Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
2° begeleider: de persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind;
3° decreet van 3 mei 2019: decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
4° gezin: de ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken;
5° medewerker: iedereen die meewerkt aan de organisatie van de opvang.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 OKTOBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-12-2020 en tekstbijwerking tot 03-10-2025)
Titre
16 OCTOBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand portant octroi d'un label de qualité aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-12-2020 et mise à jour au 03-10-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Kwaliteitsvoorwaarden
Afdeling 1. - Organisatorisch beleid
Afdeling 2. - Toegankelijkheid
Afdeling 3. - Pedagogisch beleid
Afdeling 4. - Medewerkersbeleid
Afdeling 5. - Monitoring en evaluatie
HOOFDSTUK 3. - Procedure
HOOFDSTUK 4. - Toezicht
HOOFDSTUK 5. - Handhaving
HOOFDSTUK 6. - Bezwaar
HOOFDSTUK 6/1. [1 - Overgangsbepalingen]1
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Conditions de qualité
Section 1re. - Politique organisationnelle
Section 2. - Accessibilité
Section 3. - Politique pédagogique
Section 4. - Politique du personnel
Section 5. - Monitoring et évaluation
CHAPITRE 3. - Procédure
CHAPITRE 4. - Contrôle
CHAPITRE 5. - Maintien
CHAPITRE 6. - Réclamation
CHAPITRE 6/1. [1 - Dispositions transitoires]1
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (53)
Texte (53)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie ;
2° accompagnateur : la personne qui fournit des soins et des possibilités de jeu pour le développement général de l'enfant ;
3° décret du 3 mai 2019 : le décret du 3 mai 2019 portant organisation de l'accueil extrascolaire et coordination des activités extrascolaires ;
4° famille : les parents ou les autres responsables de l'éducation ;
5° collaborateur : chaque personne qui contribue à l'organisation de l'accueil.
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie ;
2° accompagnateur : la personne qui fournit des soins et des possibilités de jeu pour le développement général de l'enfant ;
3° décret du 3 mai 2019 : le décret du 3 mai 2019 portant organisation de l'accueil extrascolaire et coordination des activités extrascolaires ;
4° famille : les parents ou les autres responsables de l'éducation ;
5° collaborateur : chaque personne qui contribue à l'organisation de l'accueil.
Art. 2. Het agentschap kent een kwaliteitslabel toe aan een organisator met een of meer opvanglocaties, binnen de grenzen van een gemeente van het Nederlandse taalgebied of binnen de grenzen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die voldoet aan volgende voorwaarden:
1° de organisator realiseert een werking, waar prioritair kleuters worden opgevangen;
2° de opvang wordt gerealiseerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in dit besluit;
3° de organisator informeert, voor de aanvraag van het kwaliteitslabel, het lokaal bestuur over de intentie om een kwaliteitslabel aan te vragen.
Een organisator die beschikt over een vergunning op grond van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, kan uitsluitend een kwaliteitslabel aanvragen voor kleuteropvang in een groep waar geen baby's en peuters worden opgevangen.
Het kwaliteitslabel wordt toegekend op basis van een aanvraag conform de procedure, vermeld in dit besluit.
1° de organisator realiseert een werking, waar prioritair kleuters worden opgevangen;
2° de opvang wordt gerealiseerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in dit besluit;
3° de organisator informeert, voor de aanvraag van het kwaliteitslabel, het lokaal bestuur over de intentie om een kwaliteitslabel aan te vragen.
Een organisator die beschikt over een vergunning op grond van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, kan uitsluitend een kwaliteitslabel aanvragen voor kleuteropvang in een groep waar geen baby's en peuters worden opgevangen.
Het kwaliteitslabel wordt toegekend op basis van een aanvraag conform de procedure, vermeld in dit besluit.
Art. 2. L'agence accorde un label de qualité à un organisateur d'un ou de plusieurs emplacements d'accueil, dans les limites d'une commune de la région de langue néerlandaise ou dans les limites de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, qui remplit les conditions suivantes :
1° l'organisateur réalise un fonctionnement où les petits enfants sont accueillis en priorité ;
2° l'accueil est réalisé conformément aux conditions visées au présent arrêté ;
3° avant la demande du label de qualité, l'organisateur informe l'administration locale de l'intention de demander un label de qualité.
Un organisateur qui dispose d'une autorisation sur la base du décret du 20 avril 2012 portant organisation de l'accueil de bébés et de bambins, ne peut demander un label de qualité que pour l'accueil de la petite enfance dans un groupe où les bébés et les bambins ne sont pas accueillis.
Le label de qualité est octroyé sur la base d'une demande conformément à la procédure visée au présent arrêté.
1° l'organisateur réalise un fonctionnement où les petits enfants sont accueillis en priorité ;
2° l'accueil est réalisé conformément aux conditions visées au présent arrêté ;
3° avant la demande du label de qualité, l'organisateur informe l'administration locale de l'intention de demander un label de qualité.
Un organisateur qui dispose d'une autorisation sur la base du décret du 20 avril 2012 portant organisation de l'accueil de bébés et de bambins, ne peut demander un label de qualité que pour l'accueil de la petite enfance dans un groupe où les bébés et les bambins ne sont pas accueillis.
Le label de qualité est octroyé sur la base d'une demande conformément à la procédure visée au présent arrêté.
Art. 3. Het kwaliteitslabel, vermeld in artikel 2, geldt voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van bestuurlijke maatregelen in het kader van handhaving, vermeld in artikel 26 tot en met 28 van dit besluit.
Art. 3. Le label de qualité, visé à l'article 2, vaut pour une durée indéterminée, sans préjudice de l'application des mesures administratives dans le cadre du maintien, visées aux articles 26 à 28 du présent arrêté.
HOOFDSTUK 2. - Kwaliteitsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions de qualité
Afdeling 1. - Organisatorisch beleid
Section 1re. - Politique organisationnelle
Art. 4. De organisator zorgt voor een opvangaanbod van minimaal tweehonderd opvanguren, gespreid over een jaar. Als de organisator verschillende gelabelde opvanglocaties binnen dezelfde gemeente of binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, kan hij de opvanguren spreiden over die opvanglocaties.
Art. 4. L'organisateur assure une offre d'accueil d'au moins deux cent heures d'accueil, répartie sur un an. Lorsque l'organisateur a plusieurs emplacements d'accueil labellisés dans la même commune ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, il peut répartir les heures d'accueil sur ces emplacements d'accueil.
Art. 5. § 1. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame kleuteropvang te realiseren, en draagt dat uit in de volledige werking, minstens bij de toepassing van alle kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van kinderen;
2° integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag.
§ 2. Bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, is er een gedragen visie over de volgende elementen:
1° kinderen in hun vrije tijd, met respect voor de identiteit van elk kind;
2° gezinnen en hun betrokkenheid bij de opvang, zowel structureel als in de contacten met de begeleiders;
3° de situering van het aanbod en de samenwerking met actoren binnen het geheel van buitenschoolse opvang en activiteiten.
§ 3. De naleving van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de gelabelde werking aanwezig zijn en aangetoond kunnen worden door de organisator:
1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving;
2° ondersteuning van de medewerkers en van de organisator zelf;
3° een reflectieve en proactieve houding, met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback van gebruikers, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de juiste informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt.
§ 4. De organisator werkt met de volgende partijen samen aan de lokale beleidsdoelstellingen om een antwoord te kunnen bieden op de complexiteit van de behoeften van de gebruikers:
1° het lokale samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7 van het decreet van 3 mei 2019;
2° de relevante partners, om een antwoord te kunnen bieden op een complexiteit van behoeften van de gebruikers.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van kinderen;
2° integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag.
§ 2. Bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, is er een gedragen visie over de volgende elementen:
1° kinderen in hun vrije tijd, met respect voor de identiteit van elk kind;
2° gezinnen en hun betrokkenheid bij de opvang, zowel structureel als in de contacten met de begeleiders;
3° de situering van het aanbod en de samenwerking met actoren binnen het geheel van buitenschoolse opvang en activiteiten.
§ 3. De naleving van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de gelabelde werking aanwezig zijn en aangetoond kunnen worden door de organisator:
1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving;
2° ondersteuning van de medewerkers en van de organisator zelf;
3° een reflectieve en proactieve houding, met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback van gebruikers, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de juiste informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt.
§ 4. De organisator werkt met de volgende partijen samen aan de lokale beleidsdoelstellingen om een antwoord te kunnen bieden op de complexiteit van de behoeften van de gebruikers:
1° het lokale samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7 van het decreet van 3 mei 2019;
2° de relevante partners, om een antwoord te kunnen bieden op een complexiteit van behoeften van de gebruikers.
Art. 5. § 1er. L'organisateur doit avoir l'intégrité et le pouvoir gestionnel de réaliser un accueil de la petite enfance durable et de qualité, et doit le propager dans le fonctionnement intégral, au moins dans l'application de toutes les conditions de qualité visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° pouvoir gestionnel : la mesure dans laquelle l'organisateur est en mesure de mener une politique indépendante, compte tenu de la marge de manoeuvre politique disponible, de ses propres objectifs et du contexte local, et la mesure dans laquelle les activités du responsable et des collaborateurs sont alignées en fonction de la contribution au développement des enfants ;
2° intégrité : respecter les normes et valeurs en vigueur, au moins dans ses rapports avec les familles, les enfants et les collaborateurs, en mettant l'accent sur la gestion positive de la diversité, la prévention de la discrimination et du comportement illicite, et la réaction appropriée à ces derniers.
§ 2. Lors de la réalisation des conditions visées au paragraphe 1er, il existe une vision soutenue sur les éléments suivants :
1° les enfants pendant leur temps libre, en respectant l'identité de chaque enfant ;
2° les familles et leur implication dans l'accueil, tant sur le plan structurel que dans les contacts avec les accompagnateurs ;
3° la localisation de l'offre et la coopération avec les acteurs dans l'ensemble de l'accueil et des activités extrascolaires.
§ 3. Le respect des conditions visées aux paragraphes 1 et 2 est attesté par la manière dont les aspects suivants sont présents dans le fonctionnement labellisé et peuvent être démontrés par l'organisateur :
1° une direction claire, avec un environnement de travail structuré ;
2° le soutien des collaborateurs et de l'organisateur lui-même ;
3° une attitude réflective et proactive, en vue d'une amélioration continue du propre fonctionnement, en tenant compte du feed-back des utilisateurs, des collaborateurs et de l'expertise pertinente d'organisations externes ;
4° une attitude innovante, en portant une attention à la modernisation, en tenant compte des évolutions de l'environnement, de la société et des réglementations ;
5° une communication efficace et transparente, en veillant à ce que les informations correctes parviennent aux personnes appropriées en temps utile et de manière claire.
§ 4. L'organisateur collabore avec les parties suivantes sur les objectifs politiques locaux afin de pouvoir répondre à la complexité des besoins des utilisateurs :
1° la structure de coopération locale, visée à l'article 7 du décret du 3 mai 2019 ;
2° les partenaires pertinents, afin de pouvoir répondre à une complexité des besoins des utilisateurs.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° pouvoir gestionnel : la mesure dans laquelle l'organisateur est en mesure de mener une politique indépendante, compte tenu de la marge de manoeuvre politique disponible, de ses propres objectifs et du contexte local, et la mesure dans laquelle les activités du responsable et des collaborateurs sont alignées en fonction de la contribution au développement des enfants ;
2° intégrité : respecter les normes et valeurs en vigueur, au moins dans ses rapports avec les familles, les enfants et les collaborateurs, en mettant l'accent sur la gestion positive de la diversité, la prévention de la discrimination et du comportement illicite, et la réaction appropriée à ces derniers.
§ 2. Lors de la réalisation des conditions visées au paragraphe 1er, il existe une vision soutenue sur les éléments suivants :
1° les enfants pendant leur temps libre, en respectant l'identité de chaque enfant ;
2° les familles et leur implication dans l'accueil, tant sur le plan structurel que dans les contacts avec les accompagnateurs ;
3° la localisation de l'offre et la coopération avec les acteurs dans l'ensemble de l'accueil et des activités extrascolaires.
§ 3. Le respect des conditions visées aux paragraphes 1 et 2 est attesté par la manière dont les aspects suivants sont présents dans le fonctionnement labellisé et peuvent être démontrés par l'organisateur :
1° une direction claire, avec un environnement de travail structuré ;
2° le soutien des collaborateurs et de l'organisateur lui-même ;
3° une attitude réflective et proactive, en vue d'une amélioration continue du propre fonctionnement, en tenant compte du feed-back des utilisateurs, des collaborateurs et de l'expertise pertinente d'organisations externes ;
4° une attitude innovante, en portant une attention à la modernisation, en tenant compte des évolutions de l'environnement, de la société et des réglementations ;
5° une communication efficace et transparente, en veillant à ce que les informations correctes parviennent aux personnes appropriées en temps utile et de manière claire.
§ 4. L'organisateur collabore avec les parties suivantes sur les objectifs politiques locaux afin de pouvoir répondre à la complexité des besoins des utilisateurs :
1° la structure de coopération locale, visée à l'article 7 du décret du 3 mai 2019 ;
2° les partenaires pertinents, afin de pouvoir répondre à une complexité des besoins des utilisateurs.
Art. 6. De organisator voert een gezond financieel beleid en heeft rechtspersoonlijkheid.
Art. 6. L'organisateur mène une politique financière saine et possède la personnalité juridique.
Afdeling 2. - Toegankelijkheid
Section 2. - Accessibilité
Art. 7. De organisator heeft een toegankelijk en inclusief opvangaanbod, dat lokaal afgestemd is en dat aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° hij heeft een proactief opnamebeleid en een transparant prijsbeleid met inbegrip van een beleid rond sociale tarieven;
2° hij geeft voorrang aan kleuteropvang;
3° hij heeft bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
1° hij heeft een proactief opnamebeleid en een transparant prijsbeleid met inbegrip van een beleid rond sociale tarieven;
2° hij geeft voorrang aan kleuteropvang;
3° hij heeft bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
Art. 7. L'organisateur dispose d'une offre d'accueil accessible et inclusive, adaptée au contexte local et répondant à l'ensemble des conditions suivantes :
1° il a une politique d'admission proactive et une politique de prix transparente, y compris une politique sur les tarifs sociaux ;
2° il donne la priorité à l'accueil de la petite enfance ;
3° il porte une attention particulière aux familles vulnérables et aux enfants nécessitant des soins spécifiques.
1° il a une politique d'admission proactive et une politique de prix transparente, y compris une politique sur les tarifs sociaux ;
2° il donne la priorité à l'accueil de la petite enfance ;
3° il porte une attention particulière aux familles vulnérables et aux enfants nécessitant des soins spécifiques.
Art. 8. De organisator beschrijft het opvangaanbod en de voorwaarden ervan, minstens het opname- en prijsbeleid, en maakt dat op voorhand bekend aan gezinnen en derden.
De afspraken over de dienstverlening tussen de organisator en het gezin onderling worden schriftelijk vastgelegd.
De afspraken over de dienstverlening tussen de organisator en het gezin onderling worden schriftelijk vastgelegd.
Art. 8. L'organisateur décrit l'offre d'accueil et ses conditions, au moins la politique d'admission et de prix, et la fait connaître à l'avance aux familles et aux tiers.
Les arrangements sur les services entre l'organisateur et la famille seront fixées par écrit.
Les arrangements sur les services entre l'organisateur et la famille seront fixées par écrit.
Art. 9. De organisator zorgt ervoor dat de concrete informatie over de locatie van het minimale opvangaanbod, vermeld in artikel 4, op elk moment up-to-date is en bekendgemaakt wordt.
Art. 9. L'organisateur veille à ce que les informations concrètes sur l'emplacement de l'offre minimale d'accueil, visée à l'article 4, soient toujours mises à jour et soient publiées.
Afdeling 3. - Pedagogisch beleid
Section 3. - Politique pédagogique
Art. 10. De opvang die de organisator aanbiedt, voldoet aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de omgang met kinderen:
1° er worden rijke en gevarieerde ontplooiingskansen en speelmogelijkheden gecreëerd in een sfeer van vrije tijd;
2° er wordt rekening gehouden met de eigen voorkeur van de kinderen binnen het geheel van het aanbod;
3° de organisator ontwikkelt een taalbeleid, waarbij het gebruik van het Nederlands een cruciale plaats krijgt, en zet in op de taalontwikkeling van de kinderen en de verwerving van de Nederlandse taal.
1° er worden rijke en gevarieerde ontplooiingskansen en speelmogelijkheden gecreëerd in een sfeer van vrije tijd;
2° er wordt rekening gehouden met de eigen voorkeur van de kinderen binnen het geheel van het aanbod;
3° de organisator ontwikkelt een taalbeleid, waarbij het gebruik van het Nederlands een cruciale plaats krijgt, en zet in op de taalontwikkeling van de kinderen en de verwerving van de Nederlandse taal.
Art. 10. L'accueil offert par l'organisateur répond aux conditions suivantes en ce qui concerne les contacts avec les enfants :
1° des possibilités de développement et de jeu riches et variées sont créées dans une ambiance de loisirs ;
2° les préférences des enfants sont prises en compte dans l'ensemble de l'offre ;
3° l'organisateur développe une politique linguistique, dans laquelle l'utilisation du néerlandais occupe une place cruciale, et focalise sur le développement linguistique des enfants et l'acquisition de la langue néerlandaise.
1° des possibilités de développement et de jeu riches et variées sont créées dans une ambiance de loisirs ;
2° les préférences des enfants sont prises en compte dans l'ensemble de l'offre ;
3° l'organisateur développe une politique linguistique, dans laquelle l'utilisation du néerlandais occupe une place cruciale, et focalise sur le développement linguistique des enfants et l'acquisition de la langue néerlandaise.
Art. 11. De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders kwaliteitsvolle interacties aangaan met de kinderen. Die interacties voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen en de verbondenheid, ook tussen de kinderen onderling, wordt opgevolgd en bevorderd;
2° er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses, de wensen en de eigenheid van de kinderen;
3° er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding.
Er zijn maximaal achttien kinderen per begeleider aanwezig in de groepen met kleuters. Tijdens piekmomenten kan de voormelde maximale grens overschreden worden, als er minstens twee begeleiders in de opvanglocatie aanwezig zijn.
In afwijking van het vorig lid zijn er voor gezinsopvang maximaal veertien kinderen aanwezig per begeleider.
In dit artikel wordt verstaan onder gezinsopvang: de opvang die plaatsvindt in een gezinswoning waar een begeleider alleen werkt.
1° het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen en de verbondenheid, ook tussen de kinderen onderling, wordt opgevolgd en bevorderd;
2° er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses, de wensen en de eigenheid van de kinderen;
3° er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding.
Er zijn maximaal achttien kinderen per begeleider aanwezig in de groepen met kleuters. Tijdens piekmomenten kan de voormelde maximale grens overschreden worden, als er minstens twee begeleiders in de opvanglocatie aanwezig zijn.
In afwijking van het vorig lid zijn er voor gezinsopvang maximaal veertien kinderen aanwezig per begeleider.
In dit artikel wordt verstaan onder gezinsopvang: de opvang die plaatsvindt in een gezinswoning waar een begeleider alleen werkt.
Art. 11. L'organisateur veille à ce que les accompagnateurs aient des interactions de qualité avec les enfants. Ces interactions répondent aux conditions suivantes :
1° le bien-être et la participation des enfants, ainsi que la cohésion, y compris entre les enfants eux-mêmes, sont surveillés et encouragés ;
2° le niveau de développement, le rythme, les intérêts, les souhaits et l'individualité des enfants sont pris en compte ;
3° une continuité dans l'accompagnement est assurée autant que possible.
Il y a un maximum de dix-huit enfants par accompagnateur dans les groupes des petits enfants. Pendant les périodes de pointe, la limite maximale susmentionnée peut être dépassée si au moins deux accompagnateurs sont présents dans l'emplacement d'accueil.
Par dérogation à l'alinéa précédent, pour l'accueil familial, un maximum de quatorze enfants sont présents par accompagnateur.
Dans le présent article, on entend par accueil familial : l'accueil qui a lieu dans un logement familial où un accompagnateur travaille seul.
1° le bien-être et la participation des enfants, ainsi que la cohésion, y compris entre les enfants eux-mêmes, sont surveillés et encouragés ;
2° le niveau de développement, le rythme, les intérêts, les souhaits et l'individualité des enfants sont pris en compte ;
3° une continuité dans l'accompagnement est assurée autant que possible.
Il y a un maximum de dix-huit enfants par accompagnateur dans les groupes des petits enfants. Pendant les périodes de pointe, la limite maximale susmentionnée peut être dépassée si au moins deux accompagnateurs sont présents dans l'emplacement d'accueil.
Par dérogation à l'alinéa précédent, pour l'accueil familial, un maximum de quatorze enfants sont présents par accompagnateur.
Dans le présent article, on entend par accueil familial : l'accueil qui a lieu dans un logement familial où un accompagnateur travaille seul.
Art. 12. De organisator biedt een gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze is speels en biedt de mogelijkheid om zowel binnen als buiten te spelen en te bewegen;
2° ze biedt de mogelijkheid om tot rust te komen;
3° er is een gevarieerd aanbod aan spelmateriaal dat aansluit bij de interesses en belevingswereld van kinderen;
4° ze is uitdagend en zo veilig als nodig.
1° ze is speels en biedt de mogelijkheid om zowel binnen als buiten te spelen en te bewegen;
2° ze biedt de mogelijkheid om tot rust te komen;
3° er is een gevarieerd aanbod aan spelmateriaal dat aansluit bij de interesses en belevingswereld van kinderen;
4° ze is uitdagend en zo veilig als nodig.
Art. 12. L'organisateur offre un environnement sain qui remplit les conditions suivantes :
1° il est ludique et offre la possibilité de jouer et de bouger à l'intérieur comme à l'extérieur ;
2° il offre la possibilité de retrouver une certaine quiétude ;
3° il existe une gamme variée de matériel de jeu qui correspond aux intérêts et aux expériences des enfants ;
4° il est stimulant et offre la sûreté nécessaire.
1° il est ludique et offre la possibilité de jouer et de bouger à l'intérieur comme à l'extérieur ;
2° il offre la possibilité de retrouver une certaine quiétude ;
3° il existe une gamme variée de matériel de jeu qui correspond aux intérêts et aux expériences des enfants ;
4° il est stimulant et offre la sûreté nécessaire.
Afdeling 4. - Medewerkersbeleid
Section 4. - Politique du personnel
Art. 13. De organisator realiseert een duurzaam medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.
De organisator creëert een leerbeleid en biedt daarbij ondersteuning op de werkvloer met het oog op een goede samenwerking en de ontwikkeling van competenties en vakgerelateerde kennis en kunde.
De organisator creëert een leerbeleid en biedt daarbij ondersteuning op de werkvloer met het oog op een goede samenwerking en de ontwikkeling van competenties en vakgerelateerde kennis en kunde.
Art. 13. L'organisateur met en place une politique du personnel durable et assure de bonnes conditions de travail.
L'organisateur crée une politique d'apprentissage et offre un soutien sur le lieu de travail en vue d'une bonne coopération et du développement des compétences et des connaissances et aptitudes professionnelles.
L'organisateur crée une politique d'apprentissage et offre un soutien sur le lieu de travail en vue d'une bonne coopération et du développement des compétences et des connaissances et aptitudes professionnelles.
Art. 14. § 1. De organisator beschikt over een verantwoordelijke die de dagelijkse werking aanstuurt.
De verantwoordelijke voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° hij heeft de nodige competenties om de dagelijkse werking aan te sturen;
2° hij heeft de kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° hij past de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.
De verantwoordelijke heeft voldoende, actieve kennis van het Nederlands om met de Vlaamse overheid en de gebruikers te kunnen communiceren.
§ 2. Bij afwezigheid van de verantwoordelijke in de opvanglocatie is er een persoon aanwezig die de opdracht van de verantwoordelijke als aanspreekpersoon voor de Vlaamse overheid en de gebruikers overneemt.
De aanspreekpersoon heeft de kennis zodat hij voldoet aan de voorwaarde, vermeld in § 1, laatste lid.
De verantwoordelijke voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° hij heeft de nodige competenties om de dagelijkse werking aan te sturen;
2° hij heeft de kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° hij past de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.
De verantwoordelijke heeft voldoende, actieve kennis van het Nederlands om met de Vlaamse overheid en de gebruikers te kunnen communiceren.
§ 2. Bij afwezigheid van de verantwoordelijke in de opvanglocatie is er een persoon aanwezig die de opdracht van de verantwoordelijke als aanspreekpersoon voor de Vlaamse overheid en de gebruikers overneemt.
De aanspreekpersoon heeft de kennis zodat hij voldoet aan de voorwaarde, vermeld in § 1, laatste lid.
Art. 14. § 1er. L'organisateur dispose d'un responsable qui pilote le fonctionnement quotidien.
Le responsable répond aux conditions suivantes :
1° il a les compétences nécessaires pour piloter le fonctionnement quotidien ;
2° il a les connaissances et la capacité d'agir dans des situations de crise ;
3° il applique les principes de base en vue de la prévention des maladies et de la promotion de la santé.
Le responsable a une connaissance suffisante et active du néerlandais pour pouvoir communiquer avec l'Autorité flamande et les utilisateurs.
§ 2. En l'absence du responsable dans l'emplacement d'accueil, une personne est présente qui reprend la tâche du responsable en tant que personne de contact pour l'Autorité flamande et les utilisateurs.
La personne de contact a les connaissances nécessaires pour remplir la condition visée au § 1er, dernier alinéa.
Le responsable répond aux conditions suivantes :
1° il a les compétences nécessaires pour piloter le fonctionnement quotidien ;
2° il a les connaissances et la capacité d'agir dans des situations de crise ;
3° il applique les principes de base en vue de la prévention des maladies et de la promotion de la santé.
Le responsable a une connaissance suffisante et active du néerlandais pour pouvoir communiquer avec l'Autorité flamande et les utilisateurs.
§ 2. En l'absence du responsable dans l'emplacement d'accueil, une personne est présente qui reprend la tâche du responsable en tant que personne de contact pour l'Autorité flamande et les utilisateurs.
La personne de contact a les connaissances nécessaires pour remplir la condition visée au § 1er, dernier alinéa.
Art. 15. De organisator beschikt in de opvanglocatie over voldoende begeleiders om aan de voorwaarde, vermeld in artikel 11, te voldoen.
De begeleiders voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° ze hebben de volgende competenties:
a) zorg en speelmogelijkheden aanbieden met het oog op de brede ontplooiing van het kind;
b) samenwerken met ouders en hen erkennen als eerste opvoeder;
c) samenwerken met collega's en andere beroepsbeoefenaars;
d) samenwerken met de buurt en lokale partners;
e) positief omgaan met diversiteit;
f) reflecteren over en verbeteren van de werking;
2° ze hebben kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° ze passen de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.
80 % van de begeleiders heeft een vorming voltooid die de competenties, vermeld in het tweede lid, 1°, aanleert of heeft een ervaringsbewijs dat aantoont dat deze competenties verworven zijn.
De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders in de opvanglocatie voldoende, actieve kennis van het Nederlands hebben of een leertraject volgen om een niveau van Nederlands te verwerven zodat ze voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, 3°.
De begeleiders voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° ze hebben de volgende competenties:
a) zorg en speelmogelijkheden aanbieden met het oog op de brede ontplooiing van het kind;
b) samenwerken met ouders en hen erkennen als eerste opvoeder;
c) samenwerken met collega's en andere beroepsbeoefenaars;
d) samenwerken met de buurt en lokale partners;
e) positief omgaan met diversiteit;
f) reflecteren over en verbeteren van de werking;
2° ze hebben kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° ze passen de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.
80 % van de begeleiders heeft een vorming voltooid die de competenties, vermeld in het tweede lid, 1°, aanleert of heeft een ervaringsbewijs dat aantoont dat deze competenties verworven zijn.
De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders in de opvanglocatie voldoende, actieve kennis van het Nederlands hebben of een leertraject volgen om een niveau van Nederlands te verwerven zodat ze voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, 3°.
Art. 15. L'organisateur dispose d'un nombre suffisant d'accompagnateurs dans l'emplacement d'accueil pour remplir la condition visée à l'article 11.
Les accompagnateurs satisfont aux conditions suivantes :
1° ils ont les compétences suivantes :
a) offrir des soins et des possibilités de jeux en vue du développement général de l'enfant ;
b) collaborer avec les parents et les reconnaître comme premier éducateur ;
c) collaborer avec des collègues et d'autres professionnels ;
d) collaborer avec le quartier et les partenaires locaux ;
e) gérer la diversité de manière positive ;
f) réfléchir sur le fonctionnement et l'améliorer ;
2° ils ont les connaissances et la capacité d'agir dans des situations de crise ;
3° ils appliquent les principes de base en vue de la prévention des maladies et de la promotion de la santé.
80 % des accompagnateurs ont achevé une formation qui enseigne les compétences visées à l'alinéa 2, 1°, ou disposent d'un titre d'expérience qui démontre que ces compétences ont été acquises.
L'organisateur veille à ce que les accompagnateurs dans l'emplacement d'accueil aient une connaissance suffisante et active du néerlandais ou suivent un parcours d'apprentissage pour acquérir un niveau de néerlandais afin qu'ils remplissent la condition visée à l'article 10, 3°.
Les accompagnateurs satisfont aux conditions suivantes :
1° ils ont les compétences suivantes :
a) offrir des soins et des possibilités de jeux en vue du développement général de l'enfant ;
b) collaborer avec les parents et les reconnaître comme premier éducateur ;
c) collaborer avec des collègues et d'autres professionnels ;
d) collaborer avec le quartier et les partenaires locaux ;
e) gérer la diversité de manière positive ;
f) réfléchir sur le fonctionnement et l'améliorer ;
2° ils ont les connaissances et la capacité d'agir dans des situations de crise ;
3° ils appliquent les principes de base en vue de la prévention des maladies et de la promotion de la santé.
80 % des accompagnateurs ont achevé une formation qui enseigne les compétences visées à l'alinéa 2, 1°, ou disposent d'un titre d'expérience qui démontre que ces compétences ont été acquises.
L'organisateur veille à ce que les accompagnateurs dans l'emplacement d'accueil aient une connaissance suffisante et active du néerlandais ou suivent un parcours d'apprentissage pour acquérir un niveau de néerlandais afin qu'ils remplissent la condition visée à l'article 10, 3°.
Art. 16. [1 Overeenkomstig artikel 11, tweede lid, 4°, van het decreet van 3 mei 2019 controleert de organisator bij de aanstelling van elke persoon die in de opvanglocatie werkt, het goed zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt en beschikt voor .]1
Modifications
Art. 16. [1 Conformément à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019, lors de la désignation de toute personne qui travaille dans l'emplacement d'accueil, l'organisateur vérifie la bonne conduite de la personne concernée, ce qui implique au moins un comportement irréprochable vis-à-vis des mineurs.]1
Modifications
Afdeling 5. - Monitoring en evaluatie
Section 5. - Monitoring et évaluation
Art. 17. De organisator laat de werking door de kinderen, gezinnen en de medewerkers periodiek evalueren. De resultaten worden aangewend om de werking voortdurend te verbeteren.
Art. 17. L'organisateur fait évaluer périodiquement le fonctionnement par les enfants, les familles et les collaborateurs. Les résultats sont utilisés pour améliorer continuellement le fonctionnement.
Art. 18. De organisator meldt elke schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of van een medewerker onmiddellijk aan het agentschap.
Art. 18. L'organisateur signale immédiatement à l'agence toute violation de l'intégrité physique ou psychologique d'un enfant ou d'un collaborateur.
Art. 19. De organisator voorziet in een procedure om mondelinge en schriftelijke klachten te behandelen. Die procedure wordt schriftelijk afgehandeld.
De organisator brengt de gebruikers op de hoogte van de voormelde procedure.
De organisator brengt de gebruikers op de hoogte van de voormelde procedure.
Art. 19. L'organisateur prévoit une procédure pour traiter les plaintes orales et écrites. Cette procédure se fait par écrit.
L'organisateur informe les utilisateurs de la procédure précitée.
L'organisateur informe les utilisateurs de la procédure précitée.
Art. 20. De organisator bezorgt gegevens op verzoek van het agentschap conform artikel 14, § 2, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2019 en bezorgt daarnaast ook niet-persoonsgebonden gegevens over de werking in het kader van ad hoc-bevragingen van het agentschap en van het lokaal bestuur met het oog op beleidsdoelstellingen.
Art. 20. L'organisateur fournit des données à la demande de l'agence conformément à l'article 14, § 2, alinéa 2, du décret du 3 mai 2019 et fournit également des données non personnelles sur le fonctionnement dans le cadre d'enquêtes ad hoc de l'agence et de l'administration locale en vue d'objectifs politiques.
HOOFDSTUK 3. - Procedure
CHAPITRE 3. - Procédure
Art. 21. De organisator die een kwaliteitslabel wil voor een of meer opvanglocaties in dezelfde gemeente in het Nederlandse taalgebied, of binnen de grenzen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, dient een aanvraag in met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt. Dat formulier bevat:
1° de volgende gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
2° de volgende gegevens over de opvanglocatie waarvoor het kwaliteitslabel wordt aangevraagd:
a) de naam en het adres van de opvanglocatie;
b) de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de verantwoordelijke voor de opvanglocatie;
c) de gewenste startdatum van het kwaliteitslabel, die op zijn vroegst de datum van de aanvraag kan zijn;
3° de volgende beleidsmatige informatie over het opvangaanbod:
a) het maximumaantal kinderen dat de organisator gelijktijdig in de opvanglocatie wil opvangen;
b) de informatie over het structurele opvangaanbod van de organisator, vermeld in artikel 4;
4° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot 20, voor elke opvanglocatie waarvoor hij het kwaliteitslabel heeft [1 en dat hij de controle overeenkomstig artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019 en artikel 16 heeft uitgevoerd.]1;
5° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij het lokaal bestuur geïnformeerd heeft over zijn intentie om een label aan te vragen;
6° de datum en de handtekening van de organisator.
Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten op de wijze, vermeld in de administratieve richtlijnen van het agentschap:
1° een uittreksel uit het strafregister van de organisator [1 conform artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019.]1;
2° de documenten waaruit blijkt dat de reden voor een voorafgaande weigering of opheffing van een kwaliteitslabel voor dezelfde opvanglocatie niet langer bestaat.
1° de volgende gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
2° de volgende gegevens over de opvanglocatie waarvoor het kwaliteitslabel wordt aangevraagd:
a) de naam en het adres van de opvanglocatie;
b) de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de verantwoordelijke voor de opvanglocatie;
c) de gewenste startdatum van het kwaliteitslabel, die op zijn vroegst de datum van de aanvraag kan zijn;
3° de volgende beleidsmatige informatie over het opvangaanbod:
a) het maximumaantal kinderen dat de organisator gelijktijdig in de opvanglocatie wil opvangen;
b) de informatie over het structurele opvangaanbod van de organisator, vermeld in artikel 4;
4° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot 20, voor elke opvanglocatie waarvoor hij het kwaliteitslabel heeft [1 en dat hij de controle overeenkomstig artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019 en artikel 16 heeft uitgevoerd.]1;
5° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij het lokaal bestuur geïnformeerd heeft over zijn intentie om een label aan te vragen;
6° de datum en de handtekening van de organisator.
Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten op de wijze, vermeld in de administratieve richtlijnen van het agentschap:
1° een uittreksel uit het strafregister van de organisator [1 conform artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019.]1;
2° de documenten waaruit blijkt dat de reden voor een voorafgaande weigering of opheffing van een kwaliteitslabel voor dezelfde opvanglocatie niet langer bestaat.
Modifications
Art. 21. L'organisateur qui souhaite obtenir un label de qualité pour un ou plusieurs emplacements d'accueil dans la même commune de la région de langue néerlandaise, ou dans les limites de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, introduit une demande avec le formulaire de demande mis à disposition par l'agence. Ce formulaire contient :
1° les données suivantes relatives à l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
b) les données d'identité et les coordonnées, au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
2° les données suivantes sur l'emplacement d'accueil pour lequel le label de qualité est demandé :
a) le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil ;
b) les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse électronique du responsable de l'emplacement d'accueil ;
c) la date de début souhaitée du label de qualité, qui peut être au plus tôt la date de la demande ;
3° les informations politiques suivantes sur l'offre d'accueil :
a) le nombre maximum d'enfants que l'organisateur souhaite accueillir en même temps dans l'emplacement d'accueil ;
b) les informations sur l'offre d'accueil structurelle de l'organisateur, visées à l'article 4 ;
4° une déclaration sur l'honneur de l'organisateur selon laquelle il respectera les conditions visées aux articles 4 à 20 pour chaque emplacement d'accueil pour lequel il a obtenu le label de qualité [1 et selon laquelle il a effectué le contrôle conformément à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019 et à l'article 16.]1 ;
5° une déclaration sur l'honneur de l'organisateur indiquant qu'il a informé l'administration locale de son intention de demander un label ;
6° la date et la signature de l'organisateur.
Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa 1er, l'organisateur transmet les documents suivants de la manière visée aux directives administratives de l'agence :
1° un extrait du casier judiciaire de l'organisateur [1 conformément à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019.]1 ;
2° les documents montrant que la raison d'un refus ou d'un retrait préalable d'un label de qualité pour le même emplacement d'accueil n'existe plus.
1° les données suivantes relatives à l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
b) les données d'identité et les coordonnées, au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
2° les données suivantes sur l'emplacement d'accueil pour lequel le label de qualité est demandé :
a) le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil ;
b) les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse électronique du responsable de l'emplacement d'accueil ;
c) la date de début souhaitée du label de qualité, qui peut être au plus tôt la date de la demande ;
3° les informations politiques suivantes sur l'offre d'accueil :
a) le nombre maximum d'enfants que l'organisateur souhaite accueillir en même temps dans l'emplacement d'accueil ;
b) les informations sur l'offre d'accueil structurelle de l'organisateur, visées à l'article 4 ;
4° une déclaration sur l'honneur de l'organisateur selon laquelle il respectera les conditions visées aux articles 4 à 20 pour chaque emplacement d'accueil pour lequel il a obtenu le label de qualité [1 et selon laquelle il a effectué le contrôle conformément à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019 et à l'article 16.]1 ;
5° une déclaration sur l'honneur de l'organisateur indiquant qu'il a informé l'administration locale de son intention de demander un label ;
6° la date et la signature de l'organisateur.
Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa 1er, l'organisateur transmet les documents suivants de la manière visée aux directives administratives de l'agence :
1° un extrait du casier judiciaire de l'organisateur [1 conformément à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019.]1 ;
2° les documents montrant que la raison d'un refus ou d'un retrait préalable d'un label de qualité pour le même emplacement d'accueil n'existe plus.
Modifications
Art. 22. Het agentschap bezorgt een ontvangstmelding en onderzoekt de volledigheid en de inhoud van de aanvraag en beslist over de gegrondheid van de aanvraag uiterlijk zestig dagen na de dag waarop het de aanvraag heeft ontvangen.
Als de aanvraag onvolledig is of fout is ingediend, meldt het agentschap dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding is de termijn, vermeld in het eerste lid, geschorst voor maximaal dertig dagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen of opnieuw kan indienen.
Het agentschap kan bij het onderzoek en de beoordeling van de aanvraag rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit de inspectie ter plaatse, en ook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, voldoet of zal kunnen voldoen.
[1 Als het agentschap het voornemen heeft om het kwaliteitslabel te weigeren op basis van gegronde indicatie zoals vermeld in het derde lid]1, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in het eerste lid, is in dat geval geschorst vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen meedeelt aan de organisator tot en met de dag waarop de organisator wordt gehoord.
Als de aanvraag onvolledig is of fout is ingediend, meldt het agentschap dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding is de termijn, vermeld in het eerste lid, geschorst voor maximaal dertig dagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen of opnieuw kan indienen.
Het agentschap kan bij het onderzoek en de beoordeling van de aanvraag rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit de inspectie ter plaatse, en ook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, voldoet of zal kunnen voldoen.
[1 Als het agentschap het voornemen heeft om het kwaliteitslabel te weigeren op basis van gegronde indicatie zoals vermeld in het derde lid]1, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in het eerste lid, is in dat geval geschorst vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen meedeelt aan de organisator tot en met de dag waarop de organisator wordt gehoord.
Modifications
Art. 22. L'agence accuse réception de la demande, en examine la complétude et le contenu et se prononce sur son bien-fondé au plus tard soixante jours après la date de réception de la demande.
Si la demande est incomplète ou a été introduite de manière fausse, l'agence en informe dès que possible l'organisateur par voie électronique. A partir de cette notification, le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu pendant au maximum trente jours, afin de permettre à l'organisateur de compléter ou de soumettre à nouveau la demande dans ce délai.
Lors de l'examen et de l'évaluation de la demande, l'agence peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que d'autres éléments qui constituent une indication fondée que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté.
[1 Si l'agence a l'intention de refuser le label de qualité sur la base d'une indication fondée telle que visée à l'alinéa 3]1, l'organisateur est entendu. Dans ce cas, le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu à compter du jour où l'agence communique son intention à l'organisateur jusqu'au jour où l'organisateur est entendu.
Si la demande est incomplète ou a été introduite de manière fausse, l'agence en informe dès que possible l'organisateur par voie électronique. A partir de cette notification, le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu pendant au maximum trente jours, afin de permettre à l'organisateur de compléter ou de soumettre à nouveau la demande dans ce délai.
Lors de l'examen et de l'évaluation de la demande, l'agence peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que d'autres éléments qui constituent une indication fondée que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté.
[1 Si l'agence a l'intention de refuser le label de qualité sur la base d'une indication fondée telle que visée à l'alinéa 3]1, l'organisateur est entendu. Dans ce cas, le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu à compter du jour où l'agence communique son intention à l'organisateur jusqu'au jour où l'organisateur est entendu.
Modifications
Art. 23. Het agentschap bezorgt de positieve beslissing elektronisch en de negatieve beslissing elektronisch en aangetekend aan de organisator uiterlijk vijftien dagen na de datum van de beslissing.
Een toekenning van het kwaliteitslabel kan op zijn vroegst ingaan op de datum van de aanvraag.
Het agentschap meldt tegelijk elke beslissing over een kwaliteitslabel aan het lokaal bestuur.
Een toekenning van het kwaliteitslabel kan op zijn vroegst ingaan op de datum van de aanvraag.
Het agentschap meldt tegelijk elke beslissing over een kwaliteitslabel aan het lokaal bestuur.
Art. 23. L'agence envoie la décision positive par voie électronique et la décision négative par voie électronique et par envoi recommandé à l'organisateur au plus tard quinze jours après la date de la décision.
L'octroi du label de qualité peut au plus tôt prendre cours à la date de la demande.
En même temps, l'agence notifie à l'administration locale toute décision relative à un label de qualité.
L'octroi du label de qualité peut au plus tôt prendre cours à la date de la demande.
En même temps, l'agence notifie à l'administration locale toute décision relative à un label de qualité.
Art. 24. De organisator meldt voor elke opvanglocatie met een kwaliteitslabel aan het agentschap onmiddellijk:
1° de wijziging van de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de contactpersoon van de organisator;
2° de wijziging van de gegevens van de verantwoordelijke[2 met inbegrip van een verklaring op eer dat de organisator de controle vermeld in artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019 en artikel 16 heeft uitgevoerd.]2;
3° de datum van de definitieve stopzetting van een opvanglocatie;
4° de tijdelijke stopzetting van een opvanglocatie van minstens één ononderbroken jaar, met vermelding van de datum van de stopzetting, de reden van stopzetting, de vermoedelijke duur van de stopzetting en de datum van de herstart.
[1 5° de definitieve of tijdelijke verhuizing van de opvanglocatie.]1
[1 De melding gebeurt conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
De organisator informeert het lokaal bestuur van een verhuizing en de stopzetting van een opvanglocatie.]1
1° de wijziging van de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de contactpersoon van de organisator;
2° de wijziging van de gegevens van de verantwoordelijke[2 met inbegrip van een verklaring op eer dat de organisator de controle vermeld in artikel 11, tweede lid, 4° van het decreet van 3 mei 2019 en artikel 16 heeft uitgevoerd.]2;
3° de datum van de definitieve stopzetting van een opvanglocatie;
4° de tijdelijke stopzetting van een opvanglocatie van minstens één ononderbroken jaar, met vermelding van de datum van de stopzetting, de reden van stopzetting, de vermoedelijke duur van de stopzetting en de datum van de herstart.
[1 5° de definitieve of tijdelijke verhuizing van de opvanglocatie.]1
[1 De melding gebeurt conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
De organisator informeert het lokaal bestuur van een verhuizing en de stopzetting van een opvanglocatie.]1
Art. 24. Pour chaque emplacement d'accueil avec un label de qualité, l'organisateur notifie immédiatement à l'agence :
1° la modification des données d'identité et des coordonnées de la personne de contact de l'organisateur ;
2° la modification des données du responsable, [2 y compris une déclaration sur l'honneur selon laquelle l'organisateur a effectué le contrôle visé à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019 et à l'article 16.]2 ;
3° la date de la cessation définitive d'un emplacement d'accueil ;
4° la cessation temporaire d'un emplacement d'accueil pendant au moins une année ininterrompue, en précisant la date de la cessation, le motif de la cessation, la durée probable de la cessation et la date du redémarrage.
[1 5° le déménagement définitif ou temporaire de l'emplacement d'accueil.]1
[1 La notification est faite conformément aux directives administratives de l'agence.
L'organisateur informe l'administration locale sur le déménagement et la cessation d'un emplacement d'accueil.]1
1° la modification des données d'identité et des coordonnées de la personne de contact de l'organisateur ;
2° la modification des données du responsable, [2 y compris une déclaration sur l'honneur selon laquelle l'organisateur a effectué le contrôle visé à l'article 11, alinéa 2, 4°, du décret du 3 mai 2019 et à l'article 16.]2 ;
3° la date de la cessation définitive d'un emplacement d'accueil ;
4° la cessation temporaire d'un emplacement d'accueil pendant au moins une année ininterrompue, en précisant la date de la cessation, le motif de la cessation, la durée probable de la cessation et la date du redémarrage.
[1 5° le déménagement définitif ou temporaire de l'emplacement d'accueil.]1
[1 La notification est faite conformément aux directives administratives de l'agence.
L'organisateur informe l'administration locale sur le déménagement et la cessation d'un emplacement d'accueil.]1
HOOFDSTUK 4. - Toezicht
CHAPITRE 4. - Contrôle
Art. 25. Het agentschap volgt de naleving van de bepalingen van dit besluit.
[2 Het agentschap oefent toezicht uit op basis van alle informatie die beschikbaar is.]2
Zorginspectie voert het toezicht ter plaatse uit.
In het derde lid wordt verstaan onder Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
[2 Het agentschap oefent toezicht uit op basis van alle informatie die beschikbaar is.]2
Zorginspectie voert het toezicht ter plaatse uit.
In het derde lid wordt verstaan onder Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
Art. 25. L'agence contrôle le respect des dispositions du présent arrêté.
[2 L'agence effectue le contrôle sur la base de toutes les informations disponibles. ]2
L'Inspection des Soins effectue le contrôle sur place.
Dans l'alinéa 3, on entend par Inspection des Soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins ]1.
[2 L'agence effectue le contrôle sur la base de toutes les informations disponibles. ]2
L'Inspection des Soins effectue le contrôle sur place.
Dans l'alinéa 3, on entend par Inspection des Soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins ]1.
HOOFDSTUK 5. - Handhaving
CHAPITRE 5. - Maintien
Art. 26. Als wordt vastgesteld dat de organisator de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, niet naleeft of het toezicht, vermeld in artikel 25, verhindert, maant het agentschap de organisator schriftelijk aan. Die aanmaning vermeldt een termijn waarin de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten van het toezicht, en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen.
Bij dringende noodzakelijkheid of in situaties waarin een aanmaning zonder voorwerp is, kan die aanmaning achterwege gelaten worden en kan onmiddellijk beslist worden om het kwaliteitslabel op te heffen.
Bij dringende noodzakelijkheid of in situaties waarin een aanmaning zonder voorwerp is, kan die aanmaning achterwege gelaten worden en kan onmiddellijk beslist worden om het kwaliteitslabel op te heffen.
Art. 26. S'il est constaté que l'organisateur ne respecte pas les conditions visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté ou empêche le contrôle visé à l'article 25, l'agence somme l'organisateur par écrit. Cette sommation mentionne un délai dans lequel l'organisateur doit satisfaire aux dispositions non respectées ou aux exigences du contrôle, et peut contenir des conditions spécifiques afin de satisfaire aux dispositions non respectées.
En cas d'urgence ou dans les situations où une sommation est sans objet, cette sommation peut être omise et l'annulation du label de qualité peut être décidée immédiatement.
En cas d'urgence ou dans les situations où une sommation est sans objet, cette sommation peut être omise et l'annulation du label de qualité peut être décidée immédiatement.
Art. 27. Het agentschap kan het kwaliteitslabel opheffen als de organisator:
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, niet naleeft of niet voldoende kan aantonen dat hij ze naleeft;
2° de toezicht, vermeld in artikel 25, verhindert.
De opheffing van het kwaliteitslabel heeft tot gevolg dat de organisator het kwaliteitslabel verliest voor de opvanglocatie waar de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20, niet worden nageleefd.
Het agentschap licht het lokaal bestuur van de betrokken organisator zo spoedig mogelijk in over de opheffing van het kwaliteitslabel.
De organisator brengt de betrokken gezinnen van wie de kinderen worden opgevangen onmiddellijk op de hoogte van de opheffing van het kwaliteitslabel.
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, niet naleeft of niet voldoende kan aantonen dat hij ze naleeft;
2° de toezicht, vermeld in artikel 25, verhindert.
De opheffing van het kwaliteitslabel heeft tot gevolg dat de organisator het kwaliteitslabel verliest voor de opvanglocatie waar de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20, niet worden nageleefd.
Het agentschap licht het lokaal bestuur van de betrokken organisator zo spoedig mogelijk in over de opheffing van het kwaliteitslabel.
De organisator brengt de betrokken gezinnen van wie de kinderen worden opgevangen onmiddellijk op de hoogte van de opheffing van het kwaliteitslabel.
Art. 27. L'agence peut annuler le label de qualité si l'organisateur :
1° ne respecte pas les conditions visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté, ou ne peut démontrer de manière suffisante qu'il les respecte ;
2° empêche le contrôle visé à l'article 25.
L'annulation du label de qualité entraîne pour l'organisateur la perte du label de qualité pour l'emplacement d'accueil où les conditions visées aux articles 4 à 20 ne sont pas respectées.
L'agence informe l'administration locale de l'organisateur concerné dans les meilleurs délais de l'annulation du label de qualité.
L'organisateur informe immédiatement les familles concernées dont les enfants sont accueillis, de l'annulation du label de qualité.
1° ne respecte pas les conditions visées aux articles 4 à 20 du présent arrêté, ou ne peut démontrer de manière suffisante qu'il les respecte ;
2° empêche le contrôle visé à l'article 25.
L'annulation du label de qualité entraîne pour l'organisateur la perte du label de qualité pour l'emplacement d'accueil où les conditions visées aux articles 4 à 20 ne sont pas respectées.
L'agence informe l'administration locale de l'organisateur concerné dans les meilleurs délais de l'annulation du label de qualité.
L'organisateur informe immédiatement les familles concernées dont les enfants sont accueillis, de l'annulation du label de qualité.
Art. 28. Het agentschap zal, voor het een beslissing tot opheffing neemt, de organisator op de hoogte brengen van zijn voornemen om die beslissing te nemen, zodat de organisator daarop kan reageren en zijn hoorrecht, mondeling of schriftelijk, kan uitoefenen.
Bij dringende noodzakelijkheid kan het agentschap, rekening houdend met de omstandigheden, beslissen om geen voornemen te bezorgen aan de organisator.
Bij dringende noodzakelijkheid kan het agentschap, rekening houdend met de omstandigheden, beslissen om geen voornemen te bezorgen aan de organisator.
Art. 28. Avant de prendre une décision d'annulation, l'agence informera l'organisateur de son intention de prendre cette décision afin que l'organisateur puisse y réagir et exercer, verbalement ou par écrit, son droit d'audition.
En cas d'urgence, l'agence peut, en tenant compte des circonstances, décider de ne pas informer l'organisateur de son intention.
En cas d'urgence, l'agence peut, en tenant compte des circonstances, décider de ne pas informer l'organisateur de son intention.
HOOFDSTUK 6. - Bezwaar
CHAPITRE 6. - Réclamation
Art. 29. De organisator kan uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 23, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, tegen de beslissing tot weigering of tot opheffing bij het agentschap bezwaar aantekenen met een aangetekende brief.
De termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het agentschap de beslissing met een aangetekende brief aan de postdiensten overhandigd heeft, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
De aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam, het adres en het dossiernummer van de kinderopvanglocatie;
3° de motivering van het bezwaar;
4° de datum en de handtekening van de organisator.
De termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het agentschap de beslissing met een aangetekende brief aan de postdiensten overhandigd heeft, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
De aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam, het adres en het dossiernummer van de kinderopvanglocatie;
3° de motivering van het bezwaar;
4° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 29. L'organisateur peut introduire une réclamation auprès de l'agence par lettre recommandée au plus tard trente jours après la notification visée à l'article 23, alinéa 1er, et à l'article 28, alinéa 1er, contre la décision de refus ou d'annulation.
Le délai de trente jours, visé à l'alinéa 1er, prend cours à partir du troisième jour ouvrable suivant le jour auquel l'agence a remis la décision par lettre recommandée aux services postaux, sauf si le destinataire fait preuve du contraire.
La lettre recommandée, visée à l'alinéa 1er, contient au moins les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom, l'adresse et le numéro du dossier de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° la motivation de la réclamation ;
4° la date et la signature de l'organisateur.
Le délai de trente jours, visé à l'alinéa 1er, prend cours à partir du troisième jour ouvrable suivant le jour auquel l'agence a remis la décision par lettre recommandée aux services postaux, sauf si le destinataire fait preuve du contraire.
La lettre recommandée, visée à l'alinéa 1er, contient au moins les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom, l'adresse et le numéro du dossier de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° la motivation de la réclamation ;
4° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 30. Het agentschap stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien dagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar.
Art. 30. L'agence envoie un accusé de réception électronique et décide de la recevabilité de la réclamation au plus tard dix jours après la date de réception de la réclamation.
Art. 31. Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het is tijdig en aangetekend aan het agentschap bezorgd;
2° het bevat de gegevens, vermeld in artikel 29, derde lid.
1° het is tijdig en aangetekend aan het agentschap bezorgd;
2° het bevat de gegevens, vermeld in artikel 29, derde lid.
Art. 31. La réclamation est recevable si elle remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle est transmise à temps et par lettre recommandée à l'agence ;
2° elle contient les données, visées à l'article 29, alinéa 3.
1° elle est transmise à temps et par lettre recommandée à l'agence ;
2° elle contient les données, visées à l'article 29, alinéa 3.
Art. 32. Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat) pleegzorgers.
Art. 32. La réclamation est traitée au fond conformément aux règles fixées dans ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
Art. 33. Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de beslissing bij dringende noodzakelijkheid is genomen.
Art. 33. La réclamation suspend l'exécution de la décision, sauf si la décision est prise en cas d'urgence.
HOOFDSTUK 6/1. [1 - Overgangsbepalingen]1
CHAPITRE 6/1. [1 - Dispositions transitoires]1
Art.33/1. [1 Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, en die nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het hebben van rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 6.]1
Art.33/1. [1 Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, et qui n'a pas encore la personnalité juridique, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de disposer de la personnalité juridique visée à l'article 6.]1
Art.33/2. [1 Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het voorrang geven aan kleuters, vermeld in artikel 7, 2°.]1
Art.33/2. [1 Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de donner la priorité à la petite enfance visée à l'article 7, 2°.]1
Art.33/3. [1 Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt voor zijn locaties met een attest van toezicht als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting waarbij 80% van de begeleiders een vorming heeft voltooid die de competenties, vermeld in artikel 15, derde lid, aanleert, of beschikt over een ervaringsbewijs dat aantoont dat die competenties verworven zijn.]1
Art.33/3. [1 Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité pour ses emplacements disposant d'un certificat de contrôle tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation selon laquelle 80% des accompagnateurs ont achevé une formation qui enseigne les compétences, visées à l'article 15, alinéa 3, ou disposent d'un titre d'expérience démontrant que ces compétences ont été acquises.]1
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 34. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015, 21 oktober 2016, 7 september 2018 en 25 januari 2019;
2° het Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2016, 6 oktober 2017, 14 september 2018, 21 december 2018 en 25 januari 2019;
3° het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot uitvoering van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014 en tot wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 11 oktober 2018.
1° het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015, 21 oktober 2016, 7 september 2018 en 25 januari 2019;
2° het Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2016, 6 oktober 2017, 14 september 2018, 21 december 2018 en 25 januari 2019;
3° het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot uitvoering van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014 en tot wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 11 oktober 2018.
Art. 34. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° l'Arrêté de Qualité de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 janvier 2015, 21 octobre 2016, 7 septembre 2018 et 25 janvier 2019 ;
2° l'Arrêté de Procédure sur l'Accueil extrascolaire du 19 décembre 2014, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 21 octobre 2016, 6 octobre 2017, 14 septembre 2018, 21 décembre 2018 et 25 janvier 2019 ;
3° l'arrêté ministériel du 23 mai 2014 portant exécution de l'Arrêté sur la Qualité de l'Accueil extrascolaire du 16 mai 2014 et modifiant l'article 5 de l'arrêté ministériel du 27 février 2014 portant exécution des articles 8, 11, 40, 43 et 73 de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013, pour ce qui est des certifications et des attestations, modifié par l'arrêté ministériel du 11 octobre 2018.
1° l'Arrêté de Qualité de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 janvier 2015, 21 octobre 2016, 7 septembre 2018 et 25 janvier 2019 ;
2° l'Arrêté de Procédure sur l'Accueil extrascolaire du 19 décembre 2014, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 21 octobre 2016, 6 octobre 2017, 14 septembre 2018, 21 décembre 2018 et 25 janvier 2019 ;
3° l'arrêté ministériel du 23 mai 2014 portant exécution de l'Arrêté sur la Qualité de l'Accueil extrascolaire du 16 mai 2014 et modifiant l'article 5 de l'arrêté ministériel du 27 février 2014 portant exécution des articles 8, 11, 40, 43 et 73 de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013, pour ce qui est des certifications et des attestations, modifié par l'arrêté ministériel du 11 octobre 2018.
Art. 35. De organisator met een attest van toezicht, een erkenning of een toestemming als vermeld in een van de besluiten, vermeld in artikel 34, met uitzondering van de organisator die alleen een attest van toezicht voor vakantieopvang heeft, krijgt van rechtswege een kwaliteitslabel.
Art. 35. L'organisateur qui dispose d'un certificat de contrôle, d'un agrément ou d'une autorisation tels que visés dans l'un de ces arrêtés, visés à l'article 34, à l'exception de l'organisateur qui ne dispose que d'un certificat de contrôle pour accueil durant les congés scolaires, recevra de plein droit un label de qualité.
Art. 36. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021, met uitzondering van artikel 34 en 35, die in werking treden op 1 januari 2022.
Art. 36. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2021, à l'exception des articles 34 et 35, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2022.
Art. 37. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 37. Le ministre flamand ayant le grandir dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.