Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 JUNI 2020. - Bijzondere-machtenbesluit nr. 37 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers (NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2020-12-24/20, art. 26)
Titre
24 JUIN 2020. - Arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 pris en exécution des articles 2 et 5 de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II) visant à soutenir les travailleurs (NOTE : confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur par L2020-12-24/20, art. 26)
Informations sur le document
Numac: 2020041992
Datum: 2020-06-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020041992
Date: 2020-06-24
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités
CHAPITRE 1er-. - Modification de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires
Artikel 1. Artikel 2, § 1, tweede lid, van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités wordt aangevuld als volgt :
  " 6. de handtekening : de elektronische handtekening die wordt gecreëerd door de elektronische identiteitskaart, in de zin van artikel 3, § 12, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. "
Article 1er. L'article 2, § 1, deuxième alinéa, de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires est complété comme suit :
  " 6. la signature : la signature électronique qui est générée par la carte d'identité électronique au sens de l'article 3, § 12, du Règlement (UE) numéro 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. "
Art. 2. Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De overeenkomst, de toetreding van een organisatie of een werkgever tot de overeenkomst en de opzegging van een overeenkomst voor onbepaalde tijd of van een overeenkomst voor bepaalde tijd met verlengingsbeding, worden neergelegd bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
  De neerlegging van een overeenkomst, toetreding of opzegging, op papier opgemaakt en ondertekend met de handgeschreven handtekening, moet gebeuren bij de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, via post of aanbieding ter Griffie.
  De neerlegging van een overeenkomst, toetreding of opzegging die werd ondertekend met de elektronische handtekening, zoals bepaald in artikel 2, § 1, tweede lid, punt 6, moet gebeuren op elektronische wijze op de door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op haar website gepreciseerde manier.
  § 2. De neerlegging wordt geweigerd, wanneer de overeenkomst niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 13, 14 en 16.
  § 3. De Koning regelt alle nadere modaliteiten van de neerlegging. "
Art. 2. L'article 18 de la même loi est remplacé comme suit :
  " § 1er. La convention, l'adhésion à la convention d'une organisation ou d'un employeur et la dénonciation d'une convention à durée indéterminée ou d'une convention à durée déterminée comportant une clause de reconduction, sont déposées auprès du Service Public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
  Le dépôt d'une convention, adhésion ou dénonciation, établie sur papier et signée par la signature manuscrite, doit s'effectuer auprès du Greffe de la Direction générale Relations collectives de Travail, par la poste ou par remise au Greffe.
  Le dépôt d'une convention, adhésion ou dénonciation, signée par la signature électronique, comme prévu à l'article 2, § 1er, deuxième alinéa, point 6, doit s'effectuer par voie électronique par le moyen précisé par le Service Public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale sur son site internet.
  § 2. Le dépôt est refusé lorsque la convention ne satisfait pas aux dispositions des articles 13, 14 et 16.
  § 3. Le Roi règle toutes les modalités plus détaillées de dépôt. "
Art. 3. Artikel 47 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De paritaire comités en subcomités beraadslagen en beslissen alleen dan geldig, wanneer ten minste de helft van de gewone of plaatsvervangende leden die de werkgevers vertegenwoordigen, en de helft van de gewone of plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen, aanwezig zijn.
  Mits akkoord van alle organisaties bij de aanvang van de vergadering en op basis van een beslissing van de voorzitter kunnen de leden van de paritaire comités en subcomités ook geldig beraadslagen en beslissen, wanneer minstens één gewoon of plaatsvervangend lid van elke organisatie die de werkgevers vertegenwoordigt en één gewoon of plaatsvervangend lid van elke organisatie die de werknemers vertegenwoordigt, aanwezig is, ongeacht het aantal aanwezige gewone of plaatsvervangende leden.
  § 2. Alleen de bij artikel 39, 2, bedoelde leden hebben een beslissende stem.
  De beslissingen worden genomen bij eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden, tenzij een bijzondere wet het anders bepaald. "
Art. 3. L'article 47 de la même loi est remplacé comme suit :
  " § 1er. Les commissions et les sous-commissions paritaires ne délibèrent valablement que si la moitié au moins des membres effectifs ou suppléants représentant les employeurs et la moitié des membres effectifs ou suppléants représentant les travailleurs sont présents.
  Moyennant l'accord de toutes les organisations, au début de la réunion et sur la base d'une décision du président, les membres des commissions et sous-commissions paritaires peuvent également délibérer et décider valablement, lorsque sont présents au moins un membre effectif ou suppléant de chaque organisation représentant les employeurs et un membre effectif ou suppléant de chaque organisation représentant les travailleurs, quel que soit le nombre des membres effectifs ou suppléants présents.
  § 2. Seuls les membres visés à l'article 39, 2, ont voix délibérative.
  Les décisions sont prises à l'unanimité des voix des membres présents, sauf lorsqu'une loi particulière en dispose autrement. "
Art. 4. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020, met uitzondering van artikel 3, dat in werking treedt op de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 4. Le présent chapitre produit ses effets le 1er mars 2020, à l'exception de l'article 3 qui entre en vigueur le jour où le présent arrêté est publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 2. - Sociale en fiscale Maribel
CHAPITRE 2. - Maribel social et fiscal
Art. 5. Voor de toepassing van dit besluit wordt met Fonds sociale Maribel bedoeld, de fondsen opgericht met toepassing van artikel 35, § 5, C, 1° en 2°, a) van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid.
Art. 5. Pour l'application du présent chapitre, on entend par Fonds Maribel social, les fonds créés en application de l'article 35, § 5, C, 1° et 2°, a) de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.
Art. 6. Het bedrag op de rekening van elk Fonds sociale Maribel zoals berekend volgens artikel 35, 5, E, a), eerste lid en § 6, C., van de voornoemde wet van 29 juni 1981, op 31 december 2020, verminderd met het bedrag op de rekening op 31 december 2019, vormt het corona-reservekapitaal.
  Op dit corona-reservekapitaal zijn volgende afwijkende bepalingen op artikel 35, § 5, E, a), van toepassing :
  1° het mag in mindering worden gebracht op het bedrag op de rekening van elk Fonds sociale Maribel op 31 december 2021 en volgende jaren tot en met 31 december 2025;
  2° het wordt niet in mindering gebracht op de opbrengst van de forfaitaire vermindering dat voor het jaar 2022 aan de Fondsen sociale Maribel ter beschikking worden gesteld.
Art. 6. Le montant sur le compte de chaque Fonds Maribel social, tel que calculé selon article 35, 5, E, a), alinéa 1er et § 6, C., de la loi précitée du 29 juin 1981, au 31 décembre 2020, diminué du montant sur le compte le 31 décembre 2019, constitue le capital de réserve corona.
  Au sujet du capital de réserve corona, les dispositions dérogatoires suivantes à l'article 35, § 5, E, a) sont d'application :
  1° il peut être déduit du montant du compte de chaque Fonds Maribel social le 31 décembre 2021 et les années suivantes jusqu'au 31 décembre 2025 inclus;
  2° il ne sera pas déduit du produit des diminutions forfaitaires qui seront mises à la disposition des Fonds Maribel social pour l'année 2022.
Art. 7. Indien wordt vastgesteld dat bij een Fonds sociale Maribel de dotatie van 2022 lager ligt dan de dotatie van 2021, wordt het corona-reservekapitaal verminderd met een bedrag nodig om dit verschil op te heffen.
  In het geval het corona-reservekapitaal niet volstaat om dit verschil op te heffen, dan wordt de dotatie 2022 verhoogd tot een bedrag gelijk aan het bedrag van de dotatie 2021 verminderd met het corona-reservekapitaal.
  Artikel 6, § 5 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector is niet van toepassing op de berekening van de dotatie 2022.
Art. 7. S'il est constaté, sur un Fonds Maribel, que la dotation pour 2022 est plus basse que la dotation de 2021, le capital de réserve corona sera diminué du montant nécessaire pour supprimer cette différence.
  Au cas où le capital de réserve corona ne suffit pas à supprimer cette différence, la dotation de 2022 sera augmentée d'un montant égal à la dotation 2021 diminuée du capital de réserve corona.
  L'article 6, § 5 de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand n'est pas d'application pour le calcul de la dotation 2022.
Art. 8. In afwijking van artikel 57 van voornoemd besluit van 18 juli 2002 zal de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing rekening houden met volgende regels :
  In 2020 zal de Rijksdienst voor eenzelfde totaalbedrag aan stortingen verrichten als er in 2019 aan bedragen naar de Fondsen sociale Maribel werden getransfereerd.
  In toepassing van artikel 57, § 2 van voornoemd besluit gebeurt de verdeling van dit totaalbedrag tussen de Fondsen sociale Maribel hierbij op basis van de loonmassa van de werknemers tewerkgesteld in 2018 in de paritaire comités en paritaire subcomités die onder de bevoegdheid van deze fondsen vallen.
  Indien de opbrengst van een Fonds Sociale Maribel door toepassing van de afwijkende regels in de vorige leden hoger ligt dan de opbrengst die het Fonds zou hebben ontvangen volgens toepassing van de normale regels, wordt het corona-reservekapitaal met het verschil verminderd.
  In 2022 gebeurt de verdeling van de middelen over de Fondsen sociale Maribel op basis van de loonmassa van de werknemers tewerkgesteld in 2019 in de paritaire comités en paritaire subcomités die onder de bevoegdheid van deze fondsen vallen.
Art. 8. Par dérogation à l'article 57 de l'arrêté précité du 18 juillet 2002, l'Office national de sécurité social, tiendra compte des règles suivantes concernant la dispense de versement du précompte professionnel :
  En 2020, l'Office national fera des versements pour un montant total équivalent aux montants qui ont été transférés en 2019 aux Fonds Maribel social.
  En application de l'article 57, § 2 de l'arrêté précité, la répartition de ce montant total entre les Fonds Maribel social est effectuée sur base de la masse salariale des travailleurs occupés en 2018 dans les commissions paritaires et sous-commissions paritaires qui ressortent de la compétence de ces fonds.
  Si les revenus d'un Fonds Maribel social, par application des règles dérogatoires des alinéas précédents, sont plus élevés que les revenus que le Fonds aurait reçus par application des règles normales, le capital de réserve sera diminué de la différence.
  En 2022, la répartition des moyens entre les Fonds Maribel social se fera sur base de la masse salariale des travailleurs occupés en 2019 dans les commissions paritaires et sous-commissions paritaires qui ressortent de la compétence de ces fonds.
Art. 9. Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad
Art. 9. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de sa publication dans le Moniteur belge.
HOOFDSTUK 3. - Schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht.
CHAPITRE 3. - Suspension de l'exécution du contrat de travail pour cause de force majeure temporaire.
Art. 10. Wanneer de werkgever, in toepassing van artikel 26, eerste lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zich ten aanzien van zijn werknemer beroept op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van een situatie van tijdelijke overmacht die het gevolg is van de COVID-19-epidemie, mag hij het werk, dat normaal had moeten worden verricht door de werknemer tijdens de duur van de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht, niet uitbesteden aan derden, noch laten uitvoeren door studenten. De werkgever mag evenwel steeds het werk dat normaal door de werknemer wordt verricht, uitbesteden aan derden of laten uitvoeren door studenten, wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst als gevolg van het feit dat de werknemer in quarantaine wordt geplaatst.
  In geval van niet naleving van het in het eerste lid bepaalde verbod, is de werkgever er toe gehouden om het normale loon te betalen aan zijn werknemer voor de dagen tijdens dewelke hij aan derden het werk heeft uitbesteed of studenten het werk heeft laten uitvoeren dat normaal wordt uitgevoerd door deze werknemer.
  Indien de werknemer arbeidsgeschikt is, doch zijn werk niet kan verrichten als gevolg van het feit dat hij in quarantaine wordt geplaatst, wordt in toepassing van artikel 26, eerste lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst omwille van tijdelijke overmacht. In dat geval, dient de werknemer zijn werkgever daarvan onmiddellijk op de hoogte te brengen. Op verzoek van de werkgever, legt de werknemer een geneeskundig getuigschrift voor dat de quarantaine bevestigt. Dit getuigschrift wordt opgesteld volgens het model dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Art. 10. Lorsque l'employeur, en application de l'article 26, premier alinéa de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, invoque à l'égard de son travailleur la suspension de l'exécution du contrat de travail en raison d'une situation de force majeure temporaire résultant de l'épidémie de COVID-19, il ne peut pas sous-traiter à des tiers ni faire exécuter par des étudiants le travail qui aurait habituellement dû être effectué par le travailleur pendant la suspension de l'exécution du contrat de travail pour cause de force majeure temporaire. Toutefois, l'employeur peut toujours sous-traiter à des tiers le travail habituellement effectué par le travailleur ou le faire effectuer par des étudiants lorsque l'exécution du contrat de travail est suspendue en raison du fait que le travailleur est placé en quarantaine.
  En cas de non-respect de l'interdiction prévue au premier alinéa, l'employeur est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pour les jours pendant lesquels il a sous-traité à des tiers ou a fait exécuter par des étudiants le travail habituellement exécuté par ce travailleur
  Si le travailleur est apte au travail mais qu'il est dans l'impossibilité d'effectuer son travail en raison d'une mise en quarantaine, l'exécution du contrat de travail est suspendue pour des raisons de force majeure temporaire en application de l'article 26, premier alinéa de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Dans ce cas, le travailleur doit immédiatement en informer son employeur. A la demande de l'employeur, le travailleur doit présenter un certificat médical confirmant la quarantaine. Ce certificat est établi conformément au modèle figurant à l'annexe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Regeling van de tijdelijke werkloosheid wanneer de werkgever zich ten aanzien van zijn werknemer beroept op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van een situatie van tijdelijke overmacht die het gevolg is van de COVID-19-epidemie
CHAPITRE 4. - Réglementation du chômage temporaire pour cause de force majeure au cas où l'employeur invoque à l'égard de son travailleur la suspension de l'exécution du contrat de travail en raison d'une situation de force majeure temporaire résultant de l'épidémie de COVID-19
Art. 11. § 1. Wanneer de werkgever, in toepassing van artikel 26, eerste lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zich ten aanzien van zijn werknemer beroept op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van een situatie van tijdelijke overmacht die het gevolg is van de COVID-19-epidemie, kan hij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geheel schorsen of kan hij een regeling van gedeeltelijke arbeid invoeren.
  De werkgever die gebruik maakt van de in het eerste lid geboden mogelijkheid dient dit op individuele wijze ter kennis te brengen van de werknemer. Deze kennisgeving dient te gebeuren ten laatste op de dag voorafgaand aan de ingangsdatum van de schorsing wegens tijdelijke overmacht of van de invoering van de regeling van gedeeltelijke arbeid, en in ieder geval voordat de werknemer zich naar het werk begeeft.
  Indien de schorsing wegens tijdelijke overmacht of de invoering van een regeling van gedeeltelijke arbeid betrekking heeft op meerdere werknemers tegelijk, kan de in het tweede lid bedoelde kennisgeving ook collectief gebeuren, op voorwaarde dat het voor elke individuele werknemer duidelijk is aan welke arbeidsregeling hij is onderworpen.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving vermeldt :
  - de periode waarop de kennisgeving betrekking heeft;
  - de dagen of het aantal dagen waarop de werknemer tijdelijk werkloos wordt gesteld en, in voorkomend geval, de dagen of het aantal dagen waarop de werknemer geacht wordt arbeidsprestaties te leveren.
  § 3. Indien de werkgever na het verrichten van de kennisgeving toch een beroep wenst te doen op de werknemer voor het leveren van arbeidsprestaties, kan de tijdelijke werkloosheid worden ingetrokken of geschorst.
  § 4. Telkens als de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal werkloosheidsdagen verhoogt of van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, is hij verplicht de bepalingen van §§ 1 en 2 van dit artikel na te leven.
  § 5. De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen betreffende de formaliteiten van kennisgeving aan de werknemer, is gehouden aan de werknemer zijn normaal loon te betalen voor de periode die voorafgaat aan het vervullen van deze formaliteiten.
  § 6. De werkgever die gebruik maakt van de mogelijkheden voorzien door dit artikel, dient hiervan zijn ondernemingsraad te informeren, of bij ontstentenis van een ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging in zijn onderneming. Tevens dient hij de werknemer die tijdelijk werkloos wordt gesteld te informeren over de formaliteiten die deze moet vervullen om een uitkering te krijgen vanwege de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Art. 11. § 1er. Lorsque l'employeur, en application de l'article 26, premier alinéa de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, invoque à l'égard de son travailleur la suspension de l'exécution du contrat de travail en raison d'une situation de force majeure temporaire résultant de l'épidémie de COVID-19, il peut suspendre totalement l'exécution du contrat de travail ou il peut instaurer un régime de travail à temps réduit.
  L'employeur qui exerce la faculté prévue au premier alinéa doit en informer le travailleur de manière individuelle. Cette notification doit être faite au plus tard la veille de la date d'entrée en vigueur de la suspension pour cause de force majeure temporaire ou de l'instauration du régime de travail à temps réduit, et en tout cas avant que le travailleur se rende au travail.
  Si la suspension pour cause de force majeure temporaire ou l'introduction d'un régime de travail à temps réduit concerne plusieurs travailleurs en même temps, la notification visée à l'alinéa 2 peut également être faite collectivement, à condition que chaque travailleur individuel sache clairement à quel régime de travail il est soumis.
  § 2. La notification visée au paragraphe 1er précise :
  - la période couverte par la notification;
  - les jours ou le nombre de jours pendant lesquels le travailleur est temporairement au chômage et, le cas échéant, les jours ou le nombre de jours pendant lesquels le travailleur est censé effectuer du travail.
  § 3. Si, après la notification, l'employeur souhaite néanmoins faire appel au travailleur pour fournir du travail, le chômage temporaire peut être supprimé ou suspendu.
  § 4. Chaque fois qu'il augmente le nombre de jours de chômage initialement prévu ou qu'il passe d'un régime de travail à temps réduit à une période de suspension totale de l'exécution du contrat, l'employeur est tenu de respecter les dispositions des §§ 1er et 2 du présent article.
  § 5. L'employeur qui ne se conforme pas aux dispositions relatives aux formalités de notification au travailleur est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pour la période précédant l'accomplissement de ces formalités.
  § 6. L'employeur qui exerce les possibilités prévues par cet article doit en informer son conseil d'entreprise ou, à défaut de conseil d'entreprise, la délégation syndicale dans son entreprise. Il doit également informer le travailleur mis en chômage temporaire des formalités que celui-ci doit accomplir pour bénéficier des allocations de l'Office national de l'emploi.
HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van het gezondheidstoezicht op de werknemers gedurende de periode dat de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken van toepassing zijn
CHAPITRE 5. - Exécution de la surveillance de la santé des travailleurs pendant la période durant laquelle les mesures d'urgence en vue de limiter la propagation du coronavirus COVID-19 sont d'application
Art. 12. Wanneer de periodieke gezondheidsbeoordeling van een werknemer, voorzien vanaf 1 maart 2020, niet heeft kunnen plaatsvinden omwille van de maatregelen in het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, dan wordt de geldigheidsduur van het formulier voor gezondheidsbeoordeling van de desbetreffende werknemer, verlengd tot en met 30 september 2020.
  In dit geval moet de periodieke gezondheidsbeoordeling uitgevoerd worden uiterlijk op 30 september 2020.
Art. 12. Lorsque l'évaluation de santé périodique d'un travailleur prévue à partir du 1er mars 2020 n'a pas pu avoir lieu en raison des mesures liées à la lutte contre le coronavirus COVID-19, la durée de validité du formulaire d'évaluation de santé du travailleur concerné est prolongée jusqu'au 30 septembre 2020.
  Dans ce cas, l'évaluation de santé périodique se déroule au plus tard le 30 septembre 2020.
Art. 13. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.
Art. 13. Ce chapitre produit ses effets le 1er mars 2020.
HOOFDSTUK 6. - Sociaal Strafwetboek
CHAPITRE 6. - Code pénal social
Art. 14. Artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de politieambtenaren, zijn de sociaal inspecteurs van de volgende diensten of instellingen belast met het toezicht op de naleving in de ondernemingen van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen genomen door de Minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, bedoeld bij artikel 238 van dit Wetboek :
  - de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  - de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  - de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  - FEDRIS;
  - het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
  - het Rijksinstituut voor de sociale verzekering der zelfstandigen.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "ondernemingen" : "alle arbeidsplaatsen" zoals gedefinieerd in artikel 16, 10°, van dit Wetboek.
  Om het toezicht uit te oefenen bedoeld bij het eerste lid beschikken de sociaal inspecteurs over de in de artikelen 23 tot 42 en 43 tot 49 van dit Wetboek bedoelde bevoegdheden.".
Art. 14. L'article 17 du Code pénal social, dont le texte actuel constituera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
  " § 2. Sans préjudice de la compétence des fonctionnaires de police, sont chargés de surveiller dans les entreprises le respect des obligations prévues dans le cadre des mesures d'urgence prises par le Ministre de l'Intérieur pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, visées à l'article 238 du présent Code, les inspecteurs sociaux des services ou institutions suivants :
  - la Direction générale Contrôle des Lois Sociales du Service Public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
  - la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service Public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
  - l'Office national de Sécurité sociale;
  - l'Office national de l'Emploi;
  - FEDRIS;
  - l'Institut national d'assurance maladie-invalidité;
  - l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants.
  Pour l'application du présent article, on entend par " entreprises " les " lieux de travail " tels que définis à l'article 16, 10°, du présent Code.
  Pour exercer la surveillance visée à l'alinéa 1er, les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 42 et 43 à 49 du présent Code. ".
Art. 15. De verplichtingen voorzien in het raam van de dringende maatregelen genomen door de Minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken dienen in de ondernemingen te worden gerespecteerd als preventiemaatregelen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te verzekeren.
Art. 15. Les obligations imposées dans le cadre des mesures d'urgence prises par le Ministre de l'Intérieur pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19 doivent être respectées dans les entreprises comme mesures de prévention pour assurer la protection de la santé et de la sécurité des travailleurs.
Art. 16. In boek 2 van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk 12 ingevoegd, luidende : "De verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken".
Art. 16. Dans le livre 2 du même Code, il est inséré un chapitre 12 intitulé " Les obligations prévues dans le cadre des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19 ".
Art. 17. In hoofdstuk 12 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 16 van dit besluit, wordt een artikel 238 ingevoegd, luidende :
  " Art. 238. De verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber, of eenieder die in de ondernemingen de verplichtingen opgelegd bij artikel 15 van het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers niet naleeft.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "ondernemingen" : "alle arbeidsplaatsen" zoals gedefinieerd in artikel 16, 10°, van dit Wetboek.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken begaan door de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
Art. 17. Dans le chapitre 12 du même Code, inséré par l'article 16 du présent arrêté, il est inséré un article 238, rédigé comme suit :
  " Art. 238. Les obligations prévues dans le cadre des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou mandataire, ou quiconque qui, dans les entreprises, n'a pas respecté les obligations prévues à l'article 15 de l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 pris en exécution des articles 2 et 5 de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19(II) visant à soutenir les travailleurs.
  Pour l'application du présent article, on entend par " entreprises " les " lieux de travail " tels que définis à l'article 16, 10°, du présent Code.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, commises par l'employeur, son préposé ou mandataire, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.
Art. 18. Artikel 17, § 2 ingevoegd in het Sociaal Strafwetboek bij artikel 14 van dit besluit, artikel 15 van dit besluit, het hoofdstuk 12, ingevoegd in hetzelfde Wetboek bij artikel 16 van dit besluit en het artikel 238, ingevoegd in hetzelfde Wetboek bij het artikel 17van dit besluit, treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 18. L'article 17, § 2, inséré dans le Code pénal social par l'article 14 du présent arrêté, l'article 15 du présent arrêté, le Chapitre 12, inséré dans le même Code par l'article 16 du présent arrêté et l'article 238 du même Code, inséré par l'article 17 du présent arrêté, entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 19. De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, de minister bevoegd voor Sociale zaken, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Zelfstandigen en de minister belast met de Bestrijding van de sociale fraude zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions, le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions, le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions, le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions, le ministre qui a les Indépendants dans ses attributions et le ministre chargé de la Lutte contre la fraude sociale sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   Bijlage bij bijzondere-machtenbesluit nr. 37 van 24 juni 2020 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers.
  COVID-19 : GETUIGSCHRIFT OP BASIS VAN EEN MEDISCH ADVIES
  Dit document is het geüniformiseerd model van getuigschrift dat moet worden gebruikt door het medisch korps in de uitzonderlijke sanitaire context door de COVID-19-crisis. Het kan via elektronische communicatiemiddelen, onder PDF-formaat, verstuurd worden naar de patiënt, zodat de patiënt dat getuigschrift naar zijn werkgever kan doorsturen.
  Ik ondergetekende, dokter in de geneeskunde, verklaar vandaag te hebben ondervraagd
  Naam, voornaam van de patiënt : . . . . . ......................................................................................................
  Identificatienummer van het rijksregister van de patiënt : ....... . . . . . ....................................................
  verklaar hierbij dat : (Slechts één optie aanduiden (A. of B.)) :
  oA.GETUIGSCHRIFT VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID
  De werknemer is arbeidsongeschikt van ...../...../2020 tot ...../...../2020 (inbegrepen) wegens ziekte/ongeval/zwangerschap
  Dit getuigschrift van arbeidsongeschiktheid betreft :
  o het begin van die ongeschiktheid
  o een verlenging van die ongeschiktheid
  De patiënt mag het huis wel/niet verlaten
  o B. GETUIGSCHRIFT VAN QUARANTAINE
  De werknemer is arbeidsgeschikt maar mag zich niet naar de werkplek begeven van ...../...../2020 tot ...../...../2020 (inbegrepen)
  Dit getuigschrift betreft :
  o het begin van de quarantaine
  o een verlenging van de quarantaine
  Identificatie van de arts met RIZIV-nummer
  ..................................................................................................
  [handtekening facultatief]
  Datum : ..../..../2020
Art. N.   Annexe à l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 du 24 juin 2020 pris en exécution des articles 2 et 5 de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19(II) visant à soutenir les travailleurs.
  COVID-19 : CERTIFICAT SUITE A UN AVIS MEDICAL
  Ce document est le modèle de certificat uniformisé qui doit être utilisé par le corps médical dans le contexte exceptionnel sanitaire de la crise COVID-19. Il peut être envoyé au patient par communication électronique, sous format PDF, afin que le patient puisse transmettre ce certificat à son employeur.
  Je soussigné, Docteur en médecine, certifie avoir interrogé ce jour
  Nom, prénom du patient : . . . . . ....................................................................................................................
  Numéro d'identification du Registre national du patient : ........ . . . . . ..................................................
  déclare que : (Ne cocher qu'une seule option (A. ou B.)) :
  o A. CERTIFICAT D'INCAPACITE DE TRAVAIL
  Le travailleur est incapable de travailler du .../.../2020 au .../.../2020 (inclus) pour cause de maladie/ accident / grossesse
  Ce certificat d'incapacité de travail concerne :
  o le début de cette incapacité
  o une prolongation de cette incapacité
  Sorties autorisées : OUI / NON
  o B. CERTIFICAT DE QUARANTAINE
  Le travailleur est capable de travailler mais n'est pas autorisé à se rendre sur son lieu de travail du ....../...../2020 au ....../...../2020 (inclus).
  Ce certificat concerne :
  o le début de la mise en quarantaine
  o une prolongation de la mise en quarantaine
  Identification du médecin avec numéro INAMI :
  ..............................................................................
  [signature facultative]
  Date : .../..../2020