Artikel 1. De student van de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs, vermeld in artikel II.112 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, kiest uit de volgende lijst minstens één onderwijsvak, binnen de mogelijkheden die de hogeschool aanbiedt:
1° agrarische technieken;
2° autorijtechnieken;
3° autotechniek;
4° bakkerij;
5° bio-esthetiek;
6° bloemschikken;
7° bouw;
8° carrosserie;
9° centrale verwarming;
10° diamant;
11° elektriciteit;
12° elektromechanica;
13° elektronica;
14° glastechnieken;
15° goud;
16° grafische technieken;
17° haartooi;
18° hedendaagse dans;
19° hotel;
20° hout;
21° instrumentenbouw;
22° klassieke dans;
23° koeltechniek;
24° kunststoffen;
25° lassen - constructie;
26° leder;
27° mechanica;
28° metaal;
29° meubelmakerij;
30° nautische technieken
31° sanitair;
32° Rijn- en binnenvaart
33° scheepswerktuigkunde;
34° scheepvaart;
35° schilderen en decoratie;
36° schrijnwerkerij;
37° slagerij;
38° steen- en marmerbewerking;
39° tandtechniek;
40° uurwerkmaken;
41° veiligheidstechniek;
42° verkoop;
43° verzorging;
44° voeding;
45° zeemanschap.
De onderwijsvakken hedendaagse dans en klassieke dans kunnen enkel in samenwerking met een School of Arts met onderwijsbevoegdheid voor de professionele bacheloropleiding dans.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toegang tot en organisatie van de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-08-2019 en tekstbijwerking tot 14-10-2020)
Titre
17 MAI 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'accès à et l'organisation de la formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-08-2019 et mise à jour au 14-10-2020)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1er. Les étudiants de la formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire, visée à l'article II.112 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, choisissent au moins une matière d'enseignement parmi la liste suivante, dans les limites des possibilités offertes par l'institut supérieur :
1° " agrarische technieken " ;
2° " autorijtechnieken " ;
3° " autotechniek " ;
4° " bakker " ;
5° " bio-esthetiek " ;
6° " bloemschikken " ;
7° " bouw " ;
8° " carrosserie " ;
9° " centrale verwarming " ;
10° " diamant " ;
11° " elektriciteit " ;
12° " elektromechanica " ;
13° " elektronica " ;
14° " glastechnieken " ;
15° " goud " ;
16° " grafische technieken " ;
17° " haartooi " ;
18° " hedendaagse dans " ;
19° " hotel " ;
20° " hout " ;
21° " instrumentenbouw " ;
22° " klassieke dans " ;
23° " koeltechniek " ;
24° " kunststoffen " ;
25° " lassen - constructie " ;
26° " leder " ;
27° " mechanica " ;
28° " metaal " ;
29° " meubelmakerij " ;
30° " nautische technieken " ;
31° " sanitair " ;
32° " Rijn- en binnenvaart " ;
33° " scheepswerktuigkunde " ;
34° " scheepvaart " ;
35° " schilderen en decoratie " ;
36° " schrijnwerkerij " ;
37° " slagerij " ;
38° " steen- en marmerbewerking " ;
39° " technologie dentaire " ;
40° " uurwerkmaken " ;
41° " veiligheidstechniek " ;
42° " verkoop " ;
43° " verzorging " ;
44° " voeding " ;
45° " zeemanschap ".
Les matières d'enseignement " hedendaagse dans " et " klassieke dans " ne peuvent être enseignées qu'en collaboration avec une " School of Arts " ayant compétence d'enseignement pour la formation de bachelor à orientation professionnelle " dans ".
1° " agrarische technieken " ;
2° " autorijtechnieken " ;
3° " autotechniek " ;
4° " bakker " ;
5° " bio-esthetiek " ;
6° " bloemschikken " ;
7° " bouw " ;
8° " carrosserie " ;
9° " centrale verwarming " ;
10° " diamant " ;
11° " elektriciteit " ;
12° " elektromechanica " ;
13° " elektronica " ;
14° " glastechnieken " ;
15° " goud " ;
16° " grafische technieken " ;
17° " haartooi " ;
18° " hedendaagse dans " ;
19° " hotel " ;
20° " hout " ;
21° " instrumentenbouw " ;
22° " klassieke dans " ;
23° " koeltechniek " ;
24° " kunststoffen " ;
25° " lassen - constructie " ;
26° " leder " ;
27° " mechanica " ;
28° " metaal " ;
29° " meubelmakerij " ;
30° " nautische technieken " ;
31° " sanitair " ;
32° " Rijn- en binnenvaart " ;
33° " scheepswerktuigkunde " ;
34° " scheepvaart " ;
35° " schilderen en decoratie " ;
36° " schrijnwerkerij " ;
37° " slagerij " ;
38° " steen- en marmerbewerking " ;
39° " technologie dentaire " ;
40° " uurwerkmaken " ;
41° " veiligheidstechniek " ;
42° " verkoop " ;
43° " verzorging " ;
44° " voeding " ;
45° " zeemanschap ".
Les matières d'enseignement " hedendaagse dans " et " klassieke dans " ne peuvent être enseignées qu'en collaboration avec une " School of Arts " ayant compétence d'enseignement pour la formation de bachelor à orientation professionnelle " dans ".
Art. 2. Ter uitvoering van artikel II.112, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt de vakinhoudelijke startbekwaamheid die nodig is om de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs te kunnen aanvatten, aanzien als nuttige ervaring.
Art. 2. En application de l'article II.112, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, l'aptitude de départ en matière de contenu disciplinaire qui est requise pour pouvoir commencer la formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire est considérée comme une expérience utile.
Art. 3. De toegang tot de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs, vermeld in artikel II.112 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wordt beperkt tot kandidaten die vakinhoudelijke startbekwaamheid kunnen bewijzen.
De volgende kandidaten worden toegelaten tot de educatieve graduaatsopleiding:
1° een kandidaat met vijf jaar professionele ervaring in het betrokken onderwijsvak van de educatieve graduaatsopleiding;
2° een kandidaat met drie jaar professionele ervaring in het betrokken onderwijsvak van de educatieve graduaatsopleiding en een studiebewijs als vermeld in artikel II.176 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, of een beroepscertificaat van VDAB in het domein van het onderwijsvak;
3° [1 in afwijking van punt 2° worden voor de onderwijsvakken hedendaagse dans en klassieke dans kandidaten toegelaten met drie jaar professionele ervaring als danser, als ze daarbij beschikken over een diploma van het kunstsecundair onderwijs studierichting Dans of Ballet, of een diploma dat daarmee gelijkwaardig is.]1
De volgende kandidaten worden toegelaten tot de educatieve graduaatsopleiding:
1° een kandidaat met vijf jaar professionele ervaring in het betrokken onderwijsvak van de educatieve graduaatsopleiding;
2° een kandidaat met drie jaar professionele ervaring in het betrokken onderwijsvak van de educatieve graduaatsopleiding en een studiebewijs als vermeld in artikel II.176 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, of een beroepscertificaat van VDAB in het domein van het onderwijsvak;
3° [1 in afwijking van punt 2° worden voor de onderwijsvakken hedendaagse dans en klassieke dans kandidaten toegelaten met drie jaar professionele ervaring als danser, als ze daarbij beschikken over een diploma van het kunstsecundair onderwijs studierichting Dans of Ballet, of een diploma dat daarmee gelijkwaardig is.]1
Modifications
Art. 3. L'accès à la formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire, visé à l'article II.112 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, est limité aux candidats qui peuvent prouver leur aptitude de départ en matière de contenu disciplinaire.
Les candidats suivants sont admis à la formation de graduat éducatif :
1° un candidat ayant cinq ans d'expérience professionnelle dans la matière d'enseignement concernée de la formation de graduat éducatif ;
2° un candidat ayant trois ans d'expérience professionnelle dans la matière d'enseignement concernée de la formation de graduat éducatif et un titre visé à l'article II.176 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, ou un certificat professionnel du VDAB dans le domaine de la matière d'enseignement ;
3° [1 par dérogation au point 2° pour les cours d'enseignement danse contemporaine et danse classique sont acceptés des candidats ayant trois années d'expérience professionnelle en tant que danseur, pour autant qu'ils disposent d'un diplôme de l'enseignement secondaire artistique, orientation Danse ou Ballet, ou d'un diplôme équivalent.]1
Les candidats suivants sont admis à la formation de graduat éducatif :
1° un candidat ayant cinq ans d'expérience professionnelle dans la matière d'enseignement concernée de la formation de graduat éducatif ;
2° un candidat ayant trois ans d'expérience professionnelle dans la matière d'enseignement concernée de la formation de graduat éducatif et un titre visé à l'article II.176 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, ou un certificat professionnel du VDAB dans le domaine de la matière d'enseignement ;
3° [1 par dérogation au point 2° pour les cours d'enseignement danse contemporaine et danse classique sont acceptés des candidats ayant trois années d'expérience professionnelle en tant que danseur, pour autant qu'ils disposent d'un diplôme de l'enseignement secondaire artistique, orientation Danse ou Ballet, ou d'un diplôme équivalent.]1
Modifications
Art. 4. De hogescholen die een educatieve graduaatsopleiding voor secundair aanbieden, controleren of de kandidaat voldoende vakinhoudelijke bekwaamheid bezit. Die hogescholen bepalen binnen de VLHORA hiervoor een gemeenschappelijke procedure. Deze procedure bevat minimaal het bepalen van de startbekwaamheid, de beoordeling van de vakbekwaamheid - die waar mogelijk gebaseerd is op de relevante beroepskwalificaties - tijdens de opleiding, de toegangsprocedure, zoals bepaald in artikel 3, en een beroepsmogelijkheid.
Art. 4. Les instituts supérieurs qui offrent une formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire vérifient si le candidat possède une aptitude suffisante en matière de contenu disciplinaire. Ces instituts supérieurs définissent à cet effet une procédure commune au sein du VLHORA. Cette procédure comprend au minimum la détermination de l'aptitude de départ, l'évaluation de l'aptitude professionnelle - fondée autant que possible sur les qualifications professionnelles pertinentes - pendant la formation, la procédure d'accès, prévue à l'article 3, et une possibilité de recours.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2019.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. La Ministre flamande compétente pour l'enseignement est chargée de l'exécution du présent arrêté.