Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 DECEMBER 2020. - Ministerieel besluit betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de sector van gezondheid en sociale actie in het kader van het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-12-2020 en tekstbijwerking tot 02-03-2023)
Titre
3 DECEMBRE 2020. - Arrêté ministériel relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé et de l'action sociale dans le cadre de la crise sanitaire du COVID-19(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-12-2020 et mise à jour au 02-03-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Overkoepelende bepaling
HOOFDSTUK II. - Maatregelen betreffende de hulp...
HOOFDSTUK III. - Maatregelen met betrekking tot...
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen betreffende de rust...
Afdeling 1. - Toepasselijke modaliteiten en neu...
Afdeling 2. - Mededeling van gegevens aan de AVIQ.
Afdeling 3. - Einddatum van de maatregelen bedo...
HOOFDSTUK V. - Maatregelen betreffende de psych...
HOOFDSTUK VI. -- Maatregelen betreffende de ini...
HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende de geï...
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende het o...
HOOFDSTUK IX. - Maatregelen betreffende verstre...
HOOFDSTUK X. - Maatregelen met betrekking tot d...
HOOFDSTUK XI. - Maatregelen betreffende de dien...
HOOFDSTUK XII. - Algemene bepalingen
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Disposition transversale
CHAPITRE II. - Mesures relatives aux services d...
CHAPITRE III. - Mesures relatives aux services ...
CHAPITRE IV. - Mesures relatives aux maisons de...
Section 1. - Modalités applicables et neutralis...
Section 2. - Communication de données à l'AVIQ.
Section 3. - Date de fin des mesures visées aux...
CHAPITRE V. - Mesures relatives aux maisons de ...
CHAPITRE VI. - Mesures relatives aux initiative...
CHAPITRE VII. - Mesures relatives aux services ...
CHAPITRE VIII. - Mesures relatives à la concert...
CHAPITRE IX. - Mesures relatives aux prestation...
CHAPITRE X. - Mesures relatives au prix d'héber...
CHAPITRE XI. - Mesures relatives aux services d...
CHAPITRE XII. - Dispositions générales
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK I. - Overkoepelende bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition transversale
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128 van de Grondwet.
Article 1er. L'arrêté règle en vertu de l'article 138 de la Constitution une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
HOOFDSTUK II. - Maatregelen betreffende de hulpdienst voor gezinnen en bejaarde personen
CHAPITRE II. - Mesures relatives aux services d'aide aux familles et aux aînés
Art. 2. Overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector zijn de maatregelen betreffende de hulpdienst voor gezinnen en bejaarde personen de volgende:
1° het aan elke dienst toegewezen contingent voor de jaren 2021 en 2022 is gelijk aan het contingent dat deze dienst voor het jaar 2020 heeft ontvangen;
2° in afwijking van 1° krijgt de dienst die in 2020 een contingent van minder dan 5 000 uur heeft gekregen, het hoogste van de contingenten die hij in de laatste drie werkingsjaren, namelijk 2018, 2019 en 2020, heeft ontvangen;
3° voor het jaar 2023 wordt het aan elke dienst toegewezen contingent berekend overeenkomstig de artikelen 333 tot 336 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid. In afwijking van artikel 336 van hetzelfde Wetboek is het referentiejaar dat voor de berekening van dit contingent in aanmerking moet worden genomen voor de herverdeling van de uren, zoals bepaald in artikel 336, § 2, 2°, a), van hetzelfde Wetboek, het jaar 2022.
1° het aan elke dienst toegewezen contingent voor de jaren 2021 en 2022 is gelijk aan het contingent dat deze dienst voor het jaar 2020 heeft ontvangen;
2° in afwijking van 1° krijgt de dienst die in 2020 een contingent van minder dan 5 000 uur heeft gekregen, het hoogste van de contingenten die hij in de laatste drie werkingsjaren, namelijk 2018, 2019 en 2020, heeft ontvangen;
3° voor het jaar 2023 wordt het aan elke dienst toegewezen contingent berekend overeenkomstig de artikelen 333 tot 336 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid. In afwijking van artikel 336 van hetzelfde Wetboek is het referentiejaar dat voor de berekening van dit contingent in aanmerking moet worden genomen voor de herverdeling van de uren, zoals bepaald in artikel 336, § 2, 2°, a), van hetzelfde Wetboek, het jaar 2022.
Art. 2. En application de l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, les mesures relatives aux services d'aide aux familles et aux aînés sont les suivantes : :
1° le contingent alloué à chaque service pour les années 2021 et 2022 est égal au contingent reçu par ce service pour l'année 2020;
2° par dérogation au 1°, le service ayant reçu un contingent de moins de 5.000 heures en 2020 se voit octroyer le plus élevé des contingents qu'il a perçus lors de ses 3 dernières années de fonctionnement, soit 2018, 2019 et 2020;
3° pour l'année 2023, le contingent alloué à chaque service est calculé conformément aux articles 333 à 336 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé. Par dérogation à l'article 336 du même Code, pour le calcul de ce contingent, l'année de référence à prendre en considération pour la redistribution des heures telle que prévue à l'article 336, § 2, 2°, a), du même Code est l'année 2022.
1° le contingent alloué à chaque service pour les années 2021 et 2022 est égal au contingent reçu par ce service pour l'année 2020;
2° par dérogation au 1°, le service ayant reçu un contingent de moins de 5.000 heures en 2020 se voit octroyer le plus élevé des contingents qu'il a perçus lors de ses 3 dernières années de fonctionnement, soit 2018, 2019 et 2020;
3° pour l'année 2023, le contingent alloué à chaque service est calculé conformément aux articles 333 à 336 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé. Par dérogation à l'article 336 du même Code, pour le calcul de ce contingent, l'année de référence à prendre en considération pour la redistribution des heures telle que prévue à l'article 336, § 2, 2°, a), du même Code est l'année 2022.
Art. 3. § 1. Overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector wordt het aantal prestaties bedoeld in artikel 343 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid dat voor de berekening van de subsidie wordt gebruikt, berekend als volgt:
De in 2019 verrichte prestaties worden gedeeld door de activiteit die in 2019 werd uitgevoerd. Dit gemiddelde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2020 aan diensten is toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2020 in aanmerking moet worden genomen. Ditzelfde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2021 aan diensten is toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2021 in aanmerking moet worden genomen. [1 Ditzelfde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2022 aan diensten wordt toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2022 in aanmerking moet worden genomen.]1
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, wordt het in het tweede lid van § 1 verkregen aantal prestaties, indien de activiteit van de dienst in de jaren 2017, 2018 en 2019 minder bedroeg dan het aan de dienst toegewezen contingent, vermenigvuldigd met het beste percentage van de uitvoering van de activiteit ten opzichte van het contingent, dat de dienst in 2017, 2018 of 2019 heeft verkregen.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde modaliteiten zijn niet van toepassing op diensten waarvan de activiteit in de jaren 2017, 2018 en 2019 is begonnen.
De in 2019 verrichte prestaties worden gedeeld door de activiteit die in 2019 werd uitgevoerd. Dit gemiddelde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2020 aan diensten is toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2020 in aanmerking moet worden genomen. Ditzelfde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2021 aan diensten is toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2021 in aanmerking moet worden genomen. [1 Ditzelfde aantal prestaties per activiteitsuur wordt vermenigvuldigd met het contingent dat in 2022 aan diensten wordt toegewezen om het aantal prestaties te verkrijgen dat voor het jaar 2022 in aanmerking moet worden genomen.]1
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, wordt het in het tweede lid van § 1 verkregen aantal prestaties, indien de activiteit van de dienst in de jaren 2017, 2018 en 2019 minder bedroeg dan het aan de dienst toegewezen contingent, vermenigvuldigd met het beste percentage van de uitvoering van de activiteit ten opzichte van het contingent, dat de dienst in 2017, 2018 of 2019 heeft verkregen.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde modaliteiten zijn niet van toepassing op diensten waarvan de activiteit in de jaren 2017, 2018 en 2019 is begonnen.
Modifications
Art. 3. § 1er. En application de l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, le nombre de prestations vise à l'article 343 Code réglementaire wallon de l'Action sociale utilisé pour le calcul de la subvention est calculé de la manière suivante :
Les prestations réalisées en 2019 sont divisées par l'activité réalisée en 2019. Ce nombre moyen de prestation par heure d'activité est multiplié par le contingent octroyé aux services en 2020 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2020. Ce même nombre de prestations par heure d'activité est multiplié par le contingent octroyé aux services en 2021 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2021. [1 Ce même nombre de prestations par heure d'activité est également multiplié par le contingent octroyé aux services en 2022 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2022.]1
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 2, si durant les années 2017, 2018 et 2019, l'activité du service était inférieure à son contingent attribué, le nombre de prestation obtenu au deuxième alinéa du § 1er est multiplié par le meilleur pourcentage de réalisation de l'activité par rapport au contingent, obtenu par le service en 2017, 2018 ou 2019.
§ 3. Les modalités visées au paragraphe 2 ne s'appliquent pas aux services dont l'activité a débuté durant les années 2017, 2018 et 2019.
Les prestations réalisées en 2019 sont divisées par l'activité réalisée en 2019. Ce nombre moyen de prestation par heure d'activité est multiplié par le contingent octroyé aux services en 2020 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2020. Ce même nombre de prestations par heure d'activité est multiplié par le contingent octroyé aux services en 2021 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2021. [1 Ce même nombre de prestations par heure d'activité est également multiplié par le contingent octroyé aux services en 2022 afin d'obtenir le nombre de prestations à prendre en considération pour l'année 2022.]1
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 2, si durant les années 2017, 2018 et 2019, l'activité du service était inférieure à son contingent attribué, le nombre de prestation obtenu au deuxième alinéa du § 1er est multiplié par le meilleur pourcentage de réalisation de l'activité par rapport au contingent, obtenu par le service en 2017, 2018 ou 2019.
§ 3. Les modalités visées au paragraphe 2 ne s'appliquent pas aux services dont l'activité a débuté durant les années 2017, 2018 et 2019.
Modifications
Art. 4. De bepalingen van artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 4. Les dispositions de l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK III. - Maatregelen met betrekking tot diensten die worden gefinancierd door middel van een revalidatieovereenkomst bedoeld in artikel 1, 6°, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid
CHAPITRE III. - Mesures relatives aux services financés par le biais d'une convention de revalidation visée à l'article 1er, 6°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé
Art. 5. De bepalingen van de artikelen 5 en 6 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 5. Les dispositions des articles 5 et 6 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé couvrent la période s'étalant du 1 mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen betreffende de rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra
CHAPITRE IV. - Mesures relatives aux maisons de repos et maisons de repos et de soins et centres de soins de jour
Afdeling 1. - Toepasselijke modaliteiten en neutralisatie van berekeningen van de subsidies m.b.t. de factureringsperiodes 2021 en 2022
Section 1. - Modalités applicables et neutralisation des calculs des subventions relatives aux périodes de facturation 2021 et 2022.
Art. 6. Overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector en artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2020 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie zijn de maatregelen betreffende de dagverzorgingscentra de volgende:
1° met betrekking tot de dagverzorgingscentra voor afhankelijke ouderen die verbonden zijn met een rustoord voor ouderen of met een rust- en verzorgingstehuis, stemt het aantal dagen gecodeerd in het formulier bedoeld in artikel 3, § 1,1° van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, voor de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, overeen met het aantal dagen dat overeenkomt met de gemiddelde bezettingsgraad van de eerste vijf werkdagen van februari 2020, indien het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen lager is dan dit aantal.
Het voorgaande lid is van toepassing op voorwaarde dat al het personeel van het dagverzorgingscentrum voor afhankelijke ouderen niet tijdelijk werkloos is geplaatst gedurende de periode van sluiting van het dagverzorgingscentrum voor afhankelijke ouderen;
2° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, kunnen als gelijkgestelde dagen of uren worden beschouwd bij de codering in het formulier bedoeld in artikel 3, § 1.1°, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer met corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer voor quarantaine;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
3° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
1° met betrekking tot de dagverzorgingscentra voor afhankelijke ouderen die verbonden zijn met een rustoord voor ouderen of met een rust- en verzorgingstehuis, stemt het aantal dagen gecodeerd in het formulier bedoeld in artikel 3, § 1,1° van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, voor de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, overeen met het aantal dagen dat overeenkomt met de gemiddelde bezettingsgraad van de eerste vijf werkdagen van februari 2020, indien het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen lager is dan dit aantal.
Het voorgaande lid is van toepassing op voorwaarde dat al het personeel van het dagverzorgingscentrum voor afhankelijke ouderen niet tijdelijk werkloos is geplaatst gedurende de periode van sluiting van het dagverzorgingscentrum voor afhankelijke ouderen;
2° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, kunnen als gelijkgestelde dagen of uren worden beschouwd bij de codering in het formulier bedoeld in artikel 3, § 1.1°, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer met corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer voor quarantaine;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
3° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
Art. 6. En application de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé et de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, les mesures relatives aux centres de soins de jours sont les suivantes :
1° en ce qui concerne les centres de soins de jour pour personnes âgées dépendantes liés à une maison de repos pour personnes âgées, ou à une maison de repos et de soins, Le nombre de journées encodées dans le formulaire visé à l'article 3, § 1er,1° de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, pour la période du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, correspondra au nombre de journées correspondant au taux d'occupation moyen des 5 premiers jours ouvrables du mois de février 2020 dans le cas où le nombre de journées effectivement réalisées serait inférieur à ce nombre.
L'alinéa précédent s'applique pour autant que l'ensemble du personnel du centre de soins de jour pour personnes âgées dépendantes, n'ait pas été mis au chômage temporaire pour la période de fermeture du centre de soins de jour pour personnes âgées dépendantes;
2° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, peuvent être considérées comme journées ou heures assimilées, lors de l'encodage dans le formulaire visé à l'article 3, § 1er,1°, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour mise en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
1° en ce qui concerne les centres de soins de jour pour personnes âgées dépendantes liés à une maison de repos pour personnes âgées, ou à une maison de repos et de soins, Le nombre de journées encodées dans le formulaire visé à l'article 3, § 1er,1° de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, pour la période du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, correspondra au nombre de journées correspondant au taux d'occupation moyen des 5 premiers jours ouvrables du mois de février 2020 dans le cas où le nombre de journées effectivement réalisées serait inférieur à ce nombre.
L'alinéa précédent s'applique pour autant que l'ensemble du personnel du centre de soins de jour pour personnes âgées dépendantes, n'ait pas été mis au chômage temporaire pour la période de fermeture du centre de soins de jour pour personnes âgées dépendantes;
2° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, peuvent être considérées comme journées ou heures assimilées, lors de l'encodage dans le formulaire visé à l'article 3, § 1er,1°, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour mise en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
Art. 7. Overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector en artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2020 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie zijn de maatregelen betreffende de rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen de volgende:
1° de ongebruikte verblijfsdagen wegens ontslag uit de instelling tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, die niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2, kunnen voor de berekening van de subsidies als verblijfsdagen worden beschouwd. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen, de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
2° de dagen die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet binnen de instelling zijn gefactureerd en die verband houden met ontslag wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als gefactureerde dagen. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
3° patiënten die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 uit de instelling zijn ontslagen wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de toelagen worden beschouwd als patiënten die tot [2 30 juni 2022]2 aanwezig waren;
4° begunstigden die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 uit de instelling worden ontslagen wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe inschrijvingen, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als begunstigden die tot [2 30 juni 2022]2 aanwezig waren;
5° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
6° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
1° de ongebruikte verblijfsdagen wegens ontslag uit de instelling tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, die niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2, kunnen voor de berekening van de subsidies als verblijfsdagen worden beschouwd. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen, de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
2° de dagen die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet binnen de instelling zijn gefactureerd en die verband houden met ontslag wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als gefactureerde dagen. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
3° patiënten die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 uit de instelling zijn ontslagen wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de toelagen worden beschouwd als patiënten die tot [2 30 juni 2022]2 aanwezig waren;
4° begunstigden die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 uit de instelling worden ontslagen wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe inschrijvingen, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als begunstigden die tot [2 30 juni 2022]2 aanwezig waren;
5° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
6° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
Art. 7. En application de l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, et de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, les mesures relatives aux maisons de repos et de soins et aux maisons de repos pour personnes âgées sont les suivantes :
1° les journées d'hébergement non-réalisées liées à des sorties de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées d'hébergement pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
2° les journées non facturées au sein de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 liées à des sorties pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées facturées pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
3° les sorties de patients de l'institution, survenues entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des patients présents jusqu'au 31 mars 2021, pour le calcul des subventions;
4° les sorties de bénéficiaires de l'institution, survenues entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des bénéficiaires présents jusqu'au 31 mars 2021, pour le calcul des subventions;
5° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, peuvent être considérées, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
6° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2 2021, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
1° les journées d'hébergement non-réalisées liées à des sorties de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées d'hébergement pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
2° les journées non facturées au sein de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 liées à des sorties pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées facturées pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
3° les sorties de patients de l'institution, survenues entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des patients présents jusqu'au 31 mars 2021, pour le calcul des subventions;
4° les sorties de bénéficiaires de l'institution, survenues entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des bénéficiaires présents jusqu'au 31 mars 2021, pour le calcul des subventions;
5° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, peuvent être considérées, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
6° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2 2021, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
Art. 8. Overeenkomstig artikel 10 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector en artikel 6 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2020 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie zijn de maatregelen betreffende de rustoorden, de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra de volgende:
1° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de uitslag van een COVID-19-test;
2° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
1° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de uitslag van een COVID-19-test;
2° het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
Art. 8. En application de l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé et de l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, les mesures relatives aux maisons de repos et maisons de repos et de soins et centres de soins de jour sont les suivantes :
1° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, peuvent être considérées comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
2° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
1° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, peuvent être considérées comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
2° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article, si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
Art. 9. Overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector en artikel 7 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 van 16 juni 2020 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie zijn de maatregelen betreffende de rustoorden, de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra de volgende:
1° de dagen die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet binnen de instelling zijn gefactureerd wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als verblijfsdagen. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen, de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
2° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
1° de dagen die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet binnen de instelling zijn gefactureerd wegens overlijden, ziekenhuisopname of terugkeer in het gezin, en die tussen 1 maart 2020 en [2 30 juni 2022]2 niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames, kunnen voor de berekening van de subsidies worden beschouwd als verblijfsdagen. In dit geval is de afhankelijkheidscategorie die in aanmerking wordt genomen, de afhankelijkheidscategorie van de bewoner die de plaats innam alvorens ontslagen te worden;
2° de niet-gelijkgestelde prestatiedagen of -uren van het personeel om een reden die verband houdt met COVID-19, kunnen gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen of uren, voor zover ze betrekking hebben op één van de volgende situaties:
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer gedekt met een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus dekt;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in tijdelijke werkloosheid COVID-19 is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer wegens corona-ouderschapsverlof;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die in quarantaine is geplaatst;
- de dagen of uren met onvergoede prestaties van de werknemer die wacht op de resultaten van een opsporingstest voor COVID-19;
het volume van de vergoede prestaties van de werknemer die is aangeworven, of die zijn contractuele uren heeft zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het tekort aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19, namelijk van 1 maart 2020 tot [2 30 juni 2022]2, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in dit artikel bedoelde subsidies, indien dit extra volume van de prestaties wordt gedekt door de uitzonderlijke subsidies die aan de inrichtingen worden toegekend om de COVID-19-crisis aan te pakken via de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 2020 waarbij voor het jaar 2020 aan de rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen voor ouderen een uitzonderlijke subsidie wordt toegekend ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de extra activiteiten in verband met het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en de ministeriële besluiten van 19 mei 2020, waarbij voor het jaar 2020 aan verpleeghuizen en bejaardentehuizen een extra uitzonderlijke subsidie ter dekking van de extra kosten voor het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 en het verlies van het aandeel van de bewoners die tijdens deze crisis zijn overleden, met als gevolg een toename van het aantal lege bedden in de inrichtingen.
Art. 9. En application de l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé et de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 du 16 juin 2020 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale, les mesures relatives aux maisons de repos et maisons de repos et de soins et centres de soins de jour sont les suivantes :
1° les journées non facturées au sein de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées d'hébergement pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
2° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, peuvent être considérées, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
1° les journées non facturées au sein de l'institution entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 pour cause de décès, d'hospitalisation ou de retour en famille, n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre le 1er mars 2020 et le [2 30 juin 2022]2 peuvent être considérées comme des journées d'hébergement pour le calcul des subventions. Dans ce cas, la catégorie de dépendance prise en considération est la catégorie de dépendance du résidant qui occupait la place juste avant sa sortie;
2° les journées ou heures non-assimilées de prestations du personnel pour une raison liée au COVID-19, peuvent être considérées, pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, comme journées ou heures assimilées, pour autant qu'elles correspondent à l'une des situations suivantes :
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en chômage temporaire COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur pour congé parental COVID-19;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur mis en quarantaine;
- les journées ou heures de prestations non rémunérées du travailleur en attente du résultat d'un test de dépistage au COVID-19;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2, n'est pas pris en considération pour le calcul des subventions visées au présent article si ce volume de prestations supplémentaire est couvert par les subventions exceptionnelles octroyées aux établissements afin de faire face à la crise du COVID-19 via les arrêtés du Gouvernement wallon du 30 mars 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle destinée à couvrir les coûts engendrés par le surcroît d'activités dû à la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 et les arrêtés ministériels du 19 mai 2020 octroyant, pour l'année 2020, aux maisons de repos et maisons de repos et de soins pour personnes âgées une subvention exceptionnelle additionnelle destinée à couvrir les surcoûts engendrés par la gestion de la crise sanitaire du COVID-19 ainsi que la perte de la quote-part des résidants décédés durant cette crise ayant pour conséquence une augmentation du nombre de lits vides au sein des établissements.
Afdeling 2. - Mededeling van gegevens aan de AVIQ.
Section 2. - Communication de données à l'AVIQ.
Art. 10. § 1. De rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra sturen de volgende gegevens naar de Overkoepelende directie Financiën van het AViQ:
1° gegevens met betrekking tot al het personeel, per persoon, dat afwezig is om een reden die verband houdt met COVID-19 :
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal dagen afwezigheid en de aard van de afwezigheid.
- Het aantal uren afwezigheid en de aard van de afwezigheid;
2° gegevens over het totale aantal personeelsleden, per persoon, in dienst genomen, of die hun contractueel vastgelegde uren hebben zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het gebrek aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19 :
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal gepresteerde dagen.
- Het aantal gepresteerde uren;
3° gegevens met betrekking tot begunstigden, patiënten of personen voor wie ongebruikte of niet-gefactureerde dagen worden meegerekend in de berekening van de subsidies:
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal dagen dat in toepassing van de bij dit decreet toegestane afwijkingen in aanmerking wordt genomen.
Deze gegevens worden door de instellingen aan de dienst verstrekt volgens een door de dienst opgesteld modelformulier dat kan worden gedownload van de website van het Agentschap. Dit bestand wordt per e-mail verstuurd naar het gebruikelijke adres van de dienst: appliweb@aviq.be.
§ 2. De gegevens mogen uitsluitend worden verwerkt met het oog op de controle van de in dit besluit bedoelde subsidiebedragen en worden bewaard gedurende de tijd die nodig is voor de gebruikelijke controle van de in dit besluit bedoelde subsidies.
De verzamelde gegevens mogen ook worden gebundeld voor statistische doeleinden, mits de dienst het eerder onmogelijk heeft gemaakt om personen te identificeren.
1° gegevens met betrekking tot al het personeel, per persoon, dat afwezig is om een reden die verband houdt met COVID-19 :
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal dagen afwezigheid en de aard van de afwezigheid.
- Het aantal uren afwezigheid en de aard van de afwezigheid;
2° gegevens over het totale aantal personeelsleden, per persoon, in dienst genomen, of die hun contractueel vastgelegde uren hebben zien toenemen, uitsluitend ter compensatie van het gebrek aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis COVID-19 :
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal gepresteerde dagen.
- Het aantal gepresteerde uren;
3° gegevens met betrekking tot begunstigden, patiënten of personen voor wie ongebruikte of niet-gefactureerde dagen worden meegerekend in de berekening van de subsidies:
- Naam en voornaam.
- Het nummer van de inschrijving in het Rijksregister.
- Het aantal dagen dat in toepassing van de bij dit decreet toegestane afwijkingen in aanmerking wordt genomen.
Deze gegevens worden door de instellingen aan de dienst verstrekt volgens een door de dienst opgesteld modelformulier dat kan worden gedownload van de website van het Agentschap. Dit bestand wordt per e-mail verstuurd naar het gebruikelijke adres van de dienst: appliweb@aviq.be.
§ 2. De gegevens mogen uitsluitend worden verwerkt met het oog op de controle van de in dit besluit bedoelde subsidiebedragen en worden bewaard gedurende de tijd die nodig is voor de gebruikelijke controle van de in dit besluit bedoelde subsidies.
De verzamelde gegevens mogen ook worden gebundeld voor statistische doeleinden, mits de dienst het eerder onmogelijk heeft gemaakt om personen te identificeren.
Art. 10. § 1er. Les Maisons de repos pour personnes âgées, les maisons de repos et de soins et les centre de soins de jours transmettent à la direction Transversale des Finances de l'AViQ, les données suivantes :
1° données relatives à l'ensemble du personnel, par personne, absente pour une raison liée au COVID-19 :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées d'absence et la nature de l'absence.
- Le nombre d'heures d'absence et la nature de l'absence;
2° données relatives à l'ensemble du personnel, par personne, engagée, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19 :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées prestées.
- Le nombre d'heures prestées;
3° données relatives aux bénéficiaires, patients, ou personnes pour lesquelles des journées non-réalisées ou non-facturées sont comptabilisées dans les calculs des subventions :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées comptabilisées en application des dérogations autorisées par le présent arrêté.
Ces données sont transmises par les institutions au service, suivant un modèle de formulaire réalisé par le service et disponible en téléchargement sur le site web de l'Agence. Ce fichier sera transmis par courrier électronique à l'adresse habituelle du service : appliweb@aviq.be
§ 2. Les données peuvent être traitées uniquement dans un but de contrôle des montants de subventions visés par le présent Arrêté, et seront conservées durant le temps nécessaire au contrôle habituel des subventions visées par le présent arrêté.
Les données récoltées peuvent également être agrégées à des fins statistiques, pour autant que l'identification des personnes ait été au préalable rendue impossible par le service.
1° données relatives à l'ensemble du personnel, par personne, absente pour une raison liée au COVID-19 :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées d'absence et la nature de l'absence.
- Le nombre d'heures d'absence et la nature de l'absence;
2° données relatives à l'ensemble du personnel, par personne, engagée, ou ayant vu son volume d'heures contractuelles augmenté, exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19 :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées prestées.
- Le nombre d'heures prestées;
3° données relatives aux bénéficiaires, patients, ou personnes pour lesquelles des journées non-réalisées ou non-facturées sont comptabilisées dans les calculs des subventions :
- Nom et prénom.
- Le numéro d'inscription au registre national.
- Le nombre de journées comptabilisées en application des dérogations autorisées par le présent arrêté.
Ces données sont transmises par les institutions au service, suivant un modèle de formulaire réalisé par le service et disponible en téléchargement sur le site web de l'Agence. Ce fichier sera transmis par courrier électronique à l'adresse habituelle du service : appliweb@aviq.be
§ 2. Les données peuvent être traitées uniquement dans un but de contrôle des montants de subventions visés par le présent Arrêté, et seront conservées durant le temps nécessaire au contrôle habituel des subventions visées par le présent arrêté.
Les données récoltées peuvent également être agrégées à des fins statistiques, pour autant que l'identification des personnes ait été au préalable rendue impossible par le service.
Afdeling 3. - Einddatum van de maatregelen bedoeld in de artikelen 7 en 12 van het besluit van de Waalse regering van 10 april 2020
Section 3. - Date de fin des mesures visées aux articles 7 et 12 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 avril 2020
Art. 11. De bepalingen van artikel 7 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de rustoorden, de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 11. Les dispositions de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives aux maisons de repos, maisons de repos et de soins et centres de soins de jour, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
Art. 12. De bepalingen van artikel 12 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de centra voor dagopvang voor ouderen, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 12. Les dispositions de l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives aux centres d'accueil de jour pour aînés, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK V. - Maatregelen betreffende de psychiatrische verzorgingstehuizen.
CHAPITRE V. - Mesures relatives aux maisons de soins psychiatriques
Art. 13. De bepalingen van artikel 13 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de psychiatrische verzorgingstehuizen, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 13. Les dispositions de l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé relatives aux maisons de soins psychiatriques, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK VI. -- Maatregelen betreffende de initiatieven voor beschut wonen
CHAPITRE VI. - Mesures relatives aux initiatives d'habitations protégées
Art. 14. De bepalingen van artikel 14 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de initiatieven voor beschut wonen, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 14. Les dispositions de l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives aux initiatives d'habitation protégée, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende de geïntegreerde diensten voor thuishulp en -verzorging
CHAPITRE VII. - Mesures relatives aux services intégrés d'aide et de soins à domicile
Art. 15. De bepalingen van artikel 15 en 16 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de geïntegreerde diensten voor thuishulp en -verzorging, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021.
Art. 15. Les dispositions de l'article 15 et 16 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives aux services intégrés d'aide et de soins à domicile, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au 31 mars 2021.
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende het overleg rond de psychiatrische patiënt
CHAPITRE VIII. - Mesures relatives à la concertation autour du patient psychiatrique
Art. 16. De bepalingen van artikel 17 en 18 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot het overleg rond de psychiatrische patiënt, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021.
Art. 16. Les dispositions de l'article 17 et 18 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives à la concertation autour du patient psychiatrique, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au 31 mars 2021.
HOOFDSTUK IX. - Maatregelen betreffende verstrekkingen voor tabaksontwenning
CHAPITRE IX. - Mesures relatives aux prestations de sevrage tabagique
Art. 17. De bepalingen van artikel 19 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de tabaksontwenning, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021.
Art. 17. Les dispositions de l'article 19 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives au sevrage tabagique, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au 31 mars 2021.
HOOFDSTUK X. - Maatregelen met betrekking tot de verblijfkosten van de door het Waalse Gewest erkende ziekenhuizen
CHAPITRE X. - Mesures relatives au prix d'hébergement des établissements hospitaliers agréés par la Région wallonne
Art. 18. De bepalingen van artikel 22 van het besluit van de Waalse regering van bijzondere machten nr. 14 van 10 april 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector met betrekking tot de verblijfkosten van de ziekenhuizen, hebben betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met [2 30 juni 2022]2.
Art. 18. Les dispositions de l'article 22 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoir spéciaux n° 14 du 10 avril 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé, relatives au prix d'hébergement des établissements hospitaliers, couvrent la période s'étalant du 1er mars 2020 au [2 30 juin 2022]2.
HOOFDSTUK XI. - Maatregelen betreffende de diensten voor de opvang, huisvesting en bijstand in de leefomgeving in de gehandicaptensector
CHAPITRE XI. - Mesures relatives aux services d'accueil, d'hébergement et d'aide en milieu de vie du secteur handicap
Art. 19. Overeenkomstig de artikelen 4, 7, 9, 11, 13, 15, 16, 27, 31 en 33 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, [3 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]3, zijn de maatregelen met betrekking tot de diensten voor de opvang, huisvesting en bijstand in de leefomgeving in de gehandicaptensector de volgende:
1° het volume van de betaalde prestaties van de werknemer die uitsluitend is aangeworven ter compensatie van het gebrek aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis van COVID-19, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst;
2. Voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst wordt rekening gehouden met de omvang van de onbetaalde prestaties van de werknemer die gedekt zijn door een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [3 30 juni 2022]3 dekt;
3° Het volume van de bezoldigde prestaties van de werknemer die ter beschikking worden gesteld van een andere dienst tijdens de periode van de COVID-19-crisis, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst waarmee de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft. Het mag niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst die van de terbeschikkingstelling profiteert;
4° voor de begeleidende diensten en ondersteuningsregelingen voor de inclusie wordt het volume van de betaalde prestaties van de aangeworven werknemer of wiens volume per uur is verhoogd om een bijkomende en uitzonderlijke opdracht uit te voeren die door de Waalse regering is toevertrouwd om personen met een handicap die als gevolg van COVID-19 zijn opgesloten, te helpen, niet in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst.
1° het volume van de betaalde prestaties van de werknemer die uitsluitend is aangeworven ter compensatie van het gebrek aan personeel in de dienst tijdens de periode van de gezondheidscrisis van COVID-19, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst;
2. Voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst wordt rekening gehouden met de omvang van de onbetaalde prestaties van de werknemer die gedekt zijn door een medisch attest dat de afwezigheid van de werknemer wegens het coronavirus gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met [3 30 juni 2022]3 dekt;
3° Het volume van de bezoldigde prestaties van de werknemer die ter beschikking worden gesteld van een andere dienst tijdens de periode van de COVID-19-crisis, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst waarmee de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft. Het mag niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst die van de terbeschikkingstelling profiteert;
4° voor de begeleidende diensten en ondersteuningsregelingen voor de inclusie wordt het volume van de betaalde prestaties van de aangeworven werknemer of wiens volume per uur is verhoogd om een bijkomende en uitzonderlijke opdracht uit te voeren die door de Waalse regering is toevertrouwd om personen met een handicap die als gevolg van COVID-19 zijn opgesloten, te helpen, niet in aanmerking genomen voor de berekening van de toeslag voor de geldelijke anciënniteit van de dienst.
Art. 19. En application des articles 4, 7, 9, 11, 13, 15, 16, 27, 31 et 33 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, [3 pour les années 2020, 2021 et 2022]3, les mesures relatives aux services d'accueil, d'hébergement et d'aide en milieu de vie du secteur handicap sont les suivantes :
1° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, n'est pas pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service;
2° le volume de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3 est pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur mis à disposition d'un autre service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, est pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service auprès duquel le travailleur dispose d'un contrat de travail. Il ne peut être pris en considération dans le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service bénéficiant de la mise à disposition;
4° pour les services d'accompagnement et les dispositifs de soutien à l'inclusion, le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé ou dont le volume horaire a été augmenté pour accomplir une mission additionnelle et exceptionnelle confiée par le Gouvernement wallon pour aider les personnes en situation de handicap confinées en raison du COVID-19 ne sera pas pris en considération pour le calcul du supplément pour l'ancienneté pécuniaire du service.
1° le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé exclusivement afin de pallier le manque d'effectifs du service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, n'est pas pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service;
2° le volume de prestations non rémunérées du travailleur couvert par un certificat médical couvrant l'absence du travailleur pour cause de coronavirus pendant la période s'étalant du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3 est pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service;
3° le volume de prestations rémunérées du travailleur mis à disposition d'un autre service pendant la période de crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, est pris en considération pour le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service auprès duquel le travailleur dispose d'un contrat de travail. Il ne peut être pris en considération dans le calcul du supplément pour ancienneté pécuniaire du service bénéficiant de la mise à disposition;
4° pour les services d'accompagnement et les dispositifs de soutien à l'inclusion, le volume de prestations rémunérées du travailleur engagé ou dont le volume horaire a été augmenté pour accomplir une mission additionnelle et exceptionnelle confiée par le Gouvernement wallon pour aider les personnes en situation de handicap confinées en raison du COVID-19 ne sera pas pris en considération pour le calcul du supplément pour l'ancienneté pécuniaire du service.
Art. 20. Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal in aanmerking genomen dossiers [1 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal dossiers met betrekking tot het jaar 2019 indien het eerste nummer lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 20. En application de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, le nombre de dossiers pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre de dossiers relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 21. Overeenkomstig artikel 6 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal dossiers dat in aanmerking wordt genomen voor de opvolging van het totale aantal begeleide dossiers [1 in 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal dossiers met betrekking tot het jaar 2019 indien het eerste aantal lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 21. En application de l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, pour le contrôle du nombre total de dossiers accompagnés [1 en 2020, 2021 et 2022]1, le nombre de dossiers pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre de dossiers relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 22. Overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal dossiers dat in aanmerking wordt genomen voor de opvolging van het totale aantal begeleide dossiers [1 in 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal dossiers met betrekking tot het jaar 2019 indien het eerste aantal lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 22. En application de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, pour le contrôle du nombre total de dossiers accompagnés [1 en 2020, 2021 et 2022]1, le nombre de dossiers pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre de dossiers relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 23. Overeenkomstig artikel 12 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal punten dat waargenomen wordt [1 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal punten dat betrekking heeft op het jaar 2019 indien het eerste cijfer lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 23. En application de l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, pour l'observation du nombre de points prestés [1 en 2020, 2021 et 2022]1, le nombre de points pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre de points relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 24. Overeenkomstig artikel 14 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal in aanmerking genomen tolkbeurten [1 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal tolkbeurten met betrekking tot het jaar 2019 indien het eerste nummer lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 24. En application de l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, le nombre d'interprétations pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre d'interprétations relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 25. Overeenkomstig artikel 17 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is het aantal uren activiteit dat waargenomen wordt [1 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]1 gelijk aan het aantal uren activiteit met betrekking tot het jaar 2019 indien het eerste aantal uren lager is dan het tweede.
Modifications
Art. 25. En application de l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, pour l'observation du nombre d'heures d'activités prestées [1 en 2020, 2021 et 2022]1, le nombre d'heures d'activités pris en compte [1 pour les années 2020, 2021 et 2022]1 est égal au nombre d'heures d'activités relatif à l'année 2019 si le premier nombre est inférieur au second.
Modifications
Art. 26. De maatregel van artikel 18 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector is van toepassing vanaf 1 maart 2020 tot en met [3 30 juni 2022]3.
Art. 26. La mesure prévue à l'article 18 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, s'applique à partir du 1er mars 2020 et jusqu'au [3 30 juin 2022]3.
Art. 27. Overeenkomstig artikel 25 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, wordt de gemiddelde bezetting [3 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]3 als volgt bepaald:
1° de dagen van aanwezigheid in de dienst op weekends, feestdagen en vakantieperiodes die door de dienst worden georganiseerd, bedoeld in artikel 1193, § 1, 2°, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, komen overeen met de dagen van aanwezigheid van dit type tijdens dezelfde periode in 2019, indien dit aantal groter is dan het aantal dat [3 in 2020, 2021 en 2022]3 wordt bereikt;
2° de limiet bepaald in punt 3° van § 1 van artikel 1193 van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid mag worden overschreden, tot een maximum van het aantal dagen dat overeenstemt met de werkdagen die zijn opgenomen in de lockdownperiode in verband met de gezondheidscrisis van COVID-19, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, op voorwaarde dat de begunstigden tijdens deze periode naar hun gezin zijn teruggekeerd;
3° de in artikel 1193, § 1, punt 4°, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid vastgestelde grens mag worden overschreden indien de periode die door het medisch attest of het hospitalisatieattest wordt gedekt, de hele of een deel van de lockdownperiode [1 van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3]1 omvat. In geval van een dergelijke verlenging is de einddatum voor het in aanmerking nemen van de dagen waarop het attest betrekking heeft, maximaal [3 op 30 juni 2022]3;
4° de dagen van leegstand van een bed die verband houden met ontslagen die niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames tussen 1 maart 2020 en [3 30 juni 2022]3, worden beschouwd als dagen verzorging voor de jaren 2020 en 2021 volgens de subsidiecategorie van de laatste begunstigde die het bed heeft bezet.
1° de dagen van aanwezigheid in de dienst op weekends, feestdagen en vakantieperiodes die door de dienst worden georganiseerd, bedoeld in artikel 1193, § 1, 2°, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, komen overeen met de dagen van aanwezigheid van dit type tijdens dezelfde periode in 2019, indien dit aantal groter is dan het aantal dat [3 in 2020, 2021 en 2022]3 wordt bereikt;
2° de limiet bepaald in punt 3° van § 1 van artikel 1193 van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid mag worden overschreden, tot een maximum van het aantal dagen dat overeenstemt met de werkdagen die zijn opgenomen in de lockdownperiode in verband met de gezondheidscrisis van COVID-19, d.w.z. van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3, op voorwaarde dat de begunstigden tijdens deze periode naar hun gezin zijn teruggekeerd;
3° de in artikel 1193, § 1, punt 4°, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid vastgestelde grens mag worden overschreden indien de periode die door het medisch attest of het hospitalisatieattest wordt gedekt, de hele of een deel van de lockdownperiode [1 van 1 maart 2020 tot [3 30 juni 2022]3]1 omvat. In geval van een dergelijke verlenging is de einddatum voor het in aanmerking nemen van de dagen waarop het attest betrekking heeft, maximaal [3 op 30 juni 2022]3;
4° de dagen van leegstand van een bed die verband houden met ontslagen die niet konden worden gecompenseerd door nieuwe opnames tussen 1 maart 2020 en [3 30 juni 2022]3, worden beschouwd als dagen verzorging voor de jaren 2020 en 2021 volgens de subsidiecategorie van de laatste begunstigde die het bed heeft bezet.
Art. 27. En application de l'article 25 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, l'occupation moyenne [3 des années 2020, 2021 et 2022]3 est déterminée comme suit :
1° les journées de présence au sein du service les week-ends, jours fériés et périodes de vacances organisées par le service, visées au point 2° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé correspondent aux journées de présence de ce type au cours de la même période en 2019, si ce nombre est supérieur au nombre réalisé [3 en 2020, 2021 et 2022]3;
2° la limite fixée au point 3° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé peut être dépassée, au maximum à concurrence du nombre de journées correspondant aux jours ouvrables compris dans la période de confinement liée à la crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, pour autant que les bénéficiaires soient retournés en famille durant cette période;
3° la limite fixée au point 4° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé peut être dépassée dans le cas où la période couverte par le certificat médical ou d'hospitalisation couvre tout ou partie de la période de confinement s'étalant [1 du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3]1. En cas de dépassement de ce type, la date de fin de prise en compte des journées couvertes par le certificat correspond au maximum [3 au 30 juin 2022]3;
4° les journées d'inoccupation des lits liées à des sorties n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre la date du 1er mars 2020 et le [3 30 juin 2022]3 sont considérées comme des journées de prise en charge pour les années 2020 et 2021 selon la catégorie de subventionnement du dernier bénéficiaire ayant occupé le lit.
1° les journées de présence au sein du service les week-ends, jours fériés et périodes de vacances organisées par le service, visées au point 2° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé correspondent aux journées de présence de ce type au cours de la même période en 2019, si ce nombre est supérieur au nombre réalisé [3 en 2020, 2021 et 2022]3;
2° la limite fixée au point 3° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé peut être dépassée, au maximum à concurrence du nombre de journées correspondant aux jours ouvrables compris dans la période de confinement liée à la crise sanitaire du COVID-19, soit du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, pour autant que les bénéficiaires soient retournés en famille durant cette période;
3° la limite fixée au point 4° du § 1er de l'article 1193 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé peut être dépassée dans le cas où la période couverte par le certificat médical ou d'hospitalisation couvre tout ou partie de la période de confinement s'étalant [1 du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3]1. En cas de dépassement de ce type, la date de fin de prise en compte des journées couvertes par le certificat correspond au maximum [3 au 30 juin 2022]3;
4° les journées d'inoccupation des lits liées à des sorties n'ayant pu être compensées par de nouvelles entrées entre la date du 1er mars 2020 et le [3 30 juin 2022]3 sont considérées comme des journées de prise en charge pour les années 2020 et 2021 selon la catégorie de subventionnement du dernier bénéficiaire ayant occupé le lit.
Art. 28. Overeenkomstig artikel 26 van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector en op basis van de driemaandelijkse aanwezigheidsregisters waarover het Agentschap beschikt, indien het aantal dagen van aanwezigheid van de begunstigden in de plaatsen in kort verblijf in de periode van 1 maart 2020 tot en met [3 30 juni 2022]3 lager is dan het aantal dagen van aanwezigheid in dezelfde periode in 2019, wordt het aantal dagen van aanwezigheid in 2019 voor die periode in aanmerking genomen voor de berekening van de subsidie [3 voor de jaren 2020, 2021 en 2022]3.
Art. 28. En application de l'article 26 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap et sur base des relevés trimestriels de présence dont dispose l'Agence, si le nombre de jours de présence des bénéficiaires au sein des places de court séjour au cours de la période s'étalant du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3 est inférieur au nombre de jours de présence au cours de la même période en 2019, c'est le nombre de jours de présence de l'année 2019 pour cette période qui est pris en considération pour le calcul de la subvention [3 des années 2020, 2021 et 2022]3.
Art. 29. Overeenkomstig artikel 28 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, zijn de in artikel 26, 3° en 4° bedoelde aanpassingen voor de bepaling van het gemiddelde bezetting [1 in 2020, 2021 en 2022]1 van toepassing op de verzorging van de als prioritair aangemerkte personen met een handicap.
Modifications
Art. 29. En application de l'article 28 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, les adaptations envisagées pour la détermination de l'occupation moyenne [1 des années 2020, 2021 et 2022]1 visées à l'article 26, 3° et 4°, sont applicables aux prises en charge des personnes handicapées déclarées prioritaires
Modifications
Art. 30. Overeenkomstig artikel 30 en 32 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, worden [1 de jaren 2020, 2021 en 2022]1 niet in aanmerking genomen bij de waarneming van het aantal punten dat met de dienst voor dagopvang en de residentiële dienst voor jongeren wordt behaald, op voorwaarde dat de diensten maatregelen hebben genomen om vanaf 1 september 2020 een maximaal activiteitenniveau te hervatten, rekening houdend met de op die datum geldende regels inzake veiligheid op gezondheidsgebied.
De Directie Audit en Controle van het AVIQ is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van deze bepaling. In geval van niet-naleving stelt de Directie Audit en Controle van AVIQ de dienst op de hoogte van deze vaststelling. De dienst heeft dan vijftien dagen de tijd om te voldoen aan de aanbevelingen van de Audit en Controle van het AVIQ. Bij gebrek aan tijdige in overeenstemming brengen worden de punten die in de loop van het jaar 2020 tussen 1 januari 2020 en 29 februari 2020 en tussen de datum van kennisgeving van de niet-naleving van deze bepaling en 31 december 2020 worden gegenereerd, geëxtrapoleerd over het hele jaar en in aanmerking genomen in de waarnemingsperiode van de punten. In geval van kennisgeving van niet-naleving [1 in 2021 en 2022]1 worden de punten die [1 in 2021 en 2022]1 daadwerkelijk zijn gegenereerd vanaf de datum van kennisgeving geëxtrapoleerd en in aanmerking genomen voor het jaar 2021.
De Directie Audit en Controle van het AVIQ is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van deze bepaling. In geval van niet-naleving stelt de Directie Audit en Controle van AVIQ de dienst op de hoogte van deze vaststelling. De dienst heeft dan vijftien dagen de tijd om te voldoen aan de aanbevelingen van de Audit en Controle van het AVIQ. Bij gebrek aan tijdige in overeenstemming brengen worden de punten die in de loop van het jaar 2020 tussen 1 januari 2020 en 29 februari 2020 en tussen de datum van kennisgeving van de niet-naleving van deze bepaling en 31 december 2020 worden gegenereerd, geëxtrapoleerd over het hele jaar en in aanmerking genomen in de waarnemingsperiode van de punten. In geval van kennisgeving van niet-naleving [1 in 2021 en 2022]1 worden de punten die [1 in 2021 en 2022]1 daadwerkelijk zijn gegenereerd vanaf de datum van kennisgeving geëxtrapoleerd en in aanmerking genomen voor het jaar 2021.
Modifications
Art. 30. En application des articles 30 et 32 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, [1 les années 2020, 2021 et 2022]1 ne sont pas prises en compte dans le cadre de l'observation du nombre de points réalisés par les services d'accueil de jour et les services résidentiels pour jeunes pour autant que les services aient pris leurs dispositions pour reprendre un niveau d'activité maximal dès le 1er septembre 2020, compte tenu des règles de sécurité sanitaire en vigueur à cette date.
La Direction de l'Audit et du Contrôle de l'AVIQ est chargée du contrôle du respect de cette disposition. En cas de non-respect de celle-ci, la Direction de l'Audit et du contrôle de l'AVIQ informe le service de ce constat. Le service dispose alors d'un délai de quinze jours pour se conformer aux recommandations de l'Audit et du contrôle de l'AVIQ. En l'absence de mise en conformité dans les délais, les points générés dans le courant de l'année 2020 entre le 1er janvier 2020 et le 29 février 2020 ainsi qu'entre la date de notification du non-respect de la présente disposition et le 31 décembre 2020 seront extrapolés sur l'année entière et pris en compte dans la période d'observation des points. En cas de notification du non-respect [1 en 2021 et 2022]1, ce sont les points réellement générés [1 en 2021 et 2022]1 à partir de la date de notification qui seront extrapolés et pris en considération pour l'année 2021.
La Direction de l'Audit et du Contrôle de l'AVIQ est chargée du contrôle du respect de cette disposition. En cas de non-respect de celle-ci, la Direction de l'Audit et du contrôle de l'AVIQ informe le service de ce constat. Le service dispose alors d'un délai de quinze jours pour se conformer aux recommandations de l'Audit et du contrôle de l'AVIQ. En l'absence de mise en conformité dans les délais, les points générés dans le courant de l'année 2020 entre le 1er janvier 2020 et le 29 février 2020 ainsi qu'entre la date de notification du non-respect de la présente disposition et le 31 décembre 2020 seront extrapolés sur l'année entière et pris en compte dans la période d'observation des points. En cas de notification du non-respect [1 en 2021 et 2022]1, ce sont les points réellement générés [1 en 2021 et 2022]1 à partir de la date de notification qui seront extrapolés et pris en considération pour l'année 2021.
Modifications
Art. 31. Overeenkomstig artikel 34 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 36 van 7 mei 2020 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de handicapsector, is de datum van vertrek van de betrokken gebruiker die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de subsidies, in geval van niet-vervanging van een gebruiker die is vertrokken tijdens de periode van gezondheidscrisis, die loopt van 1 maart 2020 tot en met [3 30 juni 2022]3, [3 30 juni 2022]3.
Art. 31. En application de l'article 34 de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 36 du 7 mai 2020 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur du handicap, en cas de non-remplacement d'un usager sorti durant la période de crise sanitaire, s'étalant du 1er mars 2020 au [3 30 juin 2022]3, la date de sortie de l'usager concerné prise en compte pour le calcul des subventions correspond au plus tard [3 au 30 juin 2022]3.
HOOFDSTUK XII. - Algemene bepalingen
CHAPITRE XII. - Dispositions générales
Art. 32. Overeenkomstig artikel 23, 36 en 2 van de besluiten van de Waalse Regering van bijzondere machten nrs. 14, 36 en 53, voor de toepassing van dit besluit en voor elke bepaling, genomen inzake subsidiëring, mag het bedrag van de subsidie geenszins hoger zijn dan de daadwekelijk door de begunstigde gedragen kostprijs, voor hetgeen gesubsidieerd wordt.
Art. 32. Conformément aux articles 23, 36 et 2 des arrêtés du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14, 36 et 53, pour l'application du présent arrêté et pour chacune des dispositions prises en matière de subventionnement, le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur au coût effectivement supporté par le bénéficiaire, pour ce qui est subventionné.
Art. 33. Dit besluit heeft uitwerking op 1 maart 2020.
Art. 33. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mars 2020.