Artikel 1. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 28 december 2018 tot bepaling van het gesubsidieerde uurforfait voor de gezins- of bejaardenhulpen en de huishoudelijke hulpen van de diensten voor thuishulp, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, worden de woorden "op 28 EUR" vervangend door de woorden "op 29,96 EUR";
2° een derde lid wordt toegevoegd, luidende: "Met ingang van 1 januari 2021, wordt het forfait bedoeld in het eerste lid op 29,56 EUR vastgesteld".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 JANUARI 2021. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2018 tot bepaling van het gesubsidieerde uurforfait voor de gezins- of bejaardenhulpen en de huishoudelijke hulpen van de diensten voor thuishulp
Titre
28 JANVIER 2021. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 déterminant le forfait horaire subventionné pour les aides familiaux ou senior et les aides ménagers des services d'aide à domicile
Informations sur le document
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté ministériel du 28 décembre 2018 déterminant le forfait horaire subventionné pour les aides familiaux ou senior et les aides ménagers des services d'aide à domicile, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " à 28 EUR " sont remplacés par les mots " à 29,96 EUR " ;
2° il est ajouté un troisième alinéa rédigé comme suit : " A partir du 1er janvier 2021, le forfait visé à l'alinéa 1er est fixé à 29,56 EUR. "
1° à l'alinéa 1er, les mots " à 28 EUR " sont remplacés par les mots " à 29,96 EUR " ;
2° il est ajouté un troisième alinéa rédigé comme suit : " A partir du 1er janvier 2021, le forfait visé à l'alinéa 1er est fixé à 29,56 EUR. "
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde ministerieel besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "op 19,5 EUR" worden vervangen door de woorden "op 24,35 EUR";
2° een tweede lid wordt toegevoegd, luidende: "Met ingang van 1 januari 2021, wordt het forfait bedoeld in het eerste lid op 27,45 EUR gebracht".
1° de woorden "op 19,5 EUR" worden vervangen door de woorden "op 24,35 EUR";
2° een tweede lid wordt toegevoegd, luidende: "Met ingang van 1 januari 2021, wordt het forfait bedoeld in het eerste lid op 27,45 EUR gebracht".
Art. 2. Art. 2. A l'article 2 du même arrêté ministériel, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " à 19,5 EUR " sont remplacés par les mots " à 24,35 EUR " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa rédigé comme suit : " A partir du 1er janvier 2021, le forfait visé à l'alinéa 1er est porté à 27,45 EUR. "
1° les mots " à 19,5 EUR " sont remplacés par les mots " à 24,35 EUR " ;
2° il est ajouté un deuxième alinéa rédigé comme suit : " A partir du 1er janvier 2021, le forfait visé à l'alinéa 1er est porté à 27,45 EUR. "
Art. 3. In hetzelfde ministerieel besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd luidende:
"Art. 2/1. Het forfait per niet-gepresteerd uur, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de diensten voor thuiszorg, wordt voor de gezins- of bejaardenhelpers op 32,37 EUR vastgesteld.
Het forfait per niet-gepresteerd uur, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de diensten voor thuiszorg, wordt voor de poetshulpen op 30,26 EUR vastgesteld."
"Art. 2/1. Het forfait per niet-gepresteerd uur, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de diensten voor thuiszorg, wordt voor de gezins- of bejaardenhelpers op 32,37 EUR vastgesteld.
Het forfait per niet-gepresteerd uur, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de diensten voor thuiszorg, wordt voor de poetshulpen op 30,26 EUR vastgesteld."
Art. 3. Dans le même arrêté ministériel, il est inséré un article 2/1 rédigé comme suit :
" Art. 2/1. Le forfait par heure non prestée, visé à l'article 39, alinéa 5, de l'arrêté du Collège réuni du 25 octobre 2007 relatif à l'agrément et au mode de subventionnement des services d'aide à domicile, est fixé à 32,37 EUR, pour les aides familiaux ou senior.
Le forfait par heure non prestée, visé à l'article 39, alinéa 5, de l'arrêté du Collège réuni du 25 octobre 2007 relatif à l'agrément et au mode de subventionnement des services d'aide à domicile, est fixé à 30,26 EUR, pour les aides ménagers. "
" Art. 2/1. Le forfait par heure non prestée, visé à l'article 39, alinéa 5, de l'arrêté du Collège réuni du 25 octobre 2007 relatif à l'agrément et au mode de subventionnement des services d'aide à domicile, est fixé à 32,37 EUR, pour les aides familiaux ou senior.
Le forfait par heure non prestée, visé à l'article 39, alinéa 5, de l'arrêté du Collège réuni du 25 octobre 2007 relatif à l'agrément et au mode de subventionnement des services d'aide à domicile, est fixé à 30,26 EUR, pour les aides ménagers. "
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
In afwijking van het vorige lid, hebben het artikel 1, 1°, en het artikel 2, 1°, uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
In afwijking van het vorige lid, hebben het artikel 1, 1°, en het artikel 2, 1°, uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2021.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'article 1, 1°, et l'article 2, 1°, produisent leurs effets le 1er janvier 2020.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'article 1, 1°, et l'article 2, 1°, produisent leurs effets le 1er janvier 2020.