Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder:
1° het decreet: het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;
2° lastgevende macht: die macht die een kind of een jongere toevertrouwt aan een al dan niet erkende dienst of aan een pleegzorger;
3° bestuur: het bevoegde bestuur, namelijk het Algemeen Bestuur voor Jeugdhulp;
4° pleegzorger: de persoon bedoeld in artikel 2, 2°, van het decreet;
5° erkende dienst: de dienst bedoeld in artikel 2, 29°, van het decreet;
6° tenlasteneming: het implementeren van de middelen waarmee de particulier of de dienst medewerking bijdraagt aan de maatregel tot hulpverlening of individuele bescherming, beslist door een lastgevende macht in het kader van het decreet, de ordonnantie of de wet;
7° onderhoudsplichtige: de persoon (of personen) die levensonderhoud aan het kind of de jongere verschuldigd is;
8° bijdrage in de kosten: het bedrag dat ten laste is van de onderhoudsplichtige aan wie is gevraagd om bij te dragen aan de kosten die het resultaat zijn van een maatregel tot hulpverlening of individuele bescherming genomen door een lastgevende macht;
9° tegemoetkoming: financiële tegemoetkoming gestort aan de pleegzorgers tot dekking van de kosten voor de tenlasteneming van het kind of de jongere;
10° individuele kosten: het geheel van de dagelijkse kosten voor onderhoud en opvoeding, aanvullende kosten en eenmalige kosten voor de tenlasteneming van kinderen en jongeren;
11° dagelijkse kosten voor onderhoud en opvoeding: subsidiëring tot dekking van de kosten voor voeding, met uitzondering van keukenmateriaal en -uitrusting, de kosten voor kleding, de kosten voor vrijetijd, de apothekerskosten, de transportkosten van het kind of de jongere, de kosten voor wassen en bleken, met uitzondering van materiaal en uitrusting;
12° aanvullende kosten: subsidiëring tot dekking van uitzonderlijke kosten in verband met de tenlasteneming van het kind of de jongere, zoals opgenomen in bijlage 2;
13° eenmalige kosten: subsidiëring tot dekking van uitzonderlijke kosten op beslissing van de lastgevende macht zoals opgenomen in de bijlagen 3 tot 9.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
23 JANUARI 2019. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de subsidies en tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren
Titre
23 JANVIER 2019. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge d'enfants et de jeunes
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor de toekenning v...
Afdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden
Afdeling 2. - Kosten gedekt door subsidies of t...
Afdeling 3. - Nadere regels voor de vereffening...
HOOFDSTUK III. - Vaststelling van de bijdrage i...
HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK V. - Opheffings-, overgangs- en slotb...
BIJLAGEN.
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Conditions d'octroi des subventio...
Section 1ère. - Conditions d'octroi
Section 2. - Frais couverts par la subvention o...
Section 3. - Modalités de liquidation des subve...
CHAPITRE III. - Fixation de la part contributive
CHAPITRE IV. - Dispositions diverses
CHAPITRE V. - Dispositions abrogatoires, transi...
ANNEXES.
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° le décret : le décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse ;
2° autorité mandante : l'autorité qui confie un enfant ou un jeune à un service, agréé ou non ou à un accueillant familial ;
3° administration : l'administration compétente, à savoir l'Administration générale de l'aide à la jeunesse ;
4° accueillant familial : la personne visée à l'article 2, 2°, du décret ;
5° service agréé : le service visé à l'article 2, 29°, du décret ;
6° prise en charge : la mise en oeuvre des moyens par lesquels le particulier ou le service apporte son concours à la mesure d'aide ou de protection individuelle, décidée par une autorité mandante dans le cadre du décret, de l'ordonnance ou de la loi ;
7° débiteur : la ou les personnes qui doivent des aliments à l'enfant ou au jeune ;
8° part contributive : le montant mis à charge du débiteur appelé à contribuer dans les frais résultant d'une mesure d'aide ou de protection individuelle prise par une autorité mandante ;
9° intervention : intervention financière versée aux accueillants familiaux en vue de couvrir les frais de prise en charge de l'enfant ou du jeune ;
10° frais individuels : ensemble des frais journaliers d'entretien et d'éducation, des frais complémentaires et des frais ponctuels relatif à la prise en charge d'enfants et de jeunes ;
11° frais journalier d'entretien et d'éducation : subvention destinée à couvrir les frais d'alimentation, à l'exception du matériel et de l'équipement de la cuisine, les frais d'habillement, les frais de loisirs, les frais pharmaceutiques, les frais de transport de l'enfant ou du jeune, les frais de lessive et de blanchissage, à l'exception du matériel et de l'équipement ;
12° frais complémentaire : subvention pour couvrir les frais exceptionnels liés à la prise en charge de l'enfant ou du jeune, tels que repris à l'annexe 2 ;
13° frais ponctuel : subvention pour couvrir des frais exceptionnels sur décision de l'autorité mandante tels que repris aux annexes 3 à 9.
1° le décret : le décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse ;
2° autorité mandante : l'autorité qui confie un enfant ou un jeune à un service, agréé ou non ou à un accueillant familial ;
3° administration : l'administration compétente, à savoir l'Administration générale de l'aide à la jeunesse ;
4° accueillant familial : la personne visée à l'article 2, 2°, du décret ;
5° service agréé : le service visé à l'article 2, 29°, du décret ;
6° prise en charge : la mise en oeuvre des moyens par lesquels le particulier ou le service apporte son concours à la mesure d'aide ou de protection individuelle, décidée par une autorité mandante dans le cadre du décret, de l'ordonnance ou de la loi ;
7° débiteur : la ou les personnes qui doivent des aliments à l'enfant ou au jeune ;
8° part contributive : le montant mis à charge du débiteur appelé à contribuer dans les frais résultant d'une mesure d'aide ou de protection individuelle prise par une autorité mandante ;
9° intervention : intervention financière versée aux accueillants familiaux en vue de couvrir les frais de prise en charge de l'enfant ou du jeune ;
10° frais individuels : ensemble des frais journaliers d'entretien et d'éducation, des frais complémentaires et des frais ponctuels relatif à la prise en charge d'enfants et de jeunes ;
11° frais journalier d'entretien et d'éducation : subvention destinée à couvrir les frais d'alimentation, à l'exception du matériel et de l'équipement de la cuisine, les frais d'habillement, les frais de loisirs, les frais pharmaceutiques, les frais de transport de l'enfant ou du jeune, les frais de lessive et de blanchissage, à l'exception du matériel et de l'équipement ;
12° frais complémentaire : subvention pour couvrir les frais exceptionnels liés à la prise en charge de l'enfant ou du jeune, tels que repris à l'annexe 2 ;
13° frais ponctuel : subvention pour couvrir des frais exceptionnels sur décision de l'autorité mandante tels que repris aux annexes 3 à 9.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor de toekenning van subsidies en tegemoetkomingen voor de individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren
CHAPITRE 2. - Conditions d'octroi des subventions et des interventions pour frais individuels liés à la prise en charge d'enfants et de jeunes
Afdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden
Section 1ère. - Conditions d'octroi
Art. 2. § 1. In het kader van een mandaat kunnen de al dan niet erkende maar gesubventioneerde diensten, waarvan de opdrachten bestaan in de collectieve of individuele huisvesting van kinderen en jongeren, in de begeleiding autonoom of de begeleiding van pleegzorgers, aanspraak maken op subsidies voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren mits inachtneming van de voorwaarden in het onderhavige besluit.
Met een beslissing van de lastgevende macht kunnen pleegzorgers die niet worden begeleid door een dienst voor begeleiding in het kader van pleegzorg, aanspraak maken op tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren mits inachtneming van de voorwaarden in het onderhavige besluit.
§ 2. Voor pleegzorgers wordt de tegemoetkoming slechts toegekend voor maximaal drie kinderen of jongeren, behalve als het broers of zussen betreffen.
Met een beslissing van de lastgevende macht kunnen pleegzorgers die niet worden begeleid door een dienst voor begeleiding in het kader van pleegzorg, aanspraak maken op tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren mits inachtneming van de voorwaarden in het onderhavige besluit.
§ 2. Voor pleegzorgers wordt de tegemoetkoming slechts toegekend voor maximaal drie kinderen of jongeren, behalve als het broers of zussen betreffen.
Art. 2. § 1er. Les services agréés, ou non agréés mais subventionnés dans le cadre de l'aide et de la protection de la jeunesse, dont les missions consistent en l'hébergement collectif ou individuel d'enfants et de jeunes, en un accompagnement en autonomie ou en l'accompagnement d'accueillants familiaux peuvent prétendre à des subventions pour frais individuels relatifs à la prise en charge d'enfants et de jeunes aux conditions fixées par le présent arrêté, dans le cadre d'un mandat.
Sur décision de l'autorité mandante, les accueillants familiaux non accompagnés par un service d'accompagnement en accueil familial peuvent prétendre à des interventions pour frais individuels relatifs à la prise en charge d'enfants et de jeunes aux conditions fixées par le présent arrêté.
§ 2. Pour les accueillants familiaux, l'intervention n'est allouée que pour un nombre maximum de trois enfants ou jeunes, sauf s'il s'agit de membres d'une même fratrie.
Sur décision de l'autorité mandante, les accueillants familiaux non accompagnés par un service d'accompagnement en accueil familial peuvent prétendre à des interventions pour frais individuels relatifs à la prise en charge d'enfants et de jeunes aux conditions fixées par le présent arrêté.
§ 2. Pour les accueillants familiaux, l'intervention n'est allouée que pour un nombre maximum de trois enfants ou jeunes, sauf s'il s'agit de membres d'une même fratrie.
Art. 3. Met een beslissing van de lastgevende macht kunnen de diensten die huisvesting garanderen zonder erkend of gesubventioneerd te zijn voor hulpverlening aan of bescherming van de jeugd, aanspraak maken op subsidies voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren.
De diensten die gesubventioneerd, erkend of geconventioneerd zijn, om een andere reden dan hulpverlening aan of bescherming van de jeugd, door de Franse Gemeenschap, door een andere overheidsinstantie of door een publiekrechtelijke rechtspersoon, worden gesubsidieerd voor de financiële bijdrage die verschuldigd is voor het kind of de jongere waarbij dit bedrag echter niet meer mag bedragen dan de in bijlage 1, punt 4 vastgelegde percentages.
De andere diensten worden gesubsidieerd volgens de in bijlage 1, punt 4 vastgelegde percentages.
De diensten die gesubventioneerd, erkend of geconventioneerd zijn, om een andere reden dan hulpverlening aan of bescherming van de jeugd, door de Franse Gemeenschap, door een andere overheidsinstantie of door een publiekrechtelijke rechtspersoon, worden gesubsidieerd voor de financiële bijdrage die verschuldigd is voor het kind of de jongere waarbij dit bedrag echter niet meer mag bedragen dan de in bijlage 1, punt 4 vastgelegde percentages.
De andere diensten worden gesubsidieerd volgens de in bijlage 1, punt 4 vastgelegde percentages.
Art. 3. Sur décision de l'autorité mandante, les services qui assurent un hébergement sans être agréés ou subventionnés par l'aide et la protection de la jeunesse peuvent prétendre à des subventions pour frais individuels relatifs à la prise en charge d'enfants et de jeunes.
Les services subventionnés, agréés ou conventionnés, à un autre titre que l'aide ou la protection de la jeunesse, par la Communauté française, par une autre autorité publique ou par une personne morale de droit public, sont subsidiés à concurrence de la participation financière due pour l'enfant ou le jeune, ce montant ne pouvant cependant pas excéder les taux fixés à l'annexe 1, point 4.
Les autres services sont subsidiés aux taux fixés à l'annexe 1, point 4.
Les services subventionnés, agréés ou conventionnés, à un autre titre que l'aide ou la protection de la jeunesse, par la Communauté française, par une autre autorité publique ou par une personne morale de droit public, sont subsidiés à concurrence de la participation financière due pour l'enfant ou le jeune, ce montant ne pouvant cependant pas excéder les taux fixés à l'annexe 1, point 4.
Les autres services sont subsidiés aux taux fixés à l'annexe 1, point 4.
Art. 4. De steunmaatregelen waartoe een lastgevende macht heeft beslist, kunnen het voorwerp uitmaken van een subsidie of een tegemoetkoming tot dekking van eenmalige kosten:
1° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 4, punt 1, voor kinderen en jongeren die zijn gehuisvest door een in artikel 2, § 1, 1e lid bedoelde dienst waarvan de opdrachten bestaan in de collectieve of individuele huisvesting van kinderen en jongeren of en hun begeleiding autonoom;
2° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 3 en 7 voor kinderen en jongeren die hulp krijgen in hun leefomgeving;
3° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 9 voor kinderen en jongeren die worden begeleid in een gesubventioneerde residentiële dienst voor jongeren die ressorteert onder de AVIQ of de PHARE-dienst;
4° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 7 en 8 voor ten laste genomen kinderen en jongeren op internaat;
5° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 4 tot 7 voor kinderen en jongeren die zijn gehuisvest bij een pleegzorger;
6° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 10 voor kinderen die zijn gehuisvest in een opvangdienst die gespecialiseerd is in kleine kinderen.
De dekking van eenmalige kosten vereist een specifieke beslissing van de lastgevende macht. In elk geval worden de kosten vermeld in bijlage 7 uitsluitend toegekend met een beslissing van de adviseur bij de hulpverlening aan de jeugd of door de directeur voor jeugdbescherming.
1° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 4, punt 1, voor kinderen en jongeren die zijn gehuisvest door een in artikel 2, § 1, 1e lid bedoelde dienst waarvan de opdrachten bestaan in de collectieve of individuele huisvesting van kinderen en jongeren of en hun begeleiding autonoom;
2° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 3 en 7 voor kinderen en jongeren die hulp krijgen in hun leefomgeving;
3° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 9 voor kinderen en jongeren die worden begeleid in een gesubventioneerde residentiële dienst voor jongeren die ressorteert onder de AVIQ of de PHARE-dienst;
4° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 7 en 8 voor ten laste genomen kinderen en jongeren op internaat;
5° onder de voorwaarden vastgelegd in de bijlagen 4 tot 7 voor kinderen en jongeren die zijn gehuisvest bij een pleegzorger;
6° onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage 10 voor kinderen die zijn gehuisvest in een opvangdienst die gespecialiseerd is in kleine kinderen.
De dekking van eenmalige kosten vereist een specifieke beslissing van de lastgevende macht. In elk geval worden de kosten vermeld in bijlage 7 uitsluitend toegekend met een beslissing van de adviseur bij de hulpverlening aan de jeugd of door de directeur voor jeugdbescherming.
Art. 4. Les mesures d'aide décidées par une autorité mandante peuvent faire l'objet d'une subvention ou d'une intervention pour couvrir des frais ponctuels :
1° aux conditions fixées dans l'annexe 4, point 1, pour les enfants et les jeunes hébergés par un service visé à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en l'hébergement collectif ou individuel d'enfants et de jeunes ou en un accompagnement en autonomie ;
2° aux conditions fixées dans les annexes 3 et 7 pour les enfants et les jeunes bénéficiant d'une aide dans leur milieu de vie ;
3° aux conditions fixées dans l'annexe 9 pour les enfants et les jeunes pris en charge dans un service résidentiel pour jeunes subventionné relevant de l'AVIQ ou du Service PHARE ;
4° aux conditions fixées dans les annexes 7 et 8 pour les enfants et les jeunes pris en charge en internat scolaire ;
5° aux conditions fixées dans les annexes 4 à 7 pour les enfants et les jeunes hébergés par un accueillant familial ;
6° aux conditions fixées dans l'annexe 10 pour les enfants hébergés dans un service d'accueil spécialisé de la petite enfance.
La couverture des frais ponctuels fait l'objet d'une décision spécifique de l'autorité mandante. Toutefois, les frais prévus à l'annexe 7 sont accordés exclusivement sur décision du conseiller de l'aide à la jeunesse ou du directeur de la protection de la jeunesse.
1° aux conditions fixées dans l'annexe 4, point 1, pour les enfants et les jeunes hébergés par un service visé à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en l'hébergement collectif ou individuel d'enfants et de jeunes ou en un accompagnement en autonomie ;
2° aux conditions fixées dans les annexes 3 et 7 pour les enfants et les jeunes bénéficiant d'une aide dans leur milieu de vie ;
3° aux conditions fixées dans l'annexe 9 pour les enfants et les jeunes pris en charge dans un service résidentiel pour jeunes subventionné relevant de l'AVIQ ou du Service PHARE ;
4° aux conditions fixées dans les annexes 7 et 8 pour les enfants et les jeunes pris en charge en internat scolaire ;
5° aux conditions fixées dans les annexes 4 à 7 pour les enfants et les jeunes hébergés par un accueillant familial ;
6° aux conditions fixées dans l'annexe 10 pour les enfants hébergés dans un service d'accueil spécialisé de la petite enfance.
La couverture des frais ponctuels fait l'objet d'une décision spécifique de l'autorité mandante. Toutefois, les frais prévus à l'annexe 7 sont accordés exclusivement sur décision du conseiller de l'aide à la jeunesse ou du directeur de la protection de la jeunesse.
Art. 5. Bij herhaald verblijf in een gezin van een kind of een jongere tijdens de tenlasteneming door een dienst waarvan de opdracht bestaat in onderdak bieden, geniet het gezin een bedrag van minstens 5 euro per dag dat overeengekomen moet worden tussen de dienst en de lastgevende macht, waarbij dit bedrag niet meer mag bedragen dan het aan de dienst toegekende dagelijkse bedrag.
Art. 5. Lors des séjours en famille d'un enfant ou d'un jeune pendant la prise en charge par un service dont la mission consiste en un hébergement, la famille bénéficie d'un montant d'au moins 5 euros par jour à convenir entre le service et l'autorité mandante, cette somme ne peut excéder le montant journalier octroyé au service.
Art. 6. De subsidies of tegemoetkomingen die zijn toegekend krachtens het onderhavige besluit zijn niet langer verschuldigd voor jongeren vanaf 18 jaar.
Art. 6. Les subventions ou interventions octroyées en vertu du présent arrêté ne sont plus dues pour le jeune âgé de 18 ans et plus.
Afdeling 2. - Kosten gedekt door subsidies of tegemoetkomingen
Section 2. - Frais couverts par la subvention ou l'intervention
Art. 7. § 1. Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, waarvan de opdracht bestaat in de collectieve of individuele huisvesting van kinderen en jongeren, dekt de subsidie voor individuele kosten de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding en de kosten voor zakgeld zoals bedoeld in bijlage 1, punt 1.
Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, waarvan de opdracht bestaat in begeleiding autonoom, dekt de subsidie voor individuele kosten de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding zoals bedoeld in bijlage 1, punt 2.
Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, waarvan de opdracht bestaat in de begeleiding van pleegzorgers, dekt de subsidie voor individuele kosten de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding zoals bedoeld in bijlage 1, punt 3 of punt 4.
§ 2. Voor pleegzorgers die niet begeleid worden door een begeleidende dienst voor pleegzorg, is het percentage van de tegemoetkoming tot dekking van de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding opgenomen in bijlage 1, punt 3.
Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, waarvan de opdracht bestaat in begeleiding autonoom, dekt de subsidie voor individuele kosten de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding zoals bedoeld in bijlage 1, punt 2.
Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, waarvan de opdracht bestaat in de begeleiding van pleegzorgers, dekt de subsidie voor individuele kosten de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding zoals bedoeld in bijlage 1, punt 3 of punt 4.
§ 2. Voor pleegzorgers die niet begeleid worden door een begeleidende dienst voor pleegzorg, is het percentage van de tegemoetkoming tot dekking van de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding opgenomen in bijlage 1, punt 3.
Art. 7. § 1er. Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en l'hébergement collectif ou individuel d'enfants et de jeunes, la subvention pour frais individuels couvre les frais journaliers d'entretien et d'éducation et les frais d'argent de poche visés à l'annexe 1, point 1.
Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en un accompagnement en autonomie la subvention pour frais individuels couvre les frais journaliers d'entretien et d'éducation visés à l'annexe 1, point 2.
Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en l'accompagnement d'accueillants familiaux la subvention pour frais individuels couvre les frais journaliers d'entretien et d'éducation visés à l'annexe 1, point 3 ou point 4.
§ 2. Pour les accueillants familiaux non accompagnés par un service d'accompagnement en accueil familial, le taux d'intervention couvrant les frais journaliers d'entretien et d'éducation est repris à l'annexe 1, point 3.
Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en un accompagnement en autonomie la subvention pour frais individuels couvre les frais journaliers d'entretien et d'éducation visés à l'annexe 1, point 2.
Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, dont les missions consistent en l'accompagnement d'accueillants familiaux la subvention pour frais individuels couvre les frais journaliers d'entretien et d'éducation visés à l'annexe 1, point 3 ou point 4.
§ 2. Pour les accueillants familiaux non accompagnés par un service d'accompagnement en accueil familial, le taux d'intervention couvrant les frais journaliers d'entretien et d'éducation est repris à l'annexe 1, point 3.
Art. 8. § 1. Voor de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, worden de aanvullende kosten die in aanmerking komen voor een subsidie vastgelegd in overeenstemming met bijlage 2.
§ 2. De eenmalige kosten die in aanmerking komen voor een subsidie worden vastgelegd in overeenstemming met de bijlagen 3 tot 10.
§ 3. De kosten voor een autonoom verblijf zijn gedekt tot op het einde van de kalendermaand waarin de maatregel eindigt binnen de grenzen zoals bepaald in bijlage 2, punt 4.
§ 2. De eenmalige kosten die in aanmerking komen voor een subsidie worden vastgelegd in overeenstemming met de bijlagen 3 tot 10.
§ 3. De kosten voor een autonoom verblijf zijn gedekt tot op het einde van de kalendermaand waarin de maatregel eindigt binnen de grenzen zoals bepaald in bijlage 2, punt 4.
Art. 8. § 1er. Pour les services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, les frais complémentaires admissibles à la subvention sont fixés conformément à l'annexe 2.
§ 2. Les frais ponctuels admissibles à la subvention sont fixés conformément aux annexes 3 à 10.
§ 3. Les frais de logement autonome sont couverts jusqu'à la fin du mois civil dans lequel la mesure se termine dans les limites fixées à l'annexe 2, point 4.
§ 2. Les frais ponctuels admissibles à la subvention sont fixés conformément aux annexes 3 à 10.
§ 3. Les frais de logement autonome sont couverts jusqu'à la fin du mois civil dans lequel la mesure se termine dans les limites fixées à l'annexe 2, point 4.
Art. 9. Worden niet gedekt door de subsidie, noch uit- of terugbetaald door het bestuur, de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding, aanvullende kosten en eenmalige kosten:
1° die een natuurlijke of rechtspersoon legaal, conventioneel of krachtens een gerechtelijke beslissing moet terugbetalen;
2° die reeds gedekt zijn door subsidies verkregen vanuit andere publiekrechtelijke rechtspersonen;
3° die reeds gedekt zijn door een verzekeringscontract;
4° die het resultaat zijn van een opzettelijke fout uit hoofde van de pleegzorger of een personeelslid van de dienst.
In de gevallen bedoeld in het 1e lid, 1° tot 3°, wanneer er slechts een gedeeltelijke tegemoetkoming van derden is, kan de subsidie dat deel van de kosten dekken dat niet ten laste van deze derde wordt gebracht.
1° die een natuurlijke of rechtspersoon legaal, conventioneel of krachtens een gerechtelijke beslissing moet terugbetalen;
2° die reeds gedekt zijn door subsidies verkregen vanuit andere publiekrechtelijke rechtspersonen;
3° die reeds gedekt zijn door een verzekeringscontract;
4° die het resultaat zijn van een opzettelijke fout uit hoofde van de pleegzorger of een personeelslid van de dienst.
In de gevallen bedoeld in het 1e lid, 1° tot 3°, wanneer er slechts een gedeeltelijke tegemoetkoming van derden is, kan de subsidie dat deel van de kosten dekken dat niet ten laste van deze derde wordt gebracht.
Art. 9. Ne sont pas couverts par la subvention, ni payés ou remboursés par l'administration, les frais journaliers d'entretien et d'éducation, complémentaires et ponctuels :
1° dont une personne physique ou morale est tenue légalement, conventionnellement ou en vertu d'une décision judiciaire au remboursement ;
2° déjà couverts par des subventions obtenues auprès d'autres personnes morales de droit public ;
3° déjà couverts par un contrat d'assurance ;
4° qui résultent d'une faute volontaire dans le chef de l'accueillant familial ou d'un membre du personnel du service.
Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, lorsque l'intervention des tiers n'est que partielle, la subvention peut couvrir la partie des frais non mise à charge de ceux-ci.
1° dont une personne physique ou morale est tenue légalement, conventionnellement ou en vertu d'une décision judiciaire au remboursement ;
2° déjà couverts par des subventions obtenues auprès d'autres personnes morales de droit public ;
3° déjà couverts par un contrat d'assurance ;
4° qui résultent d'une faute volontaire dans le chef de l'accueillant familial ou d'un membre du personnel du service.
Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, lorsque l'intervention des tiers n'est que partielle, la subvention peut couvrir la partie des frais non mise à charge de ceux-ci.
Art. 10. De bedragen vastgelegd in de bijlagen 1 tot 9 worden geïndexeerd in overeenstemming met de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, waarbij deze bedragen aan de spilindex 105,10 zijn gekoppeld, wat in 2013 overeenkomt met de basis 100.
Het in bijlage 1, punt 2 `Kinderen en jongeren die het voorwerp uitmaken van autonome begeleiding', bedoelde bedrag wordt bepaald op basis van de wijziging van het recht op maatschappelijke integratie. Dit bedrag is het product van het maandelijkse bedrag van het recht op maatschappelijke integratie als alleenstaande en twaalf, gedeeld door 365 dagen.
Het in bijlage 1, punt 2 `Kinderen en jongeren die het voorwerp uitmaken van autonome begeleiding', bedoelde bedrag wordt bepaald op basis van de wijziging van het recht op maatschappelijke integratie. Dit bedrag is het product van het maandelijkse bedrag van het recht op maatschappelijke integratie als alleenstaande en twaalf, gedeeld door 365 dagen.
Art. 10. Les montants déterminés aux annexes 1 à 9 sont indexés conformément à la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants, ces montants étant liés à l'indice pivot 105,10correspondant à la base 100 en 2013.
Toutefois, le montant prévu à l'annexe 1, point 2 " Enfants et jeunes faisant l'objet d'un accompagnement en autonomie ", est déterminé en fonction de la modification du revenu d'intégration sociale. Ce montant résulte de multiplication du montant mensuel du revenu d'intégration sociale taux isolé par douze, divisé par 365 jours.
Toutefois, le montant prévu à l'annexe 1, point 2 " Enfants et jeunes faisant l'objet d'un accompagnement en autonomie ", est déterminé en fonction de la modification du revenu d'intégration sociale. Ce montant résulte de multiplication du montant mensuel du revenu d'intégration sociale taux isolé par douze, divisé par 365 jours.
Afdeling 3. - Nadere regels voor de vereffening van subsidies en tegemoetkomingen
Section 3. - Modalités de liquidation des subventions et des interventions
Art. 11. § 1. Er wordt een provisionele jaarlijkse subsidie voor de dagelijkse kosten van onderhoud en opleiding toegekend aan de in diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid.
Deze subsidie wordt berekend op basis van het type en het aantal tenlastenemingen beschreven in het erkennings- of subsidiëringsbesluit van de dienst in kwestie.
Deze subsidie wordt maandelijks uitbetaald.
Deze provisionele subsidie wordt, in voorkomend geval, minstens één keer per jaar geregulariseerd op basis van de aanwezigheidsdagen van de ten laste genomen jongeren.
§ 2. Er wordt een provisionele jaarlijkse subsidie voor de aanvullende en eenmalige kosten toegekend aan de in diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid.
Deze subsidie wordt berekend op basis van het gemiddelde van de werkelijk uitbetaalde kosten voor de dienst in kwestie in de vorige kalenderjaren n-3 en n-2.
Voor de diensten die voor de eerste keer een erkenning of een subsidie genieten, wordt het bedrag van deze subsidie vastgelegd door de Minister in het erkennings- of subsidiebesluit.
Deze subsidie wordt maandelijks uitbetaald.
Deze provisionele subsidie wordt, in voorkomend geval, minstens één keer per jaar geregulariseerd op basis van de door de dienst bij het bestuur ingediende schuldvorderingen of facturen.
§ 3. Erkende diensten kunnen maximaal 5.700 euro per schijf van 15 erkende situaties overdragen van het ene jaar naar het andere.
§ 4. De aanvullende en eenmalige kosten die in aanmerking komen voor een subsidie in overeenstemming met de bijlagen 2 tot 10, worden gerechtvaardigd en, in voorkomend geval, uit- of terugbetaald door het bestuur op voorlegging van schuldvorderingen, facturen of elk ander bewijs dat rechtstreeks aan het bestuur wordt bezorgd ofwel door de lastgevende machten, ofwel door de diensten die het kind of de jongere ten laste nemen.
Deze subsidie wordt berekend op basis van het type en het aantal tenlastenemingen beschreven in het erkennings- of subsidiëringsbesluit van de dienst in kwestie.
Deze subsidie wordt maandelijks uitbetaald.
Deze provisionele subsidie wordt, in voorkomend geval, minstens één keer per jaar geregulariseerd op basis van de aanwezigheidsdagen van de ten laste genomen jongeren.
§ 2. Er wordt een provisionele jaarlijkse subsidie voor de aanvullende en eenmalige kosten toegekend aan de in diensten bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid.
Deze subsidie wordt berekend op basis van het gemiddelde van de werkelijk uitbetaalde kosten voor de dienst in kwestie in de vorige kalenderjaren n-3 en n-2.
Voor de diensten die voor de eerste keer een erkenning of een subsidie genieten, wordt het bedrag van deze subsidie vastgelegd door de Minister in het erkennings- of subsidiebesluit.
Deze subsidie wordt maandelijks uitbetaald.
Deze provisionele subsidie wordt, in voorkomend geval, minstens één keer per jaar geregulariseerd op basis van de door de dienst bij het bestuur ingediende schuldvorderingen of facturen.
§ 3. Erkende diensten kunnen maximaal 5.700 euro per schijf van 15 erkende situaties overdragen van het ene jaar naar het andere.
§ 4. De aanvullende en eenmalige kosten die in aanmerking komen voor een subsidie in overeenstemming met de bijlagen 2 tot 10, worden gerechtvaardigd en, in voorkomend geval, uit- of terugbetaald door het bestuur op voorlegging van schuldvorderingen, facturen of elk ander bewijs dat rechtstreeks aan het bestuur wordt bezorgd ofwel door de lastgevende machten, ofwel door de diensten die het kind of de jongere ten laste nemen.
Art. 11. § 1er. Une subvention provisionnelle annuelle pour les frais journaliers d'entretien et d'éducation est allouée aux services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er.
Cette subvention est calculée sur la base du type et du nombre de prises en charge décrits dans l'arrêté d'agrément ou de subvention du service concerné.
Cette subvention est liquidée mensuellement.
Cette subvention provisionnelle est régularisée, s'il échet, au moins une fois par an sur la base des journées de présence des enfants ou des jeunes pris en charge.
§ 2. Une subvention provisionnelle annuelle pour les frais complémentaires et les frais ponctuels est allouée aux services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er.
Cette subvention est calculée sur la base de la moyenne des frais réels liquidés pour le service concerné lors des années civiles antérieures n-3 et n-2.
Pour les services qui bénéficient pour la première fois d'un agrément ou d'une subvention, le montant de cette subvention est fixé par le Ministre dans l'arrêté d'agrément ou de subvention.
Cette subvention est liquidée mensuellement.
Cette subvention provisionnelle est régularisée, s'il échet, au moins une fois par an sur la base des déclarations de créance ou factures rentrées par le service auprès de l'administration.
§ 3. Les services agréés peuvent reporter, d'année en année, un maximum de 5.700 euros par tranche de 15 situations agréées.
§ 4. Les frais complémentaires et les frais ponctuels admissibles à la subvention conformément aux annexes 2 à 10, sont justifiés et, le cas échéant, payés ou remboursés par l'administration sur présentation de déclarations de créance, de factures ou de tout autre document probant qui lui sont directement adressés soit par les autorités mandantes, soit par les services assurant la prise en charge de l'enfant ou du jeune.
Cette subvention est calculée sur la base du type et du nombre de prises en charge décrits dans l'arrêté d'agrément ou de subvention du service concerné.
Cette subvention est liquidée mensuellement.
Cette subvention provisionnelle est régularisée, s'il échet, au moins une fois par an sur la base des journées de présence des enfants ou des jeunes pris en charge.
§ 2. Une subvention provisionnelle annuelle pour les frais complémentaires et les frais ponctuels est allouée aux services visés à l'article 2, § 1er, alinéa 1er.
Cette subvention est calculée sur la base de la moyenne des frais réels liquidés pour le service concerné lors des années civiles antérieures n-3 et n-2.
Pour les services qui bénéficient pour la première fois d'un agrément ou d'une subvention, le montant de cette subvention est fixé par le Ministre dans l'arrêté d'agrément ou de subvention.
Cette subvention est liquidée mensuellement.
Cette subvention provisionnelle est régularisée, s'il échet, au moins une fois par an sur la base des déclarations de créance ou factures rentrées par le service auprès de l'administration.
§ 3. Les services agréés peuvent reporter, d'année en année, un maximum de 5.700 euros par tranche de 15 situations agréées.
§ 4. Les frais complémentaires et les frais ponctuels admissibles à la subvention conformément aux annexes 2 à 10, sont justifiés et, le cas échéant, payés ou remboursés par l'administration sur présentation de déclarations de créance, de factures ou de tout autre document probant qui lui sont directement adressés soit par les autorités mandantes, soit par les services assurant la prise en charge de l'enfant ou du jeune.
HOOFDSTUK III. - Vaststelling van de bijdrage in de kosten
CHAPITRE III. - Fixation de la part contributive
Art. 12. § 1. Uitgezonderd in geval van overmacht stelt de lastgevende macht de bijdrage vast binnen drie maanden vanaf de maatregel ten gunste van het kind of de jongere.
Zij bepaalt het bedrag ervan op basis van elk bewijselement voortkomend uit het maatschappelijk onderzoek geleid door haar dienst in het kader van het individuele dossier in kwestie.
Ingeval de onderhoudsplichtige geen bijdrage kan leveren, vermeldt de lastgevende macht de redenen hiervoor in haar beslissing.
§ 2. De bijdrage kan op elk ogenblik, in het bijzonder in geval van wijziging van de inkomsten van de onderhoudsplichtige, worden aangepast ofwel op initiatief van de lastgevende macht, ofwel op verzoek van de betrokkene.
Zij bepaalt het bedrag ervan op basis van elk bewijselement voortkomend uit het maatschappelijk onderzoek geleid door haar dienst in het kader van het individuele dossier in kwestie.
Ingeval de onderhoudsplichtige geen bijdrage kan leveren, vermeldt de lastgevende macht de redenen hiervoor in haar beslissing.
§ 2. De bijdrage kan op elk ogenblik, in het bijzonder in geval van wijziging van de inkomsten van de onderhoudsplichtige, worden aangepast ofwel op initiatief van de lastgevende macht, ofwel op verzoek van de betrokkene.
Art. 12. § 1er. Sauf en cas de force majeure, l'autorité mandante fixe la part contributive dans les trois mois à dater de la mesure prise en faveur de l'enfant ou du jeune.
Elle en détermine le montant sur la base de tout élément probant des investigations sociales menées par son service dans le cadre du dossier individuel concerné.
Au cas où aucune part contributive ne peut être fournie par le débiteur, l'autorité mandante en indique les raisons dans sa décision.
§ 2. A tout moment, en particulier en cas de modification des revenus du débiteur, la part contributive peut être adaptée soit à l'initiative de l'autorité mandante, soit à la requête de l'intéressé.
Elle en détermine le montant sur la base de tout élément probant des investigations sociales menées par son service dans le cadre du dossier individuel concerné.
Au cas où aucune part contributive ne peut être fournie par le débiteur, l'autorité mandante en indique les raisons dans sa décision.
§ 2. A tout moment, en particulier en cas de modification des revenus du débiteur, la part contributive peut être adaptée soit à l'initiative de l'autorité mandante, soit à la requête de l'intéressé.
Art. 13. De bijdrage in de kosten wordt dagelijks vastgelegd wanneer voor de tenlasteneming van het kind of de jongere wordt gezorgd door een pleegzorger of een dienst zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 1e lid, die subsidies of tegemoetkomingen geniet voor de dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding in verband met de tenlasteneming van kinderen en jongeren krachtens dit besluit.
De deelneming in de kosten wordt voor alle andere types van tenlasteneming berekend op een andere basis dan de dagelijkse basis.
De deelneming in de kosten wordt voor alle andere types van tenlasteneming berekend op een andere basis dan de dagelijkse basis.
Art. 13. La part contributive est établie sur une base journalière lorsque la prise en charge de l'enfant ou du jeune est assumée par un accueillant familial ou par un service visé à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, bénéficiant de subventions ou des interventions pour frais journaliers d'entretien et d'éducation de prise en charge d'enfants et de jeunes en vertu du présent arrêté.
La participation aux frais est établie sur une base autre que journalière dans tous les autres types de prises en charge.
La participation aux frais est établie sur une base autre que journalière dans tous les autres types de prises en charge.
Art. 14. § 1. Behoudens een afwijking toegestaan door de lastgevende macht, wordt het bedrag van de bijdrage in de kosten vastgesteld op een dagelijkse basis met verwijzing naar het voor indexering vatbaar barema vermeld in bijlage 11.
§ 2. Voor de indexeerbare bedragen vermeld in bijlage 11 en de bedragen die geen bezoldigingen of ermee gelijkgestelde kosten zijn, geldt de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, waarbij deze bedragen aan de spilindex 105,1 zijn gekoppeld wat in 2013 overeenkomt met de basis 100.
§ 2. Voor de indexeerbare bedragen vermeld in bijlage 11 en de bedragen die geen bezoldigingen of ermee gelijkgestelde kosten zijn, geldt de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, waarbij deze bedragen aan de spilindex 105,1 zijn gekoppeld wat in 2013 overeenkomt met de basis 100.
Art. 14. § 1er. Sauf dérogation accordée par l'autorité mandante, le montant de la part contributive fixée sur une base journalière est établi en référence au barème indexable prévu à l'annexe 11.
§ 2. Pour les montants indexables prévus à l'annexe 11 et qui ne constituent pas des rémunérations ou des frais assimilés, il est fait application de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants, ces montants étant liés à l'indice pivot 105,1 correspondant à la base 100 en 2013.
§ 2. Pour les montants indexables prévus à l'annexe 11 et qui ne constituent pas des rémunérations ou des frais assimilés, il est fait application de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants, ces montants étant liés à l'indice pivot 105,1 correspondant à la base 100 en 2013.
Art. 15. Er wordt geen bijdrage bepaald ten laste van behoeftige personen of personen die hulp krijgen van een OCMW of die inkomsten genieten die niet hoger zijn dan het bedrag van het bestaansminimum waarop ze aanspraak hadden kunnen maken.
Art. 15. Aucune part contributive n'est fixée à charge des personnes relevant de l'indigence ou de l'aide dispensée par le centre public d'action sociale ou ne bénéficiant pas de revenus supérieurs au montant du revenu d'intégration auquel elles auraient pu prétendre.
Art. 16. § 1. Het bestuur vordert geen bijdragen terug ten laste van een onderhoudsplichtige, behalve vanaf wanneer de som van de verschuldigde bedragen minimaal 25 euro bedraagt.
Gaat de onderhoudsplichtige niet uit eigen wil over tot terugbetaling, stuurt het bestuur het dossier van terugvordering naar het Algemeen Bestuur Inning en Terugvordering.
§ 2. Op basis van de door het Algemeen Bestuur Inning en Terugvordering voorgelegde elementen inzake insolvabiliteit van de onderhoudsplichtige, kan de Minister bevoegd voor Jeugdbijstand of de door hem te dien einde afgevaardigde persoon, de invordering van de verschuldigde bijdragen uitstellen.
Gaat de onderhoudsplichtige niet uit eigen wil over tot terugbetaling, stuurt het bestuur het dossier van terugvordering naar het Algemeen Bestuur Inning en Terugvordering.
§ 2. Op basis van de door het Algemeen Bestuur Inning en Terugvordering voorgelegde elementen inzake insolvabiliteit van de onderhoudsplichtige, kan de Minister bevoegd voor Jeugdbijstand of de door hem te dien einde afgevaardigde persoon, de invordering van de verschuldigde bijdragen uitstellen.
Art. 16. § 1er. L'administration ne procède au recouvrement des parts contributives à charge d'un débiteur qu'à partir du moment où la somme des montants dus atteint 25 EUR.
En cas de non-exécution volontaire du débiteur, l'administration transmet le dossier de recouvrement à l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement.
§ 2. Sur la base des éléments produits par l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement quant à l'insolvabilité du débiteur, le Ministre qui a l'aide à la jeunesse dans ses attributions ou la personne qu'il délègue à cet effet peut surseoir au recouvrement des arriérés de paiement des parts contributives.
En cas de non-exécution volontaire du débiteur, l'administration transmet le dossier de recouvrement à l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement.
§ 2. Sur la base des éléments produits par l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement quant à l'insolvabilité du débiteur, le Ministre qui a l'aide à la jeunesse dans ses attributions ou la personne qu'il délègue à cet effet peut surseoir au recouvrement des arriérés de paiement des parts contributives.
HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions diverses
Art. 17. De diensten en personen bedoeld in artikel 2, § 1, zorgen voor de inschrijving van de ten laste genomen kinderen en jongeren bij een verzekeringsinstelling voor gezondheidszorg, met inbegrip van de aanvullende verzekering.
Ze zorgen er daarbij voor dat er een globaal medisch dossier wordt geopend bij een arts, en dit voor elk(e) ten laste genomen kind of jongere, met het akkoord van deze laatste of de personen die de ouderlijke macht erover uitoefenen.
Ze zorgen er daarbij voor dat er een globaal medisch dossier wordt geopend bij een arts, en dit voor elk(e) ten laste genomen kind of jongere, met het akkoord van deze laatste of de personen die de ouderlijke macht erover uitoefenen.
Art. 17. Les services et les personnes visés à l'article 2, § 1er, veillent à l'inscription des enfants et des jeunes pris en charge auprès d'un organisme assureur de soins de santé, en ce compris l'assurance complémentaire.
Ils effectuent en outre les démarches utiles afin qu'un dossier médical global soit ouvert auprès d'un médecin, pour chaque enfant ou chaque jeune pris en charge, moyennant l'accord de ce dernier ou des personnes qui exercent l'autorité parentale à son égard.
Ils effectuent en outre les démarches utiles afin qu'un dossier médical global soit ouvert auprès d'un médecin, pour chaque enfant ou chaque jeune pris en charge, moyennant l'accord de ce dernier ou des personnes qui exercent l'autorité parentale à son égard.
Art. 18. De bepalingen van het onderhavige besluit zijn tevens van toepassing op elke individuele maatregel die uitgevoerd wordt in het buitenland in toepassing van een beslissing genomen door een lastgevende macht.
Art. 18. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent également à toute mesure individuelle dont l'exécution se déroule à l'étranger en application d'une décision prise par une autorité mandante.
HOOFDSTUK V. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 19. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van jongeren wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge de jeunes est abrogé.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2019.
In afwijking van het 1e lid, treden artikel 7, § 1, 3e lid, en § 2, en artikel 19 tot intrekking van artikels 7, § 1, alleen voor de diensten die de omkadering van een pleegzorger verzekeren en § 2, 12 en 14 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van jongeren, in werking op 1 april 2019.
In afwijking van het 1e lid, treden artikel 7, § 1, 3e lid, en § 2, en artikel 19 tot intrekking van artikels 7, § 1, alleen voor de diensten die de omkadering van een pleegzorger verzekeren en § 2, 12 en 14 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van jongeren, in werking op 1 april 2019.
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er février 2019.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 7, § 1er, alinéa 3, et § 2, et l'article 19 en ce qu'il abroge les articles 7, § 1er, uniquement pour les services qui assurent l'encadrement d'une famille d'accueil et § 2, 12 et 14 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge des jeunes, entrent en vigueur le 1er avril 2019.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 7, § 1er, alinéa 3, et § 2, et l'article 19 en ce qu'il abroge les articles 7, § 1er, uniquement pour les services qui assurent l'encadrement d'une famille d'accueil et § 2, 12 et 14 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge des jeunes, entrent en vigueur le 1er avril 2019.
Art. 21. De subsidies voor de in bijlage 2 tot 11 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tegemoetkomingen voor individuele kosten in verband met de tenlasteneming van jongeren bedoelde aanvullende en eenmalige kosten die het resultaat zijn van een beslissing tot tenlasteneming voor 1 februari 2019 die nog steeds uitwerking heeft, blijven verschuldigd tot aan het einde van deze tenlasteneming.
Art. 21. Les subventions pour frais complémentaires et ponctuels visés aux annexes 2 à 11 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge de jeunes résultant d'une décision de prise en charge en cours avant le 1er février 2019 restent dues jusqu'à la fin de cette prise en charge.
Art. 22. Onverminderd de toepassing van artikel 12, § 2, geldt de bijdrage van de jongere en zijn familie, zoals vastgelegd door de lastgevende macht voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit en nog steeds uitwerking hebbend, wanneer de kinderen of jongeren hulp krijgen in hun leefomgeving, met of zonder tegemoetkoming van een erkende dienst in het kader van de hulpverlening aan de jeugd of de jeugdbescherming, wanneer ze ten laste zijn genomen op een internaat, in een ziekenhuis, een centrum aangesloten bij het RIZIV, een residentiële dienst voor jongeren die ressorteert onder AWIPH of PHARE of een opvangcentrum voor volwassenen dat ressorteert onder het Waalse Gewest of het Brusselse Gewest, of door een particulier die geen tegemoetkoming ontvangt voor dagelijkse kosten voor onderhoud en opleiding, tot aan het einde van deze tenlasteneming.
Art. 22. Sans préjudice de l'application de l'article 12, § 2, la part contributive du jeune et de sa famille, telle que fixée par l'autorité mandante avant l'entrée en vigueur du présent arrêté et toujours en cours, lorsque les enfants ou les jeunes bénéficient d'une aide dans leur milieu de vie, avec ou sans intervention d'un service agréé dans le cadre de l'aide et de la protection de la jeunesse, lorsqu'ils sont pris en charge en internat scolaire, dans un hôpital, un centre conventionné par l'INAMI, un service résidentiel pour jeunes relevant l'AWIPH ou de PHARE ou un centre d'accueil pour adultes relevant de la Région wallonne ou de la Région Bruxelloise, ou par un particulier qui ne perçoit pas l'intervention pour frais journaliers d'entretien et d'éducation, vaut jusqu'à la fin de cette prise en charge.
Art. 23. De beslissingen die voor 1 februari 2019 op basis van een cofinancieringsakkoord tussen het Bestuur en de AVIQ zijn genomen voor de huisvesting van kinderen en jongeren door diensten die ressorteren onder de sector voor personen met een handicap, kunnen, met het akkoord van de leidende ambtenaar van het bestuur, met een gemotiveerde en uitzonderlijke beslissing, met een gemotiveerde aanvraag van de lastgevende macht, het voorwerp uitmaken van een vernieuwingsbeslissing tot aan het einde van hun huisvesting binnen de dienst de ressorteert onder de sector voor personen met een handicap en uiterlijk tot wanneer de kinderen en jongeren meerderjarig worden.
Art. 23. Les décisions prises, avant le 1er février 2019, sur la base d'un accord de cofinancement entre l'Administration et l'AVIQ, visant à l'hébergement d'enfants et de jeunes par des services relevant du secteur du handicap, peuvent faire l'objet, moyennant l'accord du fonctionnaire dirigeant de l'administration, par décision motivée et à titre exceptionnel, sur demande motivée de l'autorité mandante, d'une décision de renouvellement jusqu'à la fin de leur hébergement au sein du service relevant du secteur du handicap et au plus tard jusqu'à la majorité des enfants et des jeunes concernés.
Art. 24. De Minister bevoegd voor Jeugdbijstand is belast met de uitvoering van dit besluit
Art. 24. Le Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (NOTA : geen Nederlandse versie, zie Franse versie)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-02-2019, p. 13085)