Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
10 APRIL 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 14 betreffende verscheidene bepalingen inzake de financiering van de operatoren in de gezondheidssector (NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij DWG2020-12-03/08, art. 6) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-04-2020 en tekstbijwerking tot 09-01-2023)
Titre
10 AVRIL 2020. - Arrêté du Gouvernement wallon de pouvoirs spéciaux n° 14 relatif aux diverses dispositions prises en matière de financement des opérateurs du secteur de la santé (NOTE : confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur par DRW2020-12-03/08, art. 6) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-04-2020 et mise à jour au 09-01-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Afdeling 1. - Maatregelen betreffende de hulpdi...
Afdeling 2. - Maatregelen met betrekking tot di...
Afdeling 3. - Maatregelen betreffende de rustoo...
Afdeling 4. - Maatregelen betreffende de psychi...
Afdeling 5. - Maatregelen betreffende de initia...
Afdeling 6. - Maatregelen betreffende de geïnte...
Afdeling 7. - Maatregelen betreffende het overl...
Afdeling 8. - Maatregelen betreffende verstrekk...
Afdeling 9. - Maatregelen betreffende geïntegre...
Afdeling 10. - Maatregelen betreffende de centr...
Afdeling 11. - Maatregelen met betrekking tot d...
Afdeling 12. - Algemene bepaling
Afdeling 13. - Slotbepalingen
Table des matières
Section 1re. - Mesures relatives aux services d...
Section 2. - Mesures relatives aux services fin...
Section 3. - Mesures relatives aux maisons de r...
Section 4. - Mesures relatives aux maisons de s...
Section 5. - Mesures relatives aux initiatives ...
Section 6. - Mesures relatives aux services int...
Section 7. - Mesures relatives à la concertatio...
Section 8. - Mesures relatives aux prestations ...
Section 9. - Mesures relatives aux associations...
Section 10. - Mesures relatives aux centres de ...
Section 11. - Mesures relatives au prix d'héber...
Section 12. - Disposition générale
Section 13. - Dispositions finales
Tekst (43)
Texte (43)
Artikel 1. Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet aangelegenheden bedoeld in artikelen 127, § 1, en 128, § 1, van de Grondwet.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, des matières visées aux articles 127, § 1er, et 128, § 1er, de celle-ci.
Afdeling 1. - Maatregelen betreffende de hulpdienst voor gezinnen en bejaarde personen
Section 1re. - Mesures relatives aux services d'aide aux familles et aux aînés
Art. 2. In afwijking van de artikelen 333 tot 338 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt het dienstcontingent [1 voor de jaren 2021, 2022 en 2023]1 zodanig berekend dat de activiteiten die [1 in de loop van de jaren 2020 en 2021]1 worden uitgevoerd, worden geneutraliseerd.
De modaliteiten voor de vaststelling [1 van de contingenten voor 2021, 2022 en 2023]1 worden vastgesteld door de Minister van Sociale actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor de vaststelling [1 van de contingenten voor 2021, 2022 en 2023]1 worden vastgesteld door de Minister van Sociale actie en Gezondheid.
Modifications
Art. 2. Par dérogation aux articles 333 à 338 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, le contingent de service fixé [1 pour les années 2021, 2022 et 2023]1 est calculé de manière à neutraliser les activités réalisées [1 dans le courant des années 2020 et 2021]1.
Les modalités de fixation [1 des contingents 2021, 2022 et 2023]1 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de fixation [1 des contingents 2021, 2022 et 2023]1 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Art.2/1. [1 In afwijking van artikel 342 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid is de aan elke dienst toegekende subsidie gelijk aan de geïndexeerde subsidie die deze dienst in 2019 heeft ontvangen, indien het bedrag berekend op basis van de in het betrokken jaar in de gemeenten gepresteerde uren, lager is dan het in 2019 toegekende geïndexeerde bedrag.]1
Art.2/1. [1 Par dérogation à l'article 342 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, pour les années 2020 et 2021, la subvention accordée à chaque service est égale à la subvention indexée perçue par ce service en 2019 si le montant calculé sur base des heures prestées dans les communes pour l'année concerné est inférieur au montant indexé octroyé en 2019.]1
Modifications
Art. 3. In afwijking van de artikelen 339 tot 350 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden vanaf 1 maart 2020 en tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid vastgestelde datum, de gepresteerde uren en de prestaties uitgeoefend door de gezinshelp(st)ers die in aanmerking worden genomen voor de toekenning van de subsidies, verhoogd met een aantal uren en prestaties die overeenstemmen met de activiteit die deze gezinshelp(st)ers normalerwijze zouden hebben moeten uitoefenen als er geen gevolgen waren geweest in verband met de coronaviruscrisis.
De aldus toegekende verhoging mag per gezinshelp(st)er niet meer bedragen dan het verschil tussen het aantal betaalde contractuele uren van de gezinshelp(st)er en het totale aantal door de werkgever betaalde uren dat overeenkomt met de werkelijke prestaties en het betaalde verlof van allerlei aard (ziekte, jaarlijkse vakantie, enz.).
De verhoging van de uren mag geen invloed hebben op de toekenning van de in artikel 341, lid 2, bedoelde subsidies voor lastige uren.
De verhoging van de uren is slechts van toepassing tot de door de werkgever betaalde uren, namelijk exclusief de uren waarvoor de gezinshelp(st)er tijdelijk werkloos zou zijn geweest.
Deze bepaling geldt voor alle gezinshelp(st)ers, ongeacht hun financieringsbron.
[1 De Minister van Gezondheid en Sociale Actie voorziet in de wijze waarop de verhoging toegepast moet worden.]1
De aldus toegekende verhoging mag per gezinshelp(st)er niet meer bedragen dan het verschil tussen het aantal betaalde contractuele uren van de gezinshelp(st)er en het totale aantal door de werkgever betaalde uren dat overeenkomt met de werkelijke prestaties en het betaalde verlof van allerlei aard (ziekte, jaarlijkse vakantie, enz.).
De verhoging van de uren mag geen invloed hebben op de toekenning van de in artikel 341, lid 2, bedoelde subsidies voor lastige uren.
De verhoging van de uren is slechts van toepassing tot de door de werkgever betaalde uren, namelijk exclusief de uren waarvoor de gezinshelp(st)er tijdelijk werkloos zou zijn geweest.
Deze bepaling geldt voor alle gezinshelp(st)ers, ongeacht hun financieringsbron.
[1 De Minister van Gezondheid en Sociale Actie voorziet in de wijze waarop de verhoging toegepast moet worden.]1
Modifications
Art. 3. Par dérogation aux articles 339 à 350 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, les heures de prestations et les prestations réalisées par les aides familiales et qui sont prises en compte pour l'octroi des subventions sont majorées d'un nombre d'heures et de prestations correspondant à l'activité que ces aides familiales auraient dû normalement prester en l'absence d'impact lié à la crise du coronavirus.
La majoration ainsi accordée ne peut dépasser, par aide familiale, la différence entre le nombre d'heures contractuelles rémunérées de l'aide familiale et le nombre total d'heures rémunérées par l'employeur correspondant à des prestations effectives et aux congés de tous types rémunérés (maladie, vacances annuelles, etc.).
La majoration d'heures ne peut impacter l'octroi des subventions pour heures inconfortables visées à l'article 341, § 2.
La majoration d'heures n'est applicable qu'à concurrence des heures rémunérées par l'employeur, c'est-à-dire exclusion faite des heures pour lesquelles l'aide familial aurait été mis en chômage temporaire.
Cette disposition est valable pour l'ensemble des aides familiaux et ce, quelle que soit leur source de financement.
[1 Le Ministre de la santé et de l'action sociale prévoit la manière dont la majoration doit être appliquée.]1
La majoration ainsi accordée ne peut dépasser, par aide familiale, la différence entre le nombre d'heures contractuelles rémunérées de l'aide familiale et le nombre total d'heures rémunérées par l'employeur correspondant à des prestations effectives et aux congés de tous types rémunérés (maladie, vacances annuelles, etc.).
La majoration d'heures ne peut impacter l'octroi des subventions pour heures inconfortables visées à l'article 341, § 2.
La majoration d'heures n'est applicable qu'à concurrence des heures rémunérées par l'employeur, c'est-à-dire exclusion faite des heures pour lesquelles l'aide familial aurait été mis en chômage temporaire.
Cette disposition est valable pour l'ensemble des aides familiaux et ce, quelle que soit leur source de financement.
[1 Le Ministre de la santé et de l'action sociale prévoit la manière dont la majoration doit être appliquée.]1
Modifications
Art. 4. In afwijking van de artikelen 339 en 339/1 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid worden [1 voor de jaren [2 2020, 2021 en 2022]2]1 geen sancties toegepast voor het niet in acht nemen van de drempels voor het aantal uren van bijscholingscursussen en vergaderingen.
Art. 4. Par dérogation aux articles 339 et 339/1 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, aucune sanction relative au non-respect des seuils d'heures de cours de perfectionnement et de réunion n'est appliquée [1 pour les [2 2020, 2021 et 2022 ]2]1.
Art.4/1. [1 In afwijking van artikel 338 van het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en voor zover de beschikbare kredieten het toelaten, kunnen enkel de activiteiten die in 2020 en 2021 daadwerkelijk verricht worden door de diensten boven de grenzen van hun contingent, het voorwerp uitmaken van de subsidies die in de artikelen 341, 343 en 344 van voormeld Wetboek zijn voorzien. De verhoging van het aantal uren dat overeenkomstig artikel 3 wordt toegekend, mag niet in aanmerking worden genomen in het kader van de toepassing van artikel 338.]1
Art.4/1.[1 Par dérogation à l'article 338 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, et dans la mesure où les crédits disponibles le permettent, seules les activités réellement effectuées par les services au-delà des limites de leur contingent en [2 2020, 2021 et 2022]2 peuvent faire l'objet des subventions fixées aux articles 341, 343 et 344 du Code précité. La majoration d'heures accordée en vertu de l'article 3 ne peut être prise en considération dans le cadre de l'application de l'article 338.]1
Afdeling 2. - Maatregelen met betrekking tot diensten die worden gefinancierd door middel van een revalidatieovereenkomst bedoeld in artikel 1, 6°, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid
Section 2. - Mesures relatives aux services financés par le biais d'une convention de revalidation visée à l'article 1er, 6°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé
Art. 5. In afwijking van de bepalingen van de revalidatieovereenkomsten bedoeld in artikel 1, 6°, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, indien de aldus geconventioneerde dienst zijn activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de crisis van COVID-19 en in de loop van de maand een aantal prestatie heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze dienst gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 en tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, het verschil tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1 aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
[2 In afwijking van het eerste lid zijn de diensten die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten na 1 maart 2020 gemachtigd om, tot de door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie vastgestelde datum, het verschil tussen het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand, die maandelijks berekend worden, en het aantal daadwerkelijk forfaitaire bedragen tijdens de betrokken maand, aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren. Het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand wordt verkregen door de maximale jaarlijkse capaciteit te delen door 12 en dit resultaat te vermenigvuldigen met het gemiddelde immunisatiepercentage dat in de diensten van dezelfde categorie wordt toegepast. Deze maximale jaarlijkse capaciteit wordt berekend met inachtneming van het personeel dat gedurende de betrokken periode daadwerkelijk in dienst is. Dit lid is niet van toepassing op overeenkomsten met het oog op de financiering van de pluridisciplinaire evaluatie in het kader van de nomenclatuur voor mobiliteitsbijstand (overeenkomsten van het type 790)]2
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
[2 In afwijking van het eerste lid zijn de diensten die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten na 1 maart 2020 gemachtigd om, tot de door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie vastgestelde datum, het verschil tussen het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand, die maandelijks berekend worden, en het aantal daadwerkelijk forfaitaire bedragen tijdens de betrokken maand, aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren. Het aantal theoretisch verschuldigde forfaitaire bedragen op grond van het personeelsbestand wordt verkregen door de maximale jaarlijkse capaciteit te delen door 12 en dit resultaat te vermenigvuldigen met het gemiddelde immunisatiepercentage dat in de diensten van dezelfde categorie wordt toegepast. Deze maximale jaarlijkse capaciteit wordt berekend met inachtneming van het personeel dat gedurende de betrokken periode daadwerkelijk in dienst is. Dit lid is niet van toepassing op overeenkomsten met het oog op de financiering van de pluridisciplinaire evaluatie in het kader van de nomenclatuur voor mobiliteitsbijstand (overeenkomsten van het type 790)]2
Art. 5. Par dérogation aux dispositions prévues par les conventions de revalidation visées à l'article 1er, 6°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé, si le service ainsi conventionné a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, ce service est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
[2 Par dérogation au premier alinéa, les services bénéficiant d'une convention de revalidation conclue après le 1er mars 2020 sont autorisés à facturer aux organismes assureurs wallons et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé, calculé mensuellement, et le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné. Le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé est obtenu en divisant la capacité maximale annuelle par 12 et en multipliant ce résultat par le taux d'immunisation moyen appliqué dans les services de même catégorie. Cette capacité maximale annuelle est calculée en tenant compte du personnel réellement occupé par le service pendant la période concernée. Cet alinéa ne s'applique pas aux conventions visant à financer l'évaluation multidisciplinaire dans le cadre de la nomenclature des aides à la mobilité (conventions de type 790) ]2.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
[2 Par dérogation au premier alinéa, les services bénéficiant d'une convention de revalidation conclue après le 1er mars 2020 sont autorisés à facturer aux organismes assureurs wallons et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé, calculé mensuellement, et le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné. Le nombre de forfaits théoriquement dus en fonction du niveau de personnel occupé est obtenu en divisant la capacité maximale annuelle par 12 et en multipliant ce résultat par le taux d'immunisation moyen appliqué dans les services de même catégorie. Cette capacité maximale annuelle est calculée en tenant compte du personnel réellement occupé par le service pendant la période concernée. Cet alinéa ne s'applique pas aux conventions visant à financer l'évaluation multidisciplinaire dans le cadre de la nomenclature des aides à la mobilité (conventions de type 790) ]2.
Art. 6. § 1. In afwijking van de bepalingen van de revalidatieovereenkomsten bedoeld in artikel 1, 6°, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en meer in het bijzonder de overeenkomsten gesloten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, kunnen de vergaderingen of bezoeken bedoeld in artikel 8, § 3, onder a) en b), van deze overeenkomsten die op afstand worden uitgevoerd in de periode vanaf 1 maart 2020 en tot de datum bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid, worden gefactureerd aan de Waalse verzekeringsinstellingen.
§ 2 In afwijking van artikel 8, § 5, tweede lid, van de in § 1 genoemde overeenkomsten is het maximumaantal forfaits dat alleen voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 8, § 3, onder c, [1 voor de jaren 2020 en 2021 niet van toepassing]1.
§ 2 In afwijking van artikel 8, § 5, tweede lid, van de in § 1 genoemde overeenkomsten is het maximumaantal forfaits dat alleen voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 8, § 3, onder c, [1 voor de jaren 2020 en 2021 niet van toepassing]1.
Modifications
Art. 6. § 1er. Par dérogation aux dispositions prévues par les conventions de revalidation visées à l'article 1er, 6°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé et, plus particulièrement, par les conventions conclues avec les équipes d'accompagnement multidisciplinaire de soins palliatifs, les réunions ou visites visées à l'article 8, § 3, a) et b), de ces conventions ayant été réalisées à distance durant la période du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie la Ministre de la Santé et de l'Action sociale peuvent être facturées aux organismes assureurs wallons.
§ 2. Par dérogation à l'article 8, § 5, deuxième alinéa, des conventions visées au § 1er, le plafond de nombre de forfaits répondant uniquement aux conditions visées par l'article 8, § 3, c), [1 ne s'applique pas pour les années 2020 et 2021]1.
§ 2. Par dérogation à l'article 8, § 5, deuxième alinéa, des conventions visées au § 1er, le plafond de nombre de forfaits répondant uniquement aux conditions visées par l'article 8, § 3, c), [1 ne s'applique pas pour les années 2020 et 2021]1.
Modifications
Afdeling 3. - Maatregelen betreffende de rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra
Section 3. - Mesures relatives aux maisons de repos et maisons de repos et de soins et centres de soins de jour
Art. 7. In afwijking van de bepalingen van de gewestelijke overeenkomst gesloten tussen de Waalse verzekeringsinstellingen en de rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra, indien de aldus geconventioneerde inrichting haar activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de COVID-19-crisis en in de loop van de maand een aantal prestaties heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze inrichting gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, aan de Waalse verzekeringsinstellingen het verschil te factureren tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
[1 Voor de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de wijzigingen van de capaciteit tussen de referentiemaand 2019 en de betrokken maand.]1
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
[1 Voor de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de wijzigingen van de capaciteit tussen de referentiemaand 2019 en de betrokken maand.]1
Modifications
Art. 7. Par dérogation aux dispositions de la convention régionale conclue entre les organismes assureurs wallons et les maisons de repos et maisons de repos et de soins et centres de soins de jour, si l'établissement ainsi conventionné a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, cet établissement est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur ait renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, il est tenu compte des modifications de capacité survenues entre le mois de référence de l'année 2019 et le mois concerné.]1
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur ait renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, il est tenu compte des modifications de capacité survenues entre le mois de référence de l'année 2019 et le mois concerné.]1
Modifications
Art. 8. In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, wordt de periode van de gezondheidscrisis van COVID-19 geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitair bedrag van de dagverzorgingscentra voor het jaar 2021
De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag dat in 2021 van toepassing is, worden vastgesteld door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag dat in 2021 van toepassing is, worden vastgesteld door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Art. 8. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour, la période de crise sanitaire du COVID-19 est neutralisée pour le calcul du forfait des centres de soins de jour pour l'année 2021.
Les modalités de calcul du forfait applicable en 2021 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de calcul du forfait applicable en 2021 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Art. 9. In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, wordt de periode van gezondheidscrisis Covid-19 geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag [1 van de rustoorden en de rust- en verzorgingstehuizen]1 voor het jaar 2021.
De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2021 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2021 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Modifications
Art. 9. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, la période de crise sanitaire du COVID-19 est neutralisée pour le calcul du forfait [1 des maisons de repos et maisons de repos et de soins]1 pour l'année 2021.
Les modalités de calcul du forfait applicable en 2021 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de calcul du forfait applicable en 2021 sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Art. 10. In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft, wordt de periode van gezondheidscrisis Covid-19 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "eindeloopbaan" die verschuldigd zijn voor de referentieperiode van 1 juli 2019 tot 30 juni 2020.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Art. 10. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière, la période de crise sanitaire du COVID-19 est neutralisée pour le calcul des subventions " fin de carrière " dues pour la période de référence du 1er juillet 2019 au 30 juin 2020.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Art. 11. In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft, wordt de periode van gezondheidscrisis Covid-19 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "derde luik" die verschuldigd zijn voor de referentieperiode van 1 juli 2019 tot 30 juni 2020.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.
Art. 11. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté royal du 17 août 2007 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes, l'augmentation des rémunérations et la création d'emplois dans certaines institutions de soins, la période de crise sanitaire du COVID-19 est neutralisée pour le calcul des subventions " 3ème volet " dues pour la période de référence du 1er juillet 2019 au 30 juin 2020.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Les modalités de cette neutralisation sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Art. 12. In afwijking van artikel 1502 van het reglementair deel van het Waals Wetboek van sociale actie en gezondheid, mag het dagverzorgingscentrum, om in aanmerking te komen voor de subsidie van vijf euro per dag en per dag aanwezigheid, voor elke maand een aantal dagen aanwezigheid aangeven dat gelijk is aan het aantal dagen werkelijke aanwezigheid van de bewoners in dezelfde maand in 2019, zelfs als de bewoners niet aanwezig waren. Deze afwijkende maatregel is van toepassing vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Art. 12. Par dérogation à l'article 1502 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, afin de bénéficier de la subvention de cinq euros par jour et par jour de présence, le centre d'accueil de jour est autorisé à déclarer pour chaque mois, un nombre de jour de présence équivalent au nombre de jours de présence effectifs des résidents au cours de ce même mois en 2019 et ce, même si les résidents n'étaient pas présents. Cette mesure dérogatoire est applicable à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Afdeling 4. - Maatregelen betreffende de psychiatrische verzorgingstehuizen
Section 4. - Mesures relatives aux maisons de soins psychiatriques
Art. 13. In afwijking van de bepalingen van de gewestelijke overeenkomst gesloten tussen de Waalse verzekeringsinstellingen en de psychiatrische verzorgingstehuizen, indien de aldus geconventioneerde inrichting haar activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de COVID-19-crisis en in de loop van de maand een aantal prestaties heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze inrichting gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, aan de Waalse verzekeringsinstellingen het verschil te factureren tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Modifications
Art. 13. Par dérogation aux dispositions de la convention régionale conclue entre les organismes assureurs wallons et les maisons de soins psychiatriques, si l'établissement ainsi conventionné a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, cet établissement est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Modifications
Afdeling 5. - Maatregelen betreffende de initiatieven voor beschut wonen
Section 5. - Mesures relatives aux initiatives d'habitation protégées
Art. 14. In afwijking van de bepalingen van de gewestelijke overeenkomst gesloten tussen de Waalse verzekeringsinstellingen en de initiatieven voor beschut wonen, indien de aldus geconventioneerde inrichting haar activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de COVID-19-crisis en in de loop van de maand een aantal prestaties heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze inrichting gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, aan de Waalse verzekeringsinstellingen het verschil te factureren tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Modifications
Art. 14. Par dérogation aux dispositions de la convention régionale conclue entre les organismes assureurs wallons et les initiatives d'habitation protégées, si l'établissement ainsi conventionné a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, cet établissement est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Modifications
Afdeling 6. - Maatregelen betreffende de geïntegreerde diensten voor thuishulp en -verzorging
Section 6. - Mesures relatives aux services intégrés d'aide et de soins à domicile
Art. 15. In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 18 november 2005 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, indien de geïntegreerde dienst voor thuishulp en -verzorging zijn activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de COVID-19-crisis en in de loop van de maand een aantal prestaties heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze dienst gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, aan de Waalse verzekeringsinstellingen het verschil te factureren tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Modifications
Art. 15. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 18 novembre 2005 fixant le montant et les conditions dans lesquelles une intervention peut être accordée pour les prestations définies à l'article 34, alinéa 1er, 13°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, si le service intégré de soins à domicile a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, ce service est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Modifications
Art. 16. In afwijking van de bepalingen van het bovengenoemd ministerieel besluit van 18 november 2005, mogen de diensten verleend vanop afstand in de periode van 1 maart 2020 tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum aan de Waalse verzekeringsinstellingen gefactureerd worden.
Art. 16. Par dérogation aux dispositions de l'arrêté ministériel du 18 novembre 2005 susvisé, les prestations ayant été réalisées à distance durant la période du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale peuvent être facturées aux organismes assureurs wallons.
Afdeling 7. - Maatregelen betreffende het overleg rond de psychiatrische patiënt
Section 7. - Mesures relatives à la concertation autour du patient psychiatrique
Art. 17. In afwijking van de bepalingen in de overeenkomsten in verband met de financiering van het overleg rond de psychiatrische patiënt bedoeld in artikel 43/7, 7°, van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, indien de aldus geconventioneerde dienst zijn activiteiten heeft zien afnemen als gevolg van de crisis van COVID-19 en in de loop van de maand een aantal prestatie heeft verricht die lager zijn dan de prestaties die in dezelfde maand in 2019 zijn verricht, is deze dienst gemachtigd om voor elke maand, vanaf 1 maart 2020 en tot de door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid bepaalde datum, het verschil tussen het aantal gefactureerde forfaits voor die maand in 2019 en [1 het aantal daadwerkelijk uitgevoerde forfaits voor de betrokken maand]1 aan de Waalse verzekeringsinstellingen te factureren.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Het voordeel van deze afwijking is afhankelijk van het feit dat de werkgever heeft afgezien van het plaatsen van zijn personeel op tijdelijke werkloosheid gedurende de betrokken periode.
Modifications
Art. 17. Par dérogation aux dispositions prévues par les conventions relatives au financement de la concertation autour d'un patient psychiatrique visées à l'article 43/7, 7°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé, si le service ainsi conventionné a vu ses activités diminuer à cause de la crise du COVID-19 et a réalisé, sur le mois, un nombre de prestations inférieur aux prestations réalisées au cours de ce même mois en 2019, ce service est autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre de forfaits facturés sur ce mois en 2019 et [1 le nombre de forfaits effectivement réalisés sur le mois concerné]1.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Le bénéfice de cette dérogation est conditionné au fait que l'employeur a renoncé à mettre son personnel au chômage temporaire pendant la période concernée.
Modifications
Art. 18. In afwijking van de bepalingen bedoeld bij de overeenkomsten betreffende de financiering van het overleg rond een psychiatrische patiënt bedoeld in artikel 43/7, 7°, van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, kunnen de verstrekkingen die tussen 1 maart 2020 tot de datum bepaald door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie op afstand worden uitgevoerd, aan de Waalse verzekeringsinstellingen aangerekend worden.
Art. 18. Par dérogation aux dispositions prévues par les conventions relatives au financement de la concertation autour d'un patient psychiatrique visées à l'article 43/7, 7°, du Code wallon de l'action sociale et de la santé, les prestations ayant été réalisées à distance durant la période du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale peuvent être facturées aux organismes assureurs wallons.
Afdeling 8. - Maatregelen betreffende verstrekkingen voor tabaksontwenning
Section 8. - Mesures relatives aux prestations de sevrage tabagique
Art. 19. In afwijking van de bepalingen bedoeld bij het koninklijk besluit van 31 augustus 2009 inzake de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de hulp bij tabaksontwenning, kunnen de verstrekkingen die tussen 1 maart 2020 tot de datum bepaald door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie op afstand worden uitgevoerd, aan de Waalse verzekeringsinstellingen aangerekend worden.
Art. 19. Par dérogation aux dispositions prévues par l'arrêté royal du 31 août 2009 relatif à l'intervention de l'assurance soins de santé et indemnités pour l'assistance au sevrage tabagique, les prestations ayant été réalisées à distance durant la période du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale peuvent être facturées aux organismes assureurs wallons.
Afdeling 9. - Maatregelen betreffende geïntegreerde gezondheidsverenigingen
Section 9. - Mesures relatives aux associations de santé intégrée
Art. 20. In afwijking van de artikelen 1553 tot 1558 van het regelgevend Deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, zal de berekening van de aan de geïntegreerde gezondheidsvereniging [1 voor de jaren 2021 en 2022]1, indien de activiteitsparameters van de geïntegreerde gezondheidsvereniging lager zijn dan de activiteitsparameters voor het jaar 2019 wegens de maatregelen met betrekking tot de gezondheidscrisis COVID-19, verschuldigde subsidies, worden uitgevoerd op basis van de activiteitsparameters van 2019.
Modifications
Art. 20. Par dérogation aux articles 1553 à 1558 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, dans le cas où les paramètres d'activités de l'association de santé intégrée seraient inférieurs aux paramètres d'activité de l'année 2019 en raison des mesures liées à crise sanitaire du COVID-19, le calcul des subventions dues à l'association de santé intégrée [1 pour les années 2020 et 2021, liquidées respectivement en 2021 et 2022]1 sera effectué sur base des paramètres d'activité de l'année 2019.
Modifications
Art.20/1. [1 § 1. Indien de werkelijke activiteitenparameters voor het betrokken jaar lager zijn dan de activiteitenparameters voor het jaar 2019 als gevolg van de maatregelen in verband met de gezondheidscrisis COVID-19, komen de subsidies waarop de in 2019 opgerichte geïntegreerde gezondheidsverenigingen voor de jaren 2020 en 2021 recht hebben en die in respectievelijk 2021 en 2022 worden uitbetaald, overeen met het geïndexeerde bedrag van de subsidie waarop de geïntegreerde gezondheidsvereniging in 2019 recht had, met uitzondering van de in artikel 1553/1 bedoelde installatiepremie.
§ 2. De subsidies voor 2020 en 2021 waarop de in 2020 opgerichte geïntegreerde gezondheidsverenigingen recht hebben, en die respectievelijk in 2021 en 2022 worden uitbetaald, komen overeen met het geïndexeerde bedrag van de subsidie waarop de geïntegreerde gezondheidsvereniging in 2020 recht had, met uitzondering van de in artikel 1553/1 bedoelde installatiepremie.]1
§ 2. De subsidies voor 2020 en 2021 waarop de in 2020 opgerichte geïntegreerde gezondheidsverenigingen recht hebben, en die respectievelijk in 2021 en 2022 worden uitbetaald, komen overeen met het geïndexeerde bedrag van de subsidie waarop de geïntegreerde gezondheidsvereniging in 2020 recht had, met uitzondering van de in artikel 1553/1 bedoelde installatiepremie.]1
Art.20/1. [1 § 1er. Dans le cas où les paramètres d'activités réels pour l'année concernée sont inférieurs aux paramètres d'activité de l'année 2019 en raison des mesures liées à crise sanitaire du COVID-19, les subventions auxquelles peuvent prétendre les associations de santé intégrées créées en 2019 pour les années 2020 et 2021, et qui sont liquidées respectivement en 2021 et 2022, correspondent au montant indexé de la subvention à laquelle a pu prétendre l'association de santé intégrée en 2019, hors prime d'installation visée à l'article 1553/1.
§ 2. Les subventions 2020 et 2021 auxquelles peuvent prétendre les associations de santé intégrées créées en 2020, et qui sont liquidées respectivement en 2021 et 2022, correspondent au montant indexé de la subvention à laquelle a pu prétendre l'association de santé intégrée en 2020, en dehors de la prime d'installation visée à l'article 1553/1.]1
§ 2. Les subventions 2020 et 2021 auxquelles peuvent prétendre les associations de santé intégrées créées en 2020, et qui sont liquidées respectivement en 2021 et 2022, correspondent au montant indexé de la subvention à laquelle a pu prétendre l'association de santé intégrée en 2020, en dehors de la prime d'installation visée à l'article 1553/1.]1
Afdeling 10. - Maatregelen betreffende de centra voor zorgcoördinatie en thuisverzorging
Section 10. - Mesures relatives aux centres de coordination de soins à domicile
Art. 21. In afwijking van artikel 1595/1 van het regelgevend Deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, wordt het variabele gedeelte van de subsidie bedoeld in artikel 469, vijfde lid, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid berekend, wat betreft de vaststelling van de subsidie voor de coördinatiecentra voor thuiszorg in 2021, naar rato van de activiteiten die door de centra buiten de crisisperiode worden uitgevoerd, d.w.z. op de activiteiten die van januari 2020 tot februari 2020 en van juli 2020 tot december 2020 worden uitgevoerd.
Art. 21. Par dérogation à l'article 1595/1 du Code réglementaire wallon de l'action sociale et de la santé, la partie variable de la subvention visée à l'article 469, alinéa 5, du Code wallon de l'action sociale et de la santé est calculée, pour la détermination de la subvention octroyée en 2021 pour les centres de coordination de soins à domicile, au prorata des activités effectuées par les centres en dehors de la période de crise, c'est-à-dire sur les activités effectuées de janvier 2020 à février 2020 inclus et de juillet 2020 à décembre 2020.
Afdeling 11. - Maatregelen met betrekking tot de verblijfkosten van de door het Waalse Gewest erkende ziekenhuizen
Section 11. - Mesures relatives au prix d'hébergement des établissements hospitaliers agréés par la Région wallonne
Art. 22. In afwijking van de gewestelijke overeenkomst gesloten tussen de ziekenhuizen en de Waalse verzekeringsinstellingen en van het besluit van de Waalse Regering van 20 juli 2017 tot uitvoering van het decreet van 9 maart 2017 betreffende de verblijfkosten en de financiering van sommige apparaten van de zware medisch-technische diensten in ziekenhuizen, zoals gewijzigd bij het besluit van 21 juni 2018, zal een ziekenhuis dat zijn activiteiten tijdens de COVID-19-crisis heeft zien afnemen, toestemming krijgen om vanaf 1 maart 2020 tot de door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie vastgestelde datum, voor elke maand het verschil tussen het maandelijkse gemiddelde aantal forfaits "verblijfkosten" berekend op basis van de facturatiegegevens van 2019 en [1 het aantal forfaits "verblijfkosten" dat in de betrokken maand daadwerkelijk is gemaakt]1, aan te rekenen aan de Waalse verzekeringsinstellingen. De crisisperiode zal overigens worden geneutraliseerd in het kader van de berekening van de factureerbare verblijfkosten voor de periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2022 van deze instellingen. De technische modaliteiten betreffende deze bepalingen worden door vastgesteld door de Minister van Gezondheid en Sociale Actie.
Modifications
Art. 22. Par dérogation à la convention régionale conclue entre les hôpitaux et les organismes assureurs wallons et à l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 juillet 2017 portant exécution du décret du 9 mars 2017 relatif au prix d'hébergement et au financement de certains appareillages médico-techniques lourds en hôpital, tel que modifié par l'arrêté du 21 juin 2018, un établissement hospitalier qui a vu ses activités diminuer durant la crise du COVID-19 sera autorisé à facturer aux organismes assureurs wallons pour chaque mois, à partir du 1er mars 2020 et jusqu'à la date définie par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale, la différence entre le nombre moyen mensuel de forfaits " prix d'hébergement " calculé sur base des données de facturation de l'année 2019 et [1 le nombre de forfaits " prix d'hébergement " effectivement réalisés sur le mois concerné]1. La période de crise sera par ailleurs neutralisée dans le cadre du calcul du prix d'hébergement facturable pour la période du 1er juillet 2021 au 30 juin 2022 de ces établissements. Les modalités techniques relatives à ces dispositions sont fixées par la Ministre de la Santé et de l'Action sociale.
Modifications
Afdeling 12. - Algemene bepaling
Section 12. - Disposition générale
Art. 23. Voor de toepassing van dit besluit en voor elke bepaling, genomen inzake subsidiëring, mag het bedrag van de subsidie geenszins hoger zijn dan de daadwekelijk door de begunstigde gedragen kostprijs, voor hetgeen gesubsidieerd wordt.
Art. 23. Pour l'application du présent arrêté et pour chacune des dispositions prises en matière de subventionnement, le montant de la subvention ne peut en aucun cas être supérieur au coût effectivement supporté par le bénéficiaire, pour ce qui est subventionné.
Art.23/1. [1 De Minister van Gezondheid en Sociale Actie zorgt voor de controle op de toepassing van de vrijstellingsmaatregelen.]1
Art.23/1. [1 Le Ministre de la santé et de l'action sociale prévoit les modalités de contrôle liées à l'application des mesures d'immunisation.]1
Afdeling 13. - Slotbepalingen
Section 13. - Dispositions finales
Art. 24. Dit besluit heeft uitwerking op 1 maart 2020.
Art. 24. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mars 2020.
Art. 25. Na afloop van de bijzondere machten, door het Waals Parlement toegekend, zullen de bevestigde bepalingen opnieuw, opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen kunnen worden door de Waalse Regering indien tenminste daartoe een materiële rechtsgrond voorhanden is.
Art. 25. A l'issue des pouvoirs spéciaux octroyés par le Parlement wallon, les dispositions confirmées pourront de nouveau être abrogées, complétées, modifiées ou remplacées par le Gouvernement wallon, du moins dans la mesure où un fondement juridique matériel existe à cet effet.
Art. 26. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. La Ministre de la Santé et de l'Action sociale est chargée de l'exécution du présent arrêté.