Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen;
2° coronavirusmaatregelen: de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad genomen vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
3° Kaderbesluit Sociale Huur: het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode;
4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid;
5° Vlaamse Wooncode: decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
6° VMSW: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, opgericht bij artikel 30 van de Vlaamse Wooncode.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
23 OKTOBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen voor het Vlaamse woonbeleid ten gevolge van de beperkende coronavirusmaatregelen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2020 en tekstbijwerking tot 25-05-2022)
Titre
23 OCTOBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand portant des mesures concernant la politique flamande du logement à la suite des mesures restrictives pour contenir le coronavirus(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-11-2020 et mise à jour au 25-05-2022)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities en fasen van de coron...
HOOFDSTUK 2. - Private huur
HOOFDSTUK 3. - Sociale huur
HOOFDSTUK 4. - Sociale koop
HOOFDSTUK 5. - Woningkwaliteitsbeleid
HOOFDSTUK 6. - Tegemoetkomingen en waarborgen
Afdeling 1. - Vlaamse huursubsidie
Afdeling 2. - Vlaamse huurpremie
Afdeling 3. - Vlaamse renovatiepremie
Afdeling 4. - Verzekering gewaarborgd wonen
Afdeling 5. - Fonds ter bestrijding van uithuis...
HOOFDSTUK 7. - Behandelingstermijnen bij bijeen...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit Vlaa...
Afdeling 1. - Sociale huur
Afdeling 2. - Sociale koop
Afdeling 3. - Woningkwaliteitsbeleid
Afdeling 4. - Sociale verhuurkantoren
Afdeling 5. - Tegemoetkomingen, leningen en waa...
Onderafdeling 1. - Vlaamse huursubsidie
Onderafdeling 2. - Vlaamse huurpremie
Onderafdeling 3. - Vlaamse renovatiepremie
Onderafdeling 4. - Verzekering gewaarborgd wonen
Onderafdeling 5. - Fonds ter bestrijding van Ui...
Onderafdeling 6.
Onderafdeling 7.
Afdeling 6. - Behandelingstermijnen bij bijeenk...
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions et phases de la pan...
CHAPITRE 2. - Location privée
CHAPITRE 3. - Location sociale
CHAPITRE 4. - Acquisition sociale
CHAPITRE 5. - Politique relative à la qualité d...
CHAPITRE 6. - Interventions et garanties
Section 1re. - Subvention flamande à la location
Section 2. - Prime flamande à la location
Section 3. - Prime flamande à la rénovation
Section 4. - Assurance logement garanti
Section 5. - Fonds de lutte contre les expulsions
CHAPITRE 7. - Délais de traitement à la suite d...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté Code fl...
Section 1re. - Location sociale
Section 2. - Acquisition sociale
Section 3. - Politique relative à la qualité du...
Section 4. - Offices de location sociale
Section 5. - Interventions, prêts et garanties
Sous-section 1re. - Subvention flamande à la lo...
Sous-section 2. - Prime flamande à la location
Sous-section 3. - Prime flamande à la rénovation
Sous-section 4. - Assurance logement garanti
Sous-section 5. - Fonds de lutte contre les exp...
Sous-section 6.
Sous-section 7.
Section 6. - Délais de traitement à la suite de...
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (92)
Texte (92)
HOOFDSTUK 1. - Definities en fasen van de coronaviruspandemie
CHAPITRE 1er. - Définitions et phases de la pandémie de coronavirus
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° l'agence : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique Wonen-Vlaanderen (Logement - Flandre) créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen-Vlaanderen " ;
2° mesures de lutte contre le coronavirus : les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et les mesures en découlant prises par les autorités compétentes en matière de sécurité civile ;
3° Arrêté-cadre Location sociale : l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement ;
4° ministre : le ministre flamand qui a la politique du logement dans ses attributions ;
5° Code flamand du Logement : le décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
6° VMSW : la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social) créée par l'article 30 du Code flamand du Logement.
1° l'agence : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique Wonen-Vlaanderen (Logement - Flandre) créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wonen-Vlaanderen " ;
2° mesures de lutte contre le coronavirus : les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et les mesures en découlant prises par les autorités compétentes en matière de sécurité civile ;
3° Arrêté-cadre Location sociale : l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglementant le régime de location sociale et portant exécution du titre VII du Code flamand du Logement ;
4° ministre : le ministre flamand qui a la politique du logement dans ses attributions ;
5° Code flamand du Logement : le décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
6° VMSW : la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social) créée par l'article 30 du Code flamand du Logement.
Art. 2. De toepassing van de maatregelen, vermeld in dit besluit, is afhankelijk van de fase waarin de coronaviruspandemie zich bevindt:
1° fase groen: er is een vaccin beschikbaar en/of er is groepsimmuniteit. Alle contacten kunnen plaatsvinden. Handhygiëne (voor eten en na toiletbezoek) blijft noodzakelijk;
2° fase geel: er is een beperkte transmissie van besmettingen, waardoor verhoogde waakzaamheid is aangewezen. Contacten tussen mogelijke verspreiders worden beperkt. Functioneel noodzakelijke contacten kunnen doorgaan met inachtneming van de toepasselijke veiligheidsmaatregelen;
3° fase oranje: er is een systematische transmissie van besmettingen in de samenleving. Er zijn alleenstaande of geïsoleerde clusteruitbraken. Contacten tussen mogelijke verspreiders worden tot het essentiële beperkt en vinden plaats binnen een context waar risicofactoren zo veel mogelijk onder controle zijn gebracht;
4° fase rood: er zijn wijdverspreide besmettingen in de samenleving en er zijn nieuwe uitbraken en clusters. Contacten tussen mogelijke verspreiders moeten maximaal vermeden worden.
Elk van de fasen, vermeld in het eerste lid, kan van toepassing zijn voor het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest of voor een duidelijk afgebakend deelgebied.
De minister bepaalt welke fase van de coronaviruspandemie van toepassing is en, in voorkomend geval, voor welk duidelijk afgebakend deelgebied de fase van toepassing is. De maatregelen die verbonden zijn aan een bepaalde fase treden in werking op de datum van de bekendmaking van het ministerieel besluit tot vaststelling van een fase in het Belgisch Staatsblad. Dat besluit wordt eveneens bekendgemaakt via de websites van het agentschap en de VMSW.
1° fase groen: er is een vaccin beschikbaar en/of er is groepsimmuniteit. Alle contacten kunnen plaatsvinden. Handhygiëne (voor eten en na toiletbezoek) blijft noodzakelijk;
2° fase geel: er is een beperkte transmissie van besmettingen, waardoor verhoogde waakzaamheid is aangewezen. Contacten tussen mogelijke verspreiders worden beperkt. Functioneel noodzakelijke contacten kunnen doorgaan met inachtneming van de toepasselijke veiligheidsmaatregelen;
3° fase oranje: er is een systematische transmissie van besmettingen in de samenleving. Er zijn alleenstaande of geïsoleerde clusteruitbraken. Contacten tussen mogelijke verspreiders worden tot het essentiële beperkt en vinden plaats binnen een context waar risicofactoren zo veel mogelijk onder controle zijn gebracht;
4° fase rood: er zijn wijdverspreide besmettingen in de samenleving en er zijn nieuwe uitbraken en clusters. Contacten tussen mogelijke verspreiders moeten maximaal vermeden worden.
Elk van de fasen, vermeld in het eerste lid, kan van toepassing zijn voor het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest of voor een duidelijk afgebakend deelgebied.
De minister bepaalt welke fase van de coronaviruspandemie van toepassing is en, in voorkomend geval, voor welk duidelijk afgebakend deelgebied de fase van toepassing is. De maatregelen die verbonden zijn aan een bepaalde fase treden in werking op de datum van de bekendmaking van het ministerieel besluit tot vaststelling van een fase in het Belgisch Staatsblad. Dat besluit wordt eveneens bekendgemaakt via de websites van het agentschap en de VMSW.
Art. 2. L'application des mesures énoncées dans le présent arrêté dépend de la phase dans laquelle se trouve la pandémie de coronavirus :
1° phase verte : il existe un vaccin disponible et/ou une immunité de groupe. Tous les contacts sont autorisés. L'hygiène des mains (avant le repas et après chaque passage aux toilettes) reste nécessaire ;
2° phase jaune : une transmission limitée des infections est constatée, ce qui suggère une vigilance accrue. Les contacts entre les vecteurs de propagation doivent être limités. Les contacts fonctionnellement nécessaires peuvent se poursuivre dans le respect des mesures de sécurité applicables ;
3° phase orange : une transmission systématique des infections est constatée au sein de la société. Des flambées de cas isolées sont recensées. Les contacts entre les vecteurs de propagation potentiels sont limités à l'essentiel et se déroulent dans un contexte où les facteurs de risque sont maîtrisés autant que possible ;
4° phase rouge : des infections sont répandues à travers toute la société et de nouvelles flambées de cas et de nouveaux foyers sont identifiés. Les contacts entre les vecteurs de propagation potentiels doivent être évités au maximum.
Chaque phase, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, peut s'appliquer à l'ensemble du territoire de la Région flamande ou au sein d'un territoire clairement délimité.
Le ministre décide de la phase de pandémie de coronavirus appliquée et, le cas échéant, du territoire clairement délimité au sein duquel cette phase s'applique. Les mesures liées à une phase particulière entrent en vigueur à la date de publication au Moniteur belge de l'arrêté ministériel établissant une phase. Cet arrêté est également annoncé sur les sites web de l'agence et de la VMSW.
1° phase verte : il existe un vaccin disponible et/ou une immunité de groupe. Tous les contacts sont autorisés. L'hygiène des mains (avant le repas et après chaque passage aux toilettes) reste nécessaire ;
2° phase jaune : une transmission limitée des infections est constatée, ce qui suggère une vigilance accrue. Les contacts entre les vecteurs de propagation doivent être limités. Les contacts fonctionnellement nécessaires peuvent se poursuivre dans le respect des mesures de sécurité applicables ;
3° phase orange : une transmission systématique des infections est constatée au sein de la société. Des flambées de cas isolées sont recensées. Les contacts entre les vecteurs de propagation potentiels sont limités à l'essentiel et se déroulent dans un contexte où les facteurs de risque sont maîtrisés autant que possible ;
4° phase rouge : des infections sont répandues à travers toute la société et de nouvelles flambées de cas et de nouveaux foyers sont identifiés. Les contacts entre les vecteurs de propagation potentiels doivent être évités au maximum.
Chaque phase, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, peut s'appliquer à l'ensemble du territoire de la Région flamande ou au sein d'un territoire clairement délimité.
Le ministre décide de la phase de pandémie de coronavirus appliquée et, le cas échéant, du territoire clairement délimité au sein duquel cette phase s'applique. Les mesures liées à une phase particulière entrent en vigueur à la date de publication au Moniteur belge de l'arrêté ministériel établissant une phase. Cet arrêté est également annoncé sur les sites web de l'agence et de la VMSW.
HOOFDSTUK 2. - Private huur
CHAPITRE 2. - Location privée
Art. 3. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing tijdens een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Art. 3. Les dispositions du présent chapitre sont d'application pendant une urgence civile en matière de santé publique, telle qu'établie par le Gouvernement flamand.
Art. 4. In afwijking van artikel 11, tweede lid, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 24, tweede lid, van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 kan de huurder, die huurt in een gebied waar fase rood geldt of verhuist naar een gebied waar fase rood geldt, tijdens fase rood de verlenging van de huurovereenkomst wegens buitengewone omstandigheden aan de verhuurder vragen met een e-mail. Die aanvraag kan ook nog gebeuren tijdens de maand voor de vervaldag van de huur.
Art. 4. Par dérogation à l'article 11, alinéa 2, du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, du Code civil et à l'article 24, alinéa 2, du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018, un locataire qui loue ou qui déménage dans une zone où s'applique la phase rouge peut demander au bailleur de prolonger le contrat de bail pendant la phase rouge en raison de circonstances exceptionnelles par courrier électronique. Cette demande peut également être encore introduite durant le mois qui précède la date d'échéance de la location.
Art. 5. Dit artikel is van toepassing op studentenhuurovereenkomsten als vermeld in titel III van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018, die eindigen tijdens een civiele noodsituatie als vermeld in artikel 3, en die gesloten zijn met een huurder die zijn hoofdverblijfplaats niet in België heeft.
De verhuurder kan met een aangetekende brief of met een e-mail met ontvangstbevestiging aan de huurder vragen om het gehuurde studentenverblijf te ontruimen bij de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst. De verhuurder kan ook aankondigen dat hij het studentenverblijf op eigen kosten zal ontruimen na de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst en dat hij de inboedel op eigen kosten gedurende drie maanden zal stockeren. De verhuurder gebruikt het postadres of e-mailadres, vermeld in de studentenhuurovereenkomst, of het postadres of e-mailadres dat de student op een later tijdstip aan de verhuurder heeft meegedeeld.
Als de verhuurder een aangetekende brief of e-mail met ontvangstbevestiging heeft verstuurd naar de huurder overeenkomstig het tweede lid, kan hij het studentenverblijf op eigen kosten ontruimen na de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst en in dat geval stockeert hij de inboedel gedurende drie maanden op eigen kosten.
De huurder kan binnen de termijn van drie maanden, vermeld in het derde lid, de inboedel terugvragen zonder kosten verschuldigd te zijn. In afwijking van artikel 2279, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek worden de goederen die na het verstrijken van die termijn niet door de huurder zijn teruggevraagd, eigendom van de verhuurder.
De verhuurder kan met een aangetekende brief of met een e-mail met ontvangstbevestiging aan de huurder vragen om het gehuurde studentenverblijf te ontruimen bij de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst. De verhuurder kan ook aankondigen dat hij het studentenverblijf op eigen kosten zal ontruimen na de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst en dat hij de inboedel op eigen kosten gedurende drie maanden zal stockeren. De verhuurder gebruikt het postadres of e-mailadres, vermeld in de studentenhuurovereenkomst, of het postadres of e-mailadres dat de student op een later tijdstip aan de verhuurder heeft meegedeeld.
Als de verhuurder een aangetekende brief of e-mail met ontvangstbevestiging heeft verstuurd naar de huurder overeenkomstig het tweede lid, kan hij het studentenverblijf op eigen kosten ontruimen na de beëindiging van de studentenhuurovereenkomst en in dat geval stockeert hij de inboedel gedurende drie maanden op eigen kosten.
De huurder kan binnen de termijn van drie maanden, vermeld in het derde lid, de inboedel terugvragen zonder kosten verschuldigd te zijn. In afwijking van artikel 2279, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek worden de goederen die na het verstrijken van die termijn niet door de huurder zijn teruggevraagd, eigendom van de verhuurder.
Art. 5. Le présent article s'applique aux baux d'étudiants, tels que mentionnés au titre III du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018, qui viennent à échéance au cours d'une urgence civile, telle que mentionnée à l'article 3, et qui ont été conclus avec un locataire dont la résidence principale n'est pas située en Belgique.
Le bailleur peut demander au locataire, moyennant l'envoi d'une lettre recommandée ou d'un e-mail avec accusé de réception, d'évacuer le logement d'étudiant loué à la fin du bail d'étudiant. Le bailleur peut également annoncer qu'il évacuera le logement d'étudiant à ses propres frais à la fin du bail d'étudiant et qu'il entreposera le mobilier pendant trois mois à ses propres frais Le bailleur utilise l'adresse postale ou l'adresse e-mail, mentionnée dans le bail d'étudiant ou l'adresse postale ou l'adresse e-mail que l'étudiant a communiquée au bailleur à un moment ultérieur.
Si le bailleur a envoyé une lettre recommandée ou un e-mail avec accusé de réception au locataire conformément à l'alinéa 2, il est habilité à évacuer le logement d'étudiant à ses propres frais à la fin du bail d'étudiant, dans lequel cas il entrepose le mobilier pendant trois mois à ses propres frais.
Le locataire peut réclamer le mobilier endéans le délai de trois mois, tel que visé à l'alinéa 3, sans frais. Par dérogation à l'article 2279, alinéa 2, du Code civil, les biens qui n'ont pas été réclamés par le locataire après l'échéance de ce délai, deviennent propriété du bailleur.
Le bailleur peut demander au locataire, moyennant l'envoi d'une lettre recommandée ou d'un e-mail avec accusé de réception, d'évacuer le logement d'étudiant loué à la fin du bail d'étudiant. Le bailleur peut également annoncer qu'il évacuera le logement d'étudiant à ses propres frais à la fin du bail d'étudiant et qu'il entreposera le mobilier pendant trois mois à ses propres frais Le bailleur utilise l'adresse postale ou l'adresse e-mail, mentionnée dans le bail d'étudiant ou l'adresse postale ou l'adresse e-mail que l'étudiant a communiquée au bailleur à un moment ultérieur.
Si le bailleur a envoyé une lettre recommandée ou un e-mail avec accusé de réception au locataire conformément à l'alinéa 2, il est habilité à évacuer le logement d'étudiant à ses propres frais à la fin du bail d'étudiant, dans lequel cas il entrepose le mobilier pendant trois mois à ses propres frais.
Le locataire peut réclamer le mobilier endéans le délai de trois mois, tel que visé à l'alinéa 3, sans frais. Par dérogation à l'article 2279, alinéa 2, du Code civil, les biens qui n'ont pas été réclamés par le locataire après l'échéance de ce délai, deviennent propriété du bailleur.
Art. 6. § 1. Dit artikel is van toepassing op studentenhuurovereenkomsten die zijn gesloten conform titel III van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 en waarbij de kosten voor het verbruik van water en energie in de huurprijs zijn opgenomen conform artikel 60 van het voormelde decreet of in vaste bedragen worden bepaald conform artikel 1728ter van het Burgerlijk Wetboek.
§ 2. Als de student de gehuurde woning heeft verlaten doordat hij verplicht werd een vaste verblijfplaats te kiezen, zijn de kosten voor het verbruik van energie en water onverschuldigd, te rekenen vanaf de dag waarop de student de gehuurde woning heeft verlaten tot en met de dag waarop de verplichting tot het kiezen van een vaste verblijfplaats wordt opgeheven, op voorwaarde dat de student binnen tien werkdagen nadat hij verplicht wordt een vaste verblijfplaats te kiezen, de verhuurder met een aangetekende brief of met een e-mail met ontvangstbevestiging informeert dat hij de gehuurde woning heeft verlaten.
§ 3. De maandelijkse kosten voor het verbruik van water en energie worden vastgelegd op 10% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, in de volgende gevallen:
1° de huurprijs omvat ook de kosten voor het verbruik van energie en water;
2° de huurprijs is uitgezonderd het verbruik van energie en water en telecommunicatie en/of de belasting op tweede verblijven en de huurovereenkomst bepaalt geen verdeling van de afzonderlijk aangerekende kosten.
De maandelijkse kost voor het verbruik van water wordt vastgelegd op 5% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, als de huurprijs de kost voor het verbruik van water omvat en het verbruik van energie apart is aangerekend.
De maandelijkse kost voor het verbruik van energie wordt vastgelegd op 5% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, als de huurprijs de kost voor het verbruik van energie omvat en het verbruik van water apart is aangerekend.
§ 4. In afwijking van artikel 1728quater, § 1, van het Burgerlijk Wetboek kan de huurder het verzoek tot terugbetaling verzenden per e-mail. Het verzoek wordt ingesteld uiterlijk twee maanden na het einde van het studentenhuurcontract.
De verhuurder betaalt de onverschuldigde bedragen terug uiterlijk 14 kalenderdagen, nadat hij het verzoek tot teruggave heeft ontvangen.
§ 2. Als de student de gehuurde woning heeft verlaten doordat hij verplicht werd een vaste verblijfplaats te kiezen, zijn de kosten voor het verbruik van energie en water onverschuldigd, te rekenen vanaf de dag waarop de student de gehuurde woning heeft verlaten tot en met de dag waarop de verplichting tot het kiezen van een vaste verblijfplaats wordt opgeheven, op voorwaarde dat de student binnen tien werkdagen nadat hij verplicht wordt een vaste verblijfplaats te kiezen, de verhuurder met een aangetekende brief of met een e-mail met ontvangstbevestiging informeert dat hij de gehuurde woning heeft verlaten.
§ 3. De maandelijkse kosten voor het verbruik van water en energie worden vastgelegd op 10% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, in de volgende gevallen:
1° de huurprijs omvat ook de kosten voor het verbruik van energie en water;
2° de huurprijs is uitgezonderd het verbruik van energie en water en telecommunicatie en/of de belasting op tweede verblijven en de huurovereenkomst bepaalt geen verdeling van de afzonderlijk aangerekende kosten.
De maandelijkse kost voor het verbruik van water wordt vastgelegd op 5% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, als de huurprijs de kost voor het verbruik van water omvat en het verbruik van energie apart is aangerekend.
De maandelijkse kost voor het verbruik van energie wordt vastgelegd op 5% van het totaal van de huurprijs en de afzonderlijk aangerekende kosten, als de huurprijs de kost voor het verbruik van energie omvat en het verbruik van water apart is aangerekend.
§ 4. In afwijking van artikel 1728quater, § 1, van het Burgerlijk Wetboek kan de huurder het verzoek tot terugbetaling verzenden per e-mail. Het verzoek wordt ingesteld uiterlijk twee maanden na het einde van het studentenhuurcontract.
De verhuurder betaalt de onverschuldigde bedragen terug uiterlijk 14 kalenderdagen, nadat hij het verzoek tot teruggave heeft ontvangen.
Art. 6. § 1er. Cet article s'applique aux baux d'étudiants conclus conformément au titre III du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018 et dont le loyer comprend les frais de consommation d'eau et d'énergie, conformément à l'article 60 du décret précité ou fixés forfaitairement conformément à l'article 1728ter du Code civil.
§ 2. Si l'étudiant a quitté le logement loué à la suite de l'obligation de choisir une résidence permanente, il n'est pas tenu au paiement des coûts de consommation d'énergie et d'eau, à compter du jour où l'étudiant a quitté le logement loué jusqu'au jour où l'obligation de choisir une résidence permanente est levée, à condition que dans les dix jours ouvrables suivant l'obligation de choisir une résidence permanente, l'étudiant informe le bailleur qu'il a quitté le logement loué par lettre recommandée ou par courrier électronique avec accusé de réception.
§ 3. Les frais mensuels de consommation d'eau et d'énergie sont fixés à 10% du total du loyer et frais facturés séparément, dans les cas suivants :
1° le loyer comprend également les frais de consommation d'énergie et d'eau ;
2° le loyer ne comprend pas la consommation d'énergie et d'eau et des télécommunications et/ou la taxe sur les secondes résidences et le contrat de location ne prévoit pas de répartition des frais facturés séparément.
Les frais mensuels de consommation d'eau sont fixés à 5% du total du loyer et frais facturés séparément, si le loyer comprend les frais de consommation d'eau et que les frais de consommation d'énergie sont facturés séparément.
Les frais mensuels de consommation d'énergie sont fixés à 5% du total du loyer et frais facturés séparément, si le loyer comprend les frais de consommation d'énergie et que les frais de consommation d'eau sont facturés séparément.
§ 4. Par dérogation à l'article 1728quater, § 1er, du Code civil, le locataire peut adresser la demande de remboursement par courrier électronique. La demande doit être introduite au plus tard deux mois après la fin du contrat de location de l'étudiant.
Le bailleur paiera les indus au plus tard 14 jours calendrier après réception de la demande de remboursement.
§ 2. Si l'étudiant a quitté le logement loué à la suite de l'obligation de choisir une résidence permanente, il n'est pas tenu au paiement des coûts de consommation d'énergie et d'eau, à compter du jour où l'étudiant a quitté le logement loué jusqu'au jour où l'obligation de choisir une résidence permanente est levée, à condition que dans les dix jours ouvrables suivant l'obligation de choisir une résidence permanente, l'étudiant informe le bailleur qu'il a quitté le logement loué par lettre recommandée ou par courrier électronique avec accusé de réception.
§ 3. Les frais mensuels de consommation d'eau et d'énergie sont fixés à 10% du total du loyer et frais facturés séparément, dans les cas suivants :
1° le loyer comprend également les frais de consommation d'énergie et d'eau ;
2° le loyer ne comprend pas la consommation d'énergie et d'eau et des télécommunications et/ou la taxe sur les secondes résidences et le contrat de location ne prévoit pas de répartition des frais facturés séparément.
Les frais mensuels de consommation d'eau sont fixés à 5% du total du loyer et frais facturés séparément, si le loyer comprend les frais de consommation d'eau et que les frais de consommation d'énergie sont facturés séparément.
Les frais mensuels de consommation d'énergie sont fixés à 5% du total du loyer et frais facturés séparément, si le loyer comprend les frais de consommation d'énergie et que les frais de consommation d'eau sont facturés séparément.
§ 4. Par dérogation à l'article 1728quater, § 1er, du Code civil, le locataire peut adresser la demande de remboursement par courrier électronique. La demande doit être introduite au plus tard deux mois après la fin du contrat de location de l'étudiant.
Le bailleur paiera les indus au plus tard 14 jours calendrier après réception de la demande de remboursement.
HOOFDSTUK 3. - Sociale huur
CHAPITRE 3. - Location sociale
Art. 7. Tijdens fase rood kan de verhuurder, ter uitvoering van artikel 97bis, § 2, derde lid, van de Vlaamse Wooncode een huurovereenkomst van zes maanden als vermeld in titel II van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 sluiten met een alleenstaande die of een gezin dat ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood in een noodsituatie verkeren. Als de huurovereenkomst eindigt tijdens fase rood, wordt de huurovereenkomst op verzoek van de huurder verlengd met zes maanden.
Tijdens fase rood worden de verhuringen, vermeld in artikel 55bis, eerste lid, 2°, van het Kaderbesluit Sociale Huur, voor zover die gebeuren in het kader van opvang van alleenstaanden of gezinnen in een noodsituatie ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood, niet meegerekend voor het percentage, vermeld in artikel 55quinquies van het Kaderbesluit Sociale Huur.
De verhuurder die het eerste of het tweede lid toepast, meldt dat voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst aan de toezichthouder, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode.
Tijdens fase rood worden de verhuringen, vermeld in artikel 55bis, eerste lid, 2°, van het Kaderbesluit Sociale Huur, voor zover die gebeuren in het kader van opvang van alleenstaanden of gezinnen in een noodsituatie ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood, niet meegerekend voor het percentage, vermeld in artikel 55quinquies van het Kaderbesluit Sociale Huur.
De verhuurder die het eerste of het tweede lid toepast, meldt dat voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst aan de toezichthouder, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode.
Art. 7. Au cours de la phase rouge, le bailleur peut, en exécution de l'article 97bis, § 2, alinéa 3, du Code flamand du Logement, conclure un contrat de location de six mois, tel que mentionné au titre II du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018 avec une personne isolée ou un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge. Si le contrat de location se termine pendant la phase rouge, le contrat de location sera prolongé de six mois à la demande du locataire.
Au cours de la phase rouge, les locations, telles que mentionnées à l'article 55bis, alinéa 1er, 2°, de l'Arrêté-cadre Location sociale, pour autant qu'elles aient lieu dans le cadre de l'accueil d'une personne isolée ou d'un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge, ne sont pas prises en compte pour le pourcentage, tel que mentionné à l'article 55quinquies de l'Arrêté-cadre Location sociale.
Le bailleur, qui applique l'alinéa 1er ou l'alinéa 2, le notifie au contrôleur, visé à l'article 29bis du Code flamand du Logement, préalablement à la conclusion du contrat de location.
Au cours de la phase rouge, les locations, telles que mentionnées à l'article 55bis, alinéa 1er, 2°, de l'Arrêté-cadre Location sociale, pour autant qu'elles aient lieu dans le cadre de l'accueil d'une personne isolée ou d'un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge, ne sont pas prises en compte pour le pourcentage, tel que mentionné à l'article 55quinquies de l'Arrêté-cadre Location sociale.
Le bailleur, qui applique l'alinéa 1er ou l'alinéa 2, le notifie au contrôleur, visé à l'article 29bis du Code flamand du Logement, préalablement à la conclusion du contrat de location.
Art. 8. De maximale termijn, vermeld in artikel 3, § 4, eerste lid, 2°, van het Kaderbesluit Sociale Huur, wordt verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood als de termijn verstrijkt tijdens de duurtijd van fase rood, in de volgende gevallen:
1° de woning die ongeschikt- of onbewoonbaar is verklaard, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de persoon die zich wil inschrijven, woont in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
1° de woning die ongeschikt- of onbewoonbaar is verklaard, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de persoon die zich wil inschrijven, woont in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
Art. 8. Le délai maximal, tel que mentionné à l'article 3, § 4, alinéa 1er, 2°, de l'Arrêté-cadre Location sociale, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge si le délai prend fin pendant la phase rouge, dans les cas suivants :
1° l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable est située dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° la personne qui souhaite s'inscrire vit dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
1° l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable est située dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° la personne qui souhaite s'inscrire vit dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
Art. 9. Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in artikel 8 van het Kaderbesluit Sociale Huur, nog niet gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verhuurder ligt, wordt de actualisering pas opgestart na de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verhuurder ligt, begint de reglementair bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-huurder niet reageert binnen de reglementair bepaalde termijn, gaat de verhuurder na of de kandidaat-huurder woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de reglementair bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verhuurder ligt, begint de reglementair bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-huurder niet reageert binnen de reglementair bepaalde termijn, gaat de verhuurder na of de kandidaat-huurder woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de reglementair bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 9. Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'article 8 de l'Arrêté-cadre Location sociale, n'a pas encore débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du bailleur, l'actualisation ne débutera qu'après la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du bailleur, le délai de réaction réglementaire commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-locataire ne réagit pas dans le délai réglementaire, le bailleur vérifie si le candidat-locataire vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction réglementaire commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du bailleur, le délai de réaction réglementaire commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-locataire ne réagit pas dans le délai réglementaire, le bailleur vérifie si le candidat-locataire vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction réglementaire commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Art. 10. Als fase rood geldt voor het gebied waar de kandidaat-huurder woont, wordt het niet tijdig reageren op een aanbod slechts in rekening gebracht voor de schrappingsgrond, vermeld in het artikel 12, § 1, eerste lid, 6°, van het Kaderbesluit Sociale Huur, als de kandidaat-huurder niet reageert binnen een termijn van 15 kalenderdagen na de beëindiging van fase rood.
Art. 10. Si la phase rouge s'applique dans la région où vit le candidat-locataire, l'absence de réaction dans le délai à une offre est uniquement prise en compte comme motif de radiation, tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, 6°, de l'Arrêté-cadre Location sociale, si le candidat-locataire ne réagit pas dans un délai de 15 jours calendrier suivant la fin de la phase rouge.
Art. 11. De maximale termijn, vermeld in artikel 19, derde en vierde lid, van het Kaderbesluit Sociale Huur, wordt verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood als de termijn verstrijkt tijdens de duurtijd van fase rood, in de volgende gevallen:
1° het roerend of onroerend goed waarvan is vastgesteld dat het niet hoofdzakelijk voor wonen is bestemd, of de woning die onbewoonbaar of ongeschikt verklaard is, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de noodwoning waarin de persoon die zich wil inschrijven, woont, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
1° het roerend of onroerend goed waarvan is vastgesteld dat het niet hoofdzakelijk voor wonen is bestemd, of de woning die onbewoonbaar of ongeschikt verklaard is, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de noodwoning waarin de persoon die zich wil inschrijven, woont, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
Art. 11. Le délai maximal, tel que mentionné à l'article 19, alinéa 3 et 4, de l'Arrêté-cadre Location sociale, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge si le délai prend fin pendant la phase rouge, dans les cas suivants :
1° le bien mobilier ou immobilier dont il est établi qu'il n'est pas principalement destiné au logement, ou l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable, est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° le logement d'urgence dans lequel la personne qui souhaite s'inscrire vit est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
1° le bien mobilier ou immobilier dont il est établi qu'il n'est pas principalement destiné au logement, ou l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable, est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° le logement d'urgence dans lequel la personne qui souhaite s'inscrire vit est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
Art. 12. In afwijking van artikel 30, § 1, tweede lid, van het Kaderbesluit Sociale Huur wordt de termijn die begint te lopen of nog aan het lopen is tijdens de duurtijd van fase rood voor het gebied waar de kandidaat-huurder woont of waar het kantoor van de verhuurder ligt, verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood in het gebied waar fase rood het langste geldt.
Art. 12. Par dérogation à l'article 30, § 1er, alinéa 2, de l'Arrêté-cadre Location sociale, le délai qui commence à courir ou qui continue à courir pendant la phase rouge dans la région où vit le candidat-locataire ou au sein de laquelle est situé le bureau du bailleur, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge dans la région où la phase rouge dure le plus longtemps.
Art. 13. De huurder krijgt een uitstel van één jaar als vermeld in artikel 30bis, vierde lid, van het Kaderbesluit Sociale Huur, om te voldoen aan de huurdersverplichting, vermeld in artikel 92, § 3, eerste lid, 6° en 7°, van de Vlaamse Wooncode, als tijdens het jaar na huurder te zijn geworden fase rood geldt in het gebied waar de huurder woont.
Art. 13. Art. 13. Le locataire obtient un report d'un an, tel que mentionné à l'article 30bis, alinéa 4, de l'Arrêté-cadre Location sociale, pour répondre à l'obligation du locataire, visée à l'article 92, § 3, alinéa 1er, 6° et 7°, du Code flamand du Logement, si au cours de l'année où il est devenu locataire la phase rouge s'applique dans la région où vit le locataire.
HOOFDSTUK 4. - Sociale koop
CHAPITRE 4. - Acquisition sociale
Art. 14. Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in artikel 5, § 2, van bijlage I en II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, nog niet gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, wordt de actualisering pas opgestart na de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-koper niet reageert binnen de door de verkoper bepaalde termijn, gaat de verkoper na of de kandidaat-koper woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-koper niet reageert binnen de door de verkoper bepaalde termijn, gaat de verkoper na of de kandidaat-koper woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 14. Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'article 5, § 2, de l'annexe I et II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la Société flamande du Logement et des sociétés sociales de logement en exécution du Code flamand du Logement, n'a pas encore débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du bailleur, l'actualisation ne débutera qu'après la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du vendeur, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-acquéreur ne réagit pas dans le délai fixé par le vendeur, le vendeur vérifie si le candidat-acquéreur vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du vendeur, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-acquéreur ne réagit pas dans le délai fixé par le vendeur, le vendeur vérifie si le candidat-acquéreur vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
HOOFDSTUK 5. - Woningkwaliteitsbeleid
CHAPITRE 5. - Politique relative à la qualité du logement
Art. 15. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing tijdens een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 7, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode wordt ingediend en de burgemeester vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe behandelingstermijn van zestig dagen als vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen. In dat geval geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 8, § 2, van de Vlaamse Wooncode wordt ingediend en de gewestelijk ambtenaar vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 7, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode wordt ingediend en de burgemeester vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe behandelingstermijn van zestig dagen als vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen. In dat geval geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 8, § 2, van de Vlaamse Wooncode wordt ingediend en de gewestelijk ambtenaar vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Art. 15. Les dispositions du présent article sont d'application pendant une urgence civile en matière de santé publique, telle qu'établie par le Gouvernement flamand.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de traitement de soixante jours, tel que visé à l'article 8, § 1er, alinéa 2, du Code flamand du Logement, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte. Dans ce cas, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 8, § 2, du Code flamand du Logement, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de traitement de soixante jours, tel que visé à l'article 8, § 1er, alinéa 2, du Code flamand du Logement, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte. Dans ce cas, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 8, § 2, du Code flamand du Logement, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Art. 16. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing tijdens een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vastgesteld krachtens artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid.
Als tijdens fase geel, oranje of rood bij de behandeling van een beroep, ingesteld met toepassing van artikel 16, § 2, eerste lid, of artikel 17, § 3, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, een onderzoek ter plaatse nodig is en het agentschap vaststelt dat dit onderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe termijn van drie maanden als vermeld in artikel 16, § 2, derde lid, van de Vlaamse Wooncode aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen.
Een hoorzitting als vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, kan tijdens fasen geel, oranje en rood vervangen worden door een uitnodiging om binnen een bepaalde termijn standpunten en argumenten schriftelijk nader toe te lichten.
Als tijdens fase geel, oranje of rood bij de behandeling van een beroep, ingesteld met toepassing van artikel 16, § 2, eerste lid, of artikel 17, § 3, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, een onderzoek ter plaatse nodig is en het agentschap vaststelt dat dit onderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe termijn van drie maanden als vermeld in artikel 16, § 2, derde lid, van de Vlaamse Wooncode aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen.
Een hoorzitting als vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, kan tijdens fasen geel, oranje en rood vervangen worden door een uitnodiging om binnen een bepaalde termijn standpunten en argumenten schriftelijk nader toe te lichten.
Art. 16. Les dispositions du présent article sont d'application pendant une urgence civile en matière de santé publique, établie en vertu de l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matière de santé publique.
Si au cours de la phase jaune, orange ou rouge il s'avère lors du traitement d'un recours, introduit en application de l'article 16, § 2, alinéa 1er, ou de l'article 17, § 3, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, qu'une enquête sur place est nécessaire, et que l'agence constate que cette enquête ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de trois mois, tel que mentionné à l'article 16, § 2, alinéa 3, du Code flamand du Logement, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte.
Au cours de la phase jaune, orange ou rouge, une audition, telle que mentionnée à l'article 16, § 2, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, peut être remplacée par une invitation à présenter des explications écrites des points de vue et des arguments dans un délai déterminé.
Si au cours de la phase jaune, orange ou rouge il s'avère lors du traitement d'un recours, introduit en application de l'article 16, § 2, alinéa 1er, ou de l'article 17, § 3, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, qu'une enquête sur place est nécessaire, et que l'agence constate que cette enquête ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de trois mois, tel que mentionné à l'article 16, § 2, alinéa 3, du Code flamand du Logement, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte.
Au cours de la phase jaune, orange ou rouge, une audition, telle que mentionnée à l'article 16, § 2, alinéa 1er, du Code flamand du Logement, peut être remplacée par une invitation à présenter des explications écrites des points de vue et des arguments dans un délai déterminé.
Art. 17. In afwijking van artikel 2, § 5, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, zijn de afwijkingen op de vereisten en normen bij verhuring buiten het sociale huurstelsel voor de opvang van dak- en thuislozen toegestaan tijdens fase rood tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood, zonder beperking inzake maximale duur.
Art. 17. Par dérogation à l'article 2, § 5, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 portant les normes de qualité et de sécurité pour habitations, ajouté par l'arrêté du Gouvernement flamand 27 novembre 2015, les dérogations aux exigences et normes en cas de location en dehors du système de location sociale pour l'accueil de sans-abris et de sans-logis sont autorisées pendant la phase rouge, jusqu'à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge, sans limitation de la durée maximale.
HOOFDSTUK 6. - Tegemoetkomingen en waarborgen
CHAPITRE 6. - Interventions et garanties
Afdeling 1. - Vlaamse huursubsidie
Section 1re. - Subvention flamande à la location
Art. 18. Als een gemotiveerd verzoek tot ongeschikt, onbewoonbaar- of overbewoondverklaring werd ingediend tijdens fasen geel, oranje of rood en de burgemeester of de gewestelijk ambtenaar stelt vast dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt voor de vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 1°, a) en c), van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders, de datum van het gemotiveerde verzoek om de woning ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond te verklaren, als datum van het besluit dat de burgemeester of minister over dat verzoek neemt. Als binnen drie maanden na de overgang naar fase groen vaststellingen inzake het vervullen van deze voorwaarde onmogelijk zijn, geldt een vermoeden dat aan die voorwaarde is voldaan.
Art. 18. Si une demande motivée de déclaration d'inadaptation, d'inhabitabilité ou de suroccupation a été introduite au cours des phases jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre ou le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, la date qui s'applique pour le respect de la condition, telle que mentionnée à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 1°, a) et c), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nécessiteux d'un logement, est la date de la demande motivée de déclarer l'habitation inadaptée, inhabitable ou suroccupée, comme date de la décision prise par le bourgmestre ou le ministre à propos de cette demande. Si dans les trois mois suivant le passage à la phase verte, il n'est pas possible de procéder aux constatations destinées à établir le respect de cette condition, il est présumé qu'elle est remplie.
Art. 19. In afwijking van artikel 5, § 1/1, eerste lid, van het voormelde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 19. Par dérogation à l'article 5, § 1/1, alinéa 1er, de l'arrêté précité, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2014 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Art. 20. In afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde besluit kan de huurder tijdens fasen geel, oranje en rood de aanvraag indienen door afgifte bij het agentschap, door verzending per brief of via elektronische weg.
In afwijking van artikel 6, § 1, derde lid, van het voormelde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, kan tijdens fase rood de aanvraag worden ingediend tot uiterlijk twaalf maanden na de aanvangsdatum van de huurovereenkomst.
In afwijking van artikel 6, § 2, van het voormelde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014 en 5 april 2019, wordt bij de bepaling van de termijn of een woning als een transitwoning kan worden beschouwd geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
In afwijking van artikel 6, § 1, derde lid, van het voormelde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, kan tijdens fase rood de aanvraag worden ingediend tot uiterlijk twaalf maanden na de aanvangsdatum van de huurovereenkomst.
In afwijking van artikel 6, § 2, van het voormelde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014 en 5 april 2019, wordt bij de bepaling van de termijn of een woning als een transitwoning kan worden beschouwd geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
Art. 20. Par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 2, 1°, de l'arrêté précité, le locataire peut au cours des phases jaune, orange et rouge introduire la demande via une déclaration auprès de l'agence, au moyen d'un envoi par courrier ou par voie électronique.
Par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté précité, ajouté par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, la demande peut être introduite pendant la phase rouge jusqu'à douze mois maximum suivant la date de début du contrat de location.
Par dérogation à l'article 6, § 2, de l'arrêté précité, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 21 mars 2014 et 5 avril 2019, il n'est pas tenu compte de la durée de la phase rouge lors de la détermination du délai pendant lequel un logement peut être considéré comme un logement transitoire.
Par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté précité, ajouté par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, la demande peut être introduite pendant la phase rouge jusqu'à douze mois maximum suivant la date de début du contrat de location.
Par dérogation à l'article 6, § 2, de l'arrêté précité, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 21 mars 2014 et 5 avril 2019, il n'est pas tenu compte de la durée de la phase rouge lors de la détermination du délai pendant lequel un logement peut être considéré comme un logement transitoire.
Art. 21. In afwijking van artikel 7, vierde lid, van het voormelde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt het beroep tegen een beslissing of het stilzitten van het agentschap dat via elektronische weg wordt ingediend, tijdens fasen geel, oranje en rood als ontvankelijk beschouwd. Overschrijding van de beroepstermijn van twee maanden leidt tijdens fase rood niet tot onontvankelijkheid.
Art. 21. Par dérogation à l'article 7, alinéa 4, de l'arrêté précité, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, le recours contre une décision ou l'inaction de l'agence qui est introduit par voie électronique, est considéré comme recevable pendant les phases jaune, orange et rouge. Le dépassement du délai de recours de deux mois n'aboutit pas à l'irrecevabilité pendant la phase rouge.
Art. 22. In afwijking van artikel 12, zevende lid, 3°, van het voormelde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschorte uitbetaling die leidt tot stopzetting van de tegemoetkoming, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 22. Par dérogation à l'article 12, alinéa 7, 3°, de l'arrêté précité, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois de paiement suspendu qui aboutit à la cessation de l'intervention, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Afdeling 2. - Vlaamse huurpremie
Section 2. - Prime flamande à la location
Art. 23. In afwijking van artikel 2, achtste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt bij de bepaling van de termijn van negen maanden voor verhuizingen buiten het werkgebied van de oorspronkelijke domiciliemaatschappij na 15 maart 2020 geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
Art. 23. Par dérogation à l'article 2, alinéa 8, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2012 instaurant une subvention aux candidats-locataires, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, il n'est pas tenu compte dans la fixation du délai de neuf mois pour les déménagements en dehors du ressort de la société de domicile originale après le 15 mars 2020 de la durée de la phase rouge.
Art. 24. In afwijking van artikel 6, § 2, eerste lid, van het voormelde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt het beroep tegen een beslissing of het stilzitten van het agentschap dat via elektronische weg wordt ingediend, tijdens fasen geel, oranje en rood als ontvankelijk beschouwd. Overschrijding van de beroepstermijn van twee maanden leidt tijdens fase rood niet tot onontvankelijkheid.
Art. 24. Par dérogation à l'article 6, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté précité, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, le recours contre une décision ou l'inaction de l'agence qui est introduit par voie électronique, est considéré comme recevable pendant les phases jaune, orange et rouge. Le dépassement du délai de recours de deux mois n'aboutit pas à l'irrecevabilité pendant la phase rouge.
Art. 25. In afwijking van artikel 9, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschorte uitbetaling die leidt tot stopzetting van de tegemoetkoming, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 25. Par dérogation à l'article 9, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois de paiement suspendu qui aboutit à la cessation de l'intervention, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Afdeling 3. - Vlaamse renovatiepremie
Section 3. - Prime flamande à la rénovation
Art. 26. In afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie of verbetering van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning kan voor aanvragen ingediend tussen 15 maart 2020 en 31 december 2020 het bedrag van de tegemoetkoming berekend worden op facturen die op de aanvraagdatum ouder zijn dan twee jaar maar niet dateren van voor 15 maart 2018.
Als op 1 januari 2021 fase rood van toepassing is, kan de minister:
1° de regeling, vermeld in het eerste lid, verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021;
2° voor de toepassing van artikel 12 van het voormelde besluit van 21 december 2018 en in afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning, de mogelijkheid om een tweede aanvraag in te dienen meer dan twee jaar na de aanvraagdatum van de eerste aanvraag verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021.
Als op 1 januari 2021 fase rood van toepassing is, kan de minister:
1° de regeling, vermeld in het eerste lid, verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021;
2° voor de toepassing van artikel 12 van het voormelde besluit van 21 december 2018 en in afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning, de mogelijkheid om een tweede aanvraag in te dienen meer dan twee jaar na de aanvraagdatum van de eerste aanvraag verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021.
Art. 26. Par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 instituant une subvention aux frais de rénovation ou d'amélioration d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation, pour les demandes introduites entre le 15 mars 2020 et le 31 décembre 2020, le montant de l'intervention peut être calculé sur la base des factures qui, à la date de la demande, datent de plus de deux ans mais qui ne datent pas d'avant le 15 mars 2018.
Si la phase rouge est d'application au 1er janvier 2021, le ministre peut :
1° prolonger la réglementation, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins ;
2° pour l'application de l'article 12 de l'arrêté précité du 21 décembre 2018 et par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 instaurant une subvention aux frais de rénovation d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation, prolonger la possibilité d'introduire une deuxième demande plus de deux ans après la date de demande de la première demande pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins.
Si la phase rouge est d'application au 1er janvier 2021, le ministre peut :
1° prolonger la réglementation, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins ;
2° pour l'application de l'article 12 de l'arrêté précité du 21 décembre 2018 et par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 instaurant une subvention aux frais de rénovation d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation, prolonger la possibilité d'introduire une deuxième demande plus de deux ans après la date de demande de la première demande pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins.
Afdeling 4. - Verzekering gewaarborgd wonen
Section 4. - Assurance logement garanti
Art. 27. In afwijking van artikel 3, tweede lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2008 betreffende de verzekering gewaarborgd wonen wordt tijdens fase rood de termijn van een jaar voor de aanvraagdatum opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 27. Par dérogation à l'article 3, alinéa 2, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juin 2008 relatif à l'assurance logement garanti, au cours de la phase rouge, le délai d'un an avant la date de demande est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Art. 28. In afwijking van artikel 6, § 6, eerste lid, van het voormelde besluit:
1° kan tijdens fasen geel, oranje en rood door middel van een aangetekende brief of via elektronische weg beroep ingesteld worden bij de administrateur-generaal van het agentschap;
2° wordt tijdens fase rood de termijn om beroep in te stellen tegen de beslissing, vermeld in artikel 6, § 5, van het voormelde besluit, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
1° kan tijdens fasen geel, oranje en rood door middel van een aangetekende brief of via elektronische weg beroep ingesteld worden bij de administrateur-generaal van het agentschap;
2° wordt tijdens fase rood de termijn om beroep in te stellen tegen de beslissing, vermeld in artikel 6, § 5, van het voormelde besluit, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 28. Par dérogation à l'article 6, § 6, alinéa 1er, de l'arrêté précité :
1° pendant les phases jaune, orange et rouge, un recours peut être introduit auprès de l'administrateur général de l'agence par lettre recommandée ou par voie électronique ;
2° pendant la phase rouge, le délai d'introduction d'un recours contre la décision, tel que mentionné à l'article 6, § 5, de l'arrêté précité, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
1° pendant les phases jaune, orange et rouge, un recours peut être introduit auprès de l'administrateur général de l'agence par lettre recommandée ou par voie électronique ;
2° pendant la phase rouge, le délai d'introduction d'un recours contre la décision, tel que mentionné à l'article 6, § 5, de l'arrêté précité, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Afdeling 5. - Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen
Section 5. - Fonds de lutte contre les expulsions
Art. 29. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen bedraagt de tegemoetkoming van het Fonds voor die begeleidingen waarvoor het Fonds het formulier, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het voormelde besluit van het OCMW heeft ontvangen vanaf 1 oktober 2020 tot het moment waarop de minister een fase bepaalt of tijdens fase geel, oranje of rood:
1° bij de start van de begeleiding door het OCMW een vast bedrag van 200 euro;
2° bij de start van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 45% van de huurachterstal, met een maximum van 1.125 euro;
3° bij de beëindiging van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 15% van de huurachterstal, met een maximum van 375 euro.
1° bij de start van de begeleiding door het OCMW een vast bedrag van 200 euro;
2° bij de start van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 45% van de huurachterstal, met een maximum van 1.125 euro;
3° bij de beëindiging van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 15% van de huurachterstal, met een maximum van 375 euro.
Art. 29. Par dérogation à l'article 7, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019 instaurant une intervention au profit du CPAS pour la lutte contre les expulsions, l'intervention du Fonds relative à ces encadrements pour lesquels le Fonds a reçu du CPAS le formulaire, tel que mentionné à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté précité, s'élève à partir du 1er octobre 2020 jusqu'au moment où le ministre décide de l'application d'une phase ou pendant la phase jaune, orange ou rouge :
1° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant fixe de 200 euros ;
2° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 45% des arriérés de loyer, avec un maximum de 1 125 euro ;
3° à la fin de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 15% des arriérés de loyer, avec un maximum de 375 euros.
1° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant fixe de 200 euros ;
2° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 45% des arriérés de loyer, avec un maximum de 1 125 euro ;
3° à la fin de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 15% des arriérés de loyer, avec un maximum de 375 euros.
HOOFDSTUK 7. - Behandelingstermijnen bij bijeenkomsten van de beoordelingscommissie
CHAPITRE 7. - Délais de traitement à la suite des réunions de la commission d'évaluation
Art. 30. Tijdens fase rood kan de VMSW de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 23 van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017, laten bijeenkomen. In dat geval gelden artikel 32 en 33.
Art. 30. Pendant la phase rouge, la VMSW peut convoquer une réunion de la commission d'évaluation, telle que mentionnée à l'article 23 de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017. Dans ce cas, les articles 32 et 33 s'appliquent.
Art. 31. In afwijking van 17, § 3, tweede lid, van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017 brengt de VMSW tijdens fase rood binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier, een advies uit bij het uitvoeringsdossier.
Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de normen en de bouwtechnische en conceptuele richtlijnen, en is de verrichting principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning op de laatste dag van de termijn van veertien kalenderdagen, vermeld in het eerste lid, die in voorkomend geval is verlengd conform artikel 17, § 3, derde lid, van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017.
Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de normen en de bouwtechnische en conceptuele richtlijnen, en is de verrichting principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning op de laatste dag van de termijn van veertien kalenderdagen, vermeld in het eerste lid, die in voorkomend geval is verlengd conform artikel 17, § 3, derde lid, van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017.
Art. 31. Par dérogation à l'article 17, § 3, alinéa 2, de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017, pendant la phase rouge, la VMSW rend dans un délai de quatorze jours calendrier, à compter du jour suivant la réception du dossier d'exécution, un avis sur le dossier d'exécution.
Si l'avis de la VMSW n'est pas rendu dans les délais, le dossier d'exécution est réputé conforme aux normes et aux directives techniques de construction et conceptuelles et l'opération est en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme le dernier jour du délai de quatorze jours calendrier, mentionné à l'alinéa 1er, prolongé, le cas échéant, conformément à l'article 17, § 3, alinéa 3 de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017.
Si l'avis de la VMSW n'est pas rendu dans les délais, le dossier d'exécution est réputé conforme aux normes et aux directives techniques de construction et conceptuelles et l'opération est en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme le dernier jour du délai de quatorze jours calendrier, mentionné à l'alinéa 1er, prolongé, le cas échéant, conformément à l'article 17, § 3, alinéa 3 de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017.
Art. 32. In afwijking van artikel 19, § 1, eerste lid, van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017 stelt de VMSW tijdens fase rood een lijst op van bouw- en investeringsverrichtingen die op de zevende kalenderdag voor een beoordelingscommissie principieel vatbaar zijn voor opname in de kortetermijnplanning en waarvoor conform artikel 18 van het Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017 blijkt dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen, meldingen en een zakelijk recht op de gronden. De verrichtingen die na de voormelde datum de status `principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning' krijgen, komen in aanmerking voor de daarop volgende beoordelingscommissie. De voorwaarde dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen, meldingen en een zakelijk recht op de gronden, wordt beoordeeld op de dag waarop de beoordelingscommissie bijeenkomt.
Art. 32. Par dérogation à l'article 19, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017, pendant la phase rouge, la VMSW dresse une liste des opérations de construction et d'investissement qui sont en principe susceptibles d'inscription dans le planning à court terme devant une commission d'évaluation le septième jour calendrier et pour lesquelles il apparaît, conformément à l'article 18 de l'arrêté Procédure Logement du 14 juillet 2017, que l'initiateur dispose des autorisations requises, des déclarations et d'un droit réel sur les terrains. Les opérations qui, après la date précitée, acquièrent le statut " en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme " entrent en considération pour la commission d'évaluation suivante. La condition que l'initiateur dispose des autorisations requises, des déclarations et d'un droit réel sur les terrains est évaluée le jour où la commission d'évaluation se réunit.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021
Afdeling 1. - Sociale huur
Section 1re. - Location sociale
Art. 33. Tijdens fase rood kan de verhuurder, ter uitvoering van artikel 6.28, derde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 een huurovereenkomst van zes maanden als vermeld in titel II van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 sluiten met een alleenstaande die of een gezin dat ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood in een noodsituatie verkeren. Als de huurovereenkomst eindigt tijdens fase rood, wordt de huurovereenkomst op verzoek van de huurder verlengd met zes maanden.
Tijdens fase rood worden de verhuringen, vermeld in artikel 6.71, eerste lid, 2°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, voor zover die gebeuren in het kader van opvang van alleenstaanden of gezinnen in een noodsituatie ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood, niet meegerekend voor het percentage, vermeld in artikel 6.74 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
De verhuurder die het eerste of het tweede lid toepast, meldt dat voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Tijdens fase rood worden de verhuringen, vermeld in artikel 6.71, eerste lid, 2°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, voor zover die gebeuren in het kader van opvang van alleenstaanden of gezinnen in een noodsituatie ten gevolge van het van toepassing zijn van fase rood, niet meegerekend voor het percentage, vermeld in artikel 6.74 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
De verhuurder die het eerste of het tweede lid toepast, meldt dat voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Art. 33. Au cours de la phase rouge, le bailleur peut, en exécution de l'article 6.28, alinéa 3, du Code flamand du Logement de 2021, conclure un contrat de location de six mois, tel que mentionné au titre II du décret flamand sur la location d'habitations du 9 novembre 2018 avec une personne isolée ou un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge. Si le contrat de location se termine pendant la phase rouge, le contrat de location sera prolongé de six mois à la demande du locataire.
Au cours de la phase rouge, les locations, telles que mentionnées à l'article 6.71, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pour autant qu'elles aient lieu dans le cadre de l'accueil d'une personne isolée ou d'un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge, ne sont pas prises en compte pour le pourcentage, tel que mentionné à l'article 6.74 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
Le bailleur, qui applique l'alinéa 1er ou l'alinéa 2, le notifie au contrôleur, tel que mentionné à l'article 4.79 du Code flamand du Logement de 2021, préalablement à la conclusion du contrat de location.
Au cours de la phase rouge, les locations, telles que mentionnées à l'article 6.71, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pour autant qu'elles aient lieu dans le cadre de l'accueil d'une personne isolée ou d'un ménage qui se trouve dans une situation d'urgence à la suite de l'application de la phase rouge, ne sont pas prises en compte pour le pourcentage, tel que mentionné à l'article 6.74 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021.
Le bailleur, qui applique l'alinéa 1er ou l'alinéa 2, le notifie au contrôleur, tel que mentionné à l'article 4.79 du Code flamand du Logement de 2021, préalablement à la conclusion du contrat de location.
Art. 34. De maximale termijn, vermeld in artikel 6.14, tweede lid, 1°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wordt verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood als de termijn verstrijkt tijdens de duurtijd van fase rood, in de volgende gevallen:
1° de woning die ongeschikt- of onbewoonbaar is verklaard, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de persoon die zich wil inschrijven, woont intussen in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in het gebied waarvoor fase rood geldt.
1° de woning die ongeschikt- of onbewoonbaar is verklaard, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de persoon die zich wil inschrijven, woont intussen in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in het gebied waarvoor fase rood geldt.
Art. 34. Le délai maximal, tel que mentionné à l'article 6.14, § 4, alinéa 2, 1°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge si le délai prend fin pendant la phase rouge, dans les cas suivants:
1° l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable est située dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° la personne qui souhaite s'inscrire vit entretemps dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans la région où la phase rouge s'applique.
1° l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable est située dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° la personne qui souhaite s'inscrire vit entretemps dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans la région où la phase rouge s'applique.
Art. 36. Als fase rood geldt voor het gebied waar de kandidaat-huurder woont, wordt het niet tijdig reageren op een aanbod slechts in rekening gebracht voor de schrappingsgrond, vermeld in het [1 artikel 6.10]1, eerste lid, 6°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, als de kandidaat-huurder niet reageert binnen een termijn van 15 kalenderdagen na de beëindiging van fase rood.
Modifications
Art. 36. Si la phase rouge s'applique dans la région où vit le candidat-locataire, l'absence de réaction dans le délai à une offre est uniquement prise en compte comme motif de radiation, tel que visé à [1 l'article 6.10]1, alinéa 1er, 6°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, si le candidat-locataire ne réagit pas dans un délai de 15 jours calendrier suivant la fin de la phase rouge.
Modifications
Art. 37. De maximale termijn, vermeld in artikel 6.19, derde lid, en vierde lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wordt verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood als de termijn verstrijkt tijdens de duurtijd van fase rood, in de volgende gevallen:
1° het roerend of onroerend goed waarvan is vastgesteld dat het niet hoofdzakelijk voor wonen is bestemd, of de woning die onbewoonbaar of ongeschikt verklaard is, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de noodwoning waarin de persoon die zich wil inschrijven, woont, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
1° het roerend of onroerend goed waarvan is vastgesteld dat het niet hoofdzakelijk voor wonen is bestemd, of de woning die onbewoonbaar of ongeschikt verklaard is, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
2° de noodwoning waarin de persoon die zich wil inschrijven, woont, ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt;
3° het kantoor van de verhuurder ligt in een gebied waarvoor fase rood geldt.
Art. 37. Le délai maximal, tel que mentionné à l'article 6.19, alinéa 3 et 4, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge si le délai prend fin pendant la phase rouge, dans les cas suivants:
1° le bien mobilier ou immobilier dont il est établi qu'il n'est pas principalement destiné au logement, ou l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable, est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° le logement d'urgence dans lequel la personne qui souhaite s'inscrire vit est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
1° le bien mobilier ou immobilier dont il est établi qu'il n'est pas principalement destiné au logement, ou l'habitation qui a été déclarée inadaptée ou inhabitable, est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
2° le logement d'urgence dans lequel la personne qui souhaite s'inscrire vit est situé dans une région où la phase rouge s'applique ;
3° le bureau du bailleur est situé dans une région où la phase rouge s'applique.
Art. 38. In afwijking van artikel 6.30, tweede lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt de termijn die begint te lopen of nog aan het lopen is tijdens de duurtijd van fase rood voor het gebied waar de kandidaat-huurder woont of waar het kantoor van de verhuurder ligt, verlengd tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood in het gebied waar fase rood het langste geldt.
Art. 38. Par dérogation à l'article 6.30, alinéa 2, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, le délai qui commence à courir ou qui continue à courir pendant la phase rouge dans la région où vit le candidat-locataire ou au sein de laquelle est situé le bureau du bailleur, est prolongé à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge dans la région où la phase rouge dure le plus longtemps.
Art. 39. De huurder krijgt een uitstel van één jaar als vermeld in artikel 6.38, vierde lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, om te voldoen aan de huurdersverplichting, vermeld in artikel 6.20, eerste lid, 5° en 6°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, als tijdens het jaar na huurder te zijn geworden fase rood geldt in het gebied waar de huurder woont.
Art. 39. Le locataire obtient un report d'un an, tel que mentionné à l'article 6.38, alinéa 4, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pour répondre à l'obligation du locataire, visée à l'article 6.20, alinéa 1er, 5° et 6°, du Code flamand du Logement de 2021, si au cours de l'année où il est devenu locataire la phase rouge s'applique dans la région où vit le locataire.
Afdeling 2. - Sociale koop
Section 2. - Acquisition sociale
Art. 40. Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in artikel 5, § 2, van bijlage 22 en 23 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, nog niet gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, wordt de actualisering pas opgestart na de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-koper niet reageert binnen de door de verkoper bepaalde termijn, gaat de verkoper na of de kandidaat-koper woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als de actualisering van de inschrijvingsregisters, vermeld in het eerste lid, al gestart is op het moment dat fase rood van toepassing wordt in het gebied waar het kantoor van de verkoper ligt, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Als bij actualisering een kandidaat-koper niet reageert binnen de door de verkoper bepaalde termijn, gaat de verkoper na of de kandidaat-koper woont in een gebied waarvoor fase rood geldt. Als dat het geval is, begint de door de verkoper bepaalde reactietermijn te lopen op de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 40. Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'article 5, § 2, de l'annexe 22 et 23 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, n'a pas encore débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du vendeur, l'actualisation ne débutera qu'après la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du vendeur, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-acquéreur ne réagit pas dans le délai fixé par le vendeur, le vendeur vérifie si le candidat-acquéreur vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si l'actualisation des registres d'inscription, tels que visés à l'alinéa 1er, a déjà débuté au moment de l'application de la phase rouge dans la région où se situe le bureau du vendeur, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Si lors de l'actualisation un candidat-acquéreur ne réagit pas dans le délai fixé par le vendeur, le vendeur vérifie si le candidat-acquéreur vit dans une région où la phase rouge s'applique. Si tel est le cas, le délai de réaction fixé par le vendeur commence à courir le jour suivant la fin de la phase rouge.
Afdeling 3. - Woningkwaliteitsbeleid
Section 3. - Politique relative à la qualité du logement
Art. 41. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing tijdens een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 3.6, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt ingediend en de burgemeester vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe behandelingstermijn van zestig dagen als vermeld in artikel 3.7, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen. In dat geval geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 3.7, § 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt ingediend en de gewestelijk ambtenaar vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 3.6, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt ingediend en de burgemeester vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe behandelingstermijn van zestig dagen als vermeld in artikel 3.7, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen. In dat geval geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Als tijdens fase geel, oranje of rood een verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest met toepassing van artikel 3.7, § 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt ingediend en de gewestelijk ambtenaar vaststelt dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt bij afgifte van een conformiteitsattest de datum van het verzoek als de datum waarop de woning conform werd bevonden.
Art. 41. Les dispositions du présent article sont d'application pendant une urgence civile en matière de santé publique, telle qu'établie par le Gouvernement flamand.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 3.6, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de traitement de soixante jours, tel que visé à l'article 3.7, § 1er, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte. Dans ce cas, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 3.7, § 2, du Code flamand du Logement de 2021, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 3.6, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de traitement de soixante jours, tel que visé à l'article 3.7, § 1er, alinéa 2, du Code flamand du Logement de 2021, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte. Dans ce cas, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Si une demande de délivrance d'une attestation de conformité, en application de l'article 3.7, § 2, du Code flamand du Logement de 2021, est introduite au cours de la phase jaune, orange ou rouge et que le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, lorsqu'un certificat de conformité est délivré, la date de la demande est réputée être la date à laquelle l'habitation a été jugée conforme.
Art. 42. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing tijdens een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vastgesteld krachtens artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid.
Als tijdens fase geel, oranje of rood bij de behandeling van een beroep, ingesteld met toepassing van artikel 3.14, eerste lid, of 3.26, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, een onderzoek ter plaatse nodig is en het agentschap vaststelt dat dit onderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe termijn van drie maanden als vermeld in artikel 3.14, derde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen.
Een hoorzitting als vermeld in artikel 3.14, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, kan tijdens fasen geel, oranje en rood vervangen worden door een uitnodiging om binnen een bepaalde termijn standpunten en argumenten schriftelijk nader toe te lichten.
Als tijdens fase geel, oranje of rood bij de behandeling van een beroep, ingesteld met toepassing van artikel 3.14, eerste lid, of 3.26, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, een onderzoek ter plaatse nodig is en het agentschap vaststelt dat dit onderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, vangt een nieuwe termijn van drie maanden als vermeld in artikel 3.14, derde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, aan op de dag die volgt op de overgang naar fase groen.
Een hoorzitting als vermeld in artikel 3.14, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, kan tijdens fasen geel, oranje en rood vervangen worden door een uitnodiging om binnen een bepaalde termijn standpunten en argumenten schriftelijk nader toe te lichten.
Art. 42. Les dispositions du présent article sont d'application pendant une urgence civile en matière de santé publique, établie en vertu de l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matière de santé publique.
Si au cours de la phase jaune, orange ou rouge il s'avère lors du traitement d'un recours, introduit en application de l'article 3.14, alinéa 1er, ou de l'article 3.26, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, qu'une enquête sur place est nécessaire, et que l'agence constate que cette enquête ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de trois mois, tel que mentionné à l'article 3.14, alinéa 3, du Code flamand du Logement de 2021, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte.
Au cours de la phase jaune, orange ou rouge, une audition, telle que mentionnée à l'article 3.14, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, peut être remplacée par une invitation à présenter des explications écrites des points de vue et des arguments dans un délai déterminé.
Si au cours de la phase jaune, orange ou rouge il s'avère lors du traitement d'un recours, introduit en application de l'article 3.14, alinéa 1er, ou de l'article 3.26, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, qu'une enquête sur place est nécessaire, et que l'agence constate que cette enquête ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, un nouveau délai de trois mois, tel que mentionné à l'article 3.14, alinéa 3, du Code flamand du Logement de 2021, commence à courir le jour suivant le passage à la phase verte.
Au cours de la phase jaune, orange ou rouge, une audition, telle que mentionnée à l'article 3.14, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, peut être remplacée par une invitation à présenter des explications écrites des points de vue et des arguments dans un délai déterminé.
Art. 43. In afwijking van artikel 3.2, § 5, eerste lid, 1°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de afwijkingen op de vereisten en normen bij verhuring buiten het sociale huurstelsel voor de opvang van dak- en thuislozen toegestaan tijdens fase rood tot dertig kalenderdagen na de beëindiging van fase rood, zonder beperking inzake maximale duur.
Art. 43. Par dérogation à l'article 3.2, § 5, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, les dérogations aux exigences et normes en cas de location en dehors du système de location sociale pour l'accueil de sans-abris et de sans-logis sont autorisées pendant la phase rouge, jusqu'à trente jours calendrier suivant la fin de la phase rouge, sans limitation de la durée maximale.
Afdeling 4. - Sociale verhuurkantoren
Section 4. - Offices de location sociale
Art. 44. In afwijking van artikel 4.176, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bedraagt in 2021 het percentage van het tweede voorschot 50% van het toegestane maximumbedrag. Het derde voorschot vervalt.
Art. 44. Par dérogation à l'article 4.176, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, le pourcentage de la deuxième avance s'élève en 2021 à 50% du montant maximal autorisé. La troisième avance est supprimée.
Afdeling 5. - Tegemoetkomingen, leningen en waarborgen
Section 5. - Interventions, prêts et garanties
Onderafdeling 1. - Vlaamse huursubsidie
Sous-section 1re. - Subvention flamande à la location
Art. 45. Als een gemotiveerd verzoek tot ongeschikt, onbewoonbaar- of overbewoondverklaring werd ingediend tijdens fasen geel, oranje of rood en de burgemeester of de gewestelijk ambtenaar stelt vast dat het conformiteitsonderzoek niet veilig kan doorgaan omwille van het risico op besmetting, geldt voor de vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 5.164, § 1, eerste lid, 1°, a) en c) van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, de datum van het gemotiveerde verzoek om de woning ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond te verklaren, als datum van het besluit dat de burgemeester of minister over dat verzoek neemt. Als binnen drie maanden na de overgang naar fase groen vaststellingen inzake het vervullen van deze voorwaarde onmogelijk zijn, geldt een vermoeden dat aan die voorwaarde is voldaan.
Art. 45. Si une demande motivée de déclaration d'inadaptation, d'inhabitabilité ou de suroccupation a été introduite au cours des phases jaune, orange ou rouge et que le bourgmestre ou le fonctionnaire régional constate que l'enquête de conformité ne peut se dérouler de manière sûre à cause du risque d'infection, la date qui s'applique pour le respect de la condition, telle que mentionnée à l'article 5.164, § 1er, alinéa 1er, 1°, a) et c), de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, est la date de la demande motivée de déclarer l'habitation inadaptée, inhabitable ou suroccupée, comme date de la décision prise par le bourgmestre ou le ministre à propos de cette demande. Si dans les trois mois suivant le passage à la phase verte, il n'est pas possible de procéder aux constatations destinées à établir le respect de cette condition, il est présumé qu'elle est remplie.
Art. 46. In afwijking van artikel 5.167, § 2, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 46. Par dérogation à l'article 5.167, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Art. 47. In afwijking van artikel 5.168, § 1, tweede lid, 1°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 kan de huurder tijdens fasen geel, oranje en rood de aanvraag indienen door afgifte bij het agentschap, door verzending per brief of via elektronische weg.
In afwijking van artikel 5.168, § 1, derde lid, van het voormelde besluit kan tijdens fase rood de aanvraag worden ingediend tot uiterlijk twaalf maanden na de aanvangsdatum van de huurovereenkomst.
In afwijking van artikel 5.168, § 2, van het voormelde besluit wordt bij de bepaling van de termijn of een woning als een transitwoning kan worden beschouwd geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
In afwijking van artikel 5.168, § 1, derde lid, van het voormelde besluit kan tijdens fase rood de aanvraag worden ingediend tot uiterlijk twaalf maanden na de aanvangsdatum van de huurovereenkomst.
In afwijking van artikel 5.168, § 2, van het voormelde besluit wordt bij de bepaling van de termijn of een woning als een transitwoning kan worden beschouwd geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
Art. 47. Par dérogation à l'article 5.168, § 1er, alinéa 2, 1°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, le locataire peut au cours des phases jaune, orange et rouge introduire la demande via une déclaration auprès de l'agence, au moyen d'un envoi par courrier ou par voie électronique.
Par dérogation à l'article 5.168, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté précité, la demande peut être introduite pendant la phase rouge jusqu'à douze mois maximum suivant la date de début du contrat de location.
Par dérogation à l'article 5.168, § 2, de l'arrêté précité, il n'est pas tenu compte de la durée de la phase rouge lors de la détermination du délai pendant lequel un logement peut être considéré comme un logement transitoire.
Par dérogation à l'article 5.168, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté précité, la demande peut être introduite pendant la phase rouge jusqu'à douze mois maximum suivant la date de début du contrat de location.
Par dérogation à l'article 5.168, § 2, de l'arrêté précité, il n'est pas tenu compte de la durée de la phase rouge lors de la détermination du délai pendant lequel un logement peut être considéré comme un logement transitoire.
Art. 48. In afwijking van artikel 5.169, vierde lid, van het voormelde besluit wordt het beroep tegen een beslissing of het stilzitten van het agentschap dat via elektronische weg wordt ingediend, tijdens fasen geel, oranje en rood als ontvankelijk beschouwd. Overschrijding van de beroepstermijn van twee maanden leidt tijdens fase rood niet tot onontvankelijkheid.
Art. 48. Par dérogation à l'article 5.169, alinéa 4, de l'arrêté précité, le recours contre une décision ou l'inaction de l'agence qui est introduit par voie électronique, est considéré comme recevable pendant les phases jaune, orange et rouge. Le dépassement du délai de recours de deux mois n'aboutit pas à l'irrecevabilité pendant la phase rouge.
Art. 49. In afwijking van artikel 5.174, zevende lid, 3°, van het voormelde besluit wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschorte uitbetaling die leidt tot stopzetting van de tegemoetkoming, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 49. Par dérogation à l'article 5.174, alinéa 7, 3°, de l'arrêté précité, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois de paiement suspendu qui aboutit à la cessation de l'intervention, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Onderafdeling 2. - Vlaamse huurpremie
Sous-section 2. - Prime flamande à la location
Art. 50. In afwijking van artikel 5.177, achtste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt bij de bepaling van de termijn van negen maanden voor verhuizingen buiten het werkgebied van de oorspronkelijke domiciliemaatschappij na 15 maart 2020 geen rekening gehouden met de duurtijd van fase rood.
Art. 50. Par dérogation à l'article 5.177, alinéa 8, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, il n'est pas tenu compte dans la fixation du délai de neuf mois pour les déménagements en dehors du ressort de la société de domicile originale après le 15 mars 2020 de la durée de la phase rouge.
Art. 51. In afwijking van artikel 5.181, § 2, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt het beroep tegen een beslissing of het stilzitten van het agentschap dat via elektronische weg wordt ingediend, tijdens fasen geel, oranje en rood als ontvankelijk beschouwd. Overschrijding van de beroepstermijn van twee maanden leidt tijdens fase rood niet tot onontvankelijkheid.
Art. 51. Par dérogation à l'article 5.181, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, le recours contre une décision ou l'inaction de l'agence qui est introduit par voie électronique, est considéré comme recevable pendant les phases jaune, orange et rouge. Le dépassement du délai de recours de deux mois n'aboutit pas à l'irrecevabilité pendant la phase rouge.
Art. 52. In afwijking van artikel 5.184, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit wordt tijdens fase rood de termijn van negen maanden opgeschorte uitbetaling die leidt tot stopzetting van de tegemoetkoming, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 52. Par dérogation à l'article 5.184, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, au cours de la phase rouge, le délai de neuf mois de paiement suspendu qui aboutit à la cessation de l'intervention, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Onderafdeling 3. - Vlaamse renovatiepremie
Sous-section 3. - Prime flamande à la rénovation
Art. 53. In afwijking van artikel 5.193, § 1, eerste lid, 3°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 kan voor aanvragen ingediend tussen 15 maart 2020 en 31 december 2020 het bedrag van de tegemoetkoming berekend worden op basis van facturen die op de aanvraagdatum ouder zijn dan twee jaar maar niet dateren van voor 15 maart 2018.
Als op 1 januari 2021 fase rood van toepassing is, kan de minister:
1° de regeling, vermeld in het eerste lid, verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021;
2° voor de toepassing van artikel 12 van het voormelde besluit van 21 december 2018 en in afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning, de mogelijkheid om een tweede aanvraag in te dienen meer dan twee jaar na de aanvraagdatum van de eerste aanvraag verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021.
Als op 1 januari 2021 fase rood van toepassing is, kan de minister:
1° de regeling, vermeld in het eerste lid, verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021;
2° voor de toepassing van artikel 12 van het voormelde besluit van 21 december 2018 en in afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot instelling van een tegemoetkoming in de kosten bij de renovatie van een bestaande woning of bij de realisatie van een nieuwe woning, de mogelijkheid om een tweede aanvraag in te dienen meer dan twee jaar na de aanvraagdatum van de eerste aanvraag verlengen voor aanvragen ingediend voor een door hem te bepalen datum in 2021.
Art. 53. Par dérogation à l'article 5.193, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pour les demandes introduites entre le 15 mars 2020 et le 31 décembre 2020, le montant de l'intervention peut être calculé sur la base des factures qui, à la date de la demande, datent de plus de deux ans mais qui ne datent pas d'avant le 15 mars 2018.
Si la phase rouge est d'application au 1er janvier 2021, le ministre peut :
1° prolonger la réglementation, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins ;
2° pour l'application de l'article 12 de l'arrêté précité du 21 décembre 2018 et par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 instaurant une subvention aux frais de rénovation d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation, prolonger la possibilité d'introduire une deuxième demande plus de deux ans après la date de demande de la première demande pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins.
Si la phase rouge est d'application au 1er janvier 2021, le ministre peut :
1° prolonger la réglementation, telle que mentionnée à l'alinéa 1er, pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins ;
2° pour l'application de l'article 12 de l'arrêté précité du 21 décembre 2018 et par dérogation à l'article 6, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015 instaurant une subvention aux frais de rénovation d'une habitation existante ou dans la réalisation d'une nouvelle habitation, prolonger la possibilité d'introduire une deuxième demande plus de deux ans après la date de demande de la première demande pour les demandes introduites avant une date en 2021 fixée par ses soins.
Onderafdeling 4. - Verzekering gewaarborgd wonen
Sous-section 4. - Assurance logement garanti
Art. 54. In afwijking van artikel 5.154, tweede lid, 2°, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt tijdens fase rood de termijn van een jaar voor de aanvraagdatum opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 54. Par dérogation à l'article 5.154, alinéa 2, 2°, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, au cours de la phase rouge, le délai d'un an avant la date de début est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Art. 55. In afwijking van artikel 5.157, § 5, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021:
1° kan tijdens fasen geel, oranje en rood door middel van een aangetekende brief of via elektronische weg beroep ingesteld worden bij de administrateur-generaal van het agentschap;
2° wordt tijdens fase rood de termijn om beroep in te stellen tegen de beslissing, vermeld in artikel 5.157, § 4, van het voormelde besluit, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
1° kan tijdens fasen geel, oranje en rood door middel van een aangetekende brief of via elektronische weg beroep ingesteld worden bij de administrateur-generaal van het agentschap;
2° wordt tijdens fase rood de termijn om beroep in te stellen tegen de beslissing, vermeld in artikel 5.157, § 4, van het voormelde besluit, opgeschort tot de dag die volgt op de beëindiging van fase rood.
Art. 55. Par dérogation à l'article 5.157, § 5, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 :
1° pendant les phases jaune, orange et rouge, un recours peut être introduit auprès de l'administrateur général de l'agence par lettre recommandée ou par voie électronique ;
2° pendant la phase rouge, le délai d'introduction d'un recours contre la décision, tel que mentionné à l'article 5.157, § 4, de l'arrêté précité, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
1° pendant les phases jaune, orange et rouge, un recours peut être introduit auprès de l'administrateur général de l'agence par lettre recommandée ou par voie électronique ;
2° pendant la phase rouge, le délai d'introduction d'un recours contre la décision, tel que mentionné à l'article 5.157, § 4, de l'arrêté précité, est suspendu jusqu'au jour suivant la fin de la phase rouge.
Onderafdeling 5. - Fonds ter bestrijding van Uithuiszettingen
Sous-section 5. - Fonds de lutte contre les expulsions
Art. 56. In afwijking van artikel 5.33, § 1, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 bedraagt de tegemoetkoming van het Fonds voor die begeleidingen waarvoor het Fonds het formulier, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het voormelde besluit van het OCMW heeft ontvangen tijdens fase geel, oranje of rood:
1° bij de start van de begeleiding door het OCMW een vast bedrag van 200 euro;
2° bij de start van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 45% van de huurachterstal, met een maximum van 1.125 euro;
3° bij de beëindiging van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 15% van de huurachterstal, met een maximum van 375 euro.
1° bij de start van de begeleiding door het OCMW een vast bedrag van 200 euro;
2° bij de start van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 45% van de huurachterstal, met een maximum van 1.125 euro;
3° bij de beëindiging van de begeleiding door het OCMW een bedrag van 15% van de huurachterstal, met een maximum van 375 euro.
Art. 56. Par dérogation à l'article 5.33, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, l'intervention du Fonds relative à ces encadrements pour lesquels le Fonds a reçu du CPAS le formulaire, tel que mentionné à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté précité, s'élève pendant la phase jaune, orange ou rouge :
1° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant fixe de 200 euros ;
2° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 45% des arriérés de loyer, avec un maximum de 1 125 euro ;
3° à la fin de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 15% des arriérés de loyer, avec un maximum de 375 euros.
1° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant fixe de 200 euros ;
2° au début de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 45% des arriérés de loyer, avec un maximum de 1 125 euro ;
3° à la fin de l'encadrement par le CPAS, à un montant de 15% des arriérés de loyer, avec un maximum de 375 euros.
Onderafdeling 6.
Sous-section 6.
Onderafdeling 7.
Sous-section 7.
Afdeling 6. - Behandelingstermijnen bij bijeenkomsten van de beoordelingscommissie
Section 6. - Délais de traitement à la suite des réunions de la commission d'évaluation
Art. 59. Tijdens fase rood kan de VMSW de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 4.32 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, laten bijeenkomen. In dat geval gelden artikel 61 en 62.
Art. 59. Pendant la phase rouge, la VMSW peut convoquer une réunion de la commission d'évaluation, telle que mentionnée à l'article 4.32 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021. Dans ce cas, les articles 61 et 62 s'appliquent.
Art. 60. In afwijking van artikel 4.26, § 3, tweede lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 brengt de VMSW tijdens fase rood binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier, een advies uit bij het uitvoeringsdossier.
Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de normen en de bouwtechnische en conceptuele richtlijnen, en is de verrichting principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning op de laatste dag van de termijn van veertien kalenderdagen, vermeld in het eerste lid, die in voorkomend geval is verlengd conform artikel 4.26, § 3, derde lid, van het voormelde besluit.
Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de normen en de bouwtechnische en conceptuele richtlijnen, en is de verrichting principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning op de laatste dag van de termijn van veertien kalenderdagen, vermeld in het eerste lid, die in voorkomend geval is verlengd conform artikel 4.26, § 3, derde lid, van het voormelde besluit.
Art. 60. Par dérogation à l'article 4.26, § 3, alinéa 2, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pendant la phase rouge, la VMSW rend dans un délai de quatorze jours calendrier, à compter du jour suivant la réception du dossier d'exécution, un avis sur le dossier d'exécution.
Si l'avis de la VMSW n'est pas rendu dans les délais, le dossier d'exécution est réputé conforme aux normes et aux directives techniques de construction et conceptuelles et l'opération est en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme le dernier jour du délai de quatorze jours calendrier, tel que mentionné à l'alinéa 1er, prolongé, le cas échéant, conformément à l'article 4.26, § 3, alinéa 3 de l'arrêté précité.
Si l'avis de la VMSW n'est pas rendu dans les délais, le dossier d'exécution est réputé conforme aux normes et aux directives techniques de construction et conceptuelles et l'opération est en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme le dernier jour du délai de quatorze jours calendrier, tel que mentionné à l'alinéa 1er, prolongé, le cas échéant, conformément à l'article 4.26, § 3, alinéa 3 de l'arrêté précité.
Art. 61. In afwijking van artikel 4.28, § 1, eerste lid, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de VMSW tijdens fase rood een lijst op van bouw- en investeringsverrichtingen die op de zevende kalenderdag voor een beoordelingscommissie principieel vatbaar zijn voor opname in de kortetermijnplanning en waarvoor conform artikel 4.27 van voormelde besluit blijkt dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen, meldingen en een zakelijk recht op de gronden. De verrichtingen die na de voormelde datum de status `principieel vatbaar voor opname in de kortetermijnplanning' krijgen, komen in aanmerking voor de daarop volgende beoordelingscommissie. De voorwaarde dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen, meldingen en een zakelijk recht op de gronden, wordt beoordeeld op de dag waarop de beoordelingscommissie bijeenkomt.
Art. 61. Par dérogation à l'article 4.28, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021, pendant la phase rouge, la VMSW dresse une liste des opérations de construction et d'investissement qui sont en principe susceptibles d'inscription dans le planning à court terme devant une commission d'évaluation le septième jour calendrier et pour lesquelles il apparaît, conformément à l'article 4.27 de l'arrêté précité, que l'initiateur dispose des autorisations requises, des déclarations et d'un droit réel sur les terrains. Les opérations qui, après la date précitée, acquièrent le statut " en principe susceptible d'inscription dans le planning à court terme " entrent en considération pour la commission d'évaluation suivante. La condition que l'initiateur dispose des autorisations requises, des déclarations et d'un droit réel sur les terrains est évaluée le jour où la commission d'évaluation se réunit.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 62. Artikel 12/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020, wordt opgeheven.
Art. 62. L'article 12/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019 instaurant une intervention au profit du CPAS pour la lutte contre les expulsions, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2020, est abrogé.
Art. 63. Artikel 7.24 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt opgeheven.
Art. 63. L'article 7.24 de l'arrêté Code flamand du Logement de 2021 est abrogé.
Art. 64. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk 8, dat in werking treedt op 1 januari 2021.
Art. 64. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception du chapitre 8, qui entre en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. 65. De Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 65. Le ministre flamand qui a la politique du logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.