Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 MEI 2019. - Besluit van de Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Titre
23 MAI 2019. - Arrêté du Gouvernement modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Informations sur le document
Numac: 2019203004
Datum: 2019-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019203004
Date: 2019-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (42)
Texte (42)
Artikel 1. - Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de volgende richtlijnen :
  1° richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
  2° richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider;
  3° richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
  4° richtlijn 2016/801/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
Article 1er. - Le présent arrêté transpose partiellement les directives suivantes :
  1° la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié;
  2° la directive 2014/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier;
  3° la directive 2014/66/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe;
  4° la directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échange d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Art. 2. - In artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt :
  "18° Europese blauwe kaart: het document vermeld in artikel 6, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;"
  2° artikel 1 wordt aangevuld met bepalingen onder 23° tot 28°, luidende :
  "23° uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018: het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
  24° seizoenarbeider: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 12, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  25° leidinggevende-ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  26° specialist-ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 2°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  27° stagiair-werknemer-ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 3°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  28° vrijwilliger: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 55, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018."
Art. 2. - A l'article 1er de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 18° est remplacé par ce qui suit :
  " 18° carte bleue européenne : le document mentionné à l'article 6, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018; "
  2° l'article est complété par les 23° à 28° rédigés comme suit :
  " 23° accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 : l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers;
  24° travailleur saisonnier : le ressortissant de pays tiers mentionné à l'article 12, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  25° cadre ICT : le ressortissant de pays tiers mentionné à l'article 24, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  26° expert ICT : le ressortissant de pays tiers mentionné à l'article 24, 2°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  27° employé stagiaire ICT : le ressortissant de pays tiers mentionné à l'article 24, 3°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  28° volontaire : le ressortissant de pays tiers mentionné à l'article 55, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018. "
Art. 3. - In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 26° vervangen als volgt :
  "26° onderzoekers die naar België komen om in het Duitse taalgebied gedurende hoogstens negentig dagen onderzoek te doen bij een erkend onderzoekscentrum overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten. De maximumduur van het onderzoek bedraagt 180 dagen binnen een periode van 360 dagen voor onderzoekers die houder zijn van een door een andere lidstaat afgegeven en voor de volledige duur van het onderzoek geldige vergunning voor onderzoekers en die gebruik maken van hun recht op kortetermijnmobiliteit, op voorwaarde dat ze een gastovereenkomst in de eerste lidstaat bezitten en de arbeids- en loonvoorwaarden niet ongunstiger zijn dan die van werknemers in vergelijkbare functies."
  2° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 36°, luidende :
  "36° personen die, in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, voor een maximumduur van negentig dagen binnen een periode van 180 dagen naar België komen en in het bezit zijn van een door een andere lidstaat afgegeven en voor de volledige duur van de overplaatsing geldige vergunning voor binnen een onderneming overgeplaatste personen en van wie de tewerkstelling aan de volgende voorwaarden voldoet :
  a) de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen;
  b) de werknemer is gebonden door een arbeidsovereenkomst met zijn in een derde land gevestigde werkgever;
  c) leidinggevenden-ICT of specialisten-ICT zijn in het bezit van een door de werkgever ondertekende opdrachtbrief waarin de duur van de overplaatsing, de functiebeschrijving en de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de overplaatsing zijn vastgelegd;
  d) stagiair-werknemers-ICT zijn in het bezit van een stageovereenkomst waarin de duur van de overplaatsing, het opleidingsprogramma en de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de overplaatsing zijn vastgelegd."
  3° in het vijfde lid worden de woorden "en 33°" vervangen door de woorden ", 33° en 36°".
Art. 3. - A l'article 2 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le 26° est remplacé par ce qui suit :
  " 26° les chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche pendant une durée maximale de nonante jours auprès d'un organisme de recherche situé en région de langue allemande et agréé conformément à l'arrêté royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrément des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union européenne, et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent être conclues. La durée maximale de la recherche est portée à cent-quatre-vingts jours sur une période de trois-cent-soixante jours pour les chercheurs qui sont titulaires d'un permis pour chercheur délivré par un autre Etat membre, valide durant toute la durée de la recherche, et qui exercent leur droit à la mobilité à court terme, pour autant qu'ils disposent d'une convention d'accueil dans un premier Etat membre et que leurs conditions de travail et de rémunération soient au moins aussi favorables que celles accordées aux chercheurs occupant des fonctions comparables. ";
  2° à l'alinéa 1er, il est inséré un 36° rédigé comme suit :
  " 36° Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe d'une durée maximale de nonante jours sur une période de cent-quatre-vingts jours qui viennent en Belgique et qui sont titulaires d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre, valide durant toute la durée dudit transfert, et dont l'occupation répond aux conditions suivantes :
  a) l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  b) le travailleur dispose d'un contrat de travail le liant à son employeur établi dans un pays tiers;
  c) s'il s'agit de cadres ou d'experts ICT, ceux-ci disposent d'une lettre de mission signée par l'employeur, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert;
  d) s'il s'agit d'employés stagiaires ICT, ceux-ci disposent d'une convention de stage spécifiant la durée du transfert et le programme de formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert. "
  3° dans l'alinéa 5, les mots " et 33° " sont remplacés par les mots " , 33° et 36° ".
Art. 4. - Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "In afwijking van het eerste lid, 2°, en met uitzondering van de toelating tot arbeid met het oog op een overplaatsing binnen een onderneming voor stagiair-werknemers-ICT is de toelating tot arbeid voor de werknemers vermeld in artikel 9, 4°, 6°, 7°, 21° en 22°, geldig voor een periode van drie jaar, respectievelijk voor de in de arbeidsovereenkomst of in de opdrachtbrief bepaalde periode van tewerkstelling, wanneer die periode minder dan drie jaar bedraagt."
Art. 4. - L'article 3 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 6 février 2003, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, et à l'exception de l'autorisation de travail délivrée aux employés stagiaires ICT en vue d'un transfert temporaire intragroupe, l'autorisation de travail délivrée aux travailleurs mentionnés à l'article 9, 4°, 6°, 7°, 21° et 22°, est valable pour une période de trois années ou, selon le cas, pour une période égale à la durée d'occupation prévue dans le contrat de travail ou la lettre de mission, si cette durée est inférieure à trois années. "
Art. 5. - In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de artikelen 3.1 tot 3.3, ingevoegd luidende :
  "Art. 3.1 - Er wordt een arbeidskaart B en een machtiging tot tewerkstelling afgegeven voor de tewerkstelling van derdelanders die aan één van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° ze krijgen toelating om gedurende hoogstens negentig dagen te werken;
  2° ze krijgen toelating voor bepaalde duur werken, zonder dat ze hun hoofdverblijfplaats op het Belgische grondgebied hebben;
  3° ze krijgen toelating als au pair-jongere in de zin van hoofdstuk VI, afdeling 2.
  De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 4, zijn van toepassing op de aanvragen voor toelating tot arbeid die onder de toepassing vallen van het eerste lid.
  Art. 3.2. - Overeenkomstig artikel 16 van het samenwerkingsakkoord zijn de toelating tot arbeid en de machtiging tot tewerkstelling vervat in de gecombineerde vergunning of in andere verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen, als de hoofdverblijfplaats van de onderdaan van een derde land zich op het Belgische grondgebied bevindt.
  De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3, zijn van toepassing op de aanvragen voor toelating tot arbeid die onder de toepassing vallen van het eerste lid.
  Art. 3.3. - Tijdens de periode van tewerkingstelling in het kader van een arbeidskaart B :
  1° deelt de werkgever elke onderbreking van de arbeidsovereenkomst mee aan het departement;
  2° wordt een nieuwe toelating tot arbeid aangevraagd bij elke wijziging van werkgever, alsook bij elke belangrijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden die gevolgen heeft voor de geldigheid van de machtiging tot tewerkstelling.
  In afwijking van het eerste lid wordt bij elke wijziging van werkgever na afloop van twee jaar tewerkstelling op grond van een Europese blauwe kaart geen nieuwe toelating tot arbeid aangevraagd, voor zover voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 30.9.
  In afwijking van artikel 3, tweede lid, is de Europese blauwe kaart na afloop van twee jaar tewerkstelling geldig voor een baan bij ongeacht welke werkgever, voor zover voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 30.9."
Art. 5. - Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, sont insérés les articles 3.1 à 3.3 rédigés comme suit :
  " Art. 3.1. - Un permis de travail B et une autorisation d'occupation sont délivrés pour l'occupation des ressortissants d'un pays tiers qui remplissent l'une des conditions suivantes :
  1° ils sont autorisés à travailler pour une période de maximum nonante jours;
  2° ils sont autorisés à travailler pour une période déterminée sans que leur résidence principale se situe sur le territoire belge;
  3° ils sont autorisés en tant que jeunes au pair au sens du chapitre VI, section 2.
  Les dispositions du chapitre IV, section 4, s'appliquent aux demandes d'autorisation de travail auxquelles s'applique l'alinéa 1er.
  Art. 3.2. - Conformément à l'article 16 de l'accord de coopération, les autorisations d'occupation et de travail sont contenues dans le permis unique ou d'autres titres de séjour en vue d'un emploi d'une période de plus de nonante jours, si le ressortissant d'un pays tiers a sa résidence principale sur le territoire belge.
  Les dispositions du chapitre IV, section 3, s'appliquent aux demandes d'autorisation de travail auxquelles s'applique l'alinéa 1er.
  Art. 3.3. - Pendant la période d'occupation dans le cadre d'un permis de travail B :
  1° l'employeur informe le département de toute interruption du contrat de travail;
  2° en cas de changement d'employeur ainsi qu'en cas de modification significative des conditions de travail ayant des conséquences sur la validité de l'autorisation d'occupation, une nouvelle demande de permis de travail est introduite.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, aucune nouvelle demande de permis de travail n'est introduite en cas de changement d'employeur au terme de deux années d'occupation dans le cadre d'une carte bleue européenne pour autant que les conditions mentionnées à l'article 30.9 soient remplies.
  Par dérogation à l'article 3, alinéa 2, et au terme de deux années d'occupation, la carte bleue européenne reste valable pour l'occupation auprès de tout employeur pour autant que les conditions mentionnées à l'article 30.9 soient remplies. "
Art. 6. - Artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 23 december 2008 en 17 juli 2012 en bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende :
  "Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningen voor de personen vermeld in artikel 9, 14°, en de personen vermeld in artikel 9, 21°, in het kader van een aanvraag om toelating tot arbeid met het oog op een overplaatsing binnen een onderneming.
  Voor de toepassing van het eerste lid moet de onderdaan van een derde land, voor de aanvragen vermeld in artikel 9, 5°, en vermeld in artikel 9, 23°, voor een periode van meer dan negentig dagen gemachtigd of toegelaten zijn tot het verblijf in de zin van titel I, hoofdstuk III, van de wet van 15 december 1980."
Art. 6. - L'article 5 du même arrêté royal, modifié par les arrêtés royaux des 23 décembre 2008 et 17 juillet 2012 et l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " L'alinéa 1er ne s'applique pas aux permis pour les personnes mentionnées à l'article 9, 14°, et celles mentionnées à l'article 9, 21°, dans le cadre d'une demande d'autorisation de travail en vue d'un transfert temporaire intragroupe.
  Aux fins d'application de l'alinéa 1er, le séjour doit être autorisé ou accordé pour une période de plus de nonante jours conformément au titre Ier, chapitre III, de la loi du 15 décembre 1980 au ressortissant d'un pays tiers pour les demandes mentionnées à l'article 9, 5° et 23°.
Art. 7. - In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 3° wordt hersteld als volgt :
  "3° journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan dagbladen die in het buitenland uitgegeven worden of aan persagentschappen, radio- of televisiestations die in het buitenland gevestigd zijn;"
  2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° hooggekwalificeerde werknemers overeenkomstig de voorwaarden vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6;"
  3° in de bepaling onder 10° wordt het woord "volgen" vervangen door de woorden "volgen of geven";
  4° het eerste lid wordt aangevuld met bepalingen onder 21° tot 23°, luidende :
  "21° de binnen een onderneming overgeplaatste personen, voor zover ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 5;
  22° onderzoekers, voor zover ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 7;
  23° vrijwilligers, voor zover ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 8."
Art. 7. - A l'article 9, alinéa 1er, du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 3° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 3° de journalistes séjournant en Belgique qui sont exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger; "
  2° le 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° de travailleurs hautement qualifiés conformément aux conditions mentionnées au chapitre VI, section 6; "
  3° dans le 10°, les mots " ou qui dispensent une telle formation " sont insérés entres les mots " une firme étrangère " et les mots " , pour autant que ";
  4° l'article est complété par les 21° à 23° rédigés comme suit :
  " 21° de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, pour autant qu'elles remplissent les conditions mentionnées au chapitre VI, section 5;
  22° de chercheurs, pour autant qu'ils remplissent les conditions mentionnées au chapitre VI, section 7;
  23° de volontaires, pour autant qu'ils remplissent les conditions mentionnées au chapitre VI, section 8. "
Art. 8. - In artikel 11 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008 en het besluit van het Waals Gewest van 2 juli 2015, worden de woorden "bedoeld in artikel 9" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 9 en in hoofdstuk VI, afdeling 4".
Art. 8. - L'article 11 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 23 décembre 2008 et l'arrêté de la Région wallonne du 2 juillet 2015, est complété par les mots " et au chapitre VI, section 4 ".
Art. 9. - In artikel 12, derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "en 4°" opgeheven.
Art. 9. - A l'article 12, alinéa 3, du même arrêté royal, les mots " et 4° " sont abrogés.
Art. 10. - Hoofdstuk IV, afdeling 1bis, van hetzelfde koninklijk besluit, dat de artikelen 15/1 tot 15/4 omvat, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt opgeheven.
Art. 10. - Le chapitre IV, section 1bis, du même arrêté royal, qui comporte les articles 15/1 à 15/4, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, est abrogé.
Art. 11. - Artikel 16, zesde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 februari 2003 en 12 september 2007, wordt aangevuld met een bepaling onder i), luidende :
  "i) de vrijwilligers vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 8."
Art. 11. - Dans l'article 16 du même arrêté royal, modifié par les arrêtés royaux des 6 février 2003 et 12 septembre 2007, l'alinéa 6 est complété par un i) rédigé comme suit :
  " i) aux volontaires mentionnés au chapitre VI, section 8. "
Art. 12. - In artikel 17.1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  "1° hoofdstuk II en III, hoofdstuk IV, afdeling 1 en afdeling 2, hoofdstuk V, hoofdstuk VI, afdeling 1 en afdeling 3 tot 8, hoofdstuk VII, met uitzondering van artikel 31, tweede lid, en hoofdstuk VIII tot XI;"
  2° het tweede lid wordt na de woorden "artikel 2, eerste lid, 14°," aangevuld met de woorden "en - in geval van een kortetermijnmobiliteit vermeld in artikel 37, 9°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 - op basis van artikel 2, eerste lid, 26°".
  3° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Onderdanen van een derde land die hoogstens negentig dagen met het oog op werk toegelaten zijn en die hun verblijf met het oog op werk verlengen waardoor de totale duur meer dan negentig dagen bedraagt, dienen een aanvraag in overeenkomstig de procedure vastgelegd in deze afdeling."
Art. 12. - A l'article 17.1 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° des chapitres II et III, du chapitre IV, sections 1re et 2, du chapitre V, du chapitre VI, sections 1re et 3 à 8, du chapitre VII, à l'exception de l'article 31, alinéa 2, et des chapitres VIII à XI; "
  2° l'alinéa 2 est complété par les mots " et, lorsqu'il s'agit d'une demande de mobilité de courte durée mentionnée à l'article 37, 9°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018, aux demandes mentionnées à l'article 2, alinéa 1er, 26° ".
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les ressortissants d'un pays tiers qui sont autorisés en vue de travailler pour nonante jours au plus et qui prolongent leur séjour dans le même but de sorte que la durée totale dépasse les nonante jours, introduisent une demande conformément à la procédure fixée dans la présente section. "
Art. 13. - In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° volgende gegevens over de werkgever :
  a) in geval van een natuurlijke persoon volgende gegevens over de werkgever: naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, rijksregisternummer, het e-mailadres en de contactgegevens;
  b) in geval van een rechtspersoon: benaming, zetel, ondernemingsnummer, e-mailadres en de contactgegevens;
  c) in geval van een volmacht of vertegenwoordiging, volgende gegevens over de gevolmachtigde of de vertegenwoordiger: naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, rijksregisternummer, het e-mailadres en de contactgegevens, het adres en, in voorkomend geval, de benaming van de onderneming en het ondernemingsnummer;"
  2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, adres, in voorkomend geval rijksregisternummer, de contactgegevens van de werknemer en, als de werknemer op het ogenblik van de indiening van de aanvraag in het buitenland verblijft, de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer;"
Art. 13. - A l'article 18, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les informations suivantes, qui concernent l'employeur :
  a) pour une personne physique, les informations suivantes : nom, prénom, sexe, date et lieu de naissance, nationalité, numéro de registre national, adresse électronique et données de contact;
  b) pour une personne morale : raison sociale, siège social, numéro d'entreprise, adresse électronique et données de contact;
  c) en cas de procuration ou de représentation, les informations suivantes, qui concernent le mandataire ou le représentant : nom, prénom, sexe, date et lieu de naissance, nationalité, numéro de registre national, adresse électronique et données de contact, adresse et, le cas échéant, raison sociale et numéro d'entreprise. "
  2° le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom, le prénom, le sexe, la date et le lieu de naissance, la nationalité, l'adresse, le cas échéant, le numéro de registre national, les données de contact du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger; ".
Art. 14. - Artikel 18.3, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt vervangen als volgt :
  "1° een kopie van zijn identiteitsbewijs of van het identiteitsbewijs van zijn volmachthouder;"
Art. 14. - A l'article 18.3 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une copie de sa carte d'identité ou de celle de son mandataire; ".
Art. 15. - In artikel 18.4 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder 2° en 3° worden opgeheven;
  2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° een kopie van het diploma of van het getuigschrift van de studie in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt of een kopie van de uitslagen van de studie in het kader waarvan de stage plaatsvindt, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan;"
Art. 15. - A l'article 18.4 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les 2° et 3° sont abrogés;
  2° le 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° une copie d'un diplôme ou d'un certificat d'études en continuation duquel le stage s'inscrit ou des résultats des études visés dans le cadre desquelles ce stage s'inscrit, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande; ".
Art. 16. - Artikel 18.18 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 18.18 - Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, en aan de documenten vermeld in de artikelen 18.2 en 18.3 voegt de werkgever de volgende documenten toe als het gaat om journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan kranten die in het buitenland uitgegeven worden, of aan in het buitenland gevestigde persagentschappen, radio- of televisiestations, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, 3°:
  1° een kopie van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist, uitgereikt door de bevoegde overheid;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan;
  3° een attest ondertekend door de werkgever dat de duur van de detachering vermeldt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de detachering."
Art. 16. - L'article 18.18 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18.18 - Au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, et aux documents visés aux articles 18.2 et 18.3, l'employeur joint, s'il s'agit de journalistes séjournant en Belgique et exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger, mentionnés à l'article 9, alinéa 1er, 3°, les documents suivants :
  1° une copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste, délivrée par l'autorité compétente;
  2° la copie du contrat de travail liant le travailleur et l'employeur établi à l'étranger, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande;
  3° une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement. "
Art. 17. - Artikel 18.22 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 18.22 - Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18.2 en 18.3 voegt de werkgever de volgende documenten toe als het gaat om onderzoekers zoals bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 7 :
  1° een kopie van de ingevulde, gedagtekende en door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling ondertekende gastovereenkomst;
  2° als het gaat om een onderzoeker die gebruikmaakt van zijn recht op langdurige mobiliteit, een kopie van zijn vergunning voor onderzoeker, uitgereikt door de eerste lidstaat."
Art. 17. - L'article 18.22 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18.22 - Au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, et aux documents visés aux articles 18.2 et 18.3, l'employeur joint, s'il s'agit de chercheurs mentionnés au chapitre VI, section 7, les documents suivants :
  1° une copie de la convention d'accueil conclue entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé, dûment remplie, datée et signée par les deux parties;
  2° s'il s'agit d'un chercheur faisant usage de son droit à la mobilité de longue durée, la copie de son permis pour chercheur, délivré par le premier Etat membre. "
Art. 18. - In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende artikelen 18.23.1 tot 18.23.2, ingevoegd, luidende :
  "Art. 18.23.1 - Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, en aan de documenten vermeld in de artikelen 18.2 en 18.3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om leidinggevenden-ICT of specialisten-ICT als bedoeld in artikel 30.4 :
  1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan;
  2° het bewijs dat de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen;
  3° een door de werkgever ondertekende opdrachtbrief - in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan - waarin de volgende elementen worden vastgelegd :
  a) de duur van de overplaatsing;
  b) de vestigingsplaats van de gastentiteit;
  c) de functiebeschrijving;
  d) de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing;
  e) de gegevens van de in een derde land gevestigde onderneming waarnaar de werknemer na zijn overplaatsing kan terugkeren;
  4° een kopie van het diploma van hoger onderwijs of een bewijs van een passende beroepservaring, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan.
  Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, en aan de documenten vermeld in de artikelen 18.2 en 18.3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om stagiair-werknemers-ICT als bedoeld in artikel 30.4 :
  1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan;
  2° het bewijs dat de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen;
  3° een door de werkgever ondertekende opdrachtbrief - in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan - waarin de volgende elementen worden vastgelegd :
  a) de duur van de overplaatsing;
  b) de vestigingsplaats van de gastentiteit;
  c) de functiebeschrijving;
  d) de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing;
  e) de gegevens van de in een derde land gevestigde onderneming waarnaar de werknemer na zijn overplaatsing kan terugkeren;
  4° een kopie van het universiteitsdiploma, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan.
  Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om de in artikel 30.6 bedoelde en binnen een onderneming overgeplaatste leidinggevenden-ICT, specialisten-ICT of stagiair-werknemers-ICT die in aanmerking komen voor een vergunning met het oog op langetermijnmobiliteit :
  1° een kopie van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon die door de eerste lidstaat is uitgereikt en die voor de duur van de procedure geldig is;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de binnen een onderneming overgeplaatste persoon en de in het buitenland gevestigde werkgever, in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan;
  3° het bewijs dat de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen;
  4° een door de werkgever ondertekende opdrachtbrief - in voorkomend geval met een Duitse vertaling ervan - waarin de volgende elementen zijn vastgelegd :
  a) de duur van de overplaatsing;
  b) de functiebeschrijving;
  c) de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing;
  d) de gegevens van de in een derde land gevestigde onderneming waarnaar de werknemer na zijn overplaatsing kan terugkeren.
  Art. 18.23.2. - Aan het formulier vermeld in artikel 18, tweede lid, en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18.2 en 18.3 voegt de werkgever de volgende documenten toe als het gaat om vrijwilligers in het kader van het Europees Solidariteitskorps vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 8 :
  1° de gedagtekende en door beide partijen ondertekende vrijwilligersovereenkomst tussen de vrijwilliger en de gastentiteit overeenkomstig artikel 30.17;
  2° het bewijs dat de vrijwillige deelneemt aan een vrijwilligersprogramma in het kader van het Europees Solidariteitskorps."
Art. 18. - Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, sont insérés les articles 18.23.1 à 18.23.3 rédigés comme suit :
  " Art. 18.23.1 - Au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, et aux documents visés aux articles 18.2 et 18.3, l'employeur joint, s'il s'agit de cadres ou d'experts ICT mentionnés à l'article 30.4, les documents suivants :
  1° une copie du contrat de travail liant le travailleur et l'employeur établi à l'étranger, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande;
  2° la preuve que l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  3° la lettre de mission signée par l'employeur, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande, et dans laquelle sont fixés les éléments suivants :
  a) la durée du transfert;
  b) le lieu d'implantation de l'entreprise hôte;
  c) la description de fonction;
  d) les conditions de travail et de rémunération applicables pendant le transfert;
  e) les informations concernant l'entreprise établie dans un pays tiers dans laquelle le travailleur peut retourner au terme de son transfert;
  4° une copie d'un diplôme de l'enseignement supérieur ou la preuve d'une expérience professionnelle utile, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande.
  Au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, et aux documents visés aux articles 18.2 et 18.3, l'employeur joint, s'il s'agit d'employés stagiaires ICT mentionnés à l'article 30.4, les documents suivants :
  1° une copie du contrat de travail liant le travailleur et l'employeur établi à l'étranger, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande;
  2° la preuve que l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  3° la lettre de mission signée par l'employeur, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande, et dans laquelle sont fixés les éléments suivants :
  a) la durée du transfert;
  b) le lieu de l'entreprise hôte;
  c) la description de fonction;
  d) les conditions de travail et de rémunération applicables pendant le transfert;
  e) les informations concernant l'entreprise établie dans un pays tiers dans laquelle le travailleur peut retourner au terme de son transfert;
  4° une copie d'un diplôme universitaire, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande.
  Pour les cadres, experts ou employés stagiaires ICT faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et mentionnés à l'article 30.6, pour lesquels un permis de mobilité de longue durée entre en ligne de compte, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, les documents suivants :
  1° une copie du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par le premier Etat membre et valable pendant la procédure;
  2° une copie du contrat de travail liant la personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et l'employeur établi à l'étranger, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande;
  3° la preuve que l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  4° la lettre de mission signée par l'employeur, le cas échéant, accompagnée d'une traduction allemande, et dans laquelle sont fixés les éléments suivants :
  a) la durée du transfert;
  b) la description de fonction;
  c) les conditions de travail et de rémunération applicables pendant le transfert;
  d) les informations concernant l'entreprise établie dans un pays tiers dans laquelle le travailleur peut retourner au terme de son transfert.
  Art. 18.23.2. - Au formulaire visé à l'article 18, alinéa 2, et aux documents visés aux articles 18.2 et 18.3, l'employeur joint, s'il s'agit de volontaires dans le cadre du Corps européen de solidarité mentionnés au chapitre VI, section 8, les documents suivants :
  1° la convention de volontariat liant le volontaire et l'entité d'accueil, datée et signée par les deux parties, conformément à l'article 30.17;
  2° la preuve attestant que le volontaire prend part à un programme de volontariat dans le cadre du Corps européen de solidarité. "
Art. 19. - In artikel 18.25 worden de woorden "kan het departement de werkgever" vervangen door de woorden "en de artikelen 18.26 tot 18.27 kan het departement de werkgever of de werknemer".
Art. 19. - L'article 18.25 est remplacé par ce qui suit :
  " Sans préjudice de l'application des articles 18.2 à 18.24 ainsi que 18.26 et 18.27, le département peut inviter l'employeur ou le travailleur à joindre à la demande d'autres documents nécessaires à son traitement. "
Art. 20. - In artikel 18.26 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, 1°, worden de woorden "de persoonlijke gegevens" vervangen door de woorden "naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, adres, rijksregisternummer en de contactgegevens";
  2° paragraaf 2, 2°, wordt vervangen als volgt :
  "2° een kopie van de loonfiches of van de individuele rekening voor de periode van de lopende toelating tot arbeid, alsook de betalingsbewijzen ervan."
Art. 20. - A l'article 18.26 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 1°, les mots " les informations personnelles " sont remplacés par les mots " le nom, le prénom, le sexe, la date et le lieu de naissance, la nationalité, l'adresse, le numéro de registre national et les données de contact ";
  2° dans le paragraphe 2, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° une copie des fiches de paie ou du compte salarial individuel pour la période de l'autorisation de travail en cours, ainsi que les justificatifs de paiement y relatifs; ".
Art. 21. - In artikel 18.29, tweede lid, worden de woorden "Binnen een termijn van tien dagen die ingaat vanaf de ontvangst van de aanvraag vermeld in de artikelen 18, 18.25 of 18.26" vervangen door de woorden "Binnen een termijn van vijftien dagen die ingaat vanaf de ontvangst van de aanvraag vermeld in de artikelen 18, 18.26 of 18.27".
Art. 21. - Dans l'article 18.29, alinéa 2, les mots " Dans les dix jours suivant la réception de la demande mentionnée aux articles 18, 18.25 ou 18.26, " sont remplacés par les mots " Dans les quinze jours suivant la réception de la demande mentionnée aux articles 18, 18.26 ou 18.27, ".
Art. 22. - In artikel 18.30 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  "De werkgever deelt het departement elke wijziging mee die zich tijdens de aanvraagprocedure heeft voorgedaan."
Art. 22. - Dans l'article 18.30 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " L'employeur notifie au département tout changement qui intervient pendant la procédure de demande. "
Art. 23. - In artikel 18.31, § 2, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de woorden "aanvraag die ingediend is krachtens artikel 18" vervangen door de woorden "aanvraag die ingediend is krachtens artikel 18 of artikel 18.33".
Art. 23. - Dans l'article 18.31, § 2, 1°, du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les mots " ou l'article 18.33 " sont insérés entre les mots " l'article 18 " et les mots " , pour autant qu'il s'agisse ".
Art. 24. - Hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt aangevuld met een afdeling 4, die de artikelen 18.33 tot 18.39 omvat, luidende :
  "Afdeling 4 - Procedure voor het verkrijgen van een toelating tot arbeid en een machtiging tot tewerkstelling
  Art. 18.33. - Voor de toepassing van artikel 3.1 vraagt de werkgever, voor de tewerkstelling van een werknemer die onderdaan is van een derde land, een toelating tot arbeid en een machtiging tot tewerkstelling aan bij het departement, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
  De aanvraag wordt ingediend via een formulier dat het departement ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt minstens de volgende elementen :
  1° volgende gegevens over de werkgever:
  a) in geval van een natuurlijke persoon volgende gegevens over de werkgever: naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, rijksregisternummer, het e-mailadres en de contactgegevens;
  b) in geval van een rechtspersoon: benaming, zetel, ondernemingsnummer, e-mailadres en de contactgegevens;
  c) in geval van een volmacht of vertegenwoordiging, volgende gegevens over de gevolmachtigde of de vertegenwoordiger: naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, rijksregisternummer, het e-mailadres en de contactgegevens, het adres en, in voorkomend geval, de benaming van de onderneming en het ondernemingsnummer;
  2° naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, adres, in voorkomend geval rijksregisternummer en de contactgegevens van de werknemer;
  3° de gegevens en de details aangaande de tewerkstelling van de werknemer in het Duitse taalgebied.
  De aanvraag wordt door de werkgever ingevuld, gedagtekend en ondertekend.
  Art. 18.34. - De via de werkgever ingediende aanvraag kan alleen worden ingediend door een natuurlijke persoon die daarvoor over de vereiste rechtsbekwaamheid beschikt, met name door de werkgever zelf of door de natuurlijke persoon die op regelmatige wijze in België verblijft en in naam en voor rekening van de werkgever handelt.
  Voor de in het buitenland gevestigde werkgever kan alleen die natuurlijke persoon optreden.
  Art. 18.35. - De werkgever voegt bij het formulier vermeld in artikel 18.33 de documenten vermeld in artikel 18.3 en, in voorkomend geval, de documenten vermeld in de artikelen 18.5 tot 18.13, in de artikelen 18.15 tot 18.21 en in artikel 18.23.
  Met behoud van de toepassing van de artikelen 18.33 en 18.34 kan het departement de werkgever aanmanen om bij de aanvraag nog andere documenten te voegen die voor de behandeling van zijn aanvraag noodzakelijk zijn.
  Art. 18.36. - § 1 - Het departement beslist binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag vermeld in artikel 18.33 of de aanvraag volledig is en stelt de aanvrager over de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag in kennis.
  § 2 - Als de aanvrager niet alle documenten heeft ingediend die noodzakelijk zijn tot staving van zijn aanvraag of als de aanvraag onvolledig is, deelt het departement hem schriftelijk mee welke aanvullende inlichtingen of documenten hij nog moet indienen binnen een termijn van vijftien dagen na kennisgeving van het schrijven waarmee die worden opgevraagd.
  § 3 - Als de aanvullende documenten of inlichtingen niet binnen de termijn vermeld in paragraaf 2 ter kennis worden gebracht, verklaart het departement de aanvraag niet-ontvankelijk.
  De werkgever wordt per aangetekend schrijven in kennis gesteld van de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag.
  Art. 18.37. - § 1 - De beslissing over de aanvraag wordt uiterlijk binnen vier maanden na het indienen van de aanvraag genomen.
  § 2 - Als het gaat om een aanvraag om toelating tot arbeid met het oog op seizoenarbeid :
  1° wordt de beslissing over de aanvraag uiterlijk negentig dagen na de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag genomen;
  2° wordt de beslissing over de aanvraag om toelating tot arbeid uiterlijk zestig dagen na de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag genomen, als die aanvraag betrekking heeft op een onderdaan van een derde land die in de loop van de vorige vijf jaar minstens één keer als seizoenarbeider op het Belgische grondgebied toegelaten was en die tijdens zijn verblijf de voor seizoenarbeiders geldende voorwaarden heeft nageleefd;
  3° wordt de beslissing over de aanvraag tot vernieuwing of verlenging uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag genomen.
  § 3 - Als na het verstrijken van de termijnen bepaald in de paragrafen 1 en 2 geen beslissing is genomen, wordt de toelating tot arbeid en de machtiging tot tewerkstelling als toegekend beschouwd.
  Art. 18.38. - § 1 - Als de Gemeenschapsminister de aanvraag weigert, brengt het departement die weigering aangetekend ter kennis van de werkgever en van de werknemer die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 9 van de wet.
  Overeenkomstig artikel 9 van de wet wordt het volgende vermeld in de beslissing :
  1° de mogelijkheid om beroep in stellen;
  2° de bevoegde instanties die daarvan kennis nemen;
  3° de na te leven termijnen en vormvereisten.
  § 2 - Als de aanvraag geweigerd werd, kan de aanvrager binnen dertig dagen na kennisgeving beroep instellen bij de Gemeenschapsminister.
  Als de Gemeenschapsminister de aanvraag opnieuw weigert, brengt het departement de beslissing aangetekend ter kennis van de aanvrager.
  De beslissing bevat :
  1° de mogelijkheid om beroep in stellen;
  2° de bevoegde instanties die daarvan kennis nemen;
  3° de na te leven termijnen en vormvereisten.
  § 3 - Zolang het beroep bij de Gemeenschapsminister hangende is, wordt elke na instelling van dit beroep ingediende aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, als het gaat om de tewerkstelling van dezelfde werknemer en als het bij de Gemeenschapsminister hangende beroep betrekking heeft op een aanvraag die werd ingediend krachtens artikel 18 of artikel 18.33.
  Art. 18.39. - De onderdaan van een derde land die toegelaten is voor een verblijf van minder dan negentig dagen en die zijn totale verblijfsduur wil verlengen tot meer dan negentig dagen, dient zijn aanvraag in overeenkomstig de procedure beschreven in hoofdstuk IV, afdeling 3."
Art. 24. - Dans le chapitre IV du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, il est inséré une section 4, comportant les articles 18.33 à 18.39, rédigée comme suit :
  " Section 4 - Procédure d'obtention d'une autorisation de travail et d'occupation
  Art. 18.33. - Aux fins d'application de l'article 3.1, l'employeur introduit auprès du département une demande d'autorisation de travail et d'occupation pour l'occupation d'un travailleur ressortissant d'un pays tiers, conformément aux dispositions du présent chapitre.
  La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par le département. Ce formulaire de demande contient au moins les éléments suivants :
  1° les informations suivantes, qui concernent l'employeur :
  a) pour une personne physique, les informations suivantes : nom, prénom, sexe, date et lieu de naissance, nationalité, numéro de registre national, adresse électronique, données de contact;
  b) pour une personne morale : raison sociale, siège, numéro d'entreprise, adresse électronique et données de contact;
  c) en cas de procuration ou de représentation, les informations suivantes, qui concernent le mandataire ou le représentant : nom, prénom, sexe, date et lieu de naissance, nationalité, numéro de registre national, adresse électronique et données de contact, adresse et, le cas échéant, raison sociale et numéro d'entreprise;
  2° le nom, le prénom, le sexe, la date et le lieu de naissance, la nationalité, l'adresse, le cas échéant, le numéro de registre national et les données de contact du travailleur;
  3° les informations et détails concernant l'occupation du travailleur en région de langue allemande.
  La demande est remplie, datée et signée par l'employeur.
  Art. 18.34. - La demande faite par le biais de l'employeur est en tous cas introduite par une personne physique disposant de la capacité juridique pour ce faire, notamment l'employeur lui-même, ou bien la personne physique résidant régulièrement en Belgique et agissant au nom et pour le compte dudit employeur.
  Si l'employeur est établi en dehors de la Belgique, seule cette personne physique est habilitée à agir.
  Art. 18.35. - Au formulaire visé à l'article 18.33, l'employeur joint les documents mentionnés à l'article 18.3 et, le cas échéant, ceux mentionnés aux articles 18.5 à 18.13, 18.15 à 18.21 et 18.23.
  Sans préjudice de l'application des articles 18.33 et 18.34, le département peut inviter l'employeur à joindre à la demande d'autres documents nécessaires à son traitement.
  Art. 18.36. - § 1er - Dans les quinze jours suivant la réception de la demande mentionnée à l'article 18.33, le département statue sur la complétude de ladite demande et informe le demandeur de la complétude et de la recevabilité de celle-ci.
  § 2 - Si le demandeur n'a pas produit tous les documents nécessaires à l'appui de sa demande ou si celle-ci n'est pas complète, le département lui notifie par écrit les informations ou documents complémentaires qu'il doit produire dans un délai de quinze jours suivant la réception de la notification.
  § 3 - Si les informations ou documents complémentaires ne sont pas transmis dans le délai mentionné au paragraphe 2, le département déclare la demande irrecevable.
  L'employeur est informé de l'irrecevabilité de la demande par recommandé.
  Art. 18.37. - § 1er - La décision concernant la demande est prise au plus tard quatre mois après la réception de ladite demande.
  § 2 - Si la demande concerne une autorisation aux fins d'un travail saisonnier :
  1° la décision est prise au plus tard dans les nonante jours suivant la notification de la complétude de ladite demande;
  2° la décision relative à la demande d'autorisation de travail est prise au plus tard dans les soixante jours après la notification de la complétude de la demande, s'il s'agit d'une demande qui concerne un ressortissant d'un pays tiers autorisé au moins une fois à séjourner en tant que travailleur saisonnier sur le territoire belge au cours des cinq dernières années et ayant respecté, pendant la durée de son séjour, les conditions applicables aux travailleurs saisonniers;
  3° la décision relative à la demande de renouvellement ou de prolongation est prise au plus tard dans les trente jours suivant la notification de la complétude de ladite demande.
  § 3 - Si, au terme des délais prévus aux paragraphes 1er et 2, aucune décision n'a été prise, l'autorisation de travail et d'occupation est réputée être accordée.
  Art. 18.38. - § 1er - Si le ministre communautaire rejette la demande, le département notifie ledit rejet à l'employeur ainsi qu'au travailleur répondant aux conditions visées à l'article 9 de la loi, et ce, par recommandé.
  Conformément à l'article 9 de la loi, la décision mentionne :
  1° la possibilité d'introduire un recours;
  2° les instances compétentes qui en prennent connaissance;
  3° les exigences de formes et de délais à respecter.
  § 2 - Le demandeur dont la demande a été rejetée peut introduire un recours auprès du ministre communautaire, et ce, dans les trente jours à dater de la notification.
  Si le ministre communautaire rejette à nouveau la demande, le département transmet la décision au demandeur par recommandé.
  Cette décision mentionne :
  1° la possibilité d'introduire un recours;
  2° les instances compétentes qui en prennent connaissance;
  3° les exigences de formes et de délais à respecter.
  § 3 - Tant que le recours est pendant auprès du ministre communautaire, toute demande présentée après l'introduction de ce recours est déclarée irrecevable, pour autant qu'il s'agisse d'occuper le même travailleur et que ledit recours pendant auprès du ministre communautaire concerne une demande introduite en vertu des articles 18 ou 18.33.
  Art. 18.39. - Le ressortissant d'un pays tiers admis pour un séjour de moins de nonante jours qui souhaite prolonger la durée totale de son séjour au-delà de cette limite introduit sa demande conformément à la procédure décrite au chapitre IV, section 3.
Art. 25. - Artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 20 - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 5, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op een stage van meer dan negentig dagen.
  Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder ''stagiairs" verstaan: de onderdanen van een derde land vermeld in artikel 47, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018."
Art. 25. - L'article 20 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20 - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 5, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à un stage de plus de nonante jours.
  Aux fins d'application de la présente section, il faut entendre par " stagiaires " les ressortissants d'un pays tiers mentionnés à l'article 47, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018. "
Art. 26. - In artikel 21 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° de stage doorloopt in aansluiting op een diploma hoger onderwijs dat binnen de laatste twee jaar voor de datum van de aanvraag werd behaald of in het kader van studies die tot zo'n diploma leiden;"
  2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De toelating tot arbeid bedoeld in het eerste lid wordt toegekend voor hoogstens zes maanden."
Art. 26. - A l'article 21 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° effectue un stage au terme d'un diplôme de l'enseignement supérieur obtenu dans les deux dernières années précédant la date de l'introduction de la demande ou dans le cadre d'études qui mènent à un tel diplôme; "
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " L'autorisation de travail mentionnée à l'alinéa 1er est octroyée pour six mois au plus. "
Art. 27. - Artikel 22 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 22 - De stage voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° ze heeft betrekking op hetzelfde werkterrein als het diploma hoger onderwijs vermeld in artikel 21 of op hetzelfde werkterrein als de studies vermeld in artikel 21 en ze heeft betrekking op hetzelfde kwalificatieniveau;
  2° ze duurt in totaal niet langer dan zes maanden;
  3° ze wordt geregeld in een stageovereenkomst die in het bijzonder de volgende elementen bevat :
  a) het aantal uren van de opleiding;
  b) de voorwaarden voor de activiteit en de supervisie;
  c) de arbeidstijden van de stagiair;
  d) de juridische relatie tussen de stagiair en de gastonderneming."
Art. 27. - L'article 22 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22 - Le stage répond aux conditions suivantes :
  1° il concerne le même domaine que le diplôme d'enseignement supérieur mentionné à l'article 21 ou, selon le cas, les études mentionnées au même article et correspond au même niveau de qualification;
  2° sa durée totale n'excède pas six mois;
  3° il fait l'objet d'un contrat de stage qui reprend notamment les éléments suivants :
  a) le nombre d'heures de formation;
  b) les conditions de l'activité et de la supervision;
  c) le temps de travail du stagiaire;
  d) la relation juridique entre le stagiaire et l'entité d'accueil. "
Art. 28. - Artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit wordt opgeheven.
Art. 28. - L'article 23 du même arrêté royal est abrogé.
Art. 29. - Hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2001, wordt aangevuld met een afdeling 4, die de artikelen 30.1 en 30.2 omvat, luidende :
  "Afdeling 4 - Seizoenarbeiders
  Art. 30.1. - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 2, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30.2. - Onverminderd artikel 8 wordt een toelating tot arbeid met het oog op seizoenarbeid alleen toegekend, als :
  1° de seizoenarbeider een arbeidsovereenkomst sluit met een werkgever voor seizoenafhankelijke activiteiten in de landbouwsector of de hotel-, restaurant- en cateringsector;
  2° de totale duur van de tewerkstellingsperioden van de seizoenarbeider met toepassing van deze afdeling hoogstens vijf maanden binnen een periode van twaalf maanden bedraagt.
  De toelating tot arbeid vermeld in het eerste lid wordt toegekend voor hoogstens vijf maanden.
  De Minister :
  1° bepaalt hoeveel onderdanen van een derde land met het oog op seizoenarbeid tewerkgesteld mogen worden in het Duitse taalgebied;
  2° kan de in het eerste lid, 1°, vermelde sectoren van de seizoenafhankelijke activiteiten wijzigen."
Art. 29. - Dans le chapitre VI du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2001, il est inséré une section 4, comportant les articles 30.1 et 30.2, rédigée comme suit :
  " Section 4 - Les travailleurs saisonniers
  Art. 30.1{. - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 2, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à une occupation de plus de nonante jours.
  Art. 30.2. - Sans préjudice de l'article 8, une autorisation de travail aux fins d'un travail saisonnier n'est octroyée que si :
  1° le travailleur saisonnier conclut avec l'employeur un contrat de travail relatif à des activités soumises au rythme des saisons dans les secteurs de l'agriculture et de l'HoReCa;
  2° la durée totale pendant laquelle le travailleur saisonnier est occupé en application de la présente section ne dépasse pas cinq mois par période de douze mois.
  L'autorisation de travail mentionnée à l'alinéa 1er est octroyée pour cinq mois au plus.
  Le Ministre :
  1° fixe le nombre de ressortissants d'un pays tiers qui peuvent être occupés en région de langue allemande à des fins de travail saisonnier;
  2° peut modifier les activités soumises au rythme de saisons mentionnées à l'alinéa 1er, 1°. "
Art. 30. - Hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2001, wordt aangevuld met een afdeling 5, die de artikelen 30.3 tot 30.7 omvat, luidende :
  "Afdeling 5 - Binnen een onderneming overgeplaatste personen
  Art. 30.3. - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30.4. - De toelating tot arbeid met het oog op een overplaatsing binnen een onderneming wordt toegekend, als de onderdaan van een derde land aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° hij bewijst dat de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen behoren;
  2° hij bewijst dat hij, onmiddellijk voor de overplaatsing binnen een onderneming, minstens drie maanden zonder onderbreking in dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen tewerkgesteld was;
  3° hij bewijst hogere beroepskwalificaties aan de hand van :
  a) een diploma hoger onderwijs of een passende beroepservaring, als het gaat om leidinggevenden of specialisten;
  b) een universitair diploma, als het gaat om stagiair-werknemers;
  4° zijn bezoldiging en de overige arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden zijn overeenkomstig de geldende rechtsvoorschriften niet ongunstiger dan die van werknemers in vergelijkbare functies;
  5° na zijn overplaatsing binnen een overneming keert hij terug naar een onderneming in een derde land die tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen behoort;
  6° hij wordt tewerkgesteld als leidinggevende-ICT, specialist-ICT of stagiair-werknemer-ICT.
  Art. 30.5. - De toelating tot arbeid met het oog op een overplaatsing binnen een onderneming wordt toegekend voor de duur van de overplaatsing, met een maximale duur van drie jaar voor leidinggevenden-ICT en specialisten-ICT en met een maximale duur van één jaar voor stagiair-werknemers-ICT.
  Als de in het eerste lid vermelde maximale duur van de overplaatsing binnen een onderneming bereikt wordt, kan de onderdaan van een derde land pas na het verstrijken van een termijn van drie maanden een nieuwe toelating tot arbeid met het oog op een overplaatsing binnen een onderneming aanvragen.
  Art. 30.6. - De toelating tot arbeid met het oog op langetermijnmobiliteit in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming wordt toegekend, als de onderdaan van een derde land aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° hij is tijdens de duur van de overplaatsing houder van een geldige, door de eerste lidstaat uitgereikte vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon;
  2° hij bewijst dat de gastentiteit en de in een derde land gevestigde onderneming tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen behoren;
  3° zijn bezoldiging en de overige arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden zijn overeenkomstig de geldende rechtsvoorschriften niet ongunstiger dan die van werknemers in vergelijkbare functies;
  4° hij wordt tewerkgesteld als leidinggevende-ICT, specialist-ICT of stagiair-werknemer-ICT;
  5° de langetermijnmobiliteit overschrijdt niet de maximale duur vermeld in artikel 30.5, in voorkomend geval verminderd met de duur van een verblijf in een andere lidstaat in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming.
  Art. 30.7. - De jaarlijkse bezoldiging vermeld in artikel 30.4, 4°, en in artikel 30.6, 3°, is niet ongunstiger dan de bezoldiging van werknemers in vergelijkbare functies, als die minstens overeenstemmen met de volgende bedragen :
  1° 53.971 euro voor leidinggevenden-ICT;
  2° 43.177 euro voor specialisten-ICT;
  3° 26.986 euro voor stagiair-werknemers-ICT.
  De bedragen vermeld in het eerste lid worden geïndexeerd overeenkomstig artikel 37/1."
Art. 30. - Dans le chapitre VI du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2001, il est inséré une section 5, comportant les articles 30.3 à 30.7, rédigée comme suit :
  " Section 5 - Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe
  Art. 30.3. - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 3, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à une occupation de plus de nonante jours.
  Art. 30.4. - L'autorisation de travail en vue d'un transfert temporaire intragroupe est octroyée si le ressortissant d'un pays tiers remplit les conditions suivantes :
  1° il apporte la preuve attestant que l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  2° il apporte la preuve attestant qu'il a occupé un emploi dans la même entreprise ou le même groupe d'entreprises, au moins pendant une période ininterrompue de trois mois précédant immédiatement la date du transfert temporaire intragroupe;
  3° il fait valoir des qualifications professionnelles de haut niveau, notamment au moyen :
  a) d'un certificat de l'enseignement supérieur ou d'une expérience professionnelle utile, s'il s'agit de cadres ou de spécialistes;
  b) d'un diplôme universitaire s'il s'agit d'employés stagiaires;
  4° conformément aux dispositions légales en vigueur, le montant de sa rémunération et les autres conditions de travail et d'occupation sont au moins aussi favorables que celles offertes aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables;
  5° il retourne, au terme du transfert temporaire intragroupe, dans une entité appartenant à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises et établie dans un pays tiers;
  6° il est occupé en tant que cadre, expert ou employé stagiaire ICT.
  Art. 30.5. - L'autorisation de travail en vue d'un transfert temporaire intragroupe est octroyée pour la durée du transfert, avec un maximum de trois ans pour les cadres et experts ICT et d'un an pour les employés stagiaires ICT.
  Si la durée maximale du transfert intragroupe mentionnée à l'alinéa 1er est atteinte, le ressortissant d'un pays tiers peut introduire une nouvelle demande d'autorisation de travail en vue d'un transfert temporaire intragroupe uniquement au terme d'un délai de trois mois.
  Art. 30.6. - L'autorisation de travail aux fins d'une mobilité de longue durée dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe est octroyée si le ressortissant d'un pays tiers remplit les conditions suivantes :
  1° il est titulaire, pendant la durée du transfert, d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe valable, délivré par le premier état membre;
  2° il apporte la preuve attestant que l'entité hôte et l'entreprise établie dans un pays tiers appartiennent à la même entreprise ou au même groupe d'entreprises;
  3° le montant de sa rémunération et les autres conditions de travail et d'occupation sont, conformément aux dispositions légales en vigueur, au moins aussi favorables que celles offertes aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables;
  4° il est occupé en tant que cadre, expert ou employé stagiaire ICT;
  5° la mobilité de longue durée ne dépasse pas la durée maximale mentionnée à l'article 30.5, diminuée, le cas échéant, de la durée d'un séjour déjà effectué dans d'autres Etats membres dans le cadre d'un transfert intragroupe;
  Art. 30.7. - La rémunération annuelle brute visée aux articles 30.4, 4°, et 30.6, 3°, est aussi favorable que celle offerte aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables, si cette rémunération correspond au moins aux montants suivants :
  1° 53 971 euros pour les cadres ICT;
  2° 43 177 euros pour les experts ICT;
  3° 26 986 euros pour les employés stagiaires ICT.
  Les montants mentionnés à l'alinéa 1er sont indexés conformément à l'article 37/1. "
Art. 31. - Hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2001, wordt aangevuld met een afdeling 6, die de artikelen 30.8 en 30.9 omvat, luidende :
  "Afdeling 6 - Europese blauwe kaart voor hooggekwalificeerde werknemers
  Art. 30.8. - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 1, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30.9. - De toelating tot arbeid in het kader van de Europese blauwe kaart wordt toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten van onbepaalde duur of voor minstens één jaar;
  2° de buitenlandse werknemer krijgt een bruto jaarloon van 53.971 euro of meer, berekend en aangepast aan het indexcijfer conform artikel 37/1;
  3° de werknemer beschikt over een hogere beroepskwalificatie en is in het bezit van een diploma, uitgereikt door een onderwijsinstelling die erkend is als hogere onderwijsinstelling door de Staat waarin de instelling is gevestigd.
  Als diploma worden beschouwd: alle diploma's, getuigschriften of andere opleidingstitels die uitgereikt zijn door een bevoegde overheid na het succesvol beëindigen van hogere studies, d.i. een geheel van lessen, verstrekt door een onderwijsinstelling die erkend is als hogere onderwijsinstelling door de betrokken Staat, op voorwaarde dat de studies die nodig zijn om het diploma van hoger onderwijs te behalen, minstens drie jaar hebben geduurd."
Art. 31. - Dans le chapitre VI du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2001, il est inséré une section 6, comportant les articles 30.8 et 30.9, rédigée comme suit :
  " Section 6 - Carte bleue européenne pour travailleurs hautement qualifiés
  Art. 30.8. - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 1er, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à une occupation de plus de nonante jours.
  Art. 30.9. - L'autorisation de travail dans le cadre de la carte bleue européenne est octroyée aux conditions suivantes :
  1° l'employeur a conclu, avec le travailleur étranger, un contrat de travail pour une durée indéterminée ou pour au moins un an;
  2° le travailleur étranger perçoit un salaire brut annuel d'au moins 53 971 euros, calculé et indexé conformément à l'article 37/1;
  3° le travailleur dispose d'une qualification professionnelle supérieure et est porteur d'un diplôme qui lui a été délivré par un établissement de formation qui est reconnu comme établissement d'enseignement supérieur dans l'Etat où il est établi.
  Est considéré comme diplôme tout diplôme, certificat ou autre titre de formation délivré par une autorité compétente et obtenu après avoir terminé avec fruit des études supérieures, à savoir une série de cours dans une école supérieure de l'Etat ou reconnue par lui dans l'Etat concerné, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins. "
Art. 32. - Hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2001, wordt aangevuld met een afdeling 7, die de artikelen 30.10 tot 30.14 omvat, luidende :
  "Afdeling 7 - Onderzoekers
  Art. 30.10. - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 4, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30.11. - Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder ''onderzoekers" verstaan: de onderdanen van een derde land vermeld in artikel 37, 1°, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018.
  Art. 30.12. - De toelating tot arbeid met het oog op wetenschappelijk onderzoek wordt toegekend aan onderzoekers die naar België komen om in het kader van een gastovereenkomst onderzoek te verrichten aan een erkende onderzoeksinstelling in het Duitse taalgebied in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden en nadere regels van het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten, voor zover de arbeids- en loonvoorwaarden niet ongunstiger zijn dan die van onderzoekers in vergelijkbare functies.
  Art. 30.13. - De toelating tot arbeid met het oog op langetermijnmobiliteit in het kader van wetenschappelijk onderzoek wordt toegekend, als de onderzoeker aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° hij is tijdens de volledige procedure houder van een geldige, door de eerste lidstaat uitgereikte vergunning voor onderzoeker;
  2° hij is met de erkende onderzoeksinstelling die zich in het Duitse taalgebied bevindt, gebonden door een geldige gastovereenkomst in de zin van artikel 30.12 om een deel van het onderzoeksproject uit te voeren waarvoor de vergunning voor onderzoeker in de eerste lidstaat werd afgegeven.
  Art. 30.14. - De toelating tot arbeid vermeld in artikel 30.12 of artikel 30.13:
  1° wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject bepaald in de gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling en tot de daarin beschreven activiteiten;
  2° omvat de activiteiten die de onderzoeker in het kader van het onderzoeksproject uitoefent als gastprofessor in een erkende onderzoeksinstelling."
Art. 32. - Dans le chapitre VI du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2001, il est inséré une section 7, comportant les articles 30.10 à 30.14, rédigée comme suit :
  " Section 7 - Chercheur
  Art. 30.10. - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 4, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à une occupation de plus de nonante jours.
  Art. 30.11. - Aux fins d'application de la présente section, il faut entendre par " chercheurs " les ressortissants d'un pays tiers mentionnés à l'article 37, 1°, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018.
  Art. 30.12. - L'autorisation de travail aux fins de recherche est octroyée aux chercheurs qui, dans le cadre d'une convention d'accueil, viennent en Belgique pour faire de la recherche auprès d'un organisme de recherche situé en région de langue allemande, et ce, dans les cas et conformément aux conditions et modalités de l'arrêté royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrément des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union européenne, et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent être conclues, pour autant que leurs conditions de travail et de revenus soient au moins aussi favorables que celles offertes aux chercheurs occupant des fonctions comparables.
  Art. 30.13. - L'autorisation de travail aux fins d'une mobilité de longue durée dans le cadre de la recherche est octroyée si le chercheur remplit les conditions suivantes :
  1° il est titulaire, pendant toute la procédure, d'un permis pour chercheur valable délivré par le premier Etat membre;
  2° il est lié à l'organisme de recherche agréé situé en région de langue allemande par une convention d'accueil valable au sens de l'article 30.12 pour exécuter une partie du projet de recherche pour lequel le premier Etat membre a délivré le permis pour chercheur.
  Art. 30.14. - L'autorisation de travail mentionnée à l'article 30.12 ou 30.13 :
  1° est limitée à la durée du projet de recherche telle que fixée dans la convention d'accueil conclue entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé ainsi qu'aux activités y décrites;
  2° comprend les activités que le chercheur exerce dans le cadre du projet de recherche en tant que professeur invité dans un organisme de recherche agréé. "
Art. 33. - Hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2001, wordt aangevuld met een afdeling 8, die de artikelen 30.16 tot 30.18 omvat, luidende :
  "Afdeling 8 - Vrijwilligers in het kader van het Europees Solidariteitskorps
  Art. 30.16. - Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 6, van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing op vrijwilligerswerk van meer dan negentig dagen.
  Art. 30.17. - De toelating tot arbeid met het oog op vrijwilligerswerk in het kader van het Europees Solidariteitskorps wordt toegekend, als een door de vrijwilliger en de gastentiteit ondertekende vrijwilligersovereenkomst het volgende bevat:
  1° een beschrijving van het vrijwilligersprogramma;
  2° de duur van het vrijwilligerswerk die hoogstens 12 maanden bedraagt, alsook de diensturen van de vrijwilliger;
  3° de voorwaarden voor de activiteit en de begeleiding van de vrijwilliger;
  4° de beschikbare middelen om de kosten voor het levensonderhoud en de huisvesting van de vrijwilliger te dekken, alsook het minimumbedrag aan zakgeld tijdens de volledige duur van het verblijf.
  Art. 30.18. - De toelating tot arbeid vermeld in artikel 30.17 wordt afgegeven voor een maximale duur van twaalf maanden."
Art. 33. - Dans le chapitre VI du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2001, il est inséré une section 8, comportant les articles 30.16 à 30.18, rédigée comme suit :
  " Section 8 - Les volontaires dans le cadre du Corps européen de solidarité
  Art. 30.16. - Aux fins d'application de la présente section, les dispositions du titre II, chapitre 6, de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 s'appliquent à un programme de volontariat de plus de nonante jours.
  Art. 30.17. - L'octroi de l'autorisation aux fins d'un volontariat dans le cadre du Corps européen de solidarité est subordonné à la signature d'une convention de volontariat par le volontaire et l'entité d'accueil, qui contient :
  1° une description du programme de volontariat;
  2° la durée du programme de volontariat, qui ne pourra être supérieure à douze mois, ainsi que les heures de service du volontaire;
  3° les conditions de l'activité et de l'encadrement du volontaire;
  4° les ressources disponibles pour couvrir les frais de subsistance et de logement du volontaire ainsi que le montant minimal de l'argent de poche qui lui sera attribué pendant la durée totale du volontariat.
  Art. 31.18. - L'autorisation de travail mentionnée à l'article 30.17 est octroyée pour une durée maximale de douze mois. "
Art. 34. - Artikel 31 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een derde lid en een vierde lid, luidende :
  "Met uitzondering van de aanvraag tot hernieuwing van een toelating tot arbeid met het oog op seizoenarbeid die uiterlijk een maand voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende toelating tot arbeid ingediend wordt, wordt de aanvraag tot hernieuwing van een toelating tot arbeid vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, overeenkomstig artikel 21 van het samenwerkingsakkoord uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende toelating tot arbeid door de aanvrager ingediend.
  In afwijking van het eerste lid is geen hernieuwing mogelijk, als de maximale duur vermeld in de artikelen 21, 30.2, 30.5 of 30.18 bereikt is."
Art. 34. - L'article 31 du même arrêté royal est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " A l'exception de la demande de renouvellement d'une autorisation de travail aux fins d'un travail saisonnier, qui doit être introduite au plus tard un mois avant l'expiration de la durée de validité de l'autorisation de travail en cours, la demande de renouvellement d'une des autorisations de travail mentionnées au chapitre IV, section 3, conformément à l'article 21 de l'accord de coopération doit être introduite par le demandeur au plus tard deux mois avant l'expiration de la durée de validité de l'autorisation de travail en cours.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, aucun renouvellement n'est possible si la durée maximale de l'autorisation mentionnée aux articles 21, 30.2, 30.5 ou 30.18 est atteinte. "
Art. 35. - In artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "onjuiste gegevens bevat" vervangen door de woorden "onjuiste gegevens bevat, de in de aanvraag vervatte documenten op bedrieglijke wijze verkregen, vervalst of gemanipuleerd werden of ernstige en eensluidende aanwijzingen op arglist, bedrog, bedrieglijke handelingen of valse informatie wijzen";
  2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "of uit de economische situatie van de werkgever blijkt en kan worden afgeleid dat hij niet in staat is het desbetreffende loon en de bijkomende kosten te betalen;"
  3° het artikel wordt aangevuld met bepalingen onder 8° tot 10°, luidende :
  "8° aan de werkgever met toepassing van artikel 175, 175/1, 181 of 181/1 van het Sociaal Strafwetboek sancties werden opgelegd wegens zwartwerk en/of illegale tewerkstelling;
  9° de onderdaan van een derde land de verplichtingen die voortvloeien uit een vroegere beslissing over de toelating als seizoenarbeider niet is nagekomen;
  10° de onderneming van de werkgever overeenkomstig de insolventiewetgeving in staat van faillissement of in staat van vereffening verkeert, vereffend is, een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of geen bedrijfsactiviteit uitgeoefend wordt."
Art. 35. - A l'article 34 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 6 février 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 1°, les mots " , que les documents contenus dans la demande ont été acquis, falsifiés ou manipulés frauduleusement ou qu'il existe des indices sérieux et concordants de fraude, de dol, de manoeuvres frauduleuses ou de fausses informations, " sont insérés entre les mots " ou incorrectes " et les mots" ou lorsque les conditions de la loi ";
  2° le 5° est complété par les mots " qu'il est évident, d'après la situation économique de l'employeur, qu'il n'est pas en mesure de payer la rémunération et les charges y afférentes ";
  3° l'article est complété par les 8° à 10° rédigés comme suit :
  " 8° si l'employeur s'est vu infliger des sanctions en application des articles 175, 175/1, 181 ou 181/1 du Code pénal social en raison de travail au noir et/ou d'occupation illégale;
  9° si le ressortissant d'un pays tiers n'a pas rempli les obligations découlant d'une décision antérieure relative à l'autorisation de séjour en tant que travailleur saisonnier;
  10° si l'entreprise de l'employeur est en faillite ou en cours de liquidation ou a été liquidée conformément aux dispositions légales relatives à l'insolvabilité, a demandé un redressement judiciaire ou n'exerce aucune activité commerciale. "
Art. 36. - In artikel 35 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, 1°, wordt aangevuld met de woorden ", de in de aanvraag vervatte documenten op bedrieglijke wijze verkregen, vervalst of gemanipuleerd werden of ernstige en eensluidende aanwijzingen op arglist, bedrog, bedrieglijke handelingen of valse informatie wijzen";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met bepalingen onder 7° en 8°, luidende :
  "7° aan de werkgever met toepassing van artikel 175, 175/1, 181 of 181/1 van het Sociaal Strafwetboek sancties werden opgelegd wegens zwartwerk en/of illegale tewerkstelling;
  8° de onderneming van de werkgever overeenkomstig de insolventiewetgeving in staat van faillissement of in staat van vereffening verkeert of vereffend is, in staat van kennelijk onvermogen verkeert, een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of geen bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend."
  3° paragraaf 2, 1°, wordt aangevuld met de woorden ", de in de aanvraag vervatte documenten op bedrieglijke wijze verkregen, vervalst of gemanipuleerd werden of ernstige en eensluidende aanwijzingen op arglist, bedrog, bedrieglijke handelingen of valse informatie wijzen;"
Art. 36. - A l'article 35 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 6 février 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, le 1° est complété par les mots " qu'il a acquis, falsifié ou manipulé frauduleusement les documents contenus dans la demande ou qu'il existe des indices sérieux et concordants de fraude, de dol, de manoeuvres frauduleuses ou de fausses informations; ";
  2° le § 1er est complété par les 7° et 8° rédigés comme suit :
  " 7° si l'employeur s'est vu infliger des sanctions en application des articles 175, 175/1, 181 ou 181/1 du Code pénal social en raison de travail au noir et/ou d'occupation illégale;
  8° si l'entreprise de l'employeur est en faillite ou en cours de liquidation ou a été liquidée conformément à la législation relative à l'insolvabilité, est en état d'insolvabilité manifeste, a demandé un redressement judiciaire ou n'exerce aucune activité commerciale. ";
  3° au § 2, le 1° est complété par les mots " qu'il a acquis, falsifié ou manipulé frauduleusement les documents contenus dans la demande ou qu'il existe des indices sérieux et concordants de fraude, de dol, de manoeuvres frauduleuses ou de fausses informations; ".
Art. 37. - In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt een artikel 36.1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 36.1 - In verband met de personen vermeld in artikel 9, eerste lid, 4°, 6°, 7° en 21°, met uitzondering van de stagiair-werknemers-ICT, gaat het departement jaarlijks de volgende documenten na:
  "1° een kopie van de loonfiches of van de individuele rekening voor de periode van de lopende toelating tot arbeid, alsook de betalingsbewijzen ervan;
  2° als het gaat om een detachering in het kader van titel IV, hoofdstuk 8, van de programmawet (I) van 27 december 2006: het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster.
  Als het departement de documenten vermeld in het eerste lid niet via de respectieve authentieke bron kan raadplegen, maant het departement de werkgever aan om die documenten over te zenden."
Art. 37. - Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, il est inséré un article 36.1 rédigé comme suit :
  " Art. 36.1 - Concernant les personnes mentionnées à l'article 9, alinéa 1er, 4°, 6°, 7° et 21°, à l'exception des employés stagiaires ICT, le département examine chaque année les documents suivants :
  1° une copie des fiches de paie ou du compte salarial individuel pour la période de l'autorisation de travail en cours, ainsi que les justificatifs de paiement y relatifs;
  2° si la demande concerne un détachement dans le cadre du titre IV, chapitre 8, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, la preuve d'inscription au cadastre Limosa.
  Si le département n'est pas en mesure d'obtenir de la source authentique les documents énumérés à l'alinéa 1er, il demande à l'employeur de les lui communiquer. "
Art. 38. - In artikel 37/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 november 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "Het bezoldigingsbedrag bedoeld in artikel 15/1, § 2, eerste lid, 2°, wordt" vervangen door de woorden "De bedragen van de lonen vermeld in de artikelen 30.7 en 30.9 worden" en worden de woorden "en gedeeld door de omrekeningscoëfficiënt" opgeheven;
  2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "bedrag van kracht op 1 januari 2013" vervangen door de woorden "53.971 euro";
  3° in het tweede lid, 4°, wordt het getal "2012" vervangen door het getal "2018" en wordt het getal "1997" vervangen door het getal "2010";
  4° het tweede lid, 5°, wordt opgeheven.
Art. 38. - Dans l'article 37/1 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 novembre 2014 et modifié par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les modifications suivantes apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Le montant de rémunération prévu à l'article 15/1, § 2, alinéa 1er, 2°, est adapté " sont remplacés par les mots " Les montants de rémunération mentionnés aux articles 30.7 et 30.9 sont adaptés " et les mots " multiplié par le coefficient de conversion " sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " montant en vigueur au 1er janvier 2013 " sont remplacés par le montant " 53 971 euros ";
  3° dans l'alinéa 2, 4°, les années " 2012 " et " 1997 " sont respectivement remplacées par les années " 2018 " et " 2010 ";
  4° dans l'alinéa 2, le 5° est abrogé.
Art. 39. - In artikel 37/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 november 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, worden de woorden "artikel 15/1, § 2, eerste lid, 2°" vervangen door de woorden "artikel 30.4, 4°, in artikel 30.6, 3°, en in artikel 30.9, 2°".
Art. 39. - Dans l'article 37/2 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 novembre 2014 et modifié par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, les mots " à l'article 15/1, § 2, alinéa 1er, 2°, " sont remplacés par les mots " à l'article 30.4, 4°, à l'article 30.6, 3°, et à l'article 30.9, 2°, ".
Art. 40. - In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 7 juni 2018, wordt een hoofdstuk X.1 ingevoegd, dat de artikelen 37.3 tot 37.5 bevat, luidende :
  "Hoofdstuk X.1 - Bepalingen betreffende de bescherming van de persoonsgegevens
  Art. 37.3. - Onverminderd andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, hierna 'Ministerie' genoemd, en alle andere personen die bij de uitvoering van dit besluit betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.
  Art. 37.4. - Het Ministerie is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in hoofdstuk III, IV, VI, VII en VIII, in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het Ministerie geldt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
  Het Ministerie verwerkt persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van de opdrachten bepaald in dit besluit, in het bijzonder wat betreft de taken vermeld in de hoofdstukken III, IV, VI, VII en VIII. Het mag de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van de daarin vermelde opdrachten gebruiken.
  De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens.
  Art. 37.5. - De gegevens mogen tot hoogstens tien jaar nadat een aanvraag om een in dit besluit vermelde toelating tot arbeid ingediend werd, in een vorm bewaard worden die de mogelijkheid biedt de betrokken personen te identificeren. Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd."
Art. 40. - Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2018, il est inséré un chapitre X.1, comportant les articles 37.3 à 37.5, rédigé comme suit :
  " Chapitre X.1 - Dispositions relatives à la protection des données
  Art. 37.3. - Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le Ministère de la Communauté germanophone, ci-après " Ministère ", et toutes les autres personnes participant à l'exécution du présent arrêté sont tenus de traiter confidentiellement les données qui leur sont confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
  Art. 37.4. - Le Ministère est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées aux chapitres III, IV, VI, VII et VIII, au sens du règlement général sur la protection des données. Le Ministère est réputé responsable du traitement au sens de l'article 4, 7°, du règlement général sur la protection des données.
  Le Ministère traite les données à caractère personnel en vue de l'exercice des missions fixées dans le présent arrêté, notamment celles mentionnées aux chapitres III, IV, VI, VII et VIII. Il ne peut utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice des missions y mentionnées.
  Le traitement des données à caractère personnel s'opère dans le respect des dispositions légales en matière de protection des données.
  Art. 37.5. - Les données peuvent être conservées au maximum pendant dix ans après l'introduction d'une demande d'autorisation de travail mentionnée dans le présent arrêté, sous une forme qui permet l'identification des intéressés. Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai. "
Art. 41. - Dit besluit treedt op dezelfde datum in werking als het Samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
Art. 41. - Le présent arrêté entre en vigueur le jour où l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers entre lui-même en vigueur.
Art. 42. - De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 42. - Le Ministre compétent en matière d'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.