Artikel 1. - In afwijking van artikel 3, § 3.2, van het besluit van de Regering van 10 februari 2000 betreffende het schoolbezoek wordt voor de aanvraag van de onderwijsvrijstelling ten belope van maximaal zes lesuren per week, bepaald in artikel 3, § 3.2, eerste lid, van hetzelfde besluit van 10 februari 2000, voor het schooljaar 2020-2021 rekening gehouden met het advies dat de instelling voor deeltijds kunstonderwijs voor het vorige schooljaar had gegeven, als het gaat om leerlingen die vóór 15 april 2020 een advies hebben aangevraagd bij een erkende instelling voor deeltijds kunstonderwijs in de Duitstalige Gemeenschap, maar het muziekstuk niet konden voorspelen naar aanleiding van de federale dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) in te dijken.
Als het om een eerste aanvraag gaat en de instelling voor deeltijds kunstonderwijs dus geen advies voor het vorige schooljaar kan hebben afgegeven, kan de Minister van Onderwijs op basis van een met redenen omklede aanvraag van de personen belast met de opvoeding en in overleg met het schoolhoofd van de betrokken secundaire school beslissen over de toekenning van een onderwijsvrijstelling ten belope van maximaal zes lesuren per week voor het schooljaar 2020-2021.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
27 AUGUSTUS 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor het onderwijs(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-10-2020 en tekstbijwerking tot 29-03-2022)
Titre
27 AOUT 2020. - Arrêté du Gouvernement visant à atténuer les répercussions de la crise provoquée par le coronavirus dans le secteur de l'enseignement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-10-2020 et mise à jour au 29-03-2022)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. - Par dérogation à l'article 3, § 3.2, de l'arrêté du Gouvernement du 10 février 2000 relatif à la fréquentation scolaire, l'avis émis l'année scolaire précédente par l'établissement d'enseignement artistique à horaire réduit est pris en considération - pour l'année scolaire 2020-2021 - pour la demande de la dispense de maximum six heures de cours, prévue à l'article 3, § 3.2, alinéa 1er, du même arrêté du 10 février 2000, en ce qui concerne les élèves qui avaient demandé avant le 15 avril 2020 un avis auprès d'un établissement reconnu d'enseignement artistique à horaire réduit en Communauté germanophone, mais n'ont pu présenter la prestation en raison des mesures d'urgence décidées par l'autorité fédérale en vue d'enrayer la propagation du coronavirus (COVID-19).
Si l'élève ne peut présenter l'avis émis l'année précédente par l'établissement reconnu d'enseignement artistique à horaire réduit étant donné qu'il s'agit d'une première demande, le Ministre compétent en matière d'Enseignement peut, sur demande motivée des personnes chargées de l'éducation et en concertation avec le directeur de l'école secondaire concernée, statuer sur l'octroi d'une dispense de maximum six heures de cours par semaine pour l'année scolaire 2020-2021.
Si l'élève ne peut présenter l'avis émis l'année précédente par l'établissement reconnu d'enseignement artistique à horaire réduit étant donné qu'il s'agit d'une première demande, le Ministre compétent en matière d'Enseignement peut, sur demande motivée des personnes chargées de l'éducation et en concertation avec le directeur de l'école secondaire concernée, statuer sur l'octroi d'une dispense de maximum six heures de cours par semaine pour l'année scolaire 2020-2021.
Art.1.1. [1 De regeling bepaald in artikel 11, § 4, van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003 die betrekking heeft op de vervanging van een personeelslid van wie aantoonbaar bekend is dat het gedurende minder dan zes opeenvolgende werkdagen afwezig zal zijn wegens verlof, wegens een terbeschikkingstelling of wegens enige andere vorm van afwezigheid, wordt met een schooljaar verlengd en eindigt op 31 augustus 2022.]1
Art.1.1. [1 Le régime prévu à l'article 11, § 4, du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement - 2003 en ce qui concerne le remplacement d'un membre du personnel dont il est manifeste qu'il sera absent pendant moins de six jours ouvrables consécutifs pour cause de congé, de mise en disponibilité ou d'autre forme d'absence, est prolongée d'une année scolaire et prend fin le 31 août 2022.]1
Modifications
Art.1.2. [1 De periode waarin gebruik kan worden gemaakt van het omstandigheidsverlof om zich te laten inenten tegen het coronavirus (COVID-19) bepaald in artikel 23, eerste lid, 14°, d), van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 wordt verlengd tot uiterlijk 30 juni 2022.]1
Art.1.2. [1 La durée de la possibilité de solliciter le congé de circonstance pour la vaccination contre le coronavirus Covid-19, prévue à l'article 23, alinéa 1er, 14°, d), du décret du 6 juin 2005 portant des mesures en matière d'enseignement 2005, est prolongée jusqu'au 30 juin 2022.]1
Modifications
Art. 2. - Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen.
Art. 2. - Le présent arrêté entre en vigueur le jour de son adoption.
Art. 3. - De minister bevoegd voor Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. - Le Ministre compétent en matière d'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.