Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 MAART 2019. - Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor wat betreft de fiscale bepalingen van de jobsdeal
Titre
23 MARS 2019. - Loi modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 en ce qui concerne les dispositions fiscales relatives au deal pour l'emploi
Informations sur le document
Numac: 2019011564
Datum: 2019-03-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019011564
Date: 2019-03-23
Moniteur: Voir
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Vrijstelling van inkomstenbelastingen van bepaalde gewestelijke opleidingspremies
CHAPITRE 2. - Exonération à l'impôt sur les revenus de certaines primes régionales à la formation
Art. 2. In artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van (wet mobiliteitsbudget), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 34°, luidende:
  "34° ten belope van maximum 220 euro, de opleidingspremies die door een gewest of de Duitstalige gemeenschap worden toegekend en die voldoen aan de in paragraaf 7 bedoelde voorwaarden.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
  " § 7. Om in aanmerking te komen voor de in paragraaf 1, eerste lid, 34°, bedoelde vrijstelling moeten de premies worden toegekend naar aanleiding van het met succes gevolgd hebben van een opleiding met het oog op een tewerkstelling in een knelpuntberoep zoals gedefinieerd door de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling aan personen die bij de aanvang van de opleiding uitkeringsgerechtigd werkloos waren.
  Voor de toepassing van het eerste lid kan een opleiding eveneens worden geacht met succes te zijn afgerond wanneer een of meerdere modules werden behaald, in geval van een modulaire opleiding, of wanneer de opleiding werd onderbroken om effectief aan het werk te gaan in een knelpuntberoep.".
Art. 2. A l'article 38 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du (loi budget mobilité), les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 34° rédigé comme suit :
  "34° à concurrence de maximum 220 euros, les primes à la formation octroyées par une région ou par la Communauté germanophone et qui remplissent les conditions visées au paragraphe 7." ;
  2° l'article est complété par un paragraphe 7 rédigé comme suit :
  " § 7. Afin d'entrer en considération pour l'exonération visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 34°, les primes doivent être attribuées à l'occasion du suivi avec succès d'une formation en vue d'un emploi dans un métier en pénurie tel que défini par le service pour l'emploi compétent à des personnes qui étaient des chômeurs indemnisés au début de la formation.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, une formation peut également être considérée comme étant terminée avec succès lorsqu'un ou plusieurs modules ont été réussis, dans le cadre d'une formation en modules, ou lorsqu'elle a été interrompue pour mener à une occupation effective dans un métier en pénurie.".
Art. 3. Artikel 2 treedt in werking op de dag waarop deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en is van toepassing op de premies die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019.
Art. 3. L'article 2 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge et est applicable aux primes payées ou attribuées à partir du 1er janvier 2019.
HOOFDSTUK 3. - Systeemvaart
CHAPITRE 3. - Navigation en système
Art. 4. In artikel 2755 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 4, ingetrokken bij de wet van 25 december 2017, wordt hersteld als volgt:
  " § 4. In afwijking van de paragrafen worden 1 tot 3 voor de toepassing van dit artikel eveneens verstaan onder ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht:
  - de ondernemingen die onder het paritair comité voor de binnenscheepvaart ressorteren, met uitzondering van hun sleepdienstactiviteit;
  - en in zover het gaat om werken onder het regime van systeemvaart, waar werknemers, die evenveel rustdagen als arbeidsdagen hebben, worden tewerkgesteld overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 oktober 2012 met betrekking tot het invoeren van een regime van systeemvaart en waarbij de periode aan boord niet meer bedraagt dan 30 opeenvolgende dagen.
  De in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling wordt aan ondernemingen bedoeld in het eerste lid enkel toegekend voor de werknemers aan wie een premie van 18,5 pct. van het basisloon wordt toegekend, zoals bepaald door de in het eerste lid vermelde collectieve arbeidsovereenkomst, en die overeenkomstig voormelde collectieve arbeidsovereenkomst over de betrokken maand waarvoor het voordeel wordt gevraagd, minstens een derde van hun werktijd in het regime van de systeemvaart tewerkgesteld zijn.
  Voor de in het eerste lid bedoelde ondernemingen wordt de in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling berekend op het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen, met uitzondering van de belastbare bezoldigingen van de werknemers die niet voldoen aan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden.
  De in deze paragraaf bedoelde vrijstelling kan niet worden toegekend aan een in het eerste lid bedoelde onderneming, indien het totaal van de krachtens deze paragraaf toegekende vrijstelling en andere door de federale overheid of door een gewest toegekende steun die onder het toepassingsgebied valt van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, en die in de loop van het huidige en de laatste twee afgesloten belastbare tijdperken werd toegekend aan deze onderneming of aan een vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als deze onderneming, meer bedraagt dan 200 000 euro.
  De in het derde lid bedoelde belastbare bezoldigingen, premie inbegrepen, zijn de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, vastgestelde belastbare bezoldigingen van de werknemers met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen.
  De ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van ondernemingen die voldoen aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden, worden voor wat betreft de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de in het derde lid bedoelde belastbare bezoldigingen van deze uitzendkrachten gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde ondernemingen waarvoor zij uitzendkrachten ter beschikking stellen.
  De in deze paragraaf bedoelde vrijstelling kan slechts worden toegekend indien samen met de aangifte een verklaring wordt overgemaakt, waarvan het model door de Koning wordt vastgelegd, en waarin het geheel is opgenomen van de krachtens deze paragraaf toegekende vrijstelling en andere door de federale overheid of door een gewest toegekende steun die onder het toepassingsgebied valt van de in het vierde lid bedoelde Verordening, en die in de loop van het huidige en de laatste twee afgesloten belastbare tijdperken werd toegekend aan deze onderneming of aan een vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als deze onderneming.".
  2° het wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6. De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld voor de toepassing van dit artikel. Hij bepaalt inzonderheid de nadere regels en modaliteiten voor het indienen van de in paragraaf 4, zevende lid, bedoelde verklaring.".
Art. 4. A l'article 2755 du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 4, retiré par la loi du 25 décembre 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 4. Par dérogation aux paragraphes 1er à 3, sont aussi comprises comme entreprises où s'effectue un travail en équipe pour l'application du présent article :
  - les entreprises qui ressortissent à la commission paritaire de la batellerie, à l'exception de leur activité de remorquage ;
  - et pour autant qu'il s'agisse de travaux sous un régime de navigation en système dont les travailleurs, qui ont autant de jours de repos que de jours de travail, travaillent en application de la convention collective de travail du 3 octobre 2012 relative à la possibilité d'instauration d'un régime de navigation en système, et dont la période à bord ne dépasse pas 30 jours subséquents.
  La dispense visée au paragraphe 1er est seulement accordée aux entreprises visées à l'alinéa 1er pour les travailleurs à qui une prime de 18,5 % du salaire de base visée à la convention collective de travail mentionnée dans l'alinéa 1er a été attribué et qui sont employés en application de la convention collective de travail précitée au moins un tiers de leur durée de travail dans le régime de la navigation en système durant le mois pour lequel l'avantage est demandé.
  Pour les entreprises visées à l'alinéa 1er, la dispense visée au paragraphe 1er est calculée sur l'ensemble des rémunérations imposables de tous les travailleurs concernés, à l'exception des rémunérations imposables des travailleurs qui ne satisfont pas aux conditions visées aux alinéas 1er et 2.
  La dispense visée au présent paragraphe ne peut pas être attribuée à une entreprise visée à l'alinéa 1er si le total de la dispense accordée en vertu du présent paragraphe et des autres aides accordées par l'autorité fédérale ou par une région, qui tombent dans le champ d'application du Règlement (EU) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis, et qui sont accordées au cours de la période imposable actuelle et des deux dernières périodes imposables clôturées, à cette entreprise ou à une société qui fait partie du même groupe de sociétés que cette entreprise, s'élève à plus de 200 000 euros.
  Les rémunérations imposables, prime comprise, visées à l'alinéa 3, sont les rémunérations imposables des travailleurs déterminées conformément à l'article 31, alinéa 2, 1° et 2°, à l'exclusion du pécule de vacances, de la prime de fin d'année et des arriérés de rémunérations.
  Les entreprises agréées pour le travail intérimaire qui mettent des intérimaires à disposition d'entreprises qui satisfont aux conditions visées à l'alinéa 1er sont, en ce qui concerne la dispense de versement du précompte professionnel sur les rémunérations imposables de ces intérimaires visées à l'alinéa 3, assimilées à ces entreprises visées à l'alinéa 1er pour lesquelles elles mettent des intérimaires à disposition.
  La dispense visée au présent paragraphe ne peut être accordée que si une attestation dont le modèle est déterminé par le Roi est fournie avec la déclaration, et dans laquelle est repris l'ensemble de la dispense accordée en vertu du présent paragraphe et des autres aides accordées par l'autorité fédérale ou par une région, qui tombent dans le champ d'application du Règlement visé à l'alinéa 4, et qui ont été accordées au cours de la période imposable actuelle et des deux dernières périodes imposables clôturées, à cette entreprise ou à une société qui fait partie du même groupe de sociétés que cette entreprise.".
  2° il est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Le Roi détermine les formalités qui doivent être remplies pour l'application du présent article. Il détermine notamment les règles et modalités pour l'introduction de l'attestation visée au paragraphe 4, alinéa 7.".
Art. 5. Artikel 4 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2019 worden betaald of toegekend.
Art. 5. L'article 4 produit ses effets le 1er janvier 2019 et est applicable aux rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er janvier 2019.
HOOFDSTUK 4. - Overwerk
CHAPITRE 4. - Travail supplémentaire
Art. 6. In artikel 154bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 17 mei 2007, 27 maart 2009, 7 november 2011, het koninklijk besluit van 11 december 2013, en de wetten van 26 december 2013, 8 mei 2014, 10 augustus 2015, 16 november 2015 en 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het tweede en het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Het in het tweede lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt opgetrokken tot 180 uren voor de aanslagjaren 2020 en 2021. De Ministerraad evalueert de impact van deze verhoging op de arbeidsmarkt ten laatste tegen 30 juni 2020. In geval van een positieve evaluatie kan de verhoging door een besluit dat wordt vastgesteld na overleg in de Ministerraad en uiterlijk op 31 december 2020 wordt genomen voor onbepaalde duur worden verlengd.";
  2° het zesde lid, dat het zevende lid is geworden, wordt vervangen als volgt:
  "De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het derde en zesde lid genomen besluiten. Deze besluiten houden op uitwerking te hebben indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De bekrachtiging heeft uitwerking vanaf die datum. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de voormelde termijn worden de besluiten geacht nooit uitwerking te hebben gehad.".
Art. 6. A l'article 154bis du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006, 17 mai 2007, 27 mars 2009, 7 novembre 2011, l'arrêté royal du 11 décembre 2013, et les lois des 26 décembre 2013, 8 mai 2014, 10 août 2015, 16 novembre 2015 et 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un alinéa est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, rédigé comme suit :
  "Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 2 est augmenté à 180 heures pour les exercices d'imposition 2020 et 2021. Le Conseil des ministres évalue l'impact de cette augmentation sur le marché du travail au plus tard le 30 juin 2020. En cas d'une évaluation positive, l'augmentation peut être prolongée pour une durée indéterminée par un arrêté délibéré en Conseil des ministres et pris au plus tard le 31 décembre 2020.",
  2° l'alinéa 6, devenu l'alinéa 7, est remplacé par ce qui suit :
  "Le Roi saisira la Chambre des représentants, immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation des arrêtés pris en exécution des alinéas 3 et 6. Lesdits arrêtés cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les douze mois qui suivent la date de leur publication au Moniteur belge. La confirmation produit ses effets à cette date. A défaut de cette confirmation endéans le délai précité, les arrêtés sont censés n'avoir jamais produit leurs effets.".
Art. 7. In artikel 2751 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het zesde en het zevende lid, dat het achtste lid wordt, wordt een lid ingevoegd luidende:
  "Het in het zesde lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt opgetrokken tot 180 uren voor de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 worden betaald of toegekend. De Ministerraad evalueert de impact van deze verhoging op de arbeidsmarkt ten laatste tegen 30 juni 2020. In geval van een positieve evaluatie kan de verhoging bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor onbepaalde duur worden verlengd.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van het ter uitvoering van het zevende lid genomen besluit. Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De bekrachtiging heeft uitwerking vanaf die datum. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de voormelde termijn wordt het besluit geacht nooit uitwerking te hebben gehad.".
Art. 7. A l'article 2751 du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 16 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un alinéa est inséré entre l'alinéa 6 et l'alinéa 7, qui devient l'alinéa 8, rédigé comme suit :
  "Le maximum de 130 heures de travail supplémentaire déterminé à l'alinéa 6 est augmenté à 180 heures pour les rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er janvier 2019 et jusqu'au 31 décembre 2020. Le Conseil des ministres évalue l'impact de cette augmentation sur le marché du travail au plus tard le 30 juin 2020. En cas d'une évaluation positive, l'augmentation peut être prolongée pour une durée indéterminée par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi saisira la Chambre des représentants, immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation de l'arrêté pris en exécution de l'alinéa 7. Ledit arrêté cesse de produire ses effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois qui suivent la date de sa publication au Moniteur belge. La confirmation produit ses effets à cette date. A défaut de cette confirmation endéans le délai précité, l'arrêté est censé n'avoir jamais produit ses effets.".
Art. 8. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Art. 8. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2019.
HOOFDSTUK 5. - Starterslonen voor jongeren
CHAPITRE 5. - Salaires de départ pour les jeunes
Art. 9. In artikel 38, § 1, eerste lid, 32°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden "forfaitaire toeslag" vervangen door de woorden "compenserende toeslag".
Art. 9. Dans l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 32°, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots "supplément forfaitaire" sont remplacés par les mots "supplément compensatoire".
Art. 10. In artikel 53, 26°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden "forfaitaire toeslag" vervangen door de woorden "compenserende toeslag".
Art. 10. Dans l'article 53, 26°, du même Code, inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots "supplément forfaitaire" sont remplacés par les mots "supplément compensatoire".
Art. 11. In artikel 27511, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden "forfaitaire toeslagen" telkens vervangen door de woorden "compenserende toeslagen".
Art. 11. Dans l'article 27511, du même Code, inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots "supplément forfaitaire" sont remplacés par les mots "supplément compensatoire" et les mots "suppléments forfaitaires" sont remplacés par les mots "suppléments compensatoires".
Art. 12. Dit hoofdstuk is van toepassing op de toeslagen die vanaf 1 januari 2019 worden betaald of toegekend.
Art. 12. Le présent chapitre est applicable aux suppléments payés ou attribués à partir du 1er janvier 2019.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de belastingvermindering voor pensioenen en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen
CHAPITRE 6. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de réduction d'impôt pour pensions et indemnités d'assurance en cas de maladie et d'invalidité
Art. 13. In artikel 147 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, wordt het bedrag "1 148,93 EUR" vervangen door de woorden "een basisvermindering van 1 148,93 EUR en een aanvullende vermindering van 236,38 EUR";
  2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "het in 1° bedoelde bedrag" vervangen door de woorden "de in 1° bedoelde bedragen";
  3° in het eerste lid, 2°, b), worden de woorden "dat het bedrag bedoeld in artikel 154, § 2, 1°, niet overschrijdt" vervangen door de woorden "dat niet meer bedraagt dan 10 160 EUR";
  4° het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) van een gedeelte van de activiteitsinkomsten, in geval van het verkrijgen door een belastingplichtige die de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt van een wettelijk pensioen dat meer dan 10 160 EUR, maar niet meer dan 14 900 EUR bedraagt.";
  5° in het eerste lid, 9°, wordt het bedrag "1 530,34 EUR" vervangen door het bedrag "1 541,69 EUR";
  6° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, c, wordt het gedeelte van de activiteitsinkomsten dat wordt uitgesloten uit het netto-inkomen bepaald naar de verhouding tussen, eensdeels, het verschil tussen 14 900 EUR en het wettelijke pensioen en, anderdeels, het verschil tussen 14 900 EUR en 10 160 EUR.
  Wanneer voor een bepaald aanslagjaar de belasting op pensioenen en andere vervangingsinkomsten na toepassing van deze afdeling niet tot nul is teruggebracht voor een belastingplichtige met een belastbaar inkomen dat gelijk is aan 10 160 EUR en uitsluitend bestaat uit pensioenen en andere vervangingsinkomsten, verhoogt de Koning het in het eerste lid, 1°, vermelde bedrag van de aanvullende vermindering tot het bedrag dat nodig is om voor de voormelde belastingplichtige de belasting alsnog tot nul terug te brengen. Dit verhoogde bedrag is enkel van toepassing voor het betrokken aanslagjaar.".
Art. 13. A l'article 147, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 10 août 2001 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, le montant "1 148,93 EUR" est remplacé par les mots "une réduction de base de 1 148,93 EUR et une réduction additionnelle de 236,38 EUR" ;
  2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "du montant visé au 1° " sont remplacés par les mots "des montants visés au 1° " ;
  3° dans l'alinéa 1er, 2°, b), les mots "le montant visé à l'article 154, § 2, 1°, "sont remplacés par les mots "10 160 EUR" ;
  4° l'alinéa 1er, 2°, est complété par un c) rédigé comme suit :
  "c) d'une partie des revenus d'activités, dans le cas de l'obtention par un contribuable qui a atteint l'âge légale de la pension, d'une pension légale qui s'élève à plus de 10 160 EUR, mais ne s'élève pas à plus de 14 900 EUR." ;
  5° dans l'alinéa 1er, 9°, le montant "1 530,34 EUR" est remplacé par le montant "1 541,69 EUR" ;
  6° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, c, la partie des revenus d'activités qui est exclue du revenu net est déterminée par le rapport entre, d'une part, la différence entre 14 900 EUR et la pension légale et, d'autre part, la différence entre 14 900 EUR et 10 160 EUR.
  Lorsque pour un exercice d'imposition déterminée, l'impôt sur les pensions et autres revenus de remplacement après application de cette section n'est pas ramené à zéro pour un contribuable avec un revenu imposable égal à 10 160 EUR et composé exclusivement de pensions et autres revenus de remplacement, le Roi majore le montant de la réduction additionnelle visé à l'alinéa 1er, 1°, du montant nécessaire afin que l'impôt pour le contribuable susmentionné soit tout de même ramené à zéro. Ce montant majoré est uniquement d'application pour l'exercice d'imposition concerné.".
Art. 14. In titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 151/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 151/1. De aanvullende verminderingen voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten worden niet verleend wanneer het belastbare inkomen 14 900 EUR of meer bedraagt. Wanneer het belastbare inkomen begrepen is tussen 10 160 EUR en 14 900 EUR, worden die verminderingen slechts verleend tot een deel dat wordt bepaald naar de verhouding tussen, eensdeels, het verschil tussen 14 900 EUR en het belastbare inkomen en, anderdeels, het verschil tussen 14 900 EUR en 10 160 EUR.".
Art. 14. Au titre II, chapitre III, section 1ère, sous-section 3, du même Code, un article 151/1 est inséré, rédigé comme suit :
  "Art. 151/1. Les réductions additionnelles pour pensions et autres revenus de remplacement ne sont pas accordées lorsque le revenu imposable s'élève à 14 900 EUR ou plus. Lorsque le revenu imposable est compris entre 10 160 EUR et 14 900 EUR, ces réductions ne sont accordées qu'à concurrence d'une quotité déterminée par le rapport qu'il y a entre, d'une part, la différence entre 14 900 EUR et le revenu imposable et, d'autre part, la différence entre 14 900 EUR et 10 160 EUR.".
Art. 15. In artikel 152 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, worden de woorden "niet in artikel 151" vervangen door de woorden "niet in de artikelen 151 en 151/1".
Art. 15. Dans l'article 152 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, les mots "à l'article 151" sont remplacés par les mots "aux articles 151 et 151/1".
Art. 16. In artikel 154 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  " § 1. Een bijkomende vermindering wordt verleend wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit:
  1° werkloosheidsuitkeringen;
  2° werkloosheidsuitkeringen enerzijds en pensioenen, wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen of andere vervangingsinkomsten anderzijds.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de bepalingen onder 1° en 2° vervangen als volgt:
  "1° werkloosheidsuitkeringen en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering dat kan worden toegekend tijdens de eerste twaalf maanden van volledige werkloosheid;
  2° werkloosheidsuitkeringen enerzijds en pensioenen, wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen of andere vervangingsinkomsten anderzijds en het totale bedrag van die inkomsten niet hoger is dan 10 160 euro.";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 3°, opgeheven;
  4° in paragraaf 3, eerste lid, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "overeenkomstig § 2, eerste lid, 2°, " vervangen door de woorden "overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid, 1°, ";
  5° in paragraaf 3/1, eerste lid, worden in de inleidende zin de woorden " §§ 2 en 3" vervangen door de woorden "paragraaf 2" en de woorden "pensioenen of vervangingsinkomsten of uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen" vervangen door de woorden "werkloosheidsuitkeringen enerzijds en pensioenen, wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen of andere vervangingsinkomsten anderzijds";
  6° in paragraaf 3/1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° als volgt vervangen:
  "2° 90 pct. van het verschil tussen het bedrag van de vervangingsinkomsten en, desgevallend, pensioenen en 10 160 euro.".
  7° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  "Voor de aanslagjaren 2020 en volgende wordt het in paragraaf 2, eerste lid, 1°, bedoelde maximumbedrag bepaald op basis van de bedragen van de wettelijke werkloosheidsuitkering voor het vierde jaar voorafgaand aan het aanslagjaar."
Art. 16. A l'article 154 du même Code, remplacé par la loi du 15 mai 2007 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 octobre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
  " § 1er. Une réduction complémentaire est accordée lorsque le revenu net total est exclusivement composé :
  1° d'allocations de chômage ;
  2° d'allocations de chômage d'une part, et de pensions, indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité ou d'autres revenus de remplacement d'autre part." ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les 1° et 2° sont remplacés comme suit :
  "1° d'allocations de chômage et que le montant de ces allocations n'excède pas le montant maximum de l'allocation légale de chômage qui peut être attribuée pendant les douze premiers mois de chômage complet ;
  2° d'allocations de chômage d'une part, et de pensions, indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité ou d'autres revenus de remplacement d'autre part et que le montant total de ces revenus n'excède pas 10 160 euros." ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 3° est abrogé ;
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, les mots "conformément au § 2, alinéa 1er, 2°. " sont remplacés par les mots "conformément au § 2, alinéa 1er, 1°. ";
  5° dans le paragraphe 3/1, alinéa 1er, les mots de la phrase liminaire " §§ 2 et 3" sont remplacés par les mots "paragraphe 2" et les mots "de pensions ou de revenus de remplacement, ou se compose exclusivement d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité" sont remplacés par les mots "d'allocations de chômage d'une part et de pensions, d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité ou d'autres revenus de remplacement d'autre part";
  6° dans le paragraphe 3/1, alinéa 1er, le 2° est remplacé comme suit :
  "2° 90 p.c. de la différence entre le montant des revenus de remplacement et, le cas échéant, des pensions et 10 160 euros.".
  7° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Pour les exercices d'imposition 2020 et suivants, les montants maximums visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, sont fixés sur la base des montants des allocations légales de chômage pour la quatrième année précédant l'exercice d'imposition.".
Art. 17. In artikel 174/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, opgeheven bij de wet van 27 december 2012, hersteld bij de wet van 25 december 2017 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "151, 152," vervangen door de woorden "151 tot 152, 154," en worden de woorden "de in artikel 154 bedoelde maximumbedragen" vervangen door de woorden "het in artikel 154 bedoelde maximumbedrag";
  2° in het vierde lid worden de woorden "van de verminderingen" ingevoegd na de woorden "de in artikel 147 vermelde bedragen" en worden de woorden "de in artikel 154 bedoelde maximumbedragen" vervangen door de woorden "het in artikel 154 bedoelde maximumbedrag".
Art. 17. A l'article 174/1, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 2011, abrogé par la loi du 27 décembre 2012, rétabli par la loi du 25 décembre 2017 et modifié par la loi du 26 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "151, 152," sont remplacés par les mots "151 à 152, 154," et les mots "les montants maximums de l'allocation légale de chômage visés à l'article 154," sont remplacés par les mots "le montant maximum de l'allocation de chômage visé à l'article 154," ;
  2° dans l'alinéa 4, les mots "des réductions" sont insérés après les mots "à l'alinéa 3, les montants" et les mots "les montants maximums de l'allocation légale de chômage visés à l'article 154," sont remplacés par les mots "le montant maximum de l'allocation de chômage visé à l'article 154,".
Art. 18. In artikel 178, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "en 147, afgerond" vervangen door de woorden "en van de in artikel 147 vermelde bedragen van de verminderingen, afgerond" en worden de woorden "en 147 worden" vervangen door de woorden "en de in artikel 147 vermelde bedragen van de verminderingen worden";
  2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "151, 152 en 243" vervangen door de woorden "151 tot 152, 154 en 243".
Art. 18. A l'article 178, modifié en dernier lieu par la loi du 11 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "et 147, arrondis" sont remplacés par les mots "et des montants des réductions visés à l'article 147, arrondis" et les mots "et 147 sont" sont remplacés par les mots "et les montants des réductions visés à l'article 147 sont" ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "151, 152 et 243" sont remplacés par les mots "151 à 152, 154 et 243".
Art. 19. Dit hoofdstuk is van toepassing vanaf aanslagjaar 2020.
Art. 19. Le présent chapitre est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2020.