Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° "de wet": de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van Strafvordering;
2° "tariefbesluit": een koninklijk besluit voor een of meerdere categorieën van prestatieverleners genomen op basis van artikel 11, eerste lid, van de wet;
3° "minister": de minister bevoegd voor Justitie.
4° "AVG": de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
5° "Kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens": de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de organisatie van de arrondissementele bureaus gerechtskosten en de procedure volgens dewelke gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten worden toegekend, geverifieerd, betaald en teruggevorderd (Genoemd "gerechtskostenbesluit") (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-12-2019 en tekstbijwerking tot 07-01-2022)
Titre
15 DECEMBRE 2019. - Arrêté royal fixant l'organisation des bureaux des frais de justice de l'arrondissement, ainsi que la procédure d'attribution, de vérification, de paiement et de recouvrement des frais de justice en matière pénale et des frais assimilés (Cité comme "Arrêté frais de justice")(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-12-2019 et mise à jour au 07-01-2022)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - DEFINITIES EN BEPALINGEN MET BET...
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Bepalingen met betrekking tot de ...
HOOFDSTUK 2. - ORGANISATIE EN OMKADERING
HOOFDSTUK 3. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELIN...
HOOFDSTUK 4. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELIN...
HOOFDSTUK 5. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELIN...
HOOFDSTUK 6. - HET BEROEP
HOOFDSTUK 7. - DE INDEXERING VAN DE GERECHTSKOS...
HOOFDSTUK 8. - GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS INZAKE...
HOOFDSTUK 9. - BUITENGEWONE KOSTEN
HOOFDSTUK 10. - LIJST VAN KOSTEN, DIE NIET WORD...
HOOFDSTUK 11. - REGELS VAN TOEPASSING OP, KOSTE...
HOOFDSTUK 12. - GELIJKSTELLING VAN DIVERSE KOST...
HOOFDSTUK 13. - OPHEFFINGSBEPALING
HOOFDSTUK 14. - OVERGANGSBEPALING
HOOFDSTUK 15. - SLOTBEPALINGEN
Table des matières
CHAPITRE 1er. - DEFINITIONS ET DISPOSITIONS REL...
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Dispositions relatives à la protec...
CHAPITRE 2. - ORGANISATION ET ENCADREMENT
CHAPITRE 3. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES ...
CHAPITRE 4. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES ...
CHAPITRE 5. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES ...
CHAPITRE 6. - LE RECOURS
CHAPITRE 7. - L'INDEXATION DES FRAIS DE JUSTICE...
CHAPITRE 8. - REGLES COMMUNES CONCERNANT LA FIX...
CHAPITRE 9. - FRAIS EXTRAORDINAIRES
CHAPITRE 10. - LISTE DE FRAIS NON CONSIDERES CO...
CHAPITRE 11. - REGLES APPLICABLES AUX ETATS DE ...
CHAPITRE 12. - ASSIMILATION DE FRAIS DIVERS AUX...
CHAPITRE 13. - DISPOSITION ABROGATOIRE
CHAPITRE 14. - DISPOSITION TRANSITOIRE
CHAPITRE 15. - DISPOSITIONS FINALES
Tekst (64)
Texte (64)
HOOFDSTUK 1. - DEFINITIES EN BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS
CHAPITRE 1er. - DEFINITIONS ET DISPOSITIONS RELATIVES A LA PROTECTION DES DONNEES A CARACTERE PERSONNEL
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° " la loi ": la loi du 23 mars 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'instruction Criminelle;
2° " arrêté tarifaire " : un arrêté royal pour une ou plusieurs catégories de prestataires de services, pris sur base de l'article 11 alinéa 1er, de la loi;
3° " ministre " : le ministre qui a la Justice dans ses attributions ;
4° " RGPD " : le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE ;
5° " Loi cadre en matière de protection des données à caractère personnel " : la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
1° " la loi ": la loi du 23 mars 2019 concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'instruction Criminelle;
2° " arrêté tarifaire " : un arrêté royal pour une ou plusieurs catégories de prestataires de services, pris sur base de l'article 11 alinéa 1er, de la loi;
3° " ministre " : le ministre qui a la Justice dans ses attributions ;
4° " RGPD " : le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE ;
5° " Loi cadre en matière de protection des données à caractère personnel " : la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Afdeling 2. - Bepalingen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens
Section 2. - Dispositions relatives à la protection des données à caractère personnel
Art. 2. De procedure van toekenning, van vaststelling, van betaling en van terugvordering van gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten kadert in de verwezenlijking van de doelstellingen van Justitie en vormt een opdracht van openbaar belang in de zin van artikel 6.1.e) van de AVG.
In het kader van deze procedure worden de persoonsgegevens bedoeld in artikelen 9 en 10 van de AVG verwerkt onder de verantwoordelijkheid van een medewerker van Justitie, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van het gestelde doel.
Deze gegevens worden voor maximaal 15 jaar bewaard vanaf hun registratie.
In het kader van deze procedure worden de persoonsgegevens bedoeld in artikelen 9 en 10 van de AVG verwerkt onder de verantwoordelijkheid van een medewerker van Justitie, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van het gestelde doel.
Deze gegevens worden voor maximaal 15 jaar bewaard vanaf hun registratie.
Art. 2. La procédure d'attribution, de vérification, de paiement et de recouvrement des frais de justice en matière pénale et des frais assimilés s'inscrit dans le cadre de l'accomplissement des missions de la Justice et constitue une mission d'intérêt public au sens de l'article 6 .1.e) du RGPD.
Dans le cadre de cette procédure, des données à caractère personnel dont celles visées aux articles 9 et 10 du RGPD peuvent être traitées, sous l'autorité d'un professionnel de la Justice, et lorsqu'elles sont nécessaires et proprotionnées à la finalité poursuivie.
Ces données sont conservées au maximum pendant 15 ans à partir de leur enregistrement.
Dans le cadre de cette procédure, des données à caractère personnel dont celles visées aux articles 9 et 10 du RGPD peuvent être traitées, sous l'autorité d'un professionnel de la Justice, et lorsqu'elles sont nécessaires et proprotionnées à la finalité poursuivie.
Ces données sont conservées au maximum pendant 15 ans à partir de leur enregistrement.
Art. 3. De rechterlijke orde is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7) van de AVG voor de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de taxatie.
De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdient Justitie is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7) van de AVG voor:
1° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de vereffening;
2° de persoonsgegevens die worden verwerkt door het centraal bureau gerechtskosten, bedoeld in artikel 6;
3° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van het beroep bedoeld in artikel 25.
De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdient Justitie is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7) van de AVG voor:
1° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de vereffening;
2° de persoonsgegevens die worden verwerkt door het centraal bureau gerechtskosten, bedoeld in artikel 6;
3° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van het beroep bedoeld in artikel 25.
Art. 3. L'ordre judiciaire est responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du RGPD pour les données à caractère personnel traitées dans le cadre de la finalité de taxation.
Le Président du Comité de Direction du Service Public Fedéral Justice est responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du RGPD pour:
1° les données à caractère personnel traitées dans le cadre de la finalité de liquidation;
2° les données à caractère personnel traitées par le bureau central des frais, visé à l'article 6;
3° les données à caractère personnel traitées dans le cadre de l'appel visé à l'article 25.
Le Président du Comité de Direction du Service Public Fedéral Justice est responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du RGPD pour:
1° les données à caractère personnel traitées dans le cadre de la finalité de liquidation;
2° les données à caractère personnel traitées par le bureau central des frais, visé à l'article 6;
3° les données à caractère personnel traitées dans le cadre de l'appel visé à l'article 25.
Art. 4. De minister van Justitie is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 26.8 van de kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens voor de persoonsgegevens die worden verwerkt door de bevoegde rechterlijke instanties of politiediensten op het platform bedoeld in artikel 18.
De doeleinden van de verwerking van de gegevens op dit platform zijn:
1° het verzekeren van de identificatie van gebruikers;
2° het faciliteren, standardiseren, optimaliseren en beveiligen van de uitwisseling van vragen en antwoorden in het kader van de uitvoering van de artikelen 46bis, 88bis, 90ter tot en met 90decies, 464/13, 464/25 en 464/26 van het Wetboek van Strafvordering;
3° het verschaffen van een duidelijke basis om de kostenstaat van de telecomoperatoren, bedoeld in artikel 18, te berekenen.
Persoonsgegevens worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde rechterlijke instanties of de leidinggevende van een inlichtingendienst, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van de gestelde doelen in punten 1° tot en met 3°.
Enkel voor het gestelde doel bedoeld in punt 2° en in het kader van telefoontaps bedoeld in artikel 90quater van het Wetboek van Strafvordering worden persoonsgegevens verwerkt, zoals bedoeld in artikel 34 van de kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens.
De persoonsgegevens die verwerkt worden op dit platform worden voor maximaal 30 jaar bewaard vanaf hun registratie.
De doeleinden van de verwerking van de gegevens op dit platform zijn:
1° het verzekeren van de identificatie van gebruikers;
2° het faciliteren, standardiseren, optimaliseren en beveiligen van de uitwisseling van vragen en antwoorden in het kader van de uitvoering van de artikelen 46bis, 88bis, 90ter tot en met 90decies, 464/13, 464/25 en 464/26 van het Wetboek van Strafvordering;
3° het verschaffen van een duidelijke basis om de kostenstaat van de telecomoperatoren, bedoeld in artikel 18, te berekenen.
Persoonsgegevens worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde rechterlijke instanties of de leidinggevende van een inlichtingendienst, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van de gestelde doelen in punten 1° tot en met 3°.
Enkel voor het gestelde doel bedoeld in punt 2° en in het kader van telefoontaps bedoeld in artikel 90quater van het Wetboek van Strafvordering worden persoonsgegevens verwerkt, zoals bedoeld in artikel 34 van de kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens.
De persoonsgegevens die verwerkt worden op dit platform worden voor maximaal 30 jaar bewaard vanaf hun registratie.
Art. 4. Le ministre de la Justice est responsable du traitement au sens de l'article 26.8 de la loi cadre en matière de protection des données pour les données à caractère personnel traitées dans la plateforme visée à l'article 18 par les autorités judiciaires mandantes ou les services de police.
Les finalités de traitements des données dans cette plateforme sont les suivantes:
1° assurer l'identification des utilisateurs;
2° faciliter, standardiser, optimaliser et sécuriser l'échange de questions et de réponses dans le cadre de l'exécution des articles 46bis, 88bis, 90ter à 90decies, 464/13, 464/25 et 464/26 du Code d'instruction criminelle;
3° fournir une base précise pour calculer l'état de frais des opérateurs télécom, visés à l'article 18.
Des données à caractère personnel peuvent être traitées, sous l'autorité des autorités judiciaires mandantes ou du dirigeant du service pour les services de renseignement et lorsqu'elles sont nécessaires et proprotionnées pour les finalités visées aux points 1° à 3°.
Uniquement pour la finalité visée au point 2° et dans le cadre des interceptions téléphoniques visées à l'article 90quater du Code d'instruction criminelle, des données à caractère personnel visées à l'article 34 de la loi cadre en matière de protection des données peuvent être traitées.
Les données à caractère personnel traitées dans cette plateforme sont conservées au maximum pendant 30 ans suite à leur enregistrement.
Les finalités de traitements des données dans cette plateforme sont les suivantes:
1° assurer l'identification des utilisateurs;
2° faciliter, standardiser, optimaliser et sécuriser l'échange de questions et de réponses dans le cadre de l'exécution des articles 46bis, 88bis, 90ter à 90decies, 464/13, 464/25 et 464/26 du Code d'instruction criminelle;
3° fournir une base précise pour calculer l'état de frais des opérateurs télécom, visés à l'article 18.
Des données à caractère personnel peuvent être traitées, sous l'autorité des autorités judiciaires mandantes ou du dirigeant du service pour les services de renseignement et lorsqu'elles sont nécessaires et proprotionnées pour les finalités visées aux points 1° à 3°.
Uniquement pour la finalité visée au point 2° et dans le cadre des interceptions téléphoniques visées à l'article 90quater du Code d'instruction criminelle, des données à caractère personnel visées à l'article 34 de la loi cadre en matière de protection des données peuvent être traitées.
Les données à caractère personnel traitées dans cette plateforme sont conservées au maximum pendant 30 ans suite à leur enregistrement.
Art. 5. In het kader van de verwerking van de gegevens bedoeld in artikelen 2 en 4, worden volgende minimale garanties voorzien om de rechten en vrijheden van de betrokken personen te beschermen:
1° passende technische of organisatorische maatregelen worden aangenomen om te verzekeren dat de toegang tot persoonsgegevens wordt beperkt tot de personen die voor de uitoefening van hun functie kennis moeten nemen van deze gegevens, en dat de mogelijkheden tot verwerking ervan beperkt worden tot slechts die gegevens die onontbeerlijk zijn;
2° in het bijzonder wordt een beheerssysteem voor de toegangen voorzien teneinde de gebruikers te identificeren en de rollen en de omvang van de toegangsrechten te controleren;
3° de lijst van de categorieën van personen die worden aangewezen om de gegevens te verwerken, wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde controlerende overheid;
4° de personen bedoeld in punt 1° zijn onderworpen aan het beroepsgeheim of de discretieplicht;
5° de technische omgeving, in dewelke de gegevensverwerking plaatsvindt, beantwoordt aan de hedendaagse normen en standaarden teneinde de authenticiteit, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevensverwerking te verzekeren.
Voor wat betreft het platform bedoeld in artikel 18 worden logbestanden bijgehouden, in de zin van artikel 56 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Deze bestanden worden bewaard voor maximaal 30 jaar.
1° passende technische of organisatorische maatregelen worden aangenomen om te verzekeren dat de toegang tot persoonsgegevens wordt beperkt tot de personen die voor de uitoefening van hun functie kennis moeten nemen van deze gegevens, en dat de mogelijkheden tot verwerking ervan beperkt worden tot slechts die gegevens die onontbeerlijk zijn;
2° in het bijzonder wordt een beheerssysteem voor de toegangen voorzien teneinde de gebruikers te identificeren en de rollen en de omvang van de toegangsrechten te controleren;
3° de lijst van de categorieën van personen die worden aangewezen om de gegevens te verwerken, wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde controlerende overheid;
4° de personen bedoeld in punt 1° zijn onderworpen aan het beroepsgeheim of de discretieplicht;
5° de technische omgeving, in dewelke de gegevensverwerking plaatsvindt, beantwoordt aan de hedendaagse normen en standaarden teneinde de authenticiteit, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevensverwerking te verzekeren.
Voor wat betreft het platform bedoeld in artikel 18 worden logbestanden bijgehouden, in de zin van artikel 56 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Deze bestanden worden bewaard voor maximaal 30 jaar.
Art. 5. Dans le cadre des traitements de données visés aux articles 2 et 4, les garanties minimales suivantes sont prévues pour préserver les droits et libertés des personnes concernées:
1° des mesures techniques ou organisationnelles appropriées sont adoptées pour garantir que l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités aux personnes qui ont besoin d'en connaître pour l'exercice de leurs fonctions et aux données qui sont indispensables;
2° en particulier, un système de gestion des accès est prévu en vue d'identifier les utilisateurs et de vérifier les rôles et l'étendue du droit d'accès;
3° la liste des catégories des personnes désignées pour traiter les données à caractère personnel est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente;
4° les personnes visée au point 1° sont soumises au secret professionnel ou au devoir de confidentialité;
5° l'environnement technique, dans lequel les traitements de données sont réalisés, répond aux normes et standards actuels afin d'assurer l'authenticité, l'intégrité et la confidentialité des données à caractère personnel traitées.
Pour ce qui concerne la plateforme visée à l'article 18, des fichiers de journalisation au sens de l'article 56 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel sont tenus. Ces fichiers sont tenus au maximum pendant 30 ans.
1° des mesures techniques ou organisationnelles appropriées sont adoptées pour garantir que l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités aux personnes qui ont besoin d'en connaître pour l'exercice de leurs fonctions et aux données qui sont indispensables;
2° en particulier, un système de gestion des accès est prévu en vue d'identifier les utilisateurs et de vérifier les rôles et l'étendue du droit d'accès;
3° la liste des catégories des personnes désignées pour traiter les données à caractère personnel est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente;
4° les personnes visée au point 1° sont soumises au secret professionnel ou au devoir de confidentialité;
5° l'environnement technique, dans lequel les traitements de données sont réalisés, répond aux normes et standards actuels afin d'assurer l'authenticité, l'intégrité et la confidentialité des données à caractère personnel traitées.
Pour ce qui concerne la plateforme visée à l'article 18, des fichiers de journalisation au sens de l'article 56 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel sont tenus. Ces fichiers sont tenus au maximum pendant 30 ans.
HOOFDSTUK 2. - ORGANISATIE EN OMKADERING
CHAPITRE 2. - ORGANISATION ET ENCADREMENT
Art. 6. Het centraal bureau gerechtskosten is bevoegd voor:
1° het geven van juridisch-technische bijstand aan de taxatie- en vereffeningsbureaus, evenals aan opdrachtgevers, prestatieverleners, en belanghebbende overheden;
2° het opleggen van de gepaste bestuurlijke maatregelen.
1° het geven van juridisch-technische bijstand aan de taxatie- en vereffeningsbureaus, evenals aan opdrachtgevers, prestatieverleners, en belanghebbende overheden;
2° het opleggen van de gepaste bestuurlijke maatregelen.
Art. 6. Le bureau central des frais de justice est compétent pour:
1° fournir de l'assistance juridico-technique aux bureaux de taxation et de liquidation, ainsi qu'aux requérants, aux prestataires de services, et aux autorités intéressées;
2° imposer les mesures administratives appropriées.
1° fournir de l'assistance juridico-technique aux bureaux de taxation et de liquidation, ainsi qu'aux requérants, aux prestataires de services, et aux autorités intéressées;
2° imposer les mesures administratives appropriées.
Art. 7. Voor de uitvoering van zijn opdrachten bedoeld in artikel 4, § 3, van de wet wordt het diensthoofd van het taxatiebureau bijgestaan door administratief of financieel deskundigen, en assistenten, die allen specifiek hiertoe door de Federale Overheidsdienst Justitie worden opgeleid.
Art. 7. Pour l'exécution de ses tâches prévues dans l'article 4, § 3, de la loi, le chef de service du bureau de taxation est assisté par des experts administratifs ou financiers et par des assistants, tous formés spécifiquement à cette fin par le Service Public Fédéral Justice.
Art. 8. Voor de uitvoering van zijn opdrachten bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet wordt het diensthoofd van het vereffeningsbureau bijgestaan door gespecialiseerde medewerkers, die specifiek hiertoe door de Federale Overheidsdienst Justitie worden opgeleid.
Art. 8. Pour l'exécution de ses tâches prévues dans l'article 4, § 4, de la loi, le chef de service du bureau de liquidation est assisté par des collaborateurs spécialisés et formés spécifiquement à cette fin par le Service Public Fédéral Justice.
HOOFDSTUK 3. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN VIA DE DIGITALE PROCEDURE
CHAPITRE 3. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES FRAIS DE JUSTICE PAR LA PROCEDURE DIGITALE
Art. 9. De vordering wordt door de opdrachtgever, die zich daartoe identificeert met behulp van zijn e-ID kaart, per e-mail verstuurd naar de prestatieverlener, die er langs dezelfde weg de ontvangst van bevestigt.
De vordering omvat tenminste de volgende gegevens:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° de unieke code als digitaal paspoort van de vordering, hierna "unieke code van de vordering" genoemd;
4° het voorwerp van de vordering;
5° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld.
De vordering wordt verstuurd naar het e-mailadres van de prestatieverlener, door hem opgegeven bij zijn opname in het nationaal register. De prestatieverlener is verplicht eventuele wijzigingen van zijn e-mailadres te laten registreren. Voor de prestatieverleners die niet in een nationaal register moeten zijn ingeschreven, wordt het e-mailadres geregistreerd bij een taxatiebureau of bij het centraal bureau gerechtskosten.
De minister legt het model van de vordering vast voor een of meerdere groepen van prestatieverleners.
De vordering omvat tenminste de volgende gegevens:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° de unieke code als digitaal paspoort van de vordering, hierna "unieke code van de vordering" genoemd;
4° het voorwerp van de vordering;
5° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld.
De vordering wordt verstuurd naar het e-mailadres van de prestatieverlener, door hem opgegeven bij zijn opname in het nationaal register. De prestatieverlener is verplicht eventuele wijzigingen van zijn e-mailadres te laten registreren. Voor de prestatieverleners die niet in een nationaal register moeten zijn ingeschreven, wordt het e-mailadres geregistreerd bij een taxatiebureau of bij het centraal bureau gerechtskosten.
De minister legt het model van de vordering vast voor een of meerdere groepen van prestatieverleners.
Art. 9. La réquisition est envoyée par e-mail par le requérant, qui s'identifie à cette fin à l'aide de sa carte e-ID, au prestataire de services qui en accuse la réception, par la même voie.
La réquisition contient au moins les données suivantes :
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° le code unique comme passeport digital de la réquisition, dénommé ci-après " code unique de la réquisition " ;
4° l'objet de la réquisition ;
5° le délai dans lequel la réquisition doit être achevée.
Elle est envoyée à l'adresse e-mail du prestataire de services, renseignée par ce dernier lors de son enregistrement au registre national. Le prestataire de services est tenu de consigner les changements éventuels de son adresse e-mail. Pour les prestataires de services qui ne doivent pas être inscrits dans un registre national, l'adresse e-mail est enregistrée auprès d'un bureau de taxation ou du bureau central des frais de justice.
Le ministre fixe le modèle de la réquisition pour un ou plusieurs groupes de prestataires de services.
La réquisition contient au moins les données suivantes :
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° le code unique comme passeport digital de la réquisition, dénommé ci-après " code unique de la réquisition " ;
4° l'objet de la réquisition ;
5° le délai dans lequel la réquisition doit être achevée.
Elle est envoyée à l'adresse e-mail du prestataire de services, renseignée par ce dernier lors de son enregistrement au registre national. Le prestataire de services est tenu de consigner les changements éventuels de son adresse e-mail. Pour les prestataires de services qui ne doivent pas être inscrits dans un registre national, l'adresse e-mail est enregistrée auprès d'un bureau de taxation ou du bureau central des frais de justice.
Le ministre fixe le modèle de la réquisition pour un ou plusieurs groupes de prestataires de services.
Art. 10. De prestatieverlener stuurt zijn verslag, indien dit vereist is, op digitale wijze naar de opdrachtgever.
De opdrachtgever keurt de prestatie of het resultaat ervan goed, of hij formuleert zijn opmerkingen.
De opdrachtgever keurt de prestatie of het resultaat ervan goed, of hij formuleert zijn opmerkingen.
Art. 10. Le prestataire de services envoie son rapport, si nécessaire, au requérant de manière digitale.
Le requérant approuve la prestation ou son résultat, ou il formule ses remarques.
Le requérant approuve la prestation ou son résultat, ou il formule ses remarques.
Art. 11. Na goedkeuring van de prestatie of het resultaat ervan, dient de prestatieverlener zijn kostenstaat digitaal in bij het taxatiebureau.
Op het taxatiebureau koppelt de boekhoudapplicatie de kostenstaat met behulp van zijn unieke code aan de vordering.
Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief.
Het taxatiebureau stuurt in die gevallen een gemotiveerd voorstel tot aanpassing van zijn kostenstaat aan de prestatieverlener. De kostenstaat is definitief goedgekeurd als de prestatieverlener akkoord gaat met dit voorstel. De beslissing tot weigering of vermindering van de kostenstaat wordt gemotiveerd en aan de prestatieverlener ter kennis gebracht.
Als de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen.
Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot 27.
Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd.
Op het taxatiebureau koppelt de boekhoudapplicatie de kostenstaat met behulp van zijn unieke code aan de vordering.
Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief.
Het taxatiebureau stuurt in die gevallen een gemotiveerd voorstel tot aanpassing van zijn kostenstaat aan de prestatieverlener. De kostenstaat is definitief goedgekeurd als de prestatieverlener akkoord gaat met dit voorstel. De beslissing tot weigering of vermindering van de kostenstaat wordt gemotiveerd en aan de prestatieverlener ter kennis gebracht.
Als de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen.
Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot 27.
Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd.
Art. 11. Après approbation de la prestation ou de son résultat, le prestataire de services introduit de manière digitale, son état de frais auprès du bureau de taxation.
Au bureau de taxation, l'application comptable lie l'état de frais à la réquisition au moyen de son code unique .
Le bureau de taxation vérifie l'état de frais et l'approuve, sauf retard dans l'exécution de la prestation, mauvaise exécution, facturation incorrecte ou tout autre soupçon d'irrégularité. Uniquement dans ces cas, ce bureau peut prendre connaissance du rapport pour vérifier sur la base d'élements concrets de celui-ci, s'il y a un retard non justifié, une mauvaise exécution, une facturation incorrecte ou une commission d'une autre irrégularité. Si la transmission digitale n'est pas possible pour le rapport, ce dernier est envoyé par lettre ordinaire.
Le bureau de taxation adresse le cas échéant au prestataire de services une proposition motivée d'adaptation de son état de frais. L'état de frais est définitivement approuvé en cas d'accord du prestataire de services sur cette proposition. La décision de refus ou de réduction de l'état de frais est motivée et notifiée au prestataire de services.
Si le prestataire de services n'est pas d'accord avec les remarques, il peut demander des explications, répondre aux remarques et, éventuellement, faire une contre-proposition.
Si le bureau de taxation n'est pas d'accord avec l'état de frais ou avec la contre-proposition, même sans avoir fait utilisation des possibilités précitées, le prestataire de services peut introduire un recours conformément à la procédure prévue dans les articles 25 à 27.
Toute modification de l'état de frais doit être conforme à la loi du 22 mai 2003. Dans l'application comptable, il est enregistré le montant de l'état de frais et les modifications éventuelles de ce dernier.
Au bureau de taxation, l'application comptable lie l'état de frais à la réquisition au moyen de son code unique .
Le bureau de taxation vérifie l'état de frais et l'approuve, sauf retard dans l'exécution de la prestation, mauvaise exécution, facturation incorrecte ou tout autre soupçon d'irrégularité. Uniquement dans ces cas, ce bureau peut prendre connaissance du rapport pour vérifier sur la base d'élements concrets de celui-ci, s'il y a un retard non justifié, une mauvaise exécution, une facturation incorrecte ou une commission d'une autre irrégularité. Si la transmission digitale n'est pas possible pour le rapport, ce dernier est envoyé par lettre ordinaire.
Le bureau de taxation adresse le cas échéant au prestataire de services une proposition motivée d'adaptation de son état de frais. L'état de frais est définitivement approuvé en cas d'accord du prestataire de services sur cette proposition. La décision de refus ou de réduction de l'état de frais est motivée et notifiée au prestataire de services.
Si le prestataire de services n'est pas d'accord avec les remarques, il peut demander des explications, répondre aux remarques et, éventuellement, faire une contre-proposition.
Si le bureau de taxation n'est pas d'accord avec l'état de frais ou avec la contre-proposition, même sans avoir fait utilisation des possibilités précitées, le prestataire de services peut introduire un recours conformément à la procédure prévue dans les articles 25 à 27.
Toute modification de l'état de frais doit être conforme à la loi du 22 mai 2003. Dans l'application comptable, il est enregistré le montant de l'état de frais et les modifications éventuelles de ce dernier.
Art. 12. Het vereffeningsbureau zet de goedgekeurde kostenstaat in betaling als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, de geleverde prestatie of het resultaat ervan, en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;
2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;
3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;
4° er wordt rekening gehouden met de eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling.
In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot 27.
1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, de geleverde prestatie of het resultaat ervan, en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;
2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;
3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;
4° er wordt rekening gehouden met de eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling.
In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot 27.
Art. 12. Le bureau de liquidation met en paiement l'état de frais approuvé, si les conditions suivantes sont remplies :
1° il doit y avoir une concordance entre la réquisition du requérant, la prestation ou son résultat, et ce qui a été repris dans cet état de frais ;
2° les données du prestataire de services sur l'état de frais sont conformes à celles figurant dans l'application de comptabilité ;
3° le risque de double paiement a été vérifié ;
4° il est tenu compte des modalités spéciales éventuellement applicables lors du paiement.
A défaut de satisfaire aux conditions prévues dans l'alinéa 1er, l'état de frais est renvoyé au bureau de taxation pour correction. Si les corrections proposées ne sont pas acceptées par le prestataire de services, la partie non contestée est payée et le prestataire de services peut introduire un recours conformément aux articles 25 à 27.
1° il doit y avoir une concordance entre la réquisition du requérant, la prestation ou son résultat, et ce qui a été repris dans cet état de frais ;
2° les données du prestataire de services sur l'état de frais sont conformes à celles figurant dans l'application de comptabilité ;
3° le risque de double paiement a été vérifié ;
4° il est tenu compte des modalités spéciales éventuellement applicables lors du paiement.
A défaut de satisfaire aux conditions prévues dans l'alinéa 1er, l'état de frais est renvoyé au bureau de taxation pour correction. Si les corrections proposées ne sont pas acceptées par le prestataire de services, la partie non contestée est payée et le prestataire de services peut introduire un recours conformément aux articles 25 à 27.
HOOFDSTUK 4. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN ALS DE DIGITALE PROCEDURE NIET BESCHIKBAAR IS
CHAPITRE 4. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES FRAIS DE JUSTICE LORSQUE LA PROCEDURE DIGITALE N'EST PAS DISPONIBLE
Art. 13. De ondertekende vordering wordt door de opdrachtgever per e-mail gestuurd naar de prestatieverlener.
Ze omvat tenminste de volgende gegevens:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° het voorwerp van de vordering;
4° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld.
Als de verzending per e-mail niet mogelijk is, kan de opdrachtgever in dringende gevallen de vordering via een ander communicatiemiddel overmaken mits de prestatieverlener hiervan de ontvangst meldt. Ingeval de vordering telefonisch gebeurt, is de opdrachtgever verplicht zijn vordering binnen achtenveertig uren per e-mail of een ander schriftelijk communicatiemiddel te bezorgen aan de prestatieverlener die hiervan de ontvangst meldt.
Ze omvat tenminste de volgende gegevens:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° het voorwerp van de vordering;
4° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld.
Als de verzending per e-mail niet mogelijk is, kan de opdrachtgever in dringende gevallen de vordering via een ander communicatiemiddel overmaken mits de prestatieverlener hiervan de ontvangst meldt. Ingeval de vordering telefonisch gebeurt, is de opdrachtgever verplicht zijn vordering binnen achtenveertig uren per e-mail of een ander schriftelijk communicatiemiddel te bezorgen aan de prestatieverlener die hiervan de ontvangst meldt.
Art. 13. La réquisition signée est envoyée par le requérant par e-mail au prestataire de services.
Elle comporte au moins les données suivantes :
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° l'objet de la réquisition ;
4° le délai dans lequel la réquisition doit être achevée.
Si l'envoi par e-mail n'est pas possible, le requérant peut, dans des cas urgents, transmettre la réquisition par un autre moyen de communication à condition que le prestataire de services en confirme la réception. Si la réquisition se fait par téléphone, le requérant est tenu de transmettre dans les quarante-huit heures, par e-mail ou par un autre moyen de communication écrit, sa réquisition au prestataire de services, qui en confirme la réception.
Elle comporte au moins les données suivantes :
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° l'objet de la réquisition ;
4° le délai dans lequel la réquisition doit être achevée.
Si l'envoi par e-mail n'est pas possible, le requérant peut, dans des cas urgents, transmettre la réquisition par un autre moyen de communication à condition que le prestataire de services en confirme la réception. Si la réquisition se fait par téléphone, le requérant est tenu de transmettre dans les quarante-huit heures, par e-mail ou par un autre moyen de communication écrit, sa réquisition au prestataire de services, qui en confirme la réception.
Art. 14. De prestatieverlener stuurt zijn verslag, indien dit vereist is, op digitale wijze naar de opdrachtgever. De opdrachtgever keurt de prestatie of het resultaat ervan goed, of formuleert zijn opmerkingen.
Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt.
Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt.
Art. 14. Le prestataire de services envoie son rapport, si nécessaire, au requérant de manière digitale. Le requérant approuve la prestation ou son résultat, ou formule ses remarques.
Si et seulement si la transmission par e-mail est impossible, le prestataire de services peut utiliser un autre moyen de communication, à condition que son rapport soit remis au requérant au plus tard dans les quarante-huit heures après le délai fixé.
Si et seulement si la transmission par e-mail est impossible, le prestataire de services peut utiliser un autre moyen de communication, à condition que son rapport soit remis au requérant au plus tard dans les quarante-huit heures après le délai fixé.
Art. 15. De prestatieverlener stuurt een kopie van de vordering, met de goedkeuring van de prestatie en de ondertekende kostenstaat naar het taxatiebureau.
Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt.
Het taxatiebureau registreert de kostenstaat onmiddellijk in de boekhoudapplicatie.
Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief.
Ingeval de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen.
Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot 27.
Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd.
Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt.
Het taxatiebureau registreert de kostenstaat onmiddellijk in de boekhoudapplicatie.
Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief.
Ingeval de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen.
Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot 27.
Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd.
Art. 15. Le prestataire de services envoie une copie de la réquisition, avec l'approbation de la prestation et l'état de frais signé, au bureau de taxation.
Si et seulement si la transmission par e-mail est impossible, le prestataire de services peut utiliser un autre moyen de communication, à condition que son rapport soit remis au requérant au plus tard dans les quarante huit heures après le délai fixé.
Le bureau de taxation enregistre immédiatement l'état de frais dans l'application comptable.
Le bureau de taxation vérifie l'état de frais et l'approuve sauf retard dans l'exécution de la prestation, mauvaise exécution, facturation incorrecte ou tout autre soupçon d'irrégularité. Uniquement dans ces cas, ce bureau peut prendre connaissance du rapport pour vérifier sur la base d'élements concrets de celui-ci, s'il y a un retard non justifié, une mauvaise exécution, une facturation incorrecte ou une commission d'une autre irrégularité. Si la transmission digitale n'est pas possible pour le rapport, ce dernier est envoyé par lettre ordinaire.
Si le prestataire de services n'est pas d'accord avec les remarques, il peut demander des explications, répondre aux remarques et, éventuellement, faire une contre-proposition.
Si le bureau de taxation n'est pas d'accord avec l'état de frais ou avec la contre-proposition, même sans avoir fait utilisation des possibilités précitées, le prestataire de services peut introduire un recours conformément à la procédure prévue dans les articles 25 à 27.
Toute modification de l'état de frais doit être conforme à la loi du 22 mai 2003. Dans l'application comptable, il est enregistré le montant de l'état de frais et les modifications éventuelles de ce dernier.
Si et seulement si la transmission par e-mail est impossible, le prestataire de services peut utiliser un autre moyen de communication, à condition que son rapport soit remis au requérant au plus tard dans les quarante huit heures après le délai fixé.
Le bureau de taxation enregistre immédiatement l'état de frais dans l'application comptable.
Le bureau de taxation vérifie l'état de frais et l'approuve sauf retard dans l'exécution de la prestation, mauvaise exécution, facturation incorrecte ou tout autre soupçon d'irrégularité. Uniquement dans ces cas, ce bureau peut prendre connaissance du rapport pour vérifier sur la base d'élements concrets de celui-ci, s'il y a un retard non justifié, une mauvaise exécution, une facturation incorrecte ou une commission d'une autre irrégularité. Si la transmission digitale n'est pas possible pour le rapport, ce dernier est envoyé par lettre ordinaire.
Si le prestataire de services n'est pas d'accord avec les remarques, il peut demander des explications, répondre aux remarques et, éventuellement, faire une contre-proposition.
Si le bureau de taxation n'est pas d'accord avec l'état de frais ou avec la contre-proposition, même sans avoir fait utilisation des possibilités précitées, le prestataire de services peut introduire un recours conformément à la procédure prévue dans les articles 25 à 27.
Toute modification de l'état de frais doit être conforme à la loi du 22 mai 2003. Dans l'application comptable, il est enregistré le montant de l'état de frais et les modifications éventuelles de ce dernier.
Art. 16. Het vereffeningsbureau zet de goedgekeurde kostenstaat in betaling als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, het geleverde eindproduct en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;
2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;
3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;
4° er wordt rekening gehouden met eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling.
In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot 27.
1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, het geleverde eindproduct en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;
2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;
3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;
4° er wordt rekening gehouden met eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling.
In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot 27.
Art. 16. Le bureau de liquidation met en paiement l'état de frais approuvé si les conditions suivantes sont remplies. Ces conditions sont :
1° il doit y avoir une concordance entre la réquisition du requérant, la prestation ou son résultat, et ce qui a été repris à l'état de frais ;
2° les données du prestataire de services sur l'état de frais correspondent à celles dans l'application de comptabilité ;
3° le risque de double paiement a été vérifié ;
4° il est tenu compte de modalités spéciales éventuellement applicables lors du paiement.
A défaut de satisfaire l'état de frais est renvoyé au bureau de taxation pour correction. Si les corrections proposées ne sont pas acceptées par le prestataire de services, la partie non contestée est payée et le prestataire de services peut introduire un recours conformément aux articles 25 à 27.
1° il doit y avoir une concordance entre la réquisition du requérant, la prestation ou son résultat, et ce qui a été repris à l'état de frais ;
2° les données du prestataire de services sur l'état de frais correspondent à celles dans l'application de comptabilité ;
3° le risque de double paiement a été vérifié ;
4° il est tenu compte de modalités spéciales éventuellement applicables lors du paiement.
A défaut de satisfaire l'état de frais est renvoyé au bureau de taxation pour correction. Si les corrections proposées ne sont pas acceptées par le prestataire de services, la partie non contestée est payée et le prestataire de services peut introduire un recours conformément aux articles 25 à 27.
Art. 17. De in dit hoofdstuk bepaalde procedure is ook van toepassing op tolken. Zij dienen maandelijks één kostenstaat in, met als bijlagen:
1° de originele vorderingen;
2° de ingevulde prestatiefiche, bepaald door het tariefbesluit dat op hen van toepassing is, waarop alle prestaties inzake strafzaken zijn vermeld. Deze laatste moeten lijn per lijn worden tegengetekend door de opdrachtgever. Zijn handtekening is de goedkeuring van de daar vermelde prestatie als echt en waar.
1° de originele vorderingen;
2° de ingevulde prestatiefiche, bepaald door het tariefbesluit dat op hen van toepassing is, waarop alle prestaties inzake strafzaken zijn vermeld. Deze laatste moeten lijn per lijn worden tegengetekend door de opdrachtgever. Zijn handtekening is de goedkeuring van de daar vermelde prestatie als echt en waar.
Art. 17. La procédure déterminée au présent chapitre s'applique également aux interprètes. Ceux-ci introduisent, chaque mois, un seul état de frais, avec en annexe:
1° les réquisitions originales ;
2° la fiche de prestations déterminée par l'arrêté tarifaire qui leur est applicable, sur laquelle toutes les prestations en matière pénale sont reprises. Ces dernières doivent être contresignées, ligne par ligne, par le requérant. Sa signature certifie la véracité et l'exactitude de la prestation mentionnée.
1° les réquisitions originales ;
2° la fiche de prestations déterminée par l'arrêté tarifaire qui leur est applicable, sur laquelle toutes les prestations en matière pénale sont reprises. Ces dernières doivent être contresignées, ligne par ligne, par le requérant. Sa signature certifie la véracité et l'exactitude de la prestation mentionnée.
HOOFDSTUK 5. - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN VOORTGEBRACHT DOOR DE TELECOMOPERATOREN
CHAPITRE 5. - L'ORGANISATION DU TRAITEMENT DES FRAIS DE JUSTICE GENERES PAR LES OPERATEURS TELECOM
Art. 18. Krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 januari 2003 houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie, wordt voor de uitwisseling van de vragen en de antwoorden op basis van de artikelen 46bis, 88bis en 90ter 90ter tot en met 90decies, 464/13, 464/25 en 464/26 van het Wetboek van Strafvordering voorzien in een uitwisselingsplatform voor vragen en antwoorden tussen de opdrachtgever en de operatoren van elektronische communicatienetwerken of verstrekkers van elektronische communicatiediensten, hierna "telecomoperatoren" genoemd.
Dit uitwisselingsplatform wordt beheerd door de dienst "National Technical & Tactical Support Unit - Central Technical Interception Facility" van de Federale Politie, hierna het NTSU/CTIF genoemd.
Dit uitwisselingsplatform wordt beheerd door de dienst "National Technical & Tactical Support Unit - Central Technical Interception Facility" van de Federale Politie, hierna het NTSU/CTIF genoemd.
Art. 18. En vertu de l'article 2 de l'arrêté royal du 9 janvier 2003 déterminant les modalités de l'obligation de collaboration légale en cas de demandes judiciaires concernant les communications électroniques, il est prévu, pour l'échange de certains types de questions, sur la base des articles 46bis, 88bis, 90ter à 90 decies, 464/13, 464/25 et 464/26 du Code d'instruction criminelle, une plateforme d'échange de questions et de réponses entre d'une part l'autorité mandante et le service de police exécutant désigné par l'autorité mandante et d'autre part les opérateurs de réseaux de communications électroniques ou de fournisseurs individuels de services de communications électroniques, dénommés ci-après des " opérateurs télécom ".
Cette plateforme d'échange est gérée par le service " National Technical & Tactical Support Unit - Central Technical Interception Facility" de la Police fédérale, dénommé ci-après la NTSU/CTIF.
Cette plateforme d'échange est gérée par le service " National Technical & Tactical Support Unit - Central Technical Interception Facility" de la Police fédérale, dénommé ci-après la NTSU/CTIF.
Art. 19. De door de opdrachtgever aangeduide uitvoerende politiedienst voert de vragen die voortvloeien uit de vordering in op het daartoe bestemde uitwisselingsplatform.
In functie van het voorwerp van de vraag en van de onderzoekscriteria die worden meegegeven in de vraag, bepaalt dit platform de betrokken operatoren. In afwijking van de automatische bepaling van de bestemmelingen door het uitwisselingsplatform, kan de uitvoerende politiedienst zelf bepalen welke telecomoperator bestemmeling is van de vraag.
Elke vraag die door het uitwisselingsplatform wordt aangemaakt voor een bepaalde telecomoperator krijgt een unieke vraagcode.
Deze vragen worden ter beschikking gesteld van de aangeduide telecomoperator via het uitwisselingsplatform.
In functie van de overeenkomsten die hij heeft gesloten met het uitwisselingsplatform, wordt elke telecomoperator gewaarschuwd van een nieuwe vraag gesteld aan zijn Coördinatiecel Justitie door een van de volgende middelen:
- een automatisch bericht op het ogenblik van zijn verbinding met het uitwisselingsplatform,
- een e-mail (light integration),
- een directe verzending aan de server langs de zijde van de telecomoperator (full integration).
De vraag omvat tenminste de volgende elementen:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° de unieke code van de vordering;
4° de unieke code van de vraag;
5° het voorwerp van de vraag;
6° de zoekcriteria waarop de vraag betrekking heeft;
7° een kopie van de vordering waarop de vraag is gebaseerd;
8° het tijdstip van registratie in het uitwisselingsplatform.
In functie van het voorwerp van de vraag en van de onderzoekscriteria die worden meegegeven in de vraag, bepaalt dit platform de betrokken operatoren. In afwijking van de automatische bepaling van de bestemmelingen door het uitwisselingsplatform, kan de uitvoerende politiedienst zelf bepalen welke telecomoperator bestemmeling is van de vraag.
Elke vraag die door het uitwisselingsplatform wordt aangemaakt voor een bepaalde telecomoperator krijgt een unieke vraagcode.
Deze vragen worden ter beschikking gesteld van de aangeduide telecomoperator via het uitwisselingsplatform.
In functie van de overeenkomsten die hij heeft gesloten met het uitwisselingsplatform, wordt elke telecomoperator gewaarschuwd van een nieuwe vraag gesteld aan zijn Coördinatiecel Justitie door een van de volgende middelen:
- een automatisch bericht op het ogenblik van zijn verbinding met het uitwisselingsplatform,
- een e-mail (light integration),
- een directe verzending aan de server langs de zijde van de telecomoperator (full integration).
De vraag omvat tenminste de volgende elementen:
1° het uniek nummer van de prestatieverlener;
2° het notitienummer van het dossier;
3° de unieke code van de vordering;
4° de unieke code van de vraag;
5° het voorwerp van de vraag;
6° de zoekcriteria waarop de vraag betrekking heeft;
7° een kopie van de vordering waarop de vraag is gebaseerd;
8° het tijdstip van registratie in het uitwisselingsplatform.
Art. 19. Le service de police exécutant désigné par le requérant enregistre les questions découlant directement de la réquisition sur la plateforme d'échanges destinée à cette fin.
En fonction de l'objet de la question et des critères de recherche joints à la question, cette plateforme détermine les opérateurs concernés. Par dérogation à la détermination automatique des destinataires par la plateforme d'échange, le service de police exécutant peut déterminer lui-même quel opérateur télécom est le destinataire de la question.
Toute question créée par la plateforme d'échanges pour un certain opérateur télécom, reçoit un code unique de la question.
Ces questions sont mises à la disposition de l'opérateur télécom désigné par la plateforme d'échanges.
En fonction des accords pris par lui avec la plateforme, tout opérateur télécom est averti d'une nouvelle question posée à sa Cellule de Coordination Justice par un des modes suivants :
- un avis automatique au moment de sa connexion à la plateforme d'échanges,
- un e-mail (light integration),
- un transmission directe au serveur du côté de l'opérateur télécom (full integration).
La question contient au moins les éléments suivants:
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° le code unique de la réquisition ;
4° le code unique de la question ;
5° l'objet de la question, tel que le numéro de téléphone visé ou le type de service activé;
6° les critères de recherche auxquels se rapporte la question ;
7° une copie de la réquisition à la base de la question ;
8° le moment de l'enregistrement sur la plateforme d'échanges.
En fonction de l'objet de la question et des critères de recherche joints à la question, cette plateforme détermine les opérateurs concernés. Par dérogation à la détermination automatique des destinataires par la plateforme d'échange, le service de police exécutant peut déterminer lui-même quel opérateur télécom est le destinataire de la question.
Toute question créée par la plateforme d'échanges pour un certain opérateur télécom, reçoit un code unique de la question.
Ces questions sont mises à la disposition de l'opérateur télécom désigné par la plateforme d'échanges.
En fonction des accords pris par lui avec la plateforme, tout opérateur télécom est averti d'une nouvelle question posée à sa Cellule de Coordination Justice par un des modes suivants :
- un avis automatique au moment de sa connexion à la plateforme d'échanges,
- un e-mail (light integration),
- un transmission directe au serveur du côté de l'opérateur télécom (full integration).
La question contient au moins les éléments suivants:
1° le numéro unique du prestataire de services ;
2° le numéro de notice du dossier ;
3° le code unique de la réquisition ;
4° le code unique de la question ;
5° l'objet de la question, tel que le numéro de téléphone visé ou le type de service activé;
6° les critères de recherche auxquels se rapporte la question ;
7° une copie de la réquisition à la base de la question ;
8° le moment de l'enregistrement sur la plateforme d'échanges.
Art. 20. De Coördinatiecel Justitie van de betrokken telecomoperator beantwoordt de vraag door ofwel het resultaat op te laden op het uitwisselingsplatform of door de gevraagde onderschepping van communicatie door te zenden naar het uitwisselingsplatform. De uitvoering van de maatregel wordt geregistreerd op het uitwisselingsplatform. De resultaten worden aan de uitvoerende politiediensten ter beschikking gesteld via het uitwisselingsplatform of via het telecommunicatie interceptieplatform. De uitvoerende politiediensten zenden de resultaten aan de opdrachtgever.
Art. 20. La Cellule Coordination de la Justice de l'opérateur télécom concerné répond à la question, soit, en téléchargeant le résultat sur la plateforme d'échanges, soit, en transmettant l'interception de communication demandée à la plateforme d'échanges. L'exécution de la mesure est enregistrée dans la plateforme d'échanges. Les résultats sont mis à la disposition des services de police exécutants par la plateforme d'échanges ou par la plateforme d'interception de télécommunications. Les services de police exécutants transmettent les résultats au requérant.
Art. 21. De telecomoperator stelt maandelijks een kostenstaat op, gebaseerd op het overzicht van de in de loop van de afgelopen maand uitgevoerde vragen die hem door het platform werden geleverd. Hij stuurt zijn kostenstaat, waarin hij dit overzicht opneemt, aan het NTSU/CTIF en geeft voor elk gegeven antwoord de volgende inlichtingen:
1° het notitienummer van het dossier;
2° de unieke code van de vordering;
3° de unieke code van de vraag ;
4° het voorwerp van de vraag;
5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;
6° het eenheidstarief voor die vraag;
7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag.
1° het notitienummer van het dossier;
2° de unieke code van de vordering;
3° de unieke code van de vraag ;
4° het voorwerp van de vraag;
5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;
6° het eenheidstarief voor die vraag;
7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag.
Art. 21. L'opérateur télécom établit un état de frais mensuel sur base de l'aperçu des questions exécutées au cours du mois écoulé que lui a fourni la plateforme. Il transmet son état de frais à la NTSU /CTIF en y intégrant cet aperçu et, pour chaque réponse apportée, les renseignements suivants :
1° le numéro de notice du dossier;
2° le code unique de la réquisition;
3° le code unique de la question;
4° l'objet de la question;
5° le nombre d'unités facturables auquel la question se rapporte;
6° le tarif unitaire pour cette question;
7° le montant total pour la question concernée.
1° le numéro de notice du dossier;
2° le code unique de la réquisition;
3° le code unique de la question;
4° l'objet de la question;
5° le nombre d'unités facturables auquel la question se rapporte;
6° le tarif unitaire pour cette question;
7° le montant total pour la question concernée.
Art. 22. De kostenstaten hieromtrent worden geverifieerd door het NTSU/CTIF.
Art. 22. Les états de frais en la matière sont vérifiés par la NTSU/CTIF.
Art. 23. Wanneer buiten het uitwisselingsplatform een vraag wordt gesteld aan een telecomoperator, stelt deze zijn kostenstaat op na uitvoering van de vraag. Hij stuurt hem naar het NTSU/CTIF ter verificatie en voegt er een kopie van de vordering bij.
Art. 23. Lorsqu'une question est posée à un opérateur télécom hors la plateforme d'échanges, cet opérateur établit son état de frais après exécution de la question. Il l'adresse à la NTSU/CTIF pour vérification en y joignant une copie de la réquisition.
Art. 24. Het NTSU/CTIF stuurt maandelijks aan de Federale Overheidsdienst Justitie een lijst van de tijdens de afgelopen maand op het uitwisselingsplatform uitgevoerde vragen. De Federale Overheidsdienst Justitie deelt aan de griffies en de parketten een overzicht mee van de in elk dossier terug te vorderen gerechtskosten.
Voor alle vragen bevat dit overzicht minstens de volgende inlichtingen:
1° het notitienummer van het dossier;
2° de unieke code van de vordering;
3° de unieke code van de vraag;
4° het voorwerp van de vraag;
5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;
6° het eenheidstarief voor die vraag ;
7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag ;
8° het uniek nummer van de prestatieverlener.
Voor alle vragen bevat dit overzicht minstens de volgende inlichtingen:
1° het notitienummer van het dossier;
2° de unieke code van de vordering;
3° de unieke code van de vraag;
4° het voorwerp van de vraag;
5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;
6° het eenheidstarief voor die vraag ;
7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag ;
8° het uniek nummer van de prestatieverlener.
Art. 24. La NTSU/CTIF adresse mensuellement au Service Public Fédéral Justice un relevé des questions exécutées sur la plateforme d'échanges au cours du mois écoulé. Le Service Public Fédéral Justice communique aux greffes et parquets un récapitulatif des frais de justice à recouvrer dans chaque dossier.
Pour toutes les questions, ce relevé contient au moins les renseignements suivants:
1° le numéro de notice du dossier;
2° le code unique de la réquisition;
3° le code unique de la question;
4° l'objet de la question;
5° le nombre d'unités facturables auquel se rapporte la question;
6° le tarif unitaire pour cette question;
7° le montant total pour la question concernée;
8° le numéro unique du prestataire de services.
Pour toutes les questions, ce relevé contient au moins les renseignements suivants:
1° le numéro de notice du dossier;
2° le code unique de la réquisition;
3° le code unique de la question;
4° l'objet de la question;
5° le nombre d'unités facturables auquel se rapporte la question;
6° le tarif unitaire pour cette question;
7° le montant total pour la question concernée;
8° le numéro unique du prestataire de services.
HOOFDSTUK 6. - HET BEROEP
CHAPITRE 6. - LE RECOURS
Art. 25. Bij het beroep, ingesteld overeenkomstig de artikelen 11, zesde lid, 12, tweede lid, 15, zesde lid en 16, tweede lid bedoelde gevallen, moet een kopie van de bestreden beslissing worden gevoegd.
Art. 25. Le recours, introduit conformément aux articles 11, sixième alinéa, 12, deuxième alinéa, 15, alinéa 6, et 16, deuxième alinéa, doit être accompagné d'une copie de la décision attaquée.
Art. 26. De gevolgde procedure is schriftelijk, maar na een gemotiveerde aanvraag kan de mondelinge uitoefening van het hoorrecht worden toegelaten.
Art. 26. La procédure suivie est écrite, mais moyennant une demande motivée, l'exercice oral du droit d'être entendu peut être autorisé.
Art. 27. De directeur-generaal stuurt zijn beslissing aan de partijen.
Art. 27. Le directeur général envoie sa décision aux parties.
HOOFDSTUK 7. - DE INDEXERING VAN DE GERECHTSKOSTEN EN DE VERPLAATSINGSKOSTEN
CHAPITRE 7. - L'INDEXATION DES FRAIS DE JUSTICE ET DES FRAIS DE DEPLACEMENT
Art. 28. De bedragen bepaald in de tariefbesluiten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex van de voorgaande maand december. Ze worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad voor 30 januari.
Art. 28. Les montants fixés par les arrêtés tarifaires sont adaptés le 1er janvier de chaque année à l'indice de santé lissé du mois de décembre précédent. Ils sont publiés au Moniteur belge avant le 30 janvier.
Art. 29. De bedragen die van toepassing zijn, zijn die van de dag van de vordering.
Art. 29. Les montants applicables sont ceux du jour de la réquisition.
Art. 30. De verplaatsingskosten gemaakt in het kader van hun opdracht, door alle prestatieverleners bedoeld in dit besluit, met uitzondering van de prestatieverleners voor wie een tariefbesluit een tarief bepaalt, worden geïndexeerd volgens de modaliteiten beschreven in dit besluit.
Art. 30. Les frais des déplacements accomplis dans le cadre de leur mission par tous les prestataires de services visés au présent arrêté, à l'exception des prestataires pour qui un tarif est fixé par un arrêté tarifaire, sont indexés selon les modalités décrites dans l'arrêté tarifaire.
Art. 31. De afstanden worden berekend op basis van de reële afstand zoals bepaald door elke algemeen bekende software of applicatie, volgens de snelste weg.
Art. 31. Les distances sont calculées sur base de la distance réelle telle que définie par tout logiciel ou toute application généralement connue, selon la route la plus rapide.
HOOFDSTUK 8. - GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS INZAKE DE VASTSTELLING VAN DE VERGOEDING VOOR ALLE PRESTATIEVERLENERS
CHAPITRE 8. - REGLES COMMUNES CONCERNANT LA FIXATION DE LA REMUNERATION POUR TOUS LES PRESTATAIRES DE SERVICES
Art. 32. De prestatieverleners die zijn aangesteld, hebben recht op een vergoeding, die wordt bepaald in een tariefbesluit.
Dit tarief is:
1° ofwel forfaitair, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie een vast tarief geldt, dat ook betrekking heeft, behalve de te motiveren uitzonderingen, op alle onderdelen die behoren tot die prestatie;
2° ofwel een uurtarief, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie er geen forfaitair tarief bestaat en de prestatieverlener het aantal uren dat hij heeft gepresteerd en de omstandigheden die hem recht geven op de daarbij horende toeslagen bewijst.
De prestatieverleners, voor wie er geen tariefbesluit is opgesteld, worden vergoed volgens het uurtarief, bedoeld in in het tweede lid, 2°.
De prestatieverleners maken naar geweten de kostenstaat op. Deze staat vermeldt, voor ieder van de gedane verrichtingen, de data, het tijdstip en de duur van de prestaties.
De prestatieverleners mogen slechts na akkoord van de opdrachtgever een beroep doen op een derde om hen te helpen een deel van het werk te doen. Ze doen dit op eigen verantwoordelijkheid en betalen de vergoeding voor die persoon zelf.
Dit tarief is:
1° ofwel forfaitair, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie een vast tarief geldt, dat ook betrekking heeft, behalve de te motiveren uitzonderingen, op alle onderdelen die behoren tot die prestatie;
2° ofwel een uurtarief, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie er geen forfaitair tarief bestaat en de prestatieverlener het aantal uren dat hij heeft gepresteerd en de omstandigheden die hem recht geven op de daarbij horende toeslagen bewijst.
De prestatieverleners, voor wie er geen tariefbesluit is opgesteld, worden vergoed volgens het uurtarief, bedoeld in in het tweede lid, 2°.
De prestatieverleners maken naar geweten de kostenstaat op. Deze staat vermeldt, voor ieder van de gedane verrichtingen, de data, het tijdstip en de duur van de prestaties.
De prestatieverleners mogen slechts na akkoord van de opdrachtgever een beroep doen op een derde om hen te helpen een deel van het werk te doen. Ze doen dit op eigen verantwoordelijkheid en betalen de vergoeding voor die persoon zelf.
Art. 32. Les prestataires de services désignés ont droit à une rémunération fixée par un arrêté tarifaire.
Ce tarif est:
1° soit forfaitaire, ce qui veut dire que, pour la prestation donnée, il existe un tarif fixe qui, sauf dans les cas exceptionnels motivés, vise également toutes les parties qui comprend l'entièreté de cette prestation;
2° soit un tarif horaire, ce qui signifie que, pour la prestation donnée, il n'y a pas de tarif forfaitaire et que le prestataire de services prouve le nombre d'heures qu'il a prestées et les circonstances lui donnant droit aux suppléments y afférents.
Les prestataires de services pour lesquels aucun arrêté tarifaire n'a été établi, sont indemnisés selon le tarif horaire visé à l'alinéa 2, 2°.
Les prestataires de services établissent en conscience l'état de leurs indemnités ou honoraires. Cet état indique, pour chacun des devoirs accomplis, la date, l'heure et la durée des prestations.
Les prestataires de services ne peuvent faire appel à un tiers afin de les aider à réaliser une partie du travail qu'après accord du requérant. Ils le font sous leur responsabilité et paient eux-mêmes l'indemnisation de cette personne.
Ce tarif est:
1° soit forfaitaire, ce qui veut dire que, pour la prestation donnée, il existe un tarif fixe qui, sauf dans les cas exceptionnels motivés, vise également toutes les parties qui comprend l'entièreté de cette prestation;
2° soit un tarif horaire, ce qui signifie que, pour la prestation donnée, il n'y a pas de tarif forfaitaire et que le prestataire de services prouve le nombre d'heures qu'il a prestées et les circonstances lui donnant droit aux suppléments y afférents.
Les prestataires de services pour lesquels aucun arrêté tarifaire n'a été établi, sont indemnisés selon le tarif horaire visé à l'alinéa 2, 2°.
Les prestataires de services établissent en conscience l'état de leurs indemnités ou honoraires. Cet état indique, pour chacun des devoirs accomplis, la date, l'heure et la durée des prestations.
Les prestataires de services ne peuvent faire appel à un tiers afin de les aider à réaliser une partie du travail qu'après accord du requérant. Ils le font sous leur responsabilité et paient eux-mêmes l'indemnisation de cette personne.
Art. 33. De opdrachtgever bepaalt, indien dit mogelijk is en in samenspraak met de prestatieverlener, de termijn binnen dewelke de opdracht moet beëindigd zijn en, desgevallend, het verslag moet ingediend zijn.
De niet-tijdige uitvoering van de opdracht of indiening van het verslag brengt een vermindering mee van het ereloon of de vergoeding van de prestatieverlener, in verhouding met het aantal kalenderdagen vertraging.
De prestatieverlener die vaststelt dat hij de afgesproken termijn niet kan naleven, vraagt de opdrachtgever tijdig en op gemotiveerde wijze om uitstel.
Tot het opleggen van de in het tweede lid bedoelde sanctie wordt beslist door het taxatiebureau, ambtshalve of op voorstel van de opdrachtgever.
De niet-tijdige uitvoering van de opdracht of indiening van het verslag brengt een vermindering mee van het ereloon of de vergoeding van de prestatieverlener, in verhouding met het aantal kalenderdagen vertraging.
De prestatieverlener die vaststelt dat hij de afgesproken termijn niet kan naleven, vraagt de opdrachtgever tijdig en op gemotiveerde wijze om uitstel.
Tot het opleggen van de in het tweede lid bedoelde sanctie wordt beslist door het taxatiebureau, ambtshalve of op voorstel van de opdrachtgever.
Art. 33. Le magistrat qui requiert un prestataire de services assigne à celui-ci, si possible et en concertation avec le prestataire de services, un délai dans lequel la mission doit être achevée et, le cas échéant, le rapport déposé.
L'absence de l'exécution de la mission ou du dépôt du rapport dans le temps imparti entraîne une réduction proportionnelle au nombre de jours de retard des honoraires ou de l'indemnisation du prestataire de services.
Le prestataire de services qui constate qu'il ne pourra pas respecter ce délai, demande en temps utile et de manière motivée au requérant de reporter la date.
L'application de la sanction prévue à l'alinéa 2 est décidée par le bureau de taxation, d'office ou sur la proposition du requérant.
L'absence de l'exécution de la mission ou du dépôt du rapport dans le temps imparti entraîne une réduction proportionnelle au nombre de jours de retard des honoraires ou de l'indemnisation du prestataire de services.
Le prestataire de services qui constate qu'il ne pourra pas respecter ce délai, demande en temps utile et de manière motivée au requérant de reporter la date.
L'application de la sanction prévue à l'alinéa 2 est décidée par le bureau de taxation, d'office ou sur la proposition du requérant.
HOOFDSTUK 9. - BUITENGEWONE KOSTEN
CHAPITRE 9. - FRAIS EXTRAORDINAIRES
Art. 34. Wanneer de rechtspleging of het onderzoek van een bepaalde zaak buitengewone uitgaven vereist, kan met voorafgaande machtiging van de procureur-generaal, de federaal procureur of de bevoegde eerste voorzitter van het Hof van Beroep het normaal geldend tarief worden overschreden.
Het bevoegde taxatiebureau wordt hiervan in kennis gesteld.
Het bevoegde taxatiebureau wordt hiervan in kennis gesteld.
Art. 34. Lorsqu'au cours de l'examen d'une affaire, des dépenses extraordinaires apparaissent nécessaires, le tarif normalement applicable peut être excédé, avec l'autorisation préalable du procureur général, du procureur fédéral ou du premier président de la cour d'appel compétente.
Le bureau de taxation compétent en est mis au courant.
Le bureau de taxation compétent en est mis au courant.
HOOFDSTUK 10. - LIJST VAN KOSTEN, DIE NIET WORDEN BESCHOUWD ALS GERECHTSKOSTEN
CHAPITRE 10. - LISTE DE FRAIS NON CONSIDERES COMME DES FRAIS DE JUSTICE
Art. 35. Worden niet beschouwd als gerechtskosten, de uitgaven gedaan voor:
1° Het weghalen van in beslag genomen voertuigen door middel van takelwagens, en de stalling ervan, aan de hiertoe vastgestelde prijs, als dit gebeurt als administratieve maatregel;
2° De opgraving van lijken die wordt uitgevoerd aan andere dan de plaatselijke tarieven die gelden op de betrokken begraafplaats;
3° Het vervoer per taxi van personen, van de gemeenschapsinstellingen voor minderjarigen in waar ze verblijven naar de rechtbank en terug, wanneer de politie niet door het openbaar ministerie gevorderd wordt, of waarvoor een voertuig van het centrum beschikbaar is, of wanneer de persoon in zulke instelling geplaatst is waarvan het beheer door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming aan de gemeenschappen werd toevertrouwd, namelijk de gesloten centra in Everberg, Saint-Hubert en Tongeren.
4° Logistieke handelingen met procedurestukken en overtuigingsstukken, die niet zijn gevorderd door de magistraat bevoegd in een lopende procedure, of die intern kunnen worden uitgevoerd;
5° Het gebruik van een zaal voor lijkschouwingen, die op basis van artikel 255, 11°, van de nieuwe gemeentewet aan wetsdokters ter beschikking wordt gesteld;
6° De prestaties van duikers en hondengeleiders, evenals die van samenstellers van robotfoto's, die een wedde of vergoeding ontvangen vanwege een overheid of een dienst waarvan ze afhangen, en die prestatie in het kader van hun gewone dienst verrichten;
7° Het vervoer en het verblijf in België buiten het kader van een strafrechtelijke procedure door de magistraten, met inbegrip van de griffiers en toegevoegde griffiers, en de eventueel meereizende politieambtenaren ;
8° Het verstrekken van het materiaal voor ademtesten;
9° Het ontsmetten van in het kader van een lopend onderzoek te onderzoeken of te manipuleren overtuigingsstukken als er geen reden is te vrezen dat ze besmet zijn met ziektekiemen of bevuild met schadelijke stoffen;
10° Het herstel van milieuschade die verband houdt met drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen. De gedane uitgaven voor het weghalen van deze drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen zijn geen gerechtskosten als dit weghalen niet werd gevorderd door het openbaar ministerie;
11° De vergoeding van de materiële schade die niet is ontstaan bij het rechtmatig optreden van de politiediensten in het kader van een vordering, of die niet wordt beperkt tot de materiële schade aan zijn onroerend goed of de inhoud ervan, zijn kledij en zijn voertuig, met uitsluiting van de eventuele fysieke en morele schade, winstderving en arbeidsongeschiktheid.
1° Het weghalen van in beslag genomen voertuigen door middel van takelwagens, en de stalling ervan, aan de hiertoe vastgestelde prijs, als dit gebeurt als administratieve maatregel;
2° De opgraving van lijken die wordt uitgevoerd aan andere dan de plaatselijke tarieven die gelden op de betrokken begraafplaats;
3° Het vervoer per taxi van personen, van de gemeenschapsinstellingen voor minderjarigen in waar ze verblijven naar de rechtbank en terug, wanneer de politie niet door het openbaar ministerie gevorderd wordt, of waarvoor een voertuig van het centrum beschikbaar is, of wanneer de persoon in zulke instelling geplaatst is waarvan het beheer door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming aan de gemeenschappen werd toevertrouwd, namelijk de gesloten centra in Everberg, Saint-Hubert en Tongeren.
4° Logistieke handelingen met procedurestukken en overtuigingsstukken, die niet zijn gevorderd door de magistraat bevoegd in een lopende procedure, of die intern kunnen worden uitgevoerd;
5° Het gebruik van een zaal voor lijkschouwingen, die op basis van artikel 255, 11°, van de nieuwe gemeentewet aan wetsdokters ter beschikking wordt gesteld;
6° De prestaties van duikers en hondengeleiders, evenals die van samenstellers van robotfoto's, die een wedde of vergoeding ontvangen vanwege een overheid of een dienst waarvan ze afhangen, en die prestatie in het kader van hun gewone dienst verrichten;
7° Het vervoer en het verblijf in België buiten het kader van een strafrechtelijke procedure door de magistraten, met inbegrip van de griffiers en toegevoegde griffiers, en de eventueel meereizende politieambtenaren ;
8° Het verstrekken van het materiaal voor ademtesten;
9° Het ontsmetten van in het kader van een lopend onderzoek te onderzoeken of te manipuleren overtuigingsstukken als er geen reden is te vrezen dat ze besmet zijn met ziektekiemen of bevuild met schadelijke stoffen;
10° Het herstel van milieuschade die verband houdt met drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen. De gedane uitgaven voor het weghalen van deze drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen zijn geen gerechtskosten als dit weghalen niet werd gevorderd door het openbaar ministerie;
11° De vergoeding van de materiële schade die niet is ontstaan bij het rechtmatig optreden van de politiediensten in het kader van een vordering, of die niet wordt beperkt tot de materiële schade aan zijn onroerend goed of de inhoud ervan, zijn kledij en zijn voertuig, met uitsluiting van de eventuele fysieke en morele schade, winstderving en arbeidsongeschiktheid.
Art. 35. Ne sont pas considérées comme des frais de justice, les dépenses engagées pour :
1° L'enlèvement des véhicules saisis à l'aide de dépanneuses, et leur gardiennage, au prix déterminé à cette fin, si cela se fait comme mesure administrative;
2° L'exhumation de dépouilles mortelles faite à un prix autre que celui valant au cimetière concerné;
3° Le transport de personnes par taxi, des institutions communautaires pour mineurs à dans lesquelles elles séjournent vers le tribunal et le retour, lorsque la police n'a pas été requise par le ministère public, ou lorsqu'un véhicule du centre est disponible, ou lorsque la personne est placée dans une telle institution dont la gestion a été confiée aux communautés par la loi spéciale du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat, à savoir les centres fermés d'Everberg, de Saint-Hubert et de Tongres.
4° Des opérations logistiques avec des pièces de procédure et des pièces à conviction, non requises par le magistrat compétent dans une procédure en cours, ou pouvant être exécutées en interne ;
5° L'usage d'une salle d'autopsie, mise à la disposition de médecins légistes en vertu de l'article 255, 11°, de la nouvelle loi communale ;
6° Les prestations des plongeurs et des maîtres-chiens, ainsi que des praticiens qui établissent les portraits-robots, qui perçoivent un traitement ou une rétribution d'une autorité ou d'un service dont ils dépendent, et qui effectuent cette prestation pendant l'exercice de leurs fonctions habituelles ;
7° Le transport et le séjour en Belgique hors du cadre d'une procédure pénale par des magistrats, y compris les greffiers et greffiers additionnels, et les fonctionnaires de police qui les accompagnent éventuellement ;
8° La fourniture du matériel pour des tests de l'haleine ;
9° La désinfection de pièces à conviction à examiner ou à manipuler dans le cadre d'une instruction en cours alors qu'il n'y a pas lieu de craindre que ces pièces sont contaminées par des germes ou souillées par des matières nocives ;
10° La réparation des dommages environnementaux en rapport avec les drogues, précurseurs et déchets qui y sont associés. Les dépenses engagées pour l'enlèvement des drogues, des précurseurs et des déchets qui y sont associés ne constituent pas des frais de justice si cet enlèvement n'a pas été requis par le ministère public ;
11° L'indemnisation des dommages matériels non causés par l'action légitime des services de police dans le cadre d'une réquisition, ou qui ne se limite pas aux dommages matériels à son bien immobilier ou le contenu de ce dernier, ses vêtements et son véhicule, à l'exclusion d'un éventuel dommage physique et moral, perte de profits et incapacité de travail.
1° L'enlèvement des véhicules saisis à l'aide de dépanneuses, et leur gardiennage, au prix déterminé à cette fin, si cela se fait comme mesure administrative;
2° L'exhumation de dépouilles mortelles faite à un prix autre que celui valant au cimetière concerné;
3° Le transport de personnes par taxi, des institutions communautaires pour mineurs à dans lesquelles elles séjournent vers le tribunal et le retour, lorsque la police n'a pas été requise par le ministère public, ou lorsqu'un véhicule du centre est disponible, ou lorsque la personne est placée dans une telle institution dont la gestion a été confiée aux communautés par la loi spéciale du 6 janvier 2014 relative à la Sixième Réforme de l'Etat, à savoir les centres fermés d'Everberg, de Saint-Hubert et de Tongres.
4° Des opérations logistiques avec des pièces de procédure et des pièces à conviction, non requises par le magistrat compétent dans une procédure en cours, ou pouvant être exécutées en interne ;
5° L'usage d'une salle d'autopsie, mise à la disposition de médecins légistes en vertu de l'article 255, 11°, de la nouvelle loi communale ;
6° Les prestations des plongeurs et des maîtres-chiens, ainsi que des praticiens qui établissent les portraits-robots, qui perçoivent un traitement ou une rétribution d'une autorité ou d'un service dont ils dépendent, et qui effectuent cette prestation pendant l'exercice de leurs fonctions habituelles ;
7° Le transport et le séjour en Belgique hors du cadre d'une procédure pénale par des magistrats, y compris les greffiers et greffiers additionnels, et les fonctionnaires de police qui les accompagnent éventuellement ;
8° La fourniture du matériel pour des tests de l'haleine ;
9° La désinfection de pièces à conviction à examiner ou à manipuler dans le cadre d'une instruction en cours alors qu'il n'y a pas lieu de craindre que ces pièces sont contaminées par des germes ou souillées par des matières nocives ;
10° La réparation des dommages environnementaux en rapport avec les drogues, précurseurs et déchets qui y sont associés. Les dépenses engagées pour l'enlèvement des drogues, des précurseurs et des déchets qui y sont associés ne constituent pas des frais de justice si cet enlèvement n'a pas été requis par le ministère public ;
11° L'indemnisation des dommages matériels non causés par l'action légitime des services de police dans le cadre d'une réquisition, ou qui ne se limite pas aux dommages matériels à son bien immobilier ou le contenu de ce dernier, ses vêtements et son véhicule, à l'exclusion d'un éventuel dommage physique et moral, perte de profits et incapacité de travail.
Art. 36. De volgende uitgaven worden niet of niet langer beschouwd als gerechtskosten in strafzaken:
1° de kosten van eenvoudige kennisname van informatie over de houder van een bankrekening of van financiële activa, met inbegrip van de identificatie van de houder, natuurlijke of rechtspersoon, van een bankrekening, die van de volmachthouders om die rekening te gebuiken, het type rekening, de IBAN-code en de data van opening en sluiting van de rekening.
2° de kosten van teraardebestelling van de gedetineerden en van lijken, op de openbare weg of in enigerlei andere plaats gevonden;
3° de kosten van briefwisseling van de politie en van de parketten met personen in het binnenland, die worden vervolgd of die het voorwerp uitmaken van bestuurlijke of autonome afhandeling van hun zaak door de politie of een inspectiedienst.
1° de kosten van eenvoudige kennisname van informatie over de houder van een bankrekening of van financiële activa, met inbegrip van de identificatie van de houder, natuurlijke of rechtspersoon, van een bankrekening, die van de volmachthouders om die rekening te gebuiken, het type rekening, de IBAN-code en de data van opening en sluiting van de rekening.
2° de kosten van teraardebestelling van de gedetineerden en van lijken, op de openbare weg of in enigerlei andere plaats gevonden;
3° de kosten van briefwisseling van de politie en van de parketten met personen in het binnenland, die worden vervolgd of die het voorwerp uitmaken van bestuurlijke of autonome afhandeling van hun zaak door de politie of een inspectiedienst.
Art. 36. Les dépenses suivantes ne sont pas ou ne sont plus considérées comme des frais de justice en matière pénale :
1° les frais de simple prise de connaissance d'informations concernant le titulaire d'un compte en banque ou d'actif financier, en ce compris l'identification du titulaire, personne physique ou morale, d'un compte bancaire, celle des personnes autorisées à utiliser ce compte, le type de compte, le code IBAN et la date d'ouverture et de fermeture du compte ;
2° les frais d'inhumation des détenus et de tous cadavres trouvés sur la voie publique ou dans quelque autre lieu que ce soit;
3° les frais de correspondance de la police et des parquets avec des personnes à l'intérieur du pays qui sont poursuivies ou qui font l'objet du traitement administratif ou autonome de leur affaire par la police ou un service d'inspection.
1° les frais de simple prise de connaissance d'informations concernant le titulaire d'un compte en banque ou d'actif financier, en ce compris l'identification du titulaire, personne physique ou morale, d'un compte bancaire, celle des personnes autorisées à utiliser ce compte, le type de compte, le code IBAN et la date d'ouverture et de fermeture du compte ;
2° les frais d'inhumation des détenus et de tous cadavres trouvés sur la voie publique ou dans quelque autre lieu que ce soit;
3° les frais de correspondance de la police et des parquets avec des personnes à l'intérieur du pays qui sont poursuivies ou qui font l'objet du traitement administratif ou autonome de leur affaire par la police ou un service d'inspection.
HOOFDSTUK 11. - REGELS VAN TOEPASSING OP, KOSTENSTATEN
CHAPITRE 11. - REGLES APPLICABLES AUX ETATS DE FRAIS
Art. 37. Elke kostenstaat moet volledig, leesbaar en correct worden opgesteld volgens het door de minister vastgelegde model. Zoniet is hij onontvankelijk en moet hij op het eerste verzoek van het taxatiebureau worden aangevuld, verbeterd of aangepast.
De kostenstaat moet ook steeds de volgende formule vermelden: "Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring oprecht en volledig is." Deze formule mag zijn voorgedrukt.
De kostenstaat moet ook steeds de volgende formule vermelden: "Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring oprecht en volledig is." Deze formule mag zijn voorgedrukt.
Art. 37. Tout état de frais doit être établi selon le modèle fixé par le ministre, complètement, lisiblement et correctement. A défaut, il est irrecevable et doit être complété, corrigé ou adapté à la première demande du bureau de taxation.
L'état de frais doit également toujours mentionner la formule suivante: " J'affirme sur l'honneur que cette déclaration est sincère et complète. " Cette formule peut être pré-imprimée.
L'état de frais doit également toujours mentionner la formule suivante: " J'affirme sur l'honneur que cette déclaration est sincère et complète. " Cette formule peut être pré-imprimée.
Art. 38. De kostenstaten vermelden de unieke code van de vordering, en als dit niet het geval is:
1° de datum van de vordering en de opdrachtgever;
2° het type van misdaad of van wanbedrijf;
3° desgevallend, de naam van de verdachten.
Hiernaast vermelden de kostenstaten nog:
1° de handelingen en de artikelen van het tarief of van de schaal die van toepassing zijn;
2° de referentie van de kostenstaat;
3° desgevallend, de datum van de verplaatsingen.
De eerste maal dat de prestatieverlener is gevorderd, vermeldt hij eveneens zijn rekeningnummer en zijn KBO-nummer.
De originele vordering wordt er bijgevoegd.
1° de datum van de vordering en de opdrachtgever;
2° het type van misdaad of van wanbedrijf;
3° desgevallend, de naam van de verdachten.
Hiernaast vermelden de kostenstaten nog:
1° de handelingen en de artikelen van het tarief of van de schaal die van toepassing zijn;
2° de referentie van de kostenstaat;
3° desgevallend, de datum van de verplaatsingen.
De eerste maal dat de prestatieverlener is gevorderd, vermeldt hij eveneens zijn rekeningnummer en zijn KBO-nummer.
De originele vordering wordt er bijgevoegd.
Art. 38. Les états de frais mentionnent le code unique de la réquisition et à défaut :
1° la date de la réquisition et le nom du requérant;
2° le type de crime ou de délit;
3° le cas échéant, le nom des suspects.
Outre cette ou ces mentions, les états de frais renseignent encore :
1° les actes et les articles du tarif ou du barème qui sont d'application;
2° la référence de l'état de frais;
3° le cas échéant, la date des déplacements.
La première fois que le prestataire de service est réquisitionné, il y mentionne également son numéro de compte et son numéro BCE.
La réquisition originale y est jointe.
1° la date de la réquisition et le nom du requérant;
2° le type de crime ou de délit;
3° le cas échéant, le nom des suspects.
Outre cette ou ces mentions, les états de frais renseignent encore :
1° les actes et les articles du tarif ou du barème qui sont d'application;
2° la référence de l'état de frais;
3° le cas échéant, la date des déplacements.
La première fois que le prestataire de service est réquisitionné, il y mentionne également son numéro de compte et son numéro BCE.
La réquisition originale y est jointe.
Art. 39. Zijn er meerdere deskundigen, dan geven de kostenstaten met betrekking tot het deskundig onderzoek het bedrag van de kosten en erelonen van elk van hen weer.
Ingeval er beroep werd gedaan op hulp van een derde vermeldt de kostenstaat van de deskundige het voorafgaand akkoord van de opdrachtgever, de aard van het aan de helper toevertrouwd werk, het aantal uren dat die eraan heeft besteed en de hem betaalde bedragen. De kwitanties worden bij de kostenstaat van de deskundige gevoegd.
De tolken dienen maandelijks een kostenstaat in overeenkomstig het artikel 17 van dit besluit.
Ingeval er beroep werd gedaan op hulp van een derde vermeldt de kostenstaat van de deskundige het voorafgaand akkoord van de opdrachtgever, de aard van het aan de helper toevertrouwd werk, het aantal uren dat die eraan heeft besteed en de hem betaalde bedragen. De kwitanties worden bij de kostenstaat van de deskundige gevoegd.
De tolken dienen maandelijks een kostenstaat in overeenkomstig het artikel 17 van dit besluit.
Art. 39. En cas de pluralité d'experts, les état de frais relatifs à l'expertise précise le montant des frais et honoraires de chacun d'eux ainsi que son coût total.
En cas de recours à l'aide d'un tiers, l'état de frais de l'expert mentionne l'accord préalable du requérant, la nature du travail confié à l'aide, le nombre d'heures que ce dernier y a consacrées et les sommes qui lui ont été payées. Les quittances sont jointes à l'état de frais de l'expert.
Les interprètes établissent un état mensuel conformément à l'article 17 du présent arrêté.
En cas de recours à l'aide d'un tiers, l'état de frais de l'expert mentionne l'accord préalable du requérant, la nature du travail confié à l'aide, le nombre d'heures que ce dernier y a consacrées et les sommes qui lui ont été payées. Les quittances sont jointes à l'état de frais de l'expert.
Les interprètes établissent un état mensuel conformément à l'article 17 du présent arrêté.
Art. 40. De kostenstaten van de prestatieverleners worden ingediend bij het taxatiebureau bevoegd voor de opdrachtgever, met uitzondering van de kostenstaten van de tolken [1 , de vertalers en de gerechtsdeurwaarders]1, die ze indienen bij het taxatiebureau van het arrondissement van hun verblijfplaats.
Modifications
Art. 40. Les états de frais des prestataires de service sont adressés au bureau de taxation compétent pour le réquerant, sauf pour les interprètes [1 , les traducteurs et les huissiers de justice]1 qui les adressent au bureau de taxation de l'arrondissement de leur résidence.
Modifications
Art. 41. Op straffe van verval van rechten, dienen de prestatieverleners, met uitzondering van de telecomoperatoren, hun kostenstaten in bij het taxatiebureau binnen zes maanden na de uitvoering van de prestatie, of de indiening van hun verslag.
Art. 41. A peine de forclusion, les prestataires de services, à l'exception des opérateurs télécom, introduisent leurs états de frais auprès du bureau de taxation compétent dans les six mois à dater du jour de l'exécution de leur prestation ou de l'introduction de leur rapport.
HOOFDSTUK 12. - GELIJKSTELLING VAN DIVERSE KOSTEN MET GERECHTSKOSTEN
CHAPITRE 12. - ASSIMILATION DE FRAIS DIVERS AUX FRAIS DE JUSTICE
Art. 42. De volgende kosten worden gelijkgesteld met gerechtskosten:
1° het ereloon van de curator van een faillissement, met in de massa van het faillissement onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;
2° het ereloon van de vereffenaar van een vennootschap of een vereniging, met in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;
3° het ereloon van de bewindvoerder van de te beschermen minderjarige of geesteszieke, die na afloop van zijn taak in het vermogen van de beschermde persoon onvoldoende activa heeft om de geleverde prestaties te vergoeden;
4° het ereloon van de lasthebber ad hoc, die in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa vindt om de geleverde prestaties te vergoeden;
5° de vergoeding van getuigen en van deskundigen die een getuigenis komen afleggen in strafzaken ;
6° de vergoeding van juryleden en plaatsvervangende juryleden.
1° het ereloon van de curator van een faillissement, met in de massa van het faillissement onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;
2° het ereloon van de vereffenaar van een vennootschap of een vereniging, met in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;
3° het ereloon van de bewindvoerder van de te beschermen minderjarige of geesteszieke, die na afloop van zijn taak in het vermogen van de beschermde persoon onvoldoende activa heeft om de geleverde prestaties te vergoeden;
4° het ereloon van de lasthebber ad hoc, die in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa vindt om de geleverde prestaties te vergoeden;
5° de vergoeding van getuigen en van deskundigen die een getuigenis komen afleggen in strafzaken ;
6° de vergoeding van juryleden en plaatsvervangende juryleden.
Art. 42. Les frais suivants sont assimilés aux frais de justice :
1° les honoraires du curateur d'une faillite, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans la masse de la faillite afin de satisfaire à l'indemnisation de son travail ;
2° les honoraires du liquidateur d'une société ou d'une association, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans le patrimoine de cette personne morale afin de satisfaire à l'indemnisation de ses prestations ;
3° les honoraires de l'administrateur d'un mineur ou d'un malade mental à protéger, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans le patrimoine de cette personne protégée afin de satisfaire à l'indemnisation de ses prestations;
4° les honoraires de mandataire ad hoc, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif afin de l'indemniser pour ses prestations ;
5° l'indemnisation des témoins et des experts venant témoigner en matière pénale ;
6° l'indemnisation des jurés et des membres suppléants du jury.
1° les honoraires du curateur d'une faillite, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans la masse de la faillite afin de satisfaire à l'indemnisation de son travail ;
2° les honoraires du liquidateur d'une société ou d'une association, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans le patrimoine de cette personne morale afin de satisfaire à l'indemnisation de ses prestations ;
3° les honoraires de l'administrateur d'un mineur ou d'un malade mental à protéger, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif dans le patrimoine de cette personne protégée afin de satisfaire à l'indemnisation de ses prestations;
4° les honoraires de mandataire ad hoc, qui n'a pas pu garder ou trouver suffisamment d'actif afin de l'indemniser pour ses prestations ;
5° l'indemnisation des témoins et des experts venant témoigner en matière pénale ;
6° l'indemnisation des jurés et des membres suppléants du jury.
HOOFDSTUK 13. - OPHEFFINGSBEPALING
CHAPITRE 13. - DISPOSITION ABROGATOIRE
Art. 43. Worden opgeheven:
- de artikelen 1 tot 4, 41 tot 50, 52 tot 66, 68 tot 78, 80 tot 95, 114 tot 125, 128 tot 142, 135 tot 142, 146 tot 149 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken;
- het koninklijk besluit van 26 april 2007 houdende regeling van de Commissie voor de gerechtskosten.
- de artikelen 1 tot 4, 41 tot 50, 52 tot 66, 68 tot 78, 80 tot 95, 114 tot 125, 128 tot 142, 135 tot 142, 146 tot 149 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken;
- het koninklijk besluit van 26 april 2007 houdende regeling van de Commissie voor de gerechtskosten.
Art. 43. Sont abrogés:
- les articles 1er à 4, 41 à 50, 52 à 66, 68 à 78, 80 à 95, 114 à 125, 128 à 142, 146 à 149 de l'arrêté royal du 28 décembre 1950, portant règlement sur les frais de justice en matière répressive ;
- l'arrêté royal organique du 26 avril 2007 de la Commission des frais de justice.
- les articles 1er à 4, 41 à 50, 52 à 66, 68 à 78, 80 à 95, 114 à 125, 128 à 142, 146 à 149 de l'arrêté royal du 28 décembre 1950, portant règlement sur les frais de justice en matière répressive ;
- l'arrêté royal organique du 26 avril 2007 de la Commission des frais de justice.
HOOFDSTUK 14. - OVERGANGSBEPALING
CHAPITRE 14. - DISPOSITION TRANSITOIRE
Art. 44. De bijlagen van het voornoemde koninklijk besluit van 28 december 1950 blijven van kracht zoals ze van toepassing waren op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit. Ze worden daartoe beschouwd als bijlagen bij dit besluit, op grond van artikel 11 van de wet, totdat ze worden vervangen door tariefbesluiten.
Art. 44. Les annexes de l'arrêté royal précité du 28 décembre 1950 restent d'application telles qu'elles étaient en vigueur le jour précédent l'entrée en vigueur du présent arrêté. A cette fin, elles sont considérées comme des annexes au présent arrêté, basées sur l'article 11 de la loi, jusqu'à leur remplacement par des arrêtés tarifaires.
HOOFDSTUK 15. - SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE 15. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 45. Dit besluit wordt ook "gerechtskostenbesluit" genoemd.
Art. 45. Le présent arrêté sera aussi appelé " arrêté frais de justice ".
Art. 46. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.
Art. 46. La présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2020.
Art. 47. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 47. Le ministre compétent pour la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.