Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 JULI 2020. - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-08-2020 en tekstbijwerking tot 30-12-2021)
Titre
31 JUILLET 2020. - Loi portant dispositions urgentes diverses en matière de justice(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-08-2020 et mise à jour au 30-12-2021)
Informations sur le document
Numac: 2020015282
Datum: 2020-07-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020015282
Date: 2020-07-31
Moniteur: Voir
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 2. - Modernisering van de burgerlijke... Afdeling 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk We... Afdeling 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk ... Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek interna... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 15 decem... Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 18 jun... Afdeling 6. - Overgangsbepalingen Afdeling 7. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Burgerlijk Wet... HOOFDSTUK 4. - Reparaties naar aanleiding van a... Afdeling 1. - Dwangsom in geval van aanhoudende... Afdeling 2. - Wijziging van de geldigheidsduur ... Afdeling 3. - Beroepsprocedure inzake frauduleu... Afdeling 4. - Vereiste meerderheid bij afbraak ... Afdeling 5. - Begrotingsfonds voor de juridisch... HOOFDSTUK 5. - Opleiding met betrekking tot sek... Afdeling 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk ... Afdeling 2. - Overgangsbepaling HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wetgeving betre... Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 nov... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 dec... Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 10 aug... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 decem... Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 12 maa... Afdeling 6. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 7. - Voortdurende evaluatie van hange... Afdeling 1. - Wijziging van het Gerechtelijk We... Afdeling 2. - Overgangsbepaling Afdeling 3. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 8. - Authentieke bron met daarin de i... HOOFDSTUK 9. - Betekeningen aan de procureur de... Afdeling 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk ... Afdeling 2. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 10. - Uitstel van inwerkingtreding va... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 16 maa... HOOFDSTUK 12. - Wijziging inzake het authentiek... HOOFDSTUK 13. - Aanpassingen aangaande de macht... HOOFDSTUK 14. - Geavanceerde elektronische zege... HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen inzake gerechtskosten Afdeling 1. - Bekrachtiging van het besluit gen... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 23 maa... Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek van Str... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 4 februa... Afdeling 5. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 16. - Uitstel van de inwerkingtreding... Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 17 mei 2... Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 5 mei 20... Afdeling 3. - Bepaling met betrekking tot de ve... HOOFDSTUK 17. - Plaats van de terechtzittingen ... HOOFDSTUK 18. - Zittingen via videoconferentie ... Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 1 august... Afdeling 2. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het Wetboek der...
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Disposition générale CHAPITRE 2. - Modernisation de l'Etat civil Section 1re. - Modifications du Code civil Section 2. - Modifications du Code judiciaire Section 3. - Modification du Code de droit inte... Section 4. - Modification de la loi du 15 décem... Section 5. - Modifications de la loi du 18 juin... Section 6. - Dispositions transitoires Section 7. - Entrée en vigueur CHAPITRE 3. - Modification du Code civil en mat... CHAPITRE 4. - Réparations suite aux arrêts de l... Section 1re. - Astreinte en cas de non-exécutio... Section 2. - Modification de la durée des mesur... Section 3. - Procédure d'appel en matière de re... Section 4. - Majorité requise pour la démolitio... Section 5. - Fonds budgétaire relatif à l'aide ... CHAPITRE 5. - Formation en matière de violences... Section 1re. - Modifications du Code judiciaire Section 2. - Disposition transitoire CHAPITRE 6. - Modification de la législation re... Section 1re. - Modifications de la loi du 29 no... Section 2. - Modifications de la loi du 14 déce... Section 3. - Modifications de la loi du 10 août... Section 4. - Modification de la loi du 20 décem... Section 5. - Modifications de la loi du 12 mars... Section 6. - Entrée en vigueur CHAPITRE 7. - Evaluation permanente des affaire... Section 1re. - Modification du Code judiciaire Section 2. - Disposition transitoire Section 3. - Entrée en vigueur CHAPITRE 8. - Source authentique contenant les ... CHAPITRE 9. - Significations au procureur du Roi Section 1re. - Modifications du Code judiciaire Section 2. - Entrée en vigueur CHAPITRE 10. - Report de l'entrée en vigueur de... CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 16 mar... CHAPITRE 12. - Modification relative au testame... CHAPITRE 13. - Adaptations relatives à l'autori... CHAPITRE 14. - Cachet électronique avancé pour ... CHAPITRE 15. - Modifications concernant les fra... Section 1re. - Confirmation de l'arrêté pris en... Section 2. - Modifications de la loi du 23 mars... Section 3. - Modification du Code d'Instruction... Section 4. - Modification de la loi du 4 févrie... Section 5. - Entrée en vigueur CHAPITRE 16. - Report de l'entrée en vigueur de... Section 1re. . - Modification de la loi du 17 m... Section 2. - Modification de la loi du 5 mai 20... Section 3. - Disposition relative au remplaceme... CHAPITRE 17. - Lieu des audiences des cours d'a... CHAPITRE 18. - Audiences par vidéoconférence po... Section 1re. . - Modification de la loi du 1er ... Section 2. - Entrée en vigueur CHAPITRE 19. - Modifications du Code des droits...
Tekst (169)
Texte (169)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Modernisering van de burgerlijke stand
CHAPITRE 2. - Modernisation de l'Etat civil
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Section 1re. - Modifications du Code civil
Art. 2. In artikel 9 van boek I, titel II, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en het indienen van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 35, § 1, tweede lid" ingevoegd tussen de woorden "en uittreksels ervan" en de woorden ", een speciale schriftelijke machtiging";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "Deze machtiging is niet mogelijk voor :
  1° de opmaak van de akte van huwelijk, in toepassing van artikel 165/1, eerste lid;
  2° de opmaak van de akte van nietigverklaring in toepassing van artikel 34/1.".
Art. 2. A l'article 9 du livre Ier, titre II, du Code civil, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par les mots " et l'introduction d'une requête visée à l'article 35, § 1er, alinéa 2 " ;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Cette autorisation n'est pas possible pour :
  1° l'établissement de l'acte de mariage en application de l'article 165/1, alinéa 1er ;
  2° l'établissement de l'acte d'annulation en application de l'article 34/1. ".
Art. 3. Het opschrift van boek I, titel II, hoofdstuk 1, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Afdeling 6. Wijzigingen van akten van de burgerlijke stand".
Art. 3. L'intitulé du livre 1er, titre II, chapitre 1er, section 6, du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Section 6. Des modifications des actes de l'état civil ".
Art. 4. In artikel 31 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, derde lid, punt 2°, a), wordt aangevuld met de woorden "of de nietigverklaring van een erkenning";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte of akten van de burgerlijke stand verbetert overeenkomstig artikel 33 of een akte wijzigt op basis van een andere akte of van een aangifte maakt onmiddellijk de gewijzigde akte of akten op.
  De gewijzigde akte maakt hier melding van.
  De DABS notificeert elke verbetering of wijziging van een akte bedoeld in het eerste lid aan de bevoegde procureur des Konings.".
Art. 4. A l'article 31 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 3, 2°, a), est complété par les mots " ou de l'annulation d'une reconnaissance " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. L'officier de l'état civil compétent qui rectifie un ou des actes de l'état civil conformément à l'article 33 ou modifie un acte sur base d'un autre acte ou d'une déclaration, établit immédiatement le ou les actes modifiés.
  L'acte modifié en fait mention.
  La BAEC notifie au procureur du Roi compétent toute rectification ou modification d'un acte visé à l'alinéa 1er. ".
Art. 5. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "330/3, § 2, derde lid," en de woorden "en § 6, tweede lid," opgeheven;
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
  "5° in het geval van een nietigverklaring: de gegevens bedoeld in artikel 66.".
Art. 5. A l'article 32 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " 330/3, § 2, alinéa 3, " et les mots " et § 6, alinéa 2, " sont abrogés ;
  2° le paragraphe 2 est complété par le 5° rédigé comme suit :
  " 5° dans le cas d'une annulation : les données visées à l'article 66. ".
Art. 6. Artikel 34 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. § 1. Een materiële vergissing houdt in dat een ambtenaar van de burgerlijke stand, bij de opmaak of wijziging van een akte van de burgerlijke stand, bij vergissing een gegeven heeft opgenomen in deze akte dat niet volledig overeenstemt met de vermelding van dit gegeven op de authentieke akten of officiële attesten die hij op dat ogenblik in zijn bezit had.
  Onder een materiële vergissing wordt verstaan :
  1° een schrijf- of typfout in namen en voornamen, of een verwisseling tussen beide;
  2° een schrijf- of typfout in datum, plaats of uur van het rechtsfeit of de rechtshandeling die de akte vaststelt;
  3° de verwisseling van personen vermeld in de akte;
  4° het ontbreken van voornamen of delen van een naam van een persoon in een andere akte van de burgerlijke stand dan de akte van geboorte van de betrokkene, die wel voorkomen in de akte van geboorte van de betrokkene;
  5° de vermelding van foutieve diakritische gegevens;
  6° een fout in of het ontbreken van de gegevens van een getuige in de akte van huwelijk;
  7° het foutief of niet overnemen in een akte van de burgerlijke stand van bepaalde gegevens vermeld in de authentieke akten of officiële attesten die bij het opmaken van de akte werden voorgelegd.
  De DABS notificeert elke verbetering van een akte volgens artikel 33 aan de bevoegde procureur des Konings.
  § 2. De gevallen vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden, naar analogie, beschouwd als materiële vergissing, indien ze worden vastgesteld in een proces-verbaal als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 45, 47, 55, § 2, en 57.
  Het verbeterde proces-verbaal wordt als bijlage in de DABS opgenomen.
  § 3. Worden ook beschouwd als materiële vergissingen : fouten in een akte van de burgerlijke stand gebaseerd op een medisch attest als bedoeld in de artikelen 42, 48, 55, § 1, en 58.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de akte van de burgerlijke stand verbeteren voor zover het medisch attest werd verbeterd door de arts of vroedvrouw.
  Het verbeterde medisch attest wordt als bijlage in de DABS opgenomen.".
Art. 6. L'article 34 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, remplacé par la loi du 18 juin 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34. § 1er. Une erreur matérielle implique que lors de l'établissement ou de la modification d'un acte de l'état civil, un officier de l'état civil a enregistré par erreur dans cet acte une donnée qui ne correspond pas entièrement à la mention de cette donnée sur les actes authentiques ou les attestations officielles dont il était en possession à ce moment-là.
  On entend par erreur matérielle :
  1° une faute d'orthographe ou une faute de frappe dans les noms et prénoms, ou la confusion des deux ;
  2° une faute d'orthographe ou une faute de frappe dans la date, le lieu ou l'heure du fait juridique ou de l'acte juridique établi par l'acte ;
  3° la confusion de personnes mentionnées dans l'acte ;
  4° l'absence de prénoms ou de parties du nom d'une personne dans un acte de l'état civil autre que l'acte de naissance de l'intéressé, alors que ces prénoms ou parties du nom figurent bel et bien dans son acte de naissance ;
  5° la mention de signes diacritiques erronés ;
  6° une erreur dans les données ou l'absence des données d'un témoin dans l'acte de mariage ;
  7° la reproduction erronée ou la non-reproduction dans un acte de l'état civil de certaines données mentionnées dans les actes authentiques ou attestations officielles ayant été produites lors de l'établissement de l'acte.
  La BAEC notifie toute rectification conformément à l'article 33 au procureur du Roi compétent.
  § 2. Les cas mentionnés dans le paragraphe 1er, alinéa 2, sont, par analogie, considérés comme des erreurs matérielles s'ils sont constatés dans un procès-verbal visé aux articles 14, alinéa 4, 45, 47, 55, § 2, et 57.
  Le procès-verbal rectifié est joint en annexe dans la BAEC.
  § 3. Sont également considérées comme des erreurs matérielles : des fautes dans un acte de l'état civil basées sur une attestation médicale visée aux articles 42, 48, 55, § 1er, et 58.
  L'officier de l'état civil peut rectifier l'acte pour autant que l'attestation médicale soit rectifiée par le médecin ou la sage-femme.
  L'attestation médicale rectifiée est jointe en annexe dans la BAEC. ".
Art. 7. Het opschrift van boek I, titel II, hoofdstuk 1, afdeling 8, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Afdeling 8. Verbetering en nietigverklaring van akten van de burgerlijke stand".
Art. 7. L'intitulé du livre 1er, titre II, chapitre 1er, section 8, du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Section 8. De la rectification et de l'annulation des actes de l'état civil ".
Art. 8. In boek I, titel II, hoofdstuk 1, afdeling 8, van hetzelfde Wetboek wordt tussen onderafdeling 1 en onderafdeling 2, die onderafdeling 3 wordt een onderafdeling ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling 2. Ambtshalve nietigverklaring van een akte door de ambtenaar van de burgerlijke stand".
Art. 8. Dans le livre Ier, titre II, chapitre 1er, section 8, du même Code, il est inséré entre la sous-section 1re et la sous-section 2, qui devient la sous-section 3, une sous-section intitulée :
  " Sous-section 2. Annulation d'office d'un acte par l'officier de l'état civil ".
Art. 9. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 34/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 34/1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van de burgerlijke stand heeft opgemaakt kan deze akte ambtshalve nietig verklaren, in de volgende gevallen :
  1° de akte heeft betrekking op een rechtsfeit dat of rechtshandeling die nooit heeft plaatsgevonden;
  2° de akte heeft betrekking op een rechterlijke of administratieve beslissing die nooit werd uitgesproken;
  3° de akte werd opgemaakt zonder dat aan de wettelijke vereiste voorwaarden hiervoor voldaan was;
  4° de ambtenaar van de burgerlijke stand was niet bevoegd of niet gemachtigd om de akte op te maken.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand kan in de gevallen bedoeld in het eerste lid ook een proces-verbaal als bedoeld in de artikelen 14, derde lid, 45, 47, 55, § 2, en 57 ambtshalve nietig verklaren.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand maakt onmiddellijk de akte van nietigverklaring op en verbindt deze met de akte van de burgerlijke stand waarop de nietigverklaring betrekking heeft en maakt, in voorkomend geval, de gewijzigde akte of akten van de burgerlijke stand op.
  De ambtshalve nietigverklaring is slechts mogelijk binnen een maand na de opmaak van de akte van de burgerlijke stand of van het proces-verbaal, en voor zover deze de rechtstoestand van de personen op wie de akte of het proces-verbaal betrekking heeft niet in gevaar brengt. Na verloop van deze termijn is artikel 35 van toepassing.
  De DABS notificeert elke ambtshalve nietigverklaring aan de bevoegde procureur des Konings.
  Het beheerscomité DABS, bedoeld in artikel 74, maakt jaarlijks een lijst op van het aantal akten dat ambtshalve werd vernietigd. Ze bezorgt deze lijst aan de minister van Justitie, voor 31 januari van het jaar volgend op het voorbije burgerlijke jaar. De minister van Justitie legt deze lijst neer in de Kamer van volksvertegenwoordigers.".
Art. 9. Dans la sous-section 2, insérée par l'article 6, il est inséré un article 34/1 rédigé comme suit :
  " Art. 34/1. L'officier de l'état civil qui a établi un acte de l'état civil peut annuler cet acte d'office dans les cas suivants :
  1° l'acte concerne un fait juridique ou un acte juridique qui n'a jamais eu lieu ;
  2° l'acte concerne une décision judiciaire ou administrative qui n'a jamais été prononcée ;
  3° l'acte a été établi sans qu'il soit satisfait aux conditions légales requises pour ce faire ;
  4° l'officier de l'état civil n'était pas compétent ou habilité pour établir l'acte.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, l'officier de l'état civil peut également annuler d'office un procès-verbal visé aux articles 14, alinéa 3, 45, 47, 55, § 2, et 57.
  L'officier de l'état civil compétent établit immédiatement l'acte d'annulation et l'associe à l'acte de l'état civil auquel l'annulation se rapporte, et établit, le cas échéant, l'acte ou les actes de l'état civil modifiés.
  L'annulation d'office n'est possible que dans le mois suivant l'établissement de l'acte de l'état civil ou du procès-verbal, et pour autant qu'elle ne compromette pas le statut juridique des personnes concernées par l'acte ou par le procès-verbal. Passé ce délai, l'article 35 est d'application.
  La BAEC notifie toute annulation d'office au procureur du Roi compétent.
  Le comité de gestion de la BAEC, visé à l'article 74, établit annuellement une liste du nombre d'actes annulés d'office. Il transmet cette liste au ministre de la Justice, avant le 31 janvier de l'année suivant l'année civile écoulée. Le ministre de la Justice dépose cette liste à la Chambre des représentants. ".
Art. 10. Het opschrift van boek I, titel II, hoofdstuk 1, afdeling 8, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Onderafdeling 3. Verbetering en nietigverklaring door de familierechtbank".
Art. 10. L'intitulé du livre 1er, titre II, chapitre 1er, section 8, sous-section 2, du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 3. De la rectification et de l'annulation par le tribunal de la famille ".
Art. 11. In artikel 35 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of laten nietig verklaren" ingevoegd tussen de woorden "laten verbeteren" en de woorden "of een ontbrekende akte";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 27" vervangen door de woorden "artikel 26";
  3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "ondertekend door hemzelf of een advocaat" ingevoegd tussen de woorden "een verzoekschrift" en de woorden "indienen bij de familierechtbank";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", voor de opmaak van de akte van nietigverklaring" ingevoegd tussen de woorden "de verbetering" en de woorden "of voor de opmaak";
  5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden ", de akten van nietigverklaring" ingevoegd tussen de woorden "de verbetering" en de woorden "of de vervangende akte";
  6° paragraaf 3, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "en verbindt deze, in voorkomend geval, met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking hebben".
Art. 11. A l'article 35 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " ou faire annuler un acte " sont insérés entre les mots " faire rectifier un acte " et les mots " ou faire suppléer " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " l'article 27 " sont remplacés par les mots " l'article 26 " ;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots ", signée par lui-même ou un avocat, " sont insérés entre les mots " une requête à cet effet " et les mots " auprès du tribunal de la famille " ;
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " à l'établissement de l'acte d'annulation " sont insérés entre les mots " à la section 6, " et les mots " ou à l'établissement " ;
  5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots ", l'acte d'annulation, " sont insérés entre les mots " la rectification " et les mots " ou établit l'acte supplétif " ;
  6° le paragraphe 3, alinéa 2, est complété par les mots " et associe ceux-ci, le cas échéant, aux actes de l'état civil auxquels ils se rapportent ".
Art. 12. In artikel 36 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de woorden "of gewijzigde" vervangen door ", gewijzigde of ambtshalve nietig verklaarde".
Art. 12. Dans l'article 36 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les mots " ou modifiés " sont remplacés par les mots ", modifiés ou annulés d'office ".
Art. 13. In artikel 54, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de woorden "en de plaats" ingevoegd tussen de woorden "datum" en "van het huwelijk".
Art. 13. Dans l'article 54, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les mots " et le lieu " sont insérés entre les mots " date " et " le mariage ".
Art. 14. In artikel 63 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  "1° in voorkomend geval, de datum van het verzoek;".
Art. 14. Dans l'article 63 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le cas échéant, la date de la demande ; ".
Art. 15. In artikel 64 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° het aktenummer van de Belgische huwelijksakte of, bij gebrek hieraan, de datum en plaats van het huwelijk;";
  2° de bepaling onder 2° wordt opgeheven.
Art. 15. A l'article 64 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le numéro d'acte de l'acte de mariage belge ou, à défaut, la date et le lieu de mariage ; " ;
  2° le 2° est abrogé.
Art. 16. Artikel 65 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
  "6° in geval van een adoptie geregeld in Titel VIII, hoofdstuk 1, de datum van het verzoekschrift.".
Art. 16. L'article 65 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, est complété par un 6° rédigé comme suit :
  " 6° lorsqu'il s'agit d'une adoption régie par le Titre VIII, chapitre 1er, la date de la requête. ".
Art. 17. In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "indien het een rechterlijke beslissing betreft," ingevoegd tussen de woorden "2° " en de woorden "de aard van het beschikkend gedeelte";
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende :
  "3° in geval van toepassing van artikel 34/1, de reden van de nietigverklaring van de akte.".
Art. 17. A l'article 66 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 2°, les mots " s'il s'agit d'une décision judiciaire, " sont insérés entre les mots " 2° " et les mots " la nature du dispositif " ;
  2° l'article est complété par un 3° rédigé comme suit :
  " 3° en cas d'application de l'article 34/1, la raison de l'annulation de l'acte. ".
Art. 18. In artikel 78 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aan gebracht :
  1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt :
  "5° de ambtenaren van de Directie I "Personenrecht en burgerlijke stand" van het Directoraat-Generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden van de Federale Overheidsdienst Justitie, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten;";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende :
  "8° de officieren aangeduid door de minister van Defensie of door de hiertoe gedelegeerde autoriteit, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten.";
  3° in het tweede lid worden de woorden "2° tot 5° " vervangen door de woorden "2° tot 5° en 8° ";
  4° in het tweede lid worden de woorden ", 7° en 8° " vervangen door de woorden "en 7° ";
  5° in het derde lid worden de woorden "tot 8° " vervangen door de woorden "tot 7° ".
Art. 18. A l'article 78 du même Code, remplacé par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° les fonctionnaires de la Direction I " Droit des personnes et de l'état civil " de la Direction Générale de la Législation et des Libertés et Droits fondamentaux du Service Public Fédéral Justice, dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales ; " ;
  2° l'alinéa 1er est complété par un 8° rédigé comme suit :
  " 8° les officiers désignés par le ministre de la Défense ou par l'autorité déléguée à cet effet, dans le cadre de l'exercice de leurs missions légales. " ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots " 2° à 5° " sont remplacés par les mots " 2° à 5° et au 8° " ;
  4° dans l'alinéa 2, les mots ", 7° et 8° " sont remplacés par les mots " et 7° " ;
  5° dans l'alinéa 3, les mots " à 8° " sont remplacés par les mots " à 7° ".
Art. 19. In artikel 330/3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 september 2017 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, worden het tweede en derde lid vervangen als volgt :
  "Wanneer de nietigheid van de erkenning is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing, stuurt de griffier onmiddellijk via de DABS de gegevens nodig voor de opmaak van de gewijzigde akte of akten van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen en, in voorkomend geval, van de akte van nietigverklaring van de erkenning, ten gevolge van de rechterlijke beslissing, naar de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand, met de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden ervan.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt op basis hiervan de akten van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen en maakt, in voorkomend geval, de akte van nietigverklaring van de erkenning op en verbindt deze met de akte van erkenning.".
Art. 19. Dans l'article 330/3, § 2, du même Code, inséré par la loi du 19 septembre 2017 et modifié par la loi du 18 juin 2018, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " Lorsque la nullité de la reconnaissance a été prononcée par une décision judiciaire coulée en force de chose jugée, le greffier transmet immédiatement, via la BAEC, à l'officier de l'état civil compétent les données nécessaires à l'établissement de l'acte ou des actes modifiés de l'état civil de l'enfant et de ses descendants et, le cas échéant, de l'acte d'annulation de la reconnaissance, à la suite de la décision judiciaire, en mentionnant le jour où elle a acquis force de chose jugée.
  L'officier de l'état civil compétent modifie les actes de l'état civil de l'enfant et de ses descendants sur cette base et, le cas échéant, établit l'acte d'annulation de la reconnaissance et l'associe à l'acte de reconnaissance. ".
Art. 20. In artikel 333, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987, worden de woorden "moet in afschrift worden meegedeeld aan het openbaar ministerie." vervangen door de woorden "wordt onmiddellijk door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder in afschrift meegedeeld aan het openbaar ministerie en de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken.".
Art. 20. Dans l'article 333, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 31 mars 1987, les mots " doit être communiqué, en copie, au ministère public. " sont remplacés par les mots " est immédiatement communiqué en copie par l'huissier de justice instrumentant, au ministère public et au greffier de la juridiction qui a prononcé la décision. ".
Art. 21. In artikel 370/7, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018, worden de woorden "akte van geboorte" vervangen door de woorden "akte van de burgerlijke stand".
Art. 21. Dans l'article 370/7, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 18 juin 2018, les mots " acte de naissance " sont remplacés par les mots " acte de l'état civil ".
Art. 22. In artikel 370/9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De artikelen 1025 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.";
  2° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "akte van geboorte" vervangen door de woorden "akte van de burgerlijke stand";
  3° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "akte van geboorte" vervangen door de woorden "akte van de burgerlijke stand".
Art. 22. A l'article 370/9 du même Code, inséré par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les articles 1025 à 1034 du Code judiciaire sont d'application. " ;
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " acte de naissance " sont remplacés par les mots " acte de l'état civil " ;
  3° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots " acte de naissance " sont remplacés par les mots " acte de l'état civil ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Section 2. - Modifications du Code judiciaire
Art. 23. In artikel 629bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017 en de wet van 21 december 2018, wordt een paragraaf 2/3 ingevoegd, luidende :
  " § 2/3. De vorderingen ingesteld tegen de weigering de naams- of voornaamswijziging toe te staan bedoeld in artikel 370/9 van het Burgerlijk Wetboek worden voor de familierechtbank van de woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, van de gewone verblijfplaats van de verzoeker gebracht.
  Indien de verzoeker geen woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, is de familierechtbank van Brussel bevoegd om kennis te nemen van de vordering.".
Art. 23. Dans l'article 629bis du Code judiciaire, inséré par la loi du 30 juillet 2013, modifié par la loi du 6 juillet 2017 et la loi du 21 décembre 2018, il est inséré un paragraphe 2/3 rédigé comme suit :
  " § 2/3. Les recours introduits contre le refus d'autoriser le changement de nom ou de prénoms, visés à l'article 370/9 du Code civil, sont portés devant le tribunal de la famille du domicile du demandeur ou, à défaut, de la résidence habituelle du demandeur.
  En l'absence de domicile ou de résidence habituelle du demandeur, le tribunal de la famille de Bruxelles est compétent pour connaître du recours. ".
Art. 24. In artikel 1231-1/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden "in artikel 346-1/1, eerste lid" vervangen door de woorden "in de artikelen 346-1/1, eerste lid, en 361-1".
Art. 24. Dans l'article 1231-1/1 du même Code, inséré par la loi du 6 juillet 2017, les mots " à l'article 346-1/1, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " aux articles 346-1/1, alinéa 1er, et 361-1 ".
Art. 25. Artikel 1231-23 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "In geval van een beslissing tot omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een nieuwe akte van adoptie op, die wordt verbonden met de vorige akte van adoptie alsook met de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde en van zijn afstammelingen.".
Art. 25. L'article 1231-23 du même Code, inséré par la loi du 24 avril 2003, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " En cas de décision portant conversion d'une adoption simple en adoption plénière, l'officier de l'état civil établit un nouvel acte d'adoption, qui est associé à l'ancien acte d'adoption ainsi qu'aux actes de l'état civil de l'adopté et de ses descendants. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek internationaal privaatrecht
Section 3. - Modification du Code de droit international privé
Art. 26. In artikel 31 van het Wetboek internationaal privaatrecht, vervangen bij de wet van 18 juni 2018 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het opschrift van dit artikel wordt het woord "rechtelijke" vervangen door het woord "rechterlijke";
  2° in paragraaf 3, derde lid, wordt de zin "Deze Centrale autoriteit kan, voor zover nodig, het Openbaar Ministerie of de bevoegde diensten van de federale politie vatten om aanvullend onderzoek te verrichten." opgeheven;
  3° in de Franse tekst van paragraaf 3, vijfde lid, wordt het woord "Celle-ci" vervangen door de woorden "Ce dernier";
  4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "of in geval van een gedeeltelijke erkenning van een buitenlandse akte of rechterlijke beslissing" ingevoegd tussen de woorden "of van een rechterlijke beslissing" en "door de ambtenaar van de burgerlijke stand";
  5° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "of de gedeeltelijke erkenning" ingevoegd tussen de woorden "Tegen de weigering" en "kan beroep worden ingesteld".
Art. 26. A l'article 31 du Code de droit international privé, remplacé par la loi du 18 juin 2018 et modifié par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'intitulé de cet article, dans le texte néerlandais, le mot " rechtelijke " est remplacé par le mot " rechterlijke ";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 3, la phrase " Cette Autorité Centrale peut, si nécessaire, saisir le ministère public ou les services compétents de la police fédérale pour procéder à des vérifications complémentaires. " est abrogée ;
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 5, le mot " Celle-ci " est remplacé par les mots " Ce dernier " ;
  4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " ou en cas de reconnaissance partielle d'un acte étranger ou d'une décision judiciaire étrangère " sont insérés entre les mots " d'une décision judiciaire étrangère " et les mots " par l'officier de l'état civil " ;
  5° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " ou la reconnaissance partielle " sont insérés entre les mots " contre le refus " et les mots " devant le tribunal de la famille ".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
Section 4. - Modification de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Art. 27. In artikel 79quater, § 6, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 19 september 2017 en vervangen bij de wet van 18 juni 2018, worden het eerste en tweede lid vervangen als volgt :
  "Wanneer de nietigheid van de erkenning is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing, stuurt de griffier onmiddellijk de gegevens nodig voor de opmaak van de akte van nietigverklaring en de gewijzigde akten van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen ten gevolge van de rechterlijke beslissing via de DABS naar de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand, met de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden ervan.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand maakt op basis hiervan de akte van nietigverklaring op, verbindt deze met de akte van erkenning en wijzigt de akten van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen, overeenkomstig afdeling 6 van boek I, titel II, hoofdstuk 1, van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 27. Dans l'article 79quater, § 6, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, inséré par la loi du 19 septembre 2017 et remplacé par la loi du 18 juin 2018, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " Lorsque la nullité de la reconnaissance a été prononcée par une décision judiciaire coulée en force de chose jugée, le greffier transmet immédiatement, via la BAEC, à l'officier de l'état civil compétent les données nécessaires à l'établissement de l'acte d'annulation et des actes modifiés de l'état civil de l'enfant et de ses descendants à la suite de la décision judiciaire, en mentionnant le jour où elle a acquis force de chose jugée.
  L'officier de l'état civil compétent établit sur cette base l'acte d'annulation, l'associe à l'acte de reconnaissance et modifie les actes de l'état civil de l'enfant et de ses descendants, conformément à la section 6 du livre Ier, titre II, chapitre Ier, du Code civil. ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing
Section 5. - Modifications de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges
Art. 28. In hoofdstuk 10 van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 6. Genealogische opzoekingen".
Art. 28. Dans le chapitre 10 de de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges, il est inséré une section 6, rédigée comme suit :
  " Section 6. Des recherches généalogiques ".
Art. 29. In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 116/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 116/2. Tot op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit voorzien in artikel 79 van het Burgerlijk Wetboek kan de ambtenaar van de burgerlijke stand afschriften van akten van de burgerlijke stand afleveren voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden, op voorwaarde dat de verzoeker beschikt over de schriftelijke toestemming van alle personen waarop de akte betrekking heeft, voor zover deze nog in leven zijn. In geval deze personen overleden zijn, volstaat de toestemming van één van de nabestaanden.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand levert de afschriften af door middel van een kopie uit de papieren registers van de burgerlijke stand, en vermeldt hierop: "afgeleverd voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden".".
Art. 29. Dans la section 6, insérée par l'article 28, il est inséré un article 116/2 rédigé comme suit :
  " Art. 116/2. Jusqu'à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal prévu à l'article 79 du Code civil, l'officier de l'état civil peut délivrer des copies d'actes de l'état civil à des fins généalogiques, historiques ou scientifiques, à condition que le demandeur dispose du consentement écrit de toutes les personnes concernées par l'acte, pour autant qu'elles soient encore en vie. Si ces personnes sont décédées, le consentement d'un des proches suffit.
  L'officier de l'état civil délivre les extraits au moyen d'une copie des registres de l'état civil papier et y mentionne : " délivré à des fins généalogiques, historiques ou scientifiques ". ".
Art. 30. In hoofdstuk 10 van dezelfde wet, wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 7. Elektronische randmelding op een oude papieren akten".
Art. 30. Dans le chapitre 10 de la même loi, il est inséré une section 7, intitulée :
  " Section 7. Mention marginale électronique sur un ancien acte papier ".
Art. 31. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel 116/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 116/3. Op een akte van de burgerlijke stand, opgemaakt voor de inwerkingtreding van deze wet, die in gedematerialiseerde vorm in de DABS werd opgenomen, die gerandmeld had moeten worden voor de inwerkingtreding van deze wet, kan een elektronische randmelding door een ambtenaar van de burgerlijke stand worden toegevoegd, via de DABS, in de vorm van de bijlage 4 bij het koninklijk besluit in uitvoering van artikel 29, § 4, van het Burgerlijk Wetboek.
  De basis voor de opmaak van de elektronische randmelding wordt als bijlage in de DABS opgenomen.
  De elektronische randmelding wordt getekend overeenkomstig artikel 18 van het Burgerlijk Wetboek door de ambtenaar van de burgerlijke stand die ze heeft toegevoegd.".
Art. 31. Dans la section 7, insérée par l'article 30, il est inséré un article 116/3 rédigé comme suit :
  " Art. 116/3. Un acte de l'état civil, établi avant l'entrée en vigueur de la présente loi et enregistré dans la BAEC sous forme dématérialisée, qui aurait dû être émargé avant l'entrée en vigueur de la présente loi, peut être complété par un officier de l'état civil, via la BAEC, par une mention marginale électronique dans la forme de l'annexe 4 prévue par l'arrêté royal pris en exécution de l'article 29, § 4, du Code civil.
  La base de l'établissement de la mention marginale électronique est jointe en annexe dans la BAEC.
  La mention marginale électronique est signée conformément à l'article 18 du Code civil par l'officier de l'état civil qui l'a ajoutée. ".
Afdeling 6. - Overgangsbepalingen
Section 6. - Dispositions transitoires
Art. 32. Artikel 6 is van toepassing op de akten van de burgerlijke stand opgemaakt vanaf 31 maart 2019.
Art. 32. L'article 6 est d'application aux actes de l'état civil établis à partir du 31 mars 2019.
Art. 33. In afwijking van de termijn van een maand bepaald in artikel 34/1 van het Burgerlijk Wetboek kan een akte van de burgerlijke stand die voldoet aan de in dat artikel bepaalde voorwaarden en opgemaakt werd tussen 31 maart 2019 en de datum van inwerkingtreding van deze wet, ambtshalve vernietigd worden binnen één maand na de inwerkingtreding van deze wet.
  Artikel 9, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
Art. 33. Par dérogation au délai d'un mois prévu à l'article 34/1 du Code civil, un acte de l'état civil répondant aux conditions énumérées dans cet article et établi entre le 31 mars 2019 et la date de l'entrée en vigueur de la présente loi peut être annulé d'office dans le mois suivant l'entrée en vigueur de la présente loi.
  L'article 9, alinéa 2, du Code civil est d'application.
Afdeling 7. - Inwerkingtreding
Section 7. - Entrée en vigueur
Art. 34. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van artikel 4, dat uitwerking heeft met ingang van 31 maart 2019 en van artikel 24 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2020.
Art. 34. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2020, à l'exception de l'article 4, qui produit ses effets le 31 mars 2019 et de l'article 24 qui produit ses effets le 1er janvier 2020.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek inzake voogdij
CHAPITRE 3. - Modification du Code civil en matière de tutelle
Art. 35. In artikel 392 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden "wanneer zij plaatsvindt voor de notaris; wanneer de verklaring plaatsvindt voor de vrederechter, wordt deze vastgesteld op grond van een door deze laatste gewezen beschikking" opgeheven;
  2° in het zesde lid worden de woorden "notaris voor wie de akte tot aanwijzing van een voogd werd verleden of door de griffier van het vredegerecht waar de beschikking tot aanwijzing van een voogd werd gewezen" vervangen door de woorden "griffier van het vredegerecht dat, of door de notaris die de verklaring tot aanwijzing van een voogd heeft ontvangen".
Art. 35. A l'article 392 du Code Civil, remplacé par la loi du 29 avril 2001 et modifié par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " lorsque celle-ci a lieu devant notaire; lorsque la déclaration a lieu devant le juge de paix, celle-ci est constatée aux termes d'une ordonnance rendue par ce dernier " sont abrogés ;
  2° dans l'alinéa 6, les mots " notaire qui a passé l'acte de désignation d'un tuteur ou au greffier de la justice de paix où l'ordonnance de désignation d'un tuteur a été rendue " sont remplacés par les mots " greffier de la justice de paix ou au notaire qui a reçu la déclaration de désignation d'un tuteur ".
Art. 36. De verklaringen tot aanwijzing van een voogd of de herroeping van dergelijke verklaringen, afgelegd voor een vrederechter vanaf 1 december 2019 tot de dag van inwerkingtreding van artikel 35, en vastgesteld in een authentieke akte, worden verondersteld rechtsgeldig tot stand te zijn gekomen, en brengen hun rechtsgevolgen teweeg.
Art. 36. Les déclarations de désignation d'un tuteur ou de révocation de telles déclarations, faites devant un juge de paix à partir du 1er décembre 2019 jusqu'au jour de l'entrée en vigueur de l'article 35, et constatées dans un acte authentique, sont considérées comme valablement établies, et sortent leurs effets juridiques.
HOOFDSTUK 4. - Reparaties naar aanleiding van arresten van het Grondwettelijk Hof
CHAPITRE 4. - Réparations suite aux arrêts de la Cour constitutionnelle
Afdeling 1. - Dwangsom in geval van aanhoudende niet-uitvoering van de hoofdveroordeling
Section 1re. - Astreinte en cas de non-exécution persistante de la condamnation principale
Art. 37. Artikel 1385quinquies van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 januari 1980, wordt aangevuld met een lid luidende :
  "De partij op wier verzoek reeds een dwangsom werd opgelegd, kan aan de rechter vragen om een bijkomende dwangsom op te leggen of om de opgelegde dwangsom te verhogen wanneer de veroordeelde aanhoudend in gebreke blijft uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling.".
Art. 37. L'article 1385quinquies du Code judiciaire, inséré par la loi du 31 janvier 1980, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " La partie à la requête de laquelle une astreinte a déjà été imposée peut demander au juge de prononcer une astreinte supplémentaire ou d'augmenter l'astreinte prononcée au cas où le condamné reste de manière persistante en défaut de satisfaire à la condamnation principale. ".
Afdeling 2. - Wijziging van de geldigheidsduur van de voorlopige maatregelen in het kader van de wettelijke samenwoning
Section 2. - Modification de la durée des mesures provisoires ordonnées dans le cadre d'une cohabitation légale
Art. 38. In artikel 1479, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998 en vervangen bij de wet van 30 juli 2013, wordt de derde zin, die aanvangt met de woorden "Die geldigheidsduur" en eindigt met de woorden "van de wettelijk samenwonenden.", opgeheven.
Art. 38. Dans l'article 1479, alinéa 3, du Code civil, inséré par la loi du 23 novembre 1998 et remplacé par la loi du 30 juillet 2013, la troisième phrase commençant par les mots " Cette durée de validité " et finissant par les mots " des cohabitants légaux. " est abrogée.
Afdeling 3. - Beroepsprocedure inzake frauduleuze erkenningen
Section 3. - Procédure d'appel en matière de reconnaissances frauduleuses
Art. 39. In artikel 330/2 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 september 2017 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, dat gedeeltelijk vernietigd is bij arrest nr. 58/2020 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "de erkenning te akteren" vervangen door de woorden "de akte van erkenning op te maken";
  2° in het tweede lid worden de woorden "het akteren van de erkenning" vervangen door de woorden "de opmaak van de akte van erkenning";
  3° in het derde lid worden de woorden "de erkenning te akteren" vervangen door de woorden "de akte van erkenning op te maken";
  4° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "Tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om de akte van erkenning op te maken, kan door de persoon die het kind wil erkennen binnen de maand na de kennisgeving van deze beslissing beroep worden aangetekend bij de familierechtbank.
  De personen wier toestemming vereist is worden in het geding geroepen.
  De rechtbank bepaalt of het gaat om een in artikel 330/1 bedoelde situatie, rekening houdend met de aanwezige belangen en waarbij het belang van het kind de eerste overweging is.".
Art. 39. Dans l'article 330/2 du Code civil, inséré par la loi du 19 septembre 2017 et modifié par la loi du 18 juin 2018, partiellement annulé par l'arrêt n° 58/2020 de la Cour constitutionnelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " acter la reconnaissance " sont remplacés par les mots " établir l'acte de reconnaissance " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " acter la reconnaissance " sont remplacés par les mots " établir l'acte de reconnaissance " ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots " acter sans délai la reconnaissance " sont remplacés par les mots " établir sans délai l'acte de reconnaissance " ;
  4° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Le refus de l'officier de l'état civil d'établir l'acte de reconnaissance est susceptible de recours par la personne qui veut reconnaître l'enfant pendant un délai d'un mois suivant la notification de sa décision, devant le tribunal de la famille.
  Les personnes dont le consentement à la reconnaissance est requis sont appelées à la cause.
  Le tribunal détermine s'il s'agit d'une situation telle que visée à l'article 330/1 en tenant compte des intérêts en présence et de l'intérêt de l'enfant de manière primordiale. ".
Art. 40. In artikel 1253ter/4, § 2, eerste lid, 6°, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "de machtigingen om een huwelijk aan te gaan als bedoeld in artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek en de weigeringen van wettelijke samenwoning" vervangen door de woorden "de weigering om het huwelijk te voltrekken als bedoeld in artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek, de weigering om de erkenning te akteren als bedoeld in artikel 330/2 van het Burgerlijk Wetboek en de weigering om melding te maken van de verklaring van wettelijke samenwoning".
Art. 40. Dans l'article 1253ter/4, § 2, alinéa 1er, 6°, du Code judiciaire, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots " aux autorisations à mariage visées à l'article 167 du Code civil et les refus de cohabitation légale " sont remplacés par les mots " aux refus de célébrer le mariage visés à l'article 167 du Code civil, aux refus d'acter la reconnaissance visés à l'article 330/2 du Code civil et aux refus d'acter la déclaration de cohabitation légale ".
Afdeling 4. - Vereiste meerderheid bij afbraak en volledige heropbouw van een mede-eigendom
Section 4. - Majorité requise pour la démolition et la reconstruction totale de la copropriété
Art. 41. In artikel 577-7 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994, gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010 en bij de wet van 18 juni 2018 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 30/2020 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 2°, wordt de bepaling onder h) hersteld als volgt :
  "h) onder voorbehoud van artikel 577-9, § 1, zesde lid, over de volledige afbraak en heropbouw van het gebouw om redenen van hygiëne of veiligheid of wanneer de kostprijs voor de aanpassing van het gebouw aan de wettelijke bepalingen buitensporig zou zijn.
  In dit geval kan een mede-eigenaar tegen vergoeding afstand doen van zijn kavel ten gunste van de andere mede-eigenaars, indien de waarde van de kavel lager is dan het aandeel dat hij moet betalen in de totale kosten van de werken. Bij gebrek aan overeenstemming wordt de vergoeding door de rechter vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde van de betrokken kavel, zonder rekening te houden met de beslissing van de algemene vergadering.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De algemene vergadering beslist eveneens met eenparigheid van stemmen van alle mede-eigenaars over de volledige afbraak en heropbouw van het gebouw, wanneer de redenen vermeld in paragraaf 1, 2°, h), ontbreken.".
Art. 41. A l'article 577-7 du Code civil, inséré par la loi du 30 juin 1994, modifié par la loi du 2 juin 2010 et par la loi du 18 juin 2018 et partiellement annulé par l'arrêt n° 30/2020 de la Cour constitutionnelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 2°, le h) est rétabli dans la rédaction suivante :
  " h) sous réserve de l'article 577-9, § 1er, alinéa 6, de la démolition et de la reconstruction totales de l'immeuble pour des raisons de salubrité ou de sécurité ou de coût excessif par rapport à la valeur de l'immeuble existant d'une mise en conformité de l'immeuble aux dispositions légales.
  Dans ce cas, un copropriétaire peut abandonner, contre compensation, son lot en faveur des autres copropriétaires, si la valeur de celui-ci est inférieure à la quote-part qu'il devrait prendre en charge dans le coût total des travaux. A défaut d'accord, la compensation est déterminée par le juge en fonction de la valeur vénale actuelle du lot concerné, abstraction faite de la décision de l'assemblée générale. " ;
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'assemblée générale décide également à l'unanimité des voix de tous les copropriétaires de la démolition et de la reconstruction totales de l'immeuble, lorsque les raisons mentionnées au paragraphe 1er, 2°, h), font défaut. ".
Art. 42. In artikel 577-9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010 en bij de wet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In het geval bedoeld in artikel 577-7, § 1, 2°, h), en tenzij de beslissing met eenparigheid van stemmen wordt genomen door allen die stemrecht hebben in de algemene vergadering, moet de vereniging van mede-eigenaars zich binnen vier maanden vanaf de datum waarop de algemene vergadering heeft plaatsgevonden tot de vrederechter richten. De vordering is gericht tegen alle mede-eigenaars die, met stemrecht in de algemene vergadering, de beslissing niet hebben goedgekeurd. De uitvoering van de beslissing van de algemene vergadering wordt opgeschort totdat de rechterlijke uitspraak tot vaststelling van de wettigheid van de beslissing van de algemene vergadering in kracht van gewijsde is gegaan.";
  2° in paragraaf 8, eerste lid, worden de woorden "De mede-eigenaar die eiser of verweerder is in een procedure tegen de vereniging van mede-eigenaars, draagt bij" vervangen door de woorden "Behoudens in het geval bedoeld in het vijfde lid, draagt de mede-eigenaar die eiser of verweerder is in een procedure tegen de vereniging van mede-eigenaars, bij";
  3° paragraaf 8 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In het geval van de in paragraaf 1, zesde lid, bedoelde vordering zijn alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en erelonen van deze vordering altijd ten laste van de vereniging van mede-eigenaars zonder bijdrage van de mede-eigenaars tegen wie de vordering is gericht. In afwijking van artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt de vereniging van mede-eigenaars steeds in de kosten verwezen.".
Art. 42. A l'article 577-9 du même Code, inséré par la loi du 30 juin 1994 et modifié par la loi du 2 juin 2010 et par la loi du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Dans le cas visé à l'article 577-7, § 1er, 2°, h), et sauf si la décision est prise à l'unanimité de tous ceux qui disposent du droit de vote à l'assemblée générale, l'association des copropriétaires doit saisir le juge de paix, dans un délai de quatre mois à compter de la date à laquelle l'assemblée générale a eu lieu. L'action est dirigée contre tous les copropriétaires qui, disposant du droit de vote à l'assemblé générale, n'ont pas approuvé la décision. L'exécution de la décision de l'assemblée générale est suspendue jusqu'à la décision judiciaire passée en force de chose jugée, constatant la légalité de la décision de l'assemblée générale. " ;
  2° dans le paragraphe 8, alinéa 1er, les mots " Le copropriétaire " sont remplacés par les mots " Sauf dans le cas visé à l'alinéa 5, le copropriétaire " ;
  3° le paragraphe 8 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Dans le cas de l'action visée au paragraphe 1er, alinéa 6, tous les frais et honoraires judiciaires et extrajudiciaires de cette action sont toujours à charge de l'association des copropriétaires sans participation des copropriétaires contre lesquels l'action est dirigée. Par dérogation à l'article 1017, alinéa 1er, du Code judiciaire, la condamnation aux dépens est toujours prononcée à charge de l'association des copropriétaires. ".
Art. 43. In artikel 2 van de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, worden in artikel 3.88 "Algemene vergadering: besluitvorming", de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, 2°, h), wordt vervangen als volgt :
  "h) onder voorbehoud van artikel 3.92, § 1, zesde lid, over de volledige afbraak en heropbouw van het gebouw om redenen van hygiëne of veiligheid of wanneer de kostprijs voor de aanpassing van het gebouw aan de wettelijke bepalingen buitensporig zou zijn.
  In dit geval kan een mede-eigenaar tegen vergoeding afstand doen van zijn kavel ten gunste van de andere mede-eigenaars, indien de waarde van de kavel lager is dan het aandeel dat hij moet betalen in de totale kosten van de werken. Bij gebrek aan overeenstemming wordt de vergoeding door de rechter vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde van de betrokken kavel, zonder rekening te houden met de beslissing van de algemene vergadering.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De algemene vergadering beslist eveneens met eenparigheid van stemmen van alle mede-eigenaars over de volledige afbraak en heropbouw van het gebouw, wanneer de redenen vermeld in paragraaf 1, 2°, h), ontbreken.".
Art. 43. A l'article 2 de la loi du 4 février 2020 portant le livre 3 " Les biens " du Code civil, les modifications suivantes sont apportées à l'article 3.88 " Assemblée générale : prise de décision " :
  1° le paragraphe 1er, 2°, h), est remplacé par ce qui suit :
  " h) sous réserve de l'article 3.92, § 1er, alinéa 6, de la démolition et de la reconstruction totales de l'immeuble pour des raisons de salubrité ou de sécurité ou de coût excessif par rapport à la valeur de l'immeuble existant d'une mise en conformité de l'immeuble aux dispositions légales.
  Dans ce cas, un copropriétaire peut abandonner, contre compensation, son lot en faveur des autres copropriétaires, si la valeur de celui-ci est inférieure à la quote-part qu'il devrait prendre en charge dans le coût total des travaux. A défaut d'accord, la compensation est déterminée par le juge en fonction de la valeur vénale actuelle du lot concerné, abstraction faite de la décision de l'assemblée générale. " ;
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'assemblée générale décide également à l'unanimité des voix de tous les copropriétaires de la démolition et de la reconstruction totales de l'immeuble, lorsque les raisons mentionnées au paragraphe 1er, 2°, h), font défaut. ".
Art. 44. In artikel 2 van dezelfde wet, worden in artikel 3.92 "Rechtsvorderingen", de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een zesde lid, luidende :
  "In het geval bedoeld in artikel 3.88, § 1, 2°, h), en tenzij de beslissing met eenparigheid van stemmen wordt genomen door allen die stemrecht hebben in de algemene vergadering, moet de vereniging van mede-eigenaars zich binnen vier maanden vanaf de datum waarop de algemene vergadering heeft plaatsgevonden tot de vrederechter richten. De vordering is gericht tegen alle mede-eigenaars die, met stemrecht in de algemene vergadering, de beslissing niet hebben goedgekeurd. De uitvoering van de beslissing van de algemene vergadering wordt opgeschort totdat de rechterlijke uitspraak tot vaststelling van de wettigheid van de beslissing van de algemene vergadering in kracht van gewijsde is gegaan.";
  2° in paragraaf 9, eerste lid, worden de woorden "De mede-eigenaar die eiser of verweerder is in een procedure tegen de vereniging van mede-eigenaars, draagt bij" vervangen door de woorden "Behoudens in het geval bedoeld in het vijfde lid, draagt de mede-eigenaar die eiser of verweerder is in een procedure tegen de vereniging van mede-eigenaars, bij";
  3° paragraaf 9 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In het geval van de in paragraaf 1, zesde lid, bedoelde vordering zijn alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en erelonen van deze vordering altijd ten laste van de vereniging van mede-eigenaars zonder bijdrage van de mede-eigenaars tegen wie de vordering is gericht. In afwijking van artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt de vereniging van mede-eigenaars steeds in de kosten verwezen.".
Art. 44. A l'article 2 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées à l'article 3.92 " Actions en justice " :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 6 rédigé comme suit :
  " Dans le cas visé à l'article 3.88, § 1er, 2°, h), et sauf si la décision est prise à l'unanimité de tous ceux qui disposent du droit de vote à l'assemblée générale, l'association des copropriétaires doit saisir le juge de paix, dans un délai de quatre mois à compter de la date à laquelle l'assemblée générale a eu lieu. L'action est dirigée contre tous les copropriétaires qui, disposant du droit de vote à l'assemblé générale, n'ont pas approuvé la décision. L'exécution de la décision de l'assemblée générale est suspendue jusqu'à la décision judiciaire passée en force de chose jugée, constatant la légalité de la décision de l'assemblée générale. " ;
  2° dans le paragraphe 9, alinéa 1er, les mots " Le copropriétaire " sont remplacés par les mots " Sauf dans le cas visé à l'alinéa 5, le copropriétaire " ;
  3° le paragraphe 9 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Dans le cas de l'action visée au paragraphe 1er, alinéa 6, tous les frais et honoraires judiciaires et extrajudiciaires de cette action sont toujours à charge de l'association des copropriétaires sans participation des copropriétaires contre lesquels l'action est dirigée. Par dérogation à l'article 1017, alinéa 1er, du Code judiciaire, la condamnation aux dépens est toujours prononcée à charge de l'association des copropriétaires. ".
Afdeling 5. - Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand
Section 5. - Fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne
Art. 45. In artikel 4, § 2, tweede lid, van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, wordt de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden ", of indien zij, als schuldenaar in het kader van een collectieve schuldenregeling, hoger beroep instelt".
Art. 45. Dans l'article 4, § 2, alinéa 2, de la loi du 19 mars 2017 instituant un fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne, le 4° est complété par les mots " ou si elle introduit, en tant que débiteur dans le cadre du règlement collectif de dettes, une demande en appel ".
Art. 46. In artikel 4, § 2, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "of indien de rechter oordeelt dat hij zich op het vlak van zijn bestaansmiddelen in een situatie bevindt waarbij hij beroep zou kunnen doen op juridische tweedelijnsbijstand of op rechtsbijstand" ingevoegd tussen de woorden "rechtsbijstand geniet," en de woorden "vereffent het rechtscollege".
Art. 46. Dans l'article 4, § 2, alinéa 3, de la même loi, les mots " ou si le juge estime qu'elle se trouve en ce qui concerne ses moyens de subsistance dans une situation où elle pourrait faire appel à l'aide juridique de deuxième ligne ou à l'assistance judiciaire, " sont insérés entre les mots " de l'assistance judiciaire, " et les mots " la juridiction liquide ".
Art. 47. In artikel 4, § 3, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste lid, worden de woorden "of rechtsbijstand" ingevoegd tussen het woord "tweedelijnsbijstand" en het woord "geniet" en de woorden "of indien de rechter oordeelt dat hij zich op het vlak van zijn bestaansmiddelen in een situatie bevindt waarbij hij beroep zou kunnen doen op juridische tweedelijnsbijstand of op rechtsbijstand" ingevoegd tussen de woorden "geniet," en de woorden "wordt iedere door";
  2° in de tweede lid, worden de woorden "of rechtsbijstand" ingevoegd tussen het woord "tweedelijnsbijstand" en het woord "geniet" en de woorden "of indien de rechter oordeelt dat hij zich op het vlak van zijn bestaansmiddelen in een situatie bevindt waarbij hij beroep zou kunnen doen op juridische tweedelijnsbijstand of op rechtsbijstand" ingevoegd tussen de woorden "geniet," en de woorden "wordt de burgerlijke partij".
Art. 47. Dans l'article 4, § 3, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " de l'assistance judiciaire, ou si le juge estime qu'il se trouve en ce qui concerne ses moyens de subsistance dans une situation où il pourrait faire appel à l'aide juridique de deuxième ligne ou à l'assistance judiciaire, " sont insérés entre les mots " l'aide juridique de deuxième ligne, " et les mots " chaque suspect, " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " de l'assistance judiciaire, ou si le juge estime qu'elle se trouve en ce qui concerne ses moyens de subsistance dans une situation où elle pourrait faire appel à l'aide juridique de deuxième ligne ou à l'assistance judiciaire, " sont insérés entre les mots " l'aide juridique de deuxième ligne, " et les mots " la partie civile ".
HOOFDSTUK 5. - Opleiding met betrekking tot seksueel geweld
CHAPITRE 5. - Formation en matière de violences sexuelles
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Section 1re. - Modifications du Code judiciaire
Art. 48. Artikel 78 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De rechters die zetelen in de raadkamer, de kamers van de correctionele rechtbank, van de strafuitvoeringsrechtbank en van de familie- en jeugdrechtbank en de onderzoeksrechters volgen binnen het jaar na hun eerste aanwijzing een grondige opleiding inzake seksueel-en intrafamiliaal geweld georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.".
Art. 48. L'article 78 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Dans l'année de leur première désignation, les juges qui siègent dans la chambre du conseil, les chambres du tribunal correctionnel, du tribunal de l'application des peines, du tribunal de la famille et de la jeunesse et les juges d'instruction suivent une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales organisée par l'Institut de formation judiciaire. ".
Art. 49. Artikel 101, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 8 mei 2014, 25 december 2016 en 6 juli 2017, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De raadsheren die zetelen in de correctionele kamers, de familiekamers en de jeugdkamers, en de kamer van inbeschuldigingstelling volgen binnen het jaar na hun eerste aanwijzing een grondige opleiding inzake seksueel- en intrafamiliaal geweld georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.".
Art. 49. L'article 101, § 2, du même Code, modifié par les lois des 8 mai 2014, 25 décembre 2016 et 6 juillet 2017, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Dans l'année de leur première désignation, les conseillers qui siègent dans les chambres correctionnelles, les chambres de la famille, les chambres de la jeunesse et la chambre des mises en accusation suivent une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales organisée par l'Institut de formation judiciaire. ".
Art. 50. In artikel 143, § 2/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden ", dewelke een grondige opleiding met betrekking tot seksueel-en intrafamiliaal geweld bevat," ingevoegd tussen de woorden "bedoelde gespecialiseerde opleiding" en de woorden "georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De leden van het openbaar ministerie die hun ambt uitoefenen bij de correctionele kamers en de kamer van inbeschuldigingstelling volgen binnen het jaar na hun eerste aanwijzing een grondige opleiding inzake seksueel- en intrafamiliaal geweld georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.";
  3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "In uitzonderlijke omstandigheden en voor een goede rechtsbedeling kan de procureur-generaal," vervangen door de woorden "Met betrekking tot de kamers bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de procureur-generaal in uitzonderlijke omstandigheden en voor een goede rechtsbedeling".
Art. 50. Dans l'article 143, § 2/1, du même Code, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " dont une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales " sont insérés entre les mots " à l'article 259sexies, § 1er, 1°, alinéa 2, " et les mots " et désignés par le procureur général " ;
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Dans l'année de leur première désignation, les membres du ministère public qui exercent leurs fonctions près les chambres correctionnelles et la chambre des mises en accusation suivent une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales organisée par l'Institut de formation judiciaire. " ;
  3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " Dans des circonstances exceptionnelles " sont remplacés par les mots " Concernant les chambres visées aux alinéas 1er et 2, dans des circonstances exceptionnelles ".
Art. 51. In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, worden de woorden ", dewelke een grondige opleiding met betrekking tot seksueel-en intrafamiliaal geweld bevat," ingevoegd tussen de woorden "bedoelde gespecialiseerde opleiding" en de woorden "georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De leden van het openbaar ministerie die hun ambt uitoefenen bij de correctionele kamers, de raadkamer en bij de strafuitvoeringsrechtbank, volgen binnen het jaar na hun eerste aanwijzing een grondige opleiding inzake seksueel- en intra familiaal geweld georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.";
  3° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "In uitzonderlijke omstandigheden en voor een goed bestuur van het gerecht kan de procureur des Konings," vervangen door de woorden "Met betrekking tot de kamers bedoeld in het tweede en het derde lid, kan de procureur des Konings in uitzonderlijke omstandigheden en voor een goed bestuur van het gerecht,".
Art. 51. Dans l'article 151 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " dont une formation approfondie en matière de violence sexuelle et intrafamiliales " sont insérés entre les mots " à l'article 259sexies, § 1er, 1°, alinéa 3, " et les mots " et désignés par le procureur du Roi. " ;
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Dans l'année de leur première désignation, les membres du ministère public qui exercent leurs fonctions près les chambres correctionnelles, la chambre du conseil et le tribunal de l'application des peines suivent une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales organisée par l'Institut de formation judiciaire. " ;
  3° dans l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots " Dans des circonstances exceptionnelles " sont remplacés par les mots " Concernant les chambres visées aux alinéas 2 et 3, dans des circonstances exceptionnelles ".
Art. 52. Artikel 259bis-9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 maart 2019, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. Magistraten die benoemd worden als vrederechter, in of bij een politierechtbank, in of bij een rechtbank van eerste aanleg, in of bij een arbeidsrechtbank, in of bij een hof van beroep of in of bij een arbeidshof en die niet eerder deze opleiding hebben gevolgd, volgen in de loop van de twee jaren die volgen op hun benoeming een basisopleiding met betrekking tot seksueel geweld en intrafamiliaal geweld.".
Art. 52. L'article 259bis-9 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 23 mars 2019, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Les magistrats nommés en tant que juge de paix, dans ou près un tribunal de police, dans ou près un tribunal de première instance, dans ou près un tribunal du travail, dans ou près une cour d'appel ou dans ou près une cour du travail et qui n'ont pas suivi cette formation précédemment, reçoivent au cours des deux années qui suivent leur nomination une formation de base en matière de violences sexuelles et intrafamiliales. ".
Afdeling 2. - Overgangsbepaling
Section 2. - Disposition transitoire
Art. 53. De magistraten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk reeds benoemd zijn in of bij een rechtbank van eerste aanleg of in of bij een hof van beroep, die ingevolge de bepalingen bedoeld in de artikelen 48, 49, 50 en 51 de grondige opleiding moeten volgen en voordien geen grondige opleiding inzake seksueel geweld en intrafamiliaal geweld hebben gevolgd, moeten die grondige opleiding volgen binnen de twee jaar volgend op de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  De magistraten die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk reeds benoemd zijn als vrederechter, in een politierechtbank, in of bij een rechtbank van eerste aanleg, in of bij een arbeidsrechtbank, in of bij een hof van beroep of arbeidshof en die geen opleiding inzake seksueel geweld en intrafamiliaal geweld hebben gevolgd, moeten de basisopleiding in deze materie volgen binnen twee jaar.
  Tijdens die periode bepaalt de korpschef de volgorde van prioriteit waarin de betrokken magistraten de grondige of de basisopleiding moeten volgen.
Art. 53. Les magistrats déjà nommés au moment de l'entrée en vigueur de ce chapitre dans ou près un tribunal de première instance ou dans ou près une cour d'appel, qui doivent suivre la formation approfondie conformément aux articles 48, 49, 50 et 51 et qui n'ont pas suivi une formation approfondie en matière de violences sexuelles et intrafamiliales antérieurement, doivent suivre cette formation approfondie dans les deux ans suivant l'entrée en vigueur de ce chapitre.
  Les magistrats déjà nommés au moment de l'entrée en vigueur de ce chapitre en tant que juge de paix, dans un tribunal de police, dans ou près un tribunal de première instance, dans ou près un tribunal du travail, dans ou près une cour d'appel ou une cour de travail et qui n'ont pas suivi une formation en matière de violences sexuelles et intrafamiliales doivent suivre une formation de base en ces matières dans les deux ans.
  Au cours de cette période, le chef de corps détermine l'ordre de priorité dans lequel les magistrats concernés doivent suivre la formation approfondie ou la formation de base.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wetgeving betreffende de tijdelijke personeelsformaties bij de hoven van beroep en van de parketten-generaal
CHAPITRE 6. - Modification de la législation relative aux cadres temporaires dans les cours d'appel et les parquets généraux
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken
Section 1re. - Modifications de la loi du 29 novembre 2001 fixant un cadre temporaire de conseillers en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel
Art. 54. In artikel 2 van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, worden de woorden "van achttien jaar" vervangen door de woorden "van twintig jaar".
Art. 54. Dans l'article 2 de la loi du 29 novembre 2001 fixant un cadre temporaire de conseillers en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, les mots " de dix-huit ans " sont remplacés par les mots " de vingt ans ".
Art. 55. In artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, worden de woorden "van achttien jaar" vervangen door de woorden "van twintig jaar".
Art. 55. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, les mots " de dix-huit ans " sont remplacés par les mots " de vingt ans ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek
Section 2. - Modifications de la loi du 14 décembre 2004 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance et l'article 211 du Code judiciaire
Art. 56. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 56. Dans l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 14 décembre 2004 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance et l'article 211 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Art. 57. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 57. Dans l'article 9, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft
Section 3. - Modifications de la loi du 10 août 2005 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Gand
Art. 58. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 58. Dans l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 10 août 2005 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Gand, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Art. 59. In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 59. Dans l'article 4 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Art. 60. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 60. Dans l'article 5, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie
Section 4. - Modification de la loi du 20 décembre 2005 portant des dispositions diverses en matière de justice
Art. 61. In artikel 8 van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" telkens vervangen door het cijfer "2021".
Art. 61. Dans l'article 8 de la loi du 20 décembre 2005 portant des dispositions diverses en matière de justice, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est chaque fois remplacé par le chiffre " 2021 ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft
Section 5. - Modifications de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons
Art. 62. In artikel 4 van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 62. Dans l'article 4 de la loi du 12 mars 2007 modifiant la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire en ce qui concerne la cour d'appel de Mons et le tribunal de première instance de Gand et autorisant temporairement la nomination de magistrats en surnombre, en ce qui concerne la cour d'appel de Mons, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Art. 63. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het cijfer "2019" vervangen door het cijfer "2021".
Art. 63. Dans l'article 5, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, le chiffre " 2019 " est remplacé par le chiffre " 2021 ".
Afdeling 6. - Inwerkingtreding
Section 6. - Entrée en vigueur
Art. 64. De artikelen 54 en 55 hebben uitwerking met ingang van 18 december 2019.
  De artikelen 56 tot 63 hebben uitwerking met ingang van 31 december 2019.
Art. 64. Les articles 54 et 55 produisent leurs effets le 18 décembre 2019.
  Les articles 56 à 63 produisent leurs effets le 31 décembre 2019.
HOOFDSTUK 7. - Voortdurende evaluatie van hangende zaken op de algemene rol
CHAPITRE 7. - Evaluation permanente des affaires pendantes au rôle général
Afdeling 1. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
Section 1re. - Modification du Code judiciaire
Art. 65. Artikel 730, § 2, a), van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 25 november 1993 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. a) Binnen de drie maanden volgend op elke verjaardag van de inschrijving op de algemene rol van de zaken waarvoor sinds achttien maanden geen zitting is vastgesteld, geeft de griffier er kennis van aan de betrokken partijen dat, bij ontstentenis van een verzoek tot handhaving, hun zaak van rechtswege van de algemene rol zal worden weggelaten. Deze kennisgeving geschiedt, onverminderd artikel 32ter, bij gerechtsbrief, en bevat de tekst van deze paragraaf.
  De partijen beschikken over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving, om een verzoek tot handhaving van de zaak op de algemene rol neer te leggen bij de griffie. Wanneer de termijn tijdens de gerechtelijke vakantie vervalt, wordt die verlengd tot de vijftiende dag van het nieuwe gerechtelijke jaar. Wanneer de termijn begint te lopen tijdens de gerechtelijke vakantie, en zou vervallen voor de vijftiende dag van het nieuwe gerechtelijke jaar, wordt hij verlengd tot die dag.
  Alle zaken waarvoor geen verzoek tot handhaving op de algemene rol is gedaan door ten minste één partij, worden ambtshalve weggelaten.
  Een zaak die van de algemene rol werd weggelaten, kan terug ingeschreven worden op verzoek van de meest gerede partij.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de in artikel 755 bedoelde schriftelijke behandeling.".
Art. 65. L'article 730, § 2, a), du Code judiciaire, remplacé par la loi du 25 novembre 1993 et modifié par la loi du 16 juillet 2012, est remplacé comme suit :
  " § 2. a) Dans les trois mois qui suivent chaque date anniversaire de l'inscription au rôle général des causes pour lesquelles aucune audience n'est fixée depuis dix-huit mois, le greffier notifie aux parties qu'à défaut d'une demande de maintien, leur cause sera omise d'office du rôle général. Cette notification se passe, sans préjudice de l'article 32ter, par pli judiciaire, et contient le texte du présent paragraphe.
  Les parties disposent d'un délai de deux mois à dater de cette notification pour communiquer ou déposer au greffe une demande de maintien de la cause au rôle général. Lorsque le délai expire durant les vacances judiciaires, il est prorogé jusqu'au quinzième jour de l'année judiciaire suivante. Lorsque le délai prend cours durant les vacances judiciaires, et expirerait avant le quinzième jour de l'année judiciaire suivante, il est prorogé jusqu'à ce jour.
  Toutes les causes dont le maintien n'est pas demandé par au moins une partie sont omises d'office du rôle général.
  Toute cause omise du rôle général peut être réinscrite à la demande de la partie la plus diligente.
  Le présent paragraphe n'est pas d'application à la procédure écrite visée à l'article 755. ".
Afdeling 2. - Overgangsbepaling
Section 2. - Disposition transitoire
Art. 66. Binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, stuurt de griffier eenmalig, voor alle zaken die sedert langer dan een jaar aanhangig zijn bij de rechtbank voor dewelke de inwerkingtreding is ingegaan, maar waarvoor geen zitting is vastgesteld, een kennisgeving aan de betrokken partijen dat, bij ontstentenis van een verzoek tot handhaving, hun zaak van rechtswege van de algemene rol zal worden weggelaten.
  Artikel 730, §§ 2 en 3, van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de zaken bedoeld in dit artikel.
  De in het eerste lid bedoelde kennisgeving bevat de tekst van dit artikel.
Art. 66. Dans les trois mois à compter de l'entrée en vigueur du présent chapitre, le greffier adresse, pour toutes les affaires pendantes depuis plus qu'un an devant le tribunal pour lequel les dispositions sont entrées en vigueur, mais pour lesquelles aucune audience n'est fixée, une notification unique aux parties qu'à défaut d'une demande de maintien, leur cause sera omise d'office du rôle général.
  L'article 730, §§ 2 et 3, du Code judiciaire s'appliquent aux causes visées au présent article.
  La notification visée à l'article 1er contient le texte du présent article.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding
Section 3. - Entrée en vigueur
Art. 67. Dit hoofdstuk treedt in werking op [1 31 maart 2023]1.
  De Koning kan evenwel, voor een of meerdere rechtbanken, de datum bepaald in het eerste lid vervroegen.
  
Art. 67. Le présent chapitre entre en vigueur le [1 31 mars 2023]1.
  Le Roi peut cependant, pour un ou plusieurs tribunaux, anticiper la date visée à l'alinéa 1er.
  
HOOFDSTUK 8. - Authentieke bron met daarin de indicatoren van de ondernemingen in financiële moeilijkheden
CHAPITRE 8. - Source authentique contenant les indicateurs des entreprises en difficultés financières
Art. 68. In artikel XX.21 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de woorden "bij het openbaar ministerie of" ingevoegd tussen de woorden "bepalingen van deze titel," en de woorden "ter griffie van de rechtbank".
Art. 68. Dans l'article XX.21 du Code de droit économique, inséré par la loi du 11 août 2017, les mots " auprès le ministère public, ou " sont insérés entre les mots " des dispositions du présent titre, sont collectés " et les mots " au greffe du tribunal ".
HOOFDSTUK 9. - Betekeningen aan de procureur des Konings
CHAPITRE 9. - Significations au procureur du Roi
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Section 1re. - Modifications du Code judiciaire
Art. 69. In artikel 38, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "De betekening aan de procureur des Konings mag gedaan worden door het afschrift van de akte aan een parketsecretaris of aan een parketjurist ter hand te stellen." worden opgeheven;
  2° in de voorlaatste zin worden de woorden "zoals bedoeld in de artikelen 38, 40 en 42" ingevoegd tussen de woorden "De betekening aan de procureur des Konings" en het woord "geschiedt";
  3° in dezelfde zin worden de woorden "door het opladen van het exploot op het in het artikel 32quater/2 bedoelde register, en in alle andere gevallen" ingevoegd tussen het woord "geschiedt" en de woorden "bij voorrang";
  4° tussen de voorlaatste en de laatste zin worden de woorden "Wanneer een exploot wordt opgeladen zoals voorzien in dit artikel, geldt het tijdstip van opladen als het tijdstip van betekenen, waarna het register zoals bedoeld in artikel 32quater/2 een bericht van betekening aan de bevoegde procureur des Konings en het Rijksregister zendt." ingevoegd;
  5° de laatste zin wordt vervangen als volgt :
  "In geval van betekening op elektronische wijze aan de procureur des Konings overeenkomstig dit lid, is artikel 32quater/1, § 2, vierde lid, niet van toepassing.".
Art. 69. A l'article 38, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " La signification au procureur du Roi peut être faite par la remise de la copie de l'acte à un secrétaire ou à un juriste de parquet. " sont abrogés ;
  2° dans l'avant-dernière phrase, les mots " visée aux articles 38, 40, et 42 " sont insérés entre les mots " la signification au procureur du Roi " et les mots " est faite " ;
  3° dans la même phrase, les mots " par le chargement de l'exploit dans le registre visé à l'article 32quater/2, et dans tous autres cas est faite " sont insérés entre les mots " est faite " et les mots " en priorité " ;
  4° entre l'avant-dernière phrase et la dernière phrase, les mots " Lorsqu'un exploit est chargé comme prévu dans le présent article, le moment de la signification est celui du chargement, après quoi le registre visé à l'article 32quater/2 envoie un avis de signification au procureur du Roi compétent et au Registre national. " sont insérés ;
  5° la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Dans le cas d'une signification par voie électronique au procureur du Roi conformément au présent alinéa, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas. ".
Art. 70. In artikel 40, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "De betekening aan de procureur des Konings mag gedaan worden door het afschrift van de akte aan een parketsecretaris of aan een parketjurist ter hand te stellen." worden opgeheven;
  2° in de voorlaatste zin worden de woorden "zoals bedoeld in de artikelen 38, 40 en 42" ingevoegd tussen de woorden "De betekening aan de procureur des Konings" en het woord "geschiedt";
  3° in dezelfde zin worden de woorden "door het opladen van het exploot op het in het artikel 32quater/2 bedoelde register, en in alle andere gevallen" ingevoegd tussen het woord "geschiedt" en de woorden "bij voorrang";
  4° tussen de voorlaatste en de laatste zin worden de woorden "Wanneer een exploot wordt opgeladen zoals voorzien in dit artikel, geldt het tijdstip van opladen als het tijdstip van betekenen, waarna het register zoals bedoeld in artikel 32quater/2 een bericht van betekening aan de bevoegde procureur des Konings en het Rijksregister zendt." ingevoegd;
  5° de laatste zin wordt vervangen als volgt :
  "In geval van betekening op elektronische wijze aan de procureur des Konings overeenkomstig dit lid, is artikel 32quater/1, § 2, vierde lid, niet van toepassing".
Art. 70. A l'article 40, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 4 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " La signification au procureur du Roi peut être faite par la remise de la copie de l'acte à un secrétaire ou à un juriste de parquet. " sont abrogés ;
  2° dans l'avant-dernière phrase, les mots " visée aux articles 38, 40, et 42 " sont insérés entre les mots " la signification au procureur du Roi " et les mots " est faite " ;
  3° dans la même phrase, les mots " par le chargement de l'exploit dans le registre visé à l'article 32quater/2, et dans tous autres cas est faite " sont insérés entre les mots " est faite " et les mots " en priorité " ;
  4° entre l'avant-dernière phrase et la dernière phrase, les mots " Lorsqu'un exploit est chargé comme prévu dans le présent article, le moment de la signification est celui du chargement, après quoi le registre visé à l'article 32quater/2 envoie un avis de signification au procureur du Roi compétent et au Registre national. " sont insérés ;
  5° la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Dans le cas d'une signification par voie électronique au procureur du roi conformément au présent alinéa, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas. ".
Art. 71. In artikel 42, 7°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 oktober 2015 en 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "De betekening aan de procureur des Konings mag gedaan worden door het afschrift van de akte aan een parketsecretaris of aan een parketjurist ter hand te stellen." worden opgeheven;
  2° in de voorlaatste zin worden de woorden "zoals bedoeld in de artikelen 38, 40 en 42" ingevoegd tussen de woorden "De betekening aan de procureur des Konings" en het woord "geschiedt";
  3° in dezelfde zin worden de woorden "door het opladen van het exploot op het in het artikel 32quater/2 bedoelde register, en in alle andere gevallen" ingevoegd tussen het woord "geschiedt" en de woorden "bij voorrang";
  4° tussen de voorlaatste en de laatste zin worden de woorden "Wanneer een exploot wordt opgeladen zoals voorzien in dit artikel, geldt het tijdstip van opladen als het tijdstip van betekenen, waarna het register zoals bedoeld in artikel 32quater/2 een bericht van betekening aan de bevoegde procureur des Konings en het Rijksregister zendt." ingevoegd.
  5° de laatste zin wordt vervangen als volgt :
  "In geval van betekening op elektronische wijze aan de procureur des Konings overeenkomstig dit lid, is artikel 32quater/1, § 2, vierde lid, niet van toepassing".
Art. 71. A l'article 42, 7°, du même Code, modifié par les lois des 19 octobre 2015 et 4 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " La signification au procureur du Roi peut être faite par la remise de la copie de l'acte à un secrétaire ou à un juriste de parquet. " sont abrogés ;
  2° dans l'avant-dernière phrase, les mots " visée aux articles 38, 40, et 42 " sont insérés entre les mots " la signification au procureur du Roi " et les mots " est faite " ;
  3° dans la même phrase, les mots " par le chargement de l'exploit dans le registre visé à l'article 32quater/2, et dans tous autres cas est faite " sont insérés entre les mots " est faite " et les mots " en priorité " ;
  4° entre l'avant-dernière phrase et la dernière phrase, les mots " Lorsqu'un exploit est chargé comme prévu dans le présent article, le moment de la signification est celui du chargement, après quoi le registre visé à l'article 32quater/2 envoie un avis de signification au procureur du Roi compétent et au Registre national. " sont insérés ;
  5° la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Dans le cas d'une signification par voie électronique au procureur du Roi conformément au présent alinéa, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas. ".
Afdeling 2. - Inwerkingtreding
Section 2. - Entrée en vigueur
Art. 72. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 oktober 2020.
Art. 72. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er octobre 2020.
HOOFDSTUK 10. - Uitstel van inwerkingtreding van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft
CHAPITRE 10. - Report de l'entrée en vigueur de la loi du 5 mai 2019 modifiant le Code d'instruction criminelle et le Code judiciaire en ce qui concerne la publication des jugements et des arrêts
Art. 73. In artikel 9 van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft worden de woorden "op 1 september 2020" vervangen door de woorden "op 1 september 2021".
Art. 73. Dans l'article 9 de la loi du 5 mai 2019 modifiant le Code d'instruction criminelle et le Code judiciaire en ce qui concerne la publication des jugements et des arrêts, les mots " le 1er septembre 2020 " sont remplacés par les mots " le 1er septembre 2021 ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat
Art. 74. In artikel 35 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, vervangen bij de wet van 4 mei 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt paragraaf 4 aangevuld met een lid, luidende :
  "De benoeming of aanstelling als notaris maakt van rechtswege een einde aan elke andere benoeming of aanstelling als notaris.".
Art. 74. A l'article 35 de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, remplacé par la loi du 4 mai 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " La nomination ou désignation comme notaire met fin de plein droit à toute autre nomination ou désignation comme notaire. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging inzake het authentieke testament
CHAPITRE 12. - Modification relative au testament authentique
Art. 75. Artikel 972 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 16 december 1922, 6 mei 2009 en 29 december 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 972. Wanneer het testament wordt verleden voor één of twee notarissen wordt het op papier opgemaakt overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, volgens de door de testator uitgedrukte wil.
  In beide gevallen moet het aan de testator worden voorgelezen, die bevestigt dat dit zijn laatste wil is. Indien er slechts één notaris is, geschiedt de voorlezing en de bevestiging in tegenwoordigheid van de getuigen.
  Van een en ander wordt uitdrukkelijk melding gemaakt.".
Art. 75. L'article 972 du Code civil, modifié par les lois des 16 décembre 1922, 6 décembre 2009 et 29 décembre 2010, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 972. Si le testament est reçu par un ou deux notaires, il est rédigé sur support papier conformément à l'article 13 de la loi du 16 mars 1803 contenant l'organisation du notariat, selon les volontés exprimées par le testateur.
  Dans l'un et l'autre cas, il en est donné lecture au testateur, qui confirme que telles sont ses dernières volontés. S'il n'y a qu'un notaire, la lecture du testament et la confirmation du testateur ont lieu en présence des témoins.
  Il est fait mention expresse du tout. ".
Art. 76. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2020.
Art. 76. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2020.
HOOFDSTUK 13. - Aanpassingen aangaande de machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap voor een minderjarige of persoon die overeenkomstig artikel 492/1, § 2, derde lid, 5°, van het Burgerlijk Wetboek, onbekwaam werd verklaard om een nalatenschap te verwerpen
CHAPITRE 13. - Adaptations relatives à l'autorisation pour renoncer à une succession pour un mineur ou pour une personne qui a été déclarée incapable de renoncer à une succession conformément à l'article 492/1, § 2, troisième alinéa, 5°, du Code civil
Art. 77. In artikel 410, § 1, 5°, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden ", onverminderd artikel 784/1" ingevoegd tussen de woorden "te verwerpen" en de woorden "of te aanvaarden".
Art. 77. Dans l'article 410, § 1er, 5°, du Code civil, remplacé par la loi du 6 juillet 2017, les mots ", sans préjudice de l'article 784/1, " sont insérés entre les mots " à titre universel " et les mots " ou l'accepter ".
Art. 78. In artikel 492/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de woorden, ", 784/1" ingevoegd tussen de woorden "de artikelen 499/7, §§ 1 en 2" en ", 905".
Art. 78. Dans l'article 492/3 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les mots ",784/1 " sont insérés entre les mots " aux articles 499/7, §§ 1er et 2 " et ", 905 ".
Art. 79. In artikel 493 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden ", 784/1" ingevoegd tussen de woorden "de artikelen 499/7, § 2" en de woorden ", 905";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", 784/1" ingevoegd tussen de woorden "de artikelen 499/7" en ", 905".
Art. 79. A l'article 493 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots ",784/1 " sont insérés entre les mots " aux articles 499/7, § 2 " et les mots ", 905 " ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots ",784/1 " sont insérés entre les mots " aux articles 499/7 " et les mots ", 905 ".
Art. 80. In artikel 499/7, § 2, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden ", onverminderd artikel 784/1" ingevoegd tussen de woorden "te verwerpen" en "of te aanvaarden".
Art. 80. Dans l'article 499/7, § 2, 5°, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots ", sans préjudice de l'article 784/1, " sont insérés entre les mots " à titre universel " et les mots " ou l'accepter ".
Art. 81. In artikel 499/13 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", 784/1" ingevoegd tussen de woorden "de artikelen 499/7" en ", 1397/1".
Art. 81. Dans l'article 499/13 du même Code les mots ", 784/1 " sont insérés entre les mots " aux articles 499/7 " et ", 1397/1 ".
Art. 82. In boek III, titel I, hoofdstuk V, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 784/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 784/1. Ingeval minderjarigen of personen die overeenkomstig artikel 492/1, § 2, derde lid, 5°, onbekwaam werden verklaard om een nalatenschap te verwerpen, tot een nalatenschap bedoeld in artikel 784, derde lid, geroepen zijn, ook indien dit slechts in ondergeschikte graad of orde is, kan de vrederechter, voor het geheel of een deel van deze personen, worden verzocht om een gezamenlijke machtiging om deze nalatenschap te verwerpen.
  Het verzoek kan gezamenlijk worden ingediend door de respectievelijke wettelijke vertegenwoordigers, overeenkomstig artikel 1185 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 82. Dans le livre III, titre Ier, chapitre V, section II, du même Code, il est inséré un article 784/1 rédigé comme suit :
  " Art. 784/1. Dans le cas où des mineurs ou des personnes qui ont été déclarées incapables de renoncer à une succession conformément à l'article 492/1, § 2, alinéa 3, 5°, sont appelés à une succession visée à l'article 784, alinéa 3, même si ce n'est qu'à un degré ou à un ordre subséquent, une autorisation conjointe de renoncer à cette succession peut être demandée au juge de paix, pour tout ou partie de ces personnes.
  La requête peut être introduite conjointement par leurs représentants légaux respectifs, conformément à l'article 1185 du Code judiciaire. ".
Art. 83. In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de bepaling onder 13°, opgeheven bij de wet van 4 mei 1999, hersteld als volgt :
  "13° over de verzoeken om machtiging op grond van artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek;".
Art. 83. Dans l'article 594 du Code judiciaire, le 13°, abrogé par la loi du 4 mai 1999, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 13° sur les demandes d'autorisation sur la base de l'article 784/1 du Code civil; ".
Art. 84. In artikel 627 van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 1°, vervangen bij de wet van 27 maart 2001, aangevuld met de volgende zinnen :
  "In afwijking van het voorgaande, is de bevoegde rechter voor het verzoek tot machtiging bedoeld in artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek, de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen. Indien in dit geval de erfenis is opengevallen buiten het Belgisch grondgebied, is de bevoegde rechter, de rechter van de verblijfplaats van één van de personen voor wie de machtiging wordt gevraagd.".
Art. 84. Dans l'article 627 du même Code, le 1°, remplacé par la loi du 27 mars 2001, est complété par les phrases suivantes :
  " Par dérogation à ce qui précède, le juge compétent pour connaître de la demande d'autorisation visée à l'article 784/1 du Code civil est celui du lieu de l'ouverture de la succession. Dans le cas où la succession s'est ouverte en dehors du territoire belge, le juge compétent est celui de la résidence de l'une des personnes pour lesquelles l'autorisation est demandée. ".
Art. 85. In artikel 628 van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 3°, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, aangevuld met de volgende zinnen:
  "In afwijking van het voorgaande, is de bevoegde rechter voor het verzoek tot machtiging bedoeld in artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek, de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen. Indien in dit geval de erfenis is opengevallen buiten het Belgisch grondgebied, is de bevoegde rechter, de rechter van de verblijfplaats van één van de personen voor wie de machtiging wordt gevraagd.".
Art. 85. Dans l'article 628 du même Code, le 3°, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, est complété par les phrases suivantes :
  " Par dérogation à ce qui précède, le juge compétent pour connaître de la demande d'autorisation visée à l'article 784/1 du Code civil est celui du lieu de l'ouverture de la succession. Dans le cas où la succession s'est ouverte en dehors du territoire belge, le juge compétent est celui de la résidence de l'une des personnes pour lesquelles l'autorisation est demandée. ".
Art. 86. Artikel 629quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid is de bevoegde rechter voor het verzoek tot machtiging bedoeld in artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek, de rechter van de plaats waar de erfenis is opengevallen. Indien in dit geval de erfenis is opengevallen buiten het Belgisch grondgebied, is de bevoegde rechter, de rechter van de verblijfplaats van één van de personen voor wie de machtiging wordt gevraagd.".
Art. 86. L'article 629quater du même Code, inséré par la loi du 30 juillet 2013, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le juge compétent pour connaître de la demande d'autorisation visée à l'article 784/1 du Code judiciaire est celui du lieu de l'ouverture de la succession. Dans le cas où la succession s'est ouverte en dehors du territoire belge, le juge compétent est celui de la résidence de l'une des personnes pour lesquelles l'autorisation est demandée. ".
Art. 87. Artikel 1185 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 6 juli 2017, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 1185. Op het gezamenlijk verzoek tot machtiging bedoeld in artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek, zijn de artikelen 1026 tot 1034 van toepassing onder voorbehoud van de volgende bepalingen :
  1° het verzoekschrift wordt ondertekend door de verzoekers of hun advocaat of notaris;
  2° de vrederechter wint alle dienstige inlichtingen in en kan eenieder horen die hij geschikt acht om hem in te lichten.".
Art. 87. L'article 1185 du même Code, abrogé par la loi du 6 juillet 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 1185. Les articles 1026 à 1034 sont applicables à la demande conjointe d'autorisation visée à l'article 784/1 du Code civil, sous réserve des dispositions suivantes :
  1° la requête est signée par les requérants ou par leur avocat ou notaire ;
  2° le juge de paix recueille toutes les informations utiles et peut entendre toute personne qu'il estime apte à le renseigner. ".
Art. 88. In artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt de bepaling onder 19°, opgeheven bij wet van 12 juli 1960, hersteld als volgt :
  "19° de akten, vonnissen en arresten betreffende procedures tot machtiging ingesteld overeenkomstig artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek;".
Art. 88. Dans l'article 162 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe le 19°, abrogé par la loi du 12 juillet 1960, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 19° les actes, jugements et arrêts relatifs aux procédures d'autorisation visée à l'article 784/1 du Code civil ; ".
Art. 89. Artikel 4, § 2, tweede lid, van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
  "6° indien zij een verzoek tot machtiging indient op grond van artikel 784/1 van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 89. L'article 4, § 2, alinéa 2, de la loi du 19 mars 2017 instituant un fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne est complété par le 6° rédigé comme suit :
  " 6° si elle introduit une demande d'autorisation sur la base de l'article 784/1 du Code civil. ".
Art. 90. Dit hoofdstuk is van toepassing vanaf zijn inwerkingtreding ongeacht het tijdstip waarop de nalatenschap is opengevallen.
Art. 90. Le présent chapitre est d'application à partir de son entrée en vigueur quelle que soit la date d'ouverture de la succession.
Art. 91. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2020.
Art. 91. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2020.
HOOFDSTUK 14. - Geavanceerde elektronische zegels voor de kopieën van processen-verbaal
CHAPITRE 14. - Cachet électronique avancé pour les copies des procès-verbaux
Art. 92. Artikel 40 van de wet op het politieambt, vervangen bij de wet van 25 mei 2018, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende :
  " § 6. De digitale kopieën en digitale uittreksels van processen-verbaal worden ondertekend met behulp van een geavanceerd elektronisch zegel.".
Art. 92. L'article 40 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, remplacé par la loi du 25 mai 2018, est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Les copies digitales et les extraits digitaux des procès-verbaux sont signés à l'aide d'un cachet électronique avancé. ".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen inzake gerechtskosten
CHAPITRE 15. - Modifications concernant les frais de justice
Afdeling 1. - Bekrachtiging van het besluit genomen met toepassing van artikel 11, eerste lid, van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van Strafvordering
Section 1re. - Confirmation de l'arrêté pris en application de l'article 11, alinéa 1er, de la loi du 23 mai 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'Instruction criminelle
Art. 93. Wordt bekrachtigd met ingang van 22 oktober 2018, het koninklijk besluit van 5 oktober 2018 tot vaststelling van het forfaitair tarief voor de prestaties bij het psychiatrisch deskundigenonderzoek in het kader van een interneringsprocedure.
Art. 93. Est confirmé avec effet au 22 octobre 2018, l'arrêté royal du 5 octobre 2018 fixant le tarif forfaitaire pour les prestations lors de l'expertise psychiatrique dans le cadre d'une procédure d'internement.
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van Strafvordering
Section 2. - Modifications de la loi du 23 mars 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'Instruction criminelle
Art. 94. In de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° na artikel 17, wordt een hoofdstuk 6/1 ingevoegd, dat artikel 17/1 omvat, met als opschrift: "Hoofdstuk 6/1. Overgangsbepaling";
  2° in hoofdstuk 6/1 wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 17/1. De beroepen die bij de Commissie voor de Gerechtskosten zijn ingesteld tegen de beslissingen van de taxerende magistraat en de minister van Justitie inzake het bedrag van de gerechtskosten, en waarin nog geen uitspraak is gedaan bij de inwerkingtreding van deze wet, worden aanhangig gemaakt bij de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie, die uiterlijk op 31 december 2020 een met redenen omklede beslissing neemt overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 6, § 3.".
Art. 94. A la loi du 23 mars 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'instruction criminelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° après l'article 17, il est inséré un chapitre 6/1, comportant l'article 17/1, intitulé comme suit : " Chapitre 6/1. Disposition transitoire " ;
  2° dans le chapitre 6/1, il est inséré un article 17/1 rédigé comme suit :
  " Art. 17/1. Les recours formés auprès de la Commission des frais de justice contre les décisions du magistrat taxateur et du ministre de la Justice en ce qui concerne le montant des frais de justice, et qui n'ont encore fait l'objet d'aucun jugement à l'entrée en vigueur de la présente loi, sont soumis au directeur général de la direction générale de l'Organisation judiciaire, qui prend une décision motivée conformément à la procédure prévue à l'article 6, § 3, au plus tard le 31 décembre 2020. ".
Art. 95. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "voor gerechtsdeskundigen bedoeld in de artikelen 991ter tot 991undecies" vervangen door de woorden "voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 555/6 tot 555/16";
  2° in de bepaling onder 4° worden de woorden "voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 20 tot 27 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken" vervangen door de woorden "voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 555/6 tot 555/16 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 95. A l'article 2 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 3°, les mots " des experts judiciaires visé par les articles 991ter à 991undecies du Code judiciaire " sont remplacés par les mots " des experts judiciaires et des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé par les articles 555/6 à 555/16 " ;
  2° dans le 4°, les mots " des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé aux articles 20 à 27 de la loi du 10 avril 2014 modifiant diverses dispositions en vue d'établir un registre national des experts judiciaires et établissant un registre national des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés " sont remplacés par les mots " des experts judiciaires et des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé par les articles 555/6 à 555/16 du Code judiciaire. ".
Art. 96. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° de woorden "artikel 991septies" worden vervangen door de woorden "artikel 555/12";
  2° de woorden "artikel 24 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken" worden vervangen door de woorden "artikel 555/12 van het Gerechtelijk Wetboek".
Art. 96. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " article 991septies " sont remplacés par les mots " article 555/12 " ;
  2° les mots " article 24 de la loi du 10 avril 2014 modifiant diverses dispositions en vue d'établir un registre national des experts judiciaires et établissant un registre national des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés " sont remplacés par les mots " article 555/12 du Code judiciaire ".
Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek van Strafvordering
Section 3. - Modification du Code d'Instruction criminelle
Art. 97. In artikel 464/40 van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 11 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De kosten die namens het ambt van de SUO-magistraat zijn gemaakt worden begroot overeenkomstig de regelgeving inzake de gerechtskosten in strafzaken.";
  2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. 97. A l'article 464/40 du Code d'Instruction criminelle, inséré par la loi du 11 février 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
  " Les frais qui sont exposés au nom de l'office du magistrat EPE sont taxés conformément la règlementation des frais de justice. " ;
  2° l'alinéa 5 est abrogé.
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring
Section 4. - Modification de la loi du 4 février 2018 contenant les missions et la composition de l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation
Art. 98. In artikel 22, § 9, van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
  "De directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn gedelegeerde neemt kennis van alle beroepen die de prestatieverlener instelt tegen de beslissingen betreffende het bedrag van de voorgeschoten of de definitief begrote vergoeding overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 6, § 3 van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering.".
Art. 98. Dans l'article 22, § 9, de la loi du 4 février 2018 contenant les missions et la composition de l'Organe central pour la Saisie et la Confiscation, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Le directeur général de la Direction générale de l'Organisation judiciaire du Service public fédéral Justice ou son délégué connaît de tous les recours introduits par le prestataire de services contre les décisions concernant le montant de l'indemnisation avancée ou définitivement taxée, conformément à la procédure prévue à l'article 6, § 3, de la loi du 23 mars 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'instruction criminelle. ".
Afdeling 5. - Inwerkingtreding
Section 5. - Entrée en vigueur
Art. 99. De artikelen 97 en 98 hebben uitwerking op 1 januari 2020.
Art. 99. Les articles 97 et 98 produisent leur effets le 1er janvier 2020.
HOOFDSTUK 16. - Uitstel van de inwerkingtreding van bepaalde bepalingen betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 16. - Report de l'entrée en vigueur de certaines dispositions relatives au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
Section 1re. . - Modification de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 100. In artikel 109 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "en uiterlijk op 1 oktober 2020" vervangen door de woorden "en uiterlijk op 1 april 2021".
Art. 100. Dans l'article 109 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, les mots " et au plus tard le 1er octobre 2020 " sont remplacés par les mots " et au plus tard le 1er avril 2021 ".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten tot aanpassing van de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder
Section 2. - Modification de la loi du 5 mai 2019 modifiant la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine en vue d'adapter la procédure devant le juge de l'application des peines en ce qui concerne les peines privatives de liberté de trois ans ou moins
Art. 101. In artikel 26 van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten tot aanpassing van de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder, worden de woorden "en uiterlijk op 1 oktober 2020" vervangen door de woorden "en uiterlijk op 1 april 2021".
Art. 101. Dans l'article 26 de la loi du 5 mai 2019 modifiant la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine en vue d'adapter la procédure devant le juge de l'application des peines en ce qui concerne les peines privatives de liberté de trois ans ou moins, les mots " et au plus tard le 1er octobre 2020 " sont remplacés par les mots " et au plus tard le 1er avril 2021 ".
Afdeling 3. - Bepaling met betrekking tot de vervanging in overtal van het gerechtspersoneel aangewezen om de rechters in de strafuitvoeringsrechtbank en de substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken bij te staan met het oog op de inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
Section 3. - Disposition relative au remplacement du personnel judiciaire désigné pour assister les juges au tribunal de l'application des peines et les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines en vue de l'entrée en vigueur des dispositions concernant la procédure devant le juge de l'application des peines en ce qui concerne les peines privatives de liberté de trois ans ou moins de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 102. In het tweede deel, boek I, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk VI. Vervanging in overtal van de griffiers, secretarissen en assistenten aangewezen om een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank of een substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken bij te staan.".
Art. 102. Dans la deuxième partie, livre premier, titre III, du Code judiciaire, il est inséré un chapitre VI intitulé :
  " Chapitre VI. Du remplacement en surnombre des greffiers, secrétaires et assistants désignés pour assister un juge au tribunal de l'application des peines ou un substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines. ".
Art. 103. In hoofdstuk VI, ingevoegd bij artikel 102, wordt artikel 179 van hetzelfde Wetboek hersteld als volgt:
  "Art. 179. De griffier, secretaris of assistent aangewezen om een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank of een substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken bij te staan kan worden vervangen door middel van een benoeming of een werving in overtal.".
Art. 103. Dans le chapitre VI, inséré par l'article 102, l'article 179 du même Code est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 179. Le greffier, le secrétaire ou l'assistant désigné pour assister un juge au tribunal de l'application des peines ou un substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines peut être remplacé par la voie d'une nomination ou d'un recrutement en surnombre. ".
HOOFDSTUK 17. - Plaats van de terechtzittingen van de hoven van assisen en het aantal plaatsvervangende gezworenen
CHAPITRE 17. - Lieu des audiences des cours d'assises et le nombre de jurés suppléants
Art. 104. Artikel 115 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 21 december 2009, 19 juli 2012 en 5 mei 2016, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Indien buitengewone omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de eerste voorzitter van het hof van beroep in samenspraak met de minister bevoegd voor Justitie, op vordering van de procureur-generaal of deze magistraat gehoord, en desgevallend in overleg met de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied, gelasten dat de terechtzittingen van het hof van assisen worden gehouden in een zittingsplaats die hij daartoe aanwijst en, zo daartoe grond bestaat, dat een bepaalde zaak aldaar zal berecht worden.".
Art. 104. L'article 115 du Code judiciaire, modifié par les lois des 16 juillet 1993, 21 décembre 2009, 19 juillet 2012 et 5 mai 2016, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si des circonstances exceptionnelles le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, en concertation avec le ministre qui a la Justice dans ses attributions, sur les réquisitions du procureur général ou ce magistrat entendu, et, le cas échéant, en concertation avec le premier président de la cour d'appel du ressort concerné, ordonner que l'audience de la cour d'assises se tiendra au lieu d'audience qu'il désigne et, s'il échet, qu'une affaire déterminée y sera jugée. ".
Art. 105. Artikel 116 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2009 en 1 december 2013, wordt aangevuld met de woorden ", hetzij in de zittingsplaats overeenkomstig artikel 115, derde of vierde lid, daartoe aangewezen".
Art. 105. L'article 116 du même Code, modifié par les lois des 21 décembre 2009 et 1er décembre 2013, est complété par les mots ", soit au lieu d'audience désigné à cet effet conformément à l'article 115, alinéa 3 ou 4 ".
Art. 106. In artikel 124 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 november 1987, worden de woorden "twaalf plaatsvervangende gezworenen" vervangen door de woorden "vierentwintig plaatsvervangende gezworenen".
Art. 106. Dans l'article 124 du même Code, remplacé par la loi du 13 novembre 1987, les mots " douze jurés suppléants " sont remplacés par les mots " vingt-quatre jurés suppléants ".
Art. 107. In artikel 238 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1993 en 21 december 2009, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "of bij toepassing van artikel 115, vierde lid, uit de definitieve lijst van gezworenen van het gerechtelijk arrondissement waar de terechtzitting zou geopend geweest zijn mocht geen toepassing zijn gemaakt van artikel 115, vierde lid.".
Art. 107. Dans l'article 238 du même Code, modifié par les lois des 15 juillet 1993 et 21 décembre 2009, l'alinéa 1er est complété par les mots " ou, en application de l'article 115, alinéa 4, dans la liste définitive des jurés de l'arrondissement judiciaire où se serait ouverte l'audience s'il n'avait pas été fait application de l'article 115, alinéa 4. ".
Art. 108. In artikel 240, 1°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of in geval van toepassing van artikel 115, vierde lid, op de plaats waar het hof van assisen zal zetelen" ingevoegd tussen de woorden "om zich aan te melden op de zetel van het hof van assisen" en de woorden "op de dag die de eerste voorzitter".
Art. 108. Dans l'article 240, 1°, du même Code, les mots " ou en cas d'application de l'article 115, alinéa 4, au lieu où siègera la cour d'assises " sont insérés entre les mots " à se présenter au siège de la cour d'assises " et les mots " au jour fixé par le premier président ".
HOOFDSTUK 18. - Zittingen via videoconferentie voor de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders
CHAPITRE 18. - Audiences par vidéoconférence pour la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et aux sauveteurs occasionnels
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen
Section 1re. . - Modification de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres
Art. 109. Artikel 34sexies van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, ingevoegd bij de wet van 22 april 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 34sexies. De zittingen van de commissie zijn openbaar, behalve indien de verzoeker de behandeling met gesloten deuren vraagt.
  De voorzitter van de kamer kan evenwel beslissen dat advocaten, betrokkenen of leden van de commissie de zitting bijwonen via videoconferentie.
  De verzoeker kan echter eisen fysiek op de zitting aanwezig te zijn.
  Het beraad kan eveneens per videoconferentie plaatsvinden.
  De Koning stelt de nadere regels vast inzake de procedure en de werking van de commissie.".
Art. 109. L'article 34sexies de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres, inséré par la loi du 22 avril 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34sexies. Les audiences de la commission sont publiques, sauf si le requérant sollicite le huis clos.
  Le président de la chambre peut toutefois décider que les avocats, les intéressés ou les membres de la commission participent à l'audience par vidéoconférence.
  Le requérant peut cependant exiger d'être présent physiquement à l'audience.
  Le délibéré peut également avoir lieu par vidéo-conférence.
  Le Roi fixe les modalités de la procédure et du fonctionnement de la commission. ".
Afdeling 2. - Inwerkingtreding
Section 2. - Entrée en vigueur
Art. 110. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 110. Le présent chapitre entre en vigueur le lendemain de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE 19. - Modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art. 111. In artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden ", en de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, op een kopie" opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden "onderworpen zijn" vervangen door de woorden "onderworpen worden";
  3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "Onverminderd het derde en het vierde lid, worden de vonnissen en arresten geregistreerd op een door de griffier eensluidend verklaard afschrift dat op elektronische wijze wordt aangeboden, behoudens overmacht of technische storing in welk geval de aanbieding gebeurt op papier. De vermelding van de registratie wordt aan de griffier verzonden samen met het geregistreerde vonnis of arrest, op dezelfde wijze als dat laatste werd aangeboden.
  Onverminderd het derde en het vierde lid, worden de onderhandse akten geregistreerd op een origineel of op een kopie, met uitzondering van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° die op een kopie worden geregistreerd.".
Art. 111. A l'article 2 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, modifié en dernier lieu par la loi du 28 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " et, sur une copie, les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° " sont abrogés ;
  2° dans le texte en néerlandais de l'alinéa 3, les mots " onderworpen zijn " sont remplacés par les mots " onderworpen worden " ;
  3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Sans préjudice des alinéas 3 et 4, les jugements et arrêts sont enregistrés sur une copie certifiée conforme par le greffier, présentée par voie électronique sauf cas de force majeure ou dysfonctionnement technique, auquel cas la présentation se fait sur papier. La relation de l'enregistrement est envoyée au greffier avec le jugement ou l'arrêt enregistré et de la même manière que celui-ci a été présenté.
  Sans préjudice des alinéas 3 et 4, les actes sous seing privé sont enregistrés sur un original ou une copie, à l'exception des actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3° qui le sont sur une copie. ".
Art. 112. Artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd door de wet van 26 juni 2002, wordt aangevuld met een lid luidende :
  "Het eerste lid is niet van toepassing op een afschrift gemaakt met het oog op de aanbieding ervan ter formaliteit van de registratie.".
Art. 112. L'article 171 du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1er ne s'applique pas à une copie dressée en vue de sa présentation à la formalité de l'enregistrement. ".
Art. 113. In artikel 173 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019, wordt een bepaling onder 7° bis ingevoegd, luidende :
  "7° bis. de afschriften van de vonnissen en arresten gemaakt met het oog op de aanbieding ervan ter formaliteit van de registratie;".
Art. 113. Dans l'article 173 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mars 2019, il est inséré un 7° bis rédigé comme suit :
  " 7° bis. les copies des jugements et arrêts dressées en vue de leur présentation à la formalité de l'enregistrement; ".
Art. 114. In titel I, hoofdstuk IX, afdeling III, van hetzelfde Wetboek wordt een nieuw artikel 180ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 180ter. De griffier bewaart, samen met de minuut van het vonnis of arrest :
  1° de vermelding van de registratie van dat vonnis of arrest;
  2° een kopie van het geregistreerde afschrift van dat vonnis of arrest.".
Art. 114. Dans le titre Ier, chapitre IX, section III, du même Code, il est inséré un nouvel article 180ter rédigé comme suit :
  " Art. 180ter. Le greffier conserve, avec la minute du jugement ou de l'arrêt :
  1° la relation de l'enregistrement de ce jugement ou de cet arrêt ;
  2° une copie de la copie enregistrée de ce jugement ou de cet arrêt. ".
Art. 115. Artikel 1812, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016 wordt vervangen als volgt :
  "De griffiers van de hoven en rechtbanken zijn er toe gehouden op straf van een boete van vijfentwintig euro per overtreding, aan de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie inzage te verlenen van :
  1° de door hen of vóór hen verleden akten;
  2° de minuten van de vonnissen, arresten, bevelschriften en alle andere akten waarvan zij bewaarders zijn;
  3° de afschriften en vermeldingen bedoeld in artikel 180ter.".
Art. 115. L'article 1812, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Les greffiers des cours et tribunaux sont tenus, sous peine d'une amende de vingt-cinq euros par contravention, de communiquer aux agents de l'Administration générale de la documentation patrimoniale :
  1° les actes passés par eux ou devant eux ;
  2° les minutes des jugements, arrêts, ordonnances et tous autres actes dont ils sont dépositaires ;
  3° les copies et relations visées à l'article 180ter. ".