Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
27 MAART 2019. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de begeleidingsdiensten inzake peterschap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-06-2019 en tekstbijwerking tot 23-02-2024)
Titre
27 MARS 2019. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement du parrainage(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-06-2019 et mise à jour au 23-02-2024)
Informations sur le document
Numac: 2019012858
Datum: 2019-03-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019012858
Date: 2019-03-27
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities
CHAPITRE 1er. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. De bijzondere voorwaarden voor de erkenning en toekenning van subsidies voor begeleidingsdiensten voor peterschap zijn in dit besluit vastgelegd.
Article 1er. Les conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement du parrainage sont fixées par le présent arrêté.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder peterschap verstaan de vrijwillige, occasionele of regelmatige opvang van een jongere door een natuurlijke persoon, "peetouder" genoemd, ongeacht enige hulp of beschermingsmaatregel.
  Deze opvang heeft tot doel een bevoorrechte band tussen de jongere en de peetouder op te bouwen met het oog op de harmonieuze ontwikkeling en zelfontplooiing van de jongere, met respect voor de plaats van zijn ouders of andere personen die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen bij de uitoefening van dit gezag.
  Het peterschapsproces is een verbintenis van tijd en regelmaat. Indien nodig kan dit op een meer occasionele basis worden overwogen.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par parrainage l'accueil bénévole, ponctuel ou régulier, par une personne physique, dénommée " parrain " ou " marraine ", d'un jeune, indépendamment d'une mesure d'aide ou de protection.
  Cet accueil vise la construction d'un lien privilégié entre le jeune et le parrain ou la marraine avec pour objectif le développement harmonieux et l'épanouissement du jeune, tout en respectant la place de ses parents ou autres titulaires de l'autorité parentale à son égard dans l'exercice de celle-ci.
  Le processus de parrainage est un engagement sur la durée et la régularité. Le cas échéant, il peut s'envisager de manière plus ponctuelle.
Art. 3. Peterschap is een preventieve actie gericht op het socialiseren, erkennen, waarderen en opbouwen van het zelfvertrouwen van jongeren en het verminderen van het risico van moeilijkheden die de jongere ervaart.
Art. 3. Le parrainage est une action de prévention qui vise la socialisation, la reconnaissance, la valorisation et l'acquisition de la confiance en soi des jeunes et permet de réduire les risques de difficultés vécues par le jeune.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
CHAPITRE 2. - Missions
Art. 4. De opdracht van de begeleidingsdienst voor peterschap, hierna "de dienst" genoemd, is:
  1° samen met de volwassenen die er verantwoordelijk voor zijn, met inbegrip van de professionals eromheen, het belang van het peterschapsproject voor de jongere te evalueren;
  2° de steun aan de houders van het ouderlijk gezag en, indien van toepassing, van de mandaatverlenende overheid te vragen voor het peterschapsproject;
  3° ervoor te zorgen dat er een aangepastheid bestaat tussen de jongere die een peetouder moet krijgen en de persoon die voorstelt hem als peetouder te begeleiden;
  4° elk van de partijen bij het peterschapsproject op de hoogte te stellen van de gevolgen ervan en de verplichting om elkaars plaats te respecteren;
  5° in overleg met de partijen bij het peterschapsproject de praktische regelingen te bepalen, zoals het tempo van de vergaderingen, het vervoer, de huisvesting, enz;
  6° het organiseren van de informatie, selectie en aanwerving van kandidaten voor peterschap, d.w.z:
  a) gezinnen te informeren over de gevolgen van peterschap en de verplichting om ieders plaats te respecteren;
  b) hun aanvragen en verwachtingen voor peterschap te beoordelen;
  c) hen voor te bereiden op het peterschapsproject;
  d) het administratieve dossier van de kandidaten voor peterschap samen te stellen;
  7° zorgen voor de follow-up en ondersteuning van het peterschapsproject in rechtstreeks contact, indien de situatie dit toelaat, met de houders van het ouderlijk gezag, indien van toepassing, in samenwerking met de gemandateerde dienst die belast is met de situatie van de jongere; in het kader van deze opdracht bevordert de dienst de positie van derde bemiddelaar ten opzichte van de personen en diensten die bij de situatie betrokken zijn;
  8° een actie voor peetouders te ontwikkelen om de zorg voor jongeren te ondersteunen;
  9° peterschap te bevorderen, ten minste binnen het in het erkenningsbesluit vermelde territoriale optredengebied;
  10° de al dan niet goedgekeurde diensten die meewerken aan de toepassing van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming en die erom vragen, informeren en adviseren over de peterschapspraktijken, de beperkingen, de indicaties en tegenaanwijzingen ervan, en hen de instrumenten aanreiken die gericht zijn op het bereiken van een harmonisering van de praktijken op het hele grondgebied van de Franse Gemeenschap.
  Ten eerste ondersteunt de dienst proactief het peterschap. Geleidelijk aan wordt de steun versoepeld in functie van de evolutie van het peterschap, met als doel het empowerment van het peterschap. De dienst kan echter opnieuw worden gecontacteerd om advies of het reactiveren van de follow-up in geval van moeilijkheden of een belangrijke wijziging van de toestand van de jongere.
Art. 4. Le service d'accompagnement du parrainage, ci-après dénommé " le service ", a pour missions :
  1° d'évaluer, avec les adultes qui en sont responsables, en ce qui compris les professionnels qui l'entourent, l'intérêt du projet de parrainage pour le jeune ;
  2° de rechercher l'adhésion des titulaires de l'autorité parentale et, s'il échet, de l'autorité mandante, au projet de parrainage ;
  3° de veiller à ce qu'il y ait adéquation entre le jeune à parrainer et la personne qui propose de le parrainer ;
  4° d'informer chacune des parties au projet de parrainage des implications de celui-ci et de l'obligation de respecter la place de chacun ;
  5° de régler, en accord avec les parties au projet de parrainage, les modalités pratiques telles que le rythme des rencontres, le transport, l'hébergement ;
  6° d'organiser l'information, la sélection et le recrutement des candidats au parrainage, c'est-à-dire :
  a) d'informer les familles sur les implications du parrainage et l'obligation de respecter la place de chacun ;
  b) d'évaluer leurs demandes et leurs attentes quant au parrainage ;
  c) de les préparer au processus de parrainage ;
  d) de constituer le dossier administratif des candidats au parrainage ;
  7° d'assurer le suivi et l'accompagnement du parrainage en lien direct, lorsque la situation le permet, avec les titulaires de l'autorité parentale, le cas échéant, en collaboration avec le service mandaté qui prend en charge la situation du jeune ; dans le cadre de cette mission, le service privilégie la position de tiers facilitateur à l'égard des personnes et services concernés par la situation ;
  8° de développer à l'égard des parrains et marraines une action de soutien à la prise en charge du jeune ;
  9° d'assurer la promotion du parrainage au moins au sein de la zone territoriale d'intervention précisée dans l'arrêté d'agrément ;
  10° d'informer et de conseiller les services, agréés ou non, qui collaborent à l'application du décret du 18 janvier 2018 portant le code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, qui en formulent la demande, sur les pratiques de parrainage, ses limites, ses indications et contre-indications et de leur fournir des outils visant à aboutir à une harmonisation des pratiques sur l'ensemble du territoire de la Communauté française.
  Dans un premier temps, le service accompagne de manière proactive le parrainage. Ensuite, progressivement, l'accompagnement se fait de façon plus souple en fonction de l'évolution du parrainage, l'objectif étant l'autonomisation de celui-ci. Le service peut toutefois être ré-interpellé pour un conseil ou une réactivation du suivi en cas de difficultés ou d'un changement important dans la situation du jeune.
Art. 5. De dienst stelt het administratieve dossier van de peetouder, dat ten minste het volgende omvat:
  1° een uittreksel uit het strafregister van het model bedoeld in artikel 596, lid 2, van het wetboek van strafvordering, dat ten minste om de vijf jaar wordt bijgewerkt, van de peetouder en van elke volwassen persoon die onder hetzelfde dak als de peetouder woont;
  2° een medisch attest betreffende de peetouder en de personen die onder hetzelfde dak als de peetouder wonen, waarin wordt verklaard dat er geen medische tegenaanwijzing voor de opvang bestaat;
  3° de samenstelling van het huishouden van de peetouder;
  4° een afschrift van de gezinsverzekering van de peetouder.
Art. 5. Le service constitue le dossier administratif du parrain ou de la marraine, qui comprend au moins :
  1° un extrait du casier judiciaire du modèle visé à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, actualisé au moins tous les 5 ans, du parrain ou de la marraine ainsi que de toute personne majeure vivant sous le même toit que celui-ci ou celle-ci ;
  2° une attestation médicale relative au parrain ou à la marraine et aux personnes vivant sous le même toit que celui-ci ou celle-ci stipulant qu'il n'y a pas de contre-indication médicale à l'accueil ;
  3° une composition de ménage du parrain ou de la marraine ;
  4° une copie de l'assurance familiale du parrain ou de la marraine.
Art. 6. Indien de jongere reeds het voorwerp uitmaakt van een bijstands- of beschermingsmaatregel, organiseren de gemandateerde dienst die de situatie op zich neemt en de begeleidingsdienst voor het peterschap, het peterschap.
  De gemandateerde dienst die de situatie van de jongere op zich neemt, informeert de mandaatverlenende overheid van de effectieve start van het peterschap en de beëindiging ervan.
  De gemandateerde dienst die de situatie van de jongere op zich neemt, informeert de mandaatverlenende overheid tevens over de voortgang van het peterschap, telkens wanneer deze daarom verzoekt.
Art. 6. Dans le cas où le jeune fait déjà l'objet d'une mesure d'aide ou de protection, le service mandaté qui prend en charge la situation et le service d'accompagnement du parrainage organisent le parrainage.
  Le service mandaté qui prend en charge la situation du jeune informe l'autorité mandante du démarrage effectif du parrainage ainsi que de sa clôture.
  Le service mandaté qui prend en charge la situation du jeune informe en outre l'autorité mandante de l'évolution du parrainage chaque fois qu'elle en fait la demande.
HOOFDSTUK 3. - Subsidiëring
CHAPITRE 3. - Subventionnement
Art. 7. § 1. Een dienst kan worden goedgekeurd in categorie 1, 2, 3 of 4, waarbij de referentienormen voor elk van deze categorieën in artikel 8 zijn opgenomen.
  § 2. Elke nieuwe dienst moet eerst worden goedgekeurd in categorie 1 voor een periode van ten minste één jaar.
  Na afloop van deze termijn wordt de dienst automatisch goedgekeurd in categorie 2, tenzij anders bepaald door de bevoegde administratie, in welk geval de zaak om advies aan de erkenningscommissie wordt voorgelegd.
  Vervolgens kan de dienst, op basis van een uitbreiding van zijn activiteiten, een aanvraag indienen om erkenning in een hogere categorie.
Art. 7. § 1er. Un service peut être agréé en catégorie 1, 2, 3 ou 4, les normes de référence relatives à chacune de ces catégories étant reprises à l'article 8.
  § 2. Tout nouveau service est obligatoirement d'abord agréé en catégorie 1 pour une durée minimale de 1 an.
  Au terme de cette période, le service est agréé de plein droit en catégorie 2, sauf avis contraire de l'administration compétente, auquel cas la commission d'agrément est saisie pour avis.
  Ultérieurement, sur la base d'une augmentation de son activité, le service peut demander un agrément dans une catégorie supérieure.
Art. 8. § 1. [1 De provisionele jaarlijkse subsidie voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna "het besluit van 5 december 2018" genoemd, wordt aan de dienst op basis van de volgende normen inzake personeelsbestand toegekend, uitgedrukt in voltijdse equivalenten voor de diensten van categorie 2, 3 en 4 :
   1° dienst catégorie 1 :
   in afwijking van artikel 53 van het besluit van 5 december 2018 moet een bedrag van 83.000 euro toegewezen worden aan het psycho-sociaal personeel;
   2° dienst catégorie 2 :
   a) 0,5 psycho-sociaal personeel met een barema van master ;
   b) 1,5 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor ;
   3° dienst catégorie 3 :
   a) 0,75 psycho-sociaal personeel met een barema van master ;
   b) 2 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor ;
   4° dienst catégorie 4 :
   a) 1 psycho-sociaal personeel met een barema van master ;
   b) 2,5 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor.
   § 2. Voor de rechtvaardiging van de in paragraaf 1 bedoelde provisionele jaarlijkse subsidie wordt rekening gehouden met alle ambten opgenomen in bijlage 2, A, B en F, van het besluit van 5 december 2018.]1

  § 3. De voorlopige jaarlijkse subsidie voor werkingskosten als bedoeld in de artikelen 57 tot en met 61 van het besluit van 5 december 2018 wordt aan de dienst toegewezen op basis van de volgende referentienormen:
  1° categorie 1-dienst: 25.000 euro;
  2° categorie 2 dienst: 27.500 euro;
  3° categorie 3 dienst: 30.000 euro;
  4° categorie 4 dienst: 35.000 euro.
  
Art. 8. § 1er.[1 La subvention annuelle provisionnelle pour frais de personnel visée aux articles 53 à 55 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après " l'arrêté du 5 décembre 2018 ", est allouée au service sur la base des normes de référence suivantes, exprimées en équivalents temps plein pour les services de catégorie 2, 3 et 4 :
   1° service de catégorie 1 :
   par dérogation à l'article 53 de l'arrêté du 5 décembre 2018, un montant de 83.000 euros est à affecter à du personnel psycho-social ;
   2° service de catégorie 2 :
   a) 0,5 personnel psycho-social au barème master ;
   b) 1,5 personnel psycho-social au barème bachelier ;
   3° service de catégorie 3 :
   a) 0,75 personnel psycho-social au barème master ;
   b) 2 personnel psycho-social au barème bachelier ;
   4° service de catégorie 4 :
   a) 1 personnel psycho-social au barème master ;
   b) 2,5 personnel psycho-social au barème bachelier.
   § 2. Pour la justification de la subvention annuelle provisionnelle visée au paragraphe 1er, toutes les fonctions reprises à l'annexe 2, A, B et F de l'arrêté du 5 décembre 2018 sont prises en considération]1
.
  § 3. La subvention annuelle provisionnelle pour frais de fonctionnement visée aux articles 57 à 61 de l'arrêté du 5 décembre 2018 est allouée au service sur la base des normes de référence suivantes :
  1° service de catégorie 1 : 25.000 euros ;
  2° service de catégorie 2 : 27.500 euros ;
  3° service de catégorie 3 : 30.000 euros ;
  4° service de catégorie 4 : 35.000 euros.
  
HOOFDSTUK 4. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 9. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 2014 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor optreden en begeleiding in het kader van de gezinsopvang, wordt opgeheven.
Art. 9. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 8 mai 2014 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'intervention et d'accompagnement en accueil familial est abrogé.
Art. 10. De diensten die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit een facultatieve toelage genieten voor de uitvoering van de opdracht van peetouder die overeenkomstig dit besluit als begeleidingsdiensten voor peetouders wensen te worden goedgekeurd, dienen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag tot erkenning in.
Art. 10. Les services bénéficiant à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté d'une subvention facultative pour assurer la mission de parrainage qui souhaitent être agréés conformément au présent arrêté comme services d'accompagnement du parrainage sollicitent leur agrément au plus tard trois mois après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2019.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2019.
Art. 12. De minister bevoegd voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre ayant la prévention, l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.