Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 JULI 2021. - Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2021(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-08-2021 en tekstbijwerking tot 30-12-2024)
Titre
9 JUILLET 2021. - Décret-programme de l'ajustement du budget 2021(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-08-2021 et mise à jour au 30-12-2024)
Informations sur le document
Numac: 2021032223
Datum: 2021-07-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021032223
Date: 2021-07-09
Moniteur: Voir
Tekst (105)
Texte (102)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewesten gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
CHAPITRE 2. - Culture, Jeunesse, Sports et Médias
Afdeling 1. - Werkingsuitgaven erkenning landelijke radio-omroeporganisaties
Section 1re. - Dépenses de fonctionnement pour l'agrément d'organismes nationaux de radiodiffusion télévisuelle.
Art. 2. In artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 21 november 2008, 18 december 2009, 30 juni 2017 en 20 december 2019, wordt paragraaf 9 vervangen door wat volgt:
  " § 9. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's die bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
  De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's alsook voor de werkingsuitgaven naar aanleiding van de behandeling van de genoemde aanvragen.".
Art. 2. A l'article 33 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001, modifié par les décrets des 22 décembre 2006, 21 novembre 2008, 18 décembre 2009, 30 juin 2017 et 20 décembre 2019, le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
  " § 9. Le fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias se voit attribuer la totalité des recettes provenant des candidatures pour radios nationales, radios de réseau et radios locales introduites au Département Culture, Jeunesse et Médias.
  Les moyens du fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias obtenus sur la base de l'alinéa premier seront utilisés pour le paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel temporaire engagés en vue de traiter les demandes relevant des radios nationales, des radios de réseau et des radios locales ainsi que pour les dépenses de fonctionnement résultant du traitement desdites demandes. ".
Afdeling 2. - Begrotingsfonds Infrastructuur Cultuur en Jeugd - klimaatbeleid
Section 2. - Fonds budgétaire Infrastructure Culture et Jeunesse - politique climatique
Art. 3. In artikel 5 van het programmadecreet van 18 december 2020 bij de begroting 2021 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2 wordt een punt 8° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "8° de middelen ontvangen vanuit het Vlaams Klimaatfonds, vermeld in artikel 14, § 5, tweede lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012.";
  2° aan paragraaf 3 wordt een punt 6° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "6° het verstrekken van subsidies, toelagen en leningen met betrekking tot cultuuren jeugdinfrastructuur in het kader van het klimaatbeleid.".
Art. 3. A l'article 5 du décret-programme du 18 décembre 2020 accompagnant le budget 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° les moyens reçus du Fonds climatique flamand, visés à l'article 14, § 5, deuxième alinéa, du décret du 13 juillet 2012 contenant diverses mesures d'accompagnement du second ajustement du budget 2012. " ;
  2° au paragraphe 3, est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° à l'octroi de subventions, d'allocations et de prêts relatifs à l'Infrastructure Culture et Jeunesse dans le cadre de la politique climatique. ".
Afdeling 3. - Steun aan jeugdhostels, jeugdverblijfcentra en jeugdorganisaties naar aanleiding van de COVID-19-pandemie
Section 3. - Soutien aux hôtels pour jeunes, centres de séjour pour jeunes et organisations de la jeunesse à la suite de la pandémie de COVID-19
Art. 4. § 1. De Vlaamse Regering kent in het jaar 2021 steun toe aan hostels als vermeld in het decreet van 6 juli 2012 houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme, aan jeugdverblijfcentra die erkend zijn op basis van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van Toerisme voor Allen, en aan de organisaties die gesubsidieerd zijn op basis van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugden kinderrechtenbeleid. De steun kan worden toegekend aan organisaties die een structurele werkingssubsidie op basis van die decreten ontvangen.
  De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de subsidievoorwaarden, de subsidiecriteria, de subsidieaanvragen, de beslissingsprocedure, het toe te kennen bedrag, de uitbetaling, de verantwoording en het toezicht. Het toe te kennen bedrag valt binnen de grenzen van de goedgekeurde kredieten van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021.
  § 2. De administratie stelt een webtoepassing ter beschikking om informatie uit te wisselen met aanvragers of ontvangers van een subsidie.
  § 3. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst treedt op als de verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van deze afdeling.
  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze afdeling heeft betrekking op de identificatie van de persoon die de webtoepassing gebruikt als vertegenwoordiger van de aanvrager. Met betrekking tot de identificatie van deze persoon kunnen, om de gegevens in de aanvraag te controleren of aan te vullen, het beheer en de controle van de aanvragen betrekking hebben op de verwerking van het rijksregisternummer of identificatienummer van de sociale zekerheid en andere identificatiegegevens van deze persoon.
  De administratie vraagt in eerste instantie de persoonsgegevens en andere gegevens op bij de authentieke gegevensbronnen, vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van artikel III.66, III.67 en III.68 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Bij gebrek daaraan kan ze die gegevens verkrijgen bij de aanvrager.
  De maximale bewaringstermijnen voor persoonsgegevens die op basis van deze afdeling worden verwerkt, conform artikel 5, 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming, worden vastgelegd in beheersregels, conform artikel III.81, § 2, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
  De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de verwerking van de persoonsgegevens, de beveiliging van deze gegevens, en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.
Art. 4. § 1er. En 2021, le Gouvernement flamand octroie une aide aux hôtels pour jeunes tels que visés dans le décret du 6 juillet 2012 portant subventionnement d'hôtels pour jeunes, de centres de séjour pour jeunes, de structures d'appui et de l'asbl " Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme " (Service général pour le Tourisme des Jeunes), aux centres de séjour pour jeunes qui sont agréés sur la base du décret du 18 juillet 2003 relatif aux résidences et associations actives dans le cadre de " Toerisme voor Allen ", ainsi qu'aux organisations subventionnées sur la base du décret du 20 janvier 2012 relatif à une politique rénovée des droits de l'enfant et de la jeunesse. L'aide peut être octroyée aux organisations qui reçoivent une subvention de fonctionnement structurelle sur la base de ces décrets.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les règles relatives aux conditions de subvention, aux critères de subvention, aux demandes de subvention, à la procédure de décision, au montant à octroyer, au paiement, à la justification et au contrôle. Le montant à octroyer s'inscrit dans les limites des crédits approuvés du budget de la Communauté flamande pour l'exercice budgétaire 2021.
  § 2. L'administration met à disposition une application Internet pour échanger des informations avec les demandeurs ou bénéficiaires d'une subvention.
  § 3. Le service désigné par le Gouvernement flamand intervient comme responsable du traitement des données à caractère personnel, visé à l'article 4, 7) du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données à caractère personnel dans le cadre de l'exécution de la présente section.
  Le traitement de données à caractère personnel dans le cadre de la présente section concerne l'identification de la personne qui utilise l'application Internet en tant que représentant du demandeur. En ce qui concerne l'identification de cette personne, afin de contrôler ou de compléter les données contenues dans la demande, la gestion et le contrôle des demandes peuvent porter sur le traitement du numéro de registre national ou du numéro d'identification de la sécurité sociale et d'autres données d'identification de cette personne.
  L'administration demande dans un premier temps les données à caractère personnel et d'autres données auprès des sources authentiques de données visées à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 portant exécution des articles III.66, III.67 et III.68 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018. A défaut, elle peut obtenir ces données auprès du demandeur.
  Les délais maximaux de conservation des données à caractère personnel traitées sur la base de la présente section, conformément à l'article 5, 1, e) du règlement général sur la protection des données, sont fixés dans des règles de gestion, conformément à l'article III.81, § 2, du décret de gouvernance du 7 décembre 2018.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités du traitement des données à caractère personnel, la protection de ces données et les garanties appropriées pour les droits et libertés des personnes concernées.
HOOFDSTUK 3. - Financiën en Begroting
CHAPITRE 3. - Finances et Budget
Art. 5. Artikel 6 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6. Als ze niet behoren tot de Vlaamse deelstaatoverheid zijn op de publiekrechtelijke vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, d), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, alleen artikel 42, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, artikel 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van toepassing.".
Art. 5. L'article 6 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. Aux agences autonomisées externes de droit public, visées à l'article 1.3, 2°, d), du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 et aux organismes publics flamands visés à l'article 1.3, 4°, du décret de gouvernance du 7 décembre 2018, qui n'appartiennent pas à l'Autorité flamande des entités fédérées, seuls les articles 42, § 1er, alinéa 2, 1°, 2° et 4°, l'article 43, les articles 60 à 65 inclus, le chapitre 8, l'article 80, alinéa 3, et l'article 110 sont d'application. "
Art. 6. In artikel 80, derde lid, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 wordt de zinsnede "afdeling 5" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk 10".
Art. 6. A l'article 80, troisième alinéa, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019, le membre de phrase " section 5 " est remplacé par le membre de phrase " chapitre 10 ".
Art. 7. In artikel 14546/1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2019 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt de verlenging van de duurtijd wel in aanmerking genomen in zoverre die het gevolg is van een betalingsuitstel dat aan de belastingplichtige op zijn verzoek is toegestaan omwille van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ten gevolge van de uitbraak van de COVID-19-pandemie.";
  2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De civiele noodsituatie, vermeld in het derde lid, vangt aan op 20 maart 2020 en eindigt uiterlijk op 31 december 2021. De Vlaamse Regering kan de einddatum van die civiele noodsituatie aanpassen.".
Art. 7. A l'article 14546/1 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, inséré par le décret du 20 décembre 2019 et modifié par le décret du 18 décembre 2020, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la prolongation de la durée est prise en compte dans la mesure où elle résulte d'un report de paiement accordé au contribuable à sa demande en raison de la situation d'urgence civile en matière de santé publique résultant de la pandémie de COVID-19. " ;
  2° il est ajouté un quatrième alinéa qui est rédigé comme suit :
  " La situation d'urgence civile visée au troisième alinéa prend cours le 20 mars 2020 et se termine au plus tard le 31 décembre 2021. Le Gouvernement flamand peut adapter la date de fin de cette situation d'urgence civile. ".
HOOFDSTUK 4. - Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie
CHAPITRE 4. - Chancellerie, Gouvernance publique, Affaires étrangères et Justice
Afdeling 1. - Aanpassing toepassingsgebied Fonds Onroerende Goederen
Section 1re. - Adaptation du champ d'application du Fonds des biens immobiliers
Art. 8. Aan artikel 19, § 2, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij decreet van 25 juni 1992, gewijzigd bij decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij decreet van 18 december 2015, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Aan het Fonds Onroerende Goederen worden tevens toegewezen de middelen ontvangen vanuit het Vlaams Klimaatfonds, vermeld in artikel 14, § 5, tweede lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012.".
Art. 8. A l'article 19, § 2 du décret du 21 décembre 1990 contenant les dispositions budgétaires techniques ainsi que les dispositions accompagnant le budget 1991, remplacé par le décret du 25 juin 1992, modifié par le décret du 24 décembre 2004 et modifié par le décret du 18 décembre 2015, est ajouté un troisième alinéa qui est rédigé comme suit :
  " Sont également attribués au Fonds des Biens immobiliers les moyens provenant du Fonds climatique flamand, visés à l'article 14, § 5, deuxième alinéa, du décret du 13 juillet 2012 contenant diverses mesures d'accompagnement du second ajustement du budget 2012. ".
Art. 9. Aan artikel 19, § 3, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij decreet van 25 juni 1992, gewijzigd bij decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij decreet van 18 december 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De middelen van het Fonds Onroerende Goederen mogen tevens aangewend worden voor uitgaven in het kader van het Actieplan Mobiliteit en het Actieplan Gebouwen van de Vlaamse overheid in het kader van het klimaatbeleid.".
Art. 9. A l'article 19, § 3, du décret du 21 décembre 1990 portant dispositions budgétaires techniques ainsi que dispositions accompagnant le budget 1991, remplacé par le décret du 25 juin 1992, modifié par le décret du 24 décembre 2004 et modifié par le décret du 18 décembre 2015, est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
  " Les moyens du Fonds des Biens immobiliers peuvent également être affectés à des dépenses dans le cadre du Plan d'action Mobilité et du Plan d'action Bâtiments du Gouvernement flamand dans le cadre de la politique climatique. ".
Afdeling 2. - Machtiging tot verkoop van een administratief gebouw
Section 2. - Autorisation de vente d'un bâtiment administratif
Art. 10. Met toepassing van artikel 2, tweede lid, van het decreet van 30 november 2018 betreffende het vervreemden van onroerende domeingoederen en het vestigen en vervreemden van zakelijke rechten door de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, wordt de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd om het administratief gebouw te 1000 Brussel, Trierstraat 9-11 (kadastraal gekend als Brussel, 5de afdeling, sectie E, nummers 441L8 en 441/03D) te verkopen aan het Europees Parlement.
Art. 10. En application de l'article 2, deuxième alinéa, du décret du 30 novembre 2018 relatif à l'aliénation d'immeubles domaniaux et à l'établissement et l'aliénation de droits réels par la Communauté flamande et la Région flamande, le Gouvernement flamand est autorisé à vendre au Parlement européen le bâtiment administratif sis rue de Trèves 9-11 à 1000 Bruxelles (cadastré sous Bruxelles, 5e division, section E, numéros 441L8 et 441/03D).
HOOFDSTUK 5. - Landbouw en Visserij
CHAPITRE 5. - Agriculture et pêche
Art. 11. In behoorlijk gemotiveerde gevallen kan het Vlaams betaalorgaan voor het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Landbouwgarantiefonds, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2003, naar analogie met artikel 54, derde lid, a), i), van de verordening (EU) Nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG)nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, besluiten de terugvordering van het bedrag, voor wat betreft het gedeelte ervan dat gesubsidieerd is middels Vlaamse cofinanciering, niet voort te zetten als aan de bepalingen van dat artikel is voldaan voor het Vlaamse en Europese deel samen.
Art. 11. Dans des cas dûment motivés, l'organisme payeur flamand pour le Fonds européen agricole pour le développement rural et le Fonds européen agricole de garantie, institué par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mars 2003 peut, par analogie avec l'article 54, troisième alinéa, a), i), du règlement (UE) n° 1306/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 relatif au financement, à la gestion et au suivi de la politique agricole commune et abrogeant les règlements (CEE) n° 352/78, (CE) n° 165/94, (CE) n° 2799/98, (CE) n° 814/2000, (CE) n° 1200/2005 et n° 485/2008 du Conseil, décider de ne pas poursuivre la répétition du montant, en ce qui concerne la part de celui-ci qui est subventionnée par cofinancement flamand, s'il est satisfait aux dispositions de cet article pour la partie flamande et la partie européenne réunies.
HOOFDSTUK 6. - Mobiliteit en Openbare Werken
CHAPITRE 6. - Mobilité et Travaux publics
Art. 12. Artikel 18 van het decreet van 13 december 2002 houdende de oprichting van de naamloze vennootschap van publiek recht Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), laatst gewijzigd bij decreet van 29 maart 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 18. BAM mag leningen aangaan, kredieten opnemen en schuldeffecten uitgeven binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde grenzen.
  Het Vlaamse Gewest machtigt de Vlaamse Regering om waarborgen te verstrekken voor de verbintenissen die BAM is aangegaan of aangaat alsook voor aansprakelijkheden die BAM of een bij het project betrokken bouwpartij in het kader van dat project heeft opgelopen of oploopt. Die waarborgen kunnen slechts door de Vlaamse Regering worden verstrekt:
  1° als die verbintenissen en aansprakelijkheden niet geheel verzekerd of verzekerbaar zijn door een verzekeraar op de private markt omwille van te hoge premievergoedingen op die private markt of een gebrek aan offertes uit die private markt;
  2° als BAM voor die aansprakelijkheden van de betrokken bouwpartijen minimaal gedeeltelijk een verzekeringsovereenkomst afsloot bij een verzekeraar op de private markt;
  3° voor de economische levensduur van het onderliggende actief of project;
  4° voor een maximaal bedrag dat jaarlijks wordt vastgelegd in de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  5° als, bij voorzichtige inschatting, geen gehele of gedeeltelijke uitwinning van de waarborg te verwachten valt.
  Die waarborgen kunnen een onherroepelijke en abstracte waarborg uitmaken, en zijn afroepbaar op het eerste verzoek en totdat die verbintenissen en aansprakelijkheden ten aanzien van derden volledig zijn voldaan.
  BAM betaalt een vergoeding voor de verlening van een waarborg door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan de vergoeding eenmalig of periodiek vorderen en bepaalt de vergoeding in functie van de omvang van de waarborg of op grond van andere relevante parameters. Het niet of laattijdig betalen van de vergoeding door BAM doet op geen enkele wijze afbreuk aan de rechtsgeldigheid of aan het onherroepelijk en abstract karakter of de afroepbaarheid van de waarborg.
  De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van de waarborgen, vermeld in dit artikel, nader bepalen.
  De in dit artikel bedoelde waarborgen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk 10, afdeling 4, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.".
Art. 12. L'article 18 du décret du 13 décembre 2002 relatif à la création de la société anonyme de droit public " Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) ", modifié en dernier lieu par le décret du 29 mars 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18. La BAM peut contracter des prêts, utiliser des crédits ou émettre des titres de créance dans les limites définies par le Gouvernement flamand.
  La Région flamande autorise le Gouvernement flamand à garantir tous les engagements que la BAM a contractés ou contractera ainsi que les responsabilités que la BAM ou un partenaire de construction impliqué dans le projet a engagées ou engagera dans le cadre de ce projet. Ces garanties peuvent seulement être accordées par le Gouvernement flamand :
  1° lorsque ces engagements et responsabilités ne sont pas entièrement assurés ou assurables par un assureur sur le marché privé en raison de primes trop élevées sur ce marché privé ou d'un manque d'offres provenant de ce marché privé ;
  2° si la BAM a conclu, du moins en partie, un contrat d'assurance auprès d'un assureur sur le marché privé pour ces responsabilités des partenaires de construction concernés ;
  3° pour la durée de vie économique de l'actif ou du projet sous-jacent ;
  4° pour un montant maximum fixé annuellement dans le budget des dépenses de la Communauté flamande ;
  5° si, en cas d'estimation prudente, une éviction de la garantie, en tout ou en partie, n'est pas attendue.
  Ces garanties peuvent constituer une garantie irrévocable et abstraite et sont appelables à la première demande et jusqu'à ce que ces engagements et responsabilités à l'égard de tiers aient été entièrement satisfaits.
  La BAM paie une compensation pour l'octroi d'une garantie par la Communauté flamande. Le Gouvernement flamand peut demander une compensation unique ou périodique, qu'il détermine en fonction de l'ampleur de la garantie ou sur la base d'autres paramètres pertinents. Le non-paiement ou le paiement tardif de la compensation par la BAM ne déroge en rien à la validité et au caractère irrévocable et abstrait de la garantie ou à son caractère appelable.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités des garanties visées au présent article.
  Les garanties visées au présent article ne sont pas soumises aux dispositions du chapitre 10, section 4, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. ".
HOOFDSTUK 7. - Omgeving
CHAPITRE 7. - Environnement
Afdeling 1. - Wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018: VMM-heffingen
Section 1re. - Modification du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau coordonné le 15 juin 2018 : Redevances de la VMM
Art. 13. In artikel 4.2.2.1.4. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij decreet van 21 december 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 5 worden een zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Indien de heffingsplichtige waterverontreiniging, in afwijking van wat wordt bepaald in het eerste en tweede lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag indient, kan de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek van het dossier beslissen de verlenging van het statuut met terugwerkende kracht toe te staan vanaf de vervaldatum van het oorspronkelijke statuut. De toepassing van de overige bepalingen van dit artikel blijft daarbij onverkort.
  Het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging geeft aanleiding tot het opleggen van een boete conform artikel 5.4.2.2, tweede lid.";
  2° in paragraaf 8 wordt de zinsnede "paragrafen 2, 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "paragrafen 2, 3 en 4";
  3° een paragraaf 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 9. Het onderzoek, vermeld in paragraaf 5, zesde lid, kan worden uitgevoerd op heffingsdossiers waarin voorafgaand aan de inwerkingtreding van paragraaf 5, zesde en zevende lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag werd ingediend, en waarvoor op het ogenblik van de bekendmaking van het programmadecreet van 9 juli 2021 bij de aanpassing van de begroting 2021 waarbij deze bepalingen worden ingevoegd:
  1° een bezwaarschrift hangende is of reeds een beslissing over het bezwaarschrift werd genomen waartegen nog een beroepsmogelijkheid openstaat;
  2° een vordering in rechte hangende is;
  3° een aanvraag tot ambtshalve ontheffing als vermeld in artikel 376 van het WIB ingediend werd bij en aanvaard wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij;
  4° een navordering gevestigd werd als vermeld in artikel 4.2.4.5, § 2;
  5° een aansprakelijkheidsvordering werd ingeleid voor hoven en rechtbanken.
  De heffingsplichtige dient de Vlaamse Milieumaatschappij hiertoe te verzoeken met een per post aangetekende brief, die ten laatste één jaar na de bekendmaking van het programmadecreet van 9 juli 2021 bij de aanpassing van de begroting 2021 wordt verstuurd.
  Indien de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek de verlenging van het nullozersstatuut met terugwerkende kracht toekent kan, in afwijking van artikel 418 WIB, enkel het verschil tussen het oorspronkelijke heffingsbedrag vermeerderd met de eventuele heffingsverhoging en het heffingsbedrag na toepassing van de vrijstelling voor nullozing, eventueel rekening houdend met de toepassing van paragraaf 6, terugbetaald worden aan de heffingsplichtige. De toekenning met terugwerkende kracht geeft eveneens aanleiding tot het opleggen van de boete, zoals bepaald in artikel 5.4.2.2, tweede lid.
  Alle kosten verbonden aan eerdere betwistingen in dit verband blijven ten laste van de heffingsplichtige.".
Art. 13. A l'article 4.2.2.1.4. du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018, modifié par le décret du 21 décembre 2018 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 5, sont ajoutés des sixième et septième alinéas, rédigés comme suit :
  " Si le redevable assujetti à la redevance sur la pollution des eaux, par dérogation aux dispositions des premier et deuxième alinéas, introduit une demande tardive de renouvellement, la Société flamande pour l'environnement peut, après examen du dossier, décider d'autoriser la prolongation du statut avec effet rétroactif à compter de la date d'échéance du statut initial, sans préjudice de l'application des autres dispositions du présent article.
  L'octroi de la prolongation avec effet rétroactif donne lieu à l'imposition d'une amende conformément à l'article 5.4.2.2, deuxième alinéa. " ;
  2° au paragraphe 8, le membre de phrase " paragraphes 2, 3, 4 et 5 " est remplacé par le membre de phrase " paragraphes 2, 3 et 4 " ;
  3° est ajouté un paragraphe 9, rédigé comme suit :
  " § 9. L'examen, visé au paragraphe 5, sixième alinéa, peut être effectué sur des dossiers de redevance dans lesquels, préalablement à l'entrée en vigueur du paragraphe 5, sixième et septième alinéas, une demande tardive de renouvellement a été introduite et pour lesquels, au moment de la publication du décret-programme du 9 juillet 2021 de l'ajustement du budget 2021 par lequel ces dispositions sont insérées :
  1° une réclamation est pendante ou une possibilité de recours est encore ouverte contre une décision déjà prise sur la réclamation ;
  2° une action en justice est pendante ;
  3° une demande de dégrèvement d'office telle que visée à l'article 376 du CIR a été introduite auprès de la Société flamande pour l'environnement et acceptée par celle-ci ;
  4° il a été établi un redressement tel que visé à l'article 4.2.4.5, § 2 ;
  5° une action en responsabilité a été introduite devant des cours et tribunaux.
  Le redevable doit en faire la demande à la Société flamande pour l'environnement par lettre recommandée à la poste qui est envoyée au plus tard un an après la publication du décret-programme du 9 juillet 2021 de l'ajustement du budget 2021.
  Si la Société flamande pour l'environnement accorde, après examen, la prolongation du statut de rejeteur zéro (toutes les eaux usées sont réutilisées en interne) avec effet rétroactif, seule la différence entre le montant initial de la redevance augmenté de la majoration éventuelle de la redevance et le montant de la redevance après application de l'exonération pour l'absence de déversement, en tenant compte éventuellement de l'application du paragraphe 6, peut, par dérogation à l'article 418 CIR, être remboursée au redevable. L'octroi avec effet rétroactif donne également lieu à l'imposition de l'amende, telle que stipulée à l'article 5.4.2.2, deuxième alinéa.
  Tous les frais liés à des contestations antérieures à ce sujet restent à charge du redevable. ".
Art. 14. Artikel 5.4.2.2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.2.2. De ambtenaren van de Maatschappij, bedoeld in artikel 5.4.1.2, § 1, kunnen een geldboete van 50 tot 1250 euro opleggen voor elke overtreding van hoofdstuk II van titel IV evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
  Bij het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging van het nullozersstatuut, conform artikel 4.2.2.1.4, § 5, zesde en zevende lid, wordt een geldboete opgelegd van 1000 euro per heffingsjaar waarvoor de vrijstelling met terugwerkende kracht wordt toegestaan.".
Art. 14. L'article 5.4.2.2 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.2.2. Les fonctionnaires de la Société visés à l'article 5.4.1.2, § 1er, peuvent infliger une amende de 50 à 1250 euros pour toute infraction au chapitre II du titre IV ainsi qu'aux arrêtés pris en exécution de celui-ci.
  En cas d'octroi avec effet rétroactif de la prolongation du statut de rejeteur zéro, conformément à l'article 4.2.2.1.4, § 5, sixième et septième alinéas, une amende de 1000 euros est imposée par année de redevance pour laquelle l'exonération avec effet rétroactif est accordée. ".
Afdeling 2. - Voorstel tot invoering van een regeling voor de kwijtschelding van bepaalde in het kader van steunregelingen uit het energierecht ontstane schulden aan het Vlaamse Gewest
Section 2. - Proposition d'introduction d'un régime de quittance de certaines dettes à l'égard de la Région flamande dans le cadre de régimes d'aide du droit sur l'énergie
Art. 15. In artikel 8.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 30 oktober 2020, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 15. A l'article 8.2.2 du décret sur l'énergie du 8 mai 2009, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par les décrets des 3 juillet 2015 et 30 octobre 2020, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 16. In artikel 8.3.1/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 februari 2017 en gewijzigd bij de decreten van 16 november 2018 en 30 oktober 2020, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 16. A l'article 8.3.1/1 du même décret, inséré par le décret du 17 février 2017 et modifié par les décrets des 16 novembre 2018 et 30 octobre 2020, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 17. In artikel 8.4.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 februari 2017 en gewijzigd bij de decreten van 16 november 2018 en 30 oktober 2020, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 17. A l'article 8.4.2 du même décret, inséré par le décret du 17 février 2017 et modifié par les décrets des 16 novembre 2018 et 30 octobre 2020, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 18. In titel VIII van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 oktober 2020, wordt hoofdstuk VI, opgeheven bij het decreet van 14 februari 2014, opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Hoofdstuk VI. Kwijtscheldingen".
Art. 18. Dans le titre VIII du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 30 octobre 2020, le chapitre VI, abrogé par le décret du 14 février 2014, est réinséré et énoncé comme suit :
  " Chapitre VI. Quittances ".
Art. 19. Aan titel VIII, hoofdstuk VI, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 17, wordt een artikel 8.6.1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8.6.1. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van artikel 8.2.2, artikel 8.3.1/1 of artikel van dit decreet werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden.".
Art. 19. Au titre VIII, chapitre VI, du même décret, ajouté par l'article 17, est ajouté un article 8.6.1, rédigé comme suit :
  " Art. 8.6.1. Sur la proposition du ministre flamand ayant l'énergie dans ses attributions, le Gouvernement flamand peut donner quittance en tout ou en partie des dettes encourues par une maison de l'énergie à l'égard de la Région flamande dans le cadre de l'exécution de l'article 8.2.2, de l'article 8.3.1/1 ou de l'article du présent décret. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les conditions auxquelles cette quittance peut se faire. ".
Art. 20. Aan titel VIII, hoofdstuk VI, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 17, wordt een artikel 8.6.2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 8.6.2. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, schulden die ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de toekenning van steun voor energetische renovatieprojecten van noodkoopwoningen werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden.".
Art. 20. Au titre VIII, chapitre VI, du même décret, ajouté par l'article 17, est ajouté un article 8.6.2, rédigé comme suit :
  " Art. 8.6.2. Sur la proposition du ministre flamand ayant l'énergie dans ses attributions, le Gouvernement flamand peut donner quittance en tout ou en partie des dettes encourues à l'égard de la Région flamande dans le cadre de l'octroi d'aides pour des projets de rénovation énergétique de logements acquisitifs par nécessité. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les conditions auxquelles cette quittance peut se faire. ".
Afdeling 3. - Wijziging aan het decreet van 15 juli 2011 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf
Section 3. - Modification au décret du 15 juillet 2011 autorisant la création de l'agence autonomisée externe de droit privé NV Vlaams Energiebedrijf
Art. 21. Aan artikel 4 van het decreet van 15 juli 2011 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Het Vlaams Energiebedrijf en haar dochterondernemingen kunnen middelen toekennen aan publieke entiteiten voor zover deze rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de opdrachten, vermeld in paragraaf 2.".
Art. 21. A l'article 4 du décret du 15 juillet 2011 autorisant la création de l'agence autonomisée externe de droit privé " NV Vlaams Energiebedrijf " (SA Entreprise flamande de l'Energie), est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. L'Entreprise flamande de l'Energie et ses filiales peuvent accorder des moyens à des entités publiques pour autant que celles-ci contribuent directement ou indirectement à la réalisation des missions visées au paragraphe 2. ".
Art. 22. Aan artikel 5 van het hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. Het Vlaams Energiebedrijf en haar dochterondernemingen kunnen in het kader van (beheers-)opdrachten, voor zover deze rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de opdrachten vermeld in artikel 4, § 2, beschikken over volgende ontvangsten:
  1° dotaties en toelagen;
  2° leningen;
  3° fiscale heffingen voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan het Vlaams Energiebedrijf;
  4° retributies voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan het Vlaams Energiebedrijf;
  5° schenkingen en legaten in contanten. De raad van bestuur beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's van de aanvaarding;
  6° inkomsten uit eigen participaties en uit door het Vlaams Energiebedrijf verstrekte leningen aan derden;
  7° opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
  8° de subsidies waarvoor het Vlaams Energiebedrijf als begunstigde in aanmerking komt;
  9° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
  10° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden, bepaald in de samenwerkingsovereenkomst;
  11° opbrengsten uit intellectuele rechten;".
Art. 22. A l'article 5 du même décret, dont le texte existant formera le paragraphe 1er, est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. L'Entreprise flamande de l'Energie et ses filiales peuvent, dans le cadre de missions (de gestion), pour autant que celles-ci contribuent directement ou indirectement à la réalisation des missions visées à l'article 4, § 2, disposer des recettes suivantes :
  1° dotations et subventions ;
  2° prêts ;
  3° prélèvements fiscaux pour autant qu'ils soient attribués par décret à l'Entreprise flamande de l'Energie ;
  4° redevances pour autant qu'elles soient attribuées par décret à l'Entreprise flamande de l'Energie ;
  5° donations et legs en espèces. Le conseil d'administration évalue préalablement l'opportunité et les risques de l'acceptation ;
  6° revenus provenant de participations propres et de prêts consentis à des tiers par l'Entreprise flamande de l'Energie ;
  7° produits de la vente de participations propres ;
  8° subventions auxquelles l'Entreprise flamande de l'Energie peut prétendre en tant que bénéficiaire ;
  9° répétitions de dépenses indues ;
  10° indemnités pour prestations à des tiers, selon les conditions stipulées dans le contrat de collaboration ;
  11° produits de droits intellectuels ; ".
Afdeling 4. - Dierenwelzijnsfonds
Section 4. - Dierenwelzijnsfonds (Fonds pour le bien-être animal)
Art. 23. In artikel 107 van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2, 1°, worden de volgende bepalingen toegevoegd:
  "- de retributie, bedoeld in artikel 13, § 1, tweede lid;
  - de retributie, bedoeld in artikel 34ter, § 2, tweede lid.";
  2° in paragraaf 3 wordt tussen de zinsnede "en wetenschappelijk onderzoek," en de zinsnede "investeringen," de zinsnede "de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs," ingevoegd;
  3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "in het kader van dierenwelzijn" en de zinsnede "toegekend voor 1 juli 2014" de zinsnede ", inclusief de onderzoeksprojecten" ingevoegd;
  4° aan paragraaf 3 wordt na de woorden "FOD Volksgezondheid" de zinsnede ", en deze bestemd ter uitvoering van projecten in het kader van het Klimaatbeleid" toegevoegd.
Art. 23. A l'article 107 du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015, modifié par les décrets des 3 juillet 2015 et 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, 1°, les dispositions suivantes sont ajoutées :
  " - la rétribution visée à l'article 13, § 1er, alinéa deux ;
  - la rétribution visée à l'article 34ter, § 2, alinéa deux. " ;
  2° au paragraphe 3, il est inséré entre les membres de phrase " de la recherche scientifique " et " et d'investissements " le membre de phrase " du Vlaamse Dierenwelzijnprijs (Prix flamand du bien-être animal) " ;
  3° au paragraphe 3, le membre de phrase " , y compris les projets de recherche " est inséré entre les termes " dans le cadre du bien-être des animaux " et le membre de phrase " accordée avant le 1er juillet 2014 " ;
  4° au paragraphe 3, après les termes " SPF Santé publique ", le membre de phrase " , et celles destinées à l'exécution de projets dans le cadre de la politique climatique " est ajouté.
Afdeling 5. - Wijziging aan de Vlaamse Codex Wonen van 2021
Section 5. - Modification du Code flamand du Logement de 2021
Art. 24. In artikel 3.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De woningen, vermeld in artikel 3.19, § 1, 1°, worden ingeschreven op de inventarislijst op de datum van het besluit van de burgemeester, vermeld in artikel 3.12, § 1. In geval van een beslissing tot ongeschiktof onbewoonbaarverklaring in beroep als vermeld in artikel 3.16, eerste lid, worden de woningen ook ingeschreven op de inventarislijst op de datum van het besluit, vermeld in artikel 3.12, § 1, tenzij:
  1° het besluit, vermeld in artikel 3.12, § 1, niet tot stand gekomen is volgens de procedure, vermeld in artikel 3.12 en 3.13;
  2° het een beslissing betreft als vermeld in artikel 3.15, tweede lid.
  In deze gevallen worden de woningen ingeschreven op de inventarislijst op de datum van het besluit, vermeld in artikel 16, eerste lid.".
Art. 24. A l'article 3.20 du Code flamand du Logement de 2021, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les logements visés à l'article 3.19, § 1er, 1° sont inscrits sur la liste d'inventaire à la date de la décision du bourgmestre visée à l'article 3.12, § 1er. En cas de décision de déclaration d'inadéquation ou d'inhabitabilité en appel, telle que visée à l'article 3.16, alinéa premier, les logements sont également inscrits sur la liste d'inventaire à la date de la décision visée à l'article 3.12, § 1er, sauf si :
  1° la décision visée à l'article 3.12, § 1er, n'a pas été adoptée selon la procédure visée aux articles 3.12 et 3.13 ;
  2° il s'agit d'une décision telle que visée à l'article 3.15, deuxième alinéa.
  Dans de tels cas, les logements sont inscrits sur la liste d'inventaire à la date de la décision, visée à l'article 16, premier alinéa. ".
HOOFDSTUK 8. - Onderwijs en Vorming
CHAPITRE 8. - Enseignement et Formation
Afdeling 1. - Rechtzetting materiële fout bedrag werkingsmiddelen kleuteronderwijs
Section 1re. - Rectification d'une erreur matérielle quant au montant du budget de fonctionnement de l'enseignement maternel
Art. 25. In artikel 79, § 3, derde lid, 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt het bedrag "70.282.000 euro" vervangen door het bedrag "69.545.000 euro".
Art. 25. A l'article 79, § 3, troisième alinéa, 8°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par le décret du 20 décembre 2019, le montant " 70 282 000 euros " est remplacé par le montant " 69 545 000 euros ".
Art. 26. In artikel 85bis, § 3, derde lid, 8°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt het bedrag "994.000 euro" vervangen door het bedrag "983.000 euro".
Art. 26. A l'article 85bis, § 3, troisième alinéa, 8°, du même décret, inséré par le décret du 20 décembre 2019, le montant " 994 000 euros " est remplacé par le montant " 983 000 euros ".
Afdeling 2. - Hertelling in het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2021-2022
Section 2. - Recomptage dans l'enseignement fondamental spécial le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire 2021-2022
Art. 27. In afwijking van artikel 137bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, is voor scholen voor buitengewoon basisonderwijs de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2021-2022 de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, als die school voor buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2021-2022 een hoger aantal lestijden volgens de schalen genereert dan op basis van de eerste schooldag van februari van het schooljaar 2020-2021.
  De teldag, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor de berekening van andere omkadering en werkingsmiddelen.
Art. 27. Par dérogation à l'article 137bis du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, le jour de comptage pour le calcul des périodes de cours selon les échelles pour les écoles de l'enseignement fondamental spécial est le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année scolaire 2021-2022, si cette école d'enseignement fondamental spécial génère, le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire 2021-2022, un nombre plus élevé de périodes de cours selon les échelles que sur la base du premier jour de classe de février de l'année scolaire 2020-2021.
  Le jour de comptage, visé à l'alinéa premier, n'est pas d'application pour le calcul d'autres moyens d'encadrement et de fonctionnement.
Art. 28. In afwijking van artikel 148 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, is voor scholen voor buitengewoon basisonderwijs de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2021-2022 de teldag voor de berekening van de uren volgens de richtgetallen, als die school voor buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2021-2022 een hoger aantal uren volgens de richtgetallen genereert dan op basis van de eerste schooldag van februari van het schooljaar 2020-2021.
Art. 28. Par dérogation à l'article 148 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, le jour de comptage pour le calcul des heures selon les indices pour les écoles de l'enseignement fondamental spécial est le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année scolaire 2021-2022, si cette école d'enseignement fondamental spécial génère, le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire 2021-2022, un nombre plus élevé d'heures selon les indices que sur la base du premier jour de classe de février de l'année scolaire 2020-2021.
Afdeling 3. - Aanvullende werkingsmiddelen voor pedagogische begeleidingsdiensten ter versterking van de brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen voor gewoon basisen secundair onderwijs
Section 3. - Moyens de fonctionnement complémentaires pour les services d'accompagnement pédagogique destinés à renforcer l'ample encadrement de base et l'encadrement complémentaire dans les écoles d'enseignement fondamental et secondaire ordinaire
Art. 29. In het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt een artikel 19/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 19/1. De pedagogische begeleidingsdiensten van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten, het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen en het Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, GO! ontvangen in begrotingsjaar 2021 3,5 miljoen euro aan aanvullende werkingsmiddelen voor de ondersteuning van scholen voor gewoon basisen secundair onderwijs in de versterking van hun brede basiszorg en verhoogde zorg.
  De aanvullende werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, worden verdeeld over deze pedagogische begeleidingsdiensten naar rato van het aantal organieke betrekkingen in de onderwijsinstellingen verbonden aan de pedagogische begeleidingsdienst.".
Art. 29. Dans le décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, est inséré un article 19/1, rédigé comme suit :
  " Art. 19/1. Les services d'encadrement pédagogique du Katholiek Onderwijs Vlaanderen (enseignement catholique de Flandre), de l'Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (association d'enseignement des villes et communes), du Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (enseignement provincial de Flandre) et de l'Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, GO! (enseignement de la Communauté flamande) reçoivent, au cours de l'exercice budgétaire 2021, 3,5 millions d'euros de moyens de fonctionnement complémentaires destinés à l'appui des écoles d'enseignement fondamental et secondaire ordinaire dans le renforcement de leur ample encadrement de base et de leur encadrement complémentaire.
  Les moyens de fonctionnement complémentaires, visés à l'alinéa premier, sont répartis entre ces services d'accompagnement pédagogique au prorata du nombre d'emplois organiques dans les établissements d'enseignement liés au service d'accompagnement pédagogique. ".
Afdeling 4. - Indexering middelen Hogere Kunstinstituten
Section 4. - Indexation des moyens des Instituts supérieurs des beaux-arts
Art. 30. In artikel III.119, § 8, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 5° wordt de zinsnede "apass (advanced performance and scenography studies)" vervangen door de zinsnede "PoPoK (Posthogeschool voor Podiumkunsten)";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De bedragen vermeld in het eerste lid, worden in het begrotingsjaar 2021 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1 van dit artikel.".
Art. 30. A l'article III.119, § 8, du Code de l'enseignement supérieur du 11 octobre 2013, inséré par le décret du 18 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 5°, le membre de phrase " apass (advanced performance and scenography studies) " est remplacé par le membre de phrase " PoPoK (Posthogeschool voor Podiumkunsten) " ;
  2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Les montants mentionnés à l'alinéa premier sont indexés durant l'exercice budgétaire 2021 conformément aux dispositions du paragraphe 1er du présent article. ".
Afdeling 5. - Wijziging van de decreetsbepaling voor het begrotingsfonds van het departement Onderwijs en Vorming.
Section 5. - Modification de la disposition décrétale pour le fonds budgétaire du département Enseignement et Formation.
Art. 31. Aan artikel 41, § 4, van het decreet van 20 december 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014, vervangen bij het decreet van 8 juli 2016, worden een punt 3° en 4° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "3° projecten in het kader van klimaat;
  4° uitgaven in het kader van risicomanagement.".
Art. 31. A l'article 41, § 4, du décret du 20 décembre 2013 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2014, remplacé par le décret du 8 juillet 2016, sont ajoutés des points 3° et 4°, rédigés comme suit :
  " 3° projets dans le cadre du climat ;
  4° dépenses dans le cadre de la gestion des risques. ".
Afdeling 6. - Machtiging aan AGION voor verbintenissen voor huursubsidies
Section 6. - Autorisation à AGION pour les engagements en matière de subventions de location
Art. 32. In artikel 20 van het decreet van 30 juni 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017, het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, wordt het bedrag "20.200.000 euro" vervangen door het bedrag "25.200.000 euro".
Art. 32. A l'article 20 du décret du 30 juin 2017 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2017, modifié en dernier lieu par le décret du 20 décembre 2019, le montant " 20 200 000 euros " est remplacé par le montant " 25 200 000 euros ".
Afdeling 7. - Correctie op de berekening van de besparing van de werkingsmiddelen in het deeltijds kunstonderwijs.
Section 7. - Correction du calcul de l'économie des moyens de fonctionnement dans l'enseignement artistique à temps partiel.
Art. 33. In artikel 83, zesde lid, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2019, worden de woorden "de toegekende lestijden" vervangen door de woorden "de toegekende werkingsmiddelen".
Art. 33. A l'article 83, alinéa six, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel, inséré par le décret du 20 décembre 2019, les termes " les périodes de cours attribuées " sont remplacés par les termes " les moyens de fonctionnement attribués ".
Afdeling 8. - Maatregelen onderwijs en vorming binnen het relanceplan Vlaamse Veerkracht
Section 8. - Mesures en faveur de l'enseignement et de la formation dans le cadre du plan de relance " Vlaamse Veerkracht " (Résilience flamande)
Art. 34. § 1. De visienota's die zijn opgenomen in de bijlagen 1, 2, 3 en 4 die bij dit decreet zijn gevoegd, worden goedgekeurd.
  § 2. In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt een artikel 67/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Artikel 67/1. § 1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur, speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen en speerpunt 4: een kennisen adviescentrum Digisprong ten dienste van het onderwijsveld binnen de maatregel VV 15 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 375 miljoen euro binnen de relanceprovisie bijkomende werkingsbudgetten, investeringsmiddelen of omkadering toekennen aan de scholen of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs of, wat speerpunten 3 en 4 betreft middelen toekennen ter ondersteuning van deze scholen. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.
  § 2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong, speerpunt 2: versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 20212022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro binnen de relanceprovisie, desgevallend aangevuld met middelen uitde provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie, bijkomende werkingsbudgetten, investeringsmiddelen of omkadering toekennen aan de scholen of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 34. § 1er. Les notes de vision figurant dans les annexes 1, 2, 3 et 4 jointes au présent décret sont approuvées.
  § 2. Dans le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, est inséré un article 67/1, rédigé comme suit :
  " Article 67/1. § 1er. Pour la mise en oeuvre des actions visées dans la priorité 1 : une infrastructure informatique sûre et tournée vers l'avenir, priorité 2 : une politique scolaire de soutien solide et efficace en matière informatique, priorité 3 : des enseignants et formateurs d'enseignants compétents en informatique et des outils d'apprentissage numériques adaptés et priorité 4 : un centre de connaissances et de conseil Digisprong au service de l'enseignement dans le cadre de la mesure VV 15 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, tel que repris dans la note de vision " Digisprong. Van achterstand naar voorsprong ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 375 millions d'euros dans la provision de relance, accorder des budgets de fonctionnement, moyens d'investissement ou encadrement supplémentaires aux écoles ou communautés d'écoles dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial ou, en ce qui concerne les priorités 3 et 4, octroyer des moyens en soutien de ces écoles. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action.
  § 2. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance, priorité 2 : renforcement des enseignants, formateurs d'enseignants et directeurs d'écoles et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 90 millions d'euros dans la provision de relance, éventuellement complétée des moyens provenant de la provision de renforcement de l'enseignement et/ou de la provision AGODI, des budgets de fonctionnement, moyens d'investissement ou encadrement supplémentaires aux écoles ou communautés d'écoles dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 35. In het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt een nieuw hoofdstuk V/2, dat bestaat uit artikel 27/4, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk V/2. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar, van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022-2023
  Art. 27/4. In het kader van de uitvoering van de speerpunten in de maatregelen VV15 Digisprong, met deelenveloppe van 375 miljoen euro binnen de relanceprovisie en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar, van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, met deelenveloppe van 90 miljoen euro binnen de relanceprovisie, zoals opgenomen in de visienota's Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER) en Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 bijkomendewerkingsbudgetten, investeringsmiddelen of omkadering toekennen aan de pedagogische begeleidingsdiensten. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 35. Dans le décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, est inséré un nouveau chapitre V/2, composé de l'article 27/4, rédigé comme suit :
  " Chapitre V/2. Financement et subventionnement supplémentaires dans le cadre des mesures VV15 " Digisprong " et VV17 " Van kwetsbaar naar weerbaar ", du plan de relance flamand pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023
  Art. 27/4. Dans le cadre de l'exécution des priorités dans les mesures VV15 Digisprong, avec une enveloppe partielle de 375 millions d'euros dans le cadre de la provision de relance et VV17 " Van kwetsbaar naar weerbaar ", du plan de relance Vlaamse Veerkracht, avec une enveloppe partielle de 90 millions d'euros dans le cadre de la provision de relance, telle qu'elle figure dans les notes de vision " Digisprong. Van achterstand naar voorsprong ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER) et " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, des budgets de fonctionnement, moyens d'investissement ou encadrement supplémentaires peuvent être accordés aux services d'accompagnement pédagogiques. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités par action. ".
Art. 36. In de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt in deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, een onderafdeling 6, die bestaat uit artikel 34/1 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 6. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar, van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023
  Artikel 34/1. § 1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur, speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen en speerpunt 4: een kennisen adviescentrum Digisprong ten dienste van het onderwijsveld binnen de maatregel VV 15 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 375 miljoen euro bijkomende omkadering toekennen aan de scholen, centra of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs of, wat speerpunten 3 en 4 betreft, ter ondersteuning van deze scholen en centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.
  § 2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong, speerpunt 2: versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende omkadering toekennen aan de scholen, centra of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 36. Dans le Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, est ajoutée dans la partie III, titre 1er, chapitre 3, section 2 une sous-section 6, qui se compose de l'article 34/1, rédigé comme suit :
  " Sous-section 6. Financement et subventionnement supplémentaires dans le cadre des mesures VV15 " Digisprong " et VV17 " Van kwetsbaar naar weerbaar ", du plan de relance flamand pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023
  Article 34/1. § 1er. Pour la mise en oeuvre des actions visées dans la priorité 1 : une infrastructure informatique sûre et tournée vers l'avenir, priorité 2 : une politique scolaire de soutien solide et efficace en matière informatique, priorité 3 : des enseignants et formateurs d'enseignants compétents en informatique et des outils d'apprentissage numériques adaptés et priorité 4 : un centre de connaissances et de conseil Digisprong au service de l'enseignement dans le cadre de la mesure VV 15 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, tel que repris dans la note de vision " Digisprong. Van achterstand naar voorsprong ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 375 millions d'euros dans la provision de relance, accorder un encadrement supplémentaire aux écoles, centres ou communautés d'écoles dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial ou, en ce qui concerne les priorités 3 et 4, en soutien de ces écoles et centres. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action.
  § 2. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance, priorité 2 : renforcement des enseignants, formateurs d'enseignants et directeurs d'écoles et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 90 millions d'euros dans la provision de relance, éventuellement complétée des moyens provenant de la provision de renforcement de l'enseignement et/ou de la provision AGODI, un encadrement supplémentaire aux écoles, centres ou communautés d'écoles dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 37. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020, wordt in deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 3, een onderafdeling 5, die bestaat uit artikel 48/1 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023
  Artikel 48/1. § 1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur, speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen en speerpunt 4: een kennisen adviescentrum Digisprong ten dienste van het onderwijsveld binnen de maatregel VV 15 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 375 miljoen euro bijkomende werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de scholen, centra of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs of, wat speerpunten 3 en 4 betreft, ter ondersteuning van deze scholen en centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.
  § 2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong, speerpunt 2: versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de scholen, centra of scholengemeenschappen in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 37. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2020, est ajouté dans la partie III, titre 1er, chapitre 3, section 3, une sous-section 5, composée de l'article 48/1, rédigé comme suit :
  " Sous-section 5. Financement et subventionnement supplémentaires dans le cadre des mesures VV15 " Digisprong " et VV17 " Van kwetsbaar naar weerbaar " du plan de relance flamand pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023
  Article 48/1. § 1er. Pour la mise en oeuvre des actions visées dans la priorité 1 : une infrastructure informatique sûre et tournée vers l'avenir, priorité 2 : une politique scolaire de soutien solide et efficace en matière informatique, priorité 3 : des enseignants et formateurs d'enseignants compétents en informatique et des outils d'apprentissage numériques adaptés et priorité 4 : un centre de connaissances et de conseil " Digisprong " au service de l'enseignement dans le cadre de la mesure VV 15 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, tel que repris dans la note de vision " Digisprong. Van achterstand naar voorsprong ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 375 millions d'euros, des budgets de fonctionnement ou des moyens d'investissement supplémentaires aux écoles, centres ou communautés d'écoles dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial ou, en ce qui concerne les priorités 3 et 4, pour le soutien de ces écoles et centres.Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action.
  § 2. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance, priorité 2 : renforcement des enseignants, formateurs d'enseignants et directeurs d'écoles et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 90 millions d'euros, éventuellement complétée des moyens provenant de la provision de renforcement de l'enseignement et/ou de la provision AGODI, des budgets de fonctionnement ou des moyens d'investissement supplémentaires aux écoles ou communautés d'écoles dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 38. In artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021- 2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende omkadering, werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de netoverstijgende regionale ondersteuningscellen. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 38. A l'article 16 du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves, modifié par le décret du 5 avril 2019, est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
  " § 2/1. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 90 millions d'euros, éventuellement complétée des moyens provenant de la provision de renforcement de l'enseignement et/ou de la provision AGODI, des budgets de fonctionnement, des moyens d'investissement ou un encadrement supplémentaires aux cellules régionales d'appui inter-réseaux.Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 39. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2020, wordt een artikel 32/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 32/1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 39. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2020, est inséré un article 32/1, rédigé comme suit :
  " Art. 32/1. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut, pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, affecter, dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 90 millions d'euros dans la provision de relance, éventuellement complétée des moyens provenant de la provision de renforcement de l'enseignement et/ou de la provision AGODI, de budgets de fonctionnement ou des moyens d'investissement supplémentaires aux centres.Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 40. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2020, wordt een artikel 41/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 41/2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare enveloppe van 90 miljoen euro bijkomende omkadering toekennen aan de centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 40. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2020, est inséré un article 41/2, rédigé comme suit :
  " Art. 41/2. En exécution des actions visées dans la priorité 1 : du retard à l'avance et priorité 3 : promotion du bien-être mental des élèves, des écoliers et des étudiants dans le cadre de la mesure VV 17 du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle figure dans la note de vision " Van kwetsbaar naar weerbaar ", approuvée lors du conseil des ministres du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 et 2), le Gouvernement flamand peut attribuer aux centres un encadrement complémentaire pour les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023 dans les limites de l'enveloppe disponible de 90 millions d'euros. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 41. Aan artikel 91 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1 We sensibiliseren elke Vlaming om levenslang te blijven leren via het volwassenenonderwijs, het speerpunt 2 Versterken van arbeidsmarktkansen via omen bijscholen, het speerpunt 3 Versterking van digitale competenties en het speerpunt 4 Gericht inzetten op kwalificatie, binnen de maatregel VV 19 Edusprong voor volwassenen: het volwassenenonderwijs versterkt, van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Edusprong, kan de Vlaamse Regering tijdens de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 60 miljoen euro bijkomende VTE, punten en werkingstoelagen toekennen aan de centra voor basiseducatie. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 41. A l'article 91 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par le décret du 19 décembre 2014, est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " En exécution des actions visées dans la priorité 1 Nous sensibilisons chaque Flamand à poursuivre l'apprentissage tout au long de la vie par le biais de l'éducation des adultes, dans la priorité 2 Renforcer les opportunités du marché du travail par le recyclage et la formation continue, dans la priorité 3 Renforcer les compétences numériques et dans la priorité 4 Miser sur la qualification dans le cadre de la mesure VV 19 " Edusprong voor volwassenen: het volwassenenonderwijs versterkt ", du plan de relance " Vlaamse Veerkracht ", telle qu'elle figure dans la note de vision Edusprong, le Gouvernement flamand peut, pendant les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023 octroyer des ETP, des points et des allocations de fonctionnement supplémentaires aux centres d'éducation de base dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 60 millions d'euros. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 42. Aan artikel 101 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1 We sensibiliseren elke Vlaming om levenslang te blijven leren via het volwassenenonderwijs, het speerpunt 2 Versterken van arbeidsmarktkansen via omen bijscholen, het speerpunt 3 Versterking van digitale competenties en het speerpunt 4 Gericht inzetten op kwalificatie binnen de maatregel VV 19 Edusprong voor volwassenen: het volwassenenonderwijs versterkt, van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Edusprong (VR 2021 1202 VV DOC.0007/2BIS), kan de Vlaamse Regering tijdens de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 60 miljoen euro bijkomende leraarsuren, punten en werkingsmiddelen toekennen aan de centra voor volwassenenonderwijs. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.".
Art. 42. A l'article 101 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " En exécution des actions visées dans la priorité 1 Nous sensibilisons chaque Flamand à poursuivre l'apprentissage tout au long de la vie par le biais de l'éducation des adultes, dans la priorité 2 Renforcer les opportunités du marché du travail par le recyclage et la formation continue, dans la priorité 3 Renforcer les compétences numériques et dans la priorité 4 Miser sur la qualification dans le cadre de la mesure VV 19 " Edusprong voor volwassenen: het volwassenenonderwijs versterkt ", du plan de relance " Vlaamse Veerkracht ", telle qu'elle figure dans la note de vision Edusprong (VR 2021 1202 VV DOC.0007/2BIS), le Gouvernement flamand peut, pendant les années scolaires 2021-2022 et 2022-2023, octroyer des périodes/enseignant, des points et des allocations de fonctionnement supplémentaires aux centres d'éducation pour adultes dans les limites de l'enveloppe partielle disponible de 60 millions d'euros. Le Gouvernement flamand arrête les autres modalités pour chaque action. ".
Art. 43. In de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt een artikel 25/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 25/1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1 Een toekomstbestendig en wendbaar Vlaams opleidingsportfolio uitbouwen, het speerpunt 2 Veel meer mogelijkheden aanreiken om levenslang te leren binnen het hoger onderwijs en het speerpunt 3 Kwaliteitsvol verduurzamen van nieuwe werkvormen in het hoger onderwijs, binnen de maatregel VV112 Voorsprongfonds Hoger Onderwijs, van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals beschreven in de visienota Voorsprongfonds Hoger Onderwijs, goedgekeurd op de Vlaamse Regering van 26 februari 2021 (VR 2021 2602 VV DOC.0011/2BIS), kan de Vlaamse Regering voor de academiejaren 2021-2022 en 2022-2023, binnen de perken van de beschikbare enveloppe van 60 miljoen euro, naast de bepalingen in artikel III.25, een bijkomende werkingstoelage of projecttoelage toekennen aan de hogescholen en universiteiten.De Vlaamse Regering bepaalt de verdeling van die bijkomende middelen over de hogescholen en universiteiten en stelt de aanwending ervan vast.".
Art. 43. Dans le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, est inséré un article 25/1, rédigé comme suit :
  " Art. 25/1. En exécution des actions visées dans la priorité 1 Développer un portefeuille de formation flamand maniable et à l'épreuve du temps, dans la priorité 2 Offrir beaucoup plus de possibilités d'apprentissage tout au long de la vie dans l'enseignement supérieur et dans la priorité 3 OEuvrer à une pérennisation de qualité de nouvelles formes de travail dans l'enseignement supérieur, dans le cadre de la mesure VV112 " Voorsprongfonds Hoger Onderwijs ", du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle est décrite dans la note de vision " Voorsprongfonds Hoger Onderwijs " approuvée par le Gouvernement flamand le 26 février 2021 (VR 2021 2602 VV DOC.0011/2BIS), le Gouvernement flamand peut octroyer, pour les années académiques 2021-2022 et 2022-2023, dans les limites de l'enveloppe disponible de 60 millions d'euros, outre les dispositions de l'article 3.25, une allocation de fonctionnement ou allocation de projet supplémentaire aux écoles supérieures et universités. Le Gouvernement flamand arrête la répartition de ces moyens supplémentaires entre les écoles supérieures et universités et en arrête les modalités d'utilisation.
Art. 44. In het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2/1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1 Een toekomstbestendig en wendbaar Vlaams opleidingsportfolio uitbouwen, het speerpunt 2 Veel meer mogelijkheden aanreiken om levenslang te leren binnen het hoger onderwijs en het speerpunt 3 Kwaliteitsvol verduurzamen van nieuwe werkvormen in het hoger onderwijs, binnen de maatregel VV112 Voorsprongfonds Hoger Onderwijs van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals beschreven in de visienota Voorsprongfonds Hoger Onderwijs, goedgekeurd op de Vlaamse Regering van 26 februari 2021 (VR 2021 2602 VV DOC.0011/2BIS), kan de Vlaamse Regering voor de academiejaren 2021-2022 en 2022-2023, binnen de perken van de beschikbare enveloppe van 60 miljoen euro, naast de bepalingen in artikel 2, een bijkomende werkingstoelage of projecttoelage toekennen aan de Hogere Zeevaartschool. De Vlaamse Regering bepaalt de aanwending van deze bijkomende middelen.".
Art. 44. Dans le décret du 20 février 2009 relatif à la " Hogere Zeevaartschool " est inséré un article 2/1, rédigé comme suit :
  " Art. 2/1. En exécution des actions visées dans la priorité 1 Développer un portefeuille de formation flamand maniable et à l'épreuve du temps, dans la priorité 2 Offrir beaucoup plus de possibilités d'apprentissage tout au long de la vie dans l'enseignement supérieur et dans la priorité 3 OEuvrer à une pérennisation de qualité de nouvelles formes de travail dans l'enseignement supérieur, dans le cadre de la mesure VV112 " Voorsprongfonds Hoger Onderwijs ", du plan de relance Vlaamse Veerkracht, telle qu'elle est décrite dans la note de vision " Voorsprongfonds Hoger Onderwijs " approuvée par le Gouvernement flamand le 26 février 2021 (VR 2021 2602 VV DOC.0011/2BIS), le Gouvernement flamand peut octroyer, pour les années académiques 2021-2022 et 2022-2023, dans les limites de l'enveloppe disponible de 60 millions d'euros, outre les dispositions de l'article 2, une allocation de fonctionnement ou allocation de projet supplémentaire à la Hogere Zeevaartschool. Le Gouvernement flamand arrête l'utilisation de ces moyens supplémentaires. ".
Afdeling 9. - Extra lestijden, lesuren en uren-leraar voor de remediëring van leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen door COVID-19
Section 9. - Périodes de cours, heures de cours et périodes-enseignant supplémentaires pour la remédiation d'élèves qui accusent un retard d'apprentissage lié à la COVID-19
Art. 45. In het schooljaar 2021-2022 kunnen op basis van de aanvraag, vermeld in artikel 47, aan scholen van het gewoon en buitengewoon basisen secundair onderwijs en aan centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, naargelang het geval, extra lestijden, uren-leraar of lesuren worden toegekend voor de remediëring van leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen door de COVID-19-pandemie en de maatregelen ter bestrijding ervan.
  Die extra lestijden, uren-leraar of lesuren worden op leerlingniveau aangewend om de leerachterstand die de leerlingen hebben opgelopen door de COVID-19-pandemie en de maatregelen ter bestrijding ervan, maximaal weg te werken in de periode vanaf 1 september 2021 tot en met 30 juni 2022.
  In afwijking van het eerste lid kunnen er geen extra lestijden, uren-leraar of lesuren aangewend worden voor leerlingen in type 5-scholen en voor cursisten van de hogere beroepsopleiding Verpleegkunde.
Art. 45. Au cours de l'année scolaire 2021-2022, sur la base de la demande visée à l'article 47, des périodes de cours, des périodes-enseignant, ou heures de cours supplémentaires peuvent, selon le cas, être accordées aux écoles de l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécial et aux centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel pour la remédiation d'élèves qui accusent un retard d'apprentissage lié à la pandémie de COVID-19 et aux mesures de lutte contre celle-ci.
  Ces périodes de cours, périodes-enseignant, ou heures de cours supplémentaires sont mises à profit au niveau des élèves pour résorber au maximum le retard d'apprentissage des élèves lié à la pandémie de COVID-19 et aux mesures de lutte contre celle-ci entre le 1er septembre 2021 et le 30 juin 2022 inclus.
  Par dérogation à l'alinéa premier, des périodes de cours, périodes-enseignant ou heures de cours supplémentaires ne peuvent être utilisées pour les élèves des écoles de type 5 et pour les étudiants de la formation professionnelle supérieure en Soins infirmiers.
Art. 46. In afwijking van artikel 163, § 1, tweede lid, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 kunnen de personeelsleden die worden aangesteld met de extra lestijden, vermeld in artikel 45, alleen op lesdagen en uitzonderlijk ook buiten de periode van de normale aanwezigheid van de leerlingen op school worden ingezet voor de doelstelling, vermeld in artikel 45.
  De personeelsleden die in het secundair onderwijs en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden aangesteld met de extra uren-leraar en lesuren, vermeld in artikel 45, kunnen alleen op lesdagen en uitzonderlijk ook buiten de periode van de normale aanwezigheid van de leerlingen op school of in het centrum worden ingezet voor de doelstelling, vermeld in artikel 45.
Art. 46. Par dérogation à l'article 163, § 1er, deuxième alinéa, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, les membres du personnel qui sont désignés pour les périodes supplémentaires visées à l'article 45 peuvent seulement être affectés à l'objectif visé à l'article 45 les jours de classe et aussi, exceptionnellement, en dehors de la période de présence normale des élèves à l'école.
  Les membres du personnel qui, dans l'enseignement secondaire et les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, sont désignés pour les heures-enseignant et heures de cours supplémentaires, visées à l'article 45, peuvent seulement être affectés à l'objectif visé à l'article 45 les jours de classe et aussi, exceptionnellement, en dehors de la période de présence normale des élèves à l'école ou dans le centre.
Art. 47. § 1. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten, verder AGODI genoemd, deelt aan de school of het centrum het maximumaantal extra lestijden, uren-leraar of lesuren, vermeld in artikel 45, mee dat ze wekelijks kunnen aanwenden.
  Als de school of het centrum extra lestijden, uren-leraar of lesuren wil inrichten, meldt ze dit ten laatste op 1 oktober 2021. De school of het centrum verklaart hierbij op erewoord dat die lestijden, lesuren of uren-leraar gebruikt zullen worden voor de remediëring van leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen door COVID-19. AGODI keurt de aanvraag automatisch goed als bovenstaande voorwaarde is vervuld.
  De toegekende extra lestijden, uren-leraar of lesuren die op 15 november 2021 niet zijn ingevuld en meegedeeld aan AGODI, kunnen niet meer ingericht worden.
  § 2. Een school heeft recht op minimaal twee wekelijkse lestijden, lesuren of uren-leraar, en maximaal het afgeronde resultaat van (A + B) x C, waarbij:
  1° A: het aantal leerlingen dat de school telt op de eerste schooldag van februari 2020, die niet beantwoorden:
  a) in het basisonderwijs, aan een of meer van de leerlingenkenmerken, vermeld in artikel 133, § 1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, vermenigvuldigd met 1;
  b) in het secundair onderwijs, aan een of meer van de gelijkekansenindicatoren, vermeld in artikel 225, § 1, 1° tot en met 4°, of artikel 233, § 1, 1° tot en met 4°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, vermenigvuldigd met 1;
  2° B: het aantal leerlingen dat de school telt op de eerste schooldag van februari 2020, die beantwoorden:
  a) in het gewoon basisonderwijs, aan een of meer van de leerlingenkenmerken, vermeld in artikel 133, § 1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, vermenigvuldigd met 1,2;
  b) in het voltijds gewoon secundair onderwijs, aan een of meer van de gelijkekansenindicatoren, vermeld in artikel 225, § 1, 1° tot en 4°, of artikel 233, § 1, 1° tot en met 4°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, vermenigvuldigd met 1,2;
  3° C: 0,021438 lestijden in het basisonderwijs en 0,041192 lesuren of uren-leraar in het secundair onderwijs.
  Het resultaat dat verkregen wordt door de berekening wordt als volgt afgerond: als het eerste getal na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hoger gelegen gehele getal, en als het eerste getal na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lager gelegen gehele getal.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 heeft een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs recht op minimaal twee wekelijkse uren-leraar, en maximaal het afgeronde resultaat van D x E, waarbij:
  1° D: het aantal leerlingen dat het centrum telt op de eerste schooldag van februari 2020, vermenigvuldigd met 1,2;
  2° E: 0,041192 uren-leraar in het secundair onderwijs.
  Het resultaat dat verkregen wordt door de berekening wordt als volgt afgerond: als het eerste getal na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hoger gelegen gehele getal, en als het eerste getal na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lager gelegen gehele getal.
  § 4. In afwijking van paragraaf 2 en 3 is de teldag voor scholen en centra die opgericht werden tijdens het schooljaar 2020-2021 1 februari 2021.
  In afwijking van paragraaf 2 worden voor scholen die opgericht werden tijdens het schooljaar 2020-2021 alle leerlingen aan 1 gewogen.
Art. 47. § 1er. L'Agentschap voor Onderwijsdiensten, ci-après dénommée AGODI, communique à l'école ou au centre le nombre maximum de périodes, d'heures/enseignant ou d'heures de cours supplémentaires, visées à l'article 45, qu'elle/il peut utiliser chaque semaine.
  Si l'école ou le centre souhaite organiser des périodes de cours, des heures-enseignant ou des heures supplémentaires, elle/il le signale au plus tard le 1er octobre 2021. L'école ou le centre déclare sur l'honneur que ces périodes de cours, heures de cours ou heures/enseignant seront utilisées pour la remédiation d'élèves qui accusent un retard d'apprentissage à cause de la COVID-19. L'AGODI approuve automatiquement la demande si la condition précédente est remplie.
  Les périodes de cours, heures-enseignant ou heures de cours supplémentaires qui n'ont pas été complétées et communiquées à l'AGODI le 15 novembre 2021 ne peuvent plus être organisées.
  § 2. Une école a droit à au moins deux périodes, heures de cours ou heures/enseignant hebdomadaires, avec, au maximum, le résultat arrondi de (A + B) x C, formule dans laquelle :
  1° A : le nombre d'élèves que compte l'école au premier jour de classe de février 2020, qui ne répondent pas :
  a) dans l'enseignement fondamental, à une ou plusieurs des caractéristiques de l'élève, mentionnées à l'article 133, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, multiplié par 1 ;
  b) dans l'enseignement secondaire, à un ou plusieurs des indicateurs d'égalité des chances, visés à l'article 225, § 1er, 1° à 4° inclus, ou à l'article 233, § 1er, 1° à 4° inclus, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, multiplié par 1 ;
  2° B : le nombre d'élèves que compte l'école au premier jour de classe de février 2020, qui répondent :
  a) dans l'enseignement fondamental ordinaire, à une ou plusieurs des caractéristiques de l'élève visées à l'article 133, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, multiplié par 1,2 ;
  b) dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à un ou plusieurs des indicateurs d'égalité des chances, visés à l'article 225, § 1er, 1° à 4°, ou à l'article 233, § 1er, 1° à 4° inclus, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, multiplié par 1,2 ;
  3° C : 0,021438 période de cours dans l'enseignement fondamental et 0,041192 heure de cours ou heure-enseignant dans l'enseignement secondaire.
  Le résultat obtenu par le calcul est arrondi comme suit : si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre, le résultat est arrondi au nombre entier supérieur et, si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, il est arrondi au nombre entier inférieur.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, un centre d'enseignement professionnel secondaire à temps partiel a droit à au moins deux heures-enseignant hebdomadaires, avec, au maximum, le résultat arrondi de D x E, formule dans laquelle :
  1° D : le nombre d'élèves que compte le centre au premier jour de classe de février 2020, multiplié par 1,2 ;
  2° E : 0,041192 heure-enseignant dans l'enseignement secondaire.
  Le résultat obtenu par le calcul est arrondi comme suit : si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre, le résultat est arrondi au nombre entier supérieur et, si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, il est arrondi au nombre entier inférieur.
  § 4. Par dérogation aux paragraphes 2 et 3, le jour de comptage pour les écoles et centres institués durant l'année scolaire 2020-2021 est le 1er février 2021.
  Par dérogation au paragraphe 2, tous les élèves sont pondérés à 1 pour les écoles instituées pendant l'année scolaire 2020-2021.
Art. 48. Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking die wordt ingericht met de lestijden, lesuren en uren-leraar, vermeld in artikel 45, wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid. Het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding zijn, naargelang het geval, op die personeelsleden van toepassing, met uitzondering van de volgende bepaling: de betrekking kan niet vacant worden verklaard. Het schoolof centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.
Art. 48. Un membre du personnel désigné à un poste créé avec les périodes de cours, heures de cours et heures-enseignant, visées à l'article 45, est désigné comme membre du personnel temporaire. Le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves sont, selon le cas, applicables à ces membres du personnel, à l'exception de la disposition suivante : le poste ne peut être déclaré vacant. La direction de l'école ou du centre ne peut en aucun cas nommer, affecter ou muter un membre du personnel à ce poste.
Afdeling 10. - Lerarenplatform basisonderwijs
Section 10. - Plate-forme des enseignants de l'enseignement fondamental
Art. 49. In hoofdstuk IX, afdeling 3quater, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018, 5 april 2019 en 26 juni 2020, wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 2. Werking".
Art. 49. Au chapitre IX, section 3quater, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par les décrets des 21 décembre 2018, 5 avril 2019 et 26 juin 2020, l'intitulé de la sous-section 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 2. Fonctionnement ".
Art. 50. Artikel 153quaterdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij de decreten van 5 april 2019 en van 26 juni 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 153quaterdecies. Vanaf het schooljaar 2021-2022 tot en met het schooljaar 2023-2024 wordt een lerarenplatform opgezet om tijdelijk aangestelde personeelsleden werkzekerheid te bieden.".
Art. 50. L'article 153quaterdecies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par les décrets des 5 avril 2019 et 26 juin 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 153quaterdecies. Pendant l'année scolaire 2021-2022 jusqu'à l'année scolaire 2023-2024, une plate-forme des enseignants est mise en place afin d'assurer la sécurité de l'emploi aux membres du personnel désignés à titre temporaire. "
Art. 51. In artikel 153quinquiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt het woord "pilootproject" vervangen door het woord "lerarenplatform".
Art. 51. A l'article 153quinquiesdecies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, le terme " projet pilote " est remplacé par le terme " plate-forme des enseignants ".
Art. 52. In artikel 153sexiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de woorden "de criteria van inzetbaarheid van de betrokken personeelsleden in pedagogisch zinvolle taken" vervangen door de woorden "de criteria om de betrokken personeelsleden taken te laten vervullen voor het wegwerken van de leerachterstand of niet-reguliere vervangingen te laten doen".
Art. 52. A l'article 153sexiesdecies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les termes " les critères d'employabilité des membres du personnel concernés dans des missions pédagogiques utiles " sont remplacés par les termes " les critères d'employabilité des membres du personnel concernés à des tâches visant à combler le retard d'apprentissage ou à des remplacements non réguliers ".
Art. 53. In artikel 153septiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "2500" wordt vervangen door het getal "1621";
  2° de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 bedraagt het aantal beschikbare voltijdse equivalenten uitzonderlijk 2291 voor alle scholen van het basisonderwijs." wordt opgeheven;
  3° het getal "23,79" wordt vervangen door het getal "23,77".
Art. 53. A l'article 153septiesdecies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 26 juin 2020, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le nombre " 2500 " est remplacé par le nombre " 1621 " ;
  2° la phrase " Pendant l'année scolaire 2020-2021, le nombre d'équivalents à temps plein disponibles s'élève exceptionnellement à 2291 pour toutes les écoles de l'enseignement fondamental " est abrogée ;
  3° le nombre " 23,79 " est remplacé par le nombre " 23,77 ".
Art. 54. In artikel 153undevicies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "oktober" wordt vervangen door het woord "september";
  2° de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 kan deze aanstelling al ten vroegste aanvangen op 1 september." wordt opgeheven.
Art. 54. A l'article 153undevicies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 26 juin 2020, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le terme " octobre " est remplacé par le terme " septembre " ;
  2° la phrase " Pendant l'année scolaire 2020-2021, la désignation peut déjà commencer au plus tôt le 1er septembre. " est abrogée.
Art. 55. In artikel 153viciesbis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de woorden "wordt het op basis van zijn bekwaamheidsbewijs ingezet in zinvolle pedagogische taken" vervangen door de woorden "vervult het taken voor het wegwerken van de leerachterstand of doet het een niet-reguliere vervanging".
Art. 55. A l'article 153viciesbis du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les termes " il est affecté, sur la base de son certificat d'aptitude, à des missions pédagogiques valorisantes " sont remplacés par les termes " il remplit des tâches visant à combler le retard d'apprentissage ou effectuer un remplacement non régulier ".
Art. 56. In artikel 153viciester van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "85" wordt vervangen door het getal "80";
  2° de woorden "positieve of" worden telkens opgeheven;
  3° de zin "Indien het bereikte inzetbaarheidspercentage hoger lag dan het vooropgestelde inzetbaarheidspercentage, wordt het aantal lestijden vermeerderd met het aantal lestijden dat overeenkomt met het aantal dat nodig was om het vooropgestelde inzetbaarheidspercentage te bereiken." wordt opgeheven.
Art. 56. A l'article 153viciester du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le nombre " 85 " est remplacé par le nombre " 80 " ;
  2° les termes " positivement ou " sont chaque fois abrogés ;
  3° la phrase " Si le pourcentage d'employabilité atteint était supérieur au pourcentage d'employabilité envisagé, le nombre de périodes de cours est augmenté du nombre de périodes de cours correspondant au nombre nécessaire pour atteindre le pourcentage d'employabilité envisagé " est abrogée.
Art. 57. In hoofdstuk IX, afdeling 3quater, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij de decreten van 5 april 2019 en 26 juni 2020, wordt het opschrift van onderafdeling 6 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 6. Inwerkingtreding".
Art. 57. Au chapitre IX, section 3quater, du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par les décrets des 5 avril 2019 et 26 juin 2020, l'intitulé de la sous-section 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 6. Entrée en vigueur ".
Art. 58. Artikel 153viciesquater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 153viciesquater. Het lerarenplatform wordt geëvalueerd tijdens het schooljaar 2022-2023 met het oog op eventuele bijsturingen.".
Art. 58. L'article 153viciesquater du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 5 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 153viciesquater. La plate-forme des enseignants sera évaluée durant l'année scolaire 2022-2023 en vue d'éventuelles corrections. ".
Art. 59. In artikel 153viciesquinquies, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "1 oktober 2018" wordt vervangen door de zinsnede "1 september 2021";
  2° de zinsnede "2020-2021" wordt vervangen door de zinsnede "2023-2024".
Art. 59. A l'article 153viciesquinquies, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 26 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " 1er octobre 2018 " est remplacé par le membre de phrase " 1er septembre 2021 " ;
  2° le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2023-2024 ".
Afdeling 11. - Huursubsidies AGION voor tijdelijke modulaire units
Section 11. - Subventions de location d'AGION pour unités modulaires temporaires
Art. 60. § 1. AGION wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een totaal van maximaal [1 2.000.000 euro]1 subsidie per jaar in het kader van een uiterst dringende capaciteitsproblematiek om een tijdelijke subsidie te geven aan de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs voor de huur en plaatsing van tijdelijke modulaire units.
  Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2020, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend.
  § 2. De maximumtermijn van de subsidie bedraagt 3 jaar vanaf de aanvang van de huurovereenkomst. Op grond van de beoordeling van de gemotiveerde vraag van de inrichtende macht voorafgaand aan het verstrijken van de 3 jaar, kan AGION een eenmalige verlenging toestaan voor een termijn van nog eens maximaal 3 jaar.
  § 3. De huursubsidie kan alleen worden toegekend voor projecten die beantwoorden aan de fysische normen, vermeld in artikel 7 tot en met 30 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding.
  § 4. Voor de huursubsidie geldt een maximale aanvangshuur volgens de bepalingen van artikel 2, § 2 en § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2016 houdende de regeling voor huursubsidies voor schoolinfrastructuur.
  § 5. De huursubsidie wordt jaarlijks geïndexeerd. De jaarlijkse indexatie mag er echter niet toe leiden dat de huursubsidie in een bepaald jaar meer bedraagt dan als de initiële huursubsidie jaarlijks geïndexeerd zou worden aan de consumptieprijsindex.
  § 6. De huursubsidie kan alleen betrekking hebben op de vergoeding van de huur. De huursubsidie kan niet van toepassing zijn op projecten die geselecteerd zijn in het kader van de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur, vermeld in het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur, of die geselecteerd zijn in het kader van het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten.
  § 7. Voor de huursubsidie geldt hetzelfde subsidiepercentage als in de reguliere subsidiëring, vermeld in artikel 17, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
  
Art. 60. § 1er. AGION est autorisée à prendre des engagements pour un total de [1 2 000 000 euros]1 maximum de subventions par an dans le cadre d'une problématique de capacité d'extrême urgence en vue de donner une subvention temporaire aux pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné pour la location et l'installation d'unités modulaires temporaires.
  Ce montant est lié à l'indice des prix à la consommation de décembre 2020, base 2013, et est calculé chaque année au 1er janvier.
  § 2. Le délai maximum de la subvention est de 3 ans à compter du début du contrat de bail. Sur la base de l'évaluation de la demande motivée du pouvoir organisateur préalablement à l'expiration du délai de 3 ans, AGION peut accorder une prolongation unique pour un nouveau terme de 3 ans maximum.
  § 3. La subvention de location ne peut être octroyée que pour des projets conformes aux normes physiques visées aux articles 7 à 30 inclus de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2007 fixant les règles qui déterminent le besoin en constructions nouvelles ou extensions et les normes physiques et financières pour les bâtiments scolaires, internats et centres d'encadrement des élèves.
  § 4. Pour la subvention de location, un loyer initial maximal est d'application conformément aux dispositions de l'article 2, § 2 et § 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2016 réglant les subventions de location pour les infrastructures scolaires.
  § 5. La subvention de location est indexée chaque année. L'indexation annuelle ne peut cependant pas avoir pour conséquence que, durant une année déterminée, la subvention de location soit supérieure à la subvention de location initiale qui serait indexée annuellement à l'indice des prix à la consommation.
  § 6. La subvention de location peut uniquement porter sur l'indemnisation du loyer. La subvention de location ne peut pas s'appliquer aux projets qui ont été sélectionnés dans le cadre du mouvement de rattrapage pour l'infrastructure scolaire, visé dans le décret du 7 juillet 2006 relatif au mouvement de rattrapage pour l'infrastructure scolaire, ou qui ont été sélectionnés dans le cadre du décret du 25 novembre 2016 relatif au financement alternatif de l'infrastructure scolaire par le biais de conventions DBFM spécifiques d'un projet.
  § 7. Pour la subvention de location, le pourcentage de subvention est le même que pour la subvention régulière visée à l'article 17, § 1er, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement.
  
Art. 61. De inrichtende macht dient een gemotiveerd aanvraagdossier in bij AGION waaruit de uiterst dringende capaciteitsproblematiek objectief blijkt.
  De inrichtende macht voegt bij de aanvraag een ontwerp van huurovereenkomst die minstens het moment vermeldt waarop en de duur van de periode waarin de tijdelijke modulaire units ter beschikking worden gesteld aan de inrichtende macht.
  De inrichtende macht bezorgt ook een verklaring aan AGION waarin ze zich ertoe verbindt om:
  1° de huursubsidie alleen te gebruiken voor het project en de onderwijsbestemming waarvoor ze is bedoeld;
  2° elke wijziging, schorsing of beëindiging van de huurovereenkomst of van de voorwaarden voor de toegekende huursubsidie aan AGION te melden;
  3° bij het ophouden van de onderwijsbestemming dat onmiddellijk aan AGION te melden, zodat AGION de huursubsidie onmiddellijk kan beëindigen.
Art. 61. Le pouvoir organisateur introduit un dossier de demande motivé auprès d'AGION attestant objectivement de la problématique de capacité extrêmement urgente.
  Le pouvoir organisateur joint à la demande un projet de contrat de bail qui mentionne au moins le moment et la durée de la période durant laquelle les unités modulaires temporaires sont mises à la disposition du pouvoir organisateur.
  Le pouvoir organisateur transmet également à AGION une déclaration dans laquelle il s'engage à :
  1° utiliser uniquement la subvention locative pour le projet et l'enseignement auquel elle est destinée ;
  2° signaler à AGION toute modification, suspension ou résiliation du contrat de bail ou des conditions de la subvention de location octroyée ;
  3° à signaler immédiatement à AGION la cessation de la destination d'enseignement de sorte qu'AGION puisse immédiatement mettre fin à la subvention de location.
Art. 62. AGION beoordeelt de uiterst dringende capaciteitsproblematiek van het aanvraagdossier op grond van de dwingende nood en de extra plaatsen die gecreeerd worden.
  AGION kan aanvullende informatie of verduidelijkingen vragen. Als die aanvullende informatie of verduidelijking niet tijdig wordt verschaft, kan de aanvraag worden verworpen.
Art. 62. AGION évalue la problématique de capacité extrêmement urgente du dossier de demande en fonction du besoin impérieux et des places supplémentaires qui seront créées.
  AGION peut demander des informations complémentaires ou des explications. Si ces informations complémentaires ou explications ne sont pas fournies à temps, la demande peut être rejetée.
Art. 63. De huursubsidie, vermeld in artikel 60, kan met betrekking tot de betrokken modulaire units niet gecumuleerd worden met subsidies inzake schoolinfrastructuur voor of tijdens de periode van het huren.
Art. 63. La subvention de location, visée à l'article 60, ne peut être cumulée, en ce qui concerne les unités modulaires concernées, avec des subventions relatives à l'infrastructure scolaire avant ou pendant la période de la location.
Art. 64. Wijzigingen met betrekking tot de huurovereenkomst worden onmiddellijk voorgelegd aan AGION en kunnen leiden tot wijzigingen van de beslissing van AGION met betrekking tot de huursubsidie.
Art. 64. Les modifications relatives au contrat de bail sont directement soumises à AGION et peuvent entraîner des modifications de la décision d'AGION concernant la subvention de location.
Art. 65. AGION kan alle initiatieven nemen die het nodig acht om toe te zien of de voorwaarden voor de huursubsidie vervuld zijn of blijven en of de huursubsidie niet ten onrechte wordt uitbetaald.
  AGION kan onder meer bijkomende documenten en gegevens opvragen, de inrichtende macht horen en een bezoek ter plaatse brengen.
Art. 65. AGION peut prendre toutes les initiatives qu'elle juge nécessaires pour vérifier si les conditions pour la subvention de location sont ou restent remplies et si la subvention de location n'est pas payée indûment.
  AGION peut notamment demander des documents et informations complémentaires, entendre le pouvoir organisateur et effectuer une visite sur place.
Art. 66. Indien geen gevolg gegeven wordt aan de initiatieven van AGION zoals bepaald in artikel 65, kan de betaling van de huursubsidie opgeschort worden.
Art. 66. Si aucune suite n'est donnée aux initiatives d'AGION telles que définies à l'article 65, le paiement de la subvention de location peut être suspendu.
Art. 67. § 1. Indien de onderwijsbestemming van de modulaire units niet langer verzekerd is of in geval van oneigenlijk gebruik, stopt AGION met de betaling van de huursubsidie.
  § 2. Het behoort tot de appreciatie van AGION om te bepalen of de onderwijsbestemming niet langer verzekerd is of dat er sprake is van oneigenlijk gebruik, gebaseerd op alle feitelijke en juridische elementen die bekend zijn.
Art. 67. § 1er. Si l'affectation à l'enseignement des unités modulaires n'est plus assurée ou en cas d'usage impropre, AGION cesse de payer la subvention de location.
  § 2. Il appartient à l'appréciation d'AGION de déterminer si l'affectation à l'enseignement n'est plus assurée ou s'il est question d'un usage impropre, sur la base de tous les éléments connus de fait et de droit.
Art. 68. § 1. De ten onrechte uitbetaalde huursubsidies worden verrekend met de nog verschuldigde huursubsidies.
  § 2. Bij gebrek aan verschuldigde huursubsidies vordert AGION de ten onrechte uitgekeerde huursubsidies terug.
Art. 68. § 1er. Les subventions de location payées indûment sont imputées sur les subventions de location encore dues.
  § 2. A défaut de subventions de location dues, AGION répète les subventions de location indûment versées.
Art. 69. Nadat de inrichtende macht op de hoogte is gebracht van het akkoord met de aanvraag van de huursubsidie, bezorgt de inrichtende macht een kopie van de definitieve huurovereenkomst, het rekeningnummer en de identiteit van de rekeninghouder aan AGION. De huursubsidie wordt uitbetaald per afgelopen kwartaal van het kalenderjaar.
Art. 69. Après que le pouvoir organisateur a été informé de l'accord avec la demande de subvention de location, le pouvoir organisateur transmet à AGION une copie du bail définitif, le numéro de compte et l'identité du titulaire du compte. La subvention de location est payée par trimestre écoulé de l'année civile.
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 9. - Entrée en vigueur
Art. 70. Dit decreet treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
  1° artikel 8, 9, 10, 11 en 23 die in werking treden een dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad;
  2° artikel 27, 28, 33 en 34 tot en met 59 die in werking treden op 1 september 2021.
  Artikel 12 heeft uitwerking vanaf 1 juli 2021.
  Artikel 21 en 22 hebben uitwerking vanaf 1 mei 2021.
  Artikel 7, 25 en 26 hebben uitwerking vanaf 1 januari 2020.
  Artikel 29, 30 en 31 hebben uitwerking vanaf 1 januari 2021.
Art. 70. Le présent décret entre en vigueur 10 jours après sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles suivants :
  1° les articles 8, 9, 10, 11 et 23 qui entrent en vigueur un jour après leur publication au Moniteur belge ;
  2° les articles 27, 28, 33 et 34 à 59 inclus qui entrent en vigueur le 1er septembre 2021.
  L'article 12 prend effet le 1er juillet 2021.
  Les articles 21 et 22 prennent effet le 1er mai 2021.
  Les articles 7, 25 et 26 prennent effet le 1er janvier 2020.
  Les articles 29, 30 et 31 prennent effet le 1er janvier 2021.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-08-2021, p. 90235)
Art. N. Annexe non traduite, voir version néerlandaise
   ( Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-08-2021, p. 90235 )
Art. N2.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-08-2021, p. 90247)
-
Art. N3.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-08-2021, p. 90256)
-
Art. N4.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-08-2021, p. 90268)
-