Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 MEI 2019. - Ordonnantie tot wijziging van de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing om vervuiling door stilstaande voertuigen met draaiende motor te verminderen
Titre
16 MAI 2019. - Ordonnance modifiant l'Ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie en vue de réduire les pollutions causées par les véhicules en stationnement dont le moteur n'est pas arrêté
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (9)
Texte (9)
TITEL I. - Algemene bepaling
TITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
TITEL II. - Wijzigingsbepalingen
TITRE II. - Dispositions modificatives
Art. 2. In - Boek 3, Titel 2 van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing wordt een hoofdstuk 9 ingevoegd, genaamd " Bijzondere maatregelen ".
Art. 2. Dans le Livre 3, Titre 2, du Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, il est inséré un chapitre 9 intitulé " Mesures particulières ".
Art. 3. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 3.2.28 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 3.2.28. Wanneer een voertuig stilstaat op een plaats waar het niet verboden is een voertuig te laten stilstaan of te parkeren in toepassing van artikel 24 van de Wegcode, legt de bestuurder de motor van het voertuig onmiddellijk stil.
De Regering kan afwijkingen voorzien op het eerste lid voor bepaalde categorieën van voertuigen of in geval van een technisch probleem.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid moet onder " voertuig " elk voertuig in de zin van artikel 1, § 2, 40 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, verstaan worden. ".
" Art. 3.2.28. Wanneer een voertuig stilstaat op een plaats waar het niet verboden is een voertuig te laten stilstaan of te parkeren in toepassing van artikel 24 van de Wegcode, legt de bestuurder de motor van het voertuig onmiddellijk stil.
De Regering kan afwijkingen voorzien op het eerste lid voor bepaalde categorieën van voertuigen of in geval van een technisch probleem.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid moet onder " voertuig " elk voertuig in de zin van artikel 1, § 2, 40 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, verstaan worden. ".
Art. 3. Dans le même chapitre, il est inséré un article 3.2.28 rédigé comme suit :
" Art. 3.2.28. Lorsqu'un véhicule est à l'arrêt à un endroit où il n'est pas interdit de mettre un véhicule à l'arrêt ou en stationnement en application de l'article 24 du Code de la route, le conducteur coupe directement le moteur du véhicule.
Le Gouvernement peut prévoir des dérogations à l'alinéa 1er pour certaines catégories de véhicules ou en cas de problème technique.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, il y a lieu d'entendre par " véhicule ", tout véhicule au sens de l'article 1er, § 2, 40, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité. ".
" Art. 3.2.28. Lorsqu'un véhicule est à l'arrêt à un endroit où il n'est pas interdit de mettre un véhicule à l'arrêt ou en stationnement en application de l'article 24 du Code de la route, le conducteur coupe directement le moteur du véhicule.
Le Gouvernement peut prévoir des dérogations à l'alinéa 1er pour certaines catégories de véhicules ou en cas de problème technique.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, il y a lieu d'entendre par " véhicule ", tout véhicule au sens de l'article 1er, § 2, 40, de l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité. ".
Art. 4. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 3.2.29 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 3.2.29. Degene die artikel 3.2.28 overtreedt, wordt gestraft met de straf zoals bepaald in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
" Art. 3.2.29. Degene die artikel 3.2.28 overtreedt, wordt gestraft met de straf zoals bepaald in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art. 4. Dans le même chapitre, il est inséré un article 3.2.29 rédigé comme suit :
" Art. 3.2.29. Celui qui contrevient à l'article 3.2.28 est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
" Art. 3.2.29. Celui qui contrevient à l'article 3.2.28 est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art. 5. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 3.2.30 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 3.2.30. § 1. Onder voorbehoud van § 2, zijn de artikelen 45, leden 1, 2, 4, 5 en 6, 48, 49, 51 en 53 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven en milieuaansprakelijkheid van toepassing op de boeten bedoeld in dit hoofdstuk.
§ 2. In afwijking van artikel 45, zesde lid, van dat Wetboek, de beslissing om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen wordt niet meegedeeld aan de Procureur des Konings.
§ 3. Een exemplaar van elk proces-verbaal van een in artikel 3.2.28 bedoeld misdrijf wordt binnen tien werkdagen na de vaststelling van het misdrijf bezorgd aan de leidend ambtenaar van het Instituut.
§ 4. De betaling van de administratieve boete maakt een einde aan de mogelijkheid om een nieuwe boete op te leggen voor de feiten vastgesteld in het proces-verbaal op basis waarvan de boete werd opgelegd. ".
" Art. 3.2.30. § 1. Onder voorbehoud van § 2, zijn de artikelen 45, leden 1, 2, 4, 5 en 6, 48, 49, 51 en 53 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven en milieuaansprakelijkheid van toepassing op de boeten bedoeld in dit hoofdstuk.
§ 2. In afwijking van artikel 45, zesde lid, van dat Wetboek, de beslissing om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen wordt niet meegedeeld aan de Procureur des Konings.
§ 3. Een exemplaar van elk proces-verbaal van een in artikel 3.2.28 bedoeld misdrijf wordt binnen tien werkdagen na de vaststelling van het misdrijf bezorgd aan de leidend ambtenaar van het Instituut.
§ 4. De betaling van de administratieve boete maakt een einde aan de mogelijkheid om een nieuwe boete op te leggen voor de feiten vastgesteld in het proces-verbaal op basis waarvan de boete werd opgelegd. ".
Art. 5. Dans le même chapitre, il est inséré un article 3.2.30 rédigé comme suit :
" Art. 3.2.30. § 1er. Sous réserve du § 2, les articles 45, alinéas 1er, 2, 4, 5 et 6, 48, 49, 51 et 53 du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale sont applicables aux amendes visées au présent chapitre.
§ 2. Par dérogation à l'article 45, alinéa 6 de ce code la décision d'infliger une amende administrative n'est pas notifiée au procureur du Roi.
§ 3. Tout procès-verbal constatant une infraction visée à l'article 3.2.28 est transmis dans les dix jours ouvrables de la constatation de l'infraction en un exemplaire au fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
§ 4. Le paiement de l'amende administrative éteint la possibilité d'infliger une nouvelle amende pour les faits constatés dans le procès-verbal sur la base duquel l'amende a été infligée. ".
" Art. 3.2.30. § 1er. Sous réserve du § 2, les articles 45, alinéas 1er, 2, 4, 5 et 6, 48, 49, 51 et 53 du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale sont applicables aux amendes visées au présent chapitre.
§ 2. Par dérogation à l'article 45, alinéa 6 de ce code la décision d'infliger une amende administrative n'est pas notifiée au procureur du Roi.
§ 3. Tout procès-verbal constatant une infraction visée à l'article 3.2.28 est transmis dans les dix jours ouvrables de la constatation de l'infraction en un exemplaire au fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
§ 4. Le paiement de l'amende administrative éteint la possibilité d'infliger une nouvelle amende pour les faits constatés dans le procès-verbal sur la base duquel l'amende a été infligée. ".
TITEL III. - Slotbepaling
TITRE III. - Disposition finale
Art. 6. Deze ordonnantie treedt in werking op de datum die de Regering vaststelt.
Art. 6. La présente ordonnance entre en vigueur le jour fixé par le Gouvernement.