Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 FEBRUARI 2019. - Besluit van de Waalse Regering houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-04-2019 en tekstbijwerking tot 31-01-2023)
Titre
28 FEVRIER 2019. - Arrêté du Gouvernement wallon portant exécution de la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-04-2019 et mise à jour au 31-01-2023)
Informations sur le document
Numac: 2019201545
Datum: 2019-02-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019201545
Date: 2019-02-28
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Doel, begripsomschrijvingen en algemene beginselen
CHAPITRE Ier. - Objet, définitions et principes généraux
Artikel 1. Dit besluit bepaalt de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof voor de afvalstoffen op verzoek van een of meer exploitanten, van een groep of federatie van bedrijven die handelen ten voordele van hun leden.
  Het besluit zorgt voor de uitvoering van de Europese verordeningen en beschikkingen genomen ter uitvoering van artikel 6, § 2, van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.
Article 1er. Cet arrêté détermine la procédure de sortie du statut de déchet pour les déchets, à la demande d'un ou plusieurs exploitants, d'un groupement ou d'une fédération d'entreprises qui agit au bénéfice de ses membres.
  Il assure la mise en oeuvre des Règlements ou décisions européens pris en exécution de l'article 6, § 2, de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives.
Art. 2. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet: het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;
  2° de Minister: de Minister die voor Leefmilieu bevoegd is;
  3° exploitant : de exploitant van een installatie of activiteit die is ingedeeld of waarvoor een vergunning is verleend krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning of het decreet van 20 juli 2016 tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, of een gelijkwaardige wetgeving van een ander gewest of lidstaat van de Europese Unie.
Art. 2. Au sens du présent arrêté, l'on entend par :
  1° le décret: le décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets;
  2° le Ministre: le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions;
  3° l'exploitant : l'exploitant d'une installation ou d'une activité classée ou autorisée en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ou du décret du 20 juillet 2016 formant le Code du développement territorial, ou d'une législation équivalente d'une autre Région ou d'un Etat membre de l'Union européenne.
Art. 3. § 1. Elke exploitant die de beëindiging van het statuut van afvalstof wenst te laten erkennen voor afvalstoffen die nuttig zijn toegepast of gerecycleerd zijn, dient een beslissing te verkrijgen tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof die overeenkomstig de procedure van de hoofdstukken 2, 3 of 8 wordt toegekend.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 en de hoofdstukken 2 en 8 is krachtens dit besluit geen beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof vereist voor gerecycleerde of nuttig toegepaste afvalstoffen die voldoen aan de voorwaarden en criteria die door de Europese Unie zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van bepaalde richtlijnen.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 en de hoofdstukken 2 en 8 moet elke exploitant die de beëindiging van het statuut van afvalstof wenst te laten erkennen voor afvalstoffen met in alle opzichten gelijke kenmerken als afvalstoffen waarvan de beëindiging van het statuut van afvalstof ter uitvoering van de hoofdstukken 2 of 8 is erkend, eerst een beslissing verkrijgen om de beëindiging van het statuut van afvalstof die overeenkomstig de in hoofdstuk 3 vastgestelde procedure is verleend, te registreren.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 en de hoofdstukken 2 en 8 moet elke exploitant die de beëindiging van het statuut van afvalstof wenst te laten erkennen aan afvalstoffen met in alle opzichten gelijke kenmerken als afvalstoffen [1 waarvan de voorwaarden voor de beëindiging van het statuut van afvalstof worden bepaald in bijlage 1]1, eerst een beslissing verkrijgen om de beëindiging van het statuut van afvalstof die overeenkomstig de in hoofdstuk 3 vastgestelde procedure is verleend, te registreren.
  [1 In afwijking van lid 1 en hoofdstuk 2 vraagt de exploitant van een installatie voor de productie van de stoffen bedoeld in bijlage 2, een beslissing tot registratie voor de beëindiging van het statuut van afvalstof overeenkomstig hoofdstuk 3 aan en verkrijgt hij deze beslissing voordat deze stoffen worden gebruikt.]1
  
Art. 3. § 1er. Tout exploitant souhaitant faire reconnaître la sortie du statut de déchet à des déchets ayant été valorisés ou recyclés est tenu d'obtenir une décision de reconnaissance de sortie du statut de déchet accordée conformément à la procédure prévue aux chapitres 2, 3 ou 8.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er et aux chapitres 2 et 8, aucune décision de reconnaissance de sortie du statut de déchets n'est requise en vertu du présent arrêté pour les déchets recyclés ou valorisés qui répondent aux conditions et critères définis par l'Union européenne en application de l'article 6, § 2, de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er et aux chapitres 2 et 8, tout exploitant souhaitant faire reconnaître la sortie du statut de déchet à des déchets présentant des caractéristiques égales en toutes choses à des déchets dont la sortie du statut de déchet a été reconnue en exécution des chapitres 2 ou 8 obtient préalablement une décision d'enregistrement de sortie du statut de déchet accordée conformément à la procédure prévue au chapitre 3.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er et au chapitre 2, tout exploitant souhaitant faire reconnaître la sortie du statut de déchet à des déchets présentant des caractéristiques égales en toutes choses à des déchets [1 dont les conditions de sortie du statut de déchets sont fixées à l'annexe 1 ]1 obtient préalablement une décision d'enregistrement de sortie du statut de déchet accordée conformément à la procédure prévue au chapitre 3.
  [1 Par dérogation au paragraphe 1er et au chapitre 2, tout exploitant d'une installation de production des matières visées en annexe 2 sollicite et obtient préalablement à l'utilisation de ces matières une décision d'enregistrement de sortie du statut de déchet conformément au chapitre 3.]1
  
Art. 4. Dit besluit sluit uit:
  1° de afvalstoffen bestemd voor energieterugwinning of het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
  2° afvalstoffen gevaloriseerd door het uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbetering;
  3° de grond bestemd voor opvulactiviteiten;
  4° de afvalstoffen bestemd voor een valorisatie in een centrum voor technische ingraving.
Art. 4. Le présent arrêté exclut :
  1° les déchets destinés à une valorisation énergétique ou à la conversion pour l'utilisation comme combustible;
  2° les déchets valorisés en épandage au profit de l'agriculture ou de l'écologie;
  3° les terres destinées à des opérations de remblayage;
  4° les déchets destinés à une valorisation en centre d'enfouissement technique.
HOOFDSTUK II. - Erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof
CHAPITRE II. - Reconnaissance de sortie du statut de déchet
Art. 5. Elke exploitant kan eisen dat de afvalstoffen die hij nuttig toepast of recycleert niet langer het statuut van afvalstof op het grondgebied van het Waalse Gewest hebben.
  De aanvraag kan gezamenlijk worden ingediend door meerdere exploitanten, een groep of een federatie van ondernemingen die handelen ten behoeve van hun leden.
Art. 5. Tout exploitant peut demander que les déchets qu'il valorise ou recycle cessent d'avoir le statut de déchet sur le territoire de la Région wallonne.
  La demande peut être introduite conjointement par plusieurs exploitants, un groupement ou une fédération d'entreprises qui agit au bénéfice de ses membres.
Art. 6. § 1. De aanvraag tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof wordt in tweevoud per aangetekende brief met bericht van ontvangst verzonden of tegen ontvangstbewijs aan de administratie afgegeven. Een afschrift van de aanvraag op elektronische informatiedrager wordt bijgevoegd.
  § 2. De aanvraag bevat:
  1° de identificatiegegevens van de aanvrager of elk van de aanvragers wanneer de aanvraag wordt ingediend door meerdere exploitanten, van elk van hun leden wanneer de aanvraag wordt ingediend door een groep of een federatie van ondernemingen;
  a) als de aanvrager of het lid een natuurlijke persoon is : het inschrijvingsnummer bij de Kruisbank van ondernemingen of een ander gelijkwaardig nummer, naam en voornaam, adres, geboorteplaats en -datum, telefoonnummer en, eventueel, faxnummer en e-mailadres;
  b) als de aanvrager of het lid een rechtspersoon is: het inschrijvingsnummer bij de Kruisbank van ondernemingen of een ander gelijkwaardig nummer, naam, rechtsvorm, adres van de bedrijfszetel en van de exploitatiezetelvoornaam, naam en contactadres van de verantwoordelijken van de exploitatiezetel, hun telefoonnummer en, eventueel, faxnummer en e-mailadres;
  c) wanneer de aanvraag ingediend wordt door een groep of een federatie van ondernemingen: de verhouding van de betrokken leden tot de onder 2° bedoelde afvalstof;
  2° de identificatie van de afvalstof: huidige naam, jaarlijkse hoeveelheid en code vermeld in bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot opstelling van een afvalcatalogus;
  3° de omschrijving van de afvalrecycling of nuttige toepassing, de gebruikte inputstromen en de stappen die tot de stof of het voorwerp leiden;
  4° een omschrijving van de specifieke toepassing of van het gebruik van de stof of het voorwerp waarvoor erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof wordt gevraagd en de rechtvaardiging daarvan;
  5° in voorkomend geval, een verslag over de bemonstering en analyse van een representatief monster van de stof of het voorwerp, opgesteld door een laboratorium geaccrediteerd volgens de norm ISO-17025 of door een laboratorium erkend overeenkomstig het decreet of de bepalingen van Boek I van het Milieuwetboek. Het aantal monsters en analyses is afhankelijk van de verwachte verdeling van de samenstelling. Het verslag rechtvaardigt de gemaakte keuzes;
  6° alle informatie waaruit blijkt dat de stof of het voorwerp voor het beoogde gebruik voldoet aan alle voorwaarden van artikel 4ter, § 3, lid 1, van het decreet;
  7° de criteria voor de controle op de naleving van deze voorwaarden;
  8° een ontwerp van model en inhoud van de conformiteitsverklaring bedoeld in artikel 21, § 1;
  5° een omschrijving van het kwaliteitsbeheersysteem bedoeld in artikel 22;
  10° het ontvangstbewijs voor de betaling van een bedrag van 500 euro per [1 exploitant of importeur aanvrager]1 voor de kosten van het onderzoek van het dossier op de door de administratie aangewezen bankrekening;
  11° een ondertekende verbintenis waarin wordt bevestigd dat de verstrekte gegevens juist en volledig zijn en waarin de datum, voornaam, achternaam en functie van de ondertekenaar worden vermeld.
  § 3.Onverminderd de bepalingen inzake het recht op toegang tot informatie over het leefmilieu worden, indien het verzoek informatie bevat die volgens de aanvrager vertrouwelijk is of verband houdt met handelsgeheimen, de betrokken elementen in een verzegelde omslag geplaatst. De betrokken documenten worden als vertrouwelijk aangemerkt.
  [1 § 4. Wanneer een groepering of een federatie van bedrijven een aanvraag indient om te worden erkend als beëindiging van het statuut van afvalstof voor een stof die vergelijkbaar is met de in de bijlagen bedoelde stof, maar waarvan de kenmerken of de gebruikswijzen niet in alle opzichten gelijk zijn aan die bedoeld in diezelfde bijlagen, wordt het in paragraaf 2, 10°, bedoelde bedrag vastgesteld op 500 euro per aanvraag Exploitanten die van deze erkenning gebruik willen maken, moeten zich op deze basis laten registreren, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3. Deze registratie is gratis voor exploitanten die reeds in het kader van de desbetreffende bijlage zijn geregistreerd. Exploitanten die tegelijkertijd een aanvraag tot registratie voor de bijlage en voor de bovengenoemde erkenning indienen, hoeven de in paragraaf 2, 10°, bedoelde aanvraagkosten slechts eenmaal te betalen.]1
  
Art. 6. § 1er. La demande de reconnaissance de sortie du statut de déchet est envoyée en deux exemplaires par envoi recommandé avec accusé de réception ou remise contre récépissé à l'administration. Une copie de la demande sur support informatique est jointe.
  § 2. La demande contient:
  1° les données d'identification du ou de chacun des demandeurs lorsque la demande est introduite par plusieurs exploitants, de chacun de leurs membres lorsque la demande est introduite par un groupement ou une fédération d'entreprises;
  a) si le demandeur ou le membre est une personne physique : le numéro d'inscription à la banque carrefour des entreprises ou tout autre numéro équivalent, le nom et le prénom, l'adresse, le lieu et la date de naissance, le numéro de téléphone et, éventuellement, le numéro de télécopieur et l'adresse e-mail;
  b) si le demandeur ou le membre est une personne morale : le numéro d'inscription à la banque carrefour des entreprises ou tout autre numéro équivalent, le nom, la forme juridique, l'adresse du siège social et du siège d'exploitation, le nom et l'adresse de contact des responsables du siège d'exploitation, leur numéro de téléphone et, éventuellement, leur numéro de télécopieur et leur adresse e-mail;
  c) lorsque la demande est introduite par un groupement ou une fédération d'entreprises : la relation des membres concernés avec le déchet visé au 2°;
  2° l'identification du déchet: nom courant, quantité annuelle et code mentionné en annexe 1 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 juillet 1997 établissant un catalogue des déchets;
  3° la description de l'opération de recyclage ou de valorisation du déchet, les flux d'entrée utilisés et les étapes qui aboutissent à la substance ou l'objet;
  4° la description de l'application visée spécifiquement ou de l'utilisation de la substance ou de l'objet pour lequel la reconnaissance de sortie du statut de déchet est sollicitée et sa justification;
  5° le cas échéant, un rapport d'échantillonnage et d'analyse d'un échantillon représentatif de la substance ou de l'objet, établi par un laboratoire accrédité selon la norme ISO-17025, ou par un laboratoire agréé conformément au décret ou aux dispositions du Livre 1er du Code de l'Environnement. Le nombre d'échantillons et d'analyses dépend de la distribution attendue de la composition. Le rapport justifie les choix opérés;
  6° toutes les informations établissant que la substance ou l'objet satisfait, pour l'utilisation envisagée, à l'ensemble des conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret;
  7° les critères permettant de vérifier le respect de ces conditions;
  8° un projet de modèle et de contenu de l'attestation de conformité visée à l'article 21, § 1er;
  9° une description du système de gestion de la qualité visé à l'article 22;
  10° le récépissé du versement d'un montant de 500 euros par [1 exploitant ou importateur demandeur]1, pour frais d'instruction du dossier, sur le compte bancaire désigné par l'administration;
  11° un engagement signé qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes et indiquant la date, le prénom, le nom et la fonction du signataire.
  § 3. Sans préjudice des dispositions relatives au droit d'accès à l'information environnementale, si la demande contient des informations que le demandeur estime confidentielles ou liées au secret de fabrication, les éléments concernés sont placés dans une enveloppe scellée. Les pièces concernées portent la mention qu'elles sont confidentielles.
  [1 § 4. Lorsqu'un groupement ou une fédération d'entreprises demande la reconnaissance de sortie de statut de déchet pour une matière analogue à celle visée en annexe mais dont les caractéristiques ou modes d'utilisation ne sont pas égaux en toutes choses à ceux visés par ces mêmes annexes, le montant visé au paragraphe 2, 10°, est fixé à 500 euros par demande. Les exploitants souhaitant bénéficier de cette reconnaissance devront se faire enregistrer sur cette base, conformément aux dispositions du Chapitre 3. Cet enregistrement sera gratuit pour les exploitants disposant déjà d'un enregistrement en vertu de l'annexe y relative. Les exploitants introduisant conjointement une demande d'enregistrement pour l'annexe et pour la reconnaissance précitée sont tenus de s'acquitter une seule fois des frais d'instruction du dossier visés au paragraphe 2, 10°. ]1
  
Art. 7. Binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van de aanvraag bevestigt de administratie de ontvangst van de aanvraag, controleert zij of het de in artikel 6, § 2 bedoelde gegevens en documenten bevat en stuurt zij haar beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid ervan per aangetekende brief.
  Indien de aanvraag onvolledig is, stelt de administratie de aanvrager hiervan op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn in kennis, met vermelding van de ontbrekende stukken of informatie. Binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvullende gegevens of stukken, stelt de administratie de aanvrager per aangetekende brief in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid.
Art. 7. Dans un délai de vingt jours à dater de la réception de la demande, l'administration accuse réception de la demande, vérifie si celle-ci contient les indications et documents prévus à l'article 6, § 2, et envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable par envoi recommandé.
  Si la demande est incomplète, l'administration en informe le demandeur de la même manière et dans le même délai, en lui indiquant les pièces ou les renseignements manquants. Dans un délai de vingt jours à dater de la réception des compléments l'administration informe le demandeur du caractère complet et recevable par envoi recommandé.
Art. 8. § 1. De administratie kan het advies van het referentielaboratorium inwinnen en zo nodig een syntheserapport en een ontwerp-beslissing overmaken.
  Het advies wordt uitgebracht binnen 45 dagen te rekenen van de dag waarop de aanvraag bij het laboratorium is ingediend. Na afloop van die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
  In het advies kan worden voorgesteld de ontwerp-beslissing te wijzigen of aanvullende criteria toe te voegen die nodig zijn om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 ter, § 3, lid 1, van het decreet.
  § 2. De administratie kan het advies vragen van het Operationeel directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling en Onderzoek. Het advies wordt uitgebracht binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
  § 3. De adviezen uitgebracht op grond van dit artikel worden met redenen omkleed op straffe van nietigheid.
Art. 8. § 1er. L'administration peut solliciter l'avis du laboratoire de référence et lui transmet, le cas échéant, un rapport de synthèse ainsi qu'un projet de décision.
  L'avis est émis dans un délai de quarante-cinq jours à dater du jour où le laboratoire a été saisi de la demande. Passé ce délai, l'avis est réputé favorable.
  L'avis peut proposer de modifier le projet de décision ou d'ajouter des critères additionnels que le respect des conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret rend nécessaire.
  § 2. L'administration peut solliciter l'avis de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche. L'avis est émis dans le délai visé au paragraphe 1er, alinéa 2.
  § 3. Les avis délivrés en application du présent article sont motivés sous peine de nullité.
Art. 9. Tijdens de procedure voor het onderzoek van het dossier kan de administratie elk aanvullend document eisen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 4 ter, § 3, eerste lid, van het decreet is voldaan.
  De administratie kan verlangen dat op kosten van de aanvrager een kritische analyse van de dossierelementen wordt gemaakt, die specifieke verificaties door een in onderling overleg gekozen externe deskundige instantie rechtvaardigt.
  De in de artikelen 7 en 10 bedoelde termijnen worden geschorst vanaf de datum van verzending van de aanvraag en worden hervat vanaf de datum van ontvangst van de gevraagde documenten.
Art. 9. Lors la procédure d'instruction du dossier, l'administration peut exiger tout document complémentaire de nature à établir que les conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret sont remplies.
  L'administration peut exiger la production, aux frais du demandeur, d'une analyse critique d'éléments de dossier justifiant des vérifications particulières effectuées par un organisme extérieur expert choisi de commun accord.
  Les délais prévus aux articles 7 et 10 sont suspendus à dater de l'expédition de la demande et reprennent cours à dater de la réception des documents demandés.
Art. 10. § 1. De administratie beslist, binnen 110 dagen na de datum van verzending van de beslissing waarbij de volledigheid van de aanvraag wordt bevestigd, over de aanvraag tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof.
  De beslissing wordt per aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de aanvrager toegezonden, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ter beschikking van het publiek gesteld via het Webportaal Leefmilieu van de website van het Waals Gewest.
  De beslissing :
  1° bepaalt het nummer ervan;
  2° bepaalt de geldigheidsduur ervan, die niet meer dan tien jaar mag bedragen;
  3° bepaalt het model en de inhoud van de conformiteitsverklaring;
  4° bepaalt de specifieke voorwaarden die nodig zijn om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 4ter, § 3, lid 1, van het decreet.
  De bijzondere voorwaarden die worden opgelegd kunnen met name betrekking hebben op de oorsprong van de afvalstoffen, de wijze waarop zij worden geproduceerd, ingezameld, geproduceerd of verwerkt, de aard en samenstelling van het materiaal, de grenswaarden voor de verontreinigende stoffen, de toegestane toepassing, de toegestane wijze van gebruik en aanvullende voorwaarden van het kwaliteitssysteem.
  Als de beslissing van de Administratie niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in lid 1, wordt de aanvraag geweigerd geacht.
  § 2. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij en wanneer ze dit vereist, deelt de administratie haar ontwerp-beslissing aan de Europese Commissie mee.
  De termijn bedoeld in § 1wordt tijdens de raadplegingsfase van de Europese Commissie opgeschort.
Art. 10. § 1er. L'administration statue sur la demande de reconnaissance de sortie de statut de déchet dans un délai de cent dix jours à dater du jour de l'envoi de sa décision attestant du caractère complet de la demande.
  La décision est envoyée au demandeur par envoi recommandé avec accusé de réception, publiée au Moniteur belge et mise à disposition du public via le portail environnement du site internet de la Région wallonne.
  La décision :
  1° précise son numéro;
  2° précise sa durée de validité qui ne peut dépasser dix ans;
  3° détermine le modèle et le contenu de l'attestation de conformité;
  4° précise les conditions particulières nécessaires au respect des conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret.
  Les conditions particulières imposées peuvent, notamment, porter sur l'origine des déchets, la façon dont ils sont générés, collectés, produits ou traités, la nature et la composition du matériau, les valeurs limites pour les substances contaminantes, l'application autorisée, le mode d'utilisation autorisé, des conditions complémentaires du système de garantie de qualité.
  A défaut de décision de l'Administration dans le délai visé à alinéa premier, la demande est réputée refusée.
  § 2. Conformément à la Directive (UE) 2015/1535 du Parlement européen et du Conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d'information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l'information et lorsque celle-ci l'exige, l'administration notifie son projet de décision à la Commission européenne.
  Le délai prévu au § 1er est suspendu pendant la phase de consultation de la Commission européenne.
HOOFDSTUK III. - Registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof
CHAPITRE III. - Enregistrement de sortie du statut de déchet
Art. 11. Wanneer een exploitant afvalstoffen nuttig toepast of recycleert die aan het einde van het proces in alle opzichten dezelfde kenmerken hebben als afvalstoffen die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een erkenning van einde afvalfase ter uitvoering van de hoofdstukken 2 of 8, of deel hebben uitgemaakt van de stoffen bedoeld in de bijlagen 1 of 2, en aan de voorwaarden daarvan voldoet, kan hij een aanvraag tot registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof indienen.
Art. 11. Lorsqu'un exploitant valorise ou recycle des déchets qui, en fin de processus, présentent des caractéristiques égales en toutes choses à celles de déchets qui ont déjà fait l'objet d'une reconnaissance de fin de statut de déchets en exécution des chapitres 2 ou 8, ou fait partie des matières visées aux annexes 1 ou 2, et en respecte les conditions, il peut introduire une demande d'enregistrement de sortie du statut de déchet.
Art. 12. § 1. De aanvraag bedoeld in artikel 11 wordt in tweevoud per aangetekende brief met bericht van ontvangst verzonden of tegen ontvangstbewijs aan de administratie afgegeven. Een afschrift van de aanvraag op elektronische informatiedrager wordt bijgevoegd.
  § 2. De aanvraag bevat:
  1° de identificatiegegevens van de aanvrager:
  a) als de aanvrager een natuurlijke persoon is: het inschrijvingsnummer bij de Kruisbank van ondernemingen of een ander gelijkwaardig nummer, naam en voornaam, adres, geboorteplaats en -datum, telefoonnummer en, eventueel, faxnummer en e-mailadres;
  b) als de aanvrager een rechtspersoon is : het inschrijvingsnummer bij de Kruisbank van ondernemingen of een ander gelijkwaardig nummer, naam, rechtsvorm, adres van de bedrijfszetel en van de exploitatiezetel, voornaam, naam en contactadres van de verantwoordelijken van de exploitatiezetel, hun telefoonnummer en, eventueel, faxnummer en e-mailadres;
  2° het nummer van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof toegekend overeenkomstig de procedure bedoeld in de hoofdstukken 2 of 8;
  3° het geheel van de informatie waaruit blijkt dat de stof of het voorwerp voor het beoogde gebruik voldoet aan alle voorwaarden van artikel 4ter, § 3, lid 1, van het decreet en in alle opzichten dezelfde kenmerken heeft als die van afvalstoffen waarvan de erkenning van beëindiging van het statuut van afvalstof werd erkend ter uitvoering van de hoofdstukken 2 of 8 of volgens de bijlagen 1 of 2;
  4° de criteria voor de controle op de naleving van deze voorwaarden;
  5° een omschrijving van het kwaliteitsbeheersysteem bedoeld in artikel 22;
  6° het ontvangstbewijs voor de betaling van een bedrag van 500 euro voor de kosten van het onderzoek van het dossier op de door de administratie aangewezen bankrekening;
  7° een ondertekende verbintenis waarin wordt bevestigd dat de verstrekte gegevens juist en volledig zijn en waarin de datum, voornaam, achternaam en functie van de ondertekenaar worden vermeld.
  § 3. Onverminderd de bepalingen inzake het recht op toegang tot informatie over het leefmilieu worden, indien het verzoek informatie bevat die volgens de aanvrager vertrouwelijk is of verband houdt met handelsgeheimen, de betrokken elementen in een verzegelde omslag geplaatst. De betrokken documenten worden als vertrouwelijk aangemerkt.
Art. 12. § 1er. La demande visée à l'article 11 est envoyée en deux exemplaires par envoi recommandé avec accusé de réception ou remise contre récépissé à l'administration. Une copie de la demande sur support informatique est jointe.
  § 2. La demande contient:
  1° les données d'identification du demandeur :
  a) si le demandeur est une personne physique : le numéro d'inscription à la banque carrefour des entreprises ou tout autre numéro équivalent, le nom et le prénom, l'adresse, le lieu et la date de naissance, le numéro de téléphone et, éventuellement, le numéro de télécopieur et l'adresse e-mail;
  b) si le demandeur est une personne morale : le numéro d'inscription à la banque carrefour des entreprises ou tout autre numéro équivalent, le nom, la forme juridique, l'adresse du siège social et du siège d'exploitation, le nom et l'adresse de contact des responsables du siège d'exploitation, leur numéro de téléphone et, éventuellement, leur numéro de télécopieur et leur adresse e-mail;
  2° le numéro de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchet accordée conformément à la procédure prévue aux chapitres 2 ou 8;
  3° l'ensemble des informations établissant que la substance ou l'objet satisfait, pour l'utilisation envisagée, à l'ensemble des conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret et présente des caractéristiques égales en toutes choses aux déchets dont la reconnaissance de sortie du statut de déchet a été reconnue en exécution des chapitres 2 ou 8 ou selon les annexes 1 ou 2;
  4° les critères permettant de vérifier le respect de ces conditions;
  5° une description du système de gestion de la qualité visé à l'article 22;
  6° le récépissé du versement d'un montant de 500 euros pour frais d'instruction du dossier, sur le compte bancaire désigné par l'administration;
  7° un engagement signé qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes et indiquant la date, le prénom, le nom et la fonction du signataire;
  § 3. Sans préjudice des dispositions relatives au droit d'accès à l'information environnementale, si la demande contient des informations que le demandeur estime confidentielles ou liées au secret de fabrication, les éléments concernés sont placés dans une enveloppe scellée. Les pièces concernées portent la mention qu'elles sont confidentielles.
Art. 13. Binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van de aanvraag bevestigt de administratie de ontvangst van de aanvraag, controleert zij of het de in artikel 12, § 2 bedoelde gegevens en documenten bevat en stuurt zij haar beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid ervan per aangetekende brief.
  Indien de aanvraag onvolledig is, stelt de administratie de aanvrager hiervan op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn in kennis, met vermelding van de ontbrekende stukken of informatie. Binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvullende gegevens of stukken, stelt de administratie de aanvrager per aangetekende brief in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid.
Art. 13. Dans un délai de vingt jours à dater de la réception de la demande, l'administration accuse réception de la demande, vérifie si celle-ci contient les indications et documents prévus à l'article 12, § 2, et envoie sa décision statuant sur le caractère complet et recevable par envoi recommandé.
  Si la demande est incomplète, l'administration en informe le demandeur de la même manière et dans le même délai, en lui indiquant les pièces ou les renseignements manquants. Dans un délai de vingt jours à dater de la réception des compléments l'administration informe le demandeur du caractère complet et recevable par envoi recommandé.
Art. 14. De administratie beslist over de aanvraag en geeft binnen 75 dagen na de datum van verzending van de beslissing tot bevestiging waarbij de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag wordt bevestigd, een registratie af waarin de erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof wordt geregistreerd.
  De beslissing wordt per aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de aanvrager toegezonden en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De beslissing waarbij de erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof wordt toegekend, wordt ter beschikking van het publiek gesteld via het Webportaal Leefmilieu van de website van het Waals Gewest.
  De geldigheid van de registratie is beperkt tot de geldigheid van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof waaruit deze registratie voortvloeit, toegekend overeenkomstig de procedure bedoeld in de hoofdstukken 2 of 8, of is beperkt tot tien jaar in het geval van een stof of voorwerp bedoeld in de bijlagen 1 of 2.
  Het geheel van de voorwaarden opgelegd aan de houders van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof toegekend overeenkomstig de procedure bedoeld in de hoofdstukken 2 of 8 is van toepassing op de houder van de registratie.
  Als de beslissing van de Administratie niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in lid 1, wordt de aanvraag geweigerd geacht.
Art. 14. L'administration statue sur la demande et délivre, dans un délai de septante-cinq jours à dater du jour de l'envoi de la décision attestant du caractère complet et recevable de la demande, un enregistrement actant la reconnaissance de sortie du statut de déchet.
  La décision est envoyée au demandeur par envoi recommandé avec accusé de réception et publiée au Moniteur belge. La décision accordant la reconnaissance de sortie de statut de déchet est mise à disposition du public via le portail environnement du site internet de la Région wallonne.
  La validité de l'enregistrement est limitée à la validité de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchet, de laquelle il découle, accordée conformément à la procédure prévue aux chapitres 2 ou 8, ou est limitée à 10 ans s'il s'agit d'une substance ou d'un objet visé aux annexes 1 ou 2.
  L'ensemble des conditions imposées aux titulaires de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchet accordée conformément à la procédure prévue aux chapitres 2 ou 8 est applicable au titulaire de l'enregistrement.
  A défaut de décision de l'Administration dans le délai visé à alinéa premier, la demande est réputée refusée.
Art. 15. Tijdens de procedure voor het onderzoek van het dossier kan de administratie elk aanvullend document eisen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 4 ter, § 3, eerste lid, van het decreet is voldaan en dat de stof of het voorwerp in alle opzichten dezelfde kenmerken heeft als de afvalstoffen waarvan de erkenning van beëindiging van het statuut van afvalstof werd erkend ter uitvoering van de hoofdstukken 2 of 8. De in de artikelen 13 en 14 bedoelde termijnen worden geschorst vanaf de datum van verzending van het verzoek om inlichtingen en worden hervat vanaf de datum van ontvangst van de aanvullende documenten.
Art. 15. Lors la procédure d'instruction du dossier, l'administration peut exiger tout document complémentaire de nature à établir que les conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret sont remplies et que la substance ou objet présente des caractéristiques égales en toutes choses aux déchets dont la reconnaissance de sortie du statut de déchet a été reconnue en exécution des chapitres 2 ou 8. Les délais prévus aux articles 13 et 14 sont suspendus à dater de l'expédition de la demande d'information et reprennent cours à dater de la réception des documents complémentaires.
HOOFDSTUK II. - Wijziging, opschorting of intrekking van de erkenning en de registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof
CHAPITRE IV. - Modification, suspension ou retrait de la reconnaissance et de l'enregistrement de sortie du statut de déchet
Art. 16. In geval van een wijziging in een van de elementen die zijn vermeld in de aanvraag of de beslissing tot erkenning of registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof krachtens de hoofdstukken 2, 3, 5 of 8, stelt de exploitant de administratie daar onmiddellijk per schrijven van in kennis.
Art. 16. En cas de modification d'un des éléments indiqués dans la demande ou la décision de reconnaissance ou d'enregistrement de sortie de statut de déchet délivrée en vertu des chapitres 2, 3, 5 ou 8, l'exploitant en avise immédiatement l'administration par courrier.
Art. 17. § 1. De administratie kan de voorwaarden in de beslissing tot erkenning of registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof afgegeven krachtens de hoofdstukken 2, 3, 5 of 8 aanvullen of wijzigen wanneer blijkt dat de bijzondere voorwaarden, gelet op de vooruitgang op het gebied van de bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid, niet langer voldoen aan de eisen van artikel 4ter, § 3 van het decreet.
  § 2. Voorafgaand aan de in paragraaf 1 bedoelde beslissing stelt de administratie de houders van de beslissing tot erkenning of registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof in kennis van haar voornemens en stelt zij hen in de gelegenheid hun opmerkingen te laten gelden.
Art. 17. § 1er. L'administration peut compléter ou modifier les conditions contenues dans la décision de reconnaissance ou d'enregistrement de sortie du statut de déchets délivrée en vertu des chapitres 2, 3, 5 ou 8 lorsqu'il apparaît, au vu des avancées en matière de protection de l'environnement et de la santé humaine, que les conditions particulières ne sont plus appropriées pour rencontrer les exigences de l'article 4ter, § 3, du décret.
  § 2. Préalablement à la décision visée au paragraphe 1er, l'administration fait part de ses intentions aux titulaires de la décision de reconnaissance ou d'enregistrement de sortie du statut de déchets et leur donne la possibilité de faire valoir leurs observations.
Art. 18. § 1. De administratie kan, na de houders van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof de mogelijkheid te hebben geboden hun opmerkingen te laten gelden, het voordeel van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof opschorten voor een termijn die zij bepaalt of intrekken voor de exploitanten die niet langer voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 ter, § 3, lid 1, van het decreet, de bijzondere voorwaarden opgelegd overeenkomstig artikel 10 of 14 [1 of de bijlagen]1 of de voorwaarden opgelegd bij of krachtens de beslissing van einde afvalfase die is verkregen in een ander gewest of staat en erkend krachtens artikel 23.
  § 2. Voorafgaand aan elke beslissing bedoeld in paragraaf 1, geeft de overheid een waarschuwing aan de houders van de beslissing tot erkenning of registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof en geeft zij aan binnen welke termijn zij daaraan moeten voldoen.
  § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2, in speciaal gemotiveerde gevallen van spoedeisendheid, en voor zover het horen van de houder een bedreigende vertraging voor het milieu of de volksgezondheid zou kunnen veroorzaken, kan het voordeel van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof onmiddellijk opgeschort worden, zonder dat de houder ervan wordt gehoord.
  
Art. 18. § 1er. L'administration peut, après avoir donné la possibilité aux titulaires de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchets de faire valoir leurs observations, suspendre pour un délai qu'il précise ou retirer le bénéfice de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchets aux exploitants ne respectant plus les conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret, les conditions particulières imposées en application de l'article 10 ou 14 [1 ou par les annexes ]1 ou les conditions imposées par ou en vertu de la décision de fin de statut de déchets obtenue dans une autre Région ou dans un autre Etat et reconnue en vertu de article 23.
  § 2. Préalablement à toute décision visée au paragraphe 1er, l'administration adresse un avertissement aux titulaires de la décision de reconnaissance ou d'enregistrement de sortie du statut de déchets et indique le délai endéans lequel ils s'y conforment.
  § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, en cas d'urgence spécialement motivée, et pour autant que l'audition du titulaire soit de nature à causer un retard préjudiciable à l'environnement ou à la santé publique, le bénéfice de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchets peut être suspendu sans délai et sans audition dudit titulaire.
  
Art. 19. § 1. Elke beslissing genomen krachtens de artikelen 17, § 1 en 18, §§ 1 en 3, wordt aan de betrokkenen meegedeeld per aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  § 2. De opschorting, de intrekking of de wijziging van de beslissing tot erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en wordt ter beschikking van het publiek gesteld via het Webportaal Leefmilieu van de website van het Waals Gewest.
Art. 19. § 1er. Toute décision prise en vertu des articles 17, § 1er, et 18, §§ 1er et 3, est notifiée aux intéressés par envoi recommandé avec accusé de réception.
  § 2. La suspension, le retrait ou la modification de la décision de reconnaissance de sortie du statut de déchets est publié au Moniteur belge et mis à disposition du public via le portail environnement du site internet de la Région wallonne.
HOOFDSTUK V. - Beroep
CHAPITRE V. - Recours
Art. 20. § 1. Tegen de beslissingen genomen door de administratie overeenkomstig de artikelen 10, 14, 17, § 1, lid 2, 18, § 1, lid 2, en § 3, en 23, lid 5, kan de houder van de beslissing betreffende de erkenning van de beëindiging van het statuut van afvalstof een beroep indienen bij de Minister
  Bij gebreke van een beslissing over het verstrijken van de in de artikelen [1 10]1, 14 en 23, vijfde lid, bedoelde termijnen kunnen de aanvragers de Minister verzoeken een beslissing te nemen.
  § 2. Op straffe van onontvankelijkheid moet het in paragraaf 1, eerste en tweede lid, bedoelde verzoek worden ingediend binnen twintig dagen na ontvangst van de beslissing of, bij gebreke van een beslissing, na het verstrijken van de gestelde termijn. Het verzoek wordt bij aangetekend schrijven verzonden of tegen ontvangbewijs aan de administratie afgegeven.
  Het wordt ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° als de aanvrager een natuurlijke persoon is: naam, voornaam en adres van de indiener van het beroep;
  2° als de aanvrager een rechtspersoon is: benaming of firmanaam, rechtsvorm ervan, adres van de bedrijfszetel en naam, voornaam, adres en hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep in te dienen;
  3° referenties, voorwerp, datum en afschrift van de omstreden beslissing;
  4° de middelen die ingezet worden tegen de omstreden beslissing;
  5° in voorkomend geval, de wens om door de administratie te worden gehoord.
  § 3. Binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het verzoek bericht de administratie ontvangst daarvan en stuurt ze haar beslissing over de volledigheid en ontvankelijkheid van het verzoek per aangetekende brief.
  Indien het dossier niet volledig is, stelt het de aanvrager daarvan onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde termijn in kennis, met vermelding van de ontbrekende stukken of informatie. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvullende gegevens of stukken stelt de administratie de aanvrager volgens de modaliteiten bedoeld in het eerste lid in kennis van de volledigheid van het verzoek.
  § 4. Indien de aanvrager niet om een hoorzitting verzoekt, brengt de administratie binnen dertig dagen na de datum van verzending van de beslissing over de ontvankelijkheid en de volledigheid van het verzoek verslag uit aan de Minister.
  De Minister stelt de aanvrager bij aangetekende brief in kennis van zijn beslissing met afschrift daarvan aan de administratie binnen een termijn van vijftig dagen na de datum van verzending van de beslissing over de ontvankelijkheid en de volledigheid van het verzoek.
  Bij gebrek aan kennisgeving van de beslissing van de Minister binnen de termijn bedoeld in het vorige lid, wordt de beslissing waartegen beroep is ingesteld, bevestigd.
  § 5. Indien de verzoeker om een hoorzitting verzoekt, vermeldt de administratie hem de datum en plaats van de hoorzitting binnen een termijn 15 dagen na de beslissing over de ontvankelijkheid en de volledigheid van het verzoek. De datum van de hoorzitting wordt vastgesteld uiterlijk 45 dagen na de datum van de beslissing over de ontvankelijkheid en de volledigheid van het verzoek. De administratie brengt binnen een termijn van dertig dagen na de hoorzitting verslag uit aan de Minister.
  De Minister stelt de verzoeker binnen vijftig dagen na de hoorzitting bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in kennis van zijn beslissing en zendt een afschrift ervan aan de administratie.
  Bij gebrek aan kennisgeving van de beslissing van de Minister binnen de termijn bedoeld in het vorige lid, wordt de beslissing waartegen beroep is ingesteld, bevestigd.
  § 6. De Minister kan verlangen dat op kosten van de verzoeker een kritische analyse van de dossierelementen wordt gemaakt, die specifieke verificaties door een in onderling overleg gekozen externe deskundige instantie rechtvaardigt.
  De beslissing om een kritische analyse op te leggen kan op elk tijdstip van de procedure voor het onderzoek van het verzoek worden genomen. Genoemde beslissing schorst de termijnen van dit artikel.
  § 7. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij en wanneer ze het vereist, deelt de Minister zijn ontwerp-beslissing aan de Europese Commissie mee.
  De termijn bedoeld in paragrafen 4 en 5 wordt tijdens de raadplegingsfase van de Europese Commissie opgeschort.
  
Art. 20. § 1er. Un recours auprès du Ministre est ouvert au titulaire de la décision relative à la reconnaissance de sortie du statut de déchet contre les décisions prises par l'administration en application des articles 10, 14, 17, § 1er, alinéa 2, 18, § 1er, alinéa 2, et § 3, et 23, alinéa 5.
  En l'absence de décision à l'expiration des délais prévus à l'[1 article 10]1, 14 et 23, alinéa 5, les demandeurs peuvent inviter le Ministre à statuer.
  § 2. A peine d'irrecevabilité, la requête visée au paragraphe 1er, alinéas 1 et 2, doit être introduite dans un délai de vingt jours à dater de la réception de la décision ou, en l'absence de décision, de l'expiration du délai prévu. La requête est envoyée par lettre recommandée ou remise contre récépissé à l'administration.
  Elle est signée et comprend au minimum:
  1° si le requérant est une personne physique : le nom, prénom et adresse du requérant;
  2° si le requérant est une personne morale : sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siège social ainsi que les noms, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire le recours;
  3° les références, l'objet, la date et la copie de la décision attaquée;
  4° les moyens développés à l'encontre de la décision attaquée;
  5° le cas échéant, le souhait d'être entendu par l'administration.
  § 3. Dans un délai de quinze jours à dater de la réception de la requête, l'administration en accuse réception et envoie sa décision statuant sur le caractère recevable et complet par envoi recommandé.
  Si le dossier n'est pas complet, elle en informe le requérant dans les mêmes conditions et délai en lui indiquant les pièces ou les renseignements manquants. Dans les quinze jours suivant la réception des compléments, l'administration informe le requérant du caractère complet de la requête suivant les modalités prévues à l'alinéa 1er.
  § 4. Si le requérant ne demande pas à être entendu, l'administration fait rapport au Ministre dans un délai de trente jours à dater de l'envoi de la décision statuant sur le caractère recevable et complet de la requête.
  Le Ministre notifie sa décision par envoi recommandé au requérant avec copie à l'administration dans un délai de cinquante jours à dater de l'envoi de la décision statuant sur le caractère recevable et complet de la requête.
  A défaut de notification de la décision du Ministre dans le délai visé à l'alinéa précédent, la décision dont recours est confirmée.
  § 5. Si le requérant demande à être entendu, l'administration lui précise, dans un délai de quinze jours à dater de la décision statuant sur le caractère recevable et complet de la requête, la date et le lieu d'audition. La date d'audition est fixée au plus tard dans les 45 jours à dater de la décision statuant sur le caractère recevable et complet de la requête. L'administration fait un rapport au Ministre dans un délai de trente jours à dater de l'audition.
  Le Ministre notifie sa décision par envoi recommandé avec accusé de réception au requérant avec copie à l'administration dans un délai de cinquante jours à dater de l'audition.
  A défaut de notification de la décision du Ministre dans le délai visé à l'alinéa précédent, la décision dont recours est confirmée.
  § 6. Le Ministre, peut exiger la production, aux frais du requérant, d'une analyse critique d'éléments de dossier justifiant des vérifications particulières effectuées par un organisme extérieur expert choisi de commun accord.
  La décision d'imposer une analyse critique peut intervenir à tout moment de la procédure d'examen de la requête. Elle suspend les délais du présent article.
  § 7. Conformément à la Directive (UE) 2015/1535 du Parlement européen et du Conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d'information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l'information et lorsque celle-ci l'exige, le Ministre notifie son projet de décision à la Commission européenne.
  Le délai prévu aux paragraphes 4 et 5 est suspendu pendant la phase de consultation de la Commission européenne.
  
HOOFDSTUK VI. - Uitvoering
CHAPITRE VI. - Mise en oeuvre
Art. 21. § 1. Elke exploitant van een installatie bedoeld in de artikelen 5, 11 en 23 die de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof uitvoert, geeft voor elke partij stoffen of voorwerpen die niet langer afval is, een conformiteitsverklaring af. Hij maakt deze conformiteitsverklaring aan de volgende houder over.
  § 2. Een exploitant van een inrichting die stoffen of voorwerpen die niet langer afval zijn, in zijn vervaardigingsproces verwerkt, mag deze alleen toepassen indien hij van de vorige houder een conformiteitsverklaring krijgt voor elke partij stoffen of voorwerpen die niet langer afval zijn.
  § 3. De exploitanten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 bewaren een afschrift van de conformiteitsverklaringen gedurende tenminste vijf jaar.
Art. 21. § 1er. Tout exploitant d'une installation visée aux articles 5, 11 et 23 qui met en oeuvre la procédure de sortie du statut de déchets délivre, pour chaque lot de substances ou objets ayant cessé d'être des déchets, une attestation de conformité. Il transmet cette attestation de conformité au détenteur suivant.
  § 2. Tout exploitant d'une installation qui intègre dans son processus de fabrication des substances ou objets ayant cessé d'être des déchets peut les mettre en oeuvre uniquement s'il reçoit du détenteur précédant une attestation de conformité, pour chaque lot de substances ou objets qui ont cessé d'être des déchets.
  § 3. Les exploitants visés aux paragraphes 1er et 2 conservent une copie des attestations de conformité pendant au moins cinq ans.
HOOFDSTUK VII. - Kwaliteitsbeheersysteem
CHAPITRE VII. - Système de gestion de la qualité
Art. 22. [1 De exploitanten van de installaties bedoeld in de artikelen 5, 11 of 23 die de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof uitvoeren, passen een kwaliteitsbeheersysteem toe waaruit blijkt dat aan de criteria van beëindiging van het statuut van afvalstof wordt voldaan.]1.
  Het kwaliteitsbeheersysteem bevat minstens de volgende elementen:
  1° de procedures voor de controle op de aanvaarding van afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten;
  2° de procedures voor de controle van de verwerkingsprocessen en -technieken;
  3° de procedures voor de controle van de kwaliteit van de afvalstoffen afkomstig van terugwinningsactiviteiten;
  4° procedures voor feedback van klanten aan de exploitant over de kwaliteit van goederen die niet langer afval zijn;
  5° de registratie van de resultaten van de onder de punten 1° tot 3° uitgevoerde controles en van de onder 4° verstrekte feedback;
  6° een beschrijving van de wijze waarop het personeel wordt opgeleid en omgeschoold;
  7° de evaluatie van het kwaliteitsborgingssysteem;
  8° voor elk element van het kwaliteitsborgingssysteem, een lijst van de verantwoordelijken[1 ; ]1
  [1 9° de bepalingen die de traceerbaarheid van inkomende afvalstoffen en uitgaande stoffen en materialen waarborgen.]1
  Om de drie jaar controleert een onpartijdige beoordelingsinstantie het kwaliteitsbeheersysteem en de naleving van alle voorwaarden van artikel 4 ter, § 3, lid 1, van het decreet. Tenzij in bijlage 1 of 2 anders is bepaald, valt deze instantie onder een van de volgende categorieën:
  a) instelling geaccrediteerd voor de certificatie van producten;
  b) conformiteitsbeoordelingsinstantie, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad die een accreditatie heeft verkregen overeenkomstig deze verordening,
  c) milieuverificateur zoals bepaald in artikel 2, § 20, b), van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, [1 geaccrediteerd]1 overeenkomstig deze verordening.
  [1 Tenzij in de bijlagen anders is bepaald, zijn de onder b) en c) bedoelde instanties geaccrediteerd en ]1 voor economische activiteiten in verband met NACE-code 38 (inzameling, verwerking en verwijdering van afvalstoffen; recuperatie).
  [1 De administratie kan de eisen specificeren waaraan het kwaliteitsbeheersysteem moet voldoen.
   De Minister kan de minimumvoorwaarden vaststellen voor het informatiesysteem dat de traceerbaarheid, bedoeld in het tweede lid, 9°, garandeert; deze voorwaarden houden met name rekening met de vaste of mobiele aard van de productie-installatie.
   De in lid 3 bedoelde administratie of instantie heeft op eerste verzoek en te allen tijde toegang tot het kwaliteitsbeheersysteem en de resultaten van de analyses van de naleving van de milieuvoorschriften, ter plaatse of zonder zich te hoeven verplaatsen.]1

  
Art. 22. Les exploitants des installations visées aux articles 5, 11 ou 23 qui mettent en oeuvre la procédure de sortie du statut de déchets appliquent un système de gestion de la qualité [1 prouvant le respect]1 des critères de sortie du statut de déchet.
  Le système de gestion de la qualité contient au minimum:
  1° les procédures de contrôle d'admission des déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation;
  2° les procédures de contrôle des procédés et techniques de traitement;
  3° les procédures de contrôle de la qualité des déchets issus de l'opération de valorisation;
  4° les procédures de retour d'information à l'exploitant par les clients en ce qui concerne la qualité des biens ayant cessé d'être des déchets;
  5° l'enregistrement des résultats des contrôles réalisés au titre des points 1° à 3° et de retour d'information réalisé au titre du 4°;
  6° la description du mode de formation et de recyclage du personnel;
  7° l'évaluation du système de garantie de la qualité;
  8° pour chaque élément du système de garantie de la qualité, une liste des responsables[1 ; ]1
  [1 9° les dispositions assurant la traçabilité des déchets entrants et des matières et matériaux sortants.]1
  Un organisme d'évaluation impartial vérifie tous les trois ans le système de gestion de la qualité et le respect de l'ensemble des conditions précisées à l'article 4ter, § 3, alinéa 1er, du décret. Sauf disposition contraire reprise dans les annexes 1 ou 2, cet organisme relève d'une des catégories suivantes :
  a) organisme accrédité pour la certification de produits;
  b) organisme d'évaluation de la conformité, tel que défini dans le règlement (CE) n° 765/2008 du Parlement européen et du Conseil, ayant obtenu une accréditation conformément à ce règlement,
  c) vérificateur environnemental tel que défini à l'article 2, § 20, b), du règlement (CE) n° 1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009, [1 accrédité]1conformément à ce règlement.
  [1 Sauf disposition contraire reprise dans les annexes, les organismes visés aux points b) et c) sont accrédités et]1 s ou agréés pour ce qui concerne les activités économiques ayant trait au Code NACE 38 (Collecte, traitement et élimination des déchets; récupération).
  [1 L'administration peut préciser les exigences auxquelles doit répondre le système de gestion de la qualité.
   Le Ministre peut arrêter les conditions minimales du système d'information garantissant la traçabilité visée à l'alinéa 2, 9°; ces conditions tiennent compte notamment du caractère fixe ou mobile de l'installation de production.
   L'administration ou l'organisme visé à l'alinéa 3, a accès sur première demande et à tout moment au système de gestion de la qualité et aux résultats des analyses de conformité environnementale, sur place ou sans déplacement. ]1

  
HOOFDSTUK VIII. - Erkenning van een beslissing van einde afvalfase van de andere Gewesten of Staten
CHAPITRE VIII. - Reconnaissance d'une décision de fin de statut de déchets des autres Régions ou Etats
Art. 23. Een beslissing van einde afvalfase die is verkregen in een ander Gewest of in een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie, is van toepassing op het grondgebied, op voorwaarde dat de houder de volgende informatie vooraf aan de administratie verstrekt:
  1° een afschrift van de beslissing alsook de elementen die bewijzen dat deze een niveau van milieubescherming waarborgt dat gelijkwaardig is aan het niveau van erkenning dat in het Waals Gewest is afgegeven;
  2° het bewijs dat de beslissing aan de Commissie is meegedeeld overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, indien de kennisgeving van toepassing is;
  3° de elementen die tot de conclusie leiden dat het toepasselijke kwaliteitsbeheersysteem is nageleefd;
  4° het ontvangstbewijs voor de betaling van een bedrag van 500 euro voor de kosten van het onderzoek van het dossier op de door de administratie aangewezen bankrekening.
  Er wordt ook een vertaling in het Frans verstrekt van in een andere staat gegeven beslissingen, indien deze in een andere taal dan het Frans of het Engels zijn gesteld.
  Indien het dossier niet volledig is, stelt de administratie de aanvrager binnen 20 dagen na ontvangst van de aanvraag daarvan in kennis en geeft zij aan welke stukken of informatie ontbreken.
  Indien niet aan een van de voorwaarden van de leden 1 en 2 is voldaan, stelt de administratie de aanvrager in kennis van de weigering van erkenning, binnen 75 dagen na ontvangst van de aanvraag.
  Indien aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 is voldaan, stelt de administratie de aanvrager binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag in kennis van de erkenning in Wallonië. De duur van de erkenning is beperkt tot de geldigheidsduur van de beslissing die het voorwerp heeft uitgemaakt van deze erkenning en mag niet langer zijn dan tien jaar. De houder moet de overheid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs binnen twintig dagen in kennis stellen van alle maatregelen die door de betrokken instantie van een andere regio of staat die tot de Europese Unie behoort, zijn genomen en waarbij de beslissing waarvoor erkenning is verleend, wordt opgeheven, geschorst of gewijzigd.
Art. 23. Une décision de fin de statut de déchets, obtenue dans une autre Région ou dans un Etat faisant partie de l'Union européenne, est applicable sur le territoire, à condition que le détenteur fournisse préalablement à l'administration les éléments suivants :
  1° une copie de la décision ainsi que les éléments démontrant que celle-ci assure un niveau équivalent de protection de l'environnement à une reconnaissance délivrée en Région wallonne;
  2° la preuve que la décision a fait l'objet de la notification à la Commission conformément à la directive (UE) 2015/1535 du Parlement européen et du Conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d'information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l'information, lorsque la notification est applicable;
  3° les éléments permettant de conclure au respect du système de gestion de la qualité applicable;
  4° le récépissé du versement d'un montant de 500 euros pour frais d'instruction du dossier, sur le compte bancaire désigné par l'administration.
  Une traduction en français des décisions délivrées dans un autre Etat est également fournie, lorsqu'elles sont établies dans une autre langue que le français ou l'anglais.
  Si le dossier n'est pas complet, l'administration en informe le demandeur dans les 20 jours de la réception de la demande en lui indiquant les pièces ou les renseignements manquants.
  Si l'une des conditions des alinéas 1 et 2 n'est pas remplie, l'administration informe le demandeur du refus de reconnaissance, dans les 75 jours de la réception de la demande.
  Si les conditions des alinéas 1 et 2 sont remplies, l'administration informe le demandeur de la reconnaissance en Wallonie, dans les nonante jours de la réception de la demande. La durée de la reconnaissance est limitée à la durée de validité de la décision ayant fait l'objet de cette reconnaissance et ne peut dépasser dix ans. Le détenteur doit informer l'administration par lettre recommandée ou remise contre récépissé, dans les vingt jours, de toutes les mesures prises par l'autorité concernée d'une autre Région ou d'un autre Etat faisant partie de l'Union européenne et portant abrogation, suspension ou modification de la décision ayant fait l'objet de cette reconnaissance.
HOOFDSTUK IX. - Wijzigings- en slotbepalingen
CHAPITRE IX. - Dispositions modificatives et finale
Art. 24. In het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt, wordt een artikel 14/2 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 14/2. Dit besluit is niet van toepassing op afvalstoffen die op grond van artikel 4ter van het decreet het statuut van afvalstof hebben gekregen.".
Art. 24. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets, un article 14/2 est inséré, rédigé comme suit : " Art. 14/2. Le présent arrêté ne s'applique pas aux déchets bénéficiant de la sortie du statut de déchets en application de l'article 4ter du décret. ".
Art. 25. In het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht in bijlage 1:
  a) in de kolom betreffende de kenmerken van de gevaloriseerde afval worden de volgende woorden toegevoegd voor de codes 010408, 170101, 170103, 170302A en 170302B : "en anderzijds de kwaliteitsgarantietest bedoeld in bijlage III";
  b) in de kolom betreffende de gebruikswijze, vóór het eerste streepje, worden de volgende woorden toegevoegd voor de codes 010408, 170101, 170103, 170302A en 170302B : "Uitsluitend op de werf waar de afvalstoffen werden geproduceerd: ".
Art. 25. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets, les modifications suivantes sont apportées à l'annexe 1 :
  a) dans la colonne relative aux caractéristiques des déchets valorisés, les mots suivants sont ajoutés pour les codes 010408, 170101, 170103, 170302A et 170302B : " et d'autre part au test d'assurance qualité prévu à l'annexe III ";
  b) dans la colonne relative aux modes d'utilisation, avant le premier tiret, les mots suivants sont ajoutés pour les codes 010408, 170101, 170103, 170302A et 170302B : " Uniquement sur le chantier où les déchets ont été générés : ".
Art. 26. [1 De in artikel 3, § 4, tweede lid, bedoelde registratieplicht geldt vanaf 1 januari 2023.
   Tot en met 31 december 2022 kunnen, in afwijking van artikel 25, onder b), de in bijlage 2 bedoelde gerecycleerde granulaten waarvoor geen registratiebeslissing overeenkomstig dit besluit is genomen, nuttig worden toegepast onder de voorwaarden van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt ]1
.
  
Art. 26. [1 L'obligation d'enregistrement visée à l'article 3, § 4, alinéa 2, est applicable à partir du 1er janvier 2023.
   Jusqu'au 31 décembre 2022, et par dérogation à l'article 25, b), les granulats recyclés visés à l'annexe 2 qui ne font pas l'objet d'une décision d'enregistrement conformément au présent arrêté peuvent être valorisées aux conditions de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets ]1
.
  
Art. 27. In het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van diverse bepalingen terzake, wordt een derde lid, luidend als volgt, ingevoegd in artikel 64: "Het tweede lid van paragraaf 1 van artikel 27 treedt in werking op 1 mei 2020.".
Art. 27. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière, un troisième alinéa, rédigé comme suit, est inséré à l'article 64 : " L'alinéa 2 du paragraphe premier de l'article 27 entre en vigueur le 1 mai 2020. ".
Art. 28. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. BIJLAGE I.
  Afdeling 1. - Algemeenheden. 1.1. Onderwerp
  In deze bijlage worden criteria vastgesteld die bepalen wanneer teruggewonnen papier dat bestemd is voor gebruik als papiervezels voor de productie van papier, niet langer afval is.
  1.2. Begripsomschrijvingen
  In de zin van deze bijlage wordt verstaan onder:
  a) "teruggewonnen papier": teruggewonnen papier en karton dat bestemd is voor gebruik als papiervezels;
  b) "bestemmeling" de natuurlijke of rechtspersoon die het teruggewonnen papier ontvangt voor gebruik als papiervezel bij de vervaardiging van papier;
  c) "producent": de natuurlijke of rechtspersoon die voor de eerste keer teruggewonnen papier dat niet langer afval is, overdraagt aan een bestemmeling;
  d) "importeur": een binnen de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die teruggewonnen papier dat niet langer afval is, in het Waalse Gewest binnenbrengt;
  e) "leverancier": de persoon die aan de importeur afvalstoffen levert die als input voor de terugwinningshandeling kunnen worden gebruikt;
  f) "gekwalificeerd personeel": personeel dat door ervaring of opleiding gekwalificeerd is om de eigenschappen van teruggewonnen papier te bewaken en te evalueren;
  g) "visuele controle": de controle van teruggewonnen papier en waarbij gebruik wordt gemaakt van het menselijk zicht of niet-gespecialiseerde apparatuur;
  h) "zending": een partij teruggewonnen papier die bestemd is voor levering van een producent aan een andere bestemmeling en die kan zijn ingesloten in hetzij één, hetzij meerdere vervoerseenheden, zoals containers.
  1.3. Criteria voor teruggewonnen papier
  Teruggewonnen papier geldt niet langer als afval wanneer bij overdracht door de producent aan een bestemmeling aan alle hierna volgende voorwaarden is voldaan:
  a) het door terugwinning verkregen papier voldoet aan de criteria van deze bijlage I, onderafdeling 2.1;
  b) de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen voldoen aan de criteria van deze bijlage I, onderafdeling 2.2;
  c) de als input voor de terugwinningshandeling gebruikte afvalstoffen zijn verwerkt overeenkomstig de criteria van onderafdeling 2.3 van deze bijlage in een erkende inrichting voor nuttige toepassing;
  d) de producent of importeur heeft voldaan aan de voorschriften van punt 1.4 en aan afdeling 4 van deze bijlage;
  e) het teruggewonnen papier wordt rechtstreeks aan de bestemmeling overgedragen voor gebruik als papiervezel bij de vervaardiging van papier zonder andere dan de gebruikelijke industriële praktijken bij de productie van papier.
  1.4. Conformiteitscontrole
  1.4.1. De producent moet een beheersysteem toepassen dat voldoet aan de in punt 4 van deze bijlage genoemde criteria.
  Indien de producent niet in het Waalse Gewest is gevestigd, ziet de importeur erop toe dat de producent een dergelijk beheersysteem heeft opgezet.
  1.4.2. De producent of, indien de producent niet in het Waalse Gewest is gevestigd, de importeur geeft voor elke zending teruggewonnen papier een conformiteitsverklaring af dat is opgesteld volgens het model in afdeling 3 van deze bijlage. Een afschrift van deze verklaring wordt bij de overdracht van het papier gevoegd.
  1.4.3. De producent of importeur draagt de conformiteitsverklaring over aan de bestemmeling van de zending teruggewonnen papier. De producent of importeur houdt een afschrift van deze verklaring tot ten minste vijf jaar na de datum van afgifte in zijn bezit en stelt het op verzoek ter beschikking aan de administratie.
  1.4.4. De conformiteitsverklaring mag in elektronische vorm zijn opgesteld.
  1.5. Niet-conform teruggewonnen papier
  1.5.1. Teruggewonnen papier waarvoor de producent of importeur geen conformiteitsverklaring kan overleggen of waarvoor bij een inspectie of controle blijkt dat niet aan een of meer van de in afdeling 2 genoemde criteria is voldaan, wordt als afval beschouwd.
  1.5.2. Wanneer teruggewonnen papier overeenkomstig punt 1.5.1 hierboven als afval wordt beschouwd, is de overbrenging ervan naar de bestemmeling alleen toegestaan indien de bestemmeling over een vergunning voor afvalverwerking beschikt. Anders wordt het papier aan de producent terugbezorgd.
  Afdeling 2. - Criteria voor teruggewonnen papier
Art. N1. ANNEXE I
  Section 1. - Généralités 1.1. Objet
  La présente annexe établit les critères déterminant à quel moment l papier ayant subi une opération de valorisation et devant être utilisé comme fibre de papier pour la fabrication du papier cesse d'être un déchet.
  1.2. Définitions
  Au sens de la présente annexe, on entend par :
  a) "papier valorisé": le papier et le carton ayant subi une opération de valorisation en vue de son utilisation comme fibre de papier;
  b) "destinataire": la personne physique ou morale qui reçoit le papier valorisé pour être utilisé comme fibre de papier pour la fabrication de papier;
  c) "producteur": la personne physique ou morale qui transfère du papier valorisé ayant cessé d'être un déchet à un destinataire;
  d) "importateur": toute personne physique ou morale, établie dans l'Union européenne, qui introduit en Région wallonne du papier valorisé ayant cessé d'être un déchet;
  e) " fournisseur " : celui qui livre à l'importateur des déchets pouvant être utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation;
  f) "personnel compétent": le personnel qui, de par son expérience ou sa formation, est compétent pour examiner et évaluer les propriétés du papier valorisé;
  g) "inspection visuelle": l'inspection de la totalité du papier valorisé en recourant au sens de la vue ou à tout matériel non spécialisé;
  h) "expédition": un lot de papier valorisé destiné à être remis par un producteur à un destinataire et qui peut être contenu dans une ou plusieurs unités de transport, par exemple des conteneurs.
  1.3. Critères relatifs au papier valorisé
  Le papier valorisé n'est plus considéré comme un déchet lorsque, au moment de son transfert du producteur à un destinataire, la totalité des conditions suivantes sont remplies :
  a) le papier issu de l'opération de valorisation satisfait aux critères établis dans la sous-section 2.1 de la présente annexe;
  b) les déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation satisfont aux critères établis dans la sous-section 2.2 de la présente annexe;
  c) les déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation ont été traités conformément aux critères établis dans la sous-section 2.3 de la présente annexe dans une installation de valorisation autorisée;
  d) le producteur ou l'importateur satisfait aux exigences établies au point 1.4 et à la section 4 de la présente annexe;
  e) le papier valorisé est transféré directement au destinataire pour être utilisé comme fibre de papier pour la fabrication de papier sans avoir encore à subir un traitement supplémentaire autre que les pratiques industrielles courantes dans la production du papier.
  1.4. Contrôle de conformité
  1.4.1. Le producteur applique un système de gestion qui répond aux critères énumérés à la section 4 de la présente annexe.
  Lorsque le producteur n'est pas établi en Région wallonne, l'importateur s'assure que le producteur a mis en place un tel système de gestion.
  1.4.2. Le producteur, ou lorsque le producteur n'est pas établi en région wallonne, l'importateur délivre pour chaque expédition de papier valorisé une attestation de conformité établie sur le modèle figurant à la section 3 de la présente annexe. Une copie de cette attestation accompagne le transfert du papier.
  1.4.3. Le producteur ou l'importateur transmet l'attestation de conformité au destinataire de l'expédition de papier valorisé. Le producteur ou l'importateur conserve une copie de cette attestation pendant au moins cinq ans après sa date de délivrance et la tient à disposition de l'administration.
  1.4.4. L'attestation de conformité peut être délivrée sous forme électronique.
  1.5. Papier valorisé non conforme
  1.5.1. Le papier valorisé pour lequel le producteur ou l'importateur ne peut pas présenter une attestation de conformité ou pour lequel il s'avère lors d'une inspection ou d'un contrôle qu'un ou plusieurs critères énumérés à la section 2 ne sont pas respectés, est considéré comme un déchet.
  1.5.2. Lorsque le papier valorisé est considéré comme un déchet, conformément au point 1.5.1 ci-dessus, son transfert vers le destinataire n'est autorisé qu'à condition que ce destinataire dispose d'une autorisation de traitement des déchets. A défaut, le papier est retourné au producteur.
  Section 2. - Critères relatifs au papier valorisé
Criteria Voorschriften inzake interne controle
Onderafdeling 2.1. Kwaliteit van het door terugwinning verkregen papier
2.1.1 Het door terugwinning verkregen papier wordt ingedeeld overeenkomstig de Europese norm EN 643. Gekwalificeerd personeel deelt elke zending in.
2.1.2 Het gehalte aan andere componenten dan papier moet lager zijn dan of gelijk aan 1,5 gewichtsprocent (luchtdroog). Een andere component dan papier is elk materiaal dat geen papier is en dat zich in het teruggewonnen papier bevindt, en daarvan kan worden gescheiden door middel van drogescheidingstechnieken. Voorbeelden van andere componenten dan papier: metalen, kunststoffen, glas, textiel, aarde, zand, as, stof, was, bitumen, keramiek, rubber, weefsel, hout en synthetische organische stoffen Aan papiervezels gebonden minerale vulstoffen zoals klei, calciumcarbonaat en zetmeel worden als deel van het papier beschouwd en gelden niet als andere componenten dan papier.
  
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Met een passende frequentie - die kan worden bijgesteld indien het bedrijfsproces significante wijzigingen ondergaat - worden representatieve monsters van elke categorie teruggewonnen papier gravimetrisch geanalyseerd om het gehalte aan andere componenten dan papier te bepalen. Het gehalte aan andere componenten dan papier wordt bepaald door weging na (naargelang van het geval) mechanische of handmatige scheiding van de materialen onder zorgvuldige visuele controle. De frequentie waarmee monsters worden genomen, wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende factoren: . het verwachte variabiliteitspatroon (bijvoorbeeld aan de hand van historische uitkomsten) . het risico dat inherent is aan de variabiliteit van de kwaliteit van het afval dat als input voor de terugwinningsactiviteiten wordt gebruikt, alsook van eventuele verdere verwerkingsactiviteiten, bijvoorbeeld het hogere gemiddelde gehalte aan kunststoffen of glas in gesorteerd papier afkomstig van de gecombineerde inzameling van diverse materialen; . de inherente nauwkeurigheid van de bewakingsmethode; en . de mate waarin de resultaten voor het gehalte aan andere componenten dan papier de grenswaarde van 1,5 gewichtsprocent (luchtdroog) benaderen. De procedure voor het vaststellen van de bewakingsfrequentie dient te worden gedocumenteerd als onderdeel van het beheersysteem en dient beschikbaar te zijn voor controle.
2.1.3 Het teruggewonnen papier, met inbegrip van zijn bestanddelen en met name inkt en verfstoffen, mag geen enkele van de gevaarlijke eigenschappen vertonen die voorkomen op de lijst van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG. Het teruggewonnen papier dient te voldoen aan de in Beschikking 2000/532/EG van de Commissie vastgestelde concentratiegrenswaarden en mag de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde concentratiegrenswaarden niet overschrijden.
  
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Wanneer deze visuele controle aanwijzingen oplevert voor mogelijke gevaarlijke eigenschappen, worden aanvullende gepaste controlemaatregelen genomen, zoals het nemen van monsters en het uitvoeren van tests, waar nodig. Het personeel moet getraind zijn op het gebied van potentiële gevaarlijke eigenschappen die teruggewonnen papier kan vertonen en van materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze gevaarlijke eigenschappen te herkennen zijn. De procedure voor het herkennen van gevaarlijke stoffen moet worden gedocumenteerd binnen het beheersysteem.
2.1.4 Teruggewonnen papier mag geen geabsorbeerde olie, oplosmiddelen, verf of waterige en/of vette voedingsmiddelen bevatten die door visuele controle kunnen worden gedetecteerd.
  
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Wanneer bij de visuele controle aanwijzingen worden gevonden voor absorptie van andere vloeistoffen dan water die kunnen resulteren in bijvoorbeeld schimmelgroei of geuren, en deze aanwijzingen niet verwaarloosbaar zijn, blijft de zending afval. Het personeel moet getraind zijn op het gebied van mogelijke ongerechtigheden die in teruggewonnen papier kunnen voorkomen en van de materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze ongerechtigheden zijn te herkennen. .De procedure voor het herkennen van ongerechtigheden moet worden gedocumenteerd binnen het beheersysteem.
Onderafdeling 2. Afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten
2.2.1 Gevaarlijk afval, bioafval, gemengd huishoudelijk afval, afval afkomstig van de sector gezondheidszorg en gebruikte producten voor persoonlijke hygiëne mogen niet als input worden gebruikt.
  
Er wordt een acceptatiecontrole uitgevoerd van alle ontvangen papierhoudende afvalstoffen (door middel van visuele controle) en van de bijbehorende documenten; dit gebeurt door gekwalificeerd personeel dat getraind is in het herkennen van papierhoudend afval dat niet voldoet aan de in deze afdeling uiteengezette criteria.
Onderafdeling 2.3. Verwerkingsprocessen en -technieken
2.3.1 Het papierafval moet bij de bron gescheiden zijn van alle andere afvalstoffen 2.3.2 Met uitzondering van het losmaken van de balen moeten alle voorbewerkingen die nodig zijn om het papier geschikt te maken als directe input voor verpulping bij de vervaardiging van papierwaren, zoals sorteren, scheiden, zuiveren of indelen, zijn voltooid. In het geval van sortering van papierafval aan de bron is de sortering onderworpen aan de invoering van een beheersysteem dat de kwaliteit van de ter plaatse aan de bron gesorteerde partijen controleert.
Criteria Voorschriften inzake interne controle Onderafdeling 2.1. Kwaliteit van het door terugwinning verkregen papier2.1.1 Het door terugwinning verkregen papier wordt ingedeeld overeenkomstig de Europese norm EN 643. Gekwalificeerd personeel deelt elke zending in.2.1.2 Het gehalte aan andere componenten dan papier moet lager zijn dan of gelijk aan 1,5 gewichtsprocent (luchtdroog). Een andere component dan papier is elk materiaal dat geen papier is en dat zich in het teruggewonnen papier bevindt, en daarvan kan worden gescheiden door middel van drogescheidingstechnieken. Voorbeelden van andere componenten dan papier: metalen, kunststoffen, glas, textiel, aarde, zand, as, stof, was, bitumen, keramiek, rubber, weefsel, hout en synthetische organische stoffen Aan papiervezels gebonden minerale vulstoffen zoals klei, calciumcarbonaat en zetmeel worden als deel van het papier beschouwd en gelden niet als andere componenten dan papier.
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Met een passende frequentie - die kan worden bijgesteld indien het bedrijfsproces significante wijzigingen ondergaat - worden representatieve monsters van elke categorie teruggewonnen papier gravimetrisch geanalyseerd om het gehalte aan andere componenten dan papier te bepalen. Het gehalte aan andere componenten dan papier wordt bepaald door weging na (naargelang van het geval) mechanische of handmatige scheiding van de materialen onder zorgvuldige visuele controle. De frequentie waarmee monsters worden genomen, wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende factoren: . het verwachte variabiliteitspatroon (bijvoorbeeld aan de hand van historische uitkomsten) . het risico dat inherent is aan de variabiliteit van de kwaliteit van het afval dat als input voor de terugwinningsactiviteiten wordt gebruikt, alsook van eventuele verdere verwerkingsactiviteiten, bijvoorbeeld het hogere gemiddelde gehalte aan kunststoffen of glas in gesorteerd papier afkomstig van de gecombineerde inzameling van diverse materialen; . de inherente nauwkeurigheid van de bewakingsmethode; en . de mate waarin de resultaten voor het gehalte aan andere componenten dan papier de grenswaarde van 1,5 gewichtsprocent (luchtdroog) benaderen. De procedure voor het vaststellen van de bewakingsfrequentie dient te worden gedocumenteerd als onderdeel van het beheersysteem en dient beschikbaar te zijn voor controle.2.1.3 Het teruggewonnen papier, met inbegrip van zijn bestanddelen en met name inkt en verfstoffen, mag geen enkele van de gevaarlijke eigenschappen vertonen die voorkomen op de lijst van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG. Het teruggewonnen papier dient te voldoen aan de in Beschikking 2000/532/EG van de Commissie vastgestelde concentratiegrenswaarden en mag de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde concentratiegrenswaarden niet overschrijden.
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Wanneer deze visuele controle aanwijzingen oplevert voor mogelijke gevaarlijke eigenschappen, worden aanvullende gepaste controlemaatregelen genomen, zoals het nemen van monsters en het uitvoeren van tests, waar nodig. Het personeel moet getraind zijn op het gebied van potentiële gevaarlijke eigenschappen die teruggewonnen papier kan vertonen en van materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze gevaarlijke eigenschappen te herkennen zijn. De procedure voor het herkennen van gevaarlijke stoffen moet worden gedocumenteerd binnen het beheersysteem.2.1.4 Teruggewonnen papier mag geen geabsorbeerde olie, oplosmiddelen, verf of waterige en/of vette voedingsmiddelen bevatten die door visuele controle kunnen worden gedetecteerd.
Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Wanneer bij de visuele controle aanwijzingen worden gevonden voor absorptie van andere vloeistoffen dan water die kunnen resulteren in bijvoorbeeld schimmelgroei of geuren, en deze aanwijzingen niet verwaarloosbaar zijn, blijft de zending afval. Het personeel moet getraind zijn op het gebied van mogelijke ongerechtigheden die in teruggewonnen papier kunnen voorkomen en van de materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze ongerechtigheden zijn te herkennen. .De procedure voor het herkennen van ongerechtigheden moet worden gedocumenteerd binnen het beheersysteem. Onderafdeling 2. Afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten2.2.1 Gevaarlijk afval, bioafval, gemengd huishoudelijk afval, afval afkomstig van de sector gezondheidszorg en gebruikte producten voor persoonlijke hygiëne mogen niet als input worden gebruikt.
Er wordt een acceptatiecontrole uitgevoerd van alle ontvangen papierhoudende afvalstoffen (door middel van visuele controle) en van de bijbehorende documenten; dit gebeurt door gekwalificeerd personeel dat getraind is in het herkennen van papierhoudend afval dat niet voldoet aan de in deze afdeling uiteengezette criteria. Onderafdeling 2.3. Verwerkingsprocessen en -technieken2.3.1 Het papierafval moet bij de bron gescheiden zijn van alle andere afvalstoffen 2.3.2 Met uitzondering van het losmaken van de balen moeten alle voorbewerkingen die nodig zijn om het papier geschikt te maken als directe input voor verpulping bij de vervaardiging van papierwaren, zoals sorteren, scheiden, zuiveren of indelen, zijn voltooid. In het geval van sortering van papierafval aan de bron is de sortering onderworpen aan de invoering van een beheersysteem dat de kwaliteit van de ter plaatse aan de bron gesorteerde partijen controleert.
Afdeling 3. - Conformiteitsverklaring Model
  Verklaring van conformiteit met de "einde afvalfase-criteria" voor het teruggewonnen papier
Critères Obligations en matière d'autocontrôle
Sous-Section 2.1. Qualité du papier issu de l'opération de valorisation
2.1.1 Le papier issu de l'opération de valorisation est classé conformément à la norme européenne EN 643. Le personnel compétent procède au classement de chaque expédition.
2.1.2 La teneur en composants autres que le papier est inférieure ou égale à 1,5 % du poids séché à l'air. Par composant autre que le papier, on entend tout matériau autre que le papier présent dans le papier valorisé qui peut être séparé au moyen de techniques de séparation par voie sèche. Exemples de composants autres que le papier: métaux, plastique, verre, textiles, terre, sable, cendres, poussière, cire, bitume, céramique, caoutchouc, tissu, bois et substances organiques synthétiques. Les charges minérales associées aux fibres de papier, telles que l'argile, le carbonate de calcium et l'amidon, sont considérées comme parties intégrantes du papier et non comme des composants autres que le papier.
  
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. A des intervalles appropriés qui feront l'objet d'un réexamen si des modifications importantes sont apportées au processus d'exploitation, des échantillons représentatifs de chaque catégorie de papier valorisé sont analysés par gravimétrie pour mesurer la teneur en composants autres que le papier. Celle-ci est déterminée par pesage après séparation mécanique ou manuelle (selon le cas) des matériaux sous inspection visuelle attentive. La fréquence appropriée pour le contrôle des échantillons est fixée en tenant compte des facteurs suivants:
  . la variabilité prévisible (par exemple en fonction des résultats passés); . le risque inhérent de la variabilité dans la qualité des déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation et toute transformation ultérieure, telle que par exemple l'augmentation de la teneur moyenne en plastique ou en verre dans le papier trié issu de systèmes de collectes mixtes; . la précision inhérente à la méthode de contrôle; ainsi que . la proximité des résultats de la teneur en composants autres que le papier par rapport à la limite maximale de 1,5 % de poids séché à l'air. A des fins d'audit et dans le cadre du système de gestion, il convient de garder une trace écrite du processus de détermination de la fréquence de contrôle.
2.1.3 Le papier valorisé, y compris ses composants et notamment l'encre et les colorants, ne présente aucune des propriétés dangereuses énumérées à l'annexe III de la directive 2008/98/CE. Il respecte les limites de concentration établies dans la décision 2000/532/CE de la Commission et ne dépasse pas les limites de concentration fixées à l'annexe IV du règlement (CE) n° 850/2004 du Parlement européen et du Conseil.
  
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. Lorsqu'une inspection visuelle éveille des suspicions concernant l'éventuelle présence de propriétés dangereuses, il convient de prendre les mesures supplémentaires de contrôle appropriées (échantillonnages ou analyses le cas échéant). Le personnel reçoit une formation sur les éventuelles propriétés dangereuses qui peuvent être associées au papier valorisé ainsi que sur les composants ou caractéristiques des matériaux qui permettent de détecter celles-ci. La procédure de détection de matériaux dangereux doit être consignée dans le cadre du système de gestion.
2.1.4 Le papier valorisé ne doit pas contenir d'huiles absorbées, de solvants, de peintures, d'aliments gras et/ou aqueux pouvant être détectés par une inspection visuelle.
  
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. Lorsque des signes d'absorption fluide, à l'exception de l'eau susceptible d'entraîner, par exemple, des formations de moisissures ou des odeurs, sont constatés lors de l'inspection visuelle, l'expédition garde le statut de déchet. Le personnel reçoit une formation sur les éventuels types de contamination qui peuvent être associés au papier valorisé ainsi que sur les composants ou caractéristiques des matériaux qui permettent de détecter les contaminants. La procédure de détection des contaminants doit être consignée dans le cadre du système de gestion.
Sous-Section 2.2. Déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation
2.2.1 Les déchets dangereux, les déchets organiques, les déchets municipaux mixtes et les produits usagés destinés à l'hygiène corporelle ne peuvent pas être utilisés en tant qu'intrants.
  
Un contrôle d'admission de tous les déchets reçus contenant du papier (par inspection visuelle) et de la documentation qui les accompagne est effectué par le personnel compétent, qui est formé à reconnaître les intrants contenant du papier qui ne satisfont pas aux critères établis dans la présente section.
Sous-Section 2.3. Techniques et procédés de traitement
2.3.1 Les déchets de papier ont été triés à la source et sont séparés de tout autre type de déchets. 2.3.2 Tous les traitements nécessaires à la préparation du papier pour une utilisation directe comme matière première dans la fabrication de papier, tels que le tri, la séparation, le nettoyage ou le classement, à l'exception du décompactage, doivent être terminés. En cas de tri des déchets de papier à la source, le tri est assujetti à la mise en oeuvre d'un système de gestion qui vérifie sur place la qualité des lots triés à la source.
Critères Obligations en matière d'autocontrôle Sous-Section 2.1. Qualité du papier issu de l'opération de valorisation2.1.1 Le papier issu de l'opération de valorisation est classé conformément à la norme européenne EN 643. Le personnel compétent procède au classement de chaque expédition.2.1.2 La teneur en composants autres que le papier est inférieure ou égale à 1,5 % du poids séché à l'air. Par composant autre que le papier, on entend tout matériau autre que le papier présent dans le papier valorisé qui peut être séparé au moyen de techniques de séparation par voie sèche. Exemples de composants autres que le papier: métaux, plastique, verre, textiles, terre, sable, cendres, poussière, cire, bitume, céramique, caoutchouc, tissu, bois et substances organiques synthétiques. Les charges minérales associées aux fibres de papier, telles que l'argile, le carbonate de calcium et l'amidon, sont considérées comme parties intégrantes du papier et non comme des composants autres que le papier.
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. A des intervalles appropriés qui feront l'objet d'un réexamen si des modifications importantes sont apportées au processus d'exploitation, des échantillons représentatifs de chaque catégorie de papier valorisé sont analysés par gravimétrie pour mesurer la teneur en composants autres que le papier. Celle-ci est déterminée par pesage après séparation mécanique ou manuelle (selon le cas) des matériaux sous inspection visuelle attentive. La fréquence appropriée pour le contrôle des échantillons est fixée en tenant compte des facteurs suivants:
  . la variabilité prévisible (par exemple en fonction des résultats passés); . le risque inhérent de la variabilité dans la qualité des déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation et toute transformation ultérieure, telle que par exemple l'augmentation de la teneur moyenne en plastique ou en verre dans le papier trié issu de systèmes de collectes mixtes; . la précision inhérente à la méthode de contrôle; ainsi que . la proximité des résultats de la teneur en composants autres que le papier par rapport à la limite maximale de 1,5 % de poids séché à l'air. A des fins d'audit et dans le cadre du système de gestion, il convient de garder une trace écrite du processus de détermination de la fréquence de contrôle.2.1.3 Le papier valorisé, y compris ses composants et notamment l'encre et les colorants, ne présente aucune des propriétés dangereuses énumérées à l'annexe III de la directive 2008/98/CE. Il respecte les limites de concentration établies dans la décision 2000/532/CE de la Commission et ne dépasse pas les limites de concentration fixées à l'annexe IV du règlement (CE) n° 850/2004 du Parlement européen et du Conseil.
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. Lorsqu'une inspection visuelle éveille des suspicions concernant l'éventuelle présence de propriétés dangereuses, il convient de prendre les mesures supplémentaires de contrôle appropriées (échantillonnages ou analyses le cas échéant). Le personnel reçoit une formation sur les éventuelles propriétés dangereuses qui peuvent être associées au papier valorisé ainsi que sur les composants ou caractéristiques des matériaux qui permettent de détecter celles-ci. La procédure de détection de matériaux dangereux doit être consignée dans le cadre du système de gestion.2.1.4 Le papier valorisé ne doit pas contenir d'huiles absorbées, de solvants, de peintures, d'aliments gras et/ou aqueux pouvant être détectés par une inspection visuelle.
Le personnel compétent effectue une inspection visuelle de chaque expédition. Lorsque des signes d'absorption fluide, à l'exception de l'eau susceptible d'entraîner, par exemple, des formations de moisissures ou des odeurs, sont constatés lors de l'inspection visuelle, l'expédition garde le statut de déchet. Le personnel reçoit une formation sur les éventuels types de contamination qui peuvent être associés au papier valorisé ainsi que sur les composants ou caractéristiques des matériaux qui permettent de détecter les contaminants. La procédure de détection des contaminants doit être consignée dans le cadre du système de gestion. Sous-Section 2.2. Déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation2.2.1 Les déchets dangereux, les déchets organiques, les déchets municipaux mixtes et les produits usagés destinés à l'hygiène corporelle ne peuvent pas être utilisés en tant qu'intrants.
Un contrôle d'admission de tous les déchets reçus contenant du papier (par inspection visuelle) et de la documentation qui les accompagne est effectué par le personnel compétent, qui est formé à reconnaître les intrants contenant du papier qui ne satisfont pas aux critères établis dans la présente section. Sous-Section 2.3. Techniques et procédés de traitement2.3.1 Les déchets de papier ont été triés à la source et sont séparés de tout autre type de déchets. 2.3.2 Tous les traitements nécessaires à la préparation du papier pour une utilisation directe comme matière première dans la fabrication de papier, tels que le tri, la séparation, le nettoyage ou le classement, à l'exception du décompactage, doivent être terminés. En cas de tri des déchets de papier à la source, le tri est assujetti à la mise en oeuvre d'un système de gestion qui vérifie sur place la qualité des lots triés à la source.
Section 3. - Attestation de conformité Modèle
  Attestation de conformité aux critères de "fin du statut de déchet" pour le papier valorisé
1. Producent/importeur van het teruggewonnen papier: Nr. van de registratiebeslissing voor de beëindiging van het statuut van afvalstof: Naam : Adres: Contactpersoon: Telefoon: Faxnummer: E-mail:
  Bestemmeling: Naam : Adres: Contactpersoon: Telefoon: Faxnummer: E-mail:
2. Indeling van afvalpapier overeenkomstig norm EN-643 (versie van [...]): b) Geschatte gehalte aan andere componenten dan papier, in gewichtsprocentpunten (luchtdroog): c) Oorsprong van het materiaal (vink aan wat van toepassing is). c.1) afkomstig van een mengsel van materialen, zoals bij gemengde inzameling. c.2) afkomstig van één enkel materiaal, zoals bij aan de bron gescheiden inzameling.
3. De zending voldoet aan de specificaties van norm EN-643 (versie van [...]).
4. Datum van de zending: Inschrijvings/identificatienummer van het vervoermiddel: Gewicht van de zending in ton:
5. Deze zending voldoet aan de criteria bedoeld onder a), b) en c) in punt 1.3 van bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van .................... houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.
6. De producent van het teruggewonnen papier maakt gebruik van een beheersysteem dat voldoet aan de eisen van afdeling 4 van bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van ................... houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt en dat is gecontroleerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die voor deze reglementering is erkend.
7. Het materiaal in deze zending is uitsluitend bestemd voor het gebruik van papiervezels voor papierproductie
8.
  
Verklaring van de producent/importeur van het teruggewonnen papier: Hierbij verklaar ik dat de bovenstaande informatie naar mijn beste weten volledig en correct is. Naam : Datum: Handtekening:
1. Producent/importeur van het teruggewonnen papier: Nr. van de registratiebeslissing voor de beëindiging van het statuut van afvalstof: Naam : Adres: Contactpersoon: Telefoon: Faxnummer: E-mail:
  Bestemmeling: Naam : Adres: Contactpersoon: Telefoon: Faxnummer: E-mail:2. Indeling van afvalpapier overeenkomstig norm EN-643 (versie van [...]): b) Geschatte gehalte aan andere componenten dan papier, in gewichtsprocentpunten (luchtdroog): c) Oorsprong van het materiaal (vink aan wat van toepassing is). c.1) afkomstig van een mengsel van materialen, zoals bij gemengde inzameling. c.2) afkomstig van één enkel materiaal, zoals bij aan de bron gescheiden inzameling.3. De zending voldoet aan de specificaties van norm EN-643 (versie van [...]).4. Datum van de zending: Inschrijvings/identificatienummer van het vervoermiddel: Gewicht van de zending in ton:5. Deze zending voldoet aan de criteria bedoeld onder a), b) en c) in punt 1.3 van bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van .................... houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.6. De producent van het teruggewonnen papier maakt gebruik van een beheersysteem dat voldoet aan de eisen van afdeling 4 van bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van ................... houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt en dat is gecontroleerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die voor deze reglementering is erkend.7. Het materiaal in deze zending is uitsluitend bestemd voor het gebruik van papiervezels voor papierproductie8.
Verklaring van de producent/importeur van het teruggewonnen papier: Hierbij verklaar ik dat de bovenstaande informatie naar mijn beste weten volledig en correct is. Naam : Datum: Handtekening:
Afdeling 4. - Beheersysteemde betreffende de "einde afvalfase-criteria" met betrekking tot het teruggewonnen papier
  4.1. De producent moet een beheersysteem toepassen om aan te tonen dat hij voldoet aan de in punt 1.3 van deze bijlage bedoelde criteria.
  4.2. Het beheersysteem omvat voor elk van de volgende aspecten een reeks procedures, waarvan schriftelijk moet worden vastgelegd:
  a) kwaliteitscontrole van het teruggewonnen papier dat afkomstig is van de terugwinningsactiviteiten zoals beschreven in punt 2.1 van deze bijlage (inclusief bemonstering en analyse);
  b) de controle op de aanvaarding van afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten zoals beschreven in onderafdeling 2.2 van deze bijlage;
  c) controle van de verwerkingsprocessen en -technieken zoals beschreven in onderafdeling 2.3 van deze bijlage
  d) feedback van klanten over de naleving van de kwaliteitsnormen die van toepassing zijn op het teruggewonnen papier;
  e) het registreren van de resultaten van de controles uitgevoerd overeenkomstig de punten a) tot en met d);
  f) onderzoek en verbetering van het beheersysteem;
  g) opleiding en kwalificatie van het personeel.
  4.3. Het beheersysteem moet ook voorzien in de specifieke controle-eisen die in punt 2 van deze bijlage voor elk criterium zijn vastgesteld.
  4.4. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. n° 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad die overeenkomstig die verordening is geaccrediteerd, of een milieuverificateur zoals bepaald in artikel 2, paragraaf 20, punt b), van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad, die overeenkomstig de bepalingen van die verordening is geaccrediteerd of erkend, certificeert het beheersysteem of verifieert of het beheersysteem voldoet aan de eisen van deze bijlage. Deze verificatie vindt jaarlijks plaats en, in het geval van certificering, vindt ook een jaarlijkse controle plaats gedurende de gehele looptijd van het certificaat. Alleen verificateurs met de volgende accreditatie- of erkenningsgebieden, gebaseerd op de bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde NACE-codes, worden geacht over voldoende specifieke ervaring te beschikken om de in deze bijlage vermelde verificatie uit te voeren:
  - NACE-code 38 (inzameling, verwerking en verwijdering van afvalstoffen; recuperatie)
  - NACE-code 17 (Papier- en kartonnijverheid).
  4.5. De importeur verlangt van zijn leveranciers dat zij een beheersysteem toepassen dat voldoet aan de eisen bedoeld in de punten 4.1 tot 4.3 en dat dit systeem is gecontroleerd door een onafhankelijke externe conformiteitsbeoordelingsinstantie die voor deze reglementering is geaccrediteerd.
  Het beheersysteem van de leverancier wordt gecertificeerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008 of door een milieuverificateur die voor deze reglementering is geaccrediteerd of goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1221/2009.
  4.6. De producent verleent de administratie toegang tot het beheersysteem indien deze daarom verzoekt.
1. Producteur/importateur du papier valorisé: N° de la décision d'enregistrement de sortie de statut de déchet : Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
  Destinataire: Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
2. a) Catégorie de papier valorisé conformément à la norme EN-643 (version du [...]): b) Teneur estimée en composants autres que le papier, en points de pourcentage du poids séché à l'air: c) Origine des matériaux (cochez la réponse appropriée) c.1) origine "matériaux multiples", par exemple collectes mixtes. c.2) origine "matériau unique", par exemple collectes séparées à la source.
3. L'expédition est conforme aux spécifications de la norme EN-643 (version du [...]).
4. Date de l'expédition : Numéro d'immatriculation/d'identification du moyen de transport : Poids de l'expédition, en tonne :
5. La présente expédition satisfait aux critères visés sous a), b) et c) au point 1.3 de l'annexe 1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du............................ portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.
6. Le producteur du papier valorisé applique un système de gestion conforme aux exigences de la section 4 de l'annexe 1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du ........................... portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets et qui a été vérifié par un organisme d'évaluation de la conformité accrédité pour cette réglementation.
7. Le matériau contenu dans la présente expédition est destiné exclusivement à l'utilisation de fibres de papier dans la fabrication de papier.
8.
  
Déclaration du producteur/de l'importateur du papier valorisé: Je soussigné certifie que les renseignements ci-dessus sont exacts et établis de bonne foi. Nom: Date: Signature:
1. Producteur/importateur du papier valorisé: N° de la décision d'enregistrement de sortie de statut de déchet : Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
  Destinataire: Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:2. a) Catégorie de papier valorisé conformément à la norme EN-643 (version du [...]): b) Teneur estimée en composants autres que le papier, en points de pourcentage du poids séché à l'air: c) Origine des matériaux (cochez la réponse appropriée) c.1) origine "matériaux multiples", par exemple collectes mixtes. c.2) origine "matériau unique", par exemple collectes séparées à la source.3. L'expédition est conforme aux spécifications de la norme EN-643 (version du [...]).4. Date de l'expédition : Numéro d'immatriculation/d'identification du moyen de transport : Poids de l'expédition, en tonne :5. La présente expédition satisfait aux critères visés sous a), b) et c) au point 1.3 de l'annexe 1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du............................ portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.6. Le producteur du papier valorisé applique un système de gestion conforme aux exigences de la section 4 de l'annexe 1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du ........................... portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets et qui a été vérifié par un organisme d'évaluation de la conformité accrédité pour cette réglementation.7. Le matériau contenu dans la présente expédition est destiné exclusivement à l'utilisation de fibres de papier dans la fabrication de papier.8.
Déclaration du producteur/de l'importateur du papier valorisé: Je soussigné certifie que les renseignements ci-dessus sont exacts et établis de bonne foi. Nom: Date: Signature:
Section 4. - Système de gestion concernant les critères " fin du statut de déchet " relatifs au papier valorisé
   4.1. Le producteur applique un système de gestion permettant de démontrer la conformité aux critères visés au point 1.3 de la présente annexe.
  4.2. Le système de gestion comprend, pour chacun des aspects suivants, un ensemble de procédures dont il est conservé une trace écrite :
  a) contrôle de la qualité du papier valorisé issu de l'opération de valorisation tel qu'établi à la sous-section 2.1 de la présente annexe (comprenant un échantillonnage et une analyse);
  b) contrôle d'admission des déchets utilisés comme intrants dans l'opération de valorisation tel qu'établi à la sous-section 2.2 de la présente annexe;
  c) contrôle des procédés et techniques de traitement décrits à la sous-section 2.3 de la présente annexe;
  d) retour d'information des clients en ce qui concerne le respect des normes de qualité applicables au papier valorisé;
  e) enregistrement des résultats des contrôles réalisés au titre des points a) à d);
  f) examen et amélioration du système de gestion;
  g) formation et qualification du personnel.
  4.3. Le système de gestion prévoit également les exigences spécifiques de contrôle définies à la section 2 de la présente annexe pour chaque critère.
  4.4. Un organisme d'évaluation de la conformité, tel que défini dans le règlement (CE) n°765/2008 du Parlement européen et du Conseil ayant obtenu une accréditation conformément à ce règlement, ou un vérificateur environnemental, tel que défini à l'article 2, paragraphe 20, point b), du règlement (CE) n°1221/2009 du Parlement européen et du Conseil qui est accrédité ou agréé conformément aux dispositions dudit règlement certifie le système de gestion ou vérifie que le système de gestion est conforme aux exigences de la présente annexe. Cette vérification a lieu chaque année et, en cas de certification, un contrôle annuel a également lieu tout au long de la durée du certificat. Seuls les vérificateurs dotés des champs d'accréditation ou d'agrément énumérés ci-après, sur la base des codes NACE établis par le règlement (CE) n°1893/2006 du Parlement européen et du Conseil, sont considérés comme ayant une expérience spécifique suffisante pour effectuer la vérification mentionnée dans la présente annexe:
  - Code NACE 38 (Collecte, traitement et élimination des déchets; récupération); ou
  - Code NACE 17 (Industrie du papier et du carton).
  4.5. L'importateur requiert de ses fournisseurs qu'ils appliquent un système de gestion qui soit conforme aux exigences prévues aux points 4.1 à 4.3 et que ce système ait été vérifié par un organisme d'évaluation de la conformité externe indépendant accrédité pour la présente réglementation.
  Le système de gestion du fournisseur est certifié soit par un organisme d'évaluation de la conformité accrédité par un organisme d'accréditation national dans le sens du règlement (CE) n°765/2008, soit par un vérificateur environnemental accrédité ou agréé pour la présente réglementation conformément au règlement (CE) n°1221/2009.
  4.6. Le producteur accorde à l'administration l'accès au système de gestion si cette dernière en fait la demande.
Art. N2. BIJLAGE II
  Afdeling 1. - Algemeenheden. 1.1. Onderwerp
  In deze bijlage worden criteria vastgesteld om te bepalen wanneer gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt, niet langer afval zijn.
  1.2. Begripsomschrijvingen
  In de zin van deze bijlage wordt verstaan onder:
  a) "importeur": een binnen de Europese unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die gerecycleerde granulaten van inerte afval dat niet langer afval is, in het Waalse Gewest binnenbrengt;
  b) "gekwalificeerd personeel": personeel dat door ervaring of opleiding gekwalificeerd is om de eigenschappen van gerecycleerde granulaten te bewaken en te evalueren, met name met betrekking tot de opsporing van inputs of partijen die niet voldoen aan de in afdeling 2 genoemde criteria.
  1.3. Criteria betreffende de gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt
  Gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt zijn geen afval meer wanneer aan alle onderstaande criteria is voldaan:
  a) de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen voldoen aan de criteria van deze bijlage, onderafdeling 2.1;
  b) de als input voor de terugwinningshandeling gebruikte afvalstoffen zijn verwerkt overeenkomstig de criteria van onderafdeling 2.2 van deze bijlage in een erkende inrichting voor nuttige toepassing;
  c) De gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt voldoen aan de criteria van deze bijlage I, onderafdeling 2.3;
  d) [2 de exploitant van de installatie voor nuttige toepassing aantoont dat hij overdrachtovereenkomsten heeft gesloten voor elke categorie gerecycleerd granulaat die door zijn installatie wordt geproduceerd]2;
  e) de exploitant van de inrichting voor nuttige toepassing voldoet aan de eisen van de punten 1.4, 1.5 en van afdeling 4 van deze bijlage.
  1.4. Conformiteitscontrole
  1.4.1. De exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten past een kwaliteitsbeheersysteem toe dat voldoet aan de in afdeling 4 van deze bijlage genoemde criteria.
  Indien de exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten niet in het Waalse Gewest is gevestigd, zorgt de importeur ervoor dat de exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten een dergelijk beheersysteem heeft opgezet.
  1.4.2. De exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten of, indien de exploitant niet in het Waalse Gewest is gevestigd, de importeur geeft voor elke zending herbruikbare voorwerpen een conformiteitsverklaring af dat is opgesteld volgens het model in afdeling 3 van deze bijlage.
  1.4.3. De exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten of de importeur maakt de conformiteitsverklaring over aan de bestemmeling van de zending van gerecycleerde granulaten. De exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten of de importeur houdt een afschrift van deze verklaring tot ten minste vijf jaar na de datum van afgifte in zijn bezit en stelt het op verzoek ter beschikking aan de administratie.
  1.4.4. De conformiteitsverklaring mag in elektronische vorm zijn opgesteld.
  1.5. Niet-conforme granulaten
  1.5.1. Indien bij een inspectie of controle blijkt dat niet aan een of meer van de in afdeling 2 genoemde criteria is voldaan, of indien de exploitant van de vergunde installatie voor gerecycleerde granulaten, of indien de exploitant niet in het Waalse Gewest is gevestigd, de importeur, geen bewijs kan leveren van de naleving van artikel 1.3 of 1.5, wordt de betrokken uitgaande partij beschouwd als afval.
  1.5.2. [2 Het gekwalificeerd personeel voert een administratieve controle en visuele inspectie uit van het afval dat de productie-installatie binnenkomt en de stoffen en het materiaal dat de installatie verlaat. Indien er twijfel bestaat over de aard of de samenstelling van afvalstoffen of over de naleving van de inkomende afvalstoffen die niet door nader onderzoek kan worden uitgesloten, zendt het gekwalificeerd personeel deze naar een afvalbeheersinstallatie die over een vergunning beschikt om ze in ontvangst te nemen]2.
  Afdeling 2. - Criteria betreffende de beëindiging van het statuut van afvalstof voor de gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt
  Onderafdeling 2.1. - afvalstoffen die worden gebruikt bij de productie van gerecycleerde granulaten 2.1.1 Het enige afval dat wordt aanvaard als input in het productieproces van gerecycleerde granulaten is het volgende afval, voor zover het inert is:
  01 01 02 Afval uit de winning van niet-metaalhoudende mineralen
  01 04 08 Niet onder 01 04 07 vallend grind- en rotsafval.
  01 04 09 Zand- en kleiafval.
  01 04 13 Niet onder 01 04 07 vallend afval van het hakken en zagen van steen.
  10 12 08 Afval van keramische producten, stenen, tegels en bouwmaterialen (na thermische behandeling).
  17 01 01 Beton;
  17 01 02 Stenen;
  17 01 03 Tegels en keramische producten;
  17 01 07 Niet onder 17 01 06 vallende mengsels van beton, stenen, tegels of keramische producten.
  17 03 02 Niet onder 17 03 01 vallende bitumineuze mengsels;
  17 05 04 Niet onder 17 05 03 vallende grond en stenen;
  17 07 95 Sloopafval afkomstig van woon-, kantoorgebouwen of soortgelijke gebouwen dat niet is gemengd met bederfelijke of brandbare stoffen;
  20 02 02 Grond en stenen.
  2.1.2. [2 In overeenstemming met punt 2.1.1 bevat het afval dat het productieproces van gerecycleerd granulaat ingaat geen asbest, afvalgips en gipsmaterialen die onder de sorteerplicht vallen, teer of teerproducten of andere gevaarlijke stoffen en elementen die de kwaliteit van de recycling belemmeren en die niet door de installatie kunnen worden gescheiden]2.
  2.1.3. Het gekwalificeerd personeel van de installatie moet ervoor zorgen dat de voorgestelde afvalstoffen worden opgenomen in de in punt 2.1.1 genoemde afvalstoffen door middel van documentencontroles en een visuele inspectie van de lading bij de ingang van de installatie en tijdens het lossen van het voertuig. In voorkomend geval voert hij aanvullende of tegenstrijdige analyses uit die hem in staat stellen de mogelijkheid van het toelaten van de lading te beoordelen. In geval van twijfel of non-conformiteit van het binnenkomende afval, wordt dit afval geweigerd.
  Het personeel is opgeleid om afval op te sporen dat gevaarlijke stoffen kan bevatten, waaronder PAK's en asbest. De procedure voor het opsporen en beheren van ongewenste afvalstoffen wordt vastgelegd in het kwaliteitsbeheersysteem.
  Onderafdeling 2.2. - Verwerkingsprocessen en -technieken 2.2.1 Alle handelingen zoals de verbrijzeling, het breken, het zeven, de sortering, de extractie van ongewenste elementen, het uitvlokken van klei, het spoelen, die nodig zijn om gerecycleerde granulaten voor hun directe en uiteindelijke gebruik voor te bereiden, worden uitgevoerd.
  2.2.2 Er is een gebied voorzien voor de ontvangst van inputs die niet aan de [1 onderafdeling 2.1]1 blijken te voldoen.
  2.2.3 Na hun ontwikkeling worden de voorraden van granulaten geïdentificeerd en fysiek gescheiden op basis van de resultaten van de controle op de overeenstemming met de milieuregelgeving. Ze zijn per soorten van materialen en per type van toegestaan gebruik gescheiden. Alle maatregelen worden genomen om vermenging van materialen uit verschillende voorraden te voorkomen.
  [2 Wanneer de opslagcapaciteit van de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit erkende installatie voor de productie van gerecycleerde granulaten niet toelaat dat de materialen overeenkomstig het vorig lid worden opgeslagen totdat de resultaten van de analyses van de naleving van de milieuvoorschriften zijn verkregen, mogen de materialen worden verplaatst of verkocht, mits de opeenvolgende houders van de materialen daarvan in kennis worden gesteld en mits de bemonstering overeenkomstig punt 2.3.4 is uitgevoerd. Het kwaliteitsbeheer- en traceerbaarheidssysteem moet de details vermelden.]2
  De granulaten gemaakt van inerte afvalstoffen die niet voldoen aan de criteria van onderafdeling 2.3 worden geïdentificeerd en bestemd voor geschikte en naar behoren toegelaten kanalen.
  Onderafdeling 2.3. - Kwaliteit van de gerecycleerde granulaten die van inerte afval zijn gemaakt 2.3.1. Gerecycleerde granulaten uit inert afval kunnen worden gebruikt voor de in onderstaande tabel weergegeven civielbouwkundige toepassingen. Gerecycleerde granulaten kunnen worden voorbehandeld met cement of kalk.
   Gerecycleerde granulaten voldoen aan de specificaties van de geharmoniseerde delen van de Europese normen die als referentie dienen voor hun EG-teken voor de toepassingen waarvoor ze bedoeld zijn. Voor deze markeringen is een attest van minimaal CE2+ niveau vereist.[2 Het systeem voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid voor het EG- teken van elke categorie gerecycleerde granulaten is ten minste CE2+.]2.
  [2 In afwijking van lid 2 is het beoordelings- en verificatiesysteem voor het EG-teken tot 1 juli 2023 CE2+ voor ten minste een deel van de categorieën gerecycleerde granulaten die door de installatie worden geproduceerd.]2
  Gerecycleerde aggregaten mogen geen zichtbare sporen bevatten van elementen waarvan de aard, vorm, grootte en inhoud schadelijk kunnen zijn voor het gebruik, zoals: kleiklonters, kool, bruinkool, cokes plantaardige stoffen, organische afvalstoffen, oplosbare of onoplosbare schadelijke zouten en steenkoolhoudend schist.
Art. N2. ANNEXE II
  Section 1. - Généralités 1.1. Objet
  La présente annexe établit les critères déterminant à quel moment les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes cessent d'être des déchets.
  1.2. Définitions
  Au sens de la présente annexe, on entend par :
  a) "importateur": toute personne physique ou morale, établie dans l'Union européenne, qui introduit en Région wallonne des granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes ayant cessé d'être un déchet;
  b) "personnel compétent": le personnel qui, de par son expérience ou sa formation, est compétent pour examiner et évaluer les propriétés des granulats recyclés et notamment en ce qui concerne la détection d'intrants ou de lots non conformes aux critères édictés à la section 2.
  1.3. Critères relatifs aux granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes
  Les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes cessent d'être des déchets lorsque la totalité des critères suivants sont remplis :
  a) les déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation satisfont aux critères établis dans la sous-section 2.1 de la présente annexe;
  b) les déchets utilisés en tant qu'intrants dans l'opération de valorisation sont traités, dans une installation de valorisation autorisée, conformément aux critères établis dans la sous-section 2.2 de la présente annexe;
  c) les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes satisfont aux critères établis dans la sous-section 2.3 de la présente annexe;
  d) [3 d) l'exploitant de l'installation de valorisation démontre conclure des contrats de cession pour chaque catégorie de granulats recyclés produits par son installation;]3;
  e) l'exploitant de l'installation de valorisation satisfait aux exigences établies aux points 1.4, 1.5 et à la section 4 de la présente annexe.
  1.4. Contrôle de conformité
  1.4.1. L'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés applique un système de gestion de la qualité qui répond aux critères énumérés à la section 4 de la présente annexe.
  Lorsque l'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés n'est pas établi en Région wallonne, l'importateur s'assure que l'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés a mis en place un tel système de gestion.
  1.4.2. L'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés, ou lorsque celui-ci n'est pas établi en région wallonne, l'importateur délivre pour chaque expédition d'objets réutilisés une attestation de conformité établie sur le modèle figurant à la section 3 de la présente annexe.
  1.4.3. L'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés ou l'importateur transmet l'attestation de conformité au destinataire de l'expédition des granulats recyclés. L'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés ou l'importateur conserve une copie de cette attestation pendant au moins cinq ans après sa date de délivrance et la tient à disposition de l'administration.
  1.4.4. L'attestation de conformité peut être délivrée sous forme électronique.
  1.5. Granulats non conformes
  1.5.1. S'il s'avère lors d'une inspection ou d'un contrôle qu'un ou plusieurs critères énumérés à la section 2 ne sont pas respectés ou si l'exploitant de l'installation autorisée d'élaboration de granulats recyclés, ou lorsque celui-ci n'est pas établi en région wallonne, l'importateur, ne peut pas fournir la preuve du respect des articles 1.3 ou 1.5, le lot sortant concerné est considéré comme déchet.
  1.5.2. [3 Le personnel compétent effectue une vérification administrative et une inspection visuelle des déchets entrant dans l'installation de production et des matières et matériaux sortants. S'il existe un doute sur la nature ou la composition des déchets ou sur la conformité des matières sortantes que des examens complémentaires ne permettent pas d'écarter, le personnel compétent les expédie vers une installation de gestion de déchets autorisée à les recevoir]3.
  Section 2. - Critères relatifs à la sortie du statut de déchet pour les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes
  Sous-section 2.1. - déchets entrants dans l'élaboration des granulats recyclés 2.1.1 Les seuls déchets acceptés en tant qu'intrants dans le processus d'élaboration des granulats recyclés sont les déchets suivants, pour autant qu'ils soient inertes :
  01 01 02 Déchets provenant de l'extraction des minéraux non métallifères
  01 04 08 Déchets de graviers et débris de pierres autres que ceux visés à la rubrique 01 04 07.
  01 04 09 Déchets de sable et d'argile.
  01 04 13 Déchets provenant de la taille et du sciage des pierres autres que ceux visés à la rubrique 01 04 07.
  10 12 08 Déchets de produits en céramique, briques, carrelage et matériaux de construction (après cuisson).
  17 01 01 Béton;
  17 01 02 Briques;
  17 01 03 Tuiles et céramiques;
  17 01 07 Mélanges de béton, briques, tuiles et céramiques autres que ceux visés à la rubrique 17 01 06;
  17 03 02 Mélanges bitumeux autres que ceux visés à la rubrique 17 03 01;
  17 05 04 Terres et cailloux autres que ceux visés à la rubrique 17 05 03;
  17 07 95 Déchets de démolition provenant des bâtiments à caractère d'habitation, de services ou assimilés non mélangés à des matières putrescibles ou combustibles;
  20 02 02 Terres et pierres.
  2.1.2. [3 En application du point 2.1.1., les déchets entrant dans le processus d'élaboration des granulats recyclés ne contiennent pas d'amiante, de déchets de plâtre et de matériaux en plâtre visés par l'obligation de tri, de goudrons ou de produits goudronnés ni d'autres substances dangereuses et éléments perturbateurs d'un recyclage de qualité qui ne peuvent être séparés par l'installation]3.
  2.1.3. Le personnel compétent de l'installation s'assure que les déchets proposés font partie de ceux listés au point 2.1.1 par des vérifications documentaires et un contrôle visuel du chargement à l'entrée de l'installation ainsi que lors du déchargement du véhicule. Le cas échéant, il effectue toutes analyses - complémentaires ou contradictoires - lui permettant d'apprécier la possibilité d'admettre le chargement. En cas de doute ou de non conformité des déchets entrants, ces déchets sont refusés.
  Le personnel reçoit une formation à la détection des déchets susceptibles de contenir des substances dangereuses, notamment les HAP et l'amiante. La procédure de détection et de gestion de déchets indésirables est consignée dans le système de gestion de la qualité.
  Sous-section 2.2. - techniques et procédés de traitement 2.2.1 Tous les traitements tels que le broyage, le concassage, le criblage, le tri, l'extraction des éléments indésirables, la floculation des argiles, le lavage, nécessaires à la préparation des granulats recyclés pour leur utilisation directe et finale sont réalisés.
  2.2.2 Une zone de réception des intrants constatés non conformes à la [2 sous-section 2.1]2 est prévue.
  2.2.3 Après leur élaboration, les stocks de granulats sont identifiés et physiquement séparés en fonction des résultats de la vérification de la conformité environnementale. Ils sont séparés par famille de matériaux et par type d'usage autorisé. Toutes les dispositions sont prises pour éviter le mélange de matériaux issus de stocks différents.
  [3 Lorsque la capacité de stockage de l'installation d'élaboration de granulats recyclés autorisée à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ne permet pas de stocker les matériaux conformément à l'alinéa qui précède jusqu'à l'obtention des résultats des analyses de conformité environnementale, les matériaux peuvent être déplacés ou vendus moyennant l'information des détenteurs successifs des matériaux et pour autant qu'un échantillonnage ait été réalisé conformément au point 2.3.4. Le système de gestion de la qualité et de traçabilité en détaille les modalités. ]3
  Les granulats élaborés à partir de déchets inertes et non conformes aux critères de la sous-section 2.3 sont identifiés et destinés à des filières adaptées et dûment autorisées à les recevoir.
  Sous-section 2.3. - Qualité des granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes 2.3.1. Les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes sont utilisables pour les applications en travaux de génie civil présentées dans le tableau ci-dessous. Les granulats recyclés peuvent faire l'objet d'un traitement préalable au ciment ou à la chaux.
  Les granulats recyclés sont conformes aux spécifications des parties harmonisées des normes européennes qui servent de référence à leur marquage CE correspondant aux applications auxquelles ils sont destinés. [3 Le système d'évaluation et de vérification de la constance des performances pour le marquage CE de chaque catégorie de granulats recyclés est CE2+ au moins]3.
  [3 Par dérogation à l'alinéa 2, jusqu'au 1er juillet 2023, le système d'évaluation et de vérification pour le marquage CE est CE2+ au moins pour une partie des catégories de granulats recyclés produits par l'installation.]3
  Les granulats recyclés ne peuvent pas contenir des traces apparentes d'éléments dont la nature, la forme, la dimension et la teneur peuvent être nuisibles à l'usage, tels que: grumeaux d'argile, charbon, lignite, cokes, matières végétales, déchets organiques, sels nuisibles solubles ou insolubles et schistes houillers.
TOEPASSINGEN

  
Technische opvulling
  
Omhulling
  
Gebruik als ZUM(*)Onderfun- deringenFundering en Schraal betonStructuur- betonBedekking

  
TOEPASSELIJKE NORMEN
 NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 12620 of NBN EN 13242NBN EN 12620NBN EN 12620 of NBN EN 13043
Producten       
Zand van betonpuinxxxxxxx
Kiezelzand van betonpuinxxxxxxx
Grindzand van betonpuinx  xxxx
Zand van gemengd puinxxxxxx 
Kiezelzand van gemengd puinxxxxxx 
Grindzand van gemengd puinx  xxx 
[1 ...]1xxxxx x
[1 ...]1xxxxx x
[1 ...]1x  xx  
Zand van asfaltpuin[1 ...]1xxxx x
Kiezelzand van asfaltpuin[1 ...]1xxxx x
Grindzand van asfaltpuin[1 ...]1  xx  
Zand van natuursteenxxxxxxx
Kiezelzand van natuursteenxxxxxxx
Grindzand van natuursteenx  xxx 
Zand van steenachtige materialenxxxxxxx
Kiezelzand van steenachtige materialenxxxxxxx
Grindzand van steenachtige materialenx  xxx 
(1)<BWG 2022-12-21/46, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2021>
TOEPASSINGEN
Technische opvulling
Omhulling
Gebruik als ZUM(*)Onderfun- deringenFundering en Schraal betonStructuur- betonBedekking
TOEPASSELIJKE NORMENNBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 12620 of NBN EN 13242NBN EN 12620NBN EN 12620 of NBN EN 13043ProductenZand van betonpuinxxxxxxxKiezelzand van betonpuinxxxxxxxGrindzand van betonpuinxxxxxZand van gemengd puinxxxxxxKiezelzand van gemengd puinxxxxxxGrindzand van gemengd puinxxxx[1 ...]1xxxxxx[1 ...]1xxxxxx[1 ...]1xxxZand van asfaltpuin[1 ...]1xxxxxKiezelzand van asfaltpuin[1 ...]1xxxxxGrindzand van asfaltpuin[1 ...]1xxZand van natuursteenxxxxxxxKiezelzand van natuursteenxxxxxxxGrindzand van natuursteenxxxxZand van steenachtige materialenxxxxxxxKiezelzand van steenachtige materialenxxxxxxxGrindzand van steenachtige materialenxxxx(1)
(*)ZUM : Zelfverdichtende uitgraafbare materialen
  2.3.2. De gerecycleerde granulaten voldoen aan de milieugrenswaarden van de onderstaande tabel [2 met uitzondering van de volgende afwijkingen]2
  Uitlogingsproef :
  Deze proef wordt uitgevoerd met norm NBN EN 12457-2 of 4 voor onderstaande parameters en moet door een erkend laboratorium worden verricht:
APPLICATIONS

  
Remblayage techniqueEnrobage
  
Utilisation
  en tant que MAR(*)
Sous-
  fondation
Fondation
  et Bétons
  maigres
Bétons
  de structure
  
Revêtement

  
NORMES APPLICABLES
 NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 12620 ou
  NBN EN 13242
NBN EN 12620NBN EN 12620 ou
  NBN EN 13043
Produits       
Sable de débris de bétonxxxxxxx
Grave de débris de bétonxxxxxxx
Gravillon de débris de bétonx  xxxx
Sable de débris mixtexxxxxx 
Grave de débris mixtexxxxxx 
Gravillon de débris mixtex  xxx 
[1 ...]1xxxxx x
[1 ...]1xxxxx x
[1 ...]1x  xx  
Sable de débris hydrocarbonés[1 ...]1xxxx x
Grave de débris hydrocarbonés[1 ...]1xxxx x
Gravillons de débris hydrocarbonés[1 ...]1  xx  
Sable de pierre naturellexxxxxxx
Grave de pierre naturellexxxxxxx
Gravillon de pierre naturellex  xxx 
Sable de matériaux pierreuxxxxxxxx
Grave de matériaux pierreuxxxxxxxx
Gravillon de matériaux pierreuxx  xxx 
(1)<ARW 2022-12-21/46, art. 8, 003; En vigueur : 01-07-2021>
APPLICATIONS
Remblayage techniqueEnrobage
Utilisation
  en tant que MAR(*)Sous-
  fondationFondation
  et Bétons
  maigresBétons
  de structure
Revêtement
NORMES APPLICABLESNBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 13242NBN EN 12620 ou
  NBN EN 13242NBN EN 12620NBN EN 12620 ou
  NBN EN 13043ProduitsSable de débris de bétonxxxxxxxGrave de débris de bétonxxxxxxxGravillon de débris de bétonxxxxxSable de débris mixtexxxxxxGrave de débris mixtexxxxxxGravillon de débris mixtexxxx[1 ...]1xxxxxx[1 ...]1xxxxxx[1 ...]1xxxSable de débris hydrocarbonés[1 ...]1xxxxxGrave de débris hydrocarbonés[1 ...]1xxxxxGravillons de débris hydrocarbonés[1 ...]1xxSable de pierre naturellexxxxxxxGrave de pierre naturellexxxxxxxGravillon de pierre naturellexxxxSable de matériaux pierreuxxxxxxxxGrave de matériaux pierreuxxxxxxxxGravillon de matériaux pierreuxxxxx(1)
(*) MAR : matériaux autocompactants réexcavables
  2.3.2. Les granulats recyclés respectent les valeurs limites environnementales du tableau ci-dessous [3 sauf les dérogations ci-après ]3
  Test de lixiviation
  Le test est réalisé selon la norme NBN EN 12457-2 ou 4 pour les paramètres indiqués ci-dessous et doit être effectué par un laboratoire agréé :
ParametersDrempelwaarde(**)EenhedenAnalytische methode
PH7 - 12
  
NBN EN ISO 10523
Geleidbaarheid6 000[1 µS/cm]1ISO 7888
Metalen
  

  
 
Sb0,2mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Al2 000mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
As (tot)0,1mg/LISO 17378-2
Cd0,1 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Co0,1mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Cr (VI)0,1 (*)mg/LISO 11083 NBN EN ISO 18412
Cu2,0 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Hg0,02 (*)mg/LNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Mo0,15mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ni0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ti2,0mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Zn0,9 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Stikstofverbindingen
  

  
 
NO22-3,0mg/LNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395
NH4+50,0mg/LNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1
Zouten
  

  
 
Cl-500,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
CN-0,46mg/kg D.S. (1)NBN EN ISO 14403-2
F-5,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
SO42-1 000,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen   
Antraceen0,1µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Fluorantheen0,12µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Naftaleen130µg/lISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(a)pyreen0,27µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
benzo(k)fluorantheen0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(k)fluorantheen0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(g,h,i)-peryleen0,0082µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
(1)<BWG 2021-06-17/27, art. 41, 002; Inwerkingtreding : 30-06-2021>
ParametersDrempelwaarde(**)EenhedenAnalytische methodePH7 - 12
NBN EN ISO 10523Geleidbaarheid6 000[1 µS/cm]1ISO 7888Metalen
ParamètresSeuil limite (**)UnitésMéthode analytique
pH7 - 12
  
NBN EN ISO 10523
Conductivité6 000[1 µS/cm]1ISO 7888
Métaux
  

  
 
Sb0,2mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Al2 000mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
As (Tot)0,1mg/LISO 17378-2
Cd0,1 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Co0,1mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Cr(VI)0,1 (*)mg/LISO 11083 NBN EN ISO 18412
Cu2,0 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Hg0,02 (*)mg/LNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Mo0,15mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ni0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ti2,0mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Zn0,9 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Azotés
  

  
 
NO22-3,0mg/LNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395
NH4+50,0mg/LNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1
Sels
  

  
 
Cl-500,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
CN-0,46mg/kg M.S.(1)NBN EN ISO 14403-2
F-5,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
SO42-1 000,0mg/LNBN EN ISO 10304-1
Hydrocarbures aromatiques polycycliques   
Anthracène0,1µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Fluoranthène0,12µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Naphtalène130µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(a)pyrène0,27µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(b)fluor-anthène0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(k)fluor-anthène0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
Benzo(g,h,i)perylène0,0082µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993
(1)<ARW 2021-06-17/27, art. 41, 002; En vigueur : 30-06-2021>
ParamètresSeuil limite (**)UnitésMéthode analytiquepH7 - 12
NBN EN ISO 10523Conductivité6 000[1 µS/cm]1ISO 7888Métaux
Sb0,2mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Al2 000mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2As (tot)0,1mg/LISO 17378-2Cd0,1 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Co0,1mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Cr (VI)0,1 (*)mg/LISO 11083 NBN EN ISO 18412Cu2,0 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Hg0,02 (*)mg/LNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Mo0,15mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ni0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ti2,0mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Zn0,9 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Stikstofverbindingen
Sb0,2mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Al2 000mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2As (Tot)0,1mg/LISO 17378-2Cd0,1 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Co0,1mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Cr(VI)0,1 (*)mg/LISO 11083 NBN EN ISO 18412Cu2,0 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Hg0,02 (*)mg/LNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Mo0,15mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ni0,2 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ti2,0mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Zn0,9 (*)mg/LEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Azotés
NO22-3,0mg/LNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395NH4+50,0mg/LNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1Zouten
NO22-3,0mg/LNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395NH4+50,0mg/LNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1Sels
Cl-500,0mg/LNBN EN ISO 10304-1CN-0,46mg/kg D.S. (1)NBN EN ISO 14403-2F-5,0mg/LNBN EN ISO 10304-1SO42-1 000,0mg/LNBN EN ISO 10304-1Polycyclische aromatische koolwaterstoffenAntraceen0,1µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Fluorantheen0,12µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Naftaleen130µg/lISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(a)pyreen0,27µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993benzo(k)fluorantheen0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(k)fluorantheen0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(g,h,i)-peryleen0,0082µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993(1)
(*) som van de concentratie van deze metalen moet lager zijn dan 5 mg/l
  (**) wanneer de drempelwaarde lager is dan de kwantificatiegrens van het laboratorium, komt de drempelwaarde overeen met de kwantificatiegrens
  Proef op de samenstelling van het brutostaal
Cl-500,0mg/LNBN EN ISO 10304-1CN-0,46mg/kg M.S.(1)NBN EN ISO 14403-2F-5,0mg/LNBN EN ISO 10304-1SO42-1 000,0mg/LNBN EN ISO 10304-1Hydrocarbures aromatiques polycycliquesAnthracène0,1µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Fluoranthène0,12µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Naphtalène130µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(a)pyrène0,27µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(b)fluor-anthène0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(k)fluor-anthène0,017µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993Benzo(g,h,i)perylène0,0082µg/LISO 28540 NBN EN ISO 17993(1)
(*) la somme de la concentration de ces métaux doit être inférieure à 5 mg/l
  (**) dans le cas où le seuil limite est inférieur au limite de quantification du laboratoire, le seuil limite correspond à la limite de quantification.
  Test sur la composition de l'échantillon brut
ParametersDrempelwaardeEenhedenAnalytische methode
Extraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40)1 500mg/kg D.S.ISO 16703 [1 NEN]1 EN 14039
EOX (3)7mg/kg D.S.NBN 6979
(1)<BWG 2021-06-17/27, art. 41, 002; Inwerkingtreding : 30-06-2021>
ParametersDrempelwaardeEenhedenAnalytische methodeExtraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40)1 500mg/kg D.S.ISO 16703 [1 NEN]1 EN 14039EOX (3)7mg/kg D.S.NBN 6979(1)
(1) D. S. : droge stoffen.
  [2 Bitumineuze granulaten voldoen aan de volgende grenswaarde voor benzo(a)pyreen (CAS-nr. 50-32-8): minder dan 8,5 mg/kg/droge stof.]2
  [2 Afwijkingen.
   De volgende afwijkingen gelden voor de drempelwaarden voor uitlogingsproeven en proeven op de samenstelling van het brutostaal :
   a) de maximale drempelwaarde van 12 voor de pH-waarde van het resultaat van de uitlogingsproef geldt niet voor zand van asfaltpuin, kiezelzand van asfaltpuin en grindzand van asfaltpuin;
   b) voor zand van gemengd puin, kiezelzand van gemengd puin en grindzand van gemengd puin is naleving van de drempelwaarde voor de SO42-parameter van de uitlogingsproef vanaf 1 januari 2025 verplicht;
   c) de grenswaarde voor extraheerbare koolwaterstoffen (C10 tot C40) voor de proef op de samenstelling van het brutostaal is niet van toepassing op zand van asfaltpuin, kiezelzand van asfaltpuin en grindzand van asfaltpuin dat wordt gebruikt in de wegenbouw, met inbegrip van het gebruik in asfaltmenginstallaties;]2

  (2) enkel uit te voeren als hun aanwezigheid duidelijk wordt via gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS).
  (3) extraheerbare halogeenhoudende koolwaterstoffen.
  2.3.4 De minimale periodiciteit voor de controle op de overeenstemming met de milieuregelgeving van de gerecycleerde granulaten is als volgt:
   - een analyse van monsters in partijen van maximaal 5.000 ton gerecycleerde granulaten
   - of, bij gebrek daaraan, om die productie te bereiken, om de vier weken een analyse van de productie.
   Het voor analyse afgegeven staal is een samengesteld staal, bestaande uit minstens 10 elementaire monsternemingen (elk minstens 1 kg) die representatief zijn voor het overwogen staal of voor de productie van éénzelfde periode. De monsternemingsmethode wordt in het kwaliteitsbeheerssysteem opgetekend. De Minister kan de te gebruiken monsternemings- en analysemethodes nader bepalen.
  [3 Wanneer de analyseresultaten van een reeds overeenkomstig punt 2.2.3 verkochte partij voor een of meer parameters non-conformiteit aan het licht brengen, stelt de inrichting de koper daarvan onmiddellijk in kennis en legt zij de informatie vast in haar documentatiesysteem. In het beheersysteem worden de procedures en de te nemen maatregelen in detail beschreven.]3.
  Afdeling 3. - Conformiteitsattest Model
  Conformiteitsattest met de criteria van beëindiging van het statuut van afvalstof voor de gerecycleerde granulaten verkregen uit inerte afvalstoffen.
ParamètresSeuil limiteUnitésMéthode analytique
Hydrocarbures extractibles (C10 à C40)1 500mg/kg M.S.ISO 16703 [1 NEN]1 EN 14039
EOX (3)7mg/kg M.S.NBN 6979
(1)<ARW 2021-06-17/27, art. 41, 002; En vigueur : 30-06-2021>
ParamètresSeuil limiteUnitésMéthode analytiqueHydrocarbures extractibles (C10 à C40)1 500mg/kg M.S.ISO 16703 [1 NEN]1 EN 14039EOX (3)7mg/kg M.S.NBN 6979(1)
(1) M.S.: matière sèche.
  [3 Les granulats bitumineux respectent la valeur limite suivante en benzo(a)pyrène (CAS n° 50-32-8) : moins de 8,5 mg/kg/matières sèches. ]3
  [3 Dérogations
  Les dérogations suivantes s'appliquent aux seuils limites prévus pour les tests de lixiviation et les tests sur la composition de l'échantillon brut :
   a) le seuil limite maximum de 12 pour la valeur du pH du résultat du test de lixiviation n'est pas applicable aux sables de débris de béton, aux graves de débris de béton et aux gravillons de débris de béton;
   b) pour les sables de débris mixte, les graves de débris mixtes et les gravillons de débris mixtes, le respect du seuil limite pour le paramètre SO42- du test de lixiviation est obligatoire à partir du 1er janvier 2025;
   c) le seuil limite en hydrocarbures extractibles (C10 à C40) pour le test sur la composition de l'échantillon brut n'est pas applicable aux sables de débris hydrocarbonés, aux graves de débris hydrocarbonés et aux gravillons de débris hydrocarbonés appliqués en construction routière, en ce compris l'utilisation en centrale d'enrobage.]3

  (2) à n'exécuter que si leur présence est mise en évidence par un balayage en chromatographie en phase gazeuse à un spectromètre de masse (GC-MS).
  (3) hydrocarbures halogénés extractibles.
  2.3.4 La périodicité minimale de la vérification de la conformité environnementale des granulats recyclés est la suivante :
  - une analyse d'échantillons par lots de 5.000 tonnes maximum de granulats recyclés
  - ou, à défaut, d'atteindre cette production, une analyse toutes les quatre semaines de production.
  L'échantillon présenté à l'analyse est un échantillon composite constitué d'au moins 10 prélèvements élémentaires (au moins 1 kg chacun), représentatifs du lot considéré ou de la production d'une même période. La méthode d'échantillonnage est consignée dans le système de gestion de la qualité. Le Ministre peut préciser les méthodes d'échantillonnage et d'analyse à utiliser.
  [3 Lorsque les résultats d'analyse d'un lot déjà vendu conformément à la sous-section 2.2.3 révèlent des non-conformités pour un ou plusieurs paramètres, l'installation en informe immédiatement l'acquéreur et consigne l'information dans son système documentaire. Le système de gestion détaille les procédures et actions à entreprendre.]3
  Section 3. - Attestation de conformité Modèle
  Attestation de conformité aux critères de "fin du statut de déchet" pour les granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes.
1. Exploitant van de installatie voor de productie van gerycleerde granulaten: Nr. van de beslissing tot registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof: Naam : Adres : Contactpersoon : Telefoon: Fax: E-mail adres :
  Ontvanger : Naam : Adres : Contactpersoon : Telefoon: Fax: E-mail adres :
2. Aard van de gercycleerde granulaten:
3. Datum van de verzending : Gewicht (ton) :
4. Voorliggende verzending voldoet aan de criteria bedoeld in punt 1.3 van bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.
5. De exploitant van de installatie voor aanmaak van Voorliggende verzending voldoet aan de cirteria bedoeld in punt 4 van bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.
6.
  
Verklaring van de producent/invoerder van uit inerte afvalstoffen gerecycleerde granulaten: Ik bevestig op erewoord dat navolgende gegevens juist en te goeder trouw zijn. Naam : Datum: Handtekening :
1. Exploitant van de installatie voor de productie van gerycleerde granulaten: Nr. van de beslissing tot registratie van de beëindiging van het statuut van afvalstof: Naam : Adres : Contactpersoon : Telefoon: Fax: E-mail adres :
  Ontvanger : Naam : Adres : Contactpersoon : Telefoon: Fax: E-mail adres :2. Aard van de gercycleerde granulaten:3. Datum van de verzending : Gewicht (ton) :4. Voorliggende verzending voldoet aan de criteria bedoeld in punt 1.3 van bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.5. De exploitant van de installatie voor aanmaak van Voorliggende verzending voldoet aan de cirteria bedoeld in punt 4 van bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2019 houdende uitvoering van de procedure voor de beëindiging van het statuut van afvalstof bedoeld in artikel 4ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.6.
Verklaring van de producent/invoerder van uit inerte afvalstoffen gerecycleerde granulaten: Ik bevestig op erewoord dat navolgende gegevens juist en te goeder trouw zijn. Naam : Datum: Handtekening :
Afdeling 4. - Conformiteitsattest met de criteria van beëindiging van het statuut van afvalstof voor de gerecycleerde granulaten verkregen uit inerte afvalstoffen.
  4.1. De exploitant van de installatie voor verwerking van granulaten, gerecycleerd uit inerte afvalstoffen, past een beheerssysteem toe waaruit de conformiteit met de criteria bedoeld in punt 1.3 van deze bijlage moet blijken.
  4.2. Het beheersysteem omvat voor elk van de volgende aspecten een geheel van procedures waarvoor een schriftelijke weergave bewaard wordt:
  a) Kwaliteitscontrole van de gerecycleerde granulaten zoals vastgelegd in onderafdeling 2.3 van huidige bijlage;
  b) Toelaatbaarheidscontrole van de afvalstoffen gebruikt als productiemiddel in het verwerkingsproces van gerecycleerde granulaten zoals vastgelegd in onderafdeling 2.1 van huidige bijlage;
  c) Controle van de verwerkingsprocédés en -technieken omschreven in onderafdeling 2.2 van huidige bijlage;
  d) Feedback van klanten wat betreft de inachtnemings van kwaliteitsnormen van toepassing op de gerecycleerde granulaten, verwerkt vanaf inerte afvalstoffen;
  e) Registratie van de resultaten van de controles verricht in hoedanigheid van de punten a) tot d);
  f) Onderzoek en verbetering van het beheerssysteem;
  g) Vorming en kwalificatie van het personeel.
  4.3. Het beheerssysteem voorziet voor elk criterium eveneens in de specifieke controlevereisten omschreven in afdeling 2 van huidige bijlage.
  4.4.[3 Een onpartijdige beoordelingsorganisme controleert jaarlijks of het beheersysteem voldoet aan de eisen van dit besluit. Dit organisme kan zijn :
   a) een milieuverificateur van het beheersysteem als omschreven in artikel 2, § 20, onder b), van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van het Europees Parlement van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, waarvan de reikwijdte van de accreditatie betrekking heeft op NACE-code 38;
   b) een conformiteitsbeoordelingsorganisme, omschreven in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 van de Raad, waarvan het toepassingsgebied van de accreditatie overeenkomstig die verordening betrekking heeft op NACE-code 38;
   c) een certificeringsinstantie die is geaccrediteerd voor de certificering en conformiteitsbeoordeling van de productie van granulaten die aanleiding geven tot het EG- teken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, of de verordening die deze verordening opvolgt.]3
:
  4.5.[3 De invoerder eist van zijn leveranciers dat ze een beheerssysteem toepassen dat in overeenstemming is met de vereisten bepaald in deze bijlage]3;
  4.6. [3 De exploitant van de installatie voor gerecycleerde granulaten verleent de administratie of de door haar gedelegeerde instantie op verzoek toegang tot het kwaliteitsbeheersysteem en de analyseresultaten.
   Hij moet uiterlijk op 1 februari en 1 augustus van elk jaar alle analyseresultaten met betrekking tot de parameter SO42- voor de in de voorafgaande periode van zes maanden geproduceerde partijen bij de administratie aangeven, overeenkomstig de door de administratie vastgestelde procedures.
   Hij deelt de koper van de gerecycleerde aggregaten de analyseresultaten voor de SO42-. parameter mee]3
.
  
1. Exploitant de l'installation de production de granulats recyclés: N° de la décision d'enregistrement de sortie de statut de déchet : Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
  Destinataire: Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
2. Nature des granulats recyclés :
3. Date de l'expédition : Poids (tonne):
4. La présente expédition satisfait aux critères visés au point 1.3 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.
5. L'exploitant de l'installation d'élaboration de granulats recyclé applique un système de gestion conforme aux exigences de la section 4 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets et qui a été vérifié par un organisme d'évaluation de la conformité accrédité pour cette réglementation.
6.
  
Déclaration du producteur/de l'importateur de granulats recyclés à partir de déchets inertes: Je soussigné certifie que les renseignements ci-dessus sont exacts et établis de bonne foi. Nom: Date: Signature:
1. Exploitant de l'installation de production de granulats recyclés: N° de la décision d'enregistrement de sortie de statut de déchet : Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:
  Destinataire: Nom: Adresse: Personne de contact: Téléphone: Télécopieur: Adresse électronique:2. Nature des granulats recyclés :3. Date de l'expédition : Poids (tonne):4. La présente expédition satisfait aux critères visés au point 1.3 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.5. L'exploitant de l'installation d'élaboration de granulats recyclé applique un système de gestion conforme aux exigences de la section 4 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 février 2019 portant exécution la procédure de sortie du statut de déchet prévue à l'article 4ter du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets et qui a été vérifié par un organisme d'évaluation de la conformité accrédité pour cette réglementation.6.
Déclaration du producteur/de l'importateur de granulats recyclés à partir de déchets inertes: Je soussigné certifie que les renseignements ci-dessus sont exacts et établis de bonne foi. Nom: Date: Signature:
Section 4. - Système de gestion concernant les critères " fin du statut de déchet " relatifs aux granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes
  4.1. L'exploitant de l'installation d'élaboration de granulats recyclés à partir de déchets inertes applique un système de gestion permettant de démontrer la conformité aux critères visés au point 1.3 de la présente annexe.
  4.2. Le système de gestion comprend, pour chacun des aspects suivants, un ensemble de procédures dont il est conservé une trace écrite :
  a) contrôle de la qualité des granulats recyclés tel qu'établi à la sous-section 2.3 de la présente annexe;
  b) contrôle d'admission des déchets utilisés comme intrants dans l'opération d'élaboration des granulats recyclés tel qu'établi à la sous-section 2.1 de la présente annexe;
  c) contrôle des procédés et techniques de traitement décrits à la sous-section 2.2 de la présente annexe;
  d) retour d'information des clients en ce qui concerne le respect des normes de qualité applicables aux granulats recyclés élaborés à partir de déchets inertes;
  e) enregistrement des résultats des contrôles réalisés au titre des points a) à d);
  f) examen et amélioration du système de gestion;
  g) formation et qualification du personnel.
  4.3. Le système de gestion prévoit également les exigences spécifiques de contrôle définies à la section 2 de la présente annexe pour chaque critère.
  4.4. [4 Un organisme d'évaluation impartial vérifie annuellement que le système de gestion est conforme aux exigences du présent arrêté. Cet organisme peut être :
   a) un vérificateur environnemental du système de gestion défini à l'article 2, § 20, b), du règlement (CE) n°1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 concernant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS), abrogeant le règlement (CE) n°761/2001 et les décisions de la Commission 2001/681/CE et 2006/193/CE, dont le champ d'accréditation est relatif au code NACE 38;
   b) un organisme d'évaluation de la conformité, défini dans le règlement (CE) n°765/2008 du Parlement européen et du Conseil du 9 juillet 2008 fixant les prescriptions relatives à l'accréditation et à la surveillance du marché pour la commercialisation des produits et abrogeant le règlement (CEE) n°339/93 du Conseil, dont le champ d'accréditation conformément à ce règlement est relatif au code NACE 38;
   c) un organisme de certification accrédité pour la certification et le contrôle de conformité de la production de granulats donnant lieu au marquage CE suivant le règlement n°305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction et abrogeant la directive 89/106/CEE du Conseil, ou le règlement qui le remplace]4
.
  4.5. [4 L'importateur requiert de ses fournisseurs qu'ils appliquent un système de gestion qui soit conforme aux exigences prévues par la présente annexe]4.
  4.6. [4 L'exploitant de l'installation d'élaboration de granulats recyclés donne accès au système de gestion de la qualité et aux résultats analytiques à l'administration ou l'organisme qu'elle délègue sur simple demande de leur part.
   Il déclare à l'administration, au plus tard le 1er février et le 1er août de chaque année, l'ensemble des résultats analytiques obtenus pour le paramètre SO42- pour les lots produits durant le semestre précédent, selon les modalités précisées par l'administration.
   Il communique à l'acquéreur des granulats recyclés les résultats analytiques obtenus pour le paramètre SO42-]4
.