Artikel 1. Voor de toepassing van dit bijzonder decreet wordt verstaan onder:
1 ° "door de Gemeenschap georganiseerd onderwijs": elk door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, het afstandsonderwijs [2 ...]2 [2 , de examencommissies van de Franse Gemeenschap en het onderwijs georganiseerd door de Hulpverlening aan de Jeugd]2;
2 °[3 ...]3
3 ° "wet van 29 mei 1959": wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
4. "doorzichtigheidsdecreet" [1 decreet van 4 oktober 2023 betreffende het bestuur, de transparantie, de autonomie en de controle in verband met de instellingen, de maatschappijen voor schoolgebouwen en de maatschappijen voor vermogensbeheer die onder de Franse Gemeenschap ressorteren]1;
5 ° [4 instelling, in de zin van artikel 24 van de Grondwet, van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap bedoeld in 1°, met inbegrip van de gemeenschappelijke structuren, daaraan verbonden of gehecht, evenals in het bijzonder technische centra, opleidingscentra en recreatie- en openluchtcentra]4.
Voor een goede leesbaarheid van dit bijzonder decreet is het gebruik van mannelijke namen voor de verschillende bekwaamheidsbewijzen en ambten gemeenslachtig, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 FEBRUARI 2019. - Bijzonder decreet tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-03-2019 en tekstbijwerking tot 25-08-2025)
Titre
7 FEVRIER 2019. - Décret spécial portant création de l'organisme public chargé de la fonction de Pouvoir organisateur de l'Enseignement organisé par la Communauté française(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-03-2019 et mise à jour au 25-08-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN
TITEL II. - DE ORGANISATIE VAN WBE
HOOFDSTUK I. [1 Centrale diensten ]1
Afdeling I. - De WBE-Raad
Onderafdeling I. - Samenstelling
Onderafdeling II. - Statuut van de bestuurders
Onderafdeling III. - Competenties
Onderafdeling IV. - Werking
Afdeling II. - De WBE-algemeen bestuurder
Onderafdeling I. - Statuut van de WBE-algemeen ...
Onderafdeling II. - Competenties
Afdeling III. - Directeuren-generaal en directi...
Onderafdeling I. - Directeuren-generaal
Onderafdeling II. - Het directiecomité
HOOFDSTUK II.
Afdeling I.
Afdeling II.
Onderafdeling I.
Onderafdeling II.
Afdeling III.
HOOFDSTUK III.
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - HET CENTRAAL OVERLEGCOMI...
HOOFDSTUK IV. - HET PERSONEEL VAN WBE
HOOFDSTUK V. - BEHEERSOVEREENKOMST
HOOFDSTUK VI. - MIDDELEN EN FINANCIEEL BEHEER
TITEL III. - DE INSTELLINGEN
TITEL IV. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITEL V. - SLOTBEPALINGEN
TITEL VI. - OVERGANGSBEPALINGEN
Table des matières
TITRE Ier. - DISPOSITIONS GENERALES
TITRE II. - L'ORGANISATION DE WBE
CHAPITRE Ier. [1 Les services centraux ]1
Section Ire. - Le Conseil WBE
Sous-section Ire. - Composition
Sous-section II. - Statut des administrateurs
Sous-section III. - Compétences
Sous-section IV. - Fonctionnement
Section II. - L'Administrateur général WBE
Sous-section Ire. - Statut de l'administrateur ...
Sous-section II. - Compétences
Section III. - Les directeurs généraux et le co...
Sous-section Ire. - Les directeurs généraux
Sous-section II. - Le comité de direction
CHAPITRE II.
Section Ire.
Section II.
Sous-section Ire.
Sous-section II.
Section III.
CHAPITRE III.
CHAPITRE IIIbis. [1 - LE COMITÉ DE CONCERTATION...
CHAPITRE IV. - LE PERSONNEL DE L'ORGANISME WBE
CHAPITRE V. - CONTRAT DE GESTION
CHAPITRE VI. - LES MOYENS ET LA GESTION FINANCIERE
TITRE III. - LES ETABLISSEMENTS
TITRE IV. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITRE V. - DISPOSITIONS FINALES
TITRE VI. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES
Tekst (114)
Texte (114)
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN
TITRE Ier. - DISPOSITIONS GENERALES
Article 1er. Pour l'application du présent décret spécial, il faut entendre par :
1° " enseignement organisé par la Communauté " : tout l'enseignement organisé par la Communauté française, excepté l'enseignement universitaire, l'enseignement à distance [2 ...]2 [2 , les jurys de la Communauté française et l'enseignement organisé par l'Aide à la jeunesse ]2;
2° [3 ...]3
3° " loi du 29 mai 1959 " : loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement ;
4° " décret transparence " : [1 décret du 4 octobre 2023 relatif à la gouvernance, à la transparence, à l'autonomie et au contrôle des organismes, des sociétés de bâtiments scolaires et des sociétés de gestion patrimoniale qui dépendent de la Communauté française]1 ;
5° [4 établissement, au sens de l`article 24 de la Constitution, d'enseignement organisé par la Communauté visé au 1° en ce compris les structures communes, attachées ou annexées à ceux-ci ainsi que notamment les centres techniques, les centres de formation et les centre de dépaysement et de plein air]4.
L'emploi dans le présent décret spécial des noms masculins pour les différents titres et fonctions est épicène en vue d'assurer la lisibilité du texte nonobstant les dispositions du décret du 21 juin 1993 relatif à la féminisation des noms de métier.
1° " enseignement organisé par la Communauté " : tout l'enseignement organisé par la Communauté française, excepté l'enseignement universitaire, l'enseignement à distance [2 ...]2 [2 , les jurys de la Communauté française et l'enseignement organisé par l'Aide à la jeunesse ]2;
2° [3 ...]3
3° " loi du 29 mai 1959 " : loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement ;
4° " décret transparence " : [1 décret du 4 octobre 2023 relatif à la gouvernance, à la transparence, à l'autonomie et au contrôle des organismes, des sociétés de bâtiments scolaires et des sociétés de gestion patrimoniale qui dépendent de la Communauté française]1 ;
5° [4 établissement, au sens de l`article 24 de la Constitution, d'enseignement organisé par la Communauté visé au 1° en ce compris les structures communes, attachées ou annexées à ceux-ci ainsi que notamment les centres techniques, les centres de formation et les centre de dépaysement et de plein air]4.
L'emploi dans le présent décret spécial des noms masculins pour les différents titres et fonctions est épicène en vue d'assurer la lisibilité du texte nonobstant les dispositions du décret du 21 juin 1993 relatif à la féminisation des noms de métier.
Art. 2. § 1. Er wordt bij de Regering een overheidsinstelling opgericht met rechtspersoonlijkheid onder de benaming "Wallonie[1 - ]1 Bruxelles Enseignement", hierna afgekort tot "WBE".
WBE is de autonome overheidsinstelling waaraan de Franse Gemeenschap, als inrichtende macht van het onderwijs, de in dit decreet in overeenstemming met artikel 24 § 2 van de Grondwet bedoelde competenties delegeert.
Zij oefent haar bevoegdheden uit in overeenstemming met de decreten van toepassing op haar in haar hoedanigheid van inrichtende macht, waaronder de bevoegdheden die, in de wetten, decreten en verordeningen aangenomen vóór de inwerkingtreding van dit decreet en die niet aangepast werden rekening houdend met dit decreet, toegeschreven worden aan de Regering, de bevoegde minister of ambtenaren van de diensten van de Regering in het kader van de competenties van de inrichtende macht.
Zij bezit alle voorrechten en toeschrijvingen van een inrichtende macht, noodzakelijk of nuttig voor de uitoefening van haar opdrachten. Ze kan inzonderheid andere rechtspersonen samenstellen of participaties nemen in kapitaal als ze nuttig zijn voor de uitoefening van haar opdrachten als inrichtende macht.
§ 2.[1 ...]1
WBE is de autonome overheidsinstelling waaraan de Franse Gemeenschap, als inrichtende macht van het onderwijs, de in dit decreet in overeenstemming met artikel 24 § 2 van de Grondwet bedoelde competenties delegeert.
Zij oefent haar bevoegdheden uit in overeenstemming met de decreten van toepassing op haar in haar hoedanigheid van inrichtende macht, waaronder de bevoegdheden die, in de wetten, decreten en verordeningen aangenomen vóór de inwerkingtreding van dit decreet en die niet aangepast werden rekening houdend met dit decreet, toegeschreven worden aan de Regering, de bevoegde minister of ambtenaren van de diensten van de Regering in het kader van de competenties van de inrichtende macht.
Zij bezit alle voorrechten en toeschrijvingen van een inrichtende macht, noodzakelijk of nuttig voor de uitoefening van haar opdrachten. Ze kan inzonderheid andere rechtspersonen samenstellen of participaties nemen in kapitaal als ze nuttig zijn voor de uitoefening van haar opdrachten als inrichtende macht.
§ 2.[1 ...]1
Modifications
Art. 2. § 1er. Il est créé, auprès du Gouvernement, un organisme public doté de la personnalité juridique, sous la dénomination " Wallonie [1 -]1Bruxelles Enseignement ", ci-après en abrégé " WBE ".
WBE est l'organisme public autonome auquel la Communauté française délègue, en tant que pouvoir organisateur de l'enseignement, les compétences visées au présent décret, conformément à l'article 24, § 2, de la Constitution.
Il exerce ses compétences dans le respect des décrets qui lui sont applicables en sa qualité de pouvoir organisateur, notamment celles qui, dans les lois, décrets et règlements adoptés avant l'entrée en vigueur du présent décret et qui n'auraient pas été adaptés en tenant compte du présent décret, sont attribuées au Gouvernement, au ministre compétent ou aux agents des services du Gouvernement au titre des compétences de pouvoir organisateur.
Il possède toutes les prérogatives et attributions d'un pouvoir organisateur, nécessaires ou utiles à l'exercice de ses missions. Il peut notamment constituer d'autres personnes morales ou prendre des participations en capital si elles sont utiles à l'exercice de ses missions de pouvoir organisateur.
§ 2.[1 ...]1
WBE est l'organisme public autonome auquel la Communauté française délègue, en tant que pouvoir organisateur de l'enseignement, les compétences visées au présent décret, conformément à l'article 24, § 2, de la Constitution.
Il exerce ses compétences dans le respect des décrets qui lui sont applicables en sa qualité de pouvoir organisateur, notamment celles qui, dans les lois, décrets et règlements adoptés avant l'entrée en vigueur du présent décret et qui n'auraient pas été adaptés en tenant compte du présent décret, sont attribuées au Gouvernement, au ministre compétent ou aux agents des services du Gouvernement au titre des compétences de pouvoir organisateur.
Il possède toutes les prérogatives et attributions d'un pouvoir organisateur, nécessaires ou utiles à l'exercice de ses missions. Il peut notamment constituer d'autres personnes morales ou prendre des participations en capital si elles sont utiles à l'exercice de ses missions de pouvoir organisateur.
§ 2.[1 ...]1
Modifications
Art. 3. Tenzij dit bijzondere decreet daarvan afwijkt, is het doorzichtigheidsdecreet op WBE van toepassing.
Art. 3. A moins que le présent décret spécial n'y déroge le décret transparence est applicable à WBE.
Art. 4. De administratieve niveaus van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap zijn:
1 °[1 De Centrale diensten]1
2 ° inrichtingen.
[1 De centrale diensten zijn gedecentraliseerd georganiseerd ]1.
1 °[1 De Centrale diensten]1
2 ° inrichtingen.
[1 De centrale diensten zijn gedecentraliseerd georganiseerd ]1.
Modifications
Art. 4. Les niveaux administratifs de l'enseignement organisé par la Communauté sont :
1° [1 Les services centraux]1
2° les établissements.
[1 Les services centraux sont organisés de manière déconcentrée]1.
1° [1 Les services centraux]1
2° les établissements.
[1 Les services centraux sont organisés de manière déconcentrée]1.
Modifications
TITEL II. - DE ORGANISATIE VAN WBE
TITRE II. - L'ORGANISATION DE WBE
HOOFDSTUK I. [1 Centrale diensten ]1
CHAPITRE Ier. [1 Les services centraux ]1
Afdeling I. - De WBE-Raad
Section Ire. - Le Conseil WBE
Onderafdeling I. - Samenstelling
Sous-section Ire. - Composition
Art. 5. [1 De WBE-Raad bestaat uit zestien bestuurders die door het Parlement worden aangesteld voor de duur van de zittingsperiode.
De WBE-Raad telt ten minste één derde van de leden van elk geslacht.
De bestuurders van de WBE-Raad worden aangesteld via het systeem van de evenredige vertegenwoordiging door erkende politieke fracties die in het Parlement worden vertegenwoordigd volgens de D'Hondt-methode en uit personen die hun burgerlijke en politieke rechten genieten, de juiste diploma's of vaardigheden hebben, van de hoogste integriteit zijn en kennis hebben van het openbaar beheer. Zij worden gekozen op basis van hun aanvullende vaardigheden en kennis van verschillende soorten onderwijs.
Ten minste vier van de aangestelde bestuurders wonen in het grondgebied van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en ten minste acht in het grondgebied van het Frans taalgebied.
Als een van de erkende politieke fracties die in het Parlement vertegenwoordigd zijn, geen bestuurder aangesteld in de WBE-Raad heeft, wordt deze vertegenwoordigd door een bestuurder met raadgevende stem die door het Parlement wordt aangesteld. Deze bestuurder is niet betrokken bij de berekening van de verschillende quorums of samenstellingsvoorwaarden van de WBE-Raad.
De bestuurders worden aangesteld voor de duur van de zittingsperiode in de vier maanden na de vernieuwing van het Parlement.
Het mandaat van de bestuurders loopt ten einde op de datum waarop hun opvolgers worden aangesteld ]1.
De WBE-Raad telt ten minste één derde van de leden van elk geslacht.
De bestuurders van de WBE-Raad worden aangesteld via het systeem van de evenredige vertegenwoordiging door erkende politieke fracties die in het Parlement worden vertegenwoordigd volgens de D'Hondt-methode en uit personen die hun burgerlijke en politieke rechten genieten, de juiste diploma's of vaardigheden hebben, van de hoogste integriteit zijn en kennis hebben van het openbaar beheer. Zij worden gekozen op basis van hun aanvullende vaardigheden en kennis van verschillende soorten onderwijs.
Ten minste vier van de aangestelde bestuurders wonen in het grondgebied van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en ten minste acht in het grondgebied van het Frans taalgebied.
Als een van de erkende politieke fracties die in het Parlement vertegenwoordigd zijn, geen bestuurder aangesteld in de WBE-Raad heeft, wordt deze vertegenwoordigd door een bestuurder met raadgevende stem die door het Parlement wordt aangesteld. Deze bestuurder is niet betrokken bij de berekening van de verschillende quorums of samenstellingsvoorwaarden van de WBE-Raad.
De bestuurders worden aangesteld voor de duur van de zittingsperiode in de vier maanden na de vernieuwing van het Parlement.
Het mandaat van de bestuurders loopt ten einde op de datum waarop hun opvolgers worden aangesteld ]1.
Modifications
Art. 5. [1 Le Conseil WBE est composé de seize administrateurs désignés par le Parlement pour la durée de la législature.
Le Conseil WBE compte au moins un tiers de membres de chaque sexe.
Les administrateurs du Conseil WBE sont désignés à la proportionnelle des groupes politiques reconnus représentés au sein du Parlement en application de la méthode D'Hondt et parmi les personnes qui jouissent de leurs droits civils et politiques, justifient de diplômes ou compétences adéquats, d'une parfaite intégrité et d'une connaissance de la gestion publique. Ils sont élus en fonction de la complémentarité de leurs compétences et connaissance des différents types d'enseignement.
Parmi les administrateurs désignés, quatre au moins sont domiciliés sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et huit au moins sur le territoire de la région de langue française.
Si un des groupes politiques reconnus représentés au sein du Parlement ne dispose pas d'un administrateur désigné au sein du Conseil WBE, il y est représenté par un administrateur avec voix consultative désigné par le Parlement. Cet administrateur n'intervient pas dans le calcul des différents quorums ou conditions de composition du Conseil WBE.
Les administrateurs sont désignés pour la durée de la législature dans les quatre mois qui suivent le renouvellement du Parlement.
Le mandat des administrateurs expire le jour de la désignation de leurs successeurs ]1.
Le Conseil WBE compte au moins un tiers de membres de chaque sexe.
Les administrateurs du Conseil WBE sont désignés à la proportionnelle des groupes politiques reconnus représentés au sein du Parlement en application de la méthode D'Hondt et parmi les personnes qui jouissent de leurs droits civils et politiques, justifient de diplômes ou compétences adéquats, d'une parfaite intégrité et d'une connaissance de la gestion publique. Ils sont élus en fonction de la complémentarité de leurs compétences et connaissance des différents types d'enseignement.
Parmi les administrateurs désignés, quatre au moins sont domiciliés sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et huit au moins sur le territoire de la région de langue française.
Si un des groupes politiques reconnus représentés au sein du Parlement ne dispose pas d'un administrateur désigné au sein du Conseil WBE, il y est représenté par un administrateur avec voix consultative désigné par le Parlement. Cet administrateur n'intervient pas dans le calcul des différents quorums ou conditions de composition du Conseil WBE.
Les administrateurs sont désignés pour la durée de la législature dans les quatre mois qui suivent le renouvellement du Parlement.
Le mandat des administrateurs expire le jour de la désignation de leurs successeurs ]1.
Modifications
Art. 6. [1 Indien een erkende fractie, in de loop van de zittingsperiode, niet meer over voldoende bestuurders beschikt, stelt het Parlement op verzoek van zijn vertegenwoordigers in het Parlement het vereiste aantal bestuurders aan.
In geval van afwezigheid of langdurige verhindering van een bestuurder voor meer dan drie maanden, kan het Parlement het mandaat van de bestuurder beëindigen en hem vervangen volgens de procedure bedoeld in het eerste lid.
De opvolgers voltooien het mandaat van hun voorganger]1.
In geval van afwezigheid of langdurige verhindering van een bestuurder voor meer dan drie maanden, kan het Parlement het mandaat van de bestuurder beëindigen en hem vervangen volgens de procedure bedoeld in het eerste lid.
De opvolgers voltooien het mandaat van hun voorganger]1.
Modifications
Art. 6. [1 Dans le cas où, en cours de législature, un groupe politique reconnu ne posséderait plus d'administrateurs en suffisance, le Parlement procède, à la demande de ses représentants au sein du Parlement, à la désignation du nombre requis d'administrateurs.
En cas d'absence ou d'empêchement prolongé de plus de trois mois d'un administrateur, le Parlement peut mettre fin à son mandat et le remplacer selon la procédure visée à l'alinéa 1er.
Les successeurs achèvent le mandat de leur prédécesseur ]1.
En cas d'absence ou d'empêchement prolongé de plus de trois mois d'un administrateur, le Parlement peut mettre fin à son mandat et le remplacer selon la procédure visée à l'alinéa 1er.
Les successeurs achèvent le mandat de leur prédécesseur ]1.
Modifications
Art. 7. De hoedanigheid van bestuurder is onverenigbaar met:
1° de hoedanigheid van lid van een Regering, van staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en van lid van een ministerieel kabinet;
2° de hoedanigheid van lid van een Europese, federale, communautaire en regionale wetgevende vergadering;
3° de hoedanigheid van provinciale of administratief arrondissementsgouverneur, arrondissementscommissaris en provinciaal gedeputeerde;
4° de hoedanigheid van burgemeester, schepen of voorzitter van OCMW en de hoedanigheid van lid van het kabinet van een van deze mandaathouders;
5° de hoedanigheid van personeelslid van het algemeen bestuur Onderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap, de inspectie- en sturingsdiensten van scholen en PMS-centra;
6° de uitoefening van elk ambt dat een persoonlijk of functioneel belangenconflict kan doen ontstaan als gevolg van de uitoefening van het ambt of het hebben van belangen in een maatschappij, instelling, organisatie of inrichtende macht die een activiteit op het gebied van onderwijs of beroepsopleiding uitoefent in directe concurrentie met die van WBE. [1 De hoedanigheid van gemeenteraadslid, van sociale of provinciale actie, is niet betrokken bij deze bepaling op voorwaarde dat het raadslid geen functie of mandaat uitoefent als vertegenwoordiger van de lokale overheid als inrichtende macht;]1
7° het lidmaatschap van een orgaan dat de beginselen van de democratie, zoals met name vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, niet eerbiedigt;
8° de hoedanigheid van externe adviseur of vaste consultant van WBE;
9° [1 De hoedanigheid van personeelslid van WBE]1;
10° de hoedanigheid van verantwoordelijke, vaste vertegenwoordiger of vaste afgevaardigde van een vakbondsorganisatie die de professionele belangen van het onderwijzend personeel verdedigt.
1° de hoedanigheid van lid van een Regering, van staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en van lid van een ministerieel kabinet;
2° de hoedanigheid van lid van een Europese, federale, communautaire en regionale wetgevende vergadering;
3° de hoedanigheid van provinciale of administratief arrondissementsgouverneur, arrondissementscommissaris en provinciaal gedeputeerde;
4° de hoedanigheid van burgemeester, schepen of voorzitter van OCMW en de hoedanigheid van lid van het kabinet van een van deze mandaathouders;
5° de hoedanigheid van personeelslid van het algemeen bestuur Onderwijs van het ministerie van de Franse Gemeenschap, de inspectie- en sturingsdiensten van scholen en PMS-centra;
6° de uitoefening van elk ambt dat een persoonlijk of functioneel belangenconflict kan doen ontstaan als gevolg van de uitoefening van het ambt of het hebben van belangen in een maatschappij, instelling, organisatie of inrichtende macht die een activiteit op het gebied van onderwijs of beroepsopleiding uitoefent in directe concurrentie met die van WBE. [1 De hoedanigheid van gemeenteraadslid, van sociale of provinciale actie, is niet betrokken bij deze bepaling op voorwaarde dat het raadslid geen functie of mandaat uitoefent als vertegenwoordiger van de lokale overheid als inrichtende macht;]1
7° het lidmaatschap van een orgaan dat de beginselen van de democratie, zoals met name vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, niet eerbiedigt;
8° de hoedanigheid van externe adviseur of vaste consultant van WBE;
9° [1 De hoedanigheid van personeelslid van WBE]1;
10° de hoedanigheid van verantwoordelijke, vaste vertegenwoordiger of vaste afgevaardigde van een vakbondsorganisatie die de professionele belangen van het onderwijzend personeel verdedigt.
Modifications
Art. 7. La qualité d'administrateur est incompatible avec :
1° la qualité de membre d'un gouvernement, de secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et avec la qualité de membre d'un cabinet ministériel ;
2° la qualité de membre d'une assemblée législative européenne, fédérale, communautaire et régionale ;
3° la qualité de gouverneur de province ou d'arrondissement administratif, de commissaire d'arrondissement et de député provincial ;
4° la qualité de titulaire d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président de C.P.A.S et avec la qualité de membre du cabinet de l'un de ces mandataires ;
5° la qualité de membre du personnel de l'Administration générale de l'Enseignement du Ministère de la Communauté française, des services de l'Inspection et du Pilotage des écoles et centres psycho-médico-sociaux ;
6° l'exercice de toute fonction de nature à créer un conflit d'intérêt personnel ou fonctionnel en raison de l'exercice de la fonction ou de la détention d'intérêts dans une société, une institution, une organisation ou un pouvoir organisateur exerçant une activité en matière d'enseignement ou de formation professionnelle en concurrence directe avec celles de WBE .[1 La qualité de conseiller communal, de l'action sociale ou provincial n'est pas concernée par cette disposition pour autant que le conseiller n'exerce aucune fonction ou mandat de représentant de l'autorité locale en tant que pouvoir organisateur ]1 ;
7° l'appartenance à un organisme qui ne respecte pas les principes de la démocratie tels qu'énoncés, notamment, par la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, par la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie et par la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste pendant la seconde guerre mondiale ;
8° la qualité de conseiller externe ou de consultant régulier de WBE ;
9° [1 La qualité de membre du personnel de WBE ]1 ;
10° la qualité de responsable, de mandaté permanent ou de délégué permanent d'une organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels du personnel enseignant.
1° la qualité de membre d'un gouvernement, de secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et avec la qualité de membre d'un cabinet ministériel ;
2° la qualité de membre d'une assemblée législative européenne, fédérale, communautaire et régionale ;
3° la qualité de gouverneur de province ou d'arrondissement administratif, de commissaire d'arrondissement et de député provincial ;
4° la qualité de titulaire d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président de C.P.A.S et avec la qualité de membre du cabinet de l'un de ces mandataires ;
5° la qualité de membre du personnel de l'Administration générale de l'Enseignement du Ministère de la Communauté française, des services de l'Inspection et du Pilotage des écoles et centres psycho-médico-sociaux ;
6° l'exercice de toute fonction de nature à créer un conflit d'intérêt personnel ou fonctionnel en raison de l'exercice de la fonction ou de la détention d'intérêts dans une société, une institution, une organisation ou un pouvoir organisateur exerçant une activité en matière d'enseignement ou de formation professionnelle en concurrence directe avec celles de WBE .[1 La qualité de conseiller communal, de l'action sociale ou provincial n'est pas concernée par cette disposition pour autant que le conseiller n'exerce aucune fonction ou mandat de représentant de l'autorité locale en tant que pouvoir organisateur ]1 ;
7° l'appartenance à un organisme qui ne respecte pas les principes de la démocratie tels qu'énoncés, notamment, par la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, par la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie et par la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste pendant la seconde guerre mondiale ;
8° la qualité de conseiller externe ou de consultant régulier de WBE ;
9° [1 La qualité de membre du personnel de WBE ]1 ;
10° la qualité de responsable, de mandaté permanent ou de délégué permanent d'une organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels du personnel enseignant.
Modifications
Art. 8. De administrateur-generaal van WBE heeft adviserende stem in de WBE-Raad. Hij kan zich laten bijstaan door elke persoon die hij aanwijst of, in geval van afwezigheid of verhindering, vervangen worden door een personeelslid van de WBE-instelling.
Eenieder die als deskundige wordt uitgenodigd om zitting te hebben in de WBE-Raad, heeft raadgevende stem.
Eenieder die als deskundige wordt uitgenodigd om zitting te hebben in de WBE-Raad, heeft raadgevende stem.
Art. 8. L'Administrateur général WBE siège avec voix consultative au Conseil WBE. Il peut s'y faire accompagner par toute personne qu'il désigne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, s'y faire remplacer par un membre du personnel de l'organisme WBE.
Siège avec voix consultative au Conseil WBE toute personne invitée en qualité d'expert.
Siège avec voix consultative au Conseil WBE toute personne invitée en qualité d'expert.
Onderafdeling II. - Statuut van de bestuurders
Sous-section II. - Statut des administrateurs
Art. 9. Elke bestuurder verbindt zich ertoe het Handvest van de WBE-bestuurder dat hij bij zijn installatie ondertekent, in acht te nemen. Zijn verkiezing heeft pas uitwerking met ingang van de datum van deze ondertekening. Het Handvest van de WBE-bestuurder, dat de verplichtingen bepaalt die bij de uitoefening van het mandaat in acht moeten worden genomen, maakt het voorwerp uit van een besluit van de Regering, met in bijlage de inhoud van het Handvest.
Het Handvest van de WBE-bestuurder moet ten minste de volgende verbintenissen bevatten:
1 ° de eerbiediging van de legaliteit, de beheersovereenkomst en meer in het algemeen de uitvoering van de openbare dienstopdrachten van WBE, met de voortdurende zorg om de openbare en neutrale aard van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap te waarborgen;
2 ° het inachtnemen van de belangen van WBE en de Franse Gemeenschap in de uitoefening van de inrichtende macht van de opdrachten die bij of krachtens dit bijzonder decreet tot WBE gedelegeerd worden, waarbij deze belangen de overhand in alle omstandigheden over de directe of indirecte persoonlijke belangen van de bestuurder moeten hebben;
3 ° toezicht houden op de effectieve werking van de organen van WBE;
4 ° rekening houden met de legitieme verwachtingen van alle WBE-partners (leerlingen, studenten, ouders, personeelsleden, onderwijsinrichtingen, leveranciers en schuldeisers);
5 ° de naleving van de preventieve en repressieve regels met betrekking tot handel met voorkennis;
6 ° de eigen ontwikkeling van professionele competenties bij het uitvoeren van zijn opdracht.
De Regering en het Parlement ontvangen afschrift van de handvesten die door de bestuurders zijn ondertekend.
Het Handvest van de WBE-bestuurder moet ten minste de volgende verbintenissen bevatten:
1 ° de eerbiediging van de legaliteit, de beheersovereenkomst en meer in het algemeen de uitvoering van de openbare dienstopdrachten van WBE, met de voortdurende zorg om de openbare en neutrale aard van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap te waarborgen;
2 ° het inachtnemen van de belangen van WBE en de Franse Gemeenschap in de uitoefening van de inrichtende macht van de opdrachten die bij of krachtens dit bijzonder decreet tot WBE gedelegeerd worden, waarbij deze belangen de overhand in alle omstandigheden over de directe of indirecte persoonlijke belangen van de bestuurder moeten hebben;
3 ° toezicht houden op de effectieve werking van de organen van WBE;
4 ° rekening houden met de legitieme verwachtingen van alle WBE-partners (leerlingen, studenten, ouders, personeelsleden, onderwijsinrichtingen, leveranciers en schuldeisers);
5 ° de naleving van de preventieve en repressieve regels met betrekking tot handel met voorkennis;
6 ° de eigen ontwikkeling van professionele competenties bij het uitvoeren van zijn opdracht.
De Regering en het Parlement ontvangen afschrift van de handvesten die door de bestuurders zijn ondertekend.
Art. 9. Chaque administrateur s'engage à respecter la Charte de l'administrateur WBE qu'il signe lors de son installation. Son élection ne sort ses effets qu'à la date de cette signature. La Charte de l'administrateur WBE, qui définit les engagements qui doivent être respectés dans l'exercice du mandat, fait l'objet d'un arrêté du Gouvernement, qui reprend en annexe le contenu de la Charte.
La Charte de l'administrateur WBE devra comprendre au moins les engagements suivants :
1° le respect de la légalité, du contrat de gestion et de manière plus générale l'exécution des missions de service public de WBE, dans le souci constant de garantir le caractère public et neutre de l'enseignement organisé par la Communauté française;
2° le respect des intérêts de WBE et de la Communauté française dans l'exercice des missions de pouvoir organisateur qui sont déléguées à WBE par ou en vertu du présent décret spécial, ces intérêts prévalant en toutes circonstances sur les intérêts personnels directs ou indirects de l'administrateur;
3° la surveillance du fonctionnement efficace des organes de WBE ;
4° la prise en compte des attentes légitimes de tous les partenaires de WBE (élèves, étudiants, parents, membres du personnel, établissements d'enseignement, fournisseurs et créanciers) ;
5° le respect des règles préventives et répressives en matière de délit d'initié ;
6° le développement propre des compétences professionnelles dans l'exercice de sa mission.
Le Gouvernement et le Parlement reçoivent copie des chartes signées par les administrateurs.
La Charte de l'administrateur WBE devra comprendre au moins les engagements suivants :
1° le respect de la légalité, du contrat de gestion et de manière plus générale l'exécution des missions de service public de WBE, dans le souci constant de garantir le caractère public et neutre de l'enseignement organisé par la Communauté française;
2° le respect des intérêts de WBE et de la Communauté française dans l'exercice des missions de pouvoir organisateur qui sont déléguées à WBE par ou en vertu du présent décret spécial, ces intérêts prévalant en toutes circonstances sur les intérêts personnels directs ou indirects de l'administrateur;
3° la surveillance du fonctionnement efficace des organes de WBE ;
4° la prise en compte des attentes légitimes de tous les partenaires de WBE (élèves, étudiants, parents, membres du personnel, établissements d'enseignement, fournisseurs et créanciers) ;
5° le respect des règles préventives et répressives en matière de délit d'initié ;
6° le développement propre des compétences professionnelles dans l'exercice de sa mission.
Le Gouvernement et le Parlement reçoivent copie des chartes signées par les administrateurs.
Art. 10. Bij ernstige fout of nalatigheid bij de uitoefening van hun mandaat voor handelingen of gedragingen onverenigbaar met de uitoefening ervan, bij onrechte afwezigheid op meer dan drie vergaderingen tijdens hetzelfde jaar, en in het geval van overtreding van de bepalingen van het Handvest van de WBE-bestuurder, kunnen één of meer bestuurders door het Parlement herroepen worden op elk moment, mits met redenen omkleed voorstel van de WBE-Raad of op verzoek van de Regering, geformuleerd na het horen van de betrokken persoon of personen.
In geval van ernstige schending van het algemeen belang, van de openbare dienstopdracht van WBE of van de beheersovereenkomst, kan de Regering zes maanden na de ingebrekestelling door de WBE-Raad voorstellen om alle bestuurders te ontslaan aan het Parlement dat erover zal beraadslagen en een beslissing nemen.
Het herroepen lid (de herroepen leden) kan (kunnen) niet herkozen worden.
In geval van ernstige schending van het algemeen belang, van de openbare dienstopdracht van WBE of van de beheersovereenkomst, kan de Regering zes maanden na de ingebrekestelling door de WBE-Raad voorstellen om alle bestuurders te ontslaan aan het Parlement dat erover zal beraadslagen en een beslissing nemen.
Het herroepen lid (de herroepen leden) kan (kunnen) niet herkozen worden.
Art. 10. En cas de faute ou de négligence grave dans l'exercice de leur mandat, en cas d'acte ou de comportement incompatible avec l'exercice de celui-ci, en cas d'absence sans justification à plus de trois réunions au cours d'une même année, ainsi qu'en cas de violation d'une des dispositions de la Charte de l'administrateur WBE, un ou plusieurs administrateurs peuvent être révoqués par le Parlement à tout moment, sur proposition motivée du Conseil WBE ou à la demande du Gouvernement, formulées après audition du ou des intéressés.
En cas d'atteinte grave à l'intérêt général, à la mission de service public de WBE ou au contrat de gestion, le Gouvernement peut, six mois après avoir mis le Conseil WBE en demeure, proposer la révocation de l'ensemble des administrateurs au Parlement qui en délibérera et prendra une décision à ce sujet.
Le ou les membres révoqués ne sont pas rééligibles.
En cas d'atteinte grave à l'intérêt général, à la mission de service public de WBE ou au contrat de gestion, le Gouvernement peut, six mois après avoir mis le Conseil WBE en demeure, proposer la révocation de l'ensemble des administrateurs au Parlement qui en délibérera et prendra une décision à ce sujet.
Le ou les membres révoqués ne sont pas rééligibles.
Onderafdeling III. - Competenties
Sous-section III. - Compétences
Art. 11. § 1. De WBE-Raad oefent alle bevoegdheden uit van inrichtende macht op de manier die bij dit decreet is vastgelegd.
§ 2. [2 De WBE-Raad kan, door decentralisatie, binnen WBE de bevoegdheden van inrichtende macht delegeren die niet expliciet aan hem zijn voorbehouden door paragraaf 3, op het meest efficiënte niveau en met aandacht voor de verdeling van de middelen die nodig zijn om beslissingen uit te voeren]2.
§ 3. De volgende competenties van de inrichtende macht zijn aan de WBE-Raad voorbehouden:
1 ° de goedkeuring van de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 36 en de wijzigingen daarvan;
2 ° de formulering van het voorstel van personeelsstatuut van WBE en de amendementen daarop;
3 ° in het kader van de competenties van inrichtende macht van WBE [2 ...]2 de goedkeuring en wijziging van de regels die door de Regering zijn vastgesteld met betrekking tot de organisatie van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap. De regels bepaald door de WBE-Raad worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt;
4 ° de formulering van het voorstel om de algemene bestuurder te benoemen en te ontslaan overeenkomstig de procedures vastgesteld bij of krachtens dit bijzonder decreet;
5 ° de goedkeuring van de begroting en de jaarrekening van WBE;
6 ° het bepalen van het kader van het personeel van de WBE-instelling;
7 ° [2 ...]2
8 ° de algemene coördinatie van de verschillende administratieve niveaus van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap;
9° [2 ...]2 de algemene coördinatie van het onderwijsaanbod en de synergiën tussen het leerplichtonderwijs, het hoger onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie;
10° [2 ...]2 de algemene sturing van het aanbod en de programmering van het onderwijs en de samenwerking met de andere onderwijsnetwerken.
[2 11° de aanneming en de wijziging van organieke reglementen van de instellingen ;
12° de oprichting van advies- en overlegorganen.
De WBE-Raad richt een Strategisch Comité op, dat de WBE-Raad raadpleegt voor het opstellen van het ontwerp van beheerscontract en over de evaluatie van het beheerscontract, evenals voor punten met betrekking tot de pedagogische en educatieve projecten. Het Strategisch Comité kan ook verzocht worden door de WBE-Raad om advies te geven in verband met de opdrachten van inrichtende macht. Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door de Administrateur-generaal van WBE en bestaat uit leden die door de WBE-Raad worden aangesteld. Het bestaat ten minste uit één lid van de vereniging van oudervertegenwoordigers in het officieel onderwijs, één vertegenwoordiger van de representatieve studentenorganisaties op gemeenschapsniveau. De WBE-Raad neemt het huishoudelijk reglement van het Strategisch Comité aan, op voorstel van het Comité. De centrale diensten van WBE nemen het secretariaat van het Strategisch Comité waar. Het Strategisch Comité moet uiterlijk 4 maanden na de vernieuwing van het Parlement in 2024 worden opgericht.]2
§ 2. [2 De WBE-Raad kan, door decentralisatie, binnen WBE de bevoegdheden van inrichtende macht delegeren die niet expliciet aan hem zijn voorbehouden door paragraaf 3, op het meest efficiënte niveau en met aandacht voor de verdeling van de middelen die nodig zijn om beslissingen uit te voeren]2.
§ 3. De volgende competenties van de inrichtende macht zijn aan de WBE-Raad voorbehouden:
1 ° de goedkeuring van de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 36 en de wijzigingen daarvan;
2 ° de formulering van het voorstel van personeelsstatuut van WBE en de amendementen daarop;
3 ° in het kader van de competenties van inrichtende macht van WBE [2 ...]2 de goedkeuring en wijziging van de regels die door de Regering zijn vastgesteld met betrekking tot de organisatie van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap. De regels bepaald door de WBE-Raad worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt;
4 ° de formulering van het voorstel om de algemene bestuurder te benoemen en te ontslaan overeenkomstig de procedures vastgesteld bij of krachtens dit bijzonder decreet;
5 ° de goedkeuring van de begroting en de jaarrekening van WBE;
6 ° het bepalen van het kader van het personeel van de WBE-instelling;
7 ° [2 ...]2
8 ° de algemene coördinatie van de verschillende administratieve niveaus van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap;
9° [2 ...]2 de algemene coördinatie van het onderwijsaanbod en de synergiën tussen het leerplichtonderwijs, het hoger onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie;
10° [2 ...]2 de algemene sturing van het aanbod en de programmering van het onderwijs en de samenwerking met de andere onderwijsnetwerken.
[2 11° de aanneming en de wijziging van organieke reglementen van de instellingen ;
12° de oprichting van advies- en overlegorganen.
De WBE-Raad richt een Strategisch Comité op, dat de WBE-Raad raadpleegt voor het opstellen van het ontwerp van beheerscontract en over de evaluatie van het beheerscontract, evenals voor punten met betrekking tot de pedagogische en educatieve projecten. Het Strategisch Comité kan ook verzocht worden door de WBE-Raad om advies te geven in verband met de opdrachten van inrichtende macht. Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door de Administrateur-generaal van WBE en bestaat uit leden die door de WBE-Raad worden aangesteld. Het bestaat ten minste uit één lid van de vereniging van oudervertegenwoordigers in het officieel onderwijs, één vertegenwoordiger van de representatieve studentenorganisaties op gemeenschapsniveau. De WBE-Raad neemt het huishoudelijk reglement van het Strategisch Comité aan, op voorstel van het Comité. De centrale diensten van WBE nemen het secretariaat van het Strategisch Comité waar. Het Strategisch Comité moet uiterlijk 4 maanden na de vernieuwing van het Parlement in 2024 worden opgericht.]2
Art. 11. § 1er. Le Conseil WBE exerce toutes les compétences de pouvoir organisateur de la manière établie par le présent décret.
§ 2. [2 Le Conseil WBE peut déléguer, par déconcentration, au sein de WBE, les compétences de pouvoir organisateur qui ne lui sont pas explicitement réservées par le paragraphe 3, au niveau le plus efficient et en veillant à une répartition des moyens nécessaires à la mise en oeuvre des décisions]2.
§ 3. Les compétences suivantes de pouvoir organisateur sont réservées au Conseil WBE :
1° l'approbation du contrat de gestion visé à l'article 36 et ses modifications ;
2° la formulation de la proposition de statut du personnel de l'organisme WBE et ses modifications ;
3° dans le cadre des compétences de pouvoir organisateur de WBE [2 ...]2, l'adoption et la modification des règles arrêtées par le Gouvernement en matière d'organisation de l'enseignement organisé par la Communauté. Les règles fixées par le Conseil WBE sont publiées au Moniteur belge ;
4° la formulation de la proposition de désignation et de révocation de l'administrateur général dans le respect des procédures fixées par ou en vertu du présent décret spécial ;
5° l'approbation du budget et des comptes annuels de WBE ;
6° la fixation du cadre du personnel de l'organisme WBE ;
7° [2 ...]2
8° la coordination générale des différents niveaux administratifs de l'enseignement organisé par la Communauté ;
9° [2 ...]2 la coordination générale de l'offre d'enseignement et les synergies entre l'enseignement obligatoire, l'enseignement supérieur et l'enseignement de promotion sociale ;
10° [2 ...]2 le pilotage général de l'offre et de la programmation de l'enseignement et de la collaboration avec les autres réseaux d'enseignement.
[2 11° l'adoption et la modification des règlements organiques des établissements ;
12° la création d'organes d'avis et de consultation.
Le Conseil WBE crée un Comité stratégique que le Conseil WBE consulte pour l'élaboration du projet de contrat de gestion et sur l'évaluation du contrat de gestion, ainsi que pour les points qui concernent les projets pédagogique et éducatif. Le Comité stratégique peut également être sollicité par le Conseil WBE pour rendre tout avis en lien avec les missions de pouvoir organisateur. Le Comité stratégique est présidé par l'Administrateur général de WBE et est composé de membres désignés par le Conseil WBE. Il comprend au moins un membre de l'association des représentants de parents de l'enseignement officiel, un représentant des organisations représentatives des étudiants au niveau communautaire. Le Conseil WBE adopte le règlement d'ordre intérieur du Comité stratégique sur proposition de celui-ci. Les services centraux de WBE assurent le secrétariat du Comité stratégique. Le Comité stratégique est installé au plus tard dans les 4 mois qui suivent le renouvèlement du Parlement en 2024. ]2
§ 2. [2 Le Conseil WBE peut déléguer, par déconcentration, au sein de WBE, les compétences de pouvoir organisateur qui ne lui sont pas explicitement réservées par le paragraphe 3, au niveau le plus efficient et en veillant à une répartition des moyens nécessaires à la mise en oeuvre des décisions]2.
§ 3. Les compétences suivantes de pouvoir organisateur sont réservées au Conseil WBE :
1° l'approbation du contrat de gestion visé à l'article 36 et ses modifications ;
2° la formulation de la proposition de statut du personnel de l'organisme WBE et ses modifications ;
3° dans le cadre des compétences de pouvoir organisateur de WBE [2 ...]2, l'adoption et la modification des règles arrêtées par le Gouvernement en matière d'organisation de l'enseignement organisé par la Communauté. Les règles fixées par le Conseil WBE sont publiées au Moniteur belge ;
4° la formulation de la proposition de désignation et de révocation de l'administrateur général dans le respect des procédures fixées par ou en vertu du présent décret spécial ;
5° l'approbation du budget et des comptes annuels de WBE ;
6° la fixation du cadre du personnel de l'organisme WBE ;
7° [2 ...]2
8° la coordination générale des différents niveaux administratifs de l'enseignement organisé par la Communauté ;
9° [2 ...]2 la coordination générale de l'offre d'enseignement et les synergies entre l'enseignement obligatoire, l'enseignement supérieur et l'enseignement de promotion sociale ;
10° [2 ...]2 le pilotage général de l'offre et de la programmation de l'enseignement et de la collaboration avec les autres réseaux d'enseignement.
[2 11° l'adoption et la modification des règlements organiques des établissements ;
12° la création d'organes d'avis et de consultation.
Le Conseil WBE crée un Comité stratégique que le Conseil WBE consulte pour l'élaboration du projet de contrat de gestion et sur l'évaluation du contrat de gestion, ainsi que pour les points qui concernent les projets pédagogique et éducatif. Le Comité stratégique peut également être sollicité par le Conseil WBE pour rendre tout avis en lien avec les missions de pouvoir organisateur. Le Comité stratégique est présidé par l'Administrateur général de WBE et est composé de membres désignés par le Conseil WBE. Il comprend au moins un membre de l'association des représentants de parents de l'enseignement officiel, un représentant des organisations représentatives des étudiants au niveau communautaire. Le Conseil WBE adopte le règlement d'ordre intérieur du Comité stratégique sur proposition de celui-ci. Les services centraux de WBE assurent le secrétariat du Comité stratégique. Le Comité stratégique est installé au plus tard dans les 4 mois qui suivent le renouvèlement du Parlement en 2024. ]2
Onderafdeling IV. - Werking
Sous-section IV. - Fonctionnement
Art. 12. [1 § 1. De Raad van WBE kiest een voorzitter en een ondervoorzitter uit de leden bedoeld in artikel 5, lid 1. Ze ontlenen hun mandaat aan verschillende erkende politieke fracties.
Het organiek reglement voorziet in de vervangingsregels bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en de ondervoorzitter.
§ 2. De voorzitter, de ondervoorzitter, een door de Raad van WBE aangewezen bestuurder bedoeld in artikel 5, lid 1 en de administrateur-generaal vormen het Bureau dat is belast met de behandeling van de aan de Raad van WBE voor te leggen dossiers en de door die laatste gedelegeerde opdrachten. ]1
Het organiek reglement voorziet in de vervangingsregels bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en de ondervoorzitter.
§ 2. De voorzitter, de ondervoorzitter, een door de Raad van WBE aangewezen bestuurder bedoeld in artikel 5, lid 1 en de administrateur-generaal vormen het Bureau dat is belast met de behandeling van de aan de Raad van WBE voor te leggen dossiers en de door die laatste gedelegeerde opdrachten. ]1
Modifications
Art. 12. [1 § 1er. Le Conseil WBE élit un président et un vice-président parmi les membres visés à l'article 5, alinéa 1er. Ils tirent leur mandat de groupes politiques reconnus différents.
Le règlement organique prévoit les règles de remplacement en cas d'absence ou d'empêchement du président et du vice-président.
§ 2. Le président, le vice-président, un administrateur visé à l'article 5, alinéa 1er désigné par le Conseil WBE et l'administrateur général forment le Bureau chargé de l'instruction des dossiers à présenter au Conseil WBE et des missions que lui délègue ce dernier]1.
Le règlement organique prévoit les règles de remplacement en cas d'absence ou d'empêchement du président et du vice-président.
§ 2. Le président, le vice-président, un administrateur visé à l'article 5, alinéa 1er désigné par le Conseil WBE et l'administrateur général forment le Bureau chargé de l'instruction des dossiers à présenter au Conseil WBE et des missions que lui délègue ce dernier]1.
Modifications
Art. 13. De WBE-Raad komt bijeen op bijeenroeping van zijn voorzitter, hetzij op eigen initiatief, hetzij wanneer minstens een kwart van de bestuurders erom schriftelijk verzoekt.
[1 De WBE-Raad kan alleen geldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig is. Als het quorum niet of niet meer bereikt wordt tijdens de vergadering, kunnen de niet behandelde punten uitgesteld worden naar een andere vergadering van de WBE-Raad, die over deze punten kan beraadslagen ongeacht het aantal aanwezige bestuurders. Op de agenda van deze andere vergadering staan de punten betrokken bij dit lid]1.
Onverminderd de regels van verschillende meerderheid waarin dit bijzondere decreet voorziet, worden de beslissingen van de WBE-Raad genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter beslissende stem [1 behalve bij een geheime stemming]1.
[1 De WBE-Raad kan alleen geldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig is. Als het quorum niet of niet meer bereikt wordt tijdens de vergadering, kunnen de niet behandelde punten uitgesteld worden naar een andere vergadering van de WBE-Raad, die over deze punten kan beraadslagen ongeacht het aantal aanwezige bestuurders. Op de agenda van deze andere vergadering staan de punten betrokken bij dit lid]1.
Onverminderd de regels van verschillende meerderheid waarin dit bijzondere decreet voorziet, worden de beslissingen van de WBE-Raad genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter beslissende stem [1 behalve bij een geheime stemming]1.
Modifications
Art. 13. Le Conseil WBE se réunit sur convocation de son président, soit à son initiative, soit chaque fois qu'au moins un quart des administrateurs en fait la demande écrite.
[1 Le Conseil WBE ne délibère valablement que si la moitié au moins des administrateurs sont présents. Si le quorum n'est pas atteint ou plus atteint en cours de séance, les points non traités peuvent être reportés à une autre séance du Conseil WBE qui peut délibérer sur ces points quel que soit le nombre d'administrateurs présents. L'ordre du jour de cette autre séance mentionne les points concernés par cet alinéa]1.
Sans préjudice de règles de majorité différente prévues par le présent décret spécial, les décisions du Conseil WBE sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante [1 sauf en cas de vote secret]1.
[1 Le Conseil WBE ne délibère valablement que si la moitié au moins des administrateurs sont présents. Si le quorum n'est pas atteint ou plus atteint en cours de séance, les points non traités peuvent être reportés à une autre séance du Conseil WBE qui peut délibérer sur ces points quel que soit le nombre d'administrateurs présents. L'ordre du jour de cette autre séance mentionne les points concernés par cet alinéa]1.
Sans préjudice de règles de majorité différente prévues par le présent décret spécial, les décisions du Conseil WBE sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante [1 sauf en cas de vote secret]1.
Modifications
Art. 14. De WBE-Raad stelt een organiek reglement vast dat de manier bepaalt waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent. Het wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Het bevat de volgende minimumregels:
1 ° de overheidsinstelling handelt via haar beheersorganen en de leden van deze organen doen geen persoonlijke toezeggingen aan de toezeggingen van deze organen;
2 ° de bestuurders vormen een college, maar in zaken die worden gerechtvaardigd door dringende noodzaak en door het maatschappelijk belang, en voor zover de regels van de WBE-Raad dit toestaan, kunnen de beslissingen van de raad [1 ...]1 instemming van de bestuurders genomen worden [1 schriftelijk of via een elektronisch communicatiemiddel uitgedrukt]1.
Deze procedure kan echter niet worden gebruikt voor de aanneming van genoemd reglement, de benoeming van de president en de ondervoorzitters, voor de afsluiting van de jaarrekening, voor het gebruik van het kapitaal of voor enig ander geval dat het reglement van de WBE-Raad als uitzondering zou willen beschouwen;
3° een procedure om de WBE-Raad en de regeringscommissarissen op de hoogte te brengen van een belangenconflict bij een van de bestuurders, alsook de mogelijkheid voor WBE om in strijd met deze bepaling genomen beslissingen nietig te verklaren wanneer de andere partij van deze omstandigheid op de hoogte was of had moeten zijn;
4 ° de bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk wanneer een beslissing genomen in overeenstemming met de in 3° uiteengezette beginselen hen of één van hen een onrechtmatig financieel voordeel heeft opgeleverd ten nadele van de overheidsinstelling;
5 ° in welke mate en onder welke voorwaarden een uitgave die door een van de bestuurders in de uitoefening van zijn ambt is gedaan, door de WBE kan worden vergoed, alsmede de opstelling door elke bestuurder van een jaarverslag waarin de kosten worden uiteengezet die hij in de uitoefening van zijn ambt heeft gemaakt.
Het bevat de volgende minimumregels:
1 ° de overheidsinstelling handelt via haar beheersorganen en de leden van deze organen doen geen persoonlijke toezeggingen aan de toezeggingen van deze organen;
2 ° de bestuurders vormen een college, maar in zaken die worden gerechtvaardigd door dringende noodzaak en door het maatschappelijk belang, en voor zover de regels van de WBE-Raad dit toestaan, kunnen de beslissingen van de raad [1 ...]1 instemming van de bestuurders genomen worden [1 schriftelijk of via een elektronisch communicatiemiddel uitgedrukt]1.
Deze procedure kan echter niet worden gebruikt voor de aanneming van genoemd reglement, de benoeming van de president en de ondervoorzitters, voor de afsluiting van de jaarrekening, voor het gebruik van het kapitaal of voor enig ander geval dat het reglement van de WBE-Raad als uitzondering zou willen beschouwen;
3° een procedure om de WBE-Raad en de regeringscommissarissen op de hoogte te brengen van een belangenconflict bij een van de bestuurders, alsook de mogelijkheid voor WBE om in strijd met deze bepaling genomen beslissingen nietig te verklaren wanneer de andere partij van deze omstandigheid op de hoogte was of had moeten zijn;
4 ° de bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk wanneer een beslissing genomen in overeenstemming met de in 3° uiteengezette beginselen hen of één van hen een onrechtmatig financieel voordeel heeft opgeleverd ten nadele van de overheidsinstelling;
5 ° in welke mate en onder welke voorwaarden een uitgave die door een van de bestuurders in de uitoefening van zijn ambt is gedaan, door de WBE kan worden vergoed, alsmede de opstelling door elke bestuurder van een jaarverslag waarin de kosten worden uiteengezet die hij in de uitoefening van zijn ambt heeft gemaakt.
Modifications
Art. 14. Le Conseil WBE établit un règlement organique qui détermine le mode selon lequel il exerce ses attributions. Il est publié au Moniteur belge.
Il comprend notamment les règles minimales suivantes :
1° l'organisme public agit par ses organes de gestion et les membres de ces organes ne contractent aucun engagement personnel relatif aux engagements de ceux-ci ;
2° les administrateurs forment un collège mais dans les cas justifiés par l'urgence et par l'intérêt social, et dans la mesure où le règlement du Conseil WBE le permet, les décisions du conseil [1 ...]1 peuvent être prises par consentement [1 ...]1 et écrit des administrateurs [1 exprimé par écrit ou par tout mode de communication électronique]1.
Cette procédure ne peut toutefois pas être utilisée pour l'adoption dudit règlement, la désignation du Président et des Vice-Présidents, pour l'arrêt des comptes annuels, pour l'utilisation du capital ou pour tout autre cas que le règlement du Conseil WBE entendrait excepter ;
3° une procédure d'information du Conseil WBE et des commissaires du Gouvernement en cas de conflit d'intérêts dans le chef d'un des administrateurs, ainsi que la possibilité pour WBE d'agir en nullité des décisions prises en violation de cette disposition lorsque l'autre partie avait ou devait avoir connaissance de cette circonstance ;
4° les administrateurs sont personnellement et solidairement responsables lors qu'une décision prise en application des principes définis au 3° leur a procuré ou a procuré à l'un d'entre eux un avantage financier abusif au détriment de l'organisme public ;
5° dans quelle mesure et à quelles conditions une dépense engagée par l'un des administrateurs, dans l'exercice de ses fonctions, peut être remboursée par WBE, ainsi que l'établissement, par chacun des administrateurs, d'un rapport annuel reprenant les dépenses qu'il a engagées dans l'exercice de ses fonctions.
Il comprend notamment les règles minimales suivantes :
1° l'organisme public agit par ses organes de gestion et les membres de ces organes ne contractent aucun engagement personnel relatif aux engagements de ceux-ci ;
2° les administrateurs forment un collège mais dans les cas justifiés par l'urgence et par l'intérêt social, et dans la mesure où le règlement du Conseil WBE le permet, les décisions du conseil [1 ...]1 peuvent être prises par consentement [1 ...]1 et écrit des administrateurs [1 exprimé par écrit ou par tout mode de communication électronique]1.
Cette procédure ne peut toutefois pas être utilisée pour l'adoption dudit règlement, la désignation du Président et des Vice-Présidents, pour l'arrêt des comptes annuels, pour l'utilisation du capital ou pour tout autre cas que le règlement du Conseil WBE entendrait excepter ;
3° une procédure d'information du Conseil WBE et des commissaires du Gouvernement en cas de conflit d'intérêts dans le chef d'un des administrateurs, ainsi que la possibilité pour WBE d'agir en nullité des décisions prises en violation de cette disposition lorsque l'autre partie avait ou devait avoir connaissance de cette circonstance ;
4° les administrateurs sont personnellement et solidairement responsables lors qu'une décision prise en application des principes définis au 3° leur a procuré ou a procuré à l'un d'entre eux un avantage financier abusif au détriment de l'organisme public ;
5° dans quelle mesure et à quelles conditions une dépense engagée par l'un des administrateurs, dans l'exercice de ses fonctions, peut être remboursée par WBE, ainsi que l'établissement, par chacun des administrateurs, d'un rapport annuel reprenant les dépenses qu'il a engagées dans l'exercice de ses fonctions.
Modifications
Art. 15. De WBE-Raad zendt de Regering en het Parlement uiterlijk op 30 september een jaarlijks activiteitenverslag over het voorgaande kalenderjaar toe.
Dit verslag vermeldt inzonderheid de stappen die WBE heeft ondernomen om haar opdrachten van inrichtende macht, de doelstellingen van de beheersovereenkomst en ontwikkelingsplan en de toekomstperspectieven te verwezenlijken.
Dit verslag moet een hoofdstuk bevatten over de implementatie van artikel 11, § 2.
Dit verslag verleent ook informatie over de uitvoering van de maatregelen om de evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan WBE-organen en de genderverdeling van de toegewezen mandaten te bevorderen.
Het jaarlijkse activiteitenverslag is op aanvraag beschikbaar.
Dit verslag vermeldt inzonderheid de stappen die WBE heeft ondernomen om haar opdrachten van inrichtende macht, de doelstellingen van de beheersovereenkomst en ontwikkelingsplan en de toekomstperspectieven te verwezenlijken.
Dit verslag moet een hoofdstuk bevatten over de implementatie van artikel 11, § 2.
Dit verslag verleent ook informatie over de uitvoering van de maatregelen om de evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan WBE-organen en de genderverdeling van de toegewezen mandaten te bevorderen.
Het jaarlijkse activiteitenverslag is op aanvraag beschikbaar.
Art. 15. Le Conseil WBE transmet au plus tard le 30 septembre au Gouvernement et au Parlement un rapport annuel d'activités de l'année civile précédente.
Ce rapport indique notamment les mesures prises par WBE pour remplir ses missions de pouvoir organisateur, les objectifs du contrat de gestion et du plan de développement ainsi que les perspectives d'avenir.
Ce rapport comprend obligatoirement un volet relatif à la mise en oeuvre de l'article 11, § 2.
Ce rapport fait également état de l'application des mesures visant à promouvoir la participation équilibrée de femmes et d'hommes dans les organes de WBE et de la répartition, en termes de genre, des mandats occupés.
Le rapport annuel d'activités est accessible sur simple demande.
Ce rapport indique notamment les mesures prises par WBE pour remplir ses missions de pouvoir organisateur, les objectifs du contrat de gestion et du plan de développement ainsi que les perspectives d'avenir.
Ce rapport comprend obligatoirement un volet relatif à la mise en oeuvre de l'article 11, § 2.
Ce rapport fait également état de l'application des mesures visant à promouvoir la participation équilibrée de femmes et d'hommes dans les organes de WBE et de la répartition, en termes de genre, des mandats occupés.
Le rapport annuel d'activités est accessible sur simple demande.
Afdeling II. - De WBE-algemeen bestuurder
Section II. - L'Administrateur général WBE
Onderafdeling I. - Statuut van de WBE-algemeen bestuurder
Sous-section Ire. - Statut de l'administrateur général WBE
Art. 16. De WBE-Raad integreert het ambt van algemeen bestuurder binnen het WBE-personeelskader.
Art. 16. Le Conseil WBE intègre la fonction d'administrateur général dans le cadre du personnel de l'organisme WBE.
Art. 17. Op voorstel van de WBE-Raad benoemt de Regering de WBE-algemeen bestuurder, met inachtneming van de volgende procedure:
1 ° de Regering bepaalt [1 de opdrachtbrief]1 van de WBE-algemeen bestuurder op voorstel van de WBE-Raad. [1 de opdrachtbrief]1 omvat de [1 ...]1 definitie van de algemene beheersopdrachten [1 , de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden en de vereiste opleidings- en/of ervaringscriteria]1;
2 ° de Regering maakt een oproep tot het indienen van kandidaturen bij het Belgisch Staatsblad bekend en via elk geschikt publicatiekanaal;
Deze oproep vereist het indienen van een beheersplan door elke kandidaat;
3 ° een college van vier externe deskundigen aangewezen door de WBE-Raad, geeft de WBE-Raad binnen een maand advies over elke aanvraag;
4 ° na het advies van dit college, selecteert de WBE-Raad een maximum van drie kandidaten binnen een maand en gaat over tot hun hoorzitting, volgens de voorwaarden die hij bepaalt;
5 ° de WBE-Raad dient zijn voorstel in bij de Regering in de maand van de laatste hoorzitting;
6 ° de Regering benoemt de WBE-algemeen bestuurder binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel van de WBE-Raad.
1 ° de Regering bepaalt [1 de opdrachtbrief]1 van de WBE-algemeen bestuurder op voorstel van de WBE-Raad. [1 de opdrachtbrief]1 omvat de [1 ...]1 definitie van de algemene beheersopdrachten [1 , de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden en de vereiste opleidings- en/of ervaringscriteria]1;
2 ° de Regering maakt een oproep tot het indienen van kandidaturen bij het Belgisch Staatsblad bekend en via elk geschikt publicatiekanaal;
Deze oproep vereist het indienen van een beheersplan door elke kandidaat;
3 ° een college van vier externe deskundigen aangewezen door de WBE-Raad, geeft de WBE-Raad binnen een maand advies over elke aanvraag;
4 ° na het advies van dit college, selecteert de WBE-Raad een maximum van drie kandidaten binnen een maand en gaat over tot hun hoorzitting, volgens de voorwaarden die hij bepaalt;
5 ° de WBE-Raad dient zijn voorstel in bij de Regering in de maand van de laatste hoorzitting;
6 ° de Regering benoemt de WBE-algemeen bestuurder binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel van de WBE-Raad.
Modifications
Art. 17. Sur proposition du Conseil WBE, le Gouvernement désigne l'administrateur général WBE, dans le respect de la procédure suivante :
1° le Gouvernement arrête [1 la lettre de mission ]1 de l'administrateur général sur proposition du Conseil WBE. [1 La lettre de mission ]1 comporte la définition [1 ...]1des missions générales de gestion [1 , les objectifs généraux à atteindre et les critères de la formation et/ou d'expérience exigés]1 ;
2° le Gouvernement lance un appel à candidatures au Moniteur belge et par toute voie de publication adéquate ;
Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° un collège de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE, remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois;
4° après avis de ce collège, le Conseil WBE présélectionne au maximum trois candidats, dans un délai d'un mois et procède à leur audition, selon les modalités qu'il détermine;
5° le Conseil WBE remet sa proposition au Gouvernement dans le mois de la dernière audition;
6° le Gouvernement désigne l'administrateur général dans les deux mois de la réception de la proposition du Conseil WBE.
1° le Gouvernement arrête [1 la lettre de mission ]1 de l'administrateur général sur proposition du Conseil WBE. [1 La lettre de mission ]1 comporte la définition [1 ...]1des missions générales de gestion [1 , les objectifs généraux à atteindre et les critères de la formation et/ou d'expérience exigés]1 ;
2° le Gouvernement lance un appel à candidatures au Moniteur belge et par toute voie de publication adéquate ;
Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° un collège de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE, remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois;
4° après avis de ce collège, le Conseil WBE présélectionne au maximum trois candidats, dans un délai d'un mois et procède à leur audition, selon les modalités qu'il détermine;
5° le Conseil WBE remet sa proposition au Gouvernement dans le mois de la dernière audition;
6° le Gouvernement désigne l'administrateur général dans les deux mois de la réception de la proposition du Conseil WBE.
Modifications
Art. 18. § 1. Het mandaat van de WBE-algemeen bestuurder verloopt op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de beëdiging van leden van een nieuwe Regering plaatsvond onmiddellijk na de vernieuwing van het Parlement.
De WBE-algemeen bestuurder stopt automatisch met het vervullen van zijn opdrachten op de vervaldatum. Bij ontstentenis van een nieuwe mandaathouder op dat moment wordt de huidige ambtstermijn verlengd tot de benoeming van de opvolger.
§ 2. De WBE-algemeen bestuurder wordt halverwege en aan het einde van de ambtstermijn beoordeeld tussen de twaalfde en de zesde maand vóór het verstrijken van de ambtstermijn. [1 Deze evaluatie wordt uitgevoerd door de WBE-Raad, die wordt bijgestaan door een college van vier onafhankelijke deskundigen die op eigen initiatief door het Parlement worden aangesteld]1.
In het geval van een ongunstige evaluatie, beraadslaagt en beslist de Regering over het behoud van de WBE-algemeen bestuurder in zijn ambt of ontslag, na hem gehoord te hebben.
In het geval dat de evaluatie aan het einde van het [1 ...]1 mandaat gunstig is, kan de Regering het mandaat van de vertrekkende WBE-algemeen bestuurder binnen twee maanden na het voorstel van de WBE-Raad in die zin hernieuwen.
De WBE-algemeen bestuurder stopt automatisch met het vervullen van zijn opdrachten op de vervaldatum. Bij ontstentenis van een nieuwe mandaathouder op dat moment wordt de huidige ambtstermijn verlengd tot de benoeming van de opvolger.
§ 2. De WBE-algemeen bestuurder wordt halverwege en aan het einde van de ambtstermijn beoordeeld tussen de twaalfde en de zesde maand vóór het verstrijken van de ambtstermijn. [1 Deze evaluatie wordt uitgevoerd door de WBE-Raad, die wordt bijgestaan door een college van vier onafhankelijke deskundigen die op eigen initiatief door het Parlement worden aangesteld]1.
In het geval van een ongunstige evaluatie, beraadslaagt en beslist de Regering over het behoud van de WBE-algemeen bestuurder in zijn ambt of ontslag, na hem gehoord te hebben.
In het geval dat de evaluatie aan het einde van het [1 ...]1 mandaat gunstig is, kan de Regering het mandaat van de vertrekkende WBE-algemeen bestuurder binnen twee maanden na het voorstel van de WBE-Raad in die zin hernieuwen.
Modifications
Art. 18. § 1er. Le mandat de l'administrateur général WBE vient à échéance le 30 juin de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement.
L'administrateur général WBE cesse de plein droit d'exercer ses fonctions à l'échéance ainsi fixée. Toutefois, en l'absence de désignation d'un nouveau mandataire à cette échéance, le mandat en cours est prolongé jusqu'à la désignation de son successeur.
§ 2. L'administrateur général est évalué à mi-mandat et en fin de mandat entre le douzième et le sixième mois avant l'arrivée à échéance du mandat.[1 Cette évaluation est réalisée par le Conseil WBE, lequel est assisté par un collège de quatre experts indépendants désignés d'initiative par le Parlement]1.
En cas d'évaluation défavorable, le Gouvernement délibère sur le maintien de l'administrateur général WBE dans ses fonctions ou sa révocation après l'avoir entendu.
Dans le cas où l'évaluation en fin de [1 ...]1 mandat est favorable, le Gouvernement peut renouveler le mandat de l'administrateur général WBE sortant dans les deux mois de la proposition du Conseil WBE en ce sens.
L'administrateur général WBE cesse de plein droit d'exercer ses fonctions à l'échéance ainsi fixée. Toutefois, en l'absence de désignation d'un nouveau mandataire à cette échéance, le mandat en cours est prolongé jusqu'à la désignation de son successeur.
§ 2. L'administrateur général est évalué à mi-mandat et en fin de mandat entre le douzième et le sixième mois avant l'arrivée à échéance du mandat.[1 Cette évaluation est réalisée par le Conseil WBE, lequel est assisté par un collège de quatre experts indépendants désignés d'initiative par le Parlement]1.
En cas d'évaluation défavorable, le Gouvernement délibère sur le maintien de l'administrateur général WBE dans ses fonctions ou sa révocation après l'avoir entendu.
Dans le cas où l'évaluation en fin de [1 ...]1 mandat est favorable, le Gouvernement peut renouveler le mandat de l'administrateur général WBE sortant dans les deux mois de la proposition du Conseil WBE en ce sens.
Modifications
Art. 19. Onverminderd artikel 18, ontslaat de Regering de WBE-algemeen bestuurder op eensluidend advies van de WBE-Raad, handelend met een tweederde meerderheid en uitgebracht nadat de WBE-Raad de belanghebbende heeft gehoord.
Art. 19. Sans préjudice de l'article 18, le Gouvernement révoque l'administrateur général WBE sur avis conforme du Conseil WBE statuant à la majorité des deux tiers et émis après que le Conseil WBE a entendu l'intéressé.
Onderafdeling II. - Competenties
Sous-section II. - Compétences
Art. 20. De WBE-algemeen bestuurder helpt de WBE-Raad.
Hij voert de beslissingen van de WBE-Raad onder zijn controle uit en brengt hierover verslag op de wijze die hij vaststelt en ten minste elk kwartaal van de uitvoering ervan.
Hij heeft de leiding van het personeel van WBE.
Hij neemt het dagelijks beheer van WBE waar. Daartoe, kan hij alle daden van bewaring uitvoeren, alle uitvoeringshandelingen van de beslissingen genomen door de WBE-Raad, evenals de daden die, vanwege hun belang of de gevolgen die zij voor WBE impliceren, geen uitzonderlijk karakter, noch een verandering in het administratieve beleid vertegenwoordigen en de uitvoering van de lopende zaken van WBE vormen, uitoefenen.
Hij zorgt ook voor de uitvoering van alle andere opdrachten die hem door de WBE-Raad zijn toevertrouwd.
Hij voert de beslissingen van de WBE-Raad onder zijn controle uit en brengt hierover verslag op de wijze die hij vaststelt en ten minste elk kwartaal van de uitvoering ervan.
Hij heeft de leiding van het personeel van WBE.
Hij neemt het dagelijks beheer van WBE waar. Daartoe, kan hij alle daden van bewaring uitvoeren, alle uitvoeringshandelingen van de beslissingen genomen door de WBE-Raad, evenals de daden die, vanwege hun belang of de gevolgen die zij voor WBE impliceren, geen uitzonderlijk karakter, noch een verandering in het administratieve beleid vertegenwoordigen en de uitvoering van de lopende zaken van WBE vormen, uitoefenen.
Hij zorgt ook voor de uitvoering van alle andere opdrachten die hem door de WBE-Raad zijn toevertrouwd.
Art. 20. L'administrateur général WBE assiste le Conseil WBE.
Il exécute les décisions du Conseil WBE sous son contrôle et lui rend compte selon les modalités qu'il fixe et au moins trimestriellement de l'exécution de celles-ci.
Il dirige le personnel de l'organisme WBE.
Il assume la gestion journalière de WBE. A ce titre, il peut accomplir tous les actes conservatoires, tous les actes d'exécution des décisions prises par Conseil WBE, de même que les actes qui, en raison de leur importance ou des conséquences qu'ils entraînent pour WBE, ne présentent pas un caractère exceptionnel ni ne représentent un changement de politique administrative et constituent l'expédition des affaires courantes de WBE.
Il assume toute autre mission qui lui est déléguée par le Conseil WBE.
Il exécute les décisions du Conseil WBE sous son contrôle et lui rend compte selon les modalités qu'il fixe et au moins trimestriellement de l'exécution de celles-ci.
Il dirige le personnel de l'organisme WBE.
Il assume la gestion journalière de WBE. A ce titre, il peut accomplir tous les actes conservatoires, tous les actes d'exécution des décisions prises par Conseil WBE, de même que les actes qui, en raison de leur importance ou des conséquences qu'ils entraînent pour WBE, ne présentent pas un caractère exceptionnel ni ne représentent un changement de politique administrative et constituent l'expédition des affaires courantes de WBE.
Il assume toute autre mission qui lui est déléguée par le Conseil WBE.
Afdeling III. - Directeuren-generaal en directiecomité
Section III. - Les directeurs généraux et le comité de direction
Onderafdeling I. - Directeuren-generaal
Sous-section Ire. - Les directeurs généraux
Art. 21. De WBE-Raad integreert de ambten van directeur-generaal binnen het WBE-personeelskader. Hij bepaalt het aantal, de ambten en de toewijzingen ervan op voorstel van de WBE-algemeen bestuurder.
Art. 21. Le Conseil WBE intègre les fonctions de directeur général dans le cadre du personnel de l'organisme WBE. Il en arrête le nombre, les fonctions et les attributions sur proposition de l'administrateur général WBE.
Art. 22. De directeuren-generaal worden door de WBE-Raad benoemd mits inaanmerkingneming van de volgende procedure:
1 ° op voorstel van de algemeen bestuurder beslist de WBE-Raad over [1 ...]1 het opdrachtblad voor elk ambt van directeur-generaal. Dit blad bevat de nauwkeurige bepaling van de algemene beheeropdrachten [1 , de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden en de vereiste opleidings- en ervaringscriteria]1;
2 ° voor elk ambt van directeur-generaal, lanceert de WBE-Raad een interne en externe oproep tot kandidaturen die in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt en via elk geschikt publicatiekanaal. Deze oproep vereist het indienen van een [1 een motivatiebrief voor elke betrekking waarvoor wordt gesolliciteerd die onder meer een beschrijving bevat van de strategische visie van de kandidaat en een uitleg over de manier waarop de kandidaat het mandaat denkt uit te voeren]1;
3 ° voor elk ambt van directeur-generaal verstrekt een college bestaande uit de WBE-algemeen bestuurder en vier externe deskundigen die door de WBE-Raad zijn aangewezen, aan het in het tweede lid van artikel 12 bedoelde bureau een advies over elke kandidatuur, binnen één maand;
4 ° voor elk ambt van directeur-generaal, na advies van het college bedoeld in 3 °, legt het bureau bedoeld in artikel 12, tweede lid, een voorselectie voor van maximaal drie kandidaten voor aan de WBE-Raad;
5 ° voor elk ambt van directeur-generaal benoemt de WBE-Raad een directeur-generaal binnen een maand na ontvangst van de voorselectie van kandidaten.
1 ° op voorstel van de algemeen bestuurder beslist de WBE-Raad over [1 ...]1 het opdrachtblad voor elk ambt van directeur-generaal. Dit blad bevat de nauwkeurige bepaling van de algemene beheeropdrachten [1 , de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden en de vereiste opleidings- en ervaringscriteria]1;
2 ° voor elk ambt van directeur-generaal, lanceert de WBE-Raad een interne en externe oproep tot kandidaturen die in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt en via elk geschikt publicatiekanaal. Deze oproep vereist het indienen van een [1 een motivatiebrief voor elke betrekking waarvoor wordt gesolliciteerd die onder meer een beschrijving bevat van de strategische visie van de kandidaat en een uitleg over de manier waarop de kandidaat het mandaat denkt uit te voeren]1;
3 ° voor elk ambt van directeur-generaal verstrekt een college bestaande uit de WBE-algemeen bestuurder en vier externe deskundigen die door de WBE-Raad zijn aangewezen, aan het in het tweede lid van artikel 12 bedoelde bureau een advies over elke kandidatuur, binnen één maand;
4 ° voor elk ambt van directeur-generaal, na advies van het college bedoeld in 3 °, legt het bureau bedoeld in artikel 12, tweede lid, een voorselectie voor van maximaal drie kandidaten voor aan de WBE-Raad;
5 ° voor elk ambt van directeur-generaal benoemt de WBE-Raad een directeur-generaal binnen een maand na ontvangst van de voorselectie van kandidaten.
Modifications
Art. 22. Les directeurs généraux sont désignés par le Conseil WBE dans le respect de la procédure suivante :
1° sur proposition de l'Administrateur général, le Conseil WBE arrête le [1 ...]1 la lettre de mission de chaque fonction de directeur général. Cette lettre comporte la définition [1 ...]1 des missions générales de gestion [1 , les objectifs généraux à atteindre et les critères de la formation et d'expérience exigés]1 ;
2° pour chaque fonction de directeur général, le Conseil WBE lance un appel à candidature interne et externe publié au Moniteur belge par toute voie de publication adéquate. Cet appel exige notamment le dépôt d'un [1 une lettre de motivation pour chaque emploi postulé contenant, entre autres, la description de la vision stratégique du candidat et l'exposé de la manière selon laquelle celui-ci envisage d'exercer le mandat]1;
3° pour chaque fonction de directeur général, un collège composé de l'administrateur général et de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE, remet au bureau visé à l'article 12, alinéa 2, un avis sur chaque candidature, dans un délai d'un mois ;
4° pour chaque fonction de directeur général, après avis du collège visé au 3°, le bureau visé à l'article 12, alinéa 2, soumet une présélection de maximum trois candidats au Conseil WBE ;
5° pour chaque fonction de directeur général, le Conseil WBE désigne un directeur général dans le mois de la réception de la présélection des candidats.
1° sur proposition de l'Administrateur général, le Conseil WBE arrête le [1 ...]1 la lettre de mission de chaque fonction de directeur général. Cette lettre comporte la définition [1 ...]1 des missions générales de gestion [1 , les objectifs généraux à atteindre et les critères de la formation et d'expérience exigés]1 ;
2° pour chaque fonction de directeur général, le Conseil WBE lance un appel à candidature interne et externe publié au Moniteur belge par toute voie de publication adéquate. Cet appel exige notamment le dépôt d'un [1 une lettre de motivation pour chaque emploi postulé contenant, entre autres, la description de la vision stratégique du candidat et l'exposé de la manière selon laquelle celui-ci envisage d'exercer le mandat]1;
3° pour chaque fonction de directeur général, un collège composé de l'administrateur général et de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE, remet au bureau visé à l'article 12, alinéa 2, un avis sur chaque candidature, dans un délai d'un mois ;
4° pour chaque fonction de directeur général, après avis du collège visé au 3°, le bureau visé à l'article 12, alinéa 2, soumet une présélection de maximum trois candidats au Conseil WBE ;
5° pour chaque fonction de directeur général, le Conseil WBE désigne un directeur général dans le mois de la réception de la présélection des candidats.
Modifications
Art. 23. § 1. De ambtstermijn van directeur-generaal verstrijkt op 30 september van het jaar volgend op het jaar waarin de beëdiging van de leden van een nieuwe Regering plaatsvond onmiddellijk na de vernieuwing van het Parlement.
De directeur-generaal stopt met het uitvoeren van zijn opdrachten op de vervaldatum. Indien er op dat moment nog geen nieuwe vertegenwoordiger werd aangesteld, wordt het dan lopende mandaat verlengd tot de benoeming van een opvolger.
§ 2. De directeur-generaal wordt geëvalueerd halverwege en aan het einde van zijn mandaat tussen de twaalfde en de zesde maand vóór het einde van zijn mandaat. De directeur-generaal wordt geëvalueerd door een college bestaande uit de WBE-algemeen bestuurder en vier externe deskundigen, benoemd door de WBE-Raad.
In geval van een ongunstige evaluatie, beraadslaagt en beslist de WBE-Raad over het behoud van de directeur-generaal in zijn ambt of over zijn ontslag, na hem gehoord te hebben.
In het geval dat de evaluatie op het einde van de termijn gunstig is, kan de WBE-Raad de termijn van de vertrekkende directeur-generaal verlengen.
De directeur-generaal stopt met het uitvoeren van zijn opdrachten op de vervaldatum. Indien er op dat moment nog geen nieuwe vertegenwoordiger werd aangesteld, wordt het dan lopende mandaat verlengd tot de benoeming van een opvolger.
§ 2. De directeur-generaal wordt geëvalueerd halverwege en aan het einde van zijn mandaat tussen de twaalfde en de zesde maand vóór het einde van zijn mandaat. De directeur-generaal wordt geëvalueerd door een college bestaande uit de WBE-algemeen bestuurder en vier externe deskundigen, benoemd door de WBE-Raad.
In geval van een ongunstige evaluatie, beraadslaagt en beslist de WBE-Raad over het behoud van de directeur-generaal in zijn ambt of over zijn ontslag, na hem gehoord te hebben.
In het geval dat de evaluatie op het einde van de termijn gunstig is, kan de WBE-Raad de termijn van de vertrekkende directeur-generaal verlengen.
Art. 23. § 1er. Le mandat de directeur général vient à échéance le 30 septembre de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement.
Le directeur général cesse de plein droit d'exercer ses fonctions à l'échéance ainsi fixée. Toutefois, en l'absence de désignation d'un nouveau mandataire à cette échéance, le mandat en cours est prolongé jusqu'à la désignation d'un successeur.
§ 2. Le directeur général est évalué à mi-mandat et en fin de mandat entre le douzième et le sixième mois avant l'arrivée à échéance du mandat. Le directeur général est évalué par un collège composé de l'administrateur général et de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE.
En cas d'évaluation défavorable, le Conseil WBE délibère sur le maintien du directeur général dans ses fonctions ou sa révocation après l'avoir entendu.
Dans le cas où l'évaluation en fin de mandat est favorable, le Conseil WBE peut renouveler le mandat du directeur général sortant.
Le directeur général cesse de plein droit d'exercer ses fonctions à l'échéance ainsi fixée. Toutefois, en l'absence de désignation d'un nouveau mandataire à cette échéance, le mandat en cours est prolongé jusqu'à la désignation d'un successeur.
§ 2. Le directeur général est évalué à mi-mandat et en fin de mandat entre le douzième et le sixième mois avant l'arrivée à échéance du mandat. Le directeur général est évalué par un collège composé de l'administrateur général et de quatre experts externes désignés par le Conseil WBE.
En cas d'évaluation défavorable, le Conseil WBE délibère sur le maintien du directeur général dans ses fonctions ou sa révocation après l'avoir entendu.
Dans le cas où l'évaluation en fin de mandat est favorable, le Conseil WBE peut renouveler le mandat du directeur général sortant.
Art. 24. Een directeur-generaal kan slechts worden ontslagen door een beslissing van twee derden van de leden van de WBE-Raad en na door deze te zijn gehoord.
Art. 24. Un directeur général ne peut être révoqué que par décision de deux tiers des membres du Conseil WBE et après avoir été entendu par celui-ci.
Onderafdeling II. - Het directiecomité
Sous-section II. - Le comité de direction
Art. 25. De directeuren-generaal maken, samen met de algemeen bestuurder, deel uit van het WBE- directiecomité.
[1 Naast de wettelijke opdrachten en bevoegdheden en die welke door de WBE-Raad zijn toegekend, ]1 het WBE directiecomité steunt de algemeen bestuurder bij de coördinatie van de uitvoering van de beheersovereenkomst en bij de uitvoering van de beslissingen van de WBE-Raad.
[1 Bij een vacature voor één van de betrekkingen, blijft het Directiecomité geldig samengesteld.]1
[1 Naast de wettelijke opdrachten en bevoegdheden en die welke door de WBE-Raad zijn toegekend, ]1 het WBE directiecomité steunt de algemeen bestuurder bij de coördinatie van de uitvoering van de beheersovereenkomst en bij de uitvoering van de beslissingen van de WBE-Raad.
[1 Bij een vacature voor één van de betrekkingen, blijft het Directiecomité geldig samengesteld.]1
Modifications
Art. 25. Les directeurs généraux font partie, avec l'administrateur général, du Comité de direction WBE.
[1 Outre les missions et compétences légales et celles confiées par le Conseil WBE, ]1 le Comité de direction WBE assiste l'administrateur général dans la coordination de la mise en oeuvre du contrat de gestion et dans l'exécution des décisions du Conseil WBE.
[1 En cas de vacances d'un des postes, le Comité de direction reste valablement composé.]1
[1 Outre les missions et compétences légales et celles confiées par le Conseil WBE, ]1 le Comité de direction WBE assiste l'administrateur général dans la coordination de la mise en oeuvre du contrat de gestion et dans l'exécution des décisions du Conseil WBE.
[1 En cas de vacances d'un des postes, le Comité de direction reste valablement composé.]1
Modifications
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
Afdeling I.
Section Ire.
Afdeling II.
Section II.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Afdeling III.
Section III.
HOOFDSTUK III.
CHAPITRE III.
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - HET CENTRAAL OVERLEGCOMITÉ BEVOEGD VOOR DE PREROGATIEVEN VAN WBE ALS INRICHTENDE MACHT]1
CHAPITRE IIIbis. [1 - LE COMITÉ DE CONCERTATION CENTRAL COMPÉTENT POUR LES PRÉROGATIVES DE WBE EN TANT QUE POUVOIR ORGANISATEUR]1
Art.31/1. [1 § 1. Er wordt binnen WBE een centraal overlegcomité opgericht dat bevoegd is om binnen WBE en voor het personeel van de inrichtingen die ervan afhangen, de bevoegdheden uit te oefenen die aan het overlegcomité worden toevertrouwd door artikel 11 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de openbare autoriteiten en de vakbonden van de agenten die onder deze autoriteiten ressorteren.
§ 2. Behoudens de afwijkingen bedoeld in dit decreet, zijn de regels bepaald in voornoemde wet van 19 december 1974 of krachtens haar aangenomen, mutatis mutandis van toepassing op dit overlegcomité.
§ 3. Dit overlegcomité is eveneens bevoegd om elk geschil dat dreigt te ontstaan of zou ontstaan tussen een directie van een inrichting en de leden van het personeel van die inrichting, te voorkomen of te beslechten.
§ 4. De Administrateur-generaal of zijn afgevaardigde zit dit overlegcomité voor. Dit comité neemt zijn huishoudelijk reglement aan.
§ 5. De Raad van WBE stelt de andere leden van de delegatie van de overheid aan, waarvan het aantal is vastgesteld op drie, rekening houdend met artikel 42, §§ 4 en 5, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
§ 6. De delegatie van elke representatieve vakbondsorganisatie bestaat uit maximaal drie leden van het onderwijzend personeel en maximaal uit drie leden voor het administratief en werkliedenpersoneel die de representatieve vakbondsorganisatie vrij kiest. Elke representatieve vakbondsorganisatie mag aan deze leden maximaal twee technici per punt aan de agenda toevoegen
§ 7. Het secretariaat van dit comité wordt waargenomen door de centrale diensten, onder het gezag van de Administrateur-generaal.]1
§ 2. Behoudens de afwijkingen bedoeld in dit decreet, zijn de regels bepaald in voornoemde wet van 19 december 1974 of krachtens haar aangenomen, mutatis mutandis van toepassing op dit overlegcomité.
§ 3. Dit overlegcomité is eveneens bevoegd om elk geschil dat dreigt te ontstaan of zou ontstaan tussen een directie van een inrichting en de leden van het personeel van die inrichting, te voorkomen of te beslechten.
§ 4. De Administrateur-generaal of zijn afgevaardigde zit dit overlegcomité voor. Dit comité neemt zijn huishoudelijk reglement aan.
§ 5. De Raad van WBE stelt de andere leden van de delegatie van de overheid aan, waarvan het aantal is vastgesteld op drie, rekening houdend met artikel 42, §§ 4 en 5, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
§ 6. De delegatie van elke representatieve vakbondsorganisatie bestaat uit maximaal drie leden van het onderwijzend personeel en maximaal uit drie leden voor het administratief en werkliedenpersoneel die de representatieve vakbondsorganisatie vrij kiest. Elke representatieve vakbondsorganisatie mag aan deze leden maximaal twee technici per punt aan de agenda toevoegen
§ 7. Het secretariaat van dit comité wordt waargenomen door de centrale diensten, onder het gezag van de Administrateur-generaal.]1
Art.31/1. [1 § 1er. Il est créé au sein de WBE un comité de concertation central compétent pour exercer, au sein de WBE et pour le personnel des établissements qui en dépendent, les prérogatives confiées au comité de concertation par l'article 11 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
§ 2. Sauf dérogations prévues par le présent décret, les règles prévues dans la loi du 19 décembre 1974 précitée ou prises en vertu de celle-ci, sont applicables mutatis mutandis à ce comité de concertation.
§ 3. Ce comité de concertation est aussi compétent pour prévenir ou concilier tout différend qui menacerait de s'élever ou se serait élevé entre une direction d'un établissement et les membres du personnel de cet établissement.
§ 4. L'Administrateur général ou son délégué préside ce comité de concertation. Ce comité adopte son règlement d'ordre intérieur.
§ 5. Le Conseil WBE désigne les autres membres de la délégation de l'autorité dont le nombre est fixé à trois, en tenant compte de l'article 42, §§ 4 et 5, de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
§ 6. La délégation de chaque organisation syndicale représentative se compose de trois membres au maximum pour le personnel enseignant et de trois membres au maximum pour le personnel administratif et ouvrier, que l'organisation syndicale représentative choisit librement. Chaque organisation syndicale représentative peut adjoindre à ces membres au maximum deux techniciens par point inscrit à l'ordre du jour.
§ 7. Le secrétariat de ce comité est assuré par les services centraux, sous l'autorité de l'Administrateur général.]1
§ 2. Sauf dérogations prévues par le présent décret, les règles prévues dans la loi du 19 décembre 1974 précitée ou prises en vertu de celle-ci, sont applicables mutatis mutandis à ce comité de concertation.
§ 3. Ce comité de concertation est aussi compétent pour prévenir ou concilier tout différend qui menacerait de s'élever ou se serait élevé entre une direction d'un établissement et les membres du personnel de cet établissement.
§ 4. L'Administrateur général ou son délégué préside ce comité de concertation. Ce comité adopte son règlement d'ordre intérieur.
§ 5. Le Conseil WBE désigne les autres membres de la délégation de l'autorité dont le nombre est fixé à trois, en tenant compte de l'article 42, §§ 4 et 5, de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
§ 6. La délégation de chaque organisation syndicale représentative se compose de trois membres au maximum pour le personnel enseignant et de trois membres au maximum pour le personnel administratif et ouvrier, que l'organisation syndicale représentative choisit librement. Chaque organisation syndicale représentative peut adjoindre à ces membres au maximum deux techniciens par point inscrit à l'ordre du jour.
§ 7. Le secrétariat de ce comité est assuré par les services centraux, sous l'autorité de l'Administrateur général.]1
HOOFDSTUK IV. - HET PERSONEEL VAN WBE
CHAPITRE IV. - LE PERSONNEL DE L'ORGANISME WBE
Art. 32. De Regering bepaalt het administratieve en geldelijke statuut van de personeelsleden van de WBE-instelling op voorstel van de WBE-Raad.
Art. 32. Le Gouvernement fixe le statut administratif et pécuniaire des membres du personnel de l'organisme WBE sur proposition du Conseil WBE.
Art. 33. De WBE-Raad organiseert, op voorstel van de algemeen bestuurder, de procedures voor de oproep tot het indienen van kandidaturen en de selectie van personeel.
Art. 33. Le Conseil WBE organise, sur proposition de l'administrateur général, les procédures d'appel à candidatures et de sélection du personnel.
Art. 34. WBE kan een beroep doen op contractuele personeelsleden:
1° om tegemoet te komen aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften, of het nu gaat om de uitvoering van tijdelijke acties of om een uitzonderlijke toename van de werklast;
2 ° de vervanging van personeel in geval van totale of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht het of in dienstactiviteit is of niet, wanneer de duur van de afwezigheid een vervanging impliceert en waarvan de nadere regels in het statuut zijn vastgelegd;
3 ° het uitvoeren van ondersteunende of specifieke taken, waarvan de lijst door de Regering wordt opgesteld;
4 ° voorzien in de uitvoering van taken waarvoor speciale kennis of ruime ervaring op hoog niveau vereist is, die beide relevant zijn voor de uit te voeren taken.
1° om tegemoet te komen aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften, of het nu gaat om de uitvoering van tijdelijke acties of om een uitzonderlijke toename van de werklast;
2 ° de vervanging van personeel in geval van totale of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht het of in dienstactiviteit is of niet, wanneer de duur van de afwezigheid een vervanging impliceert en waarvan de nadere regels in het statuut zijn vastgelegd;
3 ° het uitvoeren van ondersteunende of specifieke taken, waarvan de lijst door de Regering wordt opgesteld;
4 ° voorzien in de uitvoering van taken waarvoor speciale kennis of ruime ervaring op hoog niveau vereist is, die beide relevant zijn voor de uit te voeren taken.
Art. 34. WBE peut avoir recours à du personnel contractuel afin :
1° de répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le temps, soit d'un surcroit extraordinaire de travail;
2° de remplacer des agents en cas d'absence totale ou partielle, qu'ils soient ou non en activité de service, quand la durée de cette absence implique un remplacement et dont les modalités sont fixées dans le statut;
3° d'accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques dont la liste est arrêtée par le Gouvernement;
4° de pourvoir à l'exécution de tâches exigeant des connaissances particulières ou une expérience large de haut niveau, toutes les deux pertinentes pour les tâches à exécuter.
1° de répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le temps, soit d'un surcroit extraordinaire de travail;
2° de remplacer des agents en cas d'absence totale ou partielle, qu'ils soient ou non en activité de service, quand la durée de cette absence implique un remplacement et dont les modalités sont fixées dans le statut;
3° d'accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques dont la liste est arrêtée par le Gouvernement;
4° de pourvoir à l'exécution de tâches exigeant des connaissances particulières ou une expérience large de haut niveau, toutes les deux pertinentes pour les tâches à exécuter.
Art. 35. Houders van ambten die onder een mandaat van dit bijzonder decreet vallen [1 en van het statuut van het personeel bedoeld in artikel 32]1, worden aangeworven onder de tijdelijke statutaire regeling.
Modifications
Art. 35. Les titulaires de fonctions soumises à mandat par le présent décret spécial [1 et par le statut du personnel visé à l'article 32 ]1 sont recrutés sous le régime de statutaire temporaire.
Modifications
HOOFDSTUK V. - BEHEERSOVEREENKOMST
CHAPITRE V. - CONTRAT DE GESTION
Art. 36. § 1. De WBE-Raad en de Franse Gemeenschap sluiten een beheersovereenkomst. Op 30 september van het jaar volgend op het jaar waarin de leden van een nieuwe Regering zijn beëdigd als rechtstreeks gevolg van de vernieuwing van het parlement, wint de Regering het advies in van het Parlement over de samenstellende elementen van de volgende beheersovereenkomst, zoals voorgesteld in een gedetailleerde intentienota.
Op 30 november brengt het Parlement advies uit aan de Regering.
Op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de leden van een nieuwe Regering werden beëdigd als rechtstreeks gevolg van de vernieuwing van het Parlement, laat de WBE-algemeen bestuurder die na de tenuitvoerlegging van artikel 18, lid 1, is benoemd, de Regering een ontwerpbeheersovereenkomst toekomen.
De Regering legt de laatste hand aan het beheerscontract met WBE, rekening houdend met het advies van het Parlement.
§ 2. De beheersovereenkomst loopt op af 30 juni van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de leden van een nieuwe Regering werden beëdigd als rechtstreeks gevolg van de vernieuwing van het Parlement.
Indien aan het einde van een beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst wordt gesloten, wordt de lopende beheersovereenkomst automatisch met een jaar verlengd. Aan het einde van de verlenging, indien geen nieuwe beheersovereenkomst wordt gesloten, stelt de Regering een beheersplan voor één jaar vast, dat slechts eenmaal kan worden verlengd.
§ 3. De evaluatie van de uitvoering van de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 17, § 3 van het doorzichtigheidsdecreet wordt tegelijk met het jaarverslag bedoeld in artikel 15 ingediend.
[1 § 4. De principes die van toepassing zijn op de tarieven van de prestaties van de recreatie- en openluchtcentra die toegankelijk zijn voor andere inrichtende machten, worden opgenomen in het beheerscontract.]1
Op 30 november brengt het Parlement advies uit aan de Regering.
Op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de leden van een nieuwe Regering werden beëdigd als rechtstreeks gevolg van de vernieuwing van het Parlement, laat de WBE-algemeen bestuurder die na de tenuitvoerlegging van artikel 18, lid 1, is benoemd, de Regering een ontwerpbeheersovereenkomst toekomen.
De Regering legt de laatste hand aan het beheerscontract met WBE, rekening houdend met het advies van het Parlement.
§ 2. De beheersovereenkomst loopt op af 30 juni van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de leden van een nieuwe Regering werden beëdigd als rechtstreeks gevolg van de vernieuwing van het Parlement.
Indien aan het einde van een beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst wordt gesloten, wordt de lopende beheersovereenkomst automatisch met een jaar verlengd. Aan het einde van de verlenging, indien geen nieuwe beheersovereenkomst wordt gesloten, stelt de Regering een beheersplan voor één jaar vast, dat slechts eenmaal kan worden verlengd.
§ 3. De evaluatie van de uitvoering van de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 17, § 3 van het doorzichtigheidsdecreet wordt tegelijk met het jaarverslag bedoeld in artikel 15 ingediend.
[1 § 4. De principes die van toepassing zijn op de tarieven van de prestaties van de recreatie- en openluchtcentra die toegankelijk zijn voor andere inrichtende machten, worden opgenomen in het beheerscontract.]1
Modifications
Art. 36. § 1er. Le Conseil WBE et la Communauté française concluent un contrat de gestion. Le 30 septembre de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement, le Gouvernement sollicite l'avis du Parlement sur les éléments constitutifs du prochain contrat de gestion, tels qu'il les propose dans une note d'intention détaillée.
Le 30 novembre qui suit, le Parlement remet son avis au Gouvernement.
Le 31 décembre de l'année qui suit celle au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement, l'administrateur général de WBE désigné consécutivement à la mise en oeuvre de l'article 18, § 1er, transmet au Gouvernement un projet de contrat de gestion.
Le Gouvernement finalise le contrat de gestion avec WBE en tenant compte de l'avis du Parlement.
§ 2. Le contrat de gestion arrive à échéance le 30 juin de la deuxième année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement.
Si à l'expiration d'un contrat de gestion, un nouveau contrat de gestion n'est pas conclu, le contrat de gestion en cours est prorogé de plein droit pendant un an. Au terme de la prorogation si un nouveau contrat de gestion n'est pas conclu, le Gouvernement arrête pour un an un plan de gestion renouvelable une seule fois.
§ 3. L'évaluation de la mise en oeuvre du contrat de gestion visée à l'article 17, § 3 du décret transparence intervient en même temps que le rapport annuel visé à l'article 15.
[1 § 4. Les principes gouvernant les tarifs des prestations des centres de dépaysement et de plein air accessibles aux autres pouvoirs organisateurs sont repris dans le contrat de gestion.]1
Le 30 novembre qui suit, le Parlement remet son avis au Gouvernement.
Le 31 décembre de l'année qui suit celle au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement, l'administrateur général de WBE désigné consécutivement à la mise en oeuvre de l'article 18, § 1er, transmet au Gouvernement un projet de contrat de gestion.
Le Gouvernement finalise le contrat de gestion avec WBE en tenant compte de l'avis du Parlement.
§ 2. Le contrat de gestion arrive à échéance le 30 juin de la deuxième année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au renouvellement du Parlement.
Si à l'expiration d'un contrat de gestion, un nouveau contrat de gestion n'est pas conclu, le contrat de gestion en cours est prorogé de plein droit pendant un an. Au terme de la prorogation si un nouveau contrat de gestion n'est pas conclu, le Gouvernement arrête pour un an un plan de gestion renouvelable une seule fois.
§ 3. L'évaluation de la mise en oeuvre du contrat de gestion visée à l'article 17, § 3 du décret transparence intervient en même temps que le rapport annuel visé à l'article 15.
[1 § 4. Les principes gouvernant les tarifs des prestations des centres de dépaysement et de plein air accessibles aux autres pouvoirs organisateurs sont repris dans le contrat de gestion.]1
Modifications
HOOFDSTUK VI. - MIDDELEN EN FINANCIEEL BEHEER
CHAPITRE VI. - LES MOYENS ET LA GESTION FINANCIERE
Art. 37. Naast de middelen en geldmiddelen waarin specifieke decreten voorzien, heeft WBE een jaarlijkse toewijzing om al haar bedrijfskosten te dekken en om alle verplichtingen uit de beheersovereenkomst na te komen.
Art. 37. WBE bénéficie, outre les moyens et ressources prévus dans des décrets spécifiques, d'une dotation annuelle permettant de couvrir l'ensemble de ses frais de fonctionnement propres et d'exécuter l'ensemble des obligations fixées dans le contrat de gestion.
Art. 38. De in punt 37 bedoelde dotatie bestaat uit de volgende bedragen:
1 ° een bedrag van 10.000.997 euro om alle algemene uitgaven eigen aan WBE te dekken en om alle verplichtingen die in de beheersovereenkomst zijn vastgelegd te vervullen, met uitzondering van personeelskosten in verband met de implementatie van artikel 63 [3 ...]3;
2 ° een door de Regering vastgesteld aanvullend bedrag overeenkomend met de loonkosten op het tijdstip van de overdracht, vermeerderd met 17 %, van het personeel overgedragen in uitvoering van artikel 63;
3 ° [5 vanaf het jaar 2025 wordt een bijkomend bedrag door de Regering vastgesteld om de kosten van de administratieve infrastructuren van WBE te dekken. Dit bedrag mag niet de kosten overschrijden die door de Franse Gemeenschap voor het jaar 2024 ten laste worden genomen]5.
[1 [2 In 2020 wordt het in het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag verhoogd met een bedrag van 4.274.000 euro. Vanaf 2021 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag verhoogd met 10.951.000 euro.]2]1
Vanaf het jaar 2021 mag het bedrag genoemd in lid 1, 2 °, 41.137.500 euro niet overschrijden.
[6 In 2025 wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, 1°, verminderd met 2.000.000.]6
[7 [8 voor de jaren 2025 tot en met 2029 worden de in dit artikel bedoelde bedragen niet langer geïndexeerd.]8]7
[5 Vanaf het jaar 2020 worden de bedragen bedoeld in het eerste en tweede lid gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. " Vanaf het jaar 2023 wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, 3°, gekoppeld aan de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen]5.
[1 Een uitzonderlijke toelage van 1.880.000 euro met het oog op de dekking van het veranderingsbeheerplan wordt aan WBE in [2 ...]2 2021 en 2022 toegekend. In 2021 en 2022, wordt dit bedrag gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen.]1
[4 In 2024 wordt een uitzonderlijke dotatie van 3.000.000 euro toegekend aan WBE voor de uitvoering van de inrichtingswerken van haar maatschappelijke zetel.]4
Het in lid 1, punt 2°, bedoelde bedrag en het in lid 2 bedoelde bedrag worden gekoppeld aan de ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen en de ontwikkeling van de barema's zoals bepaald in het statuut aangepast door de Regering, de evolutie van de pensioenkosten van de statutaire pensioenen van de instellingen van openbaar nut, de verandering van het administratieve statuut van de personeelsleden, zolang de beheersovereenkomst niet de nadere regels voor de evolutie van de dotatie regelt.
1 ° een bedrag van 10.000.997 euro om alle algemene uitgaven eigen aan WBE te dekken en om alle verplichtingen die in de beheersovereenkomst zijn vastgelegd te vervullen, met uitzondering van personeelskosten in verband met de implementatie van artikel 63 [3 ...]3;
2 ° een door de Regering vastgesteld aanvullend bedrag overeenkomend met de loonkosten op het tijdstip van de overdracht, vermeerderd met 17 %, van het personeel overgedragen in uitvoering van artikel 63;
3 ° [5 vanaf het jaar 2025 wordt een bijkomend bedrag door de Regering vastgesteld om de kosten van de administratieve infrastructuren van WBE te dekken. Dit bedrag mag niet de kosten overschrijden die door de Franse Gemeenschap voor het jaar 2024 ten laste worden genomen]5.
[1 [2 In 2020 wordt het in het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag verhoogd met een bedrag van 4.274.000 euro. Vanaf 2021 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag verhoogd met 10.951.000 euro.]2]1
Vanaf het jaar 2021 mag het bedrag genoemd in lid 1, 2 °, 41.137.500 euro niet overschrijden.
[6 In 2025 wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, 1°, verminderd met 2.000.000.]6
[7 [8 voor de jaren 2025 tot en met 2029 worden de in dit artikel bedoelde bedragen niet langer geïndexeerd.]8]7
[5 Vanaf het jaar 2020 worden de bedragen bedoeld in het eerste en tweede lid gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. " Vanaf het jaar 2023 wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, 3°, gekoppeld aan de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen]5.
[1 Een uitzonderlijke toelage van 1.880.000 euro met het oog op de dekking van het veranderingsbeheerplan wordt aan WBE in [2 ...]2 2021 en 2022 toegekend. In 2021 en 2022, wordt dit bedrag gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen.]1
[4 In 2024 wordt een uitzonderlijke dotatie van 3.000.000 euro toegekend aan WBE voor de uitvoering van de inrichtingswerken van haar maatschappelijke zetel.]4
Het in lid 1, punt 2°, bedoelde bedrag en het in lid 2 bedoelde bedrag worden gekoppeld aan de ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen en de ontwikkeling van de barema's zoals bepaald in het statuut aangepast door de Regering, de evolutie van de pensioenkosten van de statutaire pensioenen van de instellingen van openbaar nut, de verandering van het administratieve statuut van de personeelsleden, zolang de beheersovereenkomst niet de nadere regels voor de evolutie van de dotatie regelt.
Modifications
Art. 38. La dotation visée à l'article 37 est composée des montants suivants :
1° un montant de 10.000.997 euros permettant de couvrir l'ensemble des frais généraux propres à WBE et d'exécuter l'ensemble des obligations fixées dans le contrat de gestion, à l'exception des frais de personnel liés à la mise en oeuvre de l'article 63 [3 ...]3 ;
2° un montant complémentaire fixé par le Gouvernement correspondant aux coûts salariaux au moment du transfert, majorés de 17%, des membres du personnel transférés en exécution de l'article 63 ;
3° [5 à partir de l'année 2025, un montant complémentaire est fixé par le Gouvernement pour couvrir le coût des infrastructures administratives de WBE. Ce montant ne peut excéder le coût pris en charge par la Communauté française pour l'année 2024]5.
[1 [2 En 2020, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est augmenté d'un montant de 4.274.000 euros. A partir de 2021, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est augmenté d'un montant de 10.951.000 euros.]2]1
A partir de l'année 2021, le montant visé à l'alinéa 1er, 2°, ne peut excéder 41.137.500 euros.
[6 En 2025, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est réduit de 2.000.000 .]6
[7 [8 pour les années 2025 à 2029, les montants visés par le présent article ne sont plus indexés.]8]7
[5 A partir de l'année 2020, les montants visés aux alinéas 1er, 1°, et 2, sont liés à la fluctuation de l'indice des prix à la consommation. A partir de 2023, le montant visé à l'alinéa 1er, 3°, est lié à la fluctuation de l'indice des prix à la consommation]5.
[1 Une allocation exceptionnelle de 1.880.000 euros permettant de couvrir le plan de gestion du changement est octroyée à WBE en [2 ...]2 2021 et 2022. En 2021 et 2022, ce montant est lié à l'évolution de l'indice des prix à la consommation.]1
[4 En 2024, une dotation exceptionnelle de 3.000.000 euros est octroyée à WBE en vue de la réalisation des travaux d'aménagement de son siège social.]4
Le montant visé à l'alinéa 1er, 2° et le montant visé à l'alinéa 2 sont liés à l'évolution de l'indice des prix à la consommation, de l'évolution des barèmes tel que prévu par le statut adapté par le Gouvernement, l'évolution de la charge de retraite des pensions statutaires des OIP, le changement de statut administratif des membres du personnel, tant que le contrat de gestion ne règle pas les modalités d'évolution de la dotation.
1° un montant de 10.000.997 euros permettant de couvrir l'ensemble des frais généraux propres à WBE et d'exécuter l'ensemble des obligations fixées dans le contrat de gestion, à l'exception des frais de personnel liés à la mise en oeuvre de l'article 63 [3 ...]3 ;
2° un montant complémentaire fixé par le Gouvernement correspondant aux coûts salariaux au moment du transfert, majorés de 17%, des membres du personnel transférés en exécution de l'article 63 ;
3° [5 à partir de l'année 2025, un montant complémentaire est fixé par le Gouvernement pour couvrir le coût des infrastructures administratives de WBE. Ce montant ne peut excéder le coût pris en charge par la Communauté française pour l'année 2024]5.
[1 [2 En 2020, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est augmenté d'un montant de 4.274.000 euros. A partir de 2021, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est augmenté d'un montant de 10.951.000 euros.]2]1
A partir de l'année 2021, le montant visé à l'alinéa 1er, 2°, ne peut excéder 41.137.500 euros.
[6 En 2025, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, est réduit de 2.000.000 .]6
[7 [8 pour les années 2025 à 2029, les montants visés par le présent article ne sont plus indexés.]8]7
[5 A partir de l'année 2020, les montants visés aux alinéas 1er, 1°, et 2, sont liés à la fluctuation de l'indice des prix à la consommation. A partir de 2023, le montant visé à l'alinéa 1er, 3°, est lié à la fluctuation de l'indice des prix à la consommation]5.
[1 Une allocation exceptionnelle de 1.880.000 euros permettant de couvrir le plan de gestion du changement est octroyée à WBE en [2 ...]2 2021 et 2022. En 2021 et 2022, ce montant est lié à l'évolution de l'indice des prix à la consommation.]1
[4 En 2024, une dotation exceptionnelle de 3.000.000 euros est octroyée à WBE en vue de la réalisation des travaux d'aménagement de son siège social.]4
Le montant visé à l'alinéa 1er, 2° et le montant visé à l'alinéa 2 sont liés à l'évolution de l'indice des prix à la consommation, de l'évolution des barèmes tel que prévu par le statut adapté par le Gouvernement, l'évolution de la charge de retraite des pensions statutaires des OIP, le changement de statut administratif des membres du personnel, tant que le contrat de gestion ne règle pas les modalités d'évolution de la dotation.
Modifications
Art. 39. § 1. WBE kan schenkingen, legaten, dividenden en ontvangsten, in welke vorm dan ook, ontvangen van natuurlijke personen of rechtspersonen, de opbrengsten van de vervreemding van roerende en onroerende goederen, alsmede de ontvangst van andere inkomsten of subsidies.
§ 2. WBE kan geld lenen om uitgaven voor de verwerving, huur of het onderhoud van onroerende goederen te financieren.
De Gemeenschap kan haar garantie verlenen op de aangegane leningen.
De beheersovereenkomst bepaalt de voorwaarden voor het afsluiten van de leningen.
§ 3. De inrichtingen en WBE voeren alle financiële overdrachten uit die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
§ 2. WBE kan geld lenen om uitgaven voor de verwerving, huur of het onderhoud van onroerende goederen te financieren.
De Gemeenschap kan haar garantie verlenen op de aangegane leningen.
De beheersovereenkomst bepaalt de voorwaarden voor het afsluiten van de leningen.
§ 3. De inrichtingen en WBE voeren alle financiële overdrachten uit die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
Art. 39. § 1er. WBE peut recevoir des dons, legs, les dividendes et recettes, sous quelque forme que ce soit, de personnes physiques ou des personnes morales, le produit de l'aliénation de biens meubles et immeubles, ainsi que percevoir d'autres recettes ou subventions.
§ 2. WBE peut contracter des emprunts pour financer des dépenses en vue de l'acquisition, la location ou l'entretien de biens immobiliers.
La Communauté peut octroyer sa garantie aux emprunts souscrits.
Le contrat de gestion détermine les modalités de conclusion des emprunts.
§ 3. Les établissements et WBE effectuent tous les transferts financiers nécessaires à l'exécution de leurs missions.
§ 2. WBE peut contracter des emprunts pour financer des dépenses en vue de l'acquisition, la location ou l'entretien de biens immobiliers.
La Communauté peut octroyer sa garantie aux emprunts souscrits.
Le contrat de gestion détermine les modalités de conclusion des emprunts.
§ 3. Les établissements et WBE effectuent tous les transferts financiers nécessaires à l'exécution de leurs missions.
Art. 40. Onverminderd de bepalingen van dit decreet, wordt voor het [1 "financieel, budgettair en boekhoudkundig beheer]1 van WBE gezorgd in overeenstemming [2 met het decreet van 4 februari 2021 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de openbare bestuursinstellingen van de Franse Gemeenschap]2 of de decreetbepalingen betreffende de organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de openbare bestuursorganen van de Franse Gemeenschap die deze zouden vervangen.
In haar financieel beheer kan WBE elk saldo van haar rekeningen overdragen naar het volgende begrotingsjaar.
In haar financieel beheer kan WBE elk saldo van haar rekeningen overdragen naar het volgende begrotingsjaar.
Art. 40. Sans préjudice des dispositions du présent décret, la [1 gestion financière, budgétaire et comptable ]1 de WBE est assurée conformément[2 au décret du 4 février 2021 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des organismes administratifs publics de la Communauté française]2 ou aux dispositions décrétales portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des organismes administratifs publics de la Communauté française qui s'y substitueraient.
Dans sa gestion financière, WBE peut reporter tout solde éventuel de ses comptes à l'année budgétaire suivante.
Dans sa gestion financière, WBE peut reporter tout solde éventuel de ses comptes à l'année budgétaire suivante.
TITEL III. - DE INSTELLINGEN
TITRE III. - LES ETABLISSEMENTS
Art. 41. WBE stelt ondersteunende diensten ter beschikking van de instellingen. De instellingen gebruiken deze diensten onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door WBE.
Bevoegdheden kunnen hen door WBE worden overgedragen.
Bevoegdheden kunnen hen door WBE worden overgedragen.
Art. 41. WBE met des services de support à la disposition des établissements. Les établissements y recourent aux conditions et selon les modalités fixées par WBE.
Des compétences peuvent leur être déléguées par WBE.
Des compétences peuvent leur être déléguées par WBE.
TITEL IV. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITRE IV. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
Art. 42. In titel 6 van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, luidend als volgt " College van directeurs-voorzitters ".
Art. 42. Dans le titre 6 du décret du 5 août 1995 fixant l'organisation générale de l'enseignement supérieur en Hautes Ecoles, il est inséré un chapitre I intitulé " Collège des directeurs-présidents ".
Art. 43. In hoofdstuk I ingevoegd door artikel 42, wordt een artikel 79 ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 79. Er wordt een College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen ingesteld, samengesteld uit de directeurs-voorzitters van de Hogescholen.
Het College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen :
1° is een forum voor de uitwisseling van beste praktijken en het vinden van oplossingen voor beheersproblematieken die de Hogescholen gemeen hebben;
2° brengt adviezen uit aan het Verenigd College van het Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 31 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op eigen initiatief of op aanvraag.
Het College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het bepaalt dat het bovenvermelde college minstens twee keer per jaar bijeenkomt ".
" Art. 79. Er wordt een College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen ingesteld, samengesteld uit de directeurs-voorzitters van de Hogescholen.
Het College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen :
1° is een forum voor de uitwisseling van beste praktijken en het vinden van oplossingen voor beheersproblematieken die de Hogescholen gemeen hebben;
2° brengt adviezen uit aan het Verenigd College van het Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 31 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op eigen initiatief of op aanvraag.
Het College van directeurs-voorzitters van de Hogescholen neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het bepaalt dat het bovenvermelde college minstens twee keer per jaar bijeenkomt ".
Art. 43. Dans le chapitre I inséré par l'article 42, il est inséré un article 79 rédigé comme suit :
" Art. 79. Il est institué un Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles composé des directeurs-présidents des Hautes Ecoles.
Le Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles :
1° est un lieu d'échange de bonnes pratiques et de recherche de solutions à des problématiques de gestion communes aux Hautes Ecoles ;
2° rend des avis au Collège réuni de l'Enseignement supérieur visé à l'article 31 du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par la Communauté, d'initiative ou à sa demande.
Le Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles adopte son règlement d'ordre intérieur. Il prévoit qu'il se réunit au minimum deux fois par an ".
" Art. 79. Il est institué un Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles composé des directeurs-présidents des Hautes Ecoles.
Le Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles :
1° est un lieu d'échange de bonnes pratiques et de recherche de solutions à des problématiques de gestion communes aux Hautes Ecoles ;
2° rend des avis au Collège réuni de l'Enseignement supérieur visé à l'article 31 du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par la Communauté, d'initiative ou à sa demande.
Le Collège des directeurs-présidents des Hautes Ecoles adopte son règlement d'ordre intérieur. Il prévoit qu'il se réunit au minimum deux fois par an ".
Art. 44. In deel II van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), wordt een titel II bis ingevoegd, luidend als volgt " College van directeurs ".
Art. 44. Dans la partie II du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnels, droits et devoirs des étudiants), il est inséré un titre II bis intitulé " Collège des directeurs ".
Art. 45. In de titel II bis ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel 34duodecies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 34duodecies. Er wordt een College van directeurs van de Hogere Kunstscholen ingesteld, samengesteld uit de directeurs van de Hogere Kunstscholen.
Het College van directeurs van de Hogere Kunstscholen :
1° is een forum voor de uitwisseling van beste praktijken en het vinden van oplossingen voor beheersproblematieken die de Hogere Kunstscholen gemeen hebben ;
2° brengt adviezen uit aan het Verenigd College van het Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 31 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op eigen initiatief of op aanvraag.
Het College van directeurs van de Hogere Kunstscholen neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het bepaalt dat het bovenvermelde college minstens twee keer per jaar bijeenkomt ".
" Art. 34duodecies. Er wordt een College van directeurs van de Hogere Kunstscholen ingesteld, samengesteld uit de directeurs van de Hogere Kunstscholen.
Het College van directeurs van de Hogere Kunstscholen :
1° is een forum voor de uitwisseling van beste praktijken en het vinden van oplossingen voor beheersproblematieken die de Hogere Kunstscholen gemeen hebben ;
2° brengt adviezen uit aan het Verenigd College van het Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 31 van het bijzonder decreet van 7 februari 2019 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, op eigen initiatief of op aanvraag.
Het College van directeurs van de Hogere Kunstscholen neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het bepaalt dat het bovenvermelde college minstens twee keer per jaar bijeenkomt ".
Art. 45. Dans le titre II bis inséré par l'article 44, il est inséré un article 34duodecies rédigé comme suit :
" Art. 34duodecies. Il est institué un Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts composé des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts.
Le Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts :
1° est un lieu d'échange de bonnes pratiques et de recherche de solutions à des problématiques de gestion communes aux Ecoles Supérieures des Arts ;
2° rend des avis au Collège réuni de l'Enseignement supérieur visé à l'article 31 du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par la Communauté, d'initiative ou à sa demande.
Le Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts adopte son règlement d'ordre intérieur. Il prévoit qu'il se réunit au minimum deux fois par an ".
" Art. 34duodecies. Il est institué un Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts composé des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts.
Le Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts :
1° est un lieu d'échange de bonnes pratiques et de recherche de solutions à des problématiques de gestion communes aux Ecoles Supérieures des Arts ;
2° rend des avis au Collège réuni de l'Enseignement supérieur visé à l'article 31 du décret spécial du 7 février 2019 portant création de l'organisme public chargé de la fonction de pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par la Communauté, d'initiative ou à sa demande.
Le Collège des directeurs des Ecoles Supérieures des Arts adopte son règlement d'ordre intérieur. Il prévoit qu'il se réunit au minimum deux fois par an ".
Art. 46. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden " gedurende ten minste 240 dagen, geen diensten bewezen hebben, " vervangen door de woorden " gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
4° in paragraaf 1 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt alle kandidaten die geen enkele dienst bewezen hebben in het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap " ;
5° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
6° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 240 dagen, geen diensten bewezen hebben, " vervangen door de woorden " die gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
7° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden gerangschikt alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
8° in paragraaf 2 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt alle kandidaten die geen enkele dienst bewezen hebben in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en die aan alle voorwaarden beantwoorden zoals bedoeld in artikel 18 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, met uitzondering van punt 5 " ;
9° in de paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
10° in de paragraaf 3, derde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 240 dagen geen diensten hebben bewezen, " vervangen door de woorden " die gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
11° in de paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden gerangschikt alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
12° in paragraaf 3 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt de kandidaten die geen enkele dienst hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en die aan alle voorwaarden beantwoorden, zoals bedoeld in artikel 18 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, met uitzondering van punt 5 ".
1° in paragraaf 1, eerste lid wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden " gedurende ten minste 240 dagen, geen diensten bewezen hebben, " vervangen door de woorden " gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
4° in paragraaf 1 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt alle kandidaten die geen enkele dienst bewezen hebben in het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap " ;
5° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
6° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 240 dagen, geen diensten bewezen hebben, " vervangen door de woorden " die gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
7° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden gerangschikt alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
8° in paragraaf 2 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt alle kandidaten die geen enkele dienst bewezen hebben in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en die aan alle voorwaarden beantwoorden zoals bedoeld in artikel 18 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, met uitzondering van punt 5 " ;
9° in de paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord " drie " vervangen door het woord " vier " ;
10° in de paragraaf 3, derde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 240 dagen geen diensten hebben bewezen, " vervangen door de woorden " die gedurende 1 tot 239 dagen diensten bewezen hebben " ;
11° in de paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden " die gedurende ten minste 1 dag diensten hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en " ingevoegd tussen de woorden " worden gerangschikt alle kandidaten " en de woorden " die aan alle voorwaarden beantwoorden " ;
12° in paragraaf 3 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" In de vierde groep worden gerangschikt de kandidaten die geen enkele dienst hebben bewezen in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en die aan alle voorwaarden beantwoorden, zoals bedoeld in artikel 18 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, met uitzondering van punt 5 ".
Art. 46. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 fixant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat établissant les règles d'après lesquelles sont classés les candidats à une désignation à titre temporaire dans l'enseignement de l'Etat, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
4° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés tous les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
6° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
7° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
8° dans le paragraphe 2, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés tous les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française et qui remplissent toutes les conditions visées à l'article 18 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 précité, à l'exception du point 5 " ;
9° dans le paragraphe 3, alinéa 1, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
10° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
11° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
12° dans le paragraphe 3, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française et qui remplissent toutes les conditions visées à l'article 18 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 précité, à l'exception du point 5 ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
4° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés tous les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
6° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
7° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
8° dans le paragraphe 2, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés tous les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française et qui remplissent toutes les conditions visées à l'article 18 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 précité, à l'exception du point 5 " ;
9° dans le paragraphe 3, alinéa 1, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
10° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots " qui n'ont pas rendu, pendant 240 jours au moins, " sont remplacés par les mots " qui ont rendu, pendant 1 à 239 jours " ;
11° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots " qui ont rendu pendant 1 jour au moins des services dans l'enseignement organisé de la Communauté française et " sont insérés entre les mots " sont classés tous les candidats " et les mots " qui remplissent toutes les conditions " ;
12° dans le paragraphe 3, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Dans le quatrième groupe sont classés les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française et qui remplissent toutes les conditions visées à l'article 18 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 précité, à l'exception du point 5 ".
Art. 47. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden " en derde groep " vervangen door de woorden " , derde en vierde groepen " ;
2° in de paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden " van de derde groep " vervangen door de woorden " de derde en vierde groepen " ;
3° in de paragraaf 1 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" De kandidaten van de derde groep hebben voorrang op de kandidaten van de vierde groep " ;
4° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de kandidaten van de vierde groepen ".
1° in de paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden " en derde groep " vervangen door de woorden " , derde en vierde groepen " ;
2° in de paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden " van de derde groep " vervangen door de woorden " de derde en vierde groepen " ;
3° in de paragraaf 1 wordt een zesde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" De kandidaten van de derde groep hebben voorrang op de kandidaten van de vierde groep " ;
4° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de kandidaten van de vierde groepen ".
Art. 47. Dans l'article 3 du même arrêté royal, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " et troisième groupes " sont remplacés par les mots " , troisième et quatrième groupe " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " du troisième groupe " sont remplacés par les mots " des troisième et quatrième groupes " ;
3° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit :
" Les candidats du troisième groupe ont priorité sur les candidats du quatrième groupe " ;
4° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Les paragraphes 2 et 3 ne s'appliquent pas aux candidats des quatrièmes groupes ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " et troisième groupes " sont remplacés par les mots " , troisième et quatrième groupe " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " du troisième groupe " sont remplacés par les mots " des troisième et quatrième groupes " ;
3° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit :
" Les candidats du troisième groupe ont priorité sur les candidats du quatrième groupe " ;
4° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Les paragraphes 2 et 3 ne s'appliquent pas aux candidats des quatrièmes groupes ".
Art. 48. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden " op 30 april " ingevoegd tussen de woorden " bij artikel 2 wordt " en de woorden " bepaald op basis van ".
Art. 48. Dans l'article 5 du même arrêté, les mots " le 30 avril " sont insérés entre les mots " est arrêté " et les mots " sur base du ".
Art. 49. In artikel 21 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, [gespecialiseerd], middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt :
" Voor de kandidaten van de vierde groepen bedoeld in artikel 2 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969 vermeldt het advies dat de kandidaturen ingediend kunnen worden tot de dag vóór de oproep tot kandidaten bekendgemaakt in de loop van de maand januari met toepassing van het eerste lid ".
" Voor de kandidaten van de vierde groepen bedoeld in artikel 2 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969 vermeldt het advies dat de kandidaturen ingediend kunnen worden tot de dag vóór de oproep tot kandidaten bekendgemaakt in de loop van de maand januari met toepassing van het eerste lid ".
Art. 49. Dans l'article 21 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendants de ces établissements et des membres du personnel des services d'inspection chargés de la surveillance de ces établissements, il est inséré un alinéa 3 rédigé comme suit :
" Pour les candidats des quatrièmes groupes visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, l'avis indique que les candidatures peuvent être posées jusqu'à la veille du nouvel appel aux candidats publié au cours du mois de janvier en application de l'alinéa 1er ".
" Pour les candidats des quatrièmes groupes visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, l'avis indique que les candidatures peuvent être posées jusqu'à la veille du nouvel appel aux candidats publié au cours du mois de janvier en application de l'alinéa 1er ".
Art. 50. In artikel 26 van hetzelfde besluit waarvan de huidige tekst paragraaf 1 wordt, wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden de leden van de vierde groepen bedoeld in artikel 2 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969 in tijdelijk verband door de Minister aangesteld, op eensluidend advies van het inrichtingshoofd.
Het inrichtingshoofd formuleert zijn advies binnen de vijf werkdagen na de ontvangst van de kandidaturen rekening houdend met de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten van de kandidaten en de adequatie van hun profiel met het pedagogisch project van de instelling.
In het geval dat de Minister meerdere eensluidende adviezen met betrekking tot dezelfde kandidatuur ontvangt, gaat hij over tot de aanstelling in tijdelijk verband van de kandidaat in de instelling waarvan de zetel het dichtst bij het huis van de kandidaat is ".
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden de leden van de vierde groepen bedoeld in artikel 2 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969 in tijdelijk verband door de Minister aangesteld, op eensluidend advies van het inrichtingshoofd.
Het inrichtingshoofd formuleert zijn advies binnen de vijf werkdagen na de ontvangst van de kandidaturen rekening houdend met de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten van de kandidaten en de adequatie van hun profiel met het pedagogisch project van de instelling.
In het geval dat de Minister meerdere eensluidende adviezen met betrekking tot dezelfde kandidatuur ontvangt, gaat hij over tot de aanstelling in tijdelijk verband van de kandidaat in de instelling waarvan de zetel het dichtst bij het huis van de kandidaat is ".
Art. 50. Dans l'article 26 du même arrêté dont le texte actuel devient le paragraphe 1er, il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres des quatrièmes groupes visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité sont désignés à titre temporaire par le Ministre sur avis conforme du chef d'établissement.
Le chef d'établissement formule son avis dans les cinq jours ouvrables de la réception des candidatures en tenant compte des titres et mérites des candidats et de l'adéquation de leur profil au projet pédagogique de l'établissement.
Dans l'hypothèse où le Ministre est saisi de plusieurs avis conformes relatifs à la même candidature, il procède à la désignation à titre temporaire du candidat dans l'établissement dont le siège est le plus proche du domicile du candidat ".
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres des quatrièmes groupes visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité sont désignés à titre temporaire par le Ministre sur avis conforme du chef d'établissement.
Le chef d'établissement formule son avis dans les cinq jours ouvrables de la réception des candidatures en tenant compte des titres et mérites des candidats et de l'adéquation de leur profil au projet pédagogique de l'établissement.
Dans l'hypothèse où le Ministre est saisi de plusieurs avis conformes relatifs à la même candidature, il procède à la désignation à titre temporaire du candidat dans l'établissement dont le siège est le plus proche du domicile du candidat ".
Art. 51. In paragraaf 1 van artikel 26bis van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een 2° ingevoegd, luidend als volgt :
" 2° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
2° 1° bis, 1° ter en 1° quater worden respectievelijk 3°, 4° en 5° ;
3° er wordt een 6° ingevoegd, luidend als volgt :
" 6° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
4° 2°, 2° bis en 2° ter worden respectievelijk 7°, 8° en 9° ;
5° er wordt een 10° ingevoegd, luidend als volgt :
" 10° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
6° 2° quater, 2° quinquies, 3°, 3° bis, 3° ter, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° en 13° worden respectievelijk 11°, 12° en 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18°, 19°, 20°, 21°, 22°, 23°, 24° en 25 ;
7° in de paragraaf 2, wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid, wordt eerst een einde gemaakt, binnen de zone waarin de wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht wordt verricht, aan de prestaties van de tijdelijken die houder zijn van een ander bekwaamheidsbewijs dan een vereist bekwaamheidsbewijs, of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan, van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, en dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan, in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, dan, in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid.
Indien de betrekking die geheel of gedeeltelijk door de minst goed gerangschikte kandidaat wordt vrijgemaakt, voor de in het eerste lid en het tweede lid bedoelde personeelsleden die deze genieten, een verplaatsing met de algemene vervoermiddelen van meer dan vier uur per dag tot gevolg heeft, kunnen deze die wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht weigeren. In dat geval wordt, geheel of gedeeltelijk, een einde gemaakt aan de prestaties eerst van een andere tijdelijke die houder is van een ander bekwaamheidsbewijs dan een vereist bekwaamheidsbewijs, of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs, dan van een andere tijdelijke die gerangschikt is in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, dan in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit, en bij gebreke daarvan, van de best gerangschikte tijdelijke die houder is van het bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van de onmiddellijk beter gerangschikte vereiste bekwaamheidsbewijzen.
1° er wordt een 2° ingevoegd, luidend als volgt :
" 2° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
2° 1° bis, 1° ter en 1° quater worden respectievelijk 3°, 4° en 5° ;
3° er wordt een 6° ingevoegd, luidend als volgt :
" 6° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
4° 2°, 2° bis en 2° ter worden respectievelijk 7°, 8° en 9° ;
5° er wordt een 10° ingevoegd, luidend als volgt :
" 10° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van hun aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
6° 2° quater, 2° quinquies, 3°, 3° bis, 3° ter, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° en 13° worden respectievelijk 11°, 12° en 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18°, 19°, 20°, 21°, 22°, 23°, 24° en 25 ;
7° in de paragraaf 2, wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid, wordt eerst een einde gemaakt, binnen de zone waarin de wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht wordt verricht, aan de prestaties van de tijdelijken die houder zijn van een ander bekwaamheidsbewijs dan een vereist bekwaamheidsbewijs, of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan, van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, en dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan, in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, dan, in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid.
Indien de betrekking die geheel of gedeeltelijk door de minst goed gerangschikte kandidaat wordt vrijgemaakt, voor de in het eerste lid en het tweede lid bedoelde personeelsleden die deze genieten, een verplaatsing met de algemene vervoermiddelen van meer dan vier uur per dag tot gevolg heeft, kunnen deze die wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht weigeren. In dat geval wordt, geheel of gedeeltelijk, een einde gemaakt aan de prestaties eerst van een andere tijdelijke die houder is van een ander bekwaamheidsbewijs dan een vereist bekwaamheidsbewijs, of een voldoend bekwaamheidsbewijs of een schaarstebekwaamheidsbewijs, dan van een andere tijdelijke die gerangschikt is in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, dan in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit, en bij gebreke daarvan, van de best gerangschikte tijdelijke die houder is van het bekwaamheidsbewijs behorend tot de categorie van de onmiddellijk beter gerangschikte vereiste bekwaamheidsbewijzen.
Art. 51. Dans le paragraphe 1er de l'article 26bis du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un 2° rédigé comme suit :
" 2° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
2° les 1° bis, 1° ter et 1° quater deviennent respectivement les 3°, 4° et 5° ;
3° il est inséré un 6° rédigé comme suit :
" 6° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
4° les 2°, 2° bis et 2° ter deviennent respectivement les 7°, 8° et 9° ;
5° il est inséré un 10° rédigé comme suit :
" 10° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
6° les 2° quater, 2° quinquies, 3°, 3° bis, 3° ter, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° et 13° deviennent respectivement les 11°, 12° et 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18°, 19°, 20°, 21°, 22°, 23°, 24° et 25 ;
7° dans le paragraphe 2, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application des alinéas 1er et 3, il est d'abord mis fin, au sein de la zone où le rappel à l'activité ou le complément de charge est effectué, aux prestations des temporaires titulaires d'un autre titre que d'un titre de capacité requis, ou suffisant ou de pénurie, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, et enfin dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 3, et, enfin, dans le premier groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 2.
Toutefois, si l'emploi totalement ou partiellement libéré par le temporaire le moins bien classé entraîne pour les membres du personnel visés aux alinéas 1e et 2 qui en bénéficient un déplacement de plus de quatre heures par jour par les transports en commun, ceux-ci peuvent refuser ce rappel à l'activité ou ce complément de charge. Dans ce cas, il est mis fin, totalement ou partiellement, aux prestations d'abord d'un autre temporaire titulaire d'un autre titre qu'un titre de capacité requis, ou suffisant ou de pénurie, puis d'un temporaire classé dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3 alinéa 2, puis des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis des temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, du même arrêté et à défaut, du temporaire porteur du titre de capacité relevant de la catégorie des titres requis immédiatement mieux classé.
1° il est inséré un 2° rédigé comme suit :
" 2° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
2° les 1° bis, 1° ter et 1° quater deviennent respectivement les 3°, 4° et 5° ;
3° il est inséré un 6° rédigé comme suit :
" 6° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
4° les 2°, 2° bis et 2° ter deviennent respectivement les 7°, 8° et 9° ;
5° il est inséré un 10° rédigé comme suit :
" 10° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de leur désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
6° les 2° quater, 2° quinquies, 3°, 3° bis, 3° ter, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° et 13° deviennent respectivement les 11°, 12° et 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18°, 19°, 20°, 21°, 22°, 23°, 24° et 25 ;
7° dans le paragraphe 2, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application des alinéas 1er et 3, il est d'abord mis fin, au sein de la zone où le rappel à l'activité ou le complément de charge est effectué, aux prestations des temporaires titulaires d'un autre titre que d'un titre de capacité requis, ou suffisant ou de pénurie, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, et enfin dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 3, et, enfin, dans le premier groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 2.
Toutefois, si l'emploi totalement ou partiellement libéré par le temporaire le moins bien classé entraîne pour les membres du personnel visés aux alinéas 1e et 2 qui en bénéficient un déplacement de plus de quatre heures par jour par les transports en commun, ceux-ci peuvent refuser ce rappel à l'activité ou ce complément de charge. Dans ce cas, il est mis fin, totalement ou partiellement, aux prestations d'abord d'un autre temporaire titulaire d'un autre titre qu'un titre de capacité requis, ou suffisant ou de pénurie, puis d'un temporaire classé dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3 alinéa 2, puis des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis des temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, du même arrêté et à défaut, du temporaire porteur du titre de capacité relevant de la catégorie des titres requis immédiatement mieux classé.
Art. 52. In artikel 26ter van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de paragraaf 1bis worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) er wordt een 2° ingevoegd, luidend als volgt :
" 2° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
b) 1° bis, 1° ter en 1° quater worden respectievelijk 3°, 4° en 5° ;
c) er wordt een 6° ingevoegd, luidend als volgt :
" 6° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
d) 2°, 2° bis en 3 worden respectievelijk 7°, 8° en 9° ;
e) er wordt een 10° ingevoegd, luidend als volgt :
" 10° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
f) 3° bis, 3° ter, 3° quater, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, worden respectievelijk 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18° ;
2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid, in het secundair onderwijs voor sociale promotie, wordt eerst een einde gemaakt, binnen de zone waarin de wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht wordt verricht, aan de prestaties van de tijdelijken dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, en, ten slotte, in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid ".
1° in de paragraaf 1bis worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) er wordt een 2° ingevoegd, luidend als volgt :
" 2° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
b) 1° bis, 1° ter en 1° quater worden respectievelijk 3°, 4° en 5° ;
c) er wordt een 6° ingevoegd, luidend als volgt :
" 6° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
d) 2°, 2° bis en 3 worden respectievelijk 7°, 8° en 9° ;
e) er wordt een 10° ingevoegd, luidend als volgt :
" 10° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, van hetzelfde koninklijk besluit in omgekeerde volgorde van de aanstelling en, op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd " ;
f) 3° bis, 3° ter, 3° quater, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, worden respectievelijk 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18° ;
2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid, in het secundair onderwijs voor sociale promotie, wordt eerst een einde gemaakt, binnen de zone waarin de wederoproep tot de activiteit of de aanvulling van een opdracht wordt verricht, aan de prestaties van de tijdelijken dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid, dan van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, en ten slotte in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, dan in omgekeerde volgorde van de aanstelling en op gelijke datum van aanstelling, op eensluidend gemotiveerd advies van het inrichtingshoofd van de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid, dan in omgekeerde volgorde van de rangschikking in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, dan in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, en, ten slotte, in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid ".
Art. 52. Dans l'article 26ter du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1erbis, les modifications suivantes sont apportées :
a) il est inséré un 2° rédigé comme suit :
" 2° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
b) les 1° bis, 1° ter et 1° quater deviennent respectivement les 3°, 4° et 5° ;
c) il est inséré un 6° rédigé comme suit :
" 6° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
d) les 2°, 2° bis et 3 deviennent respectivement les 7°, 8° et 9° ;
e) il est inséré un 10° rédigé comme suit :
" 10° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
f) les 3° bis, 3° ter, 3° quater, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, deviennent respectivement les 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18° ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, dans l'enseignement secondaire de promotion sociale, il est d'abord mis fin, au sein de la zone où le rappel à l'activité ou le complément de charge est effectué, aux prestations des temporaire, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, et enfin dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 3, et, enfin, dans le premier groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 2 ".
1° dans le paragraphe 1erbis, les modifications suivantes sont apportées :
a) il est inséré un 2° rédigé comme suit :
" 2° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
b) les 1° bis, 1° ter et 1° quater deviennent respectivement les 3°, 4° et 5° ;
c) il est inséré un 6° rédigé comme suit :
" 6° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
d) les 2°, 2° bis et 3 deviennent respectivement les 7°, 8° et 9° ;
e) il est inséré un 10° rédigé comme suit :
" 10° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, du même arrêté royal dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et, à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement " ;
f) les 3° bis, 3° ter, 3° quater, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, deviennent respectivement les 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17°, 18° ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa 1er, dans l'enseignement secondaire de promotion sociale, il est d'abord mis fin, au sein de la zone où le rappel à l'activité ou le complément de charge est effectué, aux prestations des temporaire, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 précité, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4, puis des temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3, puis des temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 3, et enfin dans le premier groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, puis dans l'ordre chronologique inverse de la désignation et à date de désignation identique, sur avis conforme motivé du chef d'établissement des temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5, puis dans l'ordre inverse du classement dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 4, puis dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 3, et, enfin, dans le premier groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 2 ".
Art. 53. In artikel 26quater van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de eerste zin worden de woorden " opdat de personeelsleden een ambt met volledige dagtaak zouden kunnen uitoefenen " vervangen door de woorden " opdat de personeelsleden volledige dagtaak zouden kunnen krijgen " ;
b) 13° bis en 13° ter worden respectievelijk 14° en 15° ;
c) er wordt een 16° ingevoegd, luidend als volgt :
" 16° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid van hetzelfde besluit " ;
d) 14° en 15° worden respectievelijk 17° en 18° ;
e) de punten 19°, 20°, 21°, 22°, 23° en 24° worden ingevoegd, luidend als volgt :
" 19° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
20° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
21° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
22° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
23° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
24° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid van hetzelfde koninklijk besluit ; "
f) 16° wordt 25° ;
2° in de paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de eerste zin worden de woorden " vrijwillig verlaten " vervangen door de woorden " weigeren " ;
b) de tweede zin wordt geschrapt ".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de eerste zin worden de woorden " opdat de personeelsleden een ambt met volledige dagtaak zouden kunnen uitoefenen " vervangen door de woorden " opdat de personeelsleden volledige dagtaak zouden kunnen krijgen " ;
b) 13° bis en 13° ter worden respectievelijk 14° en 15° ;
c) er wordt een 16° ingevoegd, luidend als volgt :
" 16° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 1, vijfde lid van hetzelfde besluit " ;
d) 14° en 15° worden respectievelijk 17° en 18° ;
e) de punten 19°, 20°, 21°, 22°, 23° en 24° worden ingevoegd, luidend als volgt :
" 19° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vierde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
20° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 2, vijfde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
21° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de eerste groep bedoeld in artikel 2, § 3, tweede lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
22° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de tweede groep bedoeld in artikel 2, § 3, derde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
23° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de derde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vierde lid van hetzelfde koninklijk besluit ;
24° de tijdelijken die gerangschikt zijn in de vierde groep bedoeld in artikel 2, § 3, vijfde lid van hetzelfde koninklijk besluit ; "
f) 16° wordt 25° ;
2° in de paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de eerste zin worden de woorden " vrijwillig verlaten " vervangen door de woorden " weigeren " ;
b) de tweede zin wordt geschrapt ".
Art. 53. Dans l'article 26quater du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la première phrase, les mots " permettre d'exercer une fonction à " sont remplacés par les mots " confier des " ;
b) les 13° bis et 13° ter deviennent respectivement les 14° et 15° ;
c) il est inséré un 16° rédigé comme suit :
" 16° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5 du même arrêté " ;
d) les 14° et 15° deviennent respectivement les 17° et 18° ;
e) il est inséré des 19°, 20°, 21°, 22°, 23° et 24° rédigés comme suit :
" 19° les temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4 du même arrêté royal ;
20° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5 du même arrêté royal ;
21° les temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2 du même arrêté royal ;
22° les temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3 du même arrêté royal ;
23° les temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4 du même arrêté royal ;
24° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5 du même arrêté royal ; "
f) le 16° devient le 25° ;
2° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la première phrase, les mots " renoncer volontairement aux " sont remplacés par le mot " refuser " ;
b) la deuxième phrase est supprimée ".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la première phrase, les mots " permettre d'exercer une fonction à " sont remplacés par les mots " confier des " ;
b) les 13° bis et 13° ter deviennent respectivement les 14° et 15° ;
c) il est inséré un 16° rédigé comme suit :
" 16° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 1er, alinéa 5 du même arrêté " ;
d) les 14° et 15° deviennent respectivement les 17° et 18° ;
e) il est inséré des 19°, 20°, 21°, 22°, 23° et 24° rédigés comme suit :
" 19° les temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 4 du même arrêté royal ;
20° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 2, alinéa 5 du même arrêté royal ;
21° les temporaires classés dans le premier groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 2 du même arrêté royal ;
22° les temporaires classés dans le deuxième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 3 du même arrêté royal ;
23° les temporaires classés dans le troisième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 4 du même arrêté royal ;
24° les temporaires classés dans le quatrième groupe visé à l'article 2, § 3, alinéa 5 du même arrêté royal ; "
f) le 16° devient le 25° ;
2° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la première phrase, les mots " renoncer volontairement aux " sont remplacés par le mot " refuser " ;
b) la deuxième phrase est supprimée ".
Art. 54. Gedurende drie jaar of totdat ze anciënniteit in het onderwijs van de Franse Gemeenschap verwerven, worden de kandidaten die geen enkele dienst bewezen hebben in het georganiseerde onderwijs van de Franse Gemeenschap en die al een kandidatuur vóór 31 december 2020 ingediend hebben, gerangschikt, volgens het geval, in de tweede of de derde groep bedoeld in artikel 2 van het bovenvermelde besluit van 22 juli 1969.
Art. 54. Pendant trois ans ou jusqu'à ce qu'ils acquièrent de l'ancienneté dans l'enseignement de la Communauté française, les candidats qui n'ont rendu aucun service dans l'enseignement organisé de la Communauté française et qui ont déjà introduit une candidature avant le 31 décembre 2020 sont classés, selon le cas, dans le deuxième ou troisième groupe visés à l'article 2 de l'arrêté du 22 juillet 1969 précité.
Art. 55. De artikelen 46 tot 54 zijn voor het eerst van toepassing bij de oproep bekendgemaakt tijdens de maand januari 2021 met toepassing van artikel 21 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.
Art. 55. Les articles 46 à 54 s'appliquent pour la première fois à l'occasion de l'appel publié au cours du mois de janvier 2021 en application de l'article 21 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendants de ces établissements et des membres du personnel des services d'inspection chargés de la surveillance de ces établissements.
Art. 56. In artikel 18, § 1, van het decreet van 12 juli 2001 waarbij de materiële omstandigheden van de inrichtingen van het basis- en secundair onderwijs worden verbeterd, worden de woorden " tijdens de jaren 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 " vervangen door de woorden " tijdens de jaren 2002 tot 2038 ".
Art. 56. A l'article 18, § 1er, du décret du 12 juillet 2001 visant à améliorer les conditions matérielles des établissements de l'enseignement fondamental et secondaire, les mots " pendant les années 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016, 2017 et 2018 " sont remplacés par les mots " pendant les années 2002 à 2038 ".
(NOTA : bij arrest nr.126/2020 van 01-10-2020 (B.St. 06-11-2020, p. 79516), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 126/2020 du 01-10-2020 (M.B. 06-11-2020, p. 79516), la Cour constitutionnelle a annulé le présent article)
Art. 57. Artikel 15 van het programmadecreet van 12 december 2018 houdende verschillende maatregelen inzake de regeling van de begroting en van de boekhouding, de begrotingsfondsen, hoger onderwijs en onderzoek, kind, het leerplichtonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, schoolgebouwen, de financiering van infrastructuren voor de Cité des métiers van Charleroi, de uitvoering van de hervorming van de initiële opleiding van de leerkrachten, wordt opgeheven.
Art. 57. L'article 15 du Décret-programme du 12 décembre 2018 portant diverses mesures relatives à l'organisation du Budget et de la comptabilité, aux Fonds budgétaires, à l'Enseignement supérieur et à la Recherche, à l'Enfance, à l'Enseignement obligatoire et de promotion sociales, aux Bâtiments scolaires, au financement des Infrastructures destinées à accueillir la Cité des métiers de Charleroi, à la mise en oeuvre de la réforme de la formation initiale des enseignants est abrogé.
Art. 58. In artikel 50 van het decreet van 13 september 2018 tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, om een nieuw sturingskader te ontwikkelen, waarbij de betrekkingen tussen de Franse Gemeenschap en de schoolinrichtingen contractueel worden vastgelegd, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
" Bovendien treden artikel 68, §§ 2 en volgende van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, op 1 september 2019 op zijn vroegst in werking ".
" Bovendien treden artikel 68, §§ 2 en volgende van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, op 1 september 2019 op zijn vroegst in werking ".
Art. 58. A l'article 50 du décret du 13 septembre 2018 modifiant le décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre afin de déployer un nouveau cadre de pilotage, contractualisant les relations entre la Communauté française et les établissements scolaires, l'alinéa 2 est remplacé par :
" En outre, l'article 68, §§ 2 et suivants du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre entrent en vigueur le 1er septembre 2019 au plus tôt ".
" En outre, l'article 68, §§ 2 et suivants du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre entrent en vigueur le 1er septembre 2019 au plus tôt ".
Art. 59. In artikel 145 van het decreet van 13 september 2018 tot oprichting van de Algemene sturingsdienst voor de scholen en psycho-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De toelating tot de stage in de bevorderingsambten van zonedirecteur en van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst in het kader van de aanwervingsprocedure bedoeld in de artikelen 143 en 144 kan gebeuren vanaf de dag dat een decreet dat de samenwerking organiseert zoals bedoeld in artikel 67, § 4, 4° van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, in werking is getreden ".
" De toelating tot de stage in de bevorderingsambten van zonedirecteur en van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst in het kader van de aanwervingsprocedure bedoeld in de artikelen 143 en 144 kan gebeuren vanaf de dag dat een decreet dat de samenwerking organiseert zoals bedoeld in artikel 67, § 4, 4° van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, in werking is getreden ".
Art. 59. A l'article 145 du décret du 13 septembre 2018 portant création du Service général de pilotage des écoles et Centres psycho-médico-sociaux et fixant le statut des directeurs de zone et délégués au contrat d'objectifs l'alinéa 1er est remplacé par :
" L'admission au stage dans les fonctions de promotion de Directeur de zone et de Délégué au contrat d'objectifs dans le cadre de la procédure de recrutement visée aux articles 143 et 144 peut intervenir à partir du jour où un décret organisant le travail collaboratif visé à l'article 67, § 4, 4° du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre est entré en vigueur ".
" L'admission au stage dans les fonctions de promotion de Directeur de zone et de Délégué au contrat d'objectifs dans le cadre de la procédure de recrutement visée aux articles 143 et 144 peut intervenir à partir du jour où un décret organisant le travail collaboratif visé à l'article 67, § 4, 4° du décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre est entré en vigueur ".
TITEL V. - SLOTBEPALINGEN
TITRE V. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 60. WBE erft de rechten en plichten van de Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 2, alsmede de goederen die overgedragen worden overeenkomstig artikel 61, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit lopende en toekomstige gerechtelijke procedures.
Nochtans blijven ten laste van de Gemeenschap :
1° de verbintenissen aangegaan door haar vóór de inwerkingtreding van dit decreet wanneer de betaling ervan op die datum verschuldigd is als het gaat om vaste uitgaven of om uitgaven waarvoor geen schuldvorderingsaangifte voorgelegd moet worden ;
2° de overige schulden wanneer ze vastliggen en wanneer de betaling ervan regelmatig op dezelfde datum aangevraagd wordt ;
3° de financiële gevolgen van de lopende gerechtelijke procedures.
Nochtans blijven ten laste van de Gemeenschap :
1° de verbintenissen aangegaan door haar vóór de inwerkingtreding van dit decreet wanneer de betaling ervan op die datum verschuldigd is als het gaat om vaste uitgaven of om uitgaven waarvoor geen schuldvorderingsaangifte voorgelegd moet worden ;
2° de overige schulden wanneer ze vastliggen en wanneer de betaling ervan regelmatig op dezelfde datum aangevraagd wordt ;
3° de financiële gevolgen van de lopende gerechtelijke procedures.
Art. 60. WBE succède aux droits et obligations de la Communauté relatifs aux compétences visées à l'article 2 ainsi qu'aux biens transférés en vertu de l'article 61, en ce compris les droits et obligations résultant de procédures judiciaires en cours et à venir.
Toutefois, restent à charge de la Communauté :
1° les obligations contractées par elle avant l'entrée en vigueur du présent décret lorsque leur paiement est dû à cette date s'il s'agit de dépenses fixes ou de dépenses pour lesquelles une déclaration de créance ne doit pas être produite ;
2° les autres dettes lorsqu'elles sont certaines et que leur paiement a été régulièrement réclamé à cette même date ;
3° les conséquences financières des procédures judiciaires en cours.
Toutefois, restent à charge de la Communauté :
1° les obligations contractées par elle avant l'entrée en vigueur du présent décret lorsque leur paiement est dû à cette date s'il s'agit de dépenses fixes ou de dépenses pour lesquelles une déclaration de créance ne doit pas être produite ;
2° les autres dettes lorsqu'elles sont certaines et que leur paiement a été régulièrement réclamé à cette même date ;
3° les conséquences financières des procédures judiciaires en cours.
Art. 61. De eigendom van de roerende en onroerende goederen van de Gemeenschap, zowel van het openbare als van het privé domein, die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 2, wordt zonder vergoeding naar WBE overgedragen. De Regering bepaalt de lijst van de onroerende goederen bedoeld in het eerste lid, alsook de voorwaarden en de nadere regels voor deze overdracht. Deze overdrachten worden van rechtswege uitgevoerd. Zij zijn zonder andere formaliteit vanaf de inwerkingtreding van dit besluit inroepbaar tegen derden.
Art. 61. La propriété des biens meubles et immeubles de la Communauté, tant du domaine public que du domaine privé, indispensables à l'exercice des compétences visées à l'article 2 est transférée, sans indemnité, à WBE. Le Gouvernement arrête la liste des biens immeubles visés à l'alinéa 1er ainsi que les conditions et les modalités de ce transfert. Les transferts sont réalisés de plein droit. Ils sont opposables aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur de cet arrêté.
Art. 62. WBE erft de rechten en plichten van de Franse Gemeenschap in verband met de schoolgebouwen toegewijd aan het onderwijsnet georganiseerd door de Franse Gemeenschap en waarvan de lijst door de Regering vastgesteld wordt.
Bij uitzondering van het eerste lid blijven de leningen en hun waarborg bedoeld in het decreet van 6 december 1993 waarbij de Regering van de Franse Gemeenschap gemachtigd wordt, de leningen aangegaan door de publiekrechtelijke maatschappijen voor het beheren van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs te waarborgen, ten laste van de Franse Gemeenschap alsook de werkingskosten en hun huurgelden betaald aan zes publiekrechtelijke maatschappijen voor het beheren van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs bedoeld in het decreet van 5 juli 1993 houdende oprichting van zes publiekrechtelijke maatschappijen belast met het bestuur van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs.
Bij uitzondering van het eerste lid blijven de leningen en hun waarborg bedoeld in het decreet van 6 december 1993 waarbij de Regering van de Franse Gemeenschap gemachtigd wordt, de leningen aangegaan door de publiekrechtelijke maatschappijen voor het beheren van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs te waarborgen, ten laste van de Franse Gemeenschap alsook de werkingskosten en hun huurgelden betaald aan zes publiekrechtelijke maatschappijen voor het beheren van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs bedoeld in het decreet van 5 juli 1993 houdende oprichting van zes publiekrechtelijke maatschappijen belast met het bestuur van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs.
Art. 62. WBE succède aux droits et obligations de la Communauté française en ce qui concerne les bâtiments scolaires affectés au réseau d'enseignement organisé par la Communauté et dont la liste est fixée par le Gouvernement.
Par exception au premier alinéa, les emprunts et leur garantie visées par le décret du 6 décembre 1993 autorisant le Gouvernement de la Communauté française à garantir les emprunts contractés par les sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics restent à charge de la Communauté française ainsi que les frais de fonctionnement et les loyers payés aux six sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics visées par le décret du 5 juillet 1993 portant création de six sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics.
Par exception au premier alinéa, les emprunts et leur garantie visées par le décret du 6 décembre 1993 autorisant le Gouvernement de la Communauté française à garantir les emprunts contractés par les sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics restent à charge de la Communauté française ainsi que les frais de fonctionnement et les loyers payés aux six sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics visées par le décret du 5 juillet 1993 portant création de six sociétés de droit public d'administration des bâtiments scolaires de l'enseignement organisé par les pouvoirs publics.
Art. 63. § 1. Met het oog op de uitoefening van de bevoegdheden van WBE bedoeld in artikel 2 worden de personeelsleden van het Ministerie naar WBE bij besluiten van de Regering overgedragen.
Uit eigen initiatief op elk ogenblik dat hij het gepast acht en ten minste één keer per jaar, neemt de WBE-Raad een verslag aan waarin zijn behoeften aan personeel bepaald worden waarmee hij al zijn opdrachten kan uitvoeren. De behoeften worden inzonderheid geschat in het licht van de door de raad vastgestelde WBE-strategie en de eigenschappen van de instellingen. Het verslag bepaalt in het bijzonder het aantal en de vaardigheden van het vereiste personeel, dat van het ministerie moet worden overgedragen aan de personeelsleden die toegewezen zijn aan de opdrachten die onder de bevoegdheid van WBE vallen, en de datum van hun indiensttreding bij WBE.
De eerste overdrachten [1 gebeuren vanaf 1 september]1.
De overdrachten van de leden van de Algemene Dienst van het Ministerie belast met de infrastructuren van WBE en van de Algemene Directie van de personeelsleden van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap, met uitzondering van de personeelsleden die belast zijn met de vaststelling en de vereffening van de wedden, met inbegrip van het beheer van de medische afwezigheden, het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het technisch, paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap, de personeelsleden belast met de transversale zaken en de coördinatie van de opdrachten behorend tot de regulerende macht, de ambtenaren belast met de CAPELO-taken, de personeelsleden voor de omkadering van de taken behorend tot de opdrachten van de regulerende macht, de personeelsleden belast met het indicateren, de briefwisseling en het klassement in het kader van de opdrachten van de regulerende macht, de personeelsleden belast de CAP-examencommissie, de personeelsleden belast met de waardering van de nuttige ervaring en bekendheid voor de personeelsleden van de Hogescholen en Hogere Kunstscholen en de juristen belast met de statutaire opdrachten behorend tot de regulerende macht, gebeuren tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023.
De Regering is ertoe gemachtigd om de termijn bedoeld in het vierde lid te verlengen.
De besluiten van de Regering houdende overdracht van het personeel worden aangenomen op eensluidend advies van de WBE-Raad bedoeld in het tweede lid.
De overdrachten bedoeld in het eerste en het vierde lid zijn geen nieuwe benoemingen.
§ 2. De Regering bepaalt de nadere regels voor de overdracht van de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1.
Deze nadere regels bepalen inzonderheid dat deze personeelsleden overgedragen worden in hun graad of in een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.
Ze behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die ze genoten of zouden hebben genoten als ze in hun oorspronkelijke dienst het ambt verder zouden hebben uitgeoefend waarvan ze titularis waren op het ogenblik van hun overdracht.
Het juridisch statuut van deze personeelsleden blijft geregeld door de bepalingen die in het ministerie gelden, zolang de Regering van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt.
§ 3. [2 ...]2
Uit eigen initiatief op elk ogenblik dat hij het gepast acht en ten minste één keer per jaar, neemt de WBE-Raad een verslag aan waarin zijn behoeften aan personeel bepaald worden waarmee hij al zijn opdrachten kan uitvoeren. De behoeften worden inzonderheid geschat in het licht van de door de raad vastgestelde WBE-strategie en de eigenschappen van de instellingen. Het verslag bepaalt in het bijzonder het aantal en de vaardigheden van het vereiste personeel, dat van het ministerie moet worden overgedragen aan de personeelsleden die toegewezen zijn aan de opdrachten die onder de bevoegdheid van WBE vallen, en de datum van hun indiensttreding bij WBE.
De eerste overdrachten [1 gebeuren vanaf 1 september]1.
De overdrachten van de leden van de Algemene Dienst van het Ministerie belast met de infrastructuren van WBE en van de Algemene Directie van de personeelsleden van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap, met uitzondering van de personeelsleden die belast zijn met de vaststelling en de vereffening van de wedden, met inbegrip van het beheer van de medische afwezigheden, het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het technisch, paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel van het onderwijs georganiseerd door de Gemeenschap, de personeelsleden belast met de transversale zaken en de coördinatie van de opdrachten behorend tot de regulerende macht, de ambtenaren belast met de CAPELO-taken, de personeelsleden voor de omkadering van de taken behorend tot de opdrachten van de regulerende macht, de personeelsleden belast met het indicateren, de briefwisseling en het klassement in het kader van de opdrachten van de regulerende macht, de personeelsleden belast de CAP-examencommissie, de personeelsleden belast met de waardering van de nuttige ervaring en bekendheid voor de personeelsleden van de Hogescholen en Hogere Kunstscholen en de juristen belast met de statutaire opdrachten behorend tot de regulerende macht, gebeuren tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023.
De Regering is ertoe gemachtigd om de termijn bedoeld in het vierde lid te verlengen.
De besluiten van de Regering houdende overdracht van het personeel worden aangenomen op eensluidend advies van de WBE-Raad bedoeld in het tweede lid.
De overdrachten bedoeld in het eerste en het vierde lid zijn geen nieuwe benoemingen.
§ 2. De Regering bepaalt de nadere regels voor de overdracht van de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1.
Deze nadere regels bepalen inzonderheid dat deze personeelsleden overgedragen worden in hun graad of in een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.
Ze behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die ze genoten of zouden hebben genoten als ze in hun oorspronkelijke dienst het ambt verder zouden hebben uitgeoefend waarvan ze titularis waren op het ogenblik van hun overdracht.
Het juridisch statuut van deze personeelsleden blijft geregeld door de bepalingen die in het ministerie gelden, zolang de Regering van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt.
§ 3. [2 ...]2
Art. 63. § 1er. En vue de l'exercice des compétences de WBE visées à l'article 2, des membres du personnel du Ministère sont transférés à WBE par arrêtés du Gouvernement.
D'initiative à tout moment qu'il juge opportun et au moins une fois par an, le Conseil WBE adopte un rapport déterminant ses besoins en personnel lui permettant d'exercer l'intégralité de ses missions. Les besoins sont notamment estimés au regard de la stratégie de WBE adoptée par le Conseil et des spécificités des établissements. Le rapport précise notamment le nombre et les compétences des personnels requis, à transférer du Ministère parmi les membres du personnel affecté à des missions dans la sphère de compétences de WBE, et la date de leur entrée en fonction à WBE.
Les premiers transferts [1 interviennent à partir du 1er septembre]1.
Les transferts des membres du Service général du Ministère en charge des infrastructures de WBE et de la Direction générale des Personnels de l'Enseignement organisé par Communauté, à l'exception des agents dédiés aux tâches de fixation et de liquidation du traitement, en ce compris la gestion des absences médicales, des personnels directeurs et enseignants, auxiliaire d'éducation, technique, paramédical, social et psychologique de l'enseignement organisé par la Communauté, des agents chargés des affaires transversales et de la coordination pour les missions relevant du pouvoir régulateur, des agents en charge de tâches CAPELO, des agents d'encadrement des tâches relevant des missions du pouvoir régulateur, des agents chargés de l'indicatage, du courrier et du classement dans le cadre des missions du pouvoir régulateur, des agents en charge du Jury CAP, des agents en charge de la valorisation d'expérience utile et de notoriété pour les personnels des Hautes Ecoles et des Ecoles supérieures des Arts, et des juristes en charge de missions statutaires relevant du pouvoir régulateur, sont réalisés entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2023.
Le Gouvernement est habilité à proroger le délai visé à l'alinéa 4.
Les arrêtés du Gouvernement portant transfert du personnel sont adoptés sur avis conforme du Conseil WBE visé à l'alinéa 2.
Les transferts visés aux alinéas 1er et 4 ne sont pas des nouvelles nominations.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités du transfert des membres du personnel visés au paragraphe 1er.
Ces modalités prévoient notamment que ces membres du personnel sont transférés dans leur grade ou un grade équivalent et en leur qualité.
Ils conservent au moins la rétribution et l'ancienneté qu'ils avaient ou auraient obtenues s'ils avaient continué exercer dans leur service d'origine la fonction dont ils étaient titulaires au moment de leur transfert.
Le statut juridique de ces membres du personnel demeure régi par les dispositions en vigueur au sein du ministère aussi longtemps que le Gouvernement n'aura pas fait usage de cette compétence.
§ 3.[2 ...]2
D'initiative à tout moment qu'il juge opportun et au moins une fois par an, le Conseil WBE adopte un rapport déterminant ses besoins en personnel lui permettant d'exercer l'intégralité de ses missions. Les besoins sont notamment estimés au regard de la stratégie de WBE adoptée par le Conseil et des spécificités des établissements. Le rapport précise notamment le nombre et les compétences des personnels requis, à transférer du Ministère parmi les membres du personnel affecté à des missions dans la sphère de compétences de WBE, et la date de leur entrée en fonction à WBE.
Les premiers transferts [1 interviennent à partir du 1er septembre]1.
Les transferts des membres du Service général du Ministère en charge des infrastructures de WBE et de la Direction générale des Personnels de l'Enseignement organisé par Communauté, à l'exception des agents dédiés aux tâches de fixation et de liquidation du traitement, en ce compris la gestion des absences médicales, des personnels directeurs et enseignants, auxiliaire d'éducation, technique, paramédical, social et psychologique de l'enseignement organisé par la Communauté, des agents chargés des affaires transversales et de la coordination pour les missions relevant du pouvoir régulateur, des agents en charge de tâches CAPELO, des agents d'encadrement des tâches relevant des missions du pouvoir régulateur, des agents chargés de l'indicatage, du courrier et du classement dans le cadre des missions du pouvoir régulateur, des agents en charge du Jury CAP, des agents en charge de la valorisation d'expérience utile et de notoriété pour les personnels des Hautes Ecoles et des Ecoles supérieures des Arts, et des juristes en charge de missions statutaires relevant du pouvoir régulateur, sont réalisés entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2023.
Le Gouvernement est habilité à proroger le délai visé à l'alinéa 4.
Les arrêtés du Gouvernement portant transfert du personnel sont adoptés sur avis conforme du Conseil WBE visé à l'alinéa 2.
Les transferts visés aux alinéas 1er et 4 ne sont pas des nouvelles nominations.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités du transfert des membres du personnel visés au paragraphe 1er.
Ces modalités prévoient notamment que ces membres du personnel sont transférés dans leur grade ou un grade équivalent et en leur qualité.
Ils conservent au moins la rétribution et l'ancienneté qu'ils avaient ou auraient obtenues s'ils avaient continué exercer dans leur service d'origine la fonction dont ils étaient titulaires au moment de leur transfert.
Le statut juridique de ces membres du personnel demeure régi par les dispositions en vigueur au sein du ministère aussi longtemps que le Gouvernement n'aura pas fait usage de cette compétence.
§ 3.[2 ...]2
TITEL VI. - OVERGANGSBEPALINGEN
TITRE VI. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES
Art. 64. § 1. De WBE-Raad is samengesteld uit zestien bestuurders die door het Parlement verkozen worden voor de periode van de zittingsduur. Ze worden verkozen volgens de evenredige vertegenwoordiging van de erkende politieke fracties die binnen het Parlement vertegenwoordigd worden met toepassing van de methode D'Hondt.
Indien, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, een erkende politieke groep niet over een bestuurder binnen de WBE-Raad beschikt, wordt die door een waarnemer vertegenwoordigd die door het Parlement aangesteld wordt.
Onder de verkozen bestuurders worden ten minste vier bestuurders gedomicilieerd op het tweetalige gebied Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ten minste acht bestuurders op het Franse taalgebied.
De WBE-Raad telt ten minste één derde van de leden van elk geslacht.
De WBE-Raad kan niet in meerderheid samengesteld zijn uit het onderwijzend of bestuurspersoneel van de inrichtingen van WBE.
§ 2. Zetelen met raadgevende stem :
1° de voorzitters van het Verenigd college van het hoger onderwijs ;
2° elke andere persoon uitgenodigd als deskundige door de WBE-Raad.
Indien, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, een erkende politieke groep niet over een bestuurder binnen de WBE-Raad beschikt, wordt die door een waarnemer vertegenwoordigd die door het Parlement aangesteld wordt.
Onder de verkozen bestuurders worden ten minste vier bestuurders gedomicilieerd op het tweetalige gebied Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ten minste acht bestuurders op het Franse taalgebied.
De WBE-Raad telt ten minste één derde van de leden van elk geslacht.
De WBE-Raad kan niet in meerderheid samengesteld zijn uit het onderwijzend of bestuurspersoneel van de inrichtingen van WBE.
§ 2. Zetelen met raadgevende stem :
1° de voorzitters van het Verenigd college van het hoger onderwijs ;
2° elke andere persoon uitgenodigd als deskundige door de WBE-Raad.
Art. 64. § 1er. Le Conseil WBE est composé de seize administrateurs élus par le Parlement pour la durée de la législature. Ils sont élus à la proportionnelle des groupes politiques reconnus représentés au sein du Parlement en application de la méthode D'Hondt.
Si, en application des dispositions de l'alinéa 1er, un groupe politique reconnu ne dispose pas d'un administrateur au sein du Conseil WBE, il y est représenté par un observateur désigné par le Parlement.
Parmi les administrateurs élus, quatre au moins sont domiciliés sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et huit au moins sur le territoire de la région de langue française.
Le Conseil WBE compte au moins un tiers de membres de chaque sexe.
Le Conseil WBE ne peut être composé majoritairement de membres du personnel enseignant ou directeur des établissements de WBE.
§ 2. Siègent avec voix consultative :
1° les présidents du Collège réuni de l'Enseignement supérieur ;
2° toute autre personne invitée en qualité d'expert par le Conseil WBE.
Si, en application des dispositions de l'alinéa 1er, un groupe politique reconnu ne dispose pas d'un administrateur au sein du Conseil WBE, il y est représenté par un observateur désigné par le Parlement.
Parmi les administrateurs élus, quatre au moins sont domiciliés sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et huit au moins sur le territoire de la région de langue française.
Le Conseil WBE compte au moins un tiers de membres de chaque sexe.
Le Conseil WBE ne peut être composé majoritairement de membres du personnel enseignant ou directeur des établissements de WBE.
§ 2. Siègent avec voix consultative :
1° les présidents du Collège réuni de l'Enseignement supérieur ;
2° toute autre personne invitée en qualité d'expert par le Conseil WBE.
Art. 65. De zestien bestuurders worden verkozen onder de personen die hun burgerlijke en politieke rechten genieten, het bewijs leveren van aangepaste diploma's of vaardigheden, die volledig integer zijn en die een kennis van het overheidsbeheer hebben. Ze worden verkozen in functie van de complementariteit van hun vaardigheden en kennis van de verschillende types onderwijs.
Art. 65. Les seize administrateurs sont élus parmi les personnes qui jouissent de leurs droits civils et politiques, justifient de diplômes ou compétences adéquats, d'une parfaite intégrité et d'une connaissance de la gestion publique. Ils sont élus en fonction de la complémentarité de leurs compétences et connaissance des différents types d'enseignement.
Art. 66. De bestuurders worden verkozen binnen de vier maanden na de hernieuwing van het Parlement.
Het mandaat van de bestuurders loopt ten einde de dag waarop hun opvolgers aangesteld worden.
Het mandaat van de bestuurders loopt ten einde de dag waarop hun opvolgers aangesteld worden.
Art. 66. L'élection des administrateurs a lieu dans les quatre mois qui suivent le renouvellement du Parlement.
Le mandat des administrateurs expire le jour de l'installation de leurs successeurs.
Le mandat des administrateurs expire le jour de l'installation de leurs successeurs.
Art. 67. Indien een erkende politieke groep in de loop van een zittingsperiode niet langer over voldoende bestuurders beschikt, benoemt het Parlement op verzoek van zijn vertegenwoordigers in het Parlement het vereiste aantal bestuurders.
Bij afwezigheid of langdurige verhindering van meer dan drie maanden van een bestuurder, kan het Parlement zijn mandaat beëindigen en hem volgens de procedure bedoeld in het eerste lid vervangen.
Bij afwezigheid of langdurige verhindering van meer dan drie maanden van een bestuurder, kan het Parlement zijn mandaat beëindigen en hem volgens de procedure bedoeld in het eerste lid vervangen.
Art. 67. Dans le cas où, en cours de législature, un groupe politique reconnu ne posséderait plus d'administrateurs en suffisance, le Parlement procède, à la demande de ses représentants au sein du Parlement, à la désignation du nombre requis d'administrateurs.
En cas d'absence ou d'empêchement prolongé de plus de trois mois d'un administrateur, le Parlement peut mettre fin à son mandat et de le remplacer selon la procédure visée à l'alinéa 1er.
En cas d'absence ou d'empêchement prolongé de plus de trois mois d'un administrateur, le Parlement peut mettre fin à son mandat et de le remplacer selon la procédure visée à l'alinéa 1er.
Art. 68. De hoedanigheid van bestuurder is onverenigbaar met :
1° de hoedanigheid van lid van een regering, staatssecretaris van de Regering van het Brussels hoofdstedelijk Gewest en van lid van een ministeriële kabinet ;
2° de hoedanigheid van lid van een wetgevende vergadering op Europees, federaal, gemeenschaps- en gewestvlak ;
3° de hoedanigheid van provinciegouverneur of gouverneur van het administratief arrondissement, van commissaris van het arrondissement en van provincieraadslid ;
4° de hoedanigheid van titularis van een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van O.C.M.W. en met de hoedanigheid van lid van kabinet van één van deze mandatarissen ;
5° de hoedanigheid van personeelslid van het Algemene Administratie Onderwijs van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, van de inspectie- en sturingsdiensten van de scholen en psycho-medisch-sociale centra ;
6° de uitoefening van elk ander ambt dat een conflict van persoonlijk of functioneel belang kan veroorzaken als gevolg van de uitoefening van het ambt of van het bezit van belangen in een maatschappij, een organisatie of een inrichtende macht die een activiteit uitoefent die in rechtstreekse concurrentie staat met die van WBE;
7° het behoren tot een instelling die niet de democratische beginselen naleeft, zoals vermeld in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden en in de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd ;
8° de hoedanigheid van externe adviseur of regelmatige adviseur van WBE ;
9° de hoedanigheid van lid van een Zoneconferentie of van het Verenigd College van het hoger onderwijs ;
10° de hoedanigheid van verantwoordelijke, vaste gemachtigde of vaste afgevaardigde van een vakbondsorganisatie die de beroepsbelangen van het onderwijzend personeel verdedigen.
1° de hoedanigheid van lid van een regering, staatssecretaris van de Regering van het Brussels hoofdstedelijk Gewest en van lid van een ministeriële kabinet ;
2° de hoedanigheid van lid van een wetgevende vergadering op Europees, federaal, gemeenschaps- en gewestvlak ;
3° de hoedanigheid van provinciegouverneur of gouverneur van het administratief arrondissement, van commissaris van het arrondissement en van provincieraadslid ;
4° de hoedanigheid van titularis van een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van O.C.M.W. en met de hoedanigheid van lid van kabinet van één van deze mandatarissen ;
5° de hoedanigheid van personeelslid van het Algemene Administratie Onderwijs van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, van de inspectie- en sturingsdiensten van de scholen en psycho-medisch-sociale centra ;
6° de uitoefening van elk ander ambt dat een conflict van persoonlijk of functioneel belang kan veroorzaken als gevolg van de uitoefening van het ambt of van het bezit van belangen in een maatschappij, een organisatie of een inrichtende macht die een activiteit uitoefent die in rechtstreekse concurrentie staat met die van WBE;
7° het behoren tot een instelling die niet de democratische beginselen naleeft, zoals vermeld in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden en in de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd ;
8° de hoedanigheid van externe adviseur of regelmatige adviseur van WBE ;
9° de hoedanigheid van lid van een Zoneconferentie of van het Verenigd College van het hoger onderwijs ;
10° de hoedanigheid van verantwoordelijke, vaste gemachtigde of vaste afgevaardigde van een vakbondsorganisatie die de beroepsbelangen van het onderwijzend personeel verdedigen.
Art. 68. La qualité d'administrateur est incompatible avec :
1° la qualité de membre d'un gouvernement, de secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et avec la qualité de membre d'un cabinet ministériel ;
2° la qualité de membre d'une assemblée législative européenne, fédérale, communautaire et régionale ;
3° la qualité de gouverneur de province ou d'arrondissement administratif, de commissaire d'arrondissement et de député provincial ;
4° la qualité de titulaire d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président de C.P.A.S et avec la qualité de membre du cabinet de l'un de ces mandataires ;
5° la qualité de membre du personnel de l'Administration générale de l'Enseignement du Ministère de la Communauté française, des services de l'Inspection et du Pilotage des écoles et centres psycho-médico-sociaux ;
6° l'exercice de toute fonction de nature à créer un conflit d'intérêt personnel ou fonctionnel en raison de l'exercice de la fonction ou de la détention d'intérêts dans une société, une organisation ou un pouvoir organisateur exerçant une activité en concurrence directe avec celles de WBE ;
7° l'appartenance à un organisme qui ne respecte pas les principes de la démocratie tels qu'énoncés, notamment, par la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, par la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie et par la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste pendant la seconde guerre mondiale ;
8° la qualité de conseiller externe ou de consultant régulier de WBE ;
9° la qualité de membre d'une Conférence de zone ou du Collège réuni de l'Enseignement supérieur ;
10° la qualité de responsable, de mandaté permanent ou de délégué permanent d'une organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels du personnel enseignant.
1° la qualité de membre d'un gouvernement, de secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et avec la qualité de membre d'un cabinet ministériel ;
2° la qualité de membre d'une assemblée législative européenne, fédérale, communautaire et régionale ;
3° la qualité de gouverneur de province ou d'arrondissement administratif, de commissaire d'arrondissement et de député provincial ;
4° la qualité de titulaire d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président de C.P.A.S et avec la qualité de membre du cabinet de l'un de ces mandataires ;
5° la qualité de membre du personnel de l'Administration générale de l'Enseignement du Ministère de la Communauté française, des services de l'Inspection et du Pilotage des écoles et centres psycho-médico-sociaux ;
6° l'exercice de toute fonction de nature à créer un conflit d'intérêt personnel ou fonctionnel en raison de l'exercice de la fonction ou de la détention d'intérêts dans une société, une organisation ou un pouvoir organisateur exerçant une activité en concurrence directe avec celles de WBE ;
7° l'appartenance à un organisme qui ne respecte pas les principes de la démocratie tels qu'énoncés, notamment, par la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, par la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie et par la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste pendant la seconde guerre mondiale ;
8° la qualité de conseiller externe ou de consultant régulier de WBE ;
9° la qualité de membre d'une Conférence de zone ou du Collège réuni de l'Enseignement supérieur ;
10° la qualité de responsable, de mandaté permanent ou de délégué permanent d'une organisation syndicale qui défend les intérêts professionnels du personnel enseignant.
Art. 69. De WBE-Algemeen bestuurder zetelt met raadgevende stem in de WBE-Raad. Hij kan vergezeld worden door elke persoon die hij aanstelt of, bij afwezigheid of verhindering, kan hij vervangen worden door een personeelslid van de WBE-instelling.
Art. 69. L'Administrateur général WBE siège avec voix consultative au Conseil WBE. Il peut s'y faire accompagner par toute personne qu'il désigne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, s'y faire remplacer par un membre du personnel de l'organisme WBE.
Art. 71. In afwijking van de artikelen 5 tot 8 en 29, zijn de artikelen 64 tot 70 van toepassing op de WBE-Raad gekozen naar aanleiding van de hernieuwing van het Parlement als gevolg van de verkiezingen van 26 mei 2019.
Art. 71. Par dérogation aux articles 5 à 8 et 29, les articles 64 à 70 s'appliquent au Conseil WBE élu à la suite du renouvellement du Parlement consécutif aux élections du 26 mai 2019.
Art. 72. Onverminderd de bepalingen van dit decreet, in afwachting van de uitvoering van artikel 32 zijn de besluiten van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van 22 juli 1996 houdende het geldelijk statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van 15 april 2014 betreffende de voorwaarden voor de werving en de administratieve en geldelijke toestand van het contractueel personeel van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de audiovisuele sector en de instellingen van openbaar nut die onder het comité van sector XVII ressorteren en van 20 september 2012 tot instelling van een mandatenregeling voor de ambtenaren-generaal van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren, van toepassing onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen die door de Regering vastgesteld worden.
Art. 72. Sans préjudice des dispositions du présent décret, dans l'attente de la mise en oeuvre de l'article 32, les arrêtés du 22 juillet 1996 portant statut des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du 22 juillet 1996 portant statut pécuniaire des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française, du 15 avril 2014 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'audiovisuel et des organismes d'intérêt public qui relèvent du comité de secteur XVII et du 20 septembre 2012 instaurant un régime de mandats pour les fonctionnaires généraux des services du Gouvernement de la Communauté française et des organismes d'intérêt public qui relèvent du Comité de secteur XVII s'appliquent sous réserve des dispositions particulières fixées par le Gouvernement.
Art. 73. In afwachting van de uitvoering van artikel 63 worden de personeelsleden aangesteld door de Regering, in overleg met de Secretaris-generaal van het ministerie en de WBE-algemeen bestuurder, onder het ambtsgezag van de WBE-algemeen bestuurder geplaatst voor zover ze in de sfeer handelen van de bevoegdheden die aan WBE toegewezen worden overeenkomstig dit bijzonder decreet.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
Art. 73. Dans l'attente de la mise en oeuvre de l'article 63, les membres du personnel du ministère désignés par le Gouvernement, en concertation avec le Secrétaire général du ministère et l'administrateur général WBE, sont placés sous l'autorité fonctionnelle de l'administrateur général WBE dans la mesure où ils agissent dans la sphère des compétences attribuées à WBE par le présent décret spécial.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
Art. 74. § 1. In afwijking van artikel 17 wordt de eerste algemeen bestuurder aangesteld in een betrekking van rang 17 in de zin van het besluit van de Regering van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, door het Parlement, met inachtneming van de volgende procedure :
1° het Parlement bepaalt het ambtsprofiel van de algemeen bestuurder. Het ambtsprofiel bevat de nauwkeurige definitie van de algemene beheersopdrachten en de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden ;
2° het Parlement lanceert een oproep tot kandidaten door elk geschikt middel van bekendmaking.
Deze oproep vereist inzonderheid de indiening van een beheerplan door elke kandidaat ;
3° een college van vier externe deskundigen aangesteld door het Parlement brengt hem een advies uit over elke kandidatuur binnen een termijn van één maand ;
4° na advies van dit college en na, in voorkomend geval, de kandidaten te hebben gehoord, bezorgt het Parlement de Regering een rangschikking van drie kandidaten die hij de meest geschikte kandidaten acht ;
5° de Regering stelt de de WBE-algemeen bestuurder aan met inachtneming van de rangschikking bezorgd door het Parlement binnen de twee maanden na de ontvangst van deze rangschikking.
De procedure bedoeld in het eerste lid wordt opgestart binnen de tien dagen na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. De Regering kan aan de WBE-algemeen bestuurder een managementstoelage toekennen die tussen 0 en 20 % van zijn wedde begrepen is. Ze wordt elke maand betaald. Onder wedde wordt verstaan de jaarlijkse geïndexeerde wedde die in de maand december van het lopende jaar betaald wordt.
§ 3. In afwijking van artikel 18 loopt het mandaat van de WBE-algemeen bestuurder aangesteld met toepassing van paragraaf 1 ten einde op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de eed wordt afgelegd van de leden van een nieuwe regering als rechtstreeks gevolg van een tweede hernieuwing van het Parlement naar aanleiding van de inwerkingtreding van dit decreet.
1° het Parlement bepaalt het ambtsprofiel van de algemeen bestuurder. Het ambtsprofiel bevat de nauwkeurige definitie van de algemene beheersopdrachten en de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden ;
2° het Parlement lanceert een oproep tot kandidaten door elk geschikt middel van bekendmaking.
Deze oproep vereist inzonderheid de indiening van een beheerplan door elke kandidaat ;
3° een college van vier externe deskundigen aangesteld door het Parlement brengt hem een advies uit over elke kandidatuur binnen een termijn van één maand ;
4° na advies van dit college en na, in voorkomend geval, de kandidaten te hebben gehoord, bezorgt het Parlement de Regering een rangschikking van drie kandidaten die hij de meest geschikte kandidaten acht ;
5° de Regering stelt de de WBE-algemeen bestuurder aan met inachtneming van de rangschikking bezorgd door het Parlement binnen de twee maanden na de ontvangst van deze rangschikking.
De procedure bedoeld in het eerste lid wordt opgestart binnen de tien dagen na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. De Regering kan aan de WBE-algemeen bestuurder een managementstoelage toekennen die tussen 0 en 20 % van zijn wedde begrepen is. Ze wordt elke maand betaald. Onder wedde wordt verstaan de jaarlijkse geïndexeerde wedde die in de maand december van het lopende jaar betaald wordt.
§ 3. In afwijking van artikel 18 loopt het mandaat van de WBE-algemeen bestuurder aangesteld met toepassing van paragraaf 1 ten einde op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de eed wordt afgelegd van de leden van een nieuwe regering als rechtstreeks gevolg van een tweede hernieuwing van het Parlement naar aanleiding van de inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 74. § 1er. Par dérogation à l'article 17, le premier administrateur général est désigné dans un emploi de rang 17 au sens de l'arrêté du Gouvernement du 22 juillet 1996 portant statut des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française par le Parlement dans le respect de la procédure suivante :
1° le Parlement arrête le profil de fonction de l'administrateur général. Le profil de fonction comporte la définition précise des missions générales de gestion et les objectifs généraux à atteindre ;
2° le Parlement lance un appel à candidatures par toute voie de publication adéquate.
Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° un collège de quatre experts externes désignés par le Parlement remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois ;
4° après avis de ce collège et après avoir, le cas échéant, procédé à l'audition des candidats, le Parlement remet au Gouvernement un classement des trois candidats qu'il juge les plus aptes ;
5° le Gouvernement désigne l'administrateur général dans le respect du classement remis par le Parlement dans les deux mois de la réception de ce classement.
La procédure visée à l'alinéa 1er est initiée dans les dix jours de la publication du présent décret au Moniteur belge.
§ 2. Le Gouvernement peut octroyer à l'administrateur général une allocation de management comprise entre 0 et 20 % de son traitement. Elle est payée mensuellement. Par traitement, on entend le traitement annuel indexé payable au mois de décembre de l'année en cours.
§ 3. Par dérogation à l'article 18, le mandat de l'administrateur général désigné en application du paragraphe 1er vient à échéance le 30 juin de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au second renouvellement du Parlement consécutif à l'entrée en vigueur du présent décret.
1° le Parlement arrête le profil de fonction de l'administrateur général. Le profil de fonction comporte la définition précise des missions générales de gestion et les objectifs généraux à atteindre ;
2° le Parlement lance un appel à candidatures par toute voie de publication adéquate.
Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° un collège de quatre experts externes désignés par le Parlement remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois ;
4° après avis de ce collège et après avoir, le cas échéant, procédé à l'audition des candidats, le Parlement remet au Gouvernement un classement des trois candidats qu'il juge les plus aptes ;
5° le Gouvernement désigne l'administrateur général dans le respect du classement remis par le Parlement dans les deux mois de la réception de ce classement.
La procédure visée à l'alinéa 1er est initiée dans les dix jours de la publication du présent décret au Moniteur belge.
§ 2. Le Gouvernement peut octroyer à l'administrateur général une allocation de management comprise entre 0 et 20 % de son traitement. Elle est payée mensuellement. Par traitement, on entend le traitement annuel indexé payable au mois de décembre de l'année en cours.
§ 3. Par dérogation à l'article 18, le mandat de l'administrateur général désigné en application du paragraphe 1er vient à échéance le 30 juin de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au second renouvellement du Parlement consécutif à l'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 75. § 1. In afwijking van artikel 22 kunnen de directeurs-generaal aangesteld worden in een rang 16 in de zin van het besluit van de Regering van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, door de Regering met inachtneming van de volgende procedure :
1° de Regering bepaalt een ambtsprofiel voor elk ambt van directeur-generaal. Het ambtsprofiel bevat de nauwkeurige definitie van de algemene beheersopdrachten en de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden ;
2° voor elk ambt van directeur-generaal lanceert de Regering een oproep tot interne en externe kandidaten door elk geschikt middel van bekendmaking. Deze oproep vereist inzonderheid de indiening van een beheersplan door elke kandidaat ;
3° voor elk ambt van directeur-generaal bezorgt een college samengesteld uit vier externe deskundigen die door het Parlement en de administrateur-generaal aangesteld worden, indien het al aangesteld wordt, hem een advies over elke kandidatuur binnen een termijn van één maand ;
4° voor elk ambt van directeur-generaal, legt het Parlement een voorselectie van hoogstens drie kandidaten aan de Regering voor ;
5° voor elk ambt van directeur-generaal stelt de Regering een directeur-generaal aan binnen de maand van de ontvangst van de voorselectie van de kandidaten.
De procedures bedoeld in het eerste lid kunnen opgestart worden tien dagen na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad tot de verkiezing van de WBE-raad.
§ 2. In afwijking van artikel 23 loopt het mandaat van de directeur-generaal aangesteld overeenkomstig paragraaf 1 ten einde op 30 september van het jaar volgend op het jaar waarin eed wordt afgelegd van de leden van een nieuwe regering als rechtstreeks gevolg van de tweede hernieuwing van het Parlement naar aanleiding van de inwerkingtreding van dit decreet.
1° de Regering bepaalt een ambtsprofiel voor elk ambt van directeur-generaal. Het ambtsprofiel bevat de nauwkeurige definitie van de algemene beheersopdrachten en de algemene doelstellingen die bereikt moeten worden ;
2° voor elk ambt van directeur-generaal lanceert de Regering een oproep tot interne en externe kandidaten door elk geschikt middel van bekendmaking. Deze oproep vereist inzonderheid de indiening van een beheersplan door elke kandidaat ;
3° voor elk ambt van directeur-generaal bezorgt een college samengesteld uit vier externe deskundigen die door het Parlement en de administrateur-generaal aangesteld worden, indien het al aangesteld wordt, hem een advies over elke kandidatuur binnen een termijn van één maand ;
4° voor elk ambt van directeur-generaal, legt het Parlement een voorselectie van hoogstens drie kandidaten aan de Regering voor ;
5° voor elk ambt van directeur-generaal stelt de Regering een directeur-generaal aan binnen de maand van de ontvangst van de voorselectie van de kandidaten.
De procedures bedoeld in het eerste lid kunnen opgestart worden tien dagen na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad tot de verkiezing van de WBE-raad.
§ 2. In afwijking van artikel 23 loopt het mandaat van de directeur-generaal aangesteld overeenkomstig paragraaf 1 ten einde op 30 september van het jaar volgend op het jaar waarin eed wordt afgelegd van de leden van een nieuwe regering als rechtstreeks gevolg van de tweede hernieuwing van het Parlement naar aanleiding van de inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 75. § 1er. Par dérogation à l'article 22, des directeurs généraux peuvent être désignés dans un emploi de rang 16 au sens de l'arrêté du Gouvernement du 22 juillet 1996 portant statut des agents des Services du Gouvernement de la Communauté française par le Gouvernement dans le respect de la procédure suivante :
1° le Gouvernement arrête un profil de fonction pour chaque fonction de directeur général. Le profil de fonction comporte la définition précise des missions générales de gestion et les objectifs généraux à atteindre ;
2° pour chaque fonction de directeur général, le Gouvernement lance un appel à candidature interne et externe par toute voie de publication adéquate. Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° pour chaque fonction de directeur général, un collège composé de quatre experts externes désignés par le Parlement et de l'administrateur général, s'il est déjà désigné, remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois ;
4° pour chaque fonction de directeur général, le Parlement soumet une présélection de maximum trois candidats au Gouvernement ;
5° pour chaque fonction de directeur général, le Gouvernement désigne un directeur général dans le mois de la réception de la présélection des candidats.
Les procédures visées à l'alinéa 1er peuvent être initiée dix jours après la publication du présent décret au Moniteur belge jusqu'à l'élection du Conseil WBE.
§ 2. Par dérogation à l'article 23, le mandat du directeur général désigné en application du paragraphe 1er vient à échéance le 30 septembre de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au second renouvellement du Parlement consécutif à l'entrée en vigueur du présent décret.
1° le Gouvernement arrête un profil de fonction pour chaque fonction de directeur général. Le profil de fonction comporte la définition précise des missions générales de gestion et les objectifs généraux à atteindre ;
2° pour chaque fonction de directeur général, le Gouvernement lance un appel à candidature interne et externe par toute voie de publication adéquate. Cet appel exige notamment le dépôt d'un projet de gestion par chaque candidat ;
3° pour chaque fonction de directeur général, un collège composé de quatre experts externes désignés par le Parlement et de l'administrateur général, s'il est déjà désigné, remet à ce dernier un avis sur chaque candidature dans un délai d'un mois ;
4° pour chaque fonction de directeur général, le Parlement soumet une présélection de maximum trois candidats au Gouvernement ;
5° pour chaque fonction de directeur général, le Gouvernement désigne un directeur général dans le mois de la réception de la présélection des candidats.
Les procédures visées à l'alinéa 1er peuvent être initiée dix jours après la publication du présent décret au Moniteur belge jusqu'à l'élection du Conseil WBE.
§ 2. Par dérogation à l'article 23, le mandat du directeur général désigné en application du paragraphe 1er vient à échéance le 30 septembre de l'année qui suit l'année au cours de laquelle est intervenue la prestation de serment des membres d'un nouveau Gouvernement faisant directement suite au second renouvellement du Parlement consécutif à l'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 76. De administrateur-generaal van WBE en de directeurs-generaal aangesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 75, alsook de personeelsleden die op 1 september 2019 overgedragen overeenkomstig artikel 63, § 1, eerste lid, worden onder het ambtsgezag van de Regering geplaatst tot de verkiezing van de eerste de WBE-raad.
Art. 76. L'administrateur général WBE et les directeurs généraux désignés en application des articles 74 et 75, ainsi que les membres du personnel transférés le 1er septembre 2019 en application de l'article 63, § 1er, alinéa 1er, sont placés sous l'autorité fonctionnelle du Gouvernement jusqu'à l'élection du premier Conseil WBE.
Art. 78. Tot de vereffening van de eerste jaarlijkse dotatie waarborgt de Regering de middelen voor de werking van WBE.
Art. 78. Jusqu'à la liquidation de la première dotation annuelle, le Gouvernement garantit les moyens pour le fonctionnement de WBE.
Art. 79. [1 Tot het jaar 2024 stelt de Franse Gemeenschap gratis de lokalen ter beschikking van WBE die nodig zijn voor de uitoefening van haar bevoegdheden voor de huisvesting van haar hoofdzetel ]1.
Modifications
Art. 79. [1 Jusqu'à l'année 2024 incluse, la Communauté française met gratuitement à disposition de WBE les locaux nécessaires à l'exercice de ses compétences pour l'hébergement de son siège central ]1.
Modifications
Art. 80. [1 In afwijking van artikel 36, § 1, eerste lid, vraagt de Regering voor het sluiten van de eerste beheersovereenkomst uiterlijk op 31 maart 2021 het advies van het Parlement over de bestanddelen van de beheersovereenkomst, zoals voorgesteld in een gedetailleerde intentienota.
In afwijking van artikel 36, § 1, tweede lid, brengt het Parlement op 30 april 2021 advies uit aan de Regering.
In afwijking van artikel 36, § 1, derde lid, zendt de algemeen bestuurder van WBE, benoemd na de uitvoering van artikel 74, op 31 juli 2021 een ontwerp van beheersovereenkomst aan de Regering toe.
In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, loopt de eerste beheersovereenkomst af op 30 juni 2023.]1
In afwijking van artikel 36, § 1, tweede lid, brengt het Parlement op 30 april 2021 advies uit aan de Regering.
In afwijking van artikel 36, § 1, derde lid, zendt de algemeen bestuurder van WBE, benoemd na de uitvoering van artikel 74, op 31 juli 2021 een ontwerp van beheersovereenkomst aan de Regering toe.
In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, loopt de eerste beheersovereenkomst af op 30 juni 2023.]1
Modifications
Art. 80. [1 Par dérogation à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, pour la conclusion du premier contrat de gestion, le 31 mars 2021 au plus tard, le Gouvernement sollicite l'avis du Parlement sur les éléments constitutifs du contrat de gestion, tels qu'il les propose dans une note d'intention détaillée.
Par dérogation à l'article 36, § 1er, alinéa 2, le 30 avril 2021, le Parlement remet son avis au Gouvernement.
Par dérogation à l'article 36, § 1er, alinéa 3, l'administrateur général de WBE désigné consécutivement à la mise en oeuvre de l'article 74 transmet un projet de contrat de gestion au Gouvernement le 31 juillet 2021.
Par dérogation à l'article 36, § 2, alinéa 1er, le premier contrat de gestion arrive à échéance le 30 juin 2023.]1
Par dérogation à l'article 36, § 1er, alinéa 2, le 30 avril 2021, le Parlement remet son avis au Gouvernement.
Par dérogation à l'article 36, § 1er, alinéa 3, l'administrateur général de WBE désigné consécutivement à la mise en oeuvre de l'article 74 transmet un projet de contrat de gestion au Gouvernement le 31 juillet 2021.
Par dérogation à l'article 36, § 2, alinéa 1er, le premier contrat de gestion arrive à échéance le 30 juin 2023.]1
Modifications
Art. 81. In afwijking van artikel 38 :
1° wordt het bedrag bedoeld in artikel 38, 1° vastgesteld op 1.889.096 euro in 2019 en op 8.754.177 euro in 2020. In 2020 wordt het bedrag aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen;
2° mag het bedrag bedoeld in artikel 38, 2° 2.306.907 euro in 2019 en 6.920.596 euro in 2020 niet overschrijden. In 2020 wordt het bedrag gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, de evolutie van de barema's zoals bedoeld in het statuut aangenomen door de Regering, de evolutie van de pensioenlast van de statutaire pensioenen van de ION, de verandering van het administratief statuut van de personeelsleden.
[1 Het bedrag bedoeld in de eerste paragraaf, 1°, is onverminderd artikel 38, tweede lid.]1
Het bedrag van de loonkosten, verhoogd met 17 %, van elk personeelslid dat is aangewezen voor opdrachten behorend tot de inrichtende macht van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, dat vastgelegd wordt tussen 1 januari 2019 en 31 augustus 2019 en aan WBE op 1 september 2019 overgedragen wordt, wordt in mindering gebracht op de bedragen bedoeld in het vorige lid 1 ° en toegevoegd aan de bedragen bedoeld in het vorige lid 2 °.
1° wordt het bedrag bedoeld in artikel 38, 1° vastgesteld op 1.889.096 euro in 2019 en op 8.754.177 euro in 2020. In 2020 wordt het bedrag aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen;
2° mag het bedrag bedoeld in artikel 38, 2° 2.306.907 euro in 2019 en 6.920.596 euro in 2020 niet overschrijden. In 2020 wordt het bedrag gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, de evolutie van de barema's zoals bedoeld in het statuut aangenomen door de Regering, de evolutie van de pensioenlast van de statutaire pensioenen van de ION, de verandering van het administratief statuut van de personeelsleden.
[1 Het bedrag bedoeld in de eerste paragraaf, 1°, is onverminderd artikel 38, tweede lid.]1
Het bedrag van de loonkosten, verhoogd met 17 %, van elk personeelslid dat is aangewezen voor opdrachten behorend tot de inrichtende macht van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, dat vastgelegd wordt tussen 1 januari 2019 en 31 augustus 2019 en aan WBE op 1 september 2019 overgedragen wordt, wordt in mindering gebracht op de bedragen bedoeld in het vorige lid 1 ° en toegevoegd aan de bedragen bedoeld in het vorige lid 2 °.
Modifications
Art. 81. Par dérogation à l'article 38 :
1° le montant visé à l'article 38, 1° est fixé à 1.889.096 euros en 2019 et 8.754.177euros en 2020. En 2020, le montant est adapté selon la fluctuation de l'indice des prix à la consommation ;
2° le montant visé à l'article 38, 2° ne peut excéder 2.306.907 euros en 2019 et 6.920.596 euros en 2020. En 2020, le montant est lié à l'évolution de l'indice des prix à la consommation, de l'évolution des barèmes tel que prévu par le statut adopté par le Gouvernement, l'évolution de la charge de retraite des pensions statutaires des OIP, le changement de statut administratif des membres du personnel.
[1 Le montant visé au paragraphe 1er, 1°, est sans préjudice de l'article 38, alinéa 2.]1
Le montant des coûts salariaux, majorés de 17 %, de tout membre du personnel affecté à des tâches relevant du pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par le Communauté française ayant été engagé entre le 1er janvier 2019 et le 31 août 2019 et transféré à WBE le 1er septembre 2019, est déduit des montants visés à l'alinéa précédent 1° et ajouté aux montants visés à l'alinéa précédent 2 °.
1° le montant visé à l'article 38, 1° est fixé à 1.889.096 euros en 2019 et 8.754.177euros en 2020. En 2020, le montant est adapté selon la fluctuation de l'indice des prix à la consommation ;
2° le montant visé à l'article 38, 2° ne peut excéder 2.306.907 euros en 2019 et 6.920.596 euros en 2020. En 2020, le montant est lié à l'évolution de l'indice des prix à la consommation, de l'évolution des barèmes tel que prévu par le statut adopté par le Gouvernement, l'évolution de la charge de retraite des pensions statutaires des OIP, le changement de statut administratif des membres du personnel.
[1 Le montant visé au paragraphe 1er, 1°, est sans préjudice de l'article 38, alinéa 2.]1
Le montant des coûts salariaux, majorés de 17 %, de tout membre du personnel affecté à des tâches relevant du pouvoir organisateur de l'enseignement organisé par le Communauté française ayant été engagé entre le 1er janvier 2019 et le 31 août 2019 et transféré à WBE le 1er septembre 2019, est déduit des montants visés à l'alinéa précédent 1° et ajouté aux montants visés à l'alinéa précédent 2 °.
Modifications
Art. 82. In afwachting van de aanstelling van administrateur-generaal stelt de Regering de persoon aan die belast is met de administratieve maatregelen die nodig zijn voor de oprichting en de opstart van WBE. [1 Bovendien kan de regering, in afwachting van de aanstelling van de algemeen bestuurder, een algemeen bestuurder ad interim aanstellen, die alle bevoegdheden uitoefent die door of overeenkomstig dit bijzonder decreet aan de algemeen bestuurder worden toegekend.]1
Modifications
Art. 82. Dans l'attente de la désignation de l'administrateur général, le Gouvernement désigne la personne qui prend en charge les mesures administratives nécessaires à la création et au lancement de WBE. [1 En outre, dans l'attente de la désignation de l'administrateur général, le Gouvernement peut désigner un administrateur général ad interim qui exerce toutes les compétences attribuées à l'administrateur général par ou en vertu du présent décret spécial.]1
Modifications
Art. 83. Tussen 1 september 2019 en de verkiezing van de eerste WBE-raad oefent de Regering de bevoegdheden uit die toegewezen worden aan de WBE-raad door dit decreet.
Art. 83. Entre le 1er septembre 2019 et l'élection du premier Conseil WBE, le Gouvernement exerce les compétences dévolues au Conseil WBE par le présent décret.
Art. 84. De artikelen 60 tot 62 treden in werking op 1 september 2019.
Art. 84. Les articles 60 à 62 entrent en vigueur le 1er septembre 2019.