Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 MAART 2019. - Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-04-2019 en tekstbijwerking tot 26-01-2024)
Titre
23 MARS 2019. - Loi concernant les frais de justice en matière pénale et les frais assimilés et insérant un article 648 dans le Code d'instruction criminelle(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-04-2019 et mise à jour au 26-01-2024)
Informations sur le document
Numac: 2019011850
Datum: 2019-03-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019011850
Date: 2019-03-23
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :
  1° opdrachtgever : een persoon bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, die een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid, geeft aan een prestatieverlener, waardoor bepaalde gerechtskosten ontstaan;
  2° prestatieverlener : natuurlijke persoon of rechtspersoon, met inbegrip van de deskundige bedoeld in de bepaling onder 3° en de vertaler of tolk bedoeld in de bepaling onder 4°, die door de opdrachtgever wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid. Als prestatieverlener wordt ook beschouwd de persoon die omwille van zijn bijzondere kennis of kunde of omwille van zijn onmiddellijke beschikbaarheid uitzonderlijk wordt gevorderd en niet voldoet aan de voorwaarden voor opname in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen of het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
  3° deskundige : persoon die is opgenomen in het nationaal register [1 voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 555/6 tot 555/16]1 van het Gerechtelijk Wetboek, en die door de opdrachtgever persoonlijk wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid;
  4° vertaler of tolk : beëdigd vertaler of tolk die is opgenomen in het nationaal register [1 voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 555/6 tot 555/16 van het Gerechtelijk Wetboek]1, en die door de opdrachtgever wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid;
  5° kostenstaat : document, dat indien mogelijk digitaal door de prestatieverlener opgesteld en gedateerd wordt, met aanduiding van het bedrag verschuldigd voor de uitvoering van zijn opdracht met inbegrip van de hiertoe eventueel gemaakte kosten en verplaatsingsvergoedingen, evenals het tarief dat als grondslag dient voor de kostenstaat en de berekening ervan, de opgave van zijn hoedanigheid, zijn prestatieverlenersgegevens, de identiteit van de opdrachtgever en het notitienummer van de zaak.
  
Art. 2. Pour l'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
  1° requérant : une personne visée à l'article 3, § 1er, alinéa 2, qui confie une mission visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3, à un prestataire de services, faisant générer certains frais de justice;
  2° prestataire de services : personne physique ou morale, y compris l'expert visé au 3° et le traducteur ou l'interprète visé au 4°, réquisitionnée par le requérant afin de livrer une prestation visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3. Est également considérée prestataire de services, la personne qui, eu égard à ses connaissances ou capacités exceptionnelles ou à sa disponibilité immédiate, est réquisitionnée à titre exceptionnel, sans satisfaire aux conditions d'inscription au registre national des experts judiciaires ou au registre national des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés;
  3° expert : personne inscrite au registre national [1 des experts judiciaires et des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé par les articles 555/6 à 555/16]1, réquisitionnée en personne par le requérant afin d'accomplir une mission visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3;
  4° traducteur ou interprète : traducteur ou interprète juré inscrit au registre national [1 des experts judiciaires et des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés visé par les articles 555/6 à 555/16 du Code judiciaire]1, réquisitionné par le requérant pour une mission visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3;
  5° état de frais : document, si possible digital, rédigé et daté par le prestataire de services, indiquant le montant dû pour l'exécution de sa mission, y compris les frais éventuels payés à cette fin, et l'indemnisation de ses déplacements, ainsi que le tarif à la base de l'état de frais et son calcul, la mention de sa qualité, ses données de prestataire de services, l'identité du requérant et le numéro de notice de l'affaire.
  
Art. 3. § 1. Gerechtskosten in strafzaken zijn de kosten die door de Federale Overheidsdienst Justitie hetzij worden betaald, hetzij worden voorgeschoten met het oog op de terugvordering ervan bij een of meer veroordeelden, schuldig verklaarde of burgerrechtelijk aansprakelijke partijen of in het ongelijk gestelde burgerlijke partijen.
  Deze gerechtskosten ontstaan door de aanstelling van prestatieverleners op vraag van een met het onderzoek van een strafdossier belaste magistraat, of een bevoegd lid van een politie- of inspectiedienst, belast met het onderzoek van een strafdossier dat naderhand wordt overgenomen door een magistraat.
  De aanstelling van prestatieverleners beoogt één of meerdere van de volgende doelen :
  1° zoeken naar de waarheid;
  2° inschatten van de elementen van het dossier die de persoonlijke kennis van de opdrachtgever overstijgen wegens onder andere hun technische aard;
  3° onderzoeken en overzichtelijk maken van een complex dossier;
  4° vertalen van het dossier of delen ervan vanuit of naar een taal bruikbaar voor de procedure, of verstaanbaar voor de partij die geniet van rechtsbijstand;
  5° onderzoeken naar de fysieke en/of mentale toestand van de bij de zaak betrokken levende en overleden personen;
  6° elk nuttig specialistisch onderzoek van roerende en onroerende, materiële en immateriële zaken en van documenten;
  7° de analyse of synthese van fiscale, sociale, boekhoudkundige, economische, juridische of wetenschappelijke dossiers;
  8° uitvoeren van nodige of nuttige technische handelingen met het oog op een efficiënte behandeling van het dossier;
  9° verlenen van dringende materiële en humane bijstand aan het slachtoffer, zoals het reinigen van de plaats van het misdrijf of het herstel van de schade veroorzaakt aan de woning van het slachtoffer, om de secundaire victimisering te vermijden;
  10° vergoeden van materiële schade ontstaan bij de uitvoering van wettige politieopdrachten;
  11° herstellen in hun oorspronkelijke toestand van goederen die door het voorbereiden of plegen van een misdrijf werden beschadigd of in waarde verminderd zijn;
  12° mits toelating van de minister bevoegd voor Justitie, verwerven van welbepaalde gespecialiseerde materialen of hulpmiddelen waarover de onderzoekers en de organisaties waartoe ze behoren niet beschikken en die onontbeerlijk zijn voor het welslagen van een bepaald onderzoek.
  De Koning bepaalt de kosten die niet als gerechtskosten mogen worden beschouwd.
  Om de doelen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, te bereiken, mag gebruik worden gemaakt van de beschikbare wetenschappelijke technieken en alle andere middelen waarvan de betrouwbaarheid is aangetoond.
  § 2. Met gerechtskosten in strafzaken gelijkgestelde kosten worden bedoeld, de kosten veroorzaakt door :
  1° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging waarin magistraten van het openbaar ministerie ambtshalve optreden;
  2° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging met toepassing van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten;
  3° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging met toepassing van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
  4° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1 bij elke rechtspleging die gepaard gaat met rechtsbijstand;
  5° daarmee gelijkgestelde uitgaven, in het kader van andere gerechtelijke procedures waarvoor bijzondere wetten voorzien in de gelijkstelling van de erdoor veroorzaakte kosten met gerechtskosten in strafzaken.
  De in het eerste lid, 5°, bedoelde gelijkstelling moet betrekking hebben op kosten waarvan het doel overeenstemt met minstens één van de gevallen opgesomd in paragraaf 1, derde lid, 1° tot 12°.
Art. 3. § 1er. Les frais de justice en matière pénale sont les frais, soit, payés, soit, avancés en vue de leur recouvrement auprès d'une ou plusieurs parties condamnées, déclarées coupables ou civilement responsables, ou des parties civiles ayant succombé, par le Service Public Fédéral Justice.
  Ces frais de justice sont générés lors de la désignation de prestataires de services à la demande d'un magistrat chargé de l'examen d'un dossier pénal, ou d'un membre compétent d'un service de police ou d'un service d'inspection, chargé de l'enquête d'un dossier pénal, repris ultérieurement par un magistrat.
  La désignation de prestataires de services poursuit un ou plusieurs des objectifs suivants :
  1° la recherche de la vérité;
  2° l'estimation des éléments du dossier dépassant les connaissances personnelles du requérant à cause, entre autres, de leur nature technique;
  3° l'examen et la clarification d'un dossier complexe;
  4° la traduction du dossier ou de certaines parties du dossier à partir ou vers une langue utilisable pour la procédure, ou compréhensible pour la partie qui bénéficie de l'assistance judiciaire;
  5° l'examen de l'état physique et/ou mental des personnes vivantes et décédées concernées par l'affaire;
  6° tout examen spécialisé utile de biens mobiliers et immobiliers, matériels et immatériels et de documents;
  7° l'analyse ou synthèse de dossiers fiscaux, sociaux, comptables, économiques, juridiques ou scientifiques;
  8° l'exécution des opérations techniques nécessaires ou utiles en vue d'un traitement efficace du dossier;
  9° l'octroi de l'assistance matérielle et humaine urgente à la victime, tel que le nettoyage du lieu de l'infraction ou la réparation des dommages causés à l'habitation de la victime, pour éviter la victimisation secondaire;
  10° indemniser des dégâts matériels causés par l'exécution de missions policières légitimes;
  11° remettre dans leur état d'origine des biens qui ont été endommagés ou dont la valeur a été diminuée par la préparation ou la commission d'un délit;
  12° moyennant l'autorisation du ministre qui a la Justice dans ses attributions, acquérir des matériaux ou des moyens spécialisés et déterminés dont les chercheurs et les organisations auxquelles ils appartiennent ne disposent pas et qui sont indispensables pour la réussite d'une enquête spécifique.
  Le Roi détermine les frais qui ne peuvent pas être considérés comme des frais de justice.
  Afin d'atteindre les objectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 3, il peut être fait usage des techniques scientifiques disponibles et de tout autre moyen dont la fiabilité a été démontrée.
  § 2. Les frais assimilés aux frais de justice en matière pénale, sont les frais engendrés par :
  1° les réquisitions comme visées au paragraphe 1er, dans le cadre de toute procédure dans laquelle des magistrats du ministère public agissent d'office;
  2° les réquisitions comme visées au paragraphe 1er, dans le cadre de toute procédure en application de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine;
  3° les réquisitions comme visées au paragraphe 1er dans le cadre de toute procédure en application de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement;
  4° les réquisitions comme visées au paragraphe 1er pour toute procédure assortie de l'assistance judiciaire;
  5° les dépenses assimilées, dans le cadre d'autres procédures judiciaires pour lesquelles des lois spéciales prévoient l'assimilation des frais engendrés par elles à des frais de justice en matière pénale.
  L'assimilation visée à l'alinéa 1er, 5°, peut uniquement s'étendre à des frais dont l'objectif correspond à au moins un des cas énumérés au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° à 12°.
HOOFDSTUK 3. - Organisatie van de diensten bevoegd voor het beheer van de gerechtskosten
CHAPITRE 3. - Organisation des services compétents pour la gestion des frais de justice
Art. 4. [1 § 1. Binnen de Federale Overheidsdienst Justitie worden een dienst gerechtskosten en een vereffeningsbureau opgericht.
   De dienst gerechtskosten maakt deel uit van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie. Voornoemde dienst bestaat uit een centraal bureau gerechtskosten en een taxatiebureau.
   § 2. Het centraal bureau gerechtskosten heeft als opdracht:
   1° de uitwerking, de opvolging en de evaluatie van de regelgeving inzake gerechtskosten in strafzaken en de gelijkgestelde kosten, met inbegrip van de onderhandelingen over tariefbesluiten voor specifieke beroepsgroepen;
   2° het verstrekken van de informatie die noodzakelijk is voor een uniforme toepassing van de regelgeving inzake de taxatie van de gerechtskosten in strafzaken en de gelijkgestelde kosten;
   3° de betaling van de gerechtskosten die voortkomen uit de opdrachten uitgevoerd door de telecomoperatoren in het kader van het afluisteren van communicatie;
   4° het verstrekken aan de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie van een advies inzake beroepen;
   5° eventuele andere door de Koning toegewezen taken.
   § 3. Het taxatiebureau heeft als opdracht:
   1° de behandeling van alle kostenstaten opgesteld naar aanleiding van opdrachten gegeven door een magistraat of een bevoegd lid van een politie- of inspectiedienst bedoeld in artikel 3, § 1;
   2° eventuele andere door de Koning toegewezen taken.
   Het model van de in het eerste lid, 1°, bedoelde kostenstaten wordt, in voorkomend geval volgens het type prestatieverlener, bepaald door de minister bevoegd voor Justitie.
   § 4. Het vereffeningsbureau valt onder de verantwoordelijkheid van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole bij de Federale Overheidsdienst Justitie en staat onder de leiding van een of meer financieel deskundigen.
   Het vereffeningsbureau controleert of de informatie die noodzakelijk is voor de vereffening werd overgezonden en gelast de betaling van de kostenstaten.]1

  
Art. 4. [1 § 1er. Au sein du Service Public Fédéral Justice, il est créé un service des frais de justice et un bureau de liquidation.
   Le service des frais de justice fait partie de la direction générale de l'Organisation judiciaire du Service public fédéral Justice. Il est composé d'un bureau central des frais de justice et d'un bureau de taxation.
   § 2. Le bureau central des frais de justice s'occupe:
   1° de l'élaboration, du suivi et de l'évaluation de la réglementation en matière de frais de justice en matière pénale et des frais assimilés, y compris la négociation des arrêtés tarifaires pour des groupes professionnels spécifiques;
   2° de fournir les informations nécessaires à une mise en application uniforme de la réglementation relative à la taxation des frais de justice en matière pénale et des frais assimilés;
   3° du paiement des frais de justice générés par les prestations livrées par les opérateurs télécoms dans le cadre des écoutes de communication;
   4° de rendre au directeur général de la direction générale de l'Organisation judiciaire du Service public fédéral Justice un avis en matière de recours;
   5° d'éventuelles autres tâches attribuées par le Roi.
   § 3. Le bureau de taxation a pour missions:
   1° de traiter tous les états de frais établis à l'occasion de missions confiées par un magistrat ou un membre compétent d'un service de police ou d'un service d'inspection visé à l'article 3, § 1er;
   2° d'assurer d'éventuelles autres tâches attribuées par le Roi.
   Le modèle des états de frais visé à l'alinéa 1er, 1°, est déterminé, le cas échéant, selon le type de prestataire de services, par le ministre qui a la Justice dans ses attributions.
   § 4. Le bureau de liquidation est sous la responsabilité du Service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion du Service Public Fédéral Justice et sous la direction d'un ou plusieurs experts financiers.
   Le bureau de liquidation vérifie si les informations nécessaires à la liquidation ont été transmises et ordonne le paiement des états de frais.]1

  
HOOFDSTUK 4. - De procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten
CHAPITRE 4. - La procédure d'attribution, de vérification et de paiement des frais de justice
Art. 5. De opdrachtgever die een beroep wil doen op een prestatieverlener, stelt een vordering op en bezorgt ze hem digitaal, als dit technisch mogelijk is voor hem. Daarin omschrijft hij op nauwkeurige wijze zijn opdracht, legt de draagwijdte ervan vast en bepaalt de termijn waarbinnen de opdracht moet worden voltooid. Hij doet dit op de wijze bepaald door de Koning.
  Bij vertraging in de uitvoering van de opdracht, bij slechte uitvoering of bij facturering boven het tarief, zoals bepaald in de tariefbesluiten, welke de aard van de opdracht ook moge zijn, kan de opdrachtgever een gemotiveerd voorstel doen aan het taxatiebureau om de kostenstaat te verminderen.
Art. 5. Le requérant qui veut faire appel à un prestataire de services rédige une réquisition et la lui fait parvenir, si c'est techniquement possible pour lui, par la voie digitale. Il y précise sa mission, en détermine la portée et fixe le délai dans lequel elle doit être achevée. Il le fait de la manière déterminée par le Roi.
  En cas de retard dans l'exécution de la prestation, de sa mauvaise exécution ou de facturation excédant le tarif, prévu dans les arrêtés tarifaires, quelle que soit la nature de la mission, le requérant peut faire une proposition motivée au bureau de taxation de réduire l'état de frais.
Art. 6. § 1. De prestatieverlener stelt voor elke gevorderde prestatie een kostenstaat op. De tolk stelt een maandelijkse kostenstaat op die alle prestaties inzake strafzaken van die maand omvat. Die kostenstaten worden ingediend bij het bevoegde taxatiebureau.
  Het taxatiebureau kan, na verificatie of in het geval van artikel 5, tweede lid, de kostenstaat weigeren of verminderen bij een gemotiveerde beslissing.
  § 2. In de gevallen voorzien in paragraaf 1, tweede lid, wordt de prestatieverlener van de beslissing in kennis gesteld, indien mogelijk digitaal. Indien de prestatieverlener de verbetering van de kostenstaat aanvaardt, wordt de verbeterde kostenstaat overgemaakt aan het vereffeningsbureau.
  § 3. Als de prestatieverlener niet akkoord gaat met de weigering of de verbetering van zijn kostenstaat, of met een andere beslissing van het taxatiebureau in zoverre het gaat om het toegepaste tarief, de berekening van de vergoeding en haar eventuele supplementen, kan hij binnen dertig dagen tegen deze beslissing in beroep gaan met een gemotiveerd verzoekschrift gericht aan de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn gedelegeerde. Die neemt een gemotiveerde beslissing binnen twee maanden na ontvangst van het verzoekschrift, na de prestatieverlener te hebben gehoord. Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing van het taxatiebureau. Het gedeelte van het betrokken bedrag van de vergoeding dat niet wordt betwist, wordt evenwel betaald. Het beroep wordt onmiddellijk afgewezen als er sprake is van het herhaald betwisten van beslissingen met de vaststelling dat er in verband met dezelfde kostenstaat al een uitspraak is geweest. Beslissingen van de directeur-generaal of zijn gedelegeerde zijn alleen vatbaar voor het gewone bestuursrechtelijk vernietigingsberoep bij de Raad van State. Dit geldt eveneens voor beslissingen van het taxatiebureau, die worden betwist omwille van andere redenen dan het toegepaste tarief, de berekening van de vergoeding en haar eventuele supplementen.
  § 4. De Koning regelt deze procedure, de kennisgeving van de beslissingen en hun gevolgen.
Art. 6. § 1er. Le prestataire de services établit pour chaque prestation requise un état de frais. L'interprète établit un état de frais mensuel contenant toutes les prestations en matière pénale de ce mois. Ces états de frais sont introduits auprès du bureau de taxation compétent.
  Le bureau de taxation peut, après vérification ou dans le cas de l'article 5, alinéa 2, refuser l'état de frais ou le réduire par une décision motivée.
  § 2. Dans les cas prévus au paragraphe 1er, alinéa 2 le prestataire de services en est mis au courant, si possible par la voie digitale. Si le prestataire de services accepte la correction de l'état de frais, celui-ci est transmis au bureau de liquidation.
  § 3. Si le prestataire de services n'est pas d'accord avec le refus ou la correction de son état de frais par, ou avec une autre décision du bureau de taxation, pour autant que celle-ci se rapporte au tarif appliqué, le calcul de l'indemnité et les suppléments éventuels, il peut, dans les trente jours, introduire un recours par une requête motivée auprès du directeur général de la Direction générale de l'Organisation judiciaire du Service Public Fédéral Justice ou son délégué. Celui-ci prend une décision motivée dans les deux mois après la réception de la requête, après avoir entendu le prestataire de services. Le recours suspend l'exécution de la décision du bureau de taxation. Toutefois, la partie non contestée du montant de l'indemnité sera payée. Le recours est rejeté immédiatement s'il est question de contestation réitérée de décisions en constatant qu'en rapport avec le même état de frais, il y a déjà eu une décision. Les décisions du directeur général ou de son délégué ne sont susceptibles que du recours administratif ordinaire en annulation au Conseil d'Etat. Cela vaut également pour les décisions du bureau de taxation qui sont contestées pour d'autres raisons que le tarif appliqué, le calcul de l'indemnité et les suppléments éventuels.
  § 4. Le Roi règle cette procédure, la notification des décisions et leurs conséquences.
Art. 7. De Koning regelt de procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten. Hij voorziet in een algemeen toepasselijke, digitale procedure, een noodprocedure die mag worden gevolgd in geval de digitale procedure onbeschikbaar of onuitvoerbaar is, een bijzondere procedure voor de telecomoperatoren, en een uitzondering voor de maandelijkse kostenstaten van de tolken, die kan worden uitgebreid naar andere beroepen.
  De gemaakte gerechtskosten worden teruggevorderd van de in de strafzaak veroordeelde, schuldig verklaarde of burgerrechtelijk aansprakelijke betrokken partijen of in het ongelijk gestelde burgerlijke partijen, door tussenkomst van de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. De terugvordering is eveneens mogelijk in geval van een niet-ontvankelijke vordering.
Art. 7. Le Roi règle la procédure d'attribution, de vérification et de paiement des frais de justice. Il prévoit une procédure digitale d'application générale, une procédure exceptionnelle qui peut être suivie si la procédure digitale est indisponible ou inapplicable, une procédure spéciale pour les opérateurs télécom, et une exception pour les états de frais mensuels des interprètes, pouvant être élargie à d'autres professions.
  Les frais de justice liquidés sont recouvrés auprès des parties condamnées, déclarées coupables ou civilement responsables, ou des parties civiles ayant succombé dans l'affaire pénale concernée, à l'intervention des services compétents du Service Public Fédéral Finances. Le recouvrement est également possible en cas d'une demande irrecevable.
Art. 8. De registratie en behandeling van de kostenstaten, de verificaties, de betalingen, de archivering en alle andere handelingen waaruit gerechtskosten voortkomen, de vergoeding ervan en het verwerken van de gegevens ter zake voor statistische en beleidsmatige doeleinden verlopen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat en haar uitvoeringsbesluiten.
Art. 8. L'enregistrement et le traitement des états de frais, les vérifications, les paiements, l'archivage et toutes les autres actions créant des frais de justice, leur rémunération et le traitement des données en la matière à des fins statistiques et politiques se déroulent conformément aux dispositions applicables de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral et de ses arrêtés d'exécution.
Art. 9. De tarieven van de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en van de verplaatsingsvergoeding worden geïndexeerd volgens de nadere regels bepaald door de Koning.
Art. 9. Les tarifs des frais de justice en matière pénale et des frais assimilés et de l'indemnité de déplacement sont indexés, selon les modalités déterminées par le Roi.
Art. 11. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijsten van de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en hun tarifering, tariefbesluiten genaamd.
  De besluiten die genomen worden met toepassing van het eerste lid worden bij wet bekrachtigd binnen vierentwintig maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Bij gebrek aan bekrachtiging binnen deze termijn, houden deze besluiten op uitwerking te hebben.
  De minister bevoegd voor Justitie maakt na elke indexatie van de tarieven overzichtslijsten daarvan, schalen genaamd, bekend in het Belgisch Staatsblad.
Art. 11. Le Roi établit, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, des listes des frais de justice en matière pénale et aux frais assimilés et leur tarification, dénommées arrêtés tarifaires.
  Les arrêtés pris en application de l'alinéa 1er sont confirmés par la loi dans les vingt-quatre mois qui suivent la date de leur publication au Moniteur belge. A défaut de confirmation dans ce délai, ils cessent de produire leurs effets.
  Le ministre qui a la Justice dans ses attributions publie, après chaque indexation des tarifs, des tableaux, dénommés échelles, au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Art. 12. Artikel 21bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012 en vervangen bij de wet van 18 maart 2018, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De uitgiften en de afschriften van de onderzoeks- en procedurestukken van de opgeheven militaire gerechten en parketten met betrekking tot dossiers waarin definitief werd gevonnist of waarover door de krijgsauditeur of de auditeur-generaal per 31 december 2003 hebben beslist, kunnen slechts afgeleverd worden met uitdrukkelijke toelating van de magistraat of één van de magistraten van het openbaar ministerie die daartoe uitdrukkelijk een opdracht kregen van het College van procureurs-generaal.
  De griffie van het hof van beroep te Brussel is belast met de aflevering van de uitgiften en de afschriften bedoeld in het vierde lid.
  De kosten van alle uitgiften en afschriften komen ten laste van de personen die ze aanvragen, behoudens bij toepassing van de artikelen 28quinquies, § 2, en 57, § 2."
Art. 12. L'article 21bis, § 1er, du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 27 décembre 2012 et remplacé par la loi du 18 mars 2018, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "Les expéditions et copies des actes d'instruction et de procédure des juridictions et des parquets militaires supprimés concernant des dossiers définitivement jugés ou sur lesquels il a été statué par l'auditeur militaire ou l'auditeur général au 31 décembre 2003, ne peuvent être délivrées que sur autorisation expresse du ou de l'un des magistrats du ministère public délégués à cette fin par le Collège des Procureurs généraux.
  Le greffe de la cour d'appel de Bruxelles est chargé de la délivrance des expéditions et copies visées à l'alinéa 4.
  Les frais de toutes les expéditions et copies sont à la charge des requérants, sous réserve de l'application des articles 28quinquies, § 2, et 57, § 2."
Art. 13. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 196/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 196/1. De griffier overhandigt aan het openbaar ministerie een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een veroordeling tot een vrijheidsstraf inhoudt.
  Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen tot een vrijheidsstraf heeft veroordeeld en die voor sommigen onder hen definitief is geworden, wordt voor de betrokken personen een uittreksel aan het openbaar ministerie bezorgd.
  Wanneer verscheidene personen, die door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, hun straf in verschillende strafinrichtingen moeten ondergaan, kan het openbaar ministerie zich voor elke inrichting een uittreksel doen afleveren.
  Binnen drie dagen stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een pecuniaire veroordeling inhoudt, als bedoeld in het achtste lid.
  Daarenboven stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, een kopie van elk veroordelend vonnis dat de bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 197bis inhoudt, evenals een kopie van het uittreksel ervan, aan het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
  Binnen dezelfde termijn stuurt de griffier aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, verantwoordelijk voor de werking van de gegevensbank penale boeten, verbeurdverklaringen en gerechtskosten in strafzaken, langs elektronische weg of bij gewone brief, de elementen die vervat zijn in elk uittreksel, en die noodzakelijk zijn voor de verwerking van de gegevens betreffende de pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid.
  Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen veroordeeld heeft tot pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid, en die veroordelingen voor de enen definitief zijn geworden zonder het voor de anderen te zijn, wordt met betrekking tot het definitief geworden gedeelte van het vonnis of arrest gehandeld zoals bepaald in het vierde tot het zesde lid.
  Onder een pecuniaire veroordeling wordt elke veroordeling verstaan tot een geldboete, tot een verbeurdverklaring van een geldsom die een terugvorderbare schuldvordering inhoudt op het vermogen van de veroordeelde, tot de gerechtskosten of een bijdrage."
Art. 13. Dans le même Code, il est inséré un article 196/1, rédigé comme suit :
  "Art. 196/1. Le greffier remet au ministère public un extrait de tout jugement ou arrêt passé en force de chose jugée et portant condamnation à une peine privative de liberté.
  Lorsqu'un même jugement ou arrêt a condamné plusieurs personnes à une peine privative de liberté et que celle-ci est devenue définitive pour certaines d'entre elles, un extrait de la décision sera délivré au ministère public en ce qui concerne les personnes concernées.
  Lorsque plusieurs personnes condamnées par un même jugement ou arrêt doivent subir leur peine dans des établissements pénitentiaires différents, le ministère public peut se faire délivrer un extrait pour chaque établissement.
  Endéans les trois jours, le greffier communique à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, par voie électronique ou par lettre simple, un extrait de tout jugement ou arrêt passé en force de chose jugée et portant une condamnation pécuniaire visée à l'alinéa 8.
  En outre, le greffier communique à l'Organe Central pour la Saisie et la Confiscation, par voie électronique ou par lettre simple, une copie de tout jugement de condamnation emportant la confiscation spéciale prévue à l'article 197bis, ainsi qu'une copie de l'extrait de ce jugement.
  Dans le même délai, le greffier communique, par voie électronique ou par lettre simple, à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, responsable de la banque de données amendes pénales, confiscations et frais de justice en matière répressive, les éléments qui sont contenus dans tout extrait et qui sont nécessaires pour le traitement des données relatives aux condamnations pécuniaires visées à l'alinéa 8.
  Lorsqu'un même jugement ou arrêt a condamné plusieurs personnes à des condamnations pécuniaires visées à l'alinéa 8, et que ces condamnations sont devenues définitives pour les uns, sans l'être pour les autres, il est procédé conformément aux alinéas 4 à 6 concernant la partie devenue définitive du jugement ou de l'arrêt.
  Par condamnation pécuniaire, on entend toute condamnation à une amende, à une confiscation d'une somme d'argent qui comporte la création d'une créance recouvrable sur le patrimoine du condamné, à des frais de justice ou à une contribution."
Art. 14. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 196/2 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 196/2. In uitvoerbare vorm worden alleen de arresten, vonnissen en beschikkingen verzonden die de partijen, het openbaar ministerie of de bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen in die vorm aanvragen."
Art. 14. Dans le même Code, il est inséré un article 196/2, rédigé comme suit :
  "Art. 196/2. Ne sont expédiés dans la forme exécutoire que les arrêts, jugements et ordonnances de justice que les parties, le ministère public ou le receveur compétent de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, demandent dans cette forme."
Art. 15. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 648 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 648. In alle gevallen waarin processtukken worden verzonden, voegt de griffier daarbij een inventaris van deze processtukken."
Art. 15. Dans le même Code, il est inséré un article 648 rédigé comme suit :
  "Art. 648. Dans tous les cas où il y aura envoi de pièces d'une procédure, le greffier y joint un inventaire de ces pièces."
Art. 16. In artikel 990 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin : "In strafzaken en de daarmee gelijkgestelde zaken, wordt dit verzoek gericht aan het arrondissementeel taxatiebureau."
Art. 16. Dans l'article 990 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 15 mai 2007, l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante : "En affaires pénales et les affaires qui y sont assimilées, cette requête est adressée au bureau de taxation de l'arrondissement."
HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 6. - Disposition abrogatoire
Art. 17. In de Programmawet (II) van 27 december 2006 worden de artikelen 2, 3, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, en de artikelen 4, 5 en 6, gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 25 december 2017, opgeheven.
Art. 17. Dans la Loi-programme (II) du 27 décembre 2006, les articles 2, 3, modifiés par la loi du 8 juin 2008, et les articles 4, 5 et 6, modifiés par les lois des 8 juin 2008 et 25 décembre 2017, sont abrogés.
HOOFDSTUK 6./1 [1 - Overgangsbepaling]1
CHAPITRE 6/1. [1 - Disposition transitoire]1
Art.17/1.[2 § 1.]2 [1 De beroepen die bij de Commissie voor de Gerechtskosten zijn ingesteld tegen de beslissingen van de taxerende magistraat en de minister van Justitie inzake het bedrag van de gerechtskosten, en waarin nog geen uitspraak is gedaan bij de inwerkingtreding van deze wet, worden aanhangig gemaakt bij de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie, die uiterlijk op 31 december 2020 een met redenen omklede beslissing neemt overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 6, § 3.]1
  [2 § 2. De leden van het gerechtspersoneel, daaronder begrepen zij die de graad van griffier of griffier-hoofd van dienst hebben, die tewerkgesteld zijn in een taxatiebureau verbonden aan een rechtbank van eerste aanleg, worden na de opheffing van die taxatiebureaus, met hun instemming, automatisch geïntegreerd in de dienst gerechtskosten bedoeld in artikel 4.
   De Koning kan ter zake andere nadere regels bepalen.]2

  
Art.17/1.[2 § 1er.]2 [1 Les recours formés auprès de la Commission des frais de justice contre les décisions du magistrat taxateur et du ministre de la Justice en ce qui concerne le montant des frais de justice, et qui n'ont encore fait l'objet d'aucun jugement à l'entrée en vigueur de la présente loi, sont soumis au directeur général de la direction générale de l'Organisation judiciaire, qui prend une décision motivée conformément à la procédure prévue à l'article 6, § 3, au plus tard le 31 décembre 2020.]1
  [2 § 2. Les membres du personnel judiciaire, y compris ceux qui ont le grade de greffier ou greffier chef de service, qui sont employés dans un bureau de taxation attaché à un tribunal de première instance, sont après la suppression de ces bureaux de taxation automatiquement intégrés, avec leur consentement, dans le service des frais de justice visé à l'article 4.
   Le Roi peut à cet égard déterminer d'autres modalités.]2

  
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur
Art. 18. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2020.
  De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
Art. 18. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2020.
  Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à la date mentionnée à l'alinéa 1er.