Artikel 1 - In het besluit van de Regering van 4 juni 2009 betreffende de vaststelling van de opleidingsvoorwaarden voor middenstandsleerlingen en opleidingsondernemingen, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Regering van 29 oktober 2015, wordt een hoofdstuk XI.1 ingevoegd, luidende :
"HOOFDSTUK XI.1 - DE AANLOOPLEERTIJD"
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 JUNI 2018. - Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van 4 juni 2009 betreffende de vaststelling van de opleidingsvoorwaarden voor middenstandsleerlingen en opleidingsondernemingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-04-2019 en tekstbijwerking tot 09-09-2024)
Titre
28 JUIN 2018. - Arrêté du Gouvernement modifiant l'arrêté du Gouvernement du 4 juin 2009 portant établissement des conditions de formation pour les apprentis des classes moyennes et pour les entreprises de formation(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-04-2019 et mise à jour au 09-09-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1er - Dans l'arrêté du Gouvernement du 4 juin 2009 portant établissement des conditions de formation pour les apprentis des classes moyennes et pour les entreprises de formation, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement du 29 octobre 2015, il est inséré un chapitre XI.1 rédigé comme suit :
" Chapitre XI.1 - La formation élémentaire ".
" Chapitre XI.1 - La formation élémentaire ".
Art. 2. - In hoofdstuk XI.1 van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.1 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.1 - Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
1° BIDA : het proefproject "Beroepsintegratie door opleidingsbegeleiding in de duale opleiding II" dat op 7 november 2017 door het selectiecomité van het operationele programma van de Duitstalige Gemeenschap in het kader van het ESF erkend werd en dat op 24 november 2017 door de Regering goedgekeurd werd;
2° ESF : het Europees Sociaal Fonds overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad;
3° periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten: de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten overeenkomstig artikel 19."
"Art. 34.1 - Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
1° BIDA : het proefproject "Beroepsintegratie door opleidingsbegeleiding in de duale opleiding II" dat op 7 november 2017 door het selectiecomité van het operationele programma van de Duitstalige Gemeenschap in het kader van het ESF erkend werd en dat op 24 november 2017 door de Regering goedgekeurd werd;
2° ESF : het Europees Sociaal Fonds overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad;
3° periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten: de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten overeenkomstig artikel 19."
Art. 2. - Dans le chapitre XI.1 du même arrêté, il est inséré un article 34.1 rédigé comme suit :
" Art. 34.1 - Définitions
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° BIDA : le projet pilote " Intégration professionnelle par l'accompagnement dans le cadre de la formation en alternance II ", reconnu le 7 novembre 2017 par le comité de sélection du programme opérationnel de la Communauté germanophone dans le cadre du FSE et approuvé par le Gouvernement en date du 24 novembre 2017;
2° FSE : le Fonds social européen conformément au règlement (UE) n° 1304/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 relatif au Fonds social européen et abrogeant le règlement (CE) n° 1081/2006 du Conseil;
3° période de conclusion des contrats d'apprentissage : la période durant laquelle les contrats d'apprentissage sont conclus au sens de l'article 19. "
" Art. 34.1 - Définitions
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° BIDA : le projet pilote " Intégration professionnelle par l'accompagnement dans le cadre de la formation en alternance II ", reconnu le 7 novembre 2017 par le comité de sélection du programme opérationnel de la Communauté germanophone dans le cadre du FSE et approuvé par le Gouvernement en date du 24 novembre 2017;
2° FSE : le Fonds social européen conformément au règlement (UE) n° 1304/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 relatif au Fonds social européen et abrogeant le règlement (CE) n° 1081/2006 du Conseil;
3° période de conclusion des contrats d'apprentissage : la période durant laquelle les contrats d'apprentissage sont conclus au sens de l'article 19. "
Art. 3. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.2 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.2 - Doel, inhoud en vorm van de aanloopleertijd
De aanloopleertijd is bedoeld als individuele voorbereiding van personen die door ontoereikende schoolcompetenties of ontoereikende sociale competenties gerichte ondersteuning nodig hebben om in het kader van een duaal voorbereidingsjaar de nodige rijpheid te verwerven om een leertijd kansrijk en zonder verbreking van de leerovereenkomst te kunnen doorlopen.
De aanloopleertijd omvat een praktische opleiding in een door het IAWM erkende opleidingsonderneming, aangevuld met cursussen die voorbereiden op de basisopleiding.
De aanloopleertijd heeft de vorm van een leerovereenkomst in de middenstand; die leerovereenkomst in het kader van de aanloopleertijd wordt gesloten tussen het hoofd van de erkende opleidingsonderneming, de leerling in de aanloopleertijd en, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger. De minister bevoegd voor Opleiding legt het model van de leerovereenkomst in het kader van de aanloopleertijd vast op voorstel van het IAWM.
"Art. 34.2 - Doel, inhoud en vorm van de aanloopleertijd
De aanloopleertijd is bedoeld als individuele voorbereiding van personen die door ontoereikende schoolcompetenties of ontoereikende sociale competenties gerichte ondersteuning nodig hebben om in het kader van een duaal voorbereidingsjaar de nodige rijpheid te verwerven om een leertijd kansrijk en zonder verbreking van de leerovereenkomst te kunnen doorlopen.
De aanloopleertijd omvat een praktische opleiding in een door het IAWM erkende opleidingsonderneming, aangevuld met cursussen die voorbereiden op de basisopleiding.
De aanloopleertijd heeft de vorm van een leerovereenkomst in de middenstand; die leerovereenkomst in het kader van de aanloopleertijd wordt gesloten tussen het hoofd van de erkende opleidingsonderneming, de leerling in de aanloopleertijd en, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger. De minister bevoegd voor Opleiding legt het model van de leerovereenkomst in het kader van de aanloopleertijd vast op voorstel van het IAWM.
Art. 3. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.2 rédigé comme suit :
" Art. 34.2 - Objectif, contenu et forme de la formation élémentaire
La formation élémentaire sert à la préparation individuelle de personnes qui, en raison de compétences scolaires ou sociales insuffisantes, ont besoin d'un soutien ciblé - par une année préparatoire dans le cadre d'une formation en alternance - afin d'être à même de suivre un cursus d'apprentissage prometteur sans interruption du contrat d'apprentissage.
La formation élémentaire comprend une formation pratique dans une entreprise formatrice agréée par l'IAWM, formation complétée par des cours préparatoires à la formation de base dans un ZAWM.
La formation élémentaire prend la forme d'un contrat d'apprentissage en formation élémentaire dans les classes moyennes, conclu entre le chef de l'entreprise formatrice, l'apprenti en formation élémentaire ainsi que, le cas échéant, son représentant légal. Le ministre compétent pour la formation fixe, sur proposition de l'IAWM, le modèle du contrat d'apprentissage en formation élémentaire. "
" Art. 34.2 - Objectif, contenu et forme de la formation élémentaire
La formation élémentaire sert à la préparation individuelle de personnes qui, en raison de compétences scolaires ou sociales insuffisantes, ont besoin d'un soutien ciblé - par une année préparatoire dans le cadre d'une formation en alternance - afin d'être à même de suivre un cursus d'apprentissage prometteur sans interruption du contrat d'apprentissage.
La formation élémentaire comprend une formation pratique dans une entreprise formatrice agréée par l'IAWM, formation complétée par des cours préparatoires à la formation de base dans un ZAWM.
La formation élémentaire prend la forme d'un contrat d'apprentissage en formation élémentaire dans les classes moyennes, conclu entre le chef de l'entreprise formatrice, l'apprenti en formation élémentaire ainsi que, le cas échéant, son représentant légal. Le ministre compétent pour la formation fixe, sur proposition de l'IAWM, le modèle du contrat d'apprentissage en formation élémentaire. "
Art. 4. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.3 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.3 - Toelating tot de aanloopleertijd en sollicitatieprocedure
De aanloopleertijd richt zich tot personen tussen 15 en 25 jaar die niet meer onder de voltijdse leerplicht vallen en zich bereid verklaren om de sollicitatieprocedure voor de aanloopleertijd én de aanloopleertijd zelf te doorlopen.
Tot de aanloopleertijd worden alleen personen toegelaten die de sollicitatieprocedure met succes hebben doorlopen. Er worden hoogstens tien personen tegelijk toegelaten.
De sollicitatieprocedure valt binnen de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten.
In afwijking van het derde lid kunnen scholieren uit het deeltijds onderwijs, scholieren uit de time-outinstellingen en personen die hun leerovereenkomst in het eerste jaar van de leertijd hebben afgebroken, ook buiten de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten toegelaten worden tot de aanloopleertijd nadat ze de sollicitatieprocedure met succes hebben doorlopen, op voorwaarde dat er geen in aanmerking komende kandidaat meer op de wachtlijst staat.
De sollicitatieprocedure is gebaseerd op een sollicitatiedossier dat het ZAWM, in samenwerking met betrokkene, opmaakt. Het sollicitatiedossier omvat :
1° het bewijs van een eerste gesprek tussen betrokkene en het ZAWM; daarin wordt de motivatie van betrokkene en - bij minderjarigen - de instemming van de personen belast met de opvoeding vastgelegd in de vorm van een aanvraag om toegelaten te worden tot het project;
2° het bewijs dat betrokkene heeft deelgenomen aan een door het IAWM georganiseerd examen om toegelaten te worden tot de middenstandsopleiding. Slagen voor het toelatingsexamen is niet noodzakelijk;
3° een door het ZAWM opgesteld individueel ondersteuningsplan voor betrokkene, gebaseerd op de motivatie, de uitslagen van het toelatingsexamen en de sociale competenties van betrokkene. Het individuele ondersteuningsplan wordt alleen opgemaakt als betrokkene minstens heeft deelgenomen aan een tweede individueel gesprek. Zo nodig kunnen nog verdere gesprekken met betrokkene gepland worden om het ondersteuningsplan op te stellen;
4° het bewijs dat betrokkene met succes gezocht heeft naar een opleidingsonderneming die overeenkomstig hoofdstuk III erkend is. Dat bewijs blijkt uit een schriftelijke toestemming van de onderneming om betrokkene in het kader van een aanloopleertijd te begeleiden;
5° een samenvattend perspectiefverslag, opgesteld door het ZAWM en voorzien van de ondertekeningsdatum; dat verslag wordt als beslissingsgrondslag voorgelegd aan de commissie die beslist over de toelating tot de aanloopleertijd."
"Art. 34.3 - Toelating tot de aanloopleertijd en sollicitatieprocedure
De aanloopleertijd richt zich tot personen tussen 15 en 25 jaar die niet meer onder de voltijdse leerplicht vallen en zich bereid verklaren om de sollicitatieprocedure voor de aanloopleertijd én de aanloopleertijd zelf te doorlopen.
Tot de aanloopleertijd worden alleen personen toegelaten die de sollicitatieprocedure met succes hebben doorlopen. Er worden hoogstens tien personen tegelijk toegelaten.
De sollicitatieprocedure valt binnen de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten.
In afwijking van het derde lid kunnen scholieren uit het deeltijds onderwijs, scholieren uit de time-outinstellingen en personen die hun leerovereenkomst in het eerste jaar van de leertijd hebben afgebroken, ook buiten de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten toegelaten worden tot de aanloopleertijd nadat ze de sollicitatieprocedure met succes hebben doorlopen, op voorwaarde dat er geen in aanmerking komende kandidaat meer op de wachtlijst staat.
De sollicitatieprocedure is gebaseerd op een sollicitatiedossier dat het ZAWM, in samenwerking met betrokkene, opmaakt. Het sollicitatiedossier omvat :
1° het bewijs van een eerste gesprek tussen betrokkene en het ZAWM; daarin wordt de motivatie van betrokkene en - bij minderjarigen - de instemming van de personen belast met de opvoeding vastgelegd in de vorm van een aanvraag om toegelaten te worden tot het project;
2° het bewijs dat betrokkene heeft deelgenomen aan een door het IAWM georganiseerd examen om toegelaten te worden tot de middenstandsopleiding. Slagen voor het toelatingsexamen is niet noodzakelijk;
3° een door het ZAWM opgesteld individueel ondersteuningsplan voor betrokkene, gebaseerd op de motivatie, de uitslagen van het toelatingsexamen en de sociale competenties van betrokkene. Het individuele ondersteuningsplan wordt alleen opgemaakt als betrokkene minstens heeft deelgenomen aan een tweede individueel gesprek. Zo nodig kunnen nog verdere gesprekken met betrokkene gepland worden om het ondersteuningsplan op te stellen;
4° het bewijs dat betrokkene met succes gezocht heeft naar een opleidingsonderneming die overeenkomstig hoofdstuk III erkend is. Dat bewijs blijkt uit een schriftelijke toestemming van de onderneming om betrokkene in het kader van een aanloopleertijd te begeleiden;
5° een samenvattend perspectiefverslag, opgesteld door het ZAWM en voorzien van de ondertekeningsdatum; dat verslag wordt als beslissingsgrondslag voorgelegd aan de commissie die beslist over de toelating tot de aanloopleertijd."
Art. 4. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.3 rédigé comme suit :
" Art. 34.3 - Admission à la formation élémentaire et procédure de candidature
La formation élémentaire s'adresse aux personnes âgées de 15 à 25 ans qui ne sont plus soumises à l'obligation scolaire à temps plein et se déclarent prêtes à participer à la procédure de candidature pour la formation élémentaire et à la formation élémentaire elle-même.
L'admission à la formation élémentaire est conditionnée par la réussite d'une procédure de candidature. Dix personnes au plus sont admises en même temps.
La procédure de candidature se déroule pendant la période de conclusion des contrats d'apprentissage.
Par dérogation à l'alinéa 3, les élèves de l'enseignement à temps partiel, de la structure d'accrochage scolaire et les apprentis de première année ayant interrompu leur contrat d'apprentissage peuvent aussi, après avoir réussi la procédure de candidature, être admis dans la formation élémentaire en dehors de la période de conclusion des contrats d'apprentissage dans la mesure où la liste d'attente ne comporte plus de candidat admissible.
La procédure de candidature s'appuie sur un dossier de candidature établi par le ZAWM en coopération avec la personne. Ce dossier comprend :
1° la preuve qu'un premier entretien a eu lieu entre la personne et le ZAWM, entretien qui consigne, sous la forme d'une demande d'admission au projet de formation élémentaire, la motivation de la personne et, pour les mineurs, l'accord des personnes chargées de leur éducation;
2° la preuve que la personne a participé à un examen d'admission à la formation des classes moyennes, organisé par l'IAWM. La réussite de l'examen d'admission n'est pas requise;
3° un plan de soutien individuel pour la personne, établi par le ZAWM et se basant sur la motivation, les résultats de l'examen d'admission et les compétences sociales de la personne. L'établissement du plan de soutien individuel présuppose que la personne a au moins participé à un deuxième entretien individuel. Si besoin est, d'autres entretiens peuvent être convenus avec la personne pour établir le plan de soutien;
4° la preuve que la personne a recherché avec succès une entreprise de formation reconnue conformément au chapitre III. La preuve sera apportée par l'accord écrit de l'entreprise qui encadre la personne dans le cadre de la formation élémentaire;
5° un rapport de perspectives établi par le ZAWM, résumant la situation et muni d'une date de clôture, qui est présenté comme base de décision à la commission d'admission. "
" Art. 34.3 - Admission à la formation élémentaire et procédure de candidature
La formation élémentaire s'adresse aux personnes âgées de 15 à 25 ans qui ne sont plus soumises à l'obligation scolaire à temps plein et se déclarent prêtes à participer à la procédure de candidature pour la formation élémentaire et à la formation élémentaire elle-même.
L'admission à la formation élémentaire est conditionnée par la réussite d'une procédure de candidature. Dix personnes au plus sont admises en même temps.
La procédure de candidature se déroule pendant la période de conclusion des contrats d'apprentissage.
Par dérogation à l'alinéa 3, les élèves de l'enseignement à temps partiel, de la structure d'accrochage scolaire et les apprentis de première année ayant interrompu leur contrat d'apprentissage peuvent aussi, après avoir réussi la procédure de candidature, être admis dans la formation élémentaire en dehors de la période de conclusion des contrats d'apprentissage dans la mesure où la liste d'attente ne comporte plus de candidat admissible.
La procédure de candidature s'appuie sur un dossier de candidature établi par le ZAWM en coopération avec la personne. Ce dossier comprend :
1° la preuve qu'un premier entretien a eu lieu entre la personne et le ZAWM, entretien qui consigne, sous la forme d'une demande d'admission au projet de formation élémentaire, la motivation de la personne et, pour les mineurs, l'accord des personnes chargées de leur éducation;
2° la preuve que la personne a participé à un examen d'admission à la formation des classes moyennes, organisé par l'IAWM. La réussite de l'examen d'admission n'est pas requise;
3° un plan de soutien individuel pour la personne, établi par le ZAWM et se basant sur la motivation, les résultats de l'examen d'admission et les compétences sociales de la personne. L'établissement du plan de soutien individuel présuppose que la personne a au moins participé à un deuxième entretien individuel. Si besoin est, d'autres entretiens peuvent être convenus avec la personne pour établir le plan de soutien;
4° la preuve que la personne a recherché avec succès une entreprise de formation reconnue conformément au chapitre III. La preuve sera apportée par l'accord écrit de l'entreprise qui encadre la personne dans le cadre de la formation élémentaire;
5° un rapport de perspectives établi par le ZAWM, résumant la situation et muni d'une date de clôture, qui est présenté comme base de décision à la commission d'admission. "
Art. 5. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.4 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.4 - Commissie die beslist over de toelating tot de aanloopleertijd
De commissie beslist welke sollicitant tot de aanloopleertijd wordt toegelaten.
Tijdens de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten, komt de commissie minstens drie keer bijeen. Op initiatief van de voorzitter of na een gemotiveerd verzoek van de meerderheid van de stemgerechtigde leden kan de commissie ook bijeenkomen buiten de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten.
De Regering wijst de stemgerechtigde leden van de commissie aan op voorstel van de betrokken instellingen; de commissie is samengesteld uit de volgende stemgerechtigde leden:
1° een vertegenwoordiger van het Centrum voor bevorderingspedagogiek :
2° een vertegenwoordiger van het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor pedagogie :
3° een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
4° een medewerker van het ZAWM, bevoegd voor het BIDA-proefproject;
5° een leersecretaris van het IAWM;
6° een vertegenwoordiger van het ZAWM waar de cursussen van de aanloopleertijd gegeven worden;
7° een vertegenwoordiger van de raad van bestuur van het IAWM.
Voor elk werkend lid wijst de Regering - op voorstel van de betrokken instellingen - een plaatsvervangend lid aan.
De afgevaardigd directeur van het IAWM of diens vertegenwoordiger is voorzitter van de commissie. De voorzitter is niet stemgerechtigd.
De voorzitter wijst de secretaris aan. De secretaris is niet stemgerechtigd.
De voorzitter kan externe deskundigen uitnodigen om de bijeenkomsten bij te wonen. De deskundigen zijn niet stemgerechtigd.
Om te kunnen stemmen, moeten minstens drie stemgerechtigden aanwezig zijn. De beslissing wordt bij eenvoudige meerderheid van de aanwezigen genomen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. Bij staking van stemmen wordt de aanvraag als afgewezen beschouwd."
"Art. 34.4 - Commissie die beslist over de toelating tot de aanloopleertijd
De commissie beslist welke sollicitant tot de aanloopleertijd wordt toegelaten.
Tijdens de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten, komt de commissie minstens drie keer bijeen. Op initiatief van de voorzitter of na een gemotiveerd verzoek van de meerderheid van de stemgerechtigde leden kan de commissie ook bijeenkomen buiten de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten.
De Regering wijst de stemgerechtigde leden van de commissie aan op voorstel van de betrokken instellingen; de commissie is samengesteld uit de volgende stemgerechtigde leden:
1° een vertegenwoordiger van het Centrum voor bevorderingspedagogiek :
2° een vertegenwoordiger van het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor pedagogie :
3° een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
4° een medewerker van het ZAWM, bevoegd voor het BIDA-proefproject;
5° een leersecretaris van het IAWM;
6° een vertegenwoordiger van het ZAWM waar de cursussen van de aanloopleertijd gegeven worden;
7° een vertegenwoordiger van de raad van bestuur van het IAWM.
Voor elk werkend lid wijst de Regering - op voorstel van de betrokken instellingen - een plaatsvervangend lid aan.
De afgevaardigd directeur van het IAWM of diens vertegenwoordiger is voorzitter van de commissie. De voorzitter is niet stemgerechtigd.
De voorzitter wijst de secretaris aan. De secretaris is niet stemgerechtigd.
De voorzitter kan externe deskundigen uitnodigen om de bijeenkomsten bij te wonen. De deskundigen zijn niet stemgerechtigd.
Om te kunnen stemmen, moeten minstens drie stemgerechtigden aanwezig zijn. De beslissing wordt bij eenvoudige meerderheid van de aanwezigen genomen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. Bij staking van stemmen wordt de aanvraag als afgewezen beschouwd."
Art. 5. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.4 rédigé comme suit :
" Art. 34.4 - Commission d'admission
La commission d'admission décide quel candidat sera admis dans la formation élémentaire.
La commission d'admission siège au moins trois fois pendant la période de conclusion des contrats d'apprentissage. En dehors de cette période, la commission d'admission peut siéger sur décision du président ou sur demande motivée de la majorité des membres ayant voix délibérative.
La commission se compose des membres suivants ayant voix délibérative et désignés par le Gouvernement sur proposition des différentes institutions :
1° un représentant du centre de pédagogie de soutien;
2° un représentant du département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière de pédagogie;
3° un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
4° un collaborateur du ZAWM, compétent pour le projet pilote BIDA;
5° un secrétaire d'apprentissage de l'IAWM;
6° un représentant du ZAWM où sont dispensés les cours de formation élémentaire;
7° un représentant du conseil d'administration de l'IAWM.
Pour chaque membre effectif, le Gouvernement désigne un suppléant sur la proposition des différentes institutions.
Le directeur délégué de l'IAWM ou son représentant assure la présidence. Le président n'a pas voix délibérative.
Le président désigne le secrétaire. Celui-ci n'a pas voix délibérative.
Le président peut convier des experts externes aux séances. Ceux-ci n'ont pas voix délibérative.
Pour pouvoir procéder au vote, au moins trois représentants ayant voix délibérative doivent être présents. La décision est prise à la majorité des membres présents. Les abstentions ne sont pas autorisées. En cas de parité des voix, la demande est censée être rejetée. "
" Art. 34.4 - Commission d'admission
La commission d'admission décide quel candidat sera admis dans la formation élémentaire.
La commission d'admission siège au moins trois fois pendant la période de conclusion des contrats d'apprentissage. En dehors de cette période, la commission d'admission peut siéger sur décision du président ou sur demande motivée de la majorité des membres ayant voix délibérative.
La commission se compose des membres suivants ayant voix délibérative et désignés par le Gouvernement sur proposition des différentes institutions :
1° un représentant du centre de pédagogie de soutien;
2° un représentant du département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière de pédagogie;
3° un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
4° un collaborateur du ZAWM, compétent pour le projet pilote BIDA;
5° un secrétaire d'apprentissage de l'IAWM;
6° un représentant du ZAWM où sont dispensés les cours de formation élémentaire;
7° un représentant du conseil d'administration de l'IAWM.
Pour chaque membre effectif, le Gouvernement désigne un suppléant sur la proposition des différentes institutions.
Le directeur délégué de l'IAWM ou son représentant assure la présidence. Le président n'a pas voix délibérative.
Le président désigne le secrétaire. Celui-ci n'a pas voix délibérative.
Le président peut convier des experts externes aux séances. Ceux-ci n'ont pas voix délibérative.
Pour pouvoir procéder au vote, au moins trois représentants ayant voix délibérative doivent être présents. La décision est prise à la majorité des membres présents. Les abstentions ne sont pas autorisées. En cas de parité des voix, la demande est censée être rejetée. "
Art. 6. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.5 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.5 - Beslissing van de commissie en beroepsprocedure
Als de voorzitter het volledige sollicitatiedossier heeft, legt hij de sollicitatie ter beslissing voor aan de commissie.
De kandidaten voor een aanloopleertijd die op basis van hun sollicitatiedossier positief beoordeeld werden door de commissie, worden gerangschikt op basis van de datum van het perspectiefverslag vermeld in artikel 34.3, vijfde lid, 5°. Er worden hoogstens tien kandidaten tegelijk toegelaten. De overige kandidaten kunnen op de wachtlijst geplaatst worden.
Het IAWM zendt de gemotiveerde beslissing van de commissie per aangetekend schrijven aan de betrokken personen en, in voorkomend geval, aan de personen belast met hun opvoeding; het doet dit uiterlijk vijf werkdagen na de beslissing.
Tegen die beslissing kan tot uiterlijk vijf werkdagen na overzending van de beslissing schriftelijk een met reden omkleed beroep ingesteld worden bij de voorzitter van de commissie. De voorzitter kan inzage krijgen in alle stukken die nuttig zijn voor de procedure waarbij gesolliciteerd naar een plaats in het BIDA-proefproject en deelt zijn beslissing binnen tien werkdagen na ontvangst van het beroep aangetekend mee aan de betrokkene en in voorkomend geval aan de personen belast met de opvoeding."
"Art. 34.5 - Beslissing van de commissie en beroepsprocedure
Als de voorzitter het volledige sollicitatiedossier heeft, legt hij de sollicitatie ter beslissing voor aan de commissie.
De kandidaten voor een aanloopleertijd die op basis van hun sollicitatiedossier positief beoordeeld werden door de commissie, worden gerangschikt op basis van de datum van het perspectiefverslag vermeld in artikel 34.3, vijfde lid, 5°. Er worden hoogstens tien kandidaten tegelijk toegelaten. De overige kandidaten kunnen op de wachtlijst geplaatst worden.
Het IAWM zendt de gemotiveerde beslissing van de commissie per aangetekend schrijven aan de betrokken personen en, in voorkomend geval, aan de personen belast met hun opvoeding; het doet dit uiterlijk vijf werkdagen na de beslissing.
Tegen die beslissing kan tot uiterlijk vijf werkdagen na overzending van de beslissing schriftelijk een met reden omkleed beroep ingesteld worden bij de voorzitter van de commissie. De voorzitter kan inzage krijgen in alle stukken die nuttig zijn voor de procedure waarbij gesolliciteerd naar een plaats in het BIDA-proefproject en deelt zijn beslissing binnen tien werkdagen na ontvangst van het beroep aangetekend mee aan de betrokkene en in voorkomend geval aan de personen belast met de opvoeding."
Art. 6. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.5 rédigé comme suit :
" Art. 34.5 - Décision de la commission d'admission et procédure de recours
Lorsque le président dispose du dossier de candidature, il soumet la candidature à la commission d'admission pour décision.
Les candidats à la formation élémentaire dont le dossier de candidature a été évalué de manière positive par la commission d'admission sont classés conformément à l'article 34.3, alinéa 5, 5°, suivant la date du rapport de perspectives. Dix candidats au plus sont admis en même temps. Les autres candidats peuvent être inscrits sur une liste d'attente.
Au plus tard cinq jours ouvrables après la prise de décision, l'IAWM transmet la décision motivée de la commission d'admission par recommandé aux personnes et, le cas échéant, aussi aux personnes chargées de leur éducation.
Au plus tard cinq jours ouvrables après la transmission de cette décision, un recours motivé peut être introduit par écrit auprès du président de la commission d'admission. Le président peut consulter tous les documents utiles de la procédure de candidature au projet pilote BIDA et, dans les dix jours ouvrables suivant la réception du recours, il communique sa décision par recommandé à la personne et, le cas échéant, aux personnes chargées de son éducation. "
" Art. 34.5 - Décision de la commission d'admission et procédure de recours
Lorsque le président dispose du dossier de candidature, il soumet la candidature à la commission d'admission pour décision.
Les candidats à la formation élémentaire dont le dossier de candidature a été évalué de manière positive par la commission d'admission sont classés conformément à l'article 34.3, alinéa 5, 5°, suivant la date du rapport de perspectives. Dix candidats au plus sont admis en même temps. Les autres candidats peuvent être inscrits sur une liste d'attente.
Au plus tard cinq jours ouvrables après la prise de décision, l'IAWM transmet la décision motivée de la commission d'admission par recommandé aux personnes et, le cas échéant, aussi aux personnes chargées de leur éducation.
Au plus tard cinq jours ouvrables après la transmission de cette décision, un recours motivé peut être introduit par écrit auprès du président de la commission d'admission. Le président peut consulter tous les documents utiles de la procédure de candidature au projet pilote BIDA et, dans les dix jours ouvrables suivant la réception du recours, il communique sa décision par recommandé à la personne et, le cas échéant, aux personnes chargées de son éducation. "
Art. 7. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.6 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.6 - Huishoudelijk reglement van de commissie
De commissie stelt een huishoudelijk reglement op dat door de Regering wordt goedgekeurd. In het huishoudelijk reglement wordt het volgende vastgelegd :
1° de manier waarop de commissie bijeengeroepen wordt;
2° de verzending van de te bespreken stukken;
3° de vorm van de te bespreken stukken;
4° de nadere regels om de agenda vast te leggen;
5° het verloop van de vergaderingen;
6° de schikkingen die getroffen moeten worden bij wraking van leden;
7° de inachtneming van de verplichtingen inzake gegevensbescherming;
8° het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen;
9° de vorm van de notulen."
"Art. 34.6 - Huishoudelijk reglement van de commissie
De commissie stelt een huishoudelijk reglement op dat door de Regering wordt goedgekeurd. In het huishoudelijk reglement wordt het volgende vastgelegd :
1° de manier waarop de commissie bijeengeroepen wordt;
2° de verzending van de te bespreken stukken;
3° de vorm van de te bespreken stukken;
4° de nadere regels om de agenda vast te leggen;
5° het verloop van de vergaderingen;
6° de schikkingen die getroffen moeten worden bij wraking van leden;
7° de inachtneming van de verplichtingen inzake gegevensbescherming;
8° het waarborgen van de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen;
9° de vorm van de notulen."
Art. 7. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.6 rédigé comme suit :
" Art. 34.6 - Règlement d'ordre intérieur de la commission d'admission
La commission d'admission se dote d'un règlement d'ordre intérieur approuvé par le Gouvernement. Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° la forme de la convocation de la commission d'admission;
2° l'envoi des documents objets de la délibération;
3° la forme des documents objets de la délibération;
4° les modalités de fixation de l'ordre du jour;
5° la forme d'organisation des séances;
6° les mesures à prendre en cas de partialité des membres;
7° le respect des obligations en matière de protection des données;
8° le respect de la confidentialité des délibérations;
9° la forme des procès-verbaux. "
" Art. 34.6 - Règlement d'ordre intérieur de la commission d'admission
La commission d'admission se dote d'un règlement d'ordre intérieur approuvé par le Gouvernement. Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° la forme de la convocation de la commission d'admission;
2° l'envoi des documents objets de la délibération;
3° la forme des documents objets de la délibération;
4° les modalités de fixation de l'ordre du jour;
5° la forme d'organisation des séances;
6° les mesures à prendre en cas de partialité des membres;
7° le respect des obligations en matière de protection des données;
8° le respect de la confidentialité des délibérations;
9° la forme des procès-verbaux. "
Art. 8. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.7 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.7 - Cursussen in de aanloopleertijd
De cursussen in de aanloopleertijd vinden twee dagen per week plaats in een ZAWM, overeenkomstig het door de Regering goedgekeurde programma. De cursussen in de aanloopleertijd omvatten geen beroepsspecifieke cursussen beroepsopleiding. De in de onderneming aangeleerde beroepscompetenties dienen ter voorbereiding op de beroepsspecifieke inhoud van het eerste jaar van de leertijd van het opleidingsberoep in kwestie."
"Art. 34.7 - Cursussen in de aanloopleertijd
De cursussen in de aanloopleertijd vinden twee dagen per week plaats in een ZAWM, overeenkomstig het door de Regering goedgekeurde programma. De cursussen in de aanloopleertijd omvatten geen beroepsspecifieke cursussen beroepsopleiding. De in de onderneming aangeleerde beroepscompetenties dienen ter voorbereiding op de beroepsspecifieke inhoud van het eerste jaar van de leertijd van het opleidingsberoep in kwestie."
Art. 8. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.7 rédigé comme suit :
" Art. 34.7 - Cours de la formation élémentaire
Les cours de la formation élémentaire sont dispensés deux jours par semaine dans un ZAWM conformément au programme approuvé par le Gouvernement. Ils ne comprennent pas de cours de qualification technique propres à la profession. Les compétences professionnelles transmises en entreprise servent à préparer aux contenus de la première année d'apprentissage propres à la profession faisant l'objet de la formation. "
" Art. 34.7 - Cours de la formation élémentaire
Les cours de la formation élémentaire sont dispensés deux jours par semaine dans un ZAWM conformément au programme approuvé par le Gouvernement. Ils ne comprennent pas de cours de qualification technique propres à la profession. Les compétences professionnelles transmises en entreprise servent à préparer aux contenus de la première année d'apprentissage propres à la profession faisant l'objet de la formation. "
Art. 9. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.8 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.8 - Verloop van de aanloopleertijd
De aanloopleertijd eindigt op 30 juni. Hij duurt hoogstens één jaar en kan niet verlengd worden.
De leerovereenkomsten in het kader van de aanloopleertijd van de personen die uiterlijk op 30 juni niet hebben bewezen dat ze overeenkomstig artikel 5 geslaagd zijn voor het toelatingsexamen, worden van rechtswege ontbonden.
In afwijking van artikel 18, § 3, kan de maximale duur van de leerovereenkomst verlengd worden met de maximale duur van een aanloopleertijd."
"Art. 34.8 - Verloop van de aanloopleertijd
De aanloopleertijd eindigt op 30 juni. Hij duurt hoogstens één jaar en kan niet verlengd worden.
De leerovereenkomsten in het kader van de aanloopleertijd van de personen die uiterlijk op 30 juni niet hebben bewezen dat ze overeenkomstig artikel 5 geslaagd zijn voor het toelatingsexamen, worden van rechtswege ontbonden.
In afwijking van artikel 18, § 3, kan de maximale duur van de leerovereenkomst verlengd worden met de maximale duur van een aanloopleertijd."
Art. 9. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.8 rédigé comme suit :
" Art. 34.8 - Déroulement de la formation élémentaire
La formation élémentaire se termine le 30 juin. Elle dure un an au plus et ne peut être prolongée.
Les contrats d'apprentissage conclus dans le cadre de la formation élémentaire sont résiliés de plein droit pour les personnes qui au 30 juin n'apportent pas, conformément à l'article 5, la preuve qu'elles ont réussi l'examen d'admission.
Par dérogation à l'article 18, § 3, la durée maximale du contrat d'apprentissage peut être prolongée de la durée maximale de la formation élémentaire. "
" Art. 34.8 - Déroulement de la formation élémentaire
La formation élémentaire se termine le 30 juin. Elle dure un an au plus et ne peut être prolongée.
Les contrats d'apprentissage conclus dans le cadre de la formation élémentaire sont résiliés de plein droit pour les personnes qui au 30 juin n'apportent pas, conformément à l'article 5, la preuve qu'elles ont réussi l'examen d'admission.
Par dérogation à l'article 18, § 3, la durée maximale du contrat d'apprentissage peut être prolongée de la durée maximale de la formation élémentaire. "
Art. 10. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.9 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.9 - Rechten en plichten van de partijen bij de aanloopleertijd
Voor de duur van de aanloopleertijd gelden voor het ondernemingshoofd, de opleider en de leerling die betrokken zijn bij de aanloopleertijd dezelfde rechten en plichten als voor de partijen die betrokken zijn bij de leertijd, met uitzondering van de mogelijkheid om de leerovereenkomst overeenkomstig artikel 22 te schorsen.
Onverminderd het eerste lid betaalt het ondernemingshoofd de maandelijkse minimale leertoelage vermeld in artikel 15, 16°, a), uit aan de leerling die zich in de aanloopleertijd bevindt."
"Art. 34.9 - Rechten en plichten van de partijen bij de aanloopleertijd
Voor de duur van de aanloopleertijd gelden voor het ondernemingshoofd, de opleider en de leerling die betrokken zijn bij de aanloopleertijd dezelfde rechten en plichten als voor de partijen die betrokken zijn bij de leertijd, met uitzondering van de mogelijkheid om de leerovereenkomst overeenkomstig artikel 22 te schorsen.
Onverminderd het eerste lid betaalt het ondernemingshoofd de maandelijkse minimale leertoelage vermeld in artikel 15, 16°, a), uit aan de leerling die zich in de aanloopleertijd bevindt."
Art. 10. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.9 rédigé comme suit :
" Art. 34.9 - Droits et obligations des parties en cas de formation élémentaire
Pour la durée de la formation élémentaire, le chef d'entreprise, le formateur et l'apprenti en formation élémentaire ont les mêmes droits et obligations que les parties à un contrat d'apprentissage, à l'exception de la possibilité d'interrompre le contrat d'apprentissage conformément à l'article 22.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, le chef d'entreprise paie à l'apprenti en formation élémentaire l'indemnité mensuelle minimale mentionnée à l'article 15, 16°, a). "
" Art. 34.9 - Droits et obligations des parties en cas de formation élémentaire
Pour la durée de la formation élémentaire, le chef d'entreprise, le formateur et l'apprenti en formation élémentaire ont les mêmes droits et obligations que les parties à un contrat d'apprentissage, à l'exception de la possibilité d'interrompre le contrat d'apprentissage conformément à l'article 22.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, le chef d'entreprise paie à l'apprenti en formation élémentaire l'indemnité mensuelle minimale mentionnée à l'article 15, 16°, a). "
Art. 11. - In hetzelfde hoofdstuk van hetzelfde besluit wordt een artikel 34.10 ingevoegd, luidende :
"Art. 34.10 - Afwijking van de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten
Het IAWM kan een afwijking van de bepalingen vermeld in artikel 19, § 1, toekennen aan de personen die tot de aanloopleertijd toegelaten worden."
"Art. 34.10 - Afwijking van de periode waarin leerovereenkomsten kunnen worden gesloten
Het IAWM kan een afwijking van de bepalingen vermeld in artikel 19, § 1, toekennen aan de personen die tot de aanloopleertijd toegelaten worden."
Art. 11. - Dans le même chapitre du même arrêté, il est inséré un article 34.10 rédigé comme suit :
" 34.10 - Dérogation à la période de conclusion des contrats d'apprentissage
L'IAWM peut accorder une dérogation aux dispositions mentionnées à l'article 19, § 1er, aux personnes admises en formation élémentaire. "
" 34.10 - Dérogation à la période de conclusion des contrats d'apprentissage
L'IAWM peut accorder une dérogation aux dispositions mentionnées à l'article 19, § 1er, aux personnes admises en formation élémentaire. "
Art. 12. - Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2018 [2 ...]2.
Art. 12. - Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2018 [2 ...]2.
Art. 13. - De minister bevoegd voor Opleiding is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. - Le Ministre compétent en matière de Formation est chargé de l'exécution du présent arrêté.