Artikel 1. - In het besluit van de Regering van 9 april 2020 tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de kinderopvang wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd, dat artikel 1 omvat, luidende :
"Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen"
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 JULI 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de kinderopvang (II)
Titre
9 JUILLET 2020. - Arrêté du Gouvernement visant à atténuer les répercussions de la crise du coronavirus sur l'accueil d'enfants (II)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. - Dans l'arrêté du Gouvernement du 9 avril 2020 visant à atténuer les répercussions de la crise du coronavirus sur l'accueil d'enfants, il est inséré un chapitre 1er, comportant l'article 1er, intitulé comme suit :
" Chapitre 1er - Dispositions générales ".
" Chapitre 1er - Dispositions générales ".
Art. 2. - Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° noodkinderopvang: kinderopvang van ten vroegste 6 uur tot ten laatste 23 uur."
"4° noodkinderopvang: kinderopvang van ten vroegste 6 uur tot ten laatste 23 uur."
Art. 2. - L'article 1er du même arrêté est complété par un 4° rédigé comme suit :
" 4° accueil d'urgence : l'accueil des enfants de 6 heures du matin au plus tôt à 23 h au plus tard. "
" 4° accueil d'urgence : l'accueil des enfants de 6 heures du matin au plus tôt à 23 h au plus tard. "
Art. 3. - In hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit wordt een artikel 1.1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1.1 - De Minister bepaalt de einddatum van de coronamaatregelen die in aanmerking moeten worden genomen voor de afwijkingen en bepalingen vermeld in de artikelen 2 tot 5.17."
"Art. 1.1 - De Minister bepaalt de einddatum van de coronamaatregelen die in aanmerking moeten worden genomen voor de afwijkingen en bepalingen vermeld in de artikelen 2 tot 5.17."
Art. 3. - Dans le chapitre 1er du même arrêté, il est inséré un article 1.1 rédigé comme suit :
" Art. 1.1 - Pour les dérogations et dispositions prévues aux articles 2 à 5.17, le Ministre fixe la date de fin des différentes mesures " Corona " à prendre en compte. "
" Art. 1.1 - Pour les dérogations et dispositions prévues aux articles 2 à 5.17, le Ministre fixe la date de fin des différentes mesures " Corona " à prendre en compte. "
Art. 4. - In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, dat de artikelen 2 tot 5 bevat, luidende:
"Hoofdstuk 2 - Compensatie voor inkomensverlies"
"Hoofdstuk 2 - Compensatie voor inkomensverlies"
Art. 4. - Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 2, comportant les articles 2 à 5, intitulé comme suit :
" Chapitre 2 - Indemnité compensatoire de perte de revenus "
" Chapitre 2 - Indemnité compensatoire de perte de revenus "
Art. 5. - In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, dat de artikelen 5.1 tot 5.17 bevat, luidende:
"Hoofdstuk 3 - Diverse maatregelen
Art. 5.1. - De bepalingen van dit hoofdstuk gelden uitsluitend voor de duur van de coronamaatregelen.
Art. 5.2 - De erkende centra voor kinderopvang worden belast met het aanbieden van een noodkinderopvang.
Ongeacht artikel 111 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang beslissen de erkende centra voor kinderopvang, op basis van de opvangbehoefte en in overleg met de Minister, over het openen of sluiten van de locaties voor buitenschoolse opvang en leggen ze de nadere regels voor de organisatie van de noodkinderopvang vast.
Ongeacht de artikelen 67 en 89 van hetzelfde besluit leggen de erkende centra voor kinderopvang vast hoe men zich voor de noodkinderopvang kan laten inschrijven.
Art. 5.3 - Ongeacht de artikelen 62, 88, 110 en 115 van hetzelfde besluit zetten de diensten voor kinderopvang de kinderbegeleiders en het sociaal-pedagogisch geschoold personeel in op basis van de werkelijke opvangbehoefte.
Ter ondersteuning van het begeleidend personeel in de crèches, locaties voor buitenschoolse opvang en vakantieopvang kunnen de erkende centra voor kinderopvang studenten aannemen in het kader van een studentenovereenkomst, onder toezicht van het opgeleide begeleidend personeel.
Art. 5.4 - De minimumvoorwaarden voor de openingstijden en werkdagen per kalenderjaar, vermeld in de artikelen 64, 89, 111 en 176 van hetzelfde besluit gelden niet voor de erkende kinderopvangdiensten.
Art. 5.5 - Voor de toepassing van artikel 71 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van het minimale aantal opvangdagen voor baby's en peuters, alsook voor de berekening van de minimale bezettingsgraad.
Voor de toepassing van de artikelen 72 tot 74, van de artikelen 91 tot 93 en van artikel 116.1 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de opvangdagen overeenkomstig het opvangplan vastgelegd in het opvangcontract.
Voor de toepassing van artikel 114, § 1, 2°, van artikel 155, vierde lid, en van artikel 193 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de gemiddelde minimumaanwezigheid.
Art. 5.6 - De erkende centra voor kinderopvang ontvangen de jaarlijkse forfaitaire bedragen bepaald in artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit en betalen die bedragen aan de aangesloten onthaalouders, zoals bepaald in artikel 137 van hetzelfde besluit, ongeacht of voortgezette opleidingen werden georganiseerd of daaraan werd deelgenomen.
Art. 5.7 - Ongeacht artikel 81, § 1, en artikel 98 van hetzelfde besluit wordt geen reservatiegeld ingehouden als de personen belast met de opvoeding hun kind op grond van de coronamaatregelen niet zoals overeengekomen naar de opvang brengen.
Art. 5.8 - Ongeacht artikel 85 en artikel 98 van hetzelfde besluit worden de dagen waarop een kind niet opgevangen werd, beschouwd als aanwezigheid overeenkomstig het opvangrooster vastgelegd in het opvangcontract.
Art. 5.9 - Ongeacht artikel 117 van hetzelfde besluit neemt de Duitstalige Gemeenschap het tekort dat eventueel bij de locaties voor buitenschoolse opvang zou ontstaan door de coronamaatregelen volledig voor haar rekening.
Art. 5.10 - Voor de toepassing van artikel 123, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de minimale bezettingsgraad bij de aangesloten onthaalouders.
Art. 5.11 - Voor de organisatie van de noodkinderopvang vermeld in artikel 5.2 en de daarvoor nodige aanvullende kinderbegeleiders worden de personeelskosten volledig gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap.
De loonkosten voor de vergoeding van de werkuren van de kinderbegeleiders van 6 uur tot 7 uur en van 18 uur tot 23 uur overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het arbeidsrecht worden ook volledig overgenomen door de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 5.12 - Ongeacht artikel 159 van hetzelfde besluit kent de Duitstalige Gemeenschap aan de erkende centra een subsidie toe :
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding in de dienst voor onthaalouders, in de crèches en in de locaties voor buitenschoolse opvang;
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de gemeenten in de dienst voor onthaalouders en in de crèches.
Art. 5.13 - Ongeacht artikel 160 van hetzelfde besluit subsidieert de Duitstalige Gemeenschap de bewijsbare personeelskosten van het poetspersoneel, de kok, de kinderbegeleiders, de leiding, de coördinatie en de administratie van de erkende centra voor kinderopvang met een maximumbedrag van in totaal 164.000 euro, alsook de overblijvende kosten van de werkingskosten en personeelskosten van de erkende crèches.
Art. 5.14 - De Duitstalige Gemeenschap kent de personeelssubsidiëring bepaald in hetzelfde besluit toe voor het personeel van de crèches, van de dienst voor onthaalouders, van de locaties voor buitenschoolse opvang en van de administratie van de erkende centra voor kinderopvang, ongeacht of het personeel al dan niet werd ingezet. Uitgesloten daarvan zijn de personeelskosten van de werknemers die afwezig zijn wegens ziekte en een uitkering van het ziekenfonds ontvangen.
Art. 5.15 - Wat de erkende centra voor kinderopvang betreft, subsidieert de Duitstalige Gemeenschap de volledige bewijsbare aanschaffingskosten voor de uitvoering van de hygiënemaatregelen die vereist worden naar aanleiding van de gezondheidscrisis die door het coronavirus (COVID-19) is ontstaan.
Art. 5.16 - De zelfstandige onthaalouders ontvangen de kostenvergoeding bepaald in artikel 30 van het besluit van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders, ongeacht of ze aan de voortgezette opleidingen hebben deelgenomen.
Art. 5.17 - De Minister kent de subsidies vermeld in dit hoofdstuk toe op aanvraag, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen."
"Hoofdstuk 3 - Diverse maatregelen
Art. 5.1. - De bepalingen van dit hoofdstuk gelden uitsluitend voor de duur van de coronamaatregelen.
Art. 5.2 - De erkende centra voor kinderopvang worden belast met het aanbieden van een noodkinderopvang.
Ongeacht artikel 111 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang beslissen de erkende centra voor kinderopvang, op basis van de opvangbehoefte en in overleg met de Minister, over het openen of sluiten van de locaties voor buitenschoolse opvang en leggen ze de nadere regels voor de organisatie van de noodkinderopvang vast.
Ongeacht de artikelen 67 en 89 van hetzelfde besluit leggen de erkende centra voor kinderopvang vast hoe men zich voor de noodkinderopvang kan laten inschrijven.
Art. 5.3 - Ongeacht de artikelen 62, 88, 110 en 115 van hetzelfde besluit zetten de diensten voor kinderopvang de kinderbegeleiders en het sociaal-pedagogisch geschoold personeel in op basis van de werkelijke opvangbehoefte.
Ter ondersteuning van het begeleidend personeel in de crèches, locaties voor buitenschoolse opvang en vakantieopvang kunnen de erkende centra voor kinderopvang studenten aannemen in het kader van een studentenovereenkomst, onder toezicht van het opgeleide begeleidend personeel.
Art. 5.4 - De minimumvoorwaarden voor de openingstijden en werkdagen per kalenderjaar, vermeld in de artikelen 64, 89, 111 en 176 van hetzelfde besluit gelden niet voor de erkende kinderopvangdiensten.
Art. 5.5 - Voor de toepassing van artikel 71 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van het minimale aantal opvangdagen voor baby's en peuters, alsook voor de berekening van de minimale bezettingsgraad.
Voor de toepassing van de artikelen 72 tot 74, van de artikelen 91 tot 93 en van artikel 116.1 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de opvangdagen overeenkomstig het opvangplan vastgelegd in het opvangcontract.
Voor de toepassing van artikel 114, § 1, 2°, van artikel 155, vierde lid, en van artikel 193 van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de gemiddelde minimumaanwezigheid.
Art. 5.6 - De erkende centra voor kinderopvang ontvangen de jaarlijkse forfaitaire bedragen bepaald in artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit en betalen die bedragen aan de aangesloten onthaalouders, zoals bepaald in artikel 137 van hetzelfde besluit, ongeacht of voortgezette opleidingen werden georganiseerd of daaraan werd deelgenomen.
Art. 5.7 - Ongeacht artikel 81, § 1, en artikel 98 van hetzelfde besluit wordt geen reservatiegeld ingehouden als de personen belast met de opvoeding hun kind op grond van de coronamaatregelen niet zoals overeengekomen naar de opvang brengen.
Art. 5.8 - Ongeacht artikel 85 en artikel 98 van hetzelfde besluit worden de dagen waarop een kind niet opgevangen werd, beschouwd als aanwezigheid overeenkomstig het opvangrooster vastgelegd in het opvangcontract.
Art. 5.9 - Ongeacht artikel 117 van hetzelfde besluit neemt de Duitstalige Gemeenschap het tekort dat eventueel bij de locaties voor buitenschoolse opvang zou ontstaan door de coronamaatregelen volledig voor haar rekening.
Art. 5.10 - Voor de toepassing van artikel 123, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden de afwezige kinderen als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de minimale bezettingsgraad bij de aangesloten onthaalouders.
Art. 5.11 - Voor de organisatie van de noodkinderopvang vermeld in artikel 5.2 en de daarvoor nodige aanvullende kinderbegeleiders worden de personeelskosten volledig gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap.
De loonkosten voor de vergoeding van de werkuren van de kinderbegeleiders van 6 uur tot 7 uur en van 18 uur tot 23 uur overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het arbeidsrecht worden ook volledig overgenomen door de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 5.12 - Ongeacht artikel 159 van hetzelfde besluit kent de Duitstalige Gemeenschap aan de erkende centra een subsidie toe :
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding in de dienst voor onthaalouders, in de crèches en in de locaties voor buitenschoolse opvang;
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de gemeenten in de dienst voor onthaalouders en in de crèches.
Art. 5.13 - Ongeacht artikel 160 van hetzelfde besluit subsidieert de Duitstalige Gemeenschap de bewijsbare personeelskosten van het poetspersoneel, de kok, de kinderbegeleiders, de leiding, de coördinatie en de administratie van de erkende centra voor kinderopvang met een maximumbedrag van in totaal 164.000 euro, alsook de overblijvende kosten van de werkingskosten en personeelskosten van de erkende crèches.
Art. 5.14 - De Duitstalige Gemeenschap kent de personeelssubsidiëring bepaald in hetzelfde besluit toe voor het personeel van de crèches, van de dienst voor onthaalouders, van de locaties voor buitenschoolse opvang en van de administratie van de erkende centra voor kinderopvang, ongeacht of het personeel al dan niet werd ingezet. Uitgesloten daarvan zijn de personeelskosten van de werknemers die afwezig zijn wegens ziekte en een uitkering van het ziekenfonds ontvangen.
Art. 5.15 - Wat de erkende centra voor kinderopvang betreft, subsidieert de Duitstalige Gemeenschap de volledige bewijsbare aanschaffingskosten voor de uitvoering van de hygiënemaatregelen die vereist worden naar aanleiding van de gezondheidscrisis die door het coronavirus (COVID-19) is ontstaan.
Art. 5.16 - De zelfstandige onthaalouders ontvangen de kostenvergoeding bepaald in artikel 30 van het besluit van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders, ongeacht of ze aan de voortgezette opleidingen hebben deelgenomen.
Art. 5.17 - De Minister kent de subsidies vermeld in dit hoofdstuk toe op aanvraag, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen."
Art. 5. - Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 3, comportant les articles 5.1 à 5.17, rédigé comme suit :
" Chapitre 3 - Mesures diverses
Art. 5.1 - Les dispositions du présent chapitre sont applicables exclusivement durant les mesures " Corona ".
Art. 5.2 - Les centres d'accueil agréés sont chargés de proposer un accueil d'urgence.
Nonobstant l'article 111 de l'arrêté du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les centres d'accueil agréés décident, selon les besoins en termes d'accueil des enfants et en concertation avec le Ministre, de l'ouverture ou de la fermeture des lieux d'accueil extrascolaire et fixent les modalités organisationnelles relatives à la mise en place de l'accueil d'urgence.
Nonobstant les articles 67 et 89 du même arrêté, les centres d'accueil agréés déterminent les modalités d'inscription pour cet accueil d'urgence.
Art. 5.3 Nonobstant les articles 62, 88, 110 et 115 du même arrêté, les services d'accueil d'enfants engagent des gardes d'enfants ainsi que du personnel socio-pédagogique spécialisé selon les besoins effectifs en termes d'accueil.
Afin d'appuyer le personnel d'accueil au sein des crèches, des lieux d'accueil extrascolaire ainsi que des lieux d'accueil pendant les vacances, les centres d'accueil agréés peuvent engager des étudiants dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiant; ces étudiants seront placés sous la surveillance dudit personnel d'accueil qualifié.
Art. 5.4 - Les normes minimales relatives aux heures d'ouverture et aux jours de travail par année calendrier mentionnées aux articles 64, 89, 111 et 176 du même arrêté ne s'appliquent pas aux services d'accueil d'enfants agréés.
Art. 5.5 - Pour l'application de l'article 71 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer les normes minimales relatives aux journées d'accueil pour les jeunes enfants ainsi que pour calculer l'occupation minimale.
Pour l'application des articles 72 à 74, 91 à 93 et 116.1 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer les journées d'accueil conformément au plan d'accueil prévu dans le contrat d'accueil.
Pour l'application des articles 114, § 1er, 2°, 155, alinéa 4, ainsi que 193 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer la présence minimale moyenne.
Art. 5.6 - Les centres d'accueil agréés obtiennent le forfait annuel fixé à l'article 76, § 2, du même arrêté et le paie aux accueillants d'enfants conventionnés, comme ce qui est prévu à l'article 137 du même arrêté, indépendamment de l'organisation et de la participation à des formations continues.
Art. 5.7 - Nonobstant les articles 81, § 1er, et 98 du même arrêté, le droit de réservation n'est pas retenu si, en raison des mesures " Corona ", les personnes chargées de l'éducation ne confient pas leur enfant à un service d'accueil conformément au contrat.
Art. 5.8- Nonobstant les articles 85 et 98 du même arrêté, les jours pendant lesquels les enfants n'ont pas été confiés à un service d'accueil sont considérés comme étant des présences conformément à l'horaire d'accueil prévu dans le contrat d'accueil.
Art. 5.9 - Nonobstant l'article 117 du même arrêté, la Communauté germanophone prend en charge la totalité de l'éventuel déficit subi par les lieux d'accueil extrascolaire en raison des mesures " Corona ".
Art. 5.10. - Pour l'application de l'article 123, § 1er, 3°, du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer l'occupation minimale des accueillants d'enfants conventionnés.
Art. 5.11 - En vue d'organiser l'accueil d'urgence mentionné à l'article 5.2 et d'engager les gardes d'enfants supplémentaires nécessaires, la Communauté germanophone subsidie la totalité des frais de personnel.
Le coût salarial engagé pour la rémunération des heures de travail que les gardes d'enfants prestent entre 6 h et 7 h et entre 18 h et 23 h conformément aux dispositions applicables en matière de droit du travail est également subsidié intégralement par la Communauté germanophone.
Art. 5.12 - Nonobstant l'article 159 du même arrêté, la Communauté germanophone octroie aux centres agréés une subvention :
1° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation dans les services d'accueillants d'enfants, les crèches ainsi que les lieux d'accueil extrascolaire, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable;
2° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les communes dans les services d'accueillants d'enfants et les crèches, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable.
Art. 5.13 Nonobstant l'article 160 du même arrêté, la Communauté germanophone subsidie les frais de personnel justifiables pour les fonctions du personnel d'entretien, de cuisinier, de garde d'enfants, de direction, de coordination et de gestion des centres d'accueil agréés, et ce, à concurrence d'un montant de 164 000 euros ainsi que les frais résiduels liés aux frais de fonctionnement et de personnel des crèches agréées.
Art. 5.14 - La Communauté germanophone octroie en outre le subventionnement du personnel prévu dans le même arrêté pour le personnel des crèches, des services d'accueillants d'enfants, des lieux d'accueil extrascolaire ainsi que pour le personnel administratif des centres d'accueil agréés, indépendamment de l'occupation du personnel. En est toutefois exclue la part des frais de personnel des personnes occupées qui sont absentes pour cause de maladie et qui sont indemnisées par la mutualité.
Art. 5.15. - La Communauté germanophone subsidie intégralement les centres d'accueil agréés pour les frais d'achat justifiables engagés pour la mise en oeuvre des mesures d'hygiène nécessaires à la lutte contre la crise sanitaire provoquée par le coronavirus (COVID 19).
Art. 5.16 - Les accueillants autonomes obtiennent l'indemnisation forfaitaire prévue à l'article 30 de l'arrêté du 22 mai 2014 relatif aux accueillants autonomes, indépendamment de leur participation à des formations continues.
Art. 5.17 - Sur demande, le Ministre octroie les subventions énumérées dans le présent chapitre après un examen préalable par le département. Les demandes de subventionnement sont introduites auprès du département, accompagnées - le cas échéant - des justificatifs nécessaires.
" Chapitre 3 - Mesures diverses
Art. 5.1 - Les dispositions du présent chapitre sont applicables exclusivement durant les mesures " Corona ".
Art. 5.2 - Les centres d'accueil agréés sont chargés de proposer un accueil d'urgence.
Nonobstant l'article 111 de l'arrêté du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les centres d'accueil agréés décident, selon les besoins en termes d'accueil des enfants et en concertation avec le Ministre, de l'ouverture ou de la fermeture des lieux d'accueil extrascolaire et fixent les modalités organisationnelles relatives à la mise en place de l'accueil d'urgence.
Nonobstant les articles 67 et 89 du même arrêté, les centres d'accueil agréés déterminent les modalités d'inscription pour cet accueil d'urgence.
Art. 5.3 Nonobstant les articles 62, 88, 110 et 115 du même arrêté, les services d'accueil d'enfants engagent des gardes d'enfants ainsi que du personnel socio-pédagogique spécialisé selon les besoins effectifs en termes d'accueil.
Afin d'appuyer le personnel d'accueil au sein des crèches, des lieux d'accueil extrascolaire ainsi que des lieux d'accueil pendant les vacances, les centres d'accueil agréés peuvent engager des étudiants dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiant; ces étudiants seront placés sous la surveillance dudit personnel d'accueil qualifié.
Art. 5.4 - Les normes minimales relatives aux heures d'ouverture et aux jours de travail par année calendrier mentionnées aux articles 64, 89, 111 et 176 du même arrêté ne s'appliquent pas aux services d'accueil d'enfants agréés.
Art. 5.5 - Pour l'application de l'article 71 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer les normes minimales relatives aux journées d'accueil pour les jeunes enfants ainsi que pour calculer l'occupation minimale.
Pour l'application des articles 72 à 74, 91 à 93 et 116.1 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer les journées d'accueil conformément au plan d'accueil prévu dans le contrat d'accueil.
Pour l'application des articles 114, § 1er, 2°, 155, alinéa 4, ainsi que 193 du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer la présence minimale moyenne.
Art. 5.6 - Les centres d'accueil agréés obtiennent le forfait annuel fixé à l'article 76, § 2, du même arrêté et le paie aux accueillants d'enfants conventionnés, comme ce qui est prévu à l'article 137 du même arrêté, indépendamment de l'organisation et de la participation à des formations continues.
Art. 5.7 - Nonobstant les articles 81, § 1er, et 98 du même arrêté, le droit de réservation n'est pas retenu si, en raison des mesures " Corona ", les personnes chargées de l'éducation ne confient pas leur enfant à un service d'accueil conformément au contrat.
Art. 5.8- Nonobstant les articles 85 et 98 du même arrêté, les jours pendant lesquels les enfants n'ont pas été confiés à un service d'accueil sont considérés comme étant des présences conformément à l'horaire d'accueil prévu dans le contrat d'accueil.
Art. 5.9 - Nonobstant l'article 117 du même arrêté, la Communauté germanophone prend en charge la totalité de l'éventuel déficit subi par les lieux d'accueil extrascolaire en raison des mesures " Corona ".
Art. 5.10. - Pour l'application de l'article 123, § 1er, 3°, du même arrêté, les enfants absents sont considérés comme étant présents pour calculer l'occupation minimale des accueillants d'enfants conventionnés.
Art. 5.11 - En vue d'organiser l'accueil d'urgence mentionné à l'article 5.2 et d'engager les gardes d'enfants supplémentaires nécessaires, la Communauté germanophone subsidie la totalité des frais de personnel.
Le coût salarial engagé pour la rémunération des heures de travail que les gardes d'enfants prestent entre 6 h et 7 h et entre 18 h et 23 h conformément aux dispositions applicables en matière de droit du travail est également subsidié intégralement par la Communauté germanophone.
Art. 5.12 - Nonobstant l'article 159 du même arrêté, la Communauté germanophone octroie aux centres agréés une subvention :
1° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation dans les services d'accueillants d'enfants, les crèches ainsi que les lieux d'accueil extrascolaire, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable;
2° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les communes dans les services d'accueillants d'enfants et les crèches, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable.
Art. 5.13 Nonobstant l'article 160 du même arrêté, la Communauté germanophone subsidie les frais de personnel justifiables pour les fonctions du personnel d'entretien, de cuisinier, de garde d'enfants, de direction, de coordination et de gestion des centres d'accueil agréés, et ce, à concurrence d'un montant de 164 000 euros ainsi que les frais résiduels liés aux frais de fonctionnement et de personnel des crèches agréées.
Art. 5.14 - La Communauté germanophone octroie en outre le subventionnement du personnel prévu dans le même arrêté pour le personnel des crèches, des services d'accueillants d'enfants, des lieux d'accueil extrascolaire ainsi que pour le personnel administratif des centres d'accueil agréés, indépendamment de l'occupation du personnel. En est toutefois exclue la part des frais de personnel des personnes occupées qui sont absentes pour cause de maladie et qui sont indemnisées par la mutualité.
Art. 5.15. - La Communauté germanophone subsidie intégralement les centres d'accueil agréés pour les frais d'achat justifiables engagés pour la mise en oeuvre des mesures d'hygiène nécessaires à la lutte contre la crise sanitaire provoquée par le coronavirus (COVID 19).
Art. 5.16 - Les accueillants autonomes obtiennent l'indemnisation forfaitaire prévue à l'article 30 de l'arrêté du 22 mai 2014 relatif aux accueillants autonomes, indépendamment de leur participation à des formations continues.
Art. 5.17 - Sur demande, le Ministre octroie les subventions énumérées dans le présent chapitre après un examen préalable par le département. Les demandes de subventionnement sont introduites auprès du département, accompagnées - le cas échéant - des justificatifs nécessaires.
Art. 6. - In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd, dat de artikelen 6 tot 7 bevat, luidende :
"Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen"
"Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen"
Art. 6. - Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 4, comportant les articles 6 à 7, intitulé comme suit :
" Chapitre 4 - Dispositions finales ".
" Chapitre 4 - Dispositions finales ".
Art. 7. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 16 maart 2020.
Art. 7. - Le présent arrêté produit ses effets le 16 mars 2020.
Art. 8. - De minister die bevoegd is voor de kinderopvang is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. - Le Ministre compétent en matière d'Accueil d'enfants est chargé de l'exécution du présent arrêté.