Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 MEI 2019. - Wet tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten tot aanpassing van de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-06-2019 en tekstbijwerking tot 04-08-2025)
Titre
5 MAI 2019. - Loi modifiant la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine en vue d'adapter la procédure devant le juge de l'application des peines en ce qui concerne les peines privatives de liberté de trois ans ou moins(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-06-2019 et mise à jour au 04-08-2025)
Informations sur le document
Numac: 2019030472
Datum: 2019-05-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019030472
Date: 2019-05-05
Moniteur: Voir
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 2. In titel III van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt een nieuw artikel 3/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 3/1. De Koning bepaalt voor welke misdaden of wanbedrijven die de fysieke of psychische integriteit van derden aantasten of bedreigen het openbaar ministerie bij het gerecht dat het in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest heeft uitgesproken, binnen de maand die volgt op het in kracht van gewijsde treden van de beslissing, de bevoegde dienst van de Gemeenschappen vat teneinde de gekende slachtoffers, die door haar in de vatting worden aangeduid, te contacteren.".
Art. 2. Dans le titre III de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, il est inséré un nouvel article 3/1 rédigé comme suit:
  "Art. 3/1. Le Roi détermine pour quels crimes ou délits portant atteinte à l'intégrité physique ou psychique de tiers ou menaçant celle-ci le ministère public près la juridiction qui a prononcé le jugement ou l'arrêt ayant acquis force de chose jugée saisit, dans le mois qui suit l'acquisition de force jugée de la décision, le service compétent des Communautés aux fins de contacter les victimes connues, qu'il désignera dans la saisine.".
Art. 5. In artikel 29/1, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 december 2012, worden de woorden "twee maanden" vervangen door de woorden "een maand".
Art. 5. Dans l'article 29/1, § 3, de la même loi, inséré par la loi du 14 décembre 2012, les mots "les deux mois" sont remplacés par les mots "le mois".
Art. 6. In artikel 30, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 maart 2003, worden de woorden "vier maanden" vervangen door de woorden "een maand".
Art. 6. Dans l'article 30, § 2, de la même loi, modifié par la loi du 17 mars 2003, les mots "les quatre mois" sont remplacés par les mots "le mois".
Art. 7. In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder het [1 negende]1 streepje opgeheven;
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
  
Art. 7. A l'article 31 de la même loi, modifié par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, le [1 neuvième]1 tiret est abrogé;
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
  
Art. 10. Artikel 36 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 36. § 1. Indien de strafuitvoeringsrechter de veroordeelde wenst te horen, deelt hij de verlenging van de termijn onverwijld mee aan het openbaar ministerie, aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is en aan de veroordeelde. Hij kan daarbij binnen de door hem bepaalde termijn de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is of de veroordeelde verzoeken bijkomende informatie schriftelijk mee te delen.
  § 2. De dag, het uur en de plaats van de zitting worden meegedeeld bij aangetekende zending aan de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is en het openbaar ministerie.
  § 3. Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of, indien de veroordeelde gedetineerd is, op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen.
  § 4. De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn advocaat alsook het openbaar ministerie en de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.
  Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.
  De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.
  § 5. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
  § 6. De strafuitvoeringsrechter beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.".
Art. 10. L'article 36 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 36. § 1er. Si le juge de l'application des peines souhaite entendre le condamné, il communique sans délai la prolongation du délai au ministère public, au directeur, si le condamné est en détention, et au condamné. Il peut à cet égard inviter le directeur, si le condamné est en détention, ou le condamné, dans le délai qu'il fixe, à communiquer par écrit des informations complémentaires.
  § 2. Les lieu, jour et heure de l'audience sont communiqués par envoi recommandé au condamné et à la victime et par écrit au directeur, si le condamné est en détention, et au ministère public.
  § 3. Le dossier est tenu, au moins quatre jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition du condamné et de son avocat pour consultation au greffe du tribunal de l'application des peines ou, si le condamné est en détention, au greffe de la prison où le condamné subit sa peine. Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier.
  § 4. Le juge de l'application des peines entend le condamné et son avocat ainsi que le ministère public et le directeur, si le condamné est en détention.
  La victime est entendue sur les conditions particulières à imposer dans son intérêt. La victime est présente à l'audience le temps nécessaire à l'examen de ces conditions. Le ministère public et le directeur expliquent à cette occasion les conditions qu'ils ont formulées dans leur avis dans l'intérêt de la victime. La victime peut présenter ses observations.
  Le juge de l'application des peines peut décider d'entendre également d'autres personnes.
  § 5. L'audience se déroule à huis clos.
  § 6. Le juge de l'application des peines rend sa décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré.".
Art. 11. Artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 37. Wanneer de strafuitvoeringsrechter weigert de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, heeft de veroordeelde het recht om bij het volgende verzoek tot toekenning van eenzelfde strafuitvoeringsmodaliteit te vragen om te worden gehoord.
  Na drie weigeringen van toekenning van een zelfde strafuitvoeringsmodaliteit kan de veroordeelde verzoeken om in openbare terechtzitting te verschijnen bij het volgende verzoek tot toekenning van dezelfde strafuitvoeringsmodaliteit.
  Het verzoek om in een openbare terechtzitting te verschijnen kan, bij een met redenen omklede beslissing, enkel worden geweigerd indien deze openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de nationale veiligheid.".
Art. 11. L'article 37 de la même loi, modifié par la loi du 5 février 2016, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 37. Lorsque le juge de l'application des peines refuse d'accorder la modalité d'exécution de la peine, le condamné a le droit de demander d'être entendu lors de la demande suivante pour l'octroi de la même modalité d'exécution de la peine.
  Après trois refus de se voir accorder une même modalité d'exécution de la peine, le condamné peut demander de comparaître en audience publique lors de la demande suivante pour l'octroi de la même modalité d'exécution de la peine.
  La demande de comparution en audience publique ne peut être rejetée, par décision motivée, que si cette publicité est dangereuse pour l'ordre public, les bonnes moeurs ou la sécurité nationale.".
Art. 12. In artikel 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt het woord "Hij" vervangen door de woorden "De strafuitvoeringsrechter";
  3° in het tweede lid worden de woorden ", en indien de veroordeelde instemt met de door de strafuitvoeringsrechter bepaalde voorwaarden" opgeheven.
Art. 12. A l'article 38 de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est abrogé;
  2° dans l'alinéa 2, le mot "Il" est remplacé par les mots "Le juge de l'application des peines";
  3° dans l'alinéa 2, les mots ", et si le condamné accepte les conditions d'octroi fixées par le juge de l'application des peines" sont abrogés.
Art. 15. In artikel 53 van dezelfde wet, gewijzigd door de wetten van 14 december 2012 en 15 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid wordt opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden:
  "De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
  Wanneer de strafuitvoeringsrechtbank driemaal heeft geweigerd om een zelfde strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, kan de veroordeelde bij het volgende verzoek tot toekenning van dezelfde strafuitvoeringsmodaliteit verzoeken om in openbare terechtzitting te verschijnen.
  Dit verzoek kan, bij een met redenen omklede beslissing, enkel worden geweigerd indien deze openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de nationale veiligheid.
  De strafuitvoeringsrechtbank kan de behandeling van de zaak éénmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden later mag plaatsvinden.
  De beslissing tot uitstel wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.".
Art. 15. A l'article 53 de la même loi, modifié par les lois du 14 décembre 2012 et du 15 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 5 est abrogé;
  2° l'article est complété par les alinéas suivants:
  "L'audience se déroule à huis clos.
  Lorsque le tribunal de l'application des peines a refusé trois fois d'accorder une même modalité d'exécution de la peine, le condamné peut demander de comparaître en audience publique lors de la demande suivante pour l'octroi de la même modalité d'exécution de la peine.
  Cette demande ne peut être rejetée, par décision motivée, que si cette publicité est dangereuse pour l'ordre public, les bonnes moeurs ou la sécurité nationale.
  Le tribunal de l'application des peines peut remettre une seule fois l'examen de l'affaire à une audience ultérieure, sans que cette audience puisse avoir lieu plus de deux mois après la remise.
  La décision d'ajournement est portée par écrit à la connaissance du directeur si le condamné est en détention.".
Art. 16. Artikel 68 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
  " § 8. Een bij verstek gewezen vonnis tot herroeping of herziening is vatbaar voor verzet.".
Art. 16. L'article 68 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 février 2016, est complété par un paragraphe 8 rédigé comme suit:
  " § 8. Un jugement de révocation ou de révision par défaut est susceptible d'opposition.".
Art. 17. In artikel 71, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 17 maart 2013, worden de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 44, § 5, is de proeftijd" vervangen door de woorden "De proeftijd is".
Art. 17. Dans l'article 71, alinéa 3, de la même loi, modifié par les lois du 27 décembre 2006 et 17 mars 2013, les mots "Sous réserve de l'application de l'article 44, § 5, le délai d'épreuve est" sont remplacés par les mots "Le délai d'épreuve est".
Art. 18. Artikel 95/1, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 december 2012 en gewijzigd bij de wet van 15 december 2013, wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De zaak wordt bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig gemaakt bij schriftelijk verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie.
  Het verzoek wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of, ingeval de veroordeelde gedetineerd is, op de griffie van de gevangenis.
  De griffie van de gevangenis zendt het verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift ervan aan de directeur.
  De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank zendt onverwijld een afschrift van het schriftelijk verzoek of de vordering aan het slachtoffer.
  De behandeling vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter na het indienen van de vordering van het openbaar ministerie of het indienen van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde.
  De dag, het uur en de plaats van de zitting worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde, de directeur, indien de veroordeelde gedetineerd is, en het slachtoffer.
  Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.
  De veroordeelde kan tevens, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier bekomen.
  De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn raadsman alsook het openbaar ministerie en de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.
  Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.
  Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.
  De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
  De strafuitvoeringsrechter beslist binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
  De beslissing wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en, indien de veroordeelde gedetineerd is, van de directeur.".
Art. 18. L'article 95/1, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 14 décembre 2012 et modifié par la loi du 15 décembre 2013, est remplacé comme suit :
  " § 2. Le juge de l'application des peines est saisi de l'affaire à la demande écrite du condamné ou sur réquisition du ministère public.
  La demande est introduite au greffe du tribunal de l'application des peines ou au greffe de la prison si le condamné est en détention.
  Le greffe de la prison transmet la demande dans les vingt-quatre heures au greffe du tribunal de l'application des peines et en remet une copie au directeur.
  Le greffe du tribunal de l'application des peines transmet sans délai à la victime une copie de la demande écrite ou de la réquisition.
  L'examen de l'affaire a lieu à la première audience utile du juge de l'application des peines après introduction de la réquisition du ministère public ou introduction de la demande écrite du condamné.
  Le condamné, le directeur, si le condamné est en détention, et la victime sont informés par envoi recommandé des lieu, jour et heure de l'audience.
  Le dossier est tenu, pendant au moins quatre jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition du condamné et de son conseil pour consultation au greffe du tribunal de l'application des peines.
  Le condamné peut également, à sa demande, obtenir une copie du dossier.
  Le juge de l'application des peines entend le condamné et son conseil ainsi que le ministère public et le directeur, si le condamné est en détention.
  La victime est entendue sur les conditions particulières imposées dans son intérêt. La victime est présente à l'audience le temps nécessaire à l'examen de ces conditions. Le ministère public et, le cas échéant, le directeur expliquent à cette occasion les conditions qu'ils ont formulées dans leur avis dans l'intérêt de la victime. La victime peut présenter ses observations.
  La victime peut se faire représenter ou assister par un conseil et peut se faire assister par le délégué d'un organisme public ou d'une association agréée à cette fin par le Roi.
  L'audience a lieu à huis clos.
  Le juge de l'application des peines rend sa décision dans les sept jours de la mise en déliberé.
  La décision est notifiée dans les vingt-quatre heures, par envoi recommandé, au condamné et portée par écrit à la connaissance du ministère public et, si le condamné est en détention, du directeur.".
Art. 19. Artikel 95/3, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 februari 2016 en 5 februari 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 31, §§ 1 en 4, is van toepassing.".
Art. 19. L'article 95/3, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et modifié par les lois des 1er février 2016 et 5 février 2016, est remplacé par ce qui suit:
  "L'article 31, §§ 1er et 4, est d'application.".
Art. 20. In artikel 95/4, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007 en gewijzigd door de wet van 25 april 2014, worden de woorden "44, § 5," opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 95/4, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et modifié par la loi du 25 avril 2014, les mots "44, § 5," sont abrogés.
Art. 21. In artikel 95/8, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007 en gewijzigd door de wet van 25 april 2014, worden de woorden "44, § 5," opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 95/8 de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et modifié par la loi du 25 avril 2014, les mots "44, § 5," sont abrogés.
Art. 22. Artikel 95/18, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt vervangen als volgt:
  "De toekenningsprocedure verloopt overeenkomstig de artikelen 49, 51, 52 en 53, eerste tot vierde lid en achtste en negende lid.".
Art. 22. L'article 95/18, § 2, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007, est remplacé par ce qui suit:
  "La procédure d'octroi se déroule conformément aux articles 49, 51, 52 et 53, alinéas 1er à 4 et alinéas 8 et 9.".
Art. 23. In artikel 109 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 6 juli 2017, worden de woorden "en uiterlijk op 1 oktober 2019" vervangen door de woorden "en uiterlijk op 1 oktober 2020".
Art. 23. Dans l'article 109 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les mots "et au plus tard le 1er octobre 2019" sont remplacés par les mots "et au plus tard le 1er octobre 2020".
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition abrogatoire
Art. 24. Artikel 28, § 2, 1°, de artikelen 35, 44, 81 tot 95 en de artikelen 107 en 108 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art. 24. L'article 28, § 2, 1°, les articles 35, 44, 81 à 95 et les articles 107 et 108 de la même loi sont abrogés.
HOOFDSTUK 4. - [1 Overgangsbepalingen]1
CHAPITRE 4. - [1 dispositions transitoires]1
Art.25/1.[1 [2 Tot 31 augustus 2024]2 kunnen de magistraten die niet de voortgezette gespecialiseerde opleiding bedoeld in artikel 259sexies, § 1, 4°, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek hebben gevolgd, die georganiseerd wordt door het Instituut voor gerechtelijke opleiding, ook worden aangewezen in of bij de strafuitvoeringsrechtbanken om hun ambt uit te oefenen. Op het einde van deze periode mogen zij die functies blijven uitoefenen voor zover zij aantonen dat zij hebben voldaan aan de vereisten inzake opleiding waarin in het Gerechtelijk Wetboek is voorzien.]1
  
Art.25/1.[1 [2 Jusqu'au 31 août 2024]2, les magistrats qui n'ont pas suivi la formation continue spécialisée visée à l'article 259sexies, § 1er, 4°, alinéa 4, du Code judiciaire, organisée par l'Institut de formation judiciaire, peuvent également être désignés dans ou auprès des tribunaux de l'application des peines afin d'exercer leurs fonctions. A l'issue de cette période, ils peuvent continuer à exercer ces fonctions pour autant qu'ils démontrent qu'ils ont satisfait aux exigences de formation prévues par le Code judiciaire.]1
  
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtredingsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 26. Met uitzondering van artikel 23 en van dit artikel, die in werking treden de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, treedt deze wet in werking op een door de Koning te bepalen datum [4 en uiterlijk op 1 september 2022]4.
  [4 In afwijking van het eerste lid treden de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten bepaald in titel V van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte twee jaar of minder [5 maar zes maanden of meer]5 bedraagt, in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 september 2023.]4
  [5 In afwijking van het eerste lid treden de bepalingen van deze wet, die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten bepaald in dezelfde titel V, ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte minder dan zes maanden bedraagt, in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op [6 1 juni 2030]6.]5
  
Art. 26. à l'exception de l'article 23 et du présent article, qui entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge, la présente loi entre en vigueur à la date fixée par le Roi, [4 et au plus tard le 1er septembre 2022]4.
  [4 Par dérogation à l'alinéa 1er, les dispositions de la présente loi qui ont trait aux modalités d'exécution de la peine accordées par le juge de l'application des peines visées au titre V de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, entrent en vigueur à l'égard des condamnés exécutant une ou plusieurs peines privatives de liberté dont la partie à exécuter s'élève à deux ans ou moins [5 mais six mois ou plus]5, à une date à déterminer par le Roi, et au plus tard le 1er septembre 2023.]4
  [5 Par dérogation à l'alinéa 1er, les dispositions de la présente loi qui ont trait aux modalités d'exécution de la peine accordées par le juge de l'application des peines visées au même titre V, entrent en vigueur à l'égard des condamnés exécutant une ou plusieurs peines privative de liberté dont la partie à exécuter s'élève à moins de six mois, à une date à déterminer par le Roi, et au plus tard le [6 1er juin 2030]6.]5