Artikel 1. De kredieten voor het dekken van de uitgaven van Wallonië tijdens het begrotingsjaar 2021 worden geopend en verdeeld in basisallocaties overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde opgesomde programma's en begrotingstabel die hierna zijn samengevat.
Deze tabellen bevatten de raming van de verwachte uitgaven die in 2021 ten laste van de begrotingsfondsen dienen te worden aangerekend.
De kredieten voor het dekken van de uitgaven van Wallonië tijdens het begrotingsjaar 2021 worden geopend en verdeeld in basisallocaties overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde opgesomde programma's en begrotingstabel die hierna zijn samengevat.
Deze tabellen bevatten de raming van de verwachte uitgaven die in 2021 ten laste van de begrotingsfondsen dienen te worden aangerekend.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 DECEMBER 2020. - Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2021(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-03-2021 en tekstbijwerking tot 01-06-2022)
Titre
17 DECEMBRE 2020. - Décret contenant le budget général des dépenses de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2021(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-03-2021 et mise à jour au 01-06-2022)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Machtigingen
HOOFDSTUK III. - Gewestelijke waarborgen
HOOFDSTUK IV. - Toekenning van voorschotten
HOOFDSTUK V. - Schuldenlast
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere afdeling
HOOFDSTUK VII. - Administratieve diensten met b...
HOOFDSTUK VIII. - Instellingen
HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - Autorisations
CHAPITRE III. - Garanties régionales
CHAPITRE IV. - Octroi d'avances
CHAPITRE V. - Dette
CHAPITRE VI. - Section particulière
CHAPITRE VII. - Services administratifs à compt...
CHAPITRE VIII.-. Organismes
CHAPITRE IX. - Dispositions diverses
CHAPITRE X. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (226)
Texte (226)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Article 1er. Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2021 sont ouverts et ventilés en articles de base conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2021 à charge des fonds budgétaires.
Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2021 sont ouverts et ventilés en articles de base conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2021 à charge des fonds budgétaires.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2021 à charge des fonds budgétaires.
Les crédits destinés à couvrir les dépenses de la Wallonie afférentes à l'année budgétaire 2021 sont ouverts et ventilés en articles de base conformément aux programmes et au tableau budgétaire annexés au présent décret et dont la synthèse figure ci-après.
Ces tableaux donnent l'estimation des dépenses prévisionnelles à imputer en 2021 à charge des fonds budgétaires.
| (In Duizend EUR) | Vastleggings- kredieten | Limitatieve vereffenings-kredieten | Niet-limitatieve vereffenings-kredieten |
| Uitgavenkredieten | 18.442.558 | 17.803.598 | |
| Waaronder | Vastleggingsmiddelen | Vereffeningsmiddelen | |
| Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen | 361.534 | 363.454 |
kredieten Limitatieve vereffenings-kredieten Niet-limitatieve vereffenings-kredieten Uitgavenkredieten 18.442.558 17.803.598 Waaronder Vastleggingsmiddelen Vereffeningsmiddelen Verwachte uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen 361.534 363.454
| (En milliers euro) | Crédits d'engagement | Crédits de liquidation limitatifs | Crédits de liquidation non limitatifs |
| Crédits de dépenses | 18.442.558 | 17.803.598 | |
| Dont | Moyens d'engagement | Moyens de liquidation | |
| Dépenses prévisionnelles à charge des fonds budgétaires | 361.534 | 363.454 |
Art. 2. § 1. De aanwijzingen van de buitengewone rekenplichtigen die van kracht zijn op 31 december 2012, worden ambtshalve hernieuwd voor 2021, rekening houdend met het feit dat ze nu "gedecentraliseerde penningmeesters" worden genoemd, overeenkomstig artikel 38, § 2, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
Geldvoorschotten kunnen worden toegekend aan deze gedecentraliseerde penningmeesters voor de uitbetaling van de schuldvorderingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 8.500 euro, BTW niet meegerekend. Van hun aanwending moet binnen vier maanden verantwoording worden gedaan. Geen nieuw voorschot mag verleend worden bij gebrek aan of bij laattijdige overlegging van dit bewijs.
De jaarrekening van de gedecentraliseerde penningmeesters bedoeld in artikel 39 van het voornoemde decreet van 15 december 2011 wordt vastgesteld op grond van de bankverrichtingen uitgevoerd tussen 1 januari en 31 december van het jaar.
Deze geldvoorschottent tot een maximumbedrag van 3.000.000 euro mogen worden verleend aan de gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse Overheidsdienst alsook aan de gedecentraliseerde penningmeesters van de wetenschappelijke instellingen van het Waalse Gewest en van het "Centre de Recherche Agronomique de Gembloux".
Dit individueel maximumbedrag wordt gebracht op :
- 4.000.000 euro voor de gedecentraliseerde penningmeesters van het Departement Boekhouding van de Waalse overheidsdienst. Voor de gedecentraliseerde penningmeesters van de buitenlandse betrekkingen en de buitenlandse investeringen, wordt dit bedrag gebracht op 375.000 euro per programma;
- 5.000.000 euro voor de gedecentraliseerde penningmeester(s) van het Departement Boekhouding van de Waalse overheidsdienst, belast met de uitbetaling van de uitgaven van de Houtvestingen van het Departement Natuur en Bossen of van andere bijzondere diensten van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;
- 4.000.000 euro voor de met het beheer van het leerlingenvervoer belaste gedecentraliseerde penningmeester van het Departement Boekhouding van de Waalse Overheidsdienst, voor de uitbetaling van schuldvorderingen betreffende het leerlingenvervoer waarvan het bedrag niet hoger is dan 20.000 euro, BTW niet meegerekend, en voor zover deze schuldvorderingen betrekking hebben op aanbestedingen die geleid hebben tot een overeenkomst, en betreffende het onderhoud van de door de dienst voor leerlingenvervoer beheerde voertuigen evenals de betaling van de kosten van leerlingenvervoer overeenkomstig de wet van 15 juli 1983 tot oprichting van de dienst voor leerlingenvervoer ;
In geval van dringende noodzaak mogen de schuldvorderingen van meer dan 8.500 euro, BTW niet meegerekend, verbonden aan de buitenlandse betrekkingen van het Waalse Gewest en aangerekend ten laste van de basisallocaties van organisatieafdeling 09, programma's 09 en 10, eveneens door middel van geldvoorschotten worden betaald voor zover zij minder dan 12.500 euro, BTW niet meegerekend, bedragen.
De Gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse Overheidsdienst, belast met de betaling van de voorschotten voor de kosten van opdrachten, zijn er evenwel toe gemachtigd de nodige voorschotten, ongeacht het bedrag, te verlenen aan de ambtenaren, kabinetsleden en deskundigen, belast met een opdracht in het buitenland.
Bovendien zijn de gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse overheidsdienst ertoe gemachtigd om de door het Gewest verschuldigde bedragen ten gevolge van tegen het Gewest uitgesproken vonnissen en arresten zonder beperking te vereffenen.
§ 2. Krachtens artikel 2, 8°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden wordt de term "rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vanaf 1 januari 2013 vervangen door de term "penningmeester".
Onverminderd de bepalingen bedoeld in lid 1 krachtens artikel 2, 7° en 20 van hetzelfde decreet van 15 december 2011 wordt het woord "gewoon rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vervangen vanaf 1 januari 2013 door de woorden "ontvanger-penningmeester".
Geldvoorschotten kunnen worden toegekend aan deze gedecentraliseerde penningmeesters voor de uitbetaling van de schuldvorderingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 8.500 euro, BTW niet meegerekend. Van hun aanwending moet binnen vier maanden verantwoording worden gedaan. Geen nieuw voorschot mag verleend worden bij gebrek aan of bij laattijdige overlegging van dit bewijs.
De jaarrekening van de gedecentraliseerde penningmeesters bedoeld in artikel 39 van het voornoemde decreet van 15 december 2011 wordt vastgesteld op grond van de bankverrichtingen uitgevoerd tussen 1 januari en 31 december van het jaar.
Deze geldvoorschottent tot een maximumbedrag van 3.000.000 euro mogen worden verleend aan de gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse Overheidsdienst alsook aan de gedecentraliseerde penningmeesters van de wetenschappelijke instellingen van het Waalse Gewest en van het "Centre de Recherche Agronomique de Gembloux".
Dit individueel maximumbedrag wordt gebracht op :
- 4.000.000 euro voor de gedecentraliseerde penningmeesters van het Departement Boekhouding van de Waalse overheidsdienst. Voor de gedecentraliseerde penningmeesters van de buitenlandse betrekkingen en de buitenlandse investeringen, wordt dit bedrag gebracht op 375.000 euro per programma;
- 5.000.000 euro voor de gedecentraliseerde penningmeester(s) van het Departement Boekhouding van de Waalse overheidsdienst, belast met de uitbetaling van de uitgaven van de Houtvestingen van het Departement Natuur en Bossen of van andere bijzondere diensten van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;
- 4.000.000 euro voor de met het beheer van het leerlingenvervoer belaste gedecentraliseerde penningmeester van het Departement Boekhouding van de Waalse Overheidsdienst, voor de uitbetaling van schuldvorderingen betreffende het leerlingenvervoer waarvan het bedrag niet hoger is dan 20.000 euro, BTW niet meegerekend, en voor zover deze schuldvorderingen betrekking hebben op aanbestedingen die geleid hebben tot een overeenkomst, en betreffende het onderhoud van de door de dienst voor leerlingenvervoer beheerde voertuigen evenals de betaling van de kosten van leerlingenvervoer overeenkomstig de wet van 15 juli 1983 tot oprichting van de dienst voor leerlingenvervoer ;
In geval van dringende noodzaak mogen de schuldvorderingen van meer dan 8.500 euro, BTW niet meegerekend, verbonden aan de buitenlandse betrekkingen van het Waalse Gewest en aangerekend ten laste van de basisallocaties van organisatieafdeling 09, programma's 09 en 10, eveneens door middel van geldvoorschotten worden betaald voor zover zij minder dan 12.500 euro, BTW niet meegerekend, bedragen.
De Gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse Overheidsdienst, belast met de betaling van de voorschotten voor de kosten van opdrachten, zijn er evenwel toe gemachtigd de nodige voorschotten, ongeacht het bedrag, te verlenen aan de ambtenaren, kabinetsleden en deskundigen, belast met een opdracht in het buitenland.
Bovendien zijn de gedecentraliseerde penningmeesters van de Waalse overheidsdienst ertoe gemachtigd om de door het Gewest verschuldigde bedragen ten gevolge van tegen het Gewest uitgesproken vonnissen en arresten zonder beperking te vereffenen.
§ 2. Krachtens artikel 2, 8°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden wordt de term "rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vanaf 1 januari 2013 vervangen door de term "penningmeester".
Onverminderd de bepalingen bedoeld in lid 1 krachtens artikel 2, 7° en 20 van hetzelfde decreet van 15 december 2011 wordt het woord "gewoon rekenplichtige" die in alle individuele akten van benoeming of aanwijzing voorkomen overeenkomstig de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerd op 17 juli 1991, de uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende, decretale of reglementaire bepalingen vervangen vanaf 1 januari 2013 door de woorden "ontvanger-penningmeester".
Art. 2. § 1er. Les désignations des comptables extraordinaires en vigueur au 31 décembre 2012 sont d'office reconduites pour l'année 2021, en considérant qu'ils sont désormais appelés trésoriers décentralisés conformément à l'article 38, § 2 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.
Des avances de fonds peuvent être octroyées aux trésoriers décentralisés à l'effet de payer les créances n'excédant pas 8.500 euros hors TVA. Il sera justifié de leur emploi dans le délai de quatre mois. Aucune nouvelle avance ne peut être faite en cas de défaut ou de retard de production de cette justification.
Le compte annuel des trésoriers décentralisés prévu à l'article 39 du décret du 15 décembre 2011 précité est établi sur base des mouvements bancaires intervenus entre le 1er janvier et le 31 décembre de l'année.
Ces avances de fonds d'un montant individuel maximum de 3.000.000 euros peuvent être consenties aux trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie ainsi qu'aux trésoriers décentralisés des établissements scientifiques de la Wallonie et du Centre de Recherche Agronomique de Gembloux.
Ce montant individuel maximum est porté à :
-4.000.000 euros pour les trésoriers décentralisés du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie. Pour les trésoriers décentralisés des relations extérieures et des investissements étrangers, ce montant est porté à 375.000 euros par programme;
- 5.000.000 euros pour le(s) trésorier(s) décentralisé(s) du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie chargé(s) du paiement des dépenses des Cantonnements forestiers du Département de la Nature et des Forêts ou d'autres services particuliers du SPW Agriculture, Ressources naturelles et Environnement;
- 4.000.000 euros, pour le Trésorier décentralisé du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie ayant en charge la gestion du transport scolaire, à l'effet de payer les créances relatives au transport scolaire pour un montant ne dépassant pas 20.000 euros, hors TVA, pour autant que ces créances soient relatives à des marchés ayant fait l'objet d'un contrat, à l'entretien des véhicules gérés par le service des transports scolaires ainsi qu'au paiement de frais de transports d'élèves en application de la loi du 15 juillet 1983 portant création du service des transports scolaires.
En cas d'urgence, les créances de plus de 8.500 euros, hors TVA, liées aux relations extérieures de la Wallonie et imputées aux articles de base de la division organique 09, programmes 09 et 10, peuvent également être liquidées sur avances de fonds pour autant qu'elles restent inférieures à 12.500 euros, hors TVA.
Toutefois, les Trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie, chargés du paiement des avances pour frais de mission, sont autorisés à consentir aux fonctionnaires, membres de Cabinet et experts envoyés en mission à l'étranger, les avances nécessaires quel que soit le montant de celles-ci.
En outre, les Trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie sont autorisés à régler sans limitation tout montant dû par la Wallonie suite aux jugements ou arrêts prononcés contre elle.
§ 2. En vertu de l'article 2, 8°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le terme " comptable " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par le terme " trésorier ".
Sans préjudice des dispositions visées à l'alinéa 1er, en vertu des articles 2, 7°, et 20 du même décret du 15 décembre 2011, le terme " comptable ordinaire " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par les termes " receveur-trésorier ".
Des avances de fonds peuvent être octroyées aux trésoriers décentralisés à l'effet de payer les créances n'excédant pas 8.500 euros hors TVA. Il sera justifié de leur emploi dans le délai de quatre mois. Aucune nouvelle avance ne peut être faite en cas de défaut ou de retard de production de cette justification.
Le compte annuel des trésoriers décentralisés prévu à l'article 39 du décret du 15 décembre 2011 précité est établi sur base des mouvements bancaires intervenus entre le 1er janvier et le 31 décembre de l'année.
Ces avances de fonds d'un montant individuel maximum de 3.000.000 euros peuvent être consenties aux trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie ainsi qu'aux trésoriers décentralisés des établissements scientifiques de la Wallonie et du Centre de Recherche Agronomique de Gembloux.
Ce montant individuel maximum est porté à :
-4.000.000 euros pour les trésoriers décentralisés du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie. Pour les trésoriers décentralisés des relations extérieures et des investissements étrangers, ce montant est porté à 375.000 euros par programme;
- 5.000.000 euros pour le(s) trésorier(s) décentralisé(s) du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie chargé(s) du paiement des dépenses des Cantonnements forestiers du Département de la Nature et des Forêts ou d'autres services particuliers du SPW Agriculture, Ressources naturelles et Environnement;
- 4.000.000 euros, pour le Trésorier décentralisé du Département de la Comptabilité du Service public de Wallonie ayant en charge la gestion du transport scolaire, à l'effet de payer les créances relatives au transport scolaire pour un montant ne dépassant pas 20.000 euros, hors TVA, pour autant que ces créances soient relatives à des marchés ayant fait l'objet d'un contrat, à l'entretien des véhicules gérés par le service des transports scolaires ainsi qu'au paiement de frais de transports d'élèves en application de la loi du 15 juillet 1983 portant création du service des transports scolaires.
En cas d'urgence, les créances de plus de 8.500 euros, hors TVA, liées aux relations extérieures de la Wallonie et imputées aux articles de base de la division organique 09, programmes 09 et 10, peuvent également être liquidées sur avances de fonds pour autant qu'elles restent inférieures à 12.500 euros, hors TVA.
Toutefois, les Trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie, chargés du paiement des avances pour frais de mission, sont autorisés à consentir aux fonctionnaires, membres de Cabinet et experts envoyés en mission à l'étranger, les avances nécessaires quel que soit le montant de celles-ci.
En outre, les Trésoriers décentralisés du Service public de Wallonie sont autorisés à régler sans limitation tout montant dû par la Wallonie suite aux jugements ou arrêts prononcés contre elle.
§ 2. En vertu de l'article 2, 8°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le terme " comptable " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par le terme " trésorier ".
Sans préjudice des dispositions visées à l'alinéa 1er, en vertu des articles 2, 7°, et 20 du même décret du 15 décembre 2011, le terme " comptable ordinaire " figurant dans tous les actes individuels de nomination ou de désignation pris en application des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, de leurs arrêtés d'application ou d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires est remplacé à partir du 1er janvier 2013 par les termes " receveur-trésorier ".
Art. 3. Artikel 1, tweede lid, van het decreet van 4 november 1993 houdende oprichting van een begrotingsfonds voor arbeidsbemiddeling wordt gewijzigd als volgt :
"De jaarlijkse toelagen die toegekend worden door de Minister belast met Leefmilieu en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor de exploitatie van een containerpark, door de Minister belast met Patrimonium en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor opgravingen of voor de vernieuwing van archeologische vindplaats(en), en door de Minister belast met Sport en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor sportcentra, door de Minister belast met Huisvesting en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor openbare bouwmaatschappijen, door de Minister belast met Sociale Actie en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor gewestelijke migrantencentra, zijn bijkomende ontvangsten voor het begrotingsfonds voor arbeidsbemiddeling.".
Het derde lid van artikel 1 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Het laatste lid van artikel 1 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
''Op het krediet voor het in het eerste lid bedoelde fonds worden alleen de uitgaven aangerekend die betrekking hebben op het Tewerkstellingsbeleid en de beroepsopleiding waarvoor het Waalse Gewest bevoegd is, zoals ze voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling). "
De Minister van Tewerkstelling en van Vorming is ertoe gemachtigd om het aantal rekeningen betreffende de reserves van de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling)" vast te stellen. De Minister van Tewerkstelling en Vorming is ertoe gemachtigd om te beslissen over de bestemming ervan.
"De jaarlijkse toelagen die toegekend worden door de Minister belast met Leefmilieu en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor de exploitatie van een containerpark, door de Minister belast met Patrimonium en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor opgravingen of voor de vernieuwing van archeologische vindplaats(en), en door de Minister belast met Sport en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor sportcentra, door de Minister belast met Huisvesting en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor openbare bouwmaatschappijen, door de Minister belast met Sociale Actie en die vastgesteld worden per "A.P.E."-punt aangewend voor gewestelijke migrantencentra, zijn bijkomende ontvangsten voor het begrotingsfonds voor arbeidsbemiddeling.".
Het derde lid van artikel 1 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Het laatste lid van artikel 1 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt :
''Op het krediet voor het in het eerste lid bedoelde fonds worden alleen de uitgaven aangerekend die betrekking hebben op het Tewerkstellingsbeleid en de beroepsopleiding waarvoor het Waalse Gewest bevoegd is, zoals ze voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse Dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling). "
De Minister van Tewerkstelling en van Vorming is ertoe gemachtigd om het aantal rekeningen betreffende de reserves van de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling)" vast te stellen. De Minister van Tewerkstelling en Vorming is ertoe gemachtigd om te beslissen over de bestemming ervan.
Art. 3. Le deuxième alinéa de l'article 1er du décret du 4 novembre 1993 créant un fonds budgétaire en matière d'emploi est modifié comme suit :
" Les subventions annuelles octroyées par la Ministre chargée de l'Environnement et fixées par point A.P.E. affecté à l'exploitation d'un parc à conteneurs, par la Ministre chargée du Patrimoine et fixées par point A.P.E. affecté à des fouilles ou à la rénovation de site(s) archéologique(s), et par le Ministre chargé des Infrastructures sportives et fixées par point A.P.E. affecté à des centres sportifs, par le Ministre chargé du logement et fixées par point A.P.E. affecté à des sociétés immobilières de service public, par la Ministre chargée de l'action sociale et fixées par point A.P.E. affecté à des centres régionaux d'immigration, constituent les recettes du Fonds budgétaire en matière d'emploi. ".
Le troisième alinéa de l'article 1er du même décret est supprimé.
Le dernier alinéa de l'article 1er du même décret est modifié comme suit :
" Sur le crédit afférent au fonds visé à l'alinéa 1er, sont seules imputées des dépenses relatives à la politique de l'Emploi et de la Formation professionnelle relevant de la compétence de la Région wallonne telles que découlant de la mise en oeuvre du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi. "
La Ministre de l'Emploi et de la Formation est habilitée à fixer le nombre de comptes afférents aux réserves de l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi. La Ministre de l'Emploi et de la Formation est habilitée à décider de leur affectation.
" Les subventions annuelles octroyées par la Ministre chargée de l'Environnement et fixées par point A.P.E. affecté à l'exploitation d'un parc à conteneurs, par la Ministre chargée du Patrimoine et fixées par point A.P.E. affecté à des fouilles ou à la rénovation de site(s) archéologique(s), et par le Ministre chargé des Infrastructures sportives et fixées par point A.P.E. affecté à des centres sportifs, par le Ministre chargé du logement et fixées par point A.P.E. affecté à des sociétés immobilières de service public, par la Ministre chargée de l'action sociale et fixées par point A.P.E. affecté à des centres régionaux d'immigration, constituent les recettes du Fonds budgétaire en matière d'emploi. ".
Le troisième alinéa de l'article 1er du même décret est supprimé.
Le dernier alinéa de l'article 1er du même décret est modifié comme suit :
" Sur le crédit afférent au fonds visé à l'alinéa 1er, sont seules imputées des dépenses relatives à la politique de l'Emploi et de la Formation professionnelle relevant de la compétence de la Région wallonne telles que découlant de la mise en oeuvre du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi. "
La Ministre de l'Emploi et de la Formation est habilitée à fixer le nombre de comptes afférents aux réserves de l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi. La Ministre de l'Emploi et de la Formation est habilitée à décider de leur affectation.
Art. 4. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor het voeren van het nieuwe informaticabeleid of voor uitzonderlijke uitgaven over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de basisallocaties "Specifieke informatica" van de functionele programma's van de organisatieafdelingen alsook de kredieten nodig voor acties inzake informaticabijstand naar basisallocatie 12.03 van programma 12.21 voor de kabinetten, de basisallocaties 12.05, 12.06, 74.04 en 74.05 voor eWBS en 12.14 en 74.03 voor het Waalse Betaalorgaan en 12.06 ]1.
Modifications
Art. 4. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques informatiques nouvelles ou de dépenses exceptionnelles vers les articles de base " Informatique spécifique " des programmes fonctionnels des divisions organiques ainsi que des programmes du budget les crédits nécessaires à des actions d'assistance informatique vers l'article de base 12.03 du programme 12.21 pour les cabinets, les articles de base 12.05, 12.06, 74.04 et 74.05 pour eWBS et 12.14 et 74.03 pour l'Organisme Payeur de Wallonie et l'article 12.16. ]1
Modifications
Art. 5. [1 In afwijking van artikel L1332-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Bijzonder Fonds voor maatschappelijk welzijn voor de aanvankelijke begroting 2021 vastgesteld op 71.186 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2021 voor de inflatie 2020 en 2021 en van de structurele herfinanciering van 5.000 duizend euro die bij de aanvankelijke begroting 2010 is bekrachtigd]1.
Modifications
Art. 5. [1 Par dérogation à l'article L1332-3 du CDLD, l'enveloppe du Fonds spécial de l'aide sociale pour le budget initial 2021 est fixée à 71.186 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2021 pour l'inflation 2020 et 2021 et du refinancement structurel de 5.000 milliers d'euros confirmé lors du budget initial 2010. ]1
Modifications
Art. 6. [1 In afwijking van artikel L1332-4 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het "CRAC" voor de aanvankelijke begroting 2021 vastgesteld op 34.568 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van het Federale Planbureau bekendgemaakt in mei 2021 voor de inflatie 2020 en 2021 ]1.
Modifications
Art. 6. [1 Par dérogation à l'article L1332-4 du CDLD, l'enveloppe octroyée au CRAC pour le budget initial 2021 est fixée à 34.568 milliers d'euros, tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2021 pour l'inflation 2020 et 2021. ]1
Modifications
Art. 7. [1 In afwijking van artikel L1332-5 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, wordt de enveloppe van het Gemeentefonds voor de aanvankelijke begroting 2021 vastgesteld op 1.298.843 duizend euro, rekening houdend met de ramingen van de begroting van het Federaal Plan bekendgemaakt in mei 2021 voor de inflatie 2019 en 2021, met de structurele herfinanciering van 10.000 euro die bij de aanvankelijke begroting 2009 is opgenomen alsook, voor 2020, met een enveloppe van 11.189 euro]1.
Modifications
Art. 7. [1 Par dérogation à l'article L1332-5 du CDLD, l'enveloppe octroyée au Fonds des communes pour le budget initial 2021 est fixée à 1.298.843 milliers d'euros tenant compte des prévisions du Bureau Fédéral du Plan publiées en mai 2021 pour l'inflation 2020 et 2021 et du refinancement structurel de 10.000 milliers d'euros intégré au budget initial 2009 ainsi que, pour 2021, d'une enveloppe de 11.189 milliers d'euros. ]1
Modifications
Art. 8. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de bevoegde vakminister, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd kredieten over te dragen tussen de basisallocaties betreffende de programma's inzake beroepsdoorstroming van de verscheidene programma's van de algemene uitgavenbegroting.
Art. 8. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre fonctionnellement compétent, moyennant l'accord du Ministre du Budget, sont autorisés à transférer des crédits entre les articles de base relatifs aux Programmes de transition professionnelle des divers programmes du budget des dépenses.
Art. 9. [1 § 1. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten die nodig zijn voor de bezoldiging van het personeel over te dragen van de begrotingsprogramma's naar de basisallocaties 11.03 van de Waalse begroting alsook naar de basisallocaties 11.01, 11.02, 11.04, 11.05, 11.06, 11.07, 11.07, 11.08, 11.09, 11.10, 11.14 en 11.15 van programma 02 van organisatieafdeling 11.
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 van programma 02 van organisatieafdeling 11 ]1.
§ 2. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de reiskosten over te dragen van de programma's van de begroting naar de basisallocaties 12.03, 12.10, 12.11 en 12.15 van programma 02 van organisatieafdeling 11 ]1.
Modifications
Art. 9. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la rémunération du personnel vers les articles de base 11.03 du budget wallon ainsi qu'aux articles de base 11.01, 11.02, 11.04, 11.05, 11.06, 11.07, 11.08, 11.09, 11.10, 11.14 et 11.15 du programme 02 de la division organique 11.
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 du programme 02 de la division organique 11. ]1
§ 2. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires aux frais de déplacement vers les articles de base 12.03, 12.10, 12.11 et 12.15 du programme 02 de la division organique 11. ]1
Modifications
Art. 10. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de uitvoering van de beslissingen van de Waalse Regering van de programma's van de begroting over te dragen in het kader van de vergoedingen, toelagen en werkingskosten van de personeelsleden en hun administratieve structuur.
Art. 10. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget de la Région wallonne les crédits nécessaires à la mise en oeuvre des décisions du Gouvernement wallon dans le cadre des rémunérations, allocations et frais de fonctionnement des agents et de leur structure administrative.
Art. 11. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de bezoldigingen en allocaties van de personeelsleden uit te voeren, tussen de verschillende programma's 01 (functionele) van de organisatieafdelingen en programma 02 (personeelsbeheer) van organisatieafdeling 11 van de administratieve begroting van het Waalse Gewest.
Art. 11. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux rémunérations et allocations des agents, entre les différents programmes 01 (fonctionnels) des divisions organiques et le programme 02 (gestion du personnel) de la division organique 11 du budget administratif de la Région wallonne.
Art. 12. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de vakministers, ieder wat hem betreft, de Minister van Ambtenarenzaken en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de budgettaire overdrachten betreffende de werkingskredieten uit te voeren tussen programma 01 (functionele) en de andere programma's van elke organisatieafdeling.
Art. 12. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels pour ce qui les concerne, la Ministre de la Fonction publique et le Ministre du Budget sont habilités à procéder aux transferts budgétaires relatifs aux crédits de fonctionnement, entre le programme 01 (fonctionnel) et les autres programmes de chaque division organique.
Art. 13. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd kredieten over te dragen van programma's van organisatieafdeling 02 en programma 06 van organisatieafdeling 09 naar basisallocatie 11.04 van programma 03, organisatieafdeling 09.
Art. 13. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement wallon est autorisé à réaliser des transferts de crédit des programmes de la division organique 02 et du programme 06 de la division organique 09 vers l'article de base 11.04, du programme 03, division organique 09.
Art. 14. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd overdrachten uit te voeren tussen de programma's van organisatieafdeling 02.
Art. 14. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon sont habilités à réaliser des transferts entre les programmes de la division organique 02.
Art. 15. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd om de kredieten nodig voor de uitvoering van het programma Evaluatie, Prospectief Onderzoek en Statistiek over te dragen van de programma's van de begroting naar programma 11 van organisatieafdeling 09.
Art. 15. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres concernés du Gouvernement wallon sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la mise en oeuvre du programme Evaluation, Prospective et Statistique vers le programme 11 de la division organique 09.
Art. 16. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister-President, de Minister van Begroting en de bevoegde Vakminister ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen van BA 41.01 "Post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding" van programma 10.02 naar basisallocaties met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten gebonden aan de ontsnapping uit de armoede.
Art. 16. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre-Président, le Ministre du Budget et le Ministre fonctionnellement compétent sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 41.01 " Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté " du programme 10.02 vers des articles de base ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets en lien avec la sortie de la pauvreté.
Art. 17. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister-President, de Minister van Begroting en de bevoegde Vakminister ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen van BA 41.02 "Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië" van programma 10.02 naar de basisallocaties met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die verband houden met de uitstraling van Wallonië.
Art. 17. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre-Président, le Ministre du Budget et le Ministre fonctionnellement compétent sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 41.02 " Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie " du programme 10.02 vers des articles de base ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets en lien avec le rayonnement de la Wallonie.
Art. 18. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Onroerend beheer ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 23 en 31 van organisatieafdeling 12.
Art. 18. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre chargé de la gestion immobilière est autorisé à transférer des crédits d'engagement entre les programmes 23 et 31 de la division organique 12.
Art. 19. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de vastleggingskredieten van de programma's 02 en 03 van organisatieafdeling 16 overgedragen worden van een programma naar het andere door de Minister van Ruimtelijke Ordening, voor wat zijn bevoegdheden betreft, mits instemming van de Minister van Begroting, ongeacht het bedrag, in het kader van de uitvoering van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
Art. 19. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les crédits d'engagement des articles de base des programmes 02 et 03 de la division organique 16 peuvent être transférés d'un programme à l'autre par le Ministre chargé de l'Aménagement du Territoire pour ce qui concerne ses compétences, moyennant l'accord du Ministre du Budget, quel qu'en soit le montant, dans le cadre de la mise en oeuvre du CoDT.
Art. 20. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Ministers van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn en de Vice-Minister-President en Minister van Landbouw, voor de basisallocaties die tot hun bevoegdheden behoren, alsook de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 en 15 van organisatieafdeling 15.
Art. 20. Par dérogation à l'article 26, § 1e, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal et le Vice-Président et Ministre de l'Agriculture, pour les articles de base relevant de leurs compétences, ainsi que le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement entre les programmes 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 et 15 de la division organique 15.
Art. 21. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Landbouw en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 03 en 04 van organisatieafdeling 15 en programma 23 van organisatieafdeling 18.
Art. 21. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Agriculture et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 02, 03 et 04 de la division organique 15 et le programme 23 de la division organique 18.
Art. 22. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, belast met duurzame ontwikkeling, en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's 02, 11 en 12 van organisatieafdeling 15 en de programma's 41 van organisatieafdeling 16 en programma 10 van organisatieafdeling 10, alsook tussen deze 2 programma's.
Art. 22. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal, en charge du développement durable et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 02, 11 et 12 de la division organique 15 et les programmes 41 de la division organique 16 et le programme 10 de la division organique 10, ainsi qu'entre ces 2 programmes.
Art. 25. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest naar de basisallocaties 41.01 van programma 02 van organisatieafdeling 17 en 41.01 van programma 04 van organisatieafdeling 15 met het oog op de toekenning van bijkomende dotaties aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) alsook naar basisallocatie 01.01 van programma 01 van organisatieafdeling 34 om de reserve in verband met Europese cofinanciering te verhogen]1.
Modifications
Art. 25. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est habilité à transférer des crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'ensemble des articles de base du budget général des dépenses de la Région wallonne vers les articles de base 41.01 du programme 02 de la division organique 17 et 41.01 du programme 04 de la division organique 15 en vue d'octroyer des dotations complémentaires au Fonds wallon des calamités naturelles ainsi que vers l'article de base 01.01 du programme 01 de la division organique 34 en vue de majorer la réserve liée aux Cofinancements européens. ]1
Modifications
Art. 26. In afwijking van artikel 26, 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de volgende programma's: 02, 03 en 11 van organisatieafdeling 14, programma 13 van organisatieafdeling 15 en de programma's 11, 31 en 41 van organisatieafdeling 16.
Art. 26. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Climat, de l'Energie et de la Mobilité est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes suivants : 02, 03 et 11 de la division organique 14, le programme 13 de la division organique 15 et les programmes 11, 31 et 41 de la division organique 16.
Art. 27. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit en de Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de volgende programma's: programma 10 van organisatieafdeling 10, de programma's 02, 03 en 11 van organisatieafdeling 14, de programma's 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 en 15 van organisatieafdeling 15 en de programma's 11, 31, 41 van organisatieafdeling 16 in het kader van het herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Art. 27. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Climat, de l'Energie et de la Mobilité et la Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la Forêt, de la Ruralité et du Bien-être animal sont autorisés, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes suivants : le programme 10 de la division organique 10, les programmes 02, 03 et 11 de la division organique 14, les programmes 02, 03, 04, 05, 11, 12, 13, 14 et 15 de la division organique 15 et les programmes 11, 31, 41 de la division organique 16 dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Art. 28. In afwijking van artikel 26, 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Huisvesting, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de programma's 11, 12 en 41 van organisatieafdeling 16.
Art. 28. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Logement, est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer les crédits entre les programmes 11, 12 et 41 de la division organique 16.
Art. 29. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om een maximumbedrag vast te stellen voor de toelage toegekend volgens de bepalingen van artikel D.V.19, 3° van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling. Bovendien kan hij de fasering van de toekenning van deze toelage vaststellen.
Art. 29. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer un montant maximum à la subvention octroyée en fonction des dispositions de l'article D.V.19, 3° du Code du Développement Territorial. En outre, il peut déterminer le phasage de l'octroi de cette subvention.
Art. 30. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de betrokken leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de programma's van organisatieafdeling 02 en van programma 06 van organisatieafdeling 09 en programma 03 van organisatieafdeling 09.
Art. 30. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon concernés et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits d'engagement entre les programmes de la division organique 02 et du programme 06 de la division organique 09 et le programme 03 de la division organique 09.
Art. 31. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd een toelage toe te kennen aan de inrichtingen voor technisch secundair onderwijs, aan de onderwijsinrichtingen die het diploma industrieel ingenieur uitreiken en aan de Universiteiten Toegepaste Wetenschappen die fotovoltaïsche systemen verwerven (demonstratiematerieel en/of pedagogisch materieel). De toelage bedraagt 20 % van de globale kosten van het gekozen systeem en wordt rechtstreeks aan de derde-investeerder gestort.
Art. 31. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder une subvention aux établissements secondaires techniques, aux établissements d'enseignement délivrant le diplôme d'Ingénieur industriel et aux Facultés universitaires de Sciences appliquées qui acquièrent des systèmes photovoltaïques (matériel de démonstration et/ou matériel pédagogique). Le montant de la subvention s'élève à 20 % du coût global du système choisi et est versé directement au tiers-investisseur.
Art. 32. De toelagen toegekend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 10 april 2003 betreffende de toekenning van subsidies aan publiekrechtelijke personen en aan de niet-commerciële instellingen voor de verwezenlijking van studies en werken die een betere energieprestatie van de gebouwen beogen, mogen worden gestort aan de derde investeerder die de verrichtingen m.b.t. renovatie i.v.m. energiebesparing financiert in die instellingen.
Art. 32. Les subventions octroyées en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 avril 2003 relatif à l'octroi de subventions aux personnes morales de droit public et aux organismes non commerciaux pour la réalisation d'études et de travaux visant l'amélioration de la performance énergétique des bâtiments peuvent être versées au tiers-investisseur qui finance les opérations de rénovation énergétique dans ces établissements.
Art. 33. Krachtens de overeenkomst "Steun ter bevordering van tewerkstelling - Onderwijs" tussen de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest kan de Minister van Tewerkstelling de FOREm machtigen de steun ter bevordering van tewerkstelling uit te betalen in vier forfaitaire schijven gelijk aan 1/4 van het bedrag dat overeenstemt met het totaal aantal subsidieerbare punten, op overlegging van een schuldvordering van de Federatie Wallonië-Brussel.
Art. 33. La Ministre de l'Emploi peut autoriser le FOREM, en exécution de la convention " Aide à la promotion de l'emploi - Enseignement " entre la Communauté française et la Région wallonne, à liquider l'aide à la promotion de l'emploi en quatre tranches forfaitaires équivalentes à un quart du montant correspondant au nombre total de points subventionnables, sur production d'une déclaration de créance de la Fédération Wallonie-Bruxelles.
Art. 34. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd het volgende bedrag te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de gemeenten met zware schuldenlast op 1 april 2021: 19.984.000 euro gelijk aan de interesten van leningen aangegaan in het kader van de sanering van gemeenten met zware schuldenlast krachtens de overeenkomst van 30 juli 1992 zoals gewijzigd bij haar aanhangsel nr. 16 van 15 juli 2008, namelijk 14.767.000 euro, aangepast, vanaf het verdelingsjaar 2009, met het evolutiepercentage, welke wordt verhoogd met 1% vanaf 2010.
Art. 34. Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque au 1er avril 2021 : 19.984.000 euros représentant les intérêts d'emprunts contractés dans le cadre de l'assainissement des communes à finances obérées en vertu de la convention du 30 juillet 1992 telle que modifiée par son avenant n° 16 du 15 juillet 2008, soit 14.767.000 euros, adaptés, à partir de l'année de répartition 2009, au pourcentage d'évolution, lequel est majoré d'un pour cent à partir de 2010.
Art. 35. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende bedragen te storten op de bij Belfius Bank geopende gewestelijke rekening voor de sanering van de financiën van met schulden bezwaarde gemeenten:
- op 1 augustus 2021 : 59 530 000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (BA 41.05.40 van programma 17.02);
- op 1 oktober 2021 : 34.568.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (BA 41.06.40 van programma 17.02);
- uiterlijk op 31 december 2021: 9.600.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (BA 41.07.40 van programma 17.02) ]1.
- op 1 augustus 2021 : 59 530 000 euro die de aanvullende gewestelijke tegemoetkoming vormen (BA 41.05.40 van programma 17.02);
- op 1 oktober 2021 : 34.568.000 euro d.i. de dotatie aan het "CRAC" in het kader van de herfinanciering van het gemeentefonds (BA 41.06.40 van programma 17.02);
- uiterlijk op 31 december 2021: 9.600.000 euro die de steun aan gemeenten in het kader van de pensioenkwestie vormen (BA 41.07.40 van programma 17.02) ]1.
Modifications
Art. 35. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à verser au compte régional pour l'assainissement des communes à finances obérées ouvert auprès de Belfius Banque :
- au 1er août 2021 : 59.530.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale (AB 41.05.40 du programme 17.02) ;
- au 1er octobre 2021 : 34.568.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes (AB 41.06.40 du programme 17.02) ;
- au 31 décembre 2021 au plus tard : 9.600.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions (AB 41.07.40 du programme 17.02) ]1.
- au 1er août 2021 : 59.530.000 euros représentant l'intervention complémentaire régionale (AB 41.05.40 du programme 17.02) ;
- au 1er octobre 2021 : 34.568.000 euros représentant la dotation octroyée au CRAC dans le cadre du refinancement du fonds des communes (AB 41.06.40 du programme 17.02) ;
- au 31 décembre 2021 au plus tard : 9.600.000 euros représentant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique des pensions (AB 41.07.40 du programme 17.02) ]1.
Modifications
Art. 36. De Waalse Regering bepaalt de regels voor de verdeling van de kredieten ingeschreven in de basisallocaties 43.07.22, 43.09.22, 43.12.12, 43.14.22, 43.15.22, 43.16.22, 43.17.22, 43.18.22, 43.20.22, 43.21.12, 43.22.12, 43.23.22, 43.24.22, 43.25.22, 43.26.52, 43.29.53, 43.30.59, 43.31.22, 43.32.12, 43.33.52, 43.34.12, 43.35.52, 43.36.53, 43.37.59, 43.40.12, 63.03.21, 63.04.52 en 63.05.59 van programma 02 van organisatieafdeling 17.
Art. 36. Le Gouvernement wallon définit les règles de répartition des crédits inscrits aux articles de base 43.07.22, 43.09.22, 43.12.12, 43.14.22, 43.15.22, 43.16.22, 43.17.22, 43.18.22, 43.20.22, 43.21.12, 43.22.12, 43.23.22, 43.24.22, 43.25.22, 43.26.52, 43.29.53, 43.30.59, 43.31.22, 43.32.12, 43.33.52, 43.34.12, 43.35.52, 43.36.53, 43.37.59, 43.40.12, 63.03.21, 63.04.52 et 63.05.59 du programme 02 de la division organique 17.
Art. 37. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de ordonnancerende Minister en de Minister van Begroting, in geval van ontoereikende kredieten in een programma van de algemene uitgavenbegroting, de nodige kredieten naar dit programma overdragen, tegen verschuldigde compensatie om de dringende uitgaven uit te betalen in geval van bijlegging van geschillen of om de betaling van nalatigheidsinterest te vermijden.
Art. 37. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, en cas d'insuffisance de crédits à un programme du budget général des dépenses, le Ministre Ordonnateur et le Ministre du Budget peuvent y transférer les crédits nécessaires, moyennant due compensation et aux fins d'assurer la liquidation de dépenses urgentes dans la solution de contentieux ou pour éviter le paiement d'intérêts de retard.
Art. 38. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor de door de Europese Unie medegefinancierde projecten inclusief btw in verband met uitgaven voor het Herstel- en veerkrachtplan over te dragen tussen de programma's ]1.
Modifications
Art. 38. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon sont habilités à transférer entre les programmes les crédits nécessaires aux projets cofinancés par l'Union européenne y compris la T.V.A. en lien avec les dépenses du Plan de relance et de résilience ]1.
Modifications
Art. 39. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en de bevoegde Vakminister ertoe gemachtigd de nodige kredieten over te dragen van BA 01.02 "Herstel-, veerkracht- en overgangsplan" van BA 01.05 "Voorziening voor economisch herstel", van BA 01.06 "COVID-voorziening ", van BA 01.07 "COVID-reserve", van BA 01.10 "Voorziening Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08 naar de basisallocaties met als doel de financiering van de uitgaven gebonden aan projecten die door de Waalse Regering worden goedgekeurd in het kader van het Economisch herstelplan, het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan, met het oog op de financiering van projecten in verband met de thema's Veerkracht/herstel/herstructurering of met het oog op de financiering van uitgaven in verband met COVID-19.
Art. 39. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits nécessaires au départ de l'AB 01.02 " Plan de relance, résilience et transition ", de l'AB 01.05 " Provision pour la relance économique ", de l'AB 01.06 " Provision COVID ", de l'AB 01.07 " Réserve Covid ", de l'AB 01.10 " Provision Résilience, Relance et redéploiement " du programme 10.08 vers des articles de base ayant pour objectif le financement des dépenses liées à des projets approuvés par le Gouvernement wallon dans le cadre du plan de Relance économique, du Plan de relance, résilience et transition, ayant pour objectif le financement de projets liés à des thématiques de Résilience/relance/redéploiement ou ayant pour objectif le financement des dépenses liées au COVID-19.
Art. 40. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de bevoegde Vakministers en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de nodige vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen van alle programma's van de begroting van het Waalse Gewest naar BA 01.02 "Herstel-, veerkracht- en overgangsplan", van BA 01.05 "Voorziening voor economisch herstel", van BA 01.06 "COVID-voorziening ", van BA 01.07 "COVID-reserve", van BA 01.10 "Voorziening - Veerkracht, herstel en herstructurering" van programma 10.08.
Art. 40. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les Ministres fonctionnels compétents et le Ministre du Budget sont habilités à transférer au départ de l'ensemble des programmes du budget de la Région wallonne des crédits d'engagement et de liquidation nécessaires vers l'AB 01.02 " Plan de relance, résilience et transition ", l'AB 01.05 " Provision pour la relance économique ", l'AB 01.06 " Provision COVID ", l'AB 01.07 " Réserve COVID ", l'AB 01.10 " Provision - Résilience, relance et redéploiement " du programme 10.08.
Art. 41. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om kredieten die nodig zijn in het kader van het post-COVID economisch herstel van basisallocatie 01.05 van programma 10.08 over te dragen naar de basisallocaties die onder de bevoegdheid vallen van de Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra.
Art. 41. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Economie, du Commerce extérieur, de la Recherche et de l'Innovation, du Numérique, de l'Aménagement du territoire, de l'Agriculture, de l'IFAPME et des Centres de compétence et le Ministre du Budget sont habilités à transférer de l'article de base 01.05 du programme 10.08 vers les articles de base dévolus au Ministre de l'Economie, du Commerce extérieur, de la Recherche et de l'Innovation, du Numérique, de l'Aménagement du territoire, de l'Agriculture, de l'IFAPME et des Centres de compétence les crédits nécessaires dans le cadre de la relance économique post COVID.
Art. 42. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd regels inzake de subsidieerbaarheid van de uitgaven te bepalen voor de door het EFRO medegefinancierde projecten (behalve steunregeling en behalve investeringen met rechtstreekse kredieten door het Waalse Gewest) in het kader van de programma's EFRO 2014-2020 van de "overgangsgebieden", van de "meer ontwikkelde gebieden" en "territoriale samenwerking - luik A, B en C", zoals goedgekeurd door de Waalse Regering en de Europese Commissie. Deze machtiging zal ook nodig zijn voor de programmering 2021-2027 (behalve steunregeling en behalve investeringen met rechtstreekse kredieten door het Waalse Gewest) in het kader van de programma's EFRO van de "minder ontwikkelde gebieden", "overgangsgebieden", "meer ontwikkelde gebieden" en "Europese territoriale samenwerking - luik A, B en C", zoals goedgekeurd door de Waalse Regering en door de Europese Commissie. eze machtiging zal ook gelden voor het Herstel- en veerkrachtplan en de reserve voor de aanpassing aan de Brexit, waarvoor specifieke subsidiabiliteitsregels zullen worden vastgesteld en de uitgaven zullen worden verwerkt door de dienst Coördinatie Structuurfondsen ]1.
Modifications
Art. 42. [1 Le Gouvernement wallon est habilité à définir des règles d'éligibilité de dépenses pour les projets cofinancés par le FEDER (hors régime d'aide et hors investissements en crédits directs par la région wallonne) dans le cadre des programmes FEDER 2014-2020 des " régions de transition ", des " régions plus développées " et " coopération territoriale - volet A, B et C " tels qu'approuvés par le Gouvernement wallon et la Commission européenne. Cette habilitation sera également de mise pour la programmation 2021-2027 (hors régime d'aide et hors investissements en crédits directs par la Région wallonne) dans le cadre des programmes FEDER des " régions moins développées ", " régions de transition ", " régions plus développées " et " coopération territoriale européenne - volet A, B et C " tels qu'approuvés par le Gouvernement wallon et la Commission européenne. Cette habilitation sera également de mise pour le Plan de relance et de résilience ainsi que pour la réserve d'ajustement au Brexit pour lesquels des règles d'éligibilité spécifiques seront définies et les dépenses traitées par le département de la Coordination des fonds structurels ]1.
Modifications
Art. 43. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Ministers van Huisvesting en Energie, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggingskredieten over te dragen tussen basisallocatie 53.04 van programma 11 van organisatieafdeling 16 en basisallocatie 53.02 van programma 31 van organisatieafdeling 16 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 43. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Logement et le Ministre de l'Energie sont autorisés, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagements entre l'article de base 53.04 du programme 11 de la division organique 16 et l'article de base 53.02 du programme 31 de la division organique 16 du budget général des dépenses de la Région wallonne.
Art. 44. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Plaatselijke Besturen en Stedenbeleid, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 63.02, 63.04, 63.08 en 63.20 van programma 07 van organisatieafdeling 14 en de basisallocaties 63.01, 63.02 en 63.08 van programma 03 van organisatieafdeling 16 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 44. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre des Pouvoirs locaux et de la Ville est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagements entre les articles de base 63.02, 63.04, 63.08 et 63.20 du programme 07 de la division organique 14 et les articles de base 63.01, 63.02 et 63.08 du programme 03 de la division organique 16 du budget général des dépenses de la Région wallonne.
Art. 45. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Leden van de Waalse Regering betrokken bij de Prioritaire Acties voor de Toekomst van Wallonië en bij het Marshall-Plan 2.Groen en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd kredietoverdrachten uit te voeren tussen de basisallocaties die door de Waalse Regering worden geacht overeen te worden met de beleidsdomeinen van de plannen bedoeld bij dit artikel.
Art. 45. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon concernés par les Actions prioritaires pour l'Avenir wallon et le Plan Marshall 2.Vert et le Ministre du Budget sont habilités à opérer les transferts de crédits entre les articles de base identifiés par le Gouvernement wallon comme correspondant au périmètre des plans visés par le présent article.
Art. 46. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met de Competitiviteitspolen en de coördinatie ervan, de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de basisallocaties van programma 10 van organisatieafdeling 09 en de programma's 06, 22 en 31 van organisatieafdeling 18 met betrekking tot het beleid inzake de Competitiviteitspolen alsook tussen diezelfde basisallocaties van de programma's 06, 22 en 31 van organisatieafdeling 18.
Art. 46. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre en charge des Pôles de compétitivité et de leur coordination, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont habilités à transférer les crédits entre les articles de base du programme 10 de la division organique 09 et des programmes 06, 22 et 31 de la division organique 18 relatifs à la politique des Pôles de compétitivité ainsi qu'entre ces mêmes articles de base des programmes 06, 22 et 31 de la division organique 18.
Art. 47. De Minister belast met Energie wordt ertoe gemachtigd, tot beloop van maximaal 90 %, subsidies toe te kennen voor de financiering van investeringen van energetische aard in gebouwen met gemeenschappelijke, culturele, sportieve, associatieve of andere bestemming.
Art. 47. Le Ministre en charge de l'Energie est autorisé, à concurrence d'un maximum de 90 %, à accorder des subventions pour le financement des investissements à caractère énergétique dans les bâtiments à vocation collective, culturelle, sportive, associative ou autre.
Art. 48. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Begroting en, in voorkomend geval, de bevoegde Vakministers ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's van organisatieafdeling 19 naar basisallocatie 01.01.00 van programma 03 van dezelfde organisatieafdeling en omgekeerd.
Art. 48. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et, le cas échéant, les Ministres fonctionnellement compétents sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation des programmes de la division organique 19 vers l'article de base 01.01.00 du programme 03 de la même division organique et inversement.
Art. 49. Met instemming van de Regering is het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd, ten gunste van de inrichtende macht, de gemeenten, de OCMW's en het verenigingsleven, tot beloop van maximaal 90 %, de financiering van werken ter verbetering van de energieprestatie van gebouwen bestemd voor het onderwijs (internaten inbegrepen) alsook voor de sectoren van kinderopvang, van jeugd, van hulpzones, van sport en van cultuur te verzekeren.
Art. 49. De l'accord du Gouvernement, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs, des communes, des CPAS et du milieu associatif, le financement à concurrence de maximum 90% de travaux visant à améliorer la performance énergétique des bâtiments affectés à l'enseignement (y compris les internats) ainsi qu'aux secteurs de l'accueil de la petite enfance, de la jeunesse, des zones de secours, des sports et de la culture.
Art. 50. Artikel 1, § 1, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut wordt aangevuld met het volgende lid: "De vzw Les Lacs de l'eau d'Heure is ertoe gehouden om, wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen, al haar financiële rekeningen en alle beleggingen toe te vertrouwen aan een door de Waalse Regering aangewezen kredietinstelling".
In artikel 1, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, worden de volgende vermeldingen toegevoegd: "Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme", de "s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps", "de SOWAFINAL", "de SOWALFIN voor de middelen toegekend in het kader van het Marshall-Plan 2.Groen, hetzij als ze de eindbegunstigde is, hetzij als ze deze niet is in afwachting van de storting ervan aan degene die voor de maatregel in aanmerking komt", "het IWEPS", "de aan de Franse Gemeenschap en aan het Waalse Gewest gemeenschappelijke openbare Bestuursschool wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen", het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium), "het "Agence du Numérique" en de "SA Immowal".
Paragraaf 3 van artikel 1 wordt vervangen als volgt: "De Waalse Regering is belast met de bepaling van de beheersmodaliteiten binnen de thesaurie van het Waalse Gewest, de rekeningen en de beleggingen van de instellingen bedoeld in § 1.".
In artikel 2, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, waarvan de opdrachten de in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheden aangaan, vervallen de vermeldingen "het Psychiatrische Ziekenhuis Le Chêne aux Haies".
In artikel 1, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, worden de volgende vermeldingen toegevoegd: "Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme", de "s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps", "de SOWAFINAL", "de SOWALFIN voor de middelen toegekend in het kader van het Marshall-Plan 2.Groen, hetzij als ze de eindbegunstigde is, hetzij als ze deze niet is in afwachting van de storting ervan aan degene die voor de maatregel in aanmerking komt", "het IWEPS", "de aan de Franse Gemeenschap en aan het Waalse Gewest gemeenschappelijke openbare Bestuursschool wat betreft de door het Waalse Gewest toegekende middelen", het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium), "het "Agence du Numérique" en de "SA Immowal".
Paragraaf 3 van artikel 1 wordt vervangen als volgt: "De Waalse Regering is belast met de bepaling van de beheersmodaliteiten binnen de thesaurie van het Waalse Gewest, de rekeningen en de beleggingen van de instellingen bedoeld in § 1.".
In artikel 2, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, waarvan de opdrachten de in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheden aangaan, vervallen de vermeldingen "het Psychiatrische Ziekenhuis Le Chêne aux Haies".
Art. 50. A l'article 1er, § 1er, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, est ajouté l'alinéa suivant : " L'asbl Les Lacs de l'eau d'Heure est tenue de confier, pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne, ses comptes financiers et ses placements à une entreprise de crédit que le Gouvernement wallon désigne ".
A l'article 1er, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, sont ajoutées les mentions " le Commissariat Général au Tourisme ", " la s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps ", " la SOWAFINAL ", " la SOWALFIN pour les moyens octroyés dans le cadre du plan Marshall 2.Vert, soit lorsqu'elle est le bénéficiaire final, soit lorsqu'elle ne l'est pas dans l'attente de leur versement au bénéficiaire de la mesure ", " l'IWEPS ", " l'Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne ", " l'Agence wallonne du patrimoine ", " l'Agence du Numérique " et " la SA Immowal ".
Le § 3 de l'article 1er est remplacé par : " Le Gouvernement wallon est chargé d'arrêter les modalités de gestion au sein de la trésorerie de la Région wallonne, des comptes et des placements des organismes visés au § 1er. ".
A l'article 2, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons dont les missions touchent les matières visées aux articles 127 et 128 de la Constitution sont supprimées les mentions " l'Hôpital Psychiatrique Le Chêne aux Haies ".
A l'article 1er, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons, sont ajoutées les mentions " le Commissariat Général au Tourisme ", " la s.a. Le Circuit de Spa-Francorchamps ", " la SOWAFINAL ", " la SOWALFIN pour les moyens octroyés dans le cadre du plan Marshall 2.Vert, soit lorsqu'elle est le bénéficiaire final, soit lorsqu'elle ne l'est pas dans l'attente de leur versement au bénéficiaire de la mesure ", " l'IWEPS ", " l'Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne pour ce qui concerne les moyens octroyés par la Région wallonne ", " l'Agence wallonne du patrimoine ", " l'Agence du Numérique " et " la SA Immowal ".
Le § 3 de l'article 1er est remplacé par : " Le Gouvernement wallon est chargé d'arrêter les modalités de gestion au sein de la trésorerie de la Région wallonne, des comptes et des placements des organismes visés au § 1er. ".
A l'article 2, § 2, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons dont les missions touchent les matières visées aux articles 127 et 128 de la Constitution sont supprimées les mentions " l'Hôpital Psychiatrique Le Chêne aux Haies ".
Art. 51. [1 Programma 10.10 : Duurzame ontwikkeling:
Ondersteuning van Belgische of internationale initiatieven gevoerd op het gebied van duurzame ontwikkeling en ecologische overgang, met inbegrip van de toekenning van prijzen.
Ondersteuning van het duurzame overheidsaankopenbeleid en strijd tegen sociale dumping. Ondersteuning voor de versterking van de certificerings/labelingstappen van de bedrijven inzake duurzame ontwikkeling.
Subsidies aan de privé en publieke sectoren in het kader van de Waalse strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie "Manger demain".
Steun voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen.
Steun voor initiatieven ter bevordering van het duurzamer voedsel.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Subsidies inzake verantwoorde overheidsaankopen.
Bewustmakingsacties inzake duurzame ontwikkeling voor het personeel van de Waalse Overheidsdienst en van de "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheden).
Beheer- en opvolgingsacties van de milieu- en sociale prestaties in de Waalse Overheidsdienst.
Dynamisering van een meer duurzame mobiliteit binnen de Waalse Overheidsdienst.
Ondersteuning van het beleid inzake duurzame of verantwoorde overheidsaankopen en strijd tegen sociale dumping.
Steun voor circulaire aankopen.
Ondersteuning van sociale verantwoorde investeringen.
Hergefocuste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu.
Steun voor de ontwikkeling van indicatoren ter aanvulling van het BBP en het toezicht op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies betreffende duurzaam huisvestingsbeheer
Subsidies aan de privé-sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (lopende uitgaven).
Subsidies aan de gemeenten inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (investeringen).
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang - intercommunales.
Steun aan de ontwikkeling van de CO2 prestatieladder.
Dotatie aan get "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie). ".
"Programma 15.03 : Ontwikkeling en studie van het landelijk milieu :
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan natuurlijke personen of privé-instellingen voor de nuttige toepassing van de ondergrondse hulpbronnen.
Subsidies aan het "Musée de la Pierre" te Sprimont en aan het "Musée du Marbre" te Rance voor acties met het oog op de promotie van sierstenen.
Specifieke subsidies en vergoedingen aan niet-openbare sectoren voor de organisatie van jaarbeurzen en evenementen bestemd ter bevordering van de Waalse landbouw en zijn producten.
Subsidies aan pilootcentra, aan landbouwkamers en -comicen en aan organen voor de begeleiding van landbouwers.
Subsidie ter dekking van de personeels- en werkingskosten van de "Fédération des Services de Remplacement Agricole de Wallonie asbl".
Subsidie aan "REQUASUD" ter dekking van personeels- en werkingskosten.
Subsidies aan het "Centre d'Economie Rurale de Marloie" (CER).
Subsidies aan de "Association wallonne d'Elevage".
Subsidie toegekend aan de vereniging VALBIOM voor de uitvoering van het FARR-WAL-programma.
Subsidies aan het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subsidies aan het "Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux"(CRA-W).
Subsidies aan de openbare sector inzake landbouw en agro-voeding.
Subsidie aan referentie- en proefcentra. Subsidies voor wetenschappelijk en technisch onderzoek.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor bouw-, uitbreidings- of verbouwingswerken in openbare slachthuizen of markten. Subsidies en premies toegekend voor de verbetering van de kwaliteit van dieren en dierenproducten.
Subsidie aan het Onderzoek en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of aan BV-OECO (Belgische Vereniging voor Onderzoek en Expertise voor de Consumenten Organisaties).
Subsidie aan de vzw " Europees Paardencentrum van Mont-le-Soie ".
Subsidies aan instellingen belast met vulgarisatie-, begeleidings- en bevorderingsopdrachten.
Subsidies aan instellingen die de bestaansonzekerheid in de landbouw bestrijden. Subsidies waarbij de landbouwers ertoe aangezet worden deel te nemen aan de voedselkwaliteitsregelingen in het kader van het programma voor plattelandsontwikkeling. Subsidie aan de "Cellule de la Qualité des produits fermiers" (C.Q.P.F.). Subsidie aan de adviesinstellingen voor hun tussenkomst in het kader van het Bedrijfsadviessysteem (BAS).
Subsidie aan de "Faculté universitaire des sciences agronomiques" van Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subsidie aan de privé-verenigingen en instellingen inzake landbouw en agro-voeding.
Specifieke subsidies en vergoedingen aan de openbare sector inzake ontwikkeling en onderzoek van het natuurlijk en landbouwmilieu.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan "ISSeP" in het kader van het "Plan Bien-Etre". ".
"Programma 15.11 : Natuur, Bossen, Jacht en Visserij :
Subsidies aan verenigingen die actief zijn op het gebied van de bescherming en herwaardering van bossen.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen voor de uitvoering van werken in bossen.
Subsidies aan de Faculteiten Landbouwkundige Wetenschappen om bosonderzoek te ontwikkelen.
Subsidies aan diverse verenigingen en private personen met het oog op het natuurbehoud.
Subsidies aan diverse verenigingen en particulieren of openbare rechtspersonen voor acties ten gunste van de biodiversiteit.
Subsidies voor het behoud van merkwaardige bomen en hagen op privé en openbare eigendom.
Ondersteuning van pilootacties op gemeentelijk niveau inzake natuurbehoud.
Vergoedingen voor schade aangericht door beschermde diersoorten.
Subsidies aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming.
Subsidies aan instellingen die erkend zijn voor bewustmaking inzake leefmilieu.
Subsidies aan instellingen en vennootschappen in het kader van internationale betrekkingen.
Subsidies aan jagers- en vissersverenigingen.
Subsidies voor de ontwikkeling van de visteelt.
Subsidies aan de niet-publieke sector voor de verwerving, de inrichting of de bouw van vissershuizen.
Subsidies aan Jachtraden.
Compenserende subsidies en vergoedingen in het kader van Natura 2000.
Subsidie aan de "Office Economique wallon du Bois".
Subsidie inzake dynamisering van het bosbeheer.
Bijdrage aan de werking van het Nationaal Secretariaat voor de bestrijding van invasieve exotische soorten.
Investeringstoelagen aan de visteeltsector.
Uitzonderlijke tegemoetkoming ten gunste van de bossector.
Ondersteuning van proefacties op gemeentelijk niveau inzake groene ruimten.
Subsidies aan de openbare sectoren en aan niet-openbare sectoren in het kader van de "Semaine de l'Arbre".
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de aankoop van materieel voor het onderhoud van historische parken en tuinen.
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden met tuin- en bosbouwscholen.
Subsidies inzake groengebieden.
Subsidies in het kader van de Afrikaanse varkenspest.
Subsidies in het kader van de bestrijding tegen de schorskever.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen. ".
"Programma 16.03 : Stadsvernieuwing en -heropleving en afgedankte bedrijfsruimten :
Subsidies en vergoedingen aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies voor de stad Charleroi - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Luik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Namen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Bergen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad La Louvière - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Doornik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Seraing - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Moeskroen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Verviers - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor acties met het oog op de bevordering en de aanmoediging van de herbestemming, de renovatie en de aanpassing van het bestaand patrimonium met het oog op een zuiniger gebruik van de bodem.
Subsidies voor acties en studies die bijdragen tot de uitvoering van de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel.
Tussenkomst, via een aan de NV SOGEPA gegeven opdracht voor de aankoop en de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel ten bate van operatoren die in het kader van een opdracht als afgevaardigd bouwheer optreden.
Subsidies aan gemeenten die voorkomen op de lijst van de Bevoorrechte initiatiefgebieden van type I, in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Deze subsidies zijn bestemd om :
-de gemeente aan te sporen onroerende goederen geschikt voor stadsuitbreiding aan te kopen teneinde meer bebouwde of te bouwen onroerende goederen in het gebied aan te bieden; -de ruil of de verkoop aan te sporen van onroerende goederen die niet geschikt zijn voor stadsuitbreiding en die eigendom zijn van de gemeente teneinde goederen te kunnen kopen die geschikt zijn voor stadsuitbreiding of die, op stedenbouwkundig vlak, in het kader van een gemeentelijk beleid voor woonuitbreiding passen.
Subsidies voor de uitvoering van de beleidsvormen inzake stadsheropleving en -vernieuwing.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Deze subsidies :
bedragen 50% van de kosten verbonden met het opmaken van het dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van de betrokken erkende verrichting van stadsvernieuwing;
zijn onderworpen aan de indiening van een dossier die ten minste de volgende stukken (of elementen) bevat:
het bewijs van enerzijds de noodzaak van de geplande uitbreiding van de erkende omtrek en anderzijds van de afstemming van de voorgestelde grenzen van de geplande uitbreiding op de erkende omtrek;
de opsomming en de beschrijving van de uit te voeren projecten met het oog op het bereiken van de doelstellingen die de basis vormen van de geplande uitbreiding van de omtrek;
l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
het advies van de plaatselijke commissie voor stadsvernieuwing, indien ze bestaat, of, bij gebrek daaraan, van de gemeentelijke commissie;
een uittreksel van de beraadslaging van de gemeenteraad waarbij bovenbedoeld uitbreidingsproject en de gegevens bedoeld in bovenvermelde punten 1, 2 en 3 worden goedgekeurd;
en de goedkeuring ervan, op advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling " Operationele inrichting" - en van de Administratie, door de Minister bevoegd voor stadsvernieuwing.
Subsidies aan de gemeenten om de kosten te dekken van een adviseur inzake stadsvernieuwing, belast met de bijstandsopdrachten die nodig zijn voor de gemeente voor de erkenning en het beheer van een stadsvernieuwingsverrichting.
Subsidies en vergoedingen aan privé instellingen die acties inzake het Stadsbeleid voeren.
Jaarlijkse subsidie aan de stad Luik voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Bergen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Namen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Subsidies en vergoedingen (personeel en werking) aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid" (overeenkomst duurzame steden).
Subsidies EFRO 2014-2020.
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de versterking van de stedelijke aantrekkelijkheid.
Subsidies aan de grote Waalse steden voor investeringswerken inzake "Grootstedenbeleid". "Programma 16.11 : Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het " Centre de recherche en habitat durable ".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg. ".
"Programma 16.12 : Huisvesting - openbare sector :
Subsidies voor acties van de overheid inzake bouw, renovatie, voorziening van infrastructuur en bevordering van de sociale integratiewoningen en middelgrote woningen.
Subsidies aan de openbare instellingen voor de aankoop, renovatie, verbouwing of oprichting van woningen in specifieke woonwijken.
Subsidies voor de inrichting en de verbetering van de door de huisvestingsmaatschappijen (SLSP) beheerde woonwijken.
Subsidies aan de SLSP voor de inbeheer- of inhuurneming van huurwoningen.
Subsidies aan de "SWL" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - overheidssector.
Subsidies m.b.t. de openbare woning.
Subsidies betreffende het renovatieplan.
Subsidies aan de gemeenten voor de Huisvestingsadviseurs.
Participatie in het kapitaal van de openbare bouwmaatschappijen, de "guichets de crédits social (sociaal kredietloketten) en de "SWL" (Waalse Huisvestingsmaatschappij).
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies voor de innovatieve creatie van woningen van openbaar nut.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende het renovatieplan.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende de openbare woning. ".
"Programma 17.02 : Binnenlandse aangelegenheden :
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk centrum voor de vorming van personeelsleden van de plaatselijke en provinciale besturen van Wallonië en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intercommunales, OCMW's, andere plaatselijke besturen en openbare of privé-instellingen die bedenkings-, bewustmakings- en opleidingsacties voeren in verband met het beheer van de plaatselijke besturen, de burgerzin, de participatieve democratie, de maatschappelijke integratie en de algemene doelstellingen van het programma.
Subsidies ten gunste van Namen-Hoofdstad.
Subsidies voor bovengemeentelijke pilootacties.
Subsidies aan "CRAC" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere plaatselijke overheden en publieke of particuliere organisaties die op gemeentelijk en supragemeentelijk niveau acties uitvoeren die gericht zijn op toenadering en/of burgerschap.
Subsidies aan de plaatselijke besturen in het kader van het Digitaalfonds voor plaatselijke besturen.
Subsidies aan de gemeenten voor acties ter bevordering van de sociale integratie, het onderhoud van het erfgoed, en de veiligheid, de werkgelegenheid en subsidies aan de gemeenten voor de agentschappen voor plaatselijke ontwikkeling.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen in het kader van de steun aan het beheer.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen voor de beroepsopleiding van het gemeentepersoneel en van de mandatarissen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten voor de uitvoering van mechanismen voor de verbetering van hun eigen diensten en van de aan de burgers verleende diensten.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen in het kader van de medefinanciering van in de gemeenten ontwikkelde Europese programma's.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen voor de bevordering, op alle gebieden, van de burgerlijke betrokkenheid en het partnerschap inzake buurtpreventie.
Subsidies aan gemeenten en provincies met het oog op de toekenning van een compensatie van de forfaitarisering van de verminderingen van de onroerende voorheffing.
Subsidies voor de beroepsopleiding van het personeel van de provinciebesturen.
Subsidie aan de Ombudsdienst in het kader van de bemiddeling van de Plaatselijke Besturen.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Informatie- en Communicatietechnologieën en het e-Gemeenteplan.
Subsidie in het kader van het vormingsplan.
Subsidies aan gemeenten en vzw's voor de organisatie van de etappes van de "Tour de la Région wallonne".
Subsidies in het kader van de mutualisering van de informatica in de plaatselijke besturen.
Financiering van de cel voor de verificatie van de verenigbaarheid van de mandaten.
Subsidies voor de lokale ontwikkelingsagentschappen in de vorm van vzw's.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Subsidies in het kader van sectorovereenkomsten.
Subsidies aan de gemeenten voor acties gevoerd in het kader van het Plan voor maatschappelijke cohesie.
Kapitaalsubsidies in het kader van het onderhoud van de openbare infrastructuren van de ondergeschikte besturen.
Leader-projecten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds).
Subsidies en vergoedingen aan de intercommunales voor acties ter verbetering van de openbare netheid en ter bevordering van tewerkstelling.
Subsidie voor het Waalse net van de armoedebestrijding (RWLP).
Studies, communicatie en bewustmakingsacties van de Plaatselijke besturen inzake de uitwisseling van gegevens.
Cop21 - Steun bij de aankoop van niet-vervuilende voertuigen of aanpassing van voertuigen aan milieunormen.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - foorreizigers en ambulante handel.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - mijnen, mijnbouwers, steengroeve-uitbaters.
Subsidies voor bovenlokale beheersverrichtingen.
Compensatie voor de plaatselijke besturen in het kader van de afschaffing van de belasting op de masten, pylonen en antennes.
Subsidie aan de stad Namen voor investeringen in verband met de functie van gewestelijke hoofdstad.
Subsidies aan gemeenten en provincies in het kader van de tweede pensioenpijler.
Subsidies aan de provincies in het kader van de overname van de hulpverleningszones.
Subsidies aan gemeenten en provincies voor de responsabiliseringsbijdrage pensioen.
Dotatie aan het "CRAC" voor ondersteuning aan gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Uitzonderlijke subsidies aan gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales en andere plaatselijke besturen.
Subsidie voor de steun aan de gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek. ".
"Programma 18.24 : Afwisselende opleiding van zelfstandigen en KMO's :
Subsidies met het oog op de werking van het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME) (Waals instituut voor alternerende opleiding, zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen).
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van de bevordering en opleiding van zelfstandigen.
Subsidies aan het "IFAPME" voor investeringen voor vormings- en dienstencentra van het "IFAPME".
Financiering van het taalplan in het kader van de afwisselende opleiding.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Afwisselende opleidingstrajecten en van de Beroepsstages.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie voor de bevordering van de harmonisatie van het statuut van de alternerende leerlingen en voor de ondersteuning van hun begeleiding in het bedrijf.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden.
Subsidie voor de valorisatie van beroepsopleidingen.
Subsidie voor de opleiding knelpuntberoepen en afwisselende opleiding.
Subsidie voor het taalplan.
Vormingssubsidie in het kader van de digitalisering van de beroepen.
Subsidies en premies in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies en premies aan ondernemingen in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan de erkende vormingscentra en aan de leerlingen in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan ]1.
Ondersteuning van Belgische of internationale initiatieven gevoerd op het gebied van duurzame ontwikkeling en ecologische overgang, met inbegrip van de toekenning van prijzen.
Ondersteuning van het duurzame overheidsaankopenbeleid en strijd tegen sociale dumping. Ondersteuning voor de versterking van de certificerings/labelingstappen van de bedrijven inzake duurzame ontwikkeling.
Subsidies aan de privé en publieke sectoren in het kader van de Waalse strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie "Manger demain".
Steun voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen.
Steun voor initiatieven ter bevordering van het duurzamer voedsel.
Subsidies aan milieuverenigingen.
Subsidies betreffende iedere actie die op significante wijze bijdraagt tot de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië.
Subsidies inzake verantwoorde overheidsaankopen.
Bewustmakingsacties inzake duurzame ontwikkeling voor het personeel van de Waalse Overheidsdienst en van de "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheden).
Beheer- en opvolgingsacties van de milieu- en sociale prestaties in de Waalse Overheidsdienst.
Dynamisering van een meer duurzame mobiliteit binnen de Waalse Overheidsdienst.
Ondersteuning van het beleid inzake duurzame of verantwoorde overheidsaankopen en strijd tegen sociale dumping.
Steun voor circulaire aankopen.
Ondersteuning van sociale verantwoorde investeringen.
Hergefocuste Alliantie Tewerkstelling - Leefmilieu.
Steun voor de ontwikkeling van indicatoren ter aanvulling van het BBP en het toezicht op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies betreffende duurzaam huisvestingsbeheer
Subsidies aan de privé-sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de niet-openbare sector inzake duurzame voeding.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (lopende uitgaven).
Subsidies aan de gemeenten inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang.
Subsidies aan de openbare sector inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang (investeringen).
Allerhande initiatieven inzake duurzame ontwikkeling en ecologische overgang - intercommunales.
Steun aan de ontwikkeling van de CO2 prestatieladder.
Dotatie aan get "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie). ".
"Programma 15.03 : Ontwikkeling en studie van het landelijk milieu :
Subsidies aan privé-instellingen zonder winstoogmerk voor investeringen.
Subsidies aan natuurlijke personen of privé-instellingen voor de nuttige toepassing van de ondergrondse hulpbronnen.
Subsidies aan het "Musée de la Pierre" te Sprimont en aan het "Musée du Marbre" te Rance voor acties met het oog op de promotie van sierstenen.
Specifieke subsidies en vergoedingen aan niet-openbare sectoren voor de organisatie van jaarbeurzen en evenementen bestemd ter bevordering van de Waalse landbouw en zijn producten.
Subsidies aan pilootcentra, aan landbouwkamers en -comicen en aan organen voor de begeleiding van landbouwers.
Subsidie ter dekking van de personeels- en werkingskosten van de "Fédération des Services de Remplacement Agricole de Wallonie asbl".
Subsidie aan "REQUASUD" ter dekking van personeels- en werkingskosten.
Subsidies aan het "Centre d'Economie Rurale de Marloie" (CER).
Subsidies aan de "Association wallonne d'Elevage".
Subsidie toegekend aan de vereniging VALBIOM voor de uitvoering van het FARR-WAL-programma.
Subsidies aan het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subsidies aan het "Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux"(CRA-W).
Subsidies aan de openbare sector inzake landbouw en agro-voeding.
Subsidie aan referentie- en proefcentra. Subsidies voor wetenschappelijk en technisch onderzoek.
Subsidies aan de ondergeschikte openbare besturen voor bouw-, uitbreidings- of verbouwingswerken in openbare slachthuizen of markten. Subsidies en premies toegekend voor de verbetering van de kwaliteit van dieren en dierenproducten.
Subsidie aan het Onderzoek en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of aan BV-OECO (Belgische Vereniging voor Onderzoek en Expertise voor de Consumenten Organisaties).
Subsidie aan de vzw " Europees Paardencentrum van Mont-le-Soie ".
Subsidies aan instellingen belast met vulgarisatie-, begeleidings- en bevorderingsopdrachten.
Subsidies aan instellingen die de bestaansonzekerheid in de landbouw bestrijden. Subsidies waarbij de landbouwers ertoe aangezet worden deel te nemen aan de voedselkwaliteitsregelingen in het kader van het programma voor plattelandsontwikkeling. Subsidie aan de "Cellule de la Qualité des produits fermiers" (C.Q.P.F.). Subsidie aan de adviesinstellingen voor hun tussenkomst in het kader van het Bedrijfsadviessysteem (BAS).
Subsidie aan de "Faculté universitaire des sciences agronomiques" van Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subsidie aan de privé-verenigingen en instellingen inzake landbouw en agro-voeding.
Specifieke subsidies en vergoedingen aan de openbare sector inzake ontwikkeling en onderzoek van het natuurlijk en landbouwmilieu.
Subsidies aan het "Institut Scientifique de Service Public- ISSEP" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut).
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan "ISSeP" in het kader van het "Plan Bien-Etre". ".
"Programma 15.11 : Natuur, Bossen, Jacht en Visserij :
Subsidies aan verenigingen die actief zijn op het gebied van de bescherming en herwaardering van bossen.
Subsidies aan de ondergeschikte besturen voor de uitvoering van werken in bossen.
Subsidies aan de Faculteiten Landbouwkundige Wetenschappen om bosonderzoek te ontwikkelen.
Subsidies aan diverse verenigingen en private personen met het oog op het natuurbehoud.
Subsidies aan diverse verenigingen en particulieren of openbare rechtspersonen voor acties ten gunste van de biodiversiteit.
Subsidies voor het behoud van merkwaardige bomen en hagen op privé en openbare eigendom.
Ondersteuning van pilootacties op gemeentelijk niveau inzake natuurbehoud.
Vergoedingen voor schade aangericht door beschermde diersoorten.
Subsidies aan de openbare sector voor de verwezenlijking van proefprojecten inzake natuurbescherming.
Subsidies aan instellingen die erkend zijn voor bewustmaking inzake leefmilieu.
Subsidies aan instellingen en vennootschappen in het kader van internationale betrekkingen.
Subsidies aan jagers- en vissersverenigingen.
Subsidies voor de ontwikkeling van de visteelt.
Subsidies aan de niet-publieke sector voor de verwerving, de inrichting of de bouw van vissershuizen.
Subsidies aan Jachtraden.
Compenserende subsidies en vergoedingen in het kader van Natura 2000.
Subsidie aan de "Office Economique wallon du Bois".
Subsidie inzake dynamisering van het bosbeheer.
Bijdrage aan de werking van het Nationaal Secretariaat voor de bestrijding van invasieve exotische soorten.
Investeringstoelagen aan de visteeltsector.
Uitzonderlijke tegemoetkoming ten gunste van de bossector.
Ondersteuning van proefacties op gemeentelijk niveau inzake groene ruimten.
Subsidies aan de openbare sectoren en aan niet-openbare sectoren in het kader van de "Semaine de l'Arbre".
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de aankoop van materieel voor het onderhoud van historische parken en tuinen.
Subsidies aan de eigenaren en aan de VZW's belast met het beheer van historische parken en tuinen voor de totstandbrenging van samenwerkingsverbanden met tuin- en bosbouwscholen.
Subsidies inzake groengebieden.
Subsidies in het kader van de Afrikaanse varkenspest.
Subsidies in het kader van de bestrijding tegen de schorskever.
Allerhande subsidies in het kader van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Diverse subsidies voor de regeneratie van veerkrachtige bossen. ".
"Programma 16.03 : Stadsvernieuwing en -heropleving en afgedankte bedrijfsruimten :
Subsidies en vergoedingen aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid".
Subsidies voor de stad Charleroi - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Luik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Namen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Bergen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad La Louvière - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Doornik - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Seraing - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Moeskroen - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor de stad Verviers - Geïntegreerd stadsbeleid.
Subsidies voor acties met het oog op de bevordering en de aanmoediging van de herbestemming, de renovatie en de aanpassing van het bestaand patrimonium met het oog op een zuiniger gebruik van de bodem.
Subsidies voor acties en studies die bijdragen tot de uitvoering van de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel.
Tussenkomst, via een aan de NV SOGEPA gegeven opdracht voor de aankoop en de heraanleg van de gebieden voor landschappelijk en milieuherstel ten bate van operatoren die in het kader van een opdracht als afgevaardigd bouwheer optreden.
Subsidies aan gemeenten die voorkomen op de lijst van de Bevoorrechte initiatiefgebieden van type I, in het kader van het gewestelijk grondbeleid.
Deze subsidies zijn bestemd om :
-de gemeente aan te sporen onroerende goederen geschikt voor stadsuitbreiding aan te kopen teneinde meer bebouwde of te bouwen onroerende goederen in het gebied aan te bieden; -de ruil of de verkoop aan te sporen van onroerende goederen die niet geschikt zijn voor stadsuitbreiding en die eigendom zijn van de gemeente teneinde goederen te kunnen kopen die geschikt zijn voor stadsuitbreiding of die, op stedenbouwkundig vlak, in het kader van een gemeentelijk beleid voor woonuitbreiding passen.
Subsidies voor de uitvoering van de beleidsvormen inzake stadsheropleving en -vernieuwing.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Subsidies bestemd voor het opmaken van een dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van een verrichting van stadsvernieuwing door gemeenten die een dergelijke verrichting uitvoeren en die, om de doelstellingen bedoeld in artikel D.V.14, § 1, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening te bereiken, een door de Waalse Regering vastgelegde omtrek van zo'n verrichting moeten uitbreiden.
Deze subsidies :
bedragen 50% van de kosten verbonden met het opmaken van het dossier met betrekking tot de uitbreiding van de omtrek van de betrokken erkende verrichting van stadsvernieuwing;
zijn onderworpen aan de indiening van een dossier die ten minste de volgende stukken (of elementen) bevat:
het bewijs van enerzijds de noodzaak van de geplande uitbreiding van de erkende omtrek en anderzijds van de afstemming van de voorgestelde grenzen van de geplande uitbreiding op de erkende omtrek;
de opsomming en de beschrijving van de uit te voeren projecten met het oog op het bereiken van de doelstellingen die de basis vormen van de geplande uitbreiding van de omtrek;
l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
het advies van de plaatselijke commissie voor stadsvernieuwing, indien ze bestaat, of, bij gebrek daaraan, van de gemeentelijke commissie;
een uittreksel van de beraadslaging van de gemeenteraad waarbij bovenbedoeld uitbreidingsproject en de gegevens bedoeld in bovenvermelde punten 1, 2 en 3 worden goedgekeurd;
en de goedkeuring ervan, op advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling " Operationele inrichting" - en van de Administratie, door de Minister bevoegd voor stadsvernieuwing.
Subsidies aan de gemeenten om de kosten te dekken van een adviseur inzake stadsvernieuwing, belast met de bijstandsopdrachten die nodig zijn voor de gemeente voor de erkenning en het beheer van een stadsvernieuwingsverrichting.
Subsidies en vergoedingen aan privé instellingen die acties inzake het Stadsbeleid voeren.
Jaarlijkse subsidie aan de stad Luik voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Bergen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Jaarlijkse subsidie aan de stad Namen voor aantrekkelijkheidsbeleid (uitdagingen inzake grootstedelijke mobiliteit).
Subsidies en vergoedingen (personeel en werking) aan de grote Waalse steden inzake "Grootstedenbeleid" (overeenkomst duurzame steden).
Subsidies EFRO 2014-2020.
Subsidies aan de openbare besturen in het kader van de versterking van de stedelijke aantrekkelijkheid.
Subsidies aan de grote Waalse steden voor investeringswerken inzake "Grootstedenbeleid". "Programma 16.11 : Huisvesting - privé-sector :
Subsidies voor acties met het oog op een betere aanpassing van het woningbestand van de privé-sector aan de behoeften van de samenleving.
Subsidies aan privé-instellingen met het oog op de aankoop, de renovatie of verbouwing of het optrekken van woningen in specifieke wijken.
Subsidies met betrekking tot privé-woning.
Subsidies en terugbetaalbare voorschotten aan het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de grote gezinnen van Wallonië) bestemd aan instellingen met een sociaal doeleinde die tegen de leegstand van gebouwen strijden.
Subsidie aan het " Centre de recherche en habitat durable ".
Leader-projecten.
Subsidies aan privé-instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan openbare instellingen in het kader van de Europese operationele programma's - Programmering 2014-2020.
Subsidies aan sociale steunpunten in het kader van hun opdrachten als huurwoningzoekers.
Tegemoetkoming ten gunste van de Waalse maatschappij voor sociaal krediet voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor lopende uitgaven.
Tegemoetkoming ten gunste van het huisvestingsfonds voor kroostrijke gezinnen van Wallonië voor schuldsaldo's voor gewestelijke tegemoetkomingen van voorgaande jaren - voor investeringsuitgaven.
Subsidie aan de "SWCS" en aan het "FLW" voor werkingskosten verbonden aan het beheer van de Ecopack-Renopackregeling.
Bijzondere dotatie de Waalse maatschappij voor sociaal krediet.
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - privé-sector.
Rentelasten betreffende de terugbetaalbare voorschotten voor de steun bij de aankoop/bouw voor de personen jonger dan 35 jaar en voor de aanpassingswerken van de woning van bejaarde personen - sociale leningen.
Subsidie aan de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Terugbetaalbare voorschotten voor steun bij aankoop - sociale leningen.
Terugbetaalbare voorschotten voor de huurwaarborg. ".
"Programma 16.12 : Huisvesting - openbare sector :
Subsidies voor acties van de overheid inzake bouw, renovatie, voorziening van infrastructuur en bevordering van de sociale integratiewoningen en middelgrote woningen.
Subsidies aan de openbare instellingen voor de aankoop, renovatie, verbouwing of oprichting van woningen in specifieke woonwijken.
Subsidies voor de inrichting en de verbetering van de door de huisvestingsmaatschappijen (SLSP) beheerde woonwijken.
Subsidies aan de SLSP voor de inbeheer- of inhuurneming van huurwoningen.
Subsidies aan de "SWL" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies voor investeringsuitgaven ter facilitering van de toegang tot huisvesting - overheidssector.
Subsidies m.b.t. de openbare woning.
Subsidies betreffende het renovatieplan.
Subsidies aan de gemeenten voor de Huisvestingsadviseurs.
Participatie in het kapitaal van de openbare bouwmaatschappijen, de "guichets de crédits social (sociaal kredietloketten) en de "SWL" (Waalse Huisvestingsmaatschappij).
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Subsidies voor de innovatieve creatie van woningen van openbaar nut.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende het renovatieplan.
Terugbetaalbare voorschotten betreffende de openbare woning. ".
"Programma 17.02 : Binnenlandse aangelegenheden :
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk hulpcentrum voor gemeenten en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies voor de werking van het Gewestelijk centrum voor de vorming van personeelsleden van de plaatselijke en provinciale besturen van Wallonië en voor de aankoop van duurzame roerende goederen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intercommunales, OCMW's, andere plaatselijke besturen en openbare of privé-instellingen die bedenkings-, bewustmakings- en opleidingsacties voeren in verband met het beheer van de plaatselijke besturen, de burgerzin, de participatieve democratie, de maatschappelijke integratie en de algemene doelstellingen van het programma.
Subsidies ten gunste van Namen-Hoofdstad.
Subsidies voor bovengemeentelijke pilootacties.
Subsidies aan "CRAC" in het kader van het "Plan Bien-Etre".
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, provincies, intergemeentelijke organisaties, OCMW's, andere plaatselijke overheden en publieke of particuliere organisaties die op gemeentelijk en supragemeentelijk niveau acties uitvoeren die gericht zijn op toenadering en/of burgerschap.
Subsidies aan de plaatselijke besturen in het kader van het Digitaalfonds voor plaatselijke besturen.
Subsidies aan de gemeenten voor acties ter bevordering van de sociale integratie, het onderhoud van het erfgoed, en de veiligheid, de werkgelegenheid en subsidies aan de gemeenten voor de agentschappen voor plaatselijke ontwikkeling.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen in het kader van de steun aan het beheer.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare of privé-instellingen voor de beroepsopleiding van het gemeentepersoneel en van de mandatarissen.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten voor de uitvoering van mechanismen voor de verbetering van hun eigen diensten en van de aan de burgers verleende diensten.
Subsidies en vergoedingen aan de gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen in het kader van de medefinanciering van in de gemeenten ontwikkelde Europese programma's.
Subsidies en vergoedingen aan gemeenten, intercommunales en aan openbare instellingen voor de bevordering, op alle gebieden, van de burgerlijke betrokkenheid en het partnerschap inzake buurtpreventie.
Subsidies aan gemeenten en provincies met het oog op de toekenning van een compensatie van de forfaitarisering van de verminderingen van de onroerende voorheffing.
Subsidies voor de beroepsopleiding van het personeel van de provinciebesturen.
Subsidie aan de Ombudsdienst in het kader van de bemiddeling van de Plaatselijke Besturen.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Informatie- en Communicatietechnologieën en het e-Gemeenteplan.
Subsidie in het kader van het vormingsplan.
Subsidies aan gemeenten en vzw's voor de organisatie van de etappes van de "Tour de la Région wallonne".
Subsidies in het kader van de mutualisering van de informatica in de plaatselijke besturen.
Financiering van de cel voor de verificatie van de verenigbaarheid van de mandaten.
Subsidies voor de lokale ontwikkelingsagentschappen in de vorm van vzw's.
Subsidies ter ondersteuning van initiatieven met het oog op een betere werking van de OCMW's.
Subsidies in het kader van sectorovereenkomsten.
Subsidies aan de gemeenten voor acties gevoerd in het kader van het Plan voor maatschappelijke cohesie.
Kapitaalsubsidies in het kader van het onderhoud van de openbare infrastructuren van de ondergeschikte besturen.
Leader-projecten.
Dotatie aan het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds).
Subsidies en vergoedingen aan de intercommunales voor acties ter verbetering van de openbare netheid en ter bevordering van tewerkstelling.
Subsidie voor het Waalse net van de armoedebestrijding (RWLP).
Studies, communicatie en bewustmakingsacties van de Plaatselijke besturen inzake de uitwisseling van gegevens.
Cop21 - Steun bij de aankoop van niet-vervuilende voertuigen of aanpassing van voertuigen aan milieunormen.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - foorreizigers en ambulante handel.
Begeleidende maatregel kilometerheffing - mijnen, mijnbouwers, steengroeve-uitbaters.
Subsidies voor bovenlokale beheersverrichtingen.
Compensatie voor de plaatselijke besturen in het kader van de afschaffing van de belasting op de masten, pylonen en antennes.
Subsidie aan de stad Namen voor investeringen in verband met de functie van gewestelijke hoofdstad.
Subsidies aan gemeenten en provincies in het kader van de tweede pensioenpijler.
Subsidies aan de provincies in het kader van de overname van de hulpverleningszones.
Subsidies aan gemeenten en provincies voor de responsabiliseringsbijdrage pensioen.
Dotatie aan het "CRAC" voor ondersteuning aan gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek.
Uitzonderlijke subsidies aan gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales en andere plaatselijke besturen.
Subsidie voor de steun aan de gemeenten in het kader van de pensioenproblematiek. ".
"Programma 18.24 : Afwisselende opleiding van zelfstandigen en KMO's :
Subsidies met het oog op de werking van het "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME) (Waals instituut voor alternerende opleiding, zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen).
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van de bevordering en opleiding van zelfstandigen.
Subsidies aan het "IFAPME" voor investeringen voor vormings- en dienstencentra van het "IFAPME".
Financiering van het taalplan in het kader van de afwisselende opleiding.
Subsidie voor de ontwikkeling van de Afwisselende opleidingstrajecten en van de Beroepsstages.
Subsidie voor de verbetering en versterking van de oriëntatie (beroepen uitproberen). Subsidie voor de bevordering van de harmonisatie van het statuut van de alternerende leerlingen en voor de ondersteuning van hun begeleiding in het bedrijf.
Subsidie ter ondersteuning van de Tutorat-opleidingen.
Subsidie voor acties betreffende de validering van de vaardigheden.
Subsidie voor de valorisatie van beroepsopleidingen.
Subsidie voor de opleiding knelpuntberoepen en afwisselende opleiding.
Subsidie voor het taalplan.
Vormingssubsidie in het kader van de digitalisering van de beroepen.
Subsidies en premies in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies en premies aan ondernemingen in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan.
Subsidies aan de erkende vormingscentra en aan de leerlingen in het kader van het Waals Investeringsplan en van het Herstel-, veerkracht- en overgangsplan ]1.
Modifications
Art. 51. [1 Programme 10.10 : Développement durable :
Soutien à des initiatives belges ou internationales menées dans le domaine du développement durable et de la transition écologique, en ce compris l'octroi de prix.
Soutien à la politique d'achats publics durables et lutte contre le dumping social. Soutien au renforcement des démarches de certification et de labellisation des entreprises en matière de développement durable.
Subventions aux secteurs privé et publics dans le cadre de la stratégie wallonne de développement durable et de la stratégie " Manger demain ".
Soutien à la responsabilité sociétales des entreprises.
Soutien aux initiatives promouvant une alimentation plus durable.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Subventions en matière d'achats publics responsables.
Actions de sensibilisation au développement durable du personnel du SPW et des UAP.
Actions de gestion et de suivi des performances sociales et environnementales au SPW.
Dynamisation d'une mobilité plus durable au sein du SPW.
Soutien à la politique de marchés publics durables ou responsables et lutte contre le dumping social.
Soutien aux achats circulaires.
Soutien aux investissements socialement responsables.
Alliance emploi environnement recentrée.
Soutien au développement des indicateurs complémentaires au PIB et au monitoring des objectifs de développement durable.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions relatives à la gestion durable du logement.
Subventions au secteur privé en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur autre que public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (dépenses courantes).
Subventions aux communes en matière de développement durable et de transition écologique.
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (investissements).
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique - intercommunales.
Soutien au développement de l'échelle de performance CO2.
Dotation au Fonds bas carbone et résilience. ".
" Programme 15.03 : Développement et étude du milieu :
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions à des personnes physiques ou des organismes privés en matière de valorisation des ressources du sous-sol.
Subventions au Musée de la Pierre à Sprimont et au Musée du Marbre à Rance pour des actions de promotion des roches ornementales.
Subventions et indemnités spécifiques aux secteurs autres que public pour l'organisation de foires et d'événements destinés à faire connaître l'agriculture wallonne et ses produits.
Subventions aux centres pilotes, aux chambres d'agricultures et comices et aux organes d'encadrement des agriculteurs.
Subvention destinée à couvrir les charges de personnel et de fonctionnement de la Fédération des Services de remplacement de Wallonie asbl.
Subvention accordée à REQUASUD destinée à couvrir ses charges de personnel et ses frais de fonctionnement.
Subventions au Centre d'Economie rurale de Marloie (CER).
Subventions à l'Association wallonne de l'Elevage.
Subvention accordée à l'association VALBIOM pour l'exécution du programme FARR-WAL.
Subventions à l'Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subventions au Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux (CRA-W).
Subventions au secteur public en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions aux centres de références et d'expérimentation. Subventions à des recherches scientifiques et techniques.
Subventions aux pouvoirs publics subordonnés pour des travaux de construction, agrandissement ou transformation d'abattoirs ou de marchés publics. Subventions et primes octroyées pour l'amélioration de la qualité des animaux et produits animaux.
Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (CRIOC) ou à l'AB-Reoc (Association belge de recherche et d'expertise des organisations de consommateurs).
Subvention à l'ASBL " Centre européen du cheval de Mont-le-Soie ".
Subventions aux organismes chargés de missions de vulgarisation, d'encadrement et de promotion.
Subventions aux organismes s'occupant de précarité en agriculture. Subventions encourageant la participation des agriculteurs aux régimes de qualité alimentaire dans le cadre du Programme de Développement rural. Subvention à la Cellule de la Qualité des Produits fermiers (C.Q.P.F.). Subvention aux organismes de conseils intervenant dans le cadre du Système de Conseil agricole (SCA).
Subvention à la Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subvention aux associations et organismes privés en matière agricole et agroalimentaire.
Subventions et indemnités spécifiques au secteur public en matière de développement et d'étude du milieu naturel et agricole.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subventions diverses dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Subvention à l'ISSeP dans le cadre du Plan Bien-Etre. ".
" Programme 15.11 : Nature, Forêt, Chasse-pêche :
Subventions aux associations actives dans le domaine de la défense de la forêt et de sa valorisation.
Subventions aux pouvoirs subordonnés en matière de travaux forestiers.
Subventions aux facultés agronomiques pour développer la recherche forestière.
Subventions à diverses associations et personnes privées pour la conservation de la nature.
Subventions à diverses associations et personnes privées ou publiques pour des actions en faveur de la biodiversité.
Subventions pour la sauvegarde des arbres et des haies remarquables en propriété privée et publique.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière de conservation de la nature.
Indemnisation des dommages causés par les espèces protégées.
Subventions au secteur public pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions aux organismes agréés en matière de sensibilisation de la nature.
Subventions à des organismes et sociétés dans le cadre de relations internationales.
Subventions aux associations de chasseurs et pêcheurs.
Subventions destinées au développement de la pisciculture.
Subventions au secteur autre que public pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions aux Conseils cynégétiques.
Subventions et indemnités compensatoires dans le cadre de Natura 2000.
Subvention à l'Office économique wallon du Bois.
Subvention en matière de dynamisation de la gestion forestière.
Contribution au fonctionnement du Secrétariat national des espèces exotiques invasives.
Subventions en investissement au secteur de l'aquaculture.
Intervention exceptionnelle en faveur du secteur forestier.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière d'espaces verts.
Subventions aux secteurs publics et autre que public dans le cadre de la Semaine de l'Arbre.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour l'acquisition de matériel affecté à l'entretien des parcs et jardins historiques.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour la mise en place de partenariats avec les écoles d'horticulture et sylviculture.
Subventions en matière d'espaces verts.
Subventions dans le cadre de la Peste Porcine Africaine.
Subventions dans le cadre de la lutte contre le scolyte.
Subventions diverses dans le cadre du plan de Relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes. ".
" Programme 16.03 : Rénovation et revitalisation urbaine et sites d'activité économique désaffectés :
Subventions et indemnités aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions à la Ville de Charleroi - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Liège - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Namur - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mons - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de La Louvière - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Tournai - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Seraing - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mouscron - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Verviers - Politique intégrée de la Ville.
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir et favoriser la réaffectation, la rénovation et l'adaptation du patrimoine existant dans le but d'une utilisation plus parcimonieuse du sol.
Subventions relatives à des actions et études qui participent à la mise en oeuvre du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale.
Intervention, par le biais d'une mission déléguée à la SA SOGEPA, en faveur de l'acquisition et du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale au profit d'opérateurs intervenant dans le cadre d'une mission de maîtrise d'ouvrage déléguée.
Subventions aux communes figurant dans la liste des Zones d'Initiative Privilégiée de Type I, dans le cadre de la politique foncière régionale.
Ces subventions sont destinées :
- à favoriser l'acquisition par la commune de biens immobiliers urbanisables aux fins d'augmenter l'offre des biens immobiliers bâtis ou à bâtir dans la zone; - à favoriser l'échange ou la vente de biens immobiliers non urbanisables propriétés de la commune pour permettre l'achat de biens immobiliers urbanisables ou situés du point de vue urbanistique dans le cadre d'une stratégie communale de développement de l'habitat.
Subventions en vue de la mise en oeuvre des politiques de revitalisation urbaine et de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er du Code du Développement territorial procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er du Code du Développement territorial, procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Ces subventions sont :
fixées à 50% du coût de réalisation du dossier d'extension de périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue concernée;
subordonnées à l'introduction d'un dossier comprenant au minimum les documents (ou les éléments) suivants :
la démonstration d'une part du caractère indispensable de la nécessité de procéder à la mise en oeuvre de l'extension projetée du périmètre reconnu et d'autre part, de l'adéquation des limites proposées de l'extension projetée eu égard au périmètre reconnu;
l'énumération et la description des projets à mener en vue de la réalisation des objectifs sous-tendant l'extension projetée du périmètre;
l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
l'avis de la commission locale de rénovation urbaine, si elle existe, ou, à défaut, de la commission communale;
un extrait de la délibération du conseil communal approuvant ce projet d'extension du périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue et les données énoncées aux points 1, 2 et 3 repris ci-avant;
et à son approbation, sur avis du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - et de l'Administration, par le Ministre ayant la rénovation urbaine dans ses compétences.
Subventions aux communes permettant la prise en charge d'un conseiller en rénovation urbaine affecté aux missions d'assistance nécessaires à la commune pour la reconnaissance et la gestion d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions et indemnités à des organismes privés menant des actions relatives à la Politique de la Ville.
Subvention annuelle à la ville de Liège pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Mons pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Namur pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subventions et indemnités (personnel et fonctionnement) aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes " (contrat ville durable).
Subventions Feder 2014-2020.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre du renforcement de l'attractivité urbaine.
Subventions aux grandes villes wallonnes pour des travaux d'investissement en matière de " Politique des Grandes Villes ". ". " Programme 16.11 : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan BienEtre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative. ".
" Programme 16.12 : Logement : secteur public :
Subventions relatives aux actions des pouvoirs publics en matière de construction, de rénovation, d'équipement d'infrastructures et de promotion du logement d'insertion social et moyen.
Subventions aux organismes publics pour l'acquisition, la rénovation, la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions pour l'aménagement et l'amélioration des quartiers de logements gérés par les sociétés de logement (SLSP).
Subventions aux SLSP pour la prise en gestion ou en location de logements.
Subvention à la SWL dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement-secteur public.
Subventions relatives au logement public.
Subventions relatives au plan de rénovation.
Subventions aux communes pour les conseillers Logement.
Prise de participation dans le capital des sociétés immobilières de service public, des guichets de crédits social et de la SWL.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions pour la création innovante de logements d'utilité publique.
Avances remboursables relatives au plan de rénovation.
Avances remboursables liées au logement public. ".
" Programme 17.02 : Affaires intérieures :
Subventions au Centre régional d'aide aux communes pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions au Conseil régional de la formation des agents des administrations locales et provinciales de Wallonie pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions de réflexion, de sensibilisation et de formation concernant la gestion des pouvoirs locaux, la citoyenneté, la démocratie participative, l'intégration sociale et les objectifs généraux du programme.
Subvention en faveur de Namur-Capitale.
Subventions en faveur d'opérations pilotes en lien avec la supra-communalité.
Subvention au CRAC dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions visant le rayonnement et/ou la citoyenneté au niveau communal et supracommunal.
Subvention aux pouvoirs locaux dans le cadre du fonds pour le numérique des pouvoirs locaux.
Subventions aux communes pour des actions favorisant l'intégration sociale, l'entretien du patrimoine, et la sécurité, l'emploi et subventions aux communes pour les agences de développement local.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés dans le cadre d'aide à la gestion.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés pour la formation professionnelle du personnel communal et des mandataires.
Subventions et indemnités à des communes devant leur permettre de mettre en oeuvre des mécanismes d'amélioration de leurs propres services et des services rendus aux citoyens.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics dans le cadre du cofinancement des programmes européens développés dans les communes.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, et à des organismes publics visant à promouvoir, dans tous les domaines, l'implication citoyenne et le partenariat en matière de prévention de proximité.
Subventions en faveur des communes et des provinces destinées à octroyer une compensation de la forfaitarisation des réductions du précompte immobilier.
Subventions pour la formation professionnelle du personnel des administrations provinciales.
Subvention au Service du Médiateur dans le cadre de la médiation des Pouvoirs locaux.
Subvention pour le développement des outils informatiques, des TIC et du plan e-Commune.
Subvention dans le cadre du plan-formation.
Subventions aux communes et ASBL pour l'organisation des étapes du Tour de la Région wallonne.
Subventions dans le cadre de la mutualisation informatique à destination des pouvoirs locaux.
Financement de la cellule de vérification des compatibilités des mandats.
Subventions pour les ADL sous forme d'ASBL.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Subventions dans le cadre des conventions sectorielles.
Subvention aux communes pour des actions menées dans le cadre du plan de cohésion sociale.
Subventions en capital dans le cadre de l'entretien des infrastructures publiques des pouvoirs subordonnés.
Projets Leader.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles.
Subvention et indemnités aux intercommunales pour des actions visant à améliorer la propreté publique et la promotion de l'emploi.
Subvention au Réseau wallon de lutte contre la pauvreté (RWLP).
Etudes, communication et actions de sensibilisation des Pouvoirs locaux à l'échange de données.
Cop21 - Aide à l'achat de véhicules non polluants ou adaptation de véhicules aux normes environnementales.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - forains et commerçants ambulants.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - mines, miniers, carriers.
Subventions pour des opérations de gestion supra-locale.
Compensation pour les pouvoirs locaux dans le cadre de la suppression de la taxe sur les mâts, pylônes et antennes.
Subvention à la Ville de Namur pour des investissements en lien avec la fonction de capitale régionale.
Subventions en faveur des communes et des provinces dans le cadre du second pilier des pensions.
Subventions aux provinces dans le cadre de la reprise des zones de secours.
Subventions en faveur des communes et des provinces pour la cotisation responsabilisation pension (CRP).
Dotation au CRAC visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions exceptionnelles aux communes, provinces, CPAS, intercommunales et autres pouvoirs locaux.
Subvention visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension. ".
" Programme 18.24 : Formation en alternance des indépendants et PME :
Subventions permettant le fonctionnement de l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME).
Subventions permettant la mise en oeuvre de promotion et de formation des indépendants.
Subventions à l'IFAPME pour investissements pour centres de formation et services de l'IFAPME.
Financement du plan langues dans le cadre de la formation en alternance.
Subvention pour le développement des Filières en alternances et des stages professionnalisant.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subventions destinées à favoriser l'harmonisation du statut des apprenants en alternance et soutenir leur encadrement en entreprise.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences.
Subvention pour la valorisation des certifications professionnelles.
Subvention pour la formation métiers en pénurie et alternance.
Subvention pour le plan langues.
Subvention pour la formation dans le cadre de la digitalisation des métiers.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions et primes aux entreprises dans le cadre du Plan wallon d'Investissements et du Plan de Relance, de Résilience et de Transition.
Subventions aux centres agréés de formation et aux apprenants dans le cadre du Plan wallon d'Investissements et du Plan de Relance, de Résilience et de Transition ]1.
Soutien à des initiatives belges ou internationales menées dans le domaine du développement durable et de la transition écologique, en ce compris l'octroi de prix.
Soutien à la politique d'achats publics durables et lutte contre le dumping social. Soutien au renforcement des démarches de certification et de labellisation des entreprises en matière de développement durable.
Subventions aux secteurs privé et publics dans le cadre de la stratégie wallonne de développement durable et de la stratégie " Manger demain ".
Soutien à la responsabilité sociétales des entreprises.
Soutien aux initiatives promouvant une alimentation plus durable.
Subventions aux associations environnementales.
Subventions relatives à toute opération qui contribue significativement au soutien de la recherche, du développement et de l'innovation en Wallonie.
Subventions en matière d'achats publics responsables.
Actions de sensibilisation au développement durable du personnel du SPW et des UAP.
Actions de gestion et de suivi des performances sociales et environnementales au SPW.
Dynamisation d'une mobilité plus durable au sein du SPW.
Soutien à la politique de marchés publics durables ou responsables et lutte contre le dumping social.
Soutien aux achats circulaires.
Soutien aux investissements socialement responsables.
Alliance emploi environnement recentrée.
Soutien au développement des indicateurs complémentaires au PIB et au monitoring des objectifs de développement durable.
Subventions diverses dans le cadre du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions relatives à la gestion durable du logement.
Subventions au secteur privé en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur autre que public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière d'alimentation durable.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (dépenses courantes).
Subventions aux communes en matière de développement durable et de transition écologique.
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique.
Subventions au secteur public en matière de développement durable et de transition écologique (investissements).
Initiatives de toute nature en matière de développement durable et de transition écologique - intercommunales.
Soutien au développement de l'échelle de performance CO2.
Dotation au Fonds bas carbone et résilience. ".
" Programme 15.03 : Développement et étude du milieu :
Subventions aux organismes privés sans but lucratif en matière d'investissements.
Subventions à des personnes physiques ou des organismes privés en matière de valorisation des ressources du sous-sol.
Subventions au Musée de la Pierre à Sprimont et au Musée du Marbre à Rance pour des actions de promotion des roches ornementales.
Subventions et indemnités spécifiques aux secteurs autres que public pour l'organisation de foires et d'événements destinés à faire connaître l'agriculture wallonne et ses produits.
Subventions aux centres pilotes, aux chambres d'agricultures et comices et aux organes d'encadrement des agriculteurs.
Subvention destinée à couvrir les charges de personnel et de fonctionnement de la Fédération des Services de remplacement de Wallonie asbl.
Subvention accordée à REQUASUD destinée à couvrir ses charges de personnel et ses frais de fonctionnement.
Subventions au Centre d'Economie rurale de Marloie (CER).
Subventions à l'Association wallonne de l'Elevage.
Subvention accordée à l'association VALBIOM pour l'exécution du programme FARR-WAL.
Subventions à l'Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité (APAQ-W).
Subventions au Centre wallon de Recherches Agronomiques de Gembloux (CRA-W).
Subventions au secteur public en matière agricole et agro-alimentaire.
Subventions aux centres de références et d'expérimentation. Subventions à des recherches scientifiques et techniques.
Subventions aux pouvoirs publics subordonnés pour des travaux de construction, agrandissement ou transformation d'abattoirs ou de marchés publics. Subventions et primes octroyées pour l'amélioration de la qualité des animaux et produits animaux.
Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (CRIOC) ou à l'AB-Reoc (Association belge de recherche et d'expertise des organisations de consommateurs).
Subvention à l'ASBL " Centre européen du cheval de Mont-le-Soie ".
Subventions aux organismes chargés de missions de vulgarisation, d'encadrement et de promotion.
Subventions aux organismes s'occupant de précarité en agriculture. Subventions encourageant la participation des agriculteurs aux régimes de qualité alimentaire dans le cadre du Programme de Développement rural. Subvention à la Cellule de la Qualité des Produits fermiers (C.Q.P.F.). Subvention aux organismes de conseils intervenant dans le cadre du Système de Conseil agricole (SCA).
Subvention à la Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux. (Gembloux Agro Bio Tech)
Subvention aux associations et organismes privés en matière agricole et agroalimentaire.
Subventions et indemnités spécifiques au secteur public en matière de développement et d'étude du milieu naturel et agricole.
Subventions à l'Institut scientifique de Service Public (ISSEP).
Subventions diverses dans le cadre du plan de relance, de résilience et de transition.
Subvention à l'ISSeP dans le cadre du Plan Bien-Etre. ".
" Programme 15.11 : Nature, Forêt, Chasse-pêche :
Subventions aux associations actives dans le domaine de la défense de la forêt et de sa valorisation.
Subventions aux pouvoirs subordonnés en matière de travaux forestiers.
Subventions aux facultés agronomiques pour développer la recherche forestière.
Subventions à diverses associations et personnes privées pour la conservation de la nature.
Subventions à diverses associations et personnes privées ou publiques pour des actions en faveur de la biodiversité.
Subventions pour la sauvegarde des arbres et des haies remarquables en propriété privée et publique.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière de conservation de la nature.
Indemnisation des dommages causés par les espèces protégées.
Subventions au secteur public pour la réalisation de projets pilote en protection de la nature.
Subventions aux organismes agréés en matière de sensibilisation de la nature.
Subventions à des organismes et sociétés dans le cadre de relations internationales.
Subventions aux associations de chasseurs et pêcheurs.
Subventions destinées au développement de la pisciculture.
Subventions au secteur autre que public pour l'acquisition, l'aménagement ou la construction de maisons de la pêche.
Subventions aux Conseils cynégétiques.
Subventions et indemnités compensatoires dans le cadre de Natura 2000.
Subvention à l'Office économique wallon du Bois.
Subvention en matière de dynamisation de la gestion forestière.
Contribution au fonctionnement du Secrétariat national des espèces exotiques invasives.
Subventions en investissement au secteur de l'aquaculture.
Intervention exceptionnelle en faveur du secteur forestier.
Soutien à des actions pilotes au niveau communal, en matière d'espaces verts.
Subventions aux secteurs publics et autre que public dans le cadre de la Semaine de l'Arbre.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour l'acquisition de matériel affecté à l'entretien des parcs et jardins historiques.
Subventions aux propriétaires et aux ASBL de gestion des parcs et jardins historiques pour la mise en place de partenariats avec les écoles d'horticulture et sylviculture.
Subventions en matière d'espaces verts.
Subventions dans le cadre de la Peste Porcine Africaine.
Subventions dans le cadre de la lutte contre le scolyte.
Subventions diverses dans le cadre du plan de Relance, de résilience et de transition.
Subventions diverses dans le cadre de la régénération des forêts résilientes. ".
" Programme 16.03 : Rénovation et revitalisation urbaine et sites d'activité économique désaffectés :
Subventions et indemnités aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes ".
Subventions à la Ville de Charleroi - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Liège - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Namur - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mons - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de La Louvière - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Tournai - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Seraing - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Mouscron - Politique intégrée de la Ville.
Subventions à la Ville de Verviers - Politique intégrée de la Ville.
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir et favoriser la réaffectation, la rénovation et l'adaptation du patrimoine existant dans le but d'une utilisation plus parcimonieuse du sol.
Subventions relatives à des actions et études qui participent à la mise en oeuvre du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale.
Intervention, par le biais d'une mission déléguée à la SA SOGEPA, en faveur de l'acquisition et du réaménagement des sites de réhabilitation paysagère et environnementale au profit d'opérateurs intervenant dans le cadre d'une mission de maîtrise d'ouvrage déléguée.
Subventions aux communes figurant dans la liste des Zones d'Initiative Privilégiée de Type I, dans le cadre de la politique foncière régionale.
Ces subventions sont destinées :
- à favoriser l'acquisition par la commune de biens immobiliers urbanisables aux fins d'augmenter l'offre des biens immobiliers bâtis ou à bâtir dans la zone; - à favoriser l'échange ou la vente de biens immobiliers non urbanisables propriétés de la commune pour permettre l'achat de biens immobiliers urbanisables ou situés du point de vue urbanistique dans le cadre d'une stratégie communale de développement de l'habitat.
Subventions en vue de la mise en oeuvre des politiques de revitalisation urbaine et de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er du Code du Développement territorial procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions destinées à la constitution d'un dossier d'extension du périmètre d'une opération de rénovation urbaine par des communes menant une opération de rénovation urbaine et devant, en vue de rencontrer les objectifs visés par l'article D.V.14, § 1er du Code du Développement territorial, procéder à une extension d'un périmètre, arrêté par le Gouvernement wallon, d'une opération de rénovation urbaine.
Ces subventions sont :
fixées à 50% du coût de réalisation du dossier d'extension de périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue concernée;
subordonnées à l'introduction d'un dossier comprenant au minimum les documents (ou les éléments) suivants :
la démonstration d'une part du caractère indispensable de la nécessité de procéder à la mise en oeuvre de l'extension projetée du périmètre reconnu et d'autre part, de l'adéquation des limites proposées de l'extension projetée eu égard au périmètre reconnu;
l'énumération et la description des projets à mener en vue de la réalisation des objectifs sous-tendant l'extension projetée du périmètre;
l'estimation financière du coût des actions à mener dans cette extension projetée du périmètre (phasage, acquisitions, travaux, ...);
l'avis de la commission locale de rénovation urbaine, si elle existe, ou, à défaut, de la commission communale;
un extrait de la délibération du conseil communal approuvant ce projet d'extension du périmètre de l'opération de rénovation urbaine reconnue et les données énoncées aux points 1, 2 et 3 repris ci-avant;
et à son approbation, sur avis du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - et de l'Administration, par le Ministre ayant la rénovation urbaine dans ses compétences.
Subventions aux communes permettant la prise en charge d'un conseiller en rénovation urbaine affecté aux missions d'assistance nécessaires à la commune pour la reconnaissance et la gestion d'une opération de rénovation urbaine.
Subventions et indemnités à des organismes privés menant des actions relatives à la Politique de la Ville.
Subvention annuelle à la ville de Liège pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Mons pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subvention annuelle à la ville de Namur pour des politiques d'attractivité (enjeux métropolitains-mobilité).
Subventions et indemnités (personnel et fonctionnement) aux grandes villes wallonnes en matière de " Politique des Grandes Villes " (contrat ville durable).
Subventions Feder 2014-2020.
Subventions aux pouvoirs publics dans le cadre du renforcement de l'attractivité urbaine.
Subventions aux grandes villes wallonnes pour des travaux d'investissement en matière de " Politique des Grandes Villes ". ". " Programme 16.11 : Logement : secteur privé :
Subventions relatives à des actions visant à promouvoir une meilleure adaptation du parc de logement du secteur privé aux besoins de la société.
Subventions aux organismes privés pour l'acquisition, la rénovation ou la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions relatives au logement privé.
Subventions et avances remboursables au Fonds du Logement des Familles Nombreuses de Wallonie destinées aux organismes à finalité sociale luttant contre l'inoccupation de logements.
Subvention au centre d'étude en habitat durable.
Projets Leader.
Subventions aux organismes privés dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux organismes publics dans le cadre des programmes opérationnels européens - Programmation 2014-2020.
Subventions aux relais sociaux dans le cadre de leurs missions de capteurs logement.
Intervention en faveur de la Société wallonne du Crédit social pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses courantes.
Intervention en faveur du Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie pour soldes restants dus relatifs aux interventions régionales des années antérieures - pour dépenses d'investissement.
Subvention à la SWCS et au FLW pour frais de fonctionnement liés à la gestion des dispositifs packs.
Dotation spéciale à la Société wallonne du crédit social.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement - secteur privé.
Charges d'intérêt relatives à des avances remboursables pour l'aide à l'acquisition/construction pour les moins de 35 ans et pour travaux d'adaptation du logement de personnes âgées - prêts sociaux.
Subvention à la Société wallonne du Crédit social dans le cadre du Plan BienEtre.
Avances remboursables pour aide à l'acquisition - prêts sociaux.
Avances remboursables pour la garantie locative. ".
" Programme 16.12 : Logement : secteur public :
Subventions relatives aux actions des pouvoirs publics en matière de construction, de rénovation, d'équipement d'infrastructures et de promotion du logement d'insertion social et moyen.
Subventions aux organismes publics pour l'acquisition, la rénovation, la transformation ou la création de logements dans des quartiers spécifiques.
Subventions pour l'aménagement et l'amélioration des quartiers de logements gérés par les sociétés de logement (SLSP).
Subventions aux SLSP pour la prise en gestion ou en location de logements.
Subvention à la SWL dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions pour dépenses d'investissement facilitant l'accès au logement-secteur public.
Subventions relatives au logement public.
Subventions relatives au plan de rénovation.
Subventions aux communes pour les conseillers Logement.
Prise de participation dans le capital des sociétés immobilières de service public, des guichets de crédits social et de la SWL.
Subventions diverses dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements.
Subventions pour la création innovante de logements d'utilité publique.
Avances remboursables relatives au plan de rénovation.
Avances remboursables liées au logement public. ".
" Programme 17.02 : Affaires intérieures :
Subventions au Centre régional d'aide aux communes pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions au Conseil régional de la formation des agents des administrations locales et provinciales de Wallonie pour son fonctionnement et pour l'achat de biens meubles durables.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions de réflexion, de sensibilisation et de formation concernant la gestion des pouvoirs locaux, la citoyenneté, la démocratie participative, l'intégration sociale et les objectifs généraux du programme.
Subvention en faveur de Namur-Capitale.
Subventions en faveur d'opérations pilotes en lien avec la supra-communalité.
Subvention au CRAC dans le cadre du Plan Bien-Etre.
Subventions et indemnités à des communes, provinces, intercommunales, CPAS, autres pouvoirs locaux et à des organismes publics ou privés menant des actions visant le rayonnement et/ou la citoyenneté au niveau communal et supracommunal.
Subvention aux pouvoirs locaux dans le cadre du fonds pour le numérique des pouvoirs locaux.
Subventions aux communes pour des actions favorisant l'intégration sociale, l'entretien du patrimoine, et la sécurité, l'emploi et subventions aux communes pour les agences de développement local.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés dans le cadre d'aide à la gestion.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics ou privés pour la formation professionnelle du personnel communal et des mandataires.
Subventions et indemnités à des communes devant leur permettre de mettre en oeuvre des mécanismes d'amélioration de leurs propres services et des services rendus aux citoyens.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales et à des organismes publics dans le cadre du cofinancement des programmes européens développés dans les communes.
Subventions et indemnités à des communes, intercommunales, et à des organismes publics visant à promouvoir, dans tous les domaines, l'implication citoyenne et le partenariat en matière de prévention de proximité.
Subventions en faveur des communes et des provinces destinées à octroyer une compensation de la forfaitarisation des réductions du précompte immobilier.
Subventions pour la formation professionnelle du personnel des administrations provinciales.
Subvention au Service du Médiateur dans le cadre de la médiation des Pouvoirs locaux.
Subvention pour le développement des outils informatiques, des TIC et du plan e-Commune.
Subvention dans le cadre du plan-formation.
Subventions aux communes et ASBL pour l'organisation des étapes du Tour de la Région wallonne.
Subventions dans le cadre de la mutualisation informatique à destination des pouvoirs locaux.
Financement de la cellule de vérification des compatibilités des mandats.
Subventions pour les ADL sous forme d'ASBL.
Subventions en vue de soutenir les initiatives visant à un meilleur fonctionnement des CPAS.
Subventions dans le cadre des conventions sectorielles.
Subvention aux communes pour des actions menées dans le cadre du plan de cohésion sociale.
Subventions en capital dans le cadre de l'entretien des infrastructures publiques des pouvoirs subordonnés.
Projets Leader.
Dotation au Fonds wallon des calamités naturelles.
Subvention et indemnités aux intercommunales pour des actions visant à améliorer la propreté publique et la promotion de l'emploi.
Subvention au Réseau wallon de lutte contre la pauvreté (RWLP).
Etudes, communication et actions de sensibilisation des Pouvoirs locaux à l'échange de données.
Cop21 - Aide à l'achat de véhicules non polluants ou adaptation de véhicules aux normes environnementales.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - forains et commerçants ambulants.
Mesure d'accompagnement du prélèvement kilométrique - mines, miniers, carriers.
Subventions pour des opérations de gestion supra-locale.
Compensation pour les pouvoirs locaux dans le cadre de la suppression de la taxe sur les mâts, pylônes et antennes.
Subvention à la Ville de Namur pour des investissements en lien avec la fonction de capitale régionale.
Subventions en faveur des communes et des provinces dans le cadre du second pilier des pensions.
Subventions aux provinces dans le cadre de la reprise des zones de secours.
Subventions en faveur des communes et des provinces pour la cotisation responsabilisation pension (CRP).
Dotation au CRAC visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension.
Subventions exceptionnelles aux communes, provinces, CPAS, intercommunales et autres pouvoirs locaux.
Subvention visant le soutien aux communes dans le cadre de la problématique pension. ".
" Programme 18.24 : Formation en alternance des indépendants et PME :
Subventions permettant le fonctionnement de l'Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises (IFAPME).
Subventions permettant la mise en oeuvre de promotion et de formation des indépendants.
Subventions à l'IFAPME pour investissements pour centres de formation et services de l'IFAPME.
Financement du plan langues dans le cadre de la formation en alternance.
Subvention pour le développement des Filières en alternances et des stages professionnalisant.
Subvention pour améliorer et renforcer l'orientation (essais métiers). Subventions destinées à favoriser l'harmonisation du statut des apprenants en alternance et soutenir leur encadrement en entreprise.
Subvention destinée à soutenir des formations Tutorat.
Subvention pour des actions relatives à la validation des compétences.
Subvention pour la valorisation des certifications professionnelles.
Subvention pour la formation métiers en pénurie et alternance.
Subvention pour le plan langues.
Subvention pour la formation dans le cadre de la digitalisation des métiers.
Subventions et primes dans le cadre du Plan Wallon d'Investissements et du Plan de relance, de résilience et de transition.
Subventions et primes aux entreprises dans le cadre du Plan wallon d'Investissements et du Plan de Relance, de Résilience et de Transition.
Subventions aux centres agréés de formation et aux apprenants dans le cadre du Plan wallon d'Investissements et du Plan de Relance, de Résilience et de Transition ]1.
Modifications
Art. 52. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), binnen de perken van de basisallocaties bestemd voor het ministeriële beheer, voor acties op het gebied van Gezondheid en Welzijn en met betrekking tot:
Toelagen voor het "centre de recherche de la Défense sociale" van het ziekenhuis "Les Marronniers".
Subsidies voor onderzoeken, studies en acties op het gebied van gezondheid en geestelijke gezondheid.
Subsidies aan de tele-onthaalcentra.
Subsidies aan instellingen en groepen die door hun acties tot de voorlichting met betrekking tot gezondheid bijdragen.
Subsidies aan de instellingen voor studies, experimenten en acties op het vlak van geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies voor palliatieve zorg.
Investeringssubsidie op het gebied van gezondheid, geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Toelagen inzake schoolziektes.
Subsidies voor de uitrusting en inrichting van de Diensten voor geestelijke gezondheid die ressorteren onder de privé en openbare sector.
Subsidies aan de Contactpunten op gezondheidsgebied.
Toelagen toegekend in het kader van tegemoetkomingen in de niet-gesubsidieerde lasten van de ziekenhuizen van Doornik.
Subsidies aan hulp- en zorgnetwerken en aan verslavingsdiensten.
Subsidies voor de herstructurering van het ziekenhuisaanbod.
Subsidies voor de versterking van de centra voor coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Subsidie voor de versterking van de hulp- en opvangnetwerken van de drugsverslaafden in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Uitgaven verbonden met de werking van het waarnemingscentrum inzake gezondheid.
Subsidies aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen.
Subsidies aan de centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidies inzake chronische nierinsufficiëntie.
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van de gezondheid.
Proefprojecten gevoerd in het kader van de zorgtrajecten.
Subsidies voor initiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding, van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de permanente vorming van de maatschappelijke werkers.
Bijkomende subsidie aan de erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp per uur gepresteerd ten gunste van gebruikers die wonen in dunbevolkte gemeenten.
Infrastructuursubsidies inzake huisvesting voor de 3de leeftijd.
Investeringssubsidies op het gebied van het gezin en de 3de leeftijd.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen voor de aanwerving van contraceptieve middelen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding uit de privé-sector voor hun tegemoetkoming in de reiskosten.
Subsidies toegekend voor acties in het kader van de bestrijding van de mishandeling van bejaarden.
Subsidies voor de versterking van de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies voor de begeleiding van bejaarden en particulieren ter bevordering van hun samenwonen.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen.
Subsidies aan dagonthaalcentra voor bejaarden van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de bouw, de aanleg en de uitrusting van onthaalinstellingen voor bejaarden beheerd door vzw's of openbare besturen.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Bijdrage van Wallonië voor de financiering van de "Algemene Cel voor het Beleid inzake Drugs".
Proefprojecten inzake de eerste verzorgingslijn.
Subsidies aan instellingen die kwaliteit binnen de verzorgingsinstellingen bevorderen.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Toelagen voor het "centre de recherche de la Défense sociale" van het ziekenhuis "Les Marronniers".
Subsidies voor onderzoeken, studies en acties op het gebied van gezondheid en geestelijke gezondheid.
Subsidies aan de tele-onthaalcentra.
Subsidies aan instellingen en groepen die door hun acties tot de voorlichting met betrekking tot gezondheid bijdragen.
Subsidies aan de instellingen voor studies, experimenten en acties op het vlak van geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Subsidies voor palliatieve zorg.
Investeringssubsidie op het gebied van gezondheid, geestelijke gezondheid, drugsgebruik en zorgcircuits.
Toelagen inzake schoolziektes.
Subsidies voor de uitrusting en inrichting van de Diensten voor geestelijke gezondheid die ressorteren onder de privé en openbare sector.
Subsidies aan de Contactpunten op gezondheidsgebied.
Toelagen toegekend in het kader van tegemoetkomingen in de niet-gesubsidieerde lasten van de ziekenhuizen van Doornik.
Subsidies aan hulp- en zorgnetwerken en aan verslavingsdiensten.
Subsidies voor de herstructurering van het ziekenhuisaanbod.
Subsidies voor de versterking van de centra voor coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Subsidie voor de versterking van de hulp- en opvangnetwerken van de drugsverslaafden in het kader van het Plan voor Sociale Inclusie.
Uitgaven verbonden met de werking van het waarnemingscentrum inzake gezondheid.
Subsidies aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen.
Subsidies aan de centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidies inzake chronische nierinsufficiëntie.
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van de gezondheid.
Proefprojecten gevoerd in het kader van de zorgtrajecten.
Subsidies voor initiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding, van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de permanente vorming van de maatschappelijke werkers.
Bijkomende subsidie aan de erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp per uur gepresteerd ten gunste van gebruikers die wonen in dunbevolkte gemeenten.
Infrastructuursubsidies inzake huisvesting voor de 3de leeftijd.
Investeringssubsidies op het gebied van het gezin en de 3de leeftijd.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen voor de aanwerving van contraceptieve middelen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies aan erkende diensten voor gezinshulp en thuishouding uit de privé-sector voor hun tegemoetkoming in de reiskosten.
Subsidies toegekend voor acties in het kader van de bestrijding van de mishandeling van bejaarden.
Subsidies voor de versterking van de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen in het kader van het Plan voor sociale inclusie.
Subsidies voor de begeleiding van bejaarden en particulieren ter bevordering van hun samenwonen.
Subsidies aan de centra voor gezinsplanning en de centra voor levens- en gezinsvragen.
Subsidies aan dagonthaalcentra voor bejaarden van de openbare en privé-sector.
Subsidies voor de bouw, de aanleg en de uitrusting van onthaalinstellingen voor bejaarden beheerd door vzw's of openbare besturen.
Ondersteuning van sportinitiatieven inzake gezin en derde leeftijd.
Bijdrage van Wallonië voor de financiering van de "Algemene Cel voor het Beleid inzake Drugs".
Proefprojecten inzake de eerste verzorgingslijn.
Subsidies aan instellingen die kwaliteit binnen de verzorgingsinstellingen bevorderen.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Art. 52. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions visant le domaine de la Santé et du Bien-être et portant sur :
Subventions au " centre de recherche de la Défense sociale " du centre Hospitalier " Les Marronniers ".
Subventions pour recherches, études et actions dans le domaine de la santé et de la santé mentale.
Subventions aux centres de télé-accueil.
Subventions en faveur d'organismes et groupements qui participent par leurs actions à la diffusion d'informations relatives à la santé.
Subventions aux organismes d'étude, d'expérimentation et d'actions en santé mentale et en toxicomanie et en circuit de soins.
Subventions en matière de soins palliatifs.
Subvention d'investissement dans le domaine de la santé, de la santé mentale, de la toxicomanie et des circuits de soins.
Subventions en matière de maladies scolaires.
Subventions d'équipement et d'aménagement des Services de santé mentale relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions aux Relais Santé.
Subventions pour interventions dans les charges non subventionnées des centres hospitaliers de Tournai.
Subventions aux réseaux d'aide et de soins et aux services spécialisés en assuétudes.
Subventions en vue du redéploiement de l'offre hospitalière.
Subventions pour le renforcement des centres de coordination de soins et de services d'aides à domicile dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subvention pour le renforcement des réseaux d'aide et prise en charge des toxicomanes dans le cadre du Plan d'inclusion sociale.
Dépenses liées au fonctionnement de l'observatoire de la santé.
Subventions aux associations de santé intégrée.
Subventions aux centres de coordinations de soins et de services à domicile relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions en matière d'insuffisance rénale chronique.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la santé.
Expériences pilotes menées dans le cadre des trajets de soins.
Subventions à des initiatives menées dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Subventions à des services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur public et du secteur privé.
Subventions pour la formation continue des travailleurs sociaux.
Subvention supplémentaire octroyée aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées par heure prestée au bénéfice d'usagers habitant des communes à faible densité.
Subventions d'infrastructure en matière de logement pour le 3ème âge.
Subventions d'investissement dans le domaine de la famille et du 3ème âge.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale pour l'acquisition de moyens contraceptifs dans le cadre du Plan Inclusion sociale.
Subventions aux services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur privé pour intervention dans les frais de déplacements.
Subventions pour des actions dans le cadre de la lutte contre la maltraitance des personnes âgées.
Subventions pour le renforcement des centres de planning et de consultation familiale et conjugale dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subsides à l'accompagnement de personnes âgées et de particuliers en vue de favoriser la cohabitation entre eux.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale.
Subventions aux centres d'accueil de jour pour personnes âgées relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions à la construction, l'aménagement et l'équipement d'établissements d'accueil pour personnes âgées gérées par des ASBL ou par des pouvoirs publics.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Contribution de la Wallonie au financement de la " Cellule Générale de Politique en matière de Drogues ".
Projets pilotes en matière de 1ère ligne de soins.
Subventions aux organismes favorisant la qualité dans les institutions de soins.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions au " centre de recherche de la Défense sociale " du centre Hospitalier " Les Marronniers ".
Subventions pour recherches, études et actions dans le domaine de la santé et de la santé mentale.
Subventions aux centres de télé-accueil.
Subventions en faveur d'organismes et groupements qui participent par leurs actions à la diffusion d'informations relatives à la santé.
Subventions aux organismes d'étude, d'expérimentation et d'actions en santé mentale et en toxicomanie et en circuit de soins.
Subventions en matière de soins palliatifs.
Subvention d'investissement dans le domaine de la santé, de la santé mentale, de la toxicomanie et des circuits de soins.
Subventions en matière de maladies scolaires.
Subventions d'équipement et d'aménagement des Services de santé mentale relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions aux Relais Santé.
Subventions pour interventions dans les charges non subventionnées des centres hospitaliers de Tournai.
Subventions aux réseaux d'aide et de soins et aux services spécialisés en assuétudes.
Subventions en vue du redéploiement de l'offre hospitalière.
Subventions pour le renforcement des centres de coordination de soins et de services d'aides à domicile dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subvention pour le renforcement des réseaux d'aide et prise en charge des toxicomanes dans le cadre du Plan d'inclusion sociale.
Dépenses liées au fonctionnement de l'observatoire de la santé.
Subventions aux associations de santé intégrée.
Subventions aux centres de coordinations de soins et de services à domicile relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions en matière d'insuffisance rénale chronique.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la santé.
Expériences pilotes menées dans le cadre des trajets de soins.
Subventions à des initiatives menées dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Subventions à des services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur public et du secteur privé.
Subventions pour la formation continue des travailleurs sociaux.
Subvention supplémentaire octroyée aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées par heure prestée au bénéfice d'usagers habitant des communes à faible densité.
Subventions d'infrastructure en matière de logement pour le 3ème âge.
Subventions d'investissement dans le domaine de la famille et du 3ème âge.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale pour l'acquisition de moyens contraceptifs dans le cadre du Plan Inclusion sociale.
Subventions aux services agréés d'aide aux familles et de maintien à domicile relevant du secteur privé pour intervention dans les frais de déplacements.
Subventions pour des actions dans le cadre de la lutte contre la maltraitance des personnes âgées.
Subventions pour le renforcement des centres de planning et de consultation familiale et conjugale dans le cadre du plan d'inclusion sociale.
Subsides à l'accompagnement de personnes âgées et de particuliers en vue de favoriser la cohabitation entre eux.
Subventions aux centres de planning et de consultation familiale et conjugale.
Subventions aux centres d'accueil de jour pour personnes âgées relevant du secteur privé et du secteur public.
Subventions à la construction, l'aménagement et l'équipement d'établissements d'accueil pour personnes âgées gérées par des ASBL ou par des pouvoirs publics.
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la famille et du troisième âge.
Contribution de la Wallonie au financement de la " Cellule Générale de Politique en matière de Drogues ".
Projets pilotes en matière de 1ère ligne de soins.
Subventions aux organismes favorisant la qualité dans les institutions de soins.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Art. 53. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), binnen de perken van de basisallocaties bestemd voor het ministeriële beheer, voor acties op het gebied van de Gehandicapte persoon en met betrekking tot:
Subsidies voor de mobiliteit en toegankelijkheid van gehandicapten.
Subsidies voor de toegankelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van telecommunicatie voor gehandicapten.
Subsidies voor acties met betrekking tot de bevordering en sociale integratie van gehandicapten.
Subsidies voor initiatieven op het gebied van de gebarentaal.
Investeringssubsidies inzake de toegang van gehandicapte personen tot telecommunicatie, gebouwen, ...
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van het gehandicaptenbeleid.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Subsidies voor de mobiliteit en toegankelijkheid van gehandicapten.
Subsidies voor de toegankelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van telecommunicatie voor gehandicapten.
Subsidies voor acties met betrekking tot de bevordering en sociale integratie van gehandicapten.
Subsidies voor initiatieven op het gebied van de gebarentaal.
Investeringssubsidies inzake de toegang van gehandicapte personen tot telecommunicatie, gebouwen, ...
Ondersteuning van sportinitiatieven op het gebied van het gehandicaptenbeleid.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Art. 53. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions visant le domaine de la Personne handicapée et portant sur :
Subventions en matière de mobilité et d'accessibilité des personnes handicapées.
Subventions en matière d'accessibilité aux télécommunications pour les personnes handicapées.
Subventions aux actions relatives à la promotion et l'intégration sociale des personnes handicapées.
Subventions à des initiatives dans le domaine du langage des signes.
Subventions d'investissement en matière d'accessibilité des personnes handicapées aux télécommunications, aux bâtiments, ...
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la politique des personnes handicapées.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Subventions en matière de mobilité et d'accessibilité des personnes handicapées.
Subventions en matière d'accessibilité aux télécommunications pour les personnes handicapées.
Subventions aux actions relatives à la promotion et l'intégration sociale des personnes handicapées.
Subventions à des initiatives dans le domaine du langage des signes.
Subventions d'investissement en matière d'accessibilité des personnes handicapées aux télécommunications, aux bâtiments, ...
Soutien à des initiatives sportives dans le domaine de la politique des personnes handicapées.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Art. 54. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie wordt ertoe gemachtigd subsidies toe te kennen door middel van de begroting van het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), binnen de perken van de basisallocaties bestemd voor het ministeriële beheer, voor gezamenlijke acties voor verschillende afdelingen van het Agentschap en met betrekking tot:
IT-ontwikkeling met betrekking tot de Waalse sociale bescherming.
Subsidies aan de adviseringsdiensten voor de inrichting van de woning en aan de technische hulp van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidie aan VZW's in het kader van de begeleiding van personen met diepe cognitieve stoornis.
Tegemoetkoming in het kader van het " Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être ".
Toelage voor studies, acties en onderzoeken op het gebied van de Bevordering van de Gezondheid en van het Gezin.
Toelagen aan sociale fondsen.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
IT-ontwikkeling met betrekking tot de Waalse sociale bescherming.
Subsidies aan de adviseringsdiensten voor de inrichting van de woning en aan de technische hulp van de privé-sector en van de openbare sector.
Subsidie aan VZW's in het kader van de begeleiding van personen met diepe cognitieve stoornis.
Tegemoetkoming in het kader van het " Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être ".
Toelage voor studies, acties en onderzoeken op het gebied van de Bevordering van de Gezondheid en van het Gezin.
Toelagen aan sociale fondsen.
Uitzonderlijke toelagen in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.
Art. 54. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est autorisée à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, dans les limites des articles de base dévolus à la gestion ministérielle, pour des actions communes à différentes branches de l'Agence et portant sur :
Le développement informatique relatif à la protection sociale wallonne.
Subvention aux services conseils à l'aménagement du domicile et aux aides techniques du secteur privé et du secteur public.
Subvention à des ASBL dans le cadre de l'accompagnement des personnes avec troubles cognitifs majeurs.
Intervention dans le cadre du Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être.
Subvention pour études, actions et recherches dans le domaine de la Promotion de la Santé et de la Famille.
Subventions à des Fonds sociaux.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Le développement informatique relatif à la protection sociale wallonne.
Subvention aux services conseils à l'aménagement du domicile et aux aides techniques du secteur privé et du secteur public.
Subvention à des ASBL dans le cadre de l'accompagnement des personnes avec troubles cognitifs majeurs.
Intervention dans le cadre du Plan wallon de Nutrition Santé et Bien-être.
Subvention pour études, actions et recherches dans le domaine de la Promotion de la Santé et de la Famille.
Subventions à des Fonds sociaux.
Subventions exceptionnelles dans le cadre de la crise sanitaire de la COVID-19.
Art. 55. [1 In afwijking van artikel 28, lid 2, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden de volgende dotaties aan het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het jaar 2021 vereffend onder de volgende voorwaarden:
1° een werkingsdotatie van 60.872.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.14 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
2° een werkingsdotatie van 4.390.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.21 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° een dotatie van 1.348.433.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.15 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
4° een dotatie van 2.380.541.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.22 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° een dotatie voor het beheer van zijn gereglementeerde opdrachten van 1.214.052.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.16 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
6° een dotatie voor het beheer van zijn gereglementeerde opdrachten van 35.339.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.23 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met Gezondheid en Welzijn van 34.479.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.17 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
8° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de Gehandicapte persoon van 7.540.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.18 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
9° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de gemeenschappelijke tak van 5.480.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.19 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
10° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met het Gezin van 1.060.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.24 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
11° een dotatie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 van 267.270.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.26 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
12° een dotatie voor het beheer van zijn investeringskosten van 585.000 euro wordt toegerekend op artikel 61.01 van Organisatieafdeling 17 van Programma 2021 van de begroting van het Waalse Gewest;
Deze twaalf dotaties zullen worden betaald in twaalf schijven, met uitzondering van punt 11° van het bedrag van meer dan 68.825.000 euro, dat zal worden betaald volgens de uitvaardiging van de uitvoeringsbesluiten tijdens de opeenvolgende aanpassingen van "AViQ":
- 430.000.000 euro maximum uiterlijk op de eerste dag van elke maand van januari tot november 2021;
- het saldo uiterlijk op 1 december 2021;
13° een dotatiekapitaal voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met Gezondheid en Welzijn van 38.216.000 euro aan vastleggingskredieten wordt toegerekend op artikel 61.03 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
14° een kapitaaldotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de Gehandicapte persoon van 260.000 euro aan vastleggingskredieten wordt toegerekend op artikel 61.04 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
15° een dotatie voor het beheer van zijn opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen ten bedrage van 1.390.000 euro.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten;
16° een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 61.06 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2021 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 16 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2021]1
1° een werkingsdotatie van 60.872.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.14 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
2° een werkingsdotatie van 4.390.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.21 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
3° een dotatie van 1.348.433.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.15 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
4° een dotatie van 2.380.541.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 41.22 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
5° een dotatie voor het beheer van zijn gereglementeerde opdrachten van 1.214.052.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.16 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
6° een dotatie voor het beheer van zijn gereglementeerde opdrachten van 35.339.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.23 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest voor de afdeling Gezin;
7° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met Gezondheid en Welzijn van 34.479.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.17 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
8° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de Gehandicapte persoon van 7.540.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.18 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
9° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de gemeenschappelijke tak van 5.480.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.19 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
10° een dotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met het Gezin van 1.060.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.24 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
11° een dotatie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 van 267.270.000 euro wordt toegerekend op artikel 41.26 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
12° een dotatie voor het beheer van zijn investeringskosten van 585.000 euro wordt toegerekend op artikel 61.01 van Organisatieafdeling 17 van Programma 2021 van de begroting van het Waalse Gewest;
Deze twaalf dotaties zullen worden betaald in twaalf schijven, met uitzondering van punt 11° van het bedrag van meer dan 68.825.000 euro, dat zal worden betaald volgens de uitvaardiging van de uitvoeringsbesluiten tijdens de opeenvolgende aanpassingen van "AViQ":
- 430.000.000 euro maximum uiterlijk op de eerste dag van elke maand van januari tot november 2021;
- het saldo uiterlijk op 1 december 2021;
13° een dotatiekapitaal voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met Gezondheid en Welzijn van 38.216.000 euro aan vastleggingskredieten wordt toegerekend op artikel 61.03 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
14° een kapitaaldotatie voor het beheer van zijn facultatieve opdrachten in verband met de Gehandicapte persoon van 260.000 euro aan vastleggingskredieten wordt toegerekend op artikel 61.04 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest;
15° een dotatie voor het beheer van zijn opdrachten in het kader van de Europese structuurfondsen ten bedrage van 1.390.000 euro.
Deze drie dotaties worden vastgelegd bij de ondertekening van de besluiten;
16° een kapitaaldotatie van 6.481.000 euro voor het beheer van de paritaire opdrachten wordt toegerekend op artikel 61.06 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest.
Alle kapitaaldotaties worden in één keer betaald, uiterlijk op 1 december 2021 na ontvangst van een aangifte van het Agentschap, met uitzondering van de in punt 16 bedoelde dotatie, die in één keer wordt betaald, uiterlijk op 1 maart 2021]1
Modifications
Art. 55. [1 Par dérogation à l'article 28, alinéa 2, du Code wallon de l'action sociale et de la santé les dotations suivantes octroyées à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles sont liquidées pour l'année 2021 selon les modalités comme suit :
1° une dotation de fonctionnement d'un montant de 60.872.000 euros est imputée à charge de l'article 41.14 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
2° une dotation de fonctionnement d'un montant de 4.390.000 euros est imputée à charge de l'article 41.21 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
3° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.348.433.000 euros est imputée à charge de l'article 41.15 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
4° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.380.541.000 euros est imputée à charge de l'article 41.22 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
5° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.214.052.000 euros est imputée à charge de l'article 41.16 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
6° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 35.339.000 euros est imputée à charge de l'article 41.23 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
7° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 34.479.000 euros est imputée à charge de l'article 41.17 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
8° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 7.540.000 euros est imputée à charge de l'article 41.18 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
9° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la branche commune d'un montant de 5.480.000 euros est imputée à charge de l'article 41.19 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
10° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Famille d'un montant de 1.060.000 euros est imputée à charge de l'article 41.24 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
11° une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 267.270.000 euros est imputée à charge de l'article 41.26 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
12° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge de l'article 61.01 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
Ces douze dotations seront versées en douze tranches à l'exception pour le point 11° du montant qui excède 68 825 000 euros qui est versé en fonction de la prise des arrêtés d'exécution lors des ajustements successifs de l'AViQ :
- 430.000.000 euros maximum au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2021 ;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2021 ;
13° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 38.216.000 euros en engagement est imputée à charge de l'article 61.03 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
14° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros en engagement est imputée à charge de l'article 61.04 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
15° une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.390.000 euros.
Ces trois dotations sont engagées à la signature des arrêtés ;
16° une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge de l'article 61.06 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2021 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 16° qui sera versée en une fois au plus tard le 1er mars 2021 ]1
1° une dotation de fonctionnement d'un montant de 60.872.000 euros est imputée à charge de l'article 41.14 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
2° une dotation de fonctionnement d'un montant de 4.390.000 euros est imputée à charge de l'article 41.21 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
3° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 1.348.433.000 euros est imputée à charge de l'article 41.15 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
4° une dotation pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 2.380.541.000 euros est imputée à charge de l'article 41.22 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
5° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 1.214.052.000 euros est imputée à charge de l'article 41.16 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
6° une dotation pour la gestion de ses missions réglementées d'un montant de 35.339.000 euros est imputée à charge de l'article 41.23 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne pour la branche Famille ;
7° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 34.479.000 euros est imputée à charge de l'article 41.17 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
8° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 7.540.000 euros est imputée à charge de l'article 41.18 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
9° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la branche commune d'un montant de 5.480.000 euros est imputée à charge de l'article 41.19 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
10° une dotation pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Famille d'un montant de 1.060.000 euros est imputée à charge de l'article 41.24 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
11° une dotation dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19 d'un montant de 267.270.000 euros est imputée à charge de l'article 41.26 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
12° une dotation en capital pour la couverture de ses frais d'investissements d'un montant de 585.000 euros est imputée à charge de l'article 61.01 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
Ces douze dotations seront versées en douze tranches à l'exception pour le point 11° du montant qui excède 68 825 000 euros qui est versé en fonction de la prise des arrêtés d'exécution lors des ajustements successifs de l'AViQ :
- 430.000.000 euros maximum au plus tard le 1er de chaque mois de janvier à novembre 2021 ;
- le solde au plus tard le 1er décembre 2021 ;
13° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Santé et au Bien-être d'un montant de 38.216.000 euros en engagement est imputée à charge de l'article 61.03 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
14° une dotation en capital pour la gestion de ses missions facultatives liées à la Personne handicapée d'un montant de 260.000 euros en engagement est imputée à charge de l'article 61.04 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne ;
15° une dotation pour la gestion de ses missions dans le cadre des fonds structurels européens d'un montant de 1.390.000 euros.
Ces trois dotations sont engagées à la signature des arrêtés ;
16° une dotation en capital pour la gestion de ses missions paritaires d'un montant de 6.481.000 euros est imputée à charge de l'article 61.06 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne.
L'ensemble des dotations en capital seront liquidées en une fois au plus tard pour le 1er décembre 2021 après réception d'une déclaration de créance émanant de l'Agence à l'exception de la dotation reprise au point 16° qui sera versée en une fois au plus tard le 1er mars 2021 ]1
Modifications
Art. 56. [1 In afwijking van artikel 44, tweede lid van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen, wordt de werkingsdotatie van 31.272.000 euro, toegekend aan de "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (FAMIWAL), waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is Boulevard Mayence 1 te 6000 Charleroi, vereffend volgens de volgende modaliteiten:
Het bedrag van 31.272.000 toegerekend op artikel 41.05 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest wordt in zeven schijven uitbetaald:
- 15.636.000 euro vanaf de kennisgeving van het besluit, namelijk zes twaalfde van zijn dotatie;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 juli 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 augustus 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 september 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 oktober 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 november 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 december 2021 ]1.
Het bedrag van 31.272.000 toegerekend op artikel 41.05 van Organisatieafdeling 17 van Programma 12 van de begroting 2021 van het Waalse Gewest wordt in zeven schijven uitbetaald:
- 15.636.000 euro vanaf de kennisgeving van het besluit, namelijk zes twaalfde van zijn dotatie;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 juli 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 augustus 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 september 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 oktober 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 november 2021;
- 2.606.000 euro, namelijk een twaalfde van zijn dotatie uiterlijk op 1 december 2021 ]1.
Modifications
Art. 56. [1 Par dérogation à l'article 44, alinéa 2, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales la dotation de fonctionnement d'un montant de 31.272.000 euros, octroyée à la Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL), dont le siège social est établi Boulevard Mayence 1 à 6000 Charleroi est liquidée selon les modalités suivantes :
Le montant de 31 272 000 euros imputé à charge de l'article 41.05 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne est versée en sept tranches :
- 15.636.000 euros dès notifications de l'arrêté soit six-douzièmes de sa dotation ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er juillet 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er août 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er septembre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er octobre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er novembre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er décembre 2021 ]1.
Le montant de 31 272 000 euros imputé à charge de l'article 41.05 de la Division organique 17 du Programme 12 du budget 2021 de la Région wallonne est versée en sept tranches :
- 15.636.000 euros dès notifications de l'arrêté soit six-douzièmes de sa dotation ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er juillet 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er août 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er septembre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er octobre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er novembre 2021 ;
- 2.606.000 euros soit un douzième de sa dotation au plus tard le 1er décembre 2021 ]1.
Modifications
Art. 57. De Minister van Toerisme wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de perken van de betrokken basisallocaties, met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen:
Toelagen inzake toeristische promotie.
Toelagen aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende toelagen voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingstoelage aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringstoelagen voor kampplaatsen.
Toelage aan toeristische instellingen en aan VZW's inzake keten producten in het kader van het platform Tour-I-Wal en de aanpassing van hun websites.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Werkingssubsidie aan " Wallonie Belgique Tourisme (WBT) ".
Toelage aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance ".
Werkingstoelage aan de V.Z.W. "Les Lacs de l'Eau d'Heure".
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie" (CITW).
Toelage aan " WBT " voor de verwezenlijking van promotieacties alsook die van haar clubs.
Werkingstoelage aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Toelagen in het kader van de oproep tot projecten 2018 "Wallonie insolite".
Toelagen in het kader van de oproep tot projecten 2019 "Terre d'eau".
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Toelage aan de operatoren van de toeristische sector in het kader van de gezondheidscrisis in verband met COVID-19 via het "CGT" of "WBT".
Toelage aan het "CGT" in het kader van de relance van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Toelage aan "WBT" in het kader van de relance van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Toelagen inzake toeristische promotie.
Toelagen aan toeristische verenigingen, locaties en attracties voor toeristenactiviteiten.
Bijkomende toelagen voor specifieke opdrachten voor de bevordering van het toerisme die aan toeristische instellingen en operatoren worden toevertrouwd.
Werkingstoelage aan de erkende Instelling belast met het beheer van het label "kampplaats".
Investeringstoelagen voor kampplaatsen.
Toelage aan toeristische instellingen en aan VZW's inzake keten producten in het kader van het platform Tour-I-Wal en de aanpassing van hun websites.
Subsidies voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van toeristische strategieën.
Werkingssubsidie aan " Wallonie Belgique Tourisme (WBT) ".
Toelage aan de " Office de la Naissance et de l'Enfance ".
Werkingstoelage aan de V.Z.W. "Les Lacs de l'Eau d'Heure".
Toelage aan het "Centre d'Ingénierie Touristique en Wallonie" (CITW).
Toelage aan " WBT " voor de verwezenlijking van promotieacties alsook die van haar clubs.
Werkingstoelage aan Immowal.
Toelagen voor de ontwikkelingsprojecten van bosgebieden en van recreatiegebieden.
Premies in het kader van het actieplan Permanente Woning in de toeristische voorzieningen.
Toelagen in het kader van de oproep tot projecten 2018 "Wallonie insolite".
Toelagen in het kader van de oproep tot projecten 2019 "Terre d'eau".
Allerhande subsidies in het kader van het Waalse Investeringsplan.
Toelage aan de operatoren van de toeristische sector in het kader van de gezondheidscrisis in verband met COVID-19 via het "CGT" of "WBT".
Toelage aan het "CGT" in het kader van de relance van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Toelage aan "WBT" in het kader van de relance van de toeristische sector na de crisis COVID-19.
Art. 57. La Ministre du Tourisme est autorisée à octroyer, au travers du budget du Commissariat général au Tourisme, dans les limites des articles de base concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention aux organismes touristiques et aux ASBL de filière de produits dans le cadre de la plateforme Tour-I-Wal et de l'adaptation de leurs sites web.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention de fonctionnement à Wallonie Belgique Tourisme (WBT).
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention à WBT pour réaliser des actions de promotions et celles de ses clubs.
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subventions dans le cadre de l'appel à projets 2018 " Wallonie insolite ".
Subventions dans le cadre de l'appel à projets 2019 " Terre d'eau ".
Subventions dans le cadre du Plan wallon d'Investissements.
Subvention aux opérateurs du secteur touristique dans le cadre de la crise sanitaire liée au COVID-19 par l'intermédiaire du CGT ou de WBT.
Subvention au CGT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Subvention à WBT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Subventions en matière de promotion touristique.
Subventions aux associations, sites et attractions touristiques pour l'animation touristique.
Subventions complémentaires pour des missions spécifiques en matière de promotion touristique et confiées à des organismes et opérateurs touristiques.
Subvention de fonctionnement à l'Organisme agréé en charge de la gestion du label " endroit de camp ".
Subventions d'investissement pour les endroits de camps.
Subvention aux organismes touristiques et aux ASBL de filière de produits dans le cadre de la plateforme Tour-I-Wal et de l'adaptation de leurs sites web.
Subvention pour l'élaboration et la mise en oeuvre de stratégies touristiques.
Subvention de fonctionnement à Wallonie Belgique Tourisme (WBT).
Subvention à l'Office de la naissance et de l'Enfance.
Subvention de fonctionnement à l'A.S.B.L. " Les Lacs de l'eau d'Heure ".
Subvention au Centre d'Ingénerie Touristique en Wallonie (CITW).
Subvention à WBT pour réaliser des actions de promotions et celles de ses clubs.
Subvention de fonctionnement à Immowal.
Subventions en faveur de projets de développement des massifs forestiers et des resorts touristiques.
Primes dans le cadre du plan d'action habitat permanent dans les équipements touristiques.
Subventions dans le cadre de l'appel à projets 2018 " Wallonie insolite ".
Subventions dans le cadre de l'appel à projets 2019 " Terre d'eau ".
Subventions dans le cadre du Plan wallon d'Investissements.
Subvention aux opérateurs du secteur touristique dans le cadre de la crise sanitaire liée au COVID-19 par l'intermédiaire du CGT ou de WBT.
Subvention au CGT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Subvention à WBT dans le cadre de la relance du secteur touristique à la suite de la crise COVID-19.
Art. 58. De Minister van Erfgoed wordt ertoe gemachtigd de volgende subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) binnen de perken van de betrokken basisallocaties, met inbegrip van de door de Europese fondsen medegefinancierde tegemoetkomingen:
Subsidies voor voorafgaande studies, bescherming, herwaardering, herbestemming, restauratie en bevordering van het monumenten-, natuurlijk en archeologisch patrimonium van het Waalse Gewest.
Subsidies aan de privé-sector en de publieke sector voor een maximumbedrag van 22.000 euro (niet meegerekend BTW) gelijk aan maximum 80 % van uit te voeren werken en van een maximum bedrag van 10.000 euro (incl. BTW) gelijk aan maximum 100% van de leveringen en uitvoeringsmiddelen voor acties inzake het onderhoud van het Waalse patrimonium die betrekking hebben op de gezamenlijke voorzorgs- of herstellingsoperaties die voorlopig of definitief worden ondernomen in een als monument beschermd goed, opgenomen in de beschermingslijst of dat (na het instellen van een wettelijk onderzoek) op het punt staat om als monument beschermd te zijn.
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van samenwerkingsakkoorden.
Dotatie aan de C.E.S.W. ter dekking van de werkingskosten van de C.R.M.S.F.
Toelagen aan de openbare sector voor de valorisatie door verlichting van het Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.
Investeringstoelagen met het oog op de valorisatie van de regionale collecties inzake patrimonium.
Toelage aan het Commissiariaat-generaal voor Toerisme in het kader van de valorisatie van de site van de "Abbaye d'Aulne".
Investeringstoelagen inzake valorisatie van het industrieel erfgoed.
Dotatie aan de Duitstalige Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheid Erfgoed.
Subsidies voor voorafgaande studies, bescherming, herwaardering, herbestemming, restauratie en bevordering van het monumenten-, natuurlijk en archeologisch patrimonium van het Waalse Gewest.
Subsidies aan de privé-sector en de publieke sector voor een maximumbedrag van 22.000 euro (niet meegerekend BTW) gelijk aan maximum 80 % van uit te voeren werken en van een maximum bedrag van 10.000 euro (incl. BTW) gelijk aan maximum 100% van de leveringen en uitvoeringsmiddelen voor acties inzake het onderhoud van het Waalse patrimonium die betrekking hebben op de gezamenlijke voorzorgs- of herstellingsoperaties die voorlopig of definitief worden ondernomen in een als monument beschermd goed, opgenomen in de beschermingslijst of dat (na het instellen van een wettelijk onderzoek) op het punt staat om als monument beschermd te zijn.
Subsidies voor de tenuitvoerlegging van samenwerkingsakkoorden.
Dotatie aan de C.E.S.W. ter dekking van de werkingskosten van de C.R.M.S.F.
Toelagen aan de openbare sector voor de valorisatie door verlichting van het Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.
Investeringstoelagen met het oog op de valorisatie van de regionale collecties inzake patrimonium.
Toelage aan het Commissiariaat-generaal voor Toerisme in het kader van de valorisatie van de site van de "Abbaye d'Aulne".
Investeringstoelagen inzake valorisatie van het industrieel erfgoed.
Dotatie aan de Duitstalige Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheid Erfgoed.
Art. 58. La Ministre du Patrimoine est autorisée à octroyer, au travers du budget de l'Agence wallonne du Patrimoine, dans les limites des articles de base concernés, les subventions suivantes, en ce compris les interventions cofinancées par les fonds européens :
Subventions relatives aux études préalables, à la protection, à la mise en valeur, à la réaffectation, à la restauration et à la promotion du patrimoine monumental, naturel et archéologique de la Région wallonne.
Subventions au secteur privé et public d'un montant maximum de 22.000 euros (hors TVA) correspondant au maximum à 80 % des travaux et d'un montant maximum de 10.000 euros (TVAC) correspondant au maximum à 100% des fournitures et moyens d'exécution pour des actions relatives à la maintenance du patrimoine wallon couvrant l'ensemble des opérations d'entretien préventives ou curatives, provisoires ou définitives entreprises sur un bien classé comme monument, inscrit sur la liste de sauvegarde ou en instance de classement (après ouverture de l'enquête légale).
Subventions pour la mise en oeuvre d'accords de coopération.
Dotation au C.E.S.W. pour couvrir les frais de fonctionnement de la C.R.M.S.F.
Subvention au secteur public pour la valorisation par mise en lumière du Patrimoine exceptionnel de Wallonie.
Subventions en investissements en vue de la valorisation des collections régionales en matière de patrimoine.
Subvention au Commissariat général au Tourisme dans le cadre de la valorisation du site de l'Abbaye d'Aulne.
Subventions en investissements en matière de valorisation du patrimoine industriel.
Dotation à la Communauté Germanophone dans le cadre de sa compétence Patrimoine.
Subventions relatives aux études préalables, à la protection, à la mise en valeur, à la réaffectation, à la restauration et à la promotion du patrimoine monumental, naturel et archéologique de la Région wallonne.
Subventions au secteur privé et public d'un montant maximum de 22.000 euros (hors TVA) correspondant au maximum à 80 % des travaux et d'un montant maximum de 10.000 euros (TVAC) correspondant au maximum à 100% des fournitures et moyens d'exécution pour des actions relatives à la maintenance du patrimoine wallon couvrant l'ensemble des opérations d'entretien préventives ou curatives, provisoires ou définitives entreprises sur un bien classé comme monument, inscrit sur la liste de sauvegarde ou en instance de classement (après ouverture de l'enquête légale).
Subventions pour la mise en oeuvre d'accords de coopération.
Dotation au C.E.S.W. pour couvrir les frais de fonctionnement de la C.R.M.S.F.
Subvention au secteur public pour la valorisation par mise en lumière du Patrimoine exceptionnel de Wallonie.
Subventions en investissements en vue de la valorisation des collections régionales en matière de patrimoine.
Subvention au Commissariat général au Tourisme dans le cadre de la valorisation du site de l'Abbaye d'Aulne.
Subventions en investissements en matière de valorisation du patrimoine industriel.
Dotation à la Communauté Germanophone dans le cadre de sa compétence Patrimoine.
Art. 59. De Minister van Klimaat en de Minister van Leefmilieu, ieder wat hem betreft, worden ertoe gemachtigd om subsidies toe te kennen uit middelen van de begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) voor acties op het gebied van klimaat, leefmilieu en duurzame ontwikkeling en met betrekking op:
Toelagen aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan universiteiten voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de privé-sector in het kader van de uitvoering van sectorovereenkomsten in Wallonië.
Toelagen om investeringen ten gunste van het klimaat te financieren.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten...
Toelage in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Toelage aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-toelage aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit.
Toelagen aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit.
Toelage aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Toelagen aan de VZW's en de Universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de VZW's en Universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit.
Toelagen aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de plaatselijke besturen voor de klimaatbescherming of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan universiteiten voor onderzoeken op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de privé-sector in het kader van de uitvoering van sectorovereenkomsten in Wallonië.
Toelagen om investeringen ten gunste van het klimaat te financieren.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten...
Toelage in het kader van het programma Fast start en tegemoetkoming in de financiering van internationale projecten inzake duurzame ontwikkeling of elk ander financieringsprogramma van de projecten "Noord Zuid".
Toelage aan het ISSEP voor de exploitatie van de meetnetten voor luchtkwaliteit, het referentielaboratorium en microanalyse, alsook voor de aankoop van materieel in verband met deze opdrachten.
Ad hoc-toelage aan het "ISSEP" in het kader van specifieke opdrachten in verband met luchtkwaliteit.
Toelagen aan de privé-sector met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit.
Toelage aan de plaatselijke besturen voor luchtbescherming.
Vrijwillige of verplichte bijdrage aan nationale en internationale instellingen met inbegrip van de financiële verplichtingen van het Gewest in het kader van de Verdragen, Overeenkomsten, Protocollen en samenwerkingsovereenkomsten.
Opleidingssubsidie.
Toelagen aan de VZW's en de Universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van klimaatveranderingen of de aanpassing aan de klimaatveranderingen.
Toelagen aan de VZW's en Universiteiten met het oog op de bewustmaking van het publiek en acties op het gebied van luchtkwaliteit.
Art. 59. Le Ministre du Climat et la Ministre de l'Environnement chacun pour ce qui les concerne sont autorisés à octroyer des subventions au travers du budget de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat pour des actions visant le domaine du climat, de l'environnement et du développement durable et portant sur :
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé dans le cadre de la mise en oeuvre des accords de branche en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération...
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air.
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air.
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection du climat ou l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention à des universités pour de la recherche dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention au secteur privé dans le cadre de la mise en oeuvre des accords de branche en Wallonie.
Subventions en vue de financer des investissements en faveur du climat.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et accords de coopération...
Subvention dans le cadre du programme Fast start et intervention dans le financement de projets internationaux de développement durable ou tout autre programme de financement de projets Nord Sud.
Subvention à l'ISSEP pour l'exploitation des réseaux de mesure de la qualité de l'air, le laboratoire de référence et la microanalyse, ainsi que pour l'acquisition de matériel en lien avec ces missions.
Subvention ad hoc à l'ISSEP dans le cadre de missions spécifiques en lien avec la qualité de l'air.
Subvention au secteur privé pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air.
Subvention aux pouvoirs locaux pour la protection de l'air.
Contribution volontaire ou obligatoire à des organismes nationaux et internationaux y compris les obligations financières de la Région dans le cadre des Traités, Conventions, Protocoles et Accord de coopération.
Subvention de formations.
Subvention aux ASBL et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine des changements climatiques ou de l'adaptation aux changements climatiques.
Subvention aux ASBL et Universités pour sensibilisation du public et actions dans le domaine de la qualité de l'air.
Art. 60. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Sociale actie en Gezondheid en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocatie 62.03 van programma 12 naar de basisallocaties 51.01, 52.01, 52.82, 52.83, 63.01, 13 en 63.02 van programma 13 en de basisallocaties 51.01 en 63.01 van programma 12.
Art. 60. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Action sociale et de la Santé et le Ministre du budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement entre l'article de base 62.03 du programme 12, les articles de base 51.01, 52.01, 52.82, 52.83, 63.01, 63.02 et 63.03 du programme 13 et les articles 51.01 et 63.01 du programme 17.11.
Art. 61. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Sociale actie en Gezondheid en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 41.17 tot 41.19 en 61.03 tot 61.04 van programma 12, 33.01 van programma 11 en 33.01, 33.05, 33.07, 33.19, 33.23 en 52.82 van programma 13.
Art. 61. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Action sociale et de la Santé et le Ministre du budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement entre les articles de base 41.17 à 41.19 et 61.03 à 61.04 du programme 12, 33.01 du programme 11 et 33.01, 33.05, 33.07, 33.19, 33.23 et 52.82 du programme 13.
Art. 62. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Sociale actie en Gezondheid en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen basisallocatie 01.01 van programma 17.11 naar de basisallocaties die vergoedingen inhouden in dezelfde organisatieafdeling, programma's 11 tot 13 en vastleggings- en vereffeningskredieten van basisallocatie 01.01 van programma 17.11 naar basisallocatie 41.02 van programma 11 van organisatieafdeling 16 naar basisallocatie 33.02 van programma 11 van organisatieafdeling 18 en naar de basisallocaties 33.12 en 43.02 van programma 21 van organisatieafdeling 18 ]1.
Modifications
Art. 62. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Action sociale et de la Santé et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement de l'article de base 01.01 du programme 17.11 vers les articles de base impliquant des rémunérations au sein de la même division organique, programmes 11 à 13 et des crédits d'engagement et de liquidation de l'article de base 01.01 du programme 17.11 vers l'article de base 41.02 du programme 11 de la division organique 16 vers l'article de base 33.02 du programme 11 de la division organique 18 et vers les articles de base 33.12 et 43.02 du programme 21 de la division organique 18 ]1.
Modifications
Art. 63. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Sociale Actie, Gezondheid en Gelijke Kansen, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vanuit de begrotingsprogramma's die onder zijn bevoegdheid vallen de kredieten die inspelen op opkomende vraagstukken die een dringende reactie op het vlak van gezondheid, volksgezondheid en sociale materies zoals volgt vergen over te dragen naar de programma's 12 en 13 van organisatieafdeling 17: de prioritaire gevallen inzake handicap, sociale contactpunten, opvangtehuizen, gemeenschapshuizen, ambulante diensten, integratie van vluchtelingen. Het dringend karakter wordt telkenmale behoorlijk gemotiveerd.
Art. 63. Par dérogation à l'article 26, § 1er du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, au départ des programmes budgétaires relevant de ses compétences, la Ministre de l'Action sociale, de la Santé, de l'Egalité des chances est autorisée, moyennant l'accord du Ministre du Budget, à transférer vers les programmes 12 et 13 de la division organique 17 les crédits nécessaires visant à rencontrer les problématiques émergentes nécessitant une réaction urgente en santé et aux urgences sanitaires et sociales que sont : les cas prioritaires en matière de Handicap, les relais sociaux, les maisons d'accueil, les maisons de vie communautaire, les services ambulatoires, l'intégration des réfugiés. L'urgence sera chaque fois dûment motivée.
Art. 64. [1 In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd de kredieten nodig voor het voeren van het communicatiebeleid over te dragen tussen de basisallocatie 12.02 van Programma 06 Communicatie, archief en documentatie van Organisatieafdeling 10 (Secretariaat-generaal) en de basisallocaties 12.02, 12.03, 12.05, 12.09, 12.13, 12.16 van Programma 03 Dienst Voorzitter en Kanselarij van Organisatieafdeling 10 (Secretariaat-generaal) ]1.
Modifications
Art. 64. [1 Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer les crédits nécessaires à la réalisation de politiques de communication entre l'article 12.02 du Programme 06 Communication, archives et documentation de la Division organique 10 (Secrétariat général) et les articles 12.02, 12.03, 12.05, 12.09, 12.13 et 12.16 du Programme 03 Service de la Présidence et Chancellerie de la Division organique 10 (Secrétariat général ]1.
Modifications
Art. 65. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de gewestelijke steun voorzien in de basisallocaties 41.01, 41.02 en 41.07 tot 41.12 van programma 12 en 41.04 van programma 13 van organisatieafdeling 17 toe te kennen aan het "CRAC" (Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten).
Art. 65. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances est autorisée à octroyer au CRAC le montant de l'intervention régionale prévu aux articles de base 41.01, 41.02 et 41.07 à 41.12 du programme 12 et 41.04 du programme 13 de la division organique 17.
Art. 66. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de presentiegelden en de vergoedingen vast te stellen die de Beleidsgroep "Leefmilieu" aan zijn leden kan verlenen.
Art. 66. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités que le pôle " Environnement " peut accorder à ses membres.
Art. 67. De Waalse Regering is ertoe gemachtigd de aanwezigheidsgelden en de vergoedingen vast te leggen voor de leden van de task forces et de strategische raad ingevoerd in het kader van Get Up Wallonia.
Art. 67. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités accordés aux membres des task forces et du conseil stratégique mis en place dans le cadre de Get Up Wallonia.
Art. 68. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de presentiegelden en de vergoedingen vast te stellen die de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" en de Adviescommissie over de beroepen aan hun leden kunnen verlenen.
Art. 68. Le Gouvernement wallon est autorisé à fixer les jetons de présence et les indemnités que le pôle " Aménagement du territoire " et la Commission d'Avis sur les recours peuvent accorder à leurs membres.
Art. 69. Onverminderd de arbeidsovereenkomsten die, op de inwerkingtredingsdatum van dit decreet, de "Société Wallonne du Crédit Social" (Waalse Sociale Kredietmaatschappij) verbinden met haar contractuele personeelsleden en zonder wijziging van de aard van de banden tussen de Maatschappij en dezelfde personeelsleden, wordt genoemde Maatschappij, tot de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Regering betreffende het specifieke statuut van het personeel dat toepasselijk is op de Maatschappij, geacht onderworpen te zijn aan de toepassing van het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren.
Art. 69. Sans préjudice des contrats de travail liant à la date d'entrée en vigueur du présent décret la Société wallonne du crédit social aux membres de son personnel contractuel et sans modification de la nature des liens unissant la Société à ce même personnel, la Société wallonne du crédit social est réputée, jusqu'au jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement relatif au statut spécifique du personnel applicable à la Société wallonne du crédit social, soumise à l'application du décret du 22 janvier 1998 relatif au statut du personnel de certains organismes d'intérêt public relevant de la Région wallonne.
Art. 70. De gewestelijke tegemoetkomingen bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van installaties voor het afvalstoffenbeheer maken het voorwerp uit van jaarlijkse vastleggingen en vereffeningen die overeenkomen met de annuïteiten van de toegestane leningen in het kader van een globaal investeringsprogramma in het kader van het Waalse plan voor afvalstoffen.
Art. 70. Les interventions régionales visées par l'arrêté du Gouvernement wallon relatif au financement des installations de gestion de déchets font l'objet d'engagements et de liquidations annuels correspondant aux annuités des emprunts consentis dans le cadre d'un programme global d'investissements dans le cadre du plan wallon des déchets.
Art. 71. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd, de lasten verbonden met de voorfinanciering ten belope van 75 % over te nemen van de operatoren die door het E.S.F. worden betaald en die op het grondgebied van Wallonië aanwezig zijn.
Art. 71. Le Gouvernement wallon est autorisé à prendre en charge les intérêts liés au préfinancement à 75 % des opérateurs émargeant au FSE et présents sur le territoire de la Wallonie.
Art. 72. In artikel 2, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, worden de woorden "de hulpverleningszones" ingevoegd tussen de woorden "de openbare centra voor maatschappelijk welzijn" en de woorden "en de politiezones".
Art. 72. A l'article 2, § 1er, 1°, du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emplois inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, les mots " , zones de secours " sont insérés entre les mots " centres publics d'aide sociale " et les mots " et zones de police ".
Art. 73. In artikel 15, § 4, eerste lid, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, worden de woorden "de autonome gemeentebedrijven, de hulpverleningszones en de politiezones" ingevoegd tussen de woorden "de openbare centra voor maatschappelijk welzijn" en de woorden "worden toegekend, al naargelang van".
Art. 73. A l'article 15, § 4, alinéa 1er, du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emplois inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, les mots " les régies communales autonomes, les zones de secours et les zones de police " sont insérés entre les mots " centres publics d'action sociale " et " , en fonction ".
Art. 74. In artikel 22, § 1, tweede lid, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, wordt een punt 6° ingevoegd, luidend als volgt: "6° de hulpverleningszones".
Art. 74. A l'article 22, § 1er, alinéa 2, du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emplois inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, il est inséré un 6° rédigé comme suit : " 6° aux zones de secours ".
Art. 75. Artikel 15, § 5, van het decreet van 25 mei 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"Om de punten bedoeld in het eerste lid te verkrijgen, moet de gemeente, wanneer zij of een vereniging van gemeenten een beroep doet op externe dienstverleners voor de recycling en de sortering van afval, deze dienstverlening, bij voorkeur, aan de sociale economiebedrijven voorstellen bedoeld in het Waalse decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie en aan de centra voor socioprofessionele inschakeling bedoeld in het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling. ".
"Om de punten bedoeld in het eerste lid te verkrijgen, moet de gemeente, wanneer zij of een vereniging van gemeenten een beroep doet op externe dienstverleners voor de recycling en de sortering van afval, deze dienstverlening, bij voorkeur, aan de sociale economiebedrijven voorstellen bedoeld in het Waalse decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie en aan de centra voor socioprofessionele inschakeling bedoeld in het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling. ".
Art. 75. L'article 15, § 5, du décret du 25 mai 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Pour l'obtention des points visés à l'alinéa 1er, lorsqu'une commune ou une association de communes recourt à des prestataires externes pour le tri et le recyclage des déchets, elle doit proposer, par priorité, ces prestations aux entreprises d'économie sociale visées par le décret wallon du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale et aux centres d'insertion socioprofessionnelle visées par le décret wallon du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle. ".
" Pour l'obtention des points visés à l'alinéa 1er, lorsqu'une commune ou une association de communes recourt à des prestataires externes pour le tri et le recyclage des déchets, elle doit proposer, par priorité, ces prestations aux entreprises d'économie sociale visées par le décret wallon du 20 novembre 2008 relatif à l'économie sociale et aux centres d'insertion socioprofessionnelle visées par le décret wallon du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle. ".
Art. 76. In artikel 21 van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 en bij het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2010, onverminderd de toepassing van de jaarlijkse indexering zoals bedoeld in het derde en in het vierde lid van artikel 21, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- In het eerste lid, wordt het getal "3.114,85" vervangen door het getal "3.140,54".
- In het eerste lid, wordt het getal "3.114,85" vervangen door het getal "3.140,54".
Art. 76. A l'article 21 du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement et du secteur marchand, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 décembre 2002 et par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 mars 2010, sans préjudice de l'application de l'indexation annuelle telle que prévue aux 3e et 4e alinéas de l'article 21, les modifications suivantes sont apportées :
- à l'alinéa 1er, le nombre " 3.114,85 " est remplacé par le nombre " 3.140,54 ".
- à l'alinéa 1er, le nombre " 3.114,85 " est remplacé par le nombre " 3.140,54 ".
Art. 77. Artikel 2, § 3, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"De plaatselijke besturen bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, onder beheersplan met een sterke opvolging verricht door het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten of beschouwd als onder beheersplan met een lichte opvolging verricht door het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten, overeenkomstig de beginselen bedoeld bij het decreet van 3 juni 1993 betreffende de algemene principes van het beheersplan voor gemeenten met schuldenlast alsook bij de artikelen L.3311-1 en volgende van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, worden vrijgesteld van de naleving van de toekenningsvoorwaarde bedoeld in het voormalige lid. ".
"De plaatselijke besturen bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, onder beheersplan met een sterke opvolging verricht door het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten of beschouwd als onder beheersplan met een lichte opvolging verricht door het Gewestelijke Hulpcentrum voor gemeenten, overeenkomstig de beginselen bedoeld bij het decreet van 3 juni 1993 betreffende de algemene principes van het beheersplan voor gemeenten met schuldenlast alsook bij de artikelen L.3311-1 en volgende van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering, worden vrijgesteld van de naleving van de toekenningsvoorwaarde bedoeld in het voormalige lid. ".
Art. 77. A l'article 2, § 3, du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, un deuxième alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
" Les pouvoirs locaux visés à l'article 2, § 1er, 1°, sous plan de gestion avec un suivi rapproché opéré par le Centre régional d'aide aux communes ou considérés comme étant sous plan de gestion mais avec un suivi léger opéré par le Centre régional d'aide aux communes, conformément aux principes définis par le décret du 3 juin 1993 relatif aux principes généraux du plan de gestion des Communes à finances obérées ainsi que par les articles L 3311-1 et suivants du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation, sont dispensés du respect de la condition d'octroi visée à l'alinéa précédent. ".
" Les pouvoirs locaux visés à l'article 2, § 1er, 1°, sous plan de gestion avec un suivi rapproché opéré par le Centre régional d'aide aux communes ou considérés comme étant sous plan de gestion mais avec un suivi léger opéré par le Centre régional d'aide aux communes, conformément aux principes définis par le décret du 3 juin 1993 relatif aux principes généraux du plan de gestion des Communes à finances obérées ainsi que par les articles L 3311-1 et suivants du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation, sont dispensés du respect de la condition d'octroi visée à l'alinéa précédent. ".
Art. 78. In artikel 8, § 3, vierde lid, van het besluit van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, vervangen bij het besluit van 30 april 2009, worden de woorden " de Regering " vervangen door de woorden "de Minister".
Art. 78. A l'article 8, § 3, alinéa 4, de l'arrêté du 19 décembre 2002 portant exécution du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, remplacé par l'arrêté du 30 avril 2009, les mots " le Gouvernement " sont remplacés par " la Ministre ".
Art. 79. De "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) kan de voorzitters van de Onderwijsregio's Kwalificerend onderwijs - Vorming - Tewerkstelling gelegen in het Waalse Gewest en de voorzitters van de dienovereenkomstige subregionale kamers tewerkstelling - vorming hun reiskosten terugbetalen volgens de voorwaarden en het percentage die van toepassing zijn op de ambtenaren van het Waalse Gewest.
Art. 79. L'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi peut rembourser aux Présidents des Instances bassin Enseignement qualifiant-Formation-Emploi situées en Région wallonne et aux Présidents des Chambres subrégionales Emploi-Formation y afférentes, leurs frais de parcours dans les conditions et suivant le taux applicable aux fonctionnaires de la Région wallonne.
Art. 80. Paragraaf 6 van artikel 27 van het decreet betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) van 6 mei 1999 wordt vervangen als volgt:
" § 6. De in de begroting opgenomen toelagen worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 van programma 18.13, 41.15 van programma 18.22 van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ".
" § 6. De in de begroting opgenomen toelagen worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 van programma 18.13, 41.15 van programma 18.22 van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ".
Art. 80. Le paragraphe 6 de l'article 27 du décret relatif à l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi du 6 mai 1999 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 du programme 18.13, 41.15 du programme 18.22 du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ".
" § 6. Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 du programme 18.13, 41.15 du programme 18.22 du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ".
Art. 81. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie en Digitale Technologieën, de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 12.03 en 74.04 van programma 18.01 en de basisallocaties van de economische codes 12 en 74 van de programma's 18.02, 18.06, 18.15 en 18.31.
Art. 81. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre de l'Economie, de l'Industrie, de la Recherche, de l'Innovation et du Numérique, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les articles de base 12.03 et 74.04 du programme 18.01 et les articles de base de codes économiques 12 et 74 des programmes 18.02, 18.06, 18.15 et 18.31.
Art. 82. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de basisallocaties 12.03 en 74.04 van programma 18.01 en de basisallocaties van de economische codes 12 en 74 van de programma's 18.11, 18.19, 18.21 en 18.25.
Art. 82. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer des crédits d'engagement et les crédits de liquidation entre les articles de base 12.03 et 74.04 du programme 18.01 et les articles de base de codes économiques 12 et 74 des programmes 18.11, 18.19, 18.21 et 18.25.
Art. 83. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, mits instemming van de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de programma's 09 van organisatieafdeling 10, programma 04 van organisatieafdeling 09 en programma 21 van organisatieafdeling 12.
Art. 83. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de la Fonction publique, de l'Informatique, de la Simplification administrative, en charge des Allocations familiales, du Tourisme, du Patrimoine et de la Sécurité routière est autorisée, moyennant accord du Ministre du Budget, à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre les programmes 09 de la division organique 10, le programme 04 de la division organique 09 et le programme 21 de la division organique 12.
Art. 84. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Vice-Minister-President en Minister van Economie, Industrie, Innovatie, Digitale Technologieën, Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting, ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen basisallocatie 31.18 van programma 18.06 en de basisallocaties van programma 10 van organisatieafdeling 09 die verband houden met de tegemoetkomingen bedoeld bij het decreet houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portefeuille.
Art. 84. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Vice-Président et Ministre de l'Economie, du Commerce extérieur, de la Recherche et de l'Innovation, du Numérique, de l'Aménagement du Territoire, de l'Agriculture, de l'IFAPME et des Centres de compétence et le Ministre du Budget, sont autorisés à opérer des transferts de crédits d'engagement et de liquidation entre l'article de base 31.18 du programme 18.06 et les articles de base du programme 10 de la division organique 09 qui se rapportent aux interventions visées par le décret portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides de la Wallonie, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré.
Art. 85. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd kredieten over te dragen tussen enerzijds de basisallocaties 12.03, 12.04, 74.02 en 74.03 van programma 01 van organisatieafdeling 15, basisallocatie 12.03 van programma 04 van organisatieafdeling 15, de artikelen 12.09, 12.16, 74.07 van programma 02 van organisatieafdeling 16, en anderzijds, de basisallocaties 12.06, 74.01 en 74.02 van programma 07 van organisatieafdeling 10 van de begroting in het kader van het gecentraliseerd geomaticabeheer van de Waalse Overheidsdienst.
Art. 85. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits entre d'une part, les articles de base 12.03, 12.04, 74.02 et 74.03 du programme 01 de la division organique 15, l'article de base 12.03 du programme 04 de la division organique 15, les articles 12.09, 12.16 et 74.07 du programme 02 de la division organique 16, et d'autre part, les articles de base 12.06, 74.01 et 74.02 du programme 07 de la division organique 10 du budget dans le cadre de la gestion centralisée de la géomatique du SPW.
Art. 86. Overeenkomstig artikel 13 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, is de Waalse Regering vrijgesteld van de onmiddellijke neerlegging van een specifiek ontwerp van decreet tot aanpassing als de begrotingsberaadslaging dat zij goedkeurt houdende opening van de nodige kredieten, hetzij voor de vastlegging, hetzij voor de vereffening, hetzij voor de vastlegging en de vereffening van uitgaven, cumulatief per aard van krediet lager is dan 5.000.000 euro.
Art. 86. En application de l'article 13 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Gouvernement est dispensé du dépôt immédiat d'un projet de décret spécifique d'ajustement si la délibération budgétaire qu'il adopte ouvrant les crédits nécessaires soit pour l'engagement, soit pour la liquidation, soit pour l'engagement et la liquidation de dépenses sont inférieurs cumulativement par nature de crédit à 5.000.000 euros.
Art. 87. In afwijking van artikel L2333-2 van het Wetboek van Plaatselijke Democratie en Decentralisering, bedraagt de gewestelijke dotatie toegekend aan het Provinciefonds in 2021, 131.980.000 euro.
Art. 87. Par dérogation à l'article L2333-2 du CDLD, la dotation régionale allouée au fonds des provinces s'élève à 131.980.000 euros en 2021.
Art. 88. § 1. In § 1, 1°, van artikel 8bis van het decreet van 10 maart 1994 betreffende de oprichting van de "Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures" (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren), ingevoegd bij het decreet van 4 februari 1999 en gewijzigd bij het decreet van 27 november 2003, wordt littera c opgeheven.
§ 2. De Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
§ 2. De Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
Art. 88. § 1er. Au § 1er, 1°, de l'article 8bis du décret du 10 mars 1994 relatif à la création de la Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures, inséré par le décret du 4 février 1999 et modifié par le décret du 27 novembre 2003, le littera c est abrogé.
§ 2. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent article.
Art. 89. De in de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, kunnen voor het begrotingsjaar 2021 verrekend worden als voorschotten voor het lopende jaar.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Art. 89. Les montants trop perçus versés aux CPAS au cours des années précédentes dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les Centres publics d'aide sociale, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale peuvent être considérés pour l'exercice 2021 comme des avances de l'année en cours.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, et de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Art. 90. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Tewerkstelling en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om tussen de programma's 11, 19 en 25 van organisatieafdeling 18 vastleggingskredieten over te dragen tussen de verschillende basisallocaties met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden, tot stand gekomen in het kader van de Zesde Staatshervorming ter uitvoering van de bijzondere wet van 6 januari 2014 of overgeheveld, ten gevolge van die staatshervorming, door de Federatie Wallonië-Brussel krachtens het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening overgedragen is aan het Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie.
Art. 90. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer, entre les programmes 11, 19 et 25 de la division organique 18 des crédits d'engagement entre les différents articles de base, relatifs au transfert de compétences opérés dans le cadre de la 6ème Réforme de l'Etat en exécution de la loi spéciale du 6 janvier 2014 ou transférées, suite à cette réforme par la Fédération Wallonie-Bruxelles en vertu du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région et à la Commission communautaire française.
Art. 91. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om in het kader van de "Steunhervorming" en in het bijzonder van de invoering van het doelgroepenbeleid vastleggingskredieten over te dragen tussen volgende basisallocaties van organisatieafdeling 18: 41.05, van programma 11, 41.20, 41.23 et 41.24 van programma 12, 41.04, 41.05 en 41.06 van programma 13, 41.01 van programma 18, 33.03, 33.10, 33.14, 43.03, 43.04, 43.05 van programma 19 en 41.01 van programma 21.
Art. 91. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer, dans le cadre de la " Réforme des aides à l'emploi " des crédits d'engagement entre les articles de base suivants de la division organique 18 : 41.05 du programme 11, 41.20, 41.23 et 41.24 du programme 12, 41.04, 41.05 et 41.06 du programme 13, 41.01 du programme 18, 33.03, 33.10, 33.14, 43.03, 43.04, 43.05 du programme 19 et 41.01 du programme 21.
Art. 92. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister van Tewerkstelling en Vorming en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om in het kader van de "Steunhervorming" en in het bijzonder van de invoering van het Doelgroepenbeleid vastleggingskredieten over te dragen tussen volgende basisallocaties van de organisatieafdeling 18: 41.23, 41.24 van programma 12 en 41.01 van programma 18.
Art. 92. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre de l'Emploi et de la Formation et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer, dans le cadre de la " Réforme des aides " et plus spécifiquement de la mise en place des politiques Groupes-cibles des crédits d'engagement entre les articles de base suivants de la division organique 18 : 41.23, 41.24 du programme 12 et 41.01 du programme 18.
Art. 93. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om van de begrotingsprogramma's de kredieten nodig voor de uitvoering van het nieuwe administratieve vereenvoudigingsbeleid of buitengewone uitgaven over te dragen naar de basisallocaties van programma 09.04 "e-Wallonie-Bruxelles-Simplification" (e-Wallonië-Brussel-Vereenvoudiging).
Art. 93. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques de simplification administrative nouvelles ou de dépenses exceptionnelles vers les articles de base du programme 09.04 " e-Wallonie-Bruxelles-Simplification ".
Art. 94. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd van de begrotingsprogramma's de kredieten nodig voor het voeren van het nieuwe documentatiebeleid of voor uitzonderlijke uitgaven inzake documentatie over te dragen naar basisallocatie 12.01 "Permanente terbeschikkingstelling van documentaire bronnen voor de gezamenlijke Waalse Overheidsdienst" van programma 06 Communicatie, archief en documentatie van Organisatieafdeling 10 (Secretariaat-generaal).
Art. 94. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les membres du Gouvernement wallon et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires à la réalisation de politiques documentaires nouvelles ou de dépenses de documentation exceptionnelles vers l'article de base 12.01 " Mise à disposition permanente de ressources documentaires pour l'ensemble du Service public de Wallonie " du Programme 06 Communication, archives et documentation de la Division organique 10 (Secrétariat général).
Art. 95. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister van Begroting en de Leden van de Waalse Regering ertoe gemachtigd, de nodige kredieten over te dragen tussen de basisallocaties ter financiering van de begeleidingsmaatregelen in verband met de kilometerheffing.
Art. 95. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre du Budget et les membres du Gouvernement wallon sont autorisés à transférer les crédits nécessaires entre les articles de base finançant les mesures d'accompagnement en lien avec le prélèvement kilométrique.
Art. 97. [1 De bijlage bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen wordt vervangen door volgende bewoordingen:
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt :
"De instellingen bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, van de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn ingedeeld als volgt :
Art. 97. [1 L'annexe au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, insérée par le décret du 17 décembre 2015 modifiant le décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et de la comptabilité des services du Gouvernement wallon, le décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat et le Code wallon du Logement et de l'Habitat durable est remplacée par les termes suivants :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
" Les organismes visés à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes sont classés de la façon suivante :
| Nr. ECB | BENAMING | Type |
| 0 | "Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne" (Egalisatiefonds voor begrotingen van het Waalse Gewest) | Type 1 |
| 0 | "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals Fonds Natuurrampen) | Type 1 |
| 0 | "Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie" (Post-COVID-19 Fonds voor de uitstraling van Wallonië) | Type 1 |
| 0 | "Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté" (Post-post-COVID-19 Fonds voor de armoedebestrijding) | Type 1 |
| 0 | "Fonds bas carbone et résilience" (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie) | Type 1 |
| 241530493 | "Institut scientifique de service public" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst) | Type 1 |
| 254714773 | "Centre régional d'aide aux communes (CRAC)" | Type 1 |
| 262172984 | "Centre wallon de Recherches Agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) | Type 1 |
| 810888623 | "Wallonie-Bruxelles International" | Type 1 |
| 866518618 | Iweps | Type 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAAT-GENERAAL VOOR TOERISME | Type 1 |
| 202414452 | Autonome haven van Luik | Type 2 |
| 208201095 | Autonome haven van Charleroi | Type 2 |
| 218569902 | Autonome haven van Namen | Type 2 |
| 236363165 | Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi (Waalse Dienst Beroepsvorming en Tewerkstelling) (met inbegrip van de subregionale comités inzake tewerkstelling en vorming) | Type 2 |
| 267314479 | "Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers" (AWEX) (Waals Agentschap voor Export en Buitenlandse Investeringen) | Type 2 |
| 267400492 | "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de Qualité" (Waals Agentschap voor de Bevordering van een kwaliteitslandbouw) | Type 2 |
| 475273274 | Autonome haven "Centre et de l'Ouest" | Type 2 |
| 693771021 | "Caisse publique d'allocations familiales" (Waals kinderbijslagfonds) (Famiwal) | Type 2 |
| 849413657 | Bestuursschool voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest | Type 2 |
| 869559171 | "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et des petites et moyennes entreprises (IFAPME)" (Waals instituut voor alternerende opleidingen en zelfstandigen en voor kmo's) | Type 2 |
| 202268754 | "CREDIT SOCIAL LOGEMENT" | Type 3 |
| 216754517 | "Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie" | Type 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie (Waalse gewestelijke investeringsmaatschappij) | Type 3 |
| 227842904 | "Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises" (Waalse maatschappij voor de financiering en de waarborg van de kleine en middelgrote ondernemingen) | Type 3 |
| 231550084 | "SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA" (WAALSE HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ NV) | Type 3 |
| 240365703 | SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE | Type 3 |
| 242069339 | Waalse Vervoersoperator | Type 3 |
| 243929462 | SPAQuE | Type 3 |
| 252151302 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES | Type 3 |
| 260639790 | "SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON" (Maatschappij voor de sanering en de renovatie van industriële sites van Waals Brabant) | Type 3 |
| 400351068 | Crédit social de la Province du Brabant wallon (Sociaal Krediet van de Provincie Waals Brabant) | Type 3 |
| 401122615 | "SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT" | Type 3 |
| 401228127 | "Crédit à l'épargne immobilière" (Krediet voor vastgoedsparen) | Type 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | Type 3 |
| 401417672 | " La Terrienne du crédit social " (de landelijke maatschappij van het sociale krediet) | Type 3 |
| 401465578 | L'Ouvrier chez Lui | Type 3 |
| 401553373 | LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT | Type 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | Type 3 |
| 401632260 | Building | Type 3 |
| 401731339 | Tous Propriétaires | Type 3 |
| 401778057 | La Prévoyance | Type 3 |
| 402324326 | " SA société de crédit pour habitations sociales ", afgekort " SA SCHS " in het Duits AG Eigenheimkreditgesellschaft " (AG EKKG) | Type 3 |
| 402436568 | Terre et Foyer | Type 3 |
| 402439340 | Le Travailleur chez Lui | Type 3 |
| 402495065 | Credissimo Henegouwen | Type 3 |
| 402509715 | LE PETIT PROPRIETAIRE | Type 3 |
| 402550889 | Habitation Lambotte | Type 3 |
| 403977482 | Credissimo | Type 3 |
| 404370630 | SOCIAAL KREDIET VAN LUXEMBURG | Type 3 |
| 405631729 | LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT | Type 3 |
| 413193670 | Abdij van Villers-la-Ville | Type 3 |
| 413255038 | VZW " Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe " | Type 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | Type 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie (FLFNW) (Huisvestingsfonds kroostrijke gezinnen van Wallonië) | Type 3 |
| 426091207 | SOCIETE WALLONNE DE LOCATION-FINANCEMENT | Type 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | Type 3 |
| 426887397 | "SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATION"S | Type 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | Type 3 |
| 433766083 | Sociale dienst van de diensten van de Waalse Regering | Type 3 |
| 435532572 | "SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS" | Type 3 |
| 437249076 | "Synergies Wallonie" | Type 3 |
| 450305870 | Riviercontract " Haute Meuse " | Type 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | Type 3 |
| 454183890 | "SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL" (SOCARIS) | Type 3 |
| 455653441 | "SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE" (W. ALTER.) | Type 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | Type 3 |
| 462311896 | "Parc d'Aventures Scientifiques" | Type 3 |
| 463308424 | Riviercontract Ourthe | Type 3 |
| 466071439 | WSL | Type 3 |
| 466557627 | "SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX" | Type 3 |
| 471517988 | "Société d'Investissement Agricole de Wallonie" | Type 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | Type 3 |
| 473771754 | "SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL" (WAALSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL KREDIET) | Type 3 |
| 475247837 | "SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS" | Type 3 |
| 475355824 | VZW Riviercontract voor de rivier Amel | Type 3 |
| 475627325 | Gemeenschappelijk secretariaat van het programma Interreg IV Luxemburg - Wallonië - Vlaanderen | Type 3 |
| 476800629 | Technisch team Interreg Frankrijk - Wallonië - Vlaanderen VZW | Type 3 |
| 480028848 | SAMANDA | Type 3 |
| 480753576 | "TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE" | Type 3 |
| 505741370 | "Agence pour l'entreprise et l'innovation " | Type 3 |
| 544978266 | 123CDI | Type 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | Type 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | Type 3 |
| 554780018 | Participatiefonds Wallonië | Type 3 |
| 568575002 | "AGENCE DU NUMERIQUE" | Type 3 |
| 652991825 | Riviercontract Moezel VZW | Type 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | Type 3 |
| 667687820 | " IMBC 2020 " | Type 3 |
| 667964566 | "FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020" | Type 3 |
| 669741844 | "Namur Innovation & Growth" | Type 3 |
| 669955343 | B2START | Type 3 |
| 670937716 | " Luxembourg Développement Europe 2 " | Type 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | Type 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | Type 3 |
| 697584804 | "Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille" | Type 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | Type 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | Type 3 |
| 705942145 | "Société wallonne d'investissement et de conseil" in de sectoren gezondheid, ziekenhuizen, huisvesting van bejaarde personen, opvang van gehandicapten | Type 3 |
| 713671758 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713674629 | "Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713670867 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 715609778 | "Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 713671461 | "Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres" voor het Waalse Gewest | Type 3 |
| 807763936 | "Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon" | Type 3 |
| 808269425 | "Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés" (Waalse Agentschap belast met de bestrijding van mishandeling van bejaarde personen) | Type 3 |
| 811443701 | GELIGAR | Type 3 |
| 811463495 | "Caisse d'Investissement de Wallonie" | Type 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | Type 3 |
| 812367476 | "Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie" | Type 3 |
| 816595290 | "OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS" | Type 3 |
| 816917469 | "SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER" | Type 3 |
| 817847382 | Riviercontract van het onderstroomgebied Semois-Chiers | Type 3 |
| 817922707 | Riviercontract Dijle-Gete | Type 3 |
| 823228409 | Futurocité | Type 3 |
| 826929552 | Riviercontract van de stroomafwaartse Maas en zijrivieren | Type 3 |
| 828207477 | Riviercontract Dender | Type 3 |
| 830804802 | Riviercontract Samber & zijrivieren | Type 3 |
| 836794452 | Riviercontract Schelde-Leie | Type 3 |
| 841609612 | "Centre d'Etudes et Habitat Durable asbl" | Type 3 |
| 843107667 | "Durobor Real Estate" | Type 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | Type 3 |
| 851101358 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Vesder | Type 3 |
| 860662588 | Type 3 | |
| 861927053 | "SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE" | Type 3 |
| 862775210 | La Terrienne du Luxembourg | Type 3 |
| 865277018 | WALLIMAGE ENTREPRISES | Type 3 |
| 865732522 | ARCEO | Type 3 |
| 866661841 | "COMPAGNIE FINANCIERE DU VAL" | Type 3 |
| 867271753 | Epicuris | Type 3 |
| 871229947 | GEPART | Type 3 |
| 872191039 | Riviercontract Zenne | Type 3 |
| 873260316 | "SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE" | Type 3 |
| 873769961 | "FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE" | Type 3 |
| 877938090 | "SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES" | Type 3 |
| 877942347 | "SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF" | Type 3 |
| 879929065 | "DESIGN INNOVATION ET COMPETENCE" | Type 3 |
| 880827009 | Riviercontract van het onderstroomgebied van de Haine | Type 3 |
| 881746727 | "SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES" | Type 3 |
| 882099588 | "LA FINANCIERE DU BOIS" | Type 3 |
| 882104835 | "Financière Spin-off luxembourgeoise" | Type 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | Type 3 |
| 888366085 | "WALLONIE Belgique TOURISME" | Type 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | Type 3 |
| 894160351 | Riviercontract voor de Lesse | Type 3 |
Gezien om te worden gevoegd bij het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden ]1.
Modifications
| N° BCE | DENOMINATION | TYPE |
| 0 | Fonds d'égalisation des budgets de la Région wallonne | Type 1 |
| 0 | Fonds wallon des calamités naturelles | Type 1 |
| 0 | Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie | Type 1 |
| 0 | Fonds post-COVID-19 de sortie de la pauvreté | Type 1 |
| 0 | Fonds bas carbone et résilience | Type 1 |
| 241530493 | Institut scientifique de Service public - Wissenschaftliches Institut Offentlicher Dienststelle - Wetenschappelijk Instituut van Openbare Dienst | Type 1 |
| 254714773 | Centre régional d'aide aux communes | Type 1 |
| 262172984 | LE CENTRE WALLON DE RECHERCHES AGRONOMIQUES | Type 1 |
| 810888623 | Wallonie-Bruxelles International | Type 1 |
| 866518618 | IWEPS | Type 1 |
| 898739543 | COMMISSARIAT GENERAL AU TOURISME | Type 1 |
| 202414452 | PORT AUTONOME DE LIEGE | Type 2 |
| 208201095 | Port Autonome de Charleroi | Type 2 |
| 218569902 | PORT AUTONOME DE NAMUR | Type 2 |
| 236363165 | Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi (y compris les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation) | Type 2 |
| 267314479 | Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers | Type 2 |
| 267400492 | AGENCE WALLONNE POUR LA PROMOTION D'UNE AGRICULTURE DE QUALITE | Type 2 |
| 475273274 | PORT AUTONOME DU CENTRE ET DE L'OUEST | Type 2 |
| 693771021 | Caisse publique d'allocations familiales (FAMIWAL) | Type 2 |
| 849413657 | Ecole d'administration publique commune à la Communauté française et à la Région wallonne | Type 2 |
| 869559171 | Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises | Type 2 |
| 202268754 | CREDIT SOCIAL LOGEMENT | Type 3 |
| 216754517 | Conseil Economique Social et Environnemental de Wallonie | Type 3 |
| 219919487 | Société Régionale d'Investissement de Wallonie | Type 3 |
| 227842904 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT ET DE GARANTIE DES PETITES ET MOYENNES ENTREPRISES | Type 3 |
| 231550084 | SOCIETE WALLONNE DU LOGEMENT SA | Type 3 |
| 240365703 | SOCIETE DE GESTION DU FRI DE LA REGION WALLONNE | Type 3 |
| 242069339 | Opérateur de Transport de Wallonie | Type 3 |
| 243929462 | SPAQuE | Type 3 |
| 252151302 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT COMPLEMENTAIRE DES INFRASTRUCTURES | Type 3 |
| 260639790 | SOCIETE D'ASSAINISSEMENT ET DE RENOVATION DES SITES INDUSTRIELS DU BRABANT WALLON | Type 3 |
| 400351068 | CREDIT SOCIAL DE LA PROVINCE DU BRABANT WALLON | Type 3 |
| 401122615 | SOCIETE TERRIENNE DE CREDIT SOCIAL DU HAINAUT | Type 3 |
| 401228127 | Crédit à l'épargne immobilière | Type 3 |
| 401412625 | PROXIPRET | Type 3 |
| 401417672 | LA TERRIENNE DU CREDIT SOCIAL | Type 3 |
| 401465578 | L'Ouvrier chez Lui | Type 3 |
| 401553373 | LA MAISON OUVRIERE DE L'ARRONDISSEMENT DE CHARLEROI ET DU SUD-HAINAUT | Type 3 |
| 401609593 | LE CREDIT SOCIAL ET LES PETITS PROPRIETAIRES REUNIS | Type 3 |
| 401632260 | BUILDING | Type 3 |
| 401731339 | Tous Propriétaires | Type 3 |
| 401778057 | La Prévoyance | Type 3 |
| 402324326 | SA SOCIETE DE CREDIT POUR HABITATIONS SOCIALES en abrégé SA SCHS en allemand AG EIGENHEIMKREDI TGESELLSCHAFT en abrégé AG EKKG | Type 3 |
| 402436568 | TERRE ET FOYER | Type 3 |
| 402439340 | Le Travailleur chez Lui | Type 3 |
| 402495065 | CREDISSIMO HAINAUT | Type 3 |
| 402509715 | LE PETIT PROPRIETAIRE | Type 3 |
| 402550889 | HABITATION LAMBOTTE | Type 3 |
| 403977482 | CREDISSIMO | Type 3 |
| 404370630 | CREDIT SOCIAL DU Luxembourg | Type 3 |
| 405631729 | LE CREDIT HYPOTHECAIRE O. BRICOULT | Type 3 |
| 413193670 | Abbaye de Villers-la-Ville | Type 3 |
| 413255038 | ASBL Domaine régional Solvay - Château de La Hulpe | Type 3 |
| 419202029 | B.E. Fin | Type 3 |
| 421102536 | Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie | Type 3 |
| 426091207 | SOCIETE WALLONNE DE LOCATION-FINANCEMENT | Type 3 |
| 426516918 | S.R.I.W. ENVIRONNEMENT | Type 3 |
| 426887397 | SOCIETE WALLONNE DE GESTION ET DE PARTICIPATIONS | Type 3 |
| 427724963 | IMMOWAL | Type 3 |
| 433766083 | SERVICE SOCIAL DES SERVICES DU GOUVERNEMENT WALLON | Type 3 |
| 435532572 | SOCIETE DE RENOVATION ET D'ASSAINISSEMENT DES SITES INDUSTRIELS | Type 3 |
| 437249076 | Synergies WALLONIE | Type 3 |
| 450305870 | Contrat de Rivière Haute Meuse | Type 3 |
| 452116307 | SPARAXIS | Type 3 |
| 454183890 | SOCIETE DE CAPITAL A RISQUE - OBJECTIF No1 DU HAINAUT OCCIDENTAL (SOCARIS) | Type 3 |
| 455653441 | SOCIETE WALLONNE D'ECONOMIE SOCIALE MARCHANDE (W. ALTER.) | Type 3 |
| 458220674 | TECHNIFUTUR | Type 3 |
| 462311896 | Parc d'Aventures Scientifiques | Type 3 |
| 463308424 | CONTRAT DE RIVIERE OURTHE | Type 3 |
| 466071439 | WSL | Type 3 |
| 466557627 | SOCIETE DE FINANCEMENT DES EAUX | Type 3 |
| 471517988 | Société d'Investissement Agricole de Wallonie | Type 3 |
| 472062970 | WALLIMAGE | Type 3 |
| 473771754 | SOCIETE WALLONNE DU CREDIT SOCIAL | Type 3 |
| 475247837 | SOCIETE WALLONNE DES AEROPORTS | Type 3 |
| 475355824 | ASBL Contrat de Rivière pour l'Amblève | Type 3 |
| 475627325 | SECRETARIAT CONJOINT DU PROGRAMME INTERREG IV Luxembourg - WALLONIE - VLAANDEREN | Type 3 |
| 476800629 | EQUIPE TECHNIQUE INTERREG France - WALLONIE - VLAANDEREN ASBL | Type 3 |
| 480028848 | SAMANDA | Type 3 |
| 480753576 | TRIAGE-LAVOIR DU CENTRE | Type 3 |
| 505741370 | AGENCE POUR L'ENTREPRISE ET L'INNOVATION | Type 3 |
| 544978266 | 123CDI | Type 3 |
| 552710255 | SOLAR CHEST | Type 3 |
| 553753006 | ESPACE FINANCEMENT | Type 3 |
| 554780018 | FONDS DE PARTICIPATION WALLONIE | Type 3 |
| 568575002 | AGENCE DU NUMERIQUE | Type 3 |
| 652991825 | Contrat de rivière Moselle ASBL | Type 3 |
| 657816980 | WALLONIA OFFSHORE WIND | Type 3 |
| 667687820 | IMBC 2020 | Type 3 |
| 667964566 | FONDS DE CAPITAL A RISQUE 2020 | Type 3 |
| 669741844 | Namur Innovation & Growth | Type 3 |
| 669955343 | B2START | Type 3 |
| 670937716 | Luxembourg Développement Europe 2 | Type 3 |
| 672421123 | WAPI 2020 | Type 3 |
| 695982819 | Parentia Wallonie | Type 3 |
| 697584804 | Caisse Wallonne d'Allocations Familiales Camille | Type 3 |
| 697754256 | Kidslife Wallonie | Type 3 |
| 697784445 | INFINO WALLONIE | Type 3 |
| 705942145 | SOCIETE WALLONNE D'INVESTISSEMENT ET DE CONSEIL DANS LES SECTEURS DE LA SANTE, DES HOPITAUX, DE L'HEBERGEMENT DES PERSONNES AGEES, DE L'ACCUEIL DES PERSONNES HANDICAPEES | Type 3 |
| 713671758 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Chrétiennes pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713674629 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Neutres pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713670867 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Socialistes - Solidaris pour la Région wallonne | Type 3 |
| 715609778 | Société Mutualiste Régionale de l'Union Nationale des Mutualités Libérales pour la Région wallonne | Type 3 |
| 713671461 | Société Mutualiste Régionale des Mutualités Libres pour la Région wallonne | Type 3 |
| 807763936 | Société de Financement de Projets Structurants de l'Est du Brabant Wallon | Type 3 |
| 808269425 | Agence wallonne de lutte contre la maltraitance des ainés | Type 3 |
| 811443701 | GELIGAR | Type 3 |
| 811463495 | Caisse d'Investissement de Wallonie | Type 3 |
| 812008774 | NOVALLIA | Type 3 |
| 812367476 | Institut wallon virtuel de recherche d'excellence dans les domaines des sciences de la vie | Type 3 |
| 816595290 | OFFICE ECONOMIQUE WALLON DU BOIS | Type 3 |
| 816917469 | SOCIETE MIXTE DE DEVELOPPEMENT IMMOBILIER | Type 3 |
| 817847382 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN SEMOISCHIERS | Type 3 |
| 817922707 | Contrat de rivière Dyle-Gette | Type 3 |
| 823228409 | FuturoCité | Type 3 |
| 826929552 | Contrat de Rivière de la Meuse Aval et affluents | Type 3 |
| 828207477 | Contrat Rivière Dendre | Type 3 |
| 830804802 | CONTRAT RIVIERE SAMBRE & AFFLUENTS | Type 3 |
| 836794452 | Contrat de Rivière Escaut-Lys | Type 3 |
| 841609612 | Centre d'Etudes en Habitat Durable de Wallonie asbl | Type 3 |
| 843107667 | Durobor Real Estate | Type 3 |
| 847284310 | IMMO-DIGUE | Type 3 |
| 851101358 | CONTRAT DE RIVIERE DU SOUS-BASSIN HYDROGRAPHIQUE DE LA VESDRE | Type 3 |
| 860662588 | SOCIETE WALLONNE DE FINANCEMENT DE L'EXPORTATION ET DE L'INTERNALISATION DES ENTREPRISES WALLONNES - SOFINEX | Type 3 |
| 861927053 | SOCIETE DES CAUTIONS MUTUELLES DE WALLONIE | Type 3 |
| 862775210 | LA TERRIENNE DU Luxembourg | Type 3 |
| 865277018 | WALLIMAGE ENTREPRISES | Type 3 |
| 865732522 | ARCEO | Type 3 |
| 866661841 | COMPAGNIE FINANCIERE DU VAL | Type 3 |
| 867271753 | Epicuris | Type 3 |
| 871229947 | GEPART | Type 3 |
| 872191039 | Contrat de rivière Senne | Type 3 |
| 873260316 | SOCIETE LIEGEOISE DE GESTION FONCIERE | Type 3 |
| 873769961 | FINANCIERE D'ENTREPRISE ET DE RENOVATION IMMOBILIERE | Type 3 |
| 877938090 | SOCIETE WALLONNE POUR LE FINANCEMENT DES INFRASTUCTURES DES POLES DE COMPETITIVITES | Type 3 |
| 877942347 | SOCIETE WALLONNE POUR LA GESTION D'UN FINANCEMENT ALTERNATIF | Type 3 |
| 879929065 | DESIGN INNOVATION ET COMPETENCE | Type 3 |
| 880827009 | Contrat de Rivière du sous-bassin hydrographique de la haine | Type 3 |
| 881746727 | SOCIETE WALLONNE D'ACQUISITIONS ET DE CESSION D'ENTREPRISES | Type 3 |
| 882099588 | LA FINANCIERE DU BOIS | Type 3 |
| 882104835 | Financière Spin-off luxembourgeoise | Type 3 |
| 883921903 | BIOTECH COACHING | Type 3 |
| 888366085 | WALLONIE Belgique TOURISME | Type 3 |
| 890497612 | HOCCINVEST - FONDS SPIN-OFF/SPIN-OUT | Type 3 |
| 894160351 | contrat de rivière pour la Lesse | Type 3 |
Vu pour être annexé au décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes ]1
Modifications
Art. 98. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met de Digitale Technologieën, de betrokken Leden van de Waalse Regering en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggingskredieten over te dragen tussen basisallocatie 01.03 van programma 32 van organisatieafdeling 18 en de basisallocaties toegespitst op de maatregelen van het Digitaal Plan Wallonia opgenomen in de programma's van de uitgavenbegroting.
Art. 98. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre en charge du Numérique, les membres du Gouvernement wallon concernés et le Ministre du Budget sont habilités à transférer des crédits d'engagement et de liquidation entre l'article de base 01.03 du programme 32 de la division organique 18 et les articles de base dédicacés aux mesures du Programme Digital Wallonia inscrits dans les programmes du budget des dépenses.
Art. 99. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de Minister belast met informatica en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd, met het akkoord van de betrokken vakministers, om van de programma's van de begroting de nodige kredieten over te dragen voor de financiering van de nieuwe informatica oplossingen in budgetaire en boekhoudkundige materies (oplossing "WBFIN") naar basisallocaties 12.03 en 74.02 van programma 01 (functioneel) van organisatieafdeling 19.
Art. 99. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, la Ministre en charge de l'informatique et le Ministre du Budget sont habilités, de l'accord des Ministres fonctionnels concernés, à transférer des programmes du budget les crédits nécessaires au financement de la nouvelle solution informatique budgétaire et comptable (solution " WBFIN ") vers les articles de base 12.03 et 74.02 du programme 01 (fonctionnel) de la division organique 19.
Art. 100. § 1. Artikel 37 van het programmadecreet van 21 december 2016 met betrekking tot verschillende maatregelen betreffende de begroting wordt opgeheven.
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt: De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven. ".
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt: De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven. ".
Art. 100. § 1er. L'article 37 du Décret-programme du 21 décembre 2016 portant sur des mesures diverses liées au budget est abrogé.
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit " § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit " § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
Art. 101. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de Minister belast met het beheer van de onroerende en roerende goederen (met inbegrip van hun voertuigen en hun onderhoud) ertoe gemachtigd om kredieten over te dragen tussen de basisallocaties betreffende de aankoop van duurzame goederen (al dan niet specifiek, met inbegrip van voertuigen en hun onderhoud, reparatie, verzekering en brandstof), uitrustingen (met inbegrip van beschermings- en werkuitrustingen, uniformen), vermogensgoederen (met inbegrip van het onderhoud van gebouwen) van de verschillende programma's van de uitgavenbegroting.
Art. 101. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre ayant la gestion des biens immobiliers et mobiliers (en ce compris les véhicules et leur entretien) est habilité à transférer des crédits entre les articles de base relatifs aux acquisitions de biens durables (spécifiques ou non, en ce compris les véhicules et leurs entretien, réparation, assurance et carburant), équipements (en ce compris les équipements de protection et de travail, uniformes), biens patrimoniaux (en ce compris l'entretien de bâtiment) des divers programmes du budget des dépenses.
Art. 102. In afwijking van artikel 27 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, wordt de verdeling van de kredieten van een oprichtingsfonds binnen zijn operationeel programma over de basisallocaties (artikelen van het fonds) waaruit het bestaat (en omgekeerd), toegestaan volgens de door de minister van Begroting vastgestelde modaliteiten en met inachtneming van de volgende regels:
1° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, vindt de stijving van de artikelen van het fonds plaats door middel van een overdracht van inkomsten uit het begrotingsfonds van hetzelfde programma;
2° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, kan een nieuwe verdeling plaatsvinden tussen de basisallocaties (artikelen van het fonds) van éénzelfde programma;
3° zowel voor de vastleggingkredieten als voor de vereffeningskredieten moeten de kredietverhogingen worden gecompenseerd door overeenkomstige kredietverminderingen wanneer een nieuwe verdeling plaatsvindt.
Tussen de begrotingsfondsen mag er geen overdracht van middelen plaatsvinden.
1° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, vindt de stijving van de artikelen van het fonds plaats door middel van een overdracht van inkomsten uit het begrotingsfonds van hetzelfde programma;
2° wat de vastleggings- en vereffeningskredieten betreft, kan een nieuwe verdeling plaatsvinden tussen de basisallocaties (artikelen van het fonds) van éénzelfde programma;
3° zowel voor de vastleggingkredieten als voor de vereffeningskredieten moeten de kredietverhogingen worden gecompenseerd door overeenkomstige kredietverminderingen wanneer een nieuwe verdeling plaatsvindt.
Tussen de begrotingsfondsen mag er geen overdracht van middelen plaatsvinden.
Art. 102. Par dérogation à l'article 27 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les répartitions de crédits d'un fonds organique au sein de son programme opérationnel vers les articles de base (articles de fonds) qui le composent (et vice versa) sont autorisées selon les modalités définies par le Ministre du Budget et moyennant le respect des règles suivantes :
1° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, l'alimentation des articles de fonds intervient par un transfert de recettes au départ du fonds budgétaire du même programme;
2° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, une nouvelle répartition peut intervenir entre les articles de base (articles de fonds) d'un même programme;
3° tant pour les crédits d'engagement que pour les crédits de liquidation, les augmentations de crédits doivent être compensées par des diminutions équivalentes de crédits lors de toute nouvelle répartition.
Aucun transfert de moyens ne peut avoir lieu entre les fonds budgétaires.
1° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, l'alimentation des articles de fonds intervient par un transfert de recettes au départ du fonds budgétaire du même programme;
2° en ce qui concerne les crédits d'engagement et de liquidation, une nouvelle répartition peut intervenir entre les articles de base (articles de fonds) d'un même programme;
3° tant pour les crédits d'engagement que pour les crédits de liquidation, les augmentations de crédits doivent être compensées par des diminutions équivalentes de crédits lors de toute nouvelle répartition.
Aucun transfert de moyens ne peut avoir lieu entre les fonds budgétaires.
Art. 103. In het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019 betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst wordt een artikel 74/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Een ontvanger-penningmeester, daartoe aangewezen door de Minister van begroting, wordt ertoe gemachtigd om een op zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid geregistreerde vooruitbetaalde betaalkaart van geldmiddelen te voorzien, waarvan hij het gebruik aan het Rekenhof verantwoordt. ".
"Een ontvanger-penningmeester, daartoe aangewezen door de Minister van begroting, wordt ertoe gemachtigd om een op zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid geregistreerde vooruitbetaalde betaalkaart van geldmiddelen te voorzien, waarvan hij het gebruik aan het Rekenhof verantwoordt. ".
Art. 103. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 mai 2019 relatif aux délégations de pouvoirs au Service public de Wallonie, il est inséré un article 74/1 libellé comme suit :
" Un receveur-trésorier, désigné à cet effet par le Ministre ayant le budget dans ses attributions, est autorisé à alimenter une carte de paiement prépayée, nominative à son nom et sous sa responsabilité et dont il est justiciable de son usage vis-à-vis de la Cour des Comptes. ".
" Un receveur-trésorier, désigné à cet effet par le Ministre ayant le budget dans ses attributions, est autorisé à alimenter une carte de paiement prépayée, nominative à son nom et sous sa responsabilité et dont il est justiciable de son usage vis-à-vis de la Cour des Comptes. ".
Art. 104. In afwijking van artikel 26, § 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden worden de Minister bevoegd voor de coördinatie van het plan "Permanente bewoning in de toeristische uitrustingen" en de Minister van Begroting ertoe gemachtigd om vastleggings- en vereffeningskredieten over te dragen tussen de begrotingsartikelen 63.07 en 63.06 van programma 14.07, 63.04 van programma 16.02, 33.27 en 43.07 van programma 17.13.
Art. 104. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre ayant la coordination du plan " Habitat permanent dans les équipements touristiques " et le Ministre du Budget sont autorisés à transférer les crédits d'engagement et de liquidation entre les articles budgétaires 63.07 et 63.06 du programme 14.07, 63.04 du programme 16.02, 33.27 et 43.07 du programme 17.13.
Art. 105. Artikel 43 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de informatie, de coördinatie en de organisatie van de werven onder, op of boven de wegen of waterlopen wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 43. Een beveiligd informaticaportaal dat de verzameling, de validatie, de structurering en de verspreiding van informatie, het beheer van de programmering, van de coördinatie en de machtigingen voor de opening van de werf mogelijk maakt wordt ter beschikking gesteld van de personen bedoeld in artikel 8.
De personen bedoeld in artikel 8 moeten het portaal gebruiken alsook alle functionaliteiten naar gelang ze ontwikkeld worden volgens de door de Regering vastgestelde toegangs-, gebruiks- en betalingsmodaliteiten.
Het beheer van het portaal, geregeld in een beheerscontract, kan door de Regering worden toevertrouwd aan een daartoe opgerichte vereniging zonder winstoogmerk, die rechtstreeks door de Regering wordt aangewezen. ".
"Art. 43. Een beveiligd informaticaportaal dat de verzameling, de validatie, de structurering en de verspreiding van informatie, het beheer van de programmering, van de coördinatie en de machtigingen voor de opening van de werf mogelijk maakt wordt ter beschikking gesteld van de personen bedoeld in artikel 8.
De personen bedoeld in artikel 8 moeten het portaal gebruiken alsook alle functionaliteiten naar gelang ze ontwikkeld worden volgens de door de Regering vastgestelde toegangs-, gebruiks- en betalingsmodaliteiten.
Het beheer van het portaal, geregeld in een beheerscontract, kan door de Regering worden toevertrouwd aan een daartoe opgerichte vereniging zonder winstoogmerk, die rechtstreeks door de Regering wordt aangewezen. ".
Art. 105. L'article 43 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'information, la coordination et l'organisation des chantiers, sous, sur et au-dessus des voiries et cours d'eau est remplacé par ce qui suit :
" Art. 43. Un portail informatique sécurisé permettant la collecte, la validation, la structuration et la circulation des informations, la gestion de la programmation, de la coordination et des autorisations d'ouverture de chantier est mis à disposition des personnes visées à l'article 8.
Les personnes visées à l'article 8 sont tenues d'utiliser le portail ainsi que toutes ses fonctionnalités au fur et à mesure de leur développement selon les modalités d'accès, d'utilisation et de rétribution fixées par le Gouvernement.
La gestion du portail, encadrée par un contrat de gestion, peut être confiée par le Gouvernement à une association sans but lucratif, créée à cet effet et désignée directement par lui. ".
" Art. 43. Un portail informatique sécurisé permettant la collecte, la validation, la structuration et la circulation des informations, la gestion de la programmation, de la coordination et des autorisations d'ouverture de chantier est mis à disposition des personnes visées à l'article 8.
Les personnes visées à l'article 8 sont tenues d'utiliser le portail ainsi que toutes ses fonctionnalités au fur et à mesure de leur développement selon les modalités d'accès, d'utilisation et de rétribution fixées par le Gouvernement.
La gestion du portail, encadrée par un contrat de gestion, peut être confiée par le Gouvernement à une association sans but lucratif, créée à cet effet et désignée directement par lui. ".
Art. 106. In afwijking van artikel 26, 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kan de Minister van sportinfrastructuur vastleggings- en vereffeningskredieten overdragen van BA 01.01 van programma 14.06 naar BA 33.18 van programma 10.03 van de Minister-President.
Art. 106. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, le Ministre des infrastructures sportives est habilité à transférer les crédits d'engagement et de liquidation au départ de l'AB 01.01 du programme 14.06 vers l'AB 33.18 du programme 10.03 du Ministre-Président.
Art. 107. In artikel D.380 van paragraaf 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de bewoordingen "Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met het aantal aansluitingen en het zuinige waterbeheer. Het Gewest, de "S.P.G.E." en de provincies worden niet betrokken bij de opdeling van het resultaat van de activiteiten i.v.m. de openbare opdrachten." Vervangen door de bewoordingen "De uitkering van dividenden aan aandeelhouders is echter niet toegelaten. ".
Art. 107. A l'article D.380 paragraphe 1er du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, les termes " Ces règles tiendront compte notamment du nombre de raccordements et de la gestion parcimonieuse de l'eau. La Région, la S.P.G.E. et les provinces ne participent pas à la répartition du résultat dégagé par les activités ayant trait aux missions de service public. " sont remplacés par les termes " Toutefois, la distribution de dividendes aux actionnaires n'est pas permise. ".
Art. 108. Artikel 22 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, laatst gewijzigd bij het programmadecreet van 17 juli 2018, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Voor de toekenning in 2021 van de toelagen bedoeld in de artikelen 27, 27bis en 28 van dit decreet, zijn de gemeenten vrijgesteld van de naleving van artikel 21 en de uitvoeringsbepalingen ervan. Deze vrijstelling doet geen afbreuk aan de verplichting om het waarheidsgehalte te berekenen en de voor die berekening benodigde informatie te verstrekken. ".
"Voor de toekenning in 2021 van de toelagen bedoeld in de artikelen 27, 27bis en 28 van dit decreet, zijn de gemeenten vrijgesteld van de naleving van artikel 21 en de uitvoeringsbepalingen ervan. Deze vrijstelling doet geen afbreuk aan de verplichting om het waarheidsgehalte te berekenen en de voor die berekening benodigde informatie te verstrekken. ".
Art. 108. L'article 22 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, modifié en dernier lieu par le décret-programme du 17 juillet 2018, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'octroi en 2021 des subventions visées aux articles 27, 27bis et 28 du présent décret, les communes sont dispensées du respect de l'article 21 et de ses mesures d'exécution. Cette dispense n'a pas d'incidence sur l'obligation de réaliser le calcul du taux de couverture du coût-vérité et de fournir les informations nécessaires à ce calcul. ".
" Pour l'octroi en 2021 des subventions visées aux articles 27, 27bis et 28 du présent décret, les communes sont dispensées du respect de l'article 21 et de ses mesures d'exécution. Cette dispense n'a pas d'incidence sur l'obligation de réaliser le calcul du taux de couverture du coût-vérité et de fournir les informations nécessaires à ce calcul. ".
Art. 109. In artikel D.163 van Boek I van het Milieuwetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 27 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vijfde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
1° in het zesde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar".
1° in het vijfde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
1° in het zesde lid, worden de woorden "honderdtachtig dagen" vervangen door de woorden "twee jaar" en de woorden "driehonderd vijfenzestig dagen" worden vervangen door de woorden "drie jaar".
Art. 109. A l'article D.163 du Livre Ier du Code de l'Environnement, modifié pour la dernière fois par le décret du 27 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 5, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° à l'alinéa 6, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ".
1° à l'alinéa 5, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ";
2° à l'alinéa 6, les mots " cent quatre-vingts jours " sont remplacés par les mots " deux ans " et les mots " trois cents soixante-cinq jours " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Art. 110. In artikel D.28-19, van Boek I van het Milieuwetboek, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, worden de woorden: "De afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" bedoeld in artikel D.170 stort jaarlijks op de vijfde werkdag van de maand januari fondsvoorschotten" worden vervangen door de woorden: "De Regering of haar afgevaardigde stort jaarlijks fondsvoorschotten uit de afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds of uit de algemene uitgavenbegroting;
2° in paragraaf 3, worden de woorden "De voorschotten worden toegekend binnen de perken van de kredieten waarover het Fonds beschikt." vervangen door de woorden: "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds, worden voorschotten toegekend binnen de grenzen van de uit dat fonds beschikbare kredieten.,".
3° in paragraaf 4, worden de woorden "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld Milieubeschermingsfonds," ingevoegd aan het begin van de paragraaf.
1° in paragraaf 1, worden de woorden: "De afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" bedoeld in artikel D.170 stort jaarlijks op de vijfde werkdag van de maand januari fondsvoorschotten" worden vervangen door de woorden: "De Regering of haar afgevaardigde stort jaarlijks fondsvoorschotten uit de afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds of uit de algemene uitgavenbegroting;
2° in paragraaf 3, worden de woorden "De voorschotten worden toegekend binnen de perken van de kredieten waarover het Fonds beschikt." vervangen door de woorden: "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds, worden voorschotten toegekend binnen de grenzen van de uit dat fonds beschikbare kredieten.,".
3° in paragraaf 4, worden de woorden "In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld Milieubeschermingsfonds," ingevoegd aan het begin van de paragraaf.
Art. 110. A l'article D.28-19, du Livre Ier du Code de l'Environnement, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots : " La section " Financement des associations environnementales " visée à l'article D.170 verse des avances de fonds, annuellement, " sont remplacés par les mots : " Le Gouvernement, ou son délégué, verse des avances de fonds, annuellement, au départ de la section " Financement des associations environnementales " du fonds de protection pour l'environnement visée à l'article D.170 ou du budget général des dépenses, ";
2° au paragraphe 3, les mots " Les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur le Fonds. " sont remplacés par les mots : " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visés à l'article D.170, les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur ce Fonds ".
3° au paragraphe 4, les mots " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visé à l'article D.170, " sont insérés en début de paragraphe.
1° au paragraphe 1er, les mots : " La section " Financement des associations environnementales " visée à l'article D.170 verse des avances de fonds, annuellement, " sont remplacés par les mots : " Le Gouvernement, ou son délégué, verse des avances de fonds, annuellement, au départ de la section " Financement des associations environnementales " du fonds de protection pour l'environnement visée à l'article D.170 ou du budget général des dépenses, ";
2° au paragraphe 3, les mots " Les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur le Fonds. " sont remplacés par les mots : " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visés à l'article D.170, les avances sont octroyées dans la limite des crédits disponibles sur ce Fonds ".
3° au paragraphe 4, les mots " En cas d'utilisation du Fonds de protection pour l'environnement visé à l'article D.170, " sont insérés en début de paragraphe.
HOOFDSTUK II. - Machtigingen
CHAPITRE II. - Autorisations
Art. 111. De "Société wallonne de crédit social" (Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet) wordt aangewezen als afgevaardigde van het Waalse Gewest voor de uitvoering van de "prêt tremplin" en het financieel beheer van de "pret jeunes", dat bij het besluit van de Regering van 20 juli 2000 wordt georganiseerd. Haar tegemoetkomingen ten gunste van de kredietinstellingen worden gesubsidieerd door de Minister van Huisvesting.
Art. 111. La Société wallonne de crédit social est désignée en qualité de déléguée de la Région wallonne pour la mise en oeuvre du " prêt tremplin " et la gestion financière du " prêt jeunes " organisée par l'arrêté du Gouvernement du 20/07/2000, ses interventions en faveur des organismes de crédit étant subsidiées par le Ministre chargé du Logement.
Art. 112. De Minister bevoegd voor het luchthavenbeheer kan de vastleggingskredieten in de luchthavensector die betrekking hebben op kapitaalinbrengen en die toegestaan zijn door de Waalse Regering, beperken tot de bedragen die effectief volgestort worden tijdens het lopende boekjaar.
Art. 112. Le Ministre qui a la gestion aéroportuaire dans ses attributions peut limiter les crédits d'engagements relatifs aux apports en capitaux, consentis par le Gouvernement wallon, réalisés dans les matières aéroportuaires, aux seuls montants qui sont effectivement libérés dans le courant de l'exercice en cours.
Art. 113. In het kader van het herstructureringsplan van de openbare huisvestingsmaatschappijen, mag de Regering overgaan tot de herschikking van de schulden van de maatschappijen.
Art. 113. Dans le cadre du plan de redéploiement des sociétés de logement de service public, le Gouvernement est autorisé à procéder au rééchelonnement de la dette des sociétés.
Art. 114. In het kader van de herstructurering van de sociale kredietloketten, kan de Waalse Regering de Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet belasten met een tegemoetkoming voor het dekken van de fiscale gevolgen van de overdrachten van de portefeuille van de hypothecaire vorderingen.
Art. 114. Dans le cadre de la restructuration des guichets du crédit social, le Gouvernement wallon peut charger la Société wallonne de crédit social d'intervenir pour couvrir les conséquences fiscales des cessions de portefeuille de créances hypothécaires.
Art. 115. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen aan de "Société wallonne de gestion et de participations (SOGEPA) " (Waalse beheers- en participatiemaatschappij) voor de dekking van de vastleggingen in verband met het verkrijgen of de waarborg van kredietlijnen voor een bedrag van hoogstens 270 miljoen euro, in het kader van herstructureringsverrichtingen in de bedrijfssector.
Art. 115. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne à la Société wallonne de gestion et de participations (Sogepa) en vue de couvrir les engagements liés à l'obtention ou à des garanties de lignes de crédit d'un montant maximum de 270 millions d'euros, dans le cadre d'opérations de redéploiement dans le secteur industriel.
Art. 116. De als commissaris, voorzitter of inspecteur-generaal van de Aankoopcomités aangewezen ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst worden ertoe gemachtigd om de handelingen van de rechtspersonen bedoeld in artikel 6quinquies van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen te authentificeren. Bovendien zullen zij, zonder dat de ambtenaren die als lid van de aankoopcomités optreden, enig mandaat aan derden moeten verantwoorden, als vertegenwoordigers van de genoemde rechtspersonen optreden in de opdrachten die hun worden toevertrouwd.
Art. 116. Les agents du Service public de Wallonie désignés en qualité de commissaire, de président ou d'inspecteur-général des comités d'acquisition sont habilités à authentifier les actes des personnes morales visés à l'article 6quinquies de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles. En outre, sans que les fonctionnaires instrumentant des comités d'acquisition aient à justifier d'aucun mandat envers les tiers, ils agiront comme représentants des dites personnes morales dans les missions qu'elles leur confient.
HOOFDSTUK III. - Gewestelijke waarborgen
CHAPITRE III. - Garanties régionales
Art. 117. [1 De Waalse Regering wordt gemachtigd om het beroep op de lening te bepalen in toepassing van de modaliteiten van het beheerscontract dat tussen de Waalse Regering en het Fonds van de Huisvesting van de talrijke Families van Wallonië is gesloten. Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 155.500.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn ]1.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de verrichtingen van financieel beheer van de vanaf 1990 tot 2011 door het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" aangegane leningen die door het Gewest gewaarborgd zijn ]1.
Modifications
Art. 117. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en application des modalités du contrat de gestion conclu entre le Gouvernement wallon et le Fonds du logement des Familles nombreuses de Wallonie. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 155.500.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région ]1
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux opérations de gestion financière des emprunts conclus de 1990 à 2011 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie et garantis par la Région ]1
Modifications
Art. 118. § 1. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aanvullende waarborg van het Waalse Gewest tot 31 december 2021 toe te kennen voor de gehele of gedeeltelijke terugbetaling in hoofdsom, rente en bijkomende kosten, van leningen voor buitengewone tegemoetkoming, die als zodanig aangerekend zijn en die door gemeenten en provincies bij Belfius Bank worden aangegaan. Deze waarborg zal evenwel slechts worden toegekend aan de gemeenten en provincies die een beheersplan voor hun financiën voorleggen en dwingendere toezichtsregels dan die van de geldende wetten aanvaarden om voor de uitvoering ervan te zorgen.
§ 2. De krachtens dit artikel toegekende aanvullende waarborgen mogen het totaalbedrag van 297.472 euro niet overschrijden.
§ 2. De krachtens dit artikel toegekende aanvullende waarborgen mogen het totaalbedrag van 297.472 euro niet overschrijden.
Art. 118. § 1er. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder, jusqu'au 31 décembre 2021, la garantie supplétive de la Région wallonne au remboursement total ou partiel, en principal, intérêts et accessoires, d'emprunts d'aide extraordinaire et comptabilisés comme tels, souscrits auprès de Belfius Banque par des communes et des provinces. Cette garantie ne peut être accordée qu'aux communes et provinces qui déposent un plan de gestion de leurs finances et acceptent, pour en garantir l'exécution, des modalités de tutelle plus contraignantes que celles portées par les lois en vigueur.
§ 2. Les garanties supplétives accordées en vertu du présent article ne peuvent dépasser un montant global de 297.472.000 euros.
§ 2. Les garanties supplétives accordées en vertu du présent article ne peuvent dépasser un montant global de 297.472.000 euros.
Art. 119. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest toe te kennen voor de door landbouwers en landbouwbedrijven aangegane leningen voor investeringen of roulerende fondsen in land- en tuinbouw in het kader van het Fonds voor Landbouwinvestering en van de steun voor investeringen in de landbouwsector, voor een totaalbedrag van 99.103.000 euro.
Art. 119. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région wallonne aux emprunts contractés par les agriculteurs et les sociétés agricoles pour des investissements ou des fonds de roulement en agriculture et horticulture dans le cadre du Fonds d'Investissement Agricole et des aides aux investissements dans le secteur agricole, pour un montant total de 99.103.000 euros.
Art. 120. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen van de "Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures (SOFICO)" ten belope van maximum 350 miljoen euro.
Art. 120. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts de la Société wallonne de Financement complémentaire des Infrastructures (SOFICO) pour un montant maximum de 350 millions d'euros.
Art. 121. [1 De Minister van Begroting, in overleg met de Minister van Landbouw, kan de Thesaurie machtigen om financiële middelen te gebruiken ten belope van 380.000.000 euro om de uitgaven te dekken die gedaan zijn namens het Europees Garantiefonds voor de Landbouw (EOFGL) met inbegrip van de interventies m.b.t. de openbare opslag, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. Bedoelde financiële middelen worden gemobiliseerd in functie van de behoeften van de instelling van het Waalse Gewest die erom gemachtigd is die uitgaven te betalen, de door de Europese Commissie betaalde voorschotten en de met die financiële middelen gedane uitgaven. De penningmeester, de ontvanger en de boekhouder van het betaalorgaan van Wallonië worden aangewezen door de Minister van Landbouw en vervullen hun taken mits inachtneming van de Europese wetgeving terzake.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) van programma 03 van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 31.01 van programma 15.03 beschikbaar zijn voor de vergoeding van de in crisis verkerende sector, teneinde de betaling van de in dit kader vastgestelde vergoedingen te garanderen.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van basisallocatie 21.01 van programma 04 van organisatieafdeling 15 ]1.
De Minister van Landbouw wordt ertoe gemachtigd de beschikbare kredieten op de basisallocaties die betrekking hebben op de medegefinancierde steun Programma voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 van programma 15.04 om de betaling te waarborgen van de steun bedoeld in de vooruitzichten van de jaarlijkse uitgaven bekendgemaakt aan de Europese Commissie, te vereffenen op de bankrekening van het Betaalorgaan van Wallonië.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 34.01 (ESER-code 34.41) van programma 03 van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals fonds voor natuurrampen) beschikbaar zijn voor steun aan de niet-openbare sector om de betaling te waarborgen van de vergoedingen bedoeld in het kader van de erkende landbouwrampen of rampen die op het punt staan te worden erkend.
De Minister van Landbouw is gemachtigd om op de rekening van het Betaalorgaan van Wallonië de kredieten te storten die op grond van basisallocatie 31.01 van programma 15.03 beschikbaar zijn voor de vergoeding van de in crisis verkerende sector, teneinde de betaling van de in dit kader vastgestelde vergoedingen te garanderen.
Vanaf het schooljaar 2017-2018, bestaat het Europees programma in scholen uit een steunprogramma dat door de Europese Commissie wordt medegefinancierd. Dit programma is bestemd voor onderwijsinstellingen die door de Franse of Duitse Gemeenschap worden ingericht of gesubsidieerd, en gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest. De Europese begroting zal hoofdzakelijk worden bestemd voor deze uitgaven. Wallonië zal minstens de btw van deze uitgaven ten laste nemen. Het betaalorgaan wordt ertoe gemachtigd om het bedrag van de btw te prefinancieren en, in voorkomend geval, het gewestelijke deel van de steun.
De financiële lasten die voortvloeien uit die voorfinanciering zijn ten laste van basisallocatie 21.01 van programma 04 van organisatieafdeling 15 ]1.
Modifications
Art. 121. [1 Le Ministre du budget, en concertation avec le Ministre chargé de l'Agriculture, peut autoriser la Trésorerie à mobiliser des moyens financiers à concurrence de 380.000.000 euros pour couvrir les dépenses au titre de Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) y compris les opérations d'intervention relatives au stockage public, Fonds européen agricole pour le développement rural (FEADER) et Fonds européen pour les affaires maritimes et la Pêche. Lesdits moyens financiers sont mobilisés en fonction des besoins de l'organisme payeur de la Région wallonne habilité à payer ces dépenses, des avances versées par la Commission européenne et des dépenses déjà effectuées avec ces moyens financiers. Le trésorier, le receveur et le comptable de l'organisme payeur de Wallonie sont désignés par le Ministre de l'Agriculture et exécutent leurs tâches dans le respect de la législation européenne en la matière.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) du programme 03 du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 31.01 du programme 15.03 portant indemnisation du secteur en crise, pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans ce cadre.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge de l'article de base 21.01 du programme 04 de la division organique 15. ]1
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur les articles de base portant sur les aides cofinancées PDR 2014-2020 du programme 15.04 pour assurer le paiement des aides prévu dans les prévisions des dépenses annuelles communiquées à la Commission européenne.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 34.01 (code SEC 34.41) du programme 03 du Fonds wallon des calamités naturelles portant sur l'intervention en faveur du secteur autre que public pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans le cadre de calamités agricoles reconnues ou en cours de reconnaissance.
Le Ministre de l'Agriculture est autorisé à liquider sur le compte de l'Organisme payeur de Wallonie les crédits disponibles sur l'article 31.01 du programme 15.03 portant indemnisation du secteur en crise, pour assurer le paiement des indemnisations prévues dans ce cadre.
Dès l'année scolaire 2017-2018, le programme européen à destination des écoles est un programme d'aide cofinancé par l'Union européenne. Ce programme est destiné aux établissements scolaires organisés ou subventionnés par la Communauté française ou germanophone, sis sur le territoire de la Région wallonne. Le budget européen est dédié prioritairement à ces dépenses. La Wallonie prend en charge, au minimum, la T.V.A. liée à ces dépenses. L'organisme payeur est autorisé à préfinancer le montant de la T.V.A. et le cas échéant le complément régional de l'aide.
Les charges financières résultant de ce préfinancement sont à charge de l'article de base 21.01 du programme 04 de la division organique 15. ]1
Modifications
Art. 122. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen voor de financieringen van de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator), in verband met de investeringen inzake openbaar vervoer, met inbegrip van de in de hoedanigheid van bus- en/of materieelhuurder gedane verrichtingen, voor de leningen aangegaan voor de vervroegde terugbetaling van andere leningen, voor de swaptransacties, van intresten, alsook voor de transacties voor de dekking van het risico van de interestenschommeling, en dit voor een maximimdbedrag van 60.000.000 euro in hoofdsom (zestig miljoen euro) ]1.
Modifications
Art. 122. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux financements de l'Opérateur de Transport de Wallonie relatifs aux investissements en matière de transports publics, y compris les opérations effectuées au titre de location d'autobus et/ou de matériel, aux emprunts conclus en vue de remboursements anticipés d'autres emprunts, aux opérations de SWAP, d'intérêts ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux et ce pour un montant principal maximum de 60.000.000 euros (soixante millions d'euros ]1
Modifications
Art. 123. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen kan, met de toestemming van de Minister van Begroting, de gewestelijke waarborg toekennen voor de leningen die door het Psychiatrisch ziekenhuis (CHP) " des marronniers " aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 2.000.000 euro.
Art. 123. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances peut, moyennant accord du Ministre ayant le Budget dans ses attributions, octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par le Centre Hospitalier Psychiatrique (CHP) " des marronniers " pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médico-sociales à concurrence d'un montant maximum de 2.000.000 euros.
Art. 124. De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen kan, met de toestemming van de Minister van Begroting, de gewestelijke waarborg toekennen voor de leningen die door de Psychiatrische ziekenhuizen aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 200.000.000 euro.
Art. 124. La Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des Chances peut, moyennant accord du Ministre ayant le Budget dans ses attributions et dans le cadre d'une convention type entre la Région et les institutions financières, octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par les hôpitaux pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médico-sociales à concurrence d'un montant maximum de 200.000.000 euros.
Art. 125. In het kader van een type-overeenkomst tussen het Gewest en de financiële instellingen wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd om de gewestelijke waarborg toe te kennen voor de leningen die door de niet-commerciële rustoorden aangegaan zijn voor de aankoop, de bouw, de renovatie en de uitrusting van medisch-sociale structuren ten belope van een maximum bedrag van 33.845.341 euro.
Art. 125. Dans le cadre d'une convention type entre la Région et les institutions financières, le Gouvernement wallon est autorisé à octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par les maisons de repos non commerciales pour l'achat, la construction, la rénovation et l'équipement de structures médico-sociales à concurrence d'un montant maximum de 33.845.341 euros.
Art. 126. Mits de hypotheek op de wijk "Gailly" wordt behouden wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd het saldo van de waarborg van het Waalse Gewest niet te doen uitvoeren zolang de door de Vereniging tussen het OCMW en het "I.O.S." aangekochte gebouwen voor medisch-sociale of maatschappelijke doeleinden gebruikt worden.
Art. 126. A condition de conserver l'hypothèque sur l'ensemble " Gailly ", le Gouvernement wallon est autorisé à ne pas faire exécuter le solde de la garantie de la Région wallonne aussi longtemps que les bâtiments acquis par l'Association entre le CPAS et l'I.O.S. seront utilisés à des fins médico-sociales ou sociales.
Art. 127. In het kader van het project dat tijdens het jaar 2003 is aangesneden inzake leningen op het gebied van sociaal krediet, wordt de Minister van Gezondheid, Sociale actie en Gelijke kansen ertoe gemachtigd om de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen tot een maximaal bedrag van 800.000 euro.
Art. 127. Dans le cadre du projet de crédit social accompagné entamé en 2003, la Ministre de la Santé, de l'Action sociale et de l'Egalité des chances est autorisée à accorder la garantie de la Région wallonne pour un montant maximal de 800.000 euros.
Art. 128. [1 De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aan te gaan leningen te bepalen naargelang de staat van de geldmiddelen van de "Société wallonne de crédit social" (Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet). Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 247.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn ]1.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn ]1.
Modifications
Art. 128. [1 Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en fonction de l'état de la trésorerie de la Société wallonne de crédit social. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 247.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. ]1
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts. ]1
Modifications
Art. 129. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de aan te gane leningen te bepalen naargelang de staat van de geldmiddelen van de Waalse Huisvestingsmaatschappij. Het totaalbedrag van de onder dekking van de gewestelijke waarborg toegestane leningen mag in geen geval hoger zijn dan 231.000.000 euro.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
De waarborg dekt eveneens de verrichtingen van financieel beheer die aan deze leningen verbonden zijn.
Art. 129. Le Gouvernement wallon est autorisé à déterminer le recours à l'emprunt en fonction de l'état de la trésorerie de la Société wallonne du Logement. Le total des emprunts autorisés sous le couvert de la garantie régionale ne pourra en aucun cas excéder 231.000.000 euros.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
La garantie couvre également les opérations de gestion financière afférentes à ces emprunts.
Art. 130. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de nieuwe leningen van de "Société wallonne des aéroports" (Waalse Maatschappij voor Luchthavens) voor de uitvoering in 2021 van de investeringsprogramma's goedgekeurd door de Regering ten belope van maximum 51 miljoen euro.
De leningen van de SOWAER zullen de vorm kunnen aannemen van gewone bankleningen, obligatieleningen, privé-leningen of van uitgiften van thesauriebewijzen.
De Waalse Regering wordt er bovendien toe gemachtigd de gewestelijke waarborg toe te kennen voor rente-swaptransacties alsook voor de transacties voor de dekking van het risico voor veranderingen in de wisselkoers voor de leningen 2021, ten belope van 51 miljoen euro.
De leningen van de SOWAER zullen de vorm kunnen aannemen van gewone bankleningen, obligatieleningen, privé-leningen of van uitgiften van thesauriebewijzen.
De Waalse Regering wordt er bovendien toe gemachtigd de gewestelijke waarborg toe te kennen voor rente-swaptransacties alsook voor de transacties voor de dekking van het risico voor veranderingen in de wisselkoers voor de leningen 2021, ten belope van 51 miljoen euro.
Art. 130. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux nouveaux emprunts de la Société wallonne des aéroports relatifs à la réalisation des programmes d'investissement pour l'année 2021, approuvés par le Gouvernement, pour un montant nominal maximum de 51 millions €.
Les emprunts conclus par la SOWAER pourront prendre la forme d'emprunts bancaires classiques, d'emprunts obligataires, d'emprunts privés ou d'émissions de billets de trésorerie.
Le Gouvernement est par ailleurs autorisé à accorder la garantie régionale aux opérations de SWAP d'intérêts, ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux, pour les emprunts 2021, à concurrence de 51 millions €.
Les emprunts conclus par la SOWAER pourront prendre la forme d'emprunts bancaires classiques, d'emprunts obligataires, d'emprunts privés ou d'émissions de billets de trésorerie.
Le Gouvernement est par ailleurs autorisé à accorder la garantie régionale aux opérations de SWAP d'intérêts, ainsi qu'aux opérations de couverture de risque de variations des taux, pour les emprunts 2021, à concurrence de 51 millions €.
Art. 131. De "Société wallonne d'investissement et de conseil" in de sectoren gezondheid, ziekenhuizen, huisvesting van bejaarde personen, opvang van gehandicapten, afgekort "Wallonie Santé" wordt ertoe gemachtigd om waarborgen te verlenen ten belope van 100 miljoen euro.
Art. 131. La Société wallonne d'investissement et de conseil dans les secteurs de la santé, des hôpitaux, de l'hébergement des personnes âgées, de l'accueil des personnes handicapées en abrégé " Wallonie Santé " est autorisée à octroyer des garanties à hauteur de 100 millions €.
Art. 132. De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Waalse Gewest te verlenen voor de leningen voor de leningen van "SA B.E.FIN", dochteronderneming van de groep SRIW in het kader van de uitvoering van het project Renowatt voor een maximum bedrag van 4 miljoen €.
Art. 132. Le Gouvernement wallon est autorisé à accorder la garantie de la Région aux emprunts conclus par SA B.E.FIN, filiale du groupe SRIW dans le cadre de la mise en oeuvre du projet Renowatt pour un montant maximum de 4 millions EUR.
HOOFDSTUK IV. - Toekenning van voorschotten
CHAPITRE IV. - Octroi d'avances
Art. 133. De Minister-President en de Leden van de Waalse Regering mogen voorschotten toekennen op de tegemoetkomingen van het Gewest in de uitgaven voor werken voor zuivering van afvalwater en ruilverkaveling.
Deze voorschotten mogen niet hoger zijn dan :
a) 30 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van minder dan 1.239.467 euro;
b) 25 % van het bedrag van de gegunde opdrachten tussen 1.239.467 en 4.957.870 euro;
c) 20 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van méér dan 4.957.870 euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest, dat bepaald wordt bij de aanwijzing van de aannemer, dient als referentie voor de berekening van het voorschot.
Deze som zal aan de rechthebbende instelling worden gestort wanneer de administratie het bevel tot aanvang der werken heeft verkregen.
Deze voorschotten mogen niet hoger zijn dan :
a) 30 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van minder dan 1.239.467 euro;
b) 25 % van het bedrag van de gegunde opdrachten tussen 1.239.467 en 4.957.870 euro;
c) 20 % van het bedrag van de gegunde opdrachten van méér dan 4.957.870 euro.
Het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest, dat bepaald wordt bij de aanwijzing van de aannemer, dient als referentie voor de berekening van het voorschot.
Deze som zal aan de rechthebbende instelling worden gestort wanneer de administratie het bevel tot aanvang der werken heeft verkregen.
Art. 133. Le Ministre-Président et les Membres du Gouvernement wallon peuvent consentir des avances sur les interventions financières de la Région dans les dépenses afférentes aux travaux d'épuration d'eaux usées et de remembrement.
Ces avances ne peuvent excéder :
a) 30 % du montant des marchés attribués d'une valeur inférieure à 1.239.467 euros;
b) 25 % du montant des marchés attribués d'une valeur comprise entre 1.239.467 euros et 4.957.870 euros;
c) 20 % du montant des marchés attribués d'une valeur supérieure à 4.957.870 euros.
Le montant de l'intervention de la Région déterminé lors de la désignation de l'adjudicataire sert de référence au calcul de l'avance.
Cette somme sera versée à l'institution bénéficiaire à la réception, par l'administration, de l'ordre de commencer les travaux.
Ces avances ne peuvent excéder :
a) 30 % du montant des marchés attribués d'une valeur inférieure à 1.239.467 euros;
b) 25 % du montant des marchés attribués d'une valeur comprise entre 1.239.467 euros et 4.957.870 euros;
c) 20 % du montant des marchés attribués d'une valeur supérieure à 4.957.870 euros.
Le montant de l'intervention de la Région déterminé lors de la désignation de l'adjudicataire sert de référence au calcul de l'avance.
Cette somme sera versée à l'institution bénéficiaire à la réception, par l'administration, de l'ordre de commencer les travaux.
Art. 134. De Minister van Begroting kan de Thesaurie ertoe machtigen de bedragen, zoals bepaald in het protocolakkoord gesloten door het Gewest en de "Société publique de Gestion de l'Eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer), ten laste van basisallocatie15.60 (Fonds voor de Milieubescherming), met voorschotten te storten binnen de perken van de begrotingskredieten.
Art. 134. Le Ministre du Budget peut autoriser la Trésorerie à verser par avances, dans les limites des moyens disponibles, les montants fixés par le protocole d'accord entre la Région et la Société publique de gestion de l'Eau, à charge du programme 15.60 (Fonds de protection de l'environnement).
Art. 135. De Waalse Regering is ertoe gemachtigd kapitaalinbreng te doen bij de de SPGE (openbare maatschappij voor waterbeheer), namelijk om de investeringen te bevorderen, de schuldenlast te beperken en de uitvoering van gemachtigde opdrachten toe te laten.
Art. 135. Le Gouvernement wallon est autorisé à faire des apports en capital à la SPGE, notamment pour favoriser les investissements, limiter l'endettement et permettre la réalisation de missions déléguées.
HOOFDSTUK V. - Schuldenlast
CHAPITRE V. - Dette
Art. 136. In afwijking van artikel 26, 1, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, kunnen de vastleggingskredieten van de programma's 04, 05, 06 en 07 van organisatieafdeling 19 worden overgedragen door de Minister van Begroting.
Art. 136. Par dérogation à l'article 26, § 1er, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les crédits d'engagement des programmes 04, 05, 06 et 07 de la division organique 19 peuvent être transférés par le Ministre du Budget.
Art. 137. De Minister van Begroting kan de Thesaurie machtigen om de uitgaven m.b.t. de schuld, ten laste van de basisallocaties van programma's 04, 05, 06 en 07 van organisatieafdeling 19 met voorschotten te betalen binnen de perken van de begrotingskredieten of, in voorkomend geval, van de voor het financieel beheer van sommige leningen aan te wenden ontvangsten, mits latere regularisatie.
Art. 137. Le Ministre du Budget peut autoriser la Trésorerie à payer par avances, dans la limite des crédits budgétaires ou, le cas échéant, des recettes à affecter au service financier de certains emprunts, et à charge de régularisation ultérieure, les dépenses afférentes à la dette à charge des articles de base des programmes 04, 05, 06 et 07 de la division organique 19.
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere afdeling
CHAPITRE VI. - Section particulière
Art. 138. De bepalingen van artikel 4 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden zijn niet van toepassing tijdens 2021 op de fondsen waarvan sprake onder Titel IV van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art. 138. Les dispositions de l'article 4 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes ne sont pas d'application pendant l'année 2021 à l'égard des fonds constituant le Titre IV du tableau annexé au présent décret.
Art. 139. [1 Buiten de perken van de beschikbare ontvangsten en ten belope van de door de Europese Gemeenschap bepaalde bedragen voor tegemoetkomingen, kan de Minister van Begroting uitgaven vastleggen en ordonnanceren ten laste van de artikelen 60.02.A.01 (EFRO), 60.02.A.03 (E SF), 60.02.A.05 (FIOV), 60.02.A.06 (LIFE) en 60.02.A.07 (RTE-T Waterwegen), 60.02.A.08 (Herstel- en veerkrachtplan) en 60.02.A.09 (Brexit-aanpassingsreserve), van afdeling 10 van Titel IV ]1.
Modifications
Art. 139. [1 Le Ministre ayant le Budget dans ses attributions peut, au-delà des recettes disponibles et à concurrence des montants d'intervention décidés par la Communauté européenne, engager et ordonnancer des dépenses à charge des articles 60.02.A.01 (FEDER), 60.02.A.03 (FSE), 60.02.A.05 (IFOP), 60.02.A.06 (LIFE), 60.02.A.07 (RTE-T Voies hydrauliques), 60.02.A.08 (Plan de relance et de résilience) et 60.02.A.09 (Réserve d'ajustement du Brexit), de la section 10 du Titre IV ]1
Modifications
HOOFDSTUK VII. - Administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie
CHAPITRE VII. - Services administratifs à comptabilité autonome
Art. 140. In het opschrift van het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals Agentschap voor lucht en klimaat) als dienst met afzonderlijk beheer worden de woorden "als dienst met afzonderlijk beheer" opgeheven.
Art. 140. Dans l'intitulé du décret du 5 mars 2008 portant constitution de l'Agence wallonne de l'air et du climat en service à gestion séparée, les mots " en service à gestion séparée " sont abrogés.
Art. 141. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 12.456.000 euro voor de ontvangsten en 12.268.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 12.456.000 euro voor de ontvangsten en 12.268.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 141. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 12.456.000 euros pour les recettes et à 12.268.000 euros pour les dépenses ]1
Ce budget s'élève à 12.456.000 euros pour les recettes et à 12.268.000 euros pour les dépenses ]1
Modifications
Art. 142. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Agence wallonne du patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 45.255.000 euro voor de ontvangsten en 39.755.000 euro voor de uitgaven]1.
Deze begroting bedraagt 45.255.000 euro voor de ontvangsten en 39.755.000 euro voor de uitgaven]1.
Modifications
Art. 142. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Agence wallonne du patrimoine de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 45.255.000 euros pour les recettes et à 39.755.000 euros pour les dépenses ]1
Ce budget s'élève à 45.255.000 euros pour les recettes et à 39.755.000 euros pour les dépenses ]1
Modifications
HOOFDSTUK VIII. - Instellingen
CHAPITRE VIII.-. Organismes
Art. 143. [1 De bij dit decreet gevoegde begroting van "Wallonie-Bruxelles International" voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 75.282.000 euro voor de ontvangsten en 75.149.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 75.282.000 euro voor de ontvangsten en 75.149.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 143. [1 Est approuvé le budget ajusté de Wallonie-Bruxelles International de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève 75.282.000 euros pour les recettes et à 75.149.000 euros pour les dépenses. ]1
Ce budget s'élève 75.282.000 euros pour les recettes et à 75.149.000 euros pour les dépenses. ]1
Modifications
Art. 144. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre régional d'Aide aux Communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 5.976.000 euro voor de ontvangsten en 5.907.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 5.976.000 euro voor de ontvangsten en 5.907.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 144. [1 Est approuvé le budget ajusté de fonctionnement du Centre régional d'Aide aux Communes de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 5.976.000 euros pour les recettes et à 5.907.000 euros pour les dépenses ]1.
Ce budget s'élève à 5.976.000 euros pour les recettes et à 5.907.000 euros pour les dépenses ]1.
Modifications
Art. 145. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 36.967.000 euro voor de ontvangsten en 38.098.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 36.967.000 euro voor de ontvangsten en 38.098.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 145. [1 Est approuvé le budget ajusté de l'Institut Scientifique de Service public de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 36.967.000 euros pour les recettes et à 38.098.000 euros pour les dépenses ]1.
Ce budget s'élève à 36.967.000 euros pour les recettes et à 38.098.000 euros pour les dépenses ]1.
Modifications
Art. 146. De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) "Gemachtigde opdracht" voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 2.859.000 euro voor de ontvangsten en 2.659.000 euro voor de uitgaven.
Deze begroting bedraagt 2.859.000 euro voor de ontvangsten en 2.659.000 euro voor de uitgaven.
Art. 146. Est approuvé le budget de l'Institut Scientifique de Service Public Mission Déléguée de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 2.859.000 euros pour les recettes et à 2.659.000 euros pour les dépenses.
Ce budget s'élève à 2.859.000 euros pour les recettes et à 2.659.000 euros pour les dépenses.
Art. 147. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Centre wallon de recherches agronomiques" (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 38.737.000 euro voor de ontvangsten en euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 38.737.000 euro voor de ontvangsten en euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 147. [1 Est approuvé le budget ajusté du Centre wallon de recherches agronomiques de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 38.737.000 euros pour les recettes et à 38.737.000 euros pour les dépenses ]1
Ce budget s'élève à 38.737.000 euros pour les recettes et à 38.737.000 euros pour les dépenses ]1
Modifications
Art. 148. De bij dit decreet gevoegde begroting van het "Institut wallon d'évaluation" (Waals instituut voor evaluatie) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 7.688.000 euro voor de ontvangsten en 7.513.000 euro voor de uitgaven.
Deze begroting bedraagt 7.688.000 euro voor de ontvangsten en 7.513.000 euro voor de uitgaven.
Art. 148. Est approuvé le budget de l'Institut wallon d'évaluation, de prospective et de statistique de l'année 2021 annexé au présent arrêté.
Ce budget s'élève à 7.688.000 euros pour les recettes et à 7.513.000 euros pour les dépenses.
Ce budget s'élève à 7.688.000 euros pour les recettes et à 7.513.000 euros pour les dépenses.
Art. 149. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 74.276.000 euro voor de ontvangsten en 71.915.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 74.276.000 euro voor de ontvangsten en 71.915.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 149. [1 Est approuvé le budget ajusté du Commissariat Général au Tourisme de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 74.276.000 euros pour les recettes et à 71.915.000 euros pour les dépenses ]1
Ce budget s'élève à 74.276.000 euros pour les recettes et à 71.915.000 euros pour les dépenses ]1
Modifications
Art. 150. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Fonds wallon des calamités naturelles" (Waals natuurrampenfonds) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 44.893.000 euro voor de ontvangsten en 44.893 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 44.893.000 euro voor de ontvangsten en 44.893 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 150. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds wallon des calamités naturelles de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 44.893.000 euros pour les recettes et à 44.893.000 euros pour les dépenses ]1.
Ce budget s'élève à 44.893.000 euros pour les recettes et à 44.893.000 euros pour les dépenses ]1.
Modifications
Art. 151. De bij dit decreet gevoegde begroting van het " Fonds bas carbone et résilience " (Fonds voor een koolstofarme en veerkrachtige economie) voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 17.000.000 euro voor de ontvangsten en 17.000.000 euro voor de uitgaven.
Deze begroting bedraagt 17.000.000 euro voor de ontvangsten en 17.000.000 euro voor de uitgaven.
Art. 151. Est approuvé le budget du Fonds bas carbone et résilience de l'année 2021 annexé au présent décret.
Ce budget s'élève à 17.000.000 euros pour les recettes et à 17.000.000 euros pour les dépenses.
Ce budget s'élève à 17.000.000 euros pour les recettes et à 17.000.000 euros pour les dépenses.
Art. 152. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Post-COVID-19-Fonds" voor de armoedebestrijding voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 14.257.000 euro voor de ontvangsten en 14.257.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 14.257.000 euro voor de ontvangsten en 14.257.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 152. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de sortie de la pauvreté de l'année 2021 annexé au présent arrêté.
Ce budget s'élève à 14.257.000 euros pour les recettes et à 14.257.000 euros pour les dépenses ]1.
Ce budget s'élève à 14.257.000 euros pour les recettes et à 14.257.000 euros pour les dépenses ]1.
Modifications
Art. 153. [1 De bij dit decreet gevoegde aangepaste begroting van het "Post-COVID-19-Fonds" voor de uitstraling van Wallonië voor 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 11.900.000 euro voor de ontvangsten en 11.900.000 euro voor de uitgaven ]1.
Deze begroting bedraagt 11.900.000 euro voor de ontvangsten en 11.900.000 euro voor de uitgaven ]1.
Modifications
Art. 153. [1 Est approuvé le budget ajusté du Fonds post COVID-19 de rayonnement de la Wallonie de l'année 2021 annexé au présent arrêté.
Ce budget s'élève à 11.900.000 euros pour les recettes et à 11.900.000 euros pour les dépenses ]1
Ce budget s'élève à 11.900.000 euros pour les recettes et à 11.900.000 euros pour les dépenses ]1
Modifications
HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen
CHAPITRE IX. - Dispositions diverses
Art. 154. In het specifieke kader van de impulsfondsen wordt de Waalse Regering ertoe gemachtigd om het subsidiëringspercentage op 90% te brengen voor het geheel van de projecten die betaald worden zowel door het economisch impulsfonds ten gunste van reconversiegebieden of van bijzonder benadeelde gebieden als door het impulsfonds voor de landelijke economische ontwikkeling.
Art. 154. Dans le cadre spécifique des fonds d'impulsion, le Gouvernement wallon est autorisé à porter le taux de subventionnement à 90% pour l'ensemble des projets qui émargeront tant au fonds d'impulsion économique en faveur des zones en reconversion ou particulièrement défavorisées qu'au fonds d'impulsion du développement économique rural.
Art. 155. In artikel 24 van het decreet van 19 december 2002 betreffende de bevordering van de landbouw en de ontwikkeling van landbouwproducten van gedifferentieerde kwaliteit, worden de woorden "31 december 2007" vervangen door de woorden "31 december 2021".
In artikel D.418, 8°, van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek, worden de woorden "31 december 2015" vervangen door de woorden "31 december 2021".
In artikel D.418, 8°, van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek, worden de woorden "31 december 2015" vervangen door de woorden "31 december 2021".
Art. 155. A l'article 24 du décret du 19 décembre 2002 relatif à la promotion de l'agriculture et au développement des produits agricoles de qualité différencié, les mots " 31 décembre 2007 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2021 ".
A l'article D.418, 8° du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, les mots " 31 décembre 2015 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2021 ".
A l'article D.418, 8° du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, les mots " 31 décembre 2015 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2021 ".
Art. 156. Overeenkomstig artikel 46 van de wet van 22 juli 1970 houdende de wettelijke herverkaveling van landbouwgoederen zijn de saldo's van de rekeningen van de ontbonden ruilverkavelingscomités ten laste van basisallocatie 85.02 van programma 15.12 - Beheer van het landelijk gebied, van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.
Art. 156. En exécution de l'article 46 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal des biens ruraux et du Code wallon de l'agriculture, les soldes des comptes des comités de remembrement dissous sont à charge de l'article de base 85.02 du programme 15.12 - Espace rural et naturel du budget des dépenses de la Région wallonne.
Art. 157. Overeenkomstig artikel 3 van het programmadecreet van 10 december 2009 houdende verschillende maatregelen betreffende de wegenisretributie, de bezoldiging van de gewestelijke garantie, de dotaties en subsidies aan bepaalde instellingen onder beheerscontract, en een pilootproject inzake trekkingsrecht, ten gunste van de gemeenten, voor de investeringssubsidies betreffende de onderhoudswerken van de wegen en overeenkomstig artikel 14 van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, administratieve vereenvoudiging, begroting en vorming voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 138 van de Grondwet, worden de bedragen van de dotaties en subsidies, voor 2021, waarover elke rechtspersoon onder beheerscontract met het Waalse Gewest beschikt, vastgesteld overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde begrotingstabel.
Art. 157. Par application de l'article 3 du décret-programme du 10 décembre 2009 portant diverses mesures concernant la redevance de voirie, la rémunération de la garantie régionale, les dotations et subventions à certains organismes sous contrat de gestion, et un projet pilote relatif au droit de tirage, en faveur des communes, pour les subsides d'investissement relatifs aux travaux d'entretien de voirie et par application de l'article 14 du décret-programme du 22 juillet 2010 portant des mesures diverses en matière de bonne gouvernance, de simplification administrative, de budget et de formation dans les matières visées par l'article 138 de la Constitution, les montants des dotations et subventions, afférentes à l'année 2021, dont bénéficie toute personne morale sous contrat de gestion avec la Région wallonne, sont fixées conformément au tableau budgétaire annexé au présent décret.
Art. 158. De subsidies met betrekking tot de opdrachten van openbare dienst waarover de beheersmaatschappijen van de luchthavens van Luik en Charleroi beschikken krachtens de concessieovereenkomsten gesloten respectievelijk op 4 januari 1991 en 9 juli 1991, alsook krachtens hun opeenvolgende aanhangsels, worden vastgelegd overeenkomstig de bij dit decreet gevoegde begrotingstabel, niettegenstaande elke andersluidende bepaling in voornoemde overeenkomsten.
De clausules van de concessiecontracten tot vastlegging van de bedragen en tot bepaling van de aanpassingsregels van de subsidies toegekend aan de in voornoemd lid bedoelde rechtspersonen, worden opgeschort.
De clausules van de concessiecontracten tot vastlegging van de bedragen en tot bepaling van de aanpassingsregels van de subsidies toegekend aan de in voornoemd lid bedoelde rechtspersonen, worden opgeschort.
Art. 158. Les subventions relatives aux missions de service public dont bénéficient les sociétés de gestion des aéroports de Liège et de Charleroi en vertu des conventions de concession conclues respectivement le 4 janvier 1991 et le 9 juillet 1991, ainsi qu'en vertu de leurs avenants successifs, sont fixées conformément au tableau budgétaire annexé au présent décret, nonobstant toute disposition contraire dans lesdites conventions.
Les clauses des contrats de concession fixant les montants et déterminant les règles d'adaptation des subventions octroyées aux personnes morales visées à l'alinéa précédent, sont suspendues.
Les clauses des contrats de concession fixant les montants et déterminant les règles d'adaptation des subventions octroyées aux personnes morales visées à l'alinéa précédent, sont suspendues.
Art. 159. De subsidies, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 1° tot 4°, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke opdrachten voor arbeidsbemiddeling, voor zover ze de vorm niet innemen van subsidies zoals bepaald krachtens het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector en het onderwijs, worden vereffend, voor 2021, volgens de volgende modaliteiten:
1° een voorschot dat overeenstemt met 75% van het toegekend jaarlijks totaalbedrag, wordt door de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) gestort in de loop van het eerste kwartaal 2021 op grond van een schuldvordering;
2° het saldo van 25% van het jaarlijkse totaalbedrag van de subsidie, wordt gestort in de loop van 2022 naargelang van het bedrag van de schuldvordering, van het activiteitenverslag, met inbegrip van de verwezenlijking van de doelstellingen van het jaarlijkse actieplan, en van de bewijsstukken.
Als de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, niet worden overgemaakt, wordt artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, toegepast.
De bijkomende subsidie, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, wordt bestemd in 2021 voor de dekking van de tegemoetkoming bedoeld door de sociale partners in het kader van de overeenkomsten voor de Waalse privé non-profit sector. Deze subsidie wordt uitbetaald, op grond van de bewijsstukken die hem worden overgemaakt.
1° een voorschot dat overeenstemt met 75% van het toegekend jaarlijks totaalbedrag, wordt door de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) gestort in de loop van het eerste kwartaal 2021 op grond van een schuldvordering;
2° het saldo van 25% van het jaarlijkse totaalbedrag van de subsidie, wordt gestort in de loop van 2022 naargelang van het bedrag van de schuldvordering, van het activiteitenverslag, met inbegrip van de verwezenlijking van de doelstellingen van het jaarlijkse actieplan, en van de bewijsstukken.
Als de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, niet worden overgemaakt, wordt artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, toegepast.
De bijkomende subsidie, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet, wordt bestemd in 2021 voor de dekking van de tegemoetkoming bedoeld door de sociale partners in het kader van de overeenkomsten voor de Waalse privé non-profit sector. Deze subsidie wordt uitbetaald, op grond van de bewijsstukken die hem worden overgemaakt.
Art. 159. Les subventions, telles que visées à l'article 13, alinéa 1er, 1° à 4°, du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi, pour autant qu'elles ne prennent pas la forme de subventions telles que déterminées en vertu du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires par certains employeurs du secteur non-marchand et de l'enseignement, sont liquidées, pour l'année 2021, selon les modalités suivantes :
1° une avance, représentant 75% du montant annuel de la subvention est versée par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi dans le courant du premier trimestre 2021 sur base d'une déclaration de créance;
2° le solde de 25% du montant annuel de la subvention est versé par le Service public de Wallonie dans le courant de l'année 2022 en fonction du montant de la déclaration de créance, du rapport d'activités, en ce compris la réalisation des objectifs du plan d'actions annuel, et des pièces justificatives.
A défaut de transmettre les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, il est fait application de l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
La subvention complémentaire, telle que visée à l'article 13, alinéa 1er, 5° du même décret est destinée en 2021 à couvrir l'intervention prévue par les partenaires sociaux dans le cadre des accords pour le secteur non-marchand privé wallon. Cette subvention est liquidée, sur la base des éléments justificatifs qui lui sont transmis.
1° une avance, représentant 75% du montant annuel de la subvention est versée par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi dans le courant du premier trimestre 2021 sur base d'une déclaration de créance;
2° le solde de 25% du montant annuel de la subvention est versé par le Service public de Wallonie dans le courant de l'année 2022 en fonction du montant de la déclaration de créance, du rapport d'activités, en ce compris la réalisation des objectifs du plan d'actions annuel, et des pièces justificatives.
A défaut de transmettre les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, il est fait application de l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
La subvention complémentaire, telle que visée à l'article 13, alinéa 1er, 5° du même décret est destinée en 2021 à couvrir l'intervention prévue par les partenaires sociaux dans le cadre des accords pour le secteur non-marchand privé wallon. Cette subvention est liquidée, sur la base des éléments justificatifs qui lui sont transmis.
Art. 160. De Regering wordt ertoe gemachtigd, voor elk investeringsprogramma genomen bij toepassing van artikel 405 van deel II van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, om af te wijken van de betalingsmodaliteiten bedoeld in artikel 1418 van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.
In voorkomend geval bepaalt de Regering, in het kader van het betrokken investeringsprogramma, het betalingsritme van de subsidies.
In voorkomend geval bepaalt de Regering, in het kader van het betrokken investeringsprogramma, het betalingsritme van de subsidies.
Art. 160. Le Gouvernement est habilité, pour tout programme d'investissement pris en application de l'article 405 de la deuxième partie du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé de déroger aux modalités de paiement visées à l'article 1418 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé.
Le cas échéant, le Gouvernement arrête, dans le cadre du programme d'investissement concerné, le rythme de liquidation des subsides.
Le cas échéant, le Gouvernement arrête, dans le cadre du programme d'investissement concerné, le rythme de liquidation des subsides.
Art. 161. In artikel 5, § 1, van het decreet van 3 februari 2005 betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën, gewijzigd bij het decreet van 6 november 2008, worden de woorden "op 31 december 2016" ingevoegd tussen de woorden "door de vormingsoperatoren die de Waalse Regering" en het woord "erkent".
Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : " De oorspronkelijk erkenning wordt verleend voor een periode van 1 jaar. De hernieuwing van de erkenning wordt voor drie jaar toegekend, mits een positief evaluatieverslag uitgevoerd door de administratie.
Het evaluatieverslag heeft betrekking op het administratief en financieel beheer alsook op het beheer inzake de menselijke hulpkrachten door de administratie en de analyse van de pedagogische kwaliteit van de opleidingen door de pedagogische deskundige bedoeld in artikel 7, § 3, 5°.
De inhoud van het evaluatieverslag kan nader bepaald worden door de Regering. Zij bepaalt de procedure, de modaliteiten en de voorwaarden betreffende de erkenning en de hernieuwing van de erkenning van de vormingsoperatoren.
Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : " De oorspronkelijk erkenning wordt verleend voor een periode van 1 jaar. De hernieuwing van de erkenning wordt voor drie jaar toegekend, mits een positief evaluatieverslag uitgevoerd door de administratie.
Het evaluatieverslag heeft betrekking op het administratief en financieel beheer alsook op het beheer inzake de menselijke hulpkrachten door de administratie en de analyse van de pedagogische kwaliteit van de opleidingen door de pedagogische deskundige bedoeld in artikel 7, § 3, 5°.
De inhoud van het evaluatieverslag kan nader bepaald worden door de Regering. Zij bepaalt de procedure, de modaliteiten en de voorwaarden betreffende de erkenning en de hernieuwing van de erkenning van de vormingsoperatoren.
Art. 161. Dans l'article 5, § 1er, du décret du 3 février 2005 sur le plan mobilisateur des technologies de l'information et de la communication, modifié par le décret du 6 novembre 2008, les mots " au 31 décembre 2016 " sont insérés entre les mots " formation agréés " et les mots " par le Gouvernement ".
L'article 6 du même décret est remplacé comme suit : " L'agrément initial est délivré pour une période d'un an. Le renouvellement d'agrément a une durée de trois ans, moyennant un rapport d'évaluation positif réalisé par l'administration.
Le rapport d'évaluation porte sur l'analyse de la gestion administrative, financière et de ressources humaines par l'administration et l'analyse de la qualité pédagogique des formations par l'expert pédagogique visé à l'article 7, § 3, 5°.
Le Gouvernement peut préciser le contenu du rapport d'évaluation. Il détermine la procédure, les modalités et les conditions relatives à l'agrément et au renouvellement de l'agrément des opérateurs de formation.
L'article 6 du même décret est remplacé comme suit : " L'agrément initial est délivré pour une période d'un an. Le renouvellement d'agrément a une durée de trois ans, moyennant un rapport d'évaluation positif réalisé par l'administration.
Le rapport d'évaluation porte sur l'analyse de la gestion administrative, financière et de ressources humaines par l'administration et l'analyse de la qualité pédagogique des formations par l'expert pédagogique visé à l'article 7, § 3, 5°.
Le Gouvernement peut préciser le contenu du rapport d'évaluation. Il détermine la procédure, les modalités et les conditions relatives à l'agrément et au renouvellement de l'agrément des opérateurs de formation.
Art. 162. Artikel 7 van het decreet van 25 maart 2004 betreffende de erkenning van en de toekenning van subsidies aan de plaatselijke ontwikkelingsagentschappen, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, wordt vervangen door wat volgt :
"Art.7. Na afloop van de oorspronkelijke erkenningsperiode van drie jaar, kan de erkenning worden verlengd voor hernieuwbare periodes van zes jaar. ".
"Art.7. Na afloop van de oorspronkelijke erkenningsperiode van drie jaar, kan de erkenning worden verlengd voor hernieuwbare periodes van zes jaar. ".
Art. 162. L'article 7 du décret du 25 mars 2004 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux agences de développement local modifié par le décret du 28 novembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art.7. A l'expiration de la période initiale d'agrément de trois ans, l'agrément peut être renouvelé par périodes de six ans renouvelables. ".
" Art.7. A l'expiration de la période initiale d'agrément de trois ans, l'agrément peut être renouvelé par périodes de six ans renouvelables. ".
Art. 163. Het eerste lid van artikel 7 van het decreet van 15 juli 2008 betreffende de begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling (afgekort "S.A.A.C.E") wordt vervangen als volgt:
"Art. 7. De hernieuwing van de erkenning alsook de toekenning van toelagen worden verleend door de Regering, volgens de procedure en de modaliteiten die zij bepaalt. ".
"Art. 7. De hernieuwing van de erkenning alsook de toekenning van toelagen worden verleend door de Regering, volgens de procedure en de modaliteiten die zij bepaalt. ".
Art. 163. L'alinéa 1er de l'article 7 du décret du 15 juillet 2008 relatif aux structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi (en abrégé : S.A.A.C.E.) est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7. Le renouvellement d'agrément ainsi que l'octroi de subventions sont accordés par le Gouvernement, selon la procédure et les modalités qu'il détermine. ".
" Art. 7. Le renouvellement d'agrément ainsi que l'octroi de subventions sont accordés par le Gouvernement, selon la procédure et les modalités qu'il détermine. ".
Art. 164. In afwijking van artikel 28 van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, kunnen de werkgevers die, tot 30 juni 2017, voor hun activiteiten als erkend centrum voor opleiding en socioprofessionele inschakeling krachtens het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling, in aanmerking zijn gekomen voor steun ter bevordering van tewerkstelling toegekend bij of krachtens voornoemd decreet van 25 april 2002, voor de andere activiteiten dan die erkend krachtens voornoemd decreet van 10 juli 2013, in aanmerking komen voor steun ter bevordering van tewerkstelling toegekend bij of krachtens voornoemd decreet van 25 april 2002 voor de tewerkstelling van werknemers met hoogstens een halftijdse arbeidsovereenkomst.
Art. 164. Par dérogation à l'article 28 du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, les employeurs, qui, jusqu'au 30 juin 2017, ont, pour leurs activités prestées en qualité de centre d'insertion socioprofessionnelle agréé en vertu du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle, bénéficié d'aides à la promotion de l'emploi octroyées par ou en vertu du décret du 25 avril 2002 précité, peuvent pour leurs activités autres que celles agréées en vertu du décret du 10 juillet 2013 précité, bénéficier des aides à la promotion de l'emploi octroyées par ou en vertu du décret du 25 avril 2002 précité pour l'occupation de travailleurs dans les liens d'un contrat de travail inférieur à un mi-temps.
Art. 165. In afwijking van de artikelen 8 tot 11 van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling, kan de Regering nieuwe uren goedkeuren tot een maximum van 98.219 extra uren ten opzichte van het aantal in 2020 goedgekeurde uren.
Art. 165. Par dérogation aux articles 8 à 11 du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle, le Gouvernement peut agréer de nouvelles heures à concurrence d'un maximum de 98.219 heures supplémentaires par rapport au nombre d'heures agréées en 2020.
Art. 166. Er wordt een artikel 21bis ingevoegd in het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, laatst gewijzigd bij het decreet van 2 mei 2013, dat als volgt luidt:
"Art. 21 bis. In afwijking van artikel 21, vijfde lid, moeten de werkgevers die, tussen 1 januari 2010 en 31 december 2013, op basis van bedoeld decreet, werkgelegenheidssteun te goeder trouw hebben ontvangen, die hoger is dan de kostprijs die daadwerkelijk wordt gedragen door de werkgever voor elke werknemer, moeten het bijkomend bedrag van deze steun niet terugbetalen".
"Art. 21 bis. In afwijking van artikel 21, vijfde lid, moeten de werkgevers die, tussen 1 januari 2010 en 31 december 2013, op basis van bedoeld decreet, werkgelegenheidssteun te goeder trouw hebben ontvangen, die hoger is dan de kostprijs die daadwerkelijk wordt gedragen door de werkgever voor elke werknemer, moeten het bijkomend bedrag van deze steun niet terugbetalen".
Art. 166. Un article 21 bis est inséré dans le décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, modifié en dernier par le décret du 2 mai 2013, qui dispose :
" Art. 21 bis. Par dérogation à l'article 21, alinéa 5, les employeurs qui ont perçu, de bonne foi, entre le 1er janvier 2010 et le 31 décembre 2013, sur base dudit décret, des aides à l'emploi pour un montant supérieur au coût effectivement supporté par l'employeur pour chaque travailleur, peuvent ne pas rembourser le montant de ces aides excédant le coût effectivement supporté par l'employeur ".
" Art. 21 bis. Par dérogation à l'article 21, alinéa 5, les employeurs qui ont perçu, de bonne foi, entre le 1er janvier 2010 et le 31 décembre 2013, sur base dudit décret, des aides à l'emploi pour un montant supérieur au coût effectivement supporté par l'employeur pour chaque travailleur, peuvent ne pas rembourser le montant de ces aides excédant le coût effectivement supporté par l'employeur ".
Art. 167. In het zesde lid van artikel 116 van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken, worden de woorden " 80% " vervangen door " 100% ".
Art. 167. A l'alinéa 6 de l'article 116 du décret-programme du 22 juillet 2010 portant des mesures diverses en matière de bonne gouvernance, de simplification administrative, d'énergie, de logement, de fiscalité, d'emploi, de politique aéroportuaire, d'économie, d'environnement, d'aménagement du territoire, de pouvoirs locaux, d'agriculture et de travaux publics, les termes " 80% " sont remplacés par " 100% ".
Art. 168. Bij wijze van overgangsmaatregel worden, in 2021, de volgende bepalingen van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden opgeschort:
- de artikelen 7, 1°, b, 8, 26, § 1, 3° en 29, § 5, 2° voor zover ze voorzien in niet-limitatieve vereffeningskredieten;
- de bepalingen betreffende de boekhoudkundige registratie van de juridische verbintenis die met name voortvloeien uit de artikelen 22 en 24;
- de bepalingen bedoeld in het tweede lid van artikel 25;
- de bepalingen van:
* de artikelen 32 §§ § 1, 3 en 4 en 38, § 3 betreffende de algemene boekhouding ;
* artikel 61 betreffende de toekenning van toelagen en prijzen voor wat betreft de bepalingen in verband met de toekenning van toelagen.
Ten slotte blijven de bepalingen betreffende de controle op de aanwending van de subsidies bij wijze van overgangsmaatregel onderworpen aan de bepalingen van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
- de artikelen 7, 1°, b, 8, 26, § 1, 3° en 29, § 5, 2° voor zover ze voorzien in niet-limitatieve vereffeningskredieten;
- de bepalingen betreffende de boekhoudkundige registratie van de juridische verbintenis die met name voortvloeien uit de artikelen 22 en 24;
- de bepalingen bedoeld in het tweede lid van artikel 25;
- de bepalingen van:
* de artikelen 32 §§ § 1, 3 en 4 en 38, § 3 betreffende de algemene boekhouding ;
* artikel 61 betreffende de toekenning van toelagen en prijzen voor wat betreft de bepalingen in verband met de toekenning van toelagen.
Ten slotte blijven de bepalingen betreffende de controle op de aanwending van de subsidies bij wijze van overgangsmaatregel onderworpen aan de bepalingen van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
Art. 168. Par mesure transitoire, sont suspendues en 2021 les dispositions du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes suivantes :
- les articles 7, 1°, b, 8, 26, § 1er, 3° et 29, § 5, 2° en ce qu'ils prévoient des crédits de liquidation non limitatifs;
- les dispositions relatives à l'enregistrement comptable de l'engagement juridique découlant notamment des articles 22 et 24;
- les dispositions prévues à l'alinéa 2 de l'article 25;
- les dispositions des :
* articles 32 §§ § 1er, 3 et 4 et 38 § 3 relatifs à la comptabilité générale;
* article 61 relatif à l'octroi des subventions et des prix, pour ce qui concerne les dispositions relatives à l'octroi des subventions.
Enfin, par mesure transitoire également, les dispositions relatives au contrôle de l'emploi des subventions restent soumises aux dispositions des lois coordonnées le 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat.
- les articles 7, 1°, b, 8, 26, § 1er, 3° et 29, § 5, 2° en ce qu'ils prévoient des crédits de liquidation non limitatifs;
- les dispositions relatives à l'enregistrement comptable de l'engagement juridique découlant notamment des articles 22 et 24;
- les dispositions prévues à l'alinéa 2 de l'article 25;
- les dispositions des :
* articles 32 §§ § 1er, 3 et 4 et 38 § 3 relatifs à la comptabilité générale;
* article 61 relatif à l'octroi des subventions et des prix, pour ce qui concerne les dispositions relatives à l'octroi des subventions.
Enfin, par mesure transitoire également, les dispositions relatives au contrôle de l'emploi des subventions restent soumises aux dispositions des lois coordonnées le 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat.
Art. 169. In artikel 19 van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de Diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "1 januari 2020" vervangen door "1 januari 2022".
Art. 169. A l'article 19 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des Services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du Service du Médiateur en Région wallonne, les mots " 1er janvier 2020 " sont remplacés par " 1er janvier 2022 ".
Art. 170. In afwijking van artikel 21, § 3, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse overheidsbestuurseenheden, worden de schuldvorderingen die niet aan de oorspronkelijke begunstigde kunnen worden betaald wegens een juridische of administratieve belemmering die naar behoren is gemeld of uitvoerbaar is gemaakt, voor het jaar 2021 behandeld door de Directie Administratieve boekhouding, van de Directie Financiering en Ontvangsten of de Directie Geschillen van de Thesaurie, overeenkomstig de door de Minister van Begroting vastgestelde modaliteiten.
Art. 170. Pour l'année 2021, par dérogation à l'article 21, § 3, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les créances qui ne peuvent être versées au bénéficiaire originaire en raison de tout obstacle juridique ou administratif dûment notifié ou rendu opposable sont traitées au sein de la Direction de la Comptabilité administrative, de la Direction du Financement et des Recettes ou de la Direction du Contentieux de Trésorerie, selon les modalités fixées par le Ministre du Budget.
Art. 171. In geval van ontoereikende kredieten op de basisallocaties die voor de bezoldiging van het personeel en voor de daarmee verbonden subsidies dienen, kan de betaling uitgevoerd worden door middel van geldvoorschotten en in de boekhouding geregulariseerd worden.
Art. 171. En cas d'insuffisance de crédits sur les articles de base supportant la rémunération du personnel et indemnités connexes, le paiement peut être effectué sur avances de trésorerie et faire l'objet d'une écriture de régularisation dans la comptabilité.
Art. 172. De leden van de Regering worden ertoe gemachtigd om prijzen toe te kennen.
Art. 172. Les membres du Gouvernement sont autorisés à accorder des prix.
Art. 173. Op grond van een behoorlijk gemotiveerde aanvraag van de Gemeenteraad, kan een gemeente een aanvraag indienen tot opheffing van de omtrek van een erkende verrichting van stadsvernieuwing op haar grondgebied.
Na raadpleging van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling "Operationele inrichting" - die zijn advies uitbrengt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier, bij gebreke waarvan het advies gunstig wordt geacht - (de termijn wordt geschorst van 16 juli tot 15 augustus) -, en op basis van het advies van de Administratie, kan de Waalse Regering het besluit tot erkenning van deze stadsvernieuwingsoperatie opheffen.
Bij opheffing vóór de periode van vijftien jaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties en met inachtneming van de in dit artikel 5, tweede lid, bepaalde maximale duur van vijftien jaar beschikt de gemeente over twee jaar om de ontwerpen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een subsidiëringsbesluit, uit te voeren en om de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, in te dienen. Zoniet kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies.
Na afloop van de hierbovenvermelde periode van vijftien jaar, kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies waarvoor ze vóór die vervaldatum de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, niet ingediend heeft.
Na raadpleging van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" - afdeling "Operationele inrichting" - die zijn advies uitbrengt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het dossier, bij gebreke waarvan het advies gunstig wordt geacht - (de termijn wordt geschorst van 16 juli tot 15 augustus) -, en op basis van het advies van de Administratie, kan de Waalse Regering het besluit tot erkenning van deze stadsvernieuwingsoperatie opheffen.
Bij opheffing vóór de periode van vijftien jaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties en met inachtneming van de in dit artikel 5, tweede lid, bepaalde maximale duur van vijftien jaar beschikt de gemeente over twee jaar om de ontwerpen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een subsidiëringsbesluit, uit te voeren en om de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, in te dienen. Zoniet kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies.
Na afloop van de hierbovenvermelde periode van vijftien jaar, kan de gemeente niet meer aanspraak maken op de subsidies waarvoor ze vóór die vervaldatum de documenten die de uitbetaling van de desbetreffende subsidies mogelijk maken, niet ingediend heeft.
Art. 173. Sur la base d'une demande dûment motivée émanant du Conseil communal, une commune peut introduire une demande d'abrogation du périmètre d'une opération de rénovation urbaine reconnue sur son territoire.
Après consultation du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - qui émet son avis dans les quarante-cinq jours de la réception du dossier, faute de quoi l'avis est réputé favorable le cours du délai étant suspendu du 16 juillet au 15 août -, et sur la base de l'avis rendu par l'administration, le Gouvernement wallon peut abroger l'arrêté de reconnaissance de cette opération de rénovation urbaine.
En cas d'abrogation avant la fin de la période de quinze ans visée à l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine et dans le respect de la durée maximale de quinze ans définie par cet article 5, alinéa 2, la commune dispose de deux ans pour mettre en oeuvre les projets qui ont fait l'objet d'un arrêté de subvention et pour introduire les documents permettant la libération des subsides y afférant. A défaut, la commune perd le bénéfice des subsides.
A l'échéance de la période de quinze ans visée ci-avant, la commune perd le bénéfice des subsides pour lesquels elle n'a pas introduit avant cette échéance les documents permettant la libération des subsides y afférant.
Après consultation du pôle " Aménagement du territoire " - section " Aménagement opérationnel " - qui émet son avis dans les quarante-cinq jours de la réception du dossier, faute de quoi l'avis est réputé favorable le cours du délai étant suspendu du 16 juillet au 15 août -, et sur la base de l'avis rendu par l'administration, le Gouvernement wallon peut abroger l'arrêté de reconnaissance de cette opération de rénovation urbaine.
En cas d'abrogation avant la fin de la période de quinze ans visée à l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2013 relatif à l'octroi par la Région wallonne de subventions pour l'exécution d'opérations de rénovation urbaine et dans le respect de la durée maximale de quinze ans définie par cet article 5, alinéa 2, la commune dispose de deux ans pour mettre en oeuvre les projets qui ont fait l'objet d'un arrêté de subvention et pour introduire les documents permettant la libération des subsides y afférant. A défaut, la commune perd le bénéfice des subsides.
A l'échéance de la période de quinze ans visée ci-avant, la commune perd le bénéfice des subsides pour lesquels elle n'a pas introduit avant cette échéance les documents permettant la libération des subsides y afférant.
Art. 174. Artikel R.419, § 1, van het Waterwetboek wordt aangevuld als volgt:
"12° De financiering van internationale ontwikkelingsprojecten voor de toegang tot water of de sanering van afvalwater in derdewereldlanden, alsook van de projecten met betrekking tot de strijd tegen de klimaatopwarming".
"12° De financiering van internationale ontwikkelingsprojecten voor de toegang tot water of de sanering van afvalwater in derdewereldlanden, alsook van de projecten met betrekking tot de strijd tegen de klimaatopwarming".
Art. 174. L'article R.419, § 1er, du Code de l'Eau, est complété comme suit :
" 12° le financement de projets internationaux de développement pour l'accès à l'eau ou l'assainissement des eaux usées dans des pays du tiers-monde, ainsi que les projets relatifs à la lutte contre le réchauffement climatique ".
" 12° le financement de projets internationaux de développement pour l'accès à l'eau ou l'assainissement des eaux usées dans des pays du tiers-monde, ainsi que les projets relatifs à la lutte contre le réchauffement climatique ".
Art. 175. De uitwerking van de artikelen 453 tot 456 van het besluit van de Waalse Regering van 14 maart 2008 betreffende de toekenning van subsidies voor handelingen en werken in herin te richten locaties wordt behouden voor wat betreft de voorwaarden voor de toekenning van subsidies, de procedure voor de toekenning van subsidies, de berekeningsgrondslag, het percentage, de procedure voor de uitbetaling en de terugvordering van subsidie tot de definitieve oplevering van de handelingen en werken ten opzichte van de inrichtingen opgenomen door de Regering in de alternatieve financieringsplannen SOWAFINAL vóór de inwerkingtreding van het decreet van 20 juli 2016 tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
Art. 175. Les effets des articles 453 à 456 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 mars 2008 relatifs à l'octroi de subventions pour les actes et travaux dans les sites à réaménager sont maintenus concernant les conditions d'octroi des subsides, la procédure d'octroi de subside, la base de calcul, le taux, la procédure de liquidation et de récupération de subside, jusqu'à la réception définitive des actes et travaux, à l'égard des aménagements inscrits par le Gouvernement dans les programmes de financement alternatif SOWAFINAL avant l'entrée en vigueur du décret du 20 juillet 2016 abrogeant le décret du 24 avril 2014 abrogeant les articles 1er à 128 et 129quater à 184 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie, abrogeant les articles 1er à 128 et 129quater à 184 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et du Patrimoine et formant le Code du Développement territorial.
Art. 176. Wijzigingsbepaling van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling waarvan de inwerkingtreding op 1 juni 2017 wordt bepaald.
In artikel D.IV.9, eerste lid, punt 1°, van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, worden de woorden " vóór de inwerkingtreding van het gewestplan " ingevoegd tussen de woorden " tussen twee opgetrokken woningen " en de woorden " of tussen een woning die is opgetrokken ".
In artikel D.IV.9, eerste lid, punt 1°, van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, worden de woorden " vóór de inwerkingtreding van het gewestplan " ingevoegd tussen de woorden " tussen twee opgetrokken woningen " en de woorden " of tussen een woning die is opgetrokken ".
Art. 176. Disposition modificative du Code du Développement Territorial dont l'entrée en vigueur est fixée au 1er juin 2017.
Dans l'article D.IV.9, alinéa 1er, point 1° du Code du Développement Territorial, entre les mots " deux habitations construites " et les mots " ou entre une habitation construite " sont insérés les mots " avant l'entrée en vigueur du plan de secteur ".
Dans l'article D.IV.9, alinéa 1er, point 1° du Code du Développement Territorial, entre les mots " deux habitations construites " et les mots " ou entre une habitation construite " sont insérés les mots " avant l'entrée en vigueur du plan de secteur ".
Art. 177. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten tussen de "Sofico" als opdrachtgever, waarbij de dienstverlener de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Waalse Gewest moet ontwerpen, moderniseren, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen van de "Sofico", in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2010, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 april 2014, 11 juni 2015, 24 maart 2016 en 23 februari 2017 ;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "Sofico": de "Société wallonne de Financement complémentaire des infrastructures" (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de " SOFICO " van alle door laatstgenoemde verschuldigde bedragen, aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Gewest.
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten tussen de "Sofico" als opdrachtgever, waarbij de dienstverlener de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Waalse Gewest moet ontwerpen, moderniseren, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen van de "Sofico", in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2010, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 april 2014, 11 juni 2015, 24 maart 2016 en 23 februari 2017 ;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "Sofico": de "Société wallonne de Financement complémentaire des infrastructures" (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de " SOFICO " van alle door laatstgenoemde verschuldigde bedragen, aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot de voorzieningen inzake openbare verlichting van het structurerend netwerk van het Gewest.
Art. 177. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° contrat PPP : le contrat conclu par la Sofico comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit concevoir, moderniser, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition de la Sofico les équipements d'éclairage public du réseau structurant de la Région wallonne, au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 avril 2010, tel que modifié par arrêtés du Gouvernement wallon du 24 avril 2014, 11 juin 2015, 24 mars 2016 et du 23 février 2017;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° Sofico : la Société wallonne de Financement Complémentaire des infrastructures; et
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Sofico de toutes les sommes dues par cette dernière au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'éclairage public du réseau structurant de la Région.
1° contrat PPP : le contrat conclu par la Sofico comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit concevoir, moderniser, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition de la Sofico les équipements d'éclairage public du réseau structurant de la Région wallonne, au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 avril 2010, tel que modifié par arrêtés du Gouvernement wallon du 24 avril 2014, 11 juin 2015, 24 mars 2016 et du 23 février 2017;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° Sofico : la Société wallonne de Financement Complémentaire des infrastructures; et
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Sofico de toutes les sommes dues par cette dernière au prestataire en exécution du contrat PPP relatif à l'éclairage public du réseau structurant de la Région.
Art. 178. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door de "OTW" als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener rollend materieel moet bouwen, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "OTW" : de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de "OTW" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot het rollend materieel.
1° PPS-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door de "OTW" als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener rollend materieel moet bouwen, financieren, beheren, onderhouden en ter beschikking stellen;
2° dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de PPS-overeenkomst is gesloten ;
3° "OTW" : de "Opérateur de Transport de Wallonie" (Waalse Vervoersoperator); en
4° Gewest: het Waalse Gewest.
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door de "OTW" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de PPS-overeenkomst met betrekking tot het rollend materieel.
Art. 178. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° contrat PPP : le contrat conclu par l'OTW comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit construire, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition du matériel roulant;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° OTW : l'Opérateur de transport de Wallonie; et
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par l'OTW de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat PPP relatif au matériel roulant.
1° contrat PPP : le contrat conclu par l'OTW comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit construire, financer, gérer, maintenir et mettre à disposition du matériel roulant;
2° prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat PPP a été conclu;
3° OTW : l'Opérateur de transport de Wallonie; et
4° Région : la Région wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par l'OTW de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat PPP relatif au matériel roulant.
Art. 179. § 1. Voor de toepassing van dit artikel en van de uitvoeringsbepalingen ervan, dient te worden verstaan onder:
1° CPE-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door het Gewest of een "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheid) als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener de woningen moet renoveren, financieren en onderhouden;
2° Dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de CPE-overeenkomst is gesloten ;
3° Gewest: het Waalse Gewest;
4° "UAP" : Waalse openbare bestuurseenheid .
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door het Gewest of een "UAP" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de CPE-overeenkomst.
1° CPE-overeenkomst: de overeenkomst gesloten door het Gewest of een "UAP" (Waalse openbare bestuurseenheid) als opdrachtgever, op grond waarvan de dienstverlener de woningen moet renoveren, financieren en onderhouden;
2° Dienstverlener: de privé-dienstverlener met wie de CPE-overeenkomst is gesloten ;
3° Gewest: het Waalse Gewest;
4° "UAP" : Waalse openbare bestuurseenheid .
§ 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Gewest toe te kennen onder de vorm van een borgsom in de zin van de artikelen 2011 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de voorwaarden en modaliteiten contractueel worden bepaald, om de betaling door het Gewest of een "UAP" van alle verschuldigde bedragen aan de dienstverlener te waarborgen overeenkomstig de CPE-overeenkomst.
Art. 179. § 1er. Pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, on entend par :
1° Contrat CPE : le contrat conclu par la Région ou une UAP comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit rénover, financer et entretenir des logements;
2° Prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat CPE a été conclu;
3° Région : la Région wallonne;
4° UAP : unité d'administration publique wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Région ou une UAP de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat CPE.
1° Contrat CPE : le contrat conclu par la Région ou une UAP comme donneur d'ordre, en vertu duquel le prestataire doit rénover, financer et entretenir des logements;
2° Prestataire : le prestataire privé avec lequel le contrat CPE a été conclu;
3° Région : la Région wallonne;
4° UAP : unité d'administration publique wallonne.
§ 2. Le Gouvernement est autorisé à octroyer la garantie de la Région sous la forme d'un cautionnement au sens des articles 2011 et suivants du Code civil, dont les conditions et modalités sont définies contractuellement, en vue de garantir le paiement par la Région ou une UAP de toutes les sommes dues au prestataire en exécution du contrat CPE.
Art. 180. Artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt aangevuld met de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)".
In de artikelen 52/1, 79, § 2 en 87, § 6, van hetzelfde decreet, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden "op de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "op de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" bedoeld in artikel 3, § 1, 6, van hetzelfde decreet. "
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In afwijking van artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, wordt de dotatie van de "Commission wallonne pour l énergie" (CWAPE) (Waalse Commissie voor Energie) vastgesteld op 5.550.000 euro in 2021.
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 van programma 16.31.
In de artikelen 52/1, 79, § 2 en 87, § 6, van hetzelfde decreet, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In de artikelen 55, § 2, 56, § 2 en 57, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende diverse maatregelen betreffende de uitvoering van de begroting, de algemene en de begrotingsboekhouding en de rapportering van de Waalse openbare bestuurseenheden, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In het opschrift van het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden "op de Ombudsdienst bedoeld in artikel 3, § 1, 6°, van hetzelfde decreet" vervangen door de woorden "op de Ombudsdienst en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" bedoeld in artikel 3, § 1, 6, van hetzelfde decreet. "
In de artikelen 27 en 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden "en de "Commission wallonne pour l'Energie" (Waalse Commissie voor Energie)" telkens ingevoegd na de woorden "de Ombudsdienst".
In afwijking van artikel 51ter, § 2, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, wordt de dotatie van de "Commission wallonne pour l énergie" (CWAPE) (Waalse Commissie voor Energie) vastgesteld op 5.550.000 euro in 2021.
In afwijking van artikel 51bis van bovenvermeld decreet is de dotatie van de CWAPE ten laste van de basisallocatie 41.01.40 van programma 16.31.
Art. 180. L'article 3, § 1er, 6°, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes est complété par les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie ".
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget, aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Par dérogation à l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, la dotation de la Commission wallonne pour l'énergie (CWAPE) est fixée à 5.550.000 euros en 2021.
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 du programme 16.31.
Aux articles 52/1, 79, § 2 et 87, § 6, du même décret, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Aux articles 55, § 2, 56, § 2 et 57, § 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant diverses mesures relatives à l'exécution du budget, aux comptabilités budgétaire et générale ainsi qu'au rapportage des unités d'administration publique wallonnes, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 juin 2017 portant organisation des contrôle et audit internes budgétaires et comptables ainsi que du contrôle administratif et budgétaire des services du Gouvernement wallon, des services administratifs à comptabilité autonome, des entreprises régionales, des organismes et du service du Médiateur en Région wallonne, les mots " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " au Service du Médiateur visé à l'article 3, § 1er, 6°, du même décret " sont remplacés par les mots " au Service du Médiateur et la Commission wallonne pour l'Energie visés à l'article 3, § 1er, 6, du même décret. "
Aux articles 27 et 28 du même arrêté, " et la Commission wallonne pour l'Energie " sont à chaque fois insérés après les mots " le service du Médiateur ".
Par dérogation à l'article 51ter, § 2, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, la dotation de la Commission wallonne pour l'énergie (CWAPE) est fixée à 5.550.000 euros en 2021.
Par dérogation à l'article 51bis du décret précité, la dotation de la CWAPE est à charge de l'AB 41.01.40 du programme 16.31.
Art. 181. § 1. Artikel 37 van het programmadecreet van 21 december 2016 met betrekking tot verschillende maatregelen betreffende de begroting wordt opgeheven.
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt:
" § 2bis. De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven. ".
§ 2. In artikel D.V.13 van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt:
" § 2bis. De Regering kan een maximum bedrag voor de toelage toegekend krachtens paragraaf 2 bepalen en de toekenningsprocedure van deze toelage omschrijven. ".
Art. 181. § 1er. L'article 37 du Décret-programme du 21 décembre 2016 portant sur des mesures diverses liées au budget est abrogé.
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
§ 2. Dans l'article D.V.13 du Code du Développement Territorial, il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Gouvernement peut fixer un montant maximum à la subvention octroyée en vertu du paragraphe 2 et définir la procédure d'octroi de cette subvention. ".
Art. 182. Artikel 6, tweede lid, van het decreet van 1 april 1999 houdende oprichting van de publiekrechtelijke N.V. "SARSI" wordt gewijzigd als volgt: "Het kadastrale inkomen van de goederen van de vennootschap wordt vrijgesteld van de onroerende voorheffing voor zover die goederen zelf onproductief zijn of het voorwerp uitmaken van een herbestemming. ".
Art. 182. L'article 6, al.2, du décret du 1er avril 1999 portant création de la SA de droit public SARSI est modifié comme suit : " Le revenu cadastral des biens de la société est exonéré du précompte immobilier, pour autant que ces biens soient improductifs par eux-mêmes ou fassent l'objet d'une réaffectation. ".
Art. 183. Artikel 2, paragraaf 3, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
" 11° de verhuur, de aankoop en het onderhoud van materieel voor bedrijven met het oog op het onderhoud van het wegen- en autowegennetwerk. ".
" 11° de verhuur, de aankoop en het onderhoud van materieel voor bedrijven met het oog op het onderhoud van het wegen- en autowegennetwerk. ".
Art. 183. L'article 2, paragraphe 3 du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est complété par ce qui suit :
" 11° à la location, à l'achat et l'entretien de matériel pour les régies afin d'entretenir le réseau routier et autoroutier. ".
" 11° à la location, à l'achat et l'entretien de matériel pour les régies afin d'entretenir le réseau routier et autoroutier. ".
Art. 184. Artikel 3, paragraaf 3, 2°, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt: "2° het onderhoud, de bouw en de renovatie van voornoemd netwerk, met inbegrip van de tegemoetkomingen ten gunste van de "SOFICO".
Art. 184. L'article 3, paragraphe 3, 2°, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est remplacé par ce qui suit : " 2° à l'entretien, la construction et la rénovation du réseau précité en ce compris les interventions en faveur de la SOFICO ".
Art. 185. Artikel 3, paragraaf 3, van het decreet van 29 oktober 2015 oktober houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt vervangen door wat volgt:
"9° de aankoop van kleding en uniformen voor de personeelsleden van de Domaniale politie en de sluiswachters;
10° de aankoop van technische voertuigen, met name voor de steengroeve van Gore;
11° de valorisatie en het herstel van huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren;
12° de aankoop en de opvolging van de zogenaamde "slimme" meters.
"9° de aankoop van kleding en uniformen voor de personeelsleden van de Domaniale politie en de sluiswachters;
10° de aankoop van technische voertuigen, met name voor de steengroeve van Gore;
11° de valorisatie en het herstel van huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren;
12° de aankoop en de opvolging van de zogenaamde "slimme" meters.
Art. 185. L'article 3, paragraphe 3, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques est complété par ce qui suit :
" 9° à l'achat de vêtements et uniformes pour les agents de la Police Domaniale et les éclusiers;
10° à l'achat de véhicules techniques notamment pour la carrière de Gore;
11° à la valorisation et remise en état de maisons du SPW Mobilité et Infrastructures;
12° à l'achat et suivi de compteurs dits " intelligents ".
" 9° à l'achat de vêtements et uniformes pour les agents de la Police Domaniale et les éclusiers;
10° à l'achat de véhicules techniques notamment pour la carrière de Gore;
11° à la valorisation et remise en état de maisons du SPW Mobilité et Infrastructures;
12° à l'achat et suivi de compteurs dits " intelligents ".
Art. 186. Artikel 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt aangevuld met de woorden "5° Leefmilieu-Gezondheid". ".
Art. 186. Dans le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.), est inséré à l'article 3, alinéa 1 " 5° l'environnement santé. ".
Art. 187. Artikel 7 van het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van "Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.e.P.)" (Wetenschappelijk Instituut van Openbare dienst in het Waalse Gewest), wordt aangevuld met een derde paragraaf:
" § 3. De Regering kan toelagen toekennen, binnen de perken van de begrotingskredieten, voor acties op het gebied van milieu-gezondheid. Deze toelagen kunnen worden ingezet in het kader van de uitvoering van de maatregelen van een plan inzake milieu-gezondheid (ENVIeS), dat door de Regering is goedgekeurd, en worden toegekend aan de privé-sector, aan de openbare sector of aan universiteiten.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van de toelagen. ".
" § 3. De Regering kan toelagen toekennen, binnen de perken van de begrotingskredieten, voor acties op het gebied van milieu-gezondheid. Deze toelagen kunnen worden ingezet in het kader van de uitvoering van de maatregelen van een plan inzake milieu-gezondheid (ENVIeS), dat door de Regering is goedgekeurd, en worden toegekend aan de privé-sector, aan de openbare sector of aan universiteiten.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van de toelagen. ".
Art. 187. Dans le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.), est inséré à l'article 7, un 3ème paragraphe
" § 3. Le Gouvernement peut octroyer des subventions, dans les limites des crédits budgétaires, pour des actions dans le domaine de l'environnement-santé. Ces subventions peuvent intervenir dans le cadre de la mise en oeuvre des mesures du plan environnement-santé (ENVIeS) adopté par le Gouvernement et être octroyées au secteur privé, au secteur public ou à des universités.
Le Gouvernement arrête les conditions et les modalités d'octroi des subventions. ".
" § 3. Le Gouvernement peut octroyer des subventions, dans les limites des crédits budgétaires, pour des actions dans le domaine de l'environnement-santé. Ces subventions peuvent intervenir dans le cadre de la mise en oeuvre des mesures du plan environnement-santé (ENVIeS) adopté par le Gouvernement et être octroyées au secteur privé, au secteur public ou à des universités.
Le Gouvernement arrête les conditions et les modalités d'octroi des subventions. ".
Art. 188. In artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019 betreffende milieudeliquentie worden de woorden "en wanneer deze verhoging van dien aard is dat ze het welzijn van de dieren aantast" ingevoegd na de woorden "of wanneer ze het aantal dieren van de inrichting verhoogt".
Art. 188. Dans l'article 10 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié la dernière fois par le décret du 6 mai 2019 relatif à la délinquance environnementale, les mots " et que cet accroissement est de nature à porter atteinte au bien-être des animaux " sont insérés après les mots " ou lorsqu'elle accroît le nombre d'animaux faisant l'objet de l'établissement ".
Art. 189. § 1. Voor het boekjaar 2021 worden de bedragen in de tabel van artikel 318 van het reglementair deel van het Waalse wetboek van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 2. Voor de centra die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2018 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van § 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 3. Voor de centra die vanaf 1 januari 2019 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van paragraaf 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid, geïndexeerd.
§ 2. Voor de centra die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2018 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van § 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid geïndexeerd en met één procent verhoogd.
§ 3. Voor de centra die vanaf 1 januari 2019 worden erkend, wordt het eerste forfaitair bedrag toegekend op basis van paragraaf 7 van artikel 313 van het Reglementair deel van Sociale actie en Gezondheid, geïndexeerd.
Art. 189. § 1er. Pour l'exercice 2021, les montants du tableau repris à l'article 318 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé sont indexés et majorés d'un pourcent.
§ 2. Pour les centres agréés entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2018, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé et majoré d'un pourcent.
§ 3. Pour les centres agréés à partir du 1er janvier 2019, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé.
§ 2. Pour les centres agréés entre le 1er janvier 2014 et le 31 décembre 2018, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé et majoré d'un pourcent.
§ 3. Pour les centres agréés à partir du 1er janvier 2019, le premier montant forfaitaire octroyé sur la base du § 7 de l'article 313 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé est indexé.
Art. 190. De erkenningen van de arbeidsgeneeskundige diensten bedoeld in artikel 106 van het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming, vallend onder het Waals Gewest en verstrijkend op 31 december 2020, worden van rechtswege verlengd tot 31 december 2018.
Art. 190. Les agréments des services médicaux du travail visés à l'article 106 du Règlement général de la protection au travail relevant de la Région wallonne et arrivant à échéance au 31 décembre 2020 sont renouvelés de plein droit jusqu'au 31 décembre 2021.
Art. 191. Artikel 469 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 469. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering of diens afgevaardigde, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt.
Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Hat aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum.
De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.
Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85% van de toelage.
Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking.
De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht.
De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte. ".
"Art. 469. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering of diens afgevaardigde, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt.
Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Hat aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum.
De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.
Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85% van de toelage.
Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking.
De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht.
De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte. ".
Art. 191. L'article 469 du Code wallon de l'action sociale et de la santé est remplacé par ce qui suit :
" Art. 469. Dans les limités des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement ou son délégué octroie au centre de coordination agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre, suivant les conditions et modalités qu'il fixe.
Cette subvention est destinée à couvrir les frais de rémunération des professionnels qualifiés visés aux articles 448 à 450 ainsi que les frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément du centre agréé.
La subvention est composée d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
La partie forfaitaire équivaut à 85% de la subvention.
La partie variable, représentant le solde de la subvention, vise à prendre en compte le dynamisme du centre de coordination agréé.
Les critères de calcul de cette partie de la subvention tiennent compte de l'activité moyenne de chaque centre de coordination agréé. Le Gouvernement est habilité à détailler l'activité effectuée par chaque centre selon des indicateurs, élaborés en concertation avec les fédérations, tenant compte de la charge de travail inhérente à chaque type de mission.
Le Gouvernement fixe les modalités de répartition de la partie variable. ".
" Art. 469. Dans les limités des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement ou son délégué octroie au centre de coordination agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre, suivant les conditions et modalités qu'il fixe.
Cette subvention est destinée à couvrir les frais de rémunération des professionnels qualifiés visés aux articles 448 à 450 ainsi que les frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément du centre agréé.
La subvention est composée d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
La partie forfaitaire équivaut à 85% de la subvention.
La partie variable, représentant le solde de la subvention, vise à prendre en compte le dynamisme du centre de coordination agréé.
Les critères de calcul de cette partie de la subvention tiennent compte de l'activité moyenne de chaque centre de coordination agréé. Le Gouvernement est habilité à détailler l'activité effectuée par chaque centre selon des indicateurs, élaborés en concertation avec les fédérations, tenant compte de la charge de travail inhérente à chaque type de mission.
Le Gouvernement fixe les modalités de répartition de la partie variable. ".
Art. 192. In het Waalse Wetboek voor Toerisme, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
In artikel 34.D, worden de woorden "voor de aanneming van de programma-overeenkomst" vervangen door de woorden "voor de aanneming en de hernieuwing van de programma-overeenkomst".
In artikel 34/2.AGW, wordt een nieuw paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt: " § 5. Na afloop van de periode van drie jaar bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 5°, wordt een nieuw programma-overeenkomst gesloten die het voorwerp uitmaakt van een nieuwe goedkeuring volgens de procedure bedoeld in paragraaf 1, tenzij de Minister in een vereenvoudigde procedure voor deze goedkeuring voorziet. ".
Artikel 207 wordt aangevuld als volgt:
"Voor de ruimten voor de ontvangst op de hoeve bedoeld in artikel 252/1, 1°, van het Wetboek, kan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) de bevoegde overheid verzoeken om een attest van vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling. ".
In artikel 252, 2°, worden de woorden "in de onmiddellijke nabijheid van" vervangen door de woorden "bij".
In artikel 402/2, laatst lid, worden de woorden "tien jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
In artikel 434.D, worden de woorden "voor gebouwen en in twee categorieën voor terreinen" ingevoegd tussen de woorden "in drie categorieën" en "volgens de normen die".
In artikel 438.BWG, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt :
wat gebouwen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 60 jongeren worden opgevangen.
wat terreinen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 50 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 50 tot minder dan 80 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 80 jongeren worden opgevangen. ".
Artikel 440.BWG, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
- In punt 1°, worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "van artikel 332.D" en de woorden ", een afschrift van het brandveiligheidsattest;";
- In punt 2°, worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 347.D" en de woorden ", een afschrift van het vereenvoudigd controleattest;".
- een zesde punt wordt toegevoegd, luidend als volgt: "6° het bewijs dat de betrokken bevoegde gemeentelijke overheid toestemming heeft verleend om jeugdbewegingen op het terrein te ontvangen. ".
Artikel 452.D wordt aangevuld als volgt: "De normen van het label kunnen verschillend zijn voor een gebouw of een terrein. ".
Artikel 453.D wordt aangevuld als volgt: "Als één enkele VZW aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 455 en 457 van het Wetboek kan voldoen, dan is de verlenging niet beperkt tot één keer. ".
In artikel 462.D, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- In het eerste lid, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen de woorden "van een kampplaats" en de woorden "is afhankelijk van";
- het artikel wordt aangevuld als volgt met een derde en een vierde lid:
"Het label voor de kampplaatsen van de soort "terreinen" wordt onderworpen aan de naleving van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Ze kunnen betrekking hebben op :
1° de kenmerken van het terrein en de omgeving ervan, zoals meer bepaald de opvangcapaciteit ten opzichte van de grondoppervlakte, de toegankelijkheid van het terrein, de afbakening ervan;
2° de uitrusting van het terrein, zoals de toegang tot drinkwater, de terbeschikkingstelling of bouw van sanitaire voorzieningen;
3° de situatie in de nabijheid van het terrein ;
4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van het terrein;
5° de overeenkomst die bij elke bezetting moet worden ondertekend;
6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;
7° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van het terrein;
8° de naleving van de kalmte van de buurt;
9° het afvalbeheer. ".
Artikel 463.AGW wordt gewijzigd als volgt:
- In het eerste lid, worden de woorden "Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen" vervangen door de woorden " § 1. "Elke kampplaats van de soort "gebouw" moet de volgende criteria vervullen".
- In paragraaf 1, wordt een nieuw tweede lid opgesteld als volgt :
"Elke kampplaats van de soort "terrein" moet de volgende criteria vervullen:
1° hij stemt overeen met de door de Minister bepaalde minimale normen;
2° hij is niet gelegen op hetzelfde terrein als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11° en 12° te gebruiken;
3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;
4° het terrein ziet er verzorgd uit, is in goede staat; voor elke verhuring wordt hij gemaaid;
5° ofwel hij buiten een bewoonde kern gelegen is, op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert, ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats, of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke, ter plaatse voortdurend woont, of in de onmiddellijke nabijheid en, in dit geval, zorgt hij voor de goede toepassing van de huurovereenkomst en voor de strikte naleving van de rust van de omwoners.
De Minister van Toerisme kan de hierboven opgesomde criteria aanvullen. ".
- In paragraaf 2, wordt het eerste streepje aangevuld als volgt : "in afwachting van de herziening van bijlage 27 wat de terreinen betreft, kan de Minister beslissen over de elementen die moeten worden opgenomen in de overeenkomsten voor kampplaatsen van de soort "terrein" op basis van een aanpassing van bijlage 27".
- In paragraaf 2, wordt het tweede streepje gewijzigd als volgt : "de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3,5 euro, lasten niet inbegrepen, voor gebouwen en 1,5 euro, lasten biet inbegrepen, voor terreinen. ".
Artikel 464.AGW wordt aangevuld als volgt: "In afwachting van de herziening van bijlage 26 wat de terreinen betreft, kan de Minister van Toerisme beslissen over de normen waaraan de kampplaatsen van de soort "terrein" moeten voldoen met het oog op hun indeling per categorie, op basis van een aanpassing van bijlage 26. ".
In artikel 465.D, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen het woord "kampplaatsen" en de woorden "moeten voldoen".
Artikel 467.BWR, eerste lid, wordt aangevuld als volgt: "De Minister bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de zichtbaarheid van het schild voor de kampplaatsen van het soort "terrein"".
In artikel 34.D, worden de woorden "voor de aanneming van de programma-overeenkomst" vervangen door de woorden "voor de aanneming en de hernieuwing van de programma-overeenkomst".
In artikel 34/2.AGW, wordt een nieuw paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt: " § 5. Na afloop van de periode van drie jaar bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 5°, wordt een nieuw programma-overeenkomst gesloten die het voorwerp uitmaakt van een nieuwe goedkeuring volgens de procedure bedoeld in paragraaf 1, tenzij de Minister in een vereenvoudigde procedure voor deze goedkeuring voorziet. ".
Artikel 207 wordt aangevuld als volgt:
"Voor de ruimten voor de ontvangst op de hoeve bedoeld in artikel 252/1, 1°, van het Wetboek, kan het "Commissariat Général au Tourisme" (Commissariaat-Generaal voor Toerisme) de bevoegde overheid verzoeken om een attest van vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling. ".
In artikel 252, 2°, worden de woorden "in de onmiddellijke nabijheid van" vervangen door de woorden "bij".
In artikel 402/2, laatst lid, worden de woorden "tien jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar".
In artikel 434.D, worden de woorden "voor gebouwen en in twee categorieën voor terreinen" ingevoegd tussen de woorden "in drie categorieën" en "volgens de normen die".
In artikel 438.BWG, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt :
wat gebouwen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 60 jongeren worden opgevangen.
wat terreinen betreft :
- 170 euro voor een plaats waar minder dan 50 jongeren worden opgevangen;
- 205 euro voor een plaats waar 50 tot minder dan 80 jongeren worden opgevangen;
- 250 euro voor een plaats waar méér dan 80 jongeren worden opgevangen. ".
Artikel 440.BWG, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
- In punt 1°, worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "van artikel 332.D" en de woorden ", een afschrift van het brandveiligheidsattest;";
- In punt 2°, worden de woorden "en voor de gebouwen" ingevoegd tussen de woorden "artikel 347.D" en de woorden ", een afschrift van het vereenvoudigd controleattest;".
- een zesde punt wordt toegevoegd, luidend als volgt: "6° het bewijs dat de betrokken bevoegde gemeentelijke overheid toestemming heeft verleend om jeugdbewegingen op het terrein te ontvangen. ".
Artikel 452.D wordt aangevuld als volgt: "De normen van het label kunnen verschillend zijn voor een gebouw of een terrein. ".
Artikel 453.D wordt aangevuld als volgt: "Als één enkele VZW aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 455 en 457 van het Wetboek kan voldoen, dan is de verlenging niet beperkt tot één keer. ".
In artikel 462.D, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- In het eerste lid, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen de woorden "van een kampplaats" en de woorden "is afhankelijk van";
- het artikel wordt aangevuld als volgt met een derde en een vierde lid:
"Het label voor de kampplaatsen van de soort "terreinen" wordt onderworpen aan de naleving van de voorwaarden bepaald door de Regering.
Ze kunnen betrekking hebben op :
1° de kenmerken van het terrein en de omgeving ervan, zoals meer bepaald de opvangcapaciteit ten opzichte van de grondoppervlakte, de toegankelijkheid van het terrein, de afbakening ervan;
2° de uitrusting van het terrein, zoals de toegang tot drinkwater, de terbeschikkingstelling of bouw van sanitaire voorzieningen;
3° de situatie in de nabijheid van het terrein ;
4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van het terrein;
5° de overeenkomst die bij elke bezetting moet worden ondertekend;
6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;
7° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van het terrein;
8° de naleving van de kalmte van de buurt;
9° het afvalbeheer. ".
Artikel 463.AGW wordt gewijzigd als volgt:
- In het eerste lid, worden de woorden "Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen" vervangen door de woorden " § 1. "Elke kampplaats van de soort "gebouw" moet de volgende criteria vervullen".
- In paragraaf 1, wordt een nieuw tweede lid opgesteld als volgt :
"Elke kampplaats van de soort "terrein" moet de volgende criteria vervullen:
1° hij stemt overeen met de door de Minister bepaalde minimale normen;
2° hij is niet gelegen op hetzelfde terrein als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11° en 12° te gebruiken;
3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;
4° het terrein ziet er verzorgd uit, is in goede staat; voor elke verhuring wordt hij gemaaid;
5° ofwel hij buiten een bewoonde kern gelegen is, op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert, ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats, of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke, ter plaatse voortdurend woont, of in de onmiddellijke nabijheid en, in dit geval, zorgt hij voor de goede toepassing van de huurovereenkomst en voor de strikte naleving van de rust van de omwoners.
De Minister van Toerisme kan de hierboven opgesomde criteria aanvullen. ".
- In paragraaf 2, wordt het eerste streepje aangevuld als volgt : "in afwachting van de herziening van bijlage 27 wat de terreinen betreft, kan de Minister beslissen over de elementen die moeten worden opgenomen in de overeenkomsten voor kampplaatsen van de soort "terrein" op basis van een aanpassing van bijlage 27".
- In paragraaf 2, wordt het tweede streepje gewijzigd als volgt : "de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3,5 euro, lasten niet inbegrepen, voor gebouwen en 1,5 euro, lasten biet inbegrepen, voor terreinen. ".
Artikel 464.AGW wordt aangevuld als volgt: "In afwachting van de herziening van bijlage 26 wat de terreinen betreft, kan de Minister van Toerisme beslissen over de normen waaraan de kampplaatsen van de soort "terrein" moeten voldoen met het oog op hun indeling per categorie, op basis van een aanpassing van bijlage 26. ".
In artikel 465.D, worden de woorden "van de soort "gebouw"" ingevoegd tussen het woord "kampplaatsen" en de woorden "moeten voldoen".
Artikel 467.BWR, eerste lid, wordt aangevuld als volgt: "De Minister bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de zichtbaarheid van het schild voor de kampplaatsen van het soort "terrein"".
Art. 192. Dans le Code wallon du Tourisme, sont apportées les modifications suivantes :
A l'article 34.D, les mots " pour l'adoption des contrats-programmes " sont remplacés par les mots " pour l'adoption et le renouvellement des contrats-programmes ".
A l'article 34/2.AGW, un nouveau paragraphe 5 est inséré comme suit : " § 5. A l'issue de la période de trois ans visée à l'article 34.D, alinéa 1er, 5°, un nouveau contrat-programme est conclu et fait l'objet d'une nouvelle approbation selon la procédure prévue au paragraphe 1er, à moins que la Ministre ne prévoie une procédure simplifiée pour cette approbation. ".
L'article 207 est complété comme suit :
" Pour les aires d'accueil à la ferme visées à l'article 252/1, 1°, du Code, le Commissariat général au tourisme peut solliciter de l'autorité compétente une attestation de dispense de permis d'urbanisme au sens du Code de développement territorial. ".
A l'article 252, 2°, les mots " dans le voisinage immédiat " sont remplacés par les mots " à proximité ".
A l'article 402/2, au dernier alinéa, les mots " dix années " sont remplacés par " cinq années ".
A l'article 434.D, les mots " pour les bâtiments et en deux catégories pour les terrains " sont insérés entre les mots " en trois catégories " et " selon les normes déterminées ".
A l'article 438.AGW, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le montant de la redevance forfaitaire prévue à l'article 437.D s'élève à :
concernant les bâtiments :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 40 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 40 à moins de 60 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 60 jeunes.
concernant les terrains :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 50 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 50 à moins de 80 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 80 jeunes. ".
L'article 440.AGW, alinéa 2, est modifié comme suit :
- Au 1°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 332.D " et les mots " , une copie de l'attestation de sécurité incendie; ".
- Au 2°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 347.D " et les mots " , une copie de l'attestation de contrôle simplifié; ".
- Un 6° est rajouté comme suit : " 6° la preuve de l'autorisation par l'autorité communale compétente concernée d'accueillir des mouvements de jeunesse sur le terrain. ".
L'article 452.D est complété comme suit : " Les normes du label peuvent être différentes pour un bâtiment ou pour un terrain. ".
L'article 453.D est complété comme suit : " Si une seule ASBL peut répondre aux conditions fixées à l'article 455 et 457 du Code, la prorogation n'est pas limitée à une seule fois. ".
A l'article 462.D, les modifications suivantes sont apportées :
- A l'alinéa 1er, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés entre les mots " d'un endroit de camp " et " est subordonné ";
- L'article est complété comme suit par des alinéas 3 et 4 :
" Le label pour les endroits de camp de type " terrains " est subordonné au respect des conditions fixées par le Gouvernement.
Celles-ci peuvent porter sur :
1° les caractéristiques du terrain et de ses abords, telles que notamment la capacité d'accueil au regard de la superficie au sol, l'accessibilité du terrain, sa délimitation;
2° l'équipement du terrain, tels que l'accessibilité à l'eau potable, la mise à disposition ou la réalisation de sanitaires;
3° la situation à proximité du terrain;
4° la moralité du demandeur, du titulaire du label et de la personne assumant la gestion journalière du terrain;
5° le contrat à signer à chaque occupation;
6° le prix maximum de la nuitée par personne et le coût réclamé pour les charges;
7° le temps de mise à disposition minimum du terrain;
8° le respect de la quiétude du voisinage;
9° la gestion des déchets. ".
L'article 463.AGW est modifié comme suit :
- A l'alinéa 1er, les mots " Tout endroit de camp doit satisfaire " sont remplacés par les mots " § 1er. Tout endroit de camp de type " bâtiment " doit satisfaire ".
- Au paragraphe 1er, un nouvel alinéa 2 est rédigé comme suit :
" Tout endroit de camp de type " terrain " doit satisfaire aux critères suivants :
1° il est conforme aux normes minimales fixées par le Ministre;
2° il n'est pas situé dans le même terrain qu'un établissement d'hébergement touristique autorisé à utiliser l'une des dénominations visées à l'article 1er.D, 11° et 12° ;
3° il est effectivement disponible à une occupation en tant qu'endroit de camp pendant une durée minimum de 6 semaines en été;
4° le terrain est de bon aspect, parfaitement entretenu; avant toute location, le terrain est fauché;
5° soit il est situé en dehors d'un noyau habité, à une distance garantissant la quiétude des riverains, soit le titulaire du label ou la personne chargée de la gestion journalière de l'endroit de camp, ou à défaut un responsable dûment mandaté, réside sur place en permanence ou à proximité immédiate, et, dans ce cas, il veille à la bonne application du contrat de location et au strict respect de la quiétude des riverains.
La Ministre du tourisme peut compléter les critères repris ci-dessus. ".
- Au paragraphe 2, le premier tiret est complété comme suit : " dans l'attente de la révision de l'annexe 27 pour les terrains, le Ministre peut décider des éléments qui doivent figurer dans les contrats des endroits de camp de type " terrain " sur base d'une adaptation de l'annexe 27 ".
- Au paragraphe 2, le deuxième tiret est modifié comme suit : " le prix de location par personne et par nuitée est inférieure à 3,5 euros, charges non comprises, pour les bâtiments et de 1,5 euros, charges non comprises, pour les terrains. ".
L'article 464.AGW est complété comme suit : " Dans l'attente de la révision de l'annexe 26 pour les terrains, la Ministre du Tourisme peut décider des normes auxquelles les endroits de camp de type " terrain " doivent répondre en vue de leur classement par catégorie, sur base d'une adaptation de l'annexe 26. ".
A l'article 465.D, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés après les mots " endroits de camp ".
L'article 467.AGW, alinéa 1er, est complété comme suit : " La Ministre fixe les modalités relatives à la visibilité de l'écusson pour les endroits de camp de type " terrain " ".
A l'article 34.D, les mots " pour l'adoption des contrats-programmes " sont remplacés par les mots " pour l'adoption et le renouvellement des contrats-programmes ".
A l'article 34/2.AGW, un nouveau paragraphe 5 est inséré comme suit : " § 5. A l'issue de la période de trois ans visée à l'article 34.D, alinéa 1er, 5°, un nouveau contrat-programme est conclu et fait l'objet d'une nouvelle approbation selon la procédure prévue au paragraphe 1er, à moins que la Ministre ne prévoie une procédure simplifiée pour cette approbation. ".
L'article 207 est complété comme suit :
" Pour les aires d'accueil à la ferme visées à l'article 252/1, 1°, du Code, le Commissariat général au tourisme peut solliciter de l'autorité compétente une attestation de dispense de permis d'urbanisme au sens du Code de développement territorial. ".
A l'article 252, 2°, les mots " dans le voisinage immédiat " sont remplacés par les mots " à proximité ".
A l'article 402/2, au dernier alinéa, les mots " dix années " sont remplacés par " cinq années ".
A l'article 434.D, les mots " pour les bâtiments et en deux catégories pour les terrains " sont insérés entre les mots " en trois catégories " et " selon les normes déterminées ".
A l'article 438.AGW, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le montant de la redevance forfaitaire prévue à l'article 437.D s'élève à :
concernant les bâtiments :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 40 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 40 à moins de 60 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 60 jeunes.
concernant les terrains :
- 170 euros pour un endroit accueillant moins de 50 jeunes;
- 205 euros pour un endroit accueillant de 50 à moins de 80 jeunes;
- 250 euros pour un endroit accueillant plus de 80 jeunes. ".
L'article 440.AGW, alinéa 2, est modifié comme suit :
- Au 1°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 332.D " et les mots " , une copie de l'attestation de sécurité incendie; ".
- Au 2°, les mots " et pour les bâtiments " est inséré entre les mots " l'article 347.D " et les mots " , une copie de l'attestation de contrôle simplifié; ".
- Un 6° est rajouté comme suit : " 6° la preuve de l'autorisation par l'autorité communale compétente concernée d'accueillir des mouvements de jeunesse sur le terrain. ".
L'article 452.D est complété comme suit : " Les normes du label peuvent être différentes pour un bâtiment ou pour un terrain. ".
L'article 453.D est complété comme suit : " Si une seule ASBL peut répondre aux conditions fixées à l'article 455 et 457 du Code, la prorogation n'est pas limitée à une seule fois. ".
A l'article 462.D, les modifications suivantes sont apportées :
- A l'alinéa 1er, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés entre les mots " d'un endroit de camp " et " est subordonné ";
- L'article est complété comme suit par des alinéas 3 et 4 :
" Le label pour les endroits de camp de type " terrains " est subordonné au respect des conditions fixées par le Gouvernement.
Celles-ci peuvent porter sur :
1° les caractéristiques du terrain et de ses abords, telles que notamment la capacité d'accueil au regard de la superficie au sol, l'accessibilité du terrain, sa délimitation;
2° l'équipement du terrain, tels que l'accessibilité à l'eau potable, la mise à disposition ou la réalisation de sanitaires;
3° la situation à proximité du terrain;
4° la moralité du demandeur, du titulaire du label et de la personne assumant la gestion journalière du terrain;
5° le contrat à signer à chaque occupation;
6° le prix maximum de la nuitée par personne et le coût réclamé pour les charges;
7° le temps de mise à disposition minimum du terrain;
8° le respect de la quiétude du voisinage;
9° la gestion des déchets. ".
L'article 463.AGW est modifié comme suit :
- A l'alinéa 1er, les mots " Tout endroit de camp doit satisfaire " sont remplacés par les mots " § 1er. Tout endroit de camp de type " bâtiment " doit satisfaire ".
- Au paragraphe 1er, un nouvel alinéa 2 est rédigé comme suit :
" Tout endroit de camp de type " terrain " doit satisfaire aux critères suivants :
1° il est conforme aux normes minimales fixées par le Ministre;
2° il n'est pas situé dans le même terrain qu'un établissement d'hébergement touristique autorisé à utiliser l'une des dénominations visées à l'article 1er.D, 11° et 12° ;
3° il est effectivement disponible à une occupation en tant qu'endroit de camp pendant une durée minimum de 6 semaines en été;
4° le terrain est de bon aspect, parfaitement entretenu; avant toute location, le terrain est fauché;
5° soit il est situé en dehors d'un noyau habité, à une distance garantissant la quiétude des riverains, soit le titulaire du label ou la personne chargée de la gestion journalière de l'endroit de camp, ou à défaut un responsable dûment mandaté, réside sur place en permanence ou à proximité immédiate, et, dans ce cas, il veille à la bonne application du contrat de location et au strict respect de la quiétude des riverains.
La Ministre du tourisme peut compléter les critères repris ci-dessus. ".
- Au paragraphe 2, le premier tiret est complété comme suit : " dans l'attente de la révision de l'annexe 27 pour les terrains, le Ministre peut décider des éléments qui doivent figurer dans les contrats des endroits de camp de type " terrain " sur base d'une adaptation de l'annexe 27 ".
- Au paragraphe 2, le deuxième tiret est modifié comme suit : " le prix de location par personne et par nuitée est inférieure à 3,5 euros, charges non comprises, pour les bâtiments et de 1,5 euros, charges non comprises, pour les terrains. ".
L'article 464.AGW est complété comme suit : " Dans l'attente de la révision de l'annexe 26 pour les terrains, la Ministre du Tourisme peut décider des normes auxquelles les endroits de camp de type " terrain " doivent répondre en vue de leur classement par catégorie, sur base d'une adaptation de l'annexe 26. ".
A l'article 465.D, les mots " de type " bâtiment " " sont insérés après les mots " endroits de camp ".
L'article 467.AGW, alinéa 1er, est complété comme suit : " La Ministre fixe les modalités relatives à la visibilité de l'écusson pour les endroits de camp de type " terrain " ".
Art. 193. Voor 2021, wordt artikel 594 D van het Waalse Wetboek voor Toerisme vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 594 D-.
§ 1. Wat betreft de federaties voor toerisme, bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of de toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "maisons du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 100 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "offices du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 40 % gebracht.
§ 4. Wat betreft de "syndicats d'initiative", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 40 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne. In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 50 % gebracht.
§ 5. Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of in het geval van samenwerking met "Wallonie Belgique Tourisme", wordt het subsidiepercentage bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 4 op 50 % gebracht. ".
"Art. 594 D-.
§ 1. Wat betreft de federaties voor toerisme, bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of de toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "maisons du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 100 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
§ 2. Wat betreft de "offices du trourisme", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.
In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 40 % gebracht.
§ 4. Wat betreft de "syndicats d'initiative", bedraagt het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D 40 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne. In het geval van het sluiten van een partnerschapsovereenkomst met het "maison du tourisme" van zijn ambtsgebied, die de rol van iedereen bepaalt ten opzichte van de verschillende opdrachten die hen worden toegekend, wordt het subsidiepercentage op 50 % gebracht.
§ 5. Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of in het geval van samenwerking met "Wallonie Belgique Tourisme", wordt het subsidiepercentage bedoeld in de paragrafen 1, 3 en 4 op 50 % gebracht. ".
Art. 193. Pour l'année 2021, l'article 594 D du Code wallon du Tourisme est remplacé par le dispositif suivant :
" Art. 594 D-.
§ 1er. En ce qui concerne les fédérations touristiques, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 2. En ce qui concerne les maisons du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 100% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 3. En ce qui concerne les offices du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 40%.
§ 4. En ce qui concerne les syndicats d'initiative, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 40% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique. En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 50%.
§ 5. Pour les actions et campagnes de promotion touristique s'intégrant dans les thèmes déterminés annuellement ou pluriannuellement par le Gouvernement ou en cas de collaboration avec Wallonie Belgique Tourisme, les taux de la subvention visés aux paragraphes 1, 3 et 4 sont portés à 50%. ".
" Art. 594 D-.
§ 1er. En ce qui concerne les fédérations touristiques, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 2. En ce qui concerne les maisons du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 100% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
§ 3. En ce qui concerne les offices du tourisme, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 30% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique.
En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 40%.
§ 4. En ce qui concerne les syndicats d'initiative, le taux de la subvention visée à l'article 584. D s'élève à 40% du coût de l'action ou de la campagne de promotion touristique. En cas de conclusion d'une convention de partenariat avec la maison du tourisme de son ressort, laquelle définit le rôle de chacun au regard des différentes missions qui leur sont attribuées, le taux de la subvention est porté à 50%.
§ 5. Pour les actions et campagnes de promotion touristique s'intégrant dans les thèmes déterminés annuellement ou pluriannuellement par le Gouvernement ou en cas de collaboration avec Wallonie Belgique Tourisme, les taux de la subvention visés aux paragraphes 1, 3 et 4 sont portés à 50%. ".
Art. 194. Het "Agence pour l'entreprise et l'innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren), afgekort : " A.E.I. ", opgericht bij het Waalse decreet van 28 november 2013 "houdende oprichting van het "Agence pour l'Entreprise et l'Innovation" (Agentschap Ondernemen en Innoveren), afgekort : " A.E.I. (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31/12/2013, blz. 103901) wordt ontbonden overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van bedoeld Decreet.
Het nemen van passende maatregelen om de praktische aspecten van de vereffening te regelen, het lot van de dochterondernemingen "Agence du Numérique" (afgekort "A.D.N.") en "Office économique wallon du bois" te bepalen, en de overdracht van de gedelegeerde opdrachten die bij voormeld decreet van 28 november 2013 of bij later besluit aan het A.E.I. zijn toevertrouwd, wordt toevertrouwd aan de Algemene Vergadering van de AEI.
De regels van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing op deze vereffening.
Het nemen van passende maatregelen om de praktische aspecten van de vereffening te regelen, het lot van de dochterondernemingen "Agence du Numérique" (afgekort "A.D.N.") en "Office économique wallon du bois" te bepalen, en de overdracht van de gedelegeerde opdrachten die bij voormeld decreet van 28 november 2013 of bij later besluit aan het A.E.I. zijn toevertrouwd, wordt toevertrouwd aan de Algemene Vergadering van de AEI.
De regels van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing op deze vereffening.
Art. 194. L'Agence pour l'Entreprise et l'Innovation ", en abrégé : " A.E.I. ", créée par le décret wallon du 28 novembre 2013 " portant création de l'Agence pour l'Entreprise et l'Innovation, en abrégé : A.E.I. " (paru au Moniteur belge du 31/12/2013, p. 103901) est dissoute conformément à l'article 2 alinéa 2 dudit Décret.
La mission de prendre les mesures adéquates pour régler les aspects pratiques de la liquidation, déterminer le sort des filiales " Agence du Numérique " (en abrégé " A.D.N. ") et " Office Economique Wallon du Bois ", et assurer le transfert des missions déléguées confiées à l'A.E.I. par le décret du 28 novembre 2013 précité ou par décision subséquente, est confiée à l'assemblée générale de l'AEI.
Les règles du code des sociétés s'appliquent à cette liquidation.
La mission de prendre les mesures adéquates pour régler les aspects pratiques de la liquidation, déterminer le sort des filiales " Agence du Numérique " (en abrégé " A.D.N. ") et " Office Economique Wallon du Bois ", et assurer le transfert des missions déléguées confiées à l'A.E.I. par le décret du 28 novembre 2013 précité ou par décision subséquente, est confiée à l'assemblée générale de l'AEI.
Les règles du code des sociétés s'appliquent à cette liquidation.
Art. 195. In artikel 124 van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt:
"De aanvragen om stedenbouwkundige vergunning, globale vergunningen of geïntegreerde vergunning bedoeld in artikel 23 die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels. ".
"De aanvragen om stedenbouwkundige vergunning, globale vergunningen of geïntegreerde vergunning bedoeld in artikel 23 die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden ingediend, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen worden behandeld volgens de op datum van indiening van de aanvraag vigerende regels. ".
Art. 195. Dans l'article 124 du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, un alinéa 2 est inséré comme suit :
" Les demandes de permis d'urbanisme, de permis unique ou de permis intégré visés à l'article 23 introduites avant l'entrée en vigueur du présent décret ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traitées selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande. ".
" Les demandes de permis d'urbanisme, de permis unique ou de permis intégré visés à l'article 23 introduites avant l'entrée en vigueur du présent décret ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traitées selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande. ".
Art. 196. Artikel 5, § 3, van het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor het openbaar vervoer in het Waalse Gewest wordt opgeheven.
Art. 196. L'article 5, § 3, du Décret du 21 décembre 1989 relatif au service de transport public de personnes en Région wallonne est abrogé.
Art. 197. In afwijking van artikel 16, eerste lid, 1° en 2° van het besluit van de Waalse Regering van 18 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2021 minstens:
1° 43.395 euro voor hooggekwalificeerde personen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 72.399 euro voor leidinggevend personeel en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
1° 43.395 euro voor hooggekwalificeerde personen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 72.399 euro voor leidinggevend personeel en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Art. 197. Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, 1° et 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, pour l'année 2021, la rémunération du ressortissant du pays tiers s'élève au moins à :
1° 43 395 euros pour ce qui concerne les personnes hautement qualifiées et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 72 399 euros pour ce qui concerne les membres du personnel de direction et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
1° 43 395 euros pour ce qui concerne les personnes hautement qualifiées et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 72 399 euros pour ce qui concerne les membres du personnel de direction et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
Art. 198. In afwijking van artikel 83 van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, bedraagt de bezoldiging van de onderdaan van een derde land voor 2021 minstens:
1° 56.112 euro voor ICT-leidinggevenden en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 44.889 euro voor ICT-deskundigen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
3° 28.056 euro voor ICT-stagiair-werknemers en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
1° 56.112 euro voor ICT-leidinggevenden en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
2° 44.889 euro voor ICT-deskundigen en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken;
3° 28.056 euro voor ICT-stagiair-werknemers en is niet minder gunstig dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig de geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of gebruiken.
Art. 198. Par dérogation à l'article 83 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, pour l'année 2021, la rémunération du ressortissant du pays tiers s'élève au moins à :
1° 56 112 euros pour ce qui concerne les cadres ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 44 889 euros pour ce qui concerne les experts ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
3° 28 056 euros pour ce qui concerne les employés stagiaires ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
1° 56 112 euros pour ce qui concerne les cadres ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
2° 44 889 euros pour ce qui concerne les experts ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur;
3° 28 056 euros pour ce qui concerne les employés stagiaires ICT et n'est pas moins favorable que celle de postes comparables conformément aux lois, conventions collectives ou pratiques en vigueur.
Art. 199. Het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, laatst gewijzigd bij het decreet van 20 februari 2014, het besluit van de Waalse Regering van 6 november 1997 tot uitvoering van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, de artikelen 78ter, 78sexies, tweede lid en 131quater, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 19 februari 2003 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder werknemers ter beschikking kunnen worden gesteld van gebruikers in het kader van doorstromingsprogramma's blijven van toepassing op de verbintenissen die zich voordoen vóór de inwerking van dit decreet, op de verbintenissen die zich voordoen na de inwerkingtreding van dit decreet en die berusten op een beslissing tot toekenning of verlenging van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en de verbintenissen die zich voordoen na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en die berusten op een beslissing tot toekenning of verlenging die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor de verminderingen van de sociale bijdragen overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
De werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen in aanmerking voor de integratietoeslag overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens de artikelen 78ter, 78sexies et 131quater, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en van het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor een financiële tussenkomst van het O.C.M.W. overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 19 februari 2003 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder werknemers ter beschikking kunnen worden gesteld van gebruikers in het kader van doorstromingsprogramma's, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor de toelagen overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma en het besluit van de Waalse Regering van 6 november 1997 tot uitvoering van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
De verschillende voordelen bedoeld in de vorige leden waarvoor de werkgevers en de werknemers in aanmerking komen, worden toegekend uiterlijk tot het einde van de oorspronkelijke of hernieuwingsbeslissing van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 02 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor de verminderingen van de sociale bijdragen overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
De werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen in aanmerking voor de integratietoeslag overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens de artikelen 78ter, 78sexies et 131quater, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en van het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor een financiële tussenkomst van het O.C.M.W. overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma, het koninklijk besluit van 19 februari 2003 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder werknemers ter beschikking kunnen worden gesteld van gebruikers in het kader van doorstromingsprogramma's, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Voor de werknemers in dienst genomen in een doorstromingsprogramma vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract als deze verbintenis berust op een beslissing van toekenning of hernieuwing van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3° van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, genomen voor de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract of op een beslissing van toekenning of hernieuwing die zich voordoet na de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract en betreffende een oorspronkelijke of hernieuwingsaanvraag van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, gezonden naar de bevoegde administratie vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract, komen de werkgevers in aanmerking voor de toelagen overeenkomstig de voorwaarden bepaald krachtens het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma en het besluit van de Waalse Regering van 6 november 1997 tot uitvoering van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 2 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
De verschillende voordelen bedoeld in de vorige leden waarvoor de werkgevers en de werknemers in aanmerking komen, worden toegekend uiterlijk tot het einde van de oorspronkelijke of hernieuwingsbeslissing van toekenning van de toelage bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 02 februari 2017 betreffende het inschakelingscontract.
Art. 199. Le décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, modifié en dernier lieu par le décret du 20 février 2014, l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 novembre 1997 d'exécution du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, l'arrêté royal du 9 juin 1997 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle, les articles 78ter, 78sexies, alinéa 2 et 131quater, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, l'article 12 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans un programme de transition professionnelle, l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans un programme de transition professionnelle, l'arrêté royal du 19 février 2003 fixant les conditions dans lesquelles les travailleurs peuvent être mis à la disposition des utilisateurs dans le cadre des programmes de transition continuent à s'appliquer aux engagements qui interviennent avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, aux engagements qui interviennent après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et qui reposent sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et aux engagements qui interviennent après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et qui reposent sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient des réductions de cotisations sociales conformément aux conditions fixées en vertu de l'article 12 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, bénéficient des allocations d'intégration conformément aux conditions fixées en vertu des articles 78ter, 78sexies et 131quater, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et de l'arrêté royal du 9 juin 1997 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient d'une intervention financière du C.P.A.S. conformément aux conditions fixées en vertu de l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans un programme de transition professionnelle, de l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans un programme de transition professionnelle et de l'arrêté royal du 19 février 2003 fixant les conditions dans lesquelles les travailleurs peuvent être mis à la disposition des utilisateurs dans le cadre des programmes de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient des subventions conformément aux conditions fixées en vertu du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle et de l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 novembre 1997 du Gouvernement wallon d'exécution du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Les différents avantages visés aux alinéas précédents dont bénéficient les travailleurs et les employeurs sont octroyés au plus tard jusqu'au terme de la décision initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient des réductions de cotisations sociales conformément aux conditions fixées en vertu de l'article 12 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, bénéficient des allocations d'intégration conformément aux conditions fixées en vertu des articles 78ter, 78sexies et 131quater, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et de l'arrêté royal du 9 juin 1997 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient d'une intervention financière du C.P.A.S. conformément aux conditions fixées en vertu de l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans un programme de transition professionnelle, de l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans un programme de transition professionnelle et de l'arrêté royal du 19 février 2003 fixant les conditions dans lesquelles les travailleurs peuvent être mis à la disposition des utilisateurs dans le cadre des programmes de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Pour les travailleurs engagés dans un programme de transition professionnelle avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion si cet engagement repose sur une décision d'octroi ou de renouvellement de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, intervenue avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion ou sur une décision d'octroi ou de renouvellement intervenue après l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion et relative à une demande initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, envoyée à l'administration compétente avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion, les employeurs bénéficient des subventions conformément aux conditions fixées en vertu du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle et de l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 novembre 1997 du Gouvernement wallon d'exécution du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle, tels qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Les différents avantages visés aux alinéas précédents dont bénéficient les travailleurs et les employeurs sont octroyés au plus tard jusqu'au terme de la décision initiale ou de renouvellement d'octroi de la subvention visée à l'article 4, alinéa 1er, 3°, du décret du 18 juillet 1997 créant un programme de transition professionnelle tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du décret du 02 février 2017 relatif au contrat d'insertion.
Art. 200. Artikel 10/4 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
"1. Het Agentschap stort een bedrag aan de Waalse verzekeringsinstellingen om de uitgaven gebonden aan de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 van het Wetboek te dekken via:
1° vier driemaandelijkse voorschotten tijdens het jaar N;
2° een regularisering van de bedragen betreffende het jaar N in de loop van het jaar N+1.
De eerste drie voorschotten komen overeen met een globale enveloppe die het vierde van de begroting van de paritaire opdrachten betrokken voor het lopende jaar N vertegenwoordigt. Deze enveloppe wordt verdeeld tussen de Waalse verzekeringsinstellingen op basis van de uitgaven aangegeven in de modellen N bedoeld in paragraaf 2 van het jaar N-2.
Het bedrag van het vierde en laatste voorschot, gefinancierd uit het saldo van de begroting voor de paritaire opdrachten van het lopende jaar N en dat niet hoger mag zijn dan het bedrag, wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van de laatste simulaties van de interventiesvoor het jaar N door de Waalse verzekeringsinstellingen. ".
"1. Het Agentschap stort een bedrag aan de Waalse verzekeringsinstellingen om de uitgaven gebonden aan de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 van het Wetboek te dekken via:
1° vier driemaandelijkse voorschotten tijdens het jaar N;
2° een regularisering van de bedragen betreffende het jaar N in de loop van het jaar N+1.
De eerste drie voorschotten komen overeen met een globale enveloppe die het vierde van de begroting van de paritaire opdrachten betrokken voor het lopende jaar N vertegenwoordigt. Deze enveloppe wordt verdeeld tussen de Waalse verzekeringsinstellingen op basis van de uitgaven aangegeven in de modellen N bedoeld in paragraaf 2 van het jaar N-2.
Het bedrag van het vierde en laatste voorschot, gefinancierd uit het saldo van de begroting voor de paritaire opdrachten van het lopende jaar N en dat niet hoger mag zijn dan het bedrag, wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van de laatste simulaties van de interventiesvoor het jaar N door de Waalse verzekeringsinstellingen. ".
Art. 200. L'article 10/4 du Code wallon de l'action sociale et de la santé est modifié comme suit :
" 1er. L'Agence verse aux organismes assureurs wallons un montant pour couvrir les dépenses liées aux prestations et interventions visées par l'article 43/7 du Code par le biais :
1° de quatre avances trimestrielles au cours de l'année N;
2° d'une régularisation des montants relatifs à l'année N dans le courant de l'année N+1.
Les trois premières avances correspondent à une enveloppe globale représentant le quart du budget des missions paritaires concernées pour l'année N en cours. Cette enveloppe est répartie entre les organismes assureurs wallons sur la base des dépenses déclarées dans les modèles N visés au paragraphe 2 de l'année N-2.
Le montant de la quatrième et dernière avance financée par le reliquat du budget des missions paritaires pour l'année N en cours et ne pouvant l'excéder est établi par l'Agence à partir des dernières simulations d'interventions pour l'année N des organismes d'assurance wallons. ".
" 1er. L'Agence verse aux organismes assureurs wallons un montant pour couvrir les dépenses liées aux prestations et interventions visées par l'article 43/7 du Code par le biais :
1° de quatre avances trimestrielles au cours de l'année N;
2° d'une régularisation des montants relatifs à l'année N dans le courant de l'année N+1.
Les trois premières avances correspondent à une enveloppe globale représentant le quart du budget des missions paritaires concernées pour l'année N en cours. Cette enveloppe est répartie entre les organismes assureurs wallons sur la base des dépenses déclarées dans les modèles N visés au paragraphe 2 de l'année N-2.
Le montant de la quatrième et dernière avance financée par le reliquat du budget des missions paritaires pour l'année N en cours et ne pouvant l'excéder est établi par l'Agence à partir des dernières simulations d'interventions pour l'année N des organismes d'assurance wallons. ".
Art. 201. Artikel 43/11, § § 3, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
" § 3. Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot doet geen afbreuk aan de aanvullende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven die zijn opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en interventies. ".
" § 3. Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot doet geen afbreuk aan de aanvullende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven die zijn opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en interventies. ".
Art. 201. L'article 43/11 § 3 du Code wallon de l'action sociale et de la santé est modifié comme suit :
" § 3. Pour accomplir les missions prévues à l'article 43/7, l'Agence liquide, le premier jour ouvrable de chacun des trois premiers trimestres, aux organismes assureurs wallons, une avance égale à un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
Au premier jour du quatrième trimestre, l'Agence liquide, aux organismes assureurs wallons, un montant arrêté par l'Agence en recourant aux critères définis par le Gouvernement et dont le montant est compris entre le montant versé lors de chacun des trimestres précédents de l'année et un montant correspondant à une estimation plus précise des dépenses effectives que cette avance a pour objet de couvrir. Le paiement de cette quatrième avance est sans préjudice d'avances additionnelles prévues par l'alinéa 4 du présent paragraphe.
Le Gouvernement détermine le calcul des avances, la répartition de celles-ci entre les organismes assureurs wallons ainsi que l'établissement des comptes provisoires et finaux donnant éventuellement droit à la régularisation. Il arrête les critères pris en compte pour déterminer le montant de l'avance du quatrième trimestre. Cette avance ne peut excéder un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article. ".
" § 3. Pour accomplir les missions prévues à l'article 43/7, l'Agence liquide, le premier jour ouvrable de chacun des trois premiers trimestres, aux organismes assureurs wallons, une avance égale à un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
Au premier jour du quatrième trimestre, l'Agence liquide, aux organismes assureurs wallons, un montant arrêté par l'Agence en recourant aux critères définis par le Gouvernement et dont le montant est compris entre le montant versé lors de chacun des trimestres précédents de l'année et un montant correspondant à une estimation plus précise des dépenses effectives que cette avance a pour objet de couvrir. Le paiement de cette quatrième avance est sans préjudice d'avances additionnelles prévues par l'alinéa 4 du présent paragraphe.
Le Gouvernement détermine le calcul des avances, la répartition de celles-ci entre les organismes assureurs wallons ainsi que l'établissement des comptes provisoires et finaux donnant éventuellement droit à la régularisation. Il arrête les critères pris en compte pour déterminer le montant de l'avance du quatrième trimestre. Cette avance ne peut excéder un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article. ".
Art. 202. Het tweede lid van artikel 28/1 van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid wordt gewijzigd als volgt:
"De kredieten toegekend voor de paritaire opdrachten zijn niet-limitatief. ".
"De kredieten toegekend voor de paritaire opdrachten zijn niet-limitatief. ".
Art. 202. Le deuxième alinéa de l'article 28/1 du CWASS est modifié comme suit :
" Les crédits alloués aux missions paritaires sont non limitatifs. ".
" Les crédits alloués aux missions paritaires sont non limitatifs. ".
Art. 203. In artikel 43/11, § 3, laatst lid, worden de woorden " Binnen een termijn van vijf werkdagen kan het Agentschap dit voorschot toekennen mits de instemming van de Minister van Begroting en van de in artikel 6 bedoelde financiële en budgettaire Monitoringsraad" vervangen door de woorden "Het Agentschap kan dit voorschot toekennen en stelt de financiële en budgettaire Monitoringsraad in kennis daarvan binnen een termijn van vijf werkdagen".
Art. 203. A l'article 43/11, § 3, dernier alinéa, les mots " moyennant l'accord du Ministre du Budget et l'accord du Conseil de monitoring financier et budgétaire visé à l'article 6 et ce, dans un délai de 5 jours ouvrables " sont remplacés par " et en informe, dans un délai de 5 jours ouvrables, le Conseil de Monitoring financier et budgétaire ".
Art. 204. Het laatste lid van artikel 10/4, § 1, wordt gewijzigd als volgt:
"Indien het bedrag van de uitgaven lager is dan de voorschotten, betaalt het Waalse verzekeringsorgaan het verschil terug aan het Agentschap.".
"Indien het bedrag van de uitgaven lager is dan de voorschotten, betaalt het Waalse verzekeringsorgaan het verschil terug aan het Agentschap.".
Art. 204. Le dernier alinéa de l'article 10/4 § 1er est modifié comme suit :
" Si le montant des dépenses est inférieur aux avances, l'organisme assureur wallon rembourse la différence à l'Agence ".
" Si le montant des dépenses est inférieur aux avances, l'organisme assureur wallon rembourse la différence à l'Agence ".
Art. 205. In artikel 11/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Art. 205. Dans l'article 11/1, § 1er, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, les mots " ou son délégué " sont chaque fois insérés après le mot " Gouvernement ".
Art. 206. In artikel 18/1, § 1, tweede lid, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, worden de woorden "of diens afgevaardigde" telkens ingevoegd na het woord "Regering".
Art. 206. Dans l'article 18/1, § 1er, alinéa 2, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, les mots " ou son délégué " sont à chaque fois insérés après le mot " Gouvernement ".
Art. 207. [1 Artikel 88 van het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"De bepalingen genomen ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid blijven van kracht tot zij door de Regering worden gewijzigd of opgeheven. ".
In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden";
2° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden ]1
"De bepalingen genomen ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid blijven van kracht tot zij door de Regering worden gewijzigd of opgeheven. ".
In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden";
2° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "eenentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar";
2° de woorden "twee jaar en zes maanden" worden vervangen door de woorden "drie jaar en zes maanden ]1
Modifications
Art. 207. [1 L'article 88 du décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'Action sociale et de la Santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Les dispositions prises en exécution du décret du 14 juillet 1997 portant sur l'organisation de la promotion de la santé en Communauté française abrogé par le décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'action sociale et de la santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé restent en vigueur jusqu'à leur modification ou leur abrogation par le Gouvernement. ".
Dans l'article 89 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois " ;
2° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Dans l'article 90 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans " ;
2° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois ]1.
" Les dispositions prises en exécution du décret du 14 juillet 1997 portant sur l'organisation de la promotion de la santé en Communauté française abrogé par le décret du 2 mai 2019 modifiant le Code wallon de l'action sociale et de la santé en ce qui concerne la prévention et la promotion de la santé restent en vigueur jusqu'à leur modification ou leur abrogation par le Gouvernement. ".
Dans l'article 89 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois " ;
2° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Dans l'article 90 du même décret, modifié par le décret du 15 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " vingt et un mois " sont remplacés par les mots " trois ans " ;
2° les mots " deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " trois ans et six mois ]1.
Modifications
Art. 208. § 1. In afwijking van artikel 4, §§ 1 en 2, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleidingen voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, is de alternerende opleiding toegankelijk voor:
1° elke niet-werkende werkzoekende die als zodanig is ingeschreven bij de Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeid;
2° elke werkzoekende die is ingeschreven in een omschakelingscel als bedoeld bij het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen.
In afwijking van het eerste lid, is alternerende opleiding niet toegankelijk voor een werkzoekende die als leerling voor een soortgelijk beroep is ingeschreven bij een onderwijsoperator, noch bij een erkende operator alternerende opleiding.
§ 2. Wanneer de uitvoering van de alternerende opleiding plaatsvindt tijdens de periode van de inschakelingsstage bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt de duur ervan minder dan negen maanden.
In afwijking van artikel 5 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en wanneer de niet-werkende werkzoekende bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, niet in aanmerking komt voor een inschakelings-, werkloosheids- of beschermingsuitkering krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering noch voor een leefboon ingevoerd door de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de alternerende opleiding:
1° minder dan 150 uur opleiding op jaarbasis bij een opleidingsoperator omvatten;
2° en minder dan 20 uur opleiding op weekbasis bij de werkgever omvatten.
Het in het eerste lid, 1°, bedoelde aantal uren wordt berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding.
De artikelen 1 en 2 zijn van toepassing op elke overeenkomst voor alternerende opleiding gesloten tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 en voor de hele duur ervan.
1° elke niet-werkende werkzoekende die als zodanig is ingeschreven bij de Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeid;
2° elke werkzoekende die is ingeschreven in een omschakelingscel als bedoeld bij het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen.
In afwijking van het eerste lid, is alternerende opleiding niet toegankelijk voor een werkzoekende die als leerling voor een soortgelijk beroep is ingeschreven bij een onderwijsoperator, noch bij een erkende operator alternerende opleiding.
§ 2. Wanneer de uitvoering van de alternerende opleiding plaatsvindt tijdens de periode van de inschakelingsstage bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien, bedraagt de duur ervan minder dan negen maanden.
In afwijking van artikel 5 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en wanneer de niet-werkende werkzoekende bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, niet in aanmerking komt voor een inschakelings-, werkloosheids- of beschermingsuitkering krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering noch voor een leefboon ingevoerd door de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de alternerende opleiding:
1° minder dan 150 uur opleiding op jaarbasis bij een opleidingsoperator omvatten;
2° en minder dan 20 uur opleiding op weekbasis bij de werkgever omvatten.
Het in het eerste lid, 1°, bedoelde aantal uren wordt berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding.
De artikelen 1 en 2 zijn van toepassing op elke overeenkomst voor alternerende opleiding gesloten tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 en voor de hele duur ervan.
Art. 208. § 1er. Par dérogation à l'article 4, §§ 1er et 2, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, la formation alternée est accessible à :
1° tout demandeur d'emploi inoccupé inscrit en tant que tel auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi;
2° tout demandeur d'emploi inscrit dans une cellule de reconversion telle que prévue par le décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d'accompagnement des reconversions.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la formation alternée n'est pas accessible au demandeur d'emploi inscrit comme apprenant pour un métier similaire auprès d'un opérateur d'enseignement ou d'un opérateur agréé en formation en alternance.
§ 2. Lorsque l'exécution de la formation alternée se situe pendant la période du stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, par dérogation à l'article 7, alinéa 1er, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, sa durée est inférieure à neuf mois.
Par dérogation à l'article 5 du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi, lorsque le demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, n'est pas bénéficiaire d'allocations d'insertion, de chômage ou de sauvegarde en vertu de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ni d'un revenu d'intégration sociale instauré par la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, la formation alternée doit compter :
1° moins de cent cinquante heures de formation, sur base annuelle, auprès d'un opérateur de formation;
2° et moins de vingt heures de formation, sur base hebdomadaire, auprès de l'employeur.
Le nombre d'heures visé à l'alinéa 1er, 1°, est calculé au prorata de la durée totale de la formation.
Les § 1er et 2 s'appliquent à tout contrat de formation alternée conclu entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021, et pour toute sa durée.
1° tout demandeur d'emploi inoccupé inscrit en tant que tel auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi;
2° tout demandeur d'emploi inscrit dans une cellule de reconversion telle que prévue par le décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d'accompagnement des reconversions.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la formation alternée n'est pas accessible au demandeur d'emploi inscrit comme apprenant pour un métier similaire auprès d'un opérateur d'enseignement ou d'un opérateur agréé en formation en alternance.
§ 2. Lorsque l'exécution de la formation alternée se situe pendant la période du stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, par dérogation à l'article 7, alinéa 1er, du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant, sa durée est inférieure à neuf mois.
Par dérogation à l'article 5 du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi, lorsque le demandeur d'emploi inoccupé visé à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 2°, n'est pas bénéficiaire d'allocations d'insertion, de chômage ou de sauvegarde en vertu de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ni d'un revenu d'intégration sociale instauré par la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, la formation alternée doit compter :
1° moins de cent cinquante heures de formation, sur base annuelle, auprès d'un opérateur de formation;
2° et moins de vingt heures de formation, sur base hebdomadaire, auprès de l'employeur.
Le nombre d'heures visé à l'alinéa 1er, 1°, est calculé au prorata de la durée totale de la formation.
Les § 1er et 2 s'appliquent à tout contrat de formation alternée conclu entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021, et pour toute sa durée.
Art. 209. § 1. De Forem organiseert opleidingen om werkzoekenden in staat te stellen hun rijbewijs categorie B of categorie AM voor 2-wielers te behalen.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de kosten van de risicoperceptietest:
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. Het Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2) de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 112,5 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.680 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 190 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
- 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben;
3° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2021 een kwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2021, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2021 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2021 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2021 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen de Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn en in de loop van het jaar 2021 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-agent in het kader van de kaderovereenkomst tussen de Forem en het OCMW;
d) in de loop van het jaar 2021 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2021 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2021 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen de Forem en het "AVIQ";
h) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020 of 2021 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f) of g).
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden, vermeld in het eerste lid, 3°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij de Forem.
De werkzoekende kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van de Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, b), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
De opleiding bedoeld in het eerste lid omvat:
1° voor het rijbewijs categorie B:
a) een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 30 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de kosten van de risicoperceptietest:
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
2° voor het rijbewijs categorie AM 2-wielers:
a) een theoretische opleidingsonderdeel bestaande uit 12 uur theoretische lessen, het ter beschikking stellen van een handboek en toegang tot een online oefenplatform;
b) een praktisch opleidingsonderdeel bestaande uit :
- 8 uur praktijklessen;
- een begeleiding bij het praktijkexamen of twee begeleidingen bij het praktijkexamen ingeval de werkzoekende niet slaagt voor het 1ste praktijkexamen;
c) een examenonderdeel dat bestaat uit :
- de inschrijvingskosten voor één theoretische proef of twee theoretische proeven indien de werkzoekende niet slaagt voor de eerste theoretische proef ;
- de inschrijvingskosten voor één praktijkexamen of twee praktijkexamens indien de werkzoekende niet slaagt voor het eerste praktijkexamen.
§ 2. Het Forem stelt op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een lijst op van erkende rijscholen waarbij de werkzoekende de in paragraaf 1 bedoelde opleiding kan volgen.
Onverminderd de door de Forem vastgestelde voorwaarden van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zijn de voorwaarden waaraan de rijschool moet voldoen om in de in het eerste lid bedoelde lijst te worden opgenomen, de volgende:
1° de rijschool is erkend voor haar rijschoolactiviteiten;
2) de rijschool maakt het mogelijk dat de opleiding op het grondgebied van het Franse taalgebied wordt gegeven;
3° de rijschool past het volgende tarief toe:
a) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie B:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 112,5 € inclusief belastingen ;
- 30 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 1.680 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 190 € inclusief belastingen.
b) voor de opleiding voor het rijbewijs van categorie AM:
- 12 uur theoretische lessen, inclusief het handboek dat toegang geeft tot een online oefenplatform, ter hoogte van maximum 100 € inclusief belastingen ;
- 8 uur praktijkopleiding ter hoogte van maximum 520 € inclusief belastingen;
- twee begeleidingen naar de praktijkexamens tegen het tarief van twee mogelijke tests, ter hoogte van maximum van 130 € inclusief belastingen.
4° de rijschool vergoedt de werkzoekende de volgende gemaakte kosten:
a) de inschrijvingskosten voor de theoretische examens tegen het tarief van twee pogingen ;
b) de kosten van de risicoperceptietest;
c) de inschrijvingskosten voor de praktische examens op basis van twee pogingen.
De Forem deelt de lijst van de in het eerste lid bedoelde rijscholen mee aan elke geselecteerde werkzoekende bedoeld in § 4, opdat hij de rijschool kan kiezen waarbij hij zich wenst in te schrijven voor een opleiding met het oog op het behalen van een rijbewijs van categorie B of van categorie AM voor 2-wielers.
§ 3. Onverminderd § 4, kan de werkzoekende onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor de in § 1 bedoelde opleiding:
1° een niet-werkende werkzoekende zijn die als zodanig geregistreerd staat bij de Forem;
2° zijn hoofdverblijfplaats in het Franse taalgebied hebben;
3° behoren tot een van de volgende categorieën van doelpubliek :
a) in 2021 een kwalificerende opleiding van ten minste 4 weken hebben voltooid of volgen in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, in het kader van een overeenkomst opleiding-inschakeling met een werkgever in de zin van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding of in het kader van een overeenkomst voor alternerende opleiding in de zin van het decreet van 20 februari 2014 betreffende de alternerende opleiding voor werkzoekenden en tot wijziging van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;
b) in de loop van het jaar 2021, een opleiding in een centrum voor socioprofessionele inschakeling ("CISP") hebben afgerond of volgen;
c) in het jaar 2021 ondersteund zijn of worden door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of door een begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling;
d) in de loop van het jaar 2021 een leefloon of een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen of ontvangen en in de loop van het jaar 2021 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-medewerker in het kader van de kaderovereenkomst tussen de Forem en de OCMW's;
e) op het ogenblik van de inschrijving in de rijschool een arbeidsovereenkomst hebben in het kader van de artikelen 60, § 7 en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare centra voor maatschappelijke welzijn en in de loop van het jaar 2021 het voorwerp zijn geweest of zijn van gezamenlijke begeleidingsacties door een jobcoach van het OCMW en een Forem-agent in het kader van de kaderovereenkomst tussen de Forem en het OCMW;
d) in de loop van het jaar 2021 een kwalificerende opleiding tot gezinhelp(st)er in het kader van een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding hebben voltooid of volgen;
g) in 2021 een kwalificerende opleiding hebben gevolgd of volgen in een opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum dat erkend is door het Waals Agentschap voor de Levenskwaliteit en in 2021 het voorwerp uitmaken of uitmaken van begeleidingsacties in het kader van de overeenkomst tussen de Forem en het "AVIQ";
h) geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B na het volgen van een opleiding "theoretisch rijbewijs" in 2019, 2020 of 2021 bij een plaatselijke openbare overheid, een vzw gesubsidieerd door het Waals Gewest of een school gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en behoren tot één van de categorieën van het doelpubliek bedoeld in de punten a), b), c), d), e), f) of g).
Onder "kwalificerende opleiding" in de zin van het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan een opleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep. Het is voldoende om één module, groep van modules, eenheid van leerresultaten of groep van leereenheden van een vakopleiding die leidt tot de uitoefening van een beroep af te ronden.
Voor de toepassing van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de werkzoekenden, vermeld in het eerste lid, 3°, e), gelijkgesteld met niet-werkende werkzoekenden die ingeschreven zijn bij de Forem.
De werkzoekende kan slechts één enkele opleiding volgen voor het rijbewijs bedoeld in § 1, alle categorieën inbegrepen.
De werkzoekende die in aanmerking komt onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, kan niet in aanmerking komen voor de opleiding bedoeld in § 1, tweede lid, 1° of 2°, indien hij zich, wat betreft de vergunning waarvoor hij een opleiding van de Forem aanvraagt, in een van de volgende situaties bevindt:
1° de werkzoekende is reeds ingeschreven bij een erkende rijschool en is daar met de praktische opleiding begonnen;
2° de werkzoekende is in het bezit van een voorlopig rijbewijs in het kader van een rijopleiding van het type "vrije begeleiding";
3° het rijbewijs van de werkzoekende is ingetrokken, waardoor hij gedwongen is opnieuw het volledige rijbewijs te halen.
§ 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, selecteert Forem werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 3 en die de opleiding bedoeld in § 1 kunnen volgen, op basis van de volgende criteria:
1° de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de opleiding en met betrekking tot het behalen van het betrokken rijbewijs, in het bijzonder met betrekking tot het beroepsproject of het zoeken naar werk van de kandidaat, beoordeeld tijdens een fysiek of afstandsgesprek;
2° de haalbaarheid van de opleiding met betrekking tot de middelen waarover de kandidaat beschikt om de cursussen te volgen, om te rijden tijdens de periode van het behalen van het voorlopig rijbewijs en om over een voertuig te beschikken;
3° de toegankelijkheid van zijn of haar woning met betrekking tot gebieden die worden bediend door het openbaar vervoer.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, b), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling of het betrokken centrum voor socioprofessionele inschakeling of de betrokken begeleidingsstructuur voor zelftewerkstelling.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, d) en e), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Met betrekking tot de kandidaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, g), wordt de selectie van de kandidaat gecoördineerd met het betrokken opleidings- en socioprofessioneel inschakelingscentrum erkend door het betrokken "Agence wallonne pour une Vie de Qualité" (Waalse Agentschap voor de Kwaliteit van het Leven).
Indien de door de Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B of AM, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en 2°, b) en voor de risicoperceptietest en het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, c), tweede en derde streepje en 2°, c), tweede streepje.
Indien de door Forem geselecteerde kandidaat reeds in het bezit is van een geldig bewijs van het behalen van het theoretisch examen voor het rijbewijs van categorie B en van de geldige risicoperceptietest, wordt de opleiding enkel gegeven voor het praktisch opleidingsonderdeel bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, b) en voor het praktisch examen bedoeld in § 1, tweede lied, 1°, c), derde streepje.
§ 5. Om aan een opleiding te kunnen deelnemen, schrijft de door Forem overeenkomstig § 4 geselecteerde werkzoekende zich in bij een rijschool die voorkomt op de in § 2, eerste lid, bedoelde lijst.
Art. 209. § 1er. Le FOREm organise des formations pour permettre aux demandeurs d'emploi d'obtenir leur permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique.
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112.5 € TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 € TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 € TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 € TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 € TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 € TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2021 une formation qualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2021 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2021 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2021, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière et avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2021 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2021, d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent FOREm dans le cadre de la convention cadre entre le FOREm et les CPAS;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2021, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2021 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2021, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020 ou 2021 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f) ou g).
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 3°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
La formation visée à l'alinéa 1er comprend :
1° pour le permis de conduire catégorie B :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 30 heures de cours pratiques;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique;
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais du test de perception des risques;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
2° pour le permis de conduire catégorie AM 2 roues :
a) un volet formation théorique comprenant 12 heures de cours théoriques, la fourniture d'un manuel et d'un accès à une plateforme d'exercices en ligne;
b) un volet formation pratique comprenant :
- 8 heures de cours pratique;
- un accompagnement à l'examen pratique ou deux accompagnements à l'examen pratique en cas d'échec du demandeur d'emploi au 1er examen pratique.
c) un volet examen comprenant :
- les frais d'inscription à une épreuve théorique ou à deux épreuves théoriques en cas d'échec du demandeur d'emploi à la première épreuve théorique;
- les frais d'inscription à un examen pratique ou à deux examens pratiques en cas d'échec du demandeur d'emploi au premier examen pratique.
§ 2. Le FOREm établit, sur la base d'un appel à manifestation d'intérêts, la liste des écoles de conduite agréées auprès desquelles le demandeur d'emploi peut suivre la formation visée au paragraphe 1er.
Sans préjudice des conditions et modalités de l'appel à manifestation d'intérêt, déterminées par le FOREm, les conditions auxquelles l'école de conduite doit répondre pour figurer dans la liste visée à l'alinéa 1er sont les suivantes :
1° l'école de conduite est agréée pour son activité d'auto-école;
2° l'école de conduite permet que la formation soit réalisée sur le territoire de la région de langue française;
3° l'école de conduite applique le tarif suivant :
a) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie B :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercices en ligne, à concurrence de maximum 112.5 € TTC;
- 30 heures de cours pratique à concurrence de maximum 1680 € TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 190 € TTC.
b) pour la formation pour le permis de conduire de catégorie AM :
- 12 heures de cours théoriques incluant le manuel donnant accès à une plateforme d'exercice en ligne, à concurrence de maximum 100 € TTC;
- 8 heures de cours pratique à concurrence de maximum 520 € TTC;
- deux accompagnements aux épreuves pratiques à raison de deux essais possibles, à concurrence de maximum 130 € TTC.
4° l'école de conduite rembourse au demandeur d'emploi les frais exposés suivants :
a) les frais d'inscription aux examens théoriques à raison de deux essais possibles;
b) les frais du test de perception des risques;
c) les frais d'inscription aux examens pratiques à raison de deux essais possibles.
Le FOREm communique la liste des écoles de conduite, visée à l'alinéa 1er, à chaque demandeur d'emploi sélectionné visé au § 4 pour qu'il choisisse l'école de conduite auprès de laquelle il souhaite s'inscrire pour suivre la formation en vue de l'obtention du permis de conduire catégorie B ou catégorie AM 2 roues.
§ 3. Sans préjudice du § 4, le demandeur d'emploi peut bénéficier de la formation visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° être un demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du FOREm;
2° avoir sa résidence principale en région de langue française;
3° faire partie d'une des catégories de public cible suivantes :
a) avoir terminé ou suivre durant l'année 2021 une formation qualifiante comportant au minimum 4 semaines sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, sous contrat de formation insertion auprès d'un employeur au sens du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle ou sous contrat de formation alternée au sens du décret du 20 février 2014 relatif à la formation alternée pour les demandeurs d'emploi et modifiant le décret du 18 juillet 1997 relatif à l'insertion de demandeurs d'emploi auprès d'employeurs qui organisent une formation permettant d'occuper un poste vacant;
b) avoir terminé ou suivre durant l'année 2021 une formation dans un centre d'insertion socioprofessionnelle (CISP);
c) avoir été ou être accompagné durant l'année 2021 par une mission régionale pour l'emploi ou par une structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi;
d) avoir bénéficié ou bénéficier, durant l'année 2021, du revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière et avoir fait ou faire l'objet durant l'année 2021 d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent du FOREm dans le cadre de la convention-cadre entre le FOREm et les CPAS;
e) être sous contrat de travail dans le cadre des articles 60, § 7 et 61 de la loi du 8 juillet 1976 organique des Centres publics d'action sociale au moment de l'inscription dans l'école de conduite et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2021, d'actions d'accompagnement conjointes par un jobcoach du CPAS et un agent FOREm dans le cadre de la convention cadre entre le FOREm et les CPAS;
f) avoir terminé ou suivre, durant l'année 2021, une formation qualifiante d'aide-ménagère sous contrat de formation professionnelle au sens de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle;
g) avoir suivi ou suivre durant l'année 2021 une formation qualifiante dans un centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité et avoir fait ou faire l'objet, durant l'année 2021, d'actions d'accompagnement dans le cadre de la convention entre le FOREm et l'AVIQ;
h) avoir réussi son examen théorique du permis de conduire de catégorie B à la suite d'une formation " permis théorique " suivie en 2019, 2020 ou 2021 auprès d'un pouvoir public local, d'une association sans but lucratif subventionnée par la Région wallonne ou d'un établissement scolaire subventionné par la Communauté française et faire partie d'une des catégories de public cible visées aux points a), b), c), d), e), f) ou g).
Par formation qualifiante au sens de l'alinéa 1er, 3°, a), on entend une formation menant à l'exercice d'un métier. Le suivi d'un module, d'un groupe de modules, d'une unité d'acquis d'apprentissage ou d'un groupe d'unités d'apprentissage d'une formation menant à l'exercice d'un métier est suffisant.
Pour l'application de la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les demandeurs d'emploi visés à l'alinéa 1er, 3°, e) sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés inscrits auprès du FOREm.
Le demandeur d'emploi ne peut bénéficier que d'une seule formation pour le permis de conduire visée au § 1er, toutes catégories confondues.
Le demandeur d'emploi éligible au regard des conditions prévues à l'alinéa 1er ne peut bénéficier de la formation visée au § 1er, alinéa 2, 1° ou 2°, lorsqu'il se trouve, concernant le permis pour lequel il sollicite une formation auprès du FOREm, dans une des situations suivantes :
1° le demandeur d'emploi est déjà inscrit auprès d'une école de conduite agréée et y a entamé sa formation pratique;
2° le demandeur d'emploi est en possession d'un permis de conduire provisoire dans le cadre d'un apprentissage à la conduite de type " filière libre ";
3° le demandeur d'emploi est sous le coup d'une déchéance de permis de conduire l'obligeant à repasser l'intégralité de son permis de conduire.
§ 4. Dans les limites des moyens budgétaires disponibles, le FOREm sélectionne les demandeurs d'emploi, répondant aux conditions visées au § 3, qui peuvent suivre la formation visée au § 1er, sur la base des critères suivants :
1° la motivation du candidat par rapport à la formation et par rapport à l'obtention du permis de conduire concerné notamment au regard du projet professionnel ou des démarches de recherche d'emploi du candidat, évaluée lors d'un entretien physique ou à distance;
2° la faisabilité de l'apprentissage par rapport aux moyens dont dispose le candidat pour suivre les cours, pour conduire pendant la période d'obtention du permis provisoire et pour avoir un véhicule à disposition;
3° l'accessibilité de sa résidence au regard des zones desservies par les transports en commun.
En ce qui concerne le candidat visé au § 3, alinéa 1er, 3°, b) et c), la sélection du candidat est concertée avec la mission régionale pour l'emploi ou le centre d'insertion socioprofessionnelle ou la structure d'accompagnement à l'auto-création d'emploi concernée.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, d) et e), la sélection du candidat est concertée avec le centre public d'action sociale concerné.
En ce qui concerne le candidat visé au § 2, alinéa 1er, 3°, g), la sélection du candidat est concertée avec le centre de formation et d'insertion socioprofessionnelle, agréé par l'Agence wallonne pour une Vie de Qualité concerné.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B ou AM en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et 2°, b) et pour le test de perception des risques et l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 2e et 3e tiret et 2°, c), 2e tiret.
Lorsque le candidat sélectionné par le FOREm est déjà titulaire d'une attestation de réussite de l'examen théorique du permis de conduire de catégorie B et du test de perception des risques en cours de validité, la formation est dispensée uniquement pour le volet formation pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, b) et pour l'examen pratique visé au § 1er, alinéa 2, 1°, c), 3e tiret.
§ 5. Pour entrer en formation, le demandeur d'emploi sélectionné par le FOREm, conformément au § 4, s'inscrit auprès d'une école de conduite figurant sur la liste visée au § 2, alinéa 1er.
Art. 210. De Minister van Tewerkstelling verleent een toelage ten laste van de begroting 2021 aan de vzw's AIGS en Artikel XXIII, of aan elke andere begunstigde, met het oog op de begeleiding van de meest kwetsbare werkzoekenden met meervoudige problemen van psycho-medisch-sociale aard, via multidisciplinaire en gecoördineerde zorg, met het oog op professionele inschakeling. De modaliteiten voor de subsidiering zijn vastgelegd in een meerjarenovereenkomst tussen de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), het Agentschap voor een Kwaliteitsvol Leven en de vzw's AIGS en/of Artikel XXIII.
Art. 210. La Ministre de l'Emploi octroie une subvention à charge du budget 2021 aux asbl AIGS et Article XXIII, ou à tout autre bénéficiaire en vue de soutenir l'accompagnement des demandeurs d'emploi les plus fragilisés rencontrant des problématiques multiples de type psycho-médico-social, au travers d'une prise en charge pluridisciplinaire et concertée, dans une perspective d'insertion professionnelle. Les modalités de subventionnement sont fixées dans une convention pluriannuelle entre l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, l'Agence pour une Vie de Qualité, et les asbl AIGS et/ou Article XXIII.
Art. 211. Wijziging van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven:
Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 wordt aangevuld met een paragraaf 15:
" § 15. Met instemming en onder de voorwaarden van de Waalse Regering, is het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten gunste van de inrichtende machten van de voorzieningen voor de opvang van rondreizende bevolkingsgroepen, de uitbetaling te verzekeren van de investeringen die in aanmerking zijn gekomen voor de toekenning door de Waalse Regering van een subsidie. ".
Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 wordt aangevuld met een paragraaf 15:
" § 15. Met instemming en onder de voorwaarden van de Waalse Regering, is het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten gunste van de inrichtende machten van de voorzieningen voor de opvang van rondreizende bevolkingsgroepen, de uitbetaling te verzekeren van de investeringen die in aanmerking zijn gekomen voor de toekenning door de Waalse Regering van een subsidie. ".
Art. 211. Modification du décret du 23 mars 1995 portant création d'un Centre régional d'aide aux communes chargé d'assurer le suivi et le contrôle des plans de gestion des communes et des provinces et d'apporter son concours au maintien de l'équilibre financier des communes et des provinces de la Région wallonne :
Ajout d'un paragraphe 15 à l'article 5 du décret du 23 mars 1995 :
" § 15. De l'accord et aux conditions du Gouvernement wallon, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs des structures d'accueil des gens du voyage, la liquidation des investissements ayant bénéficié de l'octroi d'une subvention par le Gouvernement wallon. ".
Ajout d'un paragraphe 15 à l'article 5 du décret du 23 mars 1995 :
" § 15. De l'accord et aux conditions du Gouvernement wallon, le Centre régional d'aide aux communes est habilité à assurer, au bénéfice des pouvoirs organisateurs des structures d'accueil des gens du voyage, la liquidation des investissements ayant bénéficié de l'octroi d'une subvention par le Gouvernement wallon. ".
Art. 213. De uitgaven bedoeld in artikel 31.01 van programma 18.06 kunnen worden vereffend overeenkomstig de ingevoerde regeling voor de toepassing van het decreet van 21 december 2016 houdende de toekenning van steun via een in het Waalse Gewest geïntegreerd steunportfolio aan projectontwikkelaars en kleine en middelgrote ondernemingen, ter vergoeding van de diensten ter bevordering van het ondernemerschap of de groei, en strekkende tot de oprichting van een databank van authentieke bronnen die verbonden is met die geïntegreerde portfolio.
Art. 213. Les dépenses visées à l'article 31.01 du programme 18.06 peuvent être liquidées selon le dispositif mis en place pour l'application du décret du 21 décembre 2016 portant octroi d'aides, au moyen d'un portefeuille intégré d'aides en Région wallonne, aux porteurs de projets et aux petites et moyennes entreprises pour rémunérer des services promouvant l'entrepreneuriat ou la croissance, et constituant une banque de données de sources authentiques liées à ce portefeuille intégré.
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen
CHAPITRE X. - Dispositions finales
Art. 214. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 214. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2021.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-03-2021, p. 18203)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-03-2021, p. 17904)