Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 MEI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19
Titre
8 MAI 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand portant diverses mesures urgentes dans l'enseignement à la suite du COVID-19
Informations sur le document
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. In afwijking van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan, zoals gewijzigd bij besluit van 16 juni 2000, wordt het getuigschrift basisonderwijs in het schooljaar 2019-2020 aan de deelnemers uitgereikt uiterlijk op 31 augustus 2020.
Article 1er. Par dérogation à l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 1998 déterminant la forme et la procédure de délivrance du certificat d'enseignement fondamental, tel que modifié par l'arrêté du 16 juin 2000, le certificat d'enseignement fondamental pour l'année scolaire 2019-2020 est délivré aux participants le 31 août 2020 au plus tard.
Art. 2. In afwijking van artikel 6 van het besluit van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, worden voor het schooljaar 2020-2021 als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar A toegelaten :
1° houders van het getuigschrift basisonderwijs;
2° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht, onder de volgende voorwaarden :
a) gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
b) akkoord van de betrokken personen.
1° houders van het getuigschrift basisonderwijs;
2° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht, onder de volgende voorwaarden :
a) gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
b) akkoord van de betrokken personen.
Art. 2. Par dérogation à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, les personnes suivantes sont, pour l'année scolaire 2020-2021, admises en première année A en tant qu'élèves réguliers :
1° les titulaires du certificat de l'enseignement fondamental ;
2° les élèves qui ont terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, quoique non pas avec fruit, sous les conditions suivantes :
a) le conseil de classe d'admission a émis une décision favorable ;
b) les personnes concernées ont donné leur accord.
1° les titulaires du certificat de l'enseignement fondamental ;
2° les élèves qui ont terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, quoique non pas avec fruit, sous les conditions suivantes :
a) le conseil de classe d'admission a émis une décision favorable ;
b) les personnes concernées ont donné leur accord.
Art. 3. In afwijking van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, worden voor het schooljaar 2020-2021 als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar B toegelaten :
1° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht;
2° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;
3° leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs in het schooljaar 2019-2020 hebben behaald, onder de volgende voorwaarden :
a) gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
b) akkoord van de betrokken personen.
1° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht;
2° leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;
3° leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs in het schooljaar 2019-2020 hebben behaald, onder de volgende voorwaarden :
a) gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
b) akkoord van de betrokken personen.
Art. 3. Par dérogation à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, les personnes suivantes sont, pour l'année scolaire 2020-2021, admises en première année B en tant qu'élèves réguliers :
1° les élèves qui ont terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, quoique non pas avec fruit ;
2° les élèves qui n'ont pas suivi ou qui n'ont pas terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, sous la condition suivante : atteindre l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre suivant le début de l'année scolaire ;
3° les élèves qui ont obtenu le certificat d'enseignement fondamental dans l'année scolaire 2019-2020, sous les conditions suivantes :
a) le conseil de classe d'admission a émis une décision favorable ;
b) les personnes concernées ont donné leur accord.
1° les élèves qui ont terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, quoique non pas avec fruit ;
2° les élèves qui n'ont pas suivi ou qui n'ont pas terminé la sixième année de l'enseignement primaire ordinaire, sous la condition suivante : atteindre l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre suivant le début de l'année scolaire ;
3° les élèves qui ont obtenu le certificat d'enseignement fondamental dans l'année scolaire 2019-2020, sous les conditions suivantes :
a) le conseil de classe d'admission a émis une décision favorable ;
b) les personnes concernées ont donné leur accord.
Art. 4. In afwijking van artikel 37, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018, worden de in § 1 van hetzelfde artikel bedoelde beslissingen voor het schooljaar 2019-2020 in beginsel genomen uiterlijk op 7 juli 2020, doch deze termijn kan voor individuele gevallen worden verlengd tot uiterlijk 1 september 2020.
De termijn wordt verlengd als de delibererende klassenraad van oordeel is dat hij op 7 juli 2020 nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist met welke maatregelen de nodige informatie ingewonnen kan worden. De school onderzoekt hierbij hoe ze de leerling kan ondersteunen als een dergelijke maatregel door de klassenraad wordt opgelegd.
De in het eerste lid vermelde afwijking vereist een voorafgaand overleg met de bevoegde lokale personeelsvertegenwoordiging.
De termijn wordt verlengd als de delibererende klassenraad van oordeel is dat hij op 7 juli 2020 nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist met welke maatregelen de nodige informatie ingewonnen kan worden. De school onderzoekt hierbij hoe ze de leerling kan ondersteunen als een dergelijke maatregel door de klassenraad wordt opgelegd.
De in het eerste lid vermelde afwijking vereist een voorafgaand overleg met de bevoegde lokale personeelsvertegenwoordiging.
Art. 4. Par dérogation à l'article 37, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018, les décisions visées au § 1er du même article pour l'année scolaire 2019-2020 sont en principe prises au plus tard le 7 juillet 2020, quoique ce délai puisse dans des cas individuels être prolongé jusqu'au 1er septembre 2020 au plus tard.
Le délai est prolongé si le conseil de classe délibérant estime au 7 juillet 2020 ne pas encore disposer de suffisamment d'information pour prendre une décision avisée. Le conseil de classe délibérant décide des mesures avec lesquelles l'information nécessaire peut être obtenue. L'école examine dans ce cadre comment elle peut soutenir l'élève dans le cas où une telle mesure est imposée par le conseil de classe.
La dérogation visée dans l'alinéa premier requiert une concertation préalable avec la représentation locale et compétente du personnel.
Le délai est prolongé si le conseil de classe délibérant estime au 7 juillet 2020 ne pas encore disposer de suffisamment d'information pour prendre une décision avisée. Le conseil de classe délibérant décide des mesures avec lesquelles l'information nécessaire peut être obtenue. L'école examine dans ce cadre comment elle peut soutenir l'élève dans le cas où une telle mesure est imposée par le conseil de classe.
La dérogation visée dans l'alinéa premier requiert une concertation préalable avec la représentation locale et compétente du personnel.
Art. 5. In afwijking van artikel 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs :
1° is de organisatie van een geïntegreerde proef in het schooljaar 2019-2020 facultatief;
2° doet, in voorkomend geval, de afwezigheid door overmacht van deskundigen bij de beoordeling van de in 1° vermelde proef, geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van die beoordeling.
1° is de organisatie van een geïntegreerde proef in het schooljaar 2019-2020 facultatief;
2° doet, in voorkomend geval, de afwezigheid door overmacht van deskundigen bij de beoordeling van de in 1° vermelde proef, geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van die beoordeling.
Art. 5. Par dérogation à l'article 56 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein :
1° l'organisation d'une épreuve intégrée au cours de l'année scolaire 2019-2020 est facultative ;
2° l'absence, pour cause de force majeure, d'experts à l'évaluation de l'épreuve visée au 1°, ne déroge pas à la validité de cette évaluation.
1° l'organisation d'une épreuve intégrée au cours de l'année scolaire 2019-2020 est facultative ;
2° l'absence, pour cause de force majeure, d'experts à l'évaluation de l'épreuve visée au 1°, ne déroge pas à la validité de cette évaluation.
Art. 6. In afwijking van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 :
1° is de organisatie van een kwalificatieproef in het schooljaar 2019-2020 facultatief;
2° doet, in voorkomend geval, de afwezigheid door overmacht van deskundigen bij de beoordeling van de in 1° vermelde proef in de kwalificatiecommissie, geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van die beoordeling.
1° is de organisatie van een kwalificatieproef in het schooljaar 2019-2020 facultatief;
2° doet, in voorkomend geval, de afwezigheid door overmacht van deskundigen bij de beoordeling van de in 1° vermelde proef in de kwalificatiecommissie, geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van die beoordeling.
Art. 6. Par dérogation à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 :
1° l'organisation d'une épreuve de qualification au cours de l'année scolaire 2019-2020 est facultative ;
2° l'absence, pour cause de force majeure, d'experts à l'évaluation de l'épreuve visée au 1°, ne déroge pas à la validité de cette évaluation.
1° l'organisation d'une épreuve de qualification au cours de l'année scolaire 2019-2020 est facultative ;
2° l'absence, pour cause de force majeure, d'experts à l'évaluation de l'épreuve visée au 1°, ne déroge pas à la validité de cette évaluation.
Art. 7. In afwijking van artikel 1, § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende de organisatie van stages en sociaal-maatschappelijke trainingen in het buitengewoon secundair onderwijs, dient voor het schooljaar 2019-2020 niet voldaan te worden aan de minimale duur van de verplichte individuele leerlingenstage tijdens de kwalificatiefase in opleidingsvorm 3.
Art. 7. Par dérogation à l'article 1er, § 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 relatif à l'organisation de stages et sessions de préparation à la vie sociale et sociétale dans l'enseignement secondaire spécial, la durée minimale du stage d'élève individuel obligatoire ne doit pas être respectée au cours de la phase de qualification dans la forme d'enseignement 3 pour l'année scolaire 2019-2020.
Art. 8. In afwijking van Bijlage 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2018 tot vastlegging van structuuronderdelen duaal en standaardtrajecten in het secundair onderwijs, geldt voor het schooljaar 2019-2020 dat leerlingen in de opleiding kinderbegeleider duaal en in de opleiding zorgkundige duaal geen twee werkplekken moeten hebben, en er niet voldaan moet worden aan de minimumtermijnen die in de respectievelijke standaardtrajecten worden opgelegd.
Art. 8. Par dérogation à l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2018 déterminant les subdivisions structurelles duales et les parcours standard dans l'enseignement secondaire, l'obligation d'avoir deux lieux de travail dans la formation de " kinderbegeleider duaal " et dans la formation de " zorgkundige duaal " échoit aux élèves de ces formations et les délais minimum imposés dans les trajectoires respectives standard ne doivent pas être respectés pour l'année scolaire 2019-2020.
Art. 9. In afwijking van artikel 3, 5°, c), van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag en van het attest bij het verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs, kan in het schooljaar 2020-2021 de ingangsdatum van een attestwijziging ook in de loop van dat schooljaar.
Art. 9. Par dérogation à l'article 3, 5°, c) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2015 fixant le contenu du rapport motivé et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à un programme individuel adapté dans une école d'enseignement ordinaire ou à l'enseignement spécial, la date d'entrée en vigueur d'une modification de l'attestation peut se situer également dans le courant de cette année scolaire.
Art. 10. § 1. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2012 betreffende het inschrijvingsrecht in het basis- en secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van 19 juli 2019, wordt telkens de zinsnede "het schooljaar 2019-2020" vervangen door de zinsnede "het schooljaar 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022".
§ 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 19 juli 2019, wordt telkens de zinsnede "het schooljaar 2019-2020" vervangen door de zinsnede "het schooljaar 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022".
§ 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 19 juli 2019, wordt telkens de zinsnede "het schooljaar 2019-2020" vervangen door de zinsnede "het schooljaar 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022".
Art. 10. § 1er. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2012 relatif au droit à l'inscription dans l'enseignement fondamental et secondaire, inséré par l'arrêté du 19 juillet 2019, le membre de phrase " l'année scolaire 2019-2020 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase `les années scolaires 2019-2020, 2020-2021 et 2021-2022 ".
§ 2. Dans l'article 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du 19 juillet 2019, le membre de phrase " l'année scolaire 2019-2020 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " les années scolaires 2019-2020, 2020-2021 et 2021-2022 ".
§ 2. Dans l'article 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du 19 juillet 2019, le membre de phrase " l'année scolaire 2019-2020 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " les années scolaires 2019-2020, 2020-2021 et 2021-2022 ".
Art. 11. In afwijking van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts deelt in het jaar 2020 de voorzitter in september alle individuele kandidaten voor het toelatingsexamen arts en voor het toelatingsexamen tandarts mee welke score de kandidaat behaalde en tot welke van de volgende categorieën de kandidaat behoort :
1° geslaagd en gunstig gerangschikt;
2° geslaagd maar ongunstig gerangschikt;
3° geslaagd maar zonder rangschikking;
4° niet geslaagd.
1° geslaagd en gunstig gerangschikt;
2° geslaagd maar ongunstig gerangschikt;
3° geslaagd maar zonder rangschikking;
4° niet geslaagd.
Art. 11. Par dérogation à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2018 portant organisation de l'examen d'admission en médecine et en dentisterie, le président communique, en ce qui concerne l'année 2020, en septembre à chacun des candidats à l'examen d'admission en médecine et à l'examen d'admission en dentisterie leurs notes respectives aux examens et la catégorie parmi les catégories suivantes, à laquelle les candidats appartiennent :
1° a réussi et est favorablement classé ;
2° a réussi mais est défavorablement classé ;
3° a réussi mais n'est pas classé ;
4° n'a pas réussi.
1° a réussi et est favorablement classé ;
2° a réussi mais est défavorablement classé ;
3° a réussi mais n'est pas classé ;
4° n'a pas réussi.
Art. 12. In afwijking van artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt in het jaar 2020 de lijst voor de artsen en de lijst voor de tandartsen met de gunstig gerangschikte kandidaten in alfabetische volgorde uiterlijk op 15 september door de voorzitter bezorgd aan elke universiteit in de Vlaamse Gemeenschap, die gemachtigd is de opleiding tot arts en/of de opleiding tot tandarts te organiseren.
Art. 12. Par dérogation à l'article 11, alinéa 2, du même arrêté, la liste des candidats favorablement classés en médecine et la liste des candidats favorablement classés en dentisterie, rédigées en ordre alphabétique, sont, pour ce qui concerne l'année 2020, remises par le président à chaque université de la Communauté flamande, qui a été mandatée d'organiser la formation de médecin et/ou la formation de dentiste pour le 15 septembre au plus tard.
Art. 13. In afwijking van artikel 14, derde lid, van hetzelfde besluit, kunnen de tot 15 mei 2020 ingeschreven kandidaten zich uiterlijk op 29 mei 2020 weer uitschrijven en wordt hun inschrijvingsgeld terugbetaald. Kandidaten die zich niet uiterlijk op 29 mei 2020 hebben uitgeschreven, hebben geen recht op de terugbetaling van het inschrijvingsgeld.
Art. 13. Par dérogation à l'article 14, alinéa 3, du même arrêté, les candidats dont l'inscription date d'avant ou du 15 mai 2020, peuvent se désinscrire jusqu'au 29 mai 2020 au plus tard et recevoir un remboursement de leur droits d'inscription. Les candidats qui ne se sont pas désinscrits le 29 mai 2020 au plus tard, n'ont pas droit au remboursement du droit d'inscription.
Art. 14. In afwijking van artikel 19 van hetzelfde besluit, wordt in het jaar 2020 het toelatingsexamen arts georganiseerd op 25 augustus en het toelatingsexamen tandarts op 26 augustus.
Art. 14. Par dérogation à l'article 19 du même arrêté, l'examen d'admission en médecine et l'examen d'admission en dentisterie sont, pour ce qui concerne l'année 2020, organisés respectivement le 25 août et le 26 août.
Art. 15. In afwijking van artikel 31, derde lid, van hetzelfde besluit, worden in het jaar 2020 materiële vergissingen die de grondslag vormen voor een beslissing van de examencommissie, ten laatste op 11 september gemeld.
Art. 15. Par dérogation à l'article 31, alinéa 3, du même arrêté, les erreurs matérielles, sur lesquelles sont basées la décision du jury, sont, pour ce qui concerne l'année 2020, communiquées au plus tard le 11 septembre.
Art. 16. In afwijking van artikel 32 van hetzelfde besluit, heeft in het jaar 2020 de inzage plaats, volgens de modaliteiten die de examencommissie bepaalt, vanaf 4 september tot en met vrijdag 11 september.
Art. 16. Par dérogation à l'article 32 du même arrêté, le droit de consultation, pour ce qui concerne l'année 2020, a lieu suivant les modalités prévues par le jury, du 4 septembre jusqu'au vendredi 11 septembre inclus.
Art. 17. In afwijking van artikel 33 van hetzelfde besluit, kan in het jaar 2020 de kandidaat een verzoek tot heroverweging van de individuele beslissing van de examencommissie instellen tot en met 11 september. De examencommissie heeft 30 dagen de tijd voor de behandeling van elk individueel beroep en de periode voor behandeling van de interne beroepen start op 12 september 2020. Deze beslissingen worden aan de kandidaat ter kennis gebracht ten laatste op 9 oktober 2020.
Art. 17. Par dérogation à l'article 33 du même arrêté, un candidat peut, pour ce qui concerne l'année 2020, introduire une demande de reconsidération de la décision individuelle du jury jusqu'au 11 septembre inclus. Le jury dispose d'un délai de 30 jours pour le traitement de chaque recours individuel, la période de traitement des recours internes débutant le 12 septembre 2020. Ces décisions sont notifiées au candidat au plus tard le 9 octobre 2020.
Art. 18. Aan artikel 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 betreffende ict-coördinatie in het onderwijs, wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt :
"3° voor het schooljaar 2019-2020 worden er extra werkingsmiddelen toegekend aan de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs en de instellingen voor voltijds secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs. Hierbij bedraagt de coëfficiënt 3,0698. Deze middelen kunnen ook aangewend worden voor het aanstellen van ICT-coördinatoren overeenkomstig artikel 154, § 2 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 251/1 van de codex secundair onderwijs. De middelen kunnen ook gebruikt worden tijdens het eerste semester van het schooljaar 2020-2021.".
"3° voor het schooljaar 2019-2020 worden er extra werkingsmiddelen toegekend aan de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs en de instellingen voor voltijds secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs. Hierbij bedraagt de coëfficiënt 3,0698. Deze middelen kunnen ook aangewend worden voor het aanstellen van ICT-coördinatoren overeenkomstig artikel 154, § 2 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 251/1 van de codex secundair onderwijs. De middelen kunnen ook gebruikt worden tijdens het eerste semester van het schooljaar 2020-2021.".
Art. 18. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 relatif à la coordination TIC dans l'enseignement, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour l'année scolaire 2019-2020, des moyens de fonctionnement supplémentaires sont octroyés aux écoles d'enseignement fondamental ordinaire et spécial et aux établissements d'enseignement secondaire à temps plein, d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et d'enseignement secondaire spécial. Le coefficient est de 3,0698 dans ce cas. Ces moyens peuvent également être affectés à l'emploi de coordinateurs ICT, conformément à l'article 154, § 2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 251/1 du Code de l'Enseignement secondaire. Les moyens peuvent également être utilisés pendant le premier semestre de l'année scolaire 2020-2021. ".
" 3° pour l'année scolaire 2019-2020, des moyens de fonctionnement supplémentaires sont octroyés aux écoles d'enseignement fondamental ordinaire et spécial et aux établissements d'enseignement secondaire à temps plein, d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et d'enseignement secondaire spécial. Le coefficient est de 3,0698 dans ce cas. Ces moyens peuvent également être affectés à l'emploi de coordinateurs ICT, conformément à l'article 154, § 2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 251/1 du Code de l'Enseignement secondaire. Les moyens peuvent également être utilisés pendant le premier semestre de l'année scolaire 2020-2021. ".
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring.
In afwijking op het eerste lid heeft artikel 17 uitwerking met ingang van 16 maart 2020.
In afwijking op het eerste lid heeft artikel 17 uitwerking met ingang van 16 maart 2020.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de son approbation.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 17 produit ses effets le 16 mars 2020.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 17 produit ses effets le 16 mars 2020.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.