Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
8 MEI 2019. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur
Titre
8 MAI 2019. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant exécution du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle
Informations sur le document
Numac: 2019041204
Datum: 2019-05-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019041204
Date: 2019-05-08
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet: het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur;
  2° Administratie: de diensten van de Regering belast met het cultuurbeleid;
  3° Minister: de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid waaronder de betrokken sector ressorteert.
Article 1er. Au sens du présent arrêté, on entend par :
  1° décret : le décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle;
  2° Administration : les services du Gouvernement en charge des politiques culturelles;
  3° Ministre : le Ministre qui a dans ses attributions la matière dont relève le secteur concerné.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van beroepsfederaties
CHAPITRE 2. - De la reconnaissance des fédérations professionnelles
Art. 2. § 1. Zodra dit besluit in werking treedt en vervolgens om de vijf jaar of op enig ogenblik, om te reageren op een gebrek aan vertegenwoordiging in een sector, discipline of beroepsactiviteit, lanceert de minister een oproep tot het indienen van kandidaturen die op de website van de Administratie wordt bekendgemaakt bij de beroepsfederaties die werkzaam zijn op het gebied van het cultuurbeleid met het oog op de erkenning ervan in het kader van het decreet.
  In de openbare oproep tot het indienen van kandidaturen worden de volgende elementen vermeld:
  1° het opschrift en het doel van de oproep;
  2° de duur van de erkenning;
  3° de onverenigbaarheden vermeld in artikel 4 van het decreet;
  4° het adres waarnaar de kandidatuur moet worden gestuurd;
  5° de termijn waarbinnen de kandidatuur moet worden verzonden.
  De beroepsfederatie die om erkenning verzoekt, dient haar verzoek schriftelijk via haar bestuurs- of beheersorgaan in bij de Administratie binnen 60 dagen na de bekendmaking van de oproep op de website van de Administratie. Deze termijn kan worden verkort tot minstens vijftien dagen in geval van en door de minister met redenen omklede hoogdringendheid.
  § 2. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag tot erkenning, onverminderd artikel 120 van het decreet, samen gaan met de volgende documenten:
  1° een afschrift van de statuten van de beroepsfederatie die van kracht zijn op de datum van de aanvraag, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  2° het huishoudelijk reglement van de beroepsfederatie;
  3° een maatschappelijke balans;
  4° het aantal leden van de betrokken sector van de beroepsfederatie alsook een lijst van de rechtspersonen die door de beroepsfederatie worden vertegenwoordigd;
  5° een verslag met een specificatie van de activiteiten die zijn uitgevoerd in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het verzoek is ingediend;
  6° de voorgenomen activiteiten die zijn gepland voor het jaar na de indiening van de erkenningsaanvraag;
  7° de laatste balansen en rekeningen die door de bestuurs- of beheersorganen zijn goedgekeurd en de begroting voor het jaar van de aanvraag, met specifieke vermelding van de eventuele werkingssubsidies waarover de beroepsfederatie beschikt voor de verwezenlijking van haar vertegenwoordigingsactiviteit;
  8° een lijst van de al dan niet bezoldigde personeelsleden die in dienst zijn van de beroepsfederatie;
  9° een verklaring betreffende de materiële middelen waarover de beroepsfederatie beschikt;
  10° een lijst van de overlegraad of -raden waarin zij meent zitting te hebben, met motivering van haar vertegenwoordigingsactiviteit, zoals bepaald in haar statuten;
  11° per bedoelde overlegraad, een lijst van twee vrouwen en twee mannen met een permanent mandaat om haar te vertegenwoordigen, met een bevoegdheid die aangepast is aan de sectorale werkelijkheid en de praktijk.
  § 3. De aanvraag om erkenning wordt door de administratie bevestigd door middel van een ontvangstbewijs met, desgevallend, vermelding van eventuele ontbrekende documenten. De Administratie stuurt deze ontvangstbevestiging binnen 15 dagen na ontvangst van de aanvraag. Ontbrekende documenten worden in het dossier opgenomen indien zij binnen 15 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging van de aanvraag aan de Administratie worden meegedeeld.
  Alleen de volledige aanvraag om erkenning is ontvankelijk.
  § 4. Binnen zestig dagen na het verstrijken van de in de eerste paragraaf, tweede lid, bedoelde termijn, legt de administratie een voorstel voor aan de Minister. Deze termijn kan worden verkort tot ten minste vijftien dagen in geval van een door de minister met redenen omklede hoogdringendheid.
  De Minister beslist over de aanvraag tot erkenning, overeenkomstig de criteria voor erkenning bedoeld in artikel 92, § 1, eerste lid, van het decreet, binnen vijftien dagen na de toezending van het volledige dossier door de Administratie.
  De Minister kan een beroepsfederatie die niet voldoet aan één van de criteria bedoeld in artikel 92, eerste lid, onder 1° en onder 3° tot 8°, erkennen als reactie op een tekort aan vertegenwoordiging in een sector, discipline of beroepsactiviteit.
  § 5. In het erkenningsbesluit wordt vermeld in welke overlegraad(-raden) de erkende beroepsfederatie zitting heeft en of zij daar zitting heeft, hetzij op grond van een opdracht van de overlegraad die rechtstreeks en hoofdzakelijk verband houdt met haar vertegenwoordigingsactiviteit, hetzij op grond van een opdracht van de overlegkamer die onrechtstreeks en subsidiair verband houdt met haar vertegenwoordigingsactiviteit.
  De erkenning heeft uitwerking vanaf de datum van ondertekening van het erkenningsbesluit door de minister voor een verlengbare periode van vijf jaar.
  § 6. Elke erkende beroepsfederatie dient uiterlijk drie maanden na afloop van de bedoelde periode een tweejaarlijks activiteitenverslag in bij de Administratie.
Art. 2. § 1er. Dès l'entrée en vigueur du présent arrêté, et ensuite tous les cinq ans ou à tout moment afin de répondre à une carence de représentation dans un secteur, une discipline ou une activité professionnelle, le Ministre lance un appel à candidatures publié sur le site internet de l'Administration auprès des fédérations professionnelles actives en matière de politiques culturelles en vue de leur reconnaissance dans le cadre du décret.
  L'appel public à candidatures précise les éléments suivants :
  1° l'intitulé et l'objet de l'appel;
  2° la durée de la reconnaissance;
  3° les incompatibilités énoncées à l'article 4 du décret;
  4° l'adresse à laquelle la candidature doit être envoyée;
  5° le délai dans lequel la candidature doit être envoyée.
  La fédération professionnelle qui sollicite sa reconnaissance introduit sa demande par écrit par le biais de son organe d'administration ou de gestion auprès de l'Administration, dans un délai de soixante jours à dater de la publication de l'appel sur le site internet de l'Administration. Ce délai peut être ramené à minimum quinze jours en cas d'urgence motivée par le Ministre.
  § 2. Pour être recevable, sans préjudice de l'article 120 du décret, la demande de reconnaissance doit être accompagnée des documents suivants :
  1° une copie des statuts de la fédération professionnelle en vigueur à la date de la demande, tels que publiés au Moniteur belge;
  2° le règlement d'ordre intérieur de la fédération professionnelle;
  3° un bilan social;
  4° le nombre de membres du secteur concerné de la fédération professionnelle ainsi qu'une liste nominative des personnes morales représentées par la fédération professionnelle;
  5° un rapport précisant les activités développées pendant l'année qui précède l'année de l'introduction de sa demande;
  6° le projet d'activités prévues au cours de l'année qui suit l'introduction de la demande de reconnaissance;
  7° les derniers bilan et comptes approuvés par les organes d'administration ou de gestion et le budget de l'année de la demande, en identifiant spécifiquement les subventions de fonctionnement éventuelles dont dispose la fédération professionnelle dans l'optique de la réalisation de son activité de représentation;
  8° le relevé des membres du personnel, rémunéré ou non, occupé par la fédération professionnelle;
  9° le relevé des moyens matériels dont dispose la fédération professionnelle;
  10° une liste reprenant la ou les chambre(s) de concertation dans laquelle ou lesquelles elle envisage de siéger, avec une justification au regard de son activité de représentation, tel que repris dans ses statuts;
  11° par chambre de concertation concernée, une liste de deux femmes et de deux hommes disposant d'un mandat permanent pour la représenter, et justifiant d'une compétence adaptée à la réalité sectorielle concernée et à la pratique du terrain.
  § 3. La demande de reconnaissance fait l'objet d'un accusé de réception de l'Administration précisant, le cas échéant, les pièces manquantes. L'Administration envoie cet accusé de réception dans les quinze jours de la réception de la demande. Les pièces manquantes sont versées au dossier si elles sont communiquées à l'Administration dans les quinze jours de l'envoi de l'accusé de réception de la demande.
  Seul le dossier de demande de reconnaissance complet est recevable.
  § 4. Dans les soixante jours à dater de l'expiration du délai visé au paragraphe 1er, alinéa 2, l'Administration soumet une proposition au Ministre. Ce délai peut être ramené à minimum quinze jours en cas d'urgence motivée par le Ministre.
  Le Ministre se prononce sur la demande de reconnaissance, au regard des critères de reconnaissance prévus à l'article 92, § 1er, alinéa 1er, du décret, dans les quinze jours à dater de la transmission du dossier complet par l'Administration.
  Le Ministre peut reconnaître une fédération professionnelle qui ne respecte pas l'un ou l'autre des critères visés à l'article 92, alinéa 1er, sous 1° et sous 3° à 8°, afin de répondre à une carence de représentation dans un secteur, une discipline ou une activité professionnelle.
  § 5. L'arrêté de reconnaissance précise la ou les chambre(s) de concertation dans laquelle ou lesquelles la fédération professionnelle reconnue siège ainsi que si elle y siège, soit sur base d'une mission de la chambre de concertation relevant directement et à titre principal de son activité de représentation, soit sur base d'une mission de la chambre de concertation relevant indirectement et à titre subsidiaire de son activité de représentation.
  La reconnaissance prend effet à dater de la signature par le Ministre de l'arrêté de reconnaissance pour une durée de cinq ans, renouvelable.
  § 6. Chaque fédération professionnelle reconnue remet un rapport d'activités bisannuel à l'Administration au plus tard dans les trois mois suivant l'expiration de la période concernée.
Art. 3. § 1. De erkende beroepsfederatie is verplicht de administratie in kennis te stellen van elke wijziging van haar statuten en van elke wijziging inzake inachtneming van de erkenningscriteria bedoeld in artikel 92, § 1, eerste lid, van het decreet.
  De Minister kan de erkenning van een erkende beroepsfederatie die niet voldoet aan deze informatieplicht of niet meer voldoet aan de erkenningscriteria, intrekken.
  De administratie stelt de erkende beroepsfederatie per aangetekende brief in kennis van de vastgestelde tekortkomingen en nodigt haar uit om de vastgestelde tekortkomingen toe te lichten en binnen 60 dagen documenten ter staving van een verklaring of regularisatie over te leggen. De erkende beroepsfederatie kan op haar eigen verzoek binnen deze termijn door de overheid worden gehoord.
  De minister neemt een beslissing tot intrekking van de erkenning binnen 30 dagen na het horen van de erkende beroepsfederatie en uiterlijk binnen 30 dagen na het verstrijken van de in lid 3 bedoelde termijn.
  De intrekking van de erkenning heeft uitwerking met ingang van de datum van kennisgeving door de administratie van het besluit tot intrekking van de erkenning.
  § 2. De Minister kan de erkenning van de erkende beroepsfederatie die gedurende een volledig kalenderjaar aan minder dan drie vierde van de vergaderingen van de overlegraad(-raden) waarin zij zitting heeft, geheel of gedeeltelijk intrekken volgens de procedure bedoeld in de eerste paragraaf.
Art. 3. § 1er. La fédération professionnelle reconnue est tenue d'informer l'Administration de toute modification de ses statuts et de tout changement intervenu quant au respect des critères de reconnaissance visés à l'article 92, § 1er, alinéa 1er, du décret.
  Le Ministre peut retirer la reconnaissance de la fédération professionnelle reconnue qui ne respecte pas cette obligation d'information ou qui ne respecte plus les critères de reconnaissance.
  L'Administration avertit la fédération professionnelle reconnue, par courrier recommandé, et l'invite à s'expliquer de la carence constatée et à transmettre les pièces étayant son éventuelle explication ou régularisation dans un délai de soixante jours. La fédération professionnelle reconnue peut être entendue à sa demande par l'Administration dans ce délai.
  Le Ministre prend la décision de retrait de la reconnaissance dans les trente jours à dater de l'audition de la fédération professionnelle reconnue et au plus tard dans les trente jours à dater de l'expiration du délai visé à l'alinéa 3.
  Le retrait de la reconnaissance prend effet à dater de la notification par l'Administration de l'arrêté de retrait de la reconnaissance.
  § 2. Le Ministre peut retirer, en tout ou partie, la reconnaissance, selon la procédure visée au paragraphe 1er, de la fédération professionnelle reconnue qui a participé, au cours d'une année civile complète, à moins de trois-quarts des réunions de la ou des chambre(s) de concertation dans laquelle ou lesquelles elle siège.
Art. 4. De erkende beroepsfederatie dient de aanvraag tot verlenging van haar erkenning ten minste 120 dagen voor het verstrijken van de lopende erkenning in bij de Administratie. Dit verzoek bevat de bijgewerkte documenten, bedoeld in artikel 2, § 2 en § 6.
  De Minister beslist over de aanvraag tot verlenging binnen 60 dagen na de toezending van het volledige dossier door de administratie.
  De verlenging van de erkenning wordt verleend voor een periode van vijf jaar vanaf het einde van de vorige erkenning.
Art. 4. La fédération professionnelle reconnue introduit la demande de renouvellement de sa reconnaissance auprès de l'Administration, au moins cent-vingt jours avant l'échéance de la reconnaissance en cours. Cette demande comprend les pièces actualisées visées à l'article 2, § 2 et § 6.
  Le Ministre se prononce sur la demande de renouvellement dans les soixante jours à dater de la transmission du dossier complet par l'Administration.
  Le renouvellement de la reconnaissance est octroyé pour une durée de cinq ans commençant à courir au terme de la reconnaissance précédente.
HOOFDSTUK 3. - Benoeming van deskundigen in de adviesorganen
CHAPITRE 3. - De la nomination des experts des organes consultatifs
Art. 5. § 1. De Minister benoemt de deskundigen, de gewone en plaatsvervangende leden, van de adviesorganen:
  1° na de inwerkingtreding van dit decreet en op elk ogenblik ter vervulling van een vacature, de openbare oproep tot kandidaatstelling bedoeld in de artikelen 22, § 2, 30, § 1, 60, § 2, 61, § 2, 89, § 1, en 103 van het decreet, te hebben gelanceerd;
  2° op voorstel van de bedoelde politieke groep, overeenkomstig artikel 22, § 3, van het decreet.
  § 2. De openbare oproep bedoeld in paragraaf 1, 1°, wordt bekendgemaakt op de website van de Administratie.
  § 3. De in het eerste lid, 1°, bedoelde openbare oproep vermeldt de volgende elementen:
  1° het opschrift en het doel van het mandaat; °
  2° de ambtstermijn;
  3° de onverenigbaarheden als bedoeld in artikel 4 van het decreet;
  4° het adres waarnaar de kandidatuur moet worden gestuurd;
  5° de termijn waarbinnen de kandidatuur moet worden verzonden;
  6° het feit dat de kandidaat een document moet ondertekenen waarin hij verklaart dat hij het huishoudelijk reglement heeft gelezen;
  7° voor adviescommissies: de verschillende sectoren of disciplines waarin de kandidaat waarschijnlijk zitting zal hebben.
  § 4. Het kandidatuurformulier met betrekking tot de openbare oproep bedoeld in het eerste lid, 1°, moet:
  a) de motivatie van de kandidaat om zitting te nemen binnen het adviesorgaan met redenen omkleden;
  b) het (de) adviesorgaan(s) en het (de) deskundigheidsgebied(en) waarvoor de kandidaat een aanvraag indient, in voorkomend geval in volgorde van prioriteit vermelden;
  c) aangeven of het om een mandaat voor werkend lid, plaatsvervanger of beide gaat;
  d) samen gaan met het curriculum vitae van de kandidaat;
  e) de bekwaamheid of beroepservaring van de kandidaat op het gebied van het cultuurbeleid rechtvaardigen;
  f) indien het een raadgevend comité betreft, de volgorde van voorkeur van de kandidaat met betrekking tot de sectoren of disciplines waarop deze adviescommissie betrekking heeft, vermelden;
  g) in voorkomend geval, de naam vermelden van de andere kandidaat waarmee de kandidaat van plan is om als duo te zetelen; in dat geval wordt in de kandidaatstelling vermeld of de profielen, indien een van de twee kandidaten weigert en in een later stadium, afzonderlijk mogen worden behandeld.
  Een sollicitatie als duo kan gezamenlijk worden ingediend door twee kandidaten.
  § 5. Voor de adviescommissies wordt aan het einde van ieder mandaat van drie jaar ten minste een derde van de leden van elke adviescommissie vervangen door de Minister, overeenkomstig artikel 61, § 2, van het decreet en de nadere regels bedoeld in de tweede tot en met vierde paragraaf.
Art. 5. § 1er. Le Ministre nomme les experts, membres effectifs et suppléants, des organes consultatifs :
  1° après avoir lancé, dès l'entrée en vigueur du présent arrêté et à tout moment pour pallier un poste vacant, l'appel public à candidatures prescrit aux articles 22, § 2, 30, § 1er, 60, § 2, 61, § 2, 89, § 1er, et 103 du décret;
  2° sur proposition du groupe politique concerné, conformément à l'article 22, § 3, du décret.
  § 2. L'appel public visé au paragraphe 1er, 1°, est publié sur le site Internet de l'Administration.
  § 3. L'appel public visé au paragraphe 1er, 1°, précise les éléments suivants :
  1° l'intitulé et l'objet du mandat;
  2° la durée du mandat;
  3° les incompatibilités énoncées à l'article 4 du décret;
  4° l'adresse à laquelle la candidature doit être envoyée;
  5° le délai dans lequel la candidature doit être envoyée;
  6° le fait que le candidat devra signer un document par lequel il attestera avoir pris connaissance du règlement d'ordre intérieur;
  7° pour les commissions d'avis, les différents secteurs ou disciplines dans lesquels le candidat est susceptible de siéger.
  § 4. L'acte de candidature relatif à l'appel public visé au paragraphe 1er, 1°, doit :
  a) justifier la motivation du candidat à siéger au sein de l'organe consultatif;
  b) indiquer le ou les organe(s) consultatif(s) et le ou les domaine(s) d'expertise pour le(s)quel(s) le candidat postule, le cas échéant selon un ordre de priorité;
  c) indiquer s'il porte sur un mandat d'effectif, de suppléant, ou l'un ou l'autre;
  d) être accompagné du curriculum vitae du candidat;
  e) justifier la compétence ou l'expérience professionnelle du candidat en matière de politiques culturelles;
  f) s'il porte sur une commission d'avis, indiquer l'ordre de préférence du candidat quant aux secteurs ou disciplines relevant de cette commission d'avis;
  g) le cas échéant, indiquer le nom de l'autre candidat avec lequel le candidat envisage de siéger en binôme; dans ce cas, la candidature précise si les profils peuvent, en cas de refus de l'un des deux candidats et dans un second temps, être traités distinctement.
  Une candidature en binôme peut être introduite conjointement par deux candidats.
  § 5. Pour les commissions d'avis, à la fin de chaque mandat de trois ans, au moins un tiers des membres de chaque commission d'avis est remplacé par le Ministre, conformément à l'article 61, § 2, du décret et selon les modalités visées aux paragraphes 2 à 4.
Art. 6. De kandidaturen met betrekking tot de openbare oproep bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, moeten binnen zestig dagen na de bekendmaking van de oproep op de website van de Administratie aan de Administratie worden gericht. Deze termijn kan worden verkort tot minimum vijftien dagen in geval van een door de minister met redenen omklede hoogdringendheid.
  Zij worden door de Administratie bevestigd door middel van een ontvangstbewijs met vermelding van eventuele ontbrekende documenten. De Administratie zendt deze bevestiging binnen vijftien dagen na ontvangst van de kandidatuur toe. Ontbrekende documenten worden in het dossier opgenomen indien zij binnen vijftien dagen na verzending van de ontvangstbevestiging van de kandidatuur aan de Administratie worden meegedeeld.
  Alleen het volledige aanvraagdossier is ontvankelijk.
Art. 6. Les candidatures relatives à l'appel public visé à l'article 5, § 1er, 1°, sont adressées à l'Administration, dans un délai de soixante jours à dater de la publication de l'appel sur le site internet de l'Administration. Ce délai peut être ramené à minimum quinze jours en cas d'urgence motivée par le Ministre.
  Elles font l'objet d'un accusé de réception de l'Administration précisant, le cas échéant, les pièces manquantes. L'Administration envoie cet accusé dans les quinze jours de la réception de la candidature. Les pièces manquantes sont versées au dossier si elles sont communiquées à l'Administration dans les quinze jours de l'envoi de l'accusé de réception de la candidature.
  Seul le dossier de candidature complet est recevable.
Art. 7. § 1. Binnen zestig dagen na het verstrijken van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde termijn en zodra de beroepsfederaties zijn erkend wat betreft de eerste openbare oproep tot het indienen van kandidaturen, wint de Administratie, na een voorafgaande vergelijking van de kwalificaties en verdiensten van de kandidaten, die aan de minister zijn meegedeeld, het advies in van de erkende beroepsfederaties met betrekking tot deze vergelijking. Deze termijn kan worden verkort tot minimum vijftien dagen in geval van een door de minister met redenen omklede hoogdringendheid.
  § 2. Binnen twintig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag zenden de geraadpleegde erkende beroepsfederaties hun advies aan de minister en de administratie over.
  Het advies van de erkende beroepsfederaties heeft betrekking op de relevantie en het algemene evenwicht van de deskundigheid en de profielen die uit de ontvangen kandidaturen voortvloeien, zonder een bepaalde kandidatuur af te wijzen of te ondersteunen.
  De erkende beroepsfederaties brengen advies uit over de samenstelling:
  1° van de Hoge Raad voor Cultuur;
  2° de raad van beroep;
  3° de raadgevende comités, alleen voor erkende beroepsfederaties die zitting hebben in een overlegraad in dezelfde sector als de betrokken adviescommissie.
  § 3. Binnen twintig dagen na het verstrijken van de in paragraaf 2, eerste alinea, bedoelde termijn zendt de Administratie aan de Minister een definitief met redenen omkleed voorstel over, met inbegrip van een vergelijking van de kwalificaties en verdiensten van de kandidaten en het advies van de erkende beroepsfederaties over de relevantie en het evenwicht van de deskundigheid en de profielen.
Art. 7. § 1er. Dans les soixante jours à dater de l'expiration du délai visé à l'article 6, alinéa 1er, et dès la reconnaissance des fédérations professionnelles pour ce qui concerne le 1er appel public à candidatures, l'Administration, après avoir réalisé une comparaison des titres et mérites des candidats, communiquée préalablement au Ministre, sollicite l'avis des fédérations professionnelles reconnues au regard de cette comparaison. Ce délai peut être ramené à minimum quinze jours en cas d'urgence motivée par le Ministre.
  § 2. Dans les vingt jours à dater de la réception de la demande d'avis, les fédérations professionnelles reconnues consultées transmettent au Ministre et à l'Administration leur avis.
  L'avis des fédérations professionnelles reconnues porte sur la pertinence et l'équilibre général des expertises et des profils issus des candidatures reçues, sans récuser ou soutenir une candidature particulière.
  Les fédérations professionnelles reconnues remettent leur avis à l'égard de la composition :
  1° du Conseil supérieur de la Culture;
  2° de la Chambre de recours;
  3° des commissions d'avis, uniquement pour les fédérations professionnelles reconnues qui siègent dans une chambre de concertation relevant du même secteur que la commission d'avis concernée.
  § 3. Dans les vingt jours à dater de l'expiration du délai visé au paragraphe 2, alinéa 1er, l'Administration transmet au Ministre une proposition motivée définitive, incluant la comparaison des titres et mérites des candidats ainsi que l'avis des fédérations professionnelles reconnues quant à la pertinence et l'équilibre des expertises et des profils.
Art. 8. De Minister benoemt de deskundigen van de adviesorganen, in het kader van de openbare oproep bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum waarop het volledige dossier door de Administratie wordt doorgezonden.
Art. 8. Le Ministre nomme les experts des organes consultatifs, dans le cadre de l'appel public visé à l'article 5, § 1er, 1°, dans un délai de quinze jours à dater de la transmission du dossier complet par l'Administration.
Art. 9. In geval van overbelasting inzake werkzaamheden, die met redenen omkleed en gekwantificeerd wordt door een adviescommissie, kan de Minister eenmalig en voor een bepaalde periode, na raadpleging van de Inspectie van Financiën en de Minister van Begroting, plaatsvervangende leden van de adviescommissie aanstellen voor een werkbijeenkomst van die adviescommissie, in de hoedanigheid van gewoon lid.
Art. 9. En cas de surcharge de travail motivée et quantifiée par une commission d'avis, le Ministre peut affecter ponctuellement et pour une période déterminée, après avis de l'Inspection des finances et du Ministre du Budget, des membres suppléants de la commission d'avis à une session de travail de cette commission d'avis, en tant que membres effectifs.
HOOFDSTUK 4. - Vergoedingen voor deskundigen van de adviesorganen en derden die worden gehoord of geraadpleegd
CHAPITRE 4. - Des indemnités des experts des organes consultatifs et des tiers auditionnés ou consultés
Art. 10. § 1. De deskundigen van de adviesorganen, die stemgerechtigd zijn, ontvangen de volgende vergoedingen:
  1° een vergoeding van vijftig euro per halve dag effectieve deelname aan een vergadering, jaarlijks geïndexeerd volgens de verhouding tussen het gezondheidsindexcijfer voor januari van het lopende jaar en dat voor januari van het jaar waarin het decreet in werking treedt;
  2° een vergoeding voor de reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van de vergadering, voor vergaderingen in het kader van de opstelling van een verslag of voor elke andere taak van de adviesorganen bij de uitvoering van hun opdrachten, die wordt toegekend overeenkomstig de geldende regelgeving voor personeelsleden van rang 12 van het Ministerie van de Franse Gemeenschap en waarvan het maximumbedrag overeenkomt met de kosten van een treinkaartje eerste klasse, zonder dat dit bedrag hoger mag zijn dan de werkelijk gemaakte kosten.
  § 2. De Administratie kent jaarlijks een aanvullend budget van maximaal 10.000 euro toe aan de zeven adviescommissies en de Raad van Beroep, overeenkomstig de procedures bepaald in hun huishoudelijk reglement:
  1° hun leden een leesvergoeding toekennen die niet meer bedraagt dan het dubbele van het bedrag van de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, 1°, per dossier of per vergadering;
  2° hun leden een vergoeding voor een werkbezoek toekennen die niet hoger is dan de waarde van de in de eerste paragraaf, 1°, bedoelde vergoeding;
  3° om derden te vergoeden die zijn gehoord of geraadpleegd en waarvan het bedrag niet meer dan driemaal de in paragraaf 1, 1°, bedoelde vergoeding mag bedragen.
  De Minister kan, na raadpleging van de Inspectie van Financiën en de Minister van Begroting, het jaarlijkse maximumbedrag van de in lid 1 bedoelde vergoedingen verhogen of verlagen op basis van een met redenen omkleed en gekwantificeerd voorstel van de aanvragende administratie of het aanvragende adviesorgaan en een vergelijkende analyse door de administratie van de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de dossiers, het aantal vergaderingen en de behoeften van de andere adviesorganen. De Administratie controleert en evalueert deze afwijking regelmatig om de twee jaar.
  § 3. Er wordt jaarlijks door de Administratie aan de Hoge Raad voor Cultuur, de Raad voor de Franse taal, de regionale endogene talen en het taalbeleid en de zeven overlegraden een maximumbudget van 1.100 euro voor elk van deze adviesorganen om:
  1° hun leden een leesvergoeding toe te kennen die niet meer bedraagt dan het dubbele van het bedrag van de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, 1°, per dossier of per vergadering;
  2° hun leden een vergoeding voor een werkbezoek toe te kennen die niet hoger is dan de waarde van de in paragraaf 1, 1°, bedoelde vergoeding;
  3° om derden te vergoeden die zijn gehoord of geraadpleegd en waarvan het bedrag niet meer dan driemaal de in paragraaf 1, 1°, bedoelde vergoeding mag bedragen.
  De Minister kan, na raadpleging van de Inspectie van Financiën en de Minister van Begroting, het jaarlijkse maximumbedrag van de in lid 1 bedoelde vergoedingen verhogen of verlagen op basis van een met redenen omkleed en gekwantificeerd voorstel van de aanvragende administratie of het aanvragende adviesorgaan en een vergelijkende analyse door de administratie van de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de dossiers, het aantal vergaderingen en de behoeften van de andere adviesorganen. De Administratie controleert en evalueert deze afwijking regelmatig om de twee jaar.
  § 4. De in de leden 2 en 3 bedoelde vergoedingen worden betaald door de Administratie, onder voorbehoud van administratieve en budgettaire controle, op basis van de volgende regels:
  1° de betaling van de vergoedingen geschiedt op basis van de aanwezigheidslijst, naar behoren gedateerd en ondertekend, die aan het einde van elke vergadering wordt opgesteld of, wat betreft de betaling van de vergoedingen voor het lezen, in voorkomend geval, op basis van een gedetailleerde schriftelijke bijdrage die aan het secretariaat van het adviesorgaan wordt toegezonden;
  2° de administratie behoudt zich het recht voor om de leden te vragen het bewijs te leveren wanneer zij dit nodig acht;
  3° leden met een preferentieel tarief voor het openbaar vervoer zijn verplicht dit aan de administratie te melden;
  4° leden die door een derde partij voor hun reiskosten worden vergoed, kunnen geen dubbele reiskostenvergoeding krijgen;
  5° de opstelling van een factuur en een schriftelijke en gemotiveerde rechtvaardiging die vooraf aan de Administratie ter goedkeuring van de aan een derde te betalen schadevergoeding is meegedeeld;
  6° de administratie controleert regelmatig de naleving van de plafonds en de eventuele afwijkingen.
Art. 10. § 1er. Les experts des organes consultatifs, qui siègent avec voix délibérative, reçoivent les indemnités suivantes :
  1° une indemnité de cinquante euros par demi-journée de participation effective à une réunion, indexée annuellement en fonction du rapport entre l'indice santé du mois de janvier de l'année en cours et celui du mois de janvier de l'année d'entrée en vigueur du décret;
  2° une indemnité pour les frais de parcours entre le domicile et le lieu de réunion, pour les rencontres effectuées à l'occasion de l'établissement d'un rapport ou pour toute autre tâche prévue par les organes consultatifs pour mener à bien leur mission, allouée conformément à la réglementation en vigueur pour les membres du personnel de rang 12 du Ministère de la Communauté française et dont le montant maximum de l'indemnité correspond au coût d'un billet de chemin de fer en première classe, sans pouvoir dépasser les frais réellement engagés.
  § 2. Il est affecté par l'Administration, annuellement, auprès des sept commissions d'avis et de la Chambre de recours, selon les modalités prévues dans leur règlement d'ordre intérieur, un budget complémentaire, plafonné à 10.000 euros :
  1° pour octroyer à leurs membres une indemnité de lecture ne pouvant pas dépasser le double de la valeur de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1°, par dossier ou par réunion;
  2° pour octroyer à leurs membres une indemnité relative à une visite de travail ne pouvant pas dépasser la valeur de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1° ;
  3° pour indemniser les tiers auditionnés ou consultés, dont le montant ne peut dépasser par audition ou consultation le triple de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1°.
  Le Ministre peut augmenter ou réduire le plafond annuel des indemnités visées à l'alinéa 1er, après avis de l'Inspection des finances et du Ministre du Budget, sur base d'une proposition motivée et quantifiée de l'Administration ou de l'organe consultatif demandeur et d'une analyse comparative de l'Administration au regard du temps de préparation nécessaire des dossiers, du nombre de réunions et des besoins des autres organes consultatifs. L'Administration contrôle régulièrement et évalue bisannuellement cette dérogation.
  § 3. Il est affecté par l'Administration, annuellement, auprès du Conseil supérieur de la Culture, du Conseil de la Langue française, des Langues régionales endogènes et des Politiques linguistiques et des sept chambres de concertation, un budget, plafonné à 1.100 euros, pour chacun de ces organes consultatifs :
  1° pour octroyer à leurs membres une indemnité de lecture ne pouvant pas dépasser le double de la valeur de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1°, par dossier ou par réunion;
  2° pour octroyer à leurs membres une indemnité relative à une visite de travail ne pouvant pas dépasser la valeur de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1° ;
  3° pour indemniser les tiers auditionnés ou consultés, dont le montant ne peut dépasser par audition ou consultation le triple de l'indemnité visée au paragraphe 1er, 1°.
  Le Ministre peut augmenter ou réduire le plafond annuel des indemnités visées à l'alinéa 1er, après avis de l'Inspection des finances et du Ministre du Budget, sur base d'une proposition motivée et quantifiée de l'Administration ou de l'organe consultatif demandeur et d'une analyse comparative de l'Administration au regard du temps de préparation nécessaire des dossiers, du nombre de réunions et des besoins des autres organes consultatifs. L'Administration contrôle régulièrement et évalue bisannuellement cette dérogation.
  § 4. Les indemnités visées aux paragraphes 2 et 3 sont versées par l'Administration, sous réserve du contrôle administratif et budgétaire, sur base des règles suivantes :
  1° le versement des indemnités se base sur la liste des présences, dûment datée et signée, établie à la fin de chaque réunion ou, concernant le versement des indemnités de lecture, le cas échéant, sur base de l'envoi d'une contribution écrite circonstanciée au secrétariat de l'organe consultatif;
  2° l'Administration se réserve le droit de demander aux membres de communiquer un justificatif quand elle l'estime nécessaire;
  3° les membres disposant d'un tarif préférentiel pour les transports en commun sont tenus de le signaler auprès de l'Administration;
  4° les membres qui bénéficient d'une prise en charge de leurs frais de déplacement par un tiers ne peuvent se voir octroyer un double remboursement des frais de déplacement;
  5° l'établissement d'une facture et d'une justification écrite et motivée préalablement communiquée pour accord à l'Administration pour les indemnités à verser à un tiers;
  6° l'Administration contrôle régulièrement le respect des plafonds et de ses éventuelles dérogations.
HOOFDSTUK 5. - Subsidies van erkende beroepsfederaties
CHAPITRE 5. - Des subventions des fédérations professionnelles reconnues
Art. 11. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Minister jaarlijks aan de erkende beroepsfederatie een forfaitaire exploitatiesubsidie op basis van de categorie waarin zij is ingedeeld.
  De subsidie wordt toegekend vanaf het kalenderjaar waarin de Minister zijn erkenningsbeslissing heeft meegedeeld.
Art. 11. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Ministre octroie annuellement à la fédération professionnelle reconnue une subvention forfaitaire de fonctionnement sur base de la catégorie dans laquelle elle est classée.
  La subvention est allouée à partir de l'année civile au cours de laquelle le Ministre a notifié sa décision de reconnaissance.
Art. 12. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, en op een met redenen omkleed voorstel van de Administratie, met inachtneming van, onder andere, het aantal overlegraden waarin de erkende beroepsfederatie is gevestigd, de hoogte van de uitgaven die de erkende beroepsfederatie heeft gedaan om haar basiswerking te waarborgen met het oog op de verwezenlijking van haar vertegenwoordigingsactiviteit, de exploitatiesubsidies die de beroepsfederatie ter beschikking staan om haar vertegenwoordigingsactiviteit uit te oefenen en, in voorkomend geval, de mate van belang van het tekort aan vertegenwoordiging van een sector, discipline of beroepsactiviteit, wordt de schaal van de forfaitaire exploitatiesubsidies die verband houden met de in artikel 94, § 3, van het decreet opgesomde categorieën, als volgt vastgesteld:
  1° in categorie 1: van 500 tot 5.000 euro;
  2° in categorie 2: van 5.000 tot 50.000 euro;
  3° in categorie 3: van 25.000 tot 50.000 euro.
  § 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten worden de door de Minister toegekende subsidies jaarlijks geïndexeerd volgens de verhouding tussen het gezondheidsindexcijfer voor de maand januari van het lopende jaar en dat voor de maand januari van het jaar waarin de erkenning of de verlenging wordt toegekend.
Art. 12. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, et sur proposition motivée de l'Administration au regard, notamment, du nombre de chambres de concertation dans laquelle la fédération professionnelle reconnue siège, de l'importance des dépenses exposées par la fédération professionnelle reconnue pour assurer son fonctionnement de base dans l'optique de la réalisation de son activité de représentation, des subventions de fonctionnement éventuelles dont dispose la fédération professionnelle dans l'optique de la réalisation de son activité de représentation et, le cas échéant, du degré d'importance de la carence de représentation d'un secteur, d'une discipline ou d'une activité professionnelle, l'échelle des subventions forfaitaires de fonctionnement liées aux catégories énumérées à l'article 94, § 3, du décret est arrêtée de la manière suivante :
  1° en catégorie 1 : de 500 à 5.000 euros;
  2° en catégorie 2 : de 5.000 à 50.000 euros;
  3° en catégorie 3 : de 25.000 à 50.000 euros.
  § 2. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les subventions allouées par le Ministre sont indexées annuellement en fonction du rapport entre l'indice santé du mois de janvier de l'année en cours et celui du mois de janvier de l'année d'octroi de la reconnaissance ou de son renouvellement.
HOOFDSTUK 6. - De beroepsprocedure
CHAPITRE 6. - De la procédure de recours
Art. 13. Er wordt een administratief beroep georganiseerd bij de Minister overeenkomstig de beginselen van artikel 96, § 1 en § 2, van het decreet.
Art. 13. Un recours administratif est organisé auprès du Ministre conformément aux principes figurant à l'article 96, § 1er et § 2, du décret.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 14. De Minister erkent na het verstrijken van de procedure bedoeld in artikel 2, de erkende representatieve organisaties bedoeld in artikel 120 van het Decreet, als beroepsfederaties.
Art. 14. Le Ministre reconnaît en tant que fédérations professionnelles, à l'expiration de la procédure visée à l'article 2, les organisations représentatives agréées visées à l'article 120 du Décret.
Art. 15. De Minister die Cultuur in zijn bevoegdheden heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre ayant la Culture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.