Artikel 1. De gegevens van het centraal register van de bescherming van de personen bedoeld in artikel 1253/2 van het Gerechtelijk Wetboek, hierna "register" genoemd, omvatten:
1° alle stukken en alle gegevens betreffende de procedures bedoeld in artikel 1253/2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
2° alle stukken en alle gegevens betreffende de procedures bedoeld in het vierde deel, boek 4, hoofdstuk 10, afdeling 2/1 van het Gerechtelijk Wetboek;
3° alle stukken en alle gegevens van het administratief dossier bedoeld in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 FEBRUARI 2021. - Koninklijk besluit houdende de werking van het centraal register van bescherming van de personen
Titre
12 FEVRIER 2021. - Arrêté royal organisant le fonctionnement du registre central de la protection des personnes
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Gegevens van het register
HOOFDSTUK 2. - Autoriteiten en personen die toe...
HOOFDSTUK 3. - Toegang tot het register
HOOFDSTUK 4. - Inschrijving in het register
HOOFDSTUK 5. - Het informaticasysteem, de gegev...
HOOFDSTUK 6. - Eensluidendverklaring door de gr...
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding en slotbepaling
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Données du registre
CHAPITRE 2. - Autorités et personnes ayant accè...
CHAPITRE 3. - Accès au registre
CHAPITRE 4. - L'inscription au registre
CHAPITRE 5. - Le système informatique, les donn...
CHAPITRE 6. - Déclaration conforme par le greffier
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur et disposition ...
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Gegevens van het register
CHAPITRE 1er. - Données du registre
Article 1er. Les données du registre central de la protection des personnes visé à l'article 1253/2 du Code judiciaire, ci-après dénommé " registre ", comprennent :
1° toutes les pièces et toutes les données relatives aux procédures visées à l'article 1253/2, alinéa 2, du Code judiciaire;
2° toutes les pièces et toutes les données relatives aux procédures visées dans la quatrième partie, livre 4, chapitre 10, section 2/1 du Code judiciaire;
3° toutes les pièces et toutes les données du dossier administratif visé à l'article 1253 du Code judiciaire.
1° toutes les pièces et toutes les données relatives aux procédures visées à l'article 1253/2, alinéa 2, du Code judiciaire;
2° toutes les pièces et toutes les données relatives aux procédures visées dans la quatrième partie, livre 4, chapitre 10, section 2/1 du Code judiciaire;
3° toutes les pièces et toutes les données du dossier administratif visé à l'article 1253 du Code judiciaire.
HOOFDSTUK 2. - Autoriteiten en personen die toegang hebben tot het register
CHAPITRE 2. - Autorités et personnes ayant accès au registre
Art. 2. Naast de personen bedoeld in artikel 1253/4, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, hebben de volgende categorieën van autoriteiten of personen toegang tot het register, onder de in dit koninklijk besluit opgesomde voorwaarden:
1° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek;
2° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen.
1° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek;
2° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen.
Art. 2. Outre les personnes visées à l'article 1253/4, § 1er, alinéa 1er, du Code judiciaire, les catégories d'autorités ou de personnes suivantes ont accès au registre dans les conditions énumérées par le présent arrêté :
1° l'autorité centrale visée à l'article 1252/9 du Code judiciaire;
2° les officiers de l'état civil et les administrations communales.
1° l'autorité centrale visée à l'article 1252/9 du Code judiciaire;
2° les officiers de l'état civil et les administrations communales.
HOOFDSTUK 3. - Toegang tot het register
CHAPITRE 3. - Accès au registre
Art. 3. Onverminderd artikel 1253/1 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt in de toegang tot de gegevens van het register voorzien als volgt:
1° de magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, de griffiers en de bewindvoerders beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers die zij behandelen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
2° de beschermde of te beschermen persoon beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
3° de erfgenamen van de beschermde of te beschermen persoon beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen;
4° de vertrouwenspersoon beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, waarin hij is aangewezen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2° ;
5° iedere partij in een procedure waarvan de behandeling door het register wordt verzekerd, beschikt over :
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die haar betreffen;
6° de advocaten beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden;
- een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn ten aanzien van de persoon en de goederen, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden;
7° de notarissen beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
8° de deurwaarders beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
9° de beheerder beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht;
10° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar wettelijke opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen;
11° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen beschikken over:
- een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn met het oog op de bescherming van de persoon, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd te stellen;
1° de magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, de griffiers en de bewindvoerders beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers die zij behandelen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
2° de beschermde of te beschermen persoon beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
3° de erfgenamen van de beschermde of te beschermen persoon beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen;
4° de vertrouwenspersoon beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, waarin hij is aangewezen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2° ;
5° iedere partij in een procedure waarvan de behandeling door het register wordt verzekerd, beschikt over :
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die haar betreffen;
6° de advocaten beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden;
- een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn ten aanzien van de persoon en de goederen, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd;
- een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden;
7° de notarissen beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
8° de deurwaarders beschikken over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten;
9° de beheerder beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht;
10° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek beschikt over:
- een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen;
- een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar wettelijke opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen;
11° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen beschikken over:
- een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn met het oog op de bescherming van de persoon, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd te stellen;
Art. 3. Sans préjudice de l'article 1253/1 du Code judiciaire, l'accès aux données du registre est fixé comme suit :
1° les magistrats de l'ordre judiciaire visés à l'article 58bis du Code judiciaire, les greffiers et les administrateurs disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données dans le cadre des dossiers qu'ils traitent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
2° la personne protégée ou à protéger dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de ses droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent ;
3° les héritiers de la personne protégée ou à protéger disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de leurs droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
4° la personne de confiance dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données dans le cadre des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, dans lesquelles elle est désignée;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2° ;
5° toute partie à une procédure dont le traitement est assuré par le registre dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de ses droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
6° les avocats disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui concernent les parties pour lesquelles ils interviennent;
- d'un droit de consultation, dans l'exercice de leurs missions, à l'égard du dispositif des ordonnances en vigueur relatives à la personne et aux biens, en vue de contrôler si la personne concernée dispose de la capacité d'accomplir l'acte qui leur est demandé;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de leur mission dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui concernent les parties pour lesquelles ils interviennent;
7° les notaires disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
8° les huissiers disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
9° le gestionnaire dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale;
10° l'autorité centrale visée à l'article 1252/9 du Code judiciaire dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, nécessaires à l'accomplissement de ses missions reprises dans les articles 29, 30, 32 à 35 de la Convention de La Haye du 13 janvier 2000 sur la protection internationale des adultes;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de ses missions légales reprises dans les articles 29, 30, 32 à 35 de la Convention de La Haye du 13 janvier 2000 sur la protection internationale des adultes ;
11° les officiers de l'état civil et les administrations communales disposent :
- d'un droit de consultation, dans l'exercice de leurs missions, à l'égard du dispositif des ordonnances en vigueur relatives à la protection de la personne, en vue de contrôler si la personne concernée dispose de la capacité d'accomplir l'acte qui leur est demandé de dresser.
1° les magistrats de l'ordre judiciaire visés à l'article 58bis du Code judiciaire, les greffiers et les administrateurs disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données dans le cadre des dossiers qu'ils traitent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
2° la personne protégée ou à protéger dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de ses droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent ;
3° les héritiers de la personne protégée ou à protéger disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de leurs droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
4° la personne de confiance dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données dans le cadre des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, dans lesquelles elle est désignée;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2° ;
5° toute partie à une procédure dont le traitement est assuré par le registre dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui la concernent;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'exercice de ses droits dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui les concernent;
6° les avocats disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui concernent les parties pour lesquelles ils interviennent;
- d'un droit de consultation, dans l'exercice de leurs missions, à l'égard du dispositif des ordonnances en vigueur relatives à la personne et aux biens, en vue de contrôler si la personne concernée dispose de la capacité d'accomplir l'acte qui leur est demandé;
- d'un droit d'écriture à l'égard de tous les actes nécessaires à l'accomplissement de leur mission dans le cadre des procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, qui concernent les parties pour lesquelles ils interviennent;
7° les notaires disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
8° les huissiers disposent :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions légales;
9° le gestionnaire dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale;
10° l'autorité centrale visée à l'article 1252/9 du Code judiciaire dispose :
- d'un droit de consultation à l'égard de toutes les données des dossiers de procédures visées à l'article 1er, 1° et 2°, nécessaires à l'accomplissement de ses missions reprises dans les articles 29, 30, 32 à 35 de la Convention de La Haye du 13 janvier 2000 sur la protection internationale des adultes;
- d'un droit d'écriture à l'égard des données nécessaires à l'accomplissement de ses missions légales reprises dans les articles 29, 30, 32 à 35 de la Convention de La Haye du 13 janvier 2000 sur la protection internationale des adultes ;
11° les officiers de l'état civil et les administrations communales disposent :
- d'un droit de consultation, dans l'exercice de leurs missions, à l'égard du dispositif des ordonnances en vigueur relatives à la protection de la personne, en vue de contrôler si la personne concernée dispose de la capacité d'accomplir l'acte qui leur est demandé de dresser.
HOOFDSTUK 4. - Inschrijving in het register
CHAPITRE 4. - L'inscription au registre
Art. 4. De inschrijving in het register geschiedt via het register, door middel van een elektronische identificatie en met vermelding van een geldig e-mail adres.
Art. 4. L'inscription au registre s'effectue via le registre, au moyen d'une identification électronique et en mentionnant une adresse e-mail valide.
HOOFDSTUK 5. - Het informaticasysteem, de gegevens, de vertrouwelijkheid en de effectiviteit van de communicatie
CHAPITRE 5. - Le système informatique, les données, la confidentialité et l'effectivité des communications
Art. 5. Bij alle communicatie via het register en bij de uitoefening van de rechten van toegang, zoals bepaald in artikel 3, gepaard gaande met de opname van gegevens en, in voorkomend geval, stukken, wordt toepassing gemaakt van informaticatechnieken met een passend beveiligingsniveau.
Art. 5. Des techniques informatiques avec un niveau de sécurisation adéquat sont appliquées dans le cadre des communications effectuées via le registre et de l'exercice des droits d'accès visés à l'article 3, assorties de l'enregistrement de données et, le cas échéant, de pièces.
Art. 6. Het register voorziet in een strikt en adequaat gebruikers- en toegangsbeheer dat de mogelijkheid biedt gebruikers te identificeren, te authentificeren en hun relevante kenmerken of hoedanigheden, mandaten en toegangsmachtigingen te controleren en te beheren.
Het register maakt gebruik van informaticatechnieken die:
- de oorsprong van de toegang verzekeren door middel van aangepaste beveiligingstechnieken;
- de vertrouwelijkheid van de toegang waarborgen;
- toelaten om de toegangsgerechtigde ondubbelzinnig te identificeren en te authentificeren en om het tijdstip van toegang ondubbelzinnig vast te stellen;
- een bewijs van toegang loggen in het systeem;
- de volgende gegevens loggen in het systeem: de identiteit van de toegangsgerechtigde, de datum en het tijdstip van de toegang, het dossier waarin toegang wordt genomen, het rolnummer van de zaak en de rechter bij wie de zaak aanhangig is, de modaliteiten van de toegang met het type van handeling;
- systeemfouten melden en de tijdstippen registreren waarop systeemfouten de toegang verhinderen en deze periodes systematisch beschikbaar maken voor de belanghebbenden.
De logs worden bewaard gedurende 10 jaar.
Het register maakt gebruik van informaticatechnieken die:
- de oorsprong van de toegang verzekeren door middel van aangepaste beveiligingstechnieken;
- de vertrouwelijkheid van de toegang waarborgen;
- toelaten om de toegangsgerechtigde ondubbelzinnig te identificeren en te authentificeren en om het tijdstip van toegang ondubbelzinnig vast te stellen;
- een bewijs van toegang loggen in het systeem;
- de volgende gegevens loggen in het systeem: de identiteit van de toegangsgerechtigde, de datum en het tijdstip van de toegang, het dossier waarin toegang wordt genomen, het rolnummer van de zaak en de rechter bij wie de zaak aanhangig is, de modaliteiten van de toegang met het type van handeling;
- systeemfouten melden en de tijdstippen registreren waarop systeemfouten de toegang verhinderen en deze periodes systematisch beschikbaar maken voor de belanghebbenden.
De logs worden bewaard gedurende 10 jaar.
Art. 6. Le registre prévoit une gestion stricte et adéquate des utilisateurs et des accès qui permet d'identifier les utilisateurs, de les authentifier et de contrôler et gérer leurs caractéristiques ou qualités pertinentes, mandats et autorisations d'accès.
Le registre utilise des techniques informatiques qui :
- assurent l'origine de l'accès au moyen de techniques de sécurisation appropriées;
- garantissent la confidentialité de l'accès;
- permettent l'identification et l'authentification non équivoques de la personne habilitée et la constatation non équivoque du moment de l'accès;
- journalisent une preuve d'accès dans le système;
- journalisent les données suivantes dans le système : l'identité de la personne habilitée, la date et le moment de l'accès, le dossier qui a fait l'objet de l'accès, le numéro de rôle de l'affaire et le juge auprès duquel celle-ci est pendante, les modalités de l'accès avec le type d'action;
- signalent les erreurs dans le système et enregistrent les moments où les erreurs de système empêchent l'accès, et font en sorte que les personnes concernées disposent systématiquement de ces périodes.
Les données de journalisation sont conservées durant 10 ans.
Le registre utilise des techniques informatiques qui :
- assurent l'origine de l'accès au moyen de techniques de sécurisation appropriées;
- garantissent la confidentialité de l'accès;
- permettent l'identification et l'authentification non équivoques de la personne habilitée et la constatation non équivoque du moment de l'accès;
- journalisent une preuve d'accès dans le système;
- journalisent les données suivantes dans le système : l'identité de la personne habilitée, la date et le moment de l'accès, le dossier qui a fait l'objet de l'accès, le numéro de rôle de l'affaire et le juge auprès duquel celle-ci est pendante, les modalités de l'accès avec le type d'action;
- signalent les erreurs dans le système et enregistrent les moments où les erreurs de système empêchent l'accès, et font en sorte que les personnes concernées disposent systématiquement de ces périodes.
Les données de journalisation sont conservées durant 10 ans.
Art. 7. Onverminderd artikel 16 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, wordt de beheerder met betrekking tot het register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7) van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
De beheerder werkt samen met zijn functionaris voor gegevensbescherming aan de analyse van bestaande en nieuwe risico's in verband met de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het bijzonder gaat het om de risico's die gevolgen kunnen hebben voor de veerkracht en de beschikbaarheid van de netwerken en systemen en voor de authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie en gegevens die via deze netwerken en systemen toegankelijk wordt gemaakt en wordt verzonden.
De beheerder werkt samen met zijn functionaris voor gegevensbescherming aan de analyse van bestaande en nieuwe risico's in verband met de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het bijzonder gaat het om de risico's die gevolgen kunnen hebben voor de veerkracht en de beschikbaarheid van de netwerken en systemen en voor de authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie en gegevens die via deze netwerken en systemen toegankelijk wordt gemaakt en wordt verzonden.
Art. 7. Sans préjudice de l'article 16 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, en ce qui concerne le registre, le gestionnaire est considéré comme responsable du traitement des données au sens de l'article 4, 7) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
Le gestionnaire collabore avec son délégué à la protection des données à l'analyse de risques de sécurité et de protection de la vie privée actuels et nouveaux. Il s'agit en particulier des risques qui pourraient avoir une incidence sur la résistance aux pannes des réseaux et des systèmes et sur leur disponibilité ainsi que sur l'authenticité, l'intégrité et la confidentialité des informations et données accessibles et transmises par leur intermédiaire.
Le gestionnaire collabore avec son délégué à la protection des données à l'analyse de risques de sécurité et de protection de la vie privée actuels et nouveaux. Il s'agit en particulier des risques qui pourraient avoir une incidence sur la résistance aux pannes des réseaux et des systèmes et sur leur disponibilité ainsi que sur l'authenticité, l'intégrité et la confidentialité des informations et données accessibles et transmises par leur intermédiaire.
Art. 8. De personen, overheden en instellingen die krachtens artikel 3 een toegangsrecht tot het register hebben, nemen alle nodige technische en organisatorische maatregelen om, onder hun exclusieve verantwoordelijkheid, te waarborgen dat:
1° de individuele gebruiker bevoegd is om het toegangsrecht uit te oefenen;
2° elke toegang uitgeoefend wordt overeenkomstig de doelstellingen van het register;
3° de juistheid en de actualiteit van de gegevens wordt verzekerd, voor wat betreft de overheden en instellingen die over een schrijfrecht beschikken;
4° de vertrouwelijkheid van de uit het register verkregen gegevens wordt gerespecteerd en dat deze gegevens, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, vervolgens niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de door hoofdstuk 10 van boek vier van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek en van titel 11 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek nagestreefde doelstellingen.
1° de individuele gebruiker bevoegd is om het toegangsrecht uit te oefenen;
2° elke toegang uitgeoefend wordt overeenkomstig de doelstellingen van het register;
3° de juistheid en de actualiteit van de gegevens wordt verzekerd, voor wat betreft de overheden en instellingen die over een schrijfrecht beschikken;
4° de vertrouwelijkheid van de uit het register verkregen gegevens wordt gerespecteerd en dat deze gegevens, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, vervolgens niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de door hoofdstuk 10 van boek vier van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek en van titel 11 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek nagestreefde doelstellingen.
Art. 8. Les personnes, autorités et institutions qui ont, conformément à l'article 3, un droit d'accès au registre, prennent toutes les mesures techniques et organisationnelles nécessaires pour garantir, sous leur responsabilité exclusive, que :
1° l'utilisateur individuel est habilité à exercer le droit d'accès;
2° tout accès est utilisé conformément aux objectifs du registre;
3° les données sont exactes et à jour, en ce qui concerne les autorités et institutions qui disposent d'un droit d'écriture;
4° la confidentialité des données obtenues à partir du registre est respectée et que ces données ne sont pas ensuite utilisées, retraitées ou diffusées à des fins non compatibles avec les objectifs poursuivis par le chapitre 10 du livre 4 de la quatrième partie du Code judiciaire et du Titre 11 du Livre 1er du Code civil, sauf dispositions légales contraires.
1° l'utilisateur individuel est habilité à exercer le droit d'accès;
2° tout accès est utilisé conformément aux objectifs du registre;
3° les données sont exactes et à jour, en ce qui concerne les autorités et institutions qui disposent d'un droit d'écriture;
4° la confidentialité des données obtenues à partir du registre est respectée et que ces données ne sont pas ensuite utilisées, retraitées ou diffusées à des fins non compatibles avec les objectifs poursuivis par le chapitre 10 du livre 4 de la quatrième partie du Code judiciaire et du Titre 11 du Livre 1er du Code civil, sauf dispositions légales contraires.
Art. 9. De datum van de uitgeoefende rechten en communicatie bedoeld in artikel 3 stemt overeen met de door het register gelogde datum.
Art. 9. La date des droits exercés et des communications visés à l'article 3 correspond à celle enregistrée par le registre.
Art. 10. In geval van een disfunctioneren van het register wordt een systeemfout gemeld aan degene die de toegang heeft gevraagd.
De registratie van de systeemfouten die de toegang verhinderen, geldt als bewijs en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht.
De registratie van de systeemfouten die de toegang verhinderen, geldt als bewijs en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht.
Art. 10. En cas de dysfonctionnement du registre, une défaillance du système est notifiée à la personne qui a demandé l'accès.
L'enregistrement des défaillances du système qui en empêchent l'accès tient lieu de preuve et peut être invoqué comme preuve de cas de force majeure.
L'enregistrement des défaillances du système qui en empêchent l'accès tient lieu de preuve et peut être invoqué comme preuve de cas de force majeure.
HOOFDSTUK 6. - Eensluidendverklaring door de griffier
CHAPITRE 6. - Déclaration conforme par le greffier
Art. 11. Het informaticasysteem biedt de griffier de mogelijkheid om voor elk document of stuk dat hij in het register oplaadt overeenkomstig artikel 1249/6, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, op elektronische wijze te verklaren dat het document of het stuk eensluidend is met het origineel.
Art. 11. Le système informatique permet au greffier, pour chaque document ou pièce qu'il charge dans le registre conformément à l'article 1249/6, § 1er, du Code judiciaire, de déclarer de manière électronique que le document ou la pièce est conforme à l'original.
Art. 12. Elk verzoek tot verbetering van de gegevens wegens een tegenstrijdigheid tussen de papieren documenten en stukken en de door de griffier overeenkomstig artikel 1249/6, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek opgeladen documenten en stukken wordt aan deze laatste gericht.
Na onderzoek van de betreffende papieren documenten en stukken, verbetert de griffier, als daar reden toe is, de overeenstemmende gegevens van het register.
Na onderzoek van de betreffende papieren documenten en stukken, verbetert de griffier, als daar reden toe is, de overeenstemmende gegevens van het register.
Art. 12. Toute demande visant la rectification des données en raison d'une discordance entre les documents et pièces sur papier et ceux chargés dans le registre par le greffier conformément à l'article 1249/6, § 1er, alinéa 1er, du Code judiciaire est adressée à ce dernier.
Après examen des documents et pièces papier concernés, le greffier rectifie, s'il y a lieu, les données du registre correspondantes.
Après examen des documents et pièces papier concernés, le greffier rectifie, s'il y a lieu, les données du registre correspondantes.
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding en slotbepaling
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur et disposition finale
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2021.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juin 2021.
Art. 14. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.