Artikel 1. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1.Verordening (EU) 2021/241: Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht;
2. Verordening (EU) 2020/852: Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088;
3. decreet van 5 februari 1990: het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen voor niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
4. totale investering: het geraamde bedrag van de werken op het ogenblik van de indiening van het dossier in de oproep tot het indienen van projecten, vermeerderd met de algemene kosten, zoals vastgesteld door de regering, en met de belasting over de toegevoegde waarde;
5. de Administratie: de Algemene Dienst voor Gesubsidieerde Schoolinfrastructuur van de Algemene Directie Infrastructuur van de Franse Gemeenschap;
6. werkpool: groep werken, ingedeeld volgens typologie, die een indeling van de projecten mogelijk maakt;
7. aanvrager: elke inrichtende macht die onder het toepassingsgebied van deze regeling valt en een aanvraag indient voor financiering in het kader van dit decreet;
8. investeringsplan: het buitengewone financieringsplan dat voortvloeit uit de mechanismen waarin dit decreet voorziet;
9. schoolgebouw: elk schoolgebouw voor gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en secundair onderwijs voor sociale promotie, voor kunstonderwijs met beperkt leerplan, voor hoger onderwijs buiten de universiteiten, voor onderwijs voor sociale promotie, of een gebouw waarin psycho-medisch-sociale centra of internaten en opvangtehuizen voor gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs zijn ondergebracht, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;
10. werkdagen: alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;
11. de begunstigden: de Franse Gemeenschap, de inrichtende machten en de psycho-medisch-sociale centra.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
30 SEPTEMBER 2021. - Decreet betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht (NOTA : bij arrest nr.32/2022 van 24-02-2022 (2022-02-24/01, B.St. 28-02-2022, p. 16881), heeft het Grondwettelijk Hof artikelen 5 en 19 geschorst) (NOTA : bij arrest nr. 70/2022 van 19-05-2022 (2022-05-19/08, B.St. van 06-07-2022, p. 54648) heeft het Grondwettelijk Hof artikelen 5 en 19 vernietigd) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-10-2021 en tekstbijwerking tot 25-08-2025)
Titre
30 SEPTEMBRE 2021. - Décret relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires établi dans le cadre du plan de reprise et résilience européen (NOTE : par son arrêt n° 32/2022 du 24-02-2022 (2022-02-24/01, M.B. 28-02-2022, p. 16881), la Cour constitutionnelle a suspendu les articles 5 et 19 du présent décret) (NOTE : par son arrêt n° 70/2022 du 19-05-2022 (2022-05-19/08, M.B. 06-07-2022, p. 54648), la Cour constitutionnelle a annulé les articles 5 et 19 du présent décret)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-10-2021 et mise à jour au 25-08-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied
HOOFDSTUK II. - De oproep tot het indienen van ...
Deel I. - De oproep tot het indienen van projecten
Deel II. - Projecten die in aanmerking komen
HOOFDSTUK III. - Enveloppe gewijd aan het inves...
Deel I. - Enveloppe voor het investeringsplan
Deel II. - Nadere regels voor de indeling van i...
Deel III.
HOOFDSTUK IV. - Definities, criteria voor de to...
Deel I. - Definities en criteria voor het bepal...
Deel II. - Financieringsratio
HOOFDSTUK V. - Vereffening van de globale envel...
HOOFDSTUK VI. - Sancties
HOOFDSTUK VII. - Maatschappijen voor vermogensb...
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application
Chapitre II. - L'appel à projets et éligibilité...
Section Ire. - L'appel à projets
Section II. - Projets Eligibles
CHAPITRE III. - Enveloppe dédiée au plan d'inve...
Section Ire. - Enveloppe dédiée au plan d'inves...
Section II. - Modalités de classement des proje...
Section III.
CHAPITRE IV. - Définitions, critères de prioris...
Section Ire. - Définitions et critères de prior...
Section II. - Le taux de financement
CHAPITRE V. - Liquidation de l'enveloppe globale
CHAPITRE VI. - Pénalités
CHAPITRE VII. - Des sociétés de gestion patrimo...
CHAPITRE VIII. - Dispositions modificatives
CHAPITRE IX. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application
Article 1er. Pour l'application du présent décret, on entend par :
1.Règlement (UE) 2021/241 : le règlement (UE) 2021/241 du Parlement européen et du Conseil du 12 février 2021 établissent la facilité pour la reprise et la résilience;
2. Règlement (UE) 2020/852 : le règlement (UE) 2020/852 du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2020 sur l'établissement d'un cadre visant à favoriser les investissements durables et modifiant le règlement (UE) 2019/2088;
3. décret du 5 février 1990 : le décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française;
4. investissement total : le montant estimatif des travaux au moment de la soumission du dossier dans l'appel à projets augmenté des frais généraux, tels qu'arrêtés par le Gouvernement, et de la taxe sur la valeur ajoutée;
5. l'Administration : le Service général des Infrastructures scolaires subventionnées de la Direction générale des Infrastructures de la Communauté française;
6. pool de travaux : groupe de travaux classés par typologie permettant un classement des projets;
7. demandeur : tout pouvoir organisateur entrant dans le champ d'application du présent dispositif et déposant une demande de financement dans le cadre du présent décret;
8. plan d'investissement : le plan de financement exceptionnel issu des mécanismes prévus par le présent décret;
9. bâtiments scolaires: tout bâtiment scolaire de l'enseignement fondamental ordinaire et spécialisé, de l'enseignement secondaire ordinaire, spécialisé et de promotion sociale, de l'enseignement artistique à horaire réduit, de l'enseignement supérieur hors université, de l'enseignement de promotion sociale, ou bâtiment hébergeant des centres psycho-médico-sociaux ou des internats et home d'accueil de l'enseignement fondamental, secondaire et du supérieur, ordinaire et spécialisé, organisé ou subventionné par la Communauté française;
10. jours ouvrables : tous les jours autres que le samedi, le dimanche et les jours fériés légaux;
11. les bénéficiaires : la Communauté française, les pouvoirs organisateurs et les centres psycho-médico-sociaux.
1.Règlement (UE) 2021/241 : le règlement (UE) 2021/241 du Parlement européen et du Conseil du 12 février 2021 établissent la facilité pour la reprise et la résilience;
2. Règlement (UE) 2020/852 : le règlement (UE) 2020/852 du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2020 sur l'établissement d'un cadre visant à favoriser les investissements durables et modifiant le règlement (UE) 2019/2088;
3. décret du 5 février 1990 : le décret du 5 février 1990 relatif aux bâtiments scolaires de l'enseignement non universitaire organisé ou subventionné par la Communauté française;
4. investissement total : le montant estimatif des travaux au moment de la soumission du dossier dans l'appel à projets augmenté des frais généraux, tels qu'arrêtés par le Gouvernement, et de la taxe sur la valeur ajoutée;
5. l'Administration : le Service général des Infrastructures scolaires subventionnées de la Direction générale des Infrastructures de la Communauté française;
6. pool de travaux : groupe de travaux classés par typologie permettant un classement des projets;
7. demandeur : tout pouvoir organisateur entrant dans le champ d'application du présent dispositif et déposant une demande de financement dans le cadre du présent décret;
8. plan d'investissement : le plan de financement exceptionnel issu des mécanismes prévus par le présent décret;
9. bâtiments scolaires: tout bâtiment scolaire de l'enseignement fondamental ordinaire et spécialisé, de l'enseignement secondaire ordinaire, spécialisé et de promotion sociale, de l'enseignement artistique à horaire réduit, de l'enseignement supérieur hors université, de l'enseignement de promotion sociale, ou bâtiment hébergeant des centres psycho-médico-sociaux ou des internats et home d'accueil de l'enseignement fondamental, secondaire et du supérieur, ordinaire et spécialisé, organisé ou subventionné par la Communauté française;
10. jours ouvrables : tous les jours autres que le samedi, le dimanche et les jours fériés légaux;
11. les bénéficiaires : la Communauté française, les pouvoirs organisateurs et les centres psycho-médico-sociaux.
Art. 2. Dit decreet is van toepassing op de Franse Gemeenschap voor wat betreft de directe investeringen in gebouwen waarvan zij eigenaar en/of mede-eigenaar is, alsook op elke inrichtende macht die enig type van onderwijs organiseert met uitzondering van het universitair onderwijs en op de psycho-medisch-sociale centra.
Art. 2. Le présent décret s'applique à la Communauté française pour ce qui relève des investissements directs sur les bâtiments dont elle a la charge de propriétaire et/ou copropriétaire, ainsi qu'à tout pouvoir organisateur organisant tout type d'enseignement à l'exclusion de l'enseignement universitaire et aux centres psycho-médico-sociaux.
HOOFDSTUK II. - De oproep tot het indienen van projecten en de inaanmerkingneming van projecten
Chapitre II. - L'appel à projets et éligibilité des projets
Deel I. - De oproep tot het indienen van projecten
Section Ire. - L'appel à projets
Art. 3. § 1. De regering maakt een oproep tot het indienen van projecten voor alle inrichtende machten bekend met het oog op de toekenning van de middelen bedoeld in artikel 5, § 1.
Deze oproep tot het indienen van projecten wordt geformaliseerd in een rondzendbrief en bevat
1. een herinnering aan de criteria om in aanmerking te komen voor de werken;
2. een herinnering van de criteria voor het bepalen van de prioriteit van werken binnen een pool;
3. de lijst van documenten die vereist zijn om na te gaan of aan de criteria voor de inaanmerkingneming is voldaan en voor indeling;
4. de verplichting voor de aanvrager om een retroplanning van het project bij te voegen waaruit blijkt dat de in artikel 4, 5° bedoelde termijn zal worden nageleefd. Indien deze retroplanning tijdens de uitvoering van het project niet wordt nageleefd, loopt de begunstigde het risico zijn toegezegde financiering te verliezen;
5. de praktische nadere regels voor het indienen van projecten.
Volledige aanvraagdossiers worden binnen drie maanden na toezending van de in lid 2 bedoelde rondzendbrief ingediend.
§ 2. De regering kan een tweede projectoproep lanceren indien het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, bij de eerste projectoproep niet volledig kan worden opgebruikt wegens een gebrek aan in aanmerking komende aanvragen.
Deze oproep tot het indienen van projecten wordt geformaliseerd in een rondzendbrief en bevat
1. een herinnering aan de criteria om in aanmerking te komen voor de werken;
2. een herinnering van de criteria voor het bepalen van de prioriteit van werken binnen een pool;
3. de lijst van documenten die vereist zijn om na te gaan of aan de criteria voor de inaanmerkingneming is voldaan en voor indeling;
4. de verplichting voor de aanvrager om een retroplanning van het project bij te voegen waaruit blijkt dat de in artikel 4, 5° bedoelde termijn zal worden nageleefd. Indien deze retroplanning tijdens de uitvoering van het project niet wordt nageleefd, loopt de begunstigde het risico zijn toegezegde financiering te verliezen;
5. de praktische nadere regels voor het indienen van projecten.
Volledige aanvraagdossiers worden binnen drie maanden na toezending van de in lid 2 bedoelde rondzendbrief ingediend.
§ 2. De regering kan een tweede projectoproep lanceren indien het bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, bij de eerste projectoproep niet volledig kan worden opgebruikt wegens een gebrek aan in aanmerking komende aanvragen.
Art. 3. § 1er. Le Gouvernement publie un appel à projets de travaux à destination de l'ensemble des pouvoirs organisateurs en vue d'octroyer les moyens prévus à l'article 5, § 1er.
Cet appel à projets est formalisé par circulaire et contient :
1. un rappel des critères d'éligibilité des travaux;
2. un rappel des critères de priorisation des travaux au sein d'un pool;
3. la liste des documents nécessaires au contrôle du respect des critères d'éligibilité et au classement;
4. l'obligation pour le demandeur de joindre un rétroplanning du projet démontrant que le délai visé à l'article 4, 5°, sera respecté. En cas de non-respect de ce rétroplanning lors de la mise en oeuvre du projet, le bénéficiaire s'expose à la perte de sa promesse de financement;
5. les modalités pratiques de dépôt des projets.
Les dossiers de candidatures complets sont rentrés dans les trois mois à dater de l'envoi de la circulaire visée à l'alinéa 2.
§ 2. Le Gouvernement peut lancer un deuxième appel à projets si le premier ne permet pas, par manque de dossiers éligibles, la consommation complète du montant visé à l'article 5, § 1er.
Cet appel à projets est formalisé par circulaire et contient :
1. un rappel des critères d'éligibilité des travaux;
2. un rappel des critères de priorisation des travaux au sein d'un pool;
3. la liste des documents nécessaires au contrôle du respect des critères d'éligibilité et au classement;
4. l'obligation pour le demandeur de joindre un rétroplanning du projet démontrant que le délai visé à l'article 4, 5°, sera respecté. En cas de non-respect de ce rétroplanning lors de la mise en oeuvre du projet, le bénéficiaire s'expose à la perte de sa promesse de financement;
5. les modalités pratiques de dépôt des projets.
Les dossiers de candidatures complets sont rentrés dans les trois mois à dater de l'envoi de la circulaire visée à l'alinéa 2.
§ 2. Le Gouvernement peut lancer un deuxième appel à projets si le premier ne permet pas, par manque de dossiers éligibles, la consommation complète du montant visé à l'article 5, § 1er.
Deel II. - Projecten die in aanmerking komen
Section II. - Projets Eligibles
Art. 4. Projecten die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen, komen in aanmerking voor de in artikel 3 bedoelde oproep tot het indienen van projecten indien:
1. zij gericht zijn op schoolgebouwen
2. het betrokken schoolgebouw eigendom is van de aanvrager of deze heeft er een eigen zakelijk recht op of heeft het overgedragen aan een openbare of patrimoniale beheervennootschap van schoolgebouwen, waardoor deze er over kan beschikken, en is bestemd om gedurende ten minste 30 jaar vanaf de datum van de toekenning van de vaste financieringsovereenkomst voor schooldoeleinden te worden gebruikt;
3. de aanvrager zich ertoe verbindt de in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 2021/241 bedoelde bekendmaking te organiseren;
4. de "bekendmaking" of raadpleging voor het contract voor werken voor de betrokken diensten na 1 februari 2020 plaatsvindt;
5. het dossier niet kan worden afgesloten op de datum van indiening van de projecten. De afsluiting van het dossier wordt vastgesteld bij de voorlopige aanvaarding van het dossier;
6. de voorlopige oplevering van de werken waarop de uitzonderlijke financiering betrekking heeft, uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal van 2026 plaats moet vinden;
7. de uitgevoerde werken aan de materiële en financiële normen voldoen die zijn vastgesteld in artikel 2 van het decreet van 5 februari 1990;
8. de uitgevoerde werken aan de specifieke voorwaarden voldoen die voor elk soort werk zijn vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 17 van dit decreet;
9. noch de renovatiewerken noch de activiteiten die in de betrokken infrastructuur worden uitgevoerd, aanzienlijke milieuschade kunnen veroorzaken in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852;
10. de aanvragers zich ertoe verbinden in te gaan op elk verzoek van de Franse Gemeenschap, de Europese Commissie of elk controleorgaan dat betrokken is bij de toepassing van het plan voor herstel- en veerkracht, als bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, teneinde het gebruik van de ontvangen financiële steun te kunnen monitoren en de nodige informatie aan de Commissie te kunnen meedelen.
1. zij gericht zijn op schoolgebouwen
2. het betrokken schoolgebouw eigendom is van de aanvrager of deze heeft er een eigen zakelijk recht op of heeft het overgedragen aan een openbare of patrimoniale beheervennootschap van schoolgebouwen, waardoor deze er over kan beschikken, en is bestemd om gedurende ten minste 30 jaar vanaf de datum van de toekenning van de vaste financieringsovereenkomst voor schooldoeleinden te worden gebruikt;
3. de aanvrager zich ertoe verbindt de in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 2021/241 bedoelde bekendmaking te organiseren;
4. de "bekendmaking" of raadpleging voor het contract voor werken voor de betrokken diensten na 1 februari 2020 plaatsvindt;
5. het dossier niet kan worden afgesloten op de datum van indiening van de projecten. De afsluiting van het dossier wordt vastgesteld bij de voorlopige aanvaarding van het dossier;
6. de voorlopige oplevering van de werken waarop de uitzonderlijke financiering betrekking heeft, uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal van 2026 plaats moet vinden;
7. de uitgevoerde werken aan de materiële en financiële normen voldoen die zijn vastgesteld in artikel 2 van het decreet van 5 februari 1990;
8. de uitgevoerde werken aan de specifieke voorwaarden voldoen die voor elk soort werk zijn vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 17 van dit decreet;
9. noch de renovatiewerken noch de activiteiten die in de betrokken infrastructuur worden uitgevoerd, aanzienlijke milieuschade kunnen veroorzaken in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852;
10. de aanvragers zich ertoe verbinden in te gaan op elk verzoek van de Franse Gemeenschap, de Europese Commissie of elk controleorgaan dat betrokken is bij de toepassing van het plan voor herstel- en veerkracht, als bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, teneinde het gebruik van de ontvangen financiële steun te kunnen monitoren en de nodige informatie aan de Commissie te kunnen meedelen.
Art. 4. Sont éligibles dans le cadre de l'appel visé à l'article 3, les projets répondant aux conditions cumulatives suivantes :
1. viser des bâtiments scolaires;
2. le bâtiment scolaire visé est la propriété du demandeur ou ce dernier dispose d'un droit réel propre ou l'a cédé à une société publique ou patrimoniale d'administration des bâtiments scolaires, lui permettant d'en disposer et est affecté à un usage scolaire au moins pour une durée de 30 ans à dater de l'octroi de l'accord ferme de financement;
3. le demandeur s'engage à organiser la publicité prévue à l'article 34 du Règlement (UE) 2021/241;
4. la " publication " ou la consultation en vue du marché de travaux des prestations concernées est postérieure au 1er février 2020;
5. le dossier ne peut être clôturé à la date de remise des projets. La clôture du dossier est fixée à la réception provisoire de celui-ci;
6. la réception provisoire accordée des travaux concernés par le financement exceptionnel doit intervenir au plus tard à la fin du second trimestre 2026;
7. les travaux réalisés répondent aux normes physiques et financières édictées en vertu de l'article 2 du décret du 5 février 1990;
8. les travaux réalisés répondent aux conditions particulières relatives à chaque typologie de travaux définies aux articles 14 à 17 du présent décret;
9. ni les travaux de rénovation, ni les activités réalisées dans l'infrastructure visée ne peuvent causer de préjudice environnemental important au sens de l'article 17 du Règlement (UE) 2020/852;
10. les demandeurs s'engagent à répondre à toute demande provenant de la Communauté française, de la Commission européenne ou de tout organe de contrôle entrant dans l'application du plan de relance et de résilience visé par le Règlement (UE) 2021/241, et ce en vue de permettre le contrôle de l'utilisation des interventions financières perçues et le rapportage des informations nécessaires à l'attention de la Commission.
1. viser des bâtiments scolaires;
2. le bâtiment scolaire visé est la propriété du demandeur ou ce dernier dispose d'un droit réel propre ou l'a cédé à une société publique ou patrimoniale d'administration des bâtiments scolaires, lui permettant d'en disposer et est affecté à un usage scolaire au moins pour une durée de 30 ans à dater de l'octroi de l'accord ferme de financement;
3. le demandeur s'engage à organiser la publicité prévue à l'article 34 du Règlement (UE) 2021/241;
4. la " publication " ou la consultation en vue du marché de travaux des prestations concernées est postérieure au 1er février 2020;
5. le dossier ne peut être clôturé à la date de remise des projets. La clôture du dossier est fixée à la réception provisoire de celui-ci;
6. la réception provisoire accordée des travaux concernés par le financement exceptionnel doit intervenir au plus tard à la fin du second trimestre 2026;
7. les travaux réalisés répondent aux normes physiques et financières édictées en vertu de l'article 2 du décret du 5 février 1990;
8. les travaux réalisés répondent aux conditions particulières relatives à chaque typologie de travaux définies aux articles 14 à 17 du présent décret;
9. ni les travaux de rénovation, ni les activités réalisées dans l'infrastructure visée ne peuvent causer de préjudice environnemental important au sens de l'article 17 du Règlement (UE) 2020/852;
10. les demandeurs s'engagent à répondre à toute demande provenant de la Communauté française, de la Commission européenne ou de tout organe de contrôle entrant dans l'application du plan de relance et de résilience visé par le Règlement (UE) 2021/241, et ce en vue de permettre le contrôle de l'utilisation des interventions financières perçues et le rapportage des informations nécessaires à l'attention de la Commission.
HOOFDSTUK III. - Enveloppe gewijd aan het investeringsplan en nadere regels voor de indeling van projecten en overdrachten tussen enveloppes
CHAPITRE III. - Enveloppe dédiée au plan d'investissement et modalités de classement des projets et transferts entre enveloppes
Deel I. - Enveloppe voor het investeringsplan
Section Ire. - Enveloppe dédiée au plan d'investissement
Art. 5. [1 § 1. Binnen de perken van de begrotingsenveloppe van 269.000.000 euro kent de regering een uitzonderlijke financiering toe.
§ 2. De aanvragen worden onderzocht en behandeld overeenkomstig de in het decreet vastgestelde criteria voor inaanmerkingneming en prioritering]1.
§ 2. De aanvragen worden onderzocht en behandeld overeenkomstig de in het decreet vastgestelde criteria voor inaanmerkingneming en prioritering]1.
Modifications
Art. 5. [1 § 1er. Dans la limite de l'enveloppe budgétaire de 269.000.000 d'euros, le Gouvernement octroie des financements exceptionnels.
§ 2. Les demandes sont examinées et traitées au regard des critères d'éligibilité et de priorisation fixés par le décret]1.
§ 2. Les demandes sont examinées et traitées au regard des critères d'éligibilité et de priorisation fixés par le décret]1.
Modifications
Deel II. - Nadere regels voor de indeling van in aanmerking komende projecten
Section II. - Modalités de classement des projets éligibles
Art. 7. § 1 De projecten die in aanmerking komen voor financiering als bedoeld in artikel 4 worden ingedeeld naar werktypologie, overeenstemmend met vier "werkpools":
a) Sloop/verbouwing van bestaande gebouwen;
b) Gemiddelde minimumrenovatie;
c) Lichte renovaties;
d) Eenmalige acties.
§ 2 Deze vier pools zijn ingedeeld in de volgende volgorde van prioriteit:
1. eerste pool: afbraak/verbouwing van bestaande gebouwen
2. tweede pool: minimaal middelgrote renovaties
3. derde pool: lichte renovaties
4. vierde pool: eenmalige interventies.
a) Sloop/verbouwing van bestaande gebouwen;
b) Gemiddelde minimumrenovatie;
c) Lichte renovaties;
d) Eenmalige acties.
§ 2 Deze vier pools zijn ingedeeld in de volgende volgorde van prioriteit:
1. eerste pool: afbraak/verbouwing van bestaande gebouwen
2. tweede pool: minimaal middelgrote renovaties
3. derde pool: lichte renovaties
4. vierde pool: eenmalige interventies.
Art. 7. § 1er Les projets éligibles au financement visés à l'article 4 sont classés par typologie de travaux correspondant à quatre " Pools de travaux " :
a) Démolitions/reconstructions de bâtiments existants;
b) Rénovations moyennes a minima;
c) Rénovations légères;
d) Interventions ponctuelles.
§ 2. Ces quatre pools sont classés selon l'ordre de priorité suivant :
1. premier pool : démolitions/reconstructions de bâtiments existants;
2. deuxième pool : rénovations moyennes a minima;
3. troisième pool : rénovations légères;
4. quatrième pool : interventions ponctuelles.
a) Démolitions/reconstructions de bâtiments existants;
b) Rénovations moyennes a minima;
c) Rénovations légères;
d) Interventions ponctuelles.
§ 2. Ces quatre pools sont classés selon l'ordre de priorité suivant :
1. premier pool : démolitions/reconstructions de bâtiments existants;
2. deuxième pool : rénovations moyennes a minima;
3. troisième pool : rénovations légères;
4. quatrième pool : interventions ponctuelles.
Deel III.
Section III.
HOOFDSTUK IV. - Definities, criteria voor de toekenning van prioriteiten aan soorten werken en financieringspercentages
CHAPITRE IV. - Définitions, critères de priorisation des typologies de travaux et taux de financement
Deel I. - Definities en criteria voor het bepalen van de prioriteit van de soorten werken
Section Ire. - Définitions et critères de priorisation des typologies de travaux
Art. 13. Voor de in artikel 7 bedoelde typologie werken geldt een definitie, de criteria voor de inaanmerkingneming en prioriteringscriteria die specifiek zijn voor elke werkpool.
Art. 13. La typologie de travaux visée à l'article 7, fait l'objet d'une définition, de critères d'éligibilité et de critères de priorisation propres à chacun des pools de travaux.
Art. 14. § 1. Onder sloop/verbouwing in de zin van artikel 7, § 1, onder a), wordt verstaan:
1. de sloop van ten minste 75 % van de warmteverliesenveloppe/oppervlakte en de verbouwing van een of meer verwarmde schoolgebouwen die te oud zijn geworden om te worden gerenoveerd en/of:
2. de bouw van een of meer schoolgebouwen ter vervanging van het gebruik van andere gebouwen die te oud of ongeschikt voor schoolgebruik zijn geworden.
§ 2 De uitgevoerde werken moeten een primaire energiebesparing van ten minste 50 procent opleveren en mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde oppervlakte met meer dan 10 procent, anders komt deze overschrijding niet voor financiering in aanmerking.
Deze projecten moeten worden gerechtvaardigd door een intentieverklaring waarin de dringende noodzaak van sloop/verbouwing of nieuwbouw wordt aangegeven.
§ 3 Voor deze typologie werken worden, in geval van ontoereikende kredieten[1 ...]1 de dossiers zo nodig geprioriteerd op basis van de weging bepaald in bijlage 1 bij dit decreet en van de volgende criteria:
1. bereiken van de QZEN-norm ("BEN-norm") min 20 procent;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de betrokken infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken voor het verwijderen van asbesthoudende onderdelen;
5. werken aan een stabiliteitsprobleem;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten;
9. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor culturele en kunstzinnige vorming als bedoeld in de onderwijswet;
10. dossier met netoverschrijdend infrastructuursamenwerking.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
1. de sloop van ten minste 75 % van de warmteverliesenveloppe/oppervlakte en de verbouwing van een of meer verwarmde schoolgebouwen die te oud zijn geworden om te worden gerenoveerd en/of:
2. de bouw van een of meer schoolgebouwen ter vervanging van het gebruik van andere gebouwen die te oud of ongeschikt voor schoolgebruik zijn geworden.
§ 2 De uitgevoerde werken moeten een primaire energiebesparing van ten minste 50 procent opleveren en mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde oppervlakte met meer dan 10 procent, anders komt deze overschrijding niet voor financiering in aanmerking.
Deze projecten moeten worden gerechtvaardigd door een intentieverklaring waarin de dringende noodzaak van sloop/verbouwing of nieuwbouw wordt aangegeven.
§ 3 Voor deze typologie werken worden, in geval van ontoereikende kredieten[1 ...]1 de dossiers zo nodig geprioriteerd op basis van de weging bepaald in bijlage 1 bij dit decreet en van de volgende criteria:
1. bereiken van de QZEN-norm ("BEN-norm") min 20 procent;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de betrokken infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken voor het verwijderen van asbesthoudende onderdelen;
5. werken aan een stabiliteitsprobleem;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten;
9. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor culturele en kunstzinnige vorming als bedoeld in de onderwijswet;
10. dossier met netoverschrijdend infrastructuursamenwerking.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
Modifications
Art. 14. § 1er. Par démolitions/reconstructions au sens de l'article 7, § 1er, a), on entend :
1. la démolition a minima de 75 pour cent de l'enveloppe/surface de déperditions thermiques et reconstruction d'un ou plusieurs bâtiments scolaires chauffés devenus trop vétustes pour qu'une rénovation puisse être envisagée et/ou;
2. la construction d'un ou plusieurs bâtiments scolaires venant en remplacement de l'occupation d'autres bâtiments devenus trop vétustes ou inadaptés pour un usage scolaire.
§ 2. Les travaux réalisés permettent une économie d'énergie primaire d'au moins 50 pour cent et ne peuvent générer une augmentation de surface bâtie de plus de 10 pour cent sous peine de voir ce dépassement être non finançable.
Ces projets doivent être justifiés par une note d'intention motivant l'impérative nécessité d'une démolition/reconstruction ou d'une nouvelle construction.
§ 3. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les dossiers seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 1reau présent décret et des critères suivants :
1. atteinte de la norme QZEN moins 20 pour cent;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. rationalisation des surfaces au regard des surfaces précédemment occupées et/ou l'intégration d'une mutualisation d'espace;
9. s'il échet, adaptation de l'infrastructure visée à l'organisation du tronc commun et/ ou au parcours d'éducation culturelle et artistique telle que prévue par le code de l'enseignement;
10. dossier intégrant une collaboration infrastructurelle inter-réseaux.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
1. la démolition a minima de 75 pour cent de l'enveloppe/surface de déperditions thermiques et reconstruction d'un ou plusieurs bâtiments scolaires chauffés devenus trop vétustes pour qu'une rénovation puisse être envisagée et/ou;
2. la construction d'un ou plusieurs bâtiments scolaires venant en remplacement de l'occupation d'autres bâtiments devenus trop vétustes ou inadaptés pour un usage scolaire.
§ 2. Les travaux réalisés permettent une économie d'énergie primaire d'au moins 50 pour cent et ne peuvent générer une augmentation de surface bâtie de plus de 10 pour cent sous peine de voir ce dépassement être non finançable.
Ces projets doivent être justifiés par une note d'intention motivant l'impérative nécessité d'une démolition/reconstruction ou d'une nouvelle construction.
§ 3. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les dossiers seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 1reau présent décret et des critères suivants :
1. atteinte de la norme QZEN moins 20 pour cent;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. rationalisation des surfaces au regard des surfaces précédemment occupées et/ou l'intégration d'une mutualisation d'espace;
9. s'il échet, adaptation de l'infrastructure visée à l'organisation du tronc commun et/ ou au parcours d'éducation culturelle et artistique telle que prévue par le code de l'enseignement;
10. dossier intégrant une collaboration infrastructurelle inter-réseaux.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Modifications
Art. 15. § 1. Onder "gemiddelde minimumrenovatie" in de zin van artikel 7, paragraaf 1, onder b), wordt verstaan renovatiewerken aan een of meer schoolgebouwen om het primaire energieverbruik met ten minste 30 procent te verminderen.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw krachtens de toepasselijke regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen en moeten betrekking hebben op ten minste 25 procent van de gebouwenveloppe.
Bij de werken moet het tijdschema voor de renovatie in acht worden genomen dat is vastgesteld met het "OCRE"-instrument dat via het applicatieplatform beschikbaar is, zodat rekening kan worden gehouden met toekomstige behoeften en de infrastructuur globaal wordt aangepakt.
De werken mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde oppervlakte.
§ 2. Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten[1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als omschreven in bijlage 2 bij dit decreet en de volgende criteria:
1. energieprestatie;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de bedoelde infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest bevatten;
5. werken om een stabiliteitsprobleem op te lossen;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten;
9. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte mobiliteit;
10. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor culturele en kunstopvoeding als bedoeld in het onderwijswetboek;
11. dossiers met integratie van overschrijdend infrastructuursamenwerking.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw krachtens de toepasselijke regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen en moeten betrekking hebben op ten minste 25 procent van de gebouwenveloppe.
Bij de werken moet het tijdschema voor de renovatie in acht worden genomen dat is vastgesteld met het "OCRE"-instrument dat via het applicatieplatform beschikbaar is, zodat rekening kan worden gehouden met toekomstige behoeften en de infrastructuur globaal wordt aangepakt.
De werken mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde oppervlakte.
§ 2. Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten[1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als omschreven in bijlage 2 bij dit decreet en de volgende criteria:
1. energieprestatie;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de bedoelde infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest bevatten;
5. werken om een stabiliteitsprobleem op te lossen;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten;
9. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte mobiliteit;
10. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor culturele en kunstopvoeding als bedoeld in het onderwijswetboek;
11. dossiers met integratie van overschrijdend infrastructuursamenwerking.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
Modifications
Art. 15. § 1er. Par rénovations moyennes a minima au sens de l'article 7, § 1er, b), on entend les travaux de rénovation d'un ou plusieurs bâtiments scolaires visant une diminution de la consommation d'énergie primaire de minimum 30 pour cent.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments et doivent porter sur au moins 25 pour cent de l'enveloppe du bâtiment concerné.
Les travaux doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " OCRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
Les travaux ne peuvent générer une augmentation de surface bâtie.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 2 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait des composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. rationalisation des surfaces au regard des surfaces précédemment occupées et/ou l'intégration d'une mutualisation d'espace;
9. adaptation de l'infrastructure aux personnes à mobilité réduite;
10. s'il échet, adaptation de l'infrastructure visée à l'organisation du tronc commun et/ou du parcours d'éducation culturelle et artistique telle que prévue par le code de l'enseignement;
11. dossiers intégrant une collaboration infrastructurelle inter-réseaux.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments et doivent porter sur au moins 25 pour cent de l'enveloppe du bâtiment concerné.
Les travaux doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " OCRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
Les travaux ne peuvent générer une augmentation de surface bâtie.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 2 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait des composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. rationalisation des surfaces au regard des surfaces précédemment occupées et/ou l'intégration d'une mutualisation d'espace;
9. adaptation de l'infrastructure aux personnes à mobilité réduite;
10. s'il échet, adaptation de l'infrastructure visée à l'organisation du tronc commun et/ou du parcours d'éducation culturelle et artistique telle que prévue par le code de l'enseignement;
11. dossiers intégrant une collaboration infrastructurelle inter-réseaux.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Modifications
Art. 16. § 1. Onder "lichte renovaties" in de zin van artikel 7, § 1, onder c), wordt verstaan renovaties van een of meer schoolgebouwen met een primaire energiebesparing van ten minste 15 procent en minder dan 30 procent.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de toepasselijke regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen.
De uitgevoerde werken mogen geen enkele wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben en moeten in overeenstemming zijn met het tijdschema voor de renovatie dat is vastgesteld met het instrument "OCRE", dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt aangepakt.
Ten minste moet een tweederde deel van de totale investering verband houden met energietransitie.
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten [1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als bepaald in bijlage 3 bij dit decreet en de volgende criteria:
1. energieprestatie;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de bedoelde infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken die de verwijdering van asbesthoudende onderdelen mogelijk maken;
5. werken aan een stabiliteitsprobleem;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte mobiliteit.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend. De gewogen index wordt bepaald op basis van de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de toepasselijke regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen.
De uitgevoerde werken mogen geen enkele wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben en moeten in overeenstemming zijn met het tijdschema voor de renovatie dat is vastgesteld met het instrument "OCRE", dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt aangepakt.
Ten minste moet een tweederde deel van de totale investering verband houden met energietransitie.
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten [1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als bepaald in bijlage 3 bij dit decreet en de volgende criteria:
1. energieprestatie;
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit van de bedoelde infrastructuur;
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs;
4. werken die de verwijdering van asbesthoudende onderdelen mogelijk maken;
5. werken aan een stabiliteitsprobleem;
6. werken aan een hygiëneprobleem;
7. werken aan een veiligheidsprobleem;
8. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte mobiliteit.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index;
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning;
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend. De gewogen index wordt bepaald op basis van de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
Modifications
Art. 16. § 1er. Par rénovations légères au sens de l'article 7, § 1er, c), on entend les travaux de rénovation d'un ou plusieurs bâtiments scolaires visant une économie d'énergie primaire de 15 pour cent minimum et de moins de 30 pour cent.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments.
Les travaux réalisés ne peuvent engendrer de modification de surface bâtie et doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " OCRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
A minima, deux tiers de l'investissement total portent sur la transition énergétique.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 3 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. adaptation de l'infrastructure aux personnes à mobilité réduite.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée. L'indice pondéré est fixé en tenant compte de l'évolution sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments.
Les travaux réalisés ne peuvent engendrer de modification de surface bâtie et doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " OCRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
A minima, deux tiers de l'investissement total portent sur la transition énergétique.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 3 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. intégration dans le dossier de l'amélioration de la connectivité de l'infrastructure visée;
3. adaptation de l'infrastructure à l'enseignement inclusif;
4. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
5. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
6. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
7. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité;
8. adaptation de l'infrastructure aux personnes à mobilité réduite.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée. L'indice pondéré est fixé en tenant compte de l'évolution sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Modifications
Art. 17. § 1. Onder "eenmalige interventies" in de zin van artikel 7, § 1, onder d), worden werken verstaan die gericht zijn op een onderdeel dat de energieprestaties van het gebouw beïnvloedt en een primaire energiebesparing van minder dan 15% opleveren.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de regionale wetgeving die van toepassing is op de energieprestaties van gebouwen en mogen geen wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben.
De uitgevoerde werken moeten in overeenstemming zijn met de chronologie van de renovatie die is vastgesteld met het "CRE"-instrument dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt benaderd.
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten [1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als bepaald in bijlage 4 bij dit besluit en de volgende criteria
1. energieprestatie;
2. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest bevatten
3. werken aan een stabiliteitsprobleem
4. werken naar aanleiding van een hygiënisch probleem
5. werkt aan een veiligheidsprobleem.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier dat het verst gevorderd is op het ogenblik van de indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de regionale wetgeving die van toepassing is op de energieprestaties van gebouwen en mogen geen wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben.
De uitgevoerde werken moeten in overeenstemming zijn met de chronologie van de renovatie die is vastgesteld met het "CRE"-instrument dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt benaderd.
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er [1 ...]1 onvoldoende kredieten [1 ...]1 zijn, de projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als bepaald in bijlage 4 bij dit besluit en de volgende criteria
1. energieprestatie;
2. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest bevatten
3. werken aan een stabiliteitsprobleem
4. werken naar aanleiding van een hygiënisch probleem
5. werkt aan een veiligheidsprobleem.
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van prioriteit:
1. het dossier dat het verst gevorderd is op het ogenblik van de indiening;
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische spanning
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index.
Modifications
Art. 17. § 1er. Par interventions ponctuelles au sens de l'article 7, § 1er, d), on entend, les travaux visant une composante touchant à la performance énergétique du bâtiment et prévoyant une économie d'énergie primaire de moins de 15 pour cent.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments et ne peuvent engendrer de modification de la surface bâtie.
Les travaux réalisés doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " CRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 4 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
3. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
4. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
5. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Les travaux réalisés ne peuvent être considérés comme construction, reconstruction ou assimilés à du neuf au regard de la législation régionale applicable en matière de performance énergétique des bâtiments et ne peuvent engendrer de modification de la surface bâtie.
Les travaux réalisés doivent respecter la chronologie de rénovation définie par l'outil " CRE " disponible via la plateforme de soumission des candidatures, garantissant une prise en compte des besoins futurs et une approche globale sur l'infrastructure.
§ 2. Pour cette typologie de travaux, en cas d'insuffisance de crédits [1 ...]1 les projets seront priorisés, s'il échet, sur base de la pondération définie dans l'annexe 4 au présent décret et des critères suivants :
1. performance énergétique;
2. travaux permettant le retrait de composants contenant de l'amiante;
3. travaux permettant une réponse à un problème de stabilité;
4. travaux permettant une réponse à un problème d'hygiène;
5. travaux permettant une réponse à un problème de sécurité.
En cas d'égalité, les projets sont départagés sur base des critères suivants, par ordre de priorité:
1. le dossier présentant l'état d'avancement le plus abouti au moment de sa présentation;
2. le dossier présentant l'indice socio-économique le plus faible;
3. le dossier se situant dans une zone en tension démographique;
4. le dossier impactant l'établissement ayant subi la plus grande croissance démographique pondérée sur les trois dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice et les six dernières années connues pour 50 pour cent de l'indice.
Modifications
Art. 18. [1 De regering stelt de lijst van de gekozen dossiers op overeenkomstig de procedures van de artikelen 7, 13 tot en met 17 en 19. Alvorens deze lijst vast te stellen, raadpleegt de regering over deze lijst de aardoverschrijdende commissie opgericht bij artikel 11 van het decreet van 16 november 2007 betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. Dit advies wordt binnen 10 schoolwerkdagen na de datum van mededeling van de lijst van dossiers aan de aardoverschrijdende commissie aan de Regering meegedeeld ]1.
Modifications
Art. 18. [1 Le Gouvernement arrête la liste des dossiers retenus selon modalités fixées aux articles 7, 13 à 17 et 19. Préalablement à l'adoption de cette liste, le Gouvernement consulte sur cette liste la Commission inter caractère crée à l'article 11 du Décret du 16 novembre 2007 relatif au programme prioritaire de travaux en faveur des bâtiments scolaires de l'enseignement fondamental ordinaire et spécialisé, de l'enseignement secondaire ordinaire, spécialisé et de promotion sociale, de l'enseignement artistique à horaire réduit, des centres psychomédicosociaux ainsi que des internats de l'enseignement fondamental et secondaire, ordinaire et spécialisé, organisés ou subventionnés par la Communauté française. Cet avis est communiqué au Gouvernement dans un délai de 10 jours ouvrables scolaires à dater de la communication à la Commission inter caractère de la liste des dossiers ]1.
Modifications
Deel II. - Financieringsratio
Section II. - Le taux de financement
Art. 19. [1 De financiële bijdrage ten laste van het in dit decreet geregelde investeringsplan voor projecten die in aanmerking komen voor de in artikel 3 bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, bedraagt 65% van het totale investeringsbedrag ]1.
Modifications
Art. 19. [1 L'intervention financière à charge du plan d'investissement régi par le présent décret pour les projets éligibles dans le cadre de l'appel visé à l'article 3 est de 65 pour cent du montant total de l'investissement ]1.
Modifications
Art. 20. Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsnetten kan het saldo van de investering dat niet door dit decreet wordt gedekt, een leningswaarborg genieten van het garantiefonds voor schoolgebouwen bedoeld in hoofdstuk IV van het decreet van 5 februari 1990.
Voor de toekenning van deze specifieke waarborg zijn de paragrafen 7 en 8 van artikel 9 van het decreet van 5 februari 1990 niet van toepassing.
Het in lid 1 bedoelde Waarborgfonds neemt alle rente op de gegarandeerde leningen voor zijn rekening.
De leningen moeten door de inrichtende macht worden aangegaan in het kader van de door de Franse Gemeenschap gesloten financiële markt met het oog op de dekking van het in dit artikel voorziene stelsel.
Voor de toekenning van deze specifieke waarborg zijn de paragrafen 7 en 8 van artikel 9 van het decreet van 5 februari 1990 niet van toepassing.
Het in lid 1 bedoelde Waarborgfonds neemt alle rente op de gegarandeerde leningen voor zijn rekening.
De leningen moeten door de inrichtende macht worden aangegaan in het kader van de door de Franse Gemeenschap gesloten financiële markt met het oog op de dekking van het in dit artikel voorziene stelsel.
Art. 20. Pour les réseaux d'enseignement subventionné par la Communauté française, le solde de l'investissement non couvert par le présent décret peut bénéficier d'une garantie d'emprunt émanant du Fonds de garantie des bâtiments scolaires visé au chapitre IV du décret du 5 février 1990.
Pour l'octroi de cette garantie spécifique, les §§ 7 et 8 de l'article 9 du décret du 5 février 1990 ne s'appliquent pas.
Le Fonds de garantie visée à l'alinéa 1er prend en charge la totalité des intérêts à payer sur les emprunts garantis.
Les emprunts doivent être conclus par le pouvoir organisateur dans le cadre du marché financier passé par la Communauté française en vue de couvrir le mécanisme prévu par le présent article.
Pour l'octroi de cette garantie spécifique, les §§ 7 et 8 de l'article 9 du décret du 5 février 1990 ne s'appliquent pas.
Le Fonds de garantie visée à l'alinéa 1er prend en charge la totalité des intérêts à payer sur les emprunts garantis.
Les emprunts doivent être conclus par le pouvoir organisateur dans le cadre du marché financier passé par la Communauté française en vue de couvrir le mécanisme prévu par le présent article.
HOOFDSTUK V. - Vereffening van de globale enveloppe
CHAPITRE V. - Liquidation de l'enveloppe globale
Art. 21. Een principeakkoord met een plafond van het bedrag van de totale investering, vermenigvuldigd met het subsidiepercentage, wordt aan de begunstigde toegekend na validering door de regering van de lijst van de geselecteerde dossiers bedoeld in artikel 18.
Dit principeakkoord is afhankelijk van de verwezenlijking van de tussentijdse tijdsdoelstellingen die in de planning van het dossier zijn vastgesteld en waartoe de begunstigde zich bij de indiening van zijn dossier heeft verbonden.
Dit principeakkoord is afhankelijk van de verwezenlijking van de tussentijdse tijdsdoelstellingen die in de planning van het dossier zijn vastgesteld en waartoe de begunstigde zich bij de indiening van zijn dossier heeft verbonden.
Art. 21. Un accord de principe plafonné au montant de l'investissement total, multiplié par le taux de subvention est octroyé au bénéficiaire après validation par le Gouvernement de la liste de dossiers retenus visés à l'article 18.
Cet accord de principe est conditionné à l'atteinte des objectifs temporels intermédiaires définis dans le planning du dossier sur lequel le bénéficiaire s'est engagé lors de la remise de son dossier.
Cet accord de principe est conditionné à l'atteinte des objectifs temporels intermédiaires définis dans le planning du dossier sur lequel le bénéficiaire s'est engagé lors de la remise de son dossier.
Art. 22. Een vaste financieringsovereenkomst wordt gesloten in het stadium van de gunning van de opdracht voor de uitvoering van werken of, voor een dossier dat dit stadium reeds heeft bereikt in het kader van de oproep tot het indienen van projecten, na validering van de lijst van door de regering geselecteerde dossiers.
Art. 22. Un accord ferme de financement est octroyé au stade de l'attribution du marché de travaux ou dans le cas d'un dossier qui aurait déjà atteint ce stade lors de l'appel à projets, dès validation de la liste de dossiers retenus par le Gouvernement.
Art. 23. De vereffening van de financiering zal geschieden in het tempo van de vordering van de werken en de daarop betrekking hebbende facturen. De begunstigde kan bij de Franse Gemeenschap een aanvraag tot terugbetaling indienen bij elke fase van de vooruitgang.
De Franse Gemeenschap bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen de 3 werkdagen na ontvangst en vereffent de bedragen binnen de 30 werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag.
De Franse Gemeenschap bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen de 3 werkdagen na ontvangst en vereffent de bedragen binnen de 30 werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag.
Art. 23. La liquidation du financement se fera au rythme des états d'avancement de travaux et des factures liées à ceux-ci. Le bénéficiaire peut à chaque état d'avancement rentrer une demande de remboursement à la Communauté française.
La Communauté française accuse réception de la demande dans les 3 jours ouvrables de la réception et effectue la liquidation dans les 30 jours ouvrables à dater de la réception de la demande complète.
La Communauté française accuse réception de la demande dans les 3 jours ouvrables de la réception et effectue la liquidation dans les 30 jours ouvrables à dater de la réception de la demande complète.
HOOFDSTUK VI. - Sancties
CHAPITRE VI. - Pénalités
Art. 24. § 1. Bij niet-verwezenlijking van de energiebesparingsstreefcijfers voor elke typologie werk of [1 ...]1 waardoor de Europese financiering wordt geweigerd, trekt de regering de vaste overeenkomst in en eist zij de volledige terugbetaling van de financiering.
De financieringen of gedeelten van financieringen die reeds aan de begunstigde werden betaald, zullen van rechtswege verschuldigd zijn aan de Franse Gemeenschap.
[1 § 1/1 Ingeval de voorlopige oplevering van de werken niet binnen de in artikel 4, 6 bedoelde termijn plaatsvindt, zal de Regering het definitieve akkoord intrekken en de integrale terugbetaling van de financiering eisen, tenzij de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.
Indien de begunstigde nalaat het in eerste lid bedoelde bewijs te leveren, is elke reeds aan hem uitgekeerde financiering of gedeeltelijke financiering van rechtswege verschuldigd aan de Franse Gemeenschap.]1
§ 2. Indien het gesubsidieerde gebouw gedurende de in artikel 4, 2°, bepaalde minimumperiode van 30 jaar niet om schooldoeleinden wordt gebruikt, betaalt de inrichtende macht de ontvangen subsidie terug naar rata van het aantal resterende jaren tussen het jaar van de vaste subsidieovereenkomst en het jaar waarin de periode van 30 jaar verstrijkt.
De financieringen of gedeelten van financieringen die reeds aan de begunstigde werden betaald, zullen van rechtswege verschuldigd zijn aan de Franse Gemeenschap.
[1 § 1/1 Ingeval de voorlopige oplevering van de werken niet binnen de in artikel 4, 6 bedoelde termijn plaatsvindt, zal de Regering het definitieve akkoord intrekken en de integrale terugbetaling van de financiering eisen, tenzij de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.
Indien de begunstigde nalaat het in eerste lid bedoelde bewijs te leveren, is elke reeds aan hem uitgekeerde financiering of gedeeltelijke financiering van rechtswege verschuldigd aan de Franse Gemeenschap.]1
§ 2. Indien het gesubsidieerde gebouw gedurende de in artikel 4, 2°, bepaalde minimumperiode van 30 jaar niet om schooldoeleinden wordt gebruikt, betaalt de inrichtende macht de ontvangen subsidie terug naar rata van het aantal resterende jaren tussen het jaar van de vaste subsidieovereenkomst en het jaar waarin de periode van 30 jaar verstrijkt.
Modifications
Art. 24. § 1er. En cas de non atteinte des objectifs d'économie d'énergie relatifs à chacune des typologies de travaux [1 ...]1, du présent décret, qui entrainent un refus de financement européen, le Gouvernement retire l'accord ferme et exige le remboursement intégral du financement.
Tout financement ou part de financement déjà liquidé au bénéficiaire sera dû de plein droit à la Communauté française.
[1 1er/1 Dans l'hypothèse où la réception provisoire des travaux n'intervient pas dans le délai visé à l'article 4, 6., le Gouvernement retire l'accord ferme et exige le remboursement intégral du financement sauf si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté.
Si le bénéficiaire échoue à rapporter la preuve visée à l'alinéa 1er, tout financement ou part de financement déjà liquidé à son bénéfice sera dû de plein droit à la Communauté française]1
§ 2. En cas de non maintien à usage scolaire durant la durée minimale de 30 ans prévue à l'article 4, 2°, du bâtiment ayant bénéficier de la subvention, le pouvoir organisateur rembourse la subvention perçue au prorata du nombre d'année restantes entre l'année de l'accord ferme de subvention et l'année du terme du délai de 30 ans.
Tout financement ou part de financement déjà liquidé au bénéficiaire sera dû de plein droit à la Communauté française.
[1 1er/1 Dans l'hypothèse où la réception provisoire des travaux n'intervient pas dans le délai visé à l'article 4, 6., le Gouvernement retire l'accord ferme et exige le remboursement intégral du financement sauf si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté.
Si le bénéficiaire échoue à rapporter la preuve visée à l'alinéa 1er, tout financement ou part de financement déjà liquidé à son bénéfice sera dû de plein droit à la Communauté française]1
§ 2. En cas de non maintien à usage scolaire durant la durée minimale de 30 ans prévue à l'article 4, 2°, du bâtiment ayant bénéficier de la subvention, le pouvoir organisateur rembourse la subvention perçue au prorata du nombre d'année restantes entre l'année de l'accord ferme de subvention et l'année du terme du délai de 30 ans.
Modifications
Art. 25. Indien een van de tussentijdse tijdsdoelstellingen van het principeakkoord niet wordt gehaald, zodat de in artikel 4, punt 6, genoemde termijn onhaalbaar wordt, [1 vervalt het akkoord, al kan een definitief financieringsakkoord nog worden toegekend in het gunningsstadium van de opdracht van werken indien de begunstigde aantoont dat hij alles in het werk stelde om de termijn na te leven, maar daartoe verhinderd werd door omstandigheden buiten zijn wil.]1.
Modifications
Art. 25. En cas de non-respect d'un des objectifs temporels intermédiaires repris dans l'accord de principe, de manière telle que le délai repris au point 6 de l'article 4 devient inatteignable, [1 l'accord devient caduc, un accord ferme de financement pouvant encore être attribué au stade de l'attribution du marché de travaux si le bénéficiaire démontre qu'il a tout mis en oeuvre pour respecter le délai mais en a été empêché par des circonstances indépendantes de sa volonté.]1.
Modifications
HOOFDSTUK VII. - Maatschappijen voor vermogensbeheer
CHAPITRE VII. - Des sociétés de gestion patrimoniale
Art. 26. § 1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie van meer dan 383.805 euro geïndexeerd op basis van het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van januari 2021, in het kader van dit stelsel, moet een inrichtende macht voor gesubsidieerd vrij onderwijs, met uitzondering van inrichtende machten die een instelling voor hoger onderwijs inrichten, zonder tegenprestatie, het werkelijke recht van de schoolgebouwen die dit stelsel zullen genieten, overdragen of laten overdragen door de eigenaar indien deze niet zelf de eigenaar is, aan een maatschappij voor vermogensbeheer, opgericht in de vorm van een VZW, gemeen aan alle eigenaars van scholen van dezelfde aard, hetzij enig voor de Gemeenschap, hetzij opgericht in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in elke provincie van het Waalse Gewest, en dit voor een periode van minstens 30 jaar vanaf de datum van de toekenning van de subsidie.
Elke maatschappij voor vermogensbeheer heeft uitsluitend tot doel de overgedragen activa aan het onderwijs toe te wijzen en vestigt haar zetel in haar territoriale bevoegdheid. De maatschappij voor vermogensbeheer mag alleen gebouwen vervreemden die door de inrichtende macht buiten gebruik zijn gesteld voor onderwijsdoeleinden en moet de opbrengst van de verkoop gebruiken voor het onderhoud, de aankoop of de bouw van activa om onderwijsdoeleinden.
Elk van deze maatschappijen is onderworpen aan het toezicht van een door de regering benoemde regeringscommissaris. De commissaris heeft tot opdracht na te gaan of de door de onderneming beheerde gebouwen om onderwijsdoeleinden worden gebruikt. Elke vervreemding van een gebouw waarvoor in het kader van de huidige regeling een subsidie is ontvangen, is afhankelijk van zijn instemming.
In geval van ontbinding wordt hun vermogen kosteloos overgedragen aan een andere vennootschap van dezelfde aard die voldoet aan de in dit artikel omschreven voorwaarden.
De regeringscommissaris heeft een vetorecht tegen beslissingen die in strijd met de voor deze VZW's geldende wettelijke bepalingen zijn genomen over de toewijzing van de overgedragen gebouwen aan het onderwijs.
§ 2. Wanneer wettelijke bepalingen die onder het gezag van de federale regering vallen of decreten die onder het gezag van de regionale regering vallen, de in § 1 van dit artikel bedoelde eigenaar verbieden een deel van de bedoelde goederen te vervreemden of deze vervreemding afhankelijk stellen van de toestemming van de overheid, en indien het bovendien onmogelijk blijkt om een wijziging van voornoemde wettelijke of decretale bepalingen of een toelating van de overheid te bekomen, kan de regering, op voorstel van de betrokken maatschappij voor vermogensbeheer, de toepassing van dit stelsel toestaan, mits het sluiten van een erfpachtovereenkomst van de langste wettelijk toegelaten duur met de maatschappij voor vermogensbeheer.
Elke maatschappij voor vermogensbeheer heeft uitsluitend tot doel de overgedragen activa aan het onderwijs toe te wijzen en vestigt haar zetel in haar territoriale bevoegdheid. De maatschappij voor vermogensbeheer mag alleen gebouwen vervreemden die door de inrichtende macht buiten gebruik zijn gesteld voor onderwijsdoeleinden en moet de opbrengst van de verkoop gebruiken voor het onderhoud, de aankoop of de bouw van activa om onderwijsdoeleinden.
Elk van deze maatschappijen is onderworpen aan het toezicht van een door de regering benoemde regeringscommissaris. De commissaris heeft tot opdracht na te gaan of de door de onderneming beheerde gebouwen om onderwijsdoeleinden worden gebruikt. Elke vervreemding van een gebouw waarvoor in het kader van de huidige regeling een subsidie is ontvangen, is afhankelijk van zijn instemming.
In geval van ontbinding wordt hun vermogen kosteloos overgedragen aan een andere vennootschap van dezelfde aard die voldoet aan de in dit artikel omschreven voorwaarden.
De regeringscommissaris heeft een vetorecht tegen beslissingen die in strijd met de voor deze VZW's geldende wettelijke bepalingen zijn genomen over de toewijzing van de overgedragen gebouwen aan het onderwijs.
§ 2. Wanneer wettelijke bepalingen die onder het gezag van de federale regering vallen of decreten die onder het gezag van de regionale regering vallen, de in § 1 van dit artikel bedoelde eigenaar verbieden een deel van de bedoelde goederen te vervreemden of deze vervreemding afhankelijk stellen van de toestemming van de overheid, en indien het bovendien onmogelijk blijkt om een wijziging van voornoemde wettelijke of decretale bepalingen of een toelating van de overheid te bekomen, kan de regering, op voorstel van de betrokken maatschappij voor vermogensbeheer, de toepassing van dit stelsel toestaan, mits het sluiten van een erfpachtovereenkomst van de langste wettelijk toegelaten duur met de maatschappij voor vermogensbeheer.
Art. 26. § 1er. Pour bénéficier d'une subvention, supérieure à 383.805 euros indexés à l'indice général des prix à la consommation de janvier 2021, dans le cadre du présent dispositif, un pouvoir organisateur de l'enseignement libre subventionné, à l'exception des pouvoirs organisateurs organisant un établissement d'enseignement supérieur, doit céder ou faire céder par le propriétaire s'il ne l'est pas lui-même, sans contrepartie, le droit réel des bâtiments scolaires qui vont bénéficier du présent dispositif à une société de gestion patrimoniale, constituée sous forme d'ASBL, commune à l'ensemble des propriétaires d'écoles du même caractère soit unique pour la Communauté, soit constituée dans la Région bilingue de Bruxelles-Capitale et dans chaque province de la Région wallonne, et ce pour une durée de 30 ans minimum à dater de l'octroi de la subvention.
Chaque société de gestion patrimoniale a pour objet exclusif d'affecter les biens transférés à l'enseignement et établit son siège social dans son ressort territorial. La société de gestion patrimoniale ne peut aliéner que les bâtiments qui ont été désaffectés aux fins d'enseignement par les pouvoirs organisateurs et affecte le produit de la vente à l'entretien, à l'achat ou à la construction de biens pour l'enseignement.
Chacune de ces sociétés est soumise au contrôle d'un commissaire du Gouvernement nommé par le Gouvernement. Celui-ci a pour mission de vérifier l'affectation à un usage scolaire des bâtiments gérés par la société. Toute aliénation d'un bâtiment ayant fait l'objet d'une subvention dans le cadre du présent dispositif est soumise à son accord.
En cas de dissolution, leur patrimoine est cédé sans frais à une autre société de même caractère répondant aux conditions définies dans le présent article.
Le commissaire du Gouvernement dispose d'un droit de veto à l'encontre des décisions prises en violation des dispositions légales applicables à ces ASBL en matière d'affectation à l'enseignement des bâtiments transférés.
§ 2. Lorsque des dispositions légales relevant de l'autorité fédérale ou décrétales relevant de l'autorité régionale interdisent au propriétaire visé au § 1er, du présent article, de céder certains des biens visés ou soumet cette aliénation à autorisation des pouvoirs publics, et qu'en outre il s'avère impossible d'obtenir modification des dispositions légales ou décrétales susdites ou autorisation des pouvoirs publics, le Gouvernement peut, sur proposition de la société patrimoniale concernée, autoriser l'intervention du présent dispositif, moyennant conclusion d'un bail emphytéotique de la plus longue durée légalement autorisée avec la société patrimoniale.
Chaque société de gestion patrimoniale a pour objet exclusif d'affecter les biens transférés à l'enseignement et établit son siège social dans son ressort territorial. La société de gestion patrimoniale ne peut aliéner que les bâtiments qui ont été désaffectés aux fins d'enseignement par les pouvoirs organisateurs et affecte le produit de la vente à l'entretien, à l'achat ou à la construction de biens pour l'enseignement.
Chacune de ces sociétés est soumise au contrôle d'un commissaire du Gouvernement nommé par le Gouvernement. Celui-ci a pour mission de vérifier l'affectation à un usage scolaire des bâtiments gérés par la société. Toute aliénation d'un bâtiment ayant fait l'objet d'une subvention dans le cadre du présent dispositif est soumise à son accord.
En cas de dissolution, leur patrimoine est cédé sans frais à une autre société de même caractère répondant aux conditions définies dans le présent article.
Le commissaire du Gouvernement dispose d'un droit de veto à l'encontre des décisions prises en violation des dispositions légales applicables à ces ASBL en matière d'affectation à l'enseignement des bâtiments transférés.
§ 2. Lorsque des dispositions légales relevant de l'autorité fédérale ou décrétales relevant de l'autorité régionale interdisent au propriétaire visé au § 1er, du présent article, de céder certains des biens visés ou soumet cette aliénation à autorisation des pouvoirs publics, et qu'en outre il s'avère impossible d'obtenir modification des dispositions légales ou décrétales susdites ou autorisation des pouvoirs publics, le Gouvernement peut, sur proposition de la société patrimoniale concernée, autoriser l'intervention du présent dispositif, moyennant conclusion d'un bail emphytéotique de la plus longue durée légalement autorisée avec la société patrimoniale.
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions modificatives
Art. 27. Artikel 5, § 2, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als volgt aangevuld:
"24° vanaf 2021, de overdracht van de middelen die zijn vastgelegd in het fonds voor schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap aan de Administratieve Dienst met autonome boekhouding "Cel voor noodgevallen en herschikking" in het kader van de uitvoering van het Europees plan voor herstel en veerkracht".
"24° vanaf 2021, de overdracht van de middelen die zijn vastgelegd in het fonds voor schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap aan de Administratieve Dienst met autonome boekhouding "Cel voor noodgevallen en herschikking" in het kader van de uitvoering van het Europees plan voor herstel en veerkracht".
Art. 27. L'article 5, § 2, du décret du 5 février 1990 est complété comme suit :
" 24° à partir de 2021, le transfert des moyens engagés, au profit du fonds des bâtiments scolaires de la Communauté française, à charge du Service Administratif à comptabilité autonome " Cellule Urgence et Redéploiement " et ce, dans le cadre de la mise en oeuvre du plan de relance et de résilience européen ".
" 24° à partir de 2021, le transfert des moyens engagés, au profit du fonds des bâtiments scolaires de la Communauté française, à charge du Service Administratif à comptabilité autonome " Cellule Urgence et Redéploiement " et ce, dans le cadre de la mise en oeuvre du plan de relance et de résilience européen ".
Art. 28. Artikel 9, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als volgt aangevuld:
"8° het verlenen van een waarborg voor de terugbetaling van het vermogen, de interesten en de bijkomende kosten van de leningen die zijn aangegaan om de financiering te vervolledigen die is toegekend bij het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht;
9° voor de leningen bedoeld in 8°, de toekenning van een rentesubsidie die gelijk is aan de totale rente die voor de leningen moet worden betaald. De subsidie wordt rechtstreeks aan de financiële instelling betaald".
"8° het verlenen van een waarborg voor de terugbetaling van het vermogen, de interesten en de bijkomende kosten van de leningen die zijn aangegaan om de financiering te vervolledigen die is toegekend bij het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht;
9° voor de leningen bedoeld in 8°, de toekenning van een rentesubsidie die gelijk is aan de totale rente die voor de leningen moet worden betaald. De subsidie wordt rechtstreeks aan de financiële instelling betaald".
Art. 28. L'article 9, § 4, du décret du 5 février 1990, est complété comme suit :
" 8° l'octroi de la garantie de remboursement en capital, intérêt et accessoire des prêts contractés en vue de compléter le financement octroyé par le décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires dans le cadre du plan de reprise et de résilience européen;
9° pour les prêts visés au 8°, l'octroi d'une subvention en intérêt égale à la totalité des intérêts à payer pour les emprunts. La subvention est payée directement à l'organisme financier ".
" 8° l'octroi de la garantie de remboursement en capital, intérêt et accessoire des prêts contractés en vue de compléter le financement octroyé par le décret du 30 septembre 2021 relatif au plan d'investissement dans les bâtiments scolaires dans le cadre du plan de reprise et de résilience européen;
9° pour les prêts visés au 8°, l'octroi d'une subvention en intérêt égale à la totalité des intérêts à payer pour les emprunts. La subvention est payée directement à l'organisme financier ".
Art. 29. In artikel 10, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "en de subsidies toegekend bij het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht" ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in artikel 9, § 4, 4° en 6°, " en de woorden "en onder voorbehoud van de bepalingen van het decreet van 24 juni 1996".
Art. 29. Dans l'article 10, § 5, alinéa 1er, du même décret, les mots " et des subventions octroyées par le décret mettant en oeuvre le plan d'investissement dans les bâtiments scolaires dans le cadre du plan de reprise et de résilience européen " sont insérés entre les mots " visées à l'article 9, § 4, 4° et 6°, " et les mots " et sous réserve des dispositions du décret du 24 juin 1996 ".
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
CHAPITRE IX. - Dispositions finales
Art. 30. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2021.
Art. 30. Le présent décret produit ses effets le 1er octobre 2021.
BIJLAGEN.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-10-2021, p. 109332)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-10-2021, p. 109332)