Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 DECEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19-crisis vanaf 1 oktober 2020(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-01-2021 en tekstbijwerking tot 19-07-2021)
Titre
11 DECEMBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19 à partir du 1er octobre 2020(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-01-2021 et mise à jour au 19-07-2021)
Informations sur le document
Numac: 2020044553
Datum: 2020-12-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020044553
Date: 2020-12-11
Moniteur: Voir
Tekst (122)
Texte (122)
Titel 1. - Definities
TITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 30 september 2020: de verminderde bezetting, vermeld in artikel 1° /2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020 tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis;
  2° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));
  3° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));
  4° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));
  5° basistegemoetkoming voor zorg CDV: voor de berekening van de subsidie voor de maanden in het jaar 2020 de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. Voor de berekening van de subsidie voor de maanden in het jaar 2021 de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021;
  6° gelijkgestelde uren: de niet-gepresteerde uren die gelijkgesteld worden met arbeidsuren, op voorwaarde dat ze aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de voorziening (onder meer jaarlijkse vakantie, feestdagen, ziekteperiode gedekt door een gewaarborgd loon), met uitzondering van de dagen of uren disponibiliteit bij een openbaar bestuur;
  7° gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2019: het gemiddelde aantal gefactureerde uren per dag in een centrum voor dagopvang dat berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens 2019, die ingediend zijn met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra, waarbij het totale aantal gefactureerde uren per centrum voor dagopvang voor het jaar 2019 wordt gedeeld door 250. Als er geen bezettingsgegevens 2019 zijn, wordt het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag bepaald op 18 uren;
  8° gemiddelde dagbezetting 2019: de gemiddelde dagbezetting van het centrum voor dagverzorging die berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens 2019, die ingediend zijn met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging. Als er geen bezettingsgegevens 2019 zijn, wordt de gemiddelde dagbezetting op tien gebruikers bepaald;
  9° gepresteerde uren: de effectief gewerkte uren;
  10° gesloten dagen cohortzorg: de dagen tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 waarop het centrum voor dagverzorging dienst deed als cohortafdeling en bijgevolg genoodzaakt was te sluiten als centrum voor dagverzorging. Het centrum voor dagverzorging geeft die dagen door via het e-loket van het agentschap;
  11° gesloten dagen personeelsuitval: de dagen tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 waarop het centrum voor dagverzorging genoodzaakt is om volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt, in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, waardoor de continuïteit van het centrum voor dagverzorging niet gewaarborgd kan worden. Het centrum voor dagverzorging geeft die dagen door via het e-loket van het agentschap;
  12° individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning: de individuele bezettingsgraad van het centrum voor dagverzorging in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, waarbij het aantal, met toepassing van artikel 456 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, meegedeelde gefactureerde dagen wordt gedeeld door het maximale aantal openingsdagen tijdens die referentieperiode op basis van het aantal openingsdagen per week, meegedeeld in de bezettingsgegevens 2018 die uiterlijk op 1 april 2019 ingediend zijn, met toepassing van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging, vermenigvuldigd met het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden met bijkomende erkenning in de referentieperiode. Bij het ontbreken van bezettingsgegevens over de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 wordt de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning bepaald op 0,8281. De individuele bezettingsgraad bedraagt maximaal 1;
  13° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermenigvuldigd met 365;
  14° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermenigvuldigd met 365;
  15° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermenigvuldigd met 184;
  16° nieuw woonzorgcentrum: het woonzorgcentrum zoals vermeld in artikel 1, 38° van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg;
  17° ondersteuningspersoneel: het personeel van de schoonmaakdienst, de logistieke dienst en de keuken, het personeel voor de begeleiding van wonen en leven, het personeel van de technische dienst en het onthaal, de medewerker ter ondersteuning van de bezoekersregeling en de medewerker die instaat voor de COVID-19-coördinatie, met uitzondering van de crisismanager, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2020 tot subsidiëring voor tijdelijke managementondersteuning inzake crisisbeheer bij een COVID-19 uitbraak in residentiële voorzieningen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  18° tegemoetkoming in de reiskosten: het bedrag per verblijfsdag, per gebruiker per kilometer zoals bepaald in artikel 507, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
  19° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 57° van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf als vermeld in artikel 1, 10° van het hetzelfde besluit.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er août 2020 au 30 septembre 2020 : l'occupation réduite visée à l'article 1° /2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2020 instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19 ;
  2° nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021 : la somme du résultat de la formule pour chaque mois de la période en question : ((le nombre moyen de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question)) ;
  3° nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er octobre 2020 au 31 décembre 2020: la somme du résultat de la formule pour chaque mois de la période en question : ((le nombre moyen de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question)) ;
  4° nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021: la somme du résultat de la formule pour chaque mois de la période en question : ((le nombre moyen de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question)) ;
  5° intervention de base pour les soins CSJ : l'intervention de base pour les soins au 1er octobre 2020 aux fins du calcul de la subvention pour les mois de l'année 2020. Aux fins du calcul de la subvention pour les mois de l'année 2021 : l'intervention de base pour les soins au 1er janvier 2021 ;
  6° heures assimilées : les heures non prestées qui sont assimilées à des heures de travail pour autant qu'elles donnent lieu au paiement d'une rémunération par la structure (notamment les vacances annuelles, les jours fériés, les périodes de maladie couvertes par un salaire garanti), à l'exception des jours ou des heures de disponibilité auprès d'une administration publique ;
  7° nombre moyen d'heures facturées par jour en 2019 : le nombre moyen d'heures facturées par jour dans un centre d'accueil de jour, calculé sur la base des données d'occupation de 2019 transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour, le nombre total d'heures facturées par centre d'accueil de jour pour l'année 2019 étant divisé par 250. En l'absence de données d'occupation pour 2019, le nombre moyen d'heures facturées par jour est fixé à 18 heures ;
  8° occupation journalière moyenne en 2019 : l'occupation journalière moyenne du centre de soins de jour, calculée sur la base des données d'occupation de 2019 transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour. En l'absence de données d'occupation pour 2019, l'occupation journalière moyenne est fixée à dix usagers ;
  9° heures prestées : les heures effectivement travaillées ;
  10° jours fermés soins de cohorte : les jours, entre le 1er octobre 2020 et le 31 mars 2021, où le centre de soins de jour a servi d'unité de cohorte et a, par conséquent, été contraint de fermer en tant que centre de soins de jour. Le centre de soins de jour transmet ces jours via le guichet électronique de l'agence ;
  11° jours fermés défection de personnel : les jours, entre le 1er octobre 2020 et le 31 mars 2021, où le centre de soins de jour a été contraint de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, de sorte que la continuité du centre de soins de jour ne peut pas être garantie. Le centre de soins de jour transmet ces jours via le guichet électronique de l'agence ;
  12° taux d'occupation individuel agrément supplémentaire : le taux d'occupation individuel du centre de soins de jour au cours de la période de référence du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019, le nombre de jours facturés, communiqués en application de l'article 456 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, étant divisé par le nombre maximum de jours d'ouverture durant cette période de référence sur la base du nombre de jours d'ouverture par semaine, communiqué dans les données d'occupation pour 2018 qui ont été soumises le 1er avril 2019 au plus tard en application de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour, multiplié par le nombre individuel moyen d'unités de séjour agréées disposant d'un agrément supplémentaire au cours de la période de référence. En l'absence de données d'occupation sur la période de référence du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019, le taux d'occupation individuel agrément supplémentaire est fixé à 0,8281. Le taux d'occupation individuel s'élève à 1 maximum ;
  13° taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018 : le nombre de journées d'entretien facturées de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, divisé, pour le calcul de l'intervention de base pour les soins, par le nombre moyen de logements agréés durant la période du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018 multiplié par 365 ;
  14° taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019 : le nombre de journées d'entretien facturées de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, divisé, pour le calcul de l'intervention de base pour les soins, par le nombre moyen de logements agréés durant la période du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019 multiplié par 365 ;
  15° taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2019 au 31 décembre 2019 : le nombre de journées d'entretien facturées de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1er juillet 2019 au 31 décembre 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, divisé, pour le calcul de l'intervention de base pour les soins, par le nombre moyen de logements agréés durant la période du 1er juillet 2017 au 31 décembre 2019 multiplié par 184 ;
  16° nouveau centre de soins résidentiels : le centre de soins résidentiels, tel que visé à l'article 1er, 38°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, pour le calcul de l'intervention de base pour les soins ;
  17° personnel d'appui : le personnel du service de nettoyage, du service logistique et de la cuisine, le personnel préposé à l'accompagnement de vie, le personnel du service technique et de l'accueil, le collaborateur en appui du régime des visites et le collaborateur qui se charge de la coordination COVID-19, à l'exception du gestionnaire de crise visé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 avril 2020 visant à subventionner le soutien temporaire au management pour la gestion de crise en cas de flambée de COVID-19 dans les structures résidentielles du domaine politique " Bien-être, Santé publique et Famille " ;
  18° intervention dans les frais de déplacement : le montant par journée de séjour, par usager et par kilomètre, tel que fixé à l'article 507, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
  19° centre de soins résidentiels: un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 1er, 57°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, avec ou sans centre de court séjour associé tel que visé à l'article 1er, 10°, du même arrêté.
Titel 2. - Maatregelen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf
TITRE 2. - Mesures en faveur des centres de soins résidentiels et des centres de court séjour
HOOFDSTUK 1. - Financiële maatregelen
CHAPITRE 1er. - Mesures financières
Afdeling 1. - Continuïteitsborg
Section 1re. - Garantie de continuité
Art. 2. Een woonzorgcentrum dat op 1 oktober 2020 erkend is, kan in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 maandelijks in aanmerking komen voor een continuïteitsborg.
Art. 2. Un centre de soins résidentiels agréé au 1er octobre 2020 peut être éligible à une garantie de continuité chaque mois durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021.
Art. 3. Om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor een bepaalde maand, deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de continuïteitsborg voor de maand in kwestie.
  De gegevens die via het e-loket van het agentschap worden meegedeeld, vermeld in het eerste lid, zijn:
  1° het aantal effectief aanwezige bewoners: de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
  2° het aantal tijdelijk afwezige bewoners: de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie.
Art. 3. Pour être éligible à la garantie de continuité, visée à l'article 2, pour un mois donné, un centre de soins résidentiels communique les données nécessaires avant le quinze du mois suivant le mois en question. Les données sont communiquées via le guichet électronique de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à la garantie de continuité pour le mois en question.
  Les données communiquées via le guichet électronique de l'agence, visées à l'alinéa 1er, sont les suivantes :
  1° le nombre de résidents effectivement présents : la somme du nombre de résidents effectivement présents pour chaque jour du mois en question ;
  2° le nombre de résidents temporairement absents : la somme du nombre de résidents temporairement absents pour chaque jour du mois en question.
Art. 4. § 1. De continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, bestaat uit een component basistegemoetkoming voor zorg en een component dagprijs.
  § 2. De component basistegemoetkoming voor zorg wordt per maand als volgt berekend:
  1° component basistegemoetkoming voor zorg: ((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie) x basistegemoetkoming voor zorg);
  2° het bedrag wordt beperkt als volgt: (20% x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x basistegemoetkoming voor zorg).
  § 3. De component dagprijs wordt per maand als volgt berekend:
  1° component dagprijs: ((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie + aantal tijdelijk afwezige bewoners) x dagprijs x 80%);
  2° het bedrag wordt beperkt als volgt: ((20% x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie) x dagprijs x 80%).
  § 4. Als het resultaat van de component basistegemoetkoming voor zorg of de component dagprijs negatief is, wordt het bedrag voor de component in kwestie voor de maand in kwestie herleid tot 0 euro.
  § 5. Voor de berekening van de component basistegemoetkoming voor zorg of de component dagprijs worden de elementen van de formule gedefinieerd als volgt:
  1° basistegemoetkoming voor zorg: voor de maanden in het jaar 2020: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. Voor de maanden in het jaar 2021: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021;
  2° dagprijs: de gewogen gemiddelde dagprijs op 1 mei 2020 die doorgegeven is in het kader van de dagprijsmeting 2020. Als de gewogen gemiddelde dagprijs hoger ligt dan de sectorale gemiddelde dagprijs van 60,06 euro, wordt een bovengrens van 72,07 euro gehanteerd. Als de informatie ontbreekt, wordt de dagprijs bepaald op de sectorale gemiddelde dagprijs van 60,06;
  3° referentiebezetting:
  a) de gemiddelde waarde van de volgende waarden:
  1) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018;
  2) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019;
  3) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019.
  b) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van 3°, a), 2), en 3°, a), 3);
  c) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van 3°, a), 3), en de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;
  d) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend vanaf 1 juli 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;
  e) De referentiebezetting bedraagt maximum 1.
Art. 4. § 1er. La garantie de continuité visée à l'article 2 comporte une composante intervention de base pour les soins et une composante prix à la journée.
  § 2. La composante intervention de base pour les soins est calculée par mois comme suit :
  1° composante intervention de base pour les soins : ((le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question) x l'intervention de base pour les soins) ;
  2° le montant est limité comme suit : (20 % x le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'intervention de base pour les soins).
  § 3. La composante prix à la journée est calculée par mois comme suit :
  1° composante prix à la journée : ((le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question + le nombre de résidents temporairement absents) x le prix à la journée x 80 %) ;
  2° le montant est limité comme suit : ((20 % x le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question) x le prix à la journée x 80 %).
  § 4. Si le résultat de la composante intervention de base pour les soins ou de la composante prix à la journée est négatif, le montant pour la composante concernée est ramené à 0 zéro pour le mois en question.
  § 5. Aux fins du calcul de la composante intervention de base pour les soins ou de la composante prix à la journée, les éléments de la formule sont définis comme suit :
  1° intervention de base pour les soins : pour les mois de l'année 2020 : l'intervention de base pour les soins au 1er octobre 2020. Pour les mois de l'année 2021 : l'intervention de base pour les soins au 1er janvier 2021 ;
  2° prix à la journée : le prix à la journée moyen pondéré au 1er mai 2020 qui est communiqué dans le cadre de l'évaluation des prix à la journée pour 2020. Si le prix à la journée moyen pondéré est supérieur au prix à la journée moyen sectoriel de 60,06 euros, un plafond de 72,07 euros est appliqué. En l'absence d'information, le prix à la journée est fixé au prix à la journée moyen sectoriel de 60,06 euros ;
  3° occupation de référence :
  a) la moyenne des valeurs suivantes :
  1) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018 ;
  2) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019 ;
  3) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1er juillet 2019 au 31 décembre 2019.
  b) Si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018, l'occupation de référence est égale à la valeur moyenne de 3°, a), 2), et 3°, a), 3) ;
  c) Si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019, l'occupation de référence est égale à la valeur moyenne de 3°, a), 3), et au taux moyen d'occupation sectoriel de 0,9419 ;
  d) Si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois à partir du 1er juillet 2019, l'occupation de référence est égale au taux moyen d'occupation sectoriel de 0,9419 ;
  e) L'occupation de référence s'élève à 1 maximum.
Art. 5. § 1. De continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, bestaat uit 80% recht en 20% voorschot.
  § 2. Het agentschap betaalt de continuïteitsborg, namelijk het 80% recht en het 20% voorschot, voor de maanden oktober tot en met december 2020 in één schijf uit vóór 15 februari 2021.
  § 3. Het agentschap betaalt de continuïteitsborg voor de maanden in het jaar 2021, vóór de vijftiende van de tweede maand van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de maand in kwestie. Het past daarbij de volgende modaliteiten toe:
  1° het agentschap betaalt het 80% recht en het 20% voorschot in één schijf uit op voorwaarde dat in de maand in kwestie aan de medewerkers van het woonzorgcentrum geen tijdelijke werkloosheid is toegestaan, met uitzondering van:
  a) tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest;
  b) tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
  c) als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan de voorziening aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren.
  Als de voorziening aan die voorwaarde voldoet, verklaart de voorziening elke maand, als ze de gegevens meedeelt, vermeld in artikel 3, op erewoord dat er geen tijdelijke werkloosheid is in de maand in kwestie, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid om de redenen, vermeld in 1°, a), b) en c);
  2° het agentschap betaalt 80% recht uit als niet voldaan is aan de voorwaarde vermeld in paragraaf 3, 1°. De voorziening verliest definitief het recht op het 20% voorschot.
Art. 5. § 1er. La garantie de continuité visée à l'article 2 se compose à 80 % de droit et à 20% d'avance.
  § 2. L'agence paie la garantie de continuité, à savoir les 80 % de droit et les 20 % d'avance, pour les mois d'octobre à décembre 2020 en une seule tranche avant le 15 février 2021.
  § 3. L'agence paie la garantie de continuité pour les mois de l'année 2021 avant le quinze du deuxième mois du trimestre qui suit le trimestre du mois en question. A cet égard, elle applique les modalités suivantes :
  1° l'agence paie les 80 % de droit et les 20 % d'avance en une seule tranche à condition qu'aucun chômage temporaire n'ait été accordé aux collaborateurs du centre de soins résidentiels durant le mois en question, à l'exception des cas suivants :
  a) chômage temporaire dans le cas d'un certificat de quarantaine ;
  b) chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
  c) si la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté, elle peut demander une exception à l'agence avant le quinze du mois suivant le mois en question. L'agence peut accorder l'exception ou la refuser de façon motivée.
  Si la structure remplit cette condition, elle déclare sur l'honneur chaque mois, lorsqu'elle communique les données visées à l'article 3, qu'il n'y a pas eu de chômage temporaire durant le mois en question, à l'exception du chômage temporaire pour les raisons énoncées au point 1°, a), b) et c) ;
  2° l'agence paie les 80 % de droit si la condition visée au paragraphe 3, 1°, n'est pas remplie. La structure perd définitivement le droit aux 20 % d'avance.
Art. 6. § 1.[1 Het agentschap kan het voorschot, vermeld in artikel 5, § 1, voor een bepaald kwartaal terugvorderen als de personeelsinzet tussen het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 en het tweede, derde en vierde kwartaal van 2020 is afgenomen]1.
  § 2. Het agentschap kan het volledige of een gedeelte van het voorschot, vermeld in paragraaf 2, voor een bepaald kwartaal terugvorderen als de personeelsinzet in het kwartaal in kwestie is afgenomen.
  Het agentschap past daarbij de volgende regels toe:
  1° in juli 2021 vraagt het agentschap aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het aantal vte op per vestigingseenheid (lokale eenheid) van de werknemers die aangegeven zijn met de sectorcode 604 in de multifunctionele aangifte sociale zekerheid van het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019. De jobstudenten worden hierbij niet meegeteld in het aantal vte;
  2° het aantal vte werknemers per vestigingseenheid, vermeld in 1°, koppelt het agentschap aan elk woonzorgcentrum;
  3° het agentschap bepaalt het aantal vte werknemers, vermeld in 2°, per [1 woongelegenheid]1 door het aantal vte werknemers, vermeld in 2°, te delen door het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal 2019;
  4° in juli 2021 vraagt het agentschap aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het aantal vte op per vestigingseenheid (lokale eenheid) van de werknemers die aangegeven zijn met de sectorcode 604 in de multifunctionele aangifte sociale zekerheid van het tweede, derde en vierde kwartaal 2020. De jobstudenten worden niet meegeteld in het aantal vte;
  5° het agentschap koppelt het aantal vte werknemers per vestigingseenheid, vermeld in 4°, aan elk woonzorgcentrum;
  6° per woonzorgcentrum wordt het aantal vte werknemers, verkregen met toepassing van 5°, verminderd met:
  a. het aantal vte werknemers door het woonzorgcentrum meegedeeld via het e-loket voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met [1 31 december 2020]1, met toepassing van artikel 13, als extra inzet van werknemers om het hoofd te bieden aan de COVID-19 crisis. [1 Om het aantal vte van werknemers te bepalen, wordt het aantal meegedeelde uren via het e-loket gedeeld door 1094,40 uren;]1
  b. het aantal vte werknemers door het woonzorgcentrum meegedeeld via het e-loket voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2020, met toepassing van artikel 14/1, zesde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020 tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis [1 Om het aantal vte werknemers te bepalen, wordt het aantal meegedeelde uren via het e-loket gedeeld door 501,60 uren;]1
  7° het agentschap bepaalt het aantal vte werknemers, vermeld in 6°, per [1 woongelegenheid]1 door het aantal vte werknemers, vermeld in 6°, te delen door het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal 2020;
  8° als voldaan is aan de voorwaarde vermeld in artikel 5, paragraaf 3, 1°, behoudt het woonzorgcentrum het volledige voorschot, als het aantal vte werknemers per [1 woongelegenheid]1, vermeld in 7°, ten minste 90% van het aantal werknemers per bewoner, vermeld in 3°, bedraagt;
  9° als het resultaat onder 8° minder dan 90% bedraagt en als voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 5, § 3, 1°, verliest het woonzorgcentra het voorschot, vermeld in artikel 5, § 1;
  10° het agentschap bezorgt de berekening en het resultaat in 8° en 9° aan het woonzorgcentrum;
  11° het agentschap vordert in voorkomend geval het voorschot, vermeld in artikel 5, § 1, terug.
  Als een woonzorgcentrum bewijst dat het zijn activiteit voortzet ondanks een fusie of een splitsing met een eventuele wijziging van het erkenningsnummer tot gevolg, worden het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden en de vte, vermeld in het tweede lid, op de volgende wijze bepaald:
  1° bij een fusie: het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden [1 ...]1 en het laatst vastgestelde aantal vte vóór de datum van de fusie van de voorzieningen die samengaan, wordt samengeteld [1 voor de periode voor de fusie]1;
  2° bij een splitsing: het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden [1 ...]1 en het laatst vastgestelde aantal vte vóór de datum van de splitsing van de voorziening die splitst, wordt in verhouding tot het aantal erkende woongelegenheden van elk van de gesplitste voorzieningen omgeslagen.
  § 3. Als het woonzorgcentrum, met toepassing van paragraaf 2, het voorschot verliest, omdat het resultaat, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 8°, lager is dan 90% maar hoger dan 85%, kan de voorziening aan het agentschap een uitzondering vragen binnen dertig dagen nadat de berekening, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 10°, gecommuniceerd is. Het agentschap kan alsnog het volledige voorschot, vermeld in artikel 5, § 1, toestaan als het woonzorgcentrum in een omvattend dossier kan aantonen dat er loonkosten zijn gemaakt die de volledige compensatie dekken en waarvoor het geen andere financiering heeft verkregen.
  § 4. Op het voldoende gemotiveerde verzoek van het woonzorgcentrum, kan de minister een afwijking toestaan op artikel 6, § 2, 9°.
  
Art. 6. § 1er. [1 L'agence peut récupérer l'avance visée à l'article 5, § 1er, pour un trimestre donné en cas de réduction du personnel entre les deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2019 et les deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2020 ]1.
  § 2. L'agence peut récupérer la totalité ou une partie de l'avance visée au paragraphe 2 pour un trimestre donné en cas de réduction du personnel au cours du trimestre en question.
  A cet égard, l'agence applique les règles suivantes :
  1° en juillet 2021, l'agence demande à l'Office national de sécurité sociale le nombre d'ETP par unité d'établissement (unité locale) des travailleurs déclarés sous le code sectoriel 604 dans la déclaration multifonctionnelle à la sécurité sociale des deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2019. Les étudiants jobistes ne sont pas pris en compte dans le nombre d'ETP ;
  2° l'agence associe le nombre de travailleurs ETP par unité d'établissement, visé au point 1°, à chaque centre de soins résidentiels ;
  3° l'agence détermine le nombre de travailleurs ETP visé au point 2° par [1 logement]1 en divisant le nombre de travailleurs ETP visé au point 2° par le nombre moyen pondéré de logements agréés aux deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2019 ;
  4° en juillet 2021, l'agence demande à l'Office national de sécurité sociale le nombre d'ETP par unité d'établissement (unité locale) des travailleurs déclarés sous le code sectoriel 604 dans la déclaration multifonctionnelle à la sécurité sociale des deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2020. Les étudiants jobistes ne sont pas pris en compte dans le nombre d'ETP ;
  5° l'agence associe le nombre de travailleurs ETP par unité d'établissement, visé au point 4°, à chaque centre de soins résidentiels ;
  6° par centre de soins résidentiels, le nombre de travailleurs ETP obtenu par application du point 5° est diminué :
  a. du nombre de travailleurs ETP communiqué par le centre de soins résidentiels via le guichet électronique pour la période du 1er octobre 2020 au [1 31 décembre 2020 ]1, en application de l'article 13, comme déploiement supplémentaire de travailleurs pour faire face à la crise du COVID-19. [1 Pour déterminer le nombre de travailleurs ETP, le nombre d'heures communiquées via le guichet électronique est divisé par 1094,40 heures;]1
  b. du nombre de travailleurs ETP communiqué par le centre de soins résidentiels via le guichet électronique pour la période du 1er avril 2020 au 30 septembre 2020, en application de l'article 14/1, alinéa 6, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2020 instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19. [1 Pour déterminer le nombre de travailleurs ETP, le nombre d'heures communiquées via le guichet électronique est divisé par 501,60 heures ;]1
  7° l'agence détermine le nombre de travailleurs ETP visé au point 6° par [1 logement]1 en divisant le nombre de travailleurs ETP visé au point 6° par le nombre moyen pondéré de logements agréés aux deuxième, troisième et quatrième trimestres de 2020 ;
  8° si la condition visée à l'article 5, paragraphe 3, 1°, [1 est remplie,]1 le centre de soins résidentiels conserve l'intégralité de l'avance si le nombre de travailleurs ETP par [1 logement]1, visé au point 7°, atteint au moins 90 % du nombre de travailleurs par [1 logement]1 visé au point 3° ;
  9° si le résultat visé au point 8° est inférieur à 90 % et si condition visée à l'article 5, § 3, 1°, est remplie, le centre de soins résidentiels perd l'avance visée à l'article 5, § 1er ;
  10° l'agence transmet le calcul et le résultat visés aux points 8° et 9° au centre de soins résidentiels ;
  11° le cas échéant, l'agence récupère l'avance visée à l'article 5, § 1er.
  Si un centre de soins résidentiels prouve qu'il poursuit son activité en dépit d'une fusion ou d'une scission entraînant une modification éventuelle du numéro d'agrément, le nombre moyen pondéré de logements agréés et les ETP visés à l'alinéa 2 sont déterminés de la façon suivante :
  1° dans le cas d'une fusion : le nombre moyen pondéré de logements agréés [1 ...]1et le nombre d'ETP constaté en dernier lieu avant la date de la fusion des structures qui se rattachent sont cumulés [1 pour la période précédant la fusion]1;
  2° dans le cas d'une scission : le nombre moyen pondéré de logements agréés [1 ...]1 et le nombre d'ETP constaté en dernier lieu avant la date de la scission de la structure qui se scinde sont répartis proportionnellement au nombre de logements agréés de chacune des structures scindées.
  § 3. Si le centre de soins résidentiels perd l'avance en application du paragraphe 2 parce que le résultat visé au paragraphe 2, alinéa 2, 8°, est inférieur à 90 % mais supérieur à 85 %, la structure peut demander une exception à l'agence dans les trente jours de la communication du calcul visé au paragraphe 2, alinéa 2, 10°. L'agence peut encore accorder l'intégralité de l'avance visée à l'article 5, § 1er, si le centre de soins résidentiels peut démontrer, dans un dossier exhaustif, que des coûts salariaux ont été exposés, qui couvrent l'intégralité de la compensation et pour lesquels il n'a pas reçu d'autre financement.
  § 4. A la demande suffisamment motivée du centre de soins résidentiels, le ministre peut accorder une dérogation à l'article 6, § 2, 9°.
  
Afdeling 2. - Dagprijs bewoner
Section 2. - Prix à la journée résident
Art. 7. In afwijking van artikel 4 van bijlage 8 en artikel 16 en 19 van bijlage 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, in afwijking van artikel 4 van bijlage XI en artikel 14 en 15 van bijlage XII van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers kan er, bij een overlijden of een einde van de opnameovereenkomst, in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geen dagprijs aan de bewoner of de vertegenwoordiger van de bewoner worden aangerekend voor de dagen waarop de woongelegenheid niet is bewoond tijdens de opzegtermijn doordat de opnameovereenkomst is beëindigd of tijdens de termijn waarover de nabestaanden beschikken om de kamer te ontruimen na het overlijden. Onterecht aangerekende bedragen worden aan de bewoner of de vertegenwoordiger van de bewoner terugbetaald.
Art. 7. Par dérogation à l'article 4 de l'annexe 8 et aux articles 16 et 19 de l'annexe 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, par dérogation à l'article 4 de l'annexe XI et aux articles 14 et 15 de l'annexe XII de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, en cas de décès ou de fin de la convention d'admission durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, le prix à la journée ne peut pas être facturé au résident ou au représentant du résident pour les jours où le logement n'a pas été occupé durant le délai de préavis du fait que la convention d'admission a été résiliée ou pendant le délai dont disposent les proches pour libérer la chambre après le décès. Les montants facturés indûment sont remboursés au résident ou au représentant du résident.
Art. 8. In de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 zijn tijdelijke kortingen alleen toegestaan op de voorwaarde dat ze aan alle bewoners worden toegekend voor dezelfde duur. Dat is niet van toepassing voor de volgende tijdelijke kortingen:
  - tijdelijke kortingen wegens infrastructuurwerken voor bewoners die rechtstreeks geconfronteerd worden met de verbouwingswerken of lawaaihinder;
  - tijdelijke kortingen wegens afwezigheid van de bewoners;
  - tijdelijke korting omdat bewoners wegens COVID-19 samen op dezelfde kamer verblijven;
  - tijdelijke korting voor de overblijvende partner in een tweepersoonskamer als de partner overleden is.
  Onder tijdelijke kortingen worden alle kortingen begrepen die niet voor de volledige duur van het verblijf worden toegekend.
  Als het agentschap vaststelt dat er niet aan wordt voldaan, verliest het woonzorgcentrum de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor de hele periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021.
Art. 8. Durant la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021, des remises temporaires ne sont accordées qu'à condition d'être octroyées à l'ensemble des résidents pour la même durée. Cette règle ne s'applique pas aux remises temporaires suivantes :
  - remises temporaires en raison de travaux d'infrastructure pour les résidents directement confrontés aux travaux de transformation ou aux nuisances sonores ;
  - remises temporaires en raison de l'absence des résidents ;
  - remise temporaire liée au fait que des résidents séjournent dans la même chambre pour cause de COVID-19 ;
  - remise temporaire pour le conjoint survivant dans une chambre à deux lits lorsque le conjoint est décédé.
  Les remises temporaires s'entendent de toutes les remises qui ne sont pas octroyées pour la durée complète du séjour.
  Si l'agence constate que la condition n'est pas remplie, le centre de soins résidentiels perd la garantie de continuité visée à l'article 2 pour toute la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021.
Afdeling 3. - Opname van zelfredzame mantelzorgers
Section 3. - Admission d'intervenants de proximité autonomes
Art. 9. Tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 kunnen zelfredzame mantelzorgers worden opgenomen binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum.
  Boek 3. van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming is niet van toepassing voor de opname van zelfredzame mantelzorgers.
   Aan de zelfredzame mantelzorger kunnen per dag, de dag van aanvang en vertrek inclusief, een hotelkost worden aangerekend die overeenstemt met maximaal 20% van de dagprijs van het kamertype waarin de zelfredzame mantelzorger verblijft.
  De zelfredzame mantelzorger wordt niet meegeteld in het aantal effectief aanwezige bewoners of het aantal tijdelijk afwezige bewoners dat, met toepassing van artikel 3, § 2 moet worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Art. 9. Entre le 1er octobre 2020 et le 31 mars 2021, des intervenants de proximité autonomes peuvent être admis dans la capacité agréée du centre de soins résidentiels.
  Le livre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande n'est pas applicable à l'admission d'intervenants de proximité autonomes.
  Des frais d'hôtellerie peuvent être facturés à l'intervenant de proximité autonome par jour, y compris le jour de l'admission et du départ, à concurrence de 20 % maximum du prix à la journée du type de chambre que l'intervenant de proximité autonome occupe.
  L'intervenant de proximité autonome n'est pas pris en compte dans le nombre de résidents effectivement présents ou le nombre de résidents temporairement absents qui doit être communiqué via le guichet électronique de l'agence en application de l'article 3, § 2.
Afdeling 4. - Overschrijden van de capaciteit per kwartaal
Section 4. - Dépassement de la capacité par trimestre
Art. 10. § 1. In afwijking van artikel 529, § 1, eerste en tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming gelden de volgende bepalingen:
  1° woonzorgcentra mogen in 2020 per kwartaal meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, zolang dat aantal dagen het maximale aantal dagen voor het volledige jaar 2020 niet overschrijdt;
  2° woonzorgcentra en centra voor kortverblijf mogen voor 2020 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het totale aantal leegstandsdagen tijdens de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 30 september 2020 en het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020;
  3° woonzorgcentra, met uitzondering van de centra voor kortverblijf, mogen voor het eerste kwartaal van 2021 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;
  4° [1 ...]1
  
Art. 10. § 1er. Par dérogation à l'article 529, alinéas 1er et 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, les dispositions suivantes s'appliquent :
  1° les centres de soins résidentiels peuvent facturer, en 2020, plus de jours par trimestre que le nombre maximum de jours compte tenu de leur capacité agréée pour autant que ce nombre de jours ne dépasse pas le nombre maximum de jours pour l'ensemble de l'année 2020 ;
  2° les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour ne peuvent pas facturer, pour 2020, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre total de jours d'inoccupation durant la période du 13 mars 2020 au 31 juillet 2020, du nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er août 2020 au 30 septembre 2020 et du nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er octobre 2020 au 31 décembre 2020 ;
  3° les centres de soins résidentiels, à l'exception des centres de court séjour, ne peuvent pas facturer, pour le premier trimestre de 2021, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours d'occupation réduite durant la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021 ;
  4° [1 ...]1
  
HOOFDSTUK 2. - Inzetten van extra medewerkers
CHAPITRE 2. - Mobilisation de collaborateurs supplémentaires
Afdeling 1. - Contractuitbreidingen of nieuwe aanwervingen van bepaalde en onbepaalde duur
Section 1re. - Extensions de contrat ou nouveaux recrutements à durée déterminée ou indéterminée
Art. 11. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 die het gevolg zijn van contractuitbreidingen of van nieuwe aanwervingen van loontrekkend of statutair personeel die sinds 13 maart 2020 hebben plaatsgevonden.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren van de medewerkers vermeld in het eerste lid op voorwaarde dat er voor die gepresteerde uren geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via de bestaande reguliere financiering.
Art. 11. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées et assimilées durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021 qui résultent d'extensions de contrat ou de nouveaux recrutements de personnel salarié ou statutaire intervenus depuis le 13 mars 2020.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées des collaborateurs visés à l'alinéa 1er à condition qu'il n'y ait, pour ces heures prestées, aucune intervention dans les coûts salariaux des collaborateurs par le biais du financement régulier existant.
Art. 12. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van de verpleegkundigen.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van de zorgkundigen.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van het reactiveringspersoneel.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van het ondersteuningspersoneel.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 45,90 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11 van een master in de psychologie die tewerkgesteld wordt in het kader van de impact van de pandemie op het welzijn van de bewoners en het personeel.
Art. 12. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 47,25 euros par heure pour les heures prestées et assimilées, visées à l'article 11, des infirmiers.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 32,56 euros par heure pour les heures prestées et assimilées, visées à l'article 11, des aides-soignants.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 37,85 euros par heure pour les heures prestées et assimilées, visées à l'article 11, du personnel de réactivation.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 26,84 euros par heure pour les heures prestées et assimilées, visées à l'article 11, du personnel d'appui.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 45,90 euros par heure pour les heures prestées et assimilées, visées à l'article 11, d'un titulaire d'un master en psychologie qui est occupé dans le cadre de l'impact de la pandémie sur le bien-être des résidents et du personnel.
Art. 13. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 12 deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn:
  1° de naam van het personeelslid;
  2° het rijksregisternummer van het personeelslid;
  3° de functie van het personeelslid;
  4° de begindatum van de contractuitbreiding of van de nieuwe aanwerving;
  5° de gepresteerde en gelijkgestelde uren van het personeelslid tijdens de maand in kwestie.
  Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of de statutaire tewerkstelling opvragen, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen.
Art. 13. Pour être éligible à l'indemnité visée à l'article 12, un centre de soins résidentiels communique les données nécessaires avant le quinze du mois suivant le mois en question. Les données sont communiquées via le guichet électronique de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'indemnité pour le mois en question.
  Les données visées à l'alinéa 1er sont :
  1° le nom du membre du personnel ;
  2° le numéro de registre national du membre du personnel ;
  3° la fonction du membre du personnel ;
  4° la date de début de l'extension de contrat ou du nouveau recrutement ;
  5° les heures prestées et assimilées du membre du personnel durant le mois en question.
  L'agence peut demander une copie du contrat de travail ou de l'occupation statutaire et les pièces justificatives du nombre d'heures prestées et assimilées visées à l'alinéa 3, 5°. L'agence peut aussi demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié disposant de l'agrément/enregistrement nécessaire ou du visa pour pouvoir exercer la profession.
Afdeling 2. - Interimpersoneel en projectsourcing verpleegkundigen
Section 2. - Personnel intérimaire et project sourcing infirmiers
Art. 14. § 1. In afwijking van artikel 429 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming kunnen woonzorgcentra die te kampen hebben met een tekort aan zorgkundigen of reactiveringspersoneel, tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 beroep doen op de diensten van een interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft.
  Het agentschap kan een kopie van het contract dat werd gesloten met de interimonderneming opvragen, en een kopie van de facturen met het aantal uren vermeld dat de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, in de zorgvoorziening gepresteerd hebben. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat.
  § 2. Een zorgkundige of lid van het reactiveringspersoneel als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan voor een gemiddelde van maximaal 38 uur per week in aanmerking worden genomen voor een financiering van de basistegemoetkoming voor zorg, vermeld in boek 3, deel 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.
Art. 14. § 1er. Par dérogation à l'article 429 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, les centres de soins résidentiels confrontés à une pénurie d'aides-soignants ou de personnel de réactivation durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021 peuvent faire appel aux services d'une entreprise de travail intérimaire agréée par l'autorité compétente.
  L'agence peut demander une copie du contrat conclu avec l'entreprise de travail intérimaire ainsi qu'une copie des factures indiquant le nombre d'heures prestées au sein de la structure de soins par les membres du personnel visés à l'alinéa 1er. L'agence peut aussi demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié.
  § 2. Un aide-soignant ou un membre du personnel de réactivation tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut être pris en considération, pour une moyenne de 38 heures maximum par semaine, pour un financement de l'intervention de base pour les soins au sens du livre 3, partie 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande.
Art. 15. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van medewerkers die via de interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, in het woonzorgcentrum worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van verpleegkundig personeel dat via projectsourcing vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19, wordt tewerkgesteld. Projectsourcing is het ter beschikking stellen van personeel met een specifieke specialisatie of expertise door een externe dienstverlener.
Art. 15. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, par des collaborateurs occupés au sein du centre de soins résidentiels par le biais de l'entreprise de travail intérimaire agréée par l'autorité compétente en raison d'une défection de personnel consécutive au COVID-19 ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, par du personnel infirmier occupé par le biais du project sourcing en raison d'une défection de personnel consécutive au COVID-19 ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19. Le project sourcing est la mise à disposition, par un prestataire de services externe, de personnel doté d'une spécialisation ou expertise spécifique.
Art. 16. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van verpleegkundigen als vermeld in artikel 15.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van zorgkundigen als vermeld in artikel 15.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van reactiveringspersoneel als vermeld in artikel 15.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van ondersteuningspersoneel als vermeld in artikel 15.
Art. 16. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 47,25 euros pour les heures prestées par des infirmiers au sens de l'article 15.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 32,56 euros par heure pour les heures prestées par des aides-soignants au sens de l'article 15.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 37,85 euros par heure pour les heures prestées par le personnel de réactivation au sens de l'article 15.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 26,84 euros pour les heures prestées par le personnel d'appui au sens de l'article 15.
Art. 17. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 16, deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn:
  1° de naam van de verpleegkundige, de zorgkundige, het reactiveringspersoneel, of het ondersteuningspersoneel;
  2° het rijksregisternummer van de persoon, vermeld in punt 1° ;
  3° de functie van de persoon, vermeld in punt 1° ;
  4° de interimonderneming of het projectsourcingbureau;
  5° de gepresteerde uren van de personen, vermeld in punt 1°, tijdens de maand in kwestie.
  Het agentschap kan een kopie van het contract dat werd gesloten met de interimonderneming of het projectsourcingbureau opvragen alsook een kopie van de facturen met het aantal gepresteerde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen.
Art. 17. Pour être éligible à l'indemnité visée à l'article 16, un centre de soins résidentiels communique les données nécessaires avant le quinze du mois suivant le mois en question. Les données sont communiquées via le guichet électronique de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'indemnité pour le mois en question.
  Les données visées à l'alinéa 1er sont :
  1° le nom de l'infirmier, de l'aide-soignant, du membre du personnel de réactivation ou du personnel d'appui ;
  2° le numéro de registre national de la personne visée au point 1° ;
  3° la fonction de la personne visée au point 1° ;
  4° l'entreprise de travail intérimaire ou l'agence de project sourcing ;
  5° les heures prestées par les personnes visées au point 1° durant le mois en question.
  L'agence peut demander une copie du contrat conclu avec l'entreprise de travail intérimaire ou l'agence de project sourcing ainsi qu'une copie des factures indiquant le nombre d'heures prestées visées à l'alinéa 3, 5°. L'agence peut aussi demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié disposant de l'agrément/enregistrement nécessaire ou du visa pour pouvoir exercer la profession.
Afdeling 3. - Prestaties van jobstudenten
Section 3. - Prestations d'étudiants jobistes
Art. 18. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van jobstudenten die met een arbeidsovereenkomst worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van jobstudenten die via interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Art. 18. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, par des étudiants jobistes occupés aux termes d'un contrat de travail en raison d'une défection de personnel consécutive au COVID-19 ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, par des étudiants jobistes occupés par le biais de l'entreprise de travail intérimaire agréée par l'autorité compétente en raison d'une défection de personnel consécutive au COVID-19 ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
Art. 19. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 21,71 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren als vermeld in artikel 18, als de jobstudent is tewerkgesteld als zorgkundige.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 17,18 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren als vermeld in artikel 18, als de jobstudent is tewerkgesteld als ondersteuningspersoneel.
Art. 19. Le centre de soins résidentiels ou le centre de court séjour peut recevoir de l'agence une indemnité de 21,71 euros par heure pour les heures prestées et assimilées visées à l'article 18 si l'étudiant jobiste a été occupé comme aide-soignant.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 17,18 euros par heure pour les heures prestées visées à l'article 18 si l'étudiant jobiste a été occupé comme personnel d'appui.
Art. 20. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 19 deelt een woonzorgcentrum, de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn:
  1° de naam van de jobstudent;
  2° het rijksregisternummer van de jobstudent;
  3° de functie van de jobstudent;
  4° de begindatum van de aanwerving van de jobstudent;
  5° de gepresteerde en gelijkgestelde uren van de jobstudent tijdens de maand in kwestie.
  Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of een kopie van het contract dat gesloten is met de interimonderneming opvragen, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen.
Art. 20. Pour être éligible à l'indemnité visée à l'article 19, un centre de soins résidentiels communique les données nécessaires avant le quinze du mois suivant le mois en question. Les données sont communiquées via le guichet électronique de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'indemnité pour le mois en question.
  Les données visées à l'alinéa 1er sont :
  1° le nom de l'étudiant jobiste ;
  2° le numéro de registre national de l'étudiant jobiste ;
  3° la fonction de l'étudiant jobiste ;
  4° la date de début de l'embauche de l'étudiant jobiste ;
  5° les heures prestées et assimilées de l'étudiant jobiste durant le mois en question.
  L'agence peut demander une copie du contrat de travail ou une copie du contrat conclu avec l'entreprise de travail intérimaire et les pièces justificatives du nombre d'heures prestées et assimilées visées à l'alinéa 3, 5°. L'agence peut aussi demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié disposant de l'agrément/enregistrement nécessaire ou du visa pour pouvoir exercer la profession.
Afdeling 4. - Prestaties van zelfstandigen, personeel in dienstverband dat tewerkgesteld is bij een andere werkgever of personeel in dienstverband dat tewerkgesteld is bij dezelfde werkgever maar op een andere dienst
Section 4. - Prestations d'indépendants, de personnel sous contrat d'emploi occupé auprès d'un autre employeur ou de personnel sous contrat d'emploi occupé auprès du même employeur mais dans un autre service
Art. 21. § 1. Zelfstandig thuisverpleegkundigen, verpleegkundigen in dienstverband bij een andere werkgever en verpleegkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de verpleegkundige continuïteit in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Voor zelfstandig thuisverpleegkundigen gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor verpleegkundigen in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor verpleegkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald.
  § 2. Zelfstandig zorgkundigen, zorgkundigen in dienstverband bij een andere werkgever en zorgkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Voor zelfstandig zorgkundigen gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor zorgkundigen in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor zorgkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald.
  § 3. Zelfstandig reactiveringspersoneel, reactiveringspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever en reactiveringspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Voor zelfstandig reactiveringspersoneel gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor reactiveringspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor reactiveringspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald.
  § 4. Zelfstandigen, personeel in dienstverband bij een andere werkgever en personeel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, kunnen als ondersteuningspersoneel worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
  Voor zelfstandig ondersteuningspersoneel gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor ondersteuningspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor ondersteuningspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, gebeurt dit met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald.
  § 5. Een zelfstandige master in de psychologie of een master in de psychologie in dienstverband bij een andere werkgever kan in het woonzorgcentrum ingeschakeld worden in het kader van de impact van de pandemie op het welzijn van de bewoners en het personeel.
  Voor een zelfstandige master in de psychologie gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  Voor een master in de psychologie in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
  § 6. Een arts of een huisarts in opleiding kan tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 vrijwillig ingeschakeld worden ter ondersteuning van het zorgpersoneel en de coördinerend en raadgevend arts in het kader van de continuïteit van de zorg en dienstverlening vanwege een zware of zeer zware uitbraak van het COVID-19-virus. Die ondersteuning staat los van de behandeling in het kader van RIZIV- nomenclatuur die artsen of huisartsen in opleiding bieden aan hun patiënten in het woonzorgcentrum. De coördinerend en raadgevend arts komt hier niet voor in aanmerking.
  Voor een zelfstandige arts of huisarts in opleiding gebeurt dat op basis van een overeenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Art. 21. § 1er. Les infirmiers à domicile indépendants, les infirmiers sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur et les infirmiers sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupés dans un autre service peuvent être déployés dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour confrontés à une défection de personnel mettant en péril la continuité des soins infirmiers ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Pour les infirmiers à domicile indépendants, cela se fait au moyen d'un contrat d'entreprise fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour les infirmiers sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur, cela se fait au moyen d'un contrat de mise à disposition fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour les infirmiers sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupés dans un autre service, cela se fait au moyen d'un avenant au contrat de travail fixant le temps de travail hebdomadaire.
  § 2. Les aides-soignants indépendants, les aides-soignants sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur et les aides-soignants sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupés dans un autre service peuvent être déployés dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour confrontés à une défection de personnel mettant en péril la continuité des soins et de la prestation de services ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Pour les aides-soignants indépendants, cela se fait au moyen d'un contrat d'entreprise fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour les aides-soignants sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur, cela se fait au moyen d'un contrat de mise à disposition fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour les aides-soignants sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupés dans un autre service, cela se fait au moyen d'un avenant au contrat de travail fixant le temps de travail hebdomadaire.
  § 3. Le personnel de réactivation indépendant, le personnel de réactivation sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur et le personnel de réactivation sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupé dans un autre service peuvent être déployés dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour confrontés à une défection de personnel mettant en péril la continuité des soins et de la prestation de services ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Pour le personnel de réactivation indépendant, cela se fait au moyen d'un contrat d'entreprise fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour le personnel de réactivation sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur, cela se fait au moyen d'un contrat de mise à disposition fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour le personnel de réactivation sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupé dans un autre service, cela se fait au moyen d'un avenant au contrat de travail fixant le temps de travail hebdomadaire.
  § 4. Les indépendants, le personnel sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur et le personnel sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupé dans un autre service peuvent être déployés comme personnel d'appui dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour confrontés à une défection de personnel mettant en péril la continuité des soins et de la prestation de services ou en renfort en raison de tâches supplémentaires consécutives au COVID-19.
  Pour le personnel d'appui indépendant, cela se fait au moyen d'un contrat d'entreprise fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour le personnel d'appui sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur, cela se fait au moyen d'un contrat de mise à disposition fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour le personnel d'appui sous contrat d'emploi auprès du même employeur mais occupé dans un autre service, cela se fait au moyen d'un avenant au contrat de travail fixant le temps de travail hebdomadaire.
  § 5. Un titulaire d'un master en psychologie indépendant ou un titulaire d'un master en psychologie sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur peut être mobilisé dans le centre de soins résidentiels dans le cadre de l'impact de la pandémie sur le bien-être des résidents et du personnel.
  Pour un titulaire d'un master en psychologie indépendant, cela se fait au moyen d'un contrat d'entreprise fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  Pour un titulaire d'un master en psychologie sous contrat d'emploi auprès d'un autre employeur, cela se fait au moyen d'un contrat de mise à disposition fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
  § 6. Un médecin ou un médecin généraliste en formation peut être volontairement mobilisé entre le 1er octobre 2020 et le 31 mars 2021 à l'appui du personnel soignant et du médecin coordinateur et conseiller dans le cadre de la continuité des soins et de la prestation de services en raison d'une flambée grave ou très grave de l'épidémie de COVID-19. Cet appui est indépendant du traitement dans le cadre de la nomenclature INAMI que les médecins ou médecins généralistes en formation offrent à leurs patients au centre de soins résidentiels. Le médecin coordinateur et conseiller n'entre pas en ligne de compte pour cette disposition.
  Pour un médecin indépendant ou un médecin généraliste en formation, cela se fait au moyen d'un contrat fixant le temps de travail hebdomadaire et la rémunération.
Art. 22. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren van de medewerkers, vermeld in artikel 21, op voorwaarde dat er voor die gepresteerde uren geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via de bestaande reguliere financiering en op voorwaarde dat er geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via maatregelen in het kader van COVID-19. Deze tegemoetkomingen kunnen volledig of gedeeltelijk zijn.
Art. 22. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées des collaborateurs visés à l'article 21 à condition qu'il n'y ait, pour ces heures prestées, aucune intervention dans les coûts salariaux des collaborateurs par le biais du financement régulier existant et à condition qu'il n'y ait aucune intervention dans les coûts salariaux des collaborateurs par le biais de mesures dans le cadre du COVID-19. Ces interventions peuvent être complètes ou partielles.
Art. 23. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van verpleegkundigen die tewerkgesteld zijn conform artikel 21, paragraaf 1 en die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van zorgkundigen die tewerkgesteld zijn conform artikel 21, § 2, en die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van reactiveringspersoneel dat tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 tewerkgesteld is conform artikel 21, § 3, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van ondersteuningspersoneel dat tewerkgesteld is conform artikel 21, § 4, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 45,90 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van een master in de psychologie die tewerkgesteld is conform artikel 21, § 5, en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
  Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 56,70 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van een arts of een huisarts in opleiding die tewerkgesteld is conform artikel 21, § 6, en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Art. 23. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 47,25 euros pour les heures prestées par des infirmiers qui ont été occupés conformément à l'article 21, § 1er, et qui remplissent les conditions visées à l'article 22.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 32,56 euros par heure pour les heures prestées par des aides-soignants qui ont été occupés conformément à l'article 21, § 2, et qui remplissent les conditions visées à l'article 22.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 37,85 euros par heure pour les heures prestées par le personnel de réactivation qui a été occupé durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021 conformément à l'article 21, § 3, et qui remplit les conditions visées à l'article 22.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 26,84 euros pour les heures prestées par le personnel d'appui qui a été occupé conformément à l'article 21, § 4, et qui remplit les conditions visées à l'article 22.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 45,90 euros par heure pour les heures prestées par un titulaire d'un master en psychologie qui a été occupé conformément à l'article 21, § 5, et qui remplit les conditions visées à l'article 22.
  Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 56,70 euros par heure pour les heures prestées par un médecin ou un médecin généraliste en formation qui a été occupé conformément à l'article 21, § 6, et qui remplit les conditions visées à l'article 22.
Art. 24. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 23 deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
  De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn:
  1° de naam van de verpleegkundige, de zorgkundige, het reactiveringspersoneel, het ondersteuningspersoneel of de master in psychologie;
  2° het rijksregisternummer van de persoon, vermeld in punt 1° ;
  3° de functie van de persoon, vermeld in punt 1° ;
  4° het statuut van de persoon vermeld in punt 1°, de oorspronkelijke werkgever van de persoon vermeld in punt 1°, de dienst van waaruit de persoon vermeld in punt 1° tewerkgesteld wordt;
  5° de gepresteerde uren van de personen, vermeld in punt 1°, tijdens de maand in kwestie.
  Het agentschap kan een kopie van de aannemingsovereenkomst, het ondernemingscontract, de uitleningsovereenkomst of het addendum bij de arbeidsovereenkomst opvragen, en bewijsstukken van het aantal uren, vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen.
Art. 24. Pour être éligible à l'indemnité visée à l'article 23, un centre de soins résidentiels communique les données nécessaires avant le quinze du mois suivant le mois en question. Les données sont communiquées via le guichet électronique de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'indemnité pour le mois en question.
  Les données visées à l'alinéa 1er sont :
  1° le nom de l'infirmier, de l'aide-soignant, du membre du personnel de réactivation ou du personnel d'appui ou du titulaire d'un master en psychologie ;
  2° le numéro de registre national de la personne visée au point 1° ;
  3° la fonction de la personne visée au point 1° ;
  4° le statut de la personne visée au point 1°, l'employeur initial de la personne visée au point 1°, le service à partir duquel la personne visée au point 1° est occupée ;
  5° les heures prestées par les personnes visées au point 1° durant le mois en question.
  L'agence peut demander une copie du contrat d'entreprise, du contrat de mise à disposition ou de l'avenant au contrat de travail et les pièces justificatives du nombre d'heures visées à l'alinéa 3, 5°. L'agence peut aussi demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié disposant de l'agrément/enregistrement nécessaire ou du visa pour pouvoir exercer la profession.
Afdeling 5. - Prestaties die opgegeven zijn via het e-loket en waarvoor een vergoeding per uur wordt gevraagd mogen niet worden opgegeven in kader van de financiering via de basistegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum
Section 5. - Les prestations déclarées via le guichet électronique et pour lesquelles une indemnité par heure est demandée ne peuvent pas être déclarées dans le cadre du financement via l'intervention de base pour les soins dans un centre de soins résidentiels
Art. 25. Gepresteerde uren die het woonzorgcentrum meedeelt in het kader van artikel 13, 17, 20 en 24 komen niet in aanmerking voor een financiering via de basistegemoetkoming voor zorg, vermeld in boek 3, deel 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.
Art. 25. Les heures prestées communiquées par le centre de soins résidentiels dans le cadre des articles 13, 17, 20 et 24 ne sont pas éligibles à un financement via l'intervention de base pour les soins au sens du livre 3, partie 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande.
Afdeling 6. - Begrenzing en betaling van de vergoeding voor de inzet van extra personeel
Section 6. - Plafonnement et paiement de l'indemnité pour le déploiement de personnel supplémentaire
Art. 26. § 1. Voor een woonzorgcentrum zonder zware of zeer zware uitbraak in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geldt dat de som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 12, artikel 16, artikel 19 en artikel 23 per kwartaal begrensd is tot 250 euro per erkende woongelegenheid op de laatste dag van het kwartaal in kwestie.
  § 2. Voor een woonzorgcentrum met een zware uitbraak in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geldt dat
  1° de som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, artikel 16, tweede tot en met vierde lid, artikel 19 en artikel 23, tweede tot en met zesde lid, per kwartaal begrensd is tot 250 euro per erkende woongelegenheid op de laatste dag van het kwartaal in kwestie en dit voor het kwartaal waarin de zware uitbraak plaatsvond en het daaropvolgende kwartaal tot uiterlijk 31 maart 2021;
  2° de som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 12, eerste lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 23, eerste lid, per kwartaal begrensd is tot 250 euro per erkende woongelegenheid op de laatste dag van het kwartaal in kwestie en dit voor het kwartaal waarin de zware uitbraak plaatsvond en het daaropvolgende kwartaal tot uiterlijk 31 maart 2021.
  Een woonzorgcentrum met een zware uitbraak, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt: een woonzorgcentrum, waarvoor in de registraties in het e-loket "verplichte melding aantal (mogelijke) COVID-19 patiënten (bewoners en personeel)" alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° voor de dagen in het kwartaal in kwestie, is er minstens één dag waarop de waarde voor "(C2) Het totaal aantal bevestigde gevallen COVID-19 in uw voorziening op dit moment" hoger is dan 5;
  2° voor alle dagen in het kwartaal in kwestie, is het resultaat van de formule: ((C2) Het totaal aantal bevestigde gevallen COVID-19 in uw voorziening op dit moment/(A) reële bezetting (inclusief de bewoners die in het ziekenhuis zijn opgenomen)) kleiner dan 15%.
  § 3. Voor een woonzorgcentrum met een zeer zware uitbraak in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geldt dat
  1° de som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, artikel 16, tweede tot en met vierde lid, artikel 19 en artikel 23, tweede tot en met zesde lid, per kwartaal begrensd is tot 250 euro per erkende woongelegenheid op de laatste dag van het kwartaal in kwestie en dit voor het kwartaal waarin de zeer zware uitbraak plaatsvond en het daaropvolgende kwartaal tot uiterlijk 31 maart 2021;
  2° de som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 12, eerste lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 23, eerste lid, per kwartaal begrensd is tot 500 euro per erkende woongelegenheid op de laatste dag van het kwartaal in kwestie en dit voor het kwartaal waarin de zeer zware uitbraak plaatsvond en het daaropvolgende kwartaal tot uiterlijk 31 maart 2021.
  Een woonzorgcentrum met een zeer zware uitbraak, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt: een woonzorgcentrum, waarvoor in de registraties in het e-loket "verplichte melding aantal (mogelijke) COVID-19 patiënten (bewoners en personeel)" alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° voor de dagen in het kwartaal in kwestie, is er minstens één dag waarop de waarde voor "(C2) Het totaal aantal bevestigde gevallen COVID-19 in uw voorziening op dit moment" hoger is dan 5;
  2° voor de dagen in het kwartaal in kwestie, is er minstens één dag waarbij het resultaat van de formule: ((C2) Het totaal aantal bevestigde gevallen COVID-19 in uw voorziening op dit moment/(A) reële bezetting (inclusief de bewoners die in het ziekenhuis zijn opgenomen)) gelijk of groter is dan 15%.
Art. 26. § 1er. Dans le cas d'un centre de soins résidentiels sans flambée grave ou très grave durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, la somme des indemnités obtenues en application des articles 12, 16, 19 et 23 est plafonnée par trimestre à 250 euros par logement agréé au dernier jour du trimestre en question.
  § 2. Dans le cas d'un centre de soins résidentiels confronté à une flambée grave durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021 :
  1° la somme des indemnités obtenues en application de l'article 12, alinéas 2 à 5, de l'article 16, alinéas 2 à 4, de l'article 19 et de l'article 23, alinéas 2 à 6, est plafonnée par trimestre à 250 euros par logement agréé au dernier jour du trimestre en question et ce, pour le trimestre au cours duquel la flambée grave est survenue et le trimestre suivant jusqu'au 31 mars 2021 au plus tard ;
  2° la somme des indemnités obtenues en application de l'article 12, alinéa 1er, de l'article 16, alinéa 1er, et de l'article 23, alinéa 1er, est plafonnée par trimestre à 250 euros par logement agréé au dernier jour du trimestre en question et ce, pour le trimestre au cours duquel la flambée grave est survenue et le trimestre suivant jusqu'au 31 mars 2021 au plus tard.
  Un centre de soins résidentiels confronté à une flambée grave, visé à l'alinéa 1er, est déterminé comme suit : un centre de soins résidentiels pour lequel, dans les enregistrements dans le guichet électronique " notification obligatoire nombre de patients COVID-19 (potentiels) (résidents et personnel) ", toutes les conditions suivantes ont été remplies :
  1° pour les jours du trimestre en question, il y a au moins un jour où la valeur de " (C2) Le nombre total de cas COVID-19 confirmés dans votre structure en ce moment " est supérieure à 5 ;
  2° pour tous les jours du trimestre en question, le résultat de la formule : ((C2) Le nombre total de cas COVID-19 confirmés dans votre structure en ce moment/(A) occupation réelle (y compris les résidents hospitalisés)) est inférieur à 15 %.
  § 3. Dans le cas d'un centre de soins résidentiels confronté à une flambée très grave durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021 :
  1° la somme des indemnités obtenues en application de l'article 12, alinéas 2 à 5, de l'article 16, alinéas 2 à 4, de l'article 19 et de l'article 23, alinéas 2 à 6, est plafonnée par trimestre à 250 euros par logement agréé au dernier jour du trimestre en question et ce, pour le trimestre au cours duquel la flambée très grave est survenue et le trimestre suivant jusqu'au 31 mars 2021 au plus tard ;
  2° la somme des indemnités obtenues en application de l'article 12, alinéa 1er, de l'article 16, alinéa 1er, et de l'article 23, alinéa 1er, est plafonnée par trimestre à 500 euros par logement agréé au dernier jour du trimestre en question et ce, pour le trimestre au cours duquel la flambée très grave est survenue et le trimestre suivant jusqu'au 31 mars 2021 au plus tard.
  Un centre de soins résidentiels confronté à une flambée très grave, visé à l'alinéa 1er, est déterminé comme suit : un centre de soins résidentiels pour lequel, dans les enregistrements dans le guichet électronique " notification obligatoire nombre de patients COVID-19 (potentiels) (résidents et personnel) ", toutes les conditions suivantes ont été remplies :
  1° pour les jours du trimestre en question, il y a au moins un jour où la valeur de " (C2) Le nombre total de cas COVID-19 confirmés dans votre structure en ce moment " est supérieure à 5 ;
  2° pour les jours du trimestre en question, il y a au moins un jour où le résultat de la formule : ((C2) Le nombre total de cas COVID-19 confirmés dans votre structure en ce moment/(A) occupation réelle (y compris les résidents hospitalisés)) est égal ou supérieur à 15 %.
Art. 27. De vergoedingen, vermeld in titel 2, hoofdstuk 2, worden per kwartaal betaald vóór de vijftiende van de [1 derde]1 maand van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de maand waarvoor de vergoedingen verschuldigd zijn."
  
Art. 27. Les indemnités visées au titre 2, chapitre 2, sont payées par trimestre avant le quinze du [1 troisième ]1 mois du trimestre qui suit le trimestre du mois pour lequel les indemnités sont dues.
  
HOOFDSTUK 3. - Neutraliseren van sancties basistegemoetkoming voor zorg vanwege een personeelstekort
CHAPITRE 3. - Neutralisation des sanctions intervention de base pour les soins en raison d'une pénurie de personnel
Art. 28. In afwijking van artikel 479 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming wordt, als er na toepassing van artikel 475, § 4 en § 5, en artikel 478 van dat besluit, nog altijd een tekort is aan personeel met een bepaalde kwalificatie geen vermindering bepaald voor de basistegemoetkoming voor zorg voor de factureringsperiode 2021 en 2022 op voorwaarde dat de voorziening erkend was op 31 maart 2021.
Art. 28. Par dérogation à l'article 479 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, s'il subsiste une pénurie de personnel ayant une qualification donnée après application de l'article 475, §§ 4 et 5, et de l'article 478 de cet arrêté, aucune réduction ne sera appliquée à l'intervention de base pour les soins pour les périodes de facturation 2021 et 2022 dans la mesure où la structure était agréée au 31 mars 2021.
Art. 29. In afwijking van artikel 482 van hetzelfde besluit worden, voor een woonzorgcentrum dat uiterlijk op 31 maart 2021 erkend is, voor de factureringsperiode 2021 en 2022, een aantal bachelors in de verpleegkunde die de norm voor verpleegkundigen, vermeld in artikel 429 en 430 van dat besluit, opvullen, gefinancierd volgens de loonkosten van een bachelor in de verpleegkunde. Het aantal bachelors in de verpleegkunde dat op die wijze wordt gefinancierd, bedraagt maximaal 30% van de theoretische norm voor verpleegkundigen, vermeld in artikel 476 van dat besluit.
Art. 29. Par dérogation à l'article 482 du même arrêté, dans le cas d'un centre de soins résidentiels agréé au 31 mars 2021 au plus tard, un certain nombre de bacheliers en art infirmier qui remplissent les normes pour praticiens de l'art infirmier visées aux articles 429 et 430 de cet arrêté sont financés suivant les coûts salariaux d'un bachelier en art infirmier pour les périodes de facturation 2021 et 2022. Le nombre de bacheliers en art infirmier ainsi financés s'élève à 30 % maximum de la norme théorique concernant les praticiens de l'art infirmier visée à l'article 476.
Art. 30. In afwijking van artikel 487 § 1 van hetzelfde besluit wordt voor een woonzorgcentrum dat uiterlijk op 31 maart 2021 erkend is, voor de factureringsperiode 2021 en 2022 een bijkomende tegemoetkoming bepaald als aanmoediging voor bijkomende zorginspanningen ongeacht of er een personeelstekort is als vermeld in artikel 479 of artikel 483, § 2 van dat besluit. Alle andere bepalingen van artikel 487 § 1 blijven van toepassing.
Art. 30. Par dérogation à l'article 487, § 1er, du même arrêté, dans le cas d'un centre de soins résidentiels agréé au 31 mars 2021 au plus tard, une intervention supplémentaire est fixée à titre d'incitant pour des efforts supplémentaires au niveau des soins, qu'il y ait ou non une pénurie de personnel telle que à l'article 479 ou à l'article 483, § 2, de cet arrêté, pour les périodes de facturation 2021 et 2022 Toutes les autres dispositions de l'article 487, § 1er, restent applicables.
HOOFDSTUK 4. - Jongdementie
CHAPITRE 4. - Démence précoce
Art. 31. In afwijking van artikel 534/4, § 1, van hetzelfde besluit wordt voor de bepaling van de subsidie voor de jaren 2020 en 2021 rekening gehouden met de hoogste van de bezettingsgraden van de jaren 2019, 2020 of 2021.
Art. 31. Par dérogation à l'article 534/4, § 1er, du même arrêté, il est tenu compte, pour la fixation de la subvention pour les années 2020 et 2021, du taux d'occupation le plus élevé des années 2019, 2020 ou 2021.
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
TITEL 3. - Maatregelen voor de centra voor dagverzorging
TITRE 3. - Mesures en faveur des centres de soins de jour
HOOFDSTUK 1. - Continuïteitsborg van de basistegemoetkoming voor zorg
CHAPITRE 1er. - Garantie de continuité de l'intervention de base pour les soins
Art. 33. Aan de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning, wordt een subsidie toegekend voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 die per maand op de volgende wijze wordt berekend: (basistegemoetkoming voor zorg CDV + (tegemoetkoming in de reiskosten x 30) x ((aantal openingsdagen in de maand in kwestie x individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x gemiddeld aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie) - het aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp in de maand in kwestie)).
Art. 33. Les centres de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire se voient octroyer, pour la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, une subvention calculée par mois comme suit : (intervention de base pour les soins CSJ + (intervention dans les frais de déplacement x 30) x ((nombre de jours d'ouverture durant le mois en question x taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire durant le mois en question) - le nombre de jours de présence d'usagers classés dans les catégories de dépendance F, Fd, D ou Fp durant le mois en question)).
Art. 34. Om voor de maanden in 2021 in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in artikel 33, mogen op de openingsdagen in de maand in kwestie de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos geweest zijn, met uitzondering van:
  1° tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest;
  2° tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
  3° als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren.
Art. 34. Afin de pouvoir bénéficier de la subvention visée à l'article 33 pour les mois de 2021, les collaborateurs du centre de soins de jour ne peuvent pas avoir été en chômage temporaire les jours d'ouverture du mois en question, à l'exception des cas suivants :
  1° chômage temporaire dans le cas d'un certificat de quarantaine ;
  2° chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
  3° si la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté, elle peut demander une exception à l'agence avant le quinze du mois suivant le mois en question. L'agence peut accorder l'exception ou la refuser de façon motivée.
Art. 35. Als het resultaat van de formule (aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp in de maand in kwestie)/(aantal openingsdagen in de maand in kwestie x individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x gemiddelde aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie) kleiner dan 0,4 is, vervalt het recht op de subsidie, vermeld in artikel 33, voor die maand.
Art. 35. Si le résultat de la formule (nombre de jours de présence d'usagers classés dans les catégories de dépendance F, Fd, D ou Fp durant le mois en question)/(nombre de jours d'ouverture durant le mois en question x taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire durant le mois en question) est inférieur à 0,4, le droit à la subvention visée à l'article 33 s'éteint pour ce mois.
Art. 36. Als het resultaat van de formule, vermeld in artikel 33, negatief is, wordt de subsidie voor die maand herleid tot 0 euro.
Art. 36. Si le résultat de la formule visée à l'article 33 est négatif, la subvention pour ce mois et ramenée à 0 euro.
Art. 37. Aan de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 dienst doen als cohortafdeling en bijgevolg genoodzaakt zijn te sluiten als centrum voor dagverzorging, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: basistegemoetkoming voor zorg CDV x aantal gesloten dagen cohortzorg in de maand in kwestie x individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x gemiddeld aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie.
Art. 37. Les centres de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire qui, durant la période du 1er septembre 2020 au 31 mars 2021, servent d'unité de cohorte et sont, par conséquent, contraints de fermer en tant que centre de soins de jour se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : intervention de base pour les soins CSJ x nombre de jours fermés soins de cohorte durant le mois en question x taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x nombre d'unités de séjour agrément supplémentaire durant le mois en question.
Art. 38. Om voor de hierna vermelde periodes in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in artikel 37, voldoen de centra voor dagverzorging aan de volgende voorwaarden:
  1° voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 is er op de gesloten dagen cohortzorg in de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging met uitzondering van de gevallen, vermeld in artikel 34;
  2° voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 zetten de medewerkers die in het centrum voor dagverzorging zijn tewerkgesteld, hun vastgestelde arbeidstijd voort in de cohortafdeling of in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid.
Art. 38. Afin d'être éligibles à la subvention visée à l'article 37 pour les périodes mentionnées ci-après, les centres de soins de jour remplissent les conditions suivantes :
  1° pour la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021, il n'y a pas eu de chômage temporaire les jours fermés soins de cohorte des mois en question pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 34 ;
  2° pour la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, les collaborateurs occupés au centre de soins de jour continuent à utiliser leur temps de travail prévu dans l'unité de cohorte ou dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille.
Art. 39. Aan de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: basistegemoetkoming voor zorg CDV x aantal gesloten dagen personeelsuitval in de maand in kwestie x individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x gemiddeld aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie.
Art. 39. Les centres de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire qui, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, sont contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : intervention de base pour les soins CSJ x nombre de jours fermés défection de personnel durant le mois en question x taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire durant le mois en question.
Art. 40. Om voor de maanden in 2021 in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in artikel 39, is er op de gesloten dagen personeelsuitval in de maanden in kwestie in het jaar 2021 geen tijdelijke werkloosheid voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 34.
Art. 40. Afin de pouvoir bénéficier de la subvention visée à l'article 39 pour les mois de 2021, il n'y a pas eu de chômage temporaire les jours fermés défection de personnel des mois en question de l'année 2021 pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 34.
HOOFDSTUK 2. - Continuïteitsborg van de dagprijs
CHAPITRE 2. - Garantie de continuité du prix à la journée
Art. 41. Aan de erkende centra voor dagverzorging wordt vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: ((gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal openingsdagen tijdens de maand in kwestie) - het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers in de maand in kwestie) x 18 euro.
Art. 41. Les centres de soins de jour agréés se voient octroyer, à partir du 1er octobre 2020 jusqu'au 31 décembre 2020, une subvention calculée par mois comme suit : ((occupation journalière moyenne 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) - le nombre de jours de présence de tous les usagers durant le mois en question) x 18 euros.
Art. 42. Aan de erkende centra voor dagverzorging wordt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: ((gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal openingsdagen tijdens de maand in kwestie) - het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers in de maand in kwestie) x 18,36 euro.
Art. 42. Les centres de soins de jour agréés se voient octroyer, à partir du 1er janvier 2021 jusqu'au 31 mars 2021, une subvention calculée par mois comme suit : ((occupation journalière moyenne 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) - le nombre de jours de présence de tous les usagers durant le mois en question) x 18,36 euros.
Art. 43. Als het resultaat van de formule (aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers in de maand in kwestie)/(gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal openingsdagen in de maand in kwestie) kleiner dan 0,4 is, vervalt het recht op de subsidie vermeld in artikel 41 en artikel 42, voor die maand.
Art. 43. Si le résultat de la formule (nombre de jours de présence de tous les usagers durant le mois en question)/(occupation journalière moyenne 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) est inférieur à 0,4, le droit à la subvention visée aux articles 41 et 42 s'éteint pour ce mois.
Art. 44. Als het resultaat van de formules, vermeld in artikel 41 of artikel 42 negatief is, wordt de subsidie vermeld in artikel 41 of artikel 42 voor de maand in kwestie herleid tot 0 euro.
Art. 44. Si le résultat des formules visées à l'article 41 ou 42 est négatif, la subvention visée à l'article 41 ou 42 pour le mois en question est ramenée à 0 euro.
Art. 45. Aan alle erkende centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 dienstdoen als cohortafdeling en bijgevolg genoodzaakt zijn te sluiten als centrum voor dagverzorging, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal gesloten dagen cohortzorg x 18 euro.
Art. 45. Tous les centres de soins de jour agréés qui, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, servent d'unité de cohorte et sont, par conséquent, contraints de fermer en tant que centre de soins de jour, se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : occupation journalière moyenne en 2019 x nombre de jours fermés soins de cohorte x 18 euros.
Art. 46. Aan alle erkende centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 dienstdoen als cohortafdeling en bijgevolg genoodzaakt zijn te sluiten als centrum voor dagverzorging, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal gesloten dagen cohortzorg x 18,36 euro.
Art. 46. Tous les centres de soins de jour agréés qui, durant la période du 1er janvier 2020 au 31 mars 2021, servent d'unité de cohorte et sont, par conséquent, contraints de fermer en tant que centre de soins jour se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : occupation journalière moyenne en 2019 x nombre de jours fermés soins de cohorte x 18,36 euros.
Art. 47. Aan alle erkende centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal gesloten dagen personeelsuitval x 18 euro.
Art. 47. Tous les centres de soins de jour agréés qui, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 décembre 2020, sont contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : occupation journalière moyenne 2019 x nombre de jours fermés défection de personnel x 18 euros.
Art. 48. Aan alle erkende centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt een subsidie toegekend die per maand op de volgende wijze wordt berekend: gemiddelde dagbezetting 2019 x aantal gesloten dagen personeelsuitval x 18,36 euro.
Art. 48. Tous les centres de soins de jour agréés qui, durant la période du 1er janvier 2021 au 31 mars 2021, sont contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, se voient octroyer une subvention calculée par mois comme suit : occupation journalière moyenne 2019 x nombre de jours fermés défection de personnel x 18,36 euros.
Art. 49. Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 33, delen de centra voor dagverzorging aan het agentschap al de volgende gegevens mee:
  1° het aantal dagen dat het centrum voor dagverzorging effectief is geopend;
  2° de som van het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers, ingedeeld per afhankelijkheidscategorie voor de afgelopen periode;
  3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie in het jaar 2021 geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 34.
  Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 37, delen de centra voor dagverzorging de volgende gegevens mee:
  1° het aantal dagen in de voorbije maand dat ze dienst hebben gedaan als cohortafdeling;
  2° de verklaring dat de medewerkers die in het centrum voor dagverzorging zijn tewerkgesteld, hun vastgestelde arbeidstijd verder inzetten in de cohortafdeling of in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid;
  3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie in het jaar 2021 geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 34.
  Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 39, delen de centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een in alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, al de volgende gegevens mee:
  1° het aantal dagen in de voorbije maand dat ze genoodzaakt waren volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek was;
  2° een verklaring op erewoord dat het centrum voor dagverzorging tijdens de periode in kwestie genoodzaakt was te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek was;
  3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie in het jaar 2021 geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 34.
  Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 41 en artikel 42, delen de centra voor dagverzorging aan het agentschap de gegevens vermeld in het eerste lid 1° en 2° mee.
  Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 45 en artikel 46, delen de centra voor dagverzorging de gegevens vermeld in het tweede lid 1° en 2° mee.
  Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 47 en artikel 48, delen de centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, de gegevens vermeld in het derde lid 1° en 2° mee.
  De centra voor dagverzorging delen de gegevens, vermeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, maandelijks mee via het e-loket, uiterlijk op de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, voor een bepaalde maand niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de tegemoetkoming voor de maand in kwestie.
Art. 49. Pour être éligibles aux subventions visées à l'article 33, les centres de soins de jour communiquent à l'agence tous les renseignements suivants :
  1° le nombre de jours où le centre de soins de jour a effectivement été ouvert ;
  2° la somme du nombre de jours de présence de tous les usagers classés par catégorie de dépendance pour la période écoulée ;
  3° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu de chômage temporaire, pour les mois en question de l'année 2021, pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 34.
  Pour être éligibles aux subventions visées à l'article 37, les centres de soins de jour communiquent les renseignements suivants :
  1° le nombre de jours au cours du mois écoulé où ils ont servi d'unité de cohorte ;
  2° la déclaration selon laquelle les collaborateurs occupés au centre de soins de jour continuent à utiliser leur temps de travail prévu dans l'unité de cohorte ou dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille ;
  3° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu de chômage temporaire, pour les mois en question de l'année 2021, pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 34.
  Pour être éligibles aux subventions visées à l'article 39, les centres de soins de jour qui, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, sont contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, communiquent tous les renseignements suivants :
  1° le nombre de jours au cours du mois écoulé où ils ont été contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils étaient malades ;
  2° une déclaration sur l'honneur selon laquelle le centre de soins de jour a été contraint de fermer durant la période en question en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils étaient malades ;
  3° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu de chômage temporaire, pour les mois en question de l'année 2021, pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 34.
  Pour être éligibles aux subventions visées aux articles 41 et 42, les centres de soins de jour communiquent à l'agence les renseignements visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
  Pour être éligibles aux subventions visées aux articles 45 et l'article 46, les centres de soins de jour communiquent les renseignements visés à l'alinéa 2, 1° et 2°.
  Pour être éligibles aux subventions visées aux articles 47 et 48, les centres de soins de jour qui, durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021, sont contraints de fermer complètement en raison d'une pénurie de personnel, soit que tous les membres du personnel sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, soit qu'ils sont malades, communiquent les renseignements visés à l'alinéa 3, 1° et 2°.
  Les centres de soins de jour communiquent les renseignements visés aux alinéas 1er, 2, 3, 4, 5 et 6 chaque mois via le guichet électronique, au plus tard le quinze du mois suivant le mois en question.
  Si les renseignements visés aux alinéas 1er, 2, 3, 4, 5 et 6 n'ont pas été communiqués à temps pour un mois donné, la structure perd son droit à l'intervention pour le mois en question.
HOOFDSTUK 3. - Betaling van de continuïteitsborg van de basistegemoetkoming voor zorg en de continuïteitsborg van de dagprijs
CHAPITRE 3. - Paiement de la garantie de continuité de l'intervention de base pour les soins et de la garantie de continuité du prix à la journée
Art. 50. De subsidies voor een bepaalde maand, vermeld in artikel 33, 37, 39, 41, 42, 45, 46, 47 en 48, worden betaald vóór de vijftiende van de tweede maand van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de maand in kwestie.
Art. 50. Les subventions pour un mois donné, visées aux articles 33, 37, 39, 41, 42, 45, 46, 47 et 48, sont payées avant le quinze du deuxième mois du trimestre qui suit le trimestre du mois en question.
HOOFDSTUK 4. - Werkingssubsidies
CHAPITRE 4. - Subventions de fonctionnement
Art. 51. Om de werkingssubsidies voor de centra voor dagverzorging, vermeld in hoofdstuk 6 van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2021 te bepalen, wordt rekening gehouden met de gemiddelde bezettingsgraad voor het jaar 2019, die berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens die worden bezorgd met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging.
Art. 51. Afin de déterminer, pour l'année 2021, les subventions de fonctionnement pour les centres de soins de jour, visées au chapitre 6 de l'annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est tenu compte du taux moyen d'occupation pour l'année 2019, qui est calculé sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour.
Art. 52. In afwijking van artikel 66 en 67 van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers komen de erkende centra voor dagverzorging voor het jaar 2021 in aanmerking voor een jaarlijks subsidiebedrag dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad 2019.
  De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers hebben, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 35.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.
  De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier gebruikers hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 33.200 euro, 31.400 euro, 29.600 euro, 27.800 euro, 26.000 euro of 24.200 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.
  De bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, worden geïndexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Die koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen zijn uitgedrukt tegen 100% op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012. De koppeling aan het prijsindexcijfer gebeurt op 1 januari van het jaar dat op de indexsprong volgt.
  Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk kan zijn aan het hoogste subsidiebedrag.
Art. 52. Par dérogation aux articles 66 et 67 de l'annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les centres de soins de jour agréés sont éligibles, pour l'année 2021, à un montant de subvention annuel calculé sur la base du taux moyen d'occupation 2019.
  Les centres de soins de jour qui présentent un taux moyen d'occupation de dix usagers minimum sont éligibles à un montant de subvention de 35.000 euros par an. Le taux moyen d'occupation est le nombre total de jours de présence facturés par année calendrier divisé par 250.
  Les centres de soins de jour dont le taux moyen d'occupation est inférieur à dix usagers mais d'au moins quatre usagers peuvent recevoir, proportionnellement au taux moyen d'occupation réalisé, un montant de subvention de 33.200 euros, 31.400 euros, 29.600 euros, 27.800 euros, 26.000 euros ou 24.200 euros, selon que leur taux moyen d'occupation est d'au moins 9, 8, 7, 6, 5 ou 4.
  Les montants visés aux alinéas 2 et 3 sont indexés conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. Cette liaison à l'indice est calculée et appliquée conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Les montants sont exprimés à 100% sur la base de l'indice-pivot applicable au 1er janvier 2012. La liaison à l'indice a lieu le 1er janvier de l'année qui suit le saut d'index.
  Quel que soit le taux moyen d'occupation réalisé, les centres de soins de jour agréés pour la première fois peuvent recevoir, au cours des trois premières années durant lesquelles ils sont éligibles au subventionnement, un montant de subvention qui peut être égal au montant de subvention le plus élevé.
Art. 53. Centra voor dagverzorging die in 2021 voor het vierde of vijfde jaar voor subsidiëring in aanmerking komen, kunnen in afwijking van artikel 52, het hoogste subsidiebedrag voor 2021 ontvangen, ongeacht de gerealiseerde bezettingsgraad 2019.
Art. 53. Les centres de soins de jour qui, en 2021, sont éligibles au subventionnement pour la quatrième ou la cinquième année, peuvent recevoir, par dérogation à l'article 52, le montant de subvention le plus élevé pour 2021, quel que soit le taux d'occupation réalisé en 2019.
Art. 54. Voor de gesloten dagen cohortzorg en de gesloten dagen personeelsuitval worden de gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren van medewerkers die bij een normale bezetting van de bijkomende erkenning van het centrum voor dagverzorging zouden worden opgegeven met het oog op een financiering in het kader van de basistegemoetkoming voor zorg en die tijdens de dagen van sluiting van het centrum voor dagverzorging tewerkgesteld zijn in de cohortafdeling of in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, als gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren in het centrum van dagverzorging opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.
Art. 54. Pour les jours fermés soins de cohorte et les jours fermés défection de personnel, les jours ou heures prestés ou assimilés de collaborateurs qui, lors d'une occupation normale de l'agrément supplémentaire du centre de soins de jour, seraient déclarés en vue d'un financement au titre de l'intervention de base pour les soins et qui, pendant les jours de fermeture du centre de soins de jour, sont occupés dans l'unité de cohorte ou dans un travail alternatif, déterminé par leur employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, sont déclarés, dans le questionnaire électronique visé à l'article 456 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, comme jours ou heures prestés ou assimilés dans le centre de soins de jour.
HOOFDSTUK 5. - Maximaal te factureren dagen
CHAPITRE 5. - Nombre maximum de jours à facturer
Art. 55. In afwijking van artikel 529, § 1, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, mogen centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning in 2020 en 2021 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal gesloten dagen cohortzorg, het aantal gesloten dagen personeelsuitval en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting.
  In het eerste lid wordt verstaan onder aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting: het aantal dagen waarvoor aan het centrum voor dagverzorging een subsidie wordt toegekend als vermeld in artikel 33, 37, 39, 41, 42, 45, 46, 47 en 48.
Art. 55. Par dérogation à l'article 529, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, les centres de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire ne peuvent pas facturer, en 2020 et en 2021, plus de jours que le nombre maximum de jours compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours fermés soins de cohorte, du nombre de jours fermés défection de personnel et du nombre de jours compensés pour occupation réduite.
  A l'alinéa 1er, on entend par nombre de jours compensés pour occupation réduite : le nombre de jours pour lesquels une subvention telle que visée aux articles 33, 37, 39, 41, 42, 45, 46, 47 et 48 est octroyée au centre de soins de jour.
TITEL 4. - Maatregelen voor de centra voor dagopvang
TITRE 4. - Mesures en faveur des centres d'accueil de jour
HOOFDSTUK 1. - Continuïteitsborg van de dagprijs
CHAPITRE 1er. - Garantie de continuité du prix à la journée
Art. 56. Aan de erkende centra voor dagopvang wordt vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 een subsidie toegekend per maand die op de volgende wijze wordt berekend: ((gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2019 x aantal openingsdagen in de maand in kwestie) - aantal aanwezigheidsuren van alle gebruikers in de maand in kwestie) x 3,5 euro.
Art. 56. Les centres d'accueil de jour agréés se voient octroyer, à partir du 1er octobre 2020 jusqu'au 31 décembre 2020, une subvention calculée par mois comme suit : ((nombre moyen d'heures facturées par jour en 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) - nombre d'heures de présence de tous les usagers durant le mois en question) x 3,5 euros.
Art. 57. Aan de erkende centra voor dagopvang wordt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 een subsidie toegekend die op de volgende wijze wordt berekend: ((gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2019 x aantal openingsdagen in de maand in kwestie) - aantal aanwezigheidsuren van alle gebruikers in de maand in kwestie) x 3,57 euro.
Art. 57. Les centres d'accueil de jour agréés se voient octroyer, à partir du 1er janvier 2021 jusqu'au 31 mars 2021, une subvention calculée comme suit : ((nombre moyen d'heures facturées par jour en 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) - nombre d'heures de présence de tous les usagers durant le mois en question) x 3,57 euros.
Art. 58. Als het resultaat van de formule (aantal aanwezigheidsuren van alle gebruikers in de maand in kwestie)/(gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2019 x aantal openingsdagen in de maand in kwestie) kleiner dan 0,4 is, vervalt het recht op de subsidie, vermeld in artikel 56 of artikel 57.
Art. 58. Si le résultat de la formule (nombre d'heures de présence de tous les usagers durant le mois en question)/(nombre moyen d'heures facturées par jour 2019 x nombre de jours d'ouverture durant le mois en question) est inférieur à 0,4, le droit à la subvention visée à l'article 56 ou 57 s'éteint.
Art. 59. Als het resultaat van de formules, vermeld in artikel 56 of artikel 57 negatief is, wordt de subsidie vermeld in artikel 56 of artikel 57 herleid tot 0 euro.
Art. 59. Si le résultat des formules visées à l'article 56 ou 57 est négatif, la subvention visée à l'article 56 ou 57 est ramenée à 0 euro.
Art. 60. Om in aanmerking te komen voor de subsidies, vermeld in artikel 56 en artikel 57, deelt het centrum voor dagopvang aan het agentschap al de volgende gegevens mee:
  1° het aantal dagen dat het centrum voor dagopvang effectief is geopend;
  2° de som van het aantal aanwezigheidsuren van alle gebruikers voor de afgelopen periode.
  De centra voor dagopvang delen de gegevens, vermeld in het eerste lid, maandelijks mee via het e-loket uiterlijk op de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie.
  Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, voor een bepaalde maand niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de tegemoetkoming voor de maand in kwestie.
Art. 60. Pour être éligible aux subventions visées aux articles 56 et 57, le centre d'accueil de jour communique à l'agence tous les renseignements suivants :
  1° le nombre de jours où le centre d'accueil de jour a effectivement été ouvert ;
  2° la somme du nombre d'heures de présence de tous les usagers pour la période écoulée ;
  Les centres d'accueil de jour communiquent les renseignements visés à l'alinéa 1er chaque mois via le guichet électronique, au plus tard le quinze du mois suivant le mois en question.
  Si les renseignements visés à l'alinéa 1er n'ont pas été communiqués à temps pour un mois donné, la structure perd son droit à l'intervention pour le mois en question.
Art. 61. De subsidies voor een bepaalde maand, vermeld in artikel 56 en artikel 57, worden betaald vóór de vijftiende van de tweede maand van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de maand in kwestie.
Art. 61. Les subventions pour un mois donné, visées aux articles 56 et 57, sont payées avant le quinze du deuxième mois du trimestre qui suit le trimestre du mois en question.
HOOFDSTUK 2. - Werkingssubsidies
CHAPITRE 2. - Subventions de fonctionnement
Art. 62. Om de werkingssubsidies voor de centra voor dagopvang, vermeld in artikel 83 tot en met 87 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2021 te bepalen, wordt rekening gehouden met de gemiddelde bezettingsgraad voor het jaar 2019, berekend op basis van de bezettingsgegevens die bezorgd zijn met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra.
Art. 62. Afin de déterminer, pour l'année 2021, les subventions de fonctionnement pour les centres d'accueil de jour, visées aux articles 83 à 87 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est tenu compte du taux moyen d'occupation pour l'année 2019, qui est calculé sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour.
Art. 63. In afwijking van artikel 85 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, ontvangen de centra voor dagopvang die zich in 2021 in de eerste vijf jaar van de subsidiëring bevinden, het hoogste subsidiebedrag voor 2021, ongeacht de gerealiseerde bezettingsgraad 2019.
Art. 63. Par dérogation à l'article 85 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les centres d'accueil de jour qui se trouvent, en 2021, dans les cinq premières années du subventionnement reçoivent le montant de subvention le plus élevé pour 2021, quel que soit le taux d'occupation réalisé en 2019.
TITEL 5. - Maatregelen voor centra voor kortverblijf die worden uitgebaat in lokalen van centra voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn
TITRE 5. - Mesures en faveur des centres de court séjour exploités dans des locaux de centres de convalescence destinés à cet effet
HOOFDSTUK 1. - Continuïteitsborg van de dagprijs
CHAPITRE 1er. - Garantie de continuité du prix à la journée
Art. 64. Een centrum voor kortverblijf dat wordt uitgebaat in de lokalen van een centrum voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn, dat op 1 oktober 2020 erkend is, kan in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 maandelijks in aanmerking komen voor een continuïteitsborg.
Art. 64. Un centre de court séjour exploité dans les locaux d'un centre de convalescence destinés à cet effet, agréé au 1er octobre 2020, peut être éligible à une garantie de continuité chaque mois durant la période du 1er octobre 2020 au 31 mars 2021.
Art. 65. Om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg voor een bepaalde maand, deelt een centrum voor kortverblijf dat wordt uitgebaat in de lokalen van een centrum voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn, de noodzakelijke gegevens mee op eenvoudig verzoek van het agentschap.
  Als de gegevens, vermeld in eerste lid, niet worden meegedeeld binnen de dertig dagen na het verzoek van het agentschap verliest de voorziening het recht op de continuïteitsborg voor de maand in kwestie.
Art. 65. Afin d'être éligible à la garantie de continuité pour un mois donné, un centre de court séjour exploité dans les locaux d'un centre de convalescence destinés à cet effet communique les données nécessaires sur simple demande de l'agence.
  Si les données visées à l'alinéa 1er n'ont pas été communiquées dans les trente jours de la demande de l'agence, la structure la structure perd le droit à la garantie de continuité pour le mois en question.
Art. 66. De gegevens die aan het agentschap worden meegedeeld, vermeld in artikel 65, zijn:
  1° het aantal effectief aanwezige bewoners: de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
  2° het aantal tijdelijk afwezige bewoners: de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie.
Art. 66. Les données communiquées à l'agence, visées à l'alinéa 1er, sont les suivantes :
  1° le nombre de résidents effectivement présents : la somme du nombre de résidents effectivement présents pour chaque jour du mois en question ;
  2° le nombre de résidents temporairement absents : la somme du nombre de résidents temporairement absents pour chaque jour du mois en question.
Art. 67. De continuïteitsborg bestaat uit een compensatie van de dagprijs en wordt per maand als volgt berekend:
  ((gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie + aantal tijdelijk afwezige bewoners) x 60,06 x 80%).
  Het resultaat uit de formule in het tweede lid wordt beperkt tot maximaal ((20% x gemiddeld aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie) x 60,06 x 80%).
Art. 67. La garantie de continuité se compose d'une compensation du prix à la journée et est calculée par mois comme suit :
  ((le nombre moyen de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question + le nombre de résidents temporairement absents) x 60,06 x 80 %).
  Le résultat de la formule de l'alinéa 2 est limité à maximum ((20 % x nombre moyen de logements agréés durant le mois en question x nombre de jours durant le mois en question) x 60,06 x 80 %).
Art. 68. De continuïteitsborg wordt in één schijf uitbetaald.
Art. 68. La garantie de continuité est payée en une seule tranche.
HOOFDSTUK 2. - Werkingssubsidies
CHAPITRE 2. - Subventions de fonctionnement
Art. 69. Om de werkingssubsidies voor de centra voor kortverblijf type 1 die worden uitgebaat in lokalen van centra voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn, vermeld in artikel 33 tot en met 36 van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2021 te bepalen, wordt rekening gehouden met de gemiddelde bezettingsgraad voor het jaar 2019, die wordt berekend op basis van de bezettingsgegevens die zijn bezorgd met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf.
Art. 69. Afin de déterminer, pour l'année 2021, les subventions de fonctionnement pour les centres de court séjour de type 1 exploités dans des locaux de centres de convalescence destinés à cet effet, visées aux articles 33 à 36 de l'annexe 8 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est tenu compte du taux moyen d'occupation pour l'année 2019, qui est calculé sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de court séjour.
TITEL 6. - Algemene bepalingen
TITRE 6. - Dispositions générales
Art. 70. Als na controle door het agentschap blijkt dat ter uitvoering van artikel 3, 13, 17, 20, 24, 25, 49, 60 en 66 foutieve gegevens zijn doorgegeven, kan het agentschap de subsidie herberekenen en het teveel aan uitbetaalde subsidies recupereren bij de voorziening in kwestie.
Art. 70. Si un contrôle de l'agence révèle que des données incorrectes ont été transmises en exécution des articles 3, 13, 17, 20, 24, 25, 49, 60 et 66, l'agence peut recalculer la subvention et récupérer les subventions versées en trop auprès de la structure en question.
TITEL 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020 tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis
TITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2020 instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19
Art. 71. In artikel 3/4, 5/5 en 11/4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020 tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "31 december" vervangen door de zinsnede "30 september".
Art. 71. Aux articles 3/4, 5/5 et 11/4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2020 instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19, insérés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " 31 décembre " est remplacé par le membre de phrase " 30 septembre ".
Art. 72. Artikel 5/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 72. L'article 5/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 73. In artikel 5/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "5/1, 5/2 of 5/3" vervangen door de zinsnede "5/1 of 5/2".
Art. 73. A l'article 5/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " 5/1, 5/2 ou 5/3 " est remplacé par le membre de phrase " 5/1 ou 5/2 ".
Art. 74. In artikel 5/7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "3/2, 5/1, 5/2 en 5/3" vervangen door de zinsnede "3/2, 5/1 en 5/2";
  2° in het tweede en het vierde lid wordt de zinsnede "31 december" vervangen door de zinsnede "30 september".
Art. 74. A l'article 5/7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " 3/2, 5/1, 5/2 et 5/3 " est remplacé par le membre de phrase " 3/2, 5/1 et 5/2 " ;
  2° aux alinéas 2 et 4, le membre de phrase " 31 décembre " est remplacé par le membre de phrase " 30 septembre ".
Art. 75. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 75. L'article 7 du même arrêté est abrogé.
Art. 76. Artikel 8/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 76. L'article 8/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 77. In artikel 8/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "8/1, 8/2, of 8/3" vervangen door de zinsnede "8/1 of 8/2".
Art. 77. A l'article 8/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " 8/1, 8/2 ou 8/3 " est remplacé par le membre de phrase " 8/1 ou 8/2 ".
Art. 78. In artikel 8/5, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "8/1, 8/2 en 8/3" vervangen door de zinsnede "8/1 en 8/2".
Art. 78. A l'article 8/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " 8/1, 8/2 et 8/3 " est remplacé par le membre de phrase " 8/1 et 8/2 ".
Art. 79. Artikel 11/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 79. L'article 11/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 80. In artikel 11/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "en 11/2" telkens opgeheven.
Art. 80. A l'article 11/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " aux articles 11/1 et 11/2 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " à l'article 11/1 ".
Art. 81. Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 81. L'article 12 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 82. Artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 82. L'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 83. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 83. L'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 84. Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 84. L'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 85. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt ingetrokken.
Art. 85. L'article 19 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est retiré.
Art. 86. In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "artikel 11/1 en 11/2, en artikel 13 tot en met 14/3," vervangen door de zinsnede "artikel 11/1 en artikel 13 tot en met 14/3,".
Art. 86. A l'article 21, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " aux articles 11/1 et 11/2 et aux articles 13 à 14/3 " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 11/1 et aux articles13 à 14/3 ".
Art. 87. In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "artikel 11/1, 11/2, artikel 13, § 2, artikel 14, 14/1, 14/2 en 14/3" vervangen door de zinsnede "artikel 11/1, artikel 13, § 2, artikel 14, 14/1, 14/2 en 14/3".
Art. 87. A l'article 22, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " des articles 11/1, 11/2, de l'article 13, § 2, des articles 14, 14/1, 14/2 et 14/3 " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 11/1, de l'article 13, § 2, des articles 14, 14/1, 14/2 et 14/3 ".
Art. 88. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt de zinsnede "artikel 10, eerste lid, artikel 11/1 en 11/2, en artikel 13 tot en met 14/3" vervangen door de zinsnede "artikel 10, eerste lid, artikel 11/1 en artikel 13 tot en met 14/3".
Art. 88. A l'article 23 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, le membre de phrase " à l'article 10, alinéa 1er, aux articles 11/1 et 11/2, et aux articles 13 à 14/3 " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 10, alinéa 1er, à l'article 11/1 et aux articles 13 à 14/3 ".
TITEL 8. - Slotbepalingen
TITRE 8. - Dispositions finales
Art. 89. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2020.
Art. 89. Le présent arrêté produit ses effets à compter du 1er novembre 2020.
Art. 90. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, zijn ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 90. Le ministre flamand qui a le Bien-être dans ses attributions, le ministre flamand qui a les Soins de santé et résidentiels dans ses attributions et le ministre flamand qui a la Protection sociale dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.