Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 houdende vaststelling van de regels inzake oprichting, beheer en raadpleging van het centraal register van lastgevingsovereenkomsten met het oog op het regelen van een buitengerechtelijke bescherming en van het centraal register van verklaringen betreffende de aanwijzing van een bewindvoerder of vertrouwenspersoon, met betrekking tot de verklaringen tot aanwijzing van een voogd
Titre
24 NOVEMBRE 2019. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 31 août 2014 fixant les modalités de création, de tenue et de consultation du registre central des contrats de mandat en vue d'organiser une protection extrajudiciaire et du registre central des déclarations relatives à la désignation d'un administrateur ou d'une personne de confiance, en ce qui concerne les déclarations de désignation d'un tuteur
Informations sur le document
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. In het opschrift van het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 houdende vaststelling van de regels inzake oprichting, beheer en raadpleging van het centraal register van lastgevingsovereenkomsten met het oog op het regelen van een buitengerechtelijke bescherming en van het centraal register van verklaringen betreffende de aanwijzing van een bewindvoerder of vertrouwenspersoon, worden de woorden "of vertrouwenspersoon" vervangen door de woorden ", een vertrouwenspersoon of een voogd".
Article 1er. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 31 août 2014 fixant les modalités de création, de tenue et de consultation du registre central des contrats de mandat en vue d'organiser une protection extrajudiciaire et du registre central des déclarations relatives à la désignation d'un administrateur ou d'une personne de confiance, les mots " ou d'une personne de confiance " sont remplacés par les mots ", d'une personne de confiance ou d'un tuteur ".
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° centraal register van verklaringen : het in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde centraal register;"
"2° centraal register van verklaringen : het in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde centraal register;"
Art. 2. Dans l'article 1er, du même arrêté, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° registre central des déclarations : le registre central visé à l'article 496 du Code civil ; "
" 2° registre central des déclarations : le registre central visé à l'article 496 du Code civil ; "
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In het centraal register van verklaringen worden geregistreerd:
1° de in artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen van voorkeur, evenals de herroeping ervan;
2° de in artikel 392, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen tot aanwijzing van een voogd, evenals de herroeping ervan;
3° de in artikel 201, tweede lid, van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie bedoelde verklaringen tot aanwijzing van een voogd als één van de ouders of beide ouders dat vragen.".
"In het centraal register van verklaringen worden geregistreerd:
1° de in artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen van voorkeur, evenals de herroeping ervan;
2° de in artikel 392, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen tot aanwijzing van een voogd, evenals de herroeping ervan;
3° de in artikel 201, tweede lid, van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie bedoelde verklaringen tot aanwijzing van een voogd als één van de ouders of beide ouders dat vragen.".
Art. 3. Dans l'article 3, du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Sont enregistrées dans le registre central des déclarations :
1° les déclarations de préférence visées à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil, de même que leur révocation ;
2° les déclarations de désignation d'un tuteur visées à l'article 392, alinéas 1er et 2, du Code civil, de même que leur révocation ;
3° les déclarations de désignation d'un tuteur visées à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice, si le père, la mère ou les deux en font la demande. ".
" Sont enregistrées dans le registre central des déclarations :
1° les déclarations de préférence visées à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil, de même que leur révocation ;
2° les déclarations de désignation d'un tuteur visées à l'article 392, alinéas 1er et 2, du Code civil, de même que leur révocation ;
3° les déclarations de désignation d'un tuteur visées à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice, si le père, la mère ou les deux en font la demande. ".
Art. 4. In artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "in artikel 496" vervangen door de woorden "in artikel 392 of in artikel 496".
Art. 4. Dans l'article 4, alinéa 2, du même arrêté, les mots " l'article 496 " sont remplacés par les mots " l'article 392 ou l'article 496 ".
Art. 5. In artikel 6, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt:
"4° betreffende de verklaring:
a) het feit dat het gaat om een verklaring betreffende de voorkeur omtrent een aan te wijzen bewindvoerder of vertrouwenspersoon overeenkomstig artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
b) het feit dat de persoon die de onder a) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 496, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;
c) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 392, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
d) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 201, tweede lid, van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie; of
e) het feit dat de persoon die de onder c) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 392, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;".
"4° betreffende de verklaring:
a) het feit dat het gaat om een verklaring betreffende de voorkeur omtrent een aan te wijzen bewindvoerder of vertrouwenspersoon overeenkomstig artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
b) het feit dat de persoon die de onder a) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 496, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;
c) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 392, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
d) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 201, tweede lid, van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie; of
e) het feit dat de persoon die de onder c) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 392, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;".
Art. 5. Dans l'article 6, alinéa 2, du même arrêté, le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° concernant la déclaration :
a) le fait qu'il s'agit d'une déclaration indiquant la préférence en ce qui concerne l'administrateur ou la personne de confiance à désigner conformément à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil ;
b) le fait que la personne ayant fait la déclaration visée au a) a décidé, conformément à l'article 496, alinéa 6, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle préférence ;
c) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 392, alinéa 3, du Code civil ;
d) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice ; ou
e) le fait que la personne qui a fait la déclaration visée au c) a décidé, conformément à l'article 392, alinéa 5, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle déclaration ; ".
" 4° concernant la déclaration :
a) le fait qu'il s'agit d'une déclaration indiquant la préférence en ce qui concerne l'administrateur ou la personne de confiance à désigner conformément à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil ;
b) le fait que la personne ayant fait la déclaration visée au a) a décidé, conformément à l'article 496, alinéa 6, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle préférence ;
c) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 392, alinéa 3, du Code civil ;
d) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice ; ou
e) le fait que la personne qui a fait la déclaration visée au c) a décidé, conformément à l'article 392, alinéa 5, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle déclaration ; ".
Art. 6. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 6, § 1," vervangen door de woorden "artikel 6, eerste lid";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 6, § 2" vervangen door de woorden "artikel 6, tweede lid".
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 6, § 1," vervangen door de woorden "artikel 6, eerste lid";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 6, § 2" vervangen door de woorden "artikel 6, tweede lid".
Art. 6. Dans l'article 7, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "article 6, § 1er," sont remplacés par les mots "article 6, alinéa 1er," ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "article 6, § 2," sont remplacés par les mots "article 6, alinéa 2,".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "article 6, § 1er," sont remplacés par les mots "article 6, alinéa 1er," ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "article 6, § 2," sont remplacés par les mots "article 6, alinéa 2,".
Art. 7. In artikel 8, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° betreffende de verklaring:
a) het feit dat het gaat om een verklaring betreffende de voorkeur omtrent een aan te wijzen bewindvoerder of vertrouwenspersoon overeenkomstig artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
b) het feit dat de persoon die de onder a) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 496, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;
c) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 392, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek; of
d) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 201, tweede lid, van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie; of
e) het feit dat de persoon die de onder c) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 392, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;".
"3° betreffende de verklaring:
a) het feit dat het gaat om een verklaring betreffende de voorkeur omtrent een aan te wijzen bewindvoerder of vertrouwenspersoon overeenkomstig artikel 496, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
b) het feit dat de persoon die de onder a) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 496, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;
c) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 392, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek; of
d) het feit dat het gaat om een verklaring tot aanwijzing van een voogd overeenkomstig artikel 201, tweede lid, van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie; of
e) het feit dat de persoon die de onder c) bedoelde verklaring heeft afgelegd, beslist heeft om, overeenkomstig artikel 392, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de verklaring te herroepen en desgevallend een nieuwe voorkeur uit te drukken;".
Art. 7. Dans l'article 8, alinéa 2, du même arrêté, le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° concernant la déclaration :
a) le fait qu'il s'agit d'une déclaration indiquant la préférence en ce qui concerne l'administrateur ou la personne de confiance à désigner conformément à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil ;
b) le fait que la personne ayant fait la déclaration visée au a) a décidé, conformément à l'article 496, alinéa 6, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle préférence ;
c) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 392, alinéa 3, du Code civil ;
d) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice ; ou
e) le fait que la personne qui a fait la déclaration visée au c) a décidé, conformément à l'article 392, alinéa 5, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle déclaration ; ".
" 3° concernant la déclaration :
a) le fait qu'il s'agit d'une déclaration indiquant la préférence en ce qui concerne l'administrateur ou la personne de confiance à désigner conformément à l'article 496, alinéa 1er, du Code civil ;
b) le fait que la personne ayant fait la déclaration visée au a) a décidé, conformément à l'article 496, alinéa 6, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle préférence ;
c) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 392, alinéa 3, du Code civil ;
d) le fait qu'il s'agit d'une déclaration de désignation d'un tuteur, conformément à l'article 201, alinéa 2, de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de Justice ; ou
e) le fait que la personne qui a fait la déclaration visée au c) a décidé, conformément à l'article 392, alinéa 5, du Code civil, de révoquer la déclaration et d'exprimer, le cas échéant, une nouvelle déclaration ; ".
Art. 8. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"De logging- of registratiegegevens bedoeld in artikel 10/1 worden bewaard gedurende 10 jaar.
Na het verstrijken van die termijnen worden de gegevens van het register, logging- of registratiegegevens uitgewist, onverminderd de archiefwet van 24 juni 1955.".
"De logging- of registratiegegevens bedoeld in artikel 10/1 worden bewaard gedurende 10 jaar.
Na het verstrijken van die termijnen worden de gegevens van het register, logging- of registratiegegevens uitgewist, onverminderd de archiefwet van 24 juni 1955.".
Art. 8. Dans l'article 9 du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les données de journalisation ou d'enregistrement visées à l'article 10/1 sont conservées durant 10 ans.
A l'expiration de ces délais, les données du registre, de journalisation ou d'enregistrement sont effacées, sans préjudice de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives. ".
" Les données de journalisation ou d'enregistrement visées à l'article 10/1 sont conservées durant 10 ans.
A l'expiration de ces délais, les données du registre, de journalisation ou d'enregistrement sont effacées, sans préjudice de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives. ".
Art. 9. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 10. De raadpleging van de gegevens opgenomen in het centraal register van lastgevingsovereenkomsten en in het centraal register van verklaringen kan punctueel worden aangevraagd bij de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, door de volgende categorieën van personen:
1° de notarissen, de vredegerechten en de procureur des Konings in functie van de uitoefening van hun ambt;
2° de persoon die de verklaring heeft afgelegd of de lastgever.".
"Art. 10. De raadpleging van de gegevens opgenomen in het centraal register van lastgevingsovereenkomsten en in het centraal register van verklaringen kan punctueel worden aangevraagd bij de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, door de volgende categorieën van personen:
1° de notarissen, de vredegerechten en de procureur des Konings in functie van de uitoefening van hun ambt;
2° de persoon die de verklaring heeft afgelegd of de lastgever.".
Art. 9. L'article 10 du même arrêté est remplacée par ce qui suit :
" Art. 10. La consultation des données figurant dans le registre central des contrats de mandat et dans le registre central des déclarations peut être demandée ponctuellement à la Fédération Royale du Notariat belge par les catégories de personnes suivantes :
1° les notaires, les justices de paix, le Procureur du Roi, dans l'exercice de leur fonction ;
2° la personne qui a fait la déclaration ou le mandant. ".
" Art. 10. La consultation des données figurant dans le registre central des contrats de mandat et dans le registre central des déclarations peut être demandée ponctuellement à la Fédération Royale du Notariat belge par les catégories de personnes suivantes :
1° les notaires, les justices de paix, le Procureur du Roi, dans l'exercice de leur fonction ;
2° la personne qui a fait la déclaration ou le mandant. ".
Art. 10. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 10/1. De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat voorziet in een strikt en adequaat gebruikers- en toegangsbeheer dat toelaat gebruikers te identificeren, hen te authentificeren en hun relevante kenmerken of hoedanigheden, lastgevingen en toegangsmachtiging te controleren en te beheren. De Federatie maakt daartoe gebruik van informaticatechnieken die:
1° de oorsprong van de toegang verzekeren door middel van passende beveiligingstechnieken;
2° de vertrouwelijkheid van de toegang waarborgen;
3° toelaten om ten eerste, de toegangsgerechtigde ondubbelzinnig te identificeren en te authentificeren aan de hand van een authentificatiemodule van de elektronische identiteitskaart of een passend systeem dat een gelijkwaardig beveiligingsniveau waarborgt, en ten tweede, het tijdstip van toegang ondubbelzinnig vast te stellen;
4° een bewijs van toegang in het systeem registreren of loggen;
5° de volgende gegevens registreren of loggen in het systeem: de identiteit van de toegangsgerechtigde, de datum en het tijdstip van toegang; de gegevens betreffende de persoon die het ontwerp is van de opzoeking: naam en voornamen, datum en plaats van geboorte, identificatienummer, verblijf- of woonplaats; de lastgevingsovereenkomst of de verklaring tot aanwijzing waarop de toegang betrekking had; de doeleinden van de toegang; de modaliteiten van de toegang met het type van handeling: de registratie in de zin van artikel 4 of de raadpleging in de zin van artikel 10.".
"Art. 10/1. De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat voorziet in een strikt en adequaat gebruikers- en toegangsbeheer dat toelaat gebruikers te identificeren, hen te authentificeren en hun relevante kenmerken of hoedanigheden, lastgevingen en toegangsmachtiging te controleren en te beheren. De Federatie maakt daartoe gebruik van informaticatechnieken die:
1° de oorsprong van de toegang verzekeren door middel van passende beveiligingstechnieken;
2° de vertrouwelijkheid van de toegang waarborgen;
3° toelaten om ten eerste, de toegangsgerechtigde ondubbelzinnig te identificeren en te authentificeren aan de hand van een authentificatiemodule van de elektronische identiteitskaart of een passend systeem dat een gelijkwaardig beveiligingsniveau waarborgt, en ten tweede, het tijdstip van toegang ondubbelzinnig vast te stellen;
4° een bewijs van toegang in het systeem registreren of loggen;
5° de volgende gegevens registreren of loggen in het systeem: de identiteit van de toegangsgerechtigde, de datum en het tijdstip van toegang; de gegevens betreffende de persoon die het ontwerp is van de opzoeking: naam en voornamen, datum en plaats van geboorte, identificatienummer, verblijf- of woonplaats; de lastgevingsovereenkomst of de verklaring tot aanwijzing waarop de toegang betrekking had; de doeleinden van de toegang; de modaliteiten van de toegang met het type van handeling: de registratie in de zin van artikel 4 of de raadpleging in de zin van artikel 10.".
Art. 10. Dans le même arrêté royal, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit :
" Art. 10/1. La Fédération Royale du Notariat belge prévoit une gestion stricte et adéquate des utilisateurs et des accès qui permet d'identifier les utilisateurs, de les authentifier et de contrôler et gérer leurs caractéristiques ou qualités pertinentes, mandats et autorisation d'accès. La Fédération utilise pour ce faire des techniques informatiques qui :
1° assurent l'origine de l'accès au moyen de techniques de sécurisation appropriées ;
2° garantissent la confidentialité de l'accès ;
3° permettent l'identification et l'authentification non équivoques de la personne habilitée à l'aide d'un module d'authentification de la carte d'identité électronique ou d'un système adéquat offrant un niveau de sécurité équivalent, d'une part, et la constatation non équivoque du moment de l'accès, d'autre part ;
4° enregistrent ou journalisent une preuve d'accès dans le système ;
5° enregistrent ou journalisent les données suivantes dans le système : l'identité de la personne habilitée, la date et le moment d'accès ; les données concernant la personne qui a fait l'objet de la recherche : nom et prénoms, date et lieu de naissance, numéro d'identification, lieu de résidence ou domicile ; le contrat de mandat ou la déclaration de désignation qui a fait l'objet de l'accès ; les finalités de l'accès ; les modalités de l'accès avec le type d'action : l'enregistrement au sens de l'article 4 ou la consultation au sens de l'article 10. ".
" Art. 10/1. La Fédération Royale du Notariat belge prévoit une gestion stricte et adéquate des utilisateurs et des accès qui permet d'identifier les utilisateurs, de les authentifier et de contrôler et gérer leurs caractéristiques ou qualités pertinentes, mandats et autorisation d'accès. La Fédération utilise pour ce faire des techniques informatiques qui :
1° assurent l'origine de l'accès au moyen de techniques de sécurisation appropriées ;
2° garantissent la confidentialité de l'accès ;
3° permettent l'identification et l'authentification non équivoques de la personne habilitée à l'aide d'un module d'authentification de la carte d'identité électronique ou d'un système adéquat offrant un niveau de sécurité équivalent, d'une part, et la constatation non équivoque du moment de l'accès, d'autre part ;
4° enregistrent ou journalisent une preuve d'accès dans le système ;
5° enregistrent ou journalisent les données suivantes dans le système : l'identité de la personne habilitée, la date et le moment d'accès ; les données concernant la personne qui a fait l'objet de la recherche : nom et prénoms, date et lieu de naissance, numéro d'identification, lieu de résidence ou domicile ; le contrat de mandat ou la déclaration de désignation qui a fait l'objet de l'accès ; les finalités de l'accès ; les modalités de l'accès avec le type d'action : l'enregistrement au sens de l'article 4 ou la consultation au sens de l'article 10. ".
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 10/2. De personen die krachtens artikel 10, 1° een toegangsrecht tot het register hebben, nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om, onder hun exclusieve verantwoordelijkheid, te waarborgen dat:
1° de individuele gebruiker bevoegd is om dat recht uit te oefenen;
2° van elke toegang enkel gebruik wordt gemaakt omwille van publiciteit van de lastgevingsovereenkomsten en verklaringen;
3° de vertrouwelijkheid van de gegevens verkregen uit het centraal register van lastgevingsovereenkomsten of uit het centraal register van verklaringen wordt gerespecteerd, en dat die gegevens naderhand niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de oogmerken uit boek I, titel X en XI van het Burgerlijk Wetboek en uit Deel IV, boek IV, hoofdstuk X en XI van het Gerechtelijk Wetboek.".
"Art. 10/2. De personen die krachtens artikel 10, 1° een toegangsrecht tot het register hebben, nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om, onder hun exclusieve verantwoordelijkheid, te waarborgen dat:
1° de individuele gebruiker bevoegd is om dat recht uit te oefenen;
2° van elke toegang enkel gebruik wordt gemaakt omwille van publiciteit van de lastgevingsovereenkomsten en verklaringen;
3° de vertrouwelijkheid van de gegevens verkregen uit het centraal register van lastgevingsovereenkomsten of uit het centraal register van verklaringen wordt gerespecteerd, en dat die gegevens naderhand niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de oogmerken uit boek I, titel X en XI van het Burgerlijk Wetboek en uit Deel IV, boek IV, hoofdstuk X en XI van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 11. Dans le même arrêté, il est inséré un article 10/2, rédigé comme suit :
" Art. 10/2. Les personnes qui ont, conformément à l'article 10, 1°, un droit de consultation prennent les mesures techniques et organisationnelles nécessaires pour garantir, sous leur responsabilité exclusive, que :
1° l'utilisateur individuel est habilité à exercer ce droit ;
2° tout accès est utilisé aux seules fins de publicité des contrats de mandats et des déclarations ;
3° la confidentialité des données obtenues à partir du registre central des contrats de mandats ou du registre central des déclarations est respectée et que ces données ne sont pas ensuite utilisées, retraitées ou diffusées à des fins non compatibles avec les objectifs des titres X et XI du livre 1er du Code civil et les chapitres X et XI du livre IV de la quatrième partie du Code judiciaire. ".
" Art. 10/2. Les personnes qui ont, conformément à l'article 10, 1°, un droit de consultation prennent les mesures techniques et organisationnelles nécessaires pour garantir, sous leur responsabilité exclusive, que :
1° l'utilisateur individuel est habilité à exercer ce droit ;
2° tout accès est utilisé aux seules fins de publicité des contrats de mandats et des déclarations ;
3° la confidentialité des données obtenues à partir du registre central des contrats de mandats ou du registre central des déclarations est respectée et que ces données ne sont pas ensuite utilisées, retraitées ou diffusées à des fins non compatibles avec les objectifs des titres X et XI du livre 1er du Code civil et les chapitres X et XI du livre IV de la quatrième partie du Code judiciaire. ".
Art. 12. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 10, § 2, " vervangen door de woorden " artikel 10 ".
Art. 12. Dans l'article 11, alinéa 2, du même arrêté, les mots " article 10, § 2, " sont remplacés par les mots " article 10 ".
Art. 13. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden "overeenkomstig de vigerende regelgeving, machtiging werd bekomen van het Sectoraal Comité voor het Rijksregister" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 8, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, machtiging werd bekomen van de minister van Binnenlandse Zaken.".
Art. 13. Dans l'article 12 du même arrêté, les mots " Comité sectoriel du Registre national conformément à la législation en vigueur " sont remplacés par les mots " ministre de l'Intérieur conformément à l'article 8, § 1er, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques. ".
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 december 2019.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2019.
Art. 15. De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.