Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de volgende instellingen die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd en gesubsidieerd worden :
1° de instellingen voor voltijds secundair onderwijs;
2° de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die deeltijds beroepssecundair onderwijs organiseren;
3° de instellingen voor voltijds secundair zeevisserijonderwijs die deeltijds secundair zeevisserijonderwijs organiseren.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Dit besluit is ook van toepassing op de autonome centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd en gesubsidieerd worden.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
Titre
24 MAI 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire et l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 1994, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel directeur et enseignant des établissements suivants qui sont financés et subventionnés par la Communauté flamande :
1° les établissements d'enseignement secondaire à temps plein ;
2° les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui organisent un enseignement secondaire professionnel à temps partiel ;
3° les établissements d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps plein qui organisent un enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel. " ;
2° il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique également aux centres autonomes d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel qui sont financés et subventionnés par la Communauté flamande. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel directeur et enseignant des établissements suivants qui sont financés et subventionnés par la Communauté flamande :
1° les établissements d'enseignement secondaire à temps plein ;
2° les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui organisent un enseignement secondaire professionnel à temps partiel ;
3° les établissements d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps plein qui organisent un enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel. " ;
2° il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa libellé comme suit :
" Le présent arrêté s'applique également aux centres autonomes d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel qui sont financés et subventionnés par la Communauté flamande. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Art. 2. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt punt 11° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"11° het diploma van educatieve master;";
2° er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 3bis. Het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs en het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs worden ook als een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd, behalve als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
1° het betreft een opdracht in een algemeen vak of een gelijknamig technisch of praktisch toegepast vak in de derde graad aso, tso of kso;
2° het voormelde diploma wordt gecombineerd met een basisdiploma van master als vermeld in artikel 6, § 1, 2bis, van dit besluit, dat uitgereikt is na het academiejaar 2022-2023.
Als de diploma's gecombineerd worden met het basisdiploma van master als vermeld in het eerste lid, 2°, behoren die diploma's tot de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.";
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs en van educatieve bachelor in het lager onderwijs en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs en van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs ook als een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd.
Bij de volgende ambten worden de diploma's, vermeld in het eerste lid, ook als bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd :
1° adjunct-directeur;
2° beheerder;
3° coördinator;
4° directeur;
5° technisch adviseur;
6° technisch adviseur-coördinator.".
1° in paragraaf 2 wordt punt 11° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"11° het diploma van educatieve master;";
2° er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 3bis. Het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs en het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs worden ook als een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd, behalve als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
1° het betreft een opdracht in een algemeen vak of een gelijknamig technisch of praktisch toegepast vak in de derde graad aso, tso of kso;
2° het voormelde diploma wordt gecombineerd met een basisdiploma van master als vermeld in artikel 6, § 1, 2bis, van dit besluit, dat uitgereikt is na het academiejaar 2022-2023.
Als de diploma's gecombineerd worden met het basisdiploma van master als vermeld in het eerste lid, 2°, behoren die diploma's tot de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.";
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden het diploma van onderwijzer en van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs en van educatieve bachelor in het lager onderwijs en het diploma van kleuteronderwijzer en van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs en van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs ook als een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd.
Bij de volgende ambten worden de diploma's, vermeld in het eerste lid, ook als bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd :
1° adjunct-directeur;
2° beheerder;
3° coördinator;
4° directeur;
5° technisch adviseur;
6° technisch adviseur-coördinator.".
Art. 2. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 2, le point 11° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 11° le diplôme de master éducatif ; " ;
2° il est inséré un paragraphe 3bis rédigé comme suit :
" § 3bis. Le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire et le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques, sauf si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° il s'agit d'une charge pour un cours général ou des cours appliqués, techniques ou pratiques du même nom dans le troisième degré de l'aso, du tso ou du kso ;
2° le diplôme précité est combiné avec un diplôme de base de master tel que visé à l'article 6, § 1er, 2bis, du présent arrêté et délivré après l'année académique 2022-2023.
Si les diplômes sont combinés avec le diplôme de base de master mentionné à l'alinéa 1er, 2°, ces diplômes sont considérés comme des titres jugés suffisants. " ;
3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Dans le cas des titres jugés suffisants, le diplôme d'instituteur et le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire et de bachelor éducatif en enseignement primaire et le diplôme d'instituteur maternel et de bachelor en enseignement : enseignement maternel et de bachelor éducatif en enseignement maternel sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques.
Les diplômes visés à l'alinéa 1er sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques pour les fonctions suivantes :
1° directeur adjoint ;
2° gestionnaire ;
3° coordinateur ;
4° directeur ;
5° conseiller technique ;
6° conseiller technique-coordinateur. ".
1° dans le paragraphe 2, le point 11° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 11° le diplôme de master éducatif ; " ;
2° il est inséré un paragraphe 3bis rédigé comme suit :
" § 3bis. Le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire et le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques, sauf si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° il s'agit d'une charge pour un cours général ou des cours appliqués, techniques ou pratiques du même nom dans le troisième degré de l'aso, du tso ou du kso ;
2° le diplôme précité est combiné avec un diplôme de base de master tel que visé à l'article 6, § 1er, 2bis, du présent arrêté et délivré après l'année académique 2022-2023.
Si les diplômes sont combinés avec le diplôme de base de master mentionné à l'alinéa 1er, 2°, ces diplômes sont considérés comme des titres jugés suffisants. " ;
3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Dans le cas des titres jugés suffisants, le diplôme d'instituteur et le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement primaire et de bachelor éducatif en enseignement primaire et le diplôme d'instituteur maternel et de bachelor en enseignement : enseignement maternel et de bachelor éducatif en enseignement maternel sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques.
Les diplômes visés à l'alinéa 1er sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques pour les fonctions suivantes :
1° directeur adjoint ;
2° gestionnaire ;
3° coordinateur ;
4° directeur ;
5° conseiller technique ;
6° conseiller technique-coordinateur. ".
Art. 3. In artikel 5bis, § 2, 2°, b), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt het woord "hogeschool" telkens vervangen door de woorden "instelling voor hoger onderwijs" en wordt het woord "hogescholen" telkens vervangen door de woorden "instellingen voor hoger onderwijs".
Art. 3. A l'article 5bis, § 2, 2°, b), du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, les mots " institut supérieur " sont chaque fois remplacés par les mots " institution d'enseignement supérieur " et les mots " instituts supérieurs " sont chaque fois remplacés par les mots " institutions d'enseignement supérieur ".
Art. 4. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan punt 2bis worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatieve master" toegevoegd;
2° er wordt een punt 29ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"29ter. het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs;";
3° er wordt een punt 30ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"30ter. het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs;";
4° aan punt 35bis worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs" toegevoegd;
5° er wordt een punt 36ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"36ter. het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs;".
1° aan punt 2bis worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatieve master" toegevoegd;
2° er wordt een punt 29ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"29ter. het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs;";
3° er wordt een punt 30ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"30ter. het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs;";
4° aan punt 35bis worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs" toegevoegd;
5° er wordt een punt 36ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"36ter. het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs;".
Art. 4. A l'article 6, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 2bis, les mots " y compris le diplôme de master éducatif " sont ajoutés ;
2° il est inséré un point 29ter rédigé comme suit :
" 29ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; " ;
3° il est inséré un point 30ter rédigé comme suit :
" 36ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; " ;
4° au point 35bis, les mots " y compris le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
5° il est inséré un point 36ter rédigé comme suit :
" 36ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; ".
1° au point 2bis, les mots " y compris le diplôme de master éducatif " sont ajoutés ;
2° il est inséré un point 29ter rédigé comme suit :
" 29ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; " ;
3° il est inséré un point 30ter rédigé comme suit :
" 36ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; " ;
4° au point 35bis, les mots " y compris le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
5° il est inséré un point 36ter rédigé comme suit :
" 36ter. le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; ".
Art. 5. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan punt 5, 1°, laatste streepje, worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs" toegevoegd;
2° aan punt 5, 2°, derde streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs" toegevoegd;
3° aan punt 5, 2°, vierde streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs" toegevoegd;
4° aan punt 5, 2°, voorlaatste streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs" toegevoegd;
5° in punt 24 wordt de zinsnede "Titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 16°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs";
6° aan het punt 48, eerste alinea, wordt een bepaling toegevoegd, die luidt als volgt :
"- het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs;";
7° in punt 49 en punt 50 wordt na de zinsnede "bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 : het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs" toegevoegd;
8° in punt 49 en punt 50, eerste lid, wordt na de woorden "bachelor in het onderwijs : lager onderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs" toegevoegd;
9° in punt 49 en punt 50 wordt na de zinsnede "bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 : het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs" toegevoegd;
10° aan punt 50, eerste alinea, wordt een bepaling toegevoegd, die luidt als volgt :
"- en vanaf 1 september 2019 : educatieve master en educatief graduaat in het secundair onderwijs.".
1° aan punt 5, 1°, laatste streepje, worden de woorden "met inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs" toegevoegd;
2° aan punt 5, 2°, derde streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs" toegevoegd;
3° aan punt 5, 2°, vierde streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs" toegevoegd;
4° aan punt 5, 2°, voorlaatste streepje, worden de woorden "en het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs" toegevoegd;
5° in punt 24 wordt de zinsnede "Titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 16°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs";
6° aan het punt 48, eerste alinea, wordt een bepaling toegevoegd, die luidt als volgt :
"- het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs;";
7° in punt 49 en punt 50 wordt na de zinsnede "bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 : het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs" toegevoegd;
8° in punt 49 en punt 50, eerste lid, wordt na de woorden "bachelor in het onderwijs : lager onderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs" toegevoegd;
9° in punt 49 en punt 50 wordt na de zinsnede "bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs" de zinsnede "en vanaf 1 september 2019 : het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs" toegevoegd;
10° aan punt 50, eerste alinea, wordt een bepaling toegevoegd, die luidt als volgt :
"- en vanaf 1 september 2019 : educatieve master en educatief graduaat in het secundair onderwijs.".
Art. 5. A l'article 7, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 5, 1°, dernier tiret, les mots " y compris le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
2° au point 5, 2°, troisième tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire " sont ajoutés ;
3° au point 5, 2°, quatrième tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel " sont ajoutés ;
4° au point 5, 2°, avant-dernier tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
5° au point 24, le membre de phrase " titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3, 16°, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel " ;
6° le point 48, alinéa 1er, est complété par une disposition rédigée comme suit :
" - le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " ; " ;
7° aux points 49 et 50, après le membre de phrase " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire " est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 : le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire " ;
8° aux points 49 et 50, alinéa 1er, après les mots " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement primaire ", est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire " ;
9° aux points 49 et 50, après le membre de phrase " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement maternel ", est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel " ;
10° le point 50 est complété par une disposition rédigée comme suit :
" et à compter du 1er septembre 2019 : master éducatif et graduat éducatif en enseignement secondaire. ".
1° au point 5, 1°, dernier tiret, les mots " y compris le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
2° au point 5, 2°, troisième tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire " sont ajoutés ;
3° au point 5, 2°, quatrième tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel " sont ajoutés ;
4° au point 5, 2°, avant-dernier tiret, les mots " y compris le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire " sont ajoutés ;
5° au point 24, le membre de phrase " titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II " est remplacé par le membre de phrase " l'article 3, 16°, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel " ;
6° le point 48, alinéa 1er, est complété par une disposition rédigée comme suit :
" - le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire " ; " ;
7° aux points 49 et 50, après le membre de phrase " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement secondaire " est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 : le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire " ;
8° aux points 49 et 50, alinéa 1er, après les mots " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement primaire ", est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire " ;
9° aux points 49 et 50, après le membre de phrase " formation de bachelor in het onderwijs : enseignement maternel ", est ajouté le membre de phrase " et à compter du 1er septembre 2019 le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel " ;
10° le point 50 est complété par une disposition rédigée comme suit :
" et à compter du 1er septembre 2019 : master éducatif et graduat éducatif en enseignement secondaire. ".
Art. 6. Aan artikel 10, § 1bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en 4 september 2009, wordt de volgende zin toegevoegd :
"Dat geldt ook voor de educatieve bachelor in het secundair onderwijs, met uitzondering van de verkorte educatieve bachelor in het secundair onderwijs.".
"Dat geldt ook voor de educatieve bachelor in het secundair onderwijs, met uitzondering van de verkorte educatieve bachelor in het secundair onderwijs.".
Art. 6. A l'article 10, § 1bis, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 novembre 2007 et 4 septembre 2009, est ajoutée la phrase suivante :
" Ceci s'applique également au bachelor éducatif en enseignement secondaire, à l'exception du bachelor éducatif raccourci en enseignement secondaire. ".
" Ceci s'applique également au bachelor éducatif en enseignement secondaire, à l'exception du bachelor éducatif raccourci en enseignement secondaire. ".
Art. 7. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2019.
De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die voorafgegaan worden door code 1, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2017, met de beperking evenwel dat daaruit tijdens de periode van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2019 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.".
"Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2019.
De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die voorafgegaan worden door code 1, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2017, met de beperking evenwel dat daaruit tijdens de periode van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2019 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.".
Art. 7. L'article 21bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement visés à l'annexe Ire jointe au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2019.
Les titres et échelles de traitement qui sont précédés du code 1, produisent leurs effets le 1er septembre 2017, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2017 au 31 août 2019, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement visés à l'annexe Ire jointe au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2019.
Les titres et échelles de traitement qui sont précédés du code 1, produisent leurs effets le 1er septembre 2017, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2017 au 31 août 2019, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
Art. 8. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, wordt vervangen door bijlage 1, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Art. 8. L'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015, est remplacée par l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.
Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2019.
L'article 1er produit ses effets le 1er septembre 2008.
L'article 1er produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-08-2019, p. 82191)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-08-2019, p. 82191)