Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 JUNI 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie (NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij DWG2020-12-03/08, art. 11) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-06-2020 en tekstbijwerking tot 20-03-2024)
Titre
16 JUIN 2020. - Arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 53 relatif aux diverses dispositions prises dans le cadre du déconfinement COVID-19 pour les secteurs de la santé, du handicap et de l'action sociale (NOTE : confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur par DRW2020-12-03/08, art. 11) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-06-2020 et mise à jour au 20-03-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Maatregelen betreffende de cent...
HOOFDSTUK III. - Maatregelen betreffende de opv...
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen betreffende de aang...
HOOFDSTUK V. - Maatregelen betreffende de diens...
HOOFDSTUK VI. - Maatregelen betreffende opvangt...
HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende de die...
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende de di...
HOOFDSTUK IX. - Maatregelen betreffende de Gewe...
HOOFDSTUK X. - Maatregelen betreffende de plaat...
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - Mesures relatives aux centres de...
CHAPITRE III. - Mesures relatives aux établisse...
CHAPITRE IV. - Mesures relatives aux centres de...
CHAPITRE V. - Mesures relatives aux services d'...
CHAPITRE VI. - Mesures relatives aux maisons d'...
CHAPITRE VII. - Mesures relatives aux services ...
CHAPITRE VIII. - Mesures relatives aux services...
CHAPITRE IX. - Mesures relatives aux centres ré...
CHAPITRE X. - Mesures relatives aux initiatives...
CHAPITRE XI. - Dispositions finales
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128 ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit en voor elke bepaling, genomen inzake subsidiëring, mag het bedrag van de subsidie geenszins hoger zijn dan de daadwekelijk door de begunstigde gedragen kostprijs, voor hetgeen gesubsidieerd wordt.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté et pour chacune des dispositions prises en matière de subventionnement, le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur au coût effectivement supporté par le bénéficiaire, pour ce qui est subventionné.
Art.2/1. [1 De Minister van Gezondheid en Sociale Actie zorgt voor de controle op de toepassing van de vrijstellingsmaatregelen.]1
Art.2/1. [1 Le Ministre de la santé et de l'action sociale prévoit les modalités de contrôle liées à l'application des mesures d'immunisation.]1
HOOFDSTUK II. - Maatregelen betreffende de centra voor hulpcoördinatie en thuisverzorging
CHAPITRE II. - Mesures relatives aux centres de coordination de l'aide et des soins à domicile
Art. 3. In afwijking van artikel 1595/1, § 3, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, hierna "het wetboek" genoemd, wordt [1 voor de jaren [2 2021, 2022 en 2023]2]1 het variabele gedeelte dat aan elk centrum verschuldigd is, voor 100% betaald. De dynamiek van het centrum, bepaald op basis van de in het voorgaande jaar uitgevoerde acties, wordt dus niet in aanmerking genomen.
Art. 3. Par dérogation à l'article 1595/1, § 3, du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, ci-après dénommé le Code, [1 pour les années [2 2021, 2022 et 2023 ]2]1, la partie variable due à chaque centre est versée à 100%. Il n'est donc pas tenu compte du dynamisme du centre déterminé sur base des actions réalisées l'année précédente.
HOOFDSTUK III. - Maatregelen betreffende de opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarden
CHAPITRE III. - Mesures relatives aux établissements d'accueil et d'hébergement pour aînés
Art. 4. In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, in het kader van de COVID-19-crisis, [4 worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de dagverzorgingscentra voor de jaren 2022 en 2023]4 door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.
De modaliteiten voor de berekening [4 van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023]4 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor de berekening [4 van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023]4 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Art. 4. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, dans le cadre de la crise COVID-19, [5 les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des centres de soins de jour pour les années 2022 et 2023]5 en prenant en considération les modifications de capacité d'hébergement (augmentation) intervenues dans les établissements.
Les modalités de calcul [5 des forfaits applicables en 2022 et 2023]5 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de calcul [5 des forfaits applicables en 2022 et 2023]5 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Art. 5. In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor bejaarden, in het kader van de COVID-19-crisis, [4 worden de referentieperiodes die lopen van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum geneutraliseerd voor de berekening van de forfaitaire bedragen van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor de jaren 2022 en 2023]4 door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.
De modaliteiten voor de berekening [4 van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023]4 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor de berekening [4 van de forfaitaire bedragen voor de jaren 2022 en 2023]4 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Art. 5. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, dans le cadre de la crise COVID-19, [5 les périodes de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre sont neutralisées pour le calcul des forfaits des maisons de repos et de soins et des maisons de repos pour les années 2022 et 2023]5 en prenant en considération les modifications de capacité d'hébergement (augmentation) intervenues dans les établissements.
Les modalités de calcul [5 des forfaits applicables en 2022 et 2023]5 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de calcul [5 des forfaits applicables en 2022 et 2023]5 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Art. 6. In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft, wordt [1 de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum]1 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "eindeloopbaan" door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Modifications
Art. 6. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière, [1 la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre]1 est neutralisée pour le calcul des subventions " fin de carrière " en prenant en considération les modifications de capacité d'hébergement (augmentation) intervenues dans les établissements.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Art. 7. In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft, wordt [1 de referentieperiode die loopt van 1 juli 2020 tot de door de Minister vastgestelde datum]1 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "derde luik" door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Modifications
Art. 7. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 17 août 2007 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes, l'augmentation des rémunérations et la création d'emplois dans certaines institutions de soins, [1 la période de référence s'étalant du 1er juillet 2020 à la date définie par la Ministre]1 est neutralisée pour le calcul des subventions " 3ème volet " en prenant en considération les modifications de capacité d'hébergement (augmentation) intervenues dans les établissements.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen betreffende de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling bedoeld in hoofdstuk III van Titel IX van het Wetboek
CHAPITRE IV. - Mesures relatives aux centres de formation et d'insertion socioprofessionnelle adaptés visés au chapitre III du Titre IX du Code
Art. 8. Er wordt aan de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling voor 2020 een toeslag op hun werkingssubsidie zoals bedoeld in artikel 958, § 1 van het Wetboek, toegekend, die overeenkomt met 0,075 euro per erkend uur en uitsluitend bestemd is voor de aankoop of de huur van gezondheidsbeschermende uitrusting."
Art. 8. Il est octroyé aux centres de formation et d'insertion socioprofessionnelle adaptés pour 2020 un complément à leur subside de fonctionnement visé à l'article 958, § 1er, du Code correspondant à 0,075 euros par heure agréée et exclusivement dédicacé à l'achat ou la location de matériel de protection sanitaire. "
HOOFDSTUK V. - Maatregelen betreffende de diensten voor sociale insluiting
CHAPITRE V. - Mesures relatives aux services d'insertion sociale
Art. 9. In afwijking van artikel 29, eerste lid, 2°, van het Wetboek is de erkende dienst voor de toekenning van het saldo van de subsidie voor het jaar 2020 vrijgesteld van de verplichting om tussen 1 juni en 31 december ten minste negentien uur per week aan groepswerk te besteden, op voorwaarde dat de collectieve activiteiten worden georganiseerd tegen een tarief van ten minste 25% van het aantal vereiste uren per week, gemiddeld tussen 1 juni en 31 december 2020.
Art. 9. Par dérogation à l'article 29, alinéa 1 er, 2°, du Code, pour l'octroi du solde du montant de la subvention de l'année 2020, le service agréé est dispensé de justifier un volume d'activités consacrées au travail de groupe d'au moins dix-neuf heures par semaine entre le 1er juin le 31 décembre inclus, pour autant que des activités collectives soient organisées à raison de minimum 25% du nombre d'heures requis par semaine, en moyenne entre le 1er juin et le 31 décembre 2020.
HOOFDSTUK VI. - Maatregelen betreffende opvangtehuizen, gemeenschapshuizen of nachtasielen
CHAPITRE VI. - Mesures relatives aux maisons d'accueil, maisons de vie communautaire et abris de nuit
Art. 10. In afwijking van artikel 116 van het Wetboek wordt, om het bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 te bepalen en om het saldo van het bedrag van de subsidie voor het jaar 2020 toe te kennen, de bezettingsgraad van een opvangtehuis of een gemeenschapshuis voor het jaar 2020 vastgesteld op het in voormeld artikel bepaalde minimumtarief indien de werkelijke bezettingsgraad voor het jaar 2020 lager is dan het vastgestelde minimumtarief.
Art. 10. Par dérogation à l'article 116 du Code, pour la détermination du montant de la subvention de l'année 2021 et pour l'octroi du solde du montant de la subvention de l'année 2020, le taux d'occupation d'une maison d'accueil ou d'une maison de vie communautaire est fixé pour l'année 2020 au taux minimum défini à l'article précité si le taux d'occupation réel de l'année 2020 est plus bas que le taux minimum fixé.
HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende de diensten voor schuldbemiddeling
CHAPITRE VII. - Mesures relatives aux services de médiation de dettes
Art. 11. In afwijking van artikel 145, lid 4, van het Wetboek zal het aantal dossiers dat nodig is om de subsidie te verkrijgen, gebaseerd zijn op het aantal dossiers dat is opgenomen in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) indien het aantal in 2020 behandelde dossiers lager is dan de in artikel 145, lid 4, van het Wetboek vastgestelde drempels.
In afwijking van artikel 149, eerste lid, 1°, van het Wetboek wordt voor het subsidiejaar 2021 het wisselende deel van de subsidie dat gekoppeld is aan het aantal in 2020 behandelde dossiers, berekend op basis van het aantal dossiers dat in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) is opgenomen indien dit aantal groter is dan het aantal dossiers dat in 2020 is behandeld.
In afwijking van artikel 153, eerste lid, van hetzelfde Wetboek bedraagt het minimumaantal gebeurtenissen (collectieve activiteiten) per jaar dat door de steungroepen voor de preventie van overmatige schuldenlast wordt uitgevoerd, voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020 twee.
In afwijking van artikel 149, eerste lid, 1°, van het Wetboek wordt voor het subsidiejaar 2021 het wisselende deel van de subsidie dat gekoppeld is aan het aantal in 2020 behandelde dossiers, berekend op basis van het aantal dossiers dat in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) is opgenomen indien dit aantal groter is dan het aantal dossiers dat in 2020 is behandeld.
In afwijking van artikel 153, eerste lid, van hetzelfde Wetboek bedraagt het minimumaantal gebeurtenissen (collectieve activiteiten) per jaar dat door de steungroepen voor de preventie van overmatige schuldenlast wordt uitgevoerd, voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020 twee.
Art. 11. Par dérogation à l'article 145, alinéa 4, du Code, le nombre de dossiers nécessaires à l'obtention de la subvention sera basée sur le nombre de dossiers repris dans le cadre du calcul de la subvention 2020 (année de référence 2019) si le nombre de dossiers traités en 2020 est inférieur aux seuils définis à l'article 145, alinéa 4 du Code.
Par dérogation à l'article 149, alinéa 1er, 1°, du Code, la partie variable de la subvention liée au nombre de dossiers traités en 2020, pour l'année de subvention 2021, est calculée sur la base du nombre de dossiers repris dans le cadre du calcul de la subvention 2020 (année de référence 2019) si ce nombre est supérieur au nombre de dossiers traités au cours de l'année 2020.
Par dérogation à l'article 153, alinéa 1er, du Code, pour l'octroi du solde du montant de la subvention de l'année 2020, le nombre minimal d'animations (activités collectives) annuel qui devra être réalisée par les groupes d'appui de prévention du surendettement sera de 2.
Par dérogation à l'article 149, alinéa 1er, 1°, du Code, la partie variable de la subvention liée au nombre de dossiers traités en 2020, pour l'année de subvention 2021, est calculée sur la base du nombre de dossiers repris dans le cadre du calcul de la subvention 2020 (année de référence 2019) si ce nombre est supérieur au nombre de dossiers traités au cours de l'année 2020.
Par dérogation à l'article 153, alinéa 1er, du Code, pour l'octroi du solde du montant de la subvention de l'année 2020, le nombre minimal d'animations (activités collectives) annuel qui devra être réalisée par les groupes d'appui de prévention du surendettement sera de 2.
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende de diensten en voorzieningen voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld
CHAPITRE VIII. - Mesures relatives aux services et dispositifs d'accompagnement des violences entre partenaires et des violences fondées sur le genre
Art. 12. In afwijking van artikel 235/10 van het Wetboek wordt het volume activiteiten dat in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van het bedrag van de subsidie van het jaar 2021 en voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020, met betrekking tot de activiteit van de dienst in 2020, berekend op basis van het aantal uren dat in 2019 aan de opdrachten is toegewezen, indien het aldus verkregen bedrag groter is dan het bedrag dat op basis van alle maanden van het jaar 2020 is verkregen, op voorwaarde dat de activiteiten worden georganiseerd tegen een tarief van ten minste 25% van het aantal vereiste uren tussen 1 juni en 31 december 2020.
Art. 12. Par dérogation à l'article 235/10 du Code, le volume d'activités pris en compte pour la détermination du montant de la subvention de l'année 2021 et pour l'octroi du solde du montant de la subvention de l'année 2020, relative à l'activité du service en 2020, est calculée sur la base du nombre d'heures affectées aux missions en 2019 si le montant ainsi obtenu est supérieur au montant obtenu sur la base de tous les mois de l'année 2020, pour autant que les activités soient organisées à raison de minimum 25% du nombre d'heures requis entre le 1er juin et le 31 décembre 2020.
HOOFDSTUK IX. - Maatregelen betreffende de Gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen
CHAPITRE IX. - Mesures relatives aux centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères
Art. 13. In afwijking van de artikelen 245/1 en 245/3 van het Wetboek zijn de criteria die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van het wisselende bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 die voor het jaar 2019.
Art. 13. Par dérogation aux articles 245/1 et 245/3 du Code, les critères pris en compte pour la détermination du montant variable de la subvention de l'année 2021 seront ceux de l'année 2019.
HOOFDSTUK X. - Maatregelen betreffende de plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen
CHAPITRE X. - Mesures relatives aux initiatives locales d'intégration des personnes étrangères
Art. 14. In afwijking van artikel 251 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.
In afwijking van artikel 237/6, lid 4, en artikel 237/7, lid 4, van het Wetboek, kunnen operatoren tot 31 december 2020 afwijken van het minimumaantal van 5 deelnemers per groep.
In afwijking van artikel 251, § 1, lid 5 van het Wetboek wordt het bedrag van de subsidie voor 2021 vastgesteld bij een permanentie van een uurvolume van 4 uur per week.
In afwijking van artikel 251/1 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.
Subsidies voor het jaar 2019 die ook het jaar 2020 bestrijken, worden gelijkgesteld met subsidies voor het jaar 2020.
In afwijking van artikel 237/6, lid 4, en artikel 237/7, lid 4, van het Wetboek, kunnen operatoren tot 31 december 2020 afwijken van het minimumaantal van 5 deelnemers per groep.
In afwijking van artikel 251, § 1, lid 5 van het Wetboek wordt het bedrag van de subsidie voor 2021 vastgesteld bij een permanentie van een uurvolume van 4 uur per week.
In afwijking van artikel 251/1 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.
Subsidies voor het jaar 2019 die ook het jaar 2020 bestrijken, worden gelijkgesteld met subsidies voor het jaar 2020.
Art. 14. Par dérogation à l'article 251 du Code, le volume d'activités collectives pris en compte pour la détermination du solde du montant de la subvention de l'année 2020 est calculé, pour les mois de juin à décembre sur la base du nombre d'heures programmées, pour autant que le nombre d'heures effectivement prestées entre le 1er juin et le 31 décembre 2020 soit au minimum équivalent à 25% du nombre d'heures programmées pour l'année 2020.
Par dérogation à l'article 237/6, alinéa 4, et à l'article 237/7, alinéa 4, du Code, les opérateurs peuvent déroger au nombre minimum de 5 participants par groupe jusqu'au 31 décembre 2020.
Par dérogation à l'article 251, § 1er, alinéa 5, du Code, le montant de la subvention 2021 est fixé par permanence d'un volume horaire de 4 heures par semaine.
Par dérogation à l'article 251/1 du Code, le volume d'activités collectives pris en compte pour la détermination du solde du montant de la subvention de l'année 2020 est calculé, pour les mois de juin à décembre, sur la base du nombre d'heures programmées, pour autant que le nombre d'heures effectivement prestées entre le 1er juin et le 31 décembre 2020 soit au minimum équivalent à 25% du nombre d'heures programmées pour l'année 2020.
Les subventions de l'année 2019 qui couvrent également l'année 2020 sont assimilées aux subventions de l'année 2020.
Par dérogation à l'article 237/6, alinéa 4, et à l'article 237/7, alinéa 4, du Code, les opérateurs peuvent déroger au nombre minimum de 5 participants par groupe jusqu'au 31 décembre 2020.
Par dérogation à l'article 251, § 1er, alinéa 5, du Code, le montant de la subvention 2021 est fixé par permanence d'un volume horaire de 4 heures par semaine.
Par dérogation à l'article 251/1 du Code, le volume d'activités collectives pris en compte pour la détermination du solde du montant de la subvention de l'année 2020 est calculé, pour les mois de juin à décembre, sur la base du nombre d'heures programmées, pour autant que le nombre d'heures effectivement prestées entre le 1er juin et le 31 décembre 2020 soit au minimum équivalent à 25% du nombre d'heures programmées pour l'année 2020.
Les subventions de l'année 2019 qui couvrent également l'année 2020 sont assimilées aux subventions de l'année 2020.
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
CHAPITRE XI. - Dispositions finales
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2020.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er juin 2020.
Art. 16. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre qui a la santé et l'action sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.