Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 DECEMBER 2018. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten die de plaatsvervangende voogden begeleiden(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-01-2019 en tekstbijwerking tot 23-02-2024)
Titre
5 DECEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement des protutelles(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-01-2019 et mise à jour au 23-02-2024)
Informations sur le document
Numac: 2019010076
Datum: 2018-12-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019010076
Date: 2018-12-05
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities
CHAPITRE 1er. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Dit besluit beoogt het bepalen van de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten die de plaatsvervangende voogden begeleiden in de zin van artikel 35, § 6, van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming.
Article 1er. Le présent arrêté a pour objet de déterminer les conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement des protutelles, dans le cadre de l'application de l'article 35, § 6, du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder:
  1° dienst: de dienst die de plaatsvervangende voogd begeleidt;
  2° adviseur: de adviseur voor hulpverlening aan de jeugd;
  3° aantal erkende mandaten: het aantal mandaten dat de dienst simultaan kan hebben, krachtens zijn erkenning;
  4° besluit van 5 december 2018: het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° service : le service d'accompagnement des protutelles ;
  2° conseiller : le conseiller de l'aide à la jeunesse ;
  3° nombre de mandats agréés : le nombre de mandats que le service peut assumer simultanément en vertu de son agrément ;
  4° arrêté du 5 décembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
CHAPITRE 2. - Missions
Art. 3. De dienst die de plaatsvervangende voogden begeleidt, heeft de opdracht om plaatsvervangende voogden te zoeken en te begeleiden.
  Indien de dienst geen plaatsvervangende voogd vindt, mag hij uitzonderlijk voorstellen om een optredende persoon van de dienst als plaatsvervangende voogd van een kind of een jongere aan te stellen, op voorwaarde dat deze schriftelijk instemt.
Art. 3. Le service d'accompagnement des protutelles a pour mission la recherche de protuteurs et l'accompagnement de la protutelle.
  A titre exceptionnel, lorsque le service est dans l'impossibilité de trouver un protuteur, il peut proposer de désigner comme protuteur d'un enfant ou d'un jeune un intervenant du service, moyennant l'accord écrit de ce dernier.
Art. 4. § 1. De dienst werkt op basis van een mandaat van de adviseur voor hulpverlening aan de jeugd.
  Een mandaat kan maar op een kind of jongere betrekking hebben.
  § 2. De dienst deelt de adviseur alle informatie mee die nuttig is voor de aanstelling van een plaatsvervangende voogd, voor de uitoefening door die laatste van de rechten en verplichtingen van plaatsvervangende voogd en voor de mogelijkheden om de ouders die van het ouderlijke gezag ontzet zijn, hun rechten terug te geven.
  § 3. De dienst stuurt de adviseur een eerste verslag binnen twee maanden na aanvang van het mandaat.
  Het eerste verslag bevat de eerste antwoorden op de vragen van de adviseur.
  Het eerste verslag wordt om de zes maand gevolgd door aanvullende verslagen tot de aanstelling van een plaatsvervangende voogd, zodat de adviseur op de hoogte is van het verloop van het zoeken naar een plaatsvervangende voogd.
  Na de aanstelling van een plaatsvervangende voogd wordt minstens éénmaal per jaar een evolutieverslag aan de adviseur overgemaakt.
  Het evolutieverslag bevat de in de tweede paragraaf vermelde informatie en biedt de adviseur een algemene analyse van de situatie.
Art. 4. § 1er. Le service travaille sur la base d'un mandat du conseiller de l'aide à la jeunesse.
  Un mandat ne peut concerner qu'un seul enfant ou jeune.
  § 2. Le service apporte au conseiller tout élément susceptible de l'éclairer notamment quant à la désignation du protuteur, quant à l'exercice par celui-ci des droits et obligations relatifs à la protutelle et quant aux possibilités de réintégrer dans leurs droits les parents déchus de l'autorité parentale.
  § 3. Le service fait un premier rapport au conseiller dans les 2 mois qui suivent la date du mandat.
  Le premier rapport contient les premiers éléments de réponse aux demandes du conseiller.
  Jusqu'à la désignation du protuteur, le premier rapport est suivi tous les 6 mois de rapports complémentaires permettant au conseiller d'être informé de l'évolution de la recherche d'un protuteur.
  Après la désignation du protuteur, un rapport d'évolution est adressé au moins une fois par an au conseiller.
  Le rapport d'évolution contient les éléments d'information mentionnés au paragraphe 2 et permet au conseiller de disposer d'une analyse globale de la situation.
HOOFDSTUK 3. - Subsidiëring
CHAPITRE 3. - Subventionnement
Afdeling 1. - Subsidies voor personeelskosten
Section 1re. - Subventions pour frais de personnel
Art. 5. [1 De voorlopige jaarlijkse toelage voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 wordt aan de dienst toegekend op basis van de volgende personeelsnormen, uitgedrukt in voltijdse equivalenten:
   1° voor minder dan 80 erkende mandaten:
   a) 0,5 psychosociaal personeelslid voor elke 18 ekerkende mandaten, inclusief maximaal 1 directeur in barema B of psychosociaal personeelslid in de masterbarema;
   b) 0,5 administratief personeel;
   2° van 80 erkende mandaten:
   a) 0,5 psychosociaal personeelslid voor elke 20 erkende mandaten, met inbegrip van maximaal 1 directeur in barema B of psychosociaal personeelslid in de masterbarema;
   b) 0,5 administratief personeel.
   In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het decreet van 5 december 2018 kan de directeur, op verzoek van de inrichtende macht, vervangen worden door een barema A-coördinator.]1

  
Art. 5. [1 La subvention annuelle provisionnelle pour frais de personnel visée aux articles 53 à 55 de l'arrêté du 5 décembre 2018 est allouée au service sur la base des normes d'effectif suivantes, exprimées en équivalents temps plein :
   1° pour moins de 80 mandats agréés:
   a) 0,5 personnel psycho-social, par 18 mandats agréés, dont au maximum 1 directeur barème B ou personnel psycho-social au barème master ;
   b) 0,5 personnel administratif ;
   2° à partir de 80 mandats agréés:
   a) 0,5 personnel psycho-social, par 20 mandats agréés, dont au maximum 1 directeur barème B ou personnel psycho-social au barème master ;
   b) 0,5 personnel administratif.
   Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A.]1

  
Afdeling 2. - Subsidies voor werkingskosten
Section 2. - Subventions pour frais de fonctionnement
Art. 6. De jaarlijkse provisionele subsidie voor werkingskosten bedoeld in de artikelen 57 tot 61 van het besluit van 5 december 2018 wordt aan de dienst toegekend ten belope van 6.857 euro per 20 erkende mandaten of, indien de dienst erkend is voor minder dan 80 mandaten, ten belope van 6.857 euro per 18 erkende mandaten.
Art. 6. La subvention annuelle provisionnelle pour frais de fonctionnement visée aux articles 57 à 61 de l'arrêté du 5 décembre 2018 est allouée au service à concurrence de 6.857 euros pour 20 mandats agréés ou, si le service est agréé pour moins de 80 mandats, à concurrence de 6.857 euros pour 18 mandats agréés.
HOOFDSTUK 4. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 7. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor plaatsvervangende voogden, gewijzigd bij besluit van 10 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et à l'octroi des subventions pour les services de protutelle, modifié par l'arrêté du 10 octobre 2013, est abrogé.
Art. 8. De diensten die erkend zijn overeenkomstig het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor plaatsvervangende voogden, vragen hun erkenning aan op basis van dit besluit en dit uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding ervan.
Art. 8. Les services agréés conformément à l'arrêté du gouvernement de la Communauté française du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services de protutelle sollicitent leur agrément sur la base du présent arrêté au plus tard trois mois après son entrée en vigueur.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 10. De Minister bevoegd voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre ayant la prévention, l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.