Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 december 2018 tot bepaling van de algemene structuur van het ministerie van Landsverdediging en tot vaststelling van de bevoegdheden van bepaalde autoriteiten
Titre
29 NOVEMBRE 2019. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 2 décembre 2018 déterminant la structure générale du ministère de la Défense et fixant les attributions de certaines autorités
Informations sur le document
Numac: 2019042693
Datum: 2019-11-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019042693
Date: 2019-11-29
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 december 2018 tot bepaling van de algemene structuur van het ministerie van Landsverdediging en tot vaststelling van de bevoegdheden van bepaalde autoriteiten, wordt de bepaling onder 5° /1 ingevoegd, luidende:
  "5° /1 de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid;".
Article 1er. Dans l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 2 décembre 2018 déterminant la structure générale du ministère de la Défense et fixant les attributions de certaines autorités, est inséré le 5° /1 rédigé comme suit:
  "5° /1 le Service Général du Renseignement et de la Sécurité;".
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepalingen onder 4° en 5°, luidende:
  "4° "de wet van 30 november 1998" : de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
  5° "de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid" : de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid bedoeld in artikel 3, 4°, van de wet van 30 november 1998.".
Art. 2. L'article 2 du même arrêté, est complété par les 4° et 5° rédigés comme suit:
  "4° "la loi du 30 novembre 1998" : la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité;
  5° "le Service Général du Renseignement et de la Sécurité" : le Service Général du Renseignement et de la Sécurité visé à l'article 3, 4°, de la loi du 30 novembre 1998.".
Art. 3. In artikel 13, 4°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "in directe steun van de operaties" vervangen door de woorden "van het stafdepartement inlichtingen en veiligheid".
Art. 3. Dans l'article 13, 4°, du même arrêté, les mots "en appui direct des opérations" sont remplacés par les mots "du département d'état-major renseignement et sécurité".
Art. 4. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18. Het stafdepartement inlichtingen en veiligheid staat onder de leiding van de onderstafchef inlichtingen en veiligheid. Hij is tevens chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid.".
Art. 4. L'article 18 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 18. Le département d'état-major renseignement et sécurité est dirigé par le sous-chef d'état-major renseignement et sécurité. Il est également chef du Service Général du Renseignement et de la Sécurité.".
Art. 5. In artikel 19 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden "de onderstafchef" vervangen door de woorden "het stafdepartement";
  b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° hij is belast met de organisatie en de coördinatie van de steun inlichtingen en veiligheid aan de operaties, zonder inlichtingentaken uit te voeren;";
  c) de bepalingen onder 3° en 5° worden opgeheven;
  d) in de bepaling onder 6° worden de woorden "in het domein inlichtingen en veiligheid" vervangen door de woorden "in de domeinen inlichtingen, veiligheid en cyber";
  e) in de Franstalige versie van de bepaling onder 7°, worden de woorden "mise à disposition" vervangen door het woord "emploi".
Art. 5. Dans l'article 19 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans la phrase introductive, les mots "sous-chef" sont remplacés par le mot "département";
  b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° il est chargé de l'organisation et de la coordination de l'appui renseignement et sécurité aux opérations, sans effectuer des tâches de renseignement;";
  c) les 3° et 5° sont abrogés;
  d) au 6°, les mots "dans le domaine du renseignement et de la sécurité" sont remplacés par les mots "dans les domaines du renseignement, de la sécurité et du cyber" ;
  e) au 7°, les mots "mise à disposition" sont remplacés par le mot "emploi".
Art. 6. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 20 du même arrêté est abrogé.
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 2/1 ingevoegd dat het artikel 35/1 bevat, luidende:
  "Hoofdstuk 2/1. - De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid
  Art. 35/1. De chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid is tegenover de minister verantwoordelijk voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de wetten van 30 november 1998 en 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
  Door tussenkomst van de minister, vervult hij zijn opdrachten overeenkomstig de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad voor het bepalen van het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid.
  De bevoegdheden bedoeld in de artikelen 7, 22, 24 en 28 worden uitgeoefend ten aanzien van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid onder voorbehoud van artikel 10, § 3, van de wet van 30 november 1998.".
Art. 7. Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 2/1, comportant l'article 35/1, rédigé comme suit:
  "Chapitre 2/1 - Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité
  Art. 35/1. Le chef du Service Général du Renseignement et de la Sécurité est responsable envers le ministre de l'exécution des missions visées dans les lois des 30 novembre 1998 et 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
  A l'intervention du ministre, il accomplit ses missions conformément aux directives du Conseil national de sécurité pour la fixation de la politique générale du renseignement et de la sécurité.
  Les compétences visées aux articles 7, 22, 24 et 28 s'exercent à l'égard du Service Général du Renseignement et de la Sécurité sous réserve de l'article 10, § 3, de la loi du 30 novembre 1998.".
Art. 8. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.