Artikel 1 - Begripsbepaling
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet : het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid;
2° Minister : de minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd voor Werkgelegenheid;
3° Ministerie : het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Werkgelegenheid.
Voor de toepassing van de hoofdstukken 1 tot 4 en voor de toepassing van artikel 59 is de indiensttreding de dag waarop :
1° de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde werkelijk in dienst genomen wordt;
2° een schriftelijke arbeidsovereenkomst is gesloten;
3° de aangifte van indiensttreding is ingediend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 SEPTEMBER 2018. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-11-2018 en tekstbijwerking tot 25-06-2025)
Titre
28 SEPTEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement portant exécution du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-11-2018 et mise à jour au 25-06-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Subsidiëringsvoorwaarden
Afdeling 1. - AktiF-gerechtigden
Afdeling 2. - AktiF PLUS-gerechtigden
HOOFDSTUK 3. - Algemene subsidies
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling 2. - Subsidiëringsvoorwaarden
Afdeling 3. - Indienstnemingsprocedure en klach...
Afdeling 4. - Subsidiëringsvoorwaarden
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere subsidies
Afdeling 1. - Projectgebonden betrekkingen
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Procedure voor projectaanvragen
Onderafdeling 3. - Subsidiëringsvoorwaarden
Onderafdeling 4. - Indienstnemingsprocedure en ...
Onderafdeling 5. - Nadere regels voor de subsid...
Afdeling 2. - Betrekkingen in het kader van een...
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Bestemming
Onderafdeling 3. - Budget
Onderafdeling 4. - Subsidiëringsvoorwaarden
Onderafdeling 5. - Nadere regels voor de subsid...
HOOFDSTUK 5. - Ingebrekestelling, schorsing en ...
HOOFDSTUK 6. - Rapportering
HOOFDSTUK 6.1.. [1 - Tijdelijke maatregelen o...
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Conditions de subventionnement
Section 1re. - Bénéficiaires des mesures AktiF
Section 2. - Bénéficiaires des mesures AktiF PLUS
CHAPITRE 3. - Subventions générales
Section 1re. - Dispositions communes
Section 2. - Conditions de subventionnement
Section 3. - Procédures d'engagement et de recours
Section 4. - Modalités de subventionnement
CHAPITRE 4. - Subventions spécifiques
Section 1re. - Postes liés à des projets
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Procédure de demande relative...
Sous-section 3. - Conditions de subventionnement
Sous-section 4. - Procédures d'engagement et de...
Sous-section 5. - Modalités de subventionnement
Section 2. - Emplois réglés par une convention
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Affectation
Sous-section 3. - Budget
Sous-section 4. - Conditions de subventionnement
Sous-section 5. - Modalités de subventionnement
CHAPITRE 5. - Mise en demeure, suspension et su...
CHAPITRE 6. - Rapport
CHAPITRE 6.1. [1 - Mesures temporaires visant...
Art. 54.1. [1 Les dispositions du présent cha...
Art. 54.2. [1 Les subventions mentionnées aux a...
Art. 54.3. [1 Les subventions mentionnées à l'a...
Art. 54.4. [1 Les subventions mentionnées à l'a...
Art. 54.5. [1 Par dérogation à l'article 11, ...
Art. 54.6. [1 Jusqu'au 31 décembre 2021, le min...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (105)
Texte (105)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er - Définitions
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° décret : le décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi;
2° ministre : le ministre du Gouvernement de la Communauté germanophone compétent pour l'Emploi;
3° ministère : le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'Emploi.
Pour l'application des chapitres 1er à 4 et de l'article 59, il faut entendre par " entrée en service ", le jour où :
1° le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS est réellement engagé;
2° un contrat de travail écrit est conclu;
3° la déclaration correspondante au sens de l'article 4 de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, est introduite.
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° décret : le décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi;
2° ministre : le ministre du Gouvernement de la Communauté germanophone compétent pour l'Emploi;
3° ministère : le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'Emploi.
Pour l'application des chapitres 1er à 4 et de l'article 59, il faut entendre par " entrée en service ", le jour où :
1° le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS est réellement engagé;
2° un contrat de travail écrit est conclu;
3° la déclaration correspondante au sens de l'article 4 de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, est introduite.
Art. 2. [1 Personen die gelijkgesteld worden met niet-werkende werkzoekenden
Volgende personen worden gelijkgesteld met een niet-werkende werkzoekende in de zin van artikel 3, 3°, van het decreet :
1° de werkloze voormalige grensarbeiders in de zin van de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, op voorwaarde dat ze :
a) bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling ingeschreven zijn;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
2° personen die tewerkgesteld zijn in het kader van de maatregel vermeld in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, op voorwaarde dat ze :
a) hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
3° personen die recht hadden op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, met uitzondering van de werknemers die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 14, § 1, 3°, § 2, 3°, en § 3, 3°, van hetzelfde besluit, op voorwaarde dat ze :
a) hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
d) het einde van de gewone ondersteuningsduur van de voormelde doelgroepvermindering bereikt hebben. ]1
[2 4° personen die onder de deeltijdse leerplicht vallen, voor zover ze hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben en in de laatste 20 dagen één van de volgende opleidingen hebben aangevat:
a) [3 de aanloopleertijd vermeld in artikel 6.2 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's;]3;
b) de middenstandsleertijd bedoeld in artikel 7 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's;
c) de industriële leertijd vermeld in de wet van 19 juli 1983 op het industrieel leerlingwezen;
d) de opleiding in het kader van een beroepsinlevingsovereenkomst vermeld in titel IV, hoofdstuk X, van de programmawet van 2 augustus 2002.]2
Volgende personen worden gelijkgesteld met een niet-werkende werkzoekende in de zin van artikel 3, 3°, van het decreet :
1° de werkloze voormalige grensarbeiders in de zin van de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, op voorwaarde dat ze :
a) bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling ingeschreven zijn;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
2° personen die tewerkgesteld zijn in het kader van de maatregel vermeld in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, op voorwaarde dat ze :
a) hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
3° personen die recht hadden op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, met uitzondering van de werknemers die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 14, § 1, 3°, § 2, 3°, en § 3, 3°, van hetzelfde besluit, op voorwaarde dat ze :
a) hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
b) niet leerplichtig zijn;
c) de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben;
d) het einde van de gewone ondersteuningsduur van de voormelde doelgroepvermindering bereikt hebben. ]1
[2 4° personen die onder de deeltijdse leerplicht vallen, voor zover ze hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben en in de laatste 20 dagen één van de volgende opleidingen hebben aangevat:
a) [3 de aanloopleertijd vermeld in artikel 6.2 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's;]3;
b) de middenstandsleertijd bedoeld in artikel 7 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's;
c) de industriële leertijd vermeld in de wet van 19 juli 1983 op het industrieel leerlingwezen;
d) de opleiding in het kader van een beroepsinlevingsovereenkomst vermeld in titel IV, hoofdstuk X, van de programmawet van 2 augustus 2002.]2
Art. 2. [1 Personnes assimilées à des demandeurs d'emploi inoccupés
Sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés au sens de l'article 3, 3°, du décret :
1° les anciens frontaliers, inoccupés, au sens du règlement (CE) n° 883/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 portant sur la coordination des systèmes de sécurité sociale s'ils :
a) sont inscrits comme demandeurs d'emploi auprès de l'Office de l'emploi;
b) ne sont pas soumis à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
2° les personnes occupées dans le cadre de la mesure mentionnée à l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale si elles :
a) ont leur domicile en région de langue allemande;
b) ne sont pas soumises à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
3° les personnes qui avaient droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, à l'exception des travailleurs auxquels s'applique l'article 14, § 1er, 3°, § 2, 3°, et § 3, 3°, du même arrêté si elles :
a) ont leur domicile en région de langue allemande;
b) ne sont pas soumises à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
d) ont atteint le terme de la durée régulière de soutien en ce qui concerne la réduction pour groupe cible susmentionnée.]1
[2 4° les personnes soumises à l'obligation scolaire à temps partiel dans la mesure où elles ont leur domicile en région de langue allemande et qu'elles ont, dans les vingt derniers jours, commencé l'une des formations suivantes :
a) [3 la formation élémentaire mentionnée à l'article 6.2 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME;]3;
b) l'apprentissage mentionné à l'article 7 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME;
c) l'apprentissage industriel mentionné dans la loi du 19 juillet 1983 relative à l'apprentissage industriel;
d) la formation dans le cadre de la convention d'immersion professionnelle mentionnée au titre IV, chapitre X, de la loi-programme du 2 août 2002.]2
Sont assimilés à des demandeurs d'emploi inoccupés au sens de l'article 3, 3°, du décret :
1° les anciens frontaliers, inoccupés, au sens du règlement (CE) n° 883/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 portant sur la coordination des systèmes de sécurité sociale s'ils :
a) sont inscrits comme demandeurs d'emploi auprès de l'Office de l'emploi;
b) ne sont pas soumis à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
2° les personnes occupées dans le cadre de la mesure mentionnée à l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale si elles :
a) ont leur domicile en région de langue allemande;
b) ne sont pas soumises à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
3° les personnes qui avaient droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, à l'exception des travailleurs auxquels s'applique l'article 14, § 1er, 3°, § 2, 3°, et § 3, 3°, du même arrêté si elles :
a) ont leur domicile en région de langue allemande;
b) ne sont pas soumises à l'obligation scolaire;
c) n'ont pas atteint l'âge légal de la retraite;
d) ont atteint le terme de la durée régulière de soutien en ce qui concerne la réduction pour groupe cible susmentionnée.]1
[2 4° les personnes soumises à l'obligation scolaire à temps partiel dans la mesure où elles ont leur domicile en région de langue allemande et qu'elles ont, dans les vingt derniers jours, commencé l'une des formations suivantes :
a) [3 la formation élémentaire mentionnée à l'article 6.2 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME;]3;
b) l'apprentissage mentionné à l'article 7 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME;
c) l'apprentissage industriel mentionné dans la loi du 19 juillet 1983 relative à l'apprentissage industriel;
d) la formation dans le cadre de la convention d'immersion professionnelle mentionnée au titre IV, chapitre X, de la loi-programme du 2 août 2002.]2
Art. 3. - Periodes die gelijkgesteld worden met de 'duur van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling'
De volgende periodes worden gelijkgesteld met de 'duur van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling' vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet :
1° de periode waarin de werkzoekende bij de bevoegde overheid van een andere deelstaat als werkzoekende is ingeschreven en gedurende welke hij niet-werkend is;
2° [1 de onderbrekingsperiode van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling, voor zover de totale duur van die onderbrekingsperiode niet meer dan dertig dagen bedraagt]1;
3° [1 de periode waarin een uitkering wordt betaald met toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, alsook de binnen de periode van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling liggende periode waarin een uitkering wordt betaald met toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen inzake moederschapsverzekering]1;
4° de periode waarin het leefloon wordt betaald met toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de periode waarin de 'financiële maatschappelijke hulp' wordt betaald aan personen die wegens hun nationaliteit geen recht hebben op het leefloon en die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister;
6° de periode van hechtenis of gevangenisstraf [1 ...]1;
7° de periode van de tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
8° de periode gedurende welke de werkzoekende een PWA-arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst uitvoert;
9° de periode van een van de beroepsopleidingen die door de Dienst voor arbeidsbemiddeling of door de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven georganiseerd of erkend zijn en waarvan de lijst door de Minister wordt vastgelegd;
10° een periode van hoogstens 12 maanden voor niet-werkende werkzoekenden die niet als werkzoekende ingeschreven waren, omdat ze hun loopbaan vrijwillig onderbroken hebben om voor de opvoeding van hun kinderen te zorgen of om voor een afhankelijk en niet-zelfredzaam familielid te zorgen, en die zich herinschakelen op de arbeidsmarkt;
11° de periode van tewerkstelling in het kader van de sociale inschakelingseconomie gedurende welke de werkzoekende recht heeft op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen;
12° de periode gedurende welke de niet-werkende werkzoekende vrijgesteld is van de 'verplichting beschikbaar te zijn' vermeld in de artikelen 89 en 90 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
[2 13° de periode waarin de werkzoekende in een decretaal of reglementair vastgelegd kader tewerkgesteld is om de gevolgen van de overstromingsramp in juli 2021 in de Duitstalige Gemeenschap weg te werken.]2
De Minister kan de in het eerste lid, 9°, vermelde gelijkgestelde periode voor alle of voor bepaalde beroepsopleidingen beperken.
De volgende periodes worden gelijkgesteld met de 'duur van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling' vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet :
1° de periode waarin de werkzoekende bij de bevoegde overheid van een andere deelstaat als werkzoekende is ingeschreven en gedurende welke hij niet-werkend is;
2° [1 de onderbrekingsperiode van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling, voor zover de totale duur van die onderbrekingsperiode niet meer dan dertig dagen bedraagt]1;
3° [1 de periode waarin een uitkering wordt betaald met toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, alsook de binnen de periode van de inschrijving bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling liggende periode waarin een uitkering wordt betaald met toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen inzake moederschapsverzekering]1;
4° de periode waarin het leefloon wordt betaald met toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
5° de periode waarin de 'financiële maatschappelijke hulp' wordt betaald aan personen die wegens hun nationaliteit geen recht hebben op het leefloon en die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister;
6° de periode van hechtenis of gevangenisstraf [1 ...]1;
7° de periode van de tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
8° de periode gedurende welke de werkzoekende een PWA-arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst uitvoert;
9° de periode van een van de beroepsopleidingen die door de Dienst voor arbeidsbemiddeling of door de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven georganiseerd of erkend zijn en waarvan de lijst door de Minister wordt vastgelegd;
10° een periode van hoogstens 12 maanden voor niet-werkende werkzoekenden die niet als werkzoekende ingeschreven waren, omdat ze hun loopbaan vrijwillig onderbroken hebben om voor de opvoeding van hun kinderen te zorgen of om voor een afhankelijk en niet-zelfredzaam familielid te zorgen, en die zich herinschakelen op de arbeidsmarkt;
11° de periode van tewerkstelling in het kader van de sociale inschakelingseconomie gedurende welke de werkzoekende recht heeft op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen;
12° de periode gedurende welke de niet-werkende werkzoekende vrijgesteld is van de 'verplichting beschikbaar te zijn' vermeld in de artikelen 89 en 90 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
[2 13° de periode waarin de werkzoekende in een decretaal of reglementair vastgelegd kader tewerkgesteld is om de gevolgen van de overstromingsramp in juli 2021 in de Duitstalige Gemeenschap weg te werken.]2
De Minister kan de in het eerste lid, 9°, vermelde gelijkgestelde periode voor alle of voor bepaalde beroepsopleidingen beperken.
Art. 3. - Périodes assimilées à la durée de l'inscription auprès de l'Office de l'emploi
Sont assimilées à la durée de l'inscription auprès de l'Office de l'emploi mentionnée à l'article 3, 4°, du décret les périodes suivantes :
1° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi est inscrit en tant que tel auprès de l'autorité compétente d'une autre entité fédérée et où il est inoccupé;
2° [1 la période d'interruption de l'inscription auprès de l'Office de l'emploi, si sa durée totale n'est pas supérieure à trente jours]1;
3° [1 la période qui a donné lieu au paiement d'une indemnité en application des dispositions légales et réglementaires en matière d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, ainsi que celle située dans une période d'inscription auprès de l'Office de l'emploi et qui a donné lieu au paiement d'une indemnité en application des dispositions légales et réglementaires en matière d'assurance-maternité]1;
4° la période au cours de laquelle est perçu le revenu d'intégration en application de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
5° la période qui a donné lieu au paiement de l'aide sociale financière pour les personnes qui, en raison de leur nationalité, n'ont pas droit au revenu d'intégration et sont inscrites dans le registre de la population ou dans celui des étrangers;
6° la période de détention ou d'emprisonnement [1 ...]1;
7° la période d'occupation en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
8° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi exécute un contrat de travail ALE conformément à la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE;
9° la période au cours de laquelle est suivie l'une des formations organisées ou reconnues par l'Office de l'emploi ou l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée et dont le ministre fixe la liste;
10° une période de douze mois maximum pour les demandeurs d'emploi inoccupés qui n'étaient pas inscrits comme demandeurs d'emploi, étant donné qu'ils ont interrompu volontairement leur carrière pour s'occuper de l'éducation de leurs enfants ou prendre en charge des proches en situation de dépendance ou de manque d'autonomie, et qui se réinsèrent sur le marché de l'emploi;
11° la période d'occupation dans le cadre de l'économie sociale d'insertion au cours de laquelle le demandeur d'emploi a droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale;
12° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi inoccupé a été dispensé de l'obligation de disponibilité mentionnées aux articles 89 et 90 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
[2 13° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi est occupé dans un cadre décrétal ou règlementaire afin de remédier aux conséquences des inondations catastrophiques de juillet 2021 en Communauté germanophone. ]2
Le Ministre peut limiter la période à assimiler, mentionnée à l'alinéa 1er, 9°, pour toutes les formations professionnelles ou pour certaines seulement.
Sont assimilées à la durée de l'inscription auprès de l'Office de l'emploi mentionnée à l'article 3, 4°, du décret les périodes suivantes :
1° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi est inscrit en tant que tel auprès de l'autorité compétente d'une autre entité fédérée et où il est inoccupé;
2° [1 la période d'interruption de l'inscription auprès de l'Office de l'emploi, si sa durée totale n'est pas supérieure à trente jours]1;
3° [1 la période qui a donné lieu au paiement d'une indemnité en application des dispositions légales et réglementaires en matière d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, ainsi que celle située dans une période d'inscription auprès de l'Office de l'emploi et qui a donné lieu au paiement d'une indemnité en application des dispositions légales et réglementaires en matière d'assurance-maternité]1;
4° la période au cours de laquelle est perçu le revenu d'intégration en application de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
5° la période qui a donné lieu au paiement de l'aide sociale financière pour les personnes qui, en raison de leur nationalité, n'ont pas droit au revenu d'intégration et sont inscrites dans le registre de la population ou dans celui des étrangers;
6° la période de détention ou d'emprisonnement [1 ...]1;
7° la période d'occupation en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
8° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi exécute un contrat de travail ALE conformément à la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE;
9° la période au cours de laquelle est suivie l'une des formations organisées ou reconnues par l'Office de l'emploi ou l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée et dont le ministre fixe la liste;
10° une période de douze mois maximum pour les demandeurs d'emploi inoccupés qui n'étaient pas inscrits comme demandeurs d'emploi, étant donné qu'ils ont interrompu volontairement leur carrière pour s'occuper de l'éducation de leurs enfants ou prendre en charge des proches en situation de dépendance ou de manque d'autonomie, et qui se réinsèrent sur le marché de l'emploi;
11° la période d'occupation dans le cadre de l'économie sociale d'insertion au cours de laquelle le demandeur d'emploi a droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale;
12° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi inoccupé a été dispensé de l'obligation de disponibilité mentionnées aux articles 89 et 90 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
[2 13° la période au cours de laquelle le demandeur d'emploi est occupé dans un cadre décrétal ou règlementaire afin de remédier aux conséquences des inondations catastrophiques de juillet 2021 en Communauté germanophone. ]2
Le Ministre peut limiter la période à assimiler, mentionnée à l'alinéa 1er, 9°, pour toutes les formations professionnelles ou pour certaines seulement.
Art. 4. - Geldigheidsduur van het attest
Het attest is vier maanden geldig.
[1 Als het attest binnen die termijn correct wordt ingediend en de aanvraag goedgekeurd wordt, eindigt de geldigheid op de dag van de indienstneming.]1
In het attest wordt één van de volgende geldigheidsdatums vermeld :
1° de datum waarop het attest door de Dienst voor arbeidsbemiddeling werd afgegeven, voor zover de niet-werkende werkzoekende nog niet in dienst werd genomen, of;
2° de datum van indiensttreding of van het begin van een maatregel vermeld in de artikelen 9, 12 of 13 van het decreet.
Het attest wordt uiterlijk op de 20e dag, te rekenen vanaf de datum vermeld in het [1 derde lid]1, 2°, bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling aangevraagd.
De Minister legt het model van het attest vast [2 ...]2.
Indien een nieuw attest wordt aangevraagd binnen de geldigheidsperiode van het vorige attest, dan wordt een duplicaat afgegeven dat dezelfde geldigheidsduur heeft als het vorige attest.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling kan van rechtswege een attest afgeven aan een niet-werkende werkzoekende, als die Dienst over alle nodige inlichtingen beschikt om duidelijk vast te stellen dat de niet-werkende werkzoekende AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde is.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling kan een kopie van het attest overzenden aan derden, voor zover die een rechtmatig belang hebben.
Het attest is vier maanden geldig.
[1 Als het attest binnen die termijn correct wordt ingediend en de aanvraag goedgekeurd wordt, eindigt de geldigheid op de dag van de indienstneming.]1
In het attest wordt één van de volgende geldigheidsdatums vermeld :
1° de datum waarop het attest door de Dienst voor arbeidsbemiddeling werd afgegeven, voor zover de niet-werkende werkzoekende nog niet in dienst werd genomen, of;
2° de datum van indiensttreding of van het begin van een maatregel vermeld in de artikelen 9, 12 of 13 van het decreet.
Het attest wordt uiterlijk op de 20e dag, te rekenen vanaf de datum vermeld in het [1 derde lid]1, 2°, bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling aangevraagd.
De Minister legt het model van het attest vast [2 ...]2.
Indien een nieuw attest wordt aangevraagd binnen de geldigheidsperiode van het vorige attest, dan wordt een duplicaat afgegeven dat dezelfde geldigheidsduur heeft als het vorige attest.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling kan van rechtswege een attest afgeven aan een niet-werkende werkzoekende, als die Dienst over alle nodige inlichtingen beschikt om duidelijk vast te stellen dat de niet-werkende werkzoekende AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde is.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling kan een kopie van het attest overzenden aan derden, voor zover die een rechtmatig belang hebben.
Art. 4. - Durée de validité de l'attestation
La durée de validité de l'attestation est fixée à quatre mois.
[1 Si, dans ce délai, l'attestation est remise dans les formes et que la demande est approuvée, la validité prend fin le jour de l'engagement.]1
L'attestation mentionne l'une des dates de validité suivantes :
1° la date à laquelle l'attestation a été établie auprès de l'Office de l'emploi, si le demandeur d'emploi inoccupé n'a pas encore été engagé;
2° la date de l'entrée en service ou du début d'une mesure mentionnée aux articles 9, 12 ou 13 du décret.
L'attestation est demandée auprès de l'Office de l'emploi au plus tard le 20e jour suivant la date [1 visée à l'alinéa 3, 2°]1.
Le ministre fixe [2 ...]2 le modèle de l'attestation.
Si une nouvelle attestation est demandée pendant la période de validité de l'ancienne, un duplicata avec la même validité que celle de l'ancienne attestation est délivré.
L'Office de l'emploi peut délivrer d'office une attestation à un demandeur d'emploi non occupé s'il dispose de toutes les informations nécessaires pour établir clairement que le demandeur d'emploi inoccupé est bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
L'Office de l'emploi peut transmettre une copie de l'attestation à des tiers, dans la mesure où ceux-ci peuvent faire valoir un intérêt légitime.
La durée de validité de l'attestation est fixée à quatre mois.
[1 Si, dans ce délai, l'attestation est remise dans les formes et que la demande est approuvée, la validité prend fin le jour de l'engagement.]1
L'attestation mentionne l'une des dates de validité suivantes :
1° la date à laquelle l'attestation a été établie auprès de l'Office de l'emploi, si le demandeur d'emploi inoccupé n'a pas encore été engagé;
2° la date de l'entrée en service ou du début d'une mesure mentionnée aux articles 9, 12 ou 13 du décret.
L'attestation est demandée auprès de l'Office de l'emploi au plus tard le 20e jour suivant la date [1 visée à l'alinéa 3, 2°]1.
Le ministre fixe [2 ...]2 le modèle de l'attestation.
Si une nouvelle attestation est demandée pendant la période de validité de l'ancienne, un duplicata avec la même validité que celle de l'ancienne attestation est délivré.
L'Office de l'emploi peut délivrer d'office une attestation à un demandeur d'emploi non occupé s'il dispose de toutes les informations nécessaires pour établir clairement que le demandeur d'emploi inoccupé est bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
L'Office de l'emploi peut transmettre une copie de l'attestation à des tiers, dans la mesure où ceux-ci peuvent faire valoir un intérêt légitime.
Art. 5. - Tewerkstellingsmaatregelen
De tewerkstellingsmaatregelen vermeld in artikel 16 van het decreet zijn :
1° de maatregel bepaald in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
2° de maatregel bepaald in het besluit van de Regering van 26 april 1994 tot bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden op de vrije arbeidsmarkt;
3° de tewerkstellingsmaatregel in het kader van de sociale inschakelingseconomie gedurende welke de werkzoekende recht had op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, met uitzondering van de werknemers die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 14, § 1, 3°, § 2, 3°, en § 3, 3°, van hetzelfde besluit;
4° de maatregelen bepaald in de artikelen 55, 57, 58 en 61 van het decreet;
5° de AktiF- of AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid waarin in het kader van het decreet wordt voorzien.
[1 6° de tewerkstelling in een decretaal of reglementair vastgelegd kader om de gevolgen van de overstromingsramp in juli 2021 in de Duitstalige Gemeenschap weg te werken. ]1
De tewerkstellingsmaatregelen vermeld in artikel 16 van het decreet zijn :
1° de maatregel bepaald in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
2° de maatregel bepaald in het besluit van de Regering van 26 april 1994 tot bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden op de vrije arbeidsmarkt;
3° de tewerkstellingsmaatregel in het kader van de sociale inschakelingseconomie gedurende welke de werkzoekende recht had op de doelgroepvermindering vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, met uitzondering van de werknemers die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 14, § 1, 3°, § 2, 3°, en § 3, 3°, van hetzelfde besluit;
4° de maatregelen bepaald in de artikelen 55, 57, 58 en 61 van het decreet;
5° de AktiF- of AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid waarin in het kader van het decreet wordt voorzien.
[1 6° de tewerkstelling in een decretaal of reglementair vastgelegd kader om de gevolgen van de overstromingsramp in juli 2021 in de Duitstalige Gemeenschap weg te werken. ]1
Modifications
Art. 5. - Mesures en faveur de l'emploi
Les mesures en faveur de l'emploi, visées à l'article 16 du décret, sont :
1° la mesure prévue à l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
2° la mesure prévue dans l'arrêté du Gouvernement du 26 avril 1994 promouvant l'occupation de personnes handicapées sur le marché libre du travail;
3° la mesure prise dans le cadre de l'économie sociale d'insertion au cours de laquelle le demandeur d'emploi avait droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, à l'exception des travailleurs auxquels s'applique l'article 14, § 1er, 3°, § 2, 3°, et § 3, 3°, du même arrêté;
4° les mesures prévues aux articles 55, 57, 58 et 61 du décret;
5° les mesures AktiF ou AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, prévues dans le cadre du décret.
[1 6° l'occupation dans un cadre décrétal ou règlementaire afin de remédier aux conséquences des inondations catastrophiques de juillet 2021 en Communauté germanophone.]1
Les mesures en faveur de l'emploi, visées à l'article 16 du décret, sont :
1° la mesure prévue à l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
2° la mesure prévue dans l'arrêté du Gouvernement du 26 avril 1994 promouvant l'occupation de personnes handicapées sur le marché libre du travail;
3° la mesure prise dans le cadre de l'économie sociale d'insertion au cours de laquelle le demandeur d'emploi avait droit à la réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, à l'exception des travailleurs auxquels s'applique l'article 14, § 1er, 3°, § 2, 3°, et § 3, 3°, du même arrêté;
4° les mesures prévues aux articles 55, 57, 58 et 61 du décret;
5° les mesures AktiF ou AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, prévues dans le cadre du décret.
[1 6° l'occupation dans un cadre décrétal ou règlementaire afin de remédier aux conséquences des inondations catastrophiques de juillet 2021 en Communauté germanophone.]1
Modifications
Art.5.1.[1 - Tewerkstellingsvormen
De tewerkstellingsvormen bedoeld in artikel 16 van het decreet zijn :
1° de 'overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten' vermeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
2° de tewerkstellingsvormen vermeld in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
3° een tewerkstelling als werknemer in de zin van artikel 31ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. ]1
[2 4° een tewerkstelling als flexi-jobwerknemer in het kader van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.]2
De tewerkstellingsvormen bedoeld in artikel 16 van het decreet zijn :
1° de 'overeenkomsten voor tewerkstelling van studenten' vermeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
2° de tewerkstellingsvormen vermeld in artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
3° een tewerkstelling als werknemer in de zin van artikel 31ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. ]1
[2 4° een tewerkstelling als flexi-jobwerknemer in het kader van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.]2
Art.5.1.[1 Types d'occupation
Les types d'occupation visés à l'article 16 du décret sont :
1° les contrats d'occupation d'étudiants mentionnés au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
2° les types d'occupation mentionnés à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
3° une occupation comme travailleur au sens de l'article 31ter de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ]1
[1 4° une occupation comme travailleur exerçant un flexi-job dans le cadre de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.]1
Les types d'occupation visés à l'article 16 du décret sont :
1° les contrats d'occupation d'étudiants mentionnés au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
2° les types d'occupation mentionnés à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
3° une occupation comme travailleur au sens de l'article 31ter de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ]1
[1 4° une occupation comme travailleur exerçant un flexi-job dans le cadre de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.]1
Modifications
Art. 6. - Nieuwe aanwervingen
§ 1 - Onder 'nieuwe aanwerving' in de zin van de artikelen 21 en 26 van het decreet wordt verstaan : de indiensttreding van een AktiF-gerechtigde of een AktiF PLUS-gerechtigde, voor zover hij binnen een jaar niet bij dezelfde werkgever of bij een met hem verbonden instelling tewerkgesteld was, met uitzondering van werknemers die bij dezelfde werkgever of een met hem verbonden instelling tewerkgesteld waren in het kader van een tewerkingstellingsmaatregel vermeld in artikel 5.
§ 2 - Indien een werknemer in het kader van het decreet bij een werkgever tewerkgesteld wordt en na een tussentijdse onderbrekingsperiode binnen het jaar opnieuw bij dezelfde wetgever tewerkgesteld wordt, worden die onderbrekingsperioden - voor de berekening van de perioden en de subsidies vermeld in de artikelen 11, 21 en 26 van het decreet - gelijkgesteld met tewerkingstellingsperioden.
Indien de in artikel 11, § 1, van het decreet vastgelegde duur van toekenning van de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies verstreken is, is artikel 5, 5°, niet van toepassing.
In het geval bedoeld in het eerste lid is een overstap tussen de toepassingsgebieden van de hoofdstukken 3 en 4 van het decreet overeenkomstig artikel 30 van het decreet niet mogelijk.
§ 3 - Voor de toepassing van hoofdstuk 4, afdeling 2, van het decreet is geen nieuw attest nodig, indien de onderbrekingsperiode vermeld in § 2 minder dan [1 zeventig dagen]1 bedraagt.
§ 1 - Onder 'nieuwe aanwerving' in de zin van de artikelen 21 en 26 van het decreet wordt verstaan : de indiensttreding van een AktiF-gerechtigde of een AktiF PLUS-gerechtigde, voor zover hij binnen een jaar niet bij dezelfde werkgever of bij een met hem verbonden instelling tewerkgesteld was, met uitzondering van werknemers die bij dezelfde werkgever of een met hem verbonden instelling tewerkgesteld waren in het kader van een tewerkingstellingsmaatregel vermeld in artikel 5.
§ 2 - Indien een werknemer in het kader van het decreet bij een werkgever tewerkgesteld wordt en na een tussentijdse onderbrekingsperiode binnen het jaar opnieuw bij dezelfde wetgever tewerkgesteld wordt, worden die onderbrekingsperioden - voor de berekening van de perioden en de subsidies vermeld in de artikelen 11, 21 en 26 van het decreet - gelijkgesteld met tewerkingstellingsperioden.
Indien de in artikel 11, § 1, van het decreet vastgelegde duur van toekenning van de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies verstreken is, is artikel 5, 5°, niet van toepassing.
In het geval bedoeld in het eerste lid is een overstap tussen de toepassingsgebieden van de hoofdstukken 3 en 4 van het decreet overeenkomstig artikel 30 van het decreet niet mogelijk.
§ 3 - Voor de toepassing van hoofdstuk 4, afdeling 2, van het decreet is geen nieuw attest nodig, indien de onderbrekingsperiode vermeld in § 2 minder dan [1 zeventig dagen]1 bedraagt.
Modifications
Art. 6. - Nouveaux engagements
§ 1er - Par nouvel engagement au sens des articles 21 et 26 du décret, il faut entendre l'entrée en service d'un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, dans la mesure où il n'était pas, dans une période d'une année, occupé auprès du même employeur ou d'un établissement lié à ce dernier; cela ne s'applique pas aux travailleurs qui étaient occupés auprès du même employeur ou d'un établissement lié à ce dernier dans le cadre de l'une des mesures favorisant l'emploi mentionnées à l'article 5.
§ 2 - Si un travailleur est occupé auprès d'un employeur dans le cadre du décret et a été - après une période d'interruption - à nouveau occupé auprès du même employeur dans un délai d'un an, cette période d'interruption est assimilée à une période d'occupation pour calculer les périodes mentionnées aux articles 11, 21 et 26 du décret et le montant des subventions.
L'article 5, 5°, ne s'applique pas lorsque la durée d'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS fixée à l'article 11, § 1er, a expiré.
Dans le cas du premier alinéa, le transfert entre les champs d'application des chapitres 3 et 4 du décret, conformément à l'article 30 du décret, n'est pas possible.
§ 3 - Pour l'application du chapitre 4, section 2, du décret, une nouvelle attestation n'est pas nécessaire si la période d'interruption mentionnée au § 2 a duré moins de [1 septante jours]1.
§ 1er - Par nouvel engagement au sens des articles 21 et 26 du décret, il faut entendre l'entrée en service d'un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, dans la mesure où il n'était pas, dans une période d'une année, occupé auprès du même employeur ou d'un établissement lié à ce dernier; cela ne s'applique pas aux travailleurs qui étaient occupés auprès du même employeur ou d'un établissement lié à ce dernier dans le cadre de l'une des mesures favorisant l'emploi mentionnées à l'article 5.
§ 2 - Si un travailleur est occupé auprès d'un employeur dans le cadre du décret et a été - après une période d'interruption - à nouveau occupé auprès du même employeur dans un délai d'un an, cette période d'interruption est assimilée à une période d'occupation pour calculer les périodes mentionnées aux articles 11, 21 et 26 du décret et le montant des subventions.
L'article 5, 5°, ne s'applique pas lorsque la durée d'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS fixée à l'article 11, § 1er, a expiré.
Dans le cas du premier alinéa, le transfert entre les champs d'application des chapitres 3 et 4 du décret, conformément à l'article 30 du décret, n'est pas possible.
§ 3 - Pour l'application du chapitre 4, section 2, du décret, une nouvelle attestation n'est pas nécessaire si la période d'interruption mentionnée au § 2 a duré moins de [1 septante jours]1.
Modifications
Art. 7. - Onverenigbaarheden
AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies kunnen niet gecumuleerd worden met subsidies die betaald worden met toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 11 mei 1995 betreffende de gesubsidieerde contractuelen (Geco's) aangesteld voor de exploitatie van containerparken.
AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies kunnen niet gecumuleerd worden met de tegemoetkoming bepaald in de artikelen 12bis tot 12septies van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies kunnen niet gecumuleerd worden met subsidies die betaald worden met toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 11 mei 1995 betreffende de gesubsidieerde contractuelen (Geco's) aangesteld voor de exploitatie van containerparken.
AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies kunnen niet gecumuleerd worden met de tegemoetkoming bepaald in de artikelen 12bis tot 12septies van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
Art. 7. - Incompatibilités
Les subventions AktiF ou AktiF PLUS ne peuvent être cumulées avec les subventions liquidées en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 mai 1995 relatif aux agents contractuels subventionnés affectés à l'exploitation des parcs à conteneurs.
Les subventions AktiF ou AktiF PLUS ne peuvent être cumulées avec l'aide prévue aux articles 12bis à 12septies de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
Les subventions AktiF ou AktiF PLUS ne peuvent être cumulées avec les subventions liquidées en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 mai 1995 relatif aux agents contractuels subventionnés affectés à l'exploitation des parcs à conteneurs.
Les subventions AktiF ou AktiF PLUS ne peuvent être cumulées avec l'aide prévue aux articles 12bis à 12septies de l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
HOOFDSTUK 2. - Subsidiëringsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions de subventionnement
Afdeling 1. - AktiF-gerechtigden
Section 1re. - Bénéficiaires des mesures AktiF
Art. 8. - Onvrijwillig verloren betrekking
Onder 'onvrijwillig verloren betrekking' in de zin van artikel 5 van het decreet wordt verstaan :
1° het verliezen van de betrekking op grond van ontslag door de laatste werkgever;
2° de niet-verlenging van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur;
3° het verliezen van de betrekking om officieel vastgestelde gezondheidsredenen en/of psychologische redenen;
4° de stopzetting van zelfstandige activiteiten na een faillissement.
Als het om een oudere werkzoekende in de zin van artikel 5 van het decreet gaat, moet bij de aanvraag een verklaring op erewoord worden gevoegd die bevestigt dat hij zijn laatste betrekking onvrijwillig verloren heeft.
In afwijking van het tweede lid hoeft de oudere werknemer die de dag vóór de afgifte van het attest of de dag vóór zijn indiensttreding met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering uitkeringsgerechtigde werkloze was of officieel vastgestelde gezondheidsredenen en/of psychologische redenen aantoont, geen verklaring op erewoord bij te voegen.
De redenen vermeld in het eerste lid worden op verzoek van de Dienst voor arbeidsbemiddeling of van het Ministerie bewezen aan de hand van de nodige bewijsstukken.
[1 5° het verlaten van het land van oorsprong door een onderdaan van een derde land, voor zover hij in het bezit is van een Belgische verblijfsvergunning met onbeperkte toegang tot de arbeidsmarkt en voor zover het om zijn eerste betrekking in België gaat. Onder 'onderdaan van een derde land' wordt verstaan: persoon die niet de nationaliteit heeft van een staat van de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland.]1
Onder 'onvrijwillig verloren betrekking' in de zin van artikel 5 van het decreet wordt verstaan :
1° het verliezen van de betrekking op grond van ontslag door de laatste werkgever;
2° de niet-verlenging van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur;
3° het verliezen van de betrekking om officieel vastgestelde gezondheidsredenen en/of psychologische redenen;
4° de stopzetting van zelfstandige activiteiten na een faillissement.
Als het om een oudere werkzoekende in de zin van artikel 5 van het decreet gaat, moet bij de aanvraag een verklaring op erewoord worden gevoegd die bevestigt dat hij zijn laatste betrekking onvrijwillig verloren heeft.
In afwijking van het tweede lid hoeft de oudere werknemer die de dag vóór de afgifte van het attest of de dag vóór zijn indiensttreding met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering uitkeringsgerechtigde werkloze was of officieel vastgestelde gezondheidsredenen en/of psychologische redenen aantoont, geen verklaring op erewoord bij te voegen.
De redenen vermeld in het eerste lid worden op verzoek van de Dienst voor arbeidsbemiddeling of van het Ministerie bewezen aan de hand van de nodige bewijsstukken.
[1 5° het verlaten van het land van oorsprong door een onderdaan van een derde land, voor zover hij in het bezit is van een Belgische verblijfsvergunning met onbeperkte toegang tot de arbeidsmarkt en voor zover het om zijn eerste betrekking in België gaat. Onder 'onderdaan van een derde land' wordt verstaan: persoon die niet de nationaliteit heeft van een staat van de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland.]1
Modifications
Art. 8. - Perte d'emploi involontaire
Par " perdre son emploi involontairement " au sens de l'article 5 du décret, il faut entendre :
1° la perte de l'emploi en raison d'un licenciement par le dernier employeur;
2° la non-prolongation d'un contrat de travail à durée déterminée;
3° la perte de l'emploi pour des raisons sanitaires et/ou psychologiques constatées officiellement;
4° la fin de l'activité indépendante à la suite d'une faillite.
S'il s'agit d'un demandeur d'emploi âgé au sens de l'article 5 du décret, la demande sera accompagnée d'une déclaration sur l'honneur confirmant qu'il a involontairement perdu son dernier emploi.
Par dérogation à l'alinéa 2, le travailleur âgé qui, la veille de l'établissement de l'attestation ou de son entrée en fonction, était chômeur indemnisé en application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ou apporte la preuve de raisons sanitaires et/ou psychologiques constatées officiellement est dispensé de l'obligation d'introduire cette déclaration sur l'honneur.
A la demande de l'Office de l'emploi ou du ministère, les raisons mentionnées à l'alinéa 1er sont prouvées par des pièces justificatives utiles.
[1 5° le départ du pays d'origine d'un ressortissant de pays tiers, pour autant qu'il soit en possession d'un titre de séjour belge mentionnant un accès au marché du travail illimité et qu'il s'agisse d'un premier emploi en Belgique. Il faut entendre par "ressortissant de pays tiers" les personnes qui n'ont pas la nationalité d'un Etat de l'Espace économique européen ou la nationalité suisse.]1
Par " perdre son emploi involontairement " au sens de l'article 5 du décret, il faut entendre :
1° la perte de l'emploi en raison d'un licenciement par le dernier employeur;
2° la non-prolongation d'un contrat de travail à durée déterminée;
3° la perte de l'emploi pour des raisons sanitaires et/ou psychologiques constatées officiellement;
4° la fin de l'activité indépendante à la suite d'une faillite.
S'il s'agit d'un demandeur d'emploi âgé au sens de l'article 5 du décret, la demande sera accompagnée d'une déclaration sur l'honneur confirmant qu'il a involontairement perdu son dernier emploi.
Par dérogation à l'alinéa 2, le travailleur âgé qui, la veille de l'établissement de l'attestation ou de son entrée en fonction, était chômeur indemnisé en application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ou apporte la preuve de raisons sanitaires et/ou psychologiques constatées officiellement est dispensé de l'obligation d'introduire cette déclaration sur l'honneur.
A la demande de l'Office de l'emploi ou du ministère, les raisons mentionnées à l'alinéa 1er sont prouvées par des pièces justificatives utiles.
[1 5° le départ du pays d'origine d'un ressortissant de pays tiers, pour autant qu'il soit en possession d'un titre de séjour belge mentionnant un accès au marché du travail illimité et qu'il s'agisse d'un premier emploi en Belgique. Il faut entendre par "ressortissant de pays tiers" les personnes qui n'ont pas la nationalité d'un Etat de l'Espace économique européen ou la nationalité suisse.]1
Modifications
Art. 9. - Aanvullende voorwaarden voor het behoud van de AktiF-subsidie voor slachtoffers van herstructureringen
Om in aanmerking te komen voor een AktiF-subsidie overeenkomstig artikel 7 van het decreet :
1° [1 is de niet-werkende werkzoekende ingeschreven in een tewerkstellingscel in de zin van hoofdstuk 4 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen of is de niet-werkende werkzoekende houder van de 'verminderingskaart herstructureringen' vermeld in artikel 15/1 van hetzelfde besluit]1;
2° is de niet-werkende werkzoekende hoogstens houder van een opleidingstitel vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet.
Om in aanmerking te komen voor een AktiF-subsidie overeenkomstig artikel 7 van het decreet :
1° [1 is de niet-werkende werkzoekende ingeschreven in een tewerkstellingscel in de zin van hoofdstuk 4 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen of is de niet-werkende werkzoekende houder van de 'verminderingskaart herstructureringen' vermeld in artikel 15/1 van hetzelfde besluit]1;
2° is de niet-werkende werkzoekende hoogstens houder van een opleidingstitel vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet.
Modifications
Art. 9. - Conditions supplémentaires mises à l'obtention de la subvention AktiF pour les victimes de restructurations
Pour pouvoir bénéficier d'une subvention AktiF conformément à l'article 7 du décret :
1° [1 le demandeur d'emploi inoccupé est inscrit auprès d'une cellule pour l'emploi conformément au chapitre 4 de l'arrêté royal du 9 mars 2006 relatif à la gestion active des restructurations ou en possession de la "carte de réduction restructurations" mentionnée à l'article 15/1 du même arrêté]1;
2° le demandeur d'emploi inoccupé est porteur, au plus, d'un titre de formation mentionné à l'article 4, § 1er, 2°, du décret.
Pour pouvoir bénéficier d'une subvention AktiF conformément à l'article 7 du décret :
1° [1 le demandeur d'emploi inoccupé est inscrit auprès d'une cellule pour l'emploi conformément au chapitre 4 de l'arrêté royal du 9 mars 2006 relatif à la gestion active des restructurations ou en possession de la "carte de réduction restructurations" mentionnée à l'article 15/1 du même arrêté]1;
2° le demandeur d'emploi inoccupé est porteur, au plus, d'un titre de formation mentionné à l'article 4, § 1er, 2°, du décret.
Modifications
Afdeling 2. - AktiF PLUS-gerechtigden
Section 2. - Bénéficiaires des mesures AktiF PLUS
Art. 10. - Verminderde arbeidsgeschiktheid
Als 'verminderd arbeidsgeschikt' in de zin van artikel 8, tweede lid, 1°, van het decreet wordt de niet-werkende werkzoekende beschouwd die :
1° voldoet aan de medische voorwaarden om aanspraak te maken op een inkomensvervangende tegemoetkoming of op een integratietegemoetkoming in het kader van de wetgeving betreffende tegemoetkomingen aan gehandicapten;
2° als doelgroepwerknemer bij een beschutte werkplaats of een sociale werkplaats tewerkgesteld was;
3° op basis van een lichamelijke of verstandelijke beperking van minder dan 66 % aanspraak kan maken op hogere gezinsbijslagen;
4° een attest van de directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft voor de toekenning van sociale en fiscale voordelen;
5° een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 % heeft die overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 141 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering werd vastgesteld door een arts die erkend is door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
6° [2 .door de Dienst voor arbeidsbemiddeling ingedeeld is bij de personen die ver van de arbeidsmarkt af staan op grond van een combinatie van psycho-medisch-sociale factoren die zijn gezondheid en/of maatschappelijke integratie en zo ook zijn integratie op de arbeidsmarkt belemmeren, met name:
a) personen die een in artikel 19 van het decreet van 22 mei 2023 betreffende de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling bepaalde actieovereenkomst voor werk hebben gesloten met de administratieve eenheid Inclusieve tewerkstelling van de Dienst voor arbeidsbemiddeling;
b) de niet-toeleidbare werkzoekenden vermeld in artikel 27, 19°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) de personen vermeld in artikel 36/3, § 1, en in artikel 58/3, § 3, van hetzelfde koninklijk besluit;
d) personen die deelnemen aan het "Terug Naar Werk-traject" vermeld in artikel 100, § 1/1, en artikel 110, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
7° een blijvende arbeidsongeschiktheid heeft die wordt vastgesteld door een arts die erkend is door de Dienst voor arbeidsbemiddeling en die overeenstemt met het percentage vermeld in 5°.
8° [2 ...]2.
Als 'verminderd arbeidsgeschikt' in de zin van artikel 8, tweede lid, 1°, van het decreet wordt de niet-werkende werkzoekende beschouwd die :
1° voldoet aan de medische voorwaarden om aanspraak te maken op een inkomensvervangende tegemoetkoming of op een integratietegemoetkoming in het kader van de wetgeving betreffende tegemoetkomingen aan gehandicapten;
2° als doelgroepwerknemer bij een beschutte werkplaats of een sociale werkplaats tewerkgesteld was;
3° op basis van een lichamelijke of verstandelijke beperking van minder dan 66 % aanspraak kan maken op hogere gezinsbijslagen;
4° een attest van de directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft voor de toekenning van sociale en fiscale voordelen;
5° een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 % heeft die overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 141 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering werd vastgesteld door een arts die erkend is door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
6° [2 .door de Dienst voor arbeidsbemiddeling ingedeeld is bij de personen die ver van de arbeidsmarkt af staan op grond van een combinatie van psycho-medisch-sociale factoren die zijn gezondheid en/of maatschappelijke integratie en zo ook zijn integratie op de arbeidsmarkt belemmeren, met name:
a) personen die een in artikel 19 van het decreet van 22 mei 2023 betreffende de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling bepaalde actieovereenkomst voor werk hebben gesloten met de administratieve eenheid Inclusieve tewerkstelling van de Dienst voor arbeidsbemiddeling;
b) de niet-toeleidbare werkzoekenden vermeld in artikel 27, 19°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
c) de personen vermeld in artikel 36/3, § 1, en in artikel 58/3, § 3, van hetzelfde koninklijk besluit;
d) personen die deelnemen aan het "Terug Naar Werk-traject" vermeld in artikel 100, § 1/1, en artikel 110, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
7° een blijvende arbeidsongeschiktheid heeft die wordt vastgesteld door een arts die erkend is door de Dienst voor arbeidsbemiddeling en die overeenstemt met het percentage vermeld in 5°.
8° [2 ...]2.
Art. 10. - Réduction de la capacité de travail
Est considéré comme ayant une capacité de travail réduite au sens de l'article 8, alinéa 2, 1°, du décret le demandeur d'emploi inoccupé qui :
1° remplit les conditions médicales pour pouvoir prétendre à une allocation de remplacement de revenus ou à une allocation d'intégration dans le cadre de la législation relative aux personnes handicapées;
2° était occupé auprès d'un atelier protégé ou social en tant que travailleur d'un groupe cible;
3° a droit à des prestations familiales majorées en raison d'une incapacité physique ou mentale d'au moins 66 % ;
4° possède une attestation délivrée par la Direction générale des personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale et octroyant des avantages sociaux et fiscaux;
5° montre une incapacité permanente d'au moins 33 %, qu'un médecin agréé par l'Office national de l'emploi a constatée, conformément à la procédure prévue à l'article 141 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
6°[2 est classé comme éloigné du marché du travail par l'Office de l'emploi en raison d'une combinaison de facteurs psycho-médico-sociaux affectant sa santé et/ou son intégration sociale et donc son intégration professionnelle, à savoir :
a) les personnes qui ont conclu avec l'Unité compétente en matière d'emploi inclusif de l'Office de l'emploi un accord en matière d'action sur le plan professionnel prévu à l'article 19 du décret du 22 mai 2023 relatif au placement axé sur les besoins;
b) les demandeurs d'emploi non mobilisables mentionnés à l'article 27, 19°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) les personnes mentionnées à l'article 36/3, § 1er, et à l'article 58/3, § 3, du même arrêté royal;
d) les personnes qui prennent part au " Trajet Retour au Travail " mentionné aux articles 100, § 1/1 et 110, § 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994]2;
7° montre une incapacité permanente qu'un médecin agréé par l'Office de l'emploi a constatée et qui correspond au pourcentage mentionné au 5°;
8° [2 ...]2
Est considéré comme ayant une capacité de travail réduite au sens de l'article 8, alinéa 2, 1°, du décret le demandeur d'emploi inoccupé qui :
1° remplit les conditions médicales pour pouvoir prétendre à une allocation de remplacement de revenus ou à une allocation d'intégration dans le cadre de la législation relative aux personnes handicapées;
2° était occupé auprès d'un atelier protégé ou social en tant que travailleur d'un groupe cible;
3° a droit à des prestations familiales majorées en raison d'une incapacité physique ou mentale d'au moins 66 % ;
4° possède une attestation délivrée par la Direction générale des personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale et octroyant des avantages sociaux et fiscaux;
5° montre une incapacité permanente d'au moins 33 %, qu'un médecin agréé par l'Office national de l'emploi a constatée, conformément à la procédure prévue à l'article 141 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
6°[2 est classé comme éloigné du marché du travail par l'Office de l'emploi en raison d'une combinaison de facteurs psycho-médico-sociaux affectant sa santé et/ou son intégration sociale et donc son intégration professionnelle, à savoir :
a) les personnes qui ont conclu avec l'Unité compétente en matière d'emploi inclusif de l'Office de l'emploi un accord en matière d'action sur le plan professionnel prévu à l'article 19 du décret du 22 mai 2023 relatif au placement axé sur les besoins;
b) les demandeurs d'emploi non mobilisables mentionnés à l'article 27, 19°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
c) les personnes mentionnées à l'article 36/3, § 1er, et à l'article 58/3, § 3, du même arrêté royal;
d) les personnes qui prennent part au " Trajet Retour au Travail " mentionné aux articles 100, § 1/1 et 110, § 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994]2;
7° montre une incapacité permanente qu'un médecin agréé par l'Office de l'emploi a constatée et qui correspond au pourcentage mentionné au 5°;
8° [2 ...]2
Art. 11. - Niveautest voor het bepalen van het taalniveau
Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, 4°, van het decreet zorgt de Dienst voor arbeidsbemiddeling voor een niveautest om het taalniveau van de werkzoekende te bepalen als deze noch een diploma of officieel attest heeft waaruit blijkt dat hij het minimaal vereiste taalniveau B1 in Duits heeft, noch een diploma of officieel attest heeft waaruit blijkt dat hij het minimaal vereiste taalniveau B1 in Frans heeft.
De geldigheidsduur van de resultaten van de niveautests [1 , een certificaat of diploma waaruit een lager taalniveau blijkt]1, bedraagt 24 maanden.
[1 Onder 'diploma' vermeld in het eerste lid worden ook het eindgetuigschrift van het lager onderwijs, alsook alle hogere eindgetuigschriften verstaan.]1
Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, 4°, van het decreet zorgt de Dienst voor arbeidsbemiddeling voor een niveautest om het taalniveau van de werkzoekende te bepalen als deze noch een diploma of officieel attest heeft waaruit blijkt dat hij het minimaal vereiste taalniveau B1 in Duits heeft, noch een diploma of officieel attest heeft waaruit blijkt dat hij het minimaal vereiste taalniveau B1 in Frans heeft.
De geldigheidsduur van de resultaten van de niveautests [1 , een certificaat of diploma waaruit een lager taalniveau blijkt]1, bedraagt 24 maanden.
[1 Onder 'diploma' vermeld in het eerste lid worden ook het eindgetuigschrift van het lager onderwijs, alsook alle hogere eindgetuigschriften verstaan.]1
Modifications
Art. 11. - Test pour déterminer le niveau de langue
Pour l'application de l'article 8, alinéa 2, 4°, du décret, l'Office de l'emploi organise un test pour déterminer le niveau de langue du demandeur d'emploi, si celui-ci n'est porteur ni d'un diplôme ou certificat officiel de maitrise de la langue attestant qu'il a au moins le niveau de langue B1 en allemand, ni d'un diplôme ou certificat susmentionné attestant qu'il a au moins le niveau de langue B1 en français.
La durée de validité des résultats du test [1 , d'un certificat ou diplôme]1 certifiant un niveau de langue inférieur est de vingt-quatre mois.
[1 ]Par diplôme au sens de l'alinéa 1er, il faut aussi entendre les certificats de l'enseignement primaire ainsi que tous les certificats d'un niveau plus élevé. -1
Pour l'application de l'article 8, alinéa 2, 4°, du décret, l'Office de l'emploi organise un test pour déterminer le niveau de langue du demandeur d'emploi, si celui-ci n'est porteur ni d'un diplôme ou certificat officiel de maitrise de la langue attestant qu'il a au moins le niveau de langue B1 en allemand, ni d'un diplôme ou certificat susmentionné attestant qu'il a au moins le niveau de langue B1 en français.
La durée de validité des résultats du test [1 , d'un certificat ou diplôme]1 certifiant un niveau de langue inférieur est de vingt-quatre mois.
[1 ]Par diplôme au sens de l'alinéa 1er, il faut aussi entendre les certificats de l'enseignement primaire ainsi que tous les certificats d'un niveau plus élevé. -1
Modifications
Art. 12. [1 - Maatregelen voor socio-professionele integratie
De maatregelen voor socio-professionele integratie vermeld in artikel 9 van het decreet zijn de voorbereidings- en integratiemaatregelen die worden aangeboden door erkende voorbereidings- en integratiecentra in het kader van het decreet van 29 januari 2024 betreffende de erkenning en ondersteuning van ondernemingen inzake sociale economie.]1
De maatregelen voor socio-professionele integratie vermeld in artikel 9 van het decreet zijn de voorbereidings- en integratiemaatregelen die worden aangeboden door erkende voorbereidings- en integratiecentra in het kader van het decreet van 29 januari 2024 betreffende de erkenning en ondersteuning van ondernemingen inzake sociale economie.]1
Modifications
Art. 12. [1 - Mesures d'intégration socioprofessionnelle
Les mesures d'intégration socioprofessionnelle mentionnées à l'article 9 du décret sont les mesures préparatoires et d'intégration proposées par les centres préparatoires et d'intégration agréés dans le cadre du décret du 29 janvier 2024 relatif à l'agrément et à la promotion des entreprises du secteur de l'économie sociale.]1
Les mesures d'intégration socioprofessionnelle mentionnées à l'article 9 du décret sont les mesures préparatoires et d'intégration proposées par les centres préparatoires et d'intégration agréés dans le cadre du décret du 29 janvier 2024 relatif à l'agrément et à la promotion des entreprises du secteur de l'économie sociale.]1
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Algemene subsidies
CHAPITRE 3. - Subventions générales
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen
Section 1re. - Dispositions communes
Art. 13. - Begripsbepaling
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder 'subsidies' verstaan: de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies vermeld in de artikelen 11 of 13 van het decreet.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder 'subsidies' verstaan: de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies vermeld in de artikelen 11 of 13 van het decreet.
Art. 13. - Définition
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par " subventions " les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées aux articles 11 ou 13 du décret.
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par " subventions " les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées aux articles 11 ou 13 du décret.
Art. 14. - Opleidingsmaatregelen
De opleidingsmaatregelen vermeld in artikel 13, § 1, van het decreet zijn :
1° [1 de individuele beroepsopleiding in een onderneming vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 1, van het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden;]1
2° [1 de instapstage vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 2, van hetzelfde besluit;]1
3° de opleiding in een bedrijf vermeld in het besluit van de Regering van 10 september 1993 houdende oprichting en regeling van een stelsel voor opleiding in een bedrijf met het oog op de voorbereiding van de inschakeling van de mindervaliden in het arbeidsproces;
4° [2 de aanloopleertijd vermeld in artikel 6.2 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's en de leertijd vermeld in artikel 7 van hetzelfde decreet;]2;
5° de industriële leertijd vermeld in de wet van 19 juli 1983 op het industrieel leerlingwezen.
Maatregelen van andere deelstaten die een gelijkwaardige doelstelling hebben of op een vergelijkbare wijze georganiseerd zijn als de maatregelen vermeld in het eerste lid, worden ook beschouwd als opleidingsmaatregelen in de zin van artikel 13, § 1, van het decreet.
De opleidingsmaatregelen vermeld in artikel 13, § 1, van het decreet zijn :
1° [1 de individuele beroepsopleiding in een onderneming vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 1, van het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden;]1
2° [1 de instapstage vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 2, van hetzelfde besluit;]1
3° de opleiding in een bedrijf vermeld in het besluit van de Regering van 10 september 1993 houdende oprichting en regeling van een stelsel voor opleiding in een bedrijf met het oog op de voorbereiding van de inschakeling van de mindervaliden in het arbeidsproces;
4° [2 de aanloopleertijd vermeld in artikel 6.2 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's en de leertijd vermeld in artikel 7 van hetzelfde decreet;]2;
5° de industriële leertijd vermeld in de wet van 19 juli 1983 op het industrieel leerlingwezen.
Maatregelen van andere deelstaten die een gelijkwaardige doelstelling hebben of op een vergelijkbare wijze georganiseerd zijn als de maatregelen vermeld in het eerste lid, worden ook beschouwd als opleidingsmaatregelen in de zin van artikel 13, § 1, van het decreet.
Art. 14. - Mesures de formation
Les mesures de formation visées à l'article 13, § 1er, du décret sont :
1° [1 la formation professionnelle individuelle en entreprise, mentionnée dans le chapitre 5, section 1re, de l'arrêté du Gouvernement du 13 décembre 2018 relatif aux formations professionnelles destinées aux demandeurs d'emploi;]1
2° [1 le stage de transition, mentionné au chapitre 5, section 2, du même arrêté;]1
3° la formation en entreprise mentionnée dans l'arrêté du Gouvernement du 10 septembre 1993 instaurant et réglant un système de formation en entreprise en vue de préparer l'intégration professionnelle de personnes handicapées;
4° [2 la formation élémentaire mentionnée à l'article 6.2 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME et l'apprentissage mentionné à l'article 7 du même décret;]2;
5° l'apprentissage industriel mentionné dans la loi du 19 juillet 1983 relative à l'apprentissage industriel.
Les mesures prises par d'autres entités, ayant un objectif équivalent ou organisées d'une manière comparable aux mesures mentionnées au premier alinéa, sont aussi considérées comme des mesures de formation au sens de l'article 13, § 1er, du décret.
Les mesures de formation visées à l'article 13, § 1er, du décret sont :
1° [1 la formation professionnelle individuelle en entreprise, mentionnée dans le chapitre 5, section 1re, de l'arrêté du Gouvernement du 13 décembre 2018 relatif aux formations professionnelles destinées aux demandeurs d'emploi;]1
2° [1 le stage de transition, mentionné au chapitre 5, section 2, du même arrêté;]1
3° la formation en entreprise mentionnée dans l'arrêté du Gouvernement du 10 septembre 1993 instaurant et réglant un système de formation en entreprise en vue de préparer l'intégration professionnelle de personnes handicapées;
4° [2 la formation élémentaire mentionnée à l'article 6.2 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME et l'apprentissage mentionné à l'article 7 du même décret;]2;
5° l'apprentissage industriel mentionné dans la loi du 19 juillet 1983 relative à l'apprentissage industriel.
Les mesures prises par d'autres entités, ayant un objectif équivalent ou organisées d'une manière comparable aux mesures mentionnées au premier alinéa, sont aussi considérées comme des mesures de formation au sens de l'article 13, § 1er, du décret.
Afdeling 2. - Subsidiëringsvoorwaarden
Section 2. - Conditions de subventionnement
Art. 15. - Subsidiëringsvoorwaarden
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden :
1° de voorwaarden gesteld in het decreet worden vervuld;
2° de indiensttreding of het begin van de maatregel vermeld in de artikelen 9, 12 of 13 ligt binnen de geldigheidsduur van het attest;
3° de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde wordt in dienst genomen in het kader van een schriftelijke arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten [1 ...]1;
4° de tewerkstelling van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde is in overeenstemming met de openbare orde en de openbare veiligheid;
5° de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde wordt tewerkgesteld overeenkomstig de bezoldigingsbepalingen en andere arbeidsvoorwaarden;
6° de bezoldiging of andere extralegale voordelen van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde stemmen overeen met hetgeen een personeelslid voor dezelfde of een vergelijkbare functie zou ontvangen.
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden :
1° de voorwaarden gesteld in het decreet worden vervuld;
2° de indiensttreding of het begin van de maatregel vermeld in de artikelen 9, 12 of 13 ligt binnen de geldigheidsduur van het attest;
3° de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde wordt in dienst genomen in het kader van een schriftelijke arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten [1 ...]1;
4° de tewerkstelling van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde is in overeenstemming met de openbare orde en de openbare veiligheid;
5° de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde wordt tewerkgesteld overeenkomstig de bezoldigingsbepalingen en andere arbeidsvoorwaarden;
6° de bezoldiging of andere extralegale voordelen van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde stemmen overeen met hetgeen een personeelslid voor dezelfde of een vergelijkbare functie zou ontvangen.
Modifications
Art. 15. - Conditions de subventionnement
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° les conditions fixées par le décret sont respectées;
2° l'entrée en service ou le début de la mesure mentionnée aux articles 9, 12 ou 13 du décret se situent pendant la durée de validité de l'attestation;
3° l'engagement du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS s'effectue dans le cadre d'un contrat écrit, conclu conformément aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail[1 ...]1;
4° l'occupation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS est en conformité avec l'ordre public et la sécurité publique;
5° l'occupation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS s'effectue conformément aux dispositions en matière de rémunération et à d'autres conditions de travail;
6° la rémunération ou d'autres avantages extralégaux du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS correspondent à ce qu'un membre du personnel pourrait obtenir pour la même fonction ou une fonction similaire.
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° les conditions fixées par le décret sont respectées;
2° l'entrée en service ou le début de la mesure mentionnée aux articles 9, 12 ou 13 du décret se situent pendant la durée de validité de l'attestation;
3° l'engagement du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS s'effectue dans le cadre d'un contrat écrit, conclu conformément aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail[1 ...]1;
4° l'occupation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS est en conformité avec l'ordre public et la sécurité publique;
5° l'occupation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS s'effectue conformément aux dispositions en matière de rémunération et à d'autres conditions de travail;
6° la rémunération ou d'autres avantages extralégaux du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS correspondent à ce qu'un membre du personnel pourrait obtenir pour la même fonction ou une fonction similaire.
Modifications
Afdeling 3. - Indienstnemingsprocedure en klachtenprocedure
Section 3. - Procédures d'engagement et de recours
Art. 16. - Indienstnemingsprocedure
§ 1 - Om een subsidie voor de indienstneming van een AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde te ontvangen, dient de werkgever de aanvraag in elektronische vorm of papiervorm in bij het Ministerie.
De aanvraag wordt uiterlijk op de 45e dag, te rekenen vanaf de dag van de indiensttreding van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde, ingediend.
§ 2 - Het Ministerie onderzoekt [1 de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag binnen 15 dagen]1.
De Minister bezorgt zijn beslissing aan de werkgever binnen 15 dagen [1 na de dag dat de aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard.]1.
§ 1 - Om een subsidie voor de indienstneming van een AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde te ontvangen, dient de werkgever de aanvraag in elektronische vorm of papiervorm in bij het Ministerie.
De aanvraag wordt uiterlijk op de 45e dag, te rekenen vanaf de dag van de indiensttreding van de AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigde, ingediend.
§ 2 - Het Ministerie onderzoekt [1 de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag binnen 15 dagen]1.
De Minister bezorgt zijn beslissing aan de werkgever binnen 15 dagen [1 na de dag dat de aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard.]1.
Modifications
Art. 16. - Procédure d'engagement
§ 1er - En vue d'obtenir une subvention pour l'engagement de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS, l'employeur introduit la demande auprès du ministère, sous format électronique ou papier.
La demande est introduite au plus tard le 45e jour à dater de l'entrée en service du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
§ 2 - Le ministère examine [1 a complétude et la recevabilité de la demande dans un délai de quinze jours ]1.
Le ministre communique sa décision à l'employeur dans les quinze jours [1 suivant la date à laquelle la demande est déclarée complète et recevable]1.
§ 1er - En vue d'obtenir une subvention pour l'engagement de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS, l'employeur introduit la demande auprès du ministère, sous format électronique ou papier.
La demande est introduite au plus tard le 45e jour à dater de l'entrée en service du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
§ 2 - Le ministère examine [1 a complétude et la recevabilité de la demande dans un délai de quinze jours ]1.
Le ministre communique sa décision à l'employeur dans les quinze jours [1 suivant la date à laquelle la demande est déclarée complète et recevable]1.
Modifications
Art. 17. - Klachtenprocedure
In geval van een weigering kan de werkgever een klacht indienen bij de Minister.
De werkgever zendt de met redenen omklede klacht met alle relevante stukken aan de Minister; dit geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs binnen een maand na ontvangst van de weigering.
De Minister beslist binnen 45 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht, over de toekenning van de subsidies.
In geval van een weigering kan de werkgever een klacht indienen bij de Minister.
De werkgever zendt de met redenen omklede klacht met alle relevante stukken aan de Minister; dit geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs binnen een maand na ontvangst van de weigering.
De Minister beslist binnen 45 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht, over de toekenning van de subsidies.
Art. 17. - Procédure de recours
En cas de refus, l'employeur peut introduire un recours auprès du ministre.
L'employeur communique au ministre le recours motivé avec tous les documents pertinents, par lettre recommandée ou contre accusé de réception, dans le mois suivant la réception du refus.
Le ministre statue sur l'octroi de subventions dans un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception du recours.
En cas de refus, l'employeur peut introduire un recours auprès du ministre.
L'employeur communique au ministre le recours motivé avec tous les documents pertinents, par lettre recommandée ou contre accusé de réception, dans le mois suivant la réception du refus.
Le ministre statue sur l'octroi de subventions dans un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception du recours.
Afdeling 4. - Subsidiëringsvoorwaarden
Section 4. - Modalités de subventionnement
Art. 18. - Nadere regels voor de betaling
In geval van een gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig de artikelen 16 en 17 betaalt het Ministerie de subsidies maandelijks als voorschot.
Het eerste voorschot wordt uitbetaald op basis van de gegevens vervat in de aanvraag. De volgende voorschotten worden uitbetaald op basis van de gegevens vervat in het loonbewijs van de vorige maand.
De schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt direct na de beslissing vermeld in de artikelen 16 of 17 aan het Ministerie toegezonden. Indien die niet ingediend is op de dag waarop het voorschot voor het eerst zou moeten worden betaald, wordt de subsidie niet als voorschot uitbetaald.
In geval van een gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig de artikelen 16 en 17 betaalt het Ministerie de subsidies maandelijks als voorschot.
Het eerste voorschot wordt uitbetaald op basis van de gegevens vervat in de aanvraag. De volgende voorschotten worden uitbetaald op basis van de gegevens vervat in het loonbewijs van de vorige maand.
De schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt direct na de beslissing vermeld in de artikelen 16 of 17 aan het Ministerie toegezonden. Indien die niet ingediend is op de dag waarop het voorschot voor het eerst zou moeten worden betaald, wordt de subsidie niet als voorschot uitbetaald.
Art. 18. - Modalités de liquidation
En cas de décision favorable du ministre conformément aux articles 16 et 17, les subventions sont liquidées mensuellement par le ministère en tant qu'avances.
La première avance est liquidée d'après les données figurant dans la demande. Les suivantes le sont d'après les données contenues dans les justificatifs de traitement se rapportant au mois précédent.
Le contrat de travail écrit est transmis au ministère immédiatement après la décision mentionnée à l'article 16 ou 17. S'il n'a pas été transmis au jour de la première avance, la subvention n'est pas liquidée en tant qu'avance.
En cas de décision favorable du ministre conformément aux articles 16 et 17, les subventions sont liquidées mensuellement par le ministère en tant qu'avances.
La première avance est liquidée d'après les données figurant dans la demande. Les suivantes le sont d'après les données contenues dans les justificatifs de traitement se rapportant au mois précédent.
Le contrat de travail écrit est transmis au ministère immédiatement après la décision mentionnée à l'article 16 ou 17. S'il n'a pas été transmis au jour de la première avance, la subvention n'est pas liquidée en tant qu'avance.
Art. 19. - Loonbewijzen
De werkgever dient de loonbewijzen uiterlijk binnen de eerste twee weken na het verstrijken van de maand waarop ze betrekking hebben bij het Ministerie in. De loonbewijzen kunnen ook elektronisch ingediend worden.
Na het verstrijken van die termijn wordt de subsidie niet meer als voorschot uitbetaald.
Na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de maand waarop de loonbewijzen betrekking hebben, wordt de subsidie in kwestie niet meer uitbetaald.
De werkgever dient de loonbewijzen uiterlijk binnen de eerste twee weken na het verstrijken van de maand waarop ze betrekking hebben bij het Ministerie in. De loonbewijzen kunnen ook elektronisch ingediend worden.
Na het verstrijken van die termijn wordt de subsidie niet meer als voorschot uitbetaald.
Na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de maand waarop de loonbewijzen betrekking hebben, wordt de subsidie in kwestie niet meer uitbetaald.
Art. 19. - Justificatifs de traitement
L'employeur introduit les justificatifs de traitement auprès du ministère dans les deux premières semaines suivant le mois auquel ils se rapportent. Les justificatifs de traitement peuvent également être introduits par voie électronique.
Au terme de ce délai, la subvention n'est plus liquidée sous forme d'avance.
Au terme d'un délai de trois mois suivant celui auquel se rapportent les justificatifs de traitement, la subvention n'est plus liquidée.
L'employeur introduit les justificatifs de traitement auprès du ministère dans les deux premières semaines suivant le mois auquel ils se rapportent. Les justificatifs de traitement peuvent également être introduits par voie électronique.
Au terme de ce délai, la subvention n'est plus liquidée sous forme d'avance.
Au terme d'un délai de trois mois suivant celui auquel se rapportent les justificatifs de traitement, la subvention n'est plus liquidée.
Art. 20. - Beperking en verrekening met andere tegemoetkomingen
§ 1 - Het totale subsidiebedrag per jaar kan de som van de volgende bedragen niet overschrijden :
1° de brutowedde van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
2° het vakantiegeld van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
3° de eindejaarspremie die op grond van de toepasselijke wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten aan de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde moet worden betaald of de voorgeschreven tegemoetkoming in de vervoerskosten van en naar het werk;
4° de bedragen die de werkgever moet betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Per AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde wordt de subsidie verminderd met het bedrag van andere openbare tegemoetkomingen in de loonkosten, als het totaal van die tegemoetkomingen hoger is dan het totaal van de loonkosten.
§ 2 - De werkgever is ertoe verplicht het Ministerie onmiddellijk op de hoogte te brengen van elke wijziging in de arbeidsbetrekking en elke toekenning van openbare tegemoetkomingen in de loonkosten van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde.
§ 1 - Het totale subsidiebedrag per jaar kan de som van de volgende bedragen niet overschrijden :
1° de brutowedde van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
2° het vakantiegeld van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
3° de eindejaarspremie die op grond van de toepasselijke wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten aan de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde moet worden betaald of de voorgeschreven tegemoetkoming in de vervoerskosten van en naar het werk;
4° de bedragen die de werkgever moet betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Per AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde wordt de subsidie verminderd met het bedrag van andere openbare tegemoetkomingen in de loonkosten, als het totaal van die tegemoetkomingen hoger is dan het totaal van de loonkosten.
§ 2 - De werkgever is ertoe verplicht het Ministerie onmiddellijk op de hoogte te brengen van elke wijziging in de arbeidsbetrekking en elke toekenning van openbare tegemoetkomingen in de loonkosten van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde.
Art. 20. - Plafond et décompte d'autres interventions
§ 1er - Le montant total annuel des subventions ne peut pas dépasser la somme des montants suivants :
1° le traitement brut du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
2° le pécule de vacances du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
3° la prime de fin d'année à payer au bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS en vertu de la législation ou de la convention collective à appliquer ou l'intervention prescrite dans les frais de transport vers le lieu de travail;
4° les montants à verser par l'employeur en faveur de l'Office national de sécurité sociale.
Pour chaque bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, la subvention est réduite du montant d'autres interventions publiques dans les coûts salariaux si la somme de toutes ces interventions dépasse le montant total des coûts salariaux.
§ 2 - L'employeur est obligé d'informer sans délai le ministère de tout changement intervenu au niveau du régime de travail et de toute intervention publique dans les coûts salariaux du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
§ 1er - Le montant total annuel des subventions ne peut pas dépasser la somme des montants suivants :
1° le traitement brut du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
2° le pécule de vacances du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
3° la prime de fin d'année à payer au bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS en vertu de la législation ou de la convention collective à appliquer ou l'intervention prescrite dans les frais de transport vers le lieu de travail;
4° les montants à verser par l'employeur en faveur de l'Office national de sécurité sociale.
Pour chaque bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, la subvention est réduite du montant d'autres interventions publiques dans les coûts salariaux si la somme de toutes ces interventions dépasse le montant total des coûts salariaux.
§ 2 - L'employeur est obligé d'informer sans délai le ministère de tout changement intervenu au niveau du régime de travail et de toute intervention publique dans les coûts salariaux du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
Art. 21. - Ten onrechte betaalde subsidies
De werkgever trekt de ten onrechte betaalde subsidies af van de nog niet gestorte bedragen en vordert de ten onrechte betaalde subsidies in voorkomend geval terug. Een subsidie wordt als ten onrechte betaald beschouwd, als het Ministerie vaststelt dat de werkgever subsidies ontvangen heeft, hoewel overeenkomstig de toepassing van het decreet of van dit besluit geen subsidie of minder subsidie had moeten worden uitbetaald.
De werkgever trekt de ten onrechte betaalde subsidies af van de nog niet gestorte bedragen en vordert de ten onrechte betaalde subsidies in voorkomend geval terug. Een subsidie wordt als ten onrechte betaald beschouwd, als het Ministerie vaststelt dat de werkgever subsidies ontvangen heeft, hoewel overeenkomstig de toepassing van het decreet of van dit besluit geen subsidie of minder subsidie had moeten worden uitbetaald.
Art. 21. - Subventions liquidées indûment
Les subventions liquidées indûment sont retenues sur les montants restant dus à l'employeur et récupérées le cas échéant. Une subvention est réputée liquidée indûment lorsque le ministère constate que l'employeur a reçu des subventions bien qu'en application du décret ou du présent arrêté, aucune liquidation n'aurait dû avoir lieu, ou alors une liquidation réduite.
Les subventions liquidées indûment sont retenues sur les montants restant dus à l'employeur et récupérées le cas échéant. Une subvention est réputée liquidée indûment lorsque le ministère constate que l'employeur a reçu des subventions bien qu'en application du décret ou du présent arrêté, aucune liquidation n'aurait dû avoir lieu, ou alors une liquidation réduite.
Art. 22. - Indexering
De Minister kan de subsidies, binnen de perken van de beschikbare financiële middelen, per 1 januari van elk jaar aanpassen door het indexcijfer van de maand maart van het vorige kalenderjaar te delen door het indexcijfer van de maand maart van het voorlaatste kalenderjaar en te vermenigvuldigen met de op het tijdstip van de indexering geldende subsidie.
Als basis voor de vergelijking van de indexcijfers dient het gezondheidsindexcijfer ingevoerd bij het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
[1 Indien het bedrag met toepassing van het eerste lid op een centgedeelte van een euro eindigt, wordt tot de hogere of lagere volle euro afgerond naargelang het centgedeelte al dan niet 0,5 bereikt.]1
De Minister kan de subsidies, binnen de perken van de beschikbare financiële middelen, per 1 januari van elk jaar aanpassen door het indexcijfer van de maand maart van het vorige kalenderjaar te delen door het indexcijfer van de maand maart van het voorlaatste kalenderjaar en te vermenigvuldigen met de op het tijdstip van de indexering geldende subsidie.
Als basis voor de vergelijking van de indexcijfers dient het gezondheidsindexcijfer ingevoerd bij het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
[1 Indien het bedrag met toepassing van het eerste lid op een centgedeelte van een euro eindigt, wordt tot de hogere of lagere volle euro afgerond naargelang het centgedeelte al dan niet 0,5 bereikt.]1
Modifications
Art. 22. - Indexation
Le Ministre peut, au 1er janvier de chaque année, adapter les subventions dans la limite des moyens financiers disponibles, en divisant l'indice du mois de mars de l'année calendrier précédente par l'indice du mois de mars de l'avant-dernière année calendrier et en le multipliant par la subvention valable au moment de l'indexation.
L'indice-santé tel qu'établi par l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays sert de base pour comparer les indices.
[1 Si le montant obtenu en application de l'alinéa 1er se termine par une fraction d'euro, il est arrondi à l'euro supérieur ou inférieur selon que cette fraction atteint ou non 0,5. ]1
Le Ministre peut, au 1er janvier de chaque année, adapter les subventions dans la limite des moyens financiers disponibles, en divisant l'indice du mois de mars de l'année calendrier précédente par l'indice du mois de mars de l'avant-dernière année calendrier et en le multipliant par la subvention valable au moment de l'indexation.
L'indice-santé tel qu'établi par l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays sert de base pour comparer les indices.
[1 Si le montant obtenu en application de l'alinéa 1er se termine par une fraction d'euro, il est arrondi à l'euro supérieur ou inférieur selon que cette fraction atteint ou non 0,5. ]1
Modifications
Art.22.1.[1 Juridische omvorming van de werkgever
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan overgenomen worden voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever.
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd. ]1
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan overgenomen worden voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever.
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd. ]1
Art.22.1.[1 Transformation juridique de l'employeur
En cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur, la subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire d'une mesure AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise pour le maintenir en service.
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement. ]1
En cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur, la subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire d'une mesure AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise pour le maintenir en service.
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement. ]1
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere subsidies
CHAPITRE 4. - Subventions spécifiques
Afdeling 1. - Projectgebonden betrekkingen
Section 1re. - Postes liés à des projets
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 23. - Begripsbepaling
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder 'subsidies' verstaan: de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder 'subsidies' verstaan: de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet.
Art. 23. - Définition
Pour l'application de la présente section, il faut entendre par " subventions " les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées à l'article 21 du décret.
Pour l'application de la présente section, il faut entendre par " subventions " les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées à l'article 21 du décret.
Art. 24. - Projectgebonden betrekking
Onder 'projectgebonden betrekking' in de zin van artikel 20 van het decreet wordt verstaan : projecten voor de uitvoering waarvan AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies worden toegekend met inachtneming van de volgende criteria :
1° de mate waarin het project de maatschappelijke behoefte in het Duitse taalgebied dekt;
2° de financiële haalbaarheid van het project, beoordeeld aan de hand van de bestaande balansen tot hoogstens drie jaar terugwerkend vanaf de aanvraag en aan de hand van een financieringsplan voor de duur van het project;
3° de inachtneming van het beginsel van duurzame ontwikkeling;
4° de prioriteitsorde van de projecten die op basis van de onder 1°, 5° en 6° vermelde criteria moet worden vastgelegd binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap;
5° de meerwaarde die uit de goedkeuring van de betrekking voortvloeit voor het tewerkstellingsbeleid;
6° de verenigbaarheid van de activiteiten van de instelling met het vastgestelde regeringsbeleid;
7° de inspanningen van de werkgever om eigen inkomsten te genereren, zonder in te druisen tegen de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
8° de voorlegging van een advies of inspectieverslag door het Ministerie;
9° het supraregionale karakter van de activiteiten;
10° het feit dat het bestaan van een werkgever en/of van het project gebonden is aan het behoud van een AktiF-subsidie of AktiF PLUS-subsidie of het feit dat het voortbestaan van de instelling in het gedrang komt als een of meer AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies geschrapt worden;
11° de activering of ondersteuning van vrijwilligerswerk;
12° de consolidatie van wat goed functioneert;
13° de voorlegging en concrete omzetting van een arbeidsmarkgericht concept voor voortgezette opleidingen voor de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
14° het innovatieve karakter van het project.
Onder 'projectgebonden betrekking' in de zin van artikel 20 van het decreet wordt verstaan : projecten voor de uitvoering waarvan AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies worden toegekend met inachtneming van de volgende criteria :
1° de mate waarin het project de maatschappelijke behoefte in het Duitse taalgebied dekt;
2° de financiële haalbaarheid van het project, beoordeeld aan de hand van de bestaande balansen tot hoogstens drie jaar terugwerkend vanaf de aanvraag en aan de hand van een financieringsplan voor de duur van het project;
3° de inachtneming van het beginsel van duurzame ontwikkeling;
4° de prioriteitsorde van de projecten die op basis van de onder 1°, 5° en 6° vermelde criteria moet worden vastgelegd binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap;
5° de meerwaarde die uit de goedkeuring van de betrekking voortvloeit voor het tewerkstellingsbeleid;
6° de verenigbaarheid van de activiteiten van de instelling met het vastgestelde regeringsbeleid;
7° de inspanningen van de werkgever om eigen inkomsten te genereren, zonder in te druisen tegen de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
8° de voorlegging van een advies of inspectieverslag door het Ministerie;
9° het supraregionale karakter van de activiteiten;
10° het feit dat het bestaan van een werkgever en/of van het project gebonden is aan het behoud van een AktiF-subsidie of AktiF PLUS-subsidie of het feit dat het voortbestaan van de instelling in het gedrang komt als een of meer AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies geschrapt worden;
11° de activering of ondersteuning van vrijwilligerswerk;
12° de consolidatie van wat goed functioneert;
13° de voorlegging en concrete omzetting van een arbeidsmarkgericht concept voor voortgezette opleidingen voor de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
14° het innovatieve karakter van het project.
Art. 24. - Poste lié à un projet
Par " poste lié à un projet " au sens de l'article 20 du décret, il faut entendre des projets pour l'exécution desquels des subventions AktiF ou AktiF PLUS sont accordées en tenant compte des critères suivants :
1° le taux de couverture du projet par rapport au besoin social en région de langue allemande;
2° la viabilité financière du projet, évaluée en se basant sur les bilans de maximum trois années précédant la demande et sur le plan de financement pour la durée du projet;
3° le respect des principes d'un développement durable;
4° l'ordre de priorité des projets, imposé par la limite des crédits budgétaires libérés par la Communauté germanophone et établi sur la base des critères mentionnés aux 1°, 5° et 6°;
5° la plus-value, au niveau de la politique de l'emploi, qui résulte de l'autorisation du poste;
6° la compatibilité des activités de l'établissement avec la politique gouvernementale définie;
7° les efforts de l'employeur pour générer des ressources propres dans le respect de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes;
8° la présentation d'un avis ou rapport d'expertise par le ministère;
9° l'orientation transrégionale des activités;
10° la liaison de l'existence d'un employeur et/ou du projet à l'obtention d'une subvention AktiF ou AktiF PLUS ou la menace sur la pérennité de l'institution en cas de la suppression d'une ou de plusieurs subventions AktiF ou AktiF PLUS;
11° l'activation ou le soutien du bénévolat;
12° la consolidation de bonnes pratiques;
13° la présentation et la mise en oeuvre concrète d'un concept de formation continuée, orienté sur le marché du travail, au profit du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
14° le caractère novateur du projet.
Par " poste lié à un projet " au sens de l'article 20 du décret, il faut entendre des projets pour l'exécution desquels des subventions AktiF ou AktiF PLUS sont accordées en tenant compte des critères suivants :
1° le taux de couverture du projet par rapport au besoin social en région de langue allemande;
2° la viabilité financière du projet, évaluée en se basant sur les bilans de maximum trois années précédant la demande et sur le plan de financement pour la durée du projet;
3° le respect des principes d'un développement durable;
4° l'ordre de priorité des projets, imposé par la limite des crédits budgétaires libérés par la Communauté germanophone et établi sur la base des critères mentionnés aux 1°, 5° et 6°;
5° la plus-value, au niveau de la politique de l'emploi, qui résulte de l'autorisation du poste;
6° la compatibilité des activités de l'établissement avec la politique gouvernementale définie;
7° les efforts de l'employeur pour générer des ressources propres dans le respect de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes;
8° la présentation d'un avis ou rapport d'expertise par le ministère;
9° l'orientation transrégionale des activités;
10° la liaison de l'existence d'un employeur et/ou du projet à l'obtention d'une subvention AktiF ou AktiF PLUS ou la menace sur la pérennité de l'institution en cas de la suppression d'une ou de plusieurs subventions AktiF ou AktiF PLUS;
11° l'activation ou le soutien du bénévolat;
12° la consolidation de bonnes pratiques;
13° la présentation et la mise en oeuvre concrète d'un concept de formation continuée, orienté sur le marché du travail, au profit du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
14° le caractère novateur du projet.
Onderafdeling 2. - Procedure voor projectaanvragen
Sous-section 2. - Procédure de demande relative à un projet
Art. 25. - Projectaanvraag
Om subsidie te krijgen voor de indienstneming van AktiF-gerechtigden of AktiF PLUS-gerechtigden dient de werkgever bij het Ministerie een projectaanvraag in via een formulier dat door het Ministerie ter beschikking wordt gesteld.
De projectaanvraag omvat :
1° de identificatiegegevens van de werkgever;
2° de projectbeschrijving die de elementen vermeld in artikel 24 bevat;
3° het aantal aangevraagde betrekkingen;
4° [1 een financieringsplan voor twee jaar, voor zover het om de eerste projectaanvraag van een werkgever gaat]1.
Om subsidie te krijgen voor de indienstneming van AktiF-gerechtigden of AktiF PLUS-gerechtigden dient de werkgever bij het Ministerie een projectaanvraag in via een formulier dat door het Ministerie ter beschikking wordt gesteld.
De projectaanvraag omvat :
1° de identificatiegegevens van de werkgever;
2° de projectbeschrijving die de elementen vermeld in artikel 24 bevat;
3° het aantal aangevraagde betrekkingen;
4° [1 een financieringsplan voor twee jaar, voor zover het om de eerste projectaanvraag van een werkgever gaat]1.
Modifications
Art. 25. - Demande relative à un projet
Pour obtenir une subvention en vue de recruter un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, l'employeur introduit auprès du ministère une demande relative à un projet, et ce, au moyen d'un formulaire mis à disposition par celui-ci.
La demande comprend :
1° les informations relatives à l'identité de l'employeur;
2° la description du projet, laquelle reprend les éléments mentionnés à l'article 24;
3° le nombre d'emplois demandé;
4° [1 un plan de financement pour deux ans si l'employeur introduit pour la première fois une demande relative à un projet]1.
Pour obtenir une subvention en vue de recruter un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, l'employeur introduit auprès du ministère une demande relative à un projet, et ce, au moyen d'un formulaire mis à disposition par celui-ci.
La demande comprend :
1° les informations relatives à l'identité de l'employeur;
2° la description du projet, laquelle reprend les éléments mentionnés à l'article 24;
3° le nombre d'emplois demandé;
4° [1 un plan de financement pour deux ans si l'employeur introduit pour la première fois une demande relative à un projet]1.
Modifications
Art. 26. - Goedkeuring van het project
Nadat het Ministerie de projectaanvraag onderzocht heeft, beslist de Minister over de aanvraag.
Het Ministerie bezorgt de beslissing aan de werkgever.
Nadat het Ministerie de projectaanvraag onderzocht heeft, beslist de Minister over de aanvraag.
Het Ministerie bezorgt de beslissing aan de werkgever.
Art. 26. - Approbation du projet
Le ministre statue sur la demande après vérification par le ministère.
Le ministère communique la décision à l'employeur.
Le ministre statue sur la demande après vérification par le ministère.
Le ministère communique la décision à l'employeur.
Art. 27. - Verlenging van het project
Een jaar voordat het goedgekeurde project afloopt, kan [1 een aanvraag tot verlenging van het project bij het Ministerie ingediend worden]1.
Een jaar voordat het goedgekeurde project afloopt, kan [1 een aanvraag tot verlenging van het project bij het Ministerie ingediend worden]1.
Modifications
Art. 27. - Prolongation du projet
Une demande de prolongation peut être introduite, [1 auprès du ministère .]1 un an avant l'expiration de la durée initialement autorisée pour le projet.
Une demande de prolongation peut être introduite, [1 auprès du ministère .]1 un an avant l'expiration de la durée initialement autorisée pour le projet.
Modifications
Art. 28. - Wijzigingen van het project
De werkgever dient overeenkomstig de artikelen 25 en 26 voor elke wijziging van het goedgekeurde project een aanvraag in, in het bijzonder wat de toegestane activiteiten betreft.
Als een voltijds tewerkgestelde AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde vervangen wordt door verscheidene deeltijdse personeelsleden of omgekeerd, wordt dit niet als een wijziging beschouwd.
De werkgever dient overeenkomstig de artikelen 25 en 26 voor elke wijziging van het goedgekeurde project een aanvraag in, in het bijzonder wat de toegestane activiteiten betreft.
Als een voltijds tewerkgestelde AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde vervangen wordt door verscheidene deeltijdse personeelsleden of omgekeerd, wordt dit niet als een wijziging beschouwd.
Art. 28. - Modifications apportées au projet
L'employeur demande toute modification du projet approuvé, notamment en ce qui concerne les activités autorisées, conformément aux articles 25 et 26.
Si un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS occupé à temps plein est remplacé par plusieurs temps partiel et vice-versa, cela ne constitue pas une modification.
L'employeur demande toute modification du projet approuvé, notamment en ce qui concerne les activités autorisées, conformément aux articles 25 et 26.
Si un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS occupé à temps plein est remplacé par plusieurs temps partiel et vice-versa, cela ne constitue pas une modification.
Onderafdeling 3. - Subsidiëringsvoorwaarden
Sous-section 3. - Conditions de subventionnement
Art. 29. - Subsidiëringsvoorwaarden
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden :
1° de naleving van de voorwaarden vastgelegd in artikel 15;
2° de indienstneming van de AktiF-gerechtigde en AktiF PLUS-gerechtigde binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand na de in artikel 26 vermelde goedkeuring.
[1 De termijn vermeld in het eerste lid, 2°, kan worden verlengd met zes maanden, voor zover de werkgever die verlenging ten vroegste twee maanden en ten laatste twee weken vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van zes maanden schriftelijk aanvraag]1.
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden :
1° de naleving van de voorwaarden vastgelegd in artikel 15;
2° de indienstneming van de AktiF-gerechtigde en AktiF PLUS-gerechtigde binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand na de in artikel 26 vermelde goedkeuring.
[1 De termijn vermeld in het eerste lid, 2°, kan worden verlengd met zes maanden, voor zover de werkgever die verlenging ten vroegste twee maanden en ten laatste twee weken vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van zes maanden schriftelijk aanvraag]1.
Modifications
Art. 29. - Conditions de subventionnement
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° le respect des conditions fixées à l'article 15;
2° le recrutement du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS dans un délai de six mois à partir du premier jour du mois suivant l'approbation mentionnée à l'article 26.
[1 Le délai mentionné à l'alinéa 1er, 2°, peut être prolongé de six mois si l'employeur en fait la demande par écrit au plus tôt deux mois et au plus tard deux semaines avant l'expiration du délai initial de six mois.]1
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° le respect des conditions fixées à l'article 15;
2° le recrutement du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS dans un délai de six mois à partir du premier jour du mois suivant l'approbation mentionnée à l'article 26.
[1 Le délai mentionné à l'alinéa 1er, 2°, peut être prolongé de six mois si l'employeur en fait la demande par écrit au plus tôt deux mois et au plus tard deux semaines avant l'expiration du délai initial de six mois.]1
Modifications
Onderafdeling 4. - Indienstnemingsprocedure en klachtenprocedure
Sous-section 4. - Procédures d'engagement et de recours
Art. 30. - Indienstnemingsprocedure en klachtenprocedure
Voor de procedure om een subsidie voor de indienstneming van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden te ontvangen en voor de klachtenprocedure gelden de nadere regels bepaald in de artikelen 16 en 17.
Voor de procedure om een subsidie voor de indienstneming van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden te ontvangen en voor de klachtenprocedure gelden de nadere regels bepaald in de artikelen 16 en 17.
Art. 30. - Procédures d'engagement et de recours
La procédure en vue d'obtenir une subvention pour recruter un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, ainsi que la procédure de recours sont soumises aux modalités fixées aux articles 16 et 17.
La procédure en vue d'obtenir une subvention pour recruter un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS, ainsi que la procédure de recours sont soumises aux modalités fixées aux articles 16 et 17.
Art. 31. - Vervanging
Een AktiF-gerechtigde en AktiF PLUS-gerechtigde die zijn betrekking heeft verlaten, kan vervangen worden om de subsidies verder te ontvangen. De werkgever behoudt het recht op de subsidie vastgelegd overeenkomstig artikel 21 van het decreet, indien de vervanging heeft plaatsgevonden binnen zes maanden na het vertrek van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde.
[1 De termijn vermeld in het eerste lid kan worden verlengd met zes maanden, voor zover de werkgever die verlenging ten vroegste twee maanden en ten laatste twee weken vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van zes maanden schriftelijk aanvraagt .]1
Een AktiF-gerechtigde en AktiF PLUS-gerechtigde die zijn betrekking heeft verlaten, kan vervangen worden om de subsidies verder te ontvangen. De werkgever behoudt het recht op de subsidie vastgelegd overeenkomstig artikel 21 van het decreet, indien de vervanging heeft plaatsgevonden binnen zes maanden na het vertrek van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde.
[1 De termijn vermeld in het eerste lid kan worden verlengd met zes maanden, voor zover de werkgever die verlenging ten vroegste twee maanden en ten laatste twee weken vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van zes maanden schriftelijk aanvraagt .]1
Modifications
Art. 31. - Remplacement
Un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS qui a quitté son emploi peut être remplacé pour continuer à bénéficier de la subvention. L'employeur conserve son droit à la subvention fixée conformément à l'article 21 du décret si le remplacement intervient dans les six mois suivant le départ du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
[1 Le délai mentionné à l'alinéa 1er peut être prolongé de six mois si l'employeur en fait la demande par écrit au plus tôt deux mois et au plus tard deux semaines avant l'expiration du délai initial de six mois. ]1
Un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS qui a quitté son emploi peut être remplacé pour continuer à bénéficier de la subvention. L'employeur conserve son droit à la subvention fixée conformément à l'article 21 du décret si le remplacement intervient dans les six mois suivant le départ du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS.
[1 Le délai mentionné à l'alinéa 1er peut être prolongé de six mois si l'employeur en fait la demande par écrit au plus tôt deux mois et au plus tard deux semaines avant l'expiration du délai initial de six mois. ]1
Modifications
Onderafdeling 5. - Nadere regels voor de subsidiëring
Sous-section 5. - Modalités de subventionnement
Art. 32. - Nadere regels voor de betaling
In geval van een gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig artikel 30 gelden voor de subsidiëring de nadere regels bepaald in hoofdstuk 3, afdeling 4.
In geval van een gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig artikel 30 gelden voor de subsidiëring de nadere regels bepaald in hoofdstuk 3, afdeling 4.
Art. 32. - Modalités de liquidation
En cas de décision favorable du ministre conformément à l'article 30, la subvention est soumise aux modalités fixées au chapitre 3, section 4.
En cas de décision favorable du ministre conformément à l'article 30, la subvention est soumise aux modalités fixées au chapitre 3, section 4.
Art. 33. - Niet-uitbetaling aan bepaalde instellingen
In afwijking van artikel 32 worden de subsidies niet uitbetaald, als de werkgevers instellingen zijn als vermeld in artikel 2, 2°, a), van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.
In afwijking van artikel 32 worden de subsidies niet uitbetaald, als de werkgevers instellingen zijn als vermeld in artikel 2, 2°, a), van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 33. - Non-liquidation à certains organismes
Par dérogation à l'article 32, les subventions ne sont pas liquidées si les employeurs sont des organismes mentionnés à l'article 2, 2°, a), du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone.
Par dérogation à l'article 32, les subventions ne sont pas liquidées si les employeurs sont des organismes mentionnés à l'article 2, 2°, a), du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone.
Art. 34. - Overdracht van AktiF-gerechtigden of AktiF PLUS-gerechtigden
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij een andere in artikel 19 van het decreet vermelde werkgever door die werkgever overgenomen worden, als het doel van het project waarvoor de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde verder tewerkgesteld wordt en de taken van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij de nieuwe werkgever vergelijkbaar zijn met het tot dusver nagestreefde doel en de tot dusver uitgevoerde taken.
De huidige werkgever deelt de Minister ten minste dertig dagen voor de geplande overdracht schriftelijk mee dat hij van plan is om de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde aan een andere werkgever over te dragen. In die schriftelijke kennisgeving verklaart hij uitdrukkelijk dat hij afstand doet van de goedgekeurde subsidies ten gunste van de toekomstige werkgever. Bij die schriftelijke kennisgeving voegt hij een verklaring van de toekomstige werkgever waarin deze zich ertoe verplicht de sociale voordelen, de opzeggingstermijn, de wedde en de dienstanciënniteit waarop de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij de vorige werkgever recht had, te behouden. Voor zover de arbeidsrechtelijke en sociaalrechtelijke voordelen van de nieuwe werkgever gunstiger zijn dan die van de oorspronkelijke werkgever, verplicht de nieuwe werkgever zich ertoe die ook voor de overgedragen AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde te laten gelden.
Binnen dertig dagen na ontvangst van die schriftelijke kennisgeving en van de verklaring beslist de minister of, en onder welke voorwaarden, de goedgekeurde subsidie op de toekomstige werkgever kan worden overgedragen.
[1 De verdere tewerkstelling vermeld in het eerste lid is ook mogelijk in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever. ]1
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd.
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij een andere in artikel 19 van het decreet vermelde werkgever door die werkgever overgenomen worden, als het doel van het project waarvoor de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde verder tewerkgesteld wordt en de taken van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij de nieuwe werkgever vergelijkbaar zijn met het tot dusver nagestreefde doel en de tot dusver uitgevoerde taken.
De huidige werkgever deelt de Minister ten minste dertig dagen voor de geplande overdracht schriftelijk mee dat hij van plan is om de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde aan een andere werkgever over te dragen. In die schriftelijke kennisgeving verklaart hij uitdrukkelijk dat hij afstand doet van de goedgekeurde subsidies ten gunste van de toekomstige werkgever. Bij die schriftelijke kennisgeving voegt hij een verklaring van de toekomstige werkgever waarin deze zich ertoe verplicht de sociale voordelen, de opzeggingstermijn, de wedde en de dienstanciënniteit waarop de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde bij de vorige werkgever recht had, te behouden. Voor zover de arbeidsrechtelijke en sociaalrechtelijke voordelen van de nieuwe werkgever gunstiger zijn dan die van de oorspronkelijke werkgever, verplicht de nieuwe werkgever zich ertoe die ook voor de overgedragen AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde te laten gelden.
Binnen dertig dagen na ontvangst van die schriftelijke kennisgeving en van de verklaring beslist de minister of, en onder welke voorwaarden, de goedgekeurde subsidie op de toekomstige werkgever kan worden overgedragen.
[1 De verdere tewerkstelling vermeld in het eerste lid is ook mogelijk in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever. ]1
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd.
Art. 34. - Cession de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS
La subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise, pour le maintien en service dudit bénéficiaire, par un autre employeur mentionné à l'article 19 du décret, pour autant que l'objectif du projet pour lequel ledit bénéficiaire est maintenu en service et les tâches qu'il accomplit auprès de ce nouvel employeur soient comparables à ceux de son précédent poste.
L'employeur actuel informe le ministre par écrit, au moins trente jours avant la remise prévue, qu'il envisage de transférer à un autre employeur le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS. Dans sa lettre, il explique expressément qu'il renonce aux subventions approuvées au profit du futur employeur. Parallèlement, il joint une déclaration du futur employeur dans laquelle celui-ci s'engage à maintenir les avantages sociaux, le préavis, le traitement et l'ancienneté auxquels le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS pouvait prétendre auprès de son ancien employeur. Si le nouvel employeur propose de meilleurs avantages liés au droit du travail et au droit social par rapport à l'ancien, il s'engage à les accorder également au bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS transféré.
Le ministre décide, dans les trente jours qui suivent la réception de la lettre et de la déclaration susmentionnées, si la subvention approuvée pour le maintien en service peut être transférée au futur employeur et dans quelles conditions.
[1 Le maintien en service mentionné au premier alinéa est également possible en cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur.]1
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement.
La subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise, pour le maintien en service dudit bénéficiaire, par un autre employeur mentionné à l'article 19 du décret, pour autant que l'objectif du projet pour lequel ledit bénéficiaire est maintenu en service et les tâches qu'il accomplit auprès de ce nouvel employeur soient comparables à ceux de son précédent poste.
L'employeur actuel informe le ministre par écrit, au moins trente jours avant la remise prévue, qu'il envisage de transférer à un autre employeur le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS. Dans sa lettre, il explique expressément qu'il renonce aux subventions approuvées au profit du futur employeur. Parallèlement, il joint une déclaration du futur employeur dans laquelle celui-ci s'engage à maintenir les avantages sociaux, le préavis, le traitement et l'ancienneté auxquels le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS pouvait prétendre auprès de son ancien employeur. Si le nouvel employeur propose de meilleurs avantages liés au droit du travail et au droit social par rapport à l'ancien, il s'engage à les accorder également au bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS transféré.
Le ministre décide, dans les trente jours qui suivent la réception de la lettre et de la déclaration susmentionnées, si la subvention approuvée pour le maintien en service peut être transférée au futur employeur et dans quelles conditions.
[1 Le maintien en service mentionné au premier alinéa est également possible en cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur.]1
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement.
Afdeling 2. - Betrekkingen in het kader van een overeenkomst
Section 2. - Emplois réglés par une convention
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 35. - Begripsbepaling
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
1° werkgevers : de werkgevers vermeld in artikel 24 van het decreet;
2° subsidies : de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet;
3° geco-toelagen : de subsidies die toegekend werden met toepassing van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, zoals van kracht op 31 december 2018;
4° geco's : de gesubsidieerde contractuelen bepaald in artikel 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, zoals van kracht op 31 december 2018.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
1° werkgevers : de werkgevers vermeld in artikel 24 van het decreet;
2° subsidies : de AktiF- of AktiF PLUS-subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet;
3° geco-toelagen : de subsidies die toegekend werden met toepassing van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, zoals van kracht op 31 december 2018;
4° geco's : de gesubsidieerde contractuelen bepaald in artikel 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, zoals van kracht op 31 december 2018.
Art. 35. - Définitions
Pour l'application de la présente section, il faut entendre par :
1° employeurs : les employeurs mentionnés à l'article 24 du décret;
2° subventions : les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées à l'article 26 du décret;
3° subventions T.C.S. : les subventions accordées en application de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, dans sa version au 31 décembre 2018;
4° T.C.S. : les travailleurs contractuels subventionnés, définis à l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, dans sa version au 31 décembre 2018.
Pour l'application de la présente section, il faut entendre par :
1° employeurs : les employeurs mentionnés à l'article 24 du décret;
2° subventions : les subventions AktiF ou AktiF PLUS mentionnées à l'article 26 du décret;
3° subventions T.C.S. : les subventions accordées en application de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, dans sa version au 31 décembre 2018;
4° T.C.S. : les travailleurs contractuels subventionnés, définis à l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, dans sa version au 31 décembre 2018.
Onderafdeling 2. - Bestemming
Sous-section 2. - Affectation
Art. 36. - Tegemoetkoming in de loon- en weddekosten
Binnen de perken van de begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap kunnen de werkgevers, via een overeenkomst tussen enerzijds de werkgever en anderzijds de Minister, een tegemoetkoming in de loon- en weddekosten voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden ontvangen overeenkomstig de artikelen 38 of 39.
In afwijking van het eerste lid kunnen meergemeentezones van de lokale politie een tegemoetkoming in de loon- en weddekosten alleen bekomen voor werknemers die overeenkomstig artikel 118 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus tot het niet-statutair administratief of logistisch personeel behoren.
Binnen de perken van de begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap kunnen de werkgevers, via een overeenkomst tussen enerzijds de werkgever en anderzijds de Minister, een tegemoetkoming in de loon- en weddekosten voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden ontvangen overeenkomstig de artikelen 38 of 39.
In afwijking van het eerste lid kunnen meergemeentezones van de lokale politie een tegemoetkoming in de loon- en weddekosten alleen bekomen voor werknemers die overeenkomstig artikel 118 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus tot het niet-statutair administratief of logistisch personeel behoren.
Art. 36. - Participation aux frais de salaire et de traitement
Dans la limite des crédits budgétaires de la Communauté germanophone, les employeurs peuvent, par le biais d'une convention conclue entre l'employeur concerné, d'une part, et le ministre, d'autre part, obtenir une intervention dans les frais de salaire et de traitement pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF et AktiF PLUS, conformément aux articles 38 ou 39.
Par dérogation au premier alinéa, les zones pluricommunales de police locale ne peuvent bénéficier du droit à l'intervention dans les frais de salaire et de traitement que pour des travailleurs qui appartiennent au personnel administratif et logistique non statutaire conformément à l'article 118 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux.
Dans la limite des crédits budgétaires de la Communauté germanophone, les employeurs peuvent, par le biais d'une convention conclue entre l'employeur concerné, d'une part, et le ministre, d'autre part, obtenir une intervention dans les frais de salaire et de traitement pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF et AktiF PLUS, conformément aux articles 38 ou 39.
Par dérogation au premier alinéa, les zones pluricommunales de police locale ne peuvent bénéficier du droit à l'intervention dans les frais de salaire et de traitement que pour des travailleurs qui appartiennent au personnel administratif et logistique non statutaire conformément à l'article 118 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux.
Art. 37. - Overeenkomst over de overdrachten
In geval van een overdracht in de zin van artikel 28 van het decreet wordt in de desbetreffende overeenkomst tussen de gemeenten en de andere werkgevers en de Minister op zijn minst het budget vermeld dat de betrokken gemeenten hebben overgedragen aan de werkgevers met een activiteit in de betrokken gemeente, voor zover de begunstigde van de overdracht geen andersluidend advies heeft gegeven op het ogenblik dat de overeenkomst bij het Ministerie werd ingediend.
In afwijking van de artikelen 38 en 39 kunnen de overeenkomsten betreffende de overdrachten van het budget van de gemeente aan andere werkgevers één keer per jaar gewijzigd worden op basis van een verzoek van de gemeente dat uiterlijk op 1 november moet worden ingediend.
In geval van een overdracht in de zin van artikel 28 van het decreet wordt in de desbetreffende overeenkomst tussen de gemeenten en de andere werkgevers en de Minister op zijn minst het budget vermeld dat de betrokken gemeenten hebben overgedragen aan de werkgevers met een activiteit in de betrokken gemeente, voor zover de begunstigde van de overdracht geen andersluidend advies heeft gegeven op het ogenblik dat de overeenkomst bij het Ministerie werd ingediend.
In afwijking van de artikelen 38 en 39 kunnen de overeenkomsten betreffende de overdrachten van het budget van de gemeente aan andere werkgevers één keer per jaar gewijzigd worden op basis van een verzoek van de gemeente dat uiterlijk op 1 november moet worden ingediend.
Art. 37. - Conventions portant sur les cessions
En cas de cession au sens de l'article 28 du décret, la convention concernée, conclue entre les communes et les autres employeurs et le ministre reprend au moins le budget cédé par les différentes communes aux employeurs actifs dans la commune concernée, dans la mesure où le bénéficiaire de la cession n'a pas remis d'avis contraire au moment de l'introduction de la convention auprès du ministère.
Par dérogation aux articles 38 et 39, les conventions relatives à la cession du budget de la commune à d'autres employeurs peuvent être modifiées une fois par an, sur la base d'une demande de la commune, introduite au plus tard le 1er novembre.
En cas de cession au sens de l'article 28 du décret, la convention concernée, conclue entre les communes et les autres employeurs et le ministre reprend au moins le budget cédé par les différentes communes aux employeurs actifs dans la commune concernée, dans la mesure où le bénéficiaire de la cession n'a pas remis d'avis contraire au moment de l'introduction de la convention auprès du ministère.
Par dérogation aux articles 38 et 39, les conventions relatives à la cession du budget de la commune à d'autres employeurs peuvent être modifiées une fois par an, sur la base d'une demande de la commune, introduite au plus tard le 1er novembre.
Onderafdeling 3. - Budget
Sous-section 3. - Budget
Art. 38. - Gemeenten
§ 1 - In het kader van een hernieuwbare overeenkomst van ten hoogste vijf jaar beschikken de gemeenten over een jaarlijks budget voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden dat de volgende dotaties omvat :
1° een basisdotatie;
2° een eerste bijkomende dotatie;
3° een tweede bijkomende dotatie.
§ 2 - [1 Voor de basisdotatie vermeld in § 1, 1°, legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de gemeenten verdeeld wordt met inachtneming van de AktiF en AktiF PLUS-subsidies die de gemeenten en de OCMW's werkelijk gebruikt hebben in het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de in paragraaf 1 vermelde overeenkomst begint.
De eerste bijkomende dotatie vermeld in § 1, 2°, stemt per gemeente overeen met een bedrag dat gelijk is aan het twaalfvoud van de subsidie vermeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van het decreet.
Voor de tweede bijkomende dotatie vermeld in § 1, 3°, legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de gemeenten wordt verdeeld evenredig met het aantal niet-werkende werkzoekenden met woonplaats in het Duitse taalgebied die bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling geregistreerd zijn. Referentiemaand voor die berekening is de maand december van het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de overeenkomst vermeld in paragraaf 1 begint]1
§ 1 - In het kader van een hernieuwbare overeenkomst van ten hoogste vijf jaar beschikken de gemeenten over een jaarlijks budget voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden en AktiF PLUS-gerechtigden dat de volgende dotaties omvat :
1° een basisdotatie;
2° een eerste bijkomende dotatie;
3° een tweede bijkomende dotatie.
§ 2 - [1 Voor de basisdotatie vermeld in § 1, 1°, legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de gemeenten verdeeld wordt met inachtneming van de AktiF en AktiF PLUS-subsidies die de gemeenten en de OCMW's werkelijk gebruikt hebben in het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de in paragraaf 1 vermelde overeenkomst begint.
De eerste bijkomende dotatie vermeld in § 1, 2°, stemt per gemeente overeen met een bedrag dat gelijk is aan het twaalfvoud van de subsidie vermeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van het decreet.
Voor de tweede bijkomende dotatie vermeld in § 1, 3°, legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de gemeenten wordt verdeeld evenredig met het aantal niet-werkende werkzoekenden met woonplaats in het Duitse taalgebied die bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling geregistreerd zijn. Referentiemaand voor die berekening is de maand december van het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de overeenkomst vermeld in paragraaf 1 begint]1
Modifications
Art. 38. - Communes
§ 1er - Dans le cadre d'une convention renouvelable d'une durée maximale de cinq ans, les communes disposent d'un budget annuel pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF et AktiF PLUS comprenant les dotations suivantes :
1° une dotation de base;
2° une première dotation supplémentaire;
3° une deuxième dotation supplémentaire.
§ 2 -[1 Pour la dotation de base mentionnée au § 1er, 1°, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les communes en tenant compte de l'utilisation effective des subventions AktiF et AktiF PLUS par les communes et les CPAS au cours de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er.
La première dotation supplémentaire mentionnée au § 1er, 2°, correspond, par commune, à un montant égal à douze fois la subvention visée à l'article 26, § 2, alinéa 1er, du décret.
Pour la deuxième dotation supplémentaire mentionnée au § 1er, 3°, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les communes proportionnellement au nombre de demandeurs d'emploi inoccupés, domiciliés en région de langue allemande et inscrits auprès de l'Office de l'emploi. Pour ce calcul, c'est le mois de décembre de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er qui sert de mois de référence.]1
§ 1er - Dans le cadre d'une convention renouvelable d'une durée maximale de cinq ans, les communes disposent d'un budget annuel pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF et AktiF PLUS comprenant les dotations suivantes :
1° une dotation de base;
2° une première dotation supplémentaire;
3° une deuxième dotation supplémentaire.
§ 2 -[1 Pour la dotation de base mentionnée au § 1er, 1°, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les communes en tenant compte de l'utilisation effective des subventions AktiF et AktiF PLUS par les communes et les CPAS au cours de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er.
La première dotation supplémentaire mentionnée au § 1er, 2°, correspond, par commune, à un montant égal à douze fois la subvention visée à l'article 26, § 2, alinéa 1er, du décret.
Pour la deuxième dotation supplémentaire mentionnée au § 1er, 3°, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les communes proportionnellement au nombre de demandeurs d'emploi inoccupés, domiciliés en région de langue allemande et inscrits auprès de l'Office de l'emploi. Pour ce calcul, c'est le mois de décembre de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er qui sert de mois de référence.]1
Modifications
Art. 39. - Meergemeentezones van de lokale politie, zuivere intercommunales, gemeentebedrijven
§ 1 - Meergemeentezones van de lokale politie, zuivere intercommunales en autonome gemeentebedrijven kunnen, naast het budget dat de gemeenten die er deel van uitmaken overeenkomstig artikel 37 hebben overgedragen in het kader van een hernieuwbare overeenkomst van ten hoogste vijf jaar, een jaarlijks budget voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden of AktiF PLUS-gerechtigden krijgen dat een basisdotatie en een bijkomende dotatie omvat.
§ 2 -[1 Voor de basisdotatie vermeld in paragraaf 1 legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de betrokken in paragraaf 1 vermelde en in de Duitstalige Gemeenschap gevestigde werkgevers verdeeld wordt met inachtneming van de AktiF en AktiF PLUS-subsidies die werkelijk gebruikt werden in het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de in paragraaf 1 vermelde overeenkomst begint.
De bijkomende dotatie vermeld in paragraaf 1 stemt per werkgever overeen met een bedrag dat gelijk is aan het twaalfvoud van de subsidie vermeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van het decreet.]1
§ 1 - Meergemeentezones van de lokale politie, zuivere intercommunales en autonome gemeentebedrijven kunnen, naast het budget dat de gemeenten die er deel van uitmaken overeenkomstig artikel 37 hebben overgedragen in het kader van een hernieuwbare overeenkomst van ten hoogste vijf jaar, een jaarlijks budget voor de tewerkstelling van AktiF-gerechtigden of AktiF PLUS-gerechtigden krijgen dat een basisdotatie en een bijkomende dotatie omvat.
§ 2 -[1 Voor de basisdotatie vermeld in paragraaf 1 legt de Regering, binnen de perken van haar beschikbare begrotingsmiddelen, een budget vast dat onder de betrokken in paragraaf 1 vermelde en in de Duitstalige Gemeenschap gevestigde werkgevers verdeeld wordt met inachtneming van de AktiF en AktiF PLUS-subsidies die werkelijk gebruikt werden in het voorlaatste jaar vóór het jaar waarin de in paragraaf 1 vermelde overeenkomst begint.
De bijkomende dotatie vermeld in paragraaf 1 stemt per werkgever overeen met een bedrag dat gelijk is aan het twaalfvoud van de subsidie vermeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van het decreet.]1
Modifications
Art. 39. - Zones de police pluricommunales, intercommunales pures, régies communales
§ 1er - En plus du budget cédé conformément à l'article 37 par les différentes communes membres dans le cadre d'une convention renouvelable d'une durée maximale de cinq ans, les zones de police locale pluricommunales, les intercommunales pures et les régies communales peuvent obtenir, pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS, un budget annuel comprenant une dotation de base et une dotation supplémentaire.
§ 2 - [1 Pour la dotation de base mentionnée au § 1er, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les employeurs concernés mentionnés au § 1er et ayant leur siège en région de langue allemande, en tenant compte de l'utilisation effective des subventions AktiF et AktiF PLUS au cours de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er.
La dotation supplémentaire mentionnée au § 1er correspond, par employeur, à un montant égal à douze fois la subvention visée à l'article 26, § 2, alinéa 1er, du décret.]1.
§ 1er - En plus du budget cédé conformément à l'article 37 par les différentes communes membres dans le cadre d'une convention renouvelable d'une durée maximale de cinq ans, les zones de police locale pluricommunales, les intercommunales pures et les régies communales peuvent obtenir, pour l'occupation de bénéficiaires des mesures AktiF ou AktiF PLUS, un budget annuel comprenant une dotation de base et une dotation supplémentaire.
§ 2 - [1 Pour la dotation de base mentionnée au § 1er, le Gouvernement détermine, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un budget qui est réparti entre les employeurs concernés mentionnés au § 1er et ayant leur siège en région de langue allemande, en tenant compte de l'utilisation effective des subventions AktiF et AktiF PLUS au cours de l'avant-dernière année précédant celle où débute la convention mentionnée au § 1er.
La dotation supplémentaire mentionnée au § 1er correspond, par employeur, à un montant égal à douze fois la subvention visée à l'article 26, § 2, alinéa 1er, du décret.]1.
Modifications
Art. 40. - Indexering van het budget
Indien de subsidies overeenkomstig artikel 22 geïndexeerd worden, wordt ook het budget dat de Regering overeenkomstig deze afdeling voor de betrokken werkgever heeft vastgelegd, van rechtswege op basis van dezelfde formule aangepast.
Indien de subsidies overeenkomstig artikel 22 geïndexeerd worden, wordt ook het budget dat de Regering overeenkomstig deze afdeling voor de betrokken werkgever heeft vastgelegd, van rechtswege op basis van dezelfde formule aangepast.
Art. 40. - Indexation du budget
Si les subventions sont indexées conformément à l'article 22, le budget fixé par le Gouvernement conformément aux dispositions de la présente section pour l'employeur concerné est adapté d'office suivant la même formule.
Si les subventions sont indexées conformément à l'article 22, le budget fixé par le Gouvernement conformément aux dispositions de la présente section pour l'employeur concerné est adapté d'office suivant la même formule.
Onderafdeling 4. - Subsidiëringsvoorwaarden
Sous-section 4. - Conditions de subventionnement
Art. 41. - Subsidiëringsvoorwaarden
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden:
1° de naleving van de voorwaarden vastgelegd in artikel 15;
2° het attest wordt uiterlijk op de 45e dag, te rekenen vanaf de datum van indiensttreding, bij het Ministerie ingediend.
Aan de toekenning van de subsidies worden de volgende voorwaarden verbonden:
1° de naleving van de voorwaarden vastgelegd in artikel 15;
2° het attest wordt uiterlijk op de 45e dag, te rekenen vanaf de datum van indiensttreding, bij het Ministerie ingediend.
Art. 41. - Conditions de subventionnement
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° le respect des conditions fixées à l'article 15;
2° l'attestation est introduite auprès du ministère au plus tard le 45e jour à dater de l'entrée en fonction.
L'octroi de subventions est soumis aux conditions suivantes :
1° le respect des conditions fixées à l'article 15;
2° l'attestation est introduite auprès du ministère au plus tard le 45e jour à dater de l'entrée en fonction.
Onderafdeling 5. - Nadere regels voor de subsidiëring
Sous-section 5. - Modalités de subventionnement
Art. 42. - Nadere regels voor de betaling
Het Ministerie betaalt de subsidie in de vorm van een maandelijks voorschot.
De voorschotten worden uitbetaald op basis van prestatiecoëfficiënten die de werkgever - trimestrieel en ten laatste binnen de maand na het einde van het betrokken trimester - elektronisch bij het Ministerie moet indienen. De prestatiecoëfficiënten worden maandelijks berekend en stemmen overeen met het aantal werkelijk betaalde werkdagen of werkuren, gedeeld door het aantal te betalen werkdagen of werkuren van de maand in kwestie. De aldus berekende maandelijkse prestatiecoëfficiënten worden opgeteld en worden met inachtneming van de arbeidstijdregeling vermenigvuldigd met één twaalfde van de jaarlijkse subsidie.
De maandelijkse voorschotten stemmen overeen met één twaalfde van het budget dat overeenkomstig artikel 38, artikel 39 en, in voorkomend geval, artikel 40 wordt vastgelegd. In de loop van het eerste semester van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie wordt uitbetaald, worden de uitbetaalde voorschotten definitief verrekend.
Het Ministerie betaalt de subsidie in de vorm van een maandelijks voorschot.
De voorschotten worden uitbetaald op basis van prestatiecoëfficiënten die de werkgever - trimestrieel en ten laatste binnen de maand na het einde van het betrokken trimester - elektronisch bij het Ministerie moet indienen. De prestatiecoëfficiënten worden maandelijks berekend en stemmen overeen met het aantal werkelijk betaalde werkdagen of werkuren, gedeeld door het aantal te betalen werkdagen of werkuren van de maand in kwestie. De aldus berekende maandelijkse prestatiecoëfficiënten worden opgeteld en worden met inachtneming van de arbeidstijdregeling vermenigvuldigd met één twaalfde van de jaarlijkse subsidie.
De maandelijkse voorschotten stemmen overeen met één twaalfde van het budget dat overeenkomstig artikel 38, artikel 39 en, in voorkomend geval, artikel 40 wordt vastgelegd. In de loop van het eerste semester van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie wordt uitbetaald, worden de uitbetaalde voorschotten definitief verrekend.
Art. 42. - Modalités de liquidation
La liquidation de la subvention est effectuée sous forme d'avance mensuelle par le ministère.
Les avances sont liquidées sur la base de coefficients de prestation, transmis trimestriellement par voie électronique par l'employeur au Ministère, et ce, au plus tard dans le mois suivant la fin du trimestre auquel ils se rapportent. Les coefficients de prestation sont calculés mensuellement et correspondent au nombre de jours ou d'heures de travail effectivement payés, divisé par le nombre de jours ou d'heures de travail du mois en cause à payer. Les coefficients de prestation mensuels ainsi calculés sont additionnés et multipliés, en tenant compte du régime de travail, par un douzième de la subvention annuelle.
Les avances mensuelles correspondent à un douzième du budget fixé conformément aux articles 38, 39 et, le cas échéant, 40. La compensation définitive des avances liquidées s'effectue au cours du premier semestre de l'année suivant celle à subventionner.
La liquidation de la subvention est effectuée sous forme d'avance mensuelle par le ministère.
Les avances sont liquidées sur la base de coefficients de prestation, transmis trimestriellement par voie électronique par l'employeur au Ministère, et ce, au plus tard dans le mois suivant la fin du trimestre auquel ils se rapportent. Les coefficients de prestation sont calculés mensuellement et correspondent au nombre de jours ou d'heures de travail effectivement payés, divisé par le nombre de jours ou d'heures de travail du mois en cause à payer. Les coefficients de prestation mensuels ainsi calculés sont additionnés et multipliés, en tenant compte du régime de travail, par un douzième de la subvention annuelle.
Les avances mensuelles correspondent à un douzième du budget fixé conformément aux articles 38, 39 et, le cas échéant, 40. La compensation définitive des avances liquidées s'effectue au cours du premier semestre de l'année suivant celle à subventionner.
Art. 43. - Niet-indiening van de prestatiecoëfficiënten
Als geen prestatiecoëfficiënten worden ingediend, wordt de subsidie in kwestie niet meer uitbetaald na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de maand waarop de prestatiecoëfficiënten betrekking hebben.
Als geen prestatiecoëfficiënten worden ingediend, wordt de subsidie in kwestie niet meer uitbetaald na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de maand waarop de prestatiecoëfficiënten betrekking hebben.
Art. 43. - Non-présentation des coefficients de prestation
A défaut de présentation des coefficients de prestation, la subvention en question n'est plus liquidée au terme d'un délai de trois mois suivant le mois auquel se rapportent lesdits coefficients.
A défaut de présentation des coefficients de prestation, la subvention en question n'est plus liquidée au terme d'un délai de trois mois suivant le mois auquel se rapportent lesdits coefficients.
Art. 44. - Beperking en verrekening met andere tegemoetkomingen
De beperking en verrekening van de subsidies met andere tegemoetkomingen valt onder de toepassing van artikel 20.
Onverminderd de toepassing van het eerste lid worden de subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet bij een deeltijdse betrekking telkens evenredig verminderd op basis van de arbeidsduur in verhouding tot een voltijdse betrekking bij de betrokken werkgever.
De beperking en verrekening van de subsidies met andere tegemoetkomingen valt onder de toepassing van artikel 20.
Onverminderd de toepassing van het eerste lid worden de subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet bij een deeltijdse betrekking telkens evenredig verminderd op basis van de arbeidsduur in verhouding tot een voltijdse betrekking bij de betrokken werkgever.
Art. 44. - Plafond et décompte d'autres interventions
Le plafond des subventions et le décompte d'autres interventions sont soumis à l'application de l'article 20.
Sans préjudice de l'application du premier alinéa, les subventions mentionnées à l'article 26 du décret sont - dans le cas d'une occupation à temps partiel - à chaque fois réduites, sur la base de la durée des prestations, au prorata d'un emploi à temps plein auprès de l'employeur concerné.
Le plafond des subventions et le décompte d'autres interventions sont soumis à l'application de l'article 20.
Sans préjudice de l'application du premier alinéa, les subventions mentionnées à l'article 26 du décret sont - dans le cas d'une occupation à temps partiel - à chaque fois réduites, sur la base de la durée des prestations, au prorata d'un emploi à temps plein auprès de l'employeur concerné.
Art. 45. - Ten onrechte betaalde subsidies
De inhouding en terugvordering van ten onrechte betaalde subsidies valt onder de toepassing van artikel 21.
De inhouding en terugvordering van ten onrechte betaalde subsidies valt onder de toepassing van artikel 21.
Art. 45. - Subventions liquidées indûment
La retenue et la répétition de subventions liquidées indûment sont soumises à l'application de l'article 21.
La retenue et la répétition de subventions liquidées indûment sont soumises à l'application de l'article 21.
Art. 46. - Indexering
De indexering valt onder de toepassing van artikel 22.
De indexering valt onder de toepassing van artikel 22.
Art. 46. - Indexation
L'indexation est soumise à l'application de l'article 22.
L'indexation est soumise à l'application de l'article 22.
Art. 47. - Aanpassing aan de beschikbare begrotingsmiddelen
De Regering kan de bedragen bepaald in artikel 26 van het decreet met een coëfficiënt vermenigvuldigen om ze aan de beschikbare begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap aan te passen.
De Regering kan de bedragen bepaald in artikel 26 van het decreet met een coëfficiënt vermenigvuldigen om ze aan de beschikbare begrotingsmiddelen van de Duitstalige Gemeenschap aan te passen.
Art. 47. - Adaptation aux crédits budgétaires disponibles
Afin de les adapter aux crédits budgétaires libérés par la Communauté germanophone, le Gouvernement peut multiplier par un coefficient les montants prévus à l'article 26 du décret.
Afin de les adapter aux crédits budgétaires libérés par la Communauté germanophone, le Gouvernement peut multiplier par un coefficient les montants prévus à l'article 26 du décret.
Art.47.1.[1 Juridische omvorming van de werkgever
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan overgenomen worden voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever.
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd. ]1
De goedgekeurde subsidie voor de tewerkstelling van een AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde kan overgenomen worden voor de verdere tewerkstelling van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde in geval van een fusie, een opsplitsing [2 , een overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement]2 of een andere juridische omvorming van de werkgever.
De in dit artikel beschreven situatie wordt niet als een 'nieuwe aanwerving' beschouwd. ]1
Art.47.1.[1 Transformation juridique de l'employeur
En cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur, la subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire d'une mesure AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise pour le maintenir en service.
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement. ]1
En cas de fusion, de scission [2 , de transfert conventionnel d'entreprise conformément à la convention collective de travail n° 32bis du 7 juin 1985 concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite]2 ou de toute autre transformation juridique de l'employeur, la subvention approuvée pour l'occupation d'un bénéficiaire d'une mesure AktiF ou AktiF PLUS peut être reprise pour le maintenir en service.
La situation décrite dans le présent article ne constitue pas un nouvel engagement. ]1
HOOFDSTUK 5. - Ingebrekestelling, schorsing en stopzetting
CHAPITRE 5. - Mise en demeure, suspension et suppression
Art. 48. - Ingebrekestelling
Als het Ministerie vaststelt dat de werkgever een of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit niet nakomt of bepalingen van het decreet of dit besluit overtreedt, stelt het Ministerie de werkgever in gebreke om die verplichtingen binnen dertig dagen na te komen en binnen dezelfde termijn zijn standpunt omtrent de hem ten laste gelegde feiten mee te delen.
Op gemotiveerd verzoek kan de werkgever, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, het Ministerie vragen om de termijn eenmaal met hoogstens dertig dagen te verlengen.
Als het Ministerie vaststelt dat de werkgever een of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit niet nakomt of bepalingen van het decreet of dit besluit overtreedt, stelt het Ministerie de werkgever in gebreke om die verplichtingen binnen dertig dagen na te komen en binnen dezelfde termijn zijn standpunt omtrent de hem ten laste gelegde feiten mee te delen.
Op gemotiveerd verzoek kan de werkgever, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, het Ministerie vragen om de termijn eenmaal met hoogstens dertig dagen te verlengen.
Art. 48. - Mise en demeure
Si le ministère constate que l'employeur ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou dans le présent arrêté ou en viole les dispositions, il le met en demeure de se conformer à ces obligations dans un délai de trente jours et de s'expliquer, dans le même délai, sur les faits qui lui sont reprochés.
Sur demande motivée, l'employeur peut - au plus tard dix jours avant l'expiration du délai mentionné au premier alinéa - demander au ministère une prorogation unique de trente jours au maximum.
Si le ministère constate que l'employeur ne remplit pas une ou plusieurs des obligations mentionnées dans le décret ou dans le présent arrêté ou en viole les dispositions, il le met en demeure de se conformer à ces obligations dans un délai de trente jours et de s'expliquer, dans le même délai, sur les faits qui lui sont reprochés.
Sur demande motivée, l'employeur peut - au plus tard dix jours avant l'expiration du délai mentionné au premier alinéa - demander au ministère une prorogation unique de trente jours au maximum.
Art. 49. - Schorsing
Indien de werkgever - na de ingebrekestelling vermeld in artikel 48 - de verplichtingen nog altijd niet nakomt, wordt de uitbetaling van de subsidies, na een advies van het Ministerie, door de Minister geschorst.
Voor de schorsing deelt de Minister de betrokken werkgever zijn voornemen aangetekend mee. De werkgever kan binnen dertig dagen na de toezending van de intentieverklaring een met redenen omkleed standpunt indienen bij de Minister.
Binnen 30 dagen na ontvangst van het standpunt, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de uitbetaling wordt geschorst en voor hoelang.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken werkgever bezorgd.
Indien de werkgever - na de ingebrekestelling vermeld in artikel 48 - de verplichtingen nog altijd niet nakomt, wordt de uitbetaling van de subsidies, na een advies van het Ministerie, door de Minister geschorst.
Voor de schorsing deelt de Minister de betrokken werkgever zijn voornemen aangetekend mee. De werkgever kan binnen dertig dagen na de toezending van de intentieverklaring een met redenen omkleed standpunt indienen bij de Minister.
Binnen 30 dagen na ontvangst van het standpunt, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de uitbetaling wordt geschorst en voor hoelang.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken werkgever bezorgd.
Art. 49. - Suspension
Si l'employeur, après la mise en demeure mentionnée à l'article 48, continue à ne pas remplir les obligations, le ministre suspend la liquidation des subventions sur avis du ministère.
Avant la suspension, le ministre communique son intention à l'employeur concerné par lettre recommandée. Dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'employeur peut introduire auprès du ministre une prise de position motivée.
Dans les trente jours suivant la réception de la prise de position ou au terme du délai mentionné à l'alinéa 2, le ministre statue sur la suspension de la liquidation et la durée de celle-ci.
Cette décision est immédiatement transmise à l'employeur concerné.
Si l'employeur, après la mise en demeure mentionnée à l'article 48, continue à ne pas remplir les obligations, le ministre suspend la liquidation des subventions sur avis du ministère.
Avant la suspension, le ministre communique son intention à l'employeur concerné par lettre recommandée. Dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'employeur peut introduire auprès du ministre une prise de position motivée.
Dans les trente jours suivant la réception de la prise de position ou au terme du délai mentionné à l'alinéa 2, le ministre statue sur la suspension de la liquidation et la durée de celle-ci.
Cette décision est immédiatement transmise à l'employeur concerné.
Art. 50. - Klacht tegen de schorsing
Als de uitbetaling wordt geschorst, kan de werkgever een klacht indienen bij de Regering. De klacht is niet opschortend.
De werkgever zendt de met redenen omklede klacht met alle relevante stukken aan de Regering; dit geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs binnen een maand, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing tot schorsing.
Binnen 45 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht, beslist de Regering of de klacht ontvankelijk is.
Als de uitbetaling wordt geschorst, kan de werkgever een klacht indienen bij de Regering. De klacht is niet opschortend.
De werkgever zendt de met redenen omklede klacht met alle relevante stukken aan de Regering; dit geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs binnen een maand, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing tot schorsing.
Binnen 45 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht, beslist de Regering of de klacht ontvankelijk is.
Art. 50. - Recours contre la suspension
L'employeur peut introduire un recours auprès du Gouvernement en cas de suspension de la liquidation. Le recours n'est pas suspensif.
L'employeur communique au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tous les documents pertinents, par lettre recommandée ou contre accusé de réception dans un délai d'un mois à dater de la notification de la décision de suspension.
Le Gouvernement statue sur la recevabilité du recours dans un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception dudit recours.
L'employeur peut introduire un recours auprès du Gouvernement en cas de suspension de la liquidation. Le recours n'est pas suspensif.
L'employeur communique au Gouvernement le recours motivé, accompagné de tous les documents pertinents, par lettre recommandée ou contre accusé de réception dans un délai d'un mois à dater de la notification de la décision de suspension.
Le Gouvernement statue sur la recevabilité du recours dans un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception dudit recours.
Art. 51. - Stopzetting
Indien de werkgever - na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 49 - de verplichtingen nog altijd niet nakomt, kan de Minister, na een advies van het Ministerie, de uitbetaling van de subsidies definitief stopzetten.
Voor de stopzetting deelt de Minister de betrokken werkgever zijn voornemen aangetekend mee. De werkgever kan binnen dertig dagen na de toezending van de intentieverklaring een met redenen omkleed standpunt indienen bij de Minister.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het standpunt, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister over de stopzetting.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken werkgever bezorgd.
Indien de werkgever - na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 49 - de verplichtingen nog altijd niet nakomt, kan de Minister, na een advies van het Ministerie, de uitbetaling van de subsidies definitief stopzetten.
Voor de stopzetting deelt de Minister de betrokken werkgever zijn voornemen aangetekend mee. De werkgever kan binnen dertig dagen na de toezending van de intentieverklaring een met redenen omkleed standpunt indienen bij de Minister.
Binnen dertig dagen na ontvangst van het standpunt, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister over de stopzetting.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken werkgever bezorgd.
Art. 51. - Arrêt
Si l'employeur, au terme de la durée de la suspension mentionnée à l'article 49, continue à ne pas remplir les obligations, le ministre peut arrêter définitivement la liquidation des subventions sur avis du ministère.
Avant l'arrêt, le ministre communique son intention à l'employeur concerné par lettre recommandée. Dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'employeur peut introduire auprès du ministre une prise de position motivée.
Dans les trente jours suivant la réception de la prise de position ou au terme du délai mentionné à l'alinéa 2, le ministre statue sur l'arrêt de la liquidation.
Cette décision est immédiatement transmise à l'employeur concerné.
Si l'employeur, au terme de la durée de la suspension mentionnée à l'article 49, continue à ne pas remplir les obligations, le ministre peut arrêter définitivement la liquidation des subventions sur avis du ministère.
Avant l'arrêt, le ministre communique son intention à l'employeur concerné par lettre recommandée. Dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention, l'employeur peut introduire auprès du ministre une prise de position motivée.
Dans les trente jours suivant la réception de la prise de position ou au terme du délai mentionné à l'alinéa 2, le ministre statue sur l'arrêt de la liquidation.
Cette décision est immédiatement transmise à l'employeur concerné.
Art. 52. - Klacht tegen de stopzetting
In geval van een stopzetting van de uitbetaling kan de werkgever een klacht tegen de desbetreffende beslissing indienen overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 50.
In geval van een stopzetting van de uitbetaling kan de werkgever een klacht tegen de desbetreffende beslissing indienen overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 50.
Art. 52. - Recours contre l'arrêt
En cas d'arrêt de la liquidation, l'employeur peut introduire un recours contre la décision en cause conformément aux modalités fixées à l'article 50.
En cas d'arrêt de la liquidation, l'employeur peut introduire un recours contre la décision en cause conformément aux modalités fixées à l'article 50.
Art. 53. - Uitsluiting van de toekenning van subsidies
Onverminderd de toepassing van artikel 35 en hoofdstuk 7 van het decreet wordt de werkgever op grond van de volgende feiten hoogstens vijf jaar uitgesloten van de toekenning van de subsidies :
1° het voorliggen van een rechtsgeldige beslissing tot opheffing;
2° bij herhaalde vaststelling van overtredingen van het decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan.
Onverminderd de toepassing van artikel 35 en hoofdstuk 7 van het decreet wordt de werkgever op grond van de volgende feiten hoogstens vijf jaar uitgesloten van de toekenning van de subsidies :
1° het voorliggen van een rechtsgeldige beslissing tot opheffing;
2° bij herhaalde vaststelling van overtredingen van het decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan.
Art. 53. - Exclusion de l'octroi de subventions
Sans préjudice de l'application de l'article 35 et du chapitre 7 du décret, les faits suivants excluent l'employeur de l'octroi de subventions pour un maximum de cinq ans :
1° l'existence d'une décision d'arrêt des liquidations coulée en force de chose jugée;
2° la constatation répétée de violations du décret ou de ses dispositions d'exécution.
Sans préjudice de l'application de l'article 35 et du chapitre 7 du décret, les faits suivants excluent l'employeur de l'octroi de subventions pour un maximum de cinq ans :
1° l'existence d'une décision d'arrêt des liquidations coulée en force de chose jugée;
2° la constatation répétée de violations du décret ou de ses dispositions d'exécution.
HOOFDSTUK 6. - Rapportering
CHAPITRE 6. - Rapport
Art. 54. - Rapportering
§ 1 - Voor de controle vermeld in de artikelen 35 en 37 van het decreet, alsook voor de rapportering vermeld in artikel 43 van het decreet bezorgt de Dienst voor arbeidsbemiddeling minstens om het jaar de volgende inlichtingen aan het Ministerie :
1° welke attesten de Dienst voor arbeidsbemiddeling heeft afgegeven, ingedeeld op basis van de reden waarom de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies werden toegekend, en meer bepaald:
a) in geval van AktiF-gerechtigden : of het gaat om de niet-werkende werkzoekenden vermeld in de artikelen 4, 5, 6 of 7 van het decreet;
b) in geval van AktiF PLUS-gerechtigden : op basis van welke belemmering bij het vinden van werk vermeld in artikel 8 van het decreet, het attest afgegeven werd;
c) of het attest afgegeven werd op basis van een gelijkstelling vermeld in artikel 2 en/of artikel 3;
d) het opleidingsniveau van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
e) in geval van toepassing van artikel 9, 12 of 13 van het decreet : om welke maatregel het gaat;
f) de gemeente waar de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde zijn woonplaats heeft;
g) de geboortedatum van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
2° de personen die zich in het rapporteringsjaar, na beëindiging van de AktiF- of AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, opnieuw bij de Dienst voor Arbeidsbemiddeling ingeschreven hebben, ingedeeld op basis van de reden waarom de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies werden toegekend.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling bezorgt het Ministerie voor elk attest de inlichtingen vermeld in het eerste lid, 1°, aan het Ministerie.
Indien de Dienst voor arbeidsbemiddeling de inlichtingen vermeld in het eerste lid, 1°, b), betreffende AktiF PLUS-gerechtigden die op basis van artikel 10 AktiF PLUS-subsidies ontvangen, aan het Ministerie bezorgt, splitst de Dienst voor arbeidsbemiddeling die inlichtingen ook op aan de hand van welke van de in artikel 10 vermelde voorwaarden de AktiF PLUS-subsidies toegekend werden.
§ 2 - Onverminderd andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten het Ministerie, de Dienst voor arbeidsbemiddeling en andere personen die bij de uitvoering van dit besluit betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.
§ 3 - Het Ministerie en de Dienst voor arbeidsbemiddeling zijn, elk binnen zijn bevoegdheid, verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in § 1 en worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Het Ministerie en de Dienst voor arbeidsbemiddeling verwerken, elk binnen zijn bevoegdheid, persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van wettelijke of decretale opdrachten, in het bijzonder wat betreft de taken vermeld in de hoofdstukken 2 tot 4 en de hoofdstukken 6 tot 7 van het decreet. Ze mogen de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van hun wettelijke of decretale opdrachten gebruiken.
De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
§ 4 - De gegevens mogen tot hoogstens 10 jaar na overzending aan het Ministerie in een vorm bewaard worden die de mogelijkheid biedt de betrokken personen te identificeren. Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.
§ 1 - Voor de controle vermeld in de artikelen 35 en 37 van het decreet, alsook voor de rapportering vermeld in artikel 43 van het decreet bezorgt de Dienst voor arbeidsbemiddeling minstens om het jaar de volgende inlichtingen aan het Ministerie :
1° welke attesten de Dienst voor arbeidsbemiddeling heeft afgegeven, ingedeeld op basis van de reden waarom de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies werden toegekend, en meer bepaald:
a) in geval van AktiF-gerechtigden : of het gaat om de niet-werkende werkzoekenden vermeld in de artikelen 4, 5, 6 of 7 van het decreet;
b) in geval van AktiF PLUS-gerechtigden : op basis van welke belemmering bij het vinden van werk vermeld in artikel 8 van het decreet, het attest afgegeven werd;
c) of het attest afgegeven werd op basis van een gelijkstelling vermeld in artikel 2 en/of artikel 3;
d) het opleidingsniveau van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
e) in geval van toepassing van artikel 9, 12 of 13 van het decreet : om welke maatregel het gaat;
f) de gemeente waar de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde zijn woonplaats heeft;
g) de geboortedatum van de AktiF-gerechtigde of AktiF PLUS-gerechtigde;
2° de personen die zich in het rapporteringsjaar, na beëindiging van de AktiF- of AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, opnieuw bij de Dienst voor Arbeidsbemiddeling ingeschreven hebben, ingedeeld op basis van de reden waarom de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies werden toegekend.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling bezorgt het Ministerie voor elk attest de inlichtingen vermeld in het eerste lid, 1°, aan het Ministerie.
Indien de Dienst voor arbeidsbemiddeling de inlichtingen vermeld in het eerste lid, 1°, b), betreffende AktiF PLUS-gerechtigden die op basis van artikel 10 AktiF PLUS-subsidies ontvangen, aan het Ministerie bezorgt, splitst de Dienst voor arbeidsbemiddeling die inlichtingen ook op aan de hand van welke van de in artikel 10 vermelde voorwaarden de AktiF PLUS-subsidies toegekend werden.
§ 2 - Onverminderd andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten het Ministerie, de Dienst voor arbeidsbemiddeling en andere personen die bij de uitvoering van dit besluit betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.
§ 3 - Het Ministerie en de Dienst voor arbeidsbemiddeling zijn, elk binnen zijn bevoegdheid, verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in § 1 en worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Het Ministerie en de Dienst voor arbeidsbemiddeling verwerken, elk binnen zijn bevoegdheid, persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van wettelijke of decretale opdrachten, in het bijzonder wat betreft de taken vermeld in de hoofdstukken 2 tot 4 en de hoofdstukken 6 tot 7 van het decreet. Ze mogen de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van hun wettelijke of decretale opdrachten gebruiken.
De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
§ 4 - De gegevens mogen tot hoogstens 10 jaar na overzending aan het Ministerie in een vorm bewaard worden die de mogelijkheid biedt de betrokken personen te identificeren. Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.
Art. 54. - Rapport
§ 1er - Aux fins du contrôle mentionné aux articles 35 et 37 du décret et du rapport mentionné à l'article 43 du décret, l'Office de l'emploi transmet au ministère au moins une fois l'an les informations suivantes :
1° données relatives aux attestations délivrées par l'Office de l'emploi, réparties sur la base de la raison de l'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS, à savoir :
a) dans le cas de bénéficiaires des mesures AktiF, s'il s'agit des demandeurs d'emploi inoccupés mentionnés aux articles 4, 5, 6 ou 7 du décret;
b) dans le cas de bénéficiaires des mesures AktiF PLUS, les obstacles parmi ceux mentionnés à l'article 8 du décret qui a motivé la délivrance de l'attestation;
c) si l'attestation a été délivrée en raison de l'assimilation mentionnée aux articles 2 et/ou 3;
d) des données relatives au niveau de formation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
e) s'il est fait application des articles 9, 12 ou 13, la mesure en question;
f) la commune où est domicilié le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
g) la date de naissance du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
2° les données relatives aux personnes qui, lors de l'année du rapport suivant la fin de la promotion de l'emploi par des mesures AktiF ou AktiF PLUS, se sont à nouveau inscrites auprès de l'Office de l'emploi, réparties sur la base de la raison de l'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS.
Pour chaque attestation, l'Office de l'emploi transmet au ministère les informations mentionnées à l'alinéa 1er, 1°.
Si l'Office de l'emploi transmet au ministère les informations mentionnées à l'alinéa 1er, 1°, b), relatives aux bénéficiaires des mesures AktiF PLUS auxquels des subventions AktiF PLUS ont été octroyées en vertu de l'article 10, il indique également les conditions mentionnées au même article qui ont entrainé l'octroi desdites subventions AktiF PLUS.
§ 2 - Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le ministère, l'Office de l'emploi et les autres personnes participant à l'exécution du présent arrêté sont tenus de traiter confidentiellement les données qui leur sont confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
§ 3 - Le ministère et l'Office de l'emploi, chacun pour ce qui le concerne, sont responsables du traitement des données à caractère personnel mentionnées au § 1er et sont considérés comme responsables au sens de l'article 4, 7°, du règlement général sur la protection des données.
Le ministère et l'Office de l'emploi traitent, chacun pour ce qui les concerne, les données à caractère personnel en vue de l'exercice de missions légales ou décrétales, notamment les missions mentionnées aux chapitres 2 à 4 et 6 à 7 du décret. Ils ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de leurs missions légales ou décrétales.
Le traitement de données à caractère personnel s'opère dans le respect du règlement général sur la protection des données.
§ 4 - Les données peuvent être conservées au maximum pendant dix ans après leur communication au ministère, sous une forme qui permet l'identification des intéressés. Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.
§ 1er - Aux fins du contrôle mentionné aux articles 35 et 37 du décret et du rapport mentionné à l'article 43 du décret, l'Office de l'emploi transmet au ministère au moins une fois l'an les informations suivantes :
1° données relatives aux attestations délivrées par l'Office de l'emploi, réparties sur la base de la raison de l'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS, à savoir :
a) dans le cas de bénéficiaires des mesures AktiF, s'il s'agit des demandeurs d'emploi inoccupés mentionnés aux articles 4, 5, 6 ou 7 du décret;
b) dans le cas de bénéficiaires des mesures AktiF PLUS, les obstacles parmi ceux mentionnés à l'article 8 du décret qui a motivé la délivrance de l'attestation;
c) si l'attestation a été délivrée en raison de l'assimilation mentionnée aux articles 2 et/ou 3;
d) des données relatives au niveau de formation du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
e) s'il est fait application des articles 9, 12 ou 13, la mesure en question;
f) la commune où est domicilié le bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
g) la date de naissance du bénéficiaire des mesures AktiF ou AktiF PLUS;
2° les données relatives aux personnes qui, lors de l'année du rapport suivant la fin de la promotion de l'emploi par des mesures AktiF ou AktiF PLUS, se sont à nouveau inscrites auprès de l'Office de l'emploi, réparties sur la base de la raison de l'octroi des subventions AktiF ou AktiF PLUS.
Pour chaque attestation, l'Office de l'emploi transmet au ministère les informations mentionnées à l'alinéa 1er, 1°.
Si l'Office de l'emploi transmet au ministère les informations mentionnées à l'alinéa 1er, 1°, b), relatives aux bénéficiaires des mesures AktiF PLUS auxquels des subventions AktiF PLUS ont été octroyées en vertu de l'article 10, il indique également les conditions mentionnées au même article qui ont entrainé l'octroi desdites subventions AktiF PLUS.
§ 2 - Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le ministère, l'Office de l'emploi et les autres personnes participant à l'exécution du présent arrêté sont tenus de traiter confidentiellement les données qui leur sont confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
§ 3 - Le ministère et l'Office de l'emploi, chacun pour ce qui le concerne, sont responsables du traitement des données à caractère personnel mentionnées au § 1er et sont considérés comme responsables au sens de l'article 4, 7°, du règlement général sur la protection des données.
Le ministère et l'Office de l'emploi traitent, chacun pour ce qui les concerne, les données à caractère personnel en vue de l'exercice de missions légales ou décrétales, notamment les missions mentionnées aux chapitres 2 à 4 et 6 à 7 du décret. Ils ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de leurs missions légales ou décrétales.
Le traitement de données à caractère personnel s'opère dans le respect du règlement général sur la protection des données.
§ 4 - Les données peuvent être conservées au maximum pendant dix ans après leur communication au ministère, sous une forme qui permet l'identification des intéressés. Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.
HOOFDSTUK 6.1.. [1 - Tijdelijke maatregelen om de negatieve gevolgen van de coronacrisis te beperken]1
CHAPITRE 6.1. [1 - Mesures temporaires visant à atténuer les répercussions de la crise provoquée par le coronavirus]1
Art.54.1. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn bedoeld om de negatieve gevolgen van de epidemie of pandemie van het coronavirus (COVID-19) in de Duitstalige Gemeenschap te beperken.]1
Art. 54.1. [1 Les dispositions du présent chapitre visent à atténuer les répercussions de l'épidémie ou de la pandémie de coronavirus (COVID-19) en Communauté germanophone.]1
Art.54.2.[1 De subsidies vermeld in de artikelen 11 en 13 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot [3 31 december 2021]3 telkens met 100 % verhoogd.
Art. 54.2. [1 Les subventions mentionnées aux articles 11 et 13 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au [3 31 décembre 2021]3.
Art.54.3.[1 De subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot [3 31 december 2021]3 telkens met 100 % verhoogd.
Art. 54.3. [1 Les subventions mentionnées à l'article 21 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au [3 31 décembre 2021]3.
Art.54.4.[1 De subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot [3 31 december 2021]3 telkens met 100 % verhoogd.
Art. 54.4. [1 Les subventions mentionnées à l'article 26 du décret sont chacune majorées de 100 % pour la période allant du 1er juillet 2020 au [3 31 décembre 2021]3.
Art.54.5. [1 In afwijking van artikel 11, § 1, van het decreet wordt de AktiF-subsidie vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, van het decreet of de AktiF PLUS-subsidie vermeld in artikel 11, § 3, derde lid, van het decreet na het verstrijken van de in artikel 11, § 1, 1° en 2°, van het decreet vermelde periode, nog zes maanden toegekend aan alle in artikel 10 van het decreet vermelde werkgevers die tussen 13 maart 2020 en 30 september 2020 een AktiF-subsidie of een AktiF PLUS-subsidie ontvangen.]1
Art. 54.5. [1 Par dérogation à l'article 11, § 1er, du décret et à l'expiration de la durée mentionnée à l'article 11, § 1er, 1° et 2°, du décret, la subvention AktiF mentionnée à l'article 11, § 2, alinéa 2, ou, selon le cas, la subvention AktiF PLUS mentionnée à l'article 11, § 3, alinéa 3, du décret peuvent être octroyées pendant une période supplémentaire de six mois à tous les employeurs mentionnés à l'article 10 du décret qui bénéficient de l'une de ces subventions entre le 13 mars 2020 et le 30 septembre 2020.]1
Art.54.6. [1 De Minister kan de in artikel 29, 2°, en in artikel 31 vermelde termijnen van zes maanden tot en met 31 december 2021 met nog eens zes maanden verlengen, voor zover de aanvrager die verlenging schriftelijk aanvraagt voordat de oorspronkelijke termijn van zes maanden verstreken is.]1
Art. 54.6. [1 Jusqu'au 31 décembre 2021, le ministre peut prolonger les délais mentionnés à l'article 29, 2°, et à l'article 31 de six mois supplémentaires dans la mesure où le demandeur introduit par écrit une demande en ce sens avant l'expiration du délai initial de six mois.]1
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 55. - Wijzigingsbepaling
Artikel 131quinquies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt opgeheven.
Artikel 131quinquies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt opgeheven.
Art. 55. - Disposition modificative
L'article 131quinquies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, remplacé par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 et modifié par l'arrêté royal du 21 septembre 2004, est abrogé.
L'article 131quinquies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, remplacé par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 et modifié par l'arrêté royal du 21 septembre 2004, est abrogé.
Art. 56. - Wijzigingsbepaling
Artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt opgeheven.
Artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt opgeheven.
Art. 56. - Disposition modificative
L'article 4 de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 septembre 2004, est abrogé.
L'article 4 de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 septembre 2004, est abrogé.
Art. 57. - Wijzigingsbepaling
Artikel 6 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 januari 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 28 september 2017, wordt vervangen als volgt :
"Art. 6 - De doelgroepvermindering vermeld in artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002 kan toegekend worden als volgt :
1° ten belope van het forfaitair bedrag G3 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 55 jaar bereikt hebben;
2° ten belope van het forfaitair bedrag G2 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 56 jaar bereikt hebben;
3° ten belope van het forfaitair bedrag G1 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 59 jaar bereikt hebben;
4° ten belope van het forfaitair bedrag G8 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 62 jaar bereikt hebben."
Artikel 6 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 januari 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 28 september 2017, wordt vervangen als volgt :
"Art. 6 - De doelgroepvermindering vermeld in artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002 kan toegekend worden als volgt :
1° ten belope van het forfaitair bedrag G3 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 55 jaar bereikt hebben;
2° ten belope van het forfaitair bedrag G2 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 56 jaar bereikt hebben;
3° ten belope van het forfaitair bedrag G1 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 59 jaar bereikt hebben;
4° ten belope van het forfaitair bedrag G8 voor de werknemers die op de laatste dag van het kwartaal de leeftijd van ten minste 62 jaar bereikt hebben."
Art. 57. - Disposition modificative
L'article 6 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, remplacé par l'arrêté royal du 24 janvier 2013 et modifié par l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6 - La réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 339 de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I) peut être octroyée comme suit :
1° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G3 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 55 ans;
2° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G2 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 56 ans;
3° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 59 ans;
4° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G8 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 62 ans. "
L'article 6 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, remplacé par l'arrêté royal du 24 janvier 2013 et modifié par l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6 - La réduction pour groupe cible mentionnée à l'article 339 de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I) peut être octroyée comme suit :
1° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G3 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 55 ans;
2° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G2 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 56 ans;
3° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G1 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 59 ans;
4° à concurrence d'un montant forfaitaire s'élevant à G8 pour les travailleurs qui, au dernier jour du trimestre, sont âgés d'au moins 62 ans. "
Art. 58. - Wijzigingsbepaling
In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 2018, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1 - De loongrens vermeld in artikel 339, eerste lid, 3°, van de programmawet (I) van 24 december 2002 ligt bij 13.942,47 euro."
In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 2018, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1 - De loongrens vermeld in artikel 339, eerste lid, 3°, van de programmawet (I) van 24 december 2002 ligt bij 13.942,47 euro."
Art. 58. - Disposition modificative
Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 1er mars 2018, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
" Art. 6/1 - Le plafond salarial mentionné à l'article 339, alinéa 1er, 3°, de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I) s'élève à 13 942,47 euros. "
Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 1er mars 2018, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
" Art. 6/1 - Le plafond salarial mentionné à l'article 339, alinéa 1er, 3°, de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I) s'élève à 13 942,47 euros. "
Art. 59. - Wijzigingsbepaling
In artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004 en het besluit van de Regering van 28 september 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 4 wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende :
"13° de tewerkstellingsperioden bij een werkgever vermeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen in het kader van het besluit van het Waals Gewest van 11 mei 1995 betreffende de indienstneming van gesubsidieerde contractuelen door sommige openbare besturen en ermee gelijkgestelde werkgevers, zoals van kracht op 31 december 2017."
2° § 7 wordt opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende :
" § 8 - Voor de werkgevers die werknemers tewerkstellen die binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallen en die na 31 december 2018 in dienst zijn getreden, wordt de doelgroepvermindering vermeld in dit artikel niet meer toegekend."
In artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004 en het besluit van de Regering van 28 september 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 4 wordt aangevuld met een bepaling onder 13°, luidende :
"13° de tewerkstellingsperioden bij een werkgever vermeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen in het kader van het besluit van het Waals Gewest van 11 mei 1995 betreffende de indienstneming van gesubsidieerde contractuelen door sommige openbare besturen en ermee gelijkgestelde werkgevers, zoals van kracht op 31 december 2017."
2° § 7 wordt opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende :
" § 8 - Voor de werkgevers die werknemers tewerkstellen die binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallen en die na 31 december 2018 in dienst zijn getreden, wordt de doelgroepvermindering vermeld in dit artikel niet meer toegekend."
Art. 59. - Disposition modificative
A l'article 14 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 et l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 4 est complété par un 13° rédigé comme suit :
" 13° les périodes d'occupation auprès d'un employeur mentionné à l'article 1er, § 1er, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, dans le cadre de l'arrêté de la Région wallonne du 11 mai 1995 relatif à l'engagement d'agents contractuels subventionnés auprès de certains pouvoirs publics et employeurs y assimilés, dans sa version au 31 décembre 2017. "
2° le § 7 est abrogé;
3° l'article est complété par un § 8 rédigé comme suit :
" § 8 - Pour les employeurs qui occupent des travailleurs relevant du champ d'application du présent article et dont l'entrée en service est postérieure au 31 décembre 2018, la réduction pour groupe cible mentionnée dans le présent article n'est plus octroyée. "
A l'article 14 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 21 janvier 2004 et l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 4 est complété par un 13° rédigé comme suit :
" 13° les périodes d'occupation auprès d'un employeur mentionné à l'article 1er, § 1er, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, dans le cadre de l'arrêté de la Région wallonne du 11 mai 1995 relatif à l'engagement d'agents contractuels subventionnés auprès de certains pouvoirs publics et employeurs y assimilés, dans sa version au 31 décembre 2017. "
2° le § 7 est abrogé;
3° l'article est complété par un § 8 rédigé comme suit :
" § 8 - Pour les employeurs qui occupent des travailleurs relevant du champ d'application du présent article et dont l'entrée en service est postérieure au 31 décembre 2018, la réduction pour groupe cible mentionnée dans le présent article n'est plus octroyée. "
Art. 60. - Wijzigingsbepaling
Artikel 14bis, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004, wordt opgeheven.
Artikel 14bis, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004, wordt opgeheven.
Art. 60. - Disposition modificative
L'article 14bis, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 21 janvier 2004, est abrogé.
L'article 14bis, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 21 janvier 2004, est abrogé.
Art. 61. - Opheffingsbepaling
Opgeheven worden :
1° het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 mei 2003 en 1 april 2004;
2° het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 mei 2003 en 1 april 2004;
3° het besluit van de Regering van 19 oktober 2017 tot vastlegging van de basisdotatie en de bijkomende dotaties ter uitvoering van het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 20 december 2001 houdende toekenning van toelagen aan plaatselijke besturen die geco's tewerkstellen.
Opgeheven worden :
1° het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 mei 2003 en 1 april 2004;
2° het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 mei 2003 en 1 april 2004;
3° het besluit van de Regering van 19 oktober 2017 tot vastlegging van de basisdotatie en de bijkomende dotaties ter uitvoering van het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 20 december 2001 houdende toekenning van toelagen aan plaatselijke besturen die geco's tewerkstellen.
Art. 61. - Disposition abrogatoire
Sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans une initiative d'insertion sociale, modifié par les arrêtés royaux des 16 mai 2003 et 1er avril 2004;
2° l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans une initiative d'insertion sociale, modifié par les arrêtés royaux des 16 mai 2003 et 1er avril 2004;
3° l'arrêté du Gouvernement du 19 octobre 2017 portant fixation de la dotation de base et des dotations supplémentaires en exécution de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone du 20 décembre 2001 portant octroi de subventions aux pouvoirs locaux occupant des travailleurs contractuels subventionnés.
Sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans une initiative d'insertion sociale, modifié par les arrêtés royaux des 16 mai 2003 et 1er avril 2004;
2° l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans une initiative d'insertion sociale, modifié par les arrêtés royaux des 16 mai 2003 et 1er avril 2004;
3° l'arrêté du Gouvernement du 19 octobre 2017 portant fixation de la dotation de base et des dotations supplémentaires en exécution de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone du 20 décembre 2001 portant octroi de subventions aux pouvoirs locaux occupant des travailleurs contractuels subventionnés.
Art. 62. - Overgangsbepaling
De aanvragen van werkkaarten en de aanvragen tot wijziging van de werkkaarten overeenkomstig de voorwaarden van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden en van het koninklijk besluit van 29 maart 2006 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren, zoals die koninklijke besluiten van kracht waren op 31 december 2018, door werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst werden genomen, moeten uiterlijk op 30 juni 2019 worden ingediend. Na die datum verliest de werknemer het recht op de activeringen bepaald in de voormelde koninklijke besluiten.
De aanvragen van werkkaarten en de aanvragen tot wijziging van de werkkaarten overeenkomstig de voorwaarden van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden en van het koninklijk besluit van 29 maart 2006 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren, zoals die koninklijke besluiten van kracht waren op 31 december 2018, door werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst werden genomen, moeten uiterlijk op 30 juni 2019 worden ingediend. Na die datum verliest de werknemer het recht op de activeringen bepaald in de voormelde koninklijke besluiten.
Art. 62. - Disposition transitoire
Les demandes de cartes de travail et les demandes de modification des cartes de travail conformément aux conditions de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée et de l'arrêté royal du 29 mars 2006 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 relatif à la sécurité sociale des travailleurs pour la promotion de mise à l'emploi des jeunes moins qualifiés ou très peu qualifiés, dans leur version du 31 décembre 2018, doivent être introduites au plus tard le 30 juin 2019 si elles concernent des travailleurs engagés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Après cette date, le travailleur perd le droit aux activations prévues dans les arrêtés royaux susmentionnés.
Les demandes de cartes de travail et les demandes de modification des cartes de travail conformément aux conditions de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée et de l'arrêté royal du 29 mars 2006 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 relatif à la sécurité sociale des travailleurs pour la promotion de mise à l'emploi des jeunes moins qualifiés ou très peu qualifiés, dans leur version du 31 décembre 2018, doivent être introduites au plus tard le 30 juin 2019 si elles concernent des travailleurs engagés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Après cette date, le travailleur perd le droit aux activations prévues dans les arrêtés royaux susmentionnés.
Art. 63. - Overgangsbepaling
Voor de werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst zijn getreden, wordt de herinschakelingsuitkering vermeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen en vermeld in artikel 131quinquies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering verder toegekend.
Voor de werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst zijn getreden, wordt de herinschakelingsuitkering vermeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen en vermeld in artikel 131quinquies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering verder toegekend.
Art. 63. - Disposition transitoire
Les travailleurs entrés en service avant l'entrée en vigueur du présent arrêté continuent à bénéficier de l'allocation de réinsertion mentionnée à l'article 4 de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, et à l'article 131quinquies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
Les travailleurs entrés en service avant l'entrée en vigueur du présent arrêté continuent à bénéficier de l'allocation de réinsertion mentionnée à l'article 4 de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, et à l'article 131quinquies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
Art. 64. - Overgangsbepaling
Werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst genomen zijn overeenkomstig het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen moeten houder zijn van een attest van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening dat uiterlijk op 30 juni 2019 werd aangevraagd en waaruit blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 14, §§ 1 tot 3, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. Na die datum verliest de werknemer het recht op de activeringen vermeld in de voormelde koninklijke besluiten.
Werknemers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst genomen zijn overeenkomstig het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen moeten houder zijn van een attest van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening dat uiterlijk op 30 juni 2019 werd aangevraagd en waaruit blijkt dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 14, §§ 1 tot 3, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. Na die datum verliest de werknemer het recht op de activeringen vermeld in de voormelde koninklijke besluiten.
Art. 64. - Disposition transitoire
Les travailleurs engagés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, doivent être en possession d'une attestation délivrée par l'Office national de l'emploi, demandée au plus tard le 30 juin 2019 et certifiant que le travailleur remplit les conditions fixées à l'article 14, § § 1er à 3, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale. Après cette date, le travailleur perd le droit aux activations mentionnées dans les arrêtés royaux susmentionnés.
Les travailleurs engagés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m), de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer, doivent être en possession d'une attestation délivrée par l'Office national de l'emploi, demandée au plus tard le 30 juin 2019 et certifiant que le travailleur remplit les conditions fixées à l'article 14, § § 1er à 3, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale. Après cette date, le travailleur perd le droit aux activations mentionnées dans les arrêtés royaux susmentionnés.
Art. 65. - Overgangsbepaling
Voor de werknemers die vóór inwerkingtreding van dit besluit in dienst zijn getreden, blijven de werkgevers de 'financiële tussenkomst' van de OCMW's ontvangen onder de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief en onder de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief.
Voor de werknemers die vóór inwerkingtreding van dit besluit in dienst zijn getreden, blijven de werkgevers de 'financiële tussenkomst' van de OCMW's ontvangen onder de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief en onder de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief.
Art. 65. - Disposition transitoire
Pour les travailleurs entrés en service avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, les employeurs continuent à recevoir les interventions financières des centres publics d'action sociale, conformément aux conditions mentionnées dans l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans une initiative d'insertion sociale et dans l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans une initiative d'insertion sociale.
Pour les travailleurs entrés en service avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, les employeurs continuent à recevoir les interventions financières des centres publics d'action sociale, conformément aux conditions mentionnées dans l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant l'intervention financière dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans une initiative d'insertion sociale et dans l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financière mis au travail dans une initiative d'insertion sociale.
Art. 66. - Overgangsbepaling
De werknemer die op 31 december 2018 58 jaar oud is en op die dag het recht kan openen op een vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen met toepassing van artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002 ten belope van het forfaitair bedrag G1 vermeld in artikel 336 van dezelfde wet, blijft tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt, in aanmerking komen voor die vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen.
De werknemer die op 31 december 2018 58 jaar oud is en op die dag het recht kan openen op een vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen met toepassing van artikel 339 van de programmawet (I) van 24 december 2002 ten belope van het forfaitair bedrag G1 vermeld in artikel 336 van dezelfde wet, blijft tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt, in aanmerking komen voor die vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen.
Art. 66. - Disposition transitoire
Le travailleur âgé de 58 ans au 31 décembre 2018 et susceptible d'ouvrir le droit, ce même jour, à une réduction de cotisations de sécurité sociale en l'application de l'article 339 de la loi programme du 24 décembre 2002 (I) à concurrence du montant forfaitaire s'élevant à G1 mentionné à l'article 336 de cette même loi, continue à bénéficier de cette réduction de cotisations de sécurité sociale jusqu'au dernier jour du trimestre précédant celui au cours duquel il atteint l'âge de 59 ans.
Le travailleur âgé de 58 ans au 31 décembre 2018 et susceptible d'ouvrir le droit, ce même jour, à une réduction de cotisations de sécurité sociale en l'application de l'article 339 de la loi programme du 24 décembre 2002 (I) à concurrence du montant forfaitaire s'élevant à G1 mentionné à l'article 336 de cette même loi, continue à bénéficier de cette réduction de cotisations de sécurité sociale jusqu'au dernier jour du trimestre précédant celui au cours duquel il atteint l'âge de 59 ans.
Art. 67. - Overgangsbepaling
Artikel 13 van het decreet is van toepassing op personen die bij inwerkingtreding van het decreet een opleidingsmaatregel vermeld in artikel 14 volgen en die bewijzen dat ze op de dag vóór het begin van die opleidingsmaatregel voldeden aan de voorwaarden voor de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies, voor zover ze in aansluiting daarop bij dezelfde werkgever tewerkgesteld worden.
Artikel 13 van het decreet is van toepassing op personen die bij inwerkingtreding van het decreet een opleidingsmaatregel vermeld in artikel 14 volgen en die bewijzen dat ze op de dag vóór het begin van die opleidingsmaatregel voldeden aan de voorwaarden voor de AktiF-subsidies of AktiF PLUS-subsidies, voor zover ze in aansluiting daarop bij dezelfde werkgever tewerkgesteld worden.
Art. 67. - Disposition transitoire
L'article 13 du décret est applicable aux personnes qui suivent, au moment de l'entrée en vigueur du décret, une mesure de formation mentionnée à l'article 14 et apportent la preuve qu'elles remplissaient, la veille du début de ladite formation, les conditions de subventionnement AktiF ou AktiF PLUS, dans la mesure où elles sont occupées auprès du même employeur à l'issue de leur formation.
L'article 13 du décret est applicable aux personnes qui suivent, au moment de l'entrée en vigueur du décret, une mesure de formation mentionnée à l'article 14 et apportent la preuve qu'elles remplissaient, la veille du début de ladite formation, les conditions de subventionnement AktiF ou AktiF PLUS, dans la mesure où elles sont occupées auprès du même employeur à l'issue de leur formation.
Art.67.1. [1 - Overgangsbepaling
Voor zover de opleidingsmaatregel vermeld in artikel 2, 4°, ten vroegste op 30 juni 2021 eindigt, is artikel 2 ook van toepassing op personen die vóór 1 januari 2019 overeenkomstig artikel 67 van het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid voldoen aan de daarin vermelde voorwaarden, alsook op personen die tussen 1 januari 2019 en 30 juni 2021 voldoen aan de daarin vermelde voorwaarden.
Voor de toepassing van het eerste lid en in afwijking van de artikelen 12 en 13 van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid moeten de personen vermeld in het eerste lid het attest in hun bezit hebben op de dag dat ze bij dezelfde werkgever in dienst worden genomen en ten laatste op 1 november 2021.]1
Voor zover de opleidingsmaatregel vermeld in artikel 2, 4°, ten vroegste op 30 juni 2021 eindigt, is artikel 2 ook van toepassing op personen die vóór 1 januari 2019 overeenkomstig artikel 67 van het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid voldoen aan de daarin vermelde voorwaarden, alsook op personen die tussen 1 januari 2019 en 30 juni 2021 voldoen aan de daarin vermelde voorwaarden.
Voor de toepassing van het eerste lid en in afwijking van de artikelen 12 en 13 van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid moeten de personen vermeld in het eerste lid het attest in hun bezit hebben op de dag dat ze bij dezelfde werkgever in dienst worden genomen en ten laatste op 1 november 2021.]1
Art.67.1. [1 - Disposition transitoire
Etant donné que les mesures de formation prévues à l'article 2, 4°, prennent fin au plus tôt le 30 juin 2021, l'article 2 s'applique également aux personnes qui, avant le 1er janvier 2019 - conformément à l'article 67 de l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2018 portant exécution du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi - remplissent les conditions y prévues, ainsi qu'aux personnes qui remplissent les conditions y prévues entre le 1er janvier 2019 et le 30 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 1er et par dérogation aux articles 12 et 13 du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, les personnes mentionnées à l'alinéa 1er doivent être en possession de l'attestation le jour de la reprise dans une relation de travail auprès du même employeur et au plus tard le 1er novembre 2021.]1
Etant donné que les mesures de formation prévues à l'article 2, 4°, prennent fin au plus tôt le 30 juin 2021, l'article 2 s'applique également aux personnes qui, avant le 1er janvier 2019 - conformément à l'article 67 de l'arrêté du Gouvernement du 28 septembre 2018 portant exécution du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi - remplissent les conditions y prévues, ainsi qu'aux personnes qui remplissent les conditions y prévues entre le 1er janvier 2019 et le 30 juin 2021.
Pour l'application de l'alinéa 1er et par dérogation aux articles 12 et 13 du décret du 28 mai 2018 relatif aux mesures AktiF et AktiF PLUS destinées à promouvoir l'emploi, les personnes mentionnées à l'alinéa 1er doivent être en possession de l'attestation le jour de la reprise dans une relation de travail auprès du même employeur et au plus tard le 1er novembre 2021.]1
Modifications
Art. 68. - Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van artikel 59, eerste lid, 1°, dat in werking treedt de dag waarop dit besluit wordt aangenomen.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van artikel 59, eerste lid, 1°, dat in werking treedt de dag waarop dit besluit wordt aangenomen.
Art. 68. - Entrée en vigueur
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019, à l'exception de l'article 59, alinéa 1er, 1°, qui entre en vigueur le jour de son adoption.
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019, à l'exception de l'article 59, alinéa 1er, 1°, qui entre en vigueur le jour de son adoption.
Art. 69. - Uitvoeringsbepaling
De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 69. - Exécution
Le Ministre compétent en matière d'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Le Ministre compétent en matière d'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.