Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen met het oog op de afgifte van een Europese blauwe kaart die de onderdanen van derde landen machtigt tot het verblijf met het oog op een hooggekwalificeerde baan
Titre
6 JUIN 2019. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers en vue de la délivrance d'une carte bleue européenne autorisant les ressortissants de pays tiers à séjourner à des fins d'un travail hautement qualifié
Informations sur le document
Numac: 2019013567
Datum: 2019-06-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019013567
Date: 2019-06-06
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (30)
Texte (30)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
  1° richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
  2° richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement :
  1° la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié;
  2° la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre.
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd en hernummerd door het koninklijk besluit van 22 november 1996, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende:
  "8° samenwerkingsakkoord van 6 december 2018: het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018;
  9° Gewest: het Gewest in de zin van artikel 3, 3°, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.".
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, inséré et renuméroté par l'arrêté royal du 22 novembre 1996, modifié par l'arrêté royal du 12 novembre 2018 est complété par les 8° et 9°, rédigés comme suit :
  " 8° accord de coopération du 6 décembre 2018 : l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution à l'accord de coopération du 2 février 2018;
  9° Région : la Région au sens de l'article 3, 3°, de l'accord de coopération du 2 février 2018. ".
Art. 3. In artikel 1/2/1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "of in artikel 61/26" ingevoegd tussen de woorden "61/25-1" en de woorden ",van de wet", en wordt een ",10° " ingevoegd tussen "8° " en "of";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of artikel 61/27-4, § 3, eerste lid" ingevoegd tussen de woorden "eerste lid" en de woorden ",van de wet";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "of artikel 61/27-4, § 3, tweede lid" ingevoegd tussen de woorden "tweede lid" en de woorden ",van de wet".
Art. 3. A l'article 1er/2/1, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er les mots " ou à l'article 61/26 " sont insérés entre " 61/25-1 " et " ,de la loi " et un " 10° " est inséré entre " 8° " et " ou ";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou à l'article 61/27-4, § 3 alinéa 1er " sont insérés entre " alinéa 1er " et " ,de la loi ";
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " ou à l'article 61/27-4, § 3, alinéa 2 " sont insérés entre " alinéa 2 " et " ,de la loi ".
Art. 4. Artikel 25/2 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
  " § 7. Dit artikel is niet van toepassing op de onderdanen van een derde land die een aanvraag voor een toelating tot arbeid bedoeld in artikel 61/26, van de wet, op basis van artikel 61/27-1, §§ 2 of 3, van de wet, indienen.".
Art. 4. L'article 25/2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Le présent article ne s'applique pas aux ressortissants d'un pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de travail visée à l'article 61/26, de la loi, sur base de l'article 61/27-1, §§ 2 ou 3, de la loi. ".
Art. 5. In artikel 31 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, wordt het derde lid opgeheven;
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Overeenkomstig artikel 11 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, is de periode van geldigheid van de Europese blauwe kaart een standaard geldigheidsperiode, variërend van één tot vier jaar, naargelang de duur van de arbeidsvergunning die door het Gewest wordt bepaald.
  Deze geldigheidsduur komt overeen met de duur van de arbeidsvergunning afgegeven door de bevoegde gewestelijke overheid.
  Wanneer de duur van de arbeidsovereenkomst korter is dan de duur bedoeld bij lid 7, is de geldigheidsduur van de Europese blauwe kaart gelijk aan de duur van de arbeidsvergunning vermeerderd met drie maanden.".
Art. 5. A l'article 31, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est abrogé;
  2° le paragraphe 2 est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Conformément à l'article 11 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, la durée de validité de la carte bleue européenne est une période de validité standard comprise entre un an et quatre ans, en fonction de la durée de l'autorisation de travail déterminée par chaque Région.
  Cette durée de validité correspond à la durée de l'autorisation de travail délivrée par l'autorité régionale compétente.
  Lorsque la période couverte par le contrat de travail est inférieure à la durée visée à l'alinéa 7, la durée de validité de la carte bleue européenne est égale à la durée de l'autorisation de travail augmentée de trois mois. ".
Art. 6. In artikel 32, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt paragaraaf 2ter opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 32, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, le paragraphe 2ter est abrogé.
Art. 7. In artikel 33, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ",van zijn Europese blauwe kaart" en ",zijn Europese blauwe kaart" geschrapt;
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Twee maanden voor de vervaldag van zijn Europese blauwe kaart, moet de onderdaan van een derde land zich aanbieden bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats om de verlenging van zijn Europese blauwe kaart aan te vragen.";
  3° er wordt een paragraaf 6 ingevoegd, luidende:
  " § 6. Indien de onderdaan van een derde land zijn aanvraag tot vernieuwing heeft ingediend overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, en de bevoegde gewestelijke overheid en de minister of zijn gemachtigde niet in staat waren over deze aanvraag een beslissing te nemen voor het verstrijken van de geldigheid van de Europese blauwe kaart waarvan hij houder is, stelt de burgemeester of zijn gemachtigde hem in het bezit van een attest conform het model in bijlage 49, mits de onderdaan van een derde land het door de bevoegde gewestelijke overheid afgegeven document heeft voorgelegd dat bewijst dat de aanvraag ontvankelijk en volledig is.
  Het in het eerste lid bedoelde attest dekt voorlopig het verblijf van de onderdaan van een derde land op het grondgebied van het Rijk. Het attest is dertig dagen geldig en kan eenmaal met eenzelfde periode verlengd worden.".
Art. 7. A l'article 33, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " ,de sa carte bleue européenne " sont chaque fois supprimés;
  2° le paragraphe 1er est complété par un troisième alinéa rédigé comme suit :
  " Deux mois avant l'échéance de sa carte bleue européenne, le ressortissant d'un pays tiers est tenu de se présenter à l'administration communale du lieu de sa résidence pour demander le renouvellement de sa carte bleue européenne. ";
  3° il est inséré un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Lorsque le ressortissant d'un pays tiers a introduit sa demande de renouvellement, conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, et que l'autorité régionale compétente et le ministre ou son délégué n'ont pas été en mesure de prendre une décision concernant la demande avant l'expiration de la validité de le carte bleue européenne dont il est titulaire, le bourgmestre ou son délégué le met en possession d'une attestation établie conformément au modèle figurant à l'annexe 49 pour autant que l'intéressé ait produit le document délivré par l'autorité régionale compétente attestant du caractère recevable et complet de la demande.
  L'attestation visée à l'alinéa 1er couvre provisoirement le séjour du ressortissant d'un pays tiers sur le territoire du Royaume. Sa durée de validité est de trente jours et peut être prorogée à une seule reprise pour une même durée. ".
Art. 8. In artikel 74 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "vanaf de datum van afgifte" vervangen door de woorden "vanaf de datum van indiening van zijn aanvraag";
  2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "vanaf de datum van afgifte" vervangen door de woorden "vanaf de datum van indiening van zijn aanvraag".
Art. 8. A l'article 74, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " à partir de la date de sa délivrance " sont remplacés par les mots " à partir de la date de l'introduction de sa demande ";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " à partir de la date de sa délivrance " sont remplacés par les mots " à partir de la date de l'introduction de sa demande ".
Art. 9. In artikel 75, van hetzelfde arrest, ingevoegd bij koninklijk besluit van 19 mei 1993, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 april 2007 en 17 augustus 2013, worden in paragraaf 4, tweede lid, de woorden "attest van immatriculatie, model A, geldig voor drie maanden vanaf de datum van afgifte" vervangen door de woorden "attest van immatriculatie geldig voor vier maanden vanaf de datum van indiening van zijn volgende aanvraag".
Art. 9. A l'article 75, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 19 mai 1993, modifié par les arrêtés royaux du 27 avril 2007 et du 17 août 2013, au paragraphe 4, alinéa 2, les mots " certificat d'immatriculation, modèle A, valable pour trois mois à compter de la date de délivrance " sont remplacés par " certificat d'immatriculation valable pour quatre mois à partir de la date de l'introduction de sa demande ultérieure ".
Art. 10. In artikel 105/3, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 12 november 2018, worden de woorden "en zijn verblijf voorlopig dekt," ingevoegd tussen de woorden "aanvraag bewijst" en de woorden "en dat overeenkomstig".
Art. 10. Dans l'article 105/3, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, les mots " et couvrant provisoirement son séjour " sont insérés entre les mots " dépôt de sa demande " et les mots " établi conformément ".
Art. 11. In titel II, van hetzelfde besluit, wordt een hoofdstuk Vter ingevoegd dat de artikelen 105/7 tot 105/9 bevat, luidende:
  "Hoofdstuk Vter - Hooggekwalificeerde werknemers - Europese blauwe kaart
  Art. 105/7. Onverminderd de gewestelijke of communautaire wetgeving betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers bevat de verblijfsaanvraag bedoeld in artikel 61/26 van de wet op zijn minst de volgende inlichtingen:
  1° de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats of de plaats van oponthoud in het buitenland van de betrokken onderdaan van een derde land, wanneer die zich niet op het grondgebied van het Rijk bevindt;
  2° het adres van de effectieve verblijfplaats of het huisvestingsadres van de onderdaan van een derde land, indien die, overeenkomstig titel I, hoofdstuk II, van de wet reeds toegelaten of gemachtigd is om voor een periode van niet meer dan negentig dagen op het grondgebied van het Rijk te verblijven of indien hij, overeenkomstig titel I, hoofdstuk III, van de wet reeds toegelaten of gemachtigd is om voor een periode van meer dan negentig dagen op het grondgebied van het Rijk te verblijven;
  3° in voorkomend geval het elektronisch adres van zijn werkgever.
  Art. 105/8. § 1. Wanneer de onderdaan van een derde land door de bevoegde gewestelijke overheid tot arbeid gemachtigd wordt en tot verblijf met toepassing van artikel 61/27-4, § 1, van de wet, geeft de minister of zijn gemachtigde hem van deze beslissing kennis door middel van een document opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 46.
  De minister of zijn gemachtigde stuurt ook een afschrift naar:
  1° de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats of zijn plaats van oponthoud in het buitenland: indien de betrokkene zich niet op het grondgebied van het Rijk bevindt;
  2° naar het gemeentebestuur van zijn effectieve verblijfplaats of zijn huisvestingsadres: indien de betrokkene, overeenkomstig titel I, hoofdstuk II, van de wet, reeds toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van niet meer dan negentig dagen, of, overeenkomstig titel I, hoofdstuk III, van de wet, reeds toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van meer dan negentig dagen.
  § 2. Indien de bevoegde gewestelijke overheid en de minister of zijn gemachtigde geen enkele negatieve beslissing hebben genomen, informeert de minister of zijn gemachtigde de betrokkene dat hij mag verblijven en werken door middel van een document opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 47, dit krachtens artikel 25, § 4, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 en artikel 61/27-5, § 3, van de wet.
  Bovendien stuurt de minister of zijn gemachigde er een kopie van:
  1° naar de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn plaats van verblijf of oponthoud in het buitenland: indien de betrokkene zich niet op het grondgebied van het Rijk bevindt;
  2° naar het gemeentebestuur van zijn effectieve verblijfplaats of van zijn huisvesting: indien de betrokkene al is toegelaten of gemachtigd tot het verblijf op het grondgebied van het Rijk voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt overeenkomstig titel I, hoofdstuk II, van de wet of voor een periode van meer dan negentig dagen overeenkomstig titel I, hoofdstuk III, van de wet.
  § 3. Indien de onderdaan van een derde land bedoeld in paragraaf 1 zich niet op het grondgebied van het Rijk bevindt, vraagt hij de toekenning van een visum lang verblijf aan bij de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats of plaats van oponthoud in het buitenland. De post geeft het visum onverwijld aan hem af, voor zover hij de volgende documenten voorlegt:
  1° een geldig paspoort of een daarmee gelijkgestelde geldige reistitel dewelke op zijn minst de duur van het voorgenomen verblijf dekken; en
  2° de beslissing tot machtiging tot verblijf en arbeid bedoeld in paragraaf 1.
  De betrokkene die in het bezit is van een visum lang verblijf dat met toepassing van het eerste lid afgegeven werd begeeft zich naar het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, met het oog op zijn inschrijving in het vreemdelingenregister en de aflevering van een Europese blauwe kaart van beperkte duur.
  In afwachting van de uitvoering van de controle van de verblijfplaats en de afgifte van de Europese blauwe kaart geeft de burgemeester of zijn gemachtigde aan de betrokkene onmiddelijk een voorlopig verblijfsdocument overeenkomstig het model in bijlage 49 af. Het document is vijfenveertig dagen geldig en kan tweemaal met eenzelfde periode verlengd worden.
  § 4. De onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 61/27-5, § 2, van de wet, die in het bezit is van de beslissing bedoeld in paragraaf 1 of van het document bedoeld in paragraaf 2 begeeft zich naar het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, met het oog op zijn eventuele inschrijving in het vreemdelingenregister en de afgifte van een Europese blauwe kaart van beperkte duur.
  In afwachting van de uitvoering van de controle van de verblijfplaats en/of de afgifte van de Europese blauwe kaart geeft de burgemeester of zijn gemachtigde aan de betrokkene onmiddelijk een voorlopig verblijfsdocument overeenkomstig het model in bijlage 49 af. Het document is vijfenveertig dagen geldig en kan tweemaal met eenzelfde periode verlengd worden.
  Indien de betrokkene in het bezit is van een verblijfsdocument of een verblijfstitel geeft hij deze terug wanneer het voorlopig verblijfsdocument afgegeven wordt.
  § 5. Wanneer de minister of zijn gemachtigde beslist dat de onderdaan van een derde land niet gemachtigd is tot verblijf betekent hij hem deze beslissing door middel van het document overeenkomstig het model in bijlage 48.
  § 6. Indien de minister of zijn gemachtigde, met toepassing van artikel 61/27-4, § 3, van de wet, van de onderdaan van een derde land eist dat die aanvullende inlichtingen of documenten naar hem stuurt, informeert hij hem over de inlichtingen en/of documenten die hij moet voorleggen.
  Indien de aanvullende inlichtingen en/of documenten niet binnen de termijn voorzien in artikel 61/27-4, § 3, van de wet verstrekt werden weigert de minister of zijn gemachtigde de aanvraag en wordt deze beslissing door middel van een document overeenkomstig het model in bijlage 48 betekend.
  Art. 105/9. Indien de minister of zijn gemachtigde, met toepassing van artikel 61/27-6, van de wet, beslist om een einde te maken aan aan het verblijf van een onderdaan van een derde land wordt deze beslissing door middel van het document overeenkomstig het model in bijlage 52 aan hem betekend.".
Art. 11. Dans le titre II, du même arrêté, il est inséré un chapitre Vter, comportant les articles 105/7 à 105/9, rédigés comme suit :
  " Chapitre Vter - Travailleurs hautement qualifiés - Carte bleue européenne
  Art. 105/7. Sans préjudice de la législation régionale ou communautaire relative à l'occupation des travailleurs étrangers, la demande de séjour visée à l'article 61/26 de la loi, contient au moins les informations suivantes :
  1° le poste diplomatique ou consulaire compétent pour le lieu de la résidence ou du séjour à l'étranger du ressortissant du pays tiers concerné lorsque celui-ci ne se trouve pas sur le territoire du Royaume;
  2° l'adresse de la résidence effective ou l'adresse d'hébergement du ressortissant d'un pays tiers, si celui-ci est déjà admis ou autorisé à séjourner sur le territoire du Royaume pour une période n'excédant pas nonante jours conformément au titre I, chapitre II, de la loi, ou pour une période de plus de nonante jours conformément au titre I, chapitre III, de la loi;
  3° le cas échéant, l'adresse électronique de son employeur.
  Art. 105/8. § 1er. Lorsque le ressortissant d'un pays tiers est autorisé au travail par l'autorité régionale compétente et au séjour en application de l'article 61/27-4, § 1er, de la loi, le ministre ou son délégué lui notifie cette décision au moyen du document établi conformément au modèle figurant à l'annexe 46.
  De plus, le ministre ou son délégué en fait parvenir une copie :
  1° au poste diplomatique ou consulaire compétent pour le lieu de sa résidence ou de son séjour à l'étranger : si l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Royaume;
  2° à l'administration communale du lieu de sa résidence effective ou de son hébergement : si l'intéressé est déjà admis ou autorisé à séjourner sur le territoire du Royaume pour une période n'excédant pas nonante jours conformément au titre I, chapitre II, de la loi, ou pour une période de plus de nonante jours conformément au titre I, chapitre III, de la loi.
  § 2. Conformément à l'article 25, § 4, de l'accord de coopération du 2 février 2018 et à l'article 61/27-5, § 3, de la loi, si l'autorité régionale compétente et le ministre ou son délégué n'ont pris aucune décision négative, le ministre ou son délégué informe l'intéressé qu' il est autorisé à séjourner et à travailler et ce, au moyen du document établi conformément au modèle figurant à l'annexe 47.
  De plus, le ministre ou son délégué en fait parvenir une copie :
  1° au poste diplomatique ou consulaire compétent pour le lieu de sa résidence ou de son séjour à l'étranger : si l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Royaume;
  2° à l'administration communale du lieu de sa résidence effective ou de son hébergement : si l'intéressé est déjà admis ou autorisé à séjourner sur le territoire du Royaume pour une période n'excédant pas nonante jours conformément au titre I, chapitre II, de la loi ou pour une période de plus de nonante jours conformément au titre I, chapitre III, de la loi.
  § 3. Lorsque le ressortissant d'un pays tiers visé au paragraphe 1er ne se trouve pas sur le territoire du Royaume, il sollicite l'octroi d'un visa de long séjour auprès du poste diplomatique ou consulaire compétent pour le lieu de sa résidence ou de son séjour à l'étranger. Ce dernier lui délivre le visa sans délai pour autant qu'il présente les documents suivants :
  1° un passeport en cours de validité ou un titre de voyage en tenant lieu en cours de validité couvrant au moins la durée du séjour envisagée; et
  2° la décision l'autorisant à séjourner et à travailler visée au paragraphe 1er.
  L'intéressé porteur du visa de long séjour délivré en application de l'alinéa 1er se rend auprès de l'administration communale du lieu de sa résidence en vue de son inscription au registre des étrangers et de la délivrance d'une carte bleue européenne à durée limitée.
  Dans l'attente de la réalisation du contrôle de résidence et de la délivrance de la carte bleue européenne, le bourgmestre ou son délégué délivre immédiatement à l'intéressé un document provisoire de séjour établi conformément au modèle figurant à l'annexe 49. La durée de validité de ce document est de quarante-cinq jours et peut être prorogée à deux reprises pour une même durée.
  § 4. Le ressortissant de pays tiers visé à l'article 61/27-5, § 2, de loi, en possession de la décision visée au paragraphe 1er ou du document visé au paragraphe 2 se rend auprès de l'administration communale du lieu de sa résidence en vue de son éventuelle inscription au registre des étrangers et de la délivrance d'une carte bleue européenne à durée limitée.
  Dans l'attente de la réalisation du contrôle de résidence et/ou de la délivrance de la carte bleue européenne, le bourgmestre ou son délégué délivre immédiatement à l'intéressé un document provisoire de séjour établi conformément au modèle figurant à l'annexe 49. La durée de validité de ce document est de quarante-cinq jours et peut être prorogée à deux reprises pour une même durée.
  Si l'intéressé est en possession d'un document ou d'un titre de séjour, il le restitue lors de la délivrance du document provisoire de séjour.
  § 5. Lorsque le ministre ou son délégué décide que le ressortissant d'un pays tiers n'est pas autorisé au séjour, il lui notifie cette décision au moyen du document établi conformément au modèle figurant à l'annexe 48.
  § 6. Lorsque le ministre ou son délégué, en application de l'article 61/27-4, § 3, de la loi, exige du ressortissant d'un pays tiers de lui transmettre des informations ou des documents complémentaires, il l'informe des informations et/ou des documents qu'il doit produire.
  Si les informations et/ou documents complémentaires n'ont pas été fournis dans le délai prévu à l'article 61/27-4, § 3, de la loi, le ministre ou son délégué refuse la demande et lui notifie cette décision au moyen d'un document établi conformément au modèle figurant à l'annexe 48.
  Art. 105/9. Lorsqu'en application de l'article 61/27-6, de la loi, le ministre ou son délégué décide de mettre fin au séjour du ressortissant d'un pays tiers, cette décision lui est notifiée au moyen du document établi conformément au modèle figurant à l'annexe 52. ".
Art. 12. In titel II, van hetzelfde besluit, wordt hoofdstuk XI genaamd "Hooggekwalifceerde werknemers - Europese blauwe kaart" dat de artikelen 110quinquiesdecies tot 110sexiesdecies bevat, opgeheven.
Art. 12. Dans le titre II, du même arrêté, le chapitre XI intitulé " Travailleurs hautement qualifiés - Carte bleue européenne " et comportant les articles 110quinquiesdecies à 110sexiesdecies est abrogé.
Art. 13. Bijlage 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 1 gevoegd bij dit besluit.
Art. 13. L'annexe 3, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 1ère jointe au présent arrêté.
Art. 14. Bijlage 8, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 2 gevoegd bij dit besluit.
Art. 14. L'annexe 8, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 15. Bijlage 33, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 3 gevoegd bij dit besluit.
Art. 15. L'annexe 33, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art. 16. Bijlage 35, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 4 gevoegd bij dit besluit.
Art. 16. L'annexe 35, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 4 jointe au présent arrêté.
Art. 17. Bijlage 37, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 5 gevoegd bij dit besluit.
Art. 17. L'annexe 37, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 5 jointe au présent arrêté.
Art. 18. Bijlage 41, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 6 gevoegd bij dit besluit.
Art. 18. L'annexe 41, du même arrêté, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018 est remplacée par l'annexe 6 jointe au présent arrêté.
Art. 19. Bijlage 41bis, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 15 augustus 2012 en 17 november 2013, wordt vervangen door bijlage 7 gevoegd bij dit besluit.
Art. 19. L'annexe 41bis, du même arrêté, modifiée par les arrêtés royaux du 15 août 2012 et 17 août 2013, est remplacée par l'annexe 7 jointe au présent arrêté.
Art. 20. Bijlage 43, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 8 gevoegd bij dit besluit.
Art. 20. L'annexe 43, remplacée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 8 jointe au présent arrêté.
Art. 21. Bijlage 43bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 9 gevoegd bij dit besluit.
Art. 21. L'annexe 43bis, du même arrêté, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 9 jointe au présent arrêté.
Art. 22. Bijlage 46, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 10 gevoegd bij dit besluit.
Art. 22. L'annexe 46, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 10 jointe au présent arrêté.
Art. 23. Bijlage 47, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 11 gevoegd bij dit besluit.
Art. 23. L'annexe 47, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 11 jointe au présent arrêté.
Art. 24. Bijlage 49, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 12 gevoegd bij dit besluit.
Art. 24. L'annexe 49, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 12 jointe au présent arrêté.
Art. 25. Bijlage 50, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 13 gevoegd bij dit besluit.
Art. 25. L'annexe 50, du même arrêté, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 13 jointe au présent arrêté.
Art. 26. Bijlage 51, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 14 gevoegd bij dit besluit.
Art. 26. L'annexe 51, du même arrêté, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 14 jointe au présent arrêté.
Art. 27. Bijlage 52, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 november 2018, wordt vervangen door bijlage 15 gevoegd bij dit besluit.
Art. 27. L'annexe 52, du même arrêté, insérée par l'arrêté royal du 12 novembre 2018, est remplacée par l'annexe 15 jointe au présent arrêté.
Art. 28. De minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-08-2019, p. 80448)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 22-08-2019, p. 80448)