Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 MEI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het beleid voor de omschakeling naar zero-emissievervoermiddelen en vervoermiddelen aangedreven door alternatieve brandstoffen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-06-2021 en tekstbijwerking tot 22-11-2021)
Titre
7 MAI 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand établissant les règles de subventionnement de projets visant à mettre en oeuvre la politique pour la conversion vers des moyens de transport à émissions nulles et des moyens de transport actionnés par des carburants alternatifs(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-06-2021 et mise à jour au 22-11-2021)
Informations sur le document
Numac: 2021020988
Datum: 2021-05-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021020988
Date: 2021-05-07
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.
Article 1er. Le présent arrêté prévoit la transposition partielle de la directive 2014/94/UE du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2014 sur le déploiement d'une infrastructure pour carburants alternatifs.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° administratie: het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° beleidskader: het Belgisch nationaal beleidskader van 16 november 2016 `Infrastructuur voor alternatieve brandstoffen', dat is ingediend ter uitvoering van richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen;
  3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen mobiliteitsbeleid;
  4° project: een initiatief met een tijdelijk karakter, dat zich richt tot een of meer doelgroepen en op een of meer acties die uitvoering geven aan het beleidskader;
  5° projectindiener: de verantwoordelijke voor de uitvoering van het project.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° administration : le Département de la Mobilité et des Travaux publics, visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
  2° cadre politique : le cadre politique national belge du 16 novembre 2016 " Infrastructure pour les carburants alternatifs ", introduit en exécution de la directive 2014/94/UE du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2014 sur le déploiement d'une infrastructure pour carburants alternatifs ;
  3° ministre : le ministre flamand ayant la politique de mobilité générale dans ses attributions ;
  4° projet : une initiative à caractère temporaire qui s'adresse à un ou plusieurs groupes cibles, et à une ou plusieurs actions qui donnent exécution au cadre politique ;
  5° auteur du projet : le responsable de l'exécution du projet.
Art. 3. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten die daarvoor bestemd zijn, kan de minister conform artikel 8.5.1. van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en in dit besluit, een subsidie verlenen voor projecten die uitvoering geven aan het beleidskader ter ondersteuning van zero-emissievervoermiddelen en vervoermiddelen aangedreven door alternatieve brandstoffen en de bijhorende infrastructuur en die vallen binnen de voorwaarden, zoals vermeld in artikel 5 en 6, van de oproep.
Art. 3. Dans les limites des crédits budgétaires affectés à cet effet, et conformément à l'article 8.5.1 du décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et au présent arrêté, le ministre peut accorder une subvention à des projets qui donnent exécution au cadre politique visant à soutenir des moyens de transport à émissions nulles et des moyens de transports actionnés par des carburants alternatifs et l'infrastructure y afférente, qui relèvent des conditions visées aux articles 5 et 6 de l'appel.
Art. 4. De steun aan ondernemingen die toegekend wordt met toepassing van artikel 3, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van voormelde verordening, overschreden worden, wordt de voorgenomen steun voorafgaandelijk aangemeld bij de Europese Commissie.
  De administratie kan met toepassing van dit besluit steun toekennen aan ondernemingen om hen in staat te stellen verder te gaan dan Unienormen voor milieubescherming of om, als er geen Unienormen zijn, het niveau van milieubescherming te verhogen als vermeld in artikel 36 van de voormelde verordening. De steunintensiteit per begunstigde bedraagt maximaal de steunpercentages, vermeld in artikel 36, lid 6 en 7, van de voormelde verordening.
  De onderneming die de steunaanvraag indient, voldoet op de datum van de toekenning van de steunaanvraag aan al de volgende voorwaarden:
  1° geen achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  2° geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, punt 18, van de voormelde verordening;
  3° geen procedure op basis van Europees of nationaal recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd als vermeld in artikel 1, lid 4, a), van de voormelde verordening.
  Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of voor werkzaamheden die afhangen van het gebruik van binnenlandse goederen, vermeld in artikel 1, lid 2, c) en d), van de voormelde verordening.
  Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor activiteiten van ondernemingen in de sectoren, vermeld in artikel 1, lid 3, van de voormelde verordening.
  De steun kan niet worden toegekend als ze zou leiden tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de voormelde verordening.
Art. 4. L'aide aux entreprises, accordée en application de l'article 3, est accordée dans les limites et selon les conditions visées au règlement (UE) no 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité. En cas de dépassement des seuils de notification individuels visés à l'article 4 du règlement précité, l'aide prévue est préalablement notifiée à la Commission européenne.
  En application du présent arrêté, l'administration peut accorder une aide aux entreprises afin de leur permettre d'aller au-delà des Normes de l'Union en matière de protection de l'environnement ou, à défaut de Normes de l'Union, afin d'augmenter le niveau de protection environnementale tel que visé à l'article 36 du règlement précité. L'intensité de l'aide par bénéficiaire n'excède pas les pourcentages d'aide visés à l'article 36, paragraphes 6 et 7 du règlement précité.
  L'entreprise qui introduit la demande d'aide répond à la date de l'octroi de la demande d'aide à toutes les conditions suivantes :
  1° - ne pas avoir des dettes arriérées auprès de l'Office national de Sécurité sociale ;
  2° - ne pas être une entreprise en difficulté telle que visée à l'article 2, point 18, du règlement précité ;
  3° - ne pas faire l'objet d'une procédure de droit européen ou national visant la récupération d'aides octroyées au sens de l'article 1er, paragraphe 4, a), du règlement précité.
  Aucune aide ne peut être accordée en application du présent arrêté pour des travaux liés à l'exportation vers des pays tiers ou pour des travaux subordonnés à l'utilisation de produits nationaux, visés à l'article 1er, paragraphe 2, c) et d), du règlement précité.
  Aucune aide ne peut être accordée en application du présent arrêté pour des activités d'entreprises dans les secteurs, visés à l'article 1er, paragraphe 3, du règlement précité.
  L'aide ne peut être octroyée si elle entraînait une violation du droit de l'Union, telle que visée à l'article 1er, paragraphe 5, du règlement précité.
HOOFDSTUK 2. - De indiening van projecten
CHAPITRE 2. - L'introduction de projets
Art. 5. De minister kan een oproep doen waarvoor projecten kunnen worden ingediend en dit voor de volgende thema's:
  * Uitrol laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische wagens op parkings, of op plaatsen waar een elektrisch voertuig kan gestald worden, buiten het publieke domein, maar dat publiek toegankelijk is;
  * Uitrol laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische wagens op plaatsen die behoren tot het publiek domein, waarbij de privaatrechtelijke rechtspersoon een zakelijk recht heeft op (een deel van) het publiek domein;
  * Uitrol laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische wagens op plaatsen die behoren tot het publiek domein;
  * Uitrol laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische deelwagens, taxi's en voertuigen bestemd voor emissievrije belevering van stedelijke kernen, op plaatsen die behoren tot het publiek domein en op plaatsen buiten het publiek domein;
  * Uitrol laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens en bussen op plaatsen die behoren tot het publiek domein en plaatsen buiten het publiek domein.
Art. 5. Le ministre peut lancer un appel à projets pour les thèmes suivants :
  * Déploiement d'infrastructures de recharge électrique normal et à haute puissance pour véhicules électriques dans des parkings, ou à des endroits où un véhicule électrique peut être rentré, hors du domaine public, mais accessibles au public ;
  * Déploiement d'infrastructures de recharge électrique normal et à haute puissance pour véhicules électriques à des endroits appartenant au domaine public, la personne morale de droit privé ayant un droit réel sur (une partie du) le domaine public ;
  * Déploiement d'infrastructures de recharge électrique normal et à haute puissance pour véhicules électriques à des endroits appartenant au domaine public ;
  * Déploiement d'infrastructures de recharge électrique normal et à haute puissance pour des voitures électriques partagées, des taxis et des véhicules destinés à la livraison urbaine à zéro émission, à des endroits appartenant au domaine public et à des endroits hors du domaine public ;
  * Déploiement d'infrastructures de recharge électrique normal et à haute puissance pour des camions et bus électriques à des endroits appartenant au domaine public et à des endroits hors du domaine public.
Art. 6. De minister bepaalt in functie van een oproep de voorwaarden waaraan projecten, vermeld in artikel 5, moeten voldoen om te kunnen worden ingediend.
  De administratie maakt de oproep ten minste bekend via een website die daarvoor bestemd is. De projectoproep vermeldt al de volgende gegevens:
  1° de thema's;
  2° de criteria voor ontvankelijkheid;
  3° de beoordelingscriteria;
  4° de maximale subsidie per project;
  5° de indieningsmodaliteiten.
Art. 6. En fonction d'un appel, le ministre détermine les conditions auxquelles les projets visés à l'article 5 doivent répondre pour pouvoir être introduits.
  L'administration publie l'appel au moins via un site web destiné à cet effet. L'appel à projets mentionne toutes les données suivantes :
  1° les thèmes ;
  2° les critères de recevabilité ;
  3° les critères d'évaluation ;
  4° la subvention maximale par projet ;
  5° les modalités d'introduction.
Art. 7. De maximale subsidie per project bedraagt 500.000 EUR, met een maximum van [1 10.000.000 euro]1 per oproep.
  
Art. 7. La subvention maximale par projet s'élève à 500.000 EUR, avec un maximum de [1 10.000.000 EUR]1 par appel.
  
Art. 8. De projectaanvraag wordt ingediend met een modelformulier dat digitaal beschikbaar wordt gesteld door de administratie.
Art. 8. La demande de projet est introduite à l'aide d'un formulaire modèle mis à disposition par voie numérique par l'administration.
HOOFDSTUK 3. - De beoordeling van de projectaanvragen
CHAPITRE 3. - L'évaluation des demandes de projets
Art. 9. De projecten worden op basis van een of meer van de volgende criteria beoordeeld:
  1° conformiteit met de in de oproep opgenomen bepalingen;
  2° inhoudelijke kwaliteit van het voorgestelde project;
  3° bijdrage aan de doelstellingen uit het beleidskader;
  4° haalbaarheid en resultaatgerichtheid;
  5° innovatiepotentieel of oplossend vermogen;
  6° wijze van samenwerken tussen de stakeholders of met de doelgroep;
  7° kostprijs van het project;
  8° geografische spreiding en schaalgrootte;
  9° thematische klemtonen;
  10° levensvatbaarheid na afloop van de subsidiëring.
  De minister bepaalt per oproep welke beoordelingscriteria van de projecten vermeld in het eerste lid, van toepassing zijn op basis van de voorwaarden waaraan de projecten moeten voldoen.
Art. 9. Les projets sont évalués sur la base d'un ou de plusieurs critères suivants :
  1° la conformité avec les dispositions reprises dans l'appel ;
  2° la qualité du contenu du projet proposé ;
  3° la contribution aux objectifs du cadre politique ;
  4° la faisabilité et l'efficacité quant aux résultats ;
  5° le potentiel innovateur ou la capacité de solution ;
  6° le mode de coopération entre les parties prenantes ou avec le groupe cible ;
  7° le coût du projet ;
  8° la répartition géographique et l'échelle ;
  9° les accents thématiques ;
  10° la viabilité à l'issue du subventionnement.
  Le ministre détermine par appel les critères d'évaluation des projets visés à l'alinéa 1er qui s'appliquent sur la base des conditions auxquelles les projets doivent répondre.
Art. 10. De administratie stelt een projectenlijst op met alle ontvankelijke projectaanvragen, gerangschikt volgens rangorde van beoordeling. Elk project wordt kwantitatief of algemeen kwalitatief beoordeeld op basis van een of meer van de criteria, vastgesteld door de minister overeenkomstig artikel 9, tweede lid.
  De minister neemt een beslissing over de geselecteerde projecten.
  De administratie brengt de projectindiener op de hoogte van deze beslissing.
Art. 10. L'administration dresse une liste de projets contenant toutes les demandes de projets recevables, classées suivant l'ordre d'évaluation. Chaque projet est évalué au niveau quantitatif ou qualitatif général sur la base d'un ou plusieurs critères, établis par le ministre conformément à l'article 9, alinéa 2.
  Le ministre prend une décision sur les projets sélectionnés.
  L'administration informe l'auteur du projet de cette décision.
Art. 11. De oproep, vermeld in artikel 6, en het voorstel tot toekenning van de subsidies aan de geselecteerde projecten, vermeld in artikel 10, tweede lid, worden vooraf voor advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Art. 11. L'appel, visé à l'article 6, et la proposition d'octroi des subventions aux projets sélectionnés, visés à l'article 10, alinéa 2, sont soumis préalablement à l'avis de l'Inspection des Finances.
HOOFDSTUK 4. - Opvolging en rapportering
CHAPITRE 4. - Suivi et établissement de rapports
Art. 12. De administratie zorgt voor de opvolging van de projecten en wijst daarvoor per project een vertegenwoordiger aan. De projectindiener stelt een projectgroep samen die instaat voor de inhoudelijke begeleiding en sturing van het project.
  De projectindiener is gehouden aan de uitvoering van het ingediende project binnen de vooropgestelde termijn. Eventuele wijzigingen zijn alleen mogelijk na goedkeuring van de administratie.
Art. 12. L'administration assure le suivi des projets et désigne à cet effet un représentant par projet. L'auteur du projet compose un groupe de projet qui assure l'accompagnement et le pilotage quant au contenu du projet.
  L'auteur du projet est tenu à exécuter le projet introduit dans le délai prescrit. Des modifications éventuelles ne sont possibles que moyennant l'approbation de la administration.
Art. 13. Voor projecten die langer lopen dan een jaar wordt halverwege de looptijd van het project een tussentijds rapport opgemaakt. Het tussentijdse rapport bevat al de volgende informatie:
  1° een overzicht van de gerealiseerde activiteiten ten opzichte van de vastgelegde activiteiten;
  2° een bondig verslag van de uitgevoerde acties;
  3° een financiële stand van zaken.
Art. 13. Pour les projets d'une durée supérieure à un an, un rapport intermédiaire sera établi à mi-parcours. Le rapport intermédiaire comprend les informations suivantes :
  1° un relevé des activités réalisées par rapport aux activités prévues ;
  2° un rapport succinct des actions finalisées ;
  3° un état d'avancement financier.
Art. 14. Na afloop van het project wordt een eindrapport opgemaakt.
  Het eindrapport bevat al de volgende informatie:
  1° een schets van het verloop, de ingezette middelen en de bereikte resultaten van het project;
  2° een overzicht van de projectrealisaties.
  Bij het eindrapport worden een gedetailleerde financiële eindafrekening en andere bewijsdocumenten gevoegd.
  De financiële eindafrekening bevat al de volgende documenten:
  1° een afrekeningsstaat van de kosten van het project met de nodige bewijsstukken;
  2° een bewijs van de verrichte uitgaven.
Art. 14. A l'issue du projet, un rapport final est établi.
  Le rapport final comprend les informations suivantes :
  1° un aperçu du déroulement du projet, des moyens mis en oeuvre et des résultats obtenus ;
  2° un aperçu des réalisations du projet.
  Le rapport final est accompagné d'un décompte financier détaillé et d'autres pièces justificatives.
  Le décompte final financier contient tous les documents suivants :
  1° un décompte des frais du projet accompagné des pièces justificatives nécessaires ;
  2° une preuve des dépenses exposées.
HOOFDSTUK 5. - Uitbetaling van de subsidie
CHAPITRE 5. - Paiement de la subvention
Art. 15. De toegekende subsidie wordt als volgt uitbetaald:
  1° een eerste schijf van 20 % bij de start van het goedgekeurde project;
  2° een tweede schijf van 40 % halverwege de looptijd van het project in voorkomend geval op basis van een tussentijds rapport;
  3° het saldo van maximaal 40 % bij de aanvaarding en goedkeuring van het eindrapport, de financiële afrekening en andere bewijsdocumenten van het project door de administratie.
  De subsidie wordt uitbetaald op de rekening van de projectindiener.
Art. 15. La subvention accordée est payée comme suit :
  1° une première tranche de 20 % au démarrage du projet approuvé ;
  2° une deuxième tranche de 40 % à mi-parcours du projet le cas échéant sur la base d'un rapport intermédiaire ;
  3° le solde de 40 % au maximum lors de l'acceptation et de l'approbation du rapport final, du décompte financier et d'autres pièces justificatives du projet par la division administration.
  La subvention est payée sur le compte de l'auteur du projet.
HOOFDSTUK 6. - Controle van de projecten
CHAPITRE 6. - Contrôle des projets
Art. 16. De controle op de aanwending van de subsidie wordt uitgeoefend door de daarvoor bevoegde personeelsleden van de administratie op basis van bewijsdocumenten of ter plaatse.
  De bevoegde personeelsleden kunnen bij de uitoefening van hun controleopdracht elk onderzoek en elke zowel administratieve als inhoudelijke controle ter plaatse instellen bij de projectindiener en de eventuele samenwerkende partners. Ze kunnen ook alle inlichtingen inwinnen die ze nodig achten om te controleren dat de reglementaire bepalingen werkelijk zijn nageleefd.
  Als de uitvoering van de controle wordt verhinderd, wordt de subsidie geweigerd of teruggevorderd.
Art. 16. Le contrôle de l'affectation de la subvention est exercé par les membres du personnel compétents de l'administration, sur la base des pièces justificatives ou sur place.
  Lors de l'exercice de leur mission de contrôle, les membres du personnel compétents peuvent procéder à tout examen et tout contrôle administratif ou de fond auprès de l'auteur du projet et ses partenaires éventuels. Ils peuvent également recueillir tout renseignement qu'ils jugent utile à la vérification du respect effectif des dispositions réglementaires.
  Si l'exécution du contrôle est entravée, la subvention est refusée ou récupérée.
Art. 17. Als uit controles blijkt dat de voorwaarden waaronder de subsidie is verleend, niet zijn nageleefd of dat de subsidie niet is aangewend voor de doeleinden waarvoor ze is verleend, betaalt de projectindiener de subsidie terug.
  De projectindiener betaalt de subsidie terug als hij in gebreke blijft de documenten, vermeld in artikel 14, in te dienen. De projectindiener betaalt de subsidie terug binnen een maand nadat hij daarom is verzocht door de administratie.
Art. 17. Si les contrôles démontrent que les conditions d'octroi de la subvention n'ont pas été respectées ou que la subvention n'a pas été affectée aux fins pour lesquelles elle a été accordée, l'auteur du projet doit rembourser la subvention.
  L'auteur du projet doit rembourser la subvention s'il n'introduit pas les documents visés à l'article 14. Le demandeur du projet doit rembourser la subvention dans un délai d'un mois après y avoir été invité par l'administration.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 18. Bij de uitvoering van elke activiteit die deel uitmaakt van een goedgekeurd project met Europese cofinanciering, wordt vermeld "Dit project wordt medegefinancierd door de Europese Unie en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.".
  Op elke publicatie die in het kader van een goedgekeurd project met Europese cofinanciering wordt verspreid, worden ook de Europese vlag en het logo van de Vlaamse overheid duidelijk aangebracht. Op gedrukt materiaal wordt daarbij de disclaimer "In deze publicatie wordt alleen de mening van de auteur weergegeven. De Europese Unie is niet aansprakelijk voor het gebruik dat eventueel wordt gemaakt van de informatie in deze publicatie." aangebracht.
Art. 18. L'exercice de toute activité faisant partie d'un projet approuvé avec un cofinancement européen comprend la mention " Ce projet est cofinancé par l'Union européenne et le Département de la Mobilité et des Travaux publics de l'Autorité flamande. ".
  Chaque publication distribuée dans le cadre d'un projet approuvé avec un cofinancement européen doit également afficher clairement le drapeau européen et le logo de l'Autorité flamande. Sur les documents imprimés, la clause de non-responsabilité " L'auteur de cette publication en est le seul responsable. L'Union européenne ne saurait être tenue pour responsable de l'utilisation qui pourrait être faite des informations qui y figurent. " est indiquée.
Art. 19. Bij de uitvoering van elke activiteit die deel uitmaakt van een goedgekeurd project zonder Europese cofinanciering, wordt vermeld "Dit project wordt medegefinancierd door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid."
  Op elke publicatie die in het kader van een goedgekeurd project zonder Europese cofinanciering wordt verspreid, wordt het logo van de Vlaamse overheid duidelijk aangebracht.
Art. 19. L'exercice de toute activité faisant partie d'un projet approuvé sans cofinancement européen comprend la mention " Ce projet est cofinancé par le Département de la Mobilité et des Travaux publics de l'Autorité flamande. ".
  Chaque publication distribuée dans le cadre d'un projet approuvé sans cofinancement européen doit également afficher clairement le logo de l'Autorité flamande.
Art. 20. De projectindiener bezorgt alle publicaties over het gesubsidieerde project die hij zelf verspreidt, digitaal aan de administratie.
Art. 20. L'auteur du projet transmet toutes les publications sur le projet subventionné qu'il distribue lui-même, sous forme numérique à l'administration.
Art. 21. De resultaten van de projecten worden ter beschikking gesteld op de website van de administratie.
Art. 21. Les résultats des projets sont mis à disposition sur le site web de l'administration.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen mobiliteitsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le ministre flamand qui a la politique de mobilité générale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.