Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JANUARI 2019. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de gemeenschapsraad voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-02-2019 en tekstbijwerking tot 11-08-2021)
Titre
16 JANVIER 2019. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif au conseil communautaire de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-02-2019 et mise à jour au 11-08-2021)
Informations sur le document
Numac: 2019040499
Datum: 2019-01-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019040499
Date: 2019-01-16
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Werkingsregels
CHAPITRE 1er. - Règles de fonctionnement
Artikel 1. De gemeenschapsraad voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna de gemeenschapsraad genoemd, is gevestigd bij het bevoegde bestuur.
Article 1er. Le conseil communautaire de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après dénommé le conseil, a son siège à l'administration compétente.
Art. 2. De raad komt samen op oproeping van de voorzitter die de datum, het uur en de agenda van de vergaderingen bepaalt.
  De oproeping wordt minstens acht kalenderdagen voor de datum van de vergadering verzonden naar de leden.
  De voorzitter moet de raad bijeenroepen wanneer de Minister of minstens een derde van de leden hierom verzoekt.
Art. 2. Le conseil se réunit sur convocation du président qui fixe la date, l'heure et l'ordre du jour de ses réunions.
  La convocation est adressée aux membres au moins huit jours calendrier avant la date de la réunion.
  Le président est tenu de convoquer le conseil à la demande du ministre ou d'un tiers au moins des membres.
Art. 3. De voorzitter leidt en coördineert de activiteiten van de raad.
  Hij is belast met de relaties van de raad met de Minister en met de betrokkenen van de verschillende taken van de raad.
Art. 3. Le président dirige et coordonne les activités du conseil.
  Il est chargé des relations du conseil avec le Ministre et avec les personnes intéressées aux différentes missions du conseil.
Art. 4. De archivering is de verantwoordelijkheid van het bevoegde bestuur.
Art. 4. L'administration compétente est chargée de la conservation des archives.
Art. 5. De raad beraadslaagt rechtsgeldig indien de meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig is.
  Kan niet met een dergelijke meerderheid worden vergaderd, kan de raad, na een nieuwe oproeping met inachtneming van de voorwaarden zoals beschreven in artikel 2, wel rechtsgeldig beraadslagen over hetzelfde onderwerp, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Art. 5. Le conseil délibère valablement si la majorité de ses membres ayant voix délibérative est présente.
  A défaut d'avoir réuni cette majorité, le conseil peut, après une nouvelle convocation envoyée dans le respect des conditions prévues à l'article 2, délibérer valablement sur le même objet quel que soit le nombre de membres présents.
Art. 6. De raad zoekt altijd naar een consensus.
  Kan er geen consensus worden bereikt, vindt een stemming plaats met een eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  Wordt er geen consensus bereikt, vermeldt het advies van de raad de verschillende minderheidsadviezen, hun motivaties en het aantal stemmen dat ze hebben verzameld.
Art. 6. Le conseil recherche le consensus.
  A défaut de consensus, les votes ont lieu à la majorité simple des votes exprimés.
  En l'absence de consensus, l'avis du conseil mentionne les différents avis minoritaires, leurs motivations et le nombre de votes qu'ils ont recueillis.
Art. 7. § 1. Het advies van de raad bedoeld in artikel 126, 1°, van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna het decreet genoemd, wordt binnen een termijn van twee maanden overgemaakt aan de Minister.
  [1 § 1/1. In geval van een naar behoren met redenen omklede noodsituatie, met uitzondering van de periode tussen 15 juli en 15 augustus, kan de regering de raad verzoeken binnen een termijn van ten hoogste tien dagen advies uit te brengen. Indien de laatste dag van de termijn op een feestdag, een zaterdag of een zondag valt, wordt de termijn verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
   De in het vorige lid bedoelde periode tussen 15 juli en 15 augustus betreft zowel de in die periode ingediende aanvragen als de aanvragen waarvoor de termijn van tien dagen in die periode zou verstrijken.]1

  § 2. De termijn bedoeld in paragraaf 1 wordt van rechtswege verlengd met één maand wanneer hij valt in de maand juli of wanneer hij verstrijkt in de maand augustus.
  [1 In afwijking van het vorige lid wordt, wanneer de periode tot in juli loopt, het advies van de commissie uiterlijk op 30 september aan de minister toegezonden.]1
  § 3. Wanneer de minister dit nuttig acht, verlengt hij de termijn bedoeld in paragraaf 1 en meldt hij dit schriftelijk aan de raad.
  Wanneer de raad dit noodzakelijk acht, vraagt hij aan de minister om de termijn bedoeld in paragraaf 1 te verlengen met opgave van reden. Als de minister instemt met de verlenging, meldt hij dit schriftelijk aan de raad.
  § 4. De termijnen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 beginnen te lopen op de werkdag die volgt op de dag waarop het secretariaat van de raad het verzoek om advies ontvangt.
  De termijn wordt gerekend van de zoveelste dag tot de dag vóór dezoveelste.
  De dag waarop hij ophoudt uitwerking te hebben, wordt in de termijn inbegrepen. Is die dag echter geen werkdag, wordt hij uitgesteld naar de eerstvolgende werkdag.
  § 5. Wordt geen advies verstrekt binnen de termijn bedoeld in de paragrafen 1 tot 3, is het niet langer vereist.
  
Art. 7. § 1er. L'avis du conseil visé à l'article 126, 1°, du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après dénommé le décret, est transmis au Ministre dans un délai de deux mois.
  [1 § 1/1. En cas d'urgence dûment motivée, à l'exception de la période entre le 15 juillet et le 15 août, le Gouvernement peut demander au Conseil que son avis soit remis dans un délai ne dépassant pas dix jours. Si le dernier jour du délai tombe un jour férié légal, un samedi ou un dimanche, l'échéance du délai est reportée au premier jour ouvrable qui suit.
   La période entre le 15 juillet et le 15 août visée à l'alinéa précédent concerne tant les demandes introduites durant cette période que celles dont l'échéance du délai de dix jours interviendrait durant celle-ci.]1

  § 2. Le délai visé au paragraphe 1er est prolongé de plein droit d'un mois lorsqu'il prend cours durant le mois de juillet ou lorsqu'il expire durant le mois d'août.
  [1 Par dérogation à l'alinéa précédent, lorsque le délai prend cours en juillet, l'avis du Conseil est transmis au Ministre pour le 30 septembre, au plus tard.]1
  § 3. Lorsque le ministre le juge utile, il prolonge le délai visé au paragraphe 1er et en informe le conseil par écrit.
  Lorsque le conseil le juge nécessaire, il sollicite par un écrit motivé auprès du ministre une prolongation du délai visé au paragraphe 1er. Si le Ministre marque son accord sur la prolongation, il le notifie par écrit au conseil.
  § 4. Les délais visés aux paragraphes 1er à 3 commencent à courir le jour ouvrable qui suit la réception de la demande d'avis par le secrétariat du conseil.
  Le délai se compte de quantième à veille de quantième.
  Le jour de l'échéance est compris dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour n'est pas un jour ouvrable, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable qui suit.
  § 5. Lorsque l'avis n'est pas remis dans les délais visés aux paragraphes 1er à 3, il n'est plus requis.
  
Art. 8. De raad moet elk jaar de tijdens dat jaar verstrekte adviezen publiceren.
  Hij beschikt voor de publicatie van zijn adviezen over een rubriek op de website van het bevoegde bestuur, die is uitgerust met passende zoekfuncties.
Art. 8. Le conseil est tenu de publier tous les ans les avis qu'il a rendus au cours de l'année.
  Il dispose d'un espace sur le site de l'administration compétente doté d'outils de recherche adéquats pour la publication de ses avis.
Art. 9. De verslagen bedoeld in artikel 126, 3° en 4°, van het decreet worden overgemaakt aan de minister en het Parlement van de Franse Gemeenschap.
Art. 9. Les rapports visés à l'article 126, 3° et 4°, du décret sont adressés au ministre et au Parlement de la Communauté française.
Art. 10. Een verslag met daarin de activiteiten van de raad wordt jaarlijks overgemaakt aan de minister.
Art. 10. Un rapport retraçant l'activité du conseil est adressé annuellement au ministre.
Art. 11. De raad stelt een intern reglement op met daarin de werkingsmodaliteiten.
  Hij legt het intern reglement met de eventuele wijzigingen ter goedkeuring voor aan de minister.
Art. 11. Le conseil établit son règlement d'ordre intérieur qui précise ses modalités de fonctionnement.
  Il soumet le règlement d'ordre intérieur et ses éventuelles modifications à l'approbation du ministre.
HOOFDSTUK 2. - Procedure voor benoeming van de leden
CHAPITRE 2. - Procédure de nomination des membres
Art. 12. § 1. De minister benoemt de werkende en plaatsvervangende leden van de raad.
  Plaatsvervangende leden zetelen enkel ter vervanging van een werkend lid.
  Binnen de maand die volgt op het verzoek van de minister bezorgen de diensten, inrichtingen, organisaties en autoriteiten bedoeld in artikel 127, lid 1, van het decreet hem de naam van hun vertegenwoordiger en, voor de leden met beslissende stem, van hun plaatsvervanger.
  § 2. De minister stelt onder de leden van de raad met een beslissende stem, een voorzitter en twee vicevoorzitters aan.
  § 3. Indien een lid van de raad, tijdens zijn mandaat, ontslag neemt of voor om het even welke reden niet langer lid is, wordt dit lid vervangen volgens dezelfde procedure. Het aldus aangestelde lid voleindigt het mandaat van de persoon die hij vervangt.
Art. 12. § 1er. Le Ministre nomme les membres effectifs et suppléants du conseil.
  Le membre suppléant ne siège que pour remplacer le membre effectif.
  Dans le mois qui suit la demande du ministre, les services, institutions, organisations et autorités visés à l'article 127, alinéa 1er, du décret lui adressent le nom de leur représentant et, pour les membres ayant voix délibérative, de leur suppléant.
  § 2. Le Ministre désigne un président et deux vice-présidents parmi les membres du conseil ayant voix délibérative.
  § 3. Si, en cours de mandat, un membre du conseil démissionne ou cesse pour une raison quelconque d'en être membre, il est procédé à son remplacement selon la même procédure. Le membre ainsi nommé achève le mandat de la personne qu'il remplace.
Art. 13. De leden van de raad worden van rechtswege ontslagen wanneer ze drie opeenvolgende vergadering ongewettigd afwezig zijn.
Art. 13. Les membres du conseil sont démissionnaires de plein droit en cas d'absence injustifiée à trois réunions consécutives.
Art. 14. De leden van de raad oefenen hun mandaat kosteloos uit.
  Ze ontvangen op voorlegging van bewijsstukken wel een vergoeding van de gemaakte kosten en de transportkosten volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van het bevoegde bestuur.
Art. 14. Les membres du conseil exercent leur mandat gratuitement.
  Ils perçoivent les indemnités pour frais de parcours et les remboursements des frais de transport aux mêmes conditions que le personnel de l'administration compétente, sur la base des pièces justificatives.
HOOFDSTUK 3. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 15. Het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 14 mei 1991 betreffende de werking van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd, gewijzigd door de besluiten van 14 juli 2003 en 8 mei 2013, wordt opgeheven.
  Het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 10 juli 1991 betreffende de vergoedingen toegekend aan de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd wordt opgeheven.
Art. 15. L'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 14 mai 1991 relatif au fonctionnement du Conseil communautaire de l'Aide à la jeunesse, modifié par les arrêtés des 14 juillet 2003 et 8 mai 2013, est abrogé.
  L'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 10 juillet 1991 relatif aux indemnités allouées aux membres du Conseil communautaire de l'aide à la jeunesse est abrogé.
Art. 16. De leden van de raad aangesteld door het ministerieel besluit van 4 februari 2014 houdende de aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd, gewijzigd door de besluiten van 22 oktober 2014, 1 december 2014, 1 juni 2015, 18 juni 2015, 31 augustus 2015, 28 maart 2017, 6 november 2017, 12 februari 2018 en 14 mei 2018, blijven zetelen, ook al werden ze benoemd als lid van een orgaan dat niet meer bestaat, tot aan de benoeming van de leden van de nieuwe raad op basis van het decreet en van onderhavig besluit.
  Het reglement goedgekeurd door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 februari 2014 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd blijft van toepassing, op voorwaarde dat het in overeenstemming is met onderhavig besluit, tot wanneer het nieuwe reglement wordt aangenomen.
  De adviesaanvragen ingediend op basis van artikel 27, § 2, 1°, van het decreet van 4 maart 1991 betreffende hulpverlening aan de jeugd, die worden behandeld op de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit vallen onder de bepalingen van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 14 mei 1991 betreffende de werking van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd en het intern reglement goedgekeurd door het hiervoor genoemde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 februari 2014.
Art. 16. Les membres du conseil désignés par l'arrêté ministériel du 4 février 2014 portant désignation des membres du Conseil communautaire de l'aide à la jeunesse, modifié par les arrêtés des 22 octobre 2014, 1er décembre 2014, 1er juin 2015, 18 juin 2015, 31 août 2015, 28 mars 2017, 6 novembre 2017, 12 février 2018 et 14 mai 2018, continuent de siéger, même lorsqu'ils ont été nommés en tant que membre d'un organe qui n'existe plus, jusqu'à la nomination des membres du nouveau conseil sur la base du décret et du présent arrêté.
  Le règlement approuvé par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 13 février 2014 portant approbation du règlement d'ordre intérieur du Conseil communautaire de l'aide à la jeunesse continue à s'appliquer, dans la mesure où il est conforme au présent arrêté, jusqu'à l'adoption du nouveau règlement.
  Les demandes d'avis introduites sur la base de l'article 27, § 2, 1°, du décret du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse en cours à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté se poursuivent conformément aux dispositions de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 14 mai 1991 relatif au fonctionnement du Conseil communautaire de l'Aide à la jeunesse et au règlement d'ordre intérieur approuvé par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 13 février 2014 précité.
Art. 17. Onderhavig besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Art. 17. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2019.
Art. 18. De Minister bevoegd voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre qui a la prévention, l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.