Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 JULI 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de thematische verloven in de publieke sector
Titre
18 JUILLET 2019. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives aux congés thématiques dans le secteur public
Informations sur le document
Numac: 2019203244
Datum: 2019-07-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019203244
Date: 2019-07-18
Moniteur: Voir
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 1. - Modifications de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, wordt een artikel 4ter/2 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 4ter/2. § 1. Dit artikel is van toepassing op voorwaarde dat de bevoegde Gemeenschap de mogelijkheid voorzien heeft en dat de voorwaarden en modaliteiten bepaald door deze Gemeenschap vervuld werden.
  § 2. In afwijking van artikel 4ter, § 2 en § 4, tweede lid, kan de minimumperiode van onderbreking mits akkoord van de overheid worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 4ter, § 2 en § 4, eerste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid, minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.".
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, un article 4ter/2 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 4ter/2. § 1er. Cet article est d'application à la condition que la Communauté compétente en ait prévu la possibilité et que les conditions et modalités fixées par cette Communauté soient remplies.
  § 2. Par dérogation à l'article 4ter, § 2 et § 4, alinéa 2, la période d'interruption minimale peut être réduite, moyennant l'accord de l'autorité, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 4ter, § 2 et § 4, alinéa 1er, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.".
Art. 2. In artikel 4quater van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- ofwel hun arbeidsprestaties verminderen met 1/10 van een voltijdse betrekking op basis van artikel 102 van dezelfde wet voor een periode van maximum veertig maanden.";
  2° in het vierde lid worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens".
Art. 2. Dans l'article 4quater du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit réduire leurs prestations de travail d'un dixième d'un emploi à temps plein comme prévu à l'article 102 de la même loi pour un maximum de quarante mois.";
  2° à l'alinéa 4, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge est".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 4quater/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 4quater/1. § 1. In afwijking van artikel 4quater, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden, mits akkoord van de overheid, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan zestien weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 4quater, eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet, na een gedeeltelijke opsplitsing in weken, rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 4quater, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de overheid geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.
  § 3. De overheid kan de uitoefening van het in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel of in artikel 4quater, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de overheid zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 4quater, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke mededeling waarbij het personeelslid de overheid informeert van zijn wens om zijn recht op onderbreking uit te oefenen.".
Art. 3. Dans le même arrêté, un article 4quater/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 4quater/1. § 1er. Par dérogation à l'article 4quater, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'autorité, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 4quater, alinéa 1er. Lors d'un changement de forme, après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.
  § 2. Par dérogation à l'article 4quater, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'autorité, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.
  § 3. L'autorité peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, du présent article ou à l'article 4quater, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, l'autorité doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 4quater, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite par laquelle le membre du personnel informe l'autorité de son souhait d'exercer son droit à l'interruption.".
Art. 4. In artikel 4quinquies van hetzelfde besluit worden een paragraaf 4 en 5 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Voor de personeelsleden die hun beroepsloopbaan verminderen met 1/10 van een voltijdse betrekking bedraagt het maandbedrag van de onderbrekingsuitkeringen een gedeelte van 596,27 euro, berekend volgens het aantal uren waarmee de opdracht verminderd wordt in verhouding tot het aantal uren van een volledige opdracht.
  Voor het personeelslid dat uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt het bedrag in het eerste lid vervangen door 680,05 euro.
  Voor het personeelslid dat de leeftijd van 50 jaar bereikt heeft, wordt het bedrag in het eerste lid vervangen door 803,83 euro.
  § 5. Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de overheid overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 4. A l'article 4quinquies du même arrêté des paragraphes 4 et 5 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 4. Pour les membres du personnel qui réduisent leur carrière professionnelle d'un dixième d'un emploi à plein temps, le montant mensuel de l'allocation d'interruption s'élève à une partie de 596,27 euros, calculée selon le nombre d'heures par lesquelles la fonction a été diminuée par rapport au nombre d'heures d'une fonction complète.
  Pour le membre du personnel qui habite exclusivement avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de l'alinéa 1er est remplacé par 680,05 euros.
  Pour le membre du personnel qui a atteint l'âge de 50 ans, le montant de l'alinéa 1er est remplacé par 803,83 euros.
  § 5. Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec l'autorité de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat
Art. 5. In artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, worden de woorden "artikelen 35, 117 en 117bis" vervangen door de woorden "artikelen 35, 35/1, 117, 117bis en 117ter".
Art. 5. Dans l'article 7, § 2, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, les mots "aux articles 35, 117 et 117bis" sont remplacés par les mots "aux articles 35, 35/1, 117, 117bis et 117ter".
Art. 6. In artikel 8bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 2017, worden de woorden "in toepassing van de artikelen 34 en 35," vervangen door de woorden "in toepassing van de artikelen 34, 35 en 35/1,".
Art. 6. Dans l'article 8bis, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 mars 2017, les mots "en application des articles 34 et 35," sont remplacés par les mots "en application des articles 34, 35 et 35/1,".
Art. 7. In artikel 35 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- hetzij gedurende een periode van veertig maanden in het raam van de onderbreking van de loopbaan met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld; op vraag van de ambtenaar kan deze periode worden opgesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de tweede zin vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking, gelijk is aan vijf maanden loopbaanonderbreking met één vijfde en gelijk is aan tien maanden loopbaanonderbreking met één tiende.";
  3° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens";
  4° in paragraaf 2 worden een vierde en vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "Een toelage van 43,16 euro per maand wordt toegekend door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening aan de ambtenaar die zijn loopbaan met één tiende onderbreekt. Indien de ambtenaar uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 43,16 euro vervangen door 58,04 euro.
  Als een ambtenaar, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de overheid overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.";
  5° in paragraaf 4 worden de woorden "en artikel 35/1" ingevoegd tussen de woorden "de bepalingen van dit artikel" en "valt het ouderschapsverlof".
Art. 7. Dans l'article 35 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit, quand il est employé à temps plein, interrompre partiellement sa carrière professionnelle sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée; au choix de l'agent cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° au paragraphe 1er, alinéa 3, la deuxième phrase est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle est équivalent à deux mois d'interruption à mi-temps de la carrière professionnelle, à cinq mois d'interruption à raison d'un cinquième de la carrière professionnelle et à dix mois d'interruption à raison d'un dixième de la carrière professionnelle.";
  3° au paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge est";
  4° au paragraphe 2, des alinéas 4 et 5 sont insérés, rédigés comme suit :
  "Une allocation de 43,16 euros par mois est accordée par l'Office national de l'Emploi à l'agent qui interrompt sa carrière à concurrence d'un dixième. Pour l'agent qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 43,16 euros est remplacé par 58,04 euros.
  Lorsqu'un agent, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec l'autorité de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.";
  5° au paragraphe 4, les mots "et l'article 35/1" sont insérés entre les mots "du présent article" et ", le congé parental".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 35/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 35/1. § 1. In afwijking van artikel 35, § 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden onderbreking van de loopbaan gelijk is aan zestien weken onderbreking van de loopbaan.
  De ambtenaar heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 35, § 1, eerste lid. Onverminderd artikel 35, § 1, derde lid, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 35, § 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, op te nemen.
  § 3. De voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde kan de uitoefening van het in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel of in artikel 35, § 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan de ambtenaar die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 35, paragraaf 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd, binnen een maand na de mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 8bis.".
Art. 8. Dans le même arrêté, un article 35/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 35/1. § 1er. Par dérogation à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, l'agent a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 35, § 1er, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 35, § 1er, alinéa 3, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué.
  § 2. Par dérogation à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué.
  § 3. Le président du comité de direction, le secrétaire général ou leur délégué peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, le président du comité de direction, le secrétaire général ou leur délégué, doit communiquer sa décision par écrit à l'agent qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication effectuée conformément à l'article 8bis.".
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een artikel 117ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 117ter. In afwijking van artikel 117, § 2, eerste en negende lid, kan de minimumperiode van onderbreking mits akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 117, § 2, tweede en achtste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde, op te nemen.
  De voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde kan de uitoefening van het in eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of hun afgevaardigde zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan de ambtenaar binnen twee werkdagen na de ontvangst van de mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 8bis.".
Art. 9. Dans le même arrêté, un article 117ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 117ter. Par dérogation à l'article 117, § 2, alinéas 1er et 9, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 117, § 2, alinéas 2 et 8, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général ou de leur délégué.
  Le président du comité de direction, le secrétaire général ou leur délégué peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, le président du comité de direction, le secrétaire général ou leur délégué doit communiquer sa décision par écrit à l'agent dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication effectuée conformément à l'article 8bis.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 7 mai 1999 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle du personnel des administrations
Art. 10. In het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, wordt een artikel 11ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 11ter. In afwijking van artikel 11, zesde, zevende en elfde lid, kan de minimumperiode van onderbreking worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 11, zesde, zevende en tiende lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid, minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.".
Art. 10. Dans l'arrêté royal du 7 mai 1999 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle du personnel des administrations, un article 11ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 11ter. Par dérogation à l'article 11, alinéas 6, 7 et 11, la période minimale d'interruption peut être réduite à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 11, alinéas 6, 7 et 10, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.".
Art. 11. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, wordt het eerste lid aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- hetzij een periode van veertig maanden onderbreking van de loopbaan met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van de ambtenaar worden opgesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking, gelijk is aan vijf maanden loopbaanonderbreking met één vijfde en gelijk is aan tien maanden loopbaanonderbreking met één tiende.";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens";
  4° paragraaf 6 wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, kan, bij toepassing van artikel 12/1, § 1, eerste lid, elke aanvraag betrekking hebben op verschillende niet aaneengesloten periodes van een week of een veelvoud hiervan, op voorwaarde dat de aldus aangevraagde weken gespreid zijn over een periode van maximum drie maanden. Het in artikel 19 bedoelde geschrift vermeldt in dat geval de begin- en einddatum van elk van deze periodes.".
Art. 11. Dans l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit, quand il est employé à temps plein, interrompre partiellement sa carrière professionnelle sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée; au choix de l'agent cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° au paragraphe 2, la deuxième phrase est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme il convient de tenir compte du principe qu'un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle est équivalent à deux mois d'interruption à mi-temps de la carrière professionnelle, équivalent à cinq mois d'interruption de la carrière professionnelle à raison d'un cinquième et équivalent à dix mois d'interruption de la carrière professionnelle à raison d'un dixième.";
  3° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge";
  4° le paragraphe 6 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas d'application de l'article 12/1, § 1er, alinéa 1er, chaque demande peut porter sur plusieurs périodes non consécutives d'une semaine ou un multiple de ce chiffre, à la condition que les semaines ainsi demandées, s'étalent sur une période de maximum trois mois. L'écrit visé à l'article 19 indique dans ce cas les dates de début et de fin de chacune de ces périodes.".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 12/1. § 1. In afwijking van artikel 12, § 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de overheid geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan zestien weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  De ambtenaar heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 12, § 1. Onverminderd artikel 12, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 12, § 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de overheid geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft de ambtenaar het recht om dit saldo zonder akkoord van de overheid op te nemen.
  § 3. De overheid kan de uitoefening van het in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel of artikel 12, § 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de overheid zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan de ambtenaar die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 12, § 1, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 19.".
Art. 12. Dans le même arrêté, un article 12/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 12/1. § 1er. Par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'autorité, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, l'agent a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 12, § 1er. Sans préjudice de l'article 12, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.
  § 2. Par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'autorité, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, l'agent a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'autorité.
  § 3. L'autorité peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, l'autorité doit communiquer sa décision par écrit à l'agent qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 12, § 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 19.".
Art. 13. In artikel 13, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 2°, opgeheven bij koninklijk besluit van 18 januari 2007, hersteld in de volgende lezing :
  "2° voor de ambtenaren die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 43,16 euro. Voor de ambtenaar die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 43,16 euro vervangen door 58,04 euro;";
  2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 2°, opgeheven bij koninklijk besluit van 18 januari 2007, hersteld in de volgende lezing :
  "2° voor de ambtenaren die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende op 64,74 euro;";
  3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Als een ambtenaar, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de overheid overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 13. Dans l'article 13 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, le 2°, abrogé par l'arrêté royal du 18 janvier 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "2° Pour les agents qui réduisent leurs prestations de travail d'un dixième, à 43,16 euros. Pour l'agent qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 43,16 euros est remplacé par 58,04 euros;";
  2° dans le paragraphe 3, le 2°, abrogé par l'arrêté royal du 18 janvier 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "2° pour les agents qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 64,74 euros;";
  3° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lorsqu'un agent, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec l'autorité de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du 16 mars 2001 relatif aux congés et aux absences accordés à certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire
Art. 14. In artikel 32 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidend als volgt :
  "- hetzij een periode van veertig maanden onderbreking van de loopbaan met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van het personeelslid worden opgesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de tweede zin vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking, gelijk is aan vijf maanden loopbaanonderbreking met één vijfde en gelijk is aan tien maanden loopbaanonderbreking met één tiende.";
  3° in paragraaf 1 worden in het vijfde lid de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens";
  4° in paragraaf 2 worden een vierde en vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "Een toelage van 43,16 euro per maand wordt toegekend aan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt met één tiende. Voor het personeelslid dat uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 43,16 euro vervangen door 58,04 euro.
  Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.";
  5° in paragraaf 4 worden de woorden "en artikel 32/1" ingevoegd tussen de woorden "de bepalingen van dit artikel" en "valt het ouderschapsverlof".
Art. 14. Dans l'article 32 de l'arrêté royal du 16 mars 2001 relatif aux congés et aux absences accordés à certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit, quand il est employé à temps plein, interrompre partiellement sa carrière professionnelle sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée; au choix du membre du personnel cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, la deuxième phrase est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle est équivalent à deux mois d'interruption à mi-temps de la carrière professionnelle, à cinq mois d'interruption de la carrière professionnelle à raison d'un cinquième et à dix mois d'interruption de la carrière professionnelle à raison d'un dixième.";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge";
  4° dans le paragraphe 2, un alinéa 4 et 5 sont insérés, rédigés comme suit :
  "Une allocation de 43,16 euros par mois est accordée au membre du personnel qui interrompt sa carrière d'un dixième. Pour le membre du personnel qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 43,16 euros est remplacé par 58,04 euros.
  Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec le Ministre de la Justice ou l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.";
  5° dans le paragraphe 4 les mots "et de l'article 32/1" sont insérés entre les mots "du présent article" et ", le congé parental".
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 32/1. § 1. In afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan zestien weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 32, § 1, eerste lid. Onverminderd artikel 32, § 1, derde lid, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, op te nemen.
  § 3. De Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, kan de uitoefening van het in artikel 32, § 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, evenals van § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in § 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 6/1.".
Art. 15. Dans le même arrêté, un article 32/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 32/1. § 1er. Par dérogation à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 32, § 1er, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 32, § 1er, alinéa 3, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire.
  § 2. Par dérogation à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire.
  § 3. Le Ministre de la Justice ou l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, peut refuser l'exercice du droit visé à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er.
  Dans ce cas, le Ministre de la Justice ou l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article, ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 6/1.".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 65ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 65ter. In afwijking van artikel 65, § 2, eerste en negende lid, kan de minimumperiode van onderbreking mits akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 65, § 2, tweede en achtste lid, ten gevolge van de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, op te nemen.
  De Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de Minister van Justitie of de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, overeenkomstig de artikelen 331 en 331bis van het Gerechtelijk Wetboek, zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 6/1.".
Art. 16. Dans le même arrêté, un article 65ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 65ter. Par dérogation à l'article 65, § 2, alinéas 1er et 9, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 65, § 2, alinéas 2 et 8, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord du Ministre de la Justice ou de l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire.
  Le Ministre de la Justice ou l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, le Ministre de la Justice ou l'autorité dont relève le membre du personnel, conformément aux articles 331 et 331bis du Code judiciaire, doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption, visée à alinéa 1er, dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication écrite effectuée conformément à l'article 6/1.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du 10 juin 2002 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel des entreprises publiques qui ont obtenu une autonomie de gestion en application de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques
Art. 17. In het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, wordt een artikel 12ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 12ter. In afwijking van artikel 12, zevende, achtste en twaalfde lid, kan de minimumperiode van onderbreking mits akkoord van de werkgever worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 12, zevende, achtste en elfde lid, ten gevolge van de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  De werkgever kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 10, § 2.".
Art. 17. Dans l'arrêté royal du 10 juin 2002 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel des entreprises publiques qui ont obtenu une autonomie de gestion en application de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, un article 12ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 12ter. Par dérogation à l'article 12, alinéas 7, 8 et 12, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord de l'employeur, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 12, alinéas 7, 8 et 11, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle, visée à l'alinéa 1er, dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication écrite effectuée conformément à l'article 10, § 2.".
Art. 18. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidend als volgt :
  "- ofwel veertig maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende zoals voorzien in het artikel 102 van de voornoemde wet van 22 januari 1985, indien het voltijds tewerkgesteld is; deze periode kan naar keuze van het personeelslid worden opgesplitst in perioden van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in het derde lid wordt de tweede zin vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsprestaties gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, gelijk is aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en gelijk is aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.";
  3° in het vijfde lid worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens";
  4° in het achtste lid worden de woorden ", uitgezonderd de bepalingen van artikel 13/1," ingevoegd tussen de woorden "De aanvraagprocedure is" en "dezelfde als deze".
Art. 18. Dans l'article 13 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit quand il est employé à temps plein, interrompre partiellement sa carrière professionnelle sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée; au choix du membre du personnel cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans l'alinéa 3, la deuxième phrase est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de suspension de l'exécution des prestations de travail est équivalent à deux mois de réduction des prestations à mi-temps, à cinq mois de réduction des prestations de travail d'un cinquième et à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.";
  3° dans alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge";
  4° dans l'alinéa 8, la phrase est complétée par les mots ", à l'exception des dispositions de l'article 13/1.".
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 13/1. § 1. In afwijking van artikel 13, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat 4 maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan 16 weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 13, eerste lid. Onverminderd artikel 13, derde lid, moet bij een wijziging van opnamevorm, na een gedeeltelijke opsplitsing in weken, rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer bij een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 13, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden, mits akkoord van de werkgever, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer bij een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte één maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 3. De werkgever kan de uitoefening van het in § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van dit artikel of artikel 13, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 15.".
Art. 19. Dans le même arrêté, un article 13/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 13/1. § 1er. Par dérogation à l'article 13, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 13, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 13, alinéa 3, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 2. Par dérogation à l'article 3, § 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 3. L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou à l'article 13, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 13, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 15.".
Art. 20. In artikel 14 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 50,57 euro. Voor het personeelslid dat uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 50,57 euro vervangen door 68 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende op 75,85 euro.";
  3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de werkgever overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 20. Dans l'article 14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 50,57 euros. Pour le membre du personnel qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 50,57 euros est remplacé par 68 euros.";
  2° dans le paragraphe 3, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 75,85 euros.";
  3° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec l'employeur de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté royal du 16 novembre 2009 accordant au personnel de la Coopération technique belge le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade
Art. 21. In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de tweede en derde gedachtestreep van de Franstalige tekst worden de woorden "quand il sont" vervangen door de woorden "quand ils sont";
  2° een vierde gedachtestreep wordt ingevoerd, luidend als volgt :
  "- hetzij veertig maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende, zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet van 22 januari 1985, wanneer het personeelslid tewerkgesteld is in een voltijdse arbeidsregeling.".
Art. 21. Dans l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 16 novembre 2009 accordant au personnel de la Coopération technique belge le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, les modifications suivantes sont apportées :
  1° aux deuxième et troisième tirets dans le texte français, les mots "quand il sont" sont remplacés par les mots "quand ils sont";
  2° un quatrième tiret est inséré, rédigé comme suit :
  "- soit, quand ils sont employés à temps plein, d'interrompre partiellement leur carrière professionnelle sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi du 22 janvier 1985 précitée.".
Art. 22. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragaaf 1 wordt de zin aangevuld met de woorden "en het ouderschapsverlof naar rato van één tiende van veertig maanden kan worden gesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin aangevuld met de woorden "en gelijk is aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.".
Art. 22. Dans l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, la phrase est complétée par les mots "et le congé parental à concurrence d'un dixième de quarante mois peut être fractionné par périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase est complétée par les mots "et équivalent à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.".
Art. 23. In artikel 3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens".
Art. 23. Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge".
Art. 24. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 3/1. § 1. In afwijking van artikel 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden, mits akkoord van het BTC, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat 4 maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan 16 weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 1, eerste lid. Onverminderd artikel 2, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het BTC op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van het BTC geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het BTC op te nemen.
  § 3. Het BTC kan de uitoefening van het in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel en in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient het BTC zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 10.".
Art. 24. Dans le même arrêté, un article 3/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 3/1. § 1er. Par dérogation à l'article 1er, l'alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de la CTB, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 1er, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 2, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTB.
  § 2. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de la CTB, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTB.
  § 3. La CTB peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe § 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article et à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, la CTB doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 10.".
Art. 25. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 8ter. In afwijking van artikel 6, § 1, en artikel 7, tweede lid, kan de minimumperiode van de onderbreking mits akkoord van het BTC worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 6, § 1, en artikel 7, tweede lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het BTC op te nemen.
  Het BTC kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient het BTC zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 10.".
Art. 25. Dans le même arrêté, un article 8ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 8ter. Par dérogation à l'article 6, § 1er, et à l'article 7, alinéa 2, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord de la CTB, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 6, § 1er, et à l'article 7, alinéa 2, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTB.
  La CTB peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, la CTB doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption visée à l'alinéa 1er, dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication écrite effectuée conformément à l'article 10.".
Art. 26. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 50,57 euro. Voor het personeelslid dat alleen woont met één of meerdere van de kinderen die hij ten laste heeft, wordt het bedrag van 50,57 euro vervangen door een bedrag van 68 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende op 75,85 euro.";
  3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met het BTC overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 26. Dans l'article 9 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième à 50,57 euros. Pour le membre du personnel qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 50,57 euros est remplacé par 68 euros.";
  2° dans le paragraphe 3, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième à 75,85 euros.";
  3° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec la CTB de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du 29 avril 2013 accordant au personnel de la Cellule de Traitement des Informations financières le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade
Art. 27. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid van de Franstalige tekst wordt het woord "ou" in het begin van elke gedachtestreep telkens vervangen door het woord "soit";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidend als volgt :
  "- hetzij veertig maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende, zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet van 22 januari 1985, wanneer het personeelslid tewerkgesteld is in een voltijdse arbeidsregeling.".
Art. 27. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 29 avril 2013 accordant au personnel de la Cellule de Traitement des Informations financières le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er dans le texte français, le mot "ou" figurant au début de chaque tiret est chaque fois remplacé par le mot "soit";
  2° l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit à 40 mois de réduction des prestations d'un dixième, comme prévu à l'article 102 de la loi du 22 janvier 1985 précitée, lorsque le membre du personnel est occupé à temps plein.".
Art. 28. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragaaf 1 wordt de zin aangevuld met de woorden "en het ouderschapsverlof naar rato van één tiende van veertig maanden kan worden gesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin aangevuld met de woorden "en gelijk is aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.".
Art. 28. Dans l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, la phrase est complétée par les mots "et le congé parental à concurrence d'un dixième de quarante mois peut être fractionné par périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase est complétée par les mots "et équivalent à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.".
Art. 29. In artikel 3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens".
Art. 29. Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge".
Art. 30. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 3/1. § 1. In afwijking van artikel 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van het CFI geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat 4 maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan 16 weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 1, eerste lid. Onverminderd artikel 2, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het CFI op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van het CFI geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het CFI op te nemen.
  § 3. Het CFI kan de uitoefening van het in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel en in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient het CFI zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 10.".
Art. 30. Dans le même arrêté, un article 3/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 3/1. § 1er. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de la CTIF, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 1er, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 2, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTIF.
  § 2. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de la CTIF, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTIF.
  § 3. La CTIF peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, et paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article et à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, la CTIF doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 10.".
Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 8ter. In afwijking van artikel 6, § 1, en artikel 7, tweede lid, kan de minimumperiode van onderbreking, mits akkoord van het CFI, worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 6, § 1, en artikel 7, eerste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van het CFI op te nemen.
  Het CFI kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient het CFI zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 10.".
Art. 31. Dans le même arrêté, un article 8ter est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 8ter. Par dérogation à l'article 6, § 1er, et à l'article 7, deuxième alinéa, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord de la CTIF, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application de l'alinéa 1er, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 6, § 1er, et à l'article 7, alinéa 1er, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de la CTIF.
  La CTIF peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, la CTIF doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption visée à l'alinéa 1er, dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication écrite effectuée conformément à l'article 10.".
Art. 32. In artikel 9 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 50,57 euro. Voor het personeelslid dat alleen woont met één of meerdere van de kinderen die hij ten laste heeft, wordt het bedrag van 50,57 euro vervangen door een bedrag van 68 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt:
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende op 75,85 euro.";
  3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met het CFI overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 32. Dans l'article 9 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 50,57 euros. Pour le membre du personnel qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 50,57 euros est remplacé par 68 euros.";
  2° dans le paragraphe 3, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 75,85 euros.";
  3° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec la CTIF de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 12 mei 2014 houdende toekenning aan de contractuele personeelsleden van de Ombudsdienst voor Energie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du 12 mai 2014 accordant au membre du personnel contractuel du Service de médiation de l'Energie le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade
Art. 33. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 mei 2014 houdende toekenning aan de contractuele personeelsleden van de Ombudsdienst voor Energie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid van de Franstalige tekst wordt het woord "ou" in het begin van elke gedachtestreep telkens vervangen door het woord "soit";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- hetzij veertig maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende, zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet van 22 januari 1985, wanneer het personeelslid tewerkgesteld is in een voltijdse arbeidsregeling.".
Art. 33. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 12 mai 2014 accordant au membre du personnel contractuel du Service de médiation de l'Energie le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er dans le texte français, le mot "ou" figurant au début de chaque tiret est chaque fois remplacé par le mot "soit";
  2° l'alinéa 1er est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit à 40 mois de réduction des prestations d'un dixième, comme prévu à l'article 102 de la loi du 22 janvier 1985 précitée, lorsque le membre du personnel est occupé à temps plein.".
Art. 34. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragaaf 1 wordt de zin aangevuld met de woorden "en het ouderschapsverlof naar rato van één tiende van veertig maanden kan worden gesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin aangevuld met de woorden "en gelijk is aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.".
Art. 34. Dans l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, la phrase est complétée par les mots "et le congé parental à concurrence d'un dixième de quarante mois peut être fractionné par périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase est complétée par les mots "et équivalent à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.".
Art. 35. In artikel 3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden in het tweede lid de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens".
Art. 35. Dans l'article 3, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge".
Art. 36. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 3/1. § 1. In afwijking van artikel 1, eerste lid, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden, mits akkoord van de werkgever, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan zestien weken volledige onderbreking van de loopbaan.
  Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 1, eerste lid. Onverminderd artikel 2, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken rekening worden gehouden met het principe dat vier weken volledige onderbreking van de loopbaan gelijk is aan één maand volledige onderbreking van de loopbaan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 1, eerste lid, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden, mits akkoord van de werkgever, geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte één maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 3. De werkgever kan de uitoefening van het in § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van dit artikel en in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, of de onderbreking van de loopbaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreep, van dit artikel, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 12.".
Art. 36. Dans le même arrêté, un article 3/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 3/1. § 1er. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à seize semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Pour prendre son congé parental, le membre du personnel a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées à l'alinéa 1er et à l'article 1er, alinéa 1er. Sans préjudice de l'article 2, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines d'interruption complète de la carrière professionnelle équivalent à un mois d'interruption complète de la carrière professionnelle.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 2. Par dérogation à l'article 1er, alinéa 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 3. L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, et au paragraphe 2, alinéa 1er, de cet article et à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret.
  Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption de la carrière professionnelle visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou au paragraphe 2, alinéa 1er, ou l'interruption de la carrière professionnelle visée à l'article 1er, alinéa 1er, quatrième tiret, dans le mois qui suit la communication écrite effectuée conformément à l'article 12.".
Art. 37. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 10/1. In afwijking van artikel 7, § 1, en artikel 8, tweede lid, kan de minimumperiode van de onderbreking mits akkoord van de werkgever worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van onderbreking als bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan de minimale onderbrekingsperiode van één maand, heeft het personeelslid het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  De werkgever kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mee te delen aan het personeelslid die de schorsing van de onderbreking als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke mededeling zoals gebeurd overeenkomstig artikel 12.".
Art. 37. Dans le même arrêté, un article 10/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 10/1. Par dérogation à l'article 7, § 1er, et à l'article 8, deuxième alinéa, la période minimale d'interruption peut être réduite, moyennant l'accord de l'employeur, à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application du premier alinéa, la partie restante de la période maximale d'interruption visée à l'article 7, § 1er, premier alinéa, et à l'article 8, alinéa 1er, est inférieure à la période d'interruption minimale d'un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé à l'alinéa 1er. Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au membre du personnel qui a demandé l'interruption visée à l'alinéa 1er, dans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de la communication écrite effectuée conformément à l'article 12.".
Art. 38. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 50,57 euro. Voor het personeelslid dat alleen woont met één of meerdere van de kinderen die hij ten laste heeft, wordt het bedrag van 50,57 euro vervangen door een bedrag van 68 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de personeelsleden die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende op 75,85 euro.";
  3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Als een personeelslid, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met de werkgever overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art. 38. Dans l'article 11 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 50,57 euros. Pour le membre du personnel qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 50,57 euros est remplacé par 68 euros.";
  2° dans le paragraphe 3, un 4° est inséré, rédigé comme suit :
  "4° pour les membres du personnel qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 75,85 euros.";
  3° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 4. Lorsqu'un membre du personnel, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec l'employeur de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 39. Dit besluit is van toepassing op de aanvragen die bij de werkgever worden ingediend vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van het voorgaande lid hebben de artikelen 2, 2°, 7, 3°, 11, 3°, 14, 3°, 18, 3°, 23, 29 en 35 uitwerking vanaf 31 december 2018.
Art. 39. Le présent arrêté s'applique aux demandes introduites auprès de l'employeur à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, les articles 2, 2°, 7, 3°, 11, 3°, 14, 3°, 18, 3°, 23, 29 et 35 produisent leurs effets le 31 décembre 2018.
Art. 40. De minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Justitie, belast met de Regie der gebouwen, de minister bevoegd voor Financiën en Ontwikkelingssamenwerking, de minister bevoegd voor Energie, de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, belast met de Nationale Loterij, de minister bevoegd voor Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen, de minister bevoegd voor Telecommunicatie en Post, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 40. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions, le ministre qui a la Justice, chargé de la Régie des bâtiments dans ses attributions, le ministre qui a les Finances et la Coopération au développement dans ses attributions, le ministre qui a l'Energie dans ses attributions, le ministre qui a la Fonction publique, chargée de la Loterie nationale dans ses attributions, le ministre qui a la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société nationale des chemins de fer belges dans ses attributions, le ministre qui a les Télécommunications et la Poste dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.