Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
5 DECEMBER 2018. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de begeleidingsdiensten voor pleegzorg(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-01-2019 en tekstbijwerking tot 23-02-2024)
Titre
5 DECEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement en accueil familial(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-01-2019 et mise à jour au 23-02-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Afdeling 2. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen vo...
Afdeling 1. - Opdrachten en voorwaarden voor er...
Afdeling 2. - Subsidiëring
HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepalingen betreffend...
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen betreffend...
HOOFDSTUK 5. - Bijzondere bepalingen betreffend...
HOOFDSTUK 6. - Opheffings-, overgangs- en slotb...
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1ère. - Champ d'application
Section 2. - Définitions
CHAPITRE 2. - Dispositions communes aux service...
Section 1ère. - Missions et conditions d'agrément
Section 2. - Subventionnement
CHAPITRE 3. - Dispositions particulières relati...
CHAPITRE 4. - Dispositions particulières relati...
CHAPITRE 5. - Dispositions particulières relati...
CHAPITRE 6. - Dispositions abrogatoires, transi...
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1ère. - Champ d'application
Artikel 1. Dit besluit heeft tot doel om de bijzondere voorwaarden te bepalen voor de erkenning en de subsidiëring van de begeleidingsdiensten voor pleegzorg, in het kader van de zorg voor kinderen in moeilijkheden en in gevaar en van jongeren vervolgd voor feiten die als misdrijf worden omschreven, bedoeld in de artikelen 20, 38 en 55 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming.
Article 1er. Le présent arrêté a pour objet de déterminer les conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'accompagnement en accueil familial, dans le cadre de la prise en charge des enfants en difficulté et en danger et des jeunes poursuivis du chef d'un fait qualifié infraction visés aux articles 20, 38 et 55 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse.
Afdeling 2. - Definities
Section 2. - Définitions
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
1° decreet: het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;
2° dienst: de begeleidingsdienst voor pleegzorg;
3° pleegzorg: het systeem van zorg, vrijwillig of niet, voor een kind of een jongere door de persoon bedoeld in artikel 2, 2° van het decreet; deze zorg bestaat uit de huisvesting en de opvoeding van een kind of een jongere en beoogt het opbouwen van een band tussen het kind of de jongere en de pleegfamilie met als doelstelling de harmonieuze ontwikkeling en de ontplooiing van het kind of de jongere, met respect voor de plaats van zijn ouders of personen die het ouderlijk gezag uitoefenen.
4° pleegzorger: de pleegzorger bedoeld in artikel 2, 2° van het decreet die een familielid, een vertrouwenspersoon of een persoon, gekozen door de dienst, kan zijn;
5° besluit van 5 december 2018: het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het Wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;
6° aantal erkende mandaten: het aantal mandaten dat de dienst tegelijk kan opnemen krachtens zijn erkenning.
1° decreet: het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;
2° dienst: de begeleidingsdienst voor pleegzorg;
3° pleegzorg: het systeem van zorg, vrijwillig of niet, voor een kind of een jongere door de persoon bedoeld in artikel 2, 2° van het decreet; deze zorg bestaat uit de huisvesting en de opvoeding van een kind of een jongere en beoogt het opbouwen van een band tussen het kind of de jongere en de pleegfamilie met als doelstelling de harmonieuze ontwikkeling en de ontplooiing van het kind of de jongere, met respect voor de plaats van zijn ouders of personen die het ouderlijk gezag uitoefenen.
4° pleegzorger: de pleegzorger bedoeld in artikel 2, 2° van het decreet die een familielid, een vertrouwenspersoon of een persoon, gekozen door de dienst, kan zijn;
5° besluit van 5 december 2018: het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het Wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;
6° aantal erkende mandaten: het aantal mandaten dat de dienst tegelijk kan opnemen krachtens zijn erkenning.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° décret : le décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la Jeunesse et de la protection de la jeunesse;
2° service : le service d'accompagnement en accueil familial;
3° accueil familial : le dispositif d'accueil, bénévole ou non, d'un enfant ou d'un jeune par la personne visée à l'article 2, 2°, du décret; cet accueil consiste en l'hébergement et l'éducation d'un enfant ou d'un jeune et vise la construction d'un lien entre l'enfant ou le jeune et l'accueillant familial avec pour objectif le développement harmonieux et l'épanouissement de l'enfant ou du jeune, tout en respectant la place de ses parents ou autres titulaires de l'autorité parentale à son égard dans l'exercice de celle-ci;
4° accueillant : l'accueillant familial visé à l'article 2, 2°, du décret, qui peut être un membre de la famille, un familier ou une personne sélectionnée par le service;
5° arrêté du 5 décembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse;
6° nombre de mandats agréés : le nombre de mandats que le service peut assumer simultanément en vertu de son agrément.
1° décret : le décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la Jeunesse et de la protection de la jeunesse;
2° service : le service d'accompagnement en accueil familial;
3° accueil familial : le dispositif d'accueil, bénévole ou non, d'un enfant ou d'un jeune par la personne visée à l'article 2, 2°, du décret; cet accueil consiste en l'hébergement et l'éducation d'un enfant ou d'un jeune et vise la construction d'un lien entre l'enfant ou le jeune et l'accueillant familial avec pour objectif le développement harmonieux et l'épanouissement de l'enfant ou du jeune, tout en respectant la place de ses parents ou autres titulaires de l'autorité parentale à son égard dans l'exercice de celle-ci;
4° accueillant : l'accueillant familial visé à l'article 2, 2°, du décret, qui peut être un membre de la famille, un familier ou une personne sélectionnée par le service;
5° arrêté du 5 décembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse;
6° nombre de mandats agréés : le nombre de mandats que le service peut assumer simultanément en vertu de son agrément.
HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de begeleidingsdiensten voor pleegzorg
CHAPITRE 2. - Dispositions communes aux services d'accompagnement en accueil familial
Afdeling 1. - Opdrachten en voorwaarden voor erkenning
Section 1ère. - Missions et conditions d'agrément
Art. 3. § 1. De begeleidingsdienst voor pleegzorg heeft als opdrachten:
1° de evaluatie van de aangepastheid van het project voor het kind, bedoeld in de artikelen 24 en 41 van het decreet, aan het gekozen project van de pleegzorger;
2° de begeleiding voor pleegzorg van het kind of de jongere waarborgen. Deze omvat:
a) de individuele begeleiding van het kind of de jongere in zijn project en zijn gebeurtenissen;
b) de organisatie van de huisvesting door de pleegzorger en de pedagogische, psychologische en sociale omkadering van de pleegzorger en zijn gezin, met inbegrip van de gevallen waar de keuze van deze laatste niet tot stand kwam door de dienst;
c) de ondersteuning van de ouders bij de uitoefening van hun ouderschap en het werk van het behoud van de persoonlijke relaties tussen het kind of de jongere en, zijn ouders en broers en zussen, behalve indien de opdrachtgever meent dat het in strijd is met het belang van het kind of de jongere;
3° de voorbereiding en begeleiding van een terugkeerprogramma van het kind of de jongere in zijn oorspronkelijke leefwereld, na de pleegzorg, of in voorkomend geval, het uitwerken van een alternatieve oplossing tegemoetkomend aan het belang van het kind of de jongere, onder andere het zelfstandig wonen; de begeleiding van dit terugkeerprogramma is beperkt tot een maximumduur van 6 maanden, eenmalig verlengbaar;
4° het waarborgen van het administratief en financieel beheer van de dagelijkse, bijkomende en eenmalige kosten, zoals bepaald bij het besluit van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tussenkomsten voor individuele kosten gelinkt aan de tenlasteneming van jongeren;
5° het waarborgen van de bevordering van pleegzorg ten minste in het tussenkomstgebied, bepaald in het erkenningsbesluit;
6° de organisatie van informatie aan en de selectie van kandidaat-pleegzorgers, met name:
a) het informeren van de kandidaten over de implicaties van pleegzorg en de verplichting om de plaats, de rechten en de plichten van elkeen te respecteren.
b) de evaluatie van het project van kandidaten en hun voorbereiding op pleegzorg;
c) de organisatie van opleiding voor kandidaten.
De selectieprocedure duurt maximum 6 maanden. Op met redenen omklede aanvraag van de kandidaten kan deze duur verlengd worden.
§ 2. De dienst stelt het administratief dossier van de pleegzorger samen dat minstens het volgende bevat:
1° een uittreksel uit het strafregister van het model bedoeld in artikel 596, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, minstens om de 5 jaar bijgewerkt, van de pleegzorger en van elke meerderjarige die onder hetzelfde dak als deze laatste woont;
2° een medisch attest over de pleegzorger en de personen die onder hetzelfde dak wonen als deze laatste, waarin bepaald staat dat er geen medische contra-indicaties voor opvang zijn;
3° de gegevens van het ziekenfonds en het kinderbijslagfonds van de pleegzorger;
4° een samenstelling van het gezin van de pleegzorger;
5° een afschrift van de familiale verzekering van de pleegzorger.
§ 3. De dienst ziet erop toe dat hij aan de pleegzorgers de in zijn bezit zijnde informatie nodig voor de pleegzorg van het kind of de jongere en het inzicht van de situatie meedeelt.
Deze informatie kan betrekking hebben op het familiale verleden en de gezondheid van het kind net als op de redenen en de doelstellingen van de pleegzorg.
1° de evaluatie van de aangepastheid van het project voor het kind, bedoeld in de artikelen 24 en 41 van het decreet, aan het gekozen project van de pleegzorger;
2° de begeleiding voor pleegzorg van het kind of de jongere waarborgen. Deze omvat:
a) de individuele begeleiding van het kind of de jongere in zijn project en zijn gebeurtenissen;
b) de organisatie van de huisvesting door de pleegzorger en de pedagogische, psychologische en sociale omkadering van de pleegzorger en zijn gezin, met inbegrip van de gevallen waar de keuze van deze laatste niet tot stand kwam door de dienst;
c) de ondersteuning van de ouders bij de uitoefening van hun ouderschap en het werk van het behoud van de persoonlijke relaties tussen het kind of de jongere en, zijn ouders en broers en zussen, behalve indien de opdrachtgever meent dat het in strijd is met het belang van het kind of de jongere;
3° de voorbereiding en begeleiding van een terugkeerprogramma van het kind of de jongere in zijn oorspronkelijke leefwereld, na de pleegzorg, of in voorkomend geval, het uitwerken van een alternatieve oplossing tegemoetkomend aan het belang van het kind of de jongere, onder andere het zelfstandig wonen; de begeleiding van dit terugkeerprogramma is beperkt tot een maximumduur van 6 maanden, eenmalig verlengbaar;
4° het waarborgen van het administratief en financieel beheer van de dagelijkse, bijkomende en eenmalige kosten, zoals bepaald bij het besluit van 9 december 2015 betreffende de subsidies en tussenkomsten voor individuele kosten gelinkt aan de tenlasteneming van jongeren;
5° het waarborgen van de bevordering van pleegzorg ten minste in het tussenkomstgebied, bepaald in het erkenningsbesluit;
6° de organisatie van informatie aan en de selectie van kandidaat-pleegzorgers, met name:
a) het informeren van de kandidaten over de implicaties van pleegzorg en de verplichting om de plaats, de rechten en de plichten van elkeen te respecteren.
b) de evaluatie van het project van kandidaten en hun voorbereiding op pleegzorg;
c) de organisatie van opleiding voor kandidaten.
De selectieprocedure duurt maximum 6 maanden. Op met redenen omklede aanvraag van de kandidaten kan deze duur verlengd worden.
§ 2. De dienst stelt het administratief dossier van de pleegzorger samen dat minstens het volgende bevat:
1° een uittreksel uit het strafregister van het model bedoeld in artikel 596, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, minstens om de 5 jaar bijgewerkt, van de pleegzorger en van elke meerderjarige die onder hetzelfde dak als deze laatste woont;
2° een medisch attest over de pleegzorger en de personen die onder hetzelfde dak wonen als deze laatste, waarin bepaald staat dat er geen medische contra-indicaties voor opvang zijn;
3° de gegevens van het ziekenfonds en het kinderbijslagfonds van de pleegzorger;
4° een samenstelling van het gezin van de pleegzorger;
5° een afschrift van de familiale verzekering van de pleegzorger.
§ 3. De dienst ziet erop toe dat hij aan de pleegzorgers de in zijn bezit zijnde informatie nodig voor de pleegzorg van het kind of de jongere en het inzicht van de situatie meedeelt.
Deze informatie kan betrekking hebben op het familiale verleden en de gezondheid van het kind net als op de redenen en de doelstellingen van de pleegzorg.
Art. 3. § 1er. Le service d'accompagnement en accueil familial a pour missions :
1° d'évaluer l'adéquation entre le projet pour l'enfant visé aux articles 24 et 41 du décret et le projet de l'accueillant sélectionné;
2° d'assurer l'accompagnement de l'accueil familial de l'enfant ou du jeune, qui comprend :
a) l'accompagnement individualisé de l'enfant ou du jeune dans son projet et son histoire;
b) l'organisation de l'hébergement par l'accueillant et l'encadrement pédagogique, psychologique et social de l'accueillant et de sa famille, y compris dans les cas où la sélection de ce dernier n'a pas été opérée par le service;
c) le soutien des parents dans l'exercice de leur parentalité et le travail du maintien des relations personnelles entre l'enfant ou le jeune et, ses parents et frères et soeurs, sauf si l'autorité mandante estime qu'il est contraire à l'intérêt de l'enfant ou du jeune;
3° de préparer et d'accompagner un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, à l'issue de l'accueil familial, ou s'il échet, de mettre en oeuvre toute solution alternative rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune, entre autres la résidence autonome; l'accompagnement de ce programme de retour est limité à une durée de 6 mois maximum, renouvelable 1 fois;
4° d'assurer la gestion administrative et financière des frais journaliers, complémentaires et ponctuels tels que prévus par l'arrêté du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge de jeunes;
5° d'assurer la promotion de l'accueil familial au moins au sein de la zone territoriale d'intervention précisée dans l'arrêté d'agrément;
6° d'organiser l'information et la sélection des candidats accueillants, c'est-à-dire :
a) informer les candidats des implications de l'accueil familial et de l'obligation de respecter la place et les droits et devoirs de chacun;
b) évaluer le projet des candidats et les préparer à l'accueil familial;
c) organiser la formation des candidats.
La procédure de sélection dure 6 mois maximum. A la demande motivée des candidats, cette durée peut être prolongée.
§ 2. Le service constitue le dossier administratif de l'accueillant, qui comprend au moins :
1° un extrait du casier judiciaire du modèle visé à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, actualisé au moins tous les 5 ans, de l'accueillant ainsi que de toute personne majeure vivant sous le même toit que celui-ci;
2° une attestation médicale relative à l'accueillant et aux personnes vivant sous le même toit que celui-ci stipulant qu'il n'y a pas de contre-indication médicale à l'accueil;
3° les coordonnées de la mutuelle et de la caisse d'allocations familiales de l'accueillant;
4° une composition de ménage de l'accueillant;
5° une copie de l'assurance familiale de l'accueillant.
§ 3. Le service veille à apporter aux accueillants les informations en sa possession utiles à l'accueil de l'enfant ou du jeune et à la compréhension de sa situation.
Ces informations peuvent porter sur les antécédents familiaux et de santé de l'enfant ainsi que sur les motivations et les objectifs de l'accueil familial.
1° d'évaluer l'adéquation entre le projet pour l'enfant visé aux articles 24 et 41 du décret et le projet de l'accueillant sélectionné;
2° d'assurer l'accompagnement de l'accueil familial de l'enfant ou du jeune, qui comprend :
a) l'accompagnement individualisé de l'enfant ou du jeune dans son projet et son histoire;
b) l'organisation de l'hébergement par l'accueillant et l'encadrement pédagogique, psychologique et social de l'accueillant et de sa famille, y compris dans les cas où la sélection de ce dernier n'a pas été opérée par le service;
c) le soutien des parents dans l'exercice de leur parentalité et le travail du maintien des relations personnelles entre l'enfant ou le jeune et, ses parents et frères et soeurs, sauf si l'autorité mandante estime qu'il est contraire à l'intérêt de l'enfant ou du jeune;
3° de préparer et d'accompagner un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, à l'issue de l'accueil familial, ou s'il échet, de mettre en oeuvre toute solution alternative rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune, entre autres la résidence autonome; l'accompagnement de ce programme de retour est limité à une durée de 6 mois maximum, renouvelable 1 fois;
4° d'assurer la gestion administrative et financière des frais journaliers, complémentaires et ponctuels tels que prévus par l'arrêté du 9 décembre 2015 relatif aux subventions et interventions pour frais individuels liés à la prise en charge de jeunes;
5° d'assurer la promotion de l'accueil familial au moins au sein de la zone territoriale d'intervention précisée dans l'arrêté d'agrément;
6° d'organiser l'information et la sélection des candidats accueillants, c'est-à-dire :
a) informer les candidats des implications de l'accueil familial et de l'obligation de respecter la place et les droits et devoirs de chacun;
b) évaluer le projet des candidats et les préparer à l'accueil familial;
c) organiser la formation des candidats.
La procédure de sélection dure 6 mois maximum. A la demande motivée des candidats, cette durée peut être prolongée.
§ 2. Le service constitue le dossier administratif de l'accueillant, qui comprend au moins :
1° un extrait du casier judiciaire du modèle visé à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, actualisé au moins tous les 5 ans, de l'accueillant ainsi que de toute personne majeure vivant sous le même toit que celui-ci;
2° une attestation médicale relative à l'accueillant et aux personnes vivant sous le même toit que celui-ci stipulant qu'il n'y a pas de contre-indication médicale à l'accueil;
3° les coordonnées de la mutuelle et de la caisse d'allocations familiales de l'accueillant;
4° une composition de ménage de l'accueillant;
5° une copie de l'assurance familiale de l'accueillant.
§ 3. Le service veille à apporter aux accueillants les informations en sa possession utiles à l'accueil de l'enfant ou du jeune et à la compréhension de sa situation.
Ces informations peuvent porter sur les antécédents familiaux et de santé de l'enfant ainsi que sur les motivations et les objectifs de l'accueil familial.
Art. 4. De begeleiding kan betrekking hebben op de volgende types pleegzorg:
1° pleegzorg op middellange of lange termijn;
2° dringende pleegzorg;
3° pleegzorg op korte termijn;
Het educatieve project van de dienst bepaalt het type of de types begeleiding waarin hij optreedt.
1° pleegzorg op middellange of lange termijn;
2° dringende pleegzorg;
3° pleegzorg op korte termijn;
Het educatieve project van de dienst bepaalt het type of de types begeleiding waarin hij optreedt.
Art. 4. L'accompagnement peut porter sur les types d'accueil familial suivants :
1° l'accueil familial de moyen ou long terme;
2° l'accueil familial d'urgence;
3° l'accueil familial de court terme.
Le projet éducatif du service détermine le type ou les types d'accompagnement pour lequel il intervient.
1° l'accueil familial de moyen ou long terme;
2° l'accueil familial d'urgence;
3° l'accueil familial de court terme.
Le projet éducatif du service détermine le type ou les types d'accompagnement pour lequel il intervient.
Art. 5. § 1. Het mandaat verduidelijkt de opdracht die aan de dienst werd toevertrouwd, de aard van de verleende hulp, de nagestreefde doelstellingen, de redenen en de duur.
Een mandaat kan maar op een kind of jongere betrekking hebben.
§ 2. Het erkenningsbesluit bepaalt het aantal erkende mandaten per type begeleiding en in voorkomend geval het aantal erkende gedecentraliseerde eenheden.
Voor de begeleiding voor pleegzorg op middellange of lange termijn bedraagt het aantal erkende mandaten per gedecentraliseerde eenheid minstens 72.
Voor de begeleiding voor pleegzorg op korte termijn of dringende pleegzorg bedraagt het aantal erkende mandaten per gedecentraliseerde eenheid minstens 6.
§ 3. De dienst houdt rekening met de bepalingen en beslissingen bedoeld in hoofdstuk II van titel IX van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
§ 4. De dienst brengt verslag uit bij de opdrachtgever overeenkomstig de artikelen 8, 11 en 14.
§ 5. Behoudens afwijking toegestaan door de opdrachtgever in het geval van broers en zussen, kan een pleegzorger niet meer dan drie kinderen tegelijk opvangen.
Een mandaat kan maar op een kind of jongere betrekking hebben.
§ 2. Het erkenningsbesluit bepaalt het aantal erkende mandaten per type begeleiding en in voorkomend geval het aantal erkende gedecentraliseerde eenheden.
Voor de begeleiding voor pleegzorg op middellange of lange termijn bedraagt het aantal erkende mandaten per gedecentraliseerde eenheid minstens 72.
Voor de begeleiding voor pleegzorg op korte termijn of dringende pleegzorg bedraagt het aantal erkende mandaten per gedecentraliseerde eenheid minstens 6.
§ 3. De dienst houdt rekening met de bepalingen en beslissingen bedoeld in hoofdstuk II van titel IX van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
§ 4. De dienst brengt verslag uit bij de opdrachtgever overeenkomstig de artikelen 8, 11 en 14.
§ 5. Behoudens afwijking toegestaan door de opdrachtgever in het geval van broers en zussen, kan een pleegzorger niet meer dan drie kinderen tegelijk opvangen.
Art. 5. § 1er. Le mandat précise la mission confiée au service, la nature de l'aide apportée, les objectifs poursuivis, ses motifs et sa durée.
Un mandat ne peut concerner qu'un seul enfant ou jeune.
§ 2. L'arrêté d'agrément détermine le nombre de mandats agréés par type d'accompagnement et, le cas échéant, le nombre d'unités décentralisées agréées.
Pour l'accompagnement de l'accueil familial de moyen ou long terme, le nombre de mandats agréés par unité décentralisée est d'au moins 72.
Pour l'accompagnement de l'accueil familial de court terme ou d'urgence, le nombre de mandats agréés par unité décentralisée est d'au moins 6.
§ 3. Le service prend en considération les conventions et les décisions visées au chapitre II du titre IX du livre I du Code civil.
§ 4. Le service fait rapport à l'autorité mandante conformément aux articles 8, 11 et 14.
§ 5. Un accueillant, sauf dérogation accordée par l'autorité mandante dans les cas de fratries, ne peut se voir confier simultanément plus de trois enfants.
Un mandat ne peut concerner qu'un seul enfant ou jeune.
§ 2. L'arrêté d'agrément détermine le nombre de mandats agréés par type d'accompagnement et, le cas échéant, le nombre d'unités décentralisées agréées.
Pour l'accompagnement de l'accueil familial de moyen ou long terme, le nombre de mandats agréés par unité décentralisée est d'au moins 72.
Pour l'accompagnement de l'accueil familial de court terme ou d'urgence, le nombre de mandats agréés par unité décentralisée est d'au moins 6.
§ 3. Le service prend en considération les conventions et les décisions visées au chapitre II du titre IX du livre I du Code civil.
§ 4. Le service fait rapport à l'autorité mandante conformément aux articles 8, 11 et 14.
§ 5. Un accueillant, sauf dérogation accordée par l'autorité mandante dans les cas de fratries, ne peut se voir confier simultanément plus de trois enfants.
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art. 6. § 1. [1 ...]1
§ 2. Om de bevorderingsopdracht voor pleegzorg bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 5° te vervullen, ontvangt de dienst een provisionele jaarlijkse subsidie van 5.000 euro.
De provisionele jaarlijkse subsidie bedraagt 7.000 euro voor de dienst erkend voor minstens 192 mandaten.
De uitgaven die deze subsidie kunnen verantwoorden, zijn de uitgaven die specifiek vernonden zijn aan de uitwerking en de verwezenlijking van campagnes en informatie- en bevorderingsmiddelen, met inbegrip van bedragen betaald aan externe dienstverleners.
De acties gevoerd in het kader van de bevorderingsopdracht voor pleegzorg maken het voorwerp uit van een specifieke rubriek in het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 26 van het besluit van 5 december 2018.
§ 2. Om de bevorderingsopdracht voor pleegzorg bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 5° te vervullen, ontvangt de dienst een provisionele jaarlijkse subsidie van 5.000 euro.
De provisionele jaarlijkse subsidie bedraagt 7.000 euro voor de dienst erkend voor minstens 192 mandaten.
De uitgaven die deze subsidie kunnen verantwoorden, zijn de uitgaven die specifiek vernonden zijn aan de uitwerking en de verwezenlijking van campagnes en informatie- en bevorderingsmiddelen, met inbegrip van bedragen betaald aan externe dienstverleners.
De acties gevoerd in het kader van de bevorderingsopdracht voor pleegzorg maken het voorwerp uit van een specifieke rubriek in het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 26 van het besluit van 5 december 2018.
Modifications
Art. 6. § 1er. [1 ...]1.
§ 2. Pour assumer la mission de promotion de l'accueil familial visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 5°, une subvention annuelle provisionnelle de 5.000 euros est allouée au service.
La subvention annuelle provisionnelle est de 7.000 euros pour le service agréé pour au moins 192 mandats.
Les dépenses permettant de justifier cette subvention sont les dépenses spécifiquement liées à la conception et à la réalisation de campagnes et d'outils d'information et de promotion, en ce compris les montants payés à des prestataires externes.
Les actions menées dans le cadre de la mission de promotion de l'accueil familial font l'objet d'une rubrique spécifique dans le rapport d'activités visé à l'article 26 de l'arrêté du 5 décembre 2018.
§ 2. Pour assumer la mission de promotion de l'accueil familial visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 5°, une subvention annuelle provisionnelle de 5.000 euros est allouée au service.
La subvention annuelle provisionnelle est de 7.000 euros pour le service agréé pour au moins 192 mandats.
Les dépenses permettant de justifier cette subvention sont les dépenses spécifiquement liées à la conception et à la réalisation de campagnes et d'outils d'information et de promotion, en ce compris les montants payés à des prestataires externes.
Les actions menées dans le cadre de la mission de promotion de l'accueil familial font l'objet d'une rubrique spécifique dans le rapport d'activités visé à l'article 26 de l'arrêté du 5 décembre 2018.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepalingen betreffende de diensten die de pleegzorg begeleiden op middellange of lange termijn.
CHAPITRE 3. - Dispositions particulières relatives aux services qui accompagnent l'accueil familial de moyen ou long terme
Art. 7. De opdrachtgever kan de dienst een mandaat geven om de pleegzorg van het kind of de jongere door een pleegzorger voor te bereiden. De duur van dit mandaat mag de 3 maanden niet overschrijden.
Art. 7. L'autorité mandante peut mandater le service pour préparer l'accueil de l'enfant ou du jeune par un accueillant. La durée de ce mandat ne peut excéder 3 mois.
Art. 8. De dienst maakt binnen de twee maanden volgend op de datum van het mandaat een verslag over aan de opdrachtgever.
De dienst maakt minstens om de 6 maanden een bijkomend verslag over aan de opdrachtgever.
De opdrachtgever kan altijd een bijkomend verslag vragen.
De verslagen bevatten een analyse van de situatie en de bijzonderheden van de verleende hulp, met inbegrip van de elementen die de verderzetting van de pleegzorg en de verderzetting van deze pleegzorg door een gespecialiseerde dienst, rechtvaardigen. Ze vermelden eveneens de relaties van het kind of de jongere met zijn ouders, hun evolutie en de frequentie van deze relaties.
De dienst maakt minstens om de 6 maanden een bijkomend verslag over aan de opdrachtgever.
De opdrachtgever kan altijd een bijkomend verslag vragen.
De verslagen bevatten een analyse van de situatie en de bijzonderheden van de verleende hulp, met inbegrip van de elementen die de verderzetting van de pleegzorg en de verderzetting van deze pleegzorg door een gespecialiseerde dienst, rechtvaardigen. Ze vermelden eveneens de relaties van het kind of de jongere met zijn ouders, hun evolutie en de frequentie van deze relaties.
Art. 8. Le service adresse un rapport à l'autorité mandante dans les 2 mois qui suivent la date du mandat.
Le service adresse ensuite un rapport complémentaire à l'autorité mandante au moins tous les 6 mois.
L'autorité mandante peut en tout temps demander un rapport complémentaire.
Les rapports contiennent une analyse de la situation et les particularités de l'aide apportée, en ce compris les éléments justifiant la poursuite de l'accueil familial et la poursuite de l'accompagnement de cet accueil familial par un service spécialisé. Ils mentionnent également les relations qu'a l'enfant ou le jeune avec ses parents, leur évolution et la fréquence de celles-ci.
Le service adresse ensuite un rapport complémentaire à l'autorité mandante au moins tous les 6 mois.
L'autorité mandante peut en tout temps demander un rapport complémentaire.
Les rapports contiennent une analyse de la situation et les particularités de l'aide apportée, en ce compris les éléments justifiant la poursuite de l'accueil familial et la poursuite de l'accompagnement de cet accueil familial par un service spécialisé. Ils mentionnent également les relations qu'a l'enfant ou le jeune avec ses parents, leur évolution et la fréquence de celles-ci.
Art. 9. § 1. [1 De provisionele jaarlijkse subsidie voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna "het besluit van 5 december 2018" genoemd, wordt aan de dienst op basis van de volgende normen inzake personeelsbestand toegekend, uitgedrukt in voltijdse equivalenten :
1° 0,25 psycho-sociaal personeel met een barema van master of medisch personeel met een barema van master voor 18 erkende mandaten, met maximum 0,33 medisch personeel met een barema van master per dienst;
2° 0,5 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 12 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 18 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
Pedagogisch bestuurspersoneel met een barema A kan worden toegekend aan de dienst met een gedecentraliseerde eenheid, naar rata van maximum 50% van de werktijd van het psycho-sociaal personeel met een barema van master.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A.]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een arts geconventioneerd met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
1° 0,25 psycho-sociaal personeel met een barema van master of medisch personeel met een barema van master voor 18 erkende mandaten, met maximum 0,33 medisch personeel met een barema van master per dienst;
2° 0,5 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 12 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 18 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
Pedagogisch bestuurspersoneel met een barema A kan worden toegekend aan de dienst met een gedecentraliseerde eenheid, naar rata van maximum 50% van de werktijd van het psycho-sociaal personeel met een barema van master.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A.]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een arts geconventioneerd met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
Modifications
Art. 9. § 1er. [1 La subvention annuelle provisionnelle pour frais de personnel visée aux articles 53 à 55 de l'arrêté du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après dénommé " l'arrêté du 5 décembre 2018 ", est allouée au service sur la base des normes d'effectif suivantes, exprimées en équivalents temps plein :
1° 0,25 personnel psycho-social au barème master ou personnel médical au barème master pour 18 mandats agréés, avec un maximum de 0,33 personnel médical au barème master par service ;
2° 0,5 personnel psycho-social au barème bachelier pour 12 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 18 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Du personnel directeur pédagogique au barème A peut être octroyé au service disposant d'unité décentralisée, à concurrence de maximum 50% du temps de travail du personnel psycho-social au barème master.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
1° 0,25 personnel psycho-social au barème master ou personnel médical au barème master pour 18 mandats agréés, avec un maximum de 0,33 personnel médical au barème master par service ;
2° 0,5 personnel psycho-social au barème bachelier pour 12 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 18 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Du personnel directeur pédagogique au barème A peut être octroyé au service disposant d'unité décentralisée, à concurrence de maximum 50% du temps de travail du personnel psycho-social au barème master.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
Modifications
Art. 10. De provisionele jaarlijkse subsidie voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 57 tot 61 van het besluit van 5 december 2018 wordt aan de dienst toegekend ten belope van 964 euro per erkend mandaat.
Art. 10. La subvention annuelle provisionnelle pour frais de fonctionnement visée aux articles 57 à 61 de l'arrêté 5 décembre 2018 est allouée au service à concurrence de 964 euros par mandat agréé.
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen betreffende de diensten die dringende pleegzorg begeleiden.
CHAPITRE 4. - Dispositions particulières relatives aux services qui accompagnent l'accueil familial d'urgence
Art. 11. § 1. De dringende pleegzorg bestaat uit de huisvesting van een kind of een jongere voor een periode van maximum 15 dagen.
De duur van het mandaat kan eenmalig voor maximum 30 dagen verlengd worden na evaluatie door de opdrachtgever.
De dringende pleegzorg wordt gekenmerkt door een hogere bereikbaarheid van de pleegzorger net als door een snelle organisatie van huisvesting en een intensieve begeleiding door de dienst.
De pleegzorgers voor dringende pleegzorg zijn speciaal voor dit soort opvang geselecteerd.
§ 2. De dienst maakt ten laatste op de laatste werkdag die aan de vervaldag van het mandaat voorafgaat een verslag over aan de opdrachtgever.
In het geval van verlenging maakt de dienst uiterlijk 3 werkdagen voor het einde van de verlenging een verslag over aan de opdrachtgever.
De verslagen bevatten een evaluatie van de situatie van het kind of de jongere en van zijn gezin met het oog op het voorstellen van een terugkeerprogramma voor het kind of de jongere naar zijn oorspronkelijke leefwereld of in voorkomend geval, een alternatieve aangepaste oplossing in het belang van het kind of de jongere.
De duur van het mandaat kan eenmalig voor maximum 30 dagen verlengd worden na evaluatie door de opdrachtgever.
De dringende pleegzorg wordt gekenmerkt door een hogere bereikbaarheid van de pleegzorger net als door een snelle organisatie van huisvesting en een intensieve begeleiding door de dienst.
De pleegzorgers voor dringende pleegzorg zijn speciaal voor dit soort opvang geselecteerd.
§ 2. De dienst maakt ten laatste op de laatste werkdag die aan de vervaldag van het mandaat voorafgaat een verslag over aan de opdrachtgever.
In het geval van verlenging maakt de dienst uiterlijk 3 werkdagen voor het einde van de verlenging een verslag over aan de opdrachtgever.
De verslagen bevatten een evaluatie van de situatie van het kind of de jongere en van zijn gezin met het oog op het voorstellen van een terugkeerprogramma voor het kind of de jongere naar zijn oorspronkelijke leefwereld of in voorkomend geval, een alternatieve aangepaste oplossing in het belang van het kind of de jongere.
Art. 11. § 1er. L'accueil familial d'urgence consiste en l'hébergement d'un enfant ou d'un jeune, pour une période de 15 jours maximum.
La durée du mandat peut être prolongée une fois par l'autorité mandante, après évaluation, pour 30 jours maximum.
L'accueil familial d'urgence se caractérise par une disponibilité accrue de l'accueillant ainsi que par une organisation rapide de l'hébergement et un accompagnement intensif par le service.
Les accueillants sélectionnés pour un accueil familial d'urgence le sont spécifiquement pour ce type de prise en charge.
§ 2. Le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard le jour ouvrable qui précède l'échéance du mandat.
En cas de prolongation, le service adresse un second rapport à l'autorité mandante au plus tard 3 jours ouvrables avant la fin de la prolongation.
Les rapports contiennent une évaluation de la situation de l'enfant ou du jeune et de sa famille en vue de proposer un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, ou, s'il échet, toute solution alternative adaptée rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune.
La durée du mandat peut être prolongée une fois par l'autorité mandante, après évaluation, pour 30 jours maximum.
L'accueil familial d'urgence se caractérise par une disponibilité accrue de l'accueillant ainsi que par une organisation rapide de l'hébergement et un accompagnement intensif par le service.
Les accueillants sélectionnés pour un accueil familial d'urgence le sont spécifiquement pour ce type de prise en charge.
§ 2. Le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard le jour ouvrable qui précède l'échéance du mandat.
En cas de prolongation, le service adresse un second rapport à l'autorité mandante au plus tard 3 jours ouvrables avant la fin de la prolongation.
Les rapports contiennent une évaluation de la situation de l'enfant ou du jeune et de sa famille en vue de proposer un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, ou, s'il échet, toute solution alternative adaptée rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune.
Art. 12. § 1. [1 De provisionele jaarlijkse subsidie voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna "het besluit van 5 december 2018" genoemd, wordt aan de dienst op basis van de volgende normen inzake personeelsbestand toegekend, uitgedrukt in voltijdse equivalenten :
1° 0,25 psycho-sociaal personeelslid met een barema van master voor 6 erkende mandaten;
2° 1 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 3 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 6 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een geconventioneerd arts met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
1° 0,25 psycho-sociaal personeelslid met een barema van master voor 6 erkende mandaten;
2° 1 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 3 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 6 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een geconventioneerd arts met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
Modifications
Art. 12. § 1er. [1 La subvention annuelle provisionnelle pour frais de personnel visée aux articles 53 à 55 de l'arrêté du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après dénommé " l'arrêté du 5 décembre 2018 ", est allouée au service sur la base des normes d'effectif suivantes, exprimées en équivalents temps plein :
1° 0,25 personnel psycho-social au barème master pour 6 mandats agréés ;
2° 1 personnel psycho-social au barème bachelier pour 3 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 6 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
1° 0,25 personnel psycho-social au barème master pour 6 mandats agréés ;
2° 1 personnel psycho-social au barème bachelier pour 3 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 6 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
Modifications
Art. 13. De provisionele jaarlijkse subsidie voor werkingskosten bedoeld in de artikelen 57 tot 61 van het besluit van 5 december 2018 toegekend aan de dienst, wordt als volgt bepaald:
1° 34.702 euro voor een dienst tot 6 erkende mandaten of voor een erkende gedecentraliseerde eenheid;
2° 1.934 euro per erkend mandaat hoger dan 6 of per erkend mandaat van een dienst die de dringende pleegzorg vervult naast een andere pleegzorgopdracht.
1° 34.702 euro voor een dienst tot 6 erkende mandaten of voor een erkende gedecentraliseerde eenheid;
2° 1.934 euro per erkend mandaat hoger dan 6 of per erkend mandaat van een dienst die de dringende pleegzorg vervult naast een andere pleegzorgopdracht.
Art. 13. La subvention annuelle provisionnelle pour frais de fonctionnement visée aux articles 57 à 61 de l'arrêté du 5 décembre 2018 allouée au service est fixée comme suit :
1° 34.702 euros pour un service jusque 6 mandats agréés ou pour une unité décentralisée agréée;
2° 1.934 euros par mandat agréé au-delà de 6 ou par mandat agréé d'un service développant la mission d'accueil familial d'urgence accessoirement à une autre mission d'accueil familial.
1° 34.702 euros pour un service jusque 6 mandats agréés ou pour une unité décentralisée agréée;
2° 1.934 euros par mandat agréé au-delà de 6 ou par mandat agréé d'un service développant la mission d'accueil familial d'urgence accessoirement à une autre mission d'accueil familial.
HOOFDSTUK 5. - Bijzondere bepalingen betreffende de diensten die pleegzorg op korte termijn begeleiden.
CHAPITRE 5. - Dispositions particulières relatives aux services qui accompagnent l'accueil familial de court terme
Art. 14. § 1. De pleegzorg op korte termijn bestaat uit de huisvesting van een kind of een jongere voor een periode van maximum 90 dagen.
De duur van het mandaat kan na evaluatie maximaal 2 maal worden verlengd door de opdrachtgever.
De pleegzorg op korte termijn wordt gekenmerkt door een hogere bereikbaarheid van de pleegzorger net als door een snelle organisatie van huisvesting en een intensieve begeleiding van de dienst.
De pleegzorgers voor pleegzorg op korte termijn zijn speciaal geselecteerd voor dit soort opvang.
§ 2. De dienst maakt uiterlijk 5 dagen voor de vervaldag van het mandaat een verslag over aan de opdrachtgever.
In het geval van verlenging maakt de dienst uiterlijk 5 dagen voor het einde van de verlenging een verslag over aan de opdrachtgever.
De opdrachtgever kan altijd een aanvullend verslag vragen.
De verslagen bevatten een evaluatie van de situatie van het kind of de jongere en zijn gezin met het oog op het voorstellen van een terugkeerprogramma van het kind of de jongere naar zijn oorspronkelijke leefwereld of in voorkomend geval, een alternatieve aangepaste oplossing in het belang van het kind of de jongere.
De duur van het mandaat kan na evaluatie maximaal 2 maal worden verlengd door de opdrachtgever.
De pleegzorg op korte termijn wordt gekenmerkt door een hogere bereikbaarheid van de pleegzorger net als door een snelle organisatie van huisvesting en een intensieve begeleiding van de dienst.
De pleegzorgers voor pleegzorg op korte termijn zijn speciaal geselecteerd voor dit soort opvang.
§ 2. De dienst maakt uiterlijk 5 dagen voor de vervaldag van het mandaat een verslag over aan de opdrachtgever.
In het geval van verlenging maakt de dienst uiterlijk 5 dagen voor het einde van de verlenging een verslag over aan de opdrachtgever.
De opdrachtgever kan altijd een aanvullend verslag vragen.
De verslagen bevatten een evaluatie van de situatie van het kind of de jongere en zijn gezin met het oog op het voorstellen van een terugkeerprogramma van het kind of de jongere naar zijn oorspronkelijke leefwereld of in voorkomend geval, een alternatieve aangepaste oplossing in het belang van het kind of de jongere.
Art. 14. § 1er. L'accueil familial de court terme consiste en l'hébergement d'un enfant ou d'un jeune, pour une période de 90 jours maximum.
Le mandat peut être renouvelé par l'autorité mandante, après évaluation, 2 fois maximum.
L'accueil familial de court terme se caractérise par une disponibilité accrue de l'accueillant ainsi que par une organisation rapide de l'hébergement et un accompagnement intensif par le service.
Les accueillants sélectionnés pour un accueil familial de court terme le sont spécifiquement pour ce type de prise en charge.
§ 2. Le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard 5 jours avant l'échéance du mandat.
En cas de renouvellement, le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard 5 jours avant la fin du renouvellement.
L'autorité mandante peut en tout temps demander un rapport complémentaire.
Les rapports contiennent une évaluation de la situation de l'enfant ou du jeune et de sa famille en vue de proposer un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, ou, s'il échet, toute solution alternative adaptée rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune.
Le mandat peut être renouvelé par l'autorité mandante, après évaluation, 2 fois maximum.
L'accueil familial de court terme se caractérise par une disponibilité accrue de l'accueillant ainsi que par une organisation rapide de l'hébergement et un accompagnement intensif par le service.
Les accueillants sélectionnés pour un accueil familial de court terme le sont spécifiquement pour ce type de prise en charge.
§ 2. Le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard 5 jours avant l'échéance du mandat.
En cas de renouvellement, le service adresse un rapport à l'autorité mandante au plus tard 5 jours avant la fin du renouvellement.
L'autorité mandante peut en tout temps demander un rapport complémentaire.
Les rapports contiennent une évaluation de la situation de l'enfant ou du jeune et de sa famille en vue de proposer un programme de retour de l'enfant ou du jeune dans son milieu de vie d'origine, ou, s'il échet, toute solution alternative adaptée rencontrant l'intérêt de l'enfant ou du jeune.
Art. 15. § 1.[1 De provisionele jaarlijkse subsidie voor personeelskosten bedoeld in de artikelen 53 tot 55 van het besluit van 5 december 2018 betreffende de algemene voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten bedoeld in artikel 139 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, hierna "het besluit van 5 december 2018" genoemd, wordt aan de dienst op basis van de volgende normen inzake personeelsbestand toegekend, uitgedrukt in voltijdse equivalenten :
1° 0,5 psycho-sociaal personeelslid met een barema van master voor 6 erkende mandaten;
2° 1 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 6 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 6 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een arts geconventioneerd met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
1° 0,5 psycho-sociaal personeelslid met een barema van master voor 6 erkende mandaten;
2° 1 psycho-sociaal personeel met een barema van bachelor voor 6 erkende mandaten;
3° 0,25 administratief personeelslid voor 6 erkende mandaten met een maximum van 1 administratief personeelslid met een barema van gegradueerde huismeester of van een barema van niet-gegradueerde huismeester per dienst;
4° 1 directeur barema B.
In de gevallen bedoeld in artikel 53, § 1, tweede lid, van het besluit van 5 december 2018 kan de directeur, op aanvraag van de inrichtende macht, vervangen worden door een coördinator barema A]1
§ 2. De uitgaven voor personeelskosten van een arts geconventioneerd met de dienst worden meegerekend voor de rechtvaardiging van de uitgaven en personeelskosten.
Modifications
Art. 15. [1 La subvention annuelle provisionnelle pour frais de personnel visée aux articles 53 à 55 de l'arrêté du 5 décembre 2018 relatif aux conditions générales d'agrément et d'octroi des subventions pour les services visés à l'article 139 du décret du 18 janvier 2018 portant le Code de la prévention, de l'aide à la jeunesse et de la protection de la jeunesse, ci-après dénommé " l'arrêté du 5 décembre 2018 ", est allouée au service sur la base des normes d'effectif suivantes, exprimées en équivalents temps plein :
1° 0,5 personnel psycho-social au barème master pour 6 mandats agréés ;
2° 1 personnel psycho-social au barème bachelier pour 6 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 6 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A ]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
1° 0,5 personnel psycho-social au barème master pour 6 mandats agréés ;
2° 1 personnel psycho-social au barème bachelier pour 6 mandats agréés ;
3° 0,25 personnel administratif pour 6 mandats agréés, avec un maximum d'1 personnel administratif au barème économe gradué ou au barème économe non gradué par service ;
4° 1 directeur barème B.
Dans les cas visés à l'article 53, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du 5 décembre 2018, le directeur peut, à la demande du pouvoir organisateur, être remplacé par un coordinateur barème A ]1.
§ 2. Les dépenses de frais de personnel d'un médecin conventionné avec le service sont prises en considération pour la justification des dépenses en frais de personnel.
Modifications
Art. 16. De provisionele jaarlijkse subsidie voor werkingskosten bedoeld in de artikelen 57 tot 61 van het besluit van 5 december 2018 toegekend aan de dienst, wordt als volgt bepaald:
1° 34.702 euro voor een dienst tot 6 erkende mandaten of voor een erkende gedecentraliseerde eenheid;
2° 1.934 euro per erkend mandaat hoger dan 6 of per erkend mandaat van een dienst die de opdracht pleegzorg op korte termijn vervult naast een andere pleegzorgopdracht.
1° 34.702 euro voor een dienst tot 6 erkende mandaten of voor een erkende gedecentraliseerde eenheid;
2° 1.934 euro per erkend mandaat hoger dan 6 of per erkend mandaat van een dienst die de opdracht pleegzorg op korte termijn vervult naast een andere pleegzorgopdracht.
Art. 16. La subvention annuelle provisionnelle pour frais de fonctionnement visée aux articles 57 à 61 de l'arrêté du 5 décembre 2018 allouée au service est fixée comme suit :
1° 34.702 euros pour un service jusque 6 mandats agréés ou pour une unité décentralisée agréée;
2° 1.934 euros par mandat agréé au-delà de 6 ou par mandat agréé d'un service développant la mission d'accueil familial de court terme accessoirement à une autre mission d'accueil familial.
1° 34.702 euros pour un service jusque 6 mandats agréés ou pour une unité décentralisée agréée;
2° 1.934 euros par mandat agréé au-delà de 6 ou par mandat agréé d'un service développant la mission d'accueil familial de court terme accessoirement à une autre mission d'accueil familial.
HOOFDSTUK 6. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 17. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 2014 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van diensten voor optreden en begeleiding in het kader van de gezinsopvang, gewijzigd bij het besluit van 16 december 2015, wordt opgeheven, met uitzondering van de bepalingen betreffende peterschap en diensten die het begeleiden.
Art. 17. L'arrêté du gouvernement de la Communauté française du 8 mai 2014 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services d'intervention et d'accompagnement en accueil familial, modifié par l'arrêté du 16 décembre 2015, est abrogé, à l'exclusion des dispositions relatives au parrainage et aux services qui l'accompagnent.
Art. 18. De diensten erkend overeenkomstig het besluit van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor familiale plaatsing net als de begeleidingsdiensten voor pleegzorg erkend overeenkomstig het besluit van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten die een bijzonder pedagogische project uitwerken, vragen hun erkenning aan overeenkomstig dit besluit uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Voor de diensten erkend overeenkomstig het besluit van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor familiale plaatsing, die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, een aantal voltijdse equivalenten genoten dat hoger ligt dan datgene vastgelegd op basis van de normen die door dit besluit worden bepaald, wordt dit aantal gehandhaafd en wordt hiermee rekening gehouden voor de toekenning van de subsidies voor personeelskosten tot het natuurlijke vertrek van het overtollige personeel.
Voor de begeleidingsdiensten voor pleegzorg erkend overeenkomstig het besluit van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten die een bijzonder pedagogisch project uitwerken, die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, een aantal voltijdse equivalenten genoten dat hoger ligt dan datgene vastgelegd op basis van de normen die door dit besluit worden bepaald, wordt dit aantal gehandhaafd en wordt hiermee rekening gehouden voor de toekenning van de subsidies voor personeelskosten tot het natuurlijke vertrek van het overtollige personeel.
Voor de diensten erkend overeenkomstig het besluit van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten voor familiale plaatsing, die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, een aantal voltijdse equivalenten genoten dat hoger ligt dan datgene vastgelegd op basis van de normen die door dit besluit worden bepaald, wordt dit aantal gehandhaafd en wordt hiermee rekening gehouden voor de toekenning van de subsidies voor personeelskosten tot het natuurlijke vertrek van het overtollige personeel.
Voor de begeleidingsdiensten voor pleegzorg erkend overeenkomstig het besluit van 15 maart 1999 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de diensten die een bijzonder pedagogisch project uitwerken, die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, een aantal voltijdse equivalenten genoten dat hoger ligt dan datgene vastgelegd op basis van de normen die door dit besluit worden bepaald, wordt dit aantal gehandhaafd en wordt hiermee rekening gehouden voor de toekenning van de subsidies voor personeelskosten tot het natuurlijke vertrek van het overtollige personeel.
Art. 18. Les services agréés conformément à l'arrêté du gouvernement de la Communauté française du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services de placement familial ainsi que les services accompagnant des accueils familiaux agréés sur la base de l'arrêté du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services qui mettent en oeuvre un projet pédagogique particulier sollicitent leur agrément sur la base du présent arrêté au plus tard trois mois après son entrée en vigueur.
Pour les services agréés sur la base de l'arrêté du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services de placement familial qui bénéficiaient, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un nombre d'équivalents temps plein supérieur à celui établi sur la base des normes fixées par le présent arrêté, ce nombre est maintenu et pris en compte pour l'octroi des subventions pour frais de personnel jusqu'au départ naturel du personnel excédentaire.
Pour les services accompagnant des accueils familiaux agréés sur la base de l'arrêté du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services qui mettent en oeuvre un projet pédagogique particulier qui bénéficiaient, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un nombre d'équivalents temps plein supérieur à celui établi sur la base des normes fixées par le présent arrêté, ce nombre est maintenu et pris en compte pour l'octroi des subventions pour frais de personnel jusqu'au départ naturel du personnel excédentaire.
Pour les services agréés sur la base de l'arrêté du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services de placement familial qui bénéficiaient, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un nombre d'équivalents temps plein supérieur à celui établi sur la base des normes fixées par le présent arrêté, ce nombre est maintenu et pris en compte pour l'octroi des subventions pour frais de personnel jusqu'au départ naturel du personnel excédentaire.
Pour les services accompagnant des accueils familiaux agréés sur la base de l'arrêté du 15 mars 1999 relatif aux conditions particulières d'agrément et d'octroi des subventions pour les services qui mettent en oeuvre un projet pédagogique particulier qui bénéficiaient, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un nombre d'équivalents temps plein supérieur à celui établi sur la base des normes fixées par le présent arrêté, ce nombre est maintenu et pris en compte pour l'octroi des subventions pour frais de personnel jusqu'au départ naturel du personnel excédentaire.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 20. De Minister bevoegd voor preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre qui a la prévention, l'aide à la jeunesse et la protection de la jeunesse dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.