk gepresteerd in de periode van 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 voor maximum 130 uren in rekening gebracht.";
4° het laatste lid wordt opgeheven.
1° in het zevende lid worden in de eerste zin de woorden "en vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022" ingevoegd tussen de woorden "31 december 2020" en de woorden "worden betaald of toegekend";
2° in het zevende lid worden de tweede en derde zin opgeheven;
3° het zevende lid wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Het in het zesde lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt eveneens opgetrokken tot 180 uren voor de bezoldigingen die in 2021 worden betaald of toegekend voor zover dat die bijkomende 50 uren overwerk worden gepresteerd in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 en voor de bezoldigingen die in 2023 worden betaald of toegekend, voor zover dat zowel het basiscontingent van 130 uren als die bijkomende 50 uren overwerk in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 worden gepresteerd. Om te bepalen of het om de eerste 180 uren gaat die als overwerk worden gepresteerd in 2021, worden voor de uren overwerk gepresteerd in de periode van 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 voor maximum 130 uren in rekening gebracht.";
4° het laatste lid wordt opgeheven.
Art. 19. A l'article 275/1, du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 7, la première phrase est complétée par les mots "et à partir du 1er janvier 2022 jusqu'au 31 décembre 2022";
2° dans l'alinéa 7, la deuxième et troisième phrase sont abrogées;
3° l'alinéa 7 est complété par une phrase, rédigée comme suit:
"Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 6 est également augmenté à 180 heures pour les rémunérations payées ou attribuées en 2021 pour autant que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus, et pour les rémunérations payées ou attribuées en 2023 pour autant que le contingent de base de 130 heures ainsi que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles soient prestées dans la période allant du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023 inclus. Afin de déterminer s'il s'agit des 180 premières heures de travail supplémentaires prestées en 2021, pour les heures de travail supplémentaire prestées durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021, un maximum de 130 heures est pris en compte." ;
4° le dernier alinéa est abrogé.
1° dans l'alinéa 7, la première phrase est complétée par les mots "et à partir du 1er janvier 2022 jusqu'au 31 décembre 2022";
2° dans l'alinéa 7, la deuxième et troisième phrase sont abrogées;
3° l'alinéa 7 est complété par une phrase, rédigée comme suit:
"Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 6 est également augmenté à 180 heures pour les rémunérations payées ou attribuées en 2021 pour autant que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles sont prestées dans la période allant du 1er juillet 2021 jusqu'au 31 décembre 2021 inclus, et pour les rémunérations payées ou attribuées en 2023 pour autant que le contingent de base de 130 heures ainsi que ces 50 heures de travail supplémentaire additionnelles soient prestées dans la période allant du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023 inclus. Afin de déterminer s'il s'agit des 180 premières heures de travail supplémentaires prestées en 2021, pour les heures de travail supplémentaire prestées durant la période du 1er janvier 2021 au 30 juin 2021, un maximum de 130 heures est pris en compte." ;
4° le dernier alinéa est abrogé.
Art. 20. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021.
Art. 20. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2021.
HOOFDSTUK 3. - Verhoging van het maximumbedrag van de fiscale werkbonus
CHAPITRE 3. - Augmentation du montant maximum du bonus à l'emploi fiscal
Art. 21. In artikel 289ter/1, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 19 juni 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "500 euro" worden vervangen door de woorden "515 euro";
2° [1 ...]1
1° de woorden "500 euro" worden vervangen door de woorden "515 euro";
2° [1 ...]1
Modifications
Art. 21. A l'article 289ter/1, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 19 juin 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "500 euros" sont remplacés par les mots "515 euros";
2° [1 ...]1
1° les mots "500 euros" sont remplacés par les mots "515 euros";
2° [1 ...]1
Modifications
Art. 22. Artikel 21, 1°, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2023.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
Art. 22. L'article 21, 1°, entre en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2023.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
TITEL 5. - Wijziging van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
TITRE 5. - Modification de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale
Art. 23. In artikel 14/2, § 1, eerste lid, en in artikel 14/3, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake pensioenen, worden de woorden "1 januari 2025" telkens vervangen door de woorden "1 januari 2030".
Art. 23. A l'article 14/2, § 1er, alinéa 1er, et à l'article 14/3, § 1er, alinéas 1er et 2, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, modifiée en dernier lieu par la loi du 13 avril 2019 portant des dispositions diverses en matière de pension, les mots "1er janvier 2025" sont chaque fois remplacés par les mots "1er janvier 2030".
Art. 24. In artikel 14/4 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "1 januari 2023" vervangen door de woorden "1 januari 2027" en de woorden "1 januari 2025" vervangen door de woorden "1 januari 2030";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en 1 januari 2022" vervangen door de woorden ", 1 januari 2022, 1 januari 2024 en 1 januari 2026";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "en 1 juli 2020" vervangen door de woorden ", 1 juli 2020, 1 juli 2022 en 1 juli 2024";
4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "1 juli 2022" vervangen door de woorden "1 juli 2026";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "1 januari 2023" vervangen door de woorden "1 januari 2027" en de woorden "1 januari 2025" vervangen door "1 januari 2030".
1° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "1 januari 2023" vervangen door de woorden "1 januari 2027" en de woorden "1 januari 2025" vervangen door de woorden "1 januari 2030";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en 1 januari 2022" vervangen door de woorden ", 1 januari 2022, 1 januari 2024 en 1 januari 2026";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "en 1 juli 2020" vervangen door de woorden ", 1 juli 2020, 1 juli 2022 en 1 juli 2024";
4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "1 juli 2022" vervangen door de woorden "1 juli 2026";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "1 januari 2023" vervangen door de woorden "1 januari 2027" en de woorden "1 januari 2025" vervangen door "1 januari 2030".
Art. 24. A l'article 14/4 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "1er janvier 2027" et les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par "1er janvier 2030";
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et le 1er janvier 2022" sont remplacés par les mots ", le 1er janvier 2022, le 1er janvier 2024 et le 1er janvier 2026";
3° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots "et le 1er juillet 2020" sont remplacés par les mots ", le 1er juillet 2020, le 1er juillet 2022 et le 1er juillet 2024";
4° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots "1er juillet 2022" sont remplacés par les mots "1er juillet 2026";
5° au paragraphe 3, les mots "1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "1er janvier 2027" et les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par "1er janvier 2030".
1° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "1er janvier 2027" et les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par "1er janvier 2030";
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et le 1er janvier 2022" sont remplacés par les mots ", le 1er janvier 2022, le 1er janvier 2024 et le 1er janvier 2026";
3° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots "et le 1er juillet 2020" sont remplacés par les mots ", le 1er juillet 2020, le 1er juillet 2022 et le 1er juillet 2024";
4° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots "1er juillet 2022" sont remplacés par les mots "1er juillet 2026";
5° au paragraphe 3, les mots "1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "1er janvier 2027" et les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par "1er janvier 2030".
Art. 25. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, 1e lid, worden de woorden "1 januari 2025" vervangen door de woorden "1 januari 2030";
2° in paragraaf 3, 8e lid, worden de woorden "1 januari 2032" vervangen door de woorden "1 januari 2037".
1° in paragraaf 3, 1e lid, worden de woorden "1 januari 2025" vervangen door de woorden "1 januari 2030";
2° in paragraaf 3, 8e lid, worden de woorden "1 januari 2032" vervangen door de woorden "1 januari 2037".
Art. 25. A l'article 16 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par les mots "1er janvier 2030";
2° au paragraphe 3, alinéa 8, les mots "1er janvier 2032" sont remplacés par les mots "1er janvier 2037".
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "1er janvier 2025" sont remplacés par les mots "1er janvier 2030";
2° au paragraphe 3, alinéa 8, les mots "1er janvier 2032" sont remplacés par les mots "1er janvier 2037".