Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 MAART 2019. - Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van titel X van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
Titre
29 MARS 2019. - Décret modifiant diverses dispositions du titre X du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 2. In artikel 10.3.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° instrumenten ontwikkelen en maatregelen uitwerken om te komen tot een asbestafbouwbeleid, onder meer door proefprojecten op te starten, beleidsstudies uit te voeren, inventarisaties van asbesthoudende materialen uit te voeren en vrijwillig over te gaan tot de verwijdering van asbesthoudende materialen.";
2° in paragraaf 2, 1°, a), worden de woorden "afvalstoffen en materiaalkringlopen" vervangen door de zinsnede "afvalstoffen, materialen en materiaalkringlopen";
3° in paragraaf 2, 9°, worden tussen het woord "subsidieaanvragen" en de zinsnede ", vermeld" de woorden "en de toekenning van de subsidies" ingevoegd;
4° aan paragraaf 2 worden een punt 14° tot en met 19° toegevoegd, die luiden als volgt:
"14° de asbestinventarisattesten, vermeld in artikel 33/11 van het Materialendecreet, af te leveren;
15° de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10 van het Materialendecreet, te beheren;
16° asbesthoudende materialen te ontmantelen, in te zamelen, te transporteren of te verwerken, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
17° een asbestinventaris op te maken conform artikel 33/12 van het Materialendecreet, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
18° aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen en op te heffen;
19° de retributies, vermeld in artikel 66, § 1, van het Materialendecreet, te innen.".
1° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° instrumenten ontwikkelen en maatregelen uitwerken om te komen tot een asbestafbouwbeleid, onder meer door proefprojecten op te starten, beleidsstudies uit te voeren, inventarisaties van asbesthoudende materialen uit te voeren en vrijwillig over te gaan tot de verwijdering van asbesthoudende materialen.";
2° in paragraaf 2, 1°, a), worden de woorden "afvalstoffen en materiaalkringlopen" vervangen door de zinsnede "afvalstoffen, materialen en materiaalkringlopen";
3° in paragraaf 2, 9°, worden tussen het woord "subsidieaanvragen" en de zinsnede ", vermeld" de woorden "en de toekenning van de subsidies" ingevoegd;
4° aan paragraaf 2 worden een punt 14° tot en met 19° toegevoegd, die luiden als volgt:
"14° de asbestinventarisattesten, vermeld in artikel 33/11 van het Materialendecreet, af te leveren;
15° de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10 van het Materialendecreet, te beheren;
16° asbesthoudende materialen te ontmantelen, in te zamelen, te transporteren of te verwerken, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
17° een asbestinventaris op te maken conform artikel 33/12 van het Materialendecreet, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
18° aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen en op te heffen;
19° de retributies, vermeld in artikel 66, § 1, van het Materialendecreet, te innen.".
Art. 2. A l'article 10.3.3 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par le décret du 23 décembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
" 7° le développement d'outils et de mesures permettant d'aboutir à une politique de désamiantage, notamment par le biais de projets pilotes, d'analyses politiques, d'inventaires de matériaux contenant de l'amiante, jusqu'à une transition volontaire vers l'enlèvement des matériaux contenant de l'amiante. " ;
2° dans le paragraphe 2, 1°, a), les mots " les déchets et les cycles de matériaux " sont remplacés par le membre de phrase " les déchets, les matériaux et les cycles de matériaux " ;
3° dans le paragraphe 2, 9°, les mots " et l'octroi des subventions " sont insérés entre les mots " demandes de subvention " et le membre de phrase " , visé " ;
4° le paragraphe 2 est complété par les points 14° à 19°, rédigés comme suit :
" 14° la remise des certificats d'inventaires d'amiante, visée à l'article 33/11 du Décret sur les matériaux ;
15° la gestion de la base de données des certificats d'inventaires d'amiante visée à l'article 33/10 du Décret sur les matériaux ;
16° le démantèlement, la collecte, le transport ou le traitement des matériaux contenant de l'amiante, ainsi que son allègement, son préfinancement ou financement, visés à l'article 33/8 du Décret sur les matériaux ;
17° la création d'un inventaire d'amiante conformément à l'article 33/12 du Décret sur les matériaux, et son allègement, son préfinancement ou financement, visés à l'article 33/8 du Décret sur les matériaux ;
18° le traitement des demandes et l'octroi, la suspension et le retrait de l'agrément visé à l'article 33/16 du Décret sur les matériaux ;
19° la perception des rétributions visées à l'article 66, § 1er, du Décret sur les matériaux. ".
1° le paragraphe 1er est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
" 7° le développement d'outils et de mesures permettant d'aboutir à une politique de désamiantage, notamment par le biais de projets pilotes, d'analyses politiques, d'inventaires de matériaux contenant de l'amiante, jusqu'à une transition volontaire vers l'enlèvement des matériaux contenant de l'amiante. " ;
2° dans le paragraphe 2, 1°, a), les mots " les déchets et les cycles de matériaux " sont remplacés par le membre de phrase " les déchets, les matériaux et les cycles de matériaux " ;
3° dans le paragraphe 2, 9°, les mots " et l'octroi des subventions " sont insérés entre les mots " demandes de subvention " et le membre de phrase " , visé " ;
4° le paragraphe 2 est complété par les points 14° à 19°, rédigés comme suit :
" 14° la remise des certificats d'inventaires d'amiante, visée à l'article 33/11 du Décret sur les matériaux ;
15° la gestion de la base de données des certificats d'inventaires d'amiante visée à l'article 33/10 du Décret sur les matériaux ;
16° le démantèlement, la collecte, le transport ou le traitement des matériaux contenant de l'amiante, ainsi que son allègement, son préfinancement ou financement, visés à l'article 33/8 du Décret sur les matériaux ;
17° la création d'un inventaire d'amiante conformément à l'article 33/12 du Décret sur les matériaux, et son allègement, son préfinancement ou financement, visés à l'article 33/8 du Décret sur les matériaux ;
18° le traitement des demandes et l'octroi, la suspension et le retrait de l'agrément visé à l'article 33/16 du Décret sur les matériaux ;
19° la perception des rétributions visées à l'article 66, § 1er, du Décret sur les matériaux. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Art. 3. In artikel 3 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"5° /1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten;";
2° er wordt een paragaaf 2 toegevoegd, waarbij de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, die luidt als volgt:
" § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet;
2° constructie met risicobouwjaar: de constructie met inbegrip van al wat onroerend is geworden door bestemming of incorporatie, met bouwjaar 2000 of ouder, met uitsluiting van de openbare ondergrondse infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie. Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding met uitzondering van steenslag, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds;
3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen;
4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar;
5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm;
6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn;
7° openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar: een voor mensen toegankelijke constructie met risicobouwjaar die van openbaar nut is met hoofdzakelijk technische functie vervat onder kunstwerken en lijninfrastructuur en hun aanhorigheden;
8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht;
9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen;
10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd.".
1° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"5° /1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten;";
2° er wordt een paragaaf 2 toegevoegd, waarbij de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, die luidt als volgt:
" § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet;
2° constructie met risicobouwjaar: de constructie met inbegrip van al wat onroerend is geworden door bestemming of incorporatie, met bouwjaar 2000 of ouder, met uitsluiting van de openbare ondergrondse infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie. Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding met uitzondering van steenslag, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds;
3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen;
4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar;
5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm;
6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn;
7° openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar: een voor mensen toegankelijke constructie met risicobouwjaar die van openbaar nut is met hoofdzakelijk technische functie vervat onder kunstwerken en lijninfrastructuur en hun aanhorigheden;
8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht;
9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen;
10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd.".
Art. 3. A l'article 3 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 5° /1, rédigé comme suit :
" 5° /1 matériaux contenant de l'amiante: les matériaux qui, sur la base de connaissances préalables et d'une observation à l'oeil nu, ou sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse valides, contiennent de l'amiante ; " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, dont le texte actuel formera le § 1er, rédigé comme suit :
" § 2. " Pour l'application de la section 6 du chapitre 3, on entend par :
1° amiante : les silicates fibreux suivants: amosite, actinolite, anthophyllite, chrysotile, crocidolite et trémolite ;
2° ° construction d'année à risque: la construction, y compris tout ce qui est devenu immeuble par destination ou par incorporation, construite jusqu'en l'an 2000 inclus, à l'exclusion des infrastructures souterraines publiques destinées au transit, au transport, à la transmission ou à la distribution de matériaux solides, liquides ou gazeux, d'énergie ou d'informations. Une construction est un bâtiment, un ouvrage, un établissement fixe, un revêtement à l'exception de gravillons, constitué ou non de matériaux durables, construit dans le sol, fixé au sol ou reposant sur le sol par souci de stabilité, et destiné à rester en place, même s'il est susceptible d'être démantelé ou déplacé, ou situé entièrement sous terre ;
3° matériaux contenant de l'amiante et facilement accessibles : les matériaux contenant de l'amiante susceptibles d'être observés et enlevés sans que cela n'affecte l'intégrité architecturale d'une construction ou les caractéristiques patrimoniales d'un patrimoine immobilier protégé dans les cycles normaux de gestion et de maintenance, ou dans un arrêt semblable dans le cas d'installations industrielles. Les matériaux contenant de l'amiante recouverts par une autre substance, à l'exception d'une couche de peinture, d'enduit, de papier peint, de plastique ou de textile, ne sont pas considérés comme facilement accessibles, à moins que le matériau de recouvrement ne puisse être enlevé sans être endommagé ;
4° propriétaire : le plein propriétaire ou le nu-propriétaire. Lorsque le droit de propriété est en indivision, chacun des titulaires indivis de ce droit est solidairement et indivisiblement considéré comme propriétaire ;
5° matériaux contenant de l'amiante non friable : amiante-ciment, carrelages et revêtements de sol contenant de l'amiante, bitume et produits de toiture contenant de l'amiante, joints et colmatages contenant de l'amiante et dont le liant est constitué de ciment, bitume, plastique ou colle ;
6° matériaux contenant de l'amiante friable : tous les matériaux contenant de l'amiante qui sont friables ;
7° construction publique technique accessible d'année à risque : une construction d'année à risque accessible aux personnes et d'utilité publique, avec une fonction essentiellement technique, contenue dans des ouvrages et des infrastructures de transport et leur dépendances ;
8° transfert : le transfert entre vifs d'un droit de propriété, l'établissement ou le transfert entre vifs d'un droit d'usufruit, d'un bail emphytéotique, d'un droit de superficie ou d'un droit réel d'utilisation. Une expropriation et un héritage ne sont pas considérés comme un transfert ;
9° construction accessible d'année à risque : toute construction d'année à risque dans laquelle il est possible d'entrer. Il est possible d'entrer dans une construction à partir du moment où celle-ci est constituée d'au moins un toit porté par des éléments de construction, et/ou une personne peut normalement se tenir ou marcher à l'intérieur ;
10° construction publique d'année à risque : toute construction d'année à risque abritant un organisme public qui offre des services publics à un grand nombre de personnes. Un organisme public est une autorité, une parastatale, ou un organisme qui offre des services publics qui sont fournis, sous-traités ou subventionnés par une autorité. ".
1° il est inséré un point 5° /1, rédigé comme suit :
" 5° /1 matériaux contenant de l'amiante: les matériaux qui, sur la base de connaissances préalables et d'une observation à l'oeil nu, ou sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse valides, contiennent de l'amiante ; " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, dont le texte actuel formera le § 1er, rédigé comme suit :
" § 2. " Pour l'application de la section 6 du chapitre 3, on entend par :
1° amiante : les silicates fibreux suivants: amosite, actinolite, anthophyllite, chrysotile, crocidolite et trémolite ;
2° ° construction d'année à risque: la construction, y compris tout ce qui est devenu immeuble par destination ou par incorporation, construite jusqu'en l'an 2000 inclus, à l'exclusion des infrastructures souterraines publiques destinées au transit, au transport, à la transmission ou à la distribution de matériaux solides, liquides ou gazeux, d'énergie ou d'informations. Une construction est un bâtiment, un ouvrage, un établissement fixe, un revêtement à l'exception de gravillons, constitué ou non de matériaux durables, construit dans le sol, fixé au sol ou reposant sur le sol par souci de stabilité, et destiné à rester en place, même s'il est susceptible d'être démantelé ou déplacé, ou situé entièrement sous terre ;
3° matériaux contenant de l'amiante et facilement accessibles : les matériaux contenant de l'amiante susceptibles d'être observés et enlevés sans que cela n'affecte l'intégrité architecturale d'une construction ou les caractéristiques patrimoniales d'un patrimoine immobilier protégé dans les cycles normaux de gestion et de maintenance, ou dans un arrêt semblable dans le cas d'installations industrielles. Les matériaux contenant de l'amiante recouverts par une autre substance, à l'exception d'une couche de peinture, d'enduit, de papier peint, de plastique ou de textile, ne sont pas considérés comme facilement accessibles, à moins que le matériau de recouvrement ne puisse être enlevé sans être endommagé ;
4° propriétaire : le plein propriétaire ou le nu-propriétaire. Lorsque le droit de propriété est en indivision, chacun des titulaires indivis de ce droit est solidairement et indivisiblement considéré comme propriétaire ;
5° matériaux contenant de l'amiante non friable : amiante-ciment, carrelages et revêtements de sol contenant de l'amiante, bitume et produits de toiture contenant de l'amiante, joints et colmatages contenant de l'amiante et dont le liant est constitué de ciment, bitume, plastique ou colle ;
6° matériaux contenant de l'amiante friable : tous les matériaux contenant de l'amiante qui sont friables ;
7° construction publique technique accessible d'année à risque : une construction d'année à risque accessible aux personnes et d'utilité publique, avec une fonction essentiellement technique, contenue dans des ouvrages et des infrastructures de transport et leur dépendances ;
8° transfert : le transfert entre vifs d'un droit de propriété, l'établissement ou le transfert entre vifs d'un droit d'usufruit, d'un bail emphytéotique, d'un droit de superficie ou d'un droit réel d'utilisation. Une expropriation et un héritage ne sont pas considérés comme un transfert ;
9° construction accessible d'année à risque : toute construction d'année à risque dans laquelle il est possible d'entrer. Il est possible d'entrer dans une construction à partir du moment où celle-ci est constituée d'au moins un toit porté par des éléments de construction, et/ou une personne peut normalement se tenir ou marcher à l'intérieur ;
10° construction publique d'année à risque : toute construction d'année à risque abritant un organisme public qui offre des services publics à un grand nombre de personnes. Un organisme public est une autorité, une parastatale, ou un organisme qui offre des services publics qui sont fournis, sous-traités ou subventionnés par une autorité. ".
Art. 4. Aan artikel 12 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die asbesthoudende materialen beheert, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om het gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald het risico voor water, lucht en bodem te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Asbestverdacht materiaal wordt als asbesthoudend materiaal beschouwd tenzij op basis van een geldige monstername en analyse de afwezigheid van asbest met zekerheid kan worden aangetoond. Onder asbestverdacht materiaal wordt verstaan: materiaal dat op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog mogelijk asbest bevat.
De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.".
" § 4. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die asbesthoudende materialen beheert, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om het gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald het risico voor water, lucht en bodem te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Asbestverdacht materiaal wordt als asbesthoudend materiaal beschouwd tenzij op basis van een geldige monstername en analyse de afwezigheid van asbest met zekerheid kan worden aangetoond. Onder asbestverdacht materiaal wordt verstaan: materiaal dat op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog mogelijk asbest bevat.
De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.".
Art. 4. L'article 12 du même décret est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. La personne physique ou morale qui gère des matériaux contenant de l'amiante est dans l'obligation de prendre toutes les mesures qui peuvent raisonnablement être prises afin d'éviter ou de limiter le plus possible tout risque pour la santé humaine et l'environnement, plus précisément tout risque pour l'eau, l'air et le sol.
Un matériau susceptible de contenir de l'amiante est considéré comme contenant effectivement de l'amiante sauf si l'absence d'amiante peut être démontrée avec certitude sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse valides. Par matériau susceptible de contenir de l'amiante, on entend : un matériau dont il est permis d'affirmer qu'il peut contenir de l'amiante sur la base de connaissances préalables et d'une observation à l'oeil nu.
Le Gouvernement flamand peut préciser les mesures visées à l'alinéa 1er. ".
" § 4. La personne physique ou morale qui gère des matériaux contenant de l'amiante est dans l'obligation de prendre toutes les mesures qui peuvent raisonnablement être prises afin d'éviter ou de limiter le plus possible tout risque pour la santé humaine et l'environnement, plus précisément tout risque pour l'eau, l'air et le sol.
Un matériau susceptible de contenir de l'amiante est considéré comme contenant effectivement de l'amiante sauf si l'absence d'amiante peut être démontrée avec certitude sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse valides. Par matériau susceptible de contenir de l'amiante, on entend : un matériau dont il est permis d'affirmer qu'il peut contenir de l'amiante sur la base de connaissances préalables et d'une observation à l'oeil nu.
Le Gouvernement flamand peut préciser les mesures visées à l'alinéa 1er. ".
Art. 5. Aan artikel 15, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
"5° natuurlijke personen, rechtspersonen en overheden voor de inventarisatie, de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6;
6° lokale besturen voor de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid.".
"5° natuurlijke personen, rechtspersonen en overheden voor de inventarisatie, de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 6;
6° lokale besturen voor de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid.".
Art. 5. L'article 15, alinéa 1er, du même décret, est complété par un point 5° et un point 6°, rédigés comme suit :
" 5° personnes physiques, personnes morales et autorités pour l'inventaire, le démantèlement, la collecte, le transport ou le traitement des matériaux contenant de l'amiante, visés au chapitre 3, section 6 ;
6° autorités locales pour l'organisation de la surveillance et du maintien de la politique de désamiantage. ".
" 5° personnes physiques, personnes morales et autorités pour l'inventaire, le démantèlement, la collecte, le transport ou le traitement des matériaux contenant de l'amiante, visés au chapitre 3, section 6 ;
6° autorités locales pour l'organisation de la surveillance et du maintien de la politique de désamiantage. ".
Art. 6. In hoofdstuk 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 30 juni 2017, wordt een afdeling 6 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 6. Asbesthoudende materialen".
"Afdeling 6. Asbesthoudende materialen".
Art. 6. Dans le chapitre 3 du même décret, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 30 juin 2017, il est inséré une section 6, rédigée comme suit :
" Section 6. Matériaux contenant de l'amiante ".
" Section 6. Matériaux contenant de l'amiante ".
Art. 7. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij decreet van 30 juni 2017, wordt in afdeling 6, ingevoegd bij artikel 6, een onderafdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6.1. Algemene bepalingen".
"Onderafdeling 6.1. Algemene bepalingen".
Art. 7. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 30 juin 2017, il est inséré dans la section 6, insérée par l'article 6, une sous-section 1re, rédigée comme suit :
" Sous-section 6.1. Dispositions générales ".
" Sous-section 6.1. Dispositions générales ".
Art. 8. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 7, een artikel 33/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/1. Het is verboden constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen te bevestigen aan of over asbesthoudende dak- en gevelbekleding. Het is eveneens verboden asbesthoudende dak- en gevelbekleding in te sluiten of te bedekken met andere materialen.".
"Art. 33/1. Het is verboden constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen te bevestigen aan of over asbesthoudende dak- en gevelbekleding. Het is eveneens verboden asbesthoudende dak- en gevelbekleding in te sluiten of te bedekken met andere materialen.".
Art. 8. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 1re, insérée par l'article 7, un article 33/1, rédigé comme suit :
" Art. 33/1. Il est interdit de fixer des constructions comme des panneaux solaires, des toitures superposées et des panneaux publicitaires contre ou sur un revêtement de toiture ou de façade contenant de l'amiante. Il est également interdit d'encapsuler les revêtements de toiture et de façade contenant de l'amiante ou de les recouvrir d'autres matériaux. ".
" Art. 33/1. Il est interdit de fixer des constructions comme des panneaux solaires, des toitures superposées et des panneaux publicitaires contre ou sur un revêtement de toiture ou de façade contenant de l'amiante. Il est également interdit d'encapsuler les revêtements de toiture et de façade contenant de l'amiante ou de les recouvrir d'autres matériaux. ".
Art. 9. In hetzelfde decreet wordt in dezelfde onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 7, een artikel 33/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/2. Het is verboden dak- en gevelbekleding van asbestcement te reinigen of te ontmossen.".
"Art. 33/2. Het is verboden dak- en gevelbekleding van asbestcement te reinigen of te ontmossen.".
Art. 9. Dans le même décret, dans la même sous-section 1re, insérée par l'article 7, il est inséré un article 33/2, rédigé comme suit :
" Art. 33/2. Il est interdit d'enlever la mousse d'un revêtement de toiture et de façade en amiante-ciment ou de le nettoyer. ".
" Art. 33/2. Il est interdit d'enlever la mousse d'un revêtement de toiture et de façade en amiante-ciment ou de le nettoyer. ".
Art. 10. In hetzelfde decreet wordt in dezelfde onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 7, een artikel 33/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het beheer van afstromend hemelwater van een dak- of gevelbekleding van asbestcement om de impact op mens en milieu te minimaliseren.".
"Art. 33/3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor het beheer van afstromend hemelwater van een dak- of gevelbekleding van asbestcement om de impact op mens en milieu te minimaliseren.".
Art. 10. Dans le même décret, dans la même sous-section 1re, insérée par l'article 7, il est inséré un article 33/3, rédigé comme suit :
" Art. 33/3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour la gestion des eaux pluviales d'écoulement provenant des revêtements de toiture ou de façade en amiante-ciment, afin de minimiser l'impact sur l'homme et l'environnement. ".
" Art. 33/3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour la gestion des eaux pluviales d'écoulement provenant des revêtements de toiture ou de façade en amiante-ciment, afin de minimiser l'impact sur l'homme et l'environnement. ".
Art. 11. In hetzelfde decreet wordt in dezelfde onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 7, een artikel 33/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/4. De Vlaamse Regering kan het afleveren van een afgiftebewijs bij afgifte van asbesthoudende huishoudelijke afvalstoffen aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 11 houder is van een vergunning voor de verwijdering van de afvalstoffen of aan een geregistreerde afvalstoffenhandelaar of -makelaar als vermeld in artikel 13, verplichten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de inhoud en de aflevering van het afgiftebewijs, vermeld in het eerste lid.".
"Art. 33/4. De Vlaamse Regering kan het afleveren van een afgiftebewijs bij afgifte van asbesthoudende huishoudelijke afvalstoffen aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 11 houder is van een vergunning voor de verwijdering van de afvalstoffen of aan een geregistreerde afvalstoffenhandelaar of -makelaar als vermeld in artikel 13, verplichten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de inhoud en de aflevering van het afgiftebewijs, vermeld in het eerste lid.".
Art. 11. Dans le même décret, dans la même sous-section 1re, insérée par l'article 7, il est inséré un article 33/4, rédigé comme suit :
" Art. 33/4. Le Gouvernement flamand peut rendre obligatoire la remise d'un récépissé en cas de délivrance de déchets ménagers contenant de l'amiante à une personne physique ou morale qui, conformément à l'article 11, est titulaire d'une autorisation d'élimination des déchets ou à un commerçant ou agent de déchets enregistré, tel que visé à l'article 13.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au contenu et à la remise du récépissé, visés à l'alinéa 1er.
" Art. 33/4. Le Gouvernement flamand peut rendre obligatoire la remise d'un récépissé en cas de délivrance de déchets ménagers contenant de l'amiante à une personne physique ou morale qui, conformément à l'article 11, est titulaire d'une autorisation d'élimination des déchets ou à un commerçant ou agent de déchets enregistré, tel que visé à l'article 13.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au contenu et à la remise du récépissé, visés à l'alinéa 1er.
Art. 12. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij decreet van 22 december 2017, wordt in afdeling 6, ingevoegd bij artikel 6, een onderafdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6.2. Verwijderingsplicht asbesthoudende materialen".
"Onderafdeling 6.2. Verwijderingsplicht asbesthoudende materialen".
Art. 12. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2017, il est inséré dans la section 6, insérée par l'article 6, une sous-section 2, rédigée comme suit :
" Sous-section 6.2. Obligation d'enlèvement des matériaux contenant de l'amiante ".
" Sous-section 6.2. Obligation d'enlèvement des matériaux contenant de l'amiante ".
Art. 13. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 12, een artikel 33/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/5. Elke eigenaar van een publieke constructie met risicobouwjaar is verplicht zijn constructie met risicobouwjaar tegen 1 januari 2034 te ontdoen van de volgende asbesthoudende materialen:
1° alle eenvoudig bereikbare niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen met uitzondering van asbesthoudend pleisterwerk op wanden dat een laag risico vormt als vermeld in artikel 33/6, derde lid;
2° alle dak- en gevelbekledingen, dakgoten, rookgaskanalen en hemelwaterafvoerkanalen bestaande uit asbestcement als ze zich aan de buitenzijde bevinden.
Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan. Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.
De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal twee jaar verlenen voor de uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, zowel voor bepaalde doelgroepen als voor bepaalde categorieën van constructies met risicobouwjaar.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat een uitstel kan worden bekomen tot 2040 als wordt aangetoond dat de verplichting, vermeld in het eerste lid, niet kan worden gerealiseerd zonder de openbare gezondheid of veiligheid in gevaar te brengen. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de voorwaarden en de modaliteiten van de aanvraag.".
"Art. 33/5. Elke eigenaar van een publieke constructie met risicobouwjaar is verplicht zijn constructie met risicobouwjaar tegen 1 januari 2034 te ontdoen van de volgende asbesthoudende materialen:
1° alle eenvoudig bereikbare niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen met uitzondering van asbesthoudend pleisterwerk op wanden dat een laag risico vormt als vermeld in artikel 33/6, derde lid;
2° alle dak- en gevelbekledingen, dakgoten, rookgaskanalen en hemelwaterafvoerkanalen bestaande uit asbestcement als ze zich aan de buitenzijde bevinden.
Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan. Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.
De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal twee jaar verlenen voor de uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, zowel voor bepaalde doelgroepen als voor bepaalde categorieën van constructies met risicobouwjaar.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat een uitstel kan worden bekomen tot 2040 als wordt aangetoond dat de verplichting, vermeld in het eerste lid, niet kan worden gerealiseerd zonder de openbare gezondheid of veiligheid in gevaar te brengen. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de voorwaarden en de modaliteiten van de aanvraag.".
Art. 13. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 2, insérée par l'article 12, un article 33/5, rédigé comme suit :
" Art. 33/5. Tout propriétaire d'une construction publique d'une année de construction à risque est obligé d'enlever de sa construction d'année à risque les matériaux suivants contenant de l'amiante avant le 1er janvier 2034 :
1° tous les matériaux contenant de l'amiante friable facilement accessibles, à l'exception du plâtre contenant de l'amiante sur des murs à faible risque, tel que visé à l'article 33/6, alinéa 3 ;
2° tous les revêtements de toiture et de façade, les gouttières, les conduits de fumée et les conduits d'évacuation des eaux pluviales composés d'amiante-ciment s'ils se trouvent à l'extérieur.
Pour les constructions publiques d'année à risque pour lesquelles le propriétaire doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante conformément à l'article 33/9, ledit certificat atteste du fait que l'obligation visée à l'alinéa 1er a été respectée ou non. Pour les autres constructions d'année à risque, le Gouvernement flamand peut déterminer comment le respect de cette obligation peut être démontré.
Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de deux ans pour la mise en oeuvre de l'obligation visée à l'alinéa 1er, tant pour certains groupes cibles que pour certaines catégories de constructions d'année à risque.
Le Gouvernement flamand peut déterminer qu'un report jusqu'à 2040 peut être accordé s'il est prouvé que l'obligation visée à l'alinéa 1er ne peut être réalisée sans compromettre la santé publique ou la sécurité. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et les modalités de cette demande. ".
" Art. 33/5. Tout propriétaire d'une construction publique d'une année de construction à risque est obligé d'enlever de sa construction d'année à risque les matériaux suivants contenant de l'amiante avant le 1er janvier 2034 :
1° tous les matériaux contenant de l'amiante friable facilement accessibles, à l'exception du plâtre contenant de l'amiante sur des murs à faible risque, tel que visé à l'article 33/6, alinéa 3 ;
2° tous les revêtements de toiture et de façade, les gouttières, les conduits de fumée et les conduits d'évacuation des eaux pluviales composés d'amiante-ciment s'ils se trouvent à l'extérieur.
Pour les constructions publiques d'année à risque pour lesquelles le propriétaire doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante conformément à l'article 33/9, ledit certificat atteste du fait que l'obligation visée à l'alinéa 1er a été respectée ou non. Pour les autres constructions d'année à risque, le Gouvernement flamand peut déterminer comment le respect de cette obligation peut être démontré.
Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de deux ans pour la mise en oeuvre de l'obligation visée à l'alinéa 1er, tant pour certains groupes cibles que pour certaines catégories de constructions d'année à risque.
Le Gouvernement flamand peut déterminer qu'un report jusqu'à 2040 peut être accordé s'il est prouvé que l'obligation visée à l'alinéa 1er ne peut être réalisée sans compromettre la santé publique ou la sécurité. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et les modalités de cette demande. ".
Art. 14. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 12, een artikel 33/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/6. Elke eigenaar van een publieke constructie met risicobouwjaar is verplicht om:
1° tegen 1 januari 2040 zijn constructie met risicobouwjaar asbestveilig te maken;
2° de asbestveilige toestand na 1 januari 2040 te behouden.
Een asbestveilige toestand is een toestand waarin bij normaal gebruik van de publieke constructie met risicobouwjaar geen blootstellingsrisico's kunnen ontstaan voor mens en milieu doordat men zich heeft ontdaan van alle eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen met niet-laag risico en de resterende asbesthoudende materialen veilig worden beheerd.
Asbesthoudende materialen hebben een laag risico wanneer het op basis van hun aard, staat en voorkomen weinig waarschijnlijk is dat asbestvezels kunnen vrijkomen. Asbesthoudende materialen worden veilig beheerd als de materialen met laag risico deze status behouden en er voor de materialen met niet-laag risico maatregelen zijn getroffen om het risico op het vrijkomen van asbestvezels te verhinderen. In het inspectieprotocol, vermeld in artikel 33/10, § 3, kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de risico-evaluatie en het veilig beheer van asbesthoudende materialen.
Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 1°, is voldaan. Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.".
"Art. 33/6. Elke eigenaar van een publieke constructie met risicobouwjaar is verplicht om:
1° tegen 1 januari 2040 zijn constructie met risicobouwjaar asbestveilig te maken;
2° de asbestveilige toestand na 1 januari 2040 te behouden.
Een asbestveilige toestand is een toestand waarin bij normaal gebruik van de publieke constructie met risicobouwjaar geen blootstellingsrisico's kunnen ontstaan voor mens en milieu doordat men zich heeft ontdaan van alle eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen met niet-laag risico en de resterende asbesthoudende materialen veilig worden beheerd.
Asbesthoudende materialen hebben een laag risico wanneer het op basis van hun aard, staat en voorkomen weinig waarschijnlijk is dat asbestvezels kunnen vrijkomen. Asbesthoudende materialen worden veilig beheerd als de materialen met laag risico deze status behouden en er voor de materialen met niet-laag risico maatregelen zijn getroffen om het risico op het vrijkomen van asbestvezels te verhinderen. In het inspectieprotocol, vermeld in artikel 33/10, § 3, kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de risico-evaluatie en het veilig beheer van asbesthoudende materialen.
Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 1°, is voldaan. Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.".
Art. 14. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 2, insérée par l'article 12, un article 33/6, rédigé comme suit :
" Art. 33/6. Tout propriétaire d'une construction publique d'année à risque est obligé :
1° d'éliminer le risque d'amiante dans sa construction d'année à risque à l'horizon 1er janvier 2040 ;
2° de maintenir l'état sans risque d'amiante après le 1er janvier 2040.
L'état sans risque d'amiante est un état dans lequel, dans des conditions d'utilisation normales de la construction publique d'année à risque, il n'y a pas de risque d'exposition pour l'homme et l'environnement, car tous les matériaux contenant de l'amiante facilement accessibles avec risque non faible ont été éliminés, et les autres matériaux contenant de l'amiante sont gérés en toute sécurité.
Les matériaux contenant de l'amiante présentent un faible risque lorsque, du fait de leur nature, de leur état et de leur occurrence, il est peu vraisemblable que des fibres d'amiante s'en dégagent. Les matériaux contenant de l'amiante sont considérés comme gérés en toute sécurité à partir du moment où les matériaux à risque faible conservent ce statut, et où les matériaux à risque non faible ont fait l'objet de mesures visant à empêcher tout risque de dégagement de fibres d'amiante. Dans le protocole d'inspection visé à l'article 33/10, § 3, des modalités peuvent être arrêtées concernant l'évaluation des risques et la gestion sécurisée des matériaux contenant de l'amiante.
Pour les constructions publiques d'année à risque pour lesquelles le propriétaire doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante conformément à l'article 33/9, ledit certificat atteste du fait que l'obligation visée à l'alinéa 1er, 1°, a été respectée ou non. Pour les autres constructions d'année à risque, le Gouvernement flamand peut déterminer comment le respect de cette obligation peut être démontré. ".
" Art. 33/6. Tout propriétaire d'une construction publique d'année à risque est obligé :
1° d'éliminer le risque d'amiante dans sa construction d'année à risque à l'horizon 1er janvier 2040 ;
2° de maintenir l'état sans risque d'amiante après le 1er janvier 2040.
L'état sans risque d'amiante est un état dans lequel, dans des conditions d'utilisation normales de la construction publique d'année à risque, il n'y a pas de risque d'exposition pour l'homme et l'environnement, car tous les matériaux contenant de l'amiante facilement accessibles avec risque non faible ont été éliminés, et les autres matériaux contenant de l'amiante sont gérés en toute sécurité.
Les matériaux contenant de l'amiante présentent un faible risque lorsque, du fait de leur nature, de leur état et de leur occurrence, il est peu vraisemblable que des fibres d'amiante s'en dégagent. Les matériaux contenant de l'amiante sont considérés comme gérés en toute sécurité à partir du moment où les matériaux à risque faible conservent ce statut, et où les matériaux à risque non faible ont fait l'objet de mesures visant à empêcher tout risque de dégagement de fibres d'amiante. Dans le protocole d'inspection visé à l'article 33/10, § 3, des modalités peuvent être arrêtées concernant l'évaluation des risques et la gestion sécurisée des matériaux contenant de l'amiante.
Pour les constructions publiques d'année à risque pour lesquelles le propriétaire doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante conformément à l'article 33/9, ledit certificat atteste du fait que l'obligation visée à l'alinéa 1er, 1°, a été respectée ou non. Pour les autres constructions d'année à risque, le Gouvernement flamand peut déterminer comment le respect de cette obligation peut être démontré. ".
Art. 15. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 12, een artikel 33/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/7. Met behoud van de toepassing van de artikelen 33/5 en 33/6 ontdoet de eigenaar van een constructie zich via de geëigende kanalen bij onderhouds-, herstellings- of ontmantelingswerken in constructies altijd van alle asbesthoudende materialen die door de werken eenvoudig bereikbaar geworden zijn.".
"Art. 33/7. Met behoud van de toepassing van de artikelen 33/5 en 33/6 ontdoet de eigenaar van een constructie zich via de geëigende kanalen bij onderhouds-, herstellings- of ontmantelingswerken in constructies altijd van alle asbesthoudende materialen die door de werken eenvoudig bereikbaar geworden zijn.".
Art. 15. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 2, insérée par l'article 12, un article 33/7, rédigé comme suit :
" Art. 33/7. Sans préjudice de l'application des articles 33/5 et 33/6, le propriétaire se débarrassera toujours par le biais des canaux adéquats de tous les matériaux contenant de l'amiante qui ont été rendus facilement accessibles par des travaux lors de ces travaux d'entretien, de réparation ou de démantèlement dans des constructions. ".
" Art. 33/7. Sans préjudice de l'application des articles 33/5 et 33/6, le propriétaire se débarrassera toujours par le biais des canaux adéquats de tous les matériaux contenant de l'amiante qui ont été rendus facilement accessibles par des travaux lors de ces travaux d'entretien, de réparation ou de démantèlement dans des constructions. ".
Art. 16. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 12, een artikel 33/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/8. De OVAM kan overgaan tot het uitvoeren van de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen. Voor de ontzorging, prefinanciering en financiering daarvan door de OVAM kan de Vlaamse Regering een regeling treffen of een overeenkomst sluiten.".
"Art. 33/8. De OVAM kan overgaan tot het uitvoeren van de ontmanteling, de inzameling, het transport of de verwerking van asbesthoudende materialen. Voor de ontzorging, prefinanciering en financiering daarvan door de OVAM kan de Vlaamse Regering een regeling treffen of een overeenkomst sluiten.".
Art. 16. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 2, insérée par l'article 12, un article 33/8, rédigé comme suit :
" Art. 33/8. L'OVAM peut procéder au démantèlement, à la collecte, au transport ou au traitement des matériaux contenant de l'amiante. Pour l'allègement et son préfinancement ou financement par l'OVAM, le Gouvernement flamand peut promulguer un règlement ou conclure un accord. ".
" Art. 33/8. L'OVAM peut procéder au démantèlement, à la collecte, au transport ou au traitement des matériaux contenant de l'amiante. Pour l'allègement et son préfinancement ou financement par l'OVAM, le Gouvernement flamand peut promulguer un règlement ou conclure un accord. ".
Art. 17. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij decreet van 22 december 2017, wordt in afdeling 6, ingevoegd bij artikel 6, een onderafdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6.3. Asbestinventarisatie".
"Onderafdeling 6.3. Asbestinventarisatie".
Art. 17. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2017, il est inséré dans la section 6, insérée par l'article 6, une sous-section 3, rédigée comme suit :
" Sous-section 6.3. Inventaire d'amiante ".
" Sous-section 6.3. Inventaire d'amiante ".
Art. 18. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, een artikel 33/9 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/9. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 33/14 beschikt de eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar uiterlijk op 31 december 2031 over een geldig asbestinventarisattest.
Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, valt, of onder de toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, beschikt de eigenaar over een afzonderlijk geldig asbestinventarisattest voor zowel de gemeenschappelijke delen als voor het privédeel.
Met het oog op de realisatie van de beleidsdoelstelling `Asbestveilig Vlaanderen 2040' kan de Vlaamse Regering bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar uitsluiten van de verplichting, vermeld in het eerste lid, als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken niet redelijk of proportioneel is om onder de verplichting te vallen. De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal vier jaar verlenen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid, voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar na 1980.
§ 2. Elke verhuurder van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die over een geldig asbestinventarisattest beschikt, overhandigt een kopie aan de huurder bij het aangaan van de huur of binnen een termijn van één maand na de datum vermeld op het asbestinventarisattest als dit afgeleverd werd tijdens een lopende huurperiode.".
"Art. 33/9. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 33/14 beschikt de eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar uiterlijk op 31 december 2031 over een geldig asbestinventarisattest.
Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, valt, of onder de toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, beschikt de eigenaar over een afzonderlijk geldig asbestinventarisattest voor zowel de gemeenschappelijke delen als voor het privédeel.
Met het oog op de realisatie van de beleidsdoelstelling `Asbestveilig Vlaanderen 2040' kan de Vlaamse Regering bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar uitsluiten van de verplichting, vermeld in het eerste lid, als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken niet redelijk of proportioneel is om onder de verplichting te vallen. De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal vier jaar verlenen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid, voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar na 1980.
§ 2. Elke verhuurder van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die over een geldig asbestinventarisattest beschikt, overhandigt een kopie aan de huurder bij het aangaan van de huur of binnen een termijn van één maand na de datum vermeld op het asbestinventarisattest als dit afgeleverd werd tijdens een lopende huurperiode.".
Art. 18. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 3, insérée par l'article 17, un article 33/9, rédigé comme suit :
" Art. 33/9. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 33/14, le propriétaire d'une construction accessible d'année à risque disposera au plus tard le 31 décembre 2031 d'un certificat d'inventaire d'amiante valide.
Si la construction accessible d'année à risque relève du régime de copropriété forcée, visé à l'article 577-3 du Code civil, ou relève de l'application de l'article 577-2 du Code civil, le propriétaire dispose d'un certificat distinct d'inventaire d'amiante pour les parties communes ainsi que pour la partie privative.
En vue de la réalisation de l'objectif politique " Asbestveilig Vlaanderen 2040 ", le Gouvernement flamand peut exempter certaines catégories de constructions accessibles d'années à risque de l'obligation visée à l'alinéa 1er, s'il n'est pas raisonnable ou proportionnel, sur la base de leurs caractéristiques techniques de la construction, de relever de l'obligation. Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de quatre ans pour l'obligation visée à l'alinéa 1er, pour certaines catégories de constructions accessibles d'année à risque après 1980.
§ 2. Tout bailleur d'une construction accessible d'année à risque qui dispose d'un certificat d'inventaire d'amiante valide doit en remettre une copie au locataire au début de la location ou dans un délai d'un mois après la date indiquée sur le certificat d'inventaire d'amiante si celui-ci est délivré pendant une période de location en cours. ".
" Art. 33/9. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 33/14, le propriétaire d'une construction accessible d'année à risque disposera au plus tard le 31 décembre 2031 d'un certificat d'inventaire d'amiante valide.
Si la construction accessible d'année à risque relève du régime de copropriété forcée, visé à l'article 577-3 du Code civil, ou relève de l'application de l'article 577-2 du Code civil, le propriétaire dispose d'un certificat distinct d'inventaire d'amiante pour les parties communes ainsi que pour la partie privative.
En vue de la réalisation de l'objectif politique " Asbestveilig Vlaanderen 2040 ", le Gouvernement flamand peut exempter certaines catégories de constructions accessibles d'années à risque de l'obligation visée à l'alinéa 1er, s'il n'est pas raisonnable ou proportionnel, sur la base de leurs caractéristiques techniques de la construction, de relever de l'obligation. Le Gouvernement flamand peut accorder un report d'une durée maximale de quatre ans pour l'obligation visée à l'alinéa 1er, pour certaines catégories de constructions accessibles d'année à risque après 1980.
§ 2. Tout bailleur d'une construction accessible d'année à risque qui dispose d'un certificat d'inventaire d'amiante valide doit en remettre une copie au locataire au début de la location ou dans un délai d'un mois après la date indiquée sur le certificat d'inventaire d'amiante si celui-ci est délivré pendant une période de location en cours. ".
Art. 19. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, een artikel 33/10 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/10. § 1. Een asbestinventarisattest wordt verkregen nadat een asbestinventaris is opgemaakt.
§ 2. De asbestinventaris bevat minstens:
1° de identificatie van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar;
2° een opsomming van de aangetroffen asbesthoudende of asbestverdachte materialen;
3° een aanduiding van de geïnventariseerde asbesthoudende materialen waarvoor conform artikel 33/5 of 33/6 een verwijderingsplicht geldt;
4° een risico-evaluatie van de asbesthoudende materialen;
5° een advies over urgente maatregelen ter remediëring van de vastgestelde acute blootstellingsrisico's, als dat nodig is.
§ 3. Een asbestinventaris wordt opgemaakt door een asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 33/16, conform een inspectieprotocol asbestinventarisatie.
De Vlaamse Regering bepaalt hoe het inspectieprotocol asbestinventarisatie wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering kan de verdere inhoud van het inspectieprotocol asbestinventarisatie bepalen. Het inspectieprotocol asbestinventarisatie kan bepalen welke constructie met risicobouwjaar bijkomend deel moet uitmaken van de asbestinventaris en kan bepaalde constructies met risicobouwjaar of bepaalde materialen uitsluiten van de asbestinventaris.
De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden een interne preventieadviseur of interne milieucoördinator die de werkgever heeft aangesteld, de taken van de asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, kan vervullen om een asbestinventaris op te maken voor de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waar de werkgever werknemers tewerkstelt.
§ 4. De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, geeft de asbestinventaris in een databank asbestinventarisatie in. De asbestdeskundige inventarisatie kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens hierbij de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid. De asbestdeskundige inventarisatie bewaart deze persoonsgegevens maximaal tot een geldig asbest-inventarisattest afgeleverd werd, overeenkomstig artikel 33/11.
De databank, vermeld in het eerste lid, wordt beheerd door de OVAM. De OVAM kan in de databank, naast de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en in artikel 33/14, § 3, tweede lid, ook conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid.
Alle persoonsgegevens die de OVAM verkrijgt en verwerkt in het kader van de toepassing van deze afdeling, mogen uitsluitend worden aangewend voor de verwezenlijking van de bepalingen van deze onderafdeling en artikel 12 en de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid, vermeld in deze onderafdeling en artikel 12.
De persoonsgegevens opgenomen in de databank worden maximaal bewaard tot een overdracht plaatsvindt, overeenkomstig artikel 33/14, § 3.
De OVAM geldt als verwerkingsverantwoordelijke, zoals vermeld in artikel 4, 7°, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens onder de categorieën, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden opgenomen in de databank. De Vlaamse Regering bepaalt welke actoren toegang krijgen tot de databank alsook de omvang en de modaliteiten van hun toegangsrechten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen omtrent het beheer en de verwerking van de gegevens en de persoonsgegevens die in de databank worden opgenomen.".
"Art. 33/10. § 1. Een asbestinventarisattest wordt verkregen nadat een asbestinventaris is opgemaakt.
§ 2. De asbestinventaris bevat minstens:
1° de identificatie van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar;
2° een opsomming van de aangetroffen asbesthoudende of asbestverdachte materialen;
3° een aanduiding van de geïnventariseerde asbesthoudende materialen waarvoor conform artikel 33/5 of 33/6 een verwijderingsplicht geldt;
4° een risico-evaluatie van de asbesthoudende materialen;
5° een advies over urgente maatregelen ter remediëring van de vastgestelde acute blootstellingsrisico's, als dat nodig is.
§ 3. Een asbestinventaris wordt opgemaakt door een asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 33/16, conform een inspectieprotocol asbestinventarisatie.
De Vlaamse Regering bepaalt hoe het inspectieprotocol asbestinventarisatie wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering kan de verdere inhoud van het inspectieprotocol asbestinventarisatie bepalen. Het inspectieprotocol asbestinventarisatie kan bepalen welke constructie met risicobouwjaar bijkomend deel moet uitmaken van de asbestinventaris en kan bepaalde constructies met risicobouwjaar of bepaalde materialen uitsluiten van de asbestinventaris.
De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden een interne preventieadviseur of interne milieucoördinator die de werkgever heeft aangesteld, de taken van de asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, kan vervullen om een asbestinventaris op te maken voor de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waar de werkgever werknemers tewerkstelt.
§ 4. De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, geeft de asbestinventaris in een databank asbestinventarisatie in. De asbestdeskundige inventarisatie kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens hierbij de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid. De asbestdeskundige inventarisatie bewaart deze persoonsgegevens maximaal tot een geldig asbest-inventarisattest afgeleverd werd, overeenkomstig artikel 33/11.
De databank, vermeld in het eerste lid, wordt beheerd door de OVAM. De OVAM kan in de databank, naast de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en in artikel 33/14, § 3, tweede lid, ook conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid.
Alle persoonsgegevens die de OVAM verkrijgt en verwerkt in het kader van de toepassing van deze afdeling, mogen uitsluitend worden aangewend voor de verwezenlijking van de bepalingen van deze onderafdeling en artikel 12 en de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid, vermeld in deze onderafdeling en artikel 12.
De persoonsgegevens opgenomen in de databank worden maximaal bewaard tot een overdracht plaatsvindt, overeenkomstig artikel 33/14, § 3.
De OVAM geldt als verwerkingsverantwoordelijke, zoals vermeld in artikel 4, 7°, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens onder de categorieën, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden opgenomen in de databank. De Vlaamse Regering bepaalt welke actoren toegang krijgen tot de databank alsook de omvang en de modaliteiten van hun toegangsrechten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen omtrent het beheer en de verwerking van de gegevens en de persoonsgegevens die in de databank worden opgenomen.".
Art. 19. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 3, insérée par l'article 17, un article 33/10, rédigé comme suit :
" Art. 33/10. § 1er. Un certificat d'inventaire d'amiante sera délivré après l'établissement d'un inventaire d'amiante.
§ 2. L'inventaire d'amiante contient au moins :
1° l'identification de la construction accessible d'année à risque ;
2° une énumération des matériaux contenant de l'amiante ou susceptibles de contenir de l'amiante découverts ;
3° une indication des matériaux contenant de l'amiante inventoriés et soumis à une obligation d'enlèvement conformément à l'article 33/5 ou 33/6 ;
4° une évaluation des risques des matériaux contenant de l'amiante ;
5° un avis sur des mesures urgentes pour remédier aux risques d'exposition aiguë constatés, si nécessaire.
§ 3. Un inventaire d'amiante est établi par un expert en inventaire d'amiante, tel que visé à l'article 33/16, conformément à un protocole d'inspection relatif à cet inventaire d'amiante.
Le Gouvernement flamand définit comment le protocole d'inspection d'inventaire d'amiante est établi. Le Gouvernement flamand peut déterminer le contenu détaillé du protocole d'inspection de l'inventaire d'amiante. Le protocole d'inspection de l'inventaire d'amiante peut déterminer quelles constructions d'années à risque doivent faire partie de l'inventaire d'amiante et peut exclure certains matériaux ou certaines constructions d'années à risque de l'inventaire d'amiante.
Le Gouvernement flamand peut déterminer les conditions dans lesquelles un conseiller en prévention interne ou un coordinateur environnemental interne désigné par l'employeur, peut exécuter les tâches de l'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/16, afin de réaliser un inventaire d'amiante pour la construction accessible d'année à risque où l'employeur emploie des travailleurs.
§ 4. L'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/16 introduit l'inventaire d'amiante dans une base de données des inventaires d'amiante. Conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, l'expert en inventaire d'amiante peut traiter les catégories suivantes de données personnelles : les coordonnées personnelles, les caractéristiques de l'habitation, et le numéro du Registre national/numéro d'identification de la sécurité sociale. L'expert en inventaire d'amiante conserve ces données à caractère personnel au maximum jusqu'à la délivrance d'un certificat d'inventaire d'amiante valide conformément à l'article 33/11.
La base de données, visée à l'alinéa 1er, est gérée par l'OVAM. Dans la base de données, outre les informations visées au § 2 et à l'article 33/14, § 3, alinéa 2, l'OVAM peut également traiter, conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, les catégories suivantes de données personnelles : les coordonnées personnelles, les caractéristiques de l'habitation et le numéro du Registre national/numéro d'identification de la sécurité sociale.
Toutes les données personnelles obtenues et traitées par l'OVAM dans le cadre de l'application de la présente section, ne peuvent servir que pour la mise en oeuvre des dispositions de la présente sous-section et de l'article 12 et l'organisation de la surveillance et du maintien de la politique de désamiantage, visée dans la présente sous-section et l'article 12.
Les données à caractère personnel reprises dans la base de données sont conservées au maximum jusqu'au transfert conformément à l'article 33/14, § 3.
L'OVAM intervient en tant que responsable du traitement, tel que visé à l'article 4, 7°, du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE.
Le Gouvernement flamand détermine quelles données à caractère personnel dans les catégories visées aux alinéas 1er et 2, sont reprises dans la base de données. Le Gouvernement flamand détermine quels acteurs auront accès à la base de données, ainsi que l'ampleur et les modalités de leurs droits d'accès.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à la gestion et le traitement des données et des données à caractère personnel qui sont reprises dans la base de données. ".
" Art. 33/10. § 1er. Un certificat d'inventaire d'amiante sera délivré après l'établissement d'un inventaire d'amiante.
§ 2. L'inventaire d'amiante contient au moins :
1° l'identification de la construction accessible d'année à risque ;
2° une énumération des matériaux contenant de l'amiante ou susceptibles de contenir de l'amiante découverts ;
3° une indication des matériaux contenant de l'amiante inventoriés et soumis à une obligation d'enlèvement conformément à l'article 33/5 ou 33/6 ;
4° une évaluation des risques des matériaux contenant de l'amiante ;
5° un avis sur des mesures urgentes pour remédier aux risques d'exposition aiguë constatés, si nécessaire.
§ 3. Un inventaire d'amiante est établi par un expert en inventaire d'amiante, tel que visé à l'article 33/16, conformément à un protocole d'inspection relatif à cet inventaire d'amiante.
Le Gouvernement flamand définit comment le protocole d'inspection d'inventaire d'amiante est établi. Le Gouvernement flamand peut déterminer le contenu détaillé du protocole d'inspection de l'inventaire d'amiante. Le protocole d'inspection de l'inventaire d'amiante peut déterminer quelles constructions d'années à risque doivent faire partie de l'inventaire d'amiante et peut exclure certains matériaux ou certaines constructions d'années à risque de l'inventaire d'amiante.
Le Gouvernement flamand peut déterminer les conditions dans lesquelles un conseiller en prévention interne ou un coordinateur environnemental interne désigné par l'employeur, peut exécuter les tâches de l'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/16, afin de réaliser un inventaire d'amiante pour la construction accessible d'année à risque où l'employeur emploie des travailleurs.
§ 4. L'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/16 introduit l'inventaire d'amiante dans une base de données des inventaires d'amiante. Conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, l'expert en inventaire d'amiante peut traiter les catégories suivantes de données personnelles : les coordonnées personnelles, les caractéristiques de l'habitation, et le numéro du Registre national/numéro d'identification de la sécurité sociale. L'expert en inventaire d'amiante conserve ces données à caractère personnel au maximum jusqu'à la délivrance d'un certificat d'inventaire d'amiante valide conformément à l'article 33/11.
La base de données, visée à l'alinéa 1er, est gérée par l'OVAM. Dans la base de données, outre les informations visées au § 2 et à l'article 33/14, § 3, alinéa 2, l'OVAM peut également traiter, conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, les catégories suivantes de données personnelles : les coordonnées personnelles, les caractéristiques de l'habitation et le numéro du Registre national/numéro d'identification de la sécurité sociale.
Toutes les données personnelles obtenues et traitées par l'OVAM dans le cadre de l'application de la présente section, ne peuvent servir que pour la mise en oeuvre des dispositions de la présente sous-section et de l'article 12 et l'organisation de la surveillance et du maintien de la politique de désamiantage, visée dans la présente sous-section et l'article 12.
Les données à caractère personnel reprises dans la base de données sont conservées au maximum jusqu'au transfert conformément à l'article 33/14, § 3.
L'OVAM intervient en tant que responsable du traitement, tel que visé à l'article 4, 7°, du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE.
Le Gouvernement flamand détermine quelles données à caractère personnel dans les catégories visées aux alinéas 1er et 2, sont reprises dans la base de données. Le Gouvernement flamand détermine quels acteurs auront accès à la base de données, ainsi que l'ampleur et les modalités de leurs droits d'accès.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à la gestion et le traitement des données et des données à caractère personnel qui sont reprises dans la base de données. ".
Art. 20. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, een artikel 33/11 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/11. Nadat een asbestinventaris als vermeld in artikel 33/10 correct is ingegeven in de databank, levert de OVAM een asbestinventarisattest af.
Het asbestinventarisattest bevat minstens de geldigheidsduur, de datum, de samenvattende conclusie, de unieke code en de gegevens, vermeld in artikel 33/10, § 2.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de verdere inhoud, de aflevering en de geldigheidsduur van het asbestinventarisattest.".
"Art. 33/11. Nadat een asbestinventaris als vermeld in artikel 33/10 correct is ingegeven in de databank, levert de OVAM een asbestinventarisattest af.
Het asbestinventarisattest bevat minstens de geldigheidsduur, de datum, de samenvattende conclusie, de unieke code en de gegevens, vermeld in artikel 33/10, § 2.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de verdere inhoud, de aflevering en de geldigheidsduur van het asbestinventarisattest.".
Art. 20. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 3, insérée par l'article 17, un article 33/11, rédigé comme suit :
" Art. 33/11. Après l'introduction correcte d'un inventaire d'amiante tel que visé à l'article 33/10 dans la base de données, l'OVAM délivrera un certificat d'inventaire d'amiante.
Le certificat d'inventaire d'amiante contient au moins la durée de validité, la date, la conclusion récapitulative, le code unique et les données visées à l'article 33/10, § 2.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités du contenu, de la délivrance et de la durée de validité du certificat d'inventaire d'amiante. ".
" Art. 33/11. Après l'introduction correcte d'un inventaire d'amiante tel que visé à l'article 33/10 dans la base de données, l'OVAM délivrera un certificat d'inventaire d'amiante.
Le certificat d'inventaire d'amiante contient au moins la durée de validité, la date, la conclusion récapitulative, le code unique et les données visées à l'article 33/10, § 2.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités du contenu, de la délivrance et de la durée de validité du certificat d'inventaire d'amiante. ".
Art. 21. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, een artikel 33/12 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/12. De OVAM kan overgaan tot de opmaak van een asbestinventaris, conform artikel 33/10. Voor de prefinanciering en de financiering van de inventarisatie door de OVAM kan de Vlaamse Regering een regeling treffen of een overeenkomst sluiten.".
"Art. 33/12. De OVAM kan overgaan tot de opmaak van een asbestinventaris, conform artikel 33/10. Voor de prefinanciering en de financiering van de inventarisatie door de OVAM kan de Vlaamse Regering een regeling treffen of een overeenkomst sluiten.".
Art. 21. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 3, insérée par l'article 17, un article 33/12, rédigé comme suit :
" Art. 33/12. L'OVAM peut procéder à l'établissement d'un inventaire d'amiante conformément à l'article 33/10. Pour le préfinancement et le financement de l'inventaire par l'OVAM, le Gouvernement flamand peut promulguer un règlement ou conclure un accord. ".
" Art. 33/12. L'OVAM peut procéder à l'établissement d'un inventaire d'amiante conformément à l'article 33/10. Pour le préfinancement et le financement de l'inventaire par l'OVAM, le Gouvernement flamand peut promulguer un règlement ou conclure un accord. ".
Art. 22. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, een artikel 33/13 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/13. De verplichting, vermeld in de artikel 33/9, is niet van toepassing op de openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar.".
"Art. 33/13. De verplichting, vermeld in de artikel 33/9, is niet van toepassing op de openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar.".
Art. 22. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 3, insérée par l'article 17, un article 33/13, rédigé comme suit :
" Art. 33/13. L'obligation visée à l'article 33/9 ne s'applique pas aux constructions publiques techniques accessibles d'années à risque. ".
" Art. 33/13. L'obligation visée à l'article 33/9 ne s'applique pas aux constructions publiques techniques accessibles d'années à risque. ".
Art. 23. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt in afdeling 6, ingevoegd bij artikel 6, een onderafdeling 4 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6.4. Verplichtingen bij overdracht".
"Onderafdeling 6.4. Verplichtingen bij overdracht".
Art. 23. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2017, il est inséré dans la section 6, insérée par l'article 6, une sous-section 4, rédigée comme suit :
" Sous-section 6.4. Obligations en cas de transfert ".
" Sous-section 6.4. Obligations en cas de transfert ".
Art. 24. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 23, een artikel 33/14 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/14. § 1. De eigenaar deelt de inhoud van een geldig asbestinventarisattest mee aan de kandidaat-verwerver bij het sluiten van een onderhandse akte of overeenkomst voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar.
Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom valt zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, deelt de eigenaar de inhoud van een afzonderlijk asbestinventarisattest mee voor zowel de gemeenschappelijke delen als voor elk privédeel dat deel uitmaakt van de overdracht.
§ 2. De onderhandse akte of de overeenkomst die de modaliteiten van de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vastlegt, vermeldt of de inhoud van het geldige asbestinventarisattest voorafgaandelijk is meegedeeld aan de verwerver, alsook de datum, samenvattende conclusie en de unieke code van het attest.
§ 3. In alle authentieke akten voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vermeldt de instrumenterend ambtenaar of een geldig asbestinventarisattest is overhandigd aan de verwerver. Hij neemt ook de datum, samenvattende conclusie en unieke code van dat attest op in de akte.
Als de authentieke akte verleden is, registreert de instrumenterend ambtenaar de nieuwe eigenaar in de databank, vermeld in artikel 33/10, § 4.
§ 4. Het asbestinventarisattest, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft enkel betrekking op de constructies met risicobouwjaar die het voorwerp uitmaken van de overdracht.
§ 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, en kan voorzien in een afwijking voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar.
§ 6. De verwerver kan de nietigheid vorderen van de overdracht die heeft plaatsgevonden in strijd met de bepalingen van dit artikel.
De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen als de verwerver zijn verzaking van de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in de authentieke akte heeft laten opnemen en hij een geldig asbestinventarisattest heeft gekregen.".
"Art. 33/14. § 1. De eigenaar deelt de inhoud van een geldig asbestinventarisattest mee aan de kandidaat-verwerver bij het sluiten van een onderhandse akte of overeenkomst voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar.
Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom valt zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, deelt de eigenaar de inhoud van een afzonderlijk asbestinventarisattest mee voor zowel de gemeenschappelijke delen als voor elk privédeel dat deel uitmaakt van de overdracht.
§ 2. De onderhandse akte of de overeenkomst die de modaliteiten van de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vastlegt, vermeldt of de inhoud van het geldige asbestinventarisattest voorafgaandelijk is meegedeeld aan de verwerver, alsook de datum, samenvattende conclusie en de unieke code van het attest.
§ 3. In alle authentieke akten voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vermeldt de instrumenterend ambtenaar of een geldig asbestinventarisattest is overhandigd aan de verwerver. Hij neemt ook de datum, samenvattende conclusie en unieke code van dat attest op in de akte.
Als de authentieke akte verleden is, registreert de instrumenterend ambtenaar de nieuwe eigenaar in de databank, vermeld in artikel 33/10, § 4.
§ 4. Het asbestinventarisattest, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft enkel betrekking op de constructies met risicobouwjaar die het voorwerp uitmaken van de overdracht.
§ 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, en kan voorzien in een afwijking voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar.
§ 6. De verwerver kan de nietigheid vorderen van de overdracht die heeft plaatsgevonden in strijd met de bepalingen van dit artikel.
De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen als de verwerver zijn verzaking van de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in de authentieke akte heeft laten opnemen en hij een geldig asbestinventarisattest heeft gekregen.".
Art. 24. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 4, insérée par l'article 23, un article 33/14, rédigé comme suit :
" Art. 33/14. § 1er. Le propriétaire partage le contenu d'un certificat d'inventaire d'amiante valide avec le candidat acquéreur lors de la clôture d'un acte ou accord sous seing privé pour le transfert d'une construction accessible d'année à risque.
Si la construction accessible d'année à risque relève du régime de copropriété forcée, visé à l'article 577-3 du Code civil, ou relève de l'application de l'article 577-2 du Code civil, le propriétaire communique le contenu d'un certificat distinct d'inventaire d'amiante pour les parties communes ainsi que pour chaque partie privative faisant partie du transfert.
§ 2. L'accord ou l'acte sous seing privé fixant les modalités du transfert d'une construction accessible d'année à risque, mentionne si le contenu du certificat d'inventaire d'amiante valide a été communiqué à l'acquéreur au préalable, ainsi que la date, la conclusion récapitulative et le code unique du certificat.
§ 3. Dans tous les actes authentiques pour le transfert d'une construction accessible d'année à risque, le fonctionnaire instrumentant mentionne si un certificat d'inventaire d'amiante valide a été remis à l'acquéreur. Il reprend également la date, la conclusion récapitulative et le code unique de ce certificat dans l'acte.
Si l'acte authentique est passé, le fonctionnaire instrumentant enregistre le nouveau propriétaire dans la base de données visée à l'article 33/10, § 4.
§ 4. Le certificat d'inventaire d'amiante, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, porte uniquement sur les constructions d'année à risque qui font l'objet du transfert.
§ 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives aux obligations, visées aux paragraphes 1er, 2 et 3, et peut prévoir une dérogation pour certaines catégories de constructions accessibles d'année à risque.
§ 6. L'acquéreur peut requérir la nullité du transfert si celui-ci a eu lieu en violation des dispositions du présent article.
La nullité ne peut plus être invoquée si l'acquéreur a précisé expressément sa renonciation à l'action en nullité dans l'acte authentique, et s'il a reçu un certificat d'inventaire d'amiante valide. ".
" Art. 33/14. § 1er. Le propriétaire partage le contenu d'un certificat d'inventaire d'amiante valide avec le candidat acquéreur lors de la clôture d'un acte ou accord sous seing privé pour le transfert d'une construction accessible d'année à risque.
Si la construction accessible d'année à risque relève du régime de copropriété forcée, visé à l'article 577-3 du Code civil, ou relève de l'application de l'article 577-2 du Code civil, le propriétaire communique le contenu d'un certificat distinct d'inventaire d'amiante pour les parties communes ainsi que pour chaque partie privative faisant partie du transfert.
§ 2. L'accord ou l'acte sous seing privé fixant les modalités du transfert d'une construction accessible d'année à risque, mentionne si le contenu du certificat d'inventaire d'amiante valide a été communiqué à l'acquéreur au préalable, ainsi que la date, la conclusion récapitulative et le code unique du certificat.
§ 3. Dans tous les actes authentiques pour le transfert d'une construction accessible d'année à risque, le fonctionnaire instrumentant mentionne si un certificat d'inventaire d'amiante valide a été remis à l'acquéreur. Il reprend également la date, la conclusion récapitulative et le code unique de ce certificat dans l'acte.
Si l'acte authentique est passé, le fonctionnaire instrumentant enregistre le nouveau propriétaire dans la base de données visée à l'article 33/10, § 4.
§ 4. Le certificat d'inventaire d'amiante, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, porte uniquement sur les constructions d'année à risque qui font l'objet du transfert.
§ 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives aux obligations, visées aux paragraphes 1er, 2 et 3, et peut prévoir une dérogation pour certaines catégories de constructions accessibles d'année à risque.
§ 6. L'acquéreur peut requérir la nullité du transfert si celui-ci a eu lieu en violation des dispositions du présent article.
La nullité ne peut plus être invoquée si l'acquéreur a précisé expressément sa renonciation à l'action en nullité dans l'acte authentique, et s'il a reçu un certificat d'inventaire d'amiante valide. ".
Art. 25. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 23, een artikel 33/15 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/15. De verplichtingen, vermeld in artikel 33/14 zijn niet van toepassing op de openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar.".
"Art. 33/15. De verplichtingen, vermeld in artikel 33/14 zijn niet van toepassing op de openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar.".
Art. 25. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 4, insérée par l'article 23, un article 33/15, rédigé comme suit :
" Art. 33/15. Les obligations visées à l'article 33/14 ne s'appliquent pas aux constructions publiques techniques accessibles d'années à risque. ".
" Art. 33/15. Les obligations visées à l'article 33/14 ne s'appliquent pas aux constructions publiques techniques accessibles d'années à risque. ".
Art. 26. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt in afdeling 6, ingevoegd bij artikel 6, een onderafdeling 5 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6.5. Asbestdeskundigen".
"Onderafdeling 6.5. Asbestdeskundigen".
Art. 26. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2017, il est inséré dans la section 6, insérée par l'article 6, une sous-section 5, rédigée comme suit :
" Sous-section 6.5. Experts en inventaire d'amiante ".
" Sous-section 6.5. Experts en inventaire d'amiante ".
Art. 27. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling 5, ingevoegd bij artikel 26, een artikel 33/16 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 33/16. De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/10, is een onafhankelijke deskundige die gecertificeerd is door een certificatie-instelling.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de certificering van een asbestdeskundige inventarisatie, de nadere regels voor de kwaliteitsborging, de voorwaarden voor het gebruik van het certificaat en de voorwaarden en de procedure tot schorsing en opheffing van het certificaat.
Certificatie-instellingen voor de certificering van asbestdeskundigen inventarisatie en de kwaliteitsborging ervan beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de erkenning, de voorwaarden en de procedure voor de schorsing en de opheffing van de erkenning en de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning. De Vlaamse Regering legt ook de kwaliteitseisen vast en kan een instantie aanwijzen die ermee belast is de erkenning van de certificatie-instellingen te controleren.
De OVAM is van rechtswege gecertificeerd als asbestdeskundige inventarisatie.".
"Art. 33/16. De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/10, is een onafhankelijke deskundige die gecertificeerd is door een certificatie-instelling.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de certificering van een asbestdeskundige inventarisatie, de nadere regels voor de kwaliteitsborging, de voorwaarden voor het gebruik van het certificaat en de voorwaarden en de procedure tot schorsing en opheffing van het certificaat.
Certificatie-instellingen voor de certificering van asbestdeskundigen inventarisatie en de kwaliteitsborging ervan beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de erkenning, de voorwaarden en de procedure voor de schorsing en de opheffing van de erkenning en de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning. De Vlaamse Regering legt ook de kwaliteitseisen vast en kan een instantie aanwijzen die ermee belast is de erkenning van de certificatie-instellingen te controleren.
De OVAM is van rechtswege gecertificeerd als asbestdeskundige inventarisatie.".
Art. 27. Dans le même décret, il est inséré dans la sous-section 5, insérée par l'article 26, un article 33/16, rédigé comme suit :
" Art. 33/16. L'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/10 est un expert indépendant certifié par un organisme de certification.
Le Gouvernement flamand fixe les conditions de certification d'un expert en inventaire d'amiante, les modalités en matière d'assurance de la qualité, les conditions d'utilisation du certificat et les conditions et la procédure de suspension et de retrait du certificat.
Les organismes de certification chargés de certifier les experts en inventaire d'amiante et l'assurance de la qualité sont titulaires d'un agrément. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure de l'agrément, les conditions et la procédure de suspension et de retrait de l'agrément ainsi que les conditions d'utilisation de l'agrément. Le Gouvernement flamand fixe également les exigences de qualité et peut désigner un organisme chargé de vérifier l'agrément des organismes de certification.
L'OVAM est certifié de plein droit comme expert en inventaire d'amiante. ".
" Art. 33/16. L'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 33/10 est un expert indépendant certifié par un organisme de certification.
Le Gouvernement flamand fixe les conditions de certification d'un expert en inventaire d'amiante, les modalités en matière d'assurance de la qualité, les conditions d'utilisation du certificat et les conditions et la procédure de suspension et de retrait du certificat.
Les organismes de certification chargés de certifier les experts en inventaire d'amiante et l'assurance de la qualité sont titulaires d'un agrément. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure de l'agrément, les conditions et la procédure de suspension et de retrait de l'agrément ainsi que les conditions d'utilisation de l'agrément. Le Gouvernement flamand fixe également les exigences de qualité et peut désigner un organisme chargé de vérifier l'agrément des organismes de certification.
L'OVAM est certifié de plein droit comme expert en inventaire d'amiante. ".
Art. 28. Aan artikel 66, § 1, van hetzelfde decreet, worden een vijfde, zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De Vlaamse Regering kan de aflevering van een asbestinventarisattest als vermeld in artikel 33/11 afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
De Vlaamse Regering kan derden een retributie laten betalen om de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10, § 4, te consulteren.
De Vlaamse Regering kan een retributie laten betalen om een aanvraag tot erkenning als certificatie-instelling als vermeld in artikel 33/16 te laten beoordelen.".
"De Vlaamse Regering kan de aflevering van een asbestinventarisattest als vermeld in artikel 33/11 afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
De Vlaamse Regering kan derden een retributie laten betalen om de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10, § 4, te consulteren.
De Vlaamse Regering kan een retributie laten betalen om een aanvraag tot erkenning als certificatie-instelling als vermeld in artikel 33/16 te laten beoordelen.".
Art. 28. L'article 66, § 1er, du même décret est complété par un alinéa 5, un alinéa 6 et un alinéa 7, rédigés comme suit :
" Le Gouvernement flamand peut soumettre la remise d'un certificat d'inventaire d'amiante tel que visé à l'article 33/11 au paiement d'une rétribution.
Le Gouvernement flamand peut faire payer à des tiers une rétribution pour la consultation de la base de données des certificats d'inventaires d'amiante visée à l'article 33/10, § 4.
Le Gouvernement flamand peut faire payer une rétribution pour faire évaluer une demande d'agrément comme organisme de certification tel que visé à l'article 33/16. ".
" Le Gouvernement flamand peut soumettre la remise d'un certificat d'inventaire d'amiante tel que visé à l'article 33/11 au paiement d'une rétribution.
Le Gouvernement flamand peut faire payer à des tiers une rétribution pour la consultation de la base de données des certificats d'inventaires d'amiante visée à l'article 33/10, § 4.
Le Gouvernement flamand peut faire payer une rétribution pour faire évaluer une demande d'agrément comme organisme de certification tel que visé à l'article 33/16. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 29. Artikel 18 tot en met 27 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 29. Les articles 18 à 27 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 18; 19; 20; 21; 22; 23; 25; 26; 27 vastgesteld op 17-08-2021 door BVR 2021-07-02/14, art. 85)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 24 vastgesteld op 01-03-2022 en op 01-05-2025 voor de gemeenschappelijke delen van toegankelijke constructies met risico-bouwjaar die onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom vallen, door BVR 2021-07-02/14, art. 86)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 24 vastgesteld op 01-03-2022 en op 01-05-2025 voor de gemeenschappelijke delen van toegankelijke constructies met risico-bouwjaar die onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom vallen, door BVR 2021-07-02/14, art. 86)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 18; 19; 20; 21; 22; 23; 25; 26; 27 fixée au 17-08-2021 par AGF 2021-07-02/14, art. 85)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 24 fixée au 01-03-2022 et au 01-05-2025 pour les parties communes de constructions accessibles d'une année à risque qui relèvent du régime de copropriété forcée, par AGF 2021-07-02/14, art. 86)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 24 fixée au 01-03-2022 et au 01-05-2025 pour les parties communes de constructions accessibles d'une année à risque qui relèvent du régime de copropriété forcée, par AGF 2021-07-02/14, art. 86)