Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit inzake essentiële middelen aan boord van schepen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-12-2021 en tekstbijwerking tot 13-01-2026)
Titre
15 NOVEMBRE 2021. - Arrêté royal relatif aux ressources essentielles à bord des navires(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-12-2021 et mise à jour au 13-01-2026)
Informations sur le document
Numac: 2021033871
Datum: 2021-11-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021033871
Date: 2021-11-15
Moniteur: Voir
Tekst (37)
Texte (37)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1.1. § 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van:
- richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003, bij Richtlijn 2007/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007, bij Verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 en bij Verordening (EU) 2019/1243 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 `tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die voorzien in het gebruik van de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en
- richtlijn 2019/1834 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot wijziging van de bijlagen II en IV bij Richtlijn 92/29/EEG van de Raad met betrekking tot zuiver technische aanpassingen.
§ 2. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
- richtlijn 1999/63/EG van 21 juni 1999 inzake de overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST), gewijzigd bij Richtlijn 2009/13/EG van de Raad van 16 februari 2009.
Article 1.1. § 1er Le présent arrêté transpose :
- la Directive 92/29/CEE du Conseil du 31 mars 1992 concernant les prescriptions minimales de sécurité et de santé pour promouvoir une meilleure assistance médicale à bord des navires, modifiée par le Règlement (CE) n° 1882/2003 du Parlement européen et du Conseil du 29 septembre 2003, par la Directive 2007/30/CE du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2007, par le Règlement (CE) n° 1137/2008 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2008 et par le Règlement (UE) 2019/1243 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 `adaptant aux articles 290 et 291 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne une série d'actes juridiques prévoyant le recours à la procédure de réglementation avec contrôle; et
- la Directive 2019/1834 de la Commission du 24 octobre 2019 portant modification des annexes II et IV de la directive 92/29/CEE du Conseil en ce qui concerne des adaptations purement techniques.
§ 2. Le présent arrêté transpose partiellement :
- la Directive 1999/63/CE du 21 juin 1999, concernant l'accord relatif à l'organisation du temps de travail des gens de mer, conclu par l'Association des armateurs de la Communauté européenne (ECSA) et la Fédération des syndicats des transports dans l'Union européenne (FST), modifiée par la Directive 2009/13/CE du Conseil du 16 février 2009.
HOOFDSTUK 2. - Medische uitrusting aan boord van schepen
CHAPITRE 2. - Dotation médicale à bord des navires
Art. 2.1. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° schip: elk schip in staats- of particulier eigendom dat onder de Belgische vlag vaart of onder de volledige rechtsmacht van België geregistreerd is, en bestemd is voor de vaart ter zee of waarmee in estuaria wordt gevist, met uitzondering van:
a) binnenschepen;
b) oorlogsschepen;
c) pleziervaartuigen die niet voor bedrijfs- of beroepsmatige doeleinden worden gebruikt en die bemand zijn zonder professionele bemanning; en
d) sleepboten die in havengebieden varen.
De schepen zijn ingedeeld in categorieën volgens paragraaf 2 van dit artikel.
2° werknemer: iedere persoon die een beroepsactiviteit uitoefent aan boord van een schip, alsmede stagiairs en leerlingen, met uitzondering van havenloodsen en walpersoneel dat werkzaamheden aan boord van een schip aan de kade verricht;
3° reder: de eigenaar van een schip, behalve wanneer het een rompbevrachting betreft of indien het schip, op grond van een beheersovereenkomst, geheel of gedeeltelijk beheerd wordt door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de eigenaar; eventueel wordt de rompbevrachter of de natuurlijke of rechtspersoon die het schip beheert als de reder beschouwd;
4° medische uitrusting: de geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota waarvan in bijlage 1 van dit besluit een niet-limitatieve lijst is opgenomen;
5° antidotum: een stof, gebruikt ter voorkoming of behandeling van de directe of indirecte schadelijke effecten die teweeg worden gebracht door een of meer van de in artikel 2.4, paragraaf 4 van dit besluit vermelde gevaarlijke stoffen;
6° de minister: de minister bevoegd voor maritieme mobiliteit;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit en de bijlagen bij dit besluit worden de schepen ingedeeld in de volgende categorieën:
1° Categorie A: Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, vaargebied onbeperkt;
2° Categorie B: Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, met een vaargebied tot minder dan 150 zeemijl van de dichtstbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen. (Categorie B wordt uitgebreid tot schepen voor de zeevaart of de zeevisserij met een vaargebied tot minder dan 175 zeemijl van de dichtsbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen die permanent binnen de actieradius van aan land gestationeerde reddingshelikopters blijven;
Hiertoe wordt door de Scheepvaartcontrole bijgewerkte informatie verstrekt betreffende de zones en de omstandigheden waarin de reddingshelikopters systematisch beschikbaar zijn:
a) aan de andere Lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie; en
b) aan de gezagvoerders van schepen die zijn vlag voeren of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd zijn en onder de eerste alinea van deze voetnoot vallen of kunnen vallen; de informatie wordt verstrekt op de meest adequate wijze, met name via radioconsultatiecentra, reddingscoördinatiecentra of kustradiostations);
3° Categorie C: Schepen voor het havenverkeer, boten en vaartuigen die onder de kust blijven of boten met geen andere accommodatieruimten dan een stuurhut;
4° Categorie Reddingsboten.
Art. 2.1. § 1. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° navire : tout bâtiment battant le pavillon belge ou enregistré sous la pleine juridiction de la Belgique, susceptible de naviguer en mer ou pratiquant la pêche en estuaire, de propriété publique ou privée, à l'exclusion :
a) des bateaux de navigation intérieure;
b) des navires de guerre :
c) des navires de plaisance qui ne sont pas exploités à des fins professionnelles et non pourvus d'un équipage professionnel; et
d) des remorqueurs naviguant dans les zones portuaires.
Les navires sont classés en catégories, selon le paragraphe 2 du présent article.
2° travailleur : toute personne exerçant une activité professionnelle à bord d'un navire, ainsi que les stagiaires et apprentis, à l'exclusion des pilotes de port et du personnel de terre effectuant des travaux à bord d'un navire à quai;
3° armateur : le propriétaire d'un navire, sauf si le navire a été affrété coque nue ou est géré, totalement ou en partie, par une personne physique ou morale autre que le propriétaire, aux termes d'un accord de gestion; dans ce cas, l'armateur est considéré être, le cas échéant, l'affréteur coque nue ou la personne physique ou morale assurant la gestion du navire;
4° dotation médicale : les médicaments, le matériel médical et les antidotes, dont une liste non exhaustive figure à l'annexe 1 du présent arrêté;
5° antidote : une substance utilisée pour prévoir ou traiter le ou les effets délétères directs ou indirects induits par une ou plusieurs des matières dangereuses mentionnées à l'article 2.4, paragraphe 4 du présent arrêté;
6° le ministre : le ministre qui a la mobilité maritime dans ses attributions.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté et des annexes au présent arrêté, les navires sont classés dans les catégories suivantes :
1° Catégorie A : Navire pratiquant la navigation maritime ou la pêche en mer, sans limitation de parages;
2° Catégorie B : Navire pratiquant la navigation maritime ou la pêche en mer dans des parages limités à moins de 150 milles marins du port le plus proche médicalement équipé de façon adéquate. (La catégorie B est étendue aux navires pratiquant la navigation maritime ou la pêche en mer dans des parages limités à moins de 175 milles marins du port le plus proche médicalement équipé de façon adéquate et restant en permanence dans le rayon d'action des moyens d'évaluation sanitaire héliportée;
A cette fin, le Contrôle de la navigation communique des informations tenues à jour sur les zones et les conditions dans lesquelles le service d'évacuation sanitaire héliporté est systématiquement assuré :
a) aux autres Etats membres de l'Union européenne et à la Commission européenne; et
b) aux [1 commandants]1 des navires battant son pavillon ou enregistrés sous sa pleine juridiction, concernés ou susceptibles d'être concernés par l'application du premier alinéa de la présente note de bas de page, de la manière la plus appropriée, notamment par l'intermédiaire des centres de radioconsultation, des centres de coordination de sauvetage ou des stations radio côtières);
3° Catégorie C : Navire pratiquant la navigation portuaire, les bateaux et les embarcations restant très près des côtes ou ne disposant pas d'emménagements autres qu'une timonerie;
4° Catégorie Embarcations de sauvetage.
Art. 2.2. § 1. Elk schip moet permanent een medische uitrusting aan boord hebben die, voor de scheepscategorie waartoe het behoort, kwalitatief ten minste overeenstemt met de afdelingen I en II van bijlage 1 van dit besluit.
§ 2. De Scheepvaartcontrole mag de gezagvoerder van elk schip verplichten medische uitrusting aan boord te hebben boven de in § 1 vermelde minimumuitrusting indien dit vereist is voor de specifieke omstandigheden van het schip.
§ 3. Van de in de medische uitrusting opgenomen geneesmiddelen en verplegingsartikelen wordt een overzicht gegeven op een checklist die ten minste voldoet aan het vastgestelde algemene kader in bijlage 2 van dit besluit.
§ 4. De medische uitrusting van elk schip moet vergezeld gaan van een of meer handleidingen die ten minste een gebruiksaanwijzing voor de in bijlage 1, afdeling III van dit besluit bedoelde antidota bevatten.
Deze handleiding(en) wordt (worden) opgesteld in een taal en presentatie die begrijpelijk zijn voor de in artikel 2.7, paragrafen 2 en 3 van dit besluit bedoelde personen.
Art. 2.2. § 1er. Tout navire doit avoir à son bord en permanence une dotation médicale qualitativement au moins conforme aux sections I et II de l'annexe 1 du présent arrêté pour la catégorie des navires dans laquelle il est classé.
§ 2. Le Contrôle de la navigation peut obliger le [1 commandant]1 de chaque navire à avoir à bord une dotation médicale plus complète que la dotation minimale mentionnée au § 1er si les caractéristiques spécifiques du navire l'exigent.
§ 3. Le contenu de la dotation médicale, en ce qui concerne les médicaments et le matériel médical, est reporté sur un document de contrôle répondant au moins au cadre général fixé à l'annexe 2 du présent arrêté.
§ 4. La dotation médicale de chaque navire doit être accompagnée d'un ou de plusieurs guides d'utilisation incluant le mode d'utilisation au moins des antidotes visés à la section III de l'annexe 1 du présent arrêté.
Ce ou ces guides d'utilisation est ou sont rédigés dans une langue et une présentation compréhensibles aux personnes visées à l'article 2.7, paragraphes 2 et 3 du présent arrêté.
Art. 2.3. Elk schip moet voor elk reddingsvlot en voor elke reddingsboot beschikken over een waterdichte medicijnkist waarvan de inhoud ten minste overeenstemt met de in bijlage 1, afdelingen I en II, van dit besluit vastgestelde medische uitrusting voor de schepen van scheepscategorie reddingsboten.
Artikel 2.2, paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op deze medicijnkisten. Zij moeten zich aan boord bevinden van elk reddingsvlot of van elke reddingsboot.
Art. 2.3. Tout navire doit, pour chacun de ses radeaux et embarcations de sauvetage, disposer d'une boîte à pharmacie étanche dont le contenu est au moins conforme à la dotation médicale prévue aux sections I et II de l'annexe 1 du présent arrêté pour les navires de la catégorie de navire bateaux de sauvetage.
L'article 2.2, paragraphe 3 s'applique par analogie à ces boîtes à pharmacie. Elles doivent se trouver à bord de chaque radeau ou embarcation de sauvetage.
Art. 2.4. § 1. Elk schip dat één of meer van de in paragraaf 4 van dit artikel genoemde gevaarlijke stoffen vervoert, moet de medische uitrusting aan boord hebben die ten minste de in bijlage 1, afdeling III van dit besluit genoemde antidota omvat.
§ 2. De vorige paragraaf is ook van toepassing op veerboten waarbij als gevolg van de exploitatievoorwaarden de aard van de vervoerde gevaarlijke stoffen niet altijd tijdig van tevoren bekend kan zijn.
Bij overtochten op een lijnverbinding met een duur van minder dan twee uur mag evenwel worden volstaan met de antidota die in zeer dringende gevallen moeten worden toegediend en wel binnen een termijn die de normale duur van de overtocht niet overschrijdt.
§ 3. De inhoud van de medische uitrusting, voor wat betreft de antidota, wordt opgenomen in een controledocument dat minstens voldoet aan de algemene checklist in bijlage 2 van dit besluit delen A, B en C.
§ 4. De stoffen onderverdeeld in de klassen vermeld op de lijst van de meest recente versie van deel 2.0.1 van de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO, worden in aanmerking genomen ongeacht de vorm waarin zij aan boord zijn gebracht, ook als het om afvalstoffen of residuen van de lading gaat.
Art. 2.4. § 1er. Tout navire transportant une ou plusieurs des matières dangereuses énumérées au paragraphe 4 du présent article doit disposer à son bord d'une dotation médicale comportant au moins les antidotes visés à la section III de l'annexe 1 du présent arrêté.
§ 2. Le paragraphe précédent s'applique aussi aux navires transbordeurs, dont les conditions d'exploitation ne permettent pas toujours de connaître avec un délai ou préavis suffisant la nature des matières dangereuses transportées.
Lorsque sur une ligne régulière la durée de la traversée est inférieure à deux heures, les antidotes peuvent toutefois être limités à ceux devant être administrés en cas d'extrême urgence dans un délai n'excédant pas la durée normale de la traversée.
§ 3. Le contenu de la dotation médicale, en ce qui concerne les antidotes, est reporté sur un document de contrôle répondant au moins à la liste générale de contrôle figurant aux sections A, B et C de l'annexe 2 du présent arrêté.
§ 4. Les matières, divisées dans les classes mentionnées sur la liste de la partie 2.0.1 de la version la plus récente du International Maritime Dangerous Goods Code de l'OMI, sont à prendre en compte quel que soit l'état dans lequel elles sont embarquées, y compris l'état de déchets et de résidus de cargaison.
Art. 2.5. § 1. De levering en de vernieuwing van de medische uitrusting van schepen geschiedt uitsluitend onder verantwoordelijkheid van de reder, zonder kosten voor de werknemers.
§ 2. Wanneer de gezagvoerder, na naar beste vermogen medisch advies te hebben ingewonnen, constateert dat er sprake is van een medisch spoedgeval, en dat de noodzakelijke geneesmiddelen, verplegingsartikelen of antidota niet aan boord aanwezig zijn, staat de reder in voor het onverwijld aan boord bezorgen daarvan.
§ 3. Het beheer van de medische uitrusting wordt onder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder geplaatst.
De gezagvoerder ziet erop toe dat de medische uitrusting in goede staat verkeert en wordt aangevuld en/of vernieuwd zodra dat mogelijk is en in ieder geval bij voorrang tijdens de normale bevoorradingsprocedures.
De gezagvoerder kan het gebruik en het onderhoud van de medische uitrusting, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, aan één of meer met name genoemde en op grond van hun bevoegdheid aangewezen werknemers delegeren.
Art. 2.5. § 1er. La fourniture et le renouvellement de la dotation médicale des navires se fait sous la responsabilité exclusive de l'armateur, sans entraîner de charges financières pour les travailleurs.
§ 2. Lorsque le [1 commandant]1 constate qu'il y a urgence médicale après avoir recueilli, dans toute la mesure du possible, un avis médical, et que les médicaments, le matériel médical ou les antidotes nécessaires ne sont pas présents à bord, l'armateur doit veiller à ce qu'ils soient rendus disponibles à bord le plus rapidement possible.
§ 3. La gestion de la dotation médicale est placée sous la responsabilité du [1 commandant]1.
Le [1 commandant]1 veille à ce que la dotation médicale soit en bon état et soit complétée et/ou renouvelée dès que possible et en tout cas en tant qu'élément prioritaire lors des procédures normales de ravitaillement.
Le [1 commandant]1 peut, sans préjudice de sa responsabilité, déléguer l'usage et la maintenance de la dotation médicale à un ou plusieurs travailleurs nommément désignés en raison de leur compétence.
Art. 2.6. § 1. Elk schip met 100 of meer opvarenden dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, moet een bevoegde arts aan boord hebben die verantwoordelijk is voor het verschaffen van medische zorgen.
§ 2. Elk schip met 300 of meer opvarenden dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, moet een arts en een verpleegkundige aan boord hebben die verantwoordelijk zijn voor het verschaffen van medische zorgen.
Art. 2.6. § 1er. Tout navire ayant au moins 100 personnes à bord et effectuant un trajet international de plus de trois jours doit avoir à son bord un médecin compétent chargé de prodiguer les soins médicaux.
§ 2. Tout navire ayant au moins 300 personnes à bord et effectuant un trajet international de plus de trois jours doit avoir à son bord un médecin et un infirmier ou une infirmière chargés de prodiguer les soins médicaux.
Art. 2.7. § 1. Schepen die geen arts aan boord hebben, moeten hetzij ten minste één werknemer aan boord hebben die belast is met de medische zorgen en toediening van medicijnen als onderdeel van diens reguliere taken hetzij ten minste een werknemer aan boord hebben die bevoegd is om eerste hulp te verlenen.
§ 2. Personen belast met de medische zorgen aan boord die geen arts zijn, moeten naar behoren een medische opleiding hebben afgerond die voldoet aan de relevante vereisten van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978, zoals gewijzigd ("STCW-Verdrag'') en het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
Werknemers die zijn aangewezen voor het verlenen van eerste hulp moeten een naar behoren afgeronde opleiding op het gebied van eerstehulpverlening hebben die voldoet aan de relevante vereisten van het STCW-Verdrag en het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
§ 3. De gezagvoerder en de werknemer(s) aan wie de gezagvoerder het gebruik van de medische uitrusting van het schip overeenkomstig artikel 2.5, paragraaf 3, laatste lid van dit besluit heeft toevertrouwd, moeten een speciale opleiding hebben gevolgd, met op gezette tijden en minstens om de vijf jaar, een bijscholing, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke risico's en vereisten van de verschillende scheepscategorieën en de in bijlage 3 van dit besluit vervatte algemene richtsnoeren worden gevolgd.
Art. 2.7. § 1er. Les navires n'ayant pas de médecin à bord doivent compter à bord au moins un travailleur chargé des soins médicaux et de l'administration des médicaments dans le cadre de ses fonctions normales ou un travailleur apte à administrer les premiers secours.
§ 2. Les personnes chargées d'assurer les soins médicaux à bord et qui ne sont pas médecins doivent avoir suivi avec succès une formation aux soins médicaux qui soit conforme aux dispositions de la Convention internationale de 1978 sur les normes de formation des gens de mer, de délivrance des brevets et de veille, telle que modifiée (STCW) et de l'arrêté royal du 22 août 2020 relatif aux marins.
Les travailleurs chargés d'administrer les premiers secours doivent avoir suivi avec succès une formation aux premiers secours, conforme aux dispositions de la STCW et de l'arrêté royal du 22 août 2020 relatif aux marins.
§ 3. Le capitaine et le ou les travailleurs auxquels il a délégué l'usage de la dotation médicale conformément à l'article 2.5, paragraphe 3, dernier alinéa du présent arrêté, doivent avoir suivi une formation particulière, réactualisée périodiquement au moins tous les cinq ans, prenant en compte les risques et les besoins spécifiques requis par les différentes catégories de navires et suivant les orientations générales définies à l'annexe 3 du présent arrêté.
Art. 2.8. § 1. De Scheepvaartcontrole controleert jaarlijks:
1° of de medische uitrusting in overeenstemming is met de minimumeisen van dit hoofdstuk;
2° of uit de in artikel 2.2, paragraaf 3 vermelde checklist blijkt dat de medische uitrusting in overeenstemming is met deze minimumeisen;
3° of de medische uitrusting op de juiste wijze wordt bewaard;
4° of de eventuele uiterste gebruiksdata worden gerespecteerd.
§ 2. De controle van de medische uitrusting op de reddingsboten en -vlotten wordt verricht tijdens het jaarlijkse onderhoud van de reddingsvlotten.
Bij wijze van uitzondering kan deze controle met ten hoogste vijf maanden worden uitgesteld.
§ 3. De Scheepvaartcontrole mag zich laten bijstaan of vervangen door een door de Scheepvaartcontrole aangewezen arts of apotheker. In voorkomend geval dient de door de Scheepvaartcontrole aangewezen arts of apotheker vast te stellen of de niet in de bijlage 1 van dit besluit opgenomen medische uitrusting al dan niet kwalitatief en kwantitatief ten minste overeenstemt met de bepalingen van dit besluit en zijn bijlagen. Het controleattest wordt bij de medische uitrusting gevoegd.
§ 4. Deze controle kan worden gedelegeerd aan een erkende organisatie of andere partij zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving.
Art. 2.8. § 1er. Le Contrôle de la navigation s'assure une fois par an :
1° que la dotation médicale est conforme aux prescriptions minimales du présent chapitre;
2° que le document de contrôle prévu à l'article 2.2, paragraphe 3 confirme la conformité de la dotation médicale avec ces prescriptions minimales;
3° que les conditions de conservation de la dotation médicale sont bonnes;
4. que les éventuelles dates de péremption sont respectées.
§ 2. Le contrôle de la dotation médicale sur les radeaux et embarcations de sauvetage est réalisé lors de l'entretien annuel des radeaux.
Ce contrôle peut, exceptionnellement, être reporté d'une période ne dépassant pas cinq mois.
§ 3. Le Contrôle de la navigation peut se faire assister ou remplacer par un médecin ou un pharmacien désigné par lui. Le cas échéant, le médecin ou le pharmacien désigné par le Contrôle de la navigation doit déterminer si la dotation médicale non reprise dans l'annexe 1 du présent arrêté est ou non au moins qualitativement et quantitativement conforme aux dispositions du présent arrêté et de ses annexes. L'attestation de contrôle est jointe à la dotation médicale.
§ 4. Ce contrôle peut être délégué à un organisme agréé ou une autre partie visée au chapitre 3 de l'arrêté royal du 14 juillet 2020 concernant le contrôle du respect de la réglementation relative à la navigation.
HOOFDSTUK 3. - Levensmiddelen aan boord van zeeschepen
CHAPITRE 3. - Vivres à bord des navires de mer
Art. 3.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° zeeschip: een schip zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1.3, § 1, 7° van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
2° zeevarende: iedere persoon in de zin van artikel 28, 5° van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen;
Art. 3.1. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° navire de mer : un navire tel que défini à l'article 1.1.1.3, § 1, 7° du Code belge de la Navigation;
2° marin : toute personne au sens de l'article 28, 5° de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
Art. 3.2. § 1. De reder is verplicht zorg te dragen dat vóór de afvaart voldoende levensmiddelen en drinkwater aan boord zijn van de zeeschepen en dat dit voedsel in goede staat verkeert.
De reder is verplicht vóór de afvaart een volledige inventaris van de proviand aan boord te hebben.
§ 2. De reder is verplicht zorg te dragen, dat gedurende de reis de levensmiddelen en het drinkwater, die zich aan boord bevinden, in goede staat blijven en, zo nodig, worden aangevuld.
§ 3. De levensmiddelen en het drinkwater worden door de reder gratis ter beschikking gesteld tot het einde van de aanmonstering van de zeevarenden.
Art. 3.2. § 1er. L'armateur est tenu de veiller à ce que, avant l'appareillage, il y ait suffisamment de vivres et d'eau potable à bord des navires de mer, et à ce que cette nourriture se trouve en bon état de conservation.
L'armateur est tenu d'avoir à bord, avant le départ, un inventaire complet des provisions.
§ 2. L'armateur est tenu de veiller à ce qu'au cours du voyage, les vivres et l'eau potable se trouvant à bord demeurent en bon état de conservation et soient complétés au besoin.
§ 3. Les vivres et l'eau potable sont fournis par l'armateur gratuitement jusqu'à la fin de l'engagement des marins.
Art. 3.3. Er moet een voldoende voorraad aan levensmiddelen en drinkwater, van een bevredigende voedingswaarde, kwaliteit, hoeveelheid en variëteit, gelet op het aantal zeevarenden aan boord, hun godsdienstige voorschriften en hun culturele gebruiken ten aanzien van voeding zowel als de duur en de aard van de reis, aan boord zijn.
Art. 3.3. Un approvisionnement suffisant en vivres et en eau potable, d'une valeur nutritive, d'une qualité, quantité et d'une variété satisfaisantes, compte tenu du nombre de marins à bord, de leur religion et de leurs habitudes culturelles en matière alimentaire ainsi que de la durée et de la nature du voyage, doit être à bord.
Art. 3.4. De reder is verplicht zorg te dragen, dat een behoorlijke verzorging en bereiding van de voeding gewaarborgd wordt. Aan boord van het schip moet daarvoor een zeevarende belast worden die voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
Art. 3.4. L'armateur est tenu de veiller à ce que soient assurés un service de table et une préparation des aliments convenables. Il aura à bord du navire un marin chargé de cette tâche et qui remplit les conditions du chapitre 3 de l'arrêté royal du 22 août 2020 relatif aux marins.
Art. 3.5. § 1. De levensmiddelen moeten gedurende de reis worden geborgen in van andere ruimten behoorlijk afgescheiden bergplaatsen zo gelegen en geventileerd, en desnoods in koelkamers, dat ze in goede staat blijven.
§ 2. Deze bergplaatsen moeten alvorens daarin voedsel wordt geborgen afdoende gereinigd zijn. Gedurende de reis moeten zij behoorlijk worden proper gehouden.
§ 3. Het drinkwater moet geborgen worden in daarvoor geschikte tanks welke inwendig proper zijn en zodanig worden afgesloten dat geen vreemde bestanddelen in de tanks kunnen komen.
§ 4. De Scheepvaartcontrole kan een vrijstelling verlenen van de verplichting in paragraaf 3 van dit artikel op voorwaarde dat er steeds voldoende drinkwater aan boord van het schip beschikbaar is.
Art. 3.5. § 1er. Pendant le voyage, les vivres seront entreposés dans des chambres à provisions parfaitement isolées des autres magasins, situées et ventilées de telle façon que les aliments s'y conservent en bon état. Au besoin on utilisera des chambres froides.
§ 2. Ces chambres à provisions seront convenablement nettoyées avant de recevoir les vivres. Pendant le voyage, elles seront maintenues en bon état de propreté.
§ 3. L'eau potable sera conservée dans des réservoirs appropriés, parfaitement propres à l'intérieur et obturés de façon à ce qu'aucun corps étranger ne puisse y pénétrer.
§ 4. Le Contrôle de la navigation peut accorder une dispense de l'obligation visée au paragraphe 3 du présent article à condition qu'il y ait toujours suffisamment d'eau potable à bord du navire.
Art. 3.6. [1 De organisatie en uitrusting van de cateringafdeling zijn zodanig dat aan de zeevarenden goede, gevarieerde, gebalanceerde en voedzame maaltijden kunnen worden verstrekt die onder hygiënische omstandigheden worden bereid en opgediend.]1
Art. 3.6. [1 L'aménagement et l'équipement du service de cuisine et de table permettent de fournir aux gens de mer des repas convenables, variés, équilibrés et nutritifs, préparés et servis dans des conditions d'hygiène satisfaisantes.]1
Art. 3.7. § 1. De gezagvoerder, vergezeld van een daartoe aangewezen zeevarende, houdt om de week, op niet vooraf bepaalde dagen, een inspectie van:
1° de voorraden levensmiddelen en drinkwater [1 overeenkomstig artikel 3.6 en norm A3.2, paragraaf 2, b) van het MLC-Verdrag]1;
2° de ruimten en uitrusting gebruikt voor de bewaring en behandeling van de levensmiddelen en het drinkwater, alsmede van de kombuis en alle andere inrichting gebruikt voor het bereiden en opdienen van de maaltijden.
§ 2. De gezagvoerder kan de inspectie zoals bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, aan één of meer zeevarenden delegeren.
§ 3. De resultaten van elke inspectie moeten in het scheepsdagboek neergeschreven worden.
Art. 3.7. § 1er. Chaque semaine, à des jours non déterminés à l'avance, le capitaine, accompagné d'un marin désigné à cet effet, procède à une inspection :
1° des provisions de vivres et d'eau potable [1 conformément à l'article 3.6 et à la norme A3.2, paragraphe 2, b), de la Convention MLC]1;
2° des locaux et de l'équipement utilisés pour la conservation et la manipulation des vivres et de l'eau potable, ainsi que de la cambuse et de toute autre installation utilisée pour préparer et servir des repas.
§ 2. Le capitaine peut déléguer l'inspection visée au paragraphe 1er du présent article à un ou plusieurs marins, sans préjudice de sa responsabilité.
§ 3. Les résultats de chaque inspection seront consignés dans le journal de bord.
Art. 3.8. § 1. De Scheepvaartcontrole controleert of aan de bepalingen van dit hoofdstuk wordt voldaan.
§ 2. Deze controle kan worden gedelegeerd aan een erkende organisatie of andere partij zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving.
Art. 3.8. § 1er. Le Contrôle de la navigation contrôle si les dispositions du présent chapitre sont respectées.
§ 2. Ce contrôle peut être délégué à un organisme agréé ou une autre partie visée au chapitre 3 de l'arrêté royal du 14 juillet 2020 concernant le contrôle du respect de la réglementation relative à la navigation.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 4.1. Artikel 75 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, vervangen bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, wordt aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.1. L'article 75 de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, remplacé par l'arrêté royal du 7 janvier 1998, est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.2. In artikel 99 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, worden de woorden "artikel 2, § 5, van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "artikel 2.6 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.2. Dans l'article 99 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 7 janvier 1998, les mots " l'article 2, § 5, de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires " sont remplacés par les mots " l'article 2.6 de l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.3. In artikel 13, punt 1 van bijlage XIV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, worden de woorden "artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "artikel 2.1, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.3. Dans l'article 13, point 1 de l'annexe XIV du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 7 janvier 1998, les mots " l'article 1er de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires " sont remplacés par les mots " l'article 2.1, § 1er, 1° de l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.4. Artikel 60 van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiersschepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen, vervangen door het koninklijk besluit van 11 maart 2002, wordt aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.4. L'article 60 de l'arrêté royal du 12 novembre 1981 concernant les règles pour navires à passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la côte, remplacé par l'arrêté royal du 11 mars 2002, est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.5. In het koninklijk besluit van 13 juli 1998 houdende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werk aan boord van vissersvaartuigen en wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in bijlage I, wordt punt 15 worden de woorden "bijlage II van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "bijlage 1 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
2° in bijlage II, punt 15 worden de woorden "bijlage II van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "bijlage 1 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.5. Dans l'arrêté royal du 13 juillet 1998 portant les prescriptions minimales de sécurité et de santé au travail à bord des navires de pêche et modification de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'annexe I, point 15, les mots " l'annexe II de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires " sont remplacés par les mots " l'annexe 1 de l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ";
2° à l'annexe II, point 15, les mots " l'annexe II de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires " sont remplacés par les mots " l'annexe 1 de l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.6. In Bijlage I van het koninklijk besluit van 23 oktober 2001 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, vervangen bij koninklijk besluit van 16 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in artikel 7N1, voorschrift 17, punt 8), wordt de bepaling onder xx) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
2° in artikel 7N1, voorschrift 20, punt 5), a), wordt de bepaling onder viii) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
3° in artikel 7N1, voorschrift 23, punt 2), b), wordt de bepaling onder ix) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.6. Dans l'Annexe I de l'arrêté royal du 23 octobre 2001 instituant un régime harmonisé pour la sécurité des navires de pêche et modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, remplacé par l'arrêté royal du 16 janvier 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'article 7N1, règle 17, point 8), le xx) est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ";
2° dans l'article 7N1, règle 20, point 5), a), le viii) est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ";
3° dans l'article 7N1, règle 23, point 2), b), le ix) est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.7. In artikel 3, paragraaf 4, 1° van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen, worden de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden ""aan boord van schepen" en de woorden ", of, indien het schip".
Art. 4.7. Dans l'article 3, paragraphe 4, 1° de l'arrêté royal du 6 septembre 2017 réglementant les substances stupéfiantes et psychotropes, les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires " sont insérés entre les mots " à bord des navires " et les mots " ou, si le navire ".
Art. 4.8. In artikel 3.75 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart, worden de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.8. Dans l'article 3.75 de l'arrêté royal du 28 juin 2019 relatif à la navigation de plaisance, le 4° est complété par les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires ".
Art. 4.9. In artikel 2, paragraaf 1 van het koninklijk besluit van 3 december 2019 betreffende de accommodatie van vissersvaartuigen, worden de woorden ", het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden "aan boord van schepen" en de woorden "en het koninklijk besluit".
Art. 4.9. Dans l'article 2, paragraphe 1er de l'arrêté royal du 3 décembre 2019 concernant le logement à bord des navires de pêche, les mots " , de l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires " sont insérés entre les mots " à bord des navires " et les mots " et de l'arrêté royal ".
Art. 4.10. In punt 12.1 van hoofdstuk 12 van de bijlage van hetzelfde besluit worden de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden "aan boord van schepen" en de woorden "wordt - wanneer nodig - een".
Art. 4.10. Au point 12.1 du chapitre 12 de l'annexe du même arrêté, les mots " et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires " sont insérés entre les mots " à bord des navires " et les mots " , une cabine est mise ".
Art. 4.11. In het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende medische hulpverlening aan boord van schepen worden de volgende artikelen opgeheven:
1° de artikelen 1 en 2, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
2° de artikelen 3 en 4;
3° artikel 5, gewijzigd bij koninklijk besluit va n 16 juni 2020;
4° artikel 7, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
5° de artikelen 8 tot 12;
6° bijlage I;
7° de bijlagen II tot IV, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
8° bijlage V.
Art. 4.11. Dans l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires, les articles suivants sont abrogés :
1° les articles 1 et 2, modifié par l'arrêté royal du 9 décembre 2014;
2° les articles 3 et 4;
3° l'article 5, modifié par l'arrêté royal du 16 juin 2020;
4° l'article 7, modifié par l'arrêté royal du 9 décembre 2014;
5° les articles 8 à 12;
6° l'annexe I;
7° les annexes II à IV, modifié par l'arrêté royal du 9 décembre 2014;
8° l'annexe V.
Art. 4.12. Het koninklijk besluit van 12 december 1957 betreffende de levensmiddelen aan boord van Belgische schepen wordt opgeheven.
Art. 4.12. L'arrêté royal du 12 décembre 1957 concernant les vivres à bord des navires belges est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 5.1. De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5.1. Le ministre qui a la Mobilité maritime dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N3. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2021, p. 116984)
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-12-2021, p. 116984)