Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 MEI 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de werkgelegenheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-06-2020 en tekstbijwerking tot 25-09-2020)
Titre
14 MAI 2020. - Arrêté du Gouvernement visant à atténuer les répercussions de la crise provoquée par le coronavirus sur l'emploi(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-06-2020 et mise à jour au 25-09-2020)
Informations sur le document
Numac: 2020202393
Datum: 2020-05-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020202393
Date: 2020-05-14
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Maatregelen betreffende de verhoogde staatstoelage binnen de sociale economie voor terbeschikkingstellingen in het kader van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
CHAPITRE 1er. - Mesures concernant les subventions majorées de l'Etat dans le domaine de l'économie sociale pour les mises à disposition dans le cadre de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale
Artikel 1. In afwijking van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie en in afwijking van het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, voor rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp kent de Regering de verhoogde staatstoelage ook toe aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Duitse taalgebied voor de terbeschikkingstellingen in het kader van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° met het oog op de voortzetting van de sociale inschakeling in de vorm van een tewerkstelling van rechthebbenden op een leefloon of rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp geschiedt de tewerkstelling tijdens de periode tussen 1 maart 2020 en [1 21 juin]1 2020 bij een werkgever die niet erkend is als "specifiek sociale economie-initiatief" en;
  2° de terbeschikkingstelling aan het "specifiek sociale economie-initiatief" wordt vanaf [1 1 september]1 2020 hervat.
  De minister bevoegd voor Werkgelegenheid kan de periode vermeld in het eerste lid, 1°, twee keer met dezelfde duur verlengen. In dat geval wordt de datum vermeld in het eerste lid, 2°, dienovereenkomstig verschoven.
  
Article 1er. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 11 juillet 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'aide sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale et de l'arrêté royal du 14 novembre 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'aide sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale pour des ayants droit à une aide sociale financière, le Gouvernement octroie aussi aux centres publics d'action sociale situés en région de langue allemande une subvention majorée pour les mises à disposition dans le cadre de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, et ce, si les conditions suivantes sont remplies :
  1° au sens de la poursuite de l'intégration sociale sous la forme d'une mise à l'emploi d'un ayant droit au revenu d'intégration ou à l'aide sociale, la mise à l'emploi intervient pendant la période allant du 1er mars 2020 au [1 21 juin]1 2020 auprès d'un employeur qui n'est pas reconnu comme une initiative spécifique d'insertion sociale et;
  2° la mise à disposition de travailleurs pour une initiative spécifique d'insertion sociale reprendra le [1 1er septembre]1 2020.
  Le Ministre compétent en matière d'Emploi peut prolonger, pour la même durée, à deux reprises la période mentionnée à l'alinéa 1er, 1°. Dans ce cas, la date mentionnée à l'alinéa 1er, 2°, sera retardée en conséquence.
  
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 10 décembre 2009 portant exécution du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées
Art. 2. In het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 24 oktober 2013, wordt een artikel 20.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 20.1. In afwijking van artikel 9, § 1, tweede lid, wordt de daarin vermelde termijn van 30 juni voor het jaar 2020 met drie maanden verlengd tot 30 september.
  De Minister kan de termijn twee keer met dezelfde duur verlengen."
Art. 2. Dans l'arrêté du Gouvernement du 10 décembre 2009 portant exécution du décret du 11 mai 2009 relatif à l'agrément des agences de travail intérimaire et à la surveillance des agences de placement privées, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 24 octobre 2013, il est inséré un article 20.1 rédigé comme suit :
  " Art. 20.1 Par dérogation à l'article 9, § 1er, alinéa 2, le délai y mentionné est prolongé, pour l'année 2020, de trois mois et porte la date du 30 juin au 30 septembre.
  Le Ministre peut prolonger, pour la même durée, ce délai à deux reprises. "
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2018 portant exécution du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi
Art. 3. In het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid wordt een hoofdstuk 6.1 ingevoegd, dat de artikelen 54.1 tot 54.5 omvat, luidende:
  "Hoofdstuk 6.1. - Tijdelijke maatregelen om de negatieve gevolgen van de coronacrisis te beperken
  Art. 54.1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn bedoeld om de negatieve gevolgen van de epidemie of pandemie van het coronavirus (COVID-19) in de Duitstalige Gemeenschap te beperken.
  Art. 54.2. De subsidies vermeld in de artikelen 11 en 13 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % verhoogd.
  De verhoging vermeld in het eerste lid geldt zowel voor de subsidies voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die tijdens de periode vermeld in het eerste lid in dienst getreden zijn, als voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste lid in dienst getreden zijn.
  Art. 54.3. De subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % verhoogd.
  De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste lid in dienst getreden zijn.
  Art. 54.4. De subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % verhoogd.
  De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste lid in dienst getreden zijn.
  Art. 54.5. In afwijking van artikel 11, § 1, van het decreet wordt de AktiF-subsidie vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, van het decreet of de AktiF PLUS-subsidie vermeld in artikel 11, § 3, derde lid, van het decreet na het verstrijken van de in artikel 11, § 1, 1° en 2°, van het decreet vermelde periode, nog zes maanden toegekend aan alle in artikel 10 van het decreet vermelde werkgevers die tussen 13 maart 2020 en 30 september 2020 een AktiF-subsidie of een AktiF PLUS-subsidie ontvangen."
Art. 3. Dans l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2018 portant exécution du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, il est inséré un chapitre 6.1, comportant les articles 54.1 à 54.5, rédigé comme suit :
  " Chapitre 6.1 - Mesures temporaires visant à atténuer les répercussions de la crise provoquée par le coronavirus
  Art. 54.1. Les dispositions du présent chapitre visent à atténuer les répercussions de l'épidémie ou de la pandémie de coronavirus (COVID-19) en Communauté germanophone.
  Art. 54.2. Les subventions mentionnées aux articles 11 et 13 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au 31 décembre 2020.
  La majoration mentionnée à l'alinéa 1er s'applique aux subventions destinées aussi bien aux bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS entrés en service pendant la période mentionnée à l'alinéa 1er qu'à ceux entrés en service avant.
  Art. 54.3. Les subventions mentionnées à l'article 21 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au 31 décembre 2020.
  La majoration mentionnée à l'alinéa 1er s'applique uniquement aux subventions destinées aux bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS entrés en service pendant la période mentionnée à l'alinéa 1er. Elle ne s'applique pas aux bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS entrés en service avant la période mentionnée à l'alinéa 1er.
  Art. 54.4. Les subventions mentionnées à l'article 26 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au 31 décembre 2020.
  La majoration mentionnée à l'alinéa 1er s'applique uniquement aux subventions destinées aux bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS entrés en service pendant la période mentionnée à l'alinéa 1er. Elle ne s'applique pas aux bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS entrés en service avant la période mentionnée à l'alinéa 1er.
  Art. 54.5. Par dérogation à l'article 11, § 1er, du décret et à l'expiration de la durée mentionnée à l'article 11, § 1er, 1° et 2°, du décret, la subvention AktiF mentionnée à l'article 11, § 2, alinéa 2, ou, selon le cas, la subvention AktiF PLUS mentionnée à l'article 11, § 3, alinéa 3, du décret peuvent être octroyées pendant une période supplémentaire de six mois à tous les employeurs mentionnés à l'article 10 du décret qui bénéficient de l'une de ces subventions entre le 13 mars 2020 et le 30 septembre 2020. "
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 22 novembre 2018 fixant la dotation de base et les dotations supplémentaires dans le cadre des mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi
Art. 4. In het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd bij ministerieel besluit van 15 oktober 2019, wordt een artikel 2.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.1. Met behoud van de toepassing van de artikelen 1 en 2 kent de Regering voor de periode van 13 maart 2020 tot 31 december 2020 een bijzondere dotatie toe aan de werkgevers vermeld in artikel 24 van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid.
  De bijzondere dotatie vermeld in het eerste lid wordt van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020 toegekend in verhouding tot de uitbreiding van deeltijdse arbeidsovereenkomsten of nieuwe aanwervingen van AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die verband houden met initiatieven ter bestrijding van de epidemie of pandemie van het coronavirus (COVID-19).
  Vanaf 1 juli 2020 staat de bijzondere dotatie vermeld in het eerste lid in verhouding tot de AktiF- en AktiF PLUS-subsidies die vanaf die datum voor nieuwe aanwervingen worden toegekend.
  De Minister bepaalt de nadere regels voor de aanvraag en de uitbetaling."
Art. 4. Dans l'arrêté du Gouvernement du 22 novembre 2018 fixant la dotation de base et les dotations supplémentaires dans le cadre des mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, modifié par l'arrêté ministériel du 15 octobre 2019, il est inséré un article 2.1 rédigé comme suit :
  " Art. 2.1. Sans préjudice des articles 1er et 2 et pour la période allant du 13 mars 2020 au 31 décembre 2020, le Gouvernement accorde une allocation affectée spéciale aux employeurs mentionnés à l'article 24 du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi.
  L'allocation spéciale mentionnée à l'alinéa 1er est octroyée du 13 mars 2020 au 30 juin 2020 proportionnellement à l'extension des contrats de travail à temps partiel ou aux nouveaux engagements de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS dans le cadre d'initiatives de lutte contre l'épidémie ou la pandémie de coronavirus (COVID-19).
  A partir du 1er juillet 2020, l'allocation spéciale mentionnée à l'alinéa 1er sera proportionnelle aux subventions AktiF et AktiF PLUS octroyées pour les nouveaux engagements à partir de cette date.
  Le Ministre fixe les modalités de l'introduction de la demande et de liquidation. "
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 13 décembre 2018 relatif aux formations professionnelles destinées aux demandeurs d'emploi
Art. 5. In hoofdstuk 5, afdeling 1, van het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden wordt een artikel 38.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 38.1. Crisispremie bij onderbreking of stopzetting van de individuele beroepsopleiding in een onderneming op grond van de COVID-19-pandemie
  § 1. Dit artikel is van toepassing op:
  1° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen die, op grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, hun activiteit in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming tijdelijk niet kunnen uitoefenen;
  2° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen van wie de individuele beroepsopleiding in een onderneming, op grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, voortijdig werd stopgezet.
  § 2. De personen vermeld in § 1 openen het recht op een crisispremie, op voorwaarde dat:
  1° ze op 12 maart 2020 via de in artikel 37 vermelde overeenkomst tewerkgesteld waren of sinds die datum een dergelijke overeenkomst ondertekend hebben;
  2° de voorwaarde vermeld in § 5 vervuld is.
  § 3. De crisispremie vermeld in § 2 wordt maandelijks uitbetaald voor de volgende periodes:
  1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: voor de periode waarin ze hun activiteit niet kunnen uitoefenen en daardoor geen recht hebben op de productiviteitspremie vermeld in artikel 38, 1°. De in aanmerking te nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten laatste op 30 juni 2020;
  2° voor de personen vermeld in § 1, 2° : voor de duur van de overeenkomst die nog rest vanaf de dag van de stopzetting van de individuele beroepsopleiding in een onderneming. De in aanmerking te nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten laatste op 30 juni 2020.
  De Minister kan de einddatum vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, drie keer met één maand verschuiven.
  § 4. De maandelijkse crisispremie vermeld in de § § 2 tot 3 stemt overeen met het verschil tussen 70 procent van het belastbare loon vermeld in artikel 38, 1°, en het daar vermelde vervangingsinkomen. Als het verschil negatief is, wordt geen crisispremie betaald.
  In geval van deeltijdse tewerkstelling wordt de crisispremie berekend in verhouding tot de arbeidstijdregeling.
  Als betrokkene geen recht heeft op een volledige maandelijkse crisispremie stemt de maandelijkse crisispremie overeen met het resultaat dat bekomen wordt door de desbetreffende crisispremie te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan het aantal werkdagen van de maand en de teller gelijk is aan het aantal werkdagen waarop geen arbeidsprestaties verricht konden worden op grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die naar aanleiding daarvan door de Nationale Veiligheidsraad werden genomen.
  § 5. De crisispremie kan alleen uitbetaald worden, als de personen vermeld in § 2, voor de periodes vermeld in § 3, geen vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ontvangen waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog geen recht hadden.
  § 6. Om het recht op de crisispremie te openen, dienen de personen vermeld in § 2 een aanvraag in bij de dienst voor arbeidsbemiddeling. Die aanvraag bevat de volgende gegevens:
  1° de bevestiging van de werkgever dat de aanvraag wordt ingediend op grond van de situaties vermeld in § 1;
  2° een verklaring op erewoord van de persoon vermeld in § 2, waaruit blijkt dat hij geen vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ontvangt waarop hij vóór de situaties vermeld in § 1 nog geen recht had;
  3° het rekeningnummer van de persoon vermeld in § 2 waarop de crisispremie kan worden gestort.
  De aanvraag moet uiterlijk op 14 juli 2020 bij de dienst voor arbeidsbemiddeling binnenkomen. De datum van de poststempel geldt als indieningsdatum. Als de einddatum vermeld in § 3 wordt verschoven, wordt ook die termijn met dezelfde duur verlengd.
  De crisispremie kan pas uitbetaald worden als de aanvraag is binnengekomen. Als de aanvraag niet-ontvankelijk is, deelt de dienst dat schriftelijk mee aan de aanvrager.
  § 7. Met behoud van de toepassing van artikel 11 moeten de personen vermeld in § 2 elke wijziging van hun vervangingsinkomen tijdens de periode vermeld in § 3 meedelen aan de dienst voor arbeidsbemiddeling.
  Dat geldt ook voor vervangingsinkomens van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog geen recht hadden.
  Voor de personen vermeld in § 1, 1°, dient de werkgever binnen de eerste zeven werkdagen van de maand bij de dienst voor arbeidsbemiddeling een overzicht in van de arbeidsprestaties en afwezigheden van de vorige maand.
  § 8. De crisispremie wordt maandelijks uitbetaald door de dienst voor arbeidsbemiddeling. De uitbetaling geschiedt binnen de eerste vijftien werkdagen van de maand die volgt op de maand waarop de crisispremie betrekking heeft.
  In afwijking van het eerste lid heeft de crisispremie, die pas wordt betaald nadat de aanvraag vermeld in § 6 is binnengekomen, betrekking op de volgende periode:
  1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: de periode tussen 12 maart 2020 en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de crisispremie wordt uitbetaald;
  2° voor de personen vermeld in § 1, 2°: de periode tussen de dag waarop de individuele beroepsopleiding in een onderneming wordt stopgezet en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de crisispremie wordt uitbetaald.
  § 9. Als de persoon vermeld in § 2 ten onrechte een crisispremie heeft ontvangen of als de wijziging van zijn vervangingsinkomen pas aan de dienst voor arbeidsbemiddeling werd meegedeeld nadat de crisispremie werd uitbetaald, verrekent de dienst voor arbeidsbemiddeling die bedragen met de crisispremies van de volgende maanden. Als dat niet mogelijk is, vordert de dienst voor arbeidsbemiddeling de desbetreffende bedragen terug.
  De crisispremie wordt overeenkomstig het eerste lid als "ten onrechte uitbetaald" beschouwd, als:
  1° de inlichtingen die tot het ontvangen van de crisispremie geleid hebben, bedrieglijk of vals zijn;
  2° de persoon de crisispremie heeft ontvangen, hoewel hij niet of niet meer aan de toekenningsvoorwaarden voldoet."
Art. 5. Dans le chapitre 5 de l'arrêté du Gouvernement du 13 décembre 2018 relatif aux formations professionnelles destinées aux demandeurs d'emploi, la section 1re est complétée par un article 38.1 rédigé comme suit :
  " Art. 38.1. Prime de crise en cas de suspension ou d'interruption de la formation professionnelle individuelle en entreprise en raison de la pandémie COVID-19
  § 1er. Le présent article s'applique :
  1° aux demandeurs d'emploi inoccupés ou chômeurs complets indemnisés qui, en raison de la pandémie COVID-19 et des décisions prises dans ce contexte par le Conseil national de sécurité, ne peuvent temporairement poursuivre leur activité dans le cadre d'une formation professionnelle individuelle en entreprise;
  2° aux demandeurs d'emploi inoccupés ou chômeurs complets indemnisés dont la formation professionnelle individuelle en entreprise a été prématurément interrompue en raison de la pandémie COVID-19 et des décisions prises dans ce contexte par le Conseil national de sécurité.
  § 2. Toute personne mentionnée au § 1er ouvre le droit à une prime de crise si :
  1° elle était, à la date du 12 mars 2020, occupée dans le cadre d'un contrat mentionné à l'article 37 ou si elle a, depuis cette date, signé un tel contrat;
  2° la condition mentionnée au § 5 est remplie.
  § 3. La prime de crise mentionnée au § 2 est liquidée mensuellement pour les périodes suivantes :
  1° en ce qui concerne les personnes mentionnées au § 1er, 1°, pour la période pendant laquelle elles ne pouvaient pas poursuivre leur activité et, par conséquent, n'avaient pas droit à la prime de productivité mentionnée à l'article 38, 1°. La période à prendre en compte commence au plus tôt le 12 mars 2020 et se termine au plus tard le 30 juin 2020;
  2° en ce qui concerne les personnes mentionnées au § 1er, 2°, pour la période contractuelle restante calculée à partir du jour de l'interruption de la formation professionnelle individuelle en entreprise. La période à prendre en compte commence au plus tôt le 12 mars 2020 et se termine au plus tard le 30 juin 2020.
  Le Ministre peut, à trois reprises, reporter d'un mois la date de fin mentionnée à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
  § 4. La prime de crise mensuelle mentionnée aux § § 2 et 3 correspond à la différence entre 70 % du salaire imposable mentionné à l'article 38, 1°, et les revenus de remplacement y mentionnés. Si cette différence est négative, aucune prime de crise n'est liquidée.
  En cas d'occupation à temps partiel, la prime de crise est réduite proportionnellement à la durée des prestations.
  Si la personne n'a pas droit à une prime de crise mensuelle complète, celle-ci est égale au produit de la multiplication de la prime de crise correspondante par une fraction dont le dénominateur est le nombre de jours ouvrables du mois et le numérateur, le nombre de jours ouvrables pendant lesquels aucune prestation de travail n'a pu être effectuée en raison de la pandémie COVID 19 et des décisions prises à cet égard par le Conseil national de sécurité.
  § 5. La prime de crise ne peut être liquidée que si les personnes mentionnées au § 2 ne perçoivent, pendant les périodes mentionnées au § 3, aucun revenu de remplacement du centre public d'action sociale auquel elles n'avaient pas droit avant les situations mentionnées au § 1er.
  § 6. Afin d'ouvrir le droit à la prime de crise, les personnes mentionnées au § 2 introduisent une demande auprès de l'Office de l'Emploi. Cette demande reprend les informations suivantes :
  1° la confirmation de l'employeur que la demande est faite sur la base des situations mentionnées au § 1er;
  2° une déclaration sur l'honneur de la personne mentionnée au § 2 dont il ressort qu'elle ne perçoit aucun revenu de remplacement du centre public d'action sociale auquel elle n'avait pas droit avant les situations mentionnées au § 1er;
  3° le numéro de compte de la personne mentionnée au § 2 sur lequel la prime de crise peut être versée.
  La demande doit être introduite pour le 14 juillet 2020 au plus tard. La date du cachet de la poste fait foi. Si la date de fin mentionnée au § 3 est reportée, ce délai sera également prolongé en conséquence.
  La prime de crise ne peut être liquidée qu'après réception de la demande. Si la demande est irrecevable, l'Office de l'Emploi en informe par écrit le demandeur.
  § 7. Sans préjudice de l'article 11, les personnes mentionnées au § 2 sont tenues d'informer l'Office de l'emploi de tout changement au niveau de leurs revenus de remplacement pendant la période mentionnée au § 3.
  Ceci vaut également pour les revenus de remplacement du centre public d'action sociale auxquels elles n'avaient pas encore droit avant les situations mentionnées au § 1er.
  Dans les sept premiers jours ouvrables de chaque mois, l'employeur soumet à l'Office de l'emploi une liste des prestations effectuées et des absences au cours du mois précédent pour les personnes mentionnées au § 1er, 1°.
  § 8. La prime de crise est liquidée chaque mois par l'Office de l'Emploi. La liquidation intervient dans les quinze premiers jours du mois qui suit celui auquel la prime de crise se rapporte.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime de crise liquidée pour la première fois après l'introduction de la demande mentionnée au § 6 se rapporte aux périodes suivantes :
  1° en ce qui concerne les personnes mentionnées au § 1er, 1°, à la période entre le 12 mars 2020 et le dernier jour du mois qui précède celui au cours duquel la prime de crise sera liquidée;
  2° en ce qui concerne les personnes mentionnées au § 1er, 2°, pour la période entre le jour de l'interruption de la formation professionnelle individuelle en entreprise et le dernier jour du mois qui précède celui au cours duquel la prime de crise sera liquidée.
  § 9. Si la personne mentionnée au § 2 a perçu indûment une prime de crise ou si un changement au niveau de ses revenus de remplacement n'a été notifié à l'Office de l'Emploi qu'après la liquidation de la prime de crise, ledit Office déduit le montant correspondant des primes de crise suivantes. Si cette déduction n'est pas possible, l'Office de l'emploi réclame les montants indûment perçus.
  La prime de crise est réputée liquidée indûment conformément au § 1er si :
  1° les informations qui ont mené à son octroi sont frauduleuses ou incorrectes;
  2° la personne l'a perçue alors qu'elle ne remplissait pas ou plus les conditions d'octroi. "
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de son adoption.
Art. 7. De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.