Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 APRIL 2019. - Decreet tot uitvoering van het protocol van sectoraal akkoord 2017-2018 tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en de vakverenigingen en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten
Titre
25 AVRIL 2019. - Décret portant exécution du Protocole d'accord sectoriel 2017-2018 entre le Gouvernement de la Communauté française et les Organisations syndicales et les Organes de représentation et de coordination des pouvoirs organisateurs
Informations sur le document
Numac: 2019013574
Datum: 2019-04-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019013574
Date: 2019-04-25
Moniteur: Voir
Tekst (42)
Texte (43)
TITEL I. - Wijzigingen van sommige bepalingen inzake onderwijs
TITRE Ier. - Modifications de certaines dispositions en matière d'enseignement
HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE Ier. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Artikel 1. In artikel 16, § 4, eerste lid, aangevuld met het decreet van 10 februari 2011, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, worden de woorden " , van de ambtenaren in het kader van het ACTIVA-plan, van de ambtenaren in het kader van de terbeschikkingstelling van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, van de ambtenaren in het kader van het Win-Win-plan, van de ambtenaren in het kader van de IMPULSIONS-maatregelen " ingevoegd tussen de woorden " (ROSETTA) " en " en de ambtenaren in het kader van een arbeidsovereenkomst ".
Article 1er. A l'article 16, § 4, alinéa 1er, complété par le décret du 10 février 2011, de l'Arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, les mots " , d'agents dans le cadre du plan ACTIVA, d'agents dans le cadre de la mise à disposition d'un centre public d'action sociale en application de l'article 60, § 7, de la loi organique des centres publics d'action sociale du 8 juillet 1976, d'agents dans le cadre du plan Win-Win, d'agents dans le cadre des mesures IMPULSIONS " sont insérés entre les mots " (ROSETTA) " et " et d'agents dans le cadre d'un contrat de travail ".
HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
CHAPITRE II. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 2. In artikel 16 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, worden de woorden " negentig dagen " vervangen door de woorden " honderdtwintig dagen ".
Art. 2. A l'article 16 de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, les termes " nonante jours " sont remplacés par les termes " cent vingt jours ".
HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE III. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 22 mars 1969, fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 3. Er wordt een paragraaf 8, 9 en 10 ingevoegd in artikel 48 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, luidend als volgt :
  " § 8. Het personeelslid dat een ambt uitoefent in een inrichting voor gespecialiseerd onderwijs en dat in dit onderwijs een dienstanciënniteit van minstens tien al dan niet opeenvolgende schooljaren verworven heeft, krijgt de voorrang voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in dit artikel.
  § 9. Het personeelslid dat een ambt in een vast opvangtehuis uitoefent en dat in deze categorie van instelling een dienstanciënniteit van ten minste tien al dan niet opeenvolgende schooljaren verworven heeft, krijgt de voorrang voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in dit artikel.
  § 10. De prioriteiten bedoeld in de paragrafen 8 en 9 worden op dezelfde voet geplaatst als de prioriteit bedoeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden in een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving. ".
Art. 3. Il est inséré un paragraphe 8, 9 et 10 à l'article 48 de l'arrêté royal du 22 mars 1969, fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, de promotion sociale et artistique de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, rédigés comme suit :
  " § 8. Le membre du personnel qui exerce une fonction dans un établissement de l'enseignement spécialisé et qui a acquis dans cet enseignement une ancienneté de service de dix années scolaires au moins, consécutives ou non, bénéficie d'une priorité pour l'application des dispositions prévues au présent article.
  § 9. Le membre du personnel qui exerce une fonction dans un Home d'Accueil permanent et qui a acquis dans cette catégorie d'établissement une ancienneté de service de dix ans au moins, consécutifs ou non, bénéficie d'une priorité pour l'application des dispositions prévues au présent article.
  § 10. Les priorités visées aux paragraphes 8 et 9 sont mises sur le même pied d'égalité que la priorité prévue par l'article 14 du décret du 30 avril 2009 organisant un encadrement différencié au sein des établissements scolaires de la Communauté française afin d'assurer à chaque élève des chances égales d'émancipation sociale dans un environnement pédagogique de qualité. ".
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
CHAPITRE IV. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire du personnel administratif, du personnel de maitrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 4. In artikel 14, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, worden de woorden " , van de ambtenaren in het kader van het ACTIVA-plan, van de ambtenaren in het kader van de terbeschikkingstelling van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, van de ambtenaren in het kader van het Win-Win-plan, van de ambtenaren in het kader van de IMPULSIONS-maatregelen " ingevoegd tussen de woorden " (ROSETTA) " en " en de ambtenaren in het kader van een arbeidsovereenkomst. ".
Art. 4. A l'article 14, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire du personnel administratif, du personnel de maitrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, les mots " , d'agents dans le cadre du plan ACTIVA, d'agents dans le cadre de la mise à disposition d'un centre public d'action sociale en application de l'article 60, § 7, de la loi organique des centres publics d'action sociale du 8 juillet 1976, d'agents dans le cadre du plan Win-Win, d'agents dans le cadre des mesures IMPULSIONS " sont insérés entre les mots " (ROSETTA) " et " et d'agents dans le cadre d'un contrat de travail. ".
HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, [gespecialiseerd], middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE V. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 5. In artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden " negentig dagen " vervangen door de woorden " honderdtwintig dagen ".
Art. 5. A l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, les termes " nonante jours " sont remplacés par les termes " cent vingt jours ".
Art. 6. In artikel 24 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De aanvraag om verlof moet ten minste één maand voor de aanvang van het verlof en uiterlijk op 1 juni voor het begin van het verlof ingediend worden, wanneer het de eerste dag van het school- of academiejaar begint, behoudens schriftelijke toestemming van de inrichtende macht. ".
Art. 6. A l'article 24 du même arrêté royal, un nouvel alinéa 2, rédigé comme suit, est inséré :
  " La demande de congé doit être introduite au moins un mois avant le début du congé et au plus tard le 1er juin inclus précédant la prise de cours du congé lorsque celui-ci prend cours le premier jour de l'année scolaire ou académique, sauf accord écrit du Pouvoir organisateur. ".
Art. 7. In artikel 31 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De aanvraag om verlof moet uiterlijk op 1 juni ingediend worden voorafgaand aan het begin van het verlof, behoudens schriftelijke toestemming van de inrichtende macht. ".
Art. 7. A l'article 31 du même arrêté royal, un nouvel alinéa 2, rédigé comme suit, est inséré :
  " La demande de congé doit être introduite au plus tard le 1er juin inclus précédant la prise de cours du congé, sauf accord écrit du Pouvoir organisateur. ".
HOOFDSTUK VI. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten
CHAPITRE VI. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection
Art. 8. In artikel 21 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, worden de woorden " negentig dagen " vervangen door de woorden " honderdtwintig dagen ".
Art. 8. A l'article 21 de l'arrêté royal du 19 mai 1981 relatif aux vacances et aux congés des membres stagiaires ou nommés à titre définitif du personnel technique des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat, des centres de formation de l'Etat et des services d'inspection, les termes " nonante jours " sont remplacés par les termes " cent vingt jours ".
HOOFDSTUK VII. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 juni 1989 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, toegekend aan het personeelslid van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, dat 50 jaar is of ten minste twee kinderen heeft die niet ouder zijn dan 14 jaar, en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheid vóór het rustpensioen
CHAPITRE VII. - Dispositions modifiant l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 22 juin 1989 relatif au congé pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles accordées au membre du personnel de l'enseignement de la Communauté française, âgé de 50 ou qui a au moins 2 enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite
Art. 9. In artikel 8 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 juni 1989 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, toegekend aan het personeelslid van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, dat 50 jaar is of ten minste twee kinderen heeft die niet ouder zijn dan 14 jaar, en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheid vóór het rustpensioen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " De aanvraag om verlof moet ten minste één maand voor de aanvang van het verlof en uiterlijk op 1 juni voor het begin van het verlof ingediend worden, wanneer het de eerste dag van het school- of academiejaar begint, behoudens schriftelijke toestemming van de inrichtende macht. " ;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
  HOOFDTUK VIII. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 februari 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties toegekend aan de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd onderwijs, die 50 jaar zijn of ten minste twee kinderen hebben die niet ouder zijn dan 14 jaar en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen
Art. 9. A l'article 8 de l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 22 juin 1989 relatif au congé pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles accordées au membre du personnel de l'enseignement de la Communauté française, âgé de 50 ans ou qui a au moins 2 enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
  " La demande de congé doit être introduite au moins un mois avant le début du congé et au plus tard le 1er juin inclus précédant la prise de cours du congé lorsque celui-ci prend cours le premier jour de l'année scolaire ou académique, sauf accord écrit du Pouvoir organisateur. " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 10. In artikel 8 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 16 februari 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties toegekend aan de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd onderwijs, die 50 jaar zijn of ten minste twee kinderen hebben die niet ouder zijn dan 14 jaar en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
CHAPITRE VIII. - Dispositions modifiant l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 16 février 1990 relatif au congé pour prestations réduites accordé aux membres du personnel de l'enseignement subventionné par la Communauté française âgés de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite
HOOFDSTUK IX. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1991 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, toegekend aan het personeelsleden van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap die de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben of ten minste twee kinderen ten laste hebben die niet ouder zijn dan 14 jaar en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheid vóór het rustpensioen
Art. 10. A l'article 8 de l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 16 février 1990 relatif au congé pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles accordées au membre du personnel de l'enseignement subventionné par la Communauté française, âgé de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 11. In artikel 7 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1991 betreffende het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, toegekend aan het personeelsleden van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap die de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben of ten minste twee kinderen ten laste hebben die niet ouder zijn dan 14 jaar en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheid vóór het rustpensioen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
CHAPITRE IX. - Dispositions modifiant l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1991 relatif au congé pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles accordé aux membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française qui ont atteint l'âge de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite
HOOFDSTUK X. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 van de Executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
Art. 11. A l'article 7 de l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1991 relatif au congé pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles accordé aux membres du personnel des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté française qui ont atteint l'âge de 50 ans ou qui ont au moins deux enfants à charge qui n'ont pas dépassé l'âge de 14 ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 12. In artikel 5 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, wordt § 2 vervangen als volgt :
CHAPITRE X. - Dispositions modifiant l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux
HOOFDSTUK XI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs
Art. 12. A l'article 5 de l'arrêté de l'exécutif de la Communauté française du 3 décembre 1992 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, le § 2 est remplacé comme suit :
Art. 13. In artikel 29quater van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, wordt een punt 2° bis ingevoegd, luidend als volgt :
CHAPITRE XI. - Dispositions modifiant le décret du 1er février 1993 fixant le statut du personnel subsidié de l'enseignement libre subventionné
Art. 14. In artikel 34quater van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 3, wordt een nieuw lid ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, luidend als volgt :
  " De Zonale Affectatiecommissie controleert de naleving door de inrichtende machten van artikel 119ter van het bovenvermelde decreet van 3 maart 2004 wanneer ze de kandidaten toewijzen die de voorrang genieten welke is toegekend door artikel 29quater, 2° bis. " ;
  2° in dezelfde § 3, vierde lid worden de woorden " en 2° bis " ingevoegd tussen de woorden " welke is toegekend door artikel 29quater, 2° " en de woorden " uitgevoerd tijdens een schooljaar " ;
  3° in § 5, eerste lid, worden de woorden " en 2° bis " ingevoegd tussen de woorden " in artikel 29quater, 2°, " en de woorden " zijn kandidatuur via aangetekend schrijven in te dienen ".
  4° in dezelfde § 5, vierde lid, wordt het woord " bovenvermeld " opgenomen na de woorden " inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 " geschrapt ;
  5° in het vierde lid worden de woorden " en van artikel 119ter van het decreet van 3 maart 2004 " ingevoegd na de woorden " inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 " ;
  6° in dezelfde § 5, vijfde lid, wordt het woord " bovenvermeld " opgenomen na de woorden " inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 " geschrapt ;
  7° in hetzelfde vijfde lid worden de woorden " en van artikel 119ter van het decreet van 3 maart 2004 " ingevoegd na de woorden " inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 " ;
  8° in dezelfde § 5, zesde lid, wordt het woord " bovenvermelde " opgenomen na de woorden " de inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 " geschrapt ;
  9° in hetzelfde zesde lid worden de woorden " en van artikel 119ter van het decreet van 3 maart 2004 " ingevoegd na de woorden " de inachtneming van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 ".
Art. 13. A l'article 29quater du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné, il est inséré un point 2° bis rédigé comme suit :
  " 2° bis. Si l'emploi est définitivement vacant et qu'il ne peut être attribué à un membre du personnel qui totalise 2160 jours d'ancienneté de service auprès du pouvoir organisateur, il l'attribue à un membre du personnel engagé à titre définitif dans la même fonction, dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant ou du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical, psychologique et social de l'enseignement libre subventionné de même caractère dans le respect de l'article 119ter du décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé.
  Le membre du personnel doit en avoir fait la demande conformément à la procédure prévue à l'article 34quater. Il bénéficie dans ce cas d'un congé pour exercer provisoirement une autre fonction dans l'enseignement conformément à l'article 14, § 1er, 3° et 4°, de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendants de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.
  La reconduction de cette affectation prioritaire se fait de la même manière jusqu'à ce que le membre du personnel remplisse les conditions d'engagement à titre définitif. Si, à ce moment, le membre du personnel ne pose pas sa candidature à l'engagement à titre définitif, le pouvoir organisateur est délié de l'obligation de reconduction. ".
Art. 15. In artikel 71quater van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht in 2 ° b) :
  1° het woord " bovenvermelde " opgenomen na de woorden " van het decreet van 30 april 2009 " wordt geschrapt ;
  2° de woorden " en van artikel 119ter van het decreet van 3 maart 2004 " worden ingevoegd na de woorden " van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 ".
Art. 14. A l'article 34quater du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Au § 3, il est inséré un nouvel alinéa entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 rédigé comme suit :
  " La Commission zonale d'affectation contrôle le respect par les pouvoirs organisateurs de l'article 119ter du décret du 3 mars 2004 précité lorsqu'ils affectent les candidats bénéficiant de la priorité conférée par l'article 29quater, 2° bis. " ;
  2° au même § 3, alinéa 4, les mots " et 2° bis " sont insérés entre les mots " conférée par l'article 29quater, 2° " et les mots " effectuée au cours d'une année scolaire " ;
  3° au § 5, alinéa 1er, les mots " et 2° bis " sont insérés entre les mots " à l'article 29quater, 2°, " et les mots " introduit sa candidature par lettre recommandée ".
  4° au même § 5, alinéa 4, le mot " précité " repris après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 " est supprimé ;
  5° au même alinéa 4, les mots " et de l'article 119ter du décret du 3 mars 2004 précités " sont insérés après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 " ;
  6° au même § 5, alinéa 5, le mot " précité " repris après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 " est supprimé ;
  7° au même alinéa 5, les mots " et de l'article 119ter du décret du 3 mars 2004 précités " sont insérés après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 " ;
  8° au même § 5, alinéa 6, le mot " précité " repris après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 " est supprimé ;
  9° au même alinéa 6, les mots " et de l'article 119ter du décret du 3 mars 2004 précités " sont insérés après les mots " le respect de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 ".
HOOFDSTUK XII. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juin 1998 tot vaststelling van de weddeschalen van de leden van het leidend en onderwijspersoneel en van het opvoedend hulppersoneel van het secundair kunstonderwijs, met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
Art. 15. A l'article 71quater du même décret, les modifications suivantes sont apportées au 2 ° b) :
Art. 16. De artikelen 1 tot 2ter van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juni 1998 tot vaststelling van de weddeschalen van de leden van het leidend en onderwijspersoneel en van het opvoedend hulppersoneel van het secundair kunstonderwijs, met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, vormen het hoofdstuk I, luidend als volgt :
CHAPITRE XII. - Dispositions modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 fixant les échelles de traitement des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation de l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française
Art. 17. Artikel 2, 3 - van het bovenvermelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juin 1998 wordt vervangen door een 3 - luidend als volgt :
  " 3 - Voor het ambt van leraar :
  a) Houder voor het betrokken ambt van een vereist bekwaamheidsbewijs waarvan het diploma waaruit dit vereiste bekwaamheidsbewijs bestaat, is van niveau master of bachelor : schaal 216.
  In afwijking van het vorige lid, als dit vereiste bekwaamheidsbewijs op basis van een masterdiploma als pedagogisch bekwaamheidsbewijs in het onderwijs heeft, ofwel de didactische finaliteit, ofwel de aggregatie van het hoger secundair onderwijs voor dit ambt en als het bovendien houder is van het slaaggetuigschrift van de module van 60 opleidingslestijden inzake pedagogie van het kunstonderwijs op alle niveaus bepaald door de Regering : schaal 415
  b) Houder voor het betrokken ambt van een vereist bekwaamheidsbewijs waarvan het diploma waaruit dit vereiste bekwaamheidsbewijs bestaat niet minstens van niveau bachelor is : schaal : échelle 206/3.
  c) Houder voor het betrokken ambt van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs waarvan het diploma waaruit dit voldoend geacht bekwaamheidsbewijs bestaat van niveau master of bachelor is : schaal 216 minder één jaarlijkse verhoging.
  d) Houder voor het betrokken ambt van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs waarvan het diploma waaruit dit voldoend geacht bekwaamheidsbewijs niet minstens van niveau bachelor is : schaal 206/3 minder een jaarlijkse verhoging ".
Art. 16. Les articles 1 à 2ter de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 fixant les échelles de traitement des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation de l'enseignement secondaire artistique à horaire réduit subventionné par la Communauté française constituent le chapitre Ier intitulé comme suit :
  " Chapitre Ier. - Champ d'application et détermination des échelles barémiques ".
Art. 18. In het bovenvermelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juni 1998 wordt, na artikel 2ter, een hoofdstuk II ingevoegd, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk II. Overgangsbepalingen ".
Art. 17. L'article 2, 3 - de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 précité est remplacé par un 3 - libellé comme suit :
  " 3 - Pour la fonction de professeur :
  a) Porteur pour la fonction concernée d'un titre requis dont le diplôme constitutif de ce titre requis est du niveau master ou bachelier : échelle 216.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, si ce titre requis fondé sur un master a pour titre d'aptitude pédagogique à l'enseignement, soit la finalité didactique, soit l'agrégation de l'enseignement secondaire supérieur pour cette fonction et qu'il est en plus porteur du certificat de réussite du module de 60 périodes de formation à la pédagogie de l'enseignement artistique à tous niveaux arrêté par le Gouvernement : échelle 415.
  b) Porteur pour la fonction concernée d'un titre requis dont le diplôme constitutif de ce titre requis n'est pas au moins du niveau bachelier : échelle 206/3.
  c) Porteur pour la fonction concernée d'un titre jugé suffisant dont le diplôme constitutif de ce titre jugé suffisant est du niveau master ou bachelier : échelle 216 moins une annale.
  d) Porteur pour la fonction concernée d'un titre jugé suffisant dont le diplôme constitutif de ce titre jugé suffisant n'est pas au moins du niveau bachelier : échelle 206/3 moins une annale ".
Art. 19. In het bovenvermelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juni 1998 wordt een artikel 2quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 2quater. - Deze afdeling is van toepassing op de leerkrachten die zich op 30 juni 2019 in één van de volgende toestanden bevinden :
  1) Benoemd of aangeworven in vast verband in een volledige of onvolledige opdrachtlast ;
  2) Tijdelijk prioritair in de zin van artikel 34 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs of van artikel 24 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs ;
  3) Tijdelijk met een ambtsanciënniteit van 315 dagen bij één of meer inrichtende machten op minstens 2 schooljaren, verworven in de 5 laatste schooljaren, berekend volgens de nadere regels opgenomen in artikel 19, § 2 van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs.
  Het aantal dagen verworven in een ambt met volledige of onvolledige prestaties met ten minste de helft van het aantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties wordt gevormd met alle dagen van het begin tot het einde van de periode van activiteit, met inbegrip van het ontspanningsverlof alsook de wintervakantie en de voorjaarsvakantie, als ze in deze periode meegeteld zijn.
  Het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige prestaties die niet de helft van het aantal uren bevat dat vereist is voor het ambt met volledige prestaties wordt met de helft verminderd. ".
Art. 18. Dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 précité est inséré, après l'article 2ter, un chapitre II libellé comme suit :
  " Chapitre II. Dispositions transitoires ".
Art. 20. In het bovenvermelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 juni 1998 wordt een artikel 2quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 2quinquies. - De betrokken leraar behoudt de vorige baremaschaal en de daaromtrent schalen als deze gunstiger is dan de baremaschaal bepaald met toepassing van artikel 2, 3 - van dit decreet ".
Art. 19. Dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 précité est inséré un article 2quater libellé comme suit :
  " Article 2quater. - La présente section s'applique aux enseignants qui au 30 juin 2019 sont dans une des situations ci-dessous :
  1) Nommés ou engagés à titre définitif dans une charge complète ou incomplète ;
  2) Temporaires prioritaires au sens de l'article 34 du décret du 1er février 1993 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné ou de l'article 24 du décret du 6 juin 1994 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement officiel subventionné ;
  3) Temporaires comptant une ancienneté de fonction de 315 jours auprès d'un ou de plusieurs pouvoirs organisateurs sur minimum 2 années scolaires, acquise dans les 5 dernières années scolaires, calculés selon les modalités reprises à l'article 19, § 2 du Décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et les fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française.
  Le nombre de jours acquis dans une fonction à prestations complètes ou incomplètes comportant au moins la moitié du nombre d'heures requis pour la fonction à prestations complètes est formé de tous les jours du début à la fin de la période d'activité, y compris, s'ils sont englobés dans cette période, les congés de détente ainsi que les vacances d'hiver et de printemps.
  Le nombre de jours acquis dans une fonction à prestations incomplètes qui ne comporte pas la moitié du nombre d'heures requis pour la fonction à prestations complètes est réduit de moitié. ".
Art. 21. De artikelen 3 en 4 vormen het hoofdstuk III, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk III : Slotbepalingen ".
Art. 20. Dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 25 juin 1998 précité est inséré un article 2quinquies libellé comme suit :
  " Article 2quinquies. - L'enseignant concerné conserve le bénéfice de l'ancienne échelle barémique et des échelons y afférents si celle-ci est plus favorable que l'échelle barémique fixée en application de l'article 2, 3 - du présent décret ".
HOOFDSTUK XIII. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs
Art. 21. Les articles 3 et 4 constituent le chapitre III libellé comme suit :
Art. 22. In het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, wordt een hoofdstuk VIIbis ingevoegd, luidend als volgt :
CHAPITRE XIII. - Dispositions modifiant le décret du 03 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé
HOOFDSTUK XIV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap
Art. 22. Dans le décret du 3 mars 2004 organisant l'enseignement spécialisé, il est inséré un Chapitre VIIbis rédigé comme suit :
Art. 23. In artikel 62, § 1, van het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt :
CHAPITRE XIV. - Dispositions modifiant le décret du 12 mai 2004 fixant le statut des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement organisé par la Communauté française
Art. 24. Artikel 189, § 2bis, tweede lid, van het bovenvermelde decreet wordt gewijzigd als volgt :
  1° Het woord " vijf " wordt vervangen door het woord " drie " ;
  2° De woorden " , en voor zover de aanstelling niet geschiedt in het kader van een vervanging. " worden geschrapt.
Art. 23. A l'article 62, § 1er, du décret du 12 mai 2004 fixant le statut des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement organisé par la Communauté française, un troisième alinéa est ajouté comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa précédent, le changement d'affectation produit ses effets le 1er juillet suivant dans les fonctions de correspondant-comptable, secrétaire-comptable et comptable. "
Art. 25. In artikel 189 van hetzelfde decreet wordt een § 3bis toegevoegd, luidend als volgt :
  § 3bis. Wanneer de aanstelling in tijdelijk verband in het kader van een vervanging gebeurt, wordt deze aanstelling voor onbepaalde duur uitgevoerd wanneer het personeelslid, bij zijn aanstelling in tijdelijk verband, een ambtsanciënniteit van drie jaar telt berekend overeenkomstig artikel 197, § 1.
  De aanstelling in tijdelijk verband, ongeacht ze van bepaalde of onbepaalde duur is, uitgevoerd in het kader van een vervanging, loopt ambtshalve ten einde en zonder opzegtermijn ofwel bij de terugkeer van het vervangen werkliedenpersoneelslid ofwel bij de definitieve neerlegging van de ambten van het personeelslid dat in tijdelijk verband aangesteld wordt of dat vast benoemd wordt en waarvan er voor de vervanging gezorgd werd.
  Wanneer het werkliedenpersoneelslid bedoeld in het eerste lid een ambt uitoefende in het kader van een vervanging voor een duur die gelijk is aan of hoger is dan 15 weken van een werkliedenpersoneelslid aangesteld in tijdelijk verband dat definitief zijn ambten neergelegd heeft, wordt de aanstelling in tijdelijk verband in dit ambt bij voorrang voorgesteld door de directeur aan het werkliedenpersoneelslid dat voor de vervanging heeft gezorgd.
  Wanneer het werkliedenpersoneelslid bedoeld in het eerste lid een ambt uitoefende in het kader van een vervanging voor een duur die gelijk is aan of hoger is dan 15 weken van een werkliedenpersoneelslid aangesteld in vast verband dat definitief zijn ambten neergelegd heeft, wordt de aanstelling in tijdelijk verband in dit ambt bij voorrang voorgesteld door de directeur aan het werkliedenpersoneelslid dat voor de vervanging heeft gezorgd onder voorbehoud van de toepassing van artikel 194, § 5. ".
Art. 24. L'article 189, § 2bis, alinéa 2, du décret précité est modifié comme suit :
  1° Le terme " cinq " est remplacé par le terme " trois " ;
  2° Les termes " , et pour autant que la désignation ne soit pas effectuée dans le cadre d'un remplacement " sont supprimés.
Art. 26. Artikel 210, § 1, van het bovenvermelde decreet, zoals gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 december 2017, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 210. - § 1. Elk vast benoemde werkliedenpersoneelslid dat houder is van één of meer wervingsambten kan, op zijn aanvraag, in dit ambt of in één van de ambten een wijziging van affectatie verkrijgen :
  1° in een vacante betrekking met volledige prestaties van een andere inrichting van de zone ;
  2° in een vacante betrekking met volledige prestaties binnen een andere zone.
  Die wijziging van affectatie heeft uitwerking met ingang van de eerstvolgende 1 september.
  Een affectatie mag slechts gewijzigd worden in de betrekkingen die vrijgegeven worden in het vorige kalenderjaar ten gevolge van de definitieve neerlegging van zijn ambten door een werkliedenpersoneelslid dat vast benoemd wordt of tot de proeftijd wordt toegelaten en dat niet gebruikt wordt in het kader van de uitbreiding van de opdracht. Een vast benoemd werkliedenpersoneelslid in meer dan één inrichting en voor wie het totaal van zijn opdracht een volledig uurrooster bereikt, kan een wijziging van affectatie aanvragen in een inrichting waar hij al een gedeelte van zijn opdracht uitoefent ".
Art. 25. A l'article 189 du même décret, il est ajouté un § 3bis rédigé comme suit :
  § 3bis. Lorsque la désignation à titre temporaire est effectuée dans le cadre d'un remplacement, cette désignation est effectuée pour une durée indéterminée dès lors que le membre du personnel compte, au moment de sa désignation à titre temporaire, une ancienneté de fonction de trois ans calculée conformément à l'article 197, § 1er.
  La désignation à titre temporaire, qu'elle soit à durée déterminée ou indéterminée, effectuée dans le cadre d'un remplacement prend fin d'office et sans préavis soit au retour du membre du personnel ouvrier remplacé soit en cas de cessation définitive des fonctions du membre du personnel désigné à titre temporaire ou nommé à titre définitif et dont le remplacement a été assuré.
  Lorsque le membre du personnel ouvrier visé à l'alinéa 1er exerçait la fonction dans le cadre d'un remplacement d'une durée égale ou supérieure à 15 semaines d'un membre du personnel ouvrier désigné à titre temporaire qui a cessé définitivement ses fonctions, la désignation à titre temporaire dans cette fonction est proposée par le directeur en priorité au membre du personnel ouvrier ayant assuré le remplacement.
  Lorsque le membre du personnel ouvrier visé à l'alinéa 1er exerçait la fonction dans le cadre d'un remplacement d'une durée égale ou supérieure à 15 semaines d'un membre du personnel ouvrier nommé à titre définitif qui a cessé définitivement ses fonctions, la désignation à titre temporaire dans cette fonction est proposée par le directeur en priorité au membre du personnel ouvrier ayant assuré le remplacement sous réserve de l'application de l'article 194, § 5. ".
TITEL II. - Inwerkingtreding
Art. 26. L'article 210, § 1er, du décret précité, tel que modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 20 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
Art. 27. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.
TITRE II. - Entrée en vigueur
-
Art. 27. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2019.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, le Chapitre XII entre en vigueur au 1er janvier 2020.