Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 MAART 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 11 betreffende verschillende bepalingen inzake werkgelegenheid, opleiding en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen (NOTA : artikelen 1 tot 6, 8, 9, 11 tot 16, 19 tot 27 en 32 tot 40 bekrachtigd met uitwerking op 01-03-2020 bij DWG2020-12-03/07, art. 11) (NOTA : artikelen 7, 10, 17, 16, 18, 28 tot 31 en 37 tot 40 bekrachtigd met uitwerking op 01-03-2020 bij DWG2020-12-03/08, art. 12) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-04-2020 en tekstbijwerking tot 14-12-2020)
Titre
31 MARS 2020. - Arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 11 relatif aux diverses dispositions prises en matière d'emploi, de formation et d'insertion socioprofessionnelle, en ce compris dans le champ de l'économie sociale (NOTE : articles 1 à 6, 8, 9, 11 à 16, 19 à 27 et 32 à 40 confirmés avec effet au 01-03-2020 par DRW2020-12-03/07, art. 11) (NOTE : articles 7, 10, 17, 16, 18, 28 à 31 et 37 à 40 confirmés avec effet au 01-03-2020 par DRW2020-12-03/08, art. 12) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-04-2020 et mise à jour au 14-12-2020)
Informations sur le document
Numac: 2020030532
Datum: 2020-03-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020030532
Date: 2020-03-31
Moniteur: Voir
Tekst (78)
Texte (78)
Afdeling 1. - Maatregelen betreffende de inschakelingsbedrijven
Section 1. - Mesures relatives aux entreprises d'insertion
Artikel 1. § 1. In afwijking van artikel 20 van het decreet van 20 oktober 2016 betreffende de erkenning van de initiatieven van sociale economie en de erkenning en de subsidiëring van de inschakelingsbedrijven en van artikel 18, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2017 houdende uitvoering van decreet van 20 oktober 2016 betreffende de erkenning van de initiatieven van sociale economie en de erkenning en de subsidiëring van de inschakelingsbedrijven kan de intensiteit van de steun, bedoeld in artikel 19 van hetzelfde decreet, niet hoger zijn dan vijftig percent van de loonkost over een maximumperiode van 15 maanden te rekenen van de aanwerving van een kwetsbare werknemer of over een maximumperiode van 27 maanden te rekenen van de aanwerving van een uiterst kwetsbare werknemer wanneer de maanden maart, april en mei 2020 geheel of gedeeltelijk in deze maximumperiodes vervat zijn.
  De maanden maart, april en mei 2020 worden niet in rekening genomen om de intensiteit van de steun in de loonkosten bedoeld in vorig lid te bepalen.
  § 2. In afwijking van artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit stemmen de bewijzen van de toewijzing van honderd procent van de subsidie, bedoeld in artikel 19 van hetzelfde decreet, met de betaling van de loonkost over een periode van één jaar en drie maanden te rekenen van de datum van indienstneming van een kwetsbare werknemer en over een periode van twee jaar en drie maanden voor een uiterst kwetsbare werknemer wanneer de maanden maart, april en mei 2020 geheel of gedeeltelijk in deze periodes vervat zijn.
Article 1er. § 1er. Par dérogation à l'article 20 du décret du 20 octobre 2016 relatif à l'agrément des initiatives d'économie sociale et à l'agrément et au subventionnement des entreprises d'insertion et à l'article 18, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mai 2017 portant exécution du décret du 20 octobre 2016 relatif à l'agrément des initiatives d'économie sociale et à l'agrément et au subventionnement des entreprises d'insertion, l'intensité de l'aide, visée à l'article 19 du même décret, ne peut excéder cinquante pourcents des coûts salariaux sur une période maximale de 15 mois à compter de l'embauche d'un travailleur défavorisé ou sur une période maximale de 27 mois à compter de l'embauche d'un travailleur gravement défavorisé, lorsque les mois de mars, avril et mai 2020 sont compris, en tout ou en partie, dans ces périodes maximales.
  Les mois de mars, avril et mai 2020 ne sont pas pris en compte pour déterminer l'intensité de l'aide dans les coûts salariaux visés à l'alinéa précédent.
  § 2. Par dérogation à l'article 18, § 2, du même arrêté, les preuves de l'affectation de cent pour cent de la subvention, visée à l'article 19 du même décret, correspondent au paiement du coût salarial sur une période d'un an et 3 mois à dater de la date d'engagement d'un travailleur défavorisé et sur une période de deux ans et 3 mois pour un travailleur gravement défavorisé, lorsque les mois de mars, avril et mai 2020 sont compris, en tout ou en partie, dans ces périodes.
Art. 2. In afwijking van artikel 20 van hetzelfde besluit is het bedrag van de subsidie bedoeld in artikel 21 van hetzelfde decreet met betrekking tot 2020 gelijk aan het bedrag van de subsidie betreffende het jaar 2019 als het eerste bedrag lager is dan het tweede.
  Lid 1 is enkel van toepassing voor zover het aantal sociale begeleiders in voltijdsequivalenten, door het inschakelingsbedrijf tewerkgesteld in de loop van het jaar 2020, niet lager is dan het aantal sociale begeleiders in voltijdsequivalenten, door het inschakelingsbedrijf tewerkgesteld in de loop van het jaar 2019.
Art. 2. Par dérogation à l'article 20 du même arrêté, le montant de la subvention, visée à l'article 21 du même décret, relative à l'année 2020, est égal au montant de la subvention relative à l'année 2019, si le premier montant est inférieur au second.
  L'alinéa 1er ne s'applique que pour autant que le nombre d'accompagnateurs sociaux en équivalents temps plein, occupés au cours de l'année 2020, par l'entreprise d'insertion, ne soit pas inférieur au nombre d'accompagnateurs sociaux en équivalents temps plein, occupés au cours de l'année 2019, par l'entreprise d'insertion.
Art. 3. In afwijking van artikel 22 van hetzelfde besluit is het bedrag van de subsidie bedoeld in artikel 22 van hetzelfde decreet met betrekking tot 2020 gelijk aan het bedrag van de subsidie betreffende het jaar 2019 als het eerste bedrag lager is dan het tweede.
  Lid 1 is enkel van toepassing voor zover het verschil tussen het subsidiebedrag voor 2019 en het subsidiebedrag voor 2020 voortvloeit uit net niet-bereiken van de criteria bedoeld in artikel 22, § 1, van hetzelfde besluit wegens motieven van economische aard in verband met de coronavirus-epidemie, en onder uitsluiting van de criteria betreffende de statutaire bepalingen van het inschakelingsbedrijf en de invoering van een participatief proces.
Art. 3. Par dérogation à l'article 22 du même arrêté, le montant de la subvention, visée à l'article 22 du même décret, relative à l'année 2020, est égal au montant de la subvention relative à l'année 2019, si le premier montant est inférieur au second.
  L'alinéa 1er ne s'applique que pour autant que la différence entre le montant de la subvention 2019 et le montant de la subvention 2020 résulte de la non-atteinte des critères visés à l'article 22, § 1er, du même arrêté, en raison de motifs de nature économique liés à l'épidémie de Coronavirus, et à l'exclusion des critères relatifs aux dispositions statutaires de l'entreprise d'insertion et à la mise en place d'un processus participatif.
Afdeling 2. - Maatregelen betreffende de ondenemingen die actief zijn in de sector van het hergebruik en de voorbereiding op hergebruik
Section 2. - Mesures relatives aux entreprises actives dans le secteur de la réutilisation et de la préparation en vue de la réutilisation
Art. 4. In afwijking van bijlage 3 bij het besluit van de Waalse Regering van 3 april 2014 tot erkenning en subsidiëring van de verenigingen zonder winstoogmerk en de vennootschappen met een sociaal oogmerk die actief zijn in de sector van het hergebruik en de voorbereiding op hergebruik wordt, voor de berekening van de subsidie voor 2020, het bedrag E van de compensatiecoëfficiënt van het productiviteitsverlies bedoeld in bijlage 3 bij hetzelfde besluit, gedeeld door 3 en vermenigvuldigd met 4.
Art. 4. Par dérogation à l'annexe 3de l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 avril 2014 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux associations sans but lucratif et aux sociétés à finalité sociale actives dans le secteur de la réutilisation et de la préparation en vue de la réutilisation, pour le calcul de la subvention relative à l'année 2020, le montant E du coefficient de compensation de la perte de productivité, visé à l'annexe 3 du même arrêté, est divisé par 3 et multiplié par 4.
Afdeling 3. - Maatregelen betreffende de initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel
Section 3. - Mesures relatives aux " Initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale "
Art. 5. In afwijking van artikel 11, § 1, leden 1, 3 en 4, van het besluit van de Waalse Regering van 21 juni 2007 tot uitvoering van het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale" (initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel) wordt het bedrag van de subsidie voor het jaar 2020, bedoeld in artikel 11, § 1, leden 1, 3 en 4, van hetzelfde besluit, berekend op basis van het jaar 2020 behalve de maanden maart, april en mei 2020, gedeeld door 3 en vermenigvuldigd met 4 als het aldus verkregen bedrag hoger is dan het bedrag op basis van alle maanden van 2020.
Art. 5. Par dérogation à l'article 11, § 1er, alinéas 1er, 3 et 4, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 juin 2007 portant exécution du décret du 14 décembre 2006 relatif à l'agrément et au subventionnement des initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale, le montant de la subvention relative à l'année 2020, visée à l'article 11, § 1er, alinéas 1er, 3 et 4, du même arrêté, est calculé sur la base de l'année 2020, hors les mois de mars, avril et mai 2020, divisé par 3 et multiplié par 4 si le montant ainsi obtenu est supérieur au montant obtenu sur la base de tous les mois de l'année 2020.
Afdeling 4. - Maatregelen betreffende de adviesverlenende agentschappen voor sociale economie
Section 4. - Mesures relatives aux agences-conseil en économie sociale
Art. 6. In afwijking van artikel 13, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 26 januari 2006 tot uitvoering van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie wordt het bedrag van de subsidie bedoeld in artikel 23 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie betreffende het jaar 2021 berekend op grond van de resultaten van het jaar 2020, behalve de maanden maart, april en mei 2020, gedeeld door 3 en vermenigvuldigd met 4, als de aldus verkregen resultaten hoger zijn dan de resultaten verkregen op grond van alle maanden van het jaar 2020.
Art. 6. Par dérogation à l'article 13, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 26 janvier 2006 portant exécution du décret du 27 mai 2004 relatif aux agences-conseil en économie sociale, le montant de la subvention visée à l'article 23 du décret du 27 mai 2004 relatif aux agences-conseil en économie sociale, relative à l'année 2021, est calculé sur la base des résultats de l'année 2020, hors les mois de mars, avril et mai 2020, divisés par 3 et multipliés par 4, si les résultats ainsi obtenus sont supérieurs aux résultats obtenus sur la base de tous les mois l'année 2020.
Afdeling 5. - Maatregelen betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling
Section 5. - Mesures relatives aux centres d'insertion socioprofessionnelle
Art. 7. In afwijking van de artikelen 3 en 33 van het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016 tot uitvoering van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele worden de uren afwezigheid van de stagiairs van 1 maart tot en met 31 mei 2020 in rekening genomen:;
  1° in het kader van de vereffening van de subsidie bedoeld in artikel 17, § 1, van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling;
  2° in het kader van de berekening van het percentage verrichte vormingsuren, bedoeld in artikel 17, § 5, van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden eveneens in rekening gebracht voor zover ze al niet in rekening zijn gebracht krachtens lid 1:
  1° de tot en met 31 mei 2020 niet-verstrekte uren voor de lopende vormingscontracten op datum van 1 maart 2020 en verstrijkende voor 31 mei 2020;
  2° de tot en met 31 mei 2020 niet-verstrekte uren voor de vormingssessies die geprogrammeerd stonden tussen 1 maart en 31 mei 2020.
Art. 7. Par dérogation aux articles 3 et 33 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 décembre 2016 portant exécution du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle, les heures d'absence des stagiaires, entre le 1er mars et le 31 mai 2020 inclus, sont toutes prises en compte :
  1° dans le cadre de la liquidation de la subvention visée à l'article 17, § 1er, du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle;
  2° dans le cadre du calcul du pourcentage d'heures de formation réalisées, visé à l'article 17, § 5, du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, pour autant qu'elles n'aient pas déjà été prises en compte en vertu de l'alinéa 1er, sont également comptabilisées :
  1° les heures non dispensées jusqu'au 31 mai 2020 inclus pour les contrats de formation en cours à la date du 1er mars 2020 et arrivant à échéance avant le 31 mai 2020;
  2° les heures non dispensées jusqu'au 31 mai 2020 inclus pour les sessions de formation qui étaient programmées entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
Afdeling 6. - Maatregelen betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling
Section 6. - Mesures relatives aux Missions régionales pour l'Emploi
Art. 8. In afwijking van artikel 13, eerste lid, 1° en 2°, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling en van artikel 16, vijfde lid en zesde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling wordt het percentage van uitvoering van de doelstellingen van het jaarlijkse actieplan voor het jaar 2020 berekend op grond van het aantal begeleide rechthebbenden tussen 1 januari 2020 en 29 februari 2020 en tussen 1 juni 2020 en 31 december 2020, gedeeld door 3 en vermenigvuldigd met 4, indien de aldus verkregen resultaten hoger zijn dan de resultaten die zijn verkregen op basis van alle maanden van het jaar 2020.
  Een afwijking kan worden toegestaan indien het inschakelingspercentage van 50% van de begeleide rechthebbenden in 2020 niet wordt bereikt, op basis van een door de MIRE ingevoerd argument waaruit blijkt dat de crisis COVID-19 directe gevolgen heeft op haar resultaten in termen van inschakelingspercentage.
Art. 8. Par dérogation à l'article 13, alinéa 1er, 1° et 2°, du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi et à l'article 16, alinéas 5 et 6, de l'arrêté du 27 mai 2009 portant exécution du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi, le taux de réalisation des objectifs du plan d'actions annuel est calculé, pour l'année 2020, sur la base du nombre de bénéficiaires accompagnés entre le 1er janvier 2020 et le 29 février 2020 et entre le 1er juin 2020 et le 31 décembre 2020, divisé par 3 et multiplié par 4, si les résultats ainsi obtenus sont supérieurs aux résultats obtenus sur la base de tous les mois l'année 2020.
  Une dérogation peut être accordée si le taux d'insertion de 50% des bénéficiaires accompagnés n'est pas atteint en 2020, sur la base d'un argumentaire introduit par la MIRE démontrant l'impact direct de la crise COVID-19 sur ses résultats en termes de taux d'insertion.
Art. 9. Voor de toepassing van artikel 8, § 1, lid 2 en 3, b) van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling wordt de telling van de maximumperiodes van driehonderdvijfenzestig dagen en honderdtachtig dagen voor de begeleidingen tussen 1 maart en 31 mei 2020 opgeschort.
Art. 9. Pour l'application de l'article 8, § 1er, alinéas 2 et 3, b), de l'arrêté du 27 mai 2009 portant exécution du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi, la comptabilisation des durées maximales de trois cent soixante-cinq jours et cent quatre-vingts jours, pour les accompagnements, est suspendue entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
Afdeling 7. - Maatregelen betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën
Section 7. - Mesures relatives au plan mobilisateur des technologies de l'information et la communication
Art. 10. Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 14 juli 2005 tot uitvoering van het decreet van 3 februari 2005 betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën worden de toelagen betreffende het jaar 2020 die krachtens artikel 10 van het decreet van 3 februari 2005 betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën zijn toegekend, berekend op basis van het aantal opleidingsuren en het aantal opgeleide personen in het jaar 2020, exclusief de maanden maart, april en mei 2020, gedeeld door drie en vermenigvuldigd met vier.
Art. 10. Pour l'application de l'article 12, alinéa 1er, 1° et 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juillet 2005 portant exécution du décret du 3 février 2005 sur le plan mobilisateur des technologies de l'information et de la communication, les subventions octroyées en vertu de l'article 10, § 1er, du décret du 3 février 2005 sur le plan mobilisateur des technologies de l'information et de la communication, relatives à l'année 2020, sont calculées sur la base du nombre d'heures de formation et du nombre de personnes formées au cours de l'année 2020, hors les mois de mars, avril et mai 2020, divisés par 3 et multipliés par 4.
Afdeling 8. - Maatregelen betreffende de "verhoogde toelagen sociale economie" voor tewerkstellingen in het kader van artikel 60, § 7 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Section 8. - Mesures relatives aux " subventions majorées économie sociale " pour les mises à l'emploi dans le cadre de l'article 60, § 7 de la loi organique des centres publics d'action sociale
Art. 11. In afwijking van het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, voor rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp en van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie worden de verhoogde toelagen voor tewerkstellingen met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn tussen 1 maart en 31 mei 2020 gehandhaafd indien, om een persoon die recht heeft op financiële sociale steun in dienst te houden, de sociale inschakeling tijdens deze periode moet worden uitgevoerd bij een werkgever die niet erkend is als een initiatief voor sociale economie, op voorwaarde dat de terbeschikkingstelling uiterlijk op 1 juni 2020 opnieuw wordt uitgevoerd bij een initiatief voor sociale economie.
Art. 11. Par dérogation à l'arrêté royal du 14 novembre 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'aide sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, pour des ayants droit à une aide sociale financière, et à l'arrêté royal du 11 juillet 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'aide sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, les subventions majorées octroyées pour les mises à l'emploi dans le cadre de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale sont maintenues entre le 1er mars et le 31 mai 2020 si, pour maintenir à l'emploi un ayant droit à une aide sociale financière, l'insertion sociale devait se faire, durant cette période, auprès d'un employeur non reconnu comme initiative d'économie sociale, pour autant qu'à la date du 1er juin 2020, au plus tard, la mise à disposition se réalise à nouveau auprès d'une initiative d'économie sociale.
Afdeling 9. - Maatregelen betreffende dienstencheque-ondernemingen en dienstencheque-werknemers
Section 9. - Mesures relatives aux entreprises et travailleurs titres-services
Art. 12. Het Waalse Gewest kent voor de maanden maart, april en mei 2020 een toelage toe aan de erkende onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001tot bevordering van buurtdiensten en -banen, teneinde de bezoldiging, met inbegrip van de desbetreffende bijdragen, van de dienstencheque-werknemers van de onderneming erkend door het Waals Gewest, die in de betrokken maanden daadwerkelijk door het Waalse Gewest is gedragen, alsmede de overige uitgaven die voortvloeien uit de dienstencheque-activiteit, geheel of gedeeltelijk te dekken.
  Het maandelijkse bedrag van de in het eerste lid bedoelde toelage is gelijk aan (a - b) X c
  waar :
  - "a" is gelijk aan het aantal uren dat de erkende onderneming gedurende de betrokken maand voor al haar dienstencheque-werknemers heeft betaald;
  - "b" is gelijk aan het aantal dienstencheques dat overeenkomt met de prestaties die de werknemers van de erkende onderneming gedurende de betrokken maand hebben verleend;
  - "c" is gelijk aan 14,86 euro.
  Het aantal uren waarvoor de erkende onderneming gedurende de betreffende maand, voor elke dienstencheque-werknemer, een toelage zal ontvangen, mag niet groter zijn dan het aantal daadwerkelijk betaalde uren of :
  1° het aantal uren vastgelegd in de arbeidsovereenkomst van de dienstencheque-werknemer, met inbegrip van de aanhangsels, van toepassing tijdens de week van 9 maart 2020, gedeeld door 7 en vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen in de maand waarvoor de onderneming haar subsidieaanvraag indient;
  2° het aantal betaalde uren van de dienstencheque-werknemer tijdens de voor hem gunstigste maand in 2019.
  Om in aanmerking te komen voor de in lid 1 bedoelde toelage deelt de erkende onderneming aan de onderneming die dienstencheques voor het Waalse Gewest uitgeeft, uiterlijk binnen 30 dagen na het einde van de betrokken maand, het aantal betaalde uren voor elke werknemer in de betrokken maand mee, zoals bedoeld in het eerste lid.
  De toelage bedoeld in het eerste lid en berekend overeenkomstig het tweede lid wordt door de onderneming die dienstencheques voor het Waalse Gewest uitgeeft binnen 7 werkdagen na de in het vorige lid bedoelde kennisgeving uitbetaald.
  Indien het aantal betaalde uren dat door de erkende onderneming overeenkomstig het vierde lid is meegedeeld, hoger is dan de in het derde lid vastgestelde maxima, wordt het daaruit voortvloeiende verschil in de berekening van de toelage, overeenkomstig lid 2, door de FOREm met alle wettelijke middelen teruggevorderd.
  In de zin van dit artikel wordt onder een dienstencheque-werknemer verstaan, de werknemer met een arbeidsovereenkomst dienstencheques in de zin van artikel 1, eerste lid, 9°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, en voor de prestaties die hij in het Waalse Gewest verricht.
Art. 12. La Région wallonne octroie une subvention à l'entreprise agréée, visée à l'article 2, § 1er, 6°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, pour les mois de mars, avril et mai 2020, afin de couvrir, en tout ou en partie, la rémunération, en ce compris les cotisations y relatives, des travailleurs titres-services, de l'entreprise agréée par la Région wallonne, qui a été effectivement supportée par cette dernière au cours des mois concernés, ainsi que les autres dépenses résultant de l'activité titres-services.
  Le montant mensuel de la subvention, visée à l'alinéa 1er, est égal à (a - b) X c
  où :
  -" a " est égal au nombre d'heures rémunérées par l'entreprise agréée, au cours du mois concerné, pour l'ensemble de ses travailleurs titres-services;
  - " b " est égal au nombre de titres-services correspondant à des prestations réalisées par les travailleurs de l'entreprise agréée, au cours du mois concerné;
  - " c " est égal à 14,86 euros.
  Le nombre d'heures pour lesquelles l'entreprise agréée percevra une subvention, au cours du mois concerné, pour chaque travailleur titres-services, ne peut être supérieur au nombre d'heures effectivement rémunérées ni :
  1° soit, au nombre d'heures prévues par le contrat de travail du travailleur titres-services, en ce compris les avenants, d'application au cours de la semaine du 9 mars 2020, divisé par 7 et multiplié par le nombre de jours calendrier du mois pour lequel l'entreprise introduit sa demande de subvention;
  2° soit, au nombre d'heures rémunérées du travailleur titres-services au cours du mois le plus favorable pour lui de l'année 2019.
  Pour bénéficier de la subvention visée à l'alinéa 1er, l'entreprise agréée communique à l'entreprise émettrice de titres-services pour la Région wallonne, au plus tard dans les 30 jours qui suivent la fin du mois concerné, le nombre d'heures rémunérées pour chaque travailleur, au cours du mois concerné, tel que visé à l'alinéa 1er.
  La subvention, visée à l'alinéa 1er et calculée conformément à l'alinéa 2, est versée par l'entreprise émettrice de titres-services pour la Région wallonne dans les 7 jours ouvrables après la communication visée à l'alinéa précédent.
  Si le nombre d'heures rémunérées, communiqué par l'entreprise agréée conformément à l'alinéa 4, est supérieur aux limites fixées par l'alinéa 3, la différence qui en résulte dans le calcul de la subvention, conformément à l'alinéa 2, est récupérée par le FOREm par toute voie de droit.
  Par travailleur titres-services, au sens du présent article, on entend le travailleur sous contrat de travail titres-services, au sens de l'article 1, alinéa 1er, 9°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, et pour les prestations qu'il effectue en Région wallonne.
Art. 12bis. [1 In afwijking van artikel 12, tweede lid, wordt voor de periode tussen 1 mei en 31 mei 2020 de waarde "c" die van toepassing is voor de berekening van de toelage, gelijk aan 18 EUR.]1
  
Art.12bis. [1 Par dérogation à l'article 12, alinéa 2, pour la période se situant entre le 1er mai et le 31 mai 2020 inclus, la valeur de " c ", applicable pour calcul de la subvention, est égale à 18 EUR.]1
  
Art. 13. In afwijking van artikel 3, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques wordt de geldigheidsduur van de dienstencheques, waarvan de geldigheidsdatum de periode tussen 1 maart en 31 mei 2020 bestrijkt, automatisch met 3 maanden verlengd.
  In afwijking van artikel 3, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit kunnen de dienstencheques, waarvan de geldigheidsdatum de periode tussen 1 maart en 31 mei 2020 bestrijkt, voor de gebruiker worden ingewisseld tegen nieuwe dienstencheques tot het einde van de elfde maand die volgt op de maand van uitgifte, en tot het einde van de twaalfde maand die volgt op de maand van uitgifte, voor de erkende onderneming.
Art. 13. Par dérogation à l'article 3, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, la durée de validité des titres-services, dont la date de validité couvre la période située entre le 1er mars et 31 mai 2020, est automatiquement prolongée d'une durée de 3 mois.
  Par dérogation à l'article 3, § 3, alinéa 2, du même arrêté, les titres-services, dont la date de validité couvre la période située entre le 1er mars et 31 mai 2020, peuvent être échangés contre de nouveaux titres-services jusqu'à la fin du onzième mois qui suit le mois d'émission, pour l'utilisateur, et jusqu'à la fin du douzième mois qui suit le mois d'émission, pour l'entreprise agréée.
Art. 13bis. [1 In afwijking van artikel 8, § 1, tweede lid, van bovenvermeld koninklijk besluit van 12 december 2001 wordt het in artikel 8, § 1, eerste lid, van dit besluit, bedoelde bedrag van de tegemoetkoming voor de maand mei 2020 vastgesteld op 18 euro voor de ondernemingen met minder dan 250 werknemers.
   Het eerste lid is van toepassing op voorwaarde dat de werkgever zijn werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques de nodige uitrusting voor hun gezondheidsveiligheid ter beschikking stelt.]1

  
Art.13bis. [1 Par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 précité, le montant de l'intervention visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, dudit arrêté, est fixé, pour le mois de mai 2020, à 18 euros pour les entreprises qui occupent moins de 250 travailleurs.
   L'alinéa 1er s'applique à condition que l'employeur fournisse à ses travailleurs titres-services l'équipement nécessaire à leur sécurité sanitaire.]1

  
Afdeling 10. - Maatregelen betreffende de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling )
Section 10. - Mesures relatives aux structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi
Art. 14. Voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, van het besluit van de Waalse Regering van 23 april 2009 tot uitvoering van het decreet van 15 juli 2008 betreffende de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling) wordt voor het jaar 2020 het bedrag van de toelage vastgesteld op basis van het aantal maanden waarin de projectdrager het voorwerp is geweest van begeleidingsacties tussen 1 januari en 29 februari en tussen 1 juni en 31 december 2020, gedeeld door 3 en vermenigvuldigd met 4.
Art. 14. Pour l'application de l'article 12, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 avril 2009 portant exécution du décret du 15 juillet 2008 relatif aux structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi, pour l'année 2020, le calcul du montant de la subvention est déterminé sur la base du nombre de mois durant lesquels chaque porteur de projet a fait l'objet d'un accompagnement entre le 1er janvier et le 29 février et entre le 1er juin et le 31 décembre 2020, divisé par 3 et multiplié par 4.
Art. 15. In afwijking van artikel 3 van het decreet van 15 juli 2008 betreffende de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling) wordt de maximale duur van de begeleiding verlengd met een periode van 3 maanden voor begunstigden wier begeleiding in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 liep of is begonnen.
Art. 15. Par dérogation à l'article 3 du décret du 15 juillet 2008 relatif aux structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi, les durées maximales de l'accompagnement sont prolongées pour une période de 3 mois pour les bénéficiaires dont l'accompagnement était en cours ou a démarré durant la période allant du 1er mars au 31 mai 2020.
Afdeling 11. - Maatregelen betreffende de wijze van communicatie tussen de FOREm en zijn gebruikers en betreffende de overeenkomsten voor beroepsopleiding
Section 11. - Mesures relatives aux modalités de communication entre le FOREm et ses usagers et aux contrats de formation professionnelle
Art. 16. Voor de uitvoering van zijn opdrachten wordt de FOREm gemachtigd om met zijn gebruikers slechts op afstand te communiceren voor een periode die overeenstemt met de duur van de inperking zoals bepaald door de Nationale Veiligheidsraad.
  De FOREm bepaalt de modaliteiten van deze uitwisselingen volgens de middelen waarover laatstgenoemde beschikt, de specifieke kenmerken van elke voorziening en het profiel van de gebruikers. De FOREm ziet erop toe dat het exclusieve gebruik van uitwisselingen op afstand geen afbreuk doet aan de rechten van zijn gebruikers.
  De FOREm zorgt ervoor dat zijn gebruikers worden geïnformeerd over de procedures die laatstgenoemde heeft ingesteld en de voorwaarden daarvan.
Art. 16. Pour l'accomplissement de ses missions, le FOREm est autorisé à échanger uniquement à distance avec ses usagers pour une période correspondant à la durée du confinement tel que fixé par le Conseil national de sécurité.
  Le FOREm détermine les modalités de ces échanges, selon les moyens dont il dispose, des particularités de chaque dispositif et du profil des usagers. Il s'assure que le recours exclusif aux échanges à distance ne préjudicie pas les droits de ses usagers.
  Le FOREm assure la publicité, auprès de ses usagers, des procédures qu'il a mises en place et de leurs modalités.
Art. 17. In afwijking van artikel 15 van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de overeenkomst op afstand worden aangegaan tussen 1 maart en 31 mei 2020. Elk van de partijen deelt haar instemming per e-mail mee. Alle instemmingen die per e-mail worden gecommuniceerd, worden geacht te zijn ondertekend.
  In afwijking van artikel 13 van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de overeenkomst, voor de opleiding die tussen 1 maart en 31 mei 2020 wordt gevolgd, met terugwerkende kracht worden gesloten indien de overeenkomst niet op afstand kan worden aangegaan vanwege de maatregelen die in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 zijn genomen.
  Wanneer de overeenkomst met terugwerkende kracht wordt gesloten, worden de voordelen die krachtens het besluit van de Waalse regering van 8 februari 2002 betreffende het toekennen van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen, voor de in lid 2 bedoelde opleidingsperiode worden toegekend, uitbetaald vanaf de sluiting van de overeenkomst.
Art. 17. Par dérogation à l'article 15 de l'arrêté exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, le contrat peut être conclu à distance, entre le 1er mars et le 31 mai 2020. Chacune des parties communique son accord par courrier électronique. Tous les accords communiqués par courrier électronique valent signature.
  Par dérogation à l'article 13 de l'arrêté exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, pour la formation suivie entre le 1er mars et le 31 mai 2020, si le contrat ne peut être conclu à distance en raison des mesures prises dans le cadre de la crise sanitaire du COVID-19, il peut être conclu avec effet rétroactif.
  Lorsque le contrat est conclu avec effet rétroactif, les avantages octroyés en vertu de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 février 2002 relatif à l'octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle, pour la période de formation visée à l'alinéa 2, sont liquidés à partir de la conclusion du contrat.
Art. 18. § 1. De uitvoering van de overeenkomst voor beroepsopleiding kan tussen 1 maart en 31 mei 2020 vanwege de gezondheidscrisis COVID-19 worden opgeschort.
  In afwijking van artikel 19, derde lid, van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de overeenkomst voor beroepsopleiding, waarvan de uitvoering krachtens lid 1 wordt opgeschort, niet worden opgezegd in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020.
  § 2. De overeenkomst voor beroepsopleiding, afgesloten in uitvoering van het besluit van de Franse Gemeenschap van 12 mei 1987 met betrekking tot de beroepsopleiding, die lopen tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020, worden verlengd voor een maximale duur van 3 maanden, op voorwaarde dat de duur van de opleiding die onder het beroepsopleidingscontract valt, is verlengd vanwege de gezondheidscrisis van COVID-19 en binnen de grenzen van de werkelijke duur van de opleiding.
  Tijdens de periode van opschorting van de uitvoering van de overeenkomst voor beroepsopleiding bedoeld in paragraaf 1, worden de voordelen vereffend door de FOREm op grond van het besluit van de Waalse Regering van 8 februari 2002 met betrekking tot de toekenning van bepaalde voordelen aan stagiairs die beroepsopleiding wordt niet toegekend.
  De in paragraaf 1 bedoelde uitbreiding wordt uitgevoerd volgens een tijdschema bepaald door het FOREm en, indien van toepassing, met de betrokken operator, en zonder dat dit het voorwerp uitmaakt van een nieuw overeenkomst voor beroepsopleiding of een wijziging van de overeenkomst voor beroepsopleiding waarvan de uitvoering is opgeschort.
Art. 18. § 1er. L'exécution du contrat de formation professionnelle peut être suspendue en raison de la crise sanitaire du COVID-19 entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
  Par dérogation à l'article 19, alinéa 3, de l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, le contrat de formation professionnelle, dont l'exécution est suspendue en application de l'alinéa 1er, ne peut être résilié pendant la période du 1er mars au 31 mai 2020.
  § 2. Les contrats de formation professionnelle, conclus en exécution de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 12 mai 1987 relatif à la formation professionnelle, en cours entre le 1er mars 2020 et le 31 mai 2020, sont prolongés pour une durée maximale de 3 mois, pour autant que la durée de la formation couverte par le contrat de formation professionnelle ait été prolongée en raison de la crise sanitaire du COVID-19 et dans les limites de la durée effective de la formation.
  Pendant la période de suspension de l'exécution du contrat de formation professionnelle visée au paragraphe 1er, les avantages liquidés par le FOREm en vertu de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 février 2002 relatif à l'octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle ne sont pas octroyés.
  La prolongation visée à l'alinéa 1er est mise en oeuvre selon une planification décidée par le FOREm et, le cas échéant, avec l'opérateur concerné, et sans que celle-ci fasse l'objet d'un nouveau contrat de formation professionnelle ou d'un avenant au contrat de formation professionnelle dont l'exécution a été suspendue.
Afdeling 12. - Maatregelen betreffende de steun ten behoeve van de doelgroepen
Section 12. - Mesures relatives aux aides à destination des groupes-cibles
Art. 19. In afwijking van artikel 10 van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de steun voor tewerkstelling ten behoeve van de doelgroepen, wordt de toekenning van een werkuitkering geschorst wanneer de aangeworven werknemer tijdelijk werkloos is in de periode tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020.
  De schorsing wordt automatisch opgeheven zodra de periode van tijdelijke werkloosheid afloopt en uiterlijk op 1 juni 2020.
Art. 19. Par dérogation à l'article 10 du décret du 2 février 2017 relatif aux aides à l'emploi à destination des groupes-cibles, l'octroi d'une allocation de travail est suspendu lorsque le travailleur engagé est mis en chômage temporaire au cours de la période située entre le 1er mars 2020 et le 31 mai 2020.
  La suspension est automatiquement levée dès la fin de la période de chômage temporaire et, au plus tard, le 1er juin 2020.
Afdeling 13. - Maatregelen betreffende de vrijstellingen van beschikbaarheid
Section 13. - Mesures relatives aux dispenses de disponibilité
Art. 20. § 1. In afwijking van de artikelen 92, § 2, lid 1, 93, § 2, lid 1, 94, § 3, lid 2, § 4, lid 3, en § 5, lid 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, worden de krachtens de artikelen 92, 93 en 94 toegekende vrijstellingen met drie maanden verlengd, op voorwaarde dat de duur van de gevolgde opleiding is verlengd wegens de gezondheidscrisis van de COVID-19 en binnen de grenzen van de aldus verlengde werkelijke duur van de opleiding.
  Voor de toepassing van het eerste lid omvat de term opleiding ook de studies, de stages, de overeenkomsten als kandidaat-ondernemer en de leerovereenkomsten.
  § 2. In afwijking van de artikelen 92, § 2, vierde alinea, en 93, § 2, derde lid, wordt aan de werkloze een nieuwe vrijstelling verleend om de opleiding of studie voort te zetten die hij als gevolg van de gebeurtenissen in verband met de pandemie niet zou hebben kunnen voltooien.
  § 3. De toepassing van de artikelen 91, lid 2, 92, § 2, tweede en derde lid, 93, § 2, tweede lid, en 94, § 2, eerste en derde lid, § 5, vierde lid, en § 6, vierde lid, wordt geschorst voor de maanden maart, april en mei 2020.
Art. 20. § 1er. Par dérogation aux articles 92, § 2, alinéa 1er, 93, § 2, alinéa 1er, 94, § 3, alinéa 2, § 4, alinéa 3, et § 5, alinéa 3, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, les dispenses octroyées en vertu des articles 92, 93 et 94 sont prolongées pour une durée de trois mois pour autant que la durée de la formation suivie ait été prolongée en raison de la crise sanitaire du COVID-19 et dans les limites de la durée effective de la formation ainsi prolongée.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, sont également visés par le terme formation, les études, stages, conventions comme candidat-entrepreneur et contrats d'apprentissage.
  § 2. Par dérogation aux articles 92, § 2, alinéa 4, et 93, § 2, alinéa 3, une nouvelle dispense est octroyée au chômeur pour poursuivre la formation ou les études qu'il n'aurait pas réussies suite aux événements liés à la pandémie.
  § 3. L'application des articles 91, alinéa 2, 92, § 2, alinéas 2 et 3, 93, § 2, alinéa 2, et 94, § 2, alinéas 1 et 3, § 5, alinéa 4, et § 6, alinéa 4, est suspendue pour les mois de mars, avril et mai 2020.
Afdeling 14. - Maartregelen betreffende het betaald educatief verlof
Section 14. - Mesures relatives au congé éducation payé
Art. 21. Voor de toepassing van artikel 111, § 1, tweede lid, wordt het aantal uren onderwijs dat tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020 op afstand wordt gegeven, voor de vaststelling van de aan de werknemer toegekende quota voor betaald educatief verlof gelijkgesteld met het aantal uren werkelijke aanwezigheid.
Art. 21. Pour l'application de l'article 111, § 1er, alinéa 2, les heures de cours dispensées à distance, entre le 1er mars 2020 et le 30 juin 2020, sont assimilées à des heures de présences effectives pour déterminer les quotas du congé-éducation payé accordé au travailleur.
Art. 22. In afwijking van artikel 137bis, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervalt het recht van de werkgever op de terugbetaling van de in het boekjaar 2019 ontstane vorderingen op 30 juni 2020.
Art. 22. Par dérogation à l'article 137bis, § 1er, alinéa 2, de la même loi, le droit de l'employeur à l'obtention du remboursement des créances nées au cours de l'année budgétaire 2019 s'éteint le 30 juin 2020.
Art. 23. Voor de toepassing van artikel 8 van het koninklijk besluit van 23 juli 1985 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers _ van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, worden de opleidingsuren die niet konden worden verstrekt tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020 in aanmerking genomen om te bepalen of de opleiding bedoeld in artikel 109 van de wet het minimum van 32 lesuren per jaar omvat.
Art. 23. Pour l'application de l'article 8 de l'arrêté royal du 23 juillet 1985 d'exécution de la section 6 " octroi du congé éducation payé ", dans le cadre de la formation permanente des travailleurs - du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, les heures de formation qui n'ont pas pu être dispensées entre le 1er mars 2020 et le 30 juin 2020 sont prises en compte pour déterminer si les formations visées à l'article 109 de la loi comportent le minimum de 32 heures de cours par an.
Art. 24. Voor de toepassing van artikel 21, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, worden de uren van de opleidingen die tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020 op afstand worden gegeven en waarvoor de hoofden van de onderwijsinstellingen en de verantwoordelijken voor het onderwijs van de organisaties bedoeld in artikel 109 van dezelfde wet, of hun afgevaardigden, niet kunnen verklaren of zij al dan niet door de werknemer werden bijgewoond, geacht door de werknemer te zijn bijgewoond.
Art. 24. Pour l'application de l'article 21, § 1er, 2°, du même arrêté, les heures de cours dispensées à distance, entre le 1er mars 2020 et le 30 juin 2020, pour lesquelles les chefs d'établissements d'enseignement et les responsables pour l'enseignement des organisations visées à l'article 109 de la même loi, ou leurs délégués, ne sont pas en mesure d'attester si elles ont été suivies ou non par le travailleur sont réputées avoir été suivies par le travailleur.
Afdeling 15. - Maartregel betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van overgang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit
Section 15. - Mesure relative au soutien à la création d'emploi favorisant la transition vers le statut d'indépendant à titre principal
Art. 25. § 1. In afwijking van artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, c), van het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit, kan de financiële incentive worden toegekend aan de persoon die de incentive aanvraagt en wiens uitoefening van de zelfstandige activiteit tijdelijk wordt onderbroken tussen 1 maart en 31 mei 2020 als gevolg van de COVID-19-epidemie.
  § 2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, 1°, d) en 2°, c), van hetzelfde decreet kan de financiële incentive worden gecumuleerd met beroepsinkomens, werkloosheidsuitkeringen, wachtuitkeringen, leefloon, vervangingsinkomens, financiële sociale hulp of overbruggingsrecht, op voorwaarde dat de persoon die de financiële incentive aanvraagt, in de periode tussen 1 maart en 31 mei 2020 tijdelijk is gestopt of niet is begonnen met het uitoefenen van een zelfstandige activiteit als gevolg van de COVID-19-epidemie.
  § 3. In afwijking van artikel 3, tweede lid, worden de verplichting om zich als zelfstandige als hoofdactiviteit bij een erkend sociale verzekeringskas voor zelfstandigen aan te sluiten, uiterlijk binnen drie maanden na de toekenningsbeslissing bedoeld in artikel 5, § 2, van hetzelfde decreet en de verplichting om te voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, d), en 2°, a) en c), uiterlijk binnen drie maanden na de beslissing bedoeld in artikel 5, § 2, van hetzelfde decreet, uitgesteld voor een periode die gelijk is aan de periode waarin de begunstigde bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, de uitoefening van zijn zelfstandige activiteiten heeft onderbroken tussen 1 maart en 31 mei 2020 als gevolg van de COVID-epidemie-19 .
Art. 25. § 1er. Par dérogation à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1°, c), du décret du 27 octobre 2011 relatif au soutien à la création d'emploi en favorisant les transitions professionnelles vers le statut d'indépendant à titre principal, l'incitant financier peut être octroyé à la personne qui en sollicite le bénéfice, dont l'exercice des activités d'indépendant est temporairement interrompu, entre le 1er mars et le 31 mai 2020, en raison de l'épidémie de COVID-19.
  § 2. Par dérogation à l'article 3, alinéa 1er, 1°, d), et, 2°, c), du même décret, l'incitant financier peut être cumulé avec le bénéfice de revenus professionnels, d'allocations de chômage, d'allocations d'attente, de revenus d'intégration, de revenus de remplacement, de l'aide sociale financière ou du droit passerelle, à condition que la personne qui sollicite le bénéfice de l'incitant financier, durant la période située entre le 1er mars et le 31 mai 2020, ait temporairement interrompu ou n'ait pas entamé l'exercice de ses activités d'indépendant en raison de l'épidémie de COVID-19.
  § 3. Par dérogation à l'article 3, alinéa 2, l'obligation de s'affilier en qualité d'indépendant à titre principal à une caisse d'assurances sociales agréée pour travailleurs indépendants, au plus tard dans les trois mois à dater de la décision d'octroi visée à l'article 5, § 2, du même décret et l'obligation de réaliser les conditions visées à l'article 3, alinéa 1er, 1°, d), et 2°, a) et c), au plus tard dans les trois mois à dater de la décision visée à l'article 5, § 2, du même décret, sont reportées pour une durée équivalente à la durée pendant laquelle le bénéficiaire visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, a interrompu l'exercice de ses activités d'indépendant, entre le 1er mars et le 31 mai 2020, en raison de l'épidémie de COVID-19.
Art. 26. § 1. In afwijking van artikel 8, § 2, lid 2, wordt de maximumtermijn van twee jaar waarbinnen de financiële incentive kan worden vereffend, verlengd met een periode die gelijk is aan de periode waarin de begunstigde van de financiële incentive de uitoefening van zijn zelfstandige activiteiten heeft onderbroken als gevolg van de COVID-19 epidemie.
  § 2. In afwijking van artikel 8, § 4, lid 4, van hetzelfde decreet en artikel 9, § 3, lid 2, van het decreet van de Waalse regering van 3 mei 2012 houdende uitvoering van hetzelfde decreet, kan de Dienst, op basis van de door de gerechtigde aangevoerde rechtvaardigingen en de analyse van de gevolgen van de COVID-19-epidemie voor de beroepsactiviteit van de begunstigde, hiervan afwijken, op voorwaarde dat de activiteit effectief wordt ontwikkeld en, voor de begunstigden bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, op voorwaarde dat deze ontwikkeling leidt tot een effectieve verhoging van de omzet.
  Wanneer de gerechtigde verzoekt om toepassing van de in het vorige lid bedoelde afwijking, dient zijn verslag een motivering te bevatten waarin wordt aangegeven waarom hij vanwege de COVID-19-epidemie niet heeft kunnen voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot de ontwikkeling van zijn activiteit en, in voorkomend geval, zijn omzet.
  De leden 1 en 2 zijn tussen 1 maart en 31 mei 2020 van toepassing op elke persoon die van de financiële incentive geniet overeenkomstig de duur bedoeld in artikel 8, § 2, van hetzelfde decreet.
  § 3. In afwijking van artikel 8, § 5, tweede lid, van hetzelfde decreet en van artikel 9, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet kan de Dienst op effectieve wijze en voor de in artikel 3, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet bedoelde gerechtigden afwijken van de voorwaarde van de ontwikkeling van de activiteit, op voorwaarde dat deze ontwikkeling leidt tot een effectieve verhoging van de omzet, onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde modaliteiten als die welke zijn vastgesteld in paragraaf 2.
Art. 26. § 1er. Par dérogation à l'article 8, § 2, alinéa 2, la période maximale de 2 ans au cours de laquelle l'incitant financier peut être liquidé est prolongée d'une durée équivalente à la période durant laquelle le bénéficiaire de l'incitant financier a interrompu l'exercice de ses activités d'indépendant en raison de l'épidémie de COVID-19.
  § 2. Par dérogation de l'article 8, § 4, alinéa 4, du même décret et à l'article 9, § 3, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mai 2012 portant exécution du même décret, l'Office peut déroger, sur la base des justifications présentées par le bénéficiaire et de l'analyse des conséquences de l'épidémie de COVID-19 sur l'activité professionnelle de celui-ci, à la condition du développement de l'activité de manière effective et, pour les bénéficiaires visés à l'article 3, alinéa 1er, 1°, du même décret, à la condition que ce développement se traduise par une augmentation effective du chiffre d'affaires.
  Lorsque le bénéficiaire sollicite l'application de la dérogation visée à l'alinéa précédent, son rapport contient une motivation spécifiant les raisons pour lesquelles il n'a pas été en mesure, en raison de l'épidémie de COVID-19, de répondre à la condition relative au développement de son activité et, le cas échéant, de son chiffre d'affaire.
  Les alinéas 1 et 2 s'appliquent à toute personne qui bénéficie de l'incitant financier, conformément à la durée visée à l'article 8, § 2, alinéa 2, du même décret, entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
  § 3. Par dérogation à l'article 8, § 5, alinéa 2, du même décret et à l'article 9, § 4, alinéa 2, du même arrêté, l'Office peut déroger à la condition du développement de l'activité de manière effective et, pour les bénéficiaires visés à l'article 3, alinéa 1er, 1°, du même décret, à la condition que ce développement se traduise par une augmentation effective du chiffre d'affaire, aux mêmes conditions et selon les mêmes modalités que celles prévues au paragraphe 2.
Art. 27. § 1. In afwijking van artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt de termijn voor de betaling van de eerste schijf van de financiële incentive verlengd met een periode die gelijk is aan de periode waarin de gerechtigde van de financiële incentive de uitoefening van zijn activiteiten tijdelijk heeft onderbroken tussen 1 maart en 31 mei 2020 als gevolg van de COVID-19-epidemie.
  § 2. In afwijking van artikel 9, § 2, eerste lid, § 3, eerste lid, en § 4, eerste lid, wordt de termijn voor de toezending van het document of het verslag verlengd met een periode die gelijk is aan de periode waarin de gerechtigde van de financiële incentive de uitoefening van zijn activiteiten tijdelijk heeft onderbroken tussen 1 maart en 31 mei 2020 als gevolg van de COVID-19-epidemie.
  § 3. In afwijking van artikel 9, § 2, lid 4, § 3, lid 6, en § 4, lid 1, van hetzelfde besluit, worden de termijnen voor de betaling van de schijven van de financiële incentive uitgesteld voor een periode die gelijk is aan de periode waarin de gerechtigde van de financiële incentive de uitoefening van zijn activiteiten tijdelijk heeft onderbroken tussen 1 maart en 31 mei 2020 als gevolg van de COVID-19-epidemie.
Art. 27. § 1er Par dérogation à l'article 9, § 1er, du même arrêté, le délai relatif au versement de la première tranche de l'incitant financier est prolongé d'une durée équivalente à la période durant laquelle le bénéficiaire de l'incitant financier a interrompu temporairement, entre le 1er mars et 31 mai 2020, l'exercice de ses activités en raison de l'épidémie de COVID-19.
  § 2. Par dérogation à l'article 9, § 2, alinéa 1er, § 3, alinéa 1er et § 4, alinéa 1er, le délai pour adresser le document ou le rapport est prolongé d'une durée équivalente à la période durant laquelle le bénéficiaire de l'incitant financier a interrompu temporairement, entre le 1er mars et 31 mai 2020, l'exercice de ses activités en raison de l'épidémie de COVID-19
  § 3. Par dérogation à l'article 9, § 2, alinéa 4, § 3, alinéa 6, et § 4, aliéna 1er, du même arrêté, les délais relatifs au versement des tranches de l'incitant financier sont reportés d'une durée équivalente à la période durant laquelle le bénéficiaire de l'incitant financier a interrompu temporairement, entre le 1er mars et 31 mai 2020, l'exercice de ses activités en raison de l'épidémie de COVID-19.
Afdeling 16. - Maatregelen betreffende de individuele beroepsopleiding
Section 16. - Mesures relatives à la formation professionnelle individuelle
Art. 28. In afwijking van artikel 5, § 1, lid 1, 9°, van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding, wanneer de overeenkomst opleiding-inschakeling tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020 afloopt, kan de verplichting om de stagiair in het kader van een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen tot uiterlijk 1 juni 2020 worden uitgesteld.
Art. 28. Par dérogation à l'article 5, § 1er, aliéna 1er, 9°, du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle, si le contrat de formation insertion arrive à son terme entre le 1 mars 2020 et le 31 mai 2020, l'obligation d'engagement du stagiaire dans les liens d'un contrat de travail peut être reportée au plus tard au 1er juin 2020.
Art. 29. In aanvulling van artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van 25 april 2019 tot uitvoering van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding, kunnen de prestaties van de overeenkomst opleiding-inschakeling tussen 1 maart en 31 mei 2020 beginnen wanneer de FOREm met de voorwaarden van de overeenkomst heeft ingestemd, overeengekomen tussen de stagiair en de werkgever, en wanneer de FOREm die instemming per e-mail aan elk van de partijen heeft meegedeeld. Alle per e-mail meegedeelde instemmingen gelden als ondertekening.
Art. 29. En complément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 25 avril 2019 portant exécution du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle, entre le 1er mars et le 31 mai 2020, les prestations du contrat formation-insertion peuvent débuter lorsque le FOREm a marqué son accord sur les modalités du contrat, convenues entre le stagiaire et l'employeur, et que le FOREm a communiqué cet accord, par courrier électronique, à chacune des parties. Tous les accords communiqués par courrier électronique valent signature.
Art. 30. In afwijking van artikel 6, § 2, lid 1, van hetzelfde decreet leidt elke opschorting, als gevolg van de COVID-19-crisis, van de uitvoering van de overeenkomst opleiding-inschakeling die tussen 1 maart en 31 mei 2020 lopend is, tot een automatische verlenging van de oorspronkelijke duur van de opleiding-inschakeling met een duur die gelijk is aan de opschortingsperiodes.
  In geval van opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling stelt de werkgever de FOREm zo spoedig mogelijk in kennis van de datum van begin en einde van de opschorting.
  De opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling eindigt uiterlijk op 31 mei 2020.
  De in lid 1 bedoelde verlenging is automatisch en houdt het sluiten van een aanhangsel bij de opgeschorte overeenkomst opleiding-inschakeling niet in.
Art. 30. Par dérogation à l'article 6, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, toute suspension, résultant de la crise du COVID-19, de l'exécution du contrat formation-insertion en cours entre le 1er mars et 31 mai 2020 entraîne une prolongation automatique de la durée initiale de la formation-insertion d'une durée équivalente aux périodes de suspension.
  En cas de suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er, l'employeur informe le FOREm, dans les meilleurs délais, de la date de début et de fin de la suspension.
  La suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er prend fin au plus tard le 31 mai 2020.
  La prolongation visée à l'alinéa 1er est automatique et n'implique pas la conclusion d'un avenant au contrat formation-insertion suspendu.
Art. 31. In afwijking van artikel 7, lid 3, van hetzelfde besluit kan elke partij tussen 1 maart en 31 mei 2020 de overeenkomst opleiding-inschakeling per e-mail opzeggen, met inachtneming van de overige voorwaarden die gelden voor de opzegging van de overeenkomst opleiding-inschakeling.
Art. 31. Par dérogation à l'article 7, alinéa 3, du même arrêté, entre le 1er mars et le 31 mai 2020, chacune des parties peut mettre fin au contrat de formation-insertion par courrier électronique, dans le respect des autres conditions applicables pour mettre fin au contrat de formation-insertion.
Art. 31bis. [1 § 1. In afwijking van artikel 6 van hetzelfde decreet geniet de volgende stagiair een maandelijkse premie:
   1° de stagiair wiens uitvoering van de overeenkomst opleiding-inschakeling overeenkomstig artikel 30 is opgeschort;
   2° de stagiair wiens overeenkomst opleiding-inschakeling is afgelopen en wiens indienstneming in het kader van een arbeidsovereenkomst is uitgesteld overeenkomstig artikel 28;
   3° de stagiair wiens overeenkomst opleiding-inschakeling tussen 1 maart en 31 mei is beëindigd wegens de epidemie COVID-19.
   § 2. De in § 1 bedoelde premie wordt voor de periode tussen 1 maart en 31 mei 2020 en binnen de volgende grenzen toegekend:
   1° voor de in § 1, 1°, bedoelde stagiair, binnen de grenzen van de duur van de opschorting van zijn overeenkomst opleiding-inschakeling;
   2° voor de in § 1, 2°, bedoelde stagiair, voor de periode tussen het einde van zijn overeenkomst opleiding-inschakeling en zijn indienstneming op grond van de arbeidsovereenkomst, waarvan de sluiting overeenkomstig artikel 28 is uitgesteld;
   3° voor de in § 1, 3°, bedoelde stagiair, voor het saldo van de duur van de overeenkomst opleiding-inschakeling die wegens de epidemie COVID-19 werd beëindigd.
   § 3. Het bedrag van de in § 1 bedoelde maandelijkse premie wordt berekend als volgt:
   a x (b/c) x 70% ;
   waar:
   - "a" is gelijk aan het maandelijkse bedrag van de in artikel 13, § 1, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit bedoelde premie, berekend op de dag vóór de opschorting of de beëindiging van de overeenkomst opleiding-inschakeling;
   - b" is gelijk aan het aantal dagen van de betrokken maand, waarin de overeenkomst opleiding-inschakeling niet is uitgevoerd als gevolg van de opschorting of beëindiging ervan;
   - c" is gelijk aan het aantal maandelijks gepresteerde dagen, zoals bepaald in de overeenkomst opleiding-inschakeling die van kracht is op de dag voorafgaand aan de opschorting of beëindiging ervan.
   Voor de berekening van "a" houdt de "FOREM" rekening met het dagelijkse bedrag van de toelagen, inkomsten of vergoedingen bedoeld in artikel 6, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet en in artikel 13, § 1, eerste tot en met derde lid, van hetzelfde besluit, bekend op de dag vóór de in § 1 bedoelde gebeurtenis.
   § 4. De "FOREM" betaalt de in § 1 bedoelde maandelijkse premie zonder enige financiële tussenkomst van de werkgever.]1

  
Art.31bis. [1 § 1er Par dérogation à l'article 6 du même décret, bénéficie d'une prime mensuelle :
   1° le stagiaire dont l'exécution du contrat de formation-insertion a été suspendue en application de l'article 30 ;
   2° le stagiaire dont le contrat de formation-insertion est arrivé à échéance et dont l'engagement dans le cadre d'un contrat de travail a été reporté en application de l'article 28 ;
   3° le stagiaire dont il a été mis fin au contrat de formation-insertion, entre le 1er mars et le 31 mai, en raison de l'épidémie de COVID-19.
   § 2. La prime visée au § 1er est octroyée pour la période se situant entre le 1er mars et 31 mai 2020, et dans les limites suivantes :
   1° pour le stagiaire visé au § 1er, 1°, dans les limites de la durée de la suspension de son contrat de formation-insertion ;
   2° pour le stagiaire visé au § 1er, 2°, pour la période se situant entre l'échéance de son contrat de formation-insertion et son engagement dans les liens du contrat de travail dont la conclusion a été reportée en application de l'article 28 ;
   3° pour le stagiaire visé au § 1er, 3°, pour le solde de la durée du contrat de formation-insertion auquel il a été mis fin en raison de l'épidémie de COVID-19.
   § 3. Le montant de la prime mensuelle visée au § 1er est calculé comme suit :
   a x (b/c) x 70% ;
   où :
   - " a " est égal au montant mensuel de la prime visée à l'article 13, § 1er, aliénas 1er et 2, du même arrêté, calculée le jour qui précède la suspension ou la fin du contrat de formation-insertion;
   - " b " est égal au nombre de jours du mois visé, durant lesquels le contrat de formation-insertion n'a pas été exécuté en raison de sa suspension ou de son arrêt ;
   - " c " est égal au nombre de jours de prestation mensuelle, tel que fixé en vertu du contrat de formation-insertion en vigueur le jour qui précède sa suspension ou son arrêt.
   Pour le calcul de " a ", le FOREM tient compte du montant journalier des allocations, revenus ou indemnités, visé à l'article 6, alinéa 2, 1°, du même décret et à l'article 13, § 1er, alinéas 1 à 3, du même arrêté, connu la veille de l'événement visé au § 1er.
   § 4. Le FOREM verse la prime mensuelle visée au § 1er sans intervention financière de l'employeur.]1

  
Afdeling 18. - Maatregelen betreffende de regelingen voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling
Section 18. - Mesures relatives aux dispositifs des aides à la promotion de l'emploi
Art. 32. In afwijking van artikel 24, lid 2, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, en van artikel 26, leden 1 en 2, van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs, maakt de afrekening van de subsidie, bedoeld in artikel 14 van hetzelfde decreet, voor de prestaties van maart, april en mei 2020 het voorwerp uit van een door de FOREm uitbetaalde voorschot aan de werkgevers bedoeld in artikel 3, § 1, van hetzelfde decreet, en berekend op basis van de punten toegekend voor elke betrokken maand in verband met prestaties, namelijk maart 2020, april 2020 of mei 2020, vermenigvuldigd met het gemiddelde subsidiëringspercentage van de werkgevers bedoeld in artikel 3, lid 1, van hetzelfde decreet, voor het jaar 2019, namelijk 92 %.
  Na afloop van de periode waarop de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad betrekking hebben, zal de FOREm de werkelijk verschuldigde subsidie bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit berekenen, overeenkomstig artikel 24 van hetzelfde besluit en artikelen 26 en 26bis van hetzelfde besluit, voor de betrokken maanden, op basis van de door de werkgever ingediende loonstaten voor de maanden maart, april en mei 2020, binnen de termijnen bedoeld in artikel 26, tweede en derde lid, van hetzelfde besluit.
  Wanneer het vereffende subsidiebedrag, overeenkomstig het eerste lid, lager is dan het subsidiebedrag berekend overeenkomstig het tweede lid, wordt het verschil door de FOREm uitbetaald ten gunste van de werkgever.
  Wanneer het vereffende subsidiebedrag, overeenkomstig het eerste lid, hoger is dan het subsidiebedrag berekend overeenkomstig het tweede lid, wordt het onverschuldigd daaruit voortvloeiend bedrag door de Dienst bij elk rechtsmiddel teruggevorderd, compensatie inbegrepen.
  In afwijking van artikel 27bis, § 2, van hetzelfde besluit kunnen de loonstaten bedoeld in het tweede uiterlijk verstuurd worden tot :
  1° 30 juni voor de loonstaten betreffende de maanden maart en april 2020;
  2° 31 juli voor de loonstaten betreffende de maand mei 2020.
  Bij niet-versturen na afloop van de termijnen bedoeld in vorig lid geeft FOREm kennis aan de werkgever bedoeld in artikel 3, § 1, van hetzelfde decreet, van het verlies van de subsidie voor de betrokken maand wegens het uitblijven van de loonstaat.
Art. 32. Par dérogation à l'article 24, alinéa 2, du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement et à l'article 26, alinéas 1 et 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 décembre 2002 portant exécution du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement, la liquidation de la subvention, visée à l'article 14 du même décret, pour les prestations de mars, d'avril et de mai 2020 fait l'objet d'une avance, versée par le FOREm, aux employeurs visés à l'article 3, § 1er, du même décret, et calculée sur la base des points octroyés pour chaque mois de prestations concerné, soit mars 2020, avril 2020 ou mai 2020, multiplié par le taux moyen de subventionnement des employeurs visés à l'article 3, § 1er, du même décret, pour l'année 2019, à savoir 92 %.
  A l'issue de la période faisant l'objet des mesures prises par le Conseil national de sécurité, le FOREm effectuera le calcul de la subvention, visée à l'article 14 du même décret, effectivement due, conformément à l'article 24 du même décret et aux articles 26 et 26bis du même arrêté, pour les mois concernés, sur la base des états de salaires transmis, par l'employeur, pour les mois de mars, avril et mai 2020, endéans les délais visés à l'article 26, alinéas 2 et 3, du même arrêté.
  Lorsque le montant de la subvention liquidée conformément à l'alinéa 1er est inférieur au montant de la subvention calculée conformément à l'alinéa 2, la différence fait l'objet d'un versement complémentaire, par le FOREm, au profit de l'employeur.
  Lorsque le montant de la subvention liquidée conformément à l'alinéa 1er est supérieur au montant de la subvention calculée conformément à l'alinéa 2, l'indu qui en résulte est récupéré par l'Office, par toute voie de droit, en ce compris la compensation.
  Par dérogation à l'article 27bis, § 2, du même arrêté, les états de salaire, visés à l'alinéa 2, peuvent être envoyés, au plus tard, jusqu'au :
  1° 30 juin pour les états de salaire relatifs aux mois de mars et avril 2020;
  2° 31 juillet pour les états de salaire relatifs au mois de mai 2020.
  A défaut d'envoi à l'issue des délais visés à l'alinéa précédent, le FOREm notifie, à l'employeur visé à l'article 3, § 1er, du même décret, la perte de la subvention pour le mois concerné en raison de l'absence de transmission de l'état de salaire.
Art. 33. De verplichtingen bedoeld in artikel 2, § 3, lid 1, worden tussen 1 maart en 31 mei 2020 opgeschort.
  In afwijking van artikel 25, lid 3, wordt de berekening van de netto-verhoging van het globaal volume van de tewerkstelling die het bestuur jaarlijks verricht op de verjaardag van de kennisgeving van de beslissing, beperkt tot de periodes die niet vervat zijn tussen 1 maart en 31 mei 2020.
  In afwijking van artikel 21, lid 6, van hetzelfde besluit wordt de berekening van de instandhouding van het globaal tewerkstellingsvolume die het bestuur jaarlijks verricht op de verjaardag van de kennisgeving van de beslissing, beperkt tot de vergelijking van het referentiepersoneelsbestand onder verwijzing naar het gemiddeld aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, tewerkgesteld tijdens de vier kwartalen voorafgaand aan de verjaardag, onder uitsluiting van de periode vervat tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020.
  Als de werkgever daar een gemotiveerde aanvraag toe indient, kan de Minister van Tewerkstelling afwijken van de voorwaarde bedoeld in artikel 2, § 3, van hetzelfde decreet wanneer de berekening van het globaal volume van de tewerkstelling geheel of gedeeltelijk de periode bevat gelegen tussen 1 maart en 31 mei 2020, op voorwaarde dat de vermindering van het globaal tewerkstellingsvolume toe te schrijven is aan de economische gevolgen van de COVID-19-epidemie.
Art. 33. Les obligations visées à l'article 2, § 3, alinéa 1er, sont suspendues entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
  Par dérogation à l'article 25, alinéa 3, le calcul de l'augmentation nette du volume global de l'emploi, effectué par l'administration, chaque année, à la date anniversaire de la notification de la décision, se limite aux périodes qui ne situent pas entre le 1er mars et 31 mai 2020.
  Par dérogation à l'article 21, alinéa 6, du même arrêté, le calcul du maintien du volume global de l'emploi, effectué par l'administration, chaque année, à la date anniversaire de la notification de la décision, se limite à la comparaison de l'effectif de référence à la moyenne des travailleurs, exprimée en équivalents temps plein, occupés pendant les quatre trimestres précédant la date anniversaire, à l'exclusion de la période située entre le 1er mars 2020 et le 31 mai 2020.
  Si l'employeur en fait la demande motivée, la Ministre de l'Emploi peut déroger à la condition visée à l'article 2, § 3, du même décret, lorsque le calcul du volume global de l'emploi inclut, en tout ou partie, la période située entre le 1er mars et 31 mai 2020, à condition que la diminution du volume global de l'emploi soit causée par les conséquences économiques de l'épidémie du COVID-19.
Art. 34. In afwijking van artikel 12 en onverminderd de regels die van toepassing zijn ter zake van arbeidsrecht, wordt de verplichting om de functies toegekend aan de werkgever zoals bedoeld in de A.P.E.-toekenningsbeslissing in acht te nemen, opgeschort tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020.
Art. 34. Par dérogation à l'article 12 et sans préjudice des règles applicables en matière de droit du travail, l'obligation de respecter les fonctions octroyées à l'employeur, telles que prévues dans la décision d'octroi de l'A.P.E., est suspendue entre le 1er mars 2020 et le 31 mai 2020.
Art. 34bis. [1 § 1. De "Office wallon de la formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) ontwikkelt een opleidingsmodule over de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om de risico's van besmetting bij het uitvoeren van activiteiten van huishoudhulp te voorkomen.
   Deze module wordt gegeven aan de interne opleiders van de ondernemingen bedoeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, om hen in staat te stellen opleidingen te organiseren en te verstrekken aan werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques.
   § 2. De " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi " stuurt een aanvraag tot goedkeuring van de opleidingsmodule aan de Administratie bedoeld in artikel 1, 6°, van bovenvermeld koninklijk besluit van 7 juni 2007.
   De aanvraag gaat vergezeld van een dossier met een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding.
   § 3. De Administratie bevestigt ontvangst van de aanvraag en stuurt het volledige dossier door naar de Minister van Werk.
   § 4. De Minister van Werk stuurt haar beslissing naar de Administratie, die ze ter kennis brengt van de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" en ter informatie een kopie ervan langs elektronische weg stuurt naar de Commissie opgericht bij artikel 4 van voormeld koninklijk besluit van 7 juni 2007.]1

  
Art.34bis. [1 § 1er. L'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi élabore un module de formation relatif aux mesures sanitaires nécessaires à la prévention des risques de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagerère.
   Ce module est dispensé aux formateurs internes des entreprises visées à l'article 1er, 3°, de l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, afin de leur permettre d'organiser et de dispenser la formation aux travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services.
   § 2. L'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi envoie une demande d'approbation du module de formation à l'Administration visée à l'article 1er, 6°, de l'arrêté royal du 7 juin 2007 précité.
   La demande est accompagnée d'un dossier contenant une description précise et détaillée de la formation prévue.
   § 3. L'Administration accuse réception de la demande et transmet le dossier complet à la Ministre de l'Emploi.
   § 4. La Ministre de l'Emploi envoie sa décision à l'Administration qui la notifie à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et en envoie numériquement une copie, pour information, à la Commission instituée par l'article 4 de l'arrêté royal du 7 juin 2007 précité.]1

  
Art. 34ter. [1 De onderneming kan bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" een gedeeltelijke terugbetaling krijgen van de opleidingskosten in verband met de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico van besmetting bij het verrichten van activiteiten van huishoudhulp te beperken, mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
   1° de opleiding wordt uiterlijk op 30 juni 2020, met inachtneming van de gezondheidsregels, georganiseerd op basis van fysieke aanwezigheid van de werknemers tewerkgesteld in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, uiterlijk op 30 juni 2020;
   2° de opleiding wordt gegeven door een interne opleider die de opleidingsmodule bedoeld in artikel 34ter, § 1, tweede lid, heeft gevolgd;
   3° de opleiding wordt gegeven met behulp van een beelddrager die de instructies of aanbevelingen met betrekking tot de gezondheidsveiligheid bevat en die aan het einde van de opleiding aan de werknemer wordt gegeven;
   4° de onderneming informeert de gebruikers van dienstencheques over de gezondheidsregels die tijdens dienstencheque-prestaties nageleefd moeten worden.
   Deze opleiding wordt gelijkgesteld met een interne opleiding in de zin van artikel 2, § 2, derde lid, van voormeld besluit van 7 juni 2007 en geeft recht op dezelfde terugbetaling, onverminderd de voorwaarden vermeld in het vorige lid.
   De onderneming kan de terugbetaling van de opleiding slechts één keer per werknemer verkrijgen.]1

  
Art.34ter. [1 L'entreprise peut obtenir, auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, le remboursement partiel des frais de la formation relative aux mesures sanitaires nécessaires à la réduction du risque de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagère dispensée moyennant le respect des conditions cumulatives suivantes :
   1° la formation est dispensée en présentiel, dans le respect des règles sanitaires, aux travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services, au plus tard le 30 juin 2020 ;
   2° la formation est dispensée par un formateur interne qui a suivi le module de formation visé à l'article 34ter, § 1er, alinéa 2 ;
   3° la formation est dispensée avec un support visuel, reprenant les instructions ou recommandations en matière de sécurité sanitaire, qui est remis au travailleur à l'issue de la formation ;
   4° l'entreprise informe les utilisateurs de titres-services des règles sanitaires à respecter lors des prestations titres-services.
   Cette formation est assimilée à une formation interne au sens de l'article 2, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du 7 juin 2007 précité et donne droit au même remboursement, sans préjudice des conditions visées à l'alinéa précédent.
   L'entreprise ne peut obtenir le remboursement de la formation qu'une seule fois par travailleur.]1

  
Art. 34quater. [1 In afwijking van artikel 6, § 1, van voormeld besluit wordt na afloop van de in artikel 34ter bedoelde opleiding de aanvraag tot terugbetaling naar de Forem gestuurd en vergezeld van een dossier met :
   1° het unieke ondernemingsnummer, de identiteit/bedrijfsnaam, het erkenningsnummer, de woonplaats/maatschappelijke zetel en het financiële rekeningnummer van de onderneming;
   2° een verklaring op erewoord waarvan het model door de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" wordt vastgesteld;
   3° de naam van de interne opleider die de opleiding heeft gegeven;
   4° een aanwezigheidslijst, ondertekend door elke werknemer die de opleiding heeft gevolgd;
   5° een kopie van de beelddrager van de opleiding die aan de werknemer wordt gegeven;
   6° een kopie van de informatiebrief bestemd voor de gebruiker, waarin de instructies of aanbevelingen zijn opgenomen die moeten worden opgevolgd bij het uitvoeren van buurtwerken of -diensten.]1

  
Art.34quater. [1 Par dérogation à l'article 6, § 1er, de l'arrêté précité, à la clôture de la formation visée à l'article 34ter, la demande de remboursement est envoyée au Forem et accompagnée d'un dossier comportant :
   1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise ;
   2° une déclaration sur l'honneur dont le modèle est déterminé par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi ;
   3° le nom du formateur interne qui a dispensé la formation ;
   4° une liste de présences signée par chaque travailleur ayant suivi la formation ;
   5° une copie du support visuel de la formation remis au travailleur ;
   6° une copie du courrier d'information à destination de l'utilisateur, présentant les instructions ou recommandations à respecter lors de la réalisation d'une prestation de travaux ou de service de proximité.]1

  
Art. 34quinquies. [1 De terugbetaling van de kosten van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp te verminderen, ten laste van het opleidingsfonds dienstencheques, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening bedoeld in artikel 8, § 2, van voormeld besluit.]1
  
Art.34quinquies. [1 Le remboursement des frais de la formation relative aux mesures sanitaires nécessaires à la réduction du risque de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménager-ère, à charge du fonds de formation titres-services, n'entre pas en compte pour le calcul visé à l'article 8, § 2, de l'arrêté précité.]1
  
Art. 34sexies. [1 Indien de onderneming op frauduleuze wijze een gedeeltelijke terugbetaling van de opleidingskosten verkrijgt, vordert de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" het bedrag dat via alle rechtsmiddelen wordt terugbetaald, terug.]1
  
Art.34sexies. [1 Si l'entreprise obtient de manière frauduleuse le remboursement partiel des frais de formation, l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi récupère le montant remboursé par toute voie de droit.]1
  
Afdeling 19. - Maatregel betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
Section 19. - Mesure relative au fonds de formation titres-services
Art. 35. In afwijking van de artikelen 6, § 2, 6ter, en 6quater, § 2, van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques kan de aanvraag tot terugbetaling betreffende de goedgekeurde opleiding die eindigt in de loop van het jaar 2019 uiterlijk op 30 juni 2020 worden ingediend.
  [1 De in artikel 34quater bedoelde terugbetalingsaanvraag wordt uiterlijk op 20 september 2020 ingediend.]1
  
Art. 35. Par dérogation aux articles 6, § 2, 6ter, § 2, et 6quater, § 2, de l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, la demande de remboursement concernant la formation approuvée qui se termine au cours de l'année 2019 peut être introduite au plus tard le 30 juin 2020.
  [1 La demande de remboursement visée à l'article 34quater est introduite au plus tard le 20 septembre 2020]1
  
Afdeling 19. [1 Afdeling 19bis. Maatregelen betreffende het talenplan ]1
Section 19bis. [1 Mesures relatives au plan langues ]1
Art. 35bis. [1 Voor de toepassing van artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 8 september 2016 tot uitvoering van de artikelen 40 en 41 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende het talenplan en tot wijziging van verschillende decreten inzake beroepsvorming, wordt de onderbreking van het taalbad, dat werd onderbroken wegens de COVID-19-epidemie, niet in aanmerking genomen wanneer de onderbreking plaatsvond voordat de helft van de geplande duur van het betrokken taalbad is bereikt.]1
  
Art.35bis. [1 Pour l'application de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 septembre 2016 portant exécution des articles 40 et 41 du décret du 20 février 2014 relatif au plan langues et modifiant divers décrets en matière de formation professionnelle, l'immersion linguistique, interrompue en raison de l'épidémie de COVID-19, n'est pas prise en compte lorsque l'interruption est intervenue avant que ne soit atteinte la moitié de la durée prévue de l'immersion linguistique concernée. ]1
  
Art. 35ter. [1 De opschorting van de dwingende termijnen bedoeld in [2 artikel 1 van het besluit van Waalse Regering van bijzondere machten nr. 2 betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980]2 is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in artikel 10 [2 van het besluit van de Waalse Regering van 8 september 2016 tot uitvoering van de artikelen 40 en 41 van het decreet van 20 februari 2014 betreffende het talenplan en tot wijziging van verschillende decreten inzake beroepsvorming]2.
   In afwijking van artikel 10, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit eindigt de oproep tot de kandidaten voor het jaar 2020 en voor de bij afdeling 4 van hetzelfde besluit georganiseerde taalbaden op 24 april 2020. ]1

  
Art.35ter.[1 La suspension des délais de rigueur prévue par [2 l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 2 du 18 mars 2020 relatif à la suspension temporaire des délais de rigueur et de recours fixés dans l'ensemble de la législation et la réglementation wallonnes ou adoptés en vertu de celle-ci ainsi que ceux fixés dans les lois et arrêtés royaux relevant des compétences de la Région wallonne en vertu de la loi spéciale du 8 août 1980]2, ne s'applique pas aux délais visés à l'article 10 [2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 septembre 2016 portant exécution des articles 40 et 41 du décret du 20 février 2014 relatif au plan langues et modifiant divers décrets en matière de formation professionnelle]2.
   Par dérogation à l'article 10, alinéa 2, 2°, du même arrêté, l'appel aux candidats pour de l'année 2020 et pour les immersions linguistiques organisées par la section 4 du même arrêté, se termine le 24 avril 2020. ]1

  
Art. 35quater. [1 In afwijking van artikel 12, lid 5, van hetzelfde besluit moeten de ontbrekende stukken en documenten voor het jaar 2020 voor de bij afdeling 4 van hetzelfde besluit georganiseerde taalbaden uiterlijk op 20 mei 2020 worden meegedeeld. Indien dit niet het geval is, wordt de aanvraag zonder gevolg geklasseerd. ]1
  
Art.35quater. [1 Par dérogation à l'article 12, alinéa 5, du même arrêté, pour les immersions linguistiques organisées par la section 4 du même arrêté, les pièces et documents manquants, pour l'année 2020, doivent être communiqués au plus tard le 20 mai 2020. A défaut, la demande est classée sans suite. ]1
  
Art. 35quinquies. [1 In afwijking van artikel 13, § 2, wordt de beurs voor het jaar 2020 uiterlijk op 1 juni 2020 geweigerd voor de bij afdeling 4 van hetzelfde besluit georganiseerde beurzen.
   In afwijking van artikel 13, § 3, 2°, stelt de Dienst, voor het jaar 2020, uiterlijk op 15 juni 2020 voor de bij afdeling 4 georganiseerde taalbaden een met redenen omklede rangschikking op van de aanvragen voor beurzen die niet zijn geweigerd en die worden toegekend onder ontbindende voorwaarden die verband houden met de evolutie van de COVID-19-epidemie, met de maatregelen en aanbevelingen genomen door de Nationale Veiligheidsraad en de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en door de autoriteiten van de landen waar het taalbad moet plaatsvinden.]1

  [2 In afwijking van artikel 13, §§ 2 en 3, 1°, wordt de beurs voor het taalbad georganiseerd bij de afdelingen 5 tot 8 van hetzelfde besluit, tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2021, toegekend onder de ontbindende voorwaarden die verband houden met de evolutie van de COVID-19- epidemie, de maatregelen en aanbevelingen van de Nationale Veiligheidsraad en de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de overheden van de landen waar het taalbad zal plaatsvinden.]2
  
Art.35quinquies.[1 Par dérogation à l'article 13, § 2, pour l'année 2020, la bourse est refusée au plus tard le 1er juin 2020, pour les bourses organisées par la section 4 du même arrêté.
   Par dérogation à l'article 13, § 3, 2°, pour l'année 2020, l'Office établit, pour le 15 juin 2020 au plus tard, pour les immersions linguistiques organisées à la section 4, un classement motivé des demandes de bourses qui n'ont pas été refusées, lesquelles sont octroyées sous conditions résolutoires liées à l'évolution de l'épidémie de COVID-19, aux mesures et aux recommandations prises par le Conseil national de sécurité et le Service Public Fédéral des Affaires étrangères, et par les autorités des pays où l'immersion linguistique doit avoir lieu.]1

  [2 Par dérogation à l'article 13, §§ 2 et 3, 1°, pour l'immersion linguistique organisée par les sections 5 à 8 du même arrêté, entre le 1er mars 2020 et le 30 juin 2021, la bourse est octroyée sous conditions résolutoires liées à l'évolution de l'épidémie COVID-19, aux mesures et aux recommandations prises par le Conseil national de sécurité et le Service Public Fédéral des Affaires étrangères et par les autorités des pays où l'immersion linguistique doit avoir lieu.]2
  
Art. 35sexies. [1 In afwijking van de artikelen 14 en 15, § 5, van hetzelfde besluit kan de "FOREM" afwijken van de voorwaarden voor de vereffening van de krachtens hetzelfde besluit toegekende beurs wanneer deze voorwaarden niet konden worden vervuld als gevolg van de COVID-19-epidemie.]1
  [2 In afwijking van artikel 14, §§ 1 en 2, van hetzelfde besluit wordt de beurs voor het taalbad, georganiseerd bij artikel 17, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit tijdens het schooljaar 2020-202, in drie tranches uitbetaald als volgt:
   1° de eerste tranche, die overeenkomt met 75% van de helft van de beurs, wordt uitbetaald tussen de 30ste en de 15 dag vóór de effectieve vertrekdatum;
   2° de tweede tranche, die overeenkomt met 75% van de andere helft van de beurs, wordt aan het einde van het eerste halfjaar uitbetaald, onder de ontbindende voorwaarde dat het tweede halfjaar wordt gehandhaafd;
   3° het saldo van de beurs wordt uitbetaald overeenkomstig artikel 14, §§ 3 tot 7 van hetzelfde besluit.
   In afwijking van artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit wordt de uitbetaling van de eerste schijf van de beurs voor het taalbad georganiseerd bij artikel 17, eerste lid, 1° en 2°, van hetzelfde besluit tijdens het schooljaar 2020-2021 of een van de semesters ervan, uitbetaald tussen de 30ste en de 15de dag vóór de effectieve vertrekdatum.
   In afwijking van artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit wordt de uitbetaling van de eerste schijf van de beurs voor het taalbad, georganiseerd in de afdelingen 5 tot 8 van dit besluit, tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2021, uitgevoerd tussen de 30ste en de 15de dag vóór de effectieve vertrekdatum.]2

  
Art.35sexies.[1 Par dérogation aux articles 14 et 15, § 5, du même arrêté, le FOREM peut déroger aux conditions de liquidation de la bourse octroyée en application du même arrêté lorsque ces conditions n'ont pu être respectées en raison de l'épidémie de COVID-19.]1
  [2 Par dérogation à l'article 14, §§ 1 et 2, du même arrêté, la bourse relative à l'immersion linguistique organisée par l'article 17, alinéa 1er, 3°, du même arrêté, au cours de l'année scolaire 2020-2021, est liquidée en trois tranches, comme suit :
   1° la première tranche, correspondant à 75% de la moitié de la bourse, est liquidée entre le 30e et le 15e jours qui précèdent la date de départ effective ;
   2° la deuxième tranche, correspondant à 75% de l'autre moitié de la bourse, est liquidée au terme du 1er semestre, sous la condition résolutoire du maintien du second semestre ;
   3° le solde de la bourse est liquidé conformément à l'article 14, §§ 3 à 7, du même arrêté.
   Par dérogation à l'article 14, § 2, du même arrêté, la liquidation de la première tranche de la bourse relative à l'immersion linguistique, organisée par l'article 17, alinéa 1er, 1° et 2°, du même arrêté, au cours de l'année scolaire 2020-2021 ou de l'un de ses semestres, est effectuée entre le 30e et le 15e jours qui précèdent la date de départ effective.
   Par dérogation à l'article 14, § 2, du même arrêté, la liquidation de la première tranche de la bourse relative à l'immersion linguistique organisée aux sections 5 à 8 du présent arrêté, entre le 1er mars 2020 et 30 juin 2021, est effectuée entre le 30e et le 15e jours qui précèdent la date de départ effective.]2

  
Art. 35septies. [1 In afwijking van de artikelen 14, § 5, 19, 23, 28 en 34 van hetzelfde besluit kan het maximumbedrag van de beurs, voor taalbaden die wegens de COVID-19-epidemie zijn onderbroken, met maximum 15% worden verhoogd wanneer deze onderbreking aanleiding heeft gegeven tot extra kosten voor de begunstigde en binnen de grenzen van de werkelijk gemaakte kosten.]1
  
Art.35septies. [1 Par dérogation aux articles 14, § 5, 19, 23, 28 et 34, du même arrêté, le montant maximal de la bourse, pour les immersions linguistiques qui ont été interrompues en raison de l'épidémie de COVID-19, peut être majoré de maximum 15% lorsque cette interruption a engendré des coûts supplémentaires dans le chef de son bénéficiaire et dans les limites des coûts effectivement supportés. ]1
  
Art. 35octies. [1 De Minister van Vorming kan, afhankelijk van de evolutie van de gezondheidstoestand in verband met de COVID-19, beslissen om de toekenning van beurzen voor het schooljaar 2020-2021 of voor het tweede halfjaar van het jaar 2020 en/of voor het eerste kwartaal van het jaar 2021 en/of voor het tweede kwartaal van het jaar 2021 op te schorten, of kan beslissen om, voor de bij afdeling 4 van hetzelfde besluit georganiseerde taalbaden, de toekenning van beurzen met één of meerdere maanden tijdens het tweede halfjaar van het jaar 2020 uit te stellen.]1
  [2 De persoon die een beurs heeft aangevraagd waarvoor de toekenning overeenkomstig lid 1 is opgeschort, kan in voorkomend geval zijn aanvraag binnen de door de Minister van Vorming gestelde termijnen zodanig wijzigen dat zijn aanvraag overeenkomt met een beurs waarvoor de subsidie niet is opgeschort.
   In geval van opschorting overeenkomstig lid 1 en indien er geen aanvraag tot wijziging wordt ingediend binnen de overeenkomstig lid 2 vastgestelde termijnen, krijgt de beursaanvraag geen gevolg.
   De Minister van Vorming kan, afhankelijk van de evolutie van de gezondheidstoestand in verband met de COVID-19, beslissen om de toekenning van de beurs voor het taalbad georganiseerd bij de afdelingen 5 tot 8 van hetzelfde besluit, tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2021 op te schorten.
   In geval van opschorting overeenkomstig lid 4 krijgt de beursaanvraag geen gevolg.]2

  
Art.35octies.[1 La Ministre de la Formation peut, en fonction de l'évolution de la situation sanitaire liée au COVID-19, décider de suspendre l'octroi de bourses pour l'année scolaire 2020-2021 ou pour le second semestre de l'année 2020 et/ou pour le premier trimestre de l'année 2021 et/ou pour le deuxième trimestre 2021 ou encore peut décider de postposer d'un ou de plusieurs mois au cours du second semestre 2020, l'octroi de bourses, pour les immersions linguistiques organisées par la section 4 du même arrêté.]1
  [2 La personne qui a sollicité une bourse pour laquelle l'octroi est suspendu conformément à l'alinéa 1er, peut modifier sa demande, endéans les délais fixés par la Ministre de la Formation afin que sa demande corresponde à une bourse pour laquelle l'octroi n'est pas suspendu, le cas échéant.
   En cas de suspension conformément à l'alinéa 1 et à défaut de l'introduction d'une demande de modification endéans les délais fixés conformément à l'alinéa 2, la demande de bourse est classée sans suite.
   La Ministre de la Formation peut, en fonction de l'évolution de la situation sanitaire liée au COVID-19, suspendre l'octroi de la bourse pour l'immersion linguistique organisée par les sections 5 à 8 du même arrêté, entre le 1er mars 2020 et le 30 juin 2021.
   En cas de suspension conformément à l'alinéa 4, la demande de bourse est classée sans suite.]2

  
Art. 35novies. [1 De Minister van Vorming is bevoegd om, afhankelijk van de evolutie van de gezondheidstoestand in verband met de COVID-19, de in dit besluit vastgestelde termijnen uit te stellen. ]1
  
Art.35novies. [1 La Ministre de la Formation est habilitée à reporter, en fonction de l'évolution sanitaire liée au COVID-19, les délais prévus par le présent arrêté. ]1
  
Afdeling 20. - Maatregel betreffende de `SESAM'-regeling ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen
Section 20. - Mesure relative dispositif " SESAM " visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises
Art. 36. De verplichtingen bedoeld in artikel 12, § 1, 2°, 3° en 4°, van het decreet van 14 februari 2019 betreffende de subsidies ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden bij sommige ondernemingen worden opgeschort tussen 1 maart en 31 mei 2020.
Art. 36. Les obligations visées à l'article 12, § 1er, 2°, 3° et 4°, du décret du 14 février 2019 relatif aux subventions visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés auprès de certaines entreprises sont suspendues entre le 1er mars et le 31 mai 2020.
Afdeling 21. - Algemene bepaling
Section 21. - Disposition générale
Art. 37. Voor de toepassing van dit besluit en voor elke bepaling, genomen inzake subsidiëring, mag het bedrag van de subsidie geenszins hoger zijn dan de daadwekelijk door de begunstigde gedragen kostprijs, voor hetgeen gesubsidieerd wordt.
Art. 37. Pour l'application du présent arrêté et pour chacune des dispositions prises en matière de subventionnement, le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur au coût effectivement supporté par le bénéficiaire, pour ce qui est subventionné.
Afdeling 22. - Slotbepalingen
Section 22. - Dispositions finales
Art. 38. Dit besluit heeft uitwerking op 1 maart 2020.
Art. 38. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mars 2020.
Art. 39. Na afloop van de bijzondere machten, door het Waals Parlement toegekend, zullen de bevestigde bepalingen opnieuw, opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen kunnen worden door de Waalse Regering indien tenminste daartoe een materiële rechtsgrond voorhanden is.
Art. 39. A l'issue des pouvoirs spéciaux octroyés par le Parlement wallon, les dispositions confirmées pourront de nouveau être abrogées, complétées, modifiées ou remplacées par le Gouvernement wallon, du moins dans la mesure où un fondement juridique matériel existe à cet effet.
Art. 40. De Minister van Tewerkstelling, Vorming, belast met de Sociale Economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 40. La Ministre de l'Emploi, de la Formation, en charge de l'Economie sociale, est chargée de l'exécution du présent arrêté.