Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 JUNI 2018. - Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2018
Titre
18 JUIN 2018. - Décret portant des mesures en matière d'enseignement et de formation 2018
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het decreet van 1...
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het decreet van 1...
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het programmadecr...
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 3...
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 1...
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het decreet van 3...
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het decreet van 1...
HOOFDSTUK 23. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 24. - Wijziging van het decreet van 2...
HOOFDSTUK 25. - Wijziging van het decreet van 3...
HOOFDSTUK 26. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal n...
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 27 jui...
CHAPITRE 13. - Modification du décret du 16 déc...
CHAPITRE 14. - Modification du décret du 18 avr...
CHAPITRE 15. - Modification du décret du 25 jui...
CHAPITRE 16. - Modification du décret-programme...
CHAPITRE 17. - Modification du décret du 31 aoû...
CHAPITRE 18. - Modification du décret du 14 déc...
CHAPITRE 19. - Modification du décret du 26 avr...
CHAPITRE 20. - Modification du décret du 30 jui...
CHAPITRE 21. - Modification du décret du 29 mar...
CHAPITRE 22. - Modification du décret du 19 avr...
CHAPITRE 23. - Modification du décret du 27 jui...
CHAPITRE 24. - Modification du décret du 21 avr...
CHAPITRE 25. - Modification du décret du 31 mar...
CHAPITRE 26. - Dispositions finales
Tekst (179)
Texte (179)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Artikel 1. In artikel 16, § 1, A, a), van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, vervangen bij het decreet van 19 maart 2012 en gewijzigd bij de decreten van 24 juni 2013 en 26 juni 2017, worden de woorden "tussen drie en zes jaar" vervangen door de woorden "op kleuterschoolleeftijd die inhoudelijk overeenstemt met een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde kleuterschool en."
Article 1er. Dans l'article 16, § 1er, A, a), de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, remplacé par le décret du 19 mars 2012 et modifié par les décrets des 24 juin 2013 et 26 juin 2017, les mots " de 3 à 6 ans " sont remplacés par les mots " en âge de fréquenter l'école maternelle, qui correspond, dans son orientation au niveau du contenu, à une école maternelle organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone et qui est ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 tot vaststelling en indeling van de ambten van het administratief personeel van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 29 août 1966 déterminant et classant les fonctions du personnel administratif des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 tot vaststelling en indeling van de ambten van het administratief personeel van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het volgende ambt wordt ingevoegd :
"netwerktechnicus"
2° het ambt van "administratieve coördinator" wordt opgeheven.
1° het volgende ambt wordt ingevoegd :
"netwerktechnicus"
2° het ambt van "administratieve coördinator" wordt opgeheven.
Art. 2. A l'article 1er de l'arrêté royal du 29 août 1966 déterminant et classant les fonctions du personnel administratif des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, modifié en dernier lieu par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° la fonction suivante est insérée :
" technicien réseau ";
2° la fonction de " coordinateur administratif " est abrogée.
1° la fonction suivante est insérée :
" technicien réseau ";
2° la fonction de " coordinateur administratif " est abrogée.
Art. 3. In artikel 2, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het volgende wervingsambt wordt ingevoegd :
"netwerktechnicus"
2° het wervingsambt van "administratieve coördinator" wordt opgeheven.
1° het volgende wervingsambt wordt ingevoegd :
"netwerktechnicus"
2° het wervingsambt van "administratieve coördinator" wordt opgeheven.
Art. 3. A l'article 2, 1°, du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° la fonction de recrutement suivante est insérée :
" technicien réseau ";
2° la fonction de recrutement de " coordinateur administratif " est abrogée.
1° la fonction de recrutement suivante est insérée :
" technicien réseau ";
2° la fonction de recrutement de " coordinateur administratif " est abrogée.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 19 juin 1967 fixant les titres requis des candidats aux fonctions de recrutement du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 4. In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 2bis, ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt :
"2bis. hoofdsecretaris :
a) een studiegetuigschrift van het hoger onderwijs van het korte type in de studierichting Secretariaat;
b) een eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Secretariaat, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
c) een eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
d) als vereist bekwaamheidsbewijs geldt eveneens elk diploma dat werd uitgereikt na een succesvolle beëindiging van een opleiding van het hoger onderwijs van het korte type, van het hoger technisch secundair onderwijs of van het hoger secundair beroepsonderwijs en waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van hoofdsecretaris. In dat geval beslist de Regering, op basis van een advies van de onderwijsinspectie, of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen. Gaat het om het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs, dan wordt het aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;"
2° de bepaling onder 2quinquies, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt vervangen als volgt :
"2quinquies. netwerktechnicus :
a) het diploma van een master of een bachelor in de studierichting Informatica of PC- en netwerktechniek;
b) het diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) als netwerktechnicus of als pc-technicus;
c) het eindgetuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs in de studierichting Informatica of PC- en netwerktechniek, aangevuld met minstens drie jaar nuttige beroepservaring. De nuttige beroepservaring moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt. Deeltijdse prestaties worden in verhouding tot een voltijdse betrekking aangerekend."
1° de bepaling onder 2bis, ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt :
"2bis. hoofdsecretaris :
a) een studiegetuigschrift van het hoger onderwijs van het korte type in de studierichting Secretariaat;
b) een eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Secretariaat, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
c) een eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
d) als vereist bekwaamheidsbewijs geldt eveneens elk diploma dat werd uitgereikt na een succesvolle beëindiging van een opleiding van het hoger onderwijs van het korte type, van het hoger technisch secundair onderwijs of van het hoger secundair beroepsonderwijs en waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van hoofdsecretaris. In dat geval beslist de Regering, op basis van een advies van de onderwijsinspectie, of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen. Gaat het om het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs, dan wordt het aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van hoofdsecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;"
2° de bepaling onder 2quinquies, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt vervangen als volgt :
"2quinquies. netwerktechnicus :
a) het diploma van een master of een bachelor in de studierichting Informatica of PC- en netwerktechniek;
b) het diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) als netwerktechnicus of als pc-technicus;
c) het eindgetuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs in de studierichting Informatica of PC- en netwerktechniek, aangevuld met minstens drie jaar nuttige beroepservaring. De nuttige beroepservaring moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt. Deeltijdse prestaties worden in verhouding tot een voltijdse betrekking aangerekend."
Art. 4. A l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 19 juin 1967 fixant le statut des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 2bis, inséré par le décret du 27 juin 2005 et remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
" 2bis Secrétaire en chef :
a) un titre de l'enseignement supérieur de type court obtenu dans la section " Secrétariat ";
b) un certificat d'enseignement secondaire supérieur obtenu dans la section " Secrétariat ", complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
c) un certificat d'enseignement secondaire général supérieur, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
d) vaut aussi comme titre requis tout diplôme sanctionnant une formation de l'enseignement supérieur de type court ou de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur dont les matières principales sont liées à la fonction de secrétaire en chef. Dans ce cas, le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. Dans le cas d'un certificat d'enseignement secondaire supérieur, le titre est complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein; "
2° le 2quinquies, inséré par le décret du 24 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
" 2quinquies. Technicien réseau :
a) le diplôme de master ou de bachelor obtenu dans la section " Informatique " ou " Matériel et réseaux informatiques ";
b) le diplôme de formation de chef d'entreprise comme technicien réseau ou technicien PC;
c) le certificat d'enseignement secondaire technique supérieur obtenu dans la section " Informatique " ou " Matériel et réseaux informatiques ", complété par une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans. L'expérience professionnelle utile doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée. Les services à temps partiel sont pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein. "
1° le 2bis, inséré par le décret du 27 juin 2005 et remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
" 2bis Secrétaire en chef :
a) un titre de l'enseignement supérieur de type court obtenu dans la section " Secrétariat ";
b) un certificat d'enseignement secondaire supérieur obtenu dans la section " Secrétariat ", complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
c) un certificat d'enseignement secondaire général supérieur, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
d) vaut aussi comme titre requis tout diplôme sanctionnant une formation de l'enseignement supérieur de type court ou de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur dont les matières principales sont liées à la fonction de secrétaire en chef. Dans ce cas, le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. Dans le cas d'un certificat d'enseignement secondaire supérieur, le titre est complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire en chef, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein; "
2° le 2quinquies, inséré par le décret du 24 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
" 2quinquies. Technicien réseau :
a) le diplôme de master ou de bachelor obtenu dans la section " Informatique " ou " Matériel et réseaux informatiques ";
b) le diplôme de formation de chef d'entreprise comme technicien réseau ou technicien PC;
c) le certificat d'enseignement secondaire technique supérieur obtenu dans la section " Informatique " ou " Matériel et réseaux informatiques ", complété par une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans. L'expérience professionnelle utile doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée. Les services à temps partiel sont pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein. "
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 5. In artikel 6, Dbis), b), van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 31 augustus 2000 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1°, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in de bepaling onder 2°, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt de punt op het einde van de zin door een puntkomma vervangen;
3° er wordt een bepaling onder 3° ingevoegd, luidende :
"3° coördinator van een time out-instelling."
1° in de bepaling onder 1°, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in de bepaling onder 2°, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt de punt op het einde van de zin door een puntkomma vervangen;
3° er wordt een bepaling onder 3° ingevoegd, luidende :
"3° coördinator van een time out-instelling."
Art. 5. A l'article 6, Dbis), b), de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 31 août 2000 et modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 1°, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans le 2°, inséré par le décret du 29 juin 2015, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
3° l'article est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire ".
1° dans le 1°, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans le 2°, inséré par le décret du 29 juin 2015, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
3° l'article est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 6. In het opschrift van hoofdstuk VIIter van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinatoren" vervangen door het woord "middenmanagers".
Art. 6. Dans l'intitulé du chapitre VIIter de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateurs " est remplacé par les mots " cadres intermédiaires ".
Art. 7. In artikel 91quaterdecies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"De artikelen 91septies, §§ 2 en 3, 91octies, §§ 1 en 2, 91nonies, 91undecies tot 91terdecies zijn van toepassing op de middenmanager."
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"De artikelen 91septies, §§ 2 en 3, 91octies, §§ 1 en 2, 91nonies, 91undecies tot 91terdecies zijn van toepassing op de middenmanager."
Art. 7. A l'article 91quaterdecies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 91septies, § § 2 et 3, 91octies, § § 1er et 2, 91nonies, 91undecies à 91terdecies sont applicables au cadre intermédiaire. "
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 91septies, § § 2 et 3, 91octies, § § 1er et 2, 91nonies, 91undecies à 91terdecies sont applicables au cadre intermédiaire. "
Art. 8. Artikel 91quinquiesdecies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt vervangen als volgt :
"Art. 91quinquiesdecies - Toelatingsvoorwaarden
Alleen een personeelslid van de betrokken school mag het ambt van middenmanager bekleden, indien het :
1° voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater, met uitzondering van het eerste lid, 2°;
2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) bezit;
3° voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 16, 5°, voor een ambt van de categorie van het onderwijzend personeel;
4° ten minste drie jaar nuttige beroepservaring kan bewijzen.
De nuttige beroepservaring vermeld in het eerste lid, 3°, moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking meetellen.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste en het tweede lid."
"Art. 91quinquiesdecies - Toelatingsvoorwaarden
Alleen een personeelslid van de betrokken school mag het ambt van middenmanager bekleden, indien het :
1° voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater, met uitzondering van het eerste lid, 2°;
2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) bezit;
3° voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 16, 5°, voor een ambt van de categorie van het onderwijzend personeel;
4° ten minste drie jaar nuttige beroepservaring kan bewijzen.
De nuttige beroepservaring vermeld in het eerste lid, 3°, moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking meetellen.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste en het tweede lid."
Art. 8. L'article 91quinquiesdecies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013 et modifié par le décret du 29 juin 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 91quinquiesdecies - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut exercer la fonction de cadre intermédiaire s'il :
1° remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater, à l'exception de l'alinéa 1er, 2°;
2° dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré ou d'un certificat de patronat;
3° remplit la condition mentionnée à l'article 16, 5°, pour une fonction de la catégorie du personnel enseignant;
4° a une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans.
L'expérience professionnelle utile mentionnée à l'alinéa 1er, 3°, doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées aux alinéas 1er et 2. "
" Art. 91quinquiesdecies - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut exercer la fonction de cadre intermédiaire s'il :
1° remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater, à l'exception de l'alinéa 1er, 2°;
2° dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré ou d'un certificat de patronat;
3° remplit la condition mentionnée à l'article 16, 5°, pour une fonction de la catégorie du personnel enseignant;
4° a une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans.
L'expérience professionnelle utile mentionnée à l'alinéa 1er, 3°, doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées aux alinéas 1er et 2. "
Art. 9. In artikel 91sexiesdecies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager" en het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 91quinquiesdecies, derde lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager" en het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 91quinquiesdecies, derde lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 9. A l'article 91sexiesdecies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et l'alinéa est complété par la phrase suivante :
" S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 91quinquiesdecies, alinéa 3, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse. ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et l'alinéa est complété par la phrase suivante :
" S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 91quinquiesdecies, alinéa 3, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse. ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 10. Artikel 91septiesdecies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
"De kandidaat wordt aangesteld voor de duur van een schooljaar. Bij voorlegging van een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, wordt de aanstelling na afloop van het schooljaar met nog een schooljaar verlengd. Indien betrokkene na afloop van de tweede aanstelling opnieuw een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd krijgt waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, is de derde aanstelling van doorlopende duur. Zolang de middenmanager voor bepaalde duur is aangesteld, maakt het inrichtingshoofd per schooljaar minstens één evaluatieverslag overeenkomstig artikel 91undecies voor de middenmanager op."
"De kandidaat wordt aangesteld voor de duur van een schooljaar. Bij voorlegging van een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, wordt de aanstelling na afloop van het schooljaar met nog een schooljaar verlengd. Indien betrokkene na afloop van de tweede aanstelling opnieuw een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd krijgt waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, is de derde aanstelling van doorlopende duur. Zolang de middenmanager voor bepaalde duur is aangesteld, maakt het inrichtingshoofd per schooljaar minstens één evaluatieverslag overeenkomstig artikel 91undecies voor de middenmanager op."
Art. 10. L'article 91septiesdecies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le candidat est désigné pour une période d'une année scolaire. Au terme de cette année scolaire et en cas de rapport d'évaluation établi par le chef d'établissement portant au moins en conclusion la mention " bon ", ladite désignation est prolongée d'une année scolaire. Si, au terme de la deuxième désignation, le rapport établi par le chef d'établissement porte au moins en conclusion la mention " bon ", le candidat est désigné une troisième fois, et ce, pour une durée indéterminée. Conformément à l'article 91undecies, le chef d'établissement établit au moins un rapport d'évaluation par année scolaire pour le cadre intermédiaire, tant que celui-ci est désigné pour une durée indéterminée. "
" Le candidat est désigné pour une période d'une année scolaire. Au terme de cette année scolaire et en cas de rapport d'évaluation établi par le chef d'établissement portant au moins en conclusion la mention " bon ", ladite désignation est prolongée d'une année scolaire. Si, au terme de la deuxième désignation, le rapport établi par le chef d'établissement porte au moins en conclusion la mention " bon ", le candidat est désigné une troisième fois, et ce, pour une durée indéterminée. Conformément à l'article 91undecies, le chef d'établissement établit au moins un rapport d'évaluation par année scolaire pour le cadre intermédiaire, tant que celui-ci est désigné pour une durée indéterminée. "
Art. 11. In artikel 91duodevicies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager"; de tweede opmerking geldt alleen voor de Duitse tekst;
2° in het derde lid, vervangen bij het decreet van 29 juni 2015, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager"; de tweede opmerking geldt alleen voor de Duitse tekst;
2° in het derde lid, vervangen bij het decreet van 29 juni 2015, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 11. A l'article 91duodevicies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et les mots " continue de percevoir son traitement et perçoit en plus ", par les mots " perçoit, en plus de son traitement, ";
2° dans l'alinéa 3, remplacé par le décret du 29 juin 2015, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et les mots " continue de percevoir son traitement et perçoit en plus ", par les mots " perçoit, en plus de son traitement, ";
2° dans l'alinéa 3, remplacé par le décret du 29 juin 2015, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 12. In artikel 91undevicies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 12. Dans l'article 91undevicies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre temporaire ".
Art. 13. Artikel 91vicies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 91vicies du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, est abrogé.
Art. 14. In artikel 91viciessemel van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 14. Dans l'article 91viciessemel du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 15. Hoofdstuk VIIsexies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt aangevuld met een artikel 91triciesbis.1, luidende :
"Art. 91triciesbis.1 - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van onderdirecteur of provisor ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 422/I vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als onderdirecteur of provisor aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als onderdirecteur of provisor aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de onderdirecteur of provisor niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 91triciesbis.1 - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van onderdirecteur of provisor ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 422/I vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als onderdirecteur of provisor aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als onderdirecteur of provisor aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de onderdirecteur of provisor niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 15. Dans le chapitre VIIsexies du même arrêté royal, inséré par le décret du 20 juin 2016, il est inséré un article 91triciesbis.1 rédigé comme suit :
" Art. 91triciesbis.1 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de sous-directeur ou de proviseur, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 422/I figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée sous-directeur ou proviseur, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée sous-directeur ou proviseur, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des §§ 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le sous-directeur ou proviseur ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 91triciesbis.1 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de sous-directeur ou de proviseur, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 422/I figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée sous-directeur ou proviseur, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée sous-directeur ou proviseur, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des §§ 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le sous-directeur ou proviseur ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 16. Hoofdstuk VIIsepties van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt aangevuld met een artikel 91triciessepties, luidende :
"Art. 91triciessepties - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van werkmeester ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de volgende weddeschalen vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat :
1° voor de werkmeester in het lager secundair onderwijs : weddeschaal 226;
2° voor de werkmeester in het hoger secundair onderwijs : weddeschaal 231.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als werkmeester aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als werkmeester aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de werkmeester niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 91triciessepties - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van werkmeester ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de volgende weddeschalen vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat :
1° voor de werkmeester in het lager secundair onderwijs : weddeschaal 226;
2° voor de werkmeester in het hoger secundair onderwijs : weddeschaal 231.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als werkmeester aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als werkmeester aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de werkmeester niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 16. Dans le chapitre VIIsepties du même arrêté royal, inséré par le décret du 20 juin 2016, il est inséré un article 91triciessepties rédigé comme suit :
" Art. 91triciessepties- Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de chef d'atelier, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement suivante, figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat :
1° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire inférieur : échelle de traitement 226;
2° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire supérieur : échelle de traitement 231.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée chef d'atelier, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée chef d'atelier, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le chef d'atelier ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 91triciessepties- Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de chef d'atelier, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement suivante, figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat :
1° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire inférieur : échelle de traitement 226;
2° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire supérieur : échelle de traitement 231.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée chef d'atelier, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée chef d'atelier, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le chef d'atelier ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 17. In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk VIIocties ingevoegd, dat artikel 91duodequadragies omvat, luidende :
"Hoofdstuk VIIocties - Bijzondere bepalingen voor coördinatoren van een time-outinstelling"
"Hoofdstuk VIIocties - Bijzondere bepalingen voor coördinatoren van een time-outinstelling"
Art. 17. Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre VIIocties, comportant l'article 91duodequadragies, intitulé comme suit :
" Chapitre VIIocties - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire ".
" Chapitre VIIocties - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire ".
Art. 18. In hoofdstuk VIIocties van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 91duodequadragies ingevoegd, luidende :
"Art. 91duodequadragies - Beginsel
In afwijking van hoofdstuk VII zijn de artikelen 91quater tot 91nonies, 91duodecies, 91terdecies, 91duodevicies en 91triciessemel van toepassing op het ambt van coördinator van een time-outinstelling, waarbij onder de 'pedagogische kwalificatie' vermeld in artikel 91sexies 'sociaal-pedagogische kwalificatie" moet worden verstaan."
"Art. 91duodequadragies - Beginsel
In afwijking van hoofdstuk VII zijn de artikelen 91quater tot 91nonies, 91duodecies, 91terdecies, 91duodevicies en 91triciessemel van toepassing op het ambt van coördinator van een time-outinstelling, waarbij onder de 'pedagogische kwalificatie' vermeld in artikel 91sexies 'sociaal-pedagogische kwalificatie" moet worden verstaan."
Art. 18. Le chapitre VIIocties du même arrêté royal est complété par un article 91duodequadragies rédigé comme suit :
" Art. 91duodequadragies - Principe
Par dérogation au chapitre VII, les articles 91quater à 91nonies, 91duodecies, 91terdecies, 91duodevicies et 91triciessemel s'appliquent à la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire; la qualification pédagogique mentionnée à l'article 91sexies devant s'entendre comme étant une " qualification sociopédagogique ".
" Art. 91duodequadragies - Principe
Par dérogation au chapitre VII, les articles 91quater à 91nonies, 91duodecies, 91terdecies, 91duodevicies et 91triciessemel s'appliquent à la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire; la qualification pédagogique mentionnée à l'article 91sexies devant s'entendre comme étant une " qualification sociopédagogique ".
Art. 19. In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk VIInovies ingevoegd, dat de artikelen 91undequadragies tot 91quadragiesquater omvat, luidende :
"HOOFDSTUK VIInovies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
"HOOFDSTUK VIInovies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
Art. 19. Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre VIInovies, comportant les articles 91undequadragies à 91quadragiesquater, intitulé comme suit :
" Chapitre VIInovies - Dispositions spécifiques pour les secrétaires de direction ".
" Chapitre VIInovies - Dispositions spécifiques pour les secrétaires de direction ".
Art. 20. In hoofdstuk VIInovies van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 91undequadragies ingevoegd, luidende :
"Art. 91undequadragies - Beginsel
In afwijking van hoofdstuk VII wordt het ambt van directiesecretaris uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling en een vaste benoeming, overeenkomstig de volgende bepalingen.
De artikelen 91septies, 91octies, § 1, eerste lid, en § 2, en de artikelen 91undecies tot 91terdecies zijn van toepassing op het ambt van directiesecretaris."
"Art. 91undequadragies - Beginsel
In afwijking van hoofdstuk VII wordt het ambt van directiesecretaris uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling en een vaste benoeming, overeenkomstig de volgende bepalingen.
De artikelen 91septies, 91octies, § 1, eerste lid, en § 2, en de artikelen 91undecies tot 91terdecies zijn van toepassing op het ambt van directiesecretaris."
Art. 20. Le chapitre VIInovies du même arrêté royal est complété par un article 91undequadragies rédigé comme suit :
" Art. 91undequadragies - Principe
Par dérogation au chapitre VII, la fonction de secrétaire de direction est attribuée exclusivement sous forme d'une désignation et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions ci-dessous.
Les articles 91septies, 91octies, § 1er, alinéa 1er, et § 2, et 91undecies à 91terdecies s'appliquent à la fonction de secrétaire de direction. "
" Art. 91undequadragies - Principe
Par dérogation au chapitre VII, la fonction de secrétaire de direction est attribuée exclusivement sous forme d'une désignation et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions ci-dessous.
Les articles 91septies, 91octies, § 1er, alinéa 1er, et § 2, et 91undecies à 91terdecies s'appliquent à la fonction de secrétaire de direction. "
Art. 21. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragies ingevoegd, luidende :
"Art. 91quadragies - Toelatingsvoorwaarden
Het ambt van directiesecretaris mag alleen worden bekleed door een personeelslid van de betrokken school dat voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater.
Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt de voorwaarde vermeld in artikel 91quater, 2°, ook als vervuld beschouwd, als het personeelslid houder is van een van de volgende studiebewijzen :
a) het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Secretariaat, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
b) het eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
c) elk diploma dat werd uitgereikt na een succesvolle beëindiging van een opleiding van het hoger technisch secundair onderwijs of van het hoger secundair beroepsonderwijs en waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van directiesecretaris, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend. In dat geval beslist de Regering, op basis van een advies van de onderwijsinspectie, of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen."
"Art. 91quadragies - Toelatingsvoorwaarden
Het ambt van directiesecretaris mag alleen worden bekleed door een personeelslid van de betrokken school dat voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater.
Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt de voorwaarde vermeld in artikel 91quater, 2°, ook als vervuld beschouwd, als het personeelslid houder is van een van de volgende studiebewijzen :
a) het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Secretariaat, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
b) het eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
c) elk diploma dat werd uitgereikt na een succesvolle beëindiging van een opleiding van het hoger technisch secundair onderwijs of van het hoger secundair beroepsonderwijs en waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van directiesecretaris, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van directiesecretaris, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend. In dat geval beslist de Regering, op basis van een advies van de onderwijsinspectie, of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen."
Art. 21. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragies rédigé comme suit :
" Art. 91quadragies - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut remplir la fonction de secrétaire de direction s'il remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, la condition mentionnée à l'article 91quater, 2°, est également considérée comme satisfaite si le membre du personnel est porteur de l'un des titres suivants :
a) un certificat d'enseignement secondaire supérieur obtenu dans la section " Secrétariat ", complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire de direction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
b) un certificat d'enseignement secondaire général supérieur, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire de direction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
c) tout diplôme sanctionnant une formation de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur, et dont les matières principales sont liées à la fonction de secrétaire de direction, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à ladite fonction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein. Dans ce cas, le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. "
" Art. 91quadragies - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut remplir la fonction de secrétaire de direction s'il remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées à l'article 91quater.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, la condition mentionnée à l'article 91quater, 2°, est également considérée comme satisfaite si le membre du personnel est porteur de l'un des titres suivants :
a) un certificat d'enseignement secondaire supérieur obtenu dans la section " Secrétariat ", complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire de direction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
b) un certificat d'enseignement secondaire général supérieur, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de secrétaire de direction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
c) tout diplôme sanctionnant une formation de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur, et dont les matières principales sont liées à la fonction de secrétaire de direction, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à ladite fonction, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein. Dans ce cas, le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. "
Art. 22. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragiessemel ingevoegd, luidende :
"Art. 91quadragiessemel - Oproep en kandidatuur
De inrichtende macht maakt een oproep tot de kandidaten voor een aanstelling bekend door aanplakking in de betrokken school, alsook in elke andere passende vorm. De oproep bevat het profiel dat van de directiesecretaris vereist wordt en de doelstellingen die tijdens de aanstelling moeten worden bereikt. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 91quadragies, tweede lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.
De kandidatuur wordt per aangetekende brief ingediend. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een motiveringsbrief waarin hij ingaat op de doeleinden die in het voorgaande lid worden vermeld."
"Art. 91quadragiessemel - Oproep en kandidatuur
De inrichtende macht maakt een oproep tot de kandidaten voor een aanstelling bekend door aanplakking in de betrokken school, alsook in elke andere passende vorm. De oproep bevat het profiel dat van de directiesecretaris vereist wordt en de doelstellingen die tijdens de aanstelling moeten worden bereikt. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 91quadragies, tweede lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.
De kandidatuur wordt per aangetekende brief ingediend. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een motiveringsbrief waarin hij ingaat op de doeleinden die in het voorgaande lid worden vermeld."
Art. 22. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragiessemel rédigé comme suit :
" Art. 91quadragiessemel - Appel aux candidats et candidature
Le pouvoir organisateur publie un appel aux candidats pour une désignation par affichage dans l'école concernée ainsi que sous toute autre forme appropriée. L'appel aux candidats mentionne le profil requis du secrétaire de direction et les objectifs à réaliser pendant la désignation. S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 91quadragies, alinéa 2, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse.
La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres une lettre de motivation expliquant la manière dont il compte réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
" Art. 91quadragiessemel - Appel aux candidats et candidature
Le pouvoir organisateur publie un appel aux candidats pour une désignation par affichage dans l'école concernée ainsi que sous toute autre forme appropriée. L'appel aux candidats mentionne le profil requis du secrétaire de direction et les objectifs à réaliser pendant la désignation. S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 91quadragies, alinéa 2, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse.
La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres une lettre de motivation expliquant la manière dont il compte réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
Art. 23. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragiesbis ingevoegd, luidende :
"Art. 91quadragiesbis - Aanstelling
De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
Zij baseert zich onder andere op de motiveringsbrief, op een of meer sollicitatiegesprekken en op de beroepservaring."
"Art. 91quadragiesbis - Aanstelling
De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
Zij baseert zich onder andere op de motiveringsbrief, op een of meer sollicitatiegesprekken en op de beroepservaring."
Art. 23. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragiesbis rédigé comme suit :
" Art. 91quadragiesbis - Désignation
Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
Il se base entre autres sur la lettre de motivation, sur un ou plusieurs entretiens de candidature et sur l'expérience professionnelle du candidat. "
" Art. 91quadragiesbis - Désignation
Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
Il se base entre autres sur la lettre de motivation, sur un ou plusieurs entretiens de candidature et sur l'expérience professionnelle du candidat. "
Art. 24. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragiester ingevoegd, luidende :
"Art. 91quadragiester - Tijdelijke vervanging
§ 1 - Indien de aanstelling van de directiesecretaris beëindigd wordt of indien hij zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk voltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het daaropvolgende schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 91quater vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
Indien de directiesecretaris wegens een vorm van verlof tijdelijk deeltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem vervangen door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater, met uitzondering van de bepaling onder 3°, en aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quadragies, derde lid.
§ 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn artikel 91octies, § 1, eerste lid, artikel 91duodecies, artikel 91terdecies en artikel 91quadragiesquater van toepassing op het vervangend personeelslid."
"Art. 91quadragiester - Tijdelijke vervanging
§ 1 - Indien de aanstelling van de directiesecretaris beëindigd wordt of indien hij zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk voltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het daaropvolgende schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 91quater vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
Indien de directiesecretaris wegens een vorm van verlof tijdelijk deeltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem vervangen door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater, met uitzondering van de bepaling onder 3°, en aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quadragies, derde lid.
§ 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn artikel 91octies, § 1, eerste lid, artikel 91duodecies, artikel 91terdecies en artikel 91quadragiesquater van toepassing op het vervangend personeelslid."
Art. 24. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragiester rédigé comme suit :
" Art. 91quadragiester - Remplacement temporaire
§ 1er - Lorsque la désignation du secrétaire de direction prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent, dans le cadre d'un temps plein, en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire suivante par une personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 91quater, à l'exception du 3°.
Si, en raison d'un des types de congés, le secrétaire de direction est temporairement absent, dans le cadre d'un temps partiel, le pouvoir organisateur peut le remplacer par une personne remplissant les conditions mentionnées aux articles 91quater, à l'exception du 3°, et 91quadragies, alinéa 3.
§ 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 91octies, § 1er, alinéa 1er, 91duodecies, 91terdecies et 91quadragiesquater s'appliquent au membre du personnel remplaçant. "
" Art. 91quadragiester - Remplacement temporaire
§ 1er - Lorsque la désignation du secrétaire de direction prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent, dans le cadre d'un temps plein, en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire suivante par une personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 91quater, à l'exception du 3°.
Si, en raison d'un des types de congés, le secrétaire de direction est temporairement absent, dans le cadre d'un temps partiel, le pouvoir organisateur peut le remplacer par une personne remplissant les conditions mentionnées aux articles 91quater, à l'exception du 3°, et 91quadragies, alinéa 3.
§ 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 91octies, § 1er, alinéa 1er, 91duodecies, 91terdecies et 91quadragiesquater s'appliquent au membre du personnel remplaçant. "
Art. 25. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragiesquater ingevoegd, luidende :
"Art. 91quadragiesquater - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van directiesecretaris ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 152 vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de directiesecretaris niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 91quadragiesquater - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van directiesecretaris ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 152 vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de directiesecretaris niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 25. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragiesquater rédigé comme suit :
" Art. 91quadragiesquater - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de secrétaire de direction, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 152 figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée secrétaire de direction, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée secrétaire de direction, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le secrétaire de direction ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 91quadragiesquater - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de secrétaire de direction, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 152 figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée secrétaire de direction, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est désignée secrétaire de direction, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le secrétaire de direction ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 26. In artikel 121quinquies, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, vervangen bij het decreet van 25 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 4° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° er wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende:
"5° een personeelslid van het Ministerie dat onderlegd is in de organisatie van het onderwijs."
1° in de bepaling onder 4° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° er wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende:
"5° een personeelslid van het Ministerie dat onderlegd is in de organisatie van het onderwijs."
Art. 26. A l'article 121quinquies, alinéa 4, du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 juin 2007, remplacé par le décret du 25 mai 2009 et modifié par le décret du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 4°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'alinéa est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° un membre du personnel du Ministère qui dispose des connaissances professionnelles nécessaires en matière d'organisation de l'enseignement. "
1° dans le 4°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'alinéa est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° un membre du personnel du Ministère qui dispose des connaissances professionnelles nécessaires en matière d'organisation de l'enseignement. "
Art. 27. In artikel 121nonies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° § 5, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° § 5, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 27. A l'article 121nonies du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
Art. 28. In artikel 134, § 1, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de woorden "en één uit het paramedisch personeel" opgeheven.
Art. 28. Dans l'article 134, § 1er, alinéa 2, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 26 juin 2006, les mots " et un du personnel paramédical " sont abrogés.
Art. 29. In artikel 169quater, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2015 en 20 juni 2016, worden de woorden "coördinator van een gewone secundaire school" vervangen door de woorden "middenmanager van een gewone secundaire school".
Art. 29. Dans l'article 169quater, alinéa 4, du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 20 juin 2016, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 30. In hoofdstuk XIbis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een artikel 169quaterdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 169quaterdecies - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school. De diensten die gepresteerd werden in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school worden in aanmerking genomen voor de berekening van de ambtsanciënniteit vermeld in artikel 91septies, § 3.
De aanstelling van een voor doorlopende duur in het ambt van middenmanager aangeworven personeelslid eindigt van ambtswege op 31 augustus 2021, indien het betrokken personeelslid op dat tijdstip niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 91quinquiesdecies, 2°."
"Art. 169quaterdecies - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school. De diensten die gepresteerd werden in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school worden in aanmerking genomen voor de berekening van de ambtsanciënniteit vermeld in artikel 91septies, § 3.
De aanstelling van een voor doorlopende duur in het ambt van middenmanager aangeworven personeelslid eindigt van ambtswege op 31 augustus 2021, indien het betrokken personeelslid op dat tijdstip niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 91quinquiesdecies, 2°."
Art. 30. Dans le chapitre XIbis du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 mai 2009 et modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 169quaterdecies rédigé comme suit :
" Art. 169quaterdecies - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire. Les services prestés dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 91septies, § 3.
La désignation d'un membre du personnel engagé pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire prend fin d'office le 31 août 2021 s'il ne remplit pas à ce moment la condition mentionnée à l'article 91quinquiesdecies, 2°. "
" Art. 169quaterdecies - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire. Les services prestés dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 91septies, § 3.
La désignation d'un membre du personnel engagé pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire prend fin d'office le 31 août 2021 s'il ne remplit pas à ce moment la condition mentionnée à l'article 91quinquiesdecies, 2°. "
Art. 31. Hoofdstuk XIbis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een artikel 169quinquiesdecies, luidende :
"Art. 169quinquiesdecies - In afwijking van de artikelen 91quinquies en 91sexies stelt de inrichtende macht met ingang van 1 september 2018 de volgende persoon voor doorlopende duur aan in het ambt van coördinator van een time-outinstelling : het personeelslid dat in de schooljaren 2016-2018 aangesteld was in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en belast was met de coördinatie van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen. Een door het inrichtingshoofd opgesteld attest waarin gepreciseerd wordt welke taken het personeelslid heeft uitgeoefend, geldt als bewijs voor de inrichtende macht."
"Art. 169quinquiesdecies - In afwijking van de artikelen 91quinquies en 91sexies stelt de inrichtende macht met ingang van 1 september 2018 de volgende persoon voor doorlopende duur aan in het ambt van coördinator van een time-outinstelling : het personeelslid dat in de schooljaren 2016-2018 aangesteld was in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en belast was met de coördinatie van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen. Een door het inrichtingshoofd opgesteld attest waarin gepreciseerd wordt welke taken het personeelslid heeft uitgeoefend, geldt als bewijs voor de inrichtende macht."
Art. 31. Dans le chapitre XIbis du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 mai 2009 et modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 169quinquiesdecies rédigé comme suit :
" Art. 169quinquiesdecies - Par dérogation aux articles 91quinquies et 91sexies, le pouvoir organisateur désigne, au 1er septembre 2018, pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, un membre du personnel qui était désigné, au cours des années scolaires 2016-2018 dans la fonction de conseiller en pédagogie dans une école fondamentale et secondaire de l'enseignement spécialisé et qui assurait la coordination des missions mentionnées à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. Une attestation rédigée par le chef d'établissement peut être présentée comme preuve au pouvoir organisateur, attestation précisant les missions assurées par le membre du personnel. "
" Art. 169quinquiesdecies - Par dérogation aux articles 91quinquies et 91sexies, le pouvoir organisateur désigne, au 1er septembre 2018, pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, un membre du personnel qui était désigné, au cours des années scolaires 2016-2018 dans la fonction de conseiller en pédagogie dans une école fondamentale et secondaire de l'enseignement spécialisé et qui assurait la coordination des missions mentionnées à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. Une attestation rédigée par le chef d'établissement peut être présentée comme preuve au pouvoir organisateur, attestation précisant les missions assurées par le membre du personnel. "
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements d'enseignement de l'Etat, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection
Art. 32. In artikel 1, E, van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd, wordt de regel over de werkmeester en de regel over de onderdirecteur opgeheven.
Art. 32. Dans l'article 1er, E, de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements d'enseignement de l'Etat, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection, les lignes concernant le chef d'atelier et le sous-directeur sont abrogées.
Art. 33. In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt de regel over de directiesecretaris opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 2 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 20 juin 2016, la ligne concernant le secrétaire de direction est abrogée.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone
Art. 34. In de bepaling onder A), § 3, f), van de bijlage van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap, opgeheven bij het decreet van 24 juni 2013 en hersteld bij het decreet van 26 juni 2017, worden de woorden "die ten minste 130 ECTS-punten omvat en" opgeheven.
Art. 34. Dans le A), § 3, f), de l'annexe de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs de religion des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, abrogé par le décret du 24 juin 2013 et rétabli par le décret du 26 juin 2017, les mots " représentant au moins 130 points ECTS et " sont abrogés.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Art. 35. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, vervangen bij het besluit van de Regering van 1 september 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1°, vervangen bij het decreet van 6 juni 2005 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden in de inleidende zin de woorden "de coördinatoren van een gewone secundaire school," vervangen door de woorden "de middenmanagers van een gewone secundaire school, de coördinatoren van een time-outinstelling,";
2° in de bepaling onder 2°, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden de woorden "de coördinatoren van een gewone secundaire school" vervangen door de woorden "de middenmanagers van een gewone secundaire school, de coördinatoren van een time-outinstelling".
1° in de bepaling onder 1°, vervangen bij het decreet van 6 juni 2005 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden in de inleidende zin de woorden "de coördinatoren van een gewone secundaire school," vervangen door de woorden "de middenmanagers van een gewone secundaire school, de coördinatoren van een time-outinstelling,";
2° in de bepaling onder 2°, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden de woorden "de coördinatoren van een gewone secundaire school" vervangen door de woorden "de middenmanagers van een gewone secundaire school, de coördinatoren van een time-outinstelling".
Art. 35. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, remplacé par l'arrêté du Gouvernement du 1er septembre 1993, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase introductive du 1°, remplacé par le décret du 6 juin 2005 et modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les mots " des coordinateurs dans une école secondaire ordinaire, " sont remplacés par les mots " des cadres intermédiaires dans une école secondaire ordinaire, des coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire, ";
2° dans le 2°, modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les mots " les coordinateurs dans une école secondaire ordinaire, " sont remplacés par les mots " les cadres intermédiaires dans une école secondaire ordinaire, les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire, ".
1° dans la phrase introductive du 1°, remplacé par le décret du 6 juin 2005 et modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les mots " des coordinateurs dans une école secondaire ordinaire, " sont remplacés par les mots " des cadres intermédiaires dans une école secondaire ordinaire, des coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire, ";
2° dans le 2°, modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les mots " les coordinateurs dans une école secondaire ordinaire, " sont remplacés par les mots " les cadres intermédiaires dans une école secondaire ordinaire, les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire, ".
Art. 36. Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 69 van 20 juli 1982, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
"De bepaling vervat in het eerste lid is ook van toepassing wanneer het personeelslid in de loop van het schooljaar gebruik heeft gemaakt van het verlof bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 september 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de personeelsleden van het Rijksonderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra van het Rijk die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die ten minste twee kinderen hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die aan de pensionering voorafgaat."
"De bepaling vervat in het eerste lid is ook van toepassing wanneer het personeelslid in de loop van het schooljaar gebruik heeft gemaakt van het verlof bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 september 1989 betreffende verloven voor verminderde prestaties toegestaan aan de personeelsleden van het Rijksonderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra van het Rijk die de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt of die ten minste twee kinderen hebben die de leeftijd van veertien jaar niet hebben overschreden en betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die aan de pensionering voorafgaat."
Art. 36. L'article 3 du même arrêté royal, remplacé par l'arrêté royal n° 69 du 20 juillet 1982, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La disposition mentionnée à l'alinéa 1er s'applique également si le membre du personnel a, au cours de l'année scolaire, pris le congé prévu à l'article 2 de l'arrêté royal du 4 septembre 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement de l'Etat et des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat qui ont atteint l'âge de cinquante ans ou qui ont au moins deux enfants qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenance personnelle précédant la mise à la retraite. "
" La disposition mentionnée à l'alinéa 1er s'applique également si le membre du personnel a, au cours de l'année scolaire, pris le congé prévu à l'article 2 de l'arrêté royal du 4 septembre 1989 relatif aux congés pour prestations réduites accordés aux membres du personnel de l'enseignement de l'Etat et des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat qui ont atteint l'âge de cinquante ans ou qui ont au moins deux enfants qui n'ont pas dépassé l'âge de quatorze ans et relatif à la mise en disponibilité pour convenance personnelle précédant la mise à la retraite. "
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel, van het psychosociaal personeel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire
Art. 37. In artikel 3, § 1.2, van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel, van het psychosociaal personeel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 37. A l'article 3, § 1.2, de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est à chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est à chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestatie in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal n° 297 du 31 mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux
Art. 38. In artikel 8, § 1, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestatie in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het decreet van 16 juli 2012, worden de woorden "de eerste dag van de terbeschikkingstelling" vervangen door de woorden "de dag na de eerste dag van de terbeschikkingstelling".
Art. 38. Dans l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté royal n° 297 du 31 mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, remplacé par le décret du 16 juillet 2012, les mots " le premier jour de la mise en disponibilité " sont remplacés par les mots " le jour suivant le premier jour de la mise en disponibilité ".
Art. 39. In artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 16 juli 2012, worden de woorden "de eerste dag van de terbeschikkingstelling" vervangen door de woorden "de dag na de eerste dag van de terbeschikkingstelling".
Art. 39. Dans l'article 10 § 1er, alinéa 1er, 3°, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 16 juillet 2012, les mots " le premier jour de la mise en disponibilité " sont remplacés par les mots " le jour suivant le premier jour de la mise en disponibilité ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire
Art. 40. In titel IV van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs wordt een hoofdstuk I.1 ingevoegd, dat de artikelen 61.1 tot 61.10 omvat, luidende :
"Hoofdstuk I.1 - Bijzondere bepalingen betreffende de ondersteuning van hoogbegaafden"
"Hoofdstuk I.1 - Bijzondere bepalingen betreffende de ondersteuning van hoogbegaafden"
Art. 40. Dans le Titre IV de l'arrêté royal du 29 juin 1984 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, il est inséré un chapitre I.1, comportant les articles 61.1 à 61.10, intitulé comme suit :
" Chapitre I.1 - Dispositions particulières concernant la stimulation des surdoués ".
" Chapitre I.1 - Dispositions particulières concernant la stimulation des surdoués ".
Art. 41. In titel IV, hoofdstuk I.1, van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 61.1 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.1 - Dit hoofdstuk is van toepassing op hoogbegaafde leerlingen in het gewoon secundair onderwijs.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° hoogbegaafde leerlingen : de leerlingen die in minstens drie begaafdheidsgebieden een intelligentiequotiënt van minstens 130 hebben;
2° begaafdheidsgebieden: gebieden waar de begaafdheid sterk uitgesproken is, zoals denkvermogen op het gebied van logica-wiskunde, taal en visueel-ruimtelijk inzicht, muzikale en motorische competenties, alsook het vermogen om iets snel te onthouden en gegevens snel te verwerken; begaafheid wordt hierbij beschreven als potentieel om hoge prestaties te leveren;
3° werkdag : de weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van de wettelijke feestdagen."
"Art. 61.1 - Dit hoofdstuk is van toepassing op hoogbegaafde leerlingen in het gewoon secundair onderwijs.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° hoogbegaafde leerlingen : de leerlingen die in minstens drie begaafdheidsgebieden een intelligentiequotiënt van minstens 130 hebben;
2° begaafdheidsgebieden: gebieden waar de begaafdheid sterk uitgesproken is, zoals denkvermogen op het gebied van logica-wiskunde, taal en visueel-ruimtelijk inzicht, muzikale en motorische competenties, alsook het vermogen om iets snel te onthouden en gegevens snel te verwerken; begaafheid wordt hierbij beschreven als potentieel om hoge prestaties te leveren;
3° werkdag : de weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van de wettelijke feestdagen."
Art. 41. Dans le Titre IV, chapitre I.1, du même arrêté royal, il est inséré un article 61.1 rédigé comme suit :
" Art. 61.1 - Le présent chapitre s'applique aux élèves surdoués fréquentant l'enseignement secondaire ordinaire.
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° élèves surdoués : les élèves qui ont un quotient intellectuel de 130 au moins dans au moins trois domaines où s'exprime le don;
2° domaines où s'exprime le don : domaines où sont particulièrement marqués des dons tels que les capacités de logique mathématique, les capacités linguistiques, visuo-spatiales, musicales ou motrices, ainsi que les capacités de mémorisation et la vitesse de traitement de l'information; le don est ici décrit comme le potentiel de performance;
3° jour ouvrable : un jour de la semaine, du lundi au vendredi, à l'exception des jours fériés légaux. "
" Art. 61.1 - Le présent chapitre s'applique aux élèves surdoués fréquentant l'enseignement secondaire ordinaire.
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° élèves surdoués : les élèves qui ont un quotient intellectuel de 130 au moins dans au moins trois domaines où s'exprime le don;
2° domaines où s'exprime le don : domaines où sont particulièrement marqués des dons tels que les capacités de logique mathématique, les capacités linguistiques, visuo-spatiales, musicales ou motrices, ainsi que les capacités de mémorisation et la vitesse de traitement de l'information; le don est ici décrit comme le potentiel de performance;
3° jour ouvrable : un jour de la semaine, du lundi au vendredi, à l'exception des jours fériés légaux. "
Art. 42. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.2 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.2 - In afwijking van artikel 9, §§ 1 tot 3, artikel 10, § 1, artikel 33, §§ 1 tot 3, en artikel 34, § 1, kunnen hoogbegaafde leerlingen, op basis van een positieve beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning, bij de eerste inschrijving in een secundaire school ingeschreven worden in een eerste observatiejaar of in een tweede gemeenschappelijk jaar :
1° als ze een eindgetuigschrift van het basisonderwijs hebben of
2° als ze geen eindgetuigschrift van het basisonderwijs hebben en minstens tien jaar oud zijn."
"Art. 61.2 - In afwijking van artikel 9, §§ 1 tot 3, artikel 10, § 1, artikel 33, §§ 1 tot 3, en artikel 34, § 1, kunnen hoogbegaafde leerlingen, op basis van een positieve beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning, bij de eerste inschrijving in een secundaire school ingeschreven worden in een eerste observatiejaar of in een tweede gemeenschappelijk jaar :
1° als ze een eindgetuigschrift van het basisonderwijs hebben of
2° als ze geen eindgetuigschrift van het basisonderwijs hebben en minstens tien jaar oud zijn."
Art. 42. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.2 rédigé comme suit :
" Art. 61.2 - Par dérogation aux articles 9, § § 1er à 3, 10, § 1er, 33, §§ 1er à 3, et 34, § 1er, les élèves surdoués peuvent, à la suite d'une décision positive de la conférence sur la stimulation des surdoués lors de la première inscription dans une école secondaire, être inscrits dans une première année d'observation ou une deuxième année commune :
1° s'ils sont porteurs d'un certificat d'études de base;
2° s'ils ne sont pas porteurs d'un certificat d'études de base et qu'ils ont au moins dix ans. "
" Art. 61.2 - Par dérogation aux articles 9, § § 1er à 3, 10, § 1er, 33, §§ 1er à 3, et 34, § 1er, les élèves surdoués peuvent, à la suite d'une décision positive de la conférence sur la stimulation des surdoués lors de la première inscription dans une école secondaire, être inscrits dans une première année d'observation ou une deuxième année commune :
1° s'ils sont porteurs d'un certificat d'études de base;
2° s'ils ne sont pas porteurs d'un certificat d'études de base et qu'ils ont au moins dix ans. "
Art. 43. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.3 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.3 - In afwijking van de artikelen 11 tot 15 en 35 tot 38 kunnen hoogbegaafde leerlingen, op basis van een positieve beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning, in een derde, vierde of vijfde jaar van het secundair algemeen, technisch of kunstonderwijs ingeschreven worden, als ze in een vorig schooljaar in een eerste of een tweede jaar secundair onderwijs ingeschreven waren."
"Art. 61.3 - In afwijking van de artikelen 11 tot 15 en 35 tot 38 kunnen hoogbegaafde leerlingen, op basis van een positieve beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning, in een derde, vierde of vijfde jaar van het secundair algemeen, technisch of kunstonderwijs ingeschreven worden, als ze in een vorig schooljaar in een eerste of een tweede jaar secundair onderwijs ingeschreven waren."
Art. 43. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.3 rédigé comme suit :
" Art. 61.3 - Par dérogation aux articles 11 à 15 et 35 à 38, les élèves surdoués peuvent, en raison d'une décision positive de la conférence sur la stimulation des surdoués, être inscrits dans une troisième, quatrième ou cinquième année d'études de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique s'ils étaient inscrits en première ou deuxième année secondaire l'année précédente. "
" Art. 61.3 - Par dérogation aux articles 11 à 15 et 35 à 38, les élèves surdoués peuvent, en raison d'une décision positive de la conférence sur la stimulation des surdoués, être inscrits dans une troisième, quatrième ou cinquième année d'études de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique s'ils étaient inscrits en première ou deuxième année secondaire l'année précédente. "
Art. 44. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.4 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.4 - De personen belast met de opvoeding die gebruik willen maken van artikel 61.2 of 61.3 dienen uiterlijk op 31 mei een aanvraag tot inschrijving van een hoogbegaafde leerling in bij het hoofd van de gewone secundaire school waar de leerling in het volgende schooljaar ingeschreven zou worden.
Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd :
1° als de leerling al in dezelfde secundaire school ingeschreven is : een overdrachtsverslag van de afgevende school of klas dat de competenties, verwachte competenties en inhoudelijke contexten waarmee de leerling al gewerkt heeft, aangeeft, dat de observaties op sociaal en emotioneel vlak documenteert en dat een aanbeveling voor de verdere deelneming aan het secundair onderwijs bevat;
2° een deskundigenadvies dat niet ouder is dan zes maanden en dat een intelligentiequotiënt van minstens 130 in minstens drie begaafdheidsgebieden staaft.
Het advies vermeld in het tweede lid, 2°, wordt ingewonnen door de personen belast met de opvoeding en bevat de volgende gegevens :
1° naam van de instelling;
2° titel en beroepsreferenties van de deskundige(n) die de evaluatie en het advies over de leerling opgemaakt heeft/hebben;
3° de tests en technieken waarmee het intelligentiequotiënt werd vastgesteld;
4° de geteste begaafdheidsgebieden en het intelligentiequotiënt dat per begaafdheidsgebied werd vastgesteld;
5° een overzicht van de ontwikkeling van het kind of de jongere over de hele lijn;
6° aanbevelingen voor de ontwikkeling van zijn mogelijkheden, indien de leerling in minstens drie begaafdheidsgebieden een intelligentiequotiënt van minstens 130 heeft;
7° aanbevelingen omtrent de ondersteuningsplaats, de studievorm en het studiejaar op basis van de inschatting van de bereikte competentieniveaus.
Indien het advies opgemaakt wordt door een andere instelling dan het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, moeten de personen belast met de opvoeding het advies door het centrum laten bekrachtigen. Het centrum onderzoekt binnen 15 werkdagen in hoeverre het advies de bovengenoemde gegevens bevat. Indien het centrum tot de slotsom komt dat het advies na inhoudelijk onderzoek niet bekrachtigd kan worden of dat het niet de bovengenoemde gegevens bevat, stuurt het de personen belast met de opvoeding per gewone brief een met redenen omklede weigering. Het is aan de personen belast met de opvoeding om bij het centrum of bij een andere instelling een nieuw advies in te winnen.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op verkorting van de schooltijd in het secundair onderwijs."
"Art. 61.4 - De personen belast met de opvoeding die gebruik willen maken van artikel 61.2 of 61.3 dienen uiterlijk op 31 mei een aanvraag tot inschrijving van een hoogbegaafde leerling in bij het hoofd van de gewone secundaire school waar de leerling in het volgende schooljaar ingeschreven zou worden.
Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd :
1° als de leerling al in dezelfde secundaire school ingeschreven is : een overdrachtsverslag van de afgevende school of klas dat de competenties, verwachte competenties en inhoudelijke contexten waarmee de leerling al gewerkt heeft, aangeeft, dat de observaties op sociaal en emotioneel vlak documenteert en dat een aanbeveling voor de verdere deelneming aan het secundair onderwijs bevat;
2° een deskundigenadvies dat niet ouder is dan zes maanden en dat een intelligentiequotiënt van minstens 130 in minstens drie begaafdheidsgebieden staaft.
Het advies vermeld in het tweede lid, 2°, wordt ingewonnen door de personen belast met de opvoeding en bevat de volgende gegevens :
1° naam van de instelling;
2° titel en beroepsreferenties van de deskundige(n) die de evaluatie en het advies over de leerling opgemaakt heeft/hebben;
3° de tests en technieken waarmee het intelligentiequotiënt werd vastgesteld;
4° de geteste begaafdheidsgebieden en het intelligentiequotiënt dat per begaafdheidsgebied werd vastgesteld;
5° een overzicht van de ontwikkeling van het kind of de jongere over de hele lijn;
6° aanbevelingen voor de ontwikkeling van zijn mogelijkheden, indien de leerling in minstens drie begaafdheidsgebieden een intelligentiequotiënt van minstens 130 heeft;
7° aanbevelingen omtrent de ondersteuningsplaats, de studievorm en het studiejaar op basis van de inschatting van de bereikte competentieniveaus.
Indien het advies opgemaakt wordt door een andere instelling dan het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, moeten de personen belast met de opvoeding het advies door het centrum laten bekrachtigen. Het centrum onderzoekt binnen 15 werkdagen in hoeverre het advies de bovengenoemde gegevens bevat. Indien het centrum tot de slotsom komt dat het advies na inhoudelijk onderzoek niet bekrachtigd kan worden of dat het niet de bovengenoemde gegevens bevat, stuurt het de personen belast met de opvoeding per gewone brief een met redenen omklede weigering. Het is aan de personen belast met de opvoeding om bij het centrum of bij een andere instelling een nieuw advies in te winnen.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op verkorting van de schooltijd in het secundair onderwijs."
Art. 44. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.4 rédigé comme suit :
" Art. 61.4 - Aux fins d'application de l'article 61.2 ou 61.3, les personnes chargées de l'éducation introduisent, avant le 31 mai, une demande d'inscription pour un élève surdoué auprès du directeur de l'école secondaire ordinaire dans laquelle ledit élève sera inscrit l'année suivante.
La demande doit être accompagnée des documents suivants :
1° si l'élève est déjà inscrit dans la même école secondaire, un procès-verbal de transfert établi par l'école ou la classe cédante constatant les aptitudes, les compétences attendues et les contenus que l'élève a déjà acquis, complété par la documentation des observations au niveau socio-affectif ainsi qu'une recommandation relative à la poursuite de la scolarisation dans ladite école secondaire;
2° un avis établi par un organisme expert, datant de moins de six mois et attestant d'un quotient intellectuel d'au moins 130 dans au moins trois domaines.
L'avis mentionné à l'alinéa 2, 2°, est demandé par les personnes chargées de l'éducation et contient les informations suivantes :
1° nom de l'organisme;
2° titre et références professionnelles du ou des experts qui a/ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
3° les techniques et tests utilisés pour les constater;
4° les domaines évalués et les quotients intellectuels obtenus pour chacun d'eux;
5° un aperçu de l'évolution globale de l'enfant ou du jeune, selon le cas;
6° des recommandations quant au développement du potentiel si l'élève présente un quotient intellectuel d'au moins 130 dans au moins trois domaines;
7° des recommandations quant au lieu de soutien, à la forme des études et à l'année d'études basées sur l'évaluation du niveau de compétences atteint.
Si l'avis est établi par un organisme autre que le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, les personnes chargées de l'éducation doivent le faire approuver par ledit centre. Celui-ci vérifie, dans un délai de quinze jours ouvrables, si l'avis contient les données susmentionnées. Si le centre conclut, après examen du contenu, que l'avis ne peut être reconnu ou qu'il ne reprend pas les données susmentionnées, il transmet un refus motivé aux personnes chargées de l'éducation, et ce, par simple courrier. Il revient aux personnes chargées de l'éducation de solliciter un nouvel avis soit auprès du centre, soit auprès d'un autre organisme.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit au raccourcissement des études secondaires. "
" Art. 61.4 - Aux fins d'application de l'article 61.2 ou 61.3, les personnes chargées de l'éducation introduisent, avant le 31 mai, une demande d'inscription pour un élève surdoué auprès du directeur de l'école secondaire ordinaire dans laquelle ledit élève sera inscrit l'année suivante.
La demande doit être accompagnée des documents suivants :
1° si l'élève est déjà inscrit dans la même école secondaire, un procès-verbal de transfert établi par l'école ou la classe cédante constatant les aptitudes, les compétences attendues et les contenus que l'élève a déjà acquis, complété par la documentation des observations au niveau socio-affectif ainsi qu'une recommandation relative à la poursuite de la scolarisation dans ladite école secondaire;
2° un avis établi par un organisme expert, datant de moins de six mois et attestant d'un quotient intellectuel d'au moins 130 dans au moins trois domaines.
L'avis mentionné à l'alinéa 2, 2°, est demandé par les personnes chargées de l'éducation et contient les informations suivantes :
1° nom de l'organisme;
2° titre et références professionnelles du ou des experts qui a/ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
3° les techniques et tests utilisés pour les constater;
4° les domaines évalués et les quotients intellectuels obtenus pour chacun d'eux;
5° un aperçu de l'évolution globale de l'enfant ou du jeune, selon le cas;
6° des recommandations quant au développement du potentiel si l'élève présente un quotient intellectuel d'au moins 130 dans au moins trois domaines;
7° des recommandations quant au lieu de soutien, à la forme des études et à l'année d'études basées sur l'évaluation du niveau de compétences atteint.
Si l'avis est établi par un organisme autre que le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, les personnes chargées de l'éducation doivent le faire approuver par ledit centre. Celui-ci vérifie, dans un délai de quinze jours ouvrables, si l'avis contient les données susmentionnées. Si le centre conclut, après examen du contenu, que l'avis ne peut être reconnu ou qu'il ne reprend pas les données susmentionnées, il transmet un refus motivé aux personnes chargées de l'éducation, et ce, par simple courrier. Il revient aux personnes chargées de l'éducation de solliciter un nouvel avis soit auprès du centre, soit auprès d'un autre organisme.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit au raccourcissement des études secondaires. "
Art. 45. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.5 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.5 - Na ontvangst van de aanvraag vermeld in artikel 61.4 roept het hoofd van de opnemende gewone secundaire school een vergadering voor begaafdheidsondersteuning bijeen die is samengesteld uit :
1° het hoofd van de opnemende gewone secundaire school dat optreedt als voorzitter;
2° het hoofd van de afgevende lagere school bij een inschrijving overeenkomstig artikel 61.2;
3° de personen belast met de opvoeding;
4° de betrokken leden van het onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel;
5° een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
6° een adviseur voor bevorderingspedagogiek van een gespecialiseerde basis- en secundaire school.
Op aanvraag van het hoofd van de gewone secundaire school kunnen maximaal twee vertegenwoordigers van het Bestuur voor Onderwijs met adviserende stem aan de vergadering voor begaafdheidsondersteuning deelnemen.
De personen belast met de opvoeding hebben het recht zich tijdens de zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning te laten begeleiden door een adviseur van hun keuze.
De hoogbegaafde leerling wordt ofwel tijdens, ofwel vóór een zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning door één of meer leden van de vergadering gehoord, voor zover de personen belast met de opvoeding daarmee instemmen."
"Art. 61.5 - Na ontvangst van de aanvraag vermeld in artikel 61.4 roept het hoofd van de opnemende gewone secundaire school een vergadering voor begaafdheidsondersteuning bijeen die is samengesteld uit :
1° het hoofd van de opnemende gewone secundaire school dat optreedt als voorzitter;
2° het hoofd van de afgevende lagere school bij een inschrijving overeenkomstig artikel 61.2;
3° de personen belast met de opvoeding;
4° de betrokken leden van het onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel;
5° een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
6° een adviseur voor bevorderingspedagogiek van een gespecialiseerde basis- en secundaire school.
Op aanvraag van het hoofd van de gewone secundaire school kunnen maximaal twee vertegenwoordigers van het Bestuur voor Onderwijs met adviserende stem aan de vergadering voor begaafdheidsondersteuning deelnemen.
De personen belast met de opvoeding hebben het recht zich tijdens de zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning te laten begeleiden door een adviseur van hun keuze.
De hoogbegaafde leerling wordt ofwel tijdens, ofwel vóór een zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning door één of meer leden van de vergadering gehoord, voor zover de personen belast met de opvoeding daarmee instemmen."
Art. 45. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.5 rédigé comme suit :
" Art. 61.5- Après réception de la demande mentionnée à l'article 61.4, le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante convoque une conférence sur la stimulation des surdoués, qui se compose comme suit :
1° du directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante, qui la préside;
2° du directeur de l'école primaire cédante en cas d'inscription conformément à l'article 61.2;
3° des personnes chargées de l'éducation;
4° des membres du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique concernés;
5° d'un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
6° d'un conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée.
A la demande du directeur de l'école secondaire ordinaire, deux représentants au plus de l'administration de l'enseignement peuvent participer avec voix consultative à la conférence sur la stimulation des surdoués.
Les personnes chargées de l'éducation ont le droit de se faire accompagner à la conférence sur la stimulation des surdoués par le conseil de leur choix.
Pour autant que les personnes chargées de l'éducation soient d'accord, l'élève surdoué peut être entendu soit pendant la séance de la conférence sur la stimulation des surdoués, soit au préalable par l'un ou plusieurs membres de ladite conférence. "
" Art. 61.5- Après réception de la demande mentionnée à l'article 61.4, le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante convoque une conférence sur la stimulation des surdoués, qui se compose comme suit :
1° du directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante, qui la préside;
2° du directeur de l'école primaire cédante en cas d'inscription conformément à l'article 61.2;
3° des personnes chargées de l'éducation;
4° des membres du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique concernés;
5° d'un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
6° d'un conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée.
A la demande du directeur de l'école secondaire ordinaire, deux représentants au plus de l'administration de l'enseignement peuvent participer avec voix consultative à la conférence sur la stimulation des surdoués.
Les personnes chargées de l'éducation ont le droit de se faire accompagner à la conférence sur la stimulation des surdoués par le conseil de leur choix.
Pour autant que les personnes chargées de l'éducation soient d'accord, l'élève surdoué peut être entendu soit pendant la séance de la conférence sur la stimulation des surdoués, soit au préalable par l'un ou plusieurs membres de ladite conférence. "
Art. 46. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.6 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.6 - § 1 - Het hoofd van de opnemende gewone secundaire school nodigt de leden vermeld in artikel 61.5 minstens tien werkdagen vóór de zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning schriftelijk uit.
Het feit dat een lid van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning niet op de zitting verschijnt, belet de vergadering niet om over de zaak te beslissen.
§ 2 - Binnen 15 werkdagen nadat het hoofd van de opnemende gewone secundaire school de aanvraag ontvangen heeft, leggen de leden van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning in onderlinge overstemming het volgende vast voor het volgende schooljaar :
1° in welke studievorm, studierichting en studiejaar in de gewone secundaire school de leerling school zal lopen en
2° welke specifieke begeleidende maatregelen noodzakelijk zijn.
De beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning wordt uitvoerig gemotiveerd.
§ 3 - Het schoolhoofd deelt de beslissing binnen drie werkdagen na de dag waarop ze genomen is per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd."
"Art. 61.6 - § 1 - Het hoofd van de opnemende gewone secundaire school nodigt de leden vermeld in artikel 61.5 minstens tien werkdagen vóór de zitting van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning schriftelijk uit.
Het feit dat een lid van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning niet op de zitting verschijnt, belet de vergadering niet om over de zaak te beslissen.
§ 2 - Binnen 15 werkdagen nadat het hoofd van de opnemende gewone secundaire school de aanvraag ontvangen heeft, leggen de leden van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning in onderlinge overstemming het volgende vast voor het volgende schooljaar :
1° in welke studievorm, studierichting en studiejaar in de gewone secundaire school de leerling school zal lopen en
2° welke specifieke begeleidende maatregelen noodzakelijk zijn.
De beslissing van de vergadering voor begaafdheidsondersteuning wordt uitvoerig gemotiveerd.
§ 3 - Het schoolhoofd deelt de beslissing binnen drie werkdagen na de dag waarop ze genomen is per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd."
Art. 46. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.6 rédigé comme suit :
" Art. 61.6 - § 1er - Le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante invite par écrit les membres visés à l'article 61.5 au moins dix jours ouvrables avant la séance de la conférence sur la stimulation des surdoués.
La non-comparution de l'un des membres de la conférence sur la stimulation des surdoués n'empêche pas ledit conseil de statuer sur l'affaire.
§ 2 - Dans un délai de quinze jours ouvrables après réception de la demande par le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante, les membres de la conférence sur la stimulation des surdoués déterminent, par consensus, pour l'année scolaire suivante :
1° la forme, l'orientation ainsi que l'année d'études au sein de l'école secondaire ordinaire dans laquelle l'élève sera scolarisé et
2° les mesures spécifiques d'accompagnement requises.
La décision de la conférence sur la stimulation des surdoués est motivée de façon détaillée.
§ 3 - Dans un délai de trois jours ouvrables suivant celui où la décision a été prise, le chef d'établissement la transmet aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables. "
" Art. 61.6 - § 1er - Le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante invite par écrit les membres visés à l'article 61.5 au moins dix jours ouvrables avant la séance de la conférence sur la stimulation des surdoués.
La non-comparution de l'un des membres de la conférence sur la stimulation des surdoués n'empêche pas ledit conseil de statuer sur l'affaire.
§ 2 - Dans un délai de quinze jours ouvrables après réception de la demande par le directeur de l'école secondaire ordinaire absorbante, les membres de la conférence sur la stimulation des surdoués déterminent, par consensus, pour l'année scolaire suivante :
1° la forme, l'orientation ainsi que l'année d'études au sein de l'école secondaire ordinaire dans laquelle l'élève sera scolarisé et
2° les mesures spécifiques d'accompagnement requises.
La décision de la conférence sur la stimulation des surdoués est motivée de façon détaillée.
§ 3 - Dans un délai de trois jours ouvrables suivant celui où la décision a été prise, le chef d'établissement la transmet aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables. "
Art. 47. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.7 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.7 - Indien de leden tijdens de vergadering voor begaafdheidsondersteuning geen overeenstemming bereiken, verwijst het hoofd van de gewone secundaire school het dossier - binnen een termijn van acht kalenderdagen die ingaat na het afsluiten van het overleg in de vergadering voor begaafdheidsondersteuning - per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs door naar het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.
Binnen een termijn van 20 werkdagen die ingaat na het verzenden van de aangetekende brief vermeld in het vorige lid deelt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn met redenen omklede beslissing per aangetekende brief mee aan de personen belast met de opvoeding en aan het hoofd van de gewone secundaire school.
Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien werkdagen na verzending van de aangetekende brief die de beslissing bevat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter."
"Art. 61.7 - Indien de leden tijdens de vergadering voor begaafdheidsondersteuning geen overeenstemming bereiken, verwijst het hoofd van de gewone secundaire school het dossier - binnen een termijn van acht kalenderdagen die ingaat na het afsluiten van het overleg in de vergadering voor begaafdheidsondersteuning - per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs door naar het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.
Binnen een termijn van 20 werkdagen die ingaat na het verzenden van de aangetekende brief vermeld in het vorige lid deelt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn met redenen omklede beslissing per aangetekende brief mee aan de personen belast met de opvoeding en aan het hoofd van de gewone secundaire school.
Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien werkdagen na verzending van de aangetekende brief die de beslissing bevat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter."
Art. 47. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.7 rédigé comme suit :
" Art. 61.7 - Si les membres de la conférence sur la stimulation des surdoués ne parviennent pas à un accord, le chef d'établissement de l'école secondaire ordinaire renvoie le dossier devant la Commission de soutien, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception, dans les huit jours calendrier suivant la clôture des délibérations au sein de ladite conférence. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi.
Dans un délai de vingt jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé visé à l'alinéa précédent, la Commission de soutien transmet par recommandé sa décision motivée aux personnes chargées de l'éducation et au directeur de l'école secondaire ordinaire.
Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quatorze jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent. "
" Art. 61.7 - Si les membres de la conférence sur la stimulation des surdoués ne parviennent pas à un accord, le chef d'établissement de l'école secondaire ordinaire renvoie le dossier devant la Commission de soutien, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception, dans les huit jours calendrier suivant la clôture des délibérations au sein de ladite conférence. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi.
Dans un délai de vingt jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé visé à l'alinéa précédent, la Commission de soutien transmet par recommandé sa décision motivée aux personnes chargées de l'éducation et au directeur de l'école secondaire ordinaire.
Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quatorze jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent. "
Art. 48. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.8 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.8 - § 1 - Bij de onderwijsactiviteiten kan het betrokken hoofd van de gewone secundaire school het bezoeken van buitenschoolse leerplaatsen goedkeuren en in het leerplan laten opnemen :
1° op eigen initiatief en in overleg met de personen belast met de opvoeding of
2° op verzoek van de personen belast met de opvoeding.
§ 2 - De personen belast met de opvoeding dienen een aanvraag in bij het hoofd van de gewone secundaire school waar de leerling ingeschreven is.
Bij de aanvraag gaat een beschrijving van de buitenschoolse leerplaats; die beschrijving bevat de volgende gegevens :
1° naam van de instelling;
2° titel en professionele referenties van de persoon die de leerling op de buitenschoolse leerplaats begeleidt en ondersteunt;
3° beschrijving van de activiteiten die op de buitenschoolse leerplaats aangeboden worden;
4° de nagestreefde competenties die de leerling bijgebracht worden.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op het bezoek van buitenschoolse leerplaatsen.
§ 3 - Het schoolhoofd neemt zijn beslissing binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, in overleg met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, van het onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel en van het personeel van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd. Het schoolhoofd kan externe deskundigen consulteren.
Het schoolhoofd deelt de met redenen omklede beslissing binnen drie werkdagen na de dag waarop ze genomen is per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
§ 4 - Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het schoolhoofd kunnen ze overeenkomstig artikel 61.7 beroep instellen bij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften."
"Art. 61.8 - § 1 - Bij de onderwijsactiviteiten kan het betrokken hoofd van de gewone secundaire school het bezoeken van buitenschoolse leerplaatsen goedkeuren en in het leerplan laten opnemen :
1° op eigen initiatief en in overleg met de personen belast met de opvoeding of
2° op verzoek van de personen belast met de opvoeding.
§ 2 - De personen belast met de opvoeding dienen een aanvraag in bij het hoofd van de gewone secundaire school waar de leerling ingeschreven is.
Bij de aanvraag gaat een beschrijving van de buitenschoolse leerplaats; die beschrijving bevat de volgende gegevens :
1° naam van de instelling;
2° titel en professionele referenties van de persoon die de leerling op de buitenschoolse leerplaats begeleidt en ondersteunt;
3° beschrijving van de activiteiten die op de buitenschoolse leerplaats aangeboden worden;
4° de nagestreefde competenties die de leerling bijgebracht worden.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op het bezoek van buitenschoolse leerplaatsen.
§ 3 - Het schoolhoofd neemt zijn beslissing binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, in overleg met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, van het onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel en van het personeel van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd. Het schoolhoofd kan externe deskundigen consulteren.
Het schoolhoofd deelt de met redenen omklede beslissing binnen drie werkdagen na de dag waarop ze genomen is per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
§ 4 - Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het schoolhoofd kunnen ze overeenkomstig artikel 61.7 beroep instellen bij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften."
Art. 48. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.8 rédigé comme suit :
" Art. 61.8 - § 1er - En ce qui concerne les activités d'enseignement, le directeur de l'école secondaire ordinaire en question peut reconnaître la fréquentation de lieux d'apprentissage extrascolaires et la faire intégrer dans l'horaire :
1° de sa propre initiative et en concertation avec les personnes chargées de l'éducation ou
2° à la demande des personnes chargées de l'éducation.
§ 2 - Les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande en ce sens auprès du directeur de l'école secondaire ordinaire dans laquelle l'élève est inscrit.
La demande est complétée par une description des lieux d'apprentissage extrascolaires qui contient les informations suivantes :
1° nom de l'organisme;
2° titre et références professionnelles de la personne qui accompagne et soutient l'élève au sein du lieu d'apprentissage extrascolaire;
3° description des activités proposées par le lieu d'apprentissage extrascolaire;
4° compétences visées qui sont transmises à l'élève.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à la fréquentation de lieux d'apprentissage extrascolaires.
§ 3 - Dans un délai de dix jours ouvrables après réception de la demande, le chef d'établissement statue en concertation avec les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables. Le chef d'établissement peut faire appel à des experts externes.
Dans un délai de trois jours ouvrables suivant celui où la décision motivée a été prise, le chef d'établissement la transmet aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
§ 4 - Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par le chef d'établissement, elles peuvent introduire un recours auprès de la commission de soutien conformément à l'article 61.7. "
" Art. 61.8 - § 1er - En ce qui concerne les activités d'enseignement, le directeur de l'école secondaire ordinaire en question peut reconnaître la fréquentation de lieux d'apprentissage extrascolaires et la faire intégrer dans l'horaire :
1° de sa propre initiative et en concertation avec les personnes chargées de l'éducation ou
2° à la demande des personnes chargées de l'éducation.
§ 2 - Les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande en ce sens auprès du directeur de l'école secondaire ordinaire dans laquelle l'élève est inscrit.
La demande est complétée par une description des lieux d'apprentissage extrascolaires qui contient les informations suivantes :
1° nom de l'organisme;
2° titre et références professionnelles de la personne qui accompagne et soutient l'élève au sein du lieu d'apprentissage extrascolaire;
3° description des activités proposées par le lieu d'apprentissage extrascolaire;
4° compétences visées qui sont transmises à l'élève.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à la fréquentation de lieux d'apprentissage extrascolaires.
§ 3 - Dans un délai de dix jours ouvrables après réception de la demande, le chef d'établissement statue en concertation avec les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables. Le chef d'établissement peut faire appel à des experts externes.
Dans un délai de trois jours ouvrables suivant celui où la décision motivée a été prise, le chef d'établissement la transmet aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
§ 4 - Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par le chef d'établissement, elles peuvent introduire un recours auprès de la commission de soutien conformément à l'article 61.7. "
Art. 49. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.9 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.9 - Onverminderd de artikelen 24, § 1, en 49, § 1, kent de klassenraad het bewijs van basisonderwijs toe aan de leerling die overeenkomstig artikel 61.2, 2°, in een tweede gemeenschappelijk jaar secundair onderwijs ingeschreven werd en het betreffende studiejaar met vrucht beëindigd heeft.
In afwijking van artikel 25, § 1, 1°, kent de klassenraad het getuigschrift van lager secundair onderwijs toe aan de leerling die overeenkomstig artikel 61.3 in een derde, vierde of vijfde studiejaar van het secundair algemeen, technisch of kunstonderwijs ingeschreven werd en het betreffende studiejaar met vrucht beëindigd heeft."
"Art. 61.9 - Onverminderd de artikelen 24, § 1, en 49, § 1, kent de klassenraad het bewijs van basisonderwijs toe aan de leerling die overeenkomstig artikel 61.2, 2°, in een tweede gemeenschappelijk jaar secundair onderwijs ingeschreven werd en het betreffende studiejaar met vrucht beëindigd heeft.
In afwijking van artikel 25, § 1, 1°, kent de klassenraad het getuigschrift van lager secundair onderwijs toe aan de leerling die overeenkomstig artikel 61.3 in een derde, vierde of vijfde studiejaar van het secundair algemeen, technisch of kunstonderwijs ingeschreven werd en het betreffende studiejaar met vrucht beëindigd heeft."
Art. 49. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.9 rédigé comme suit :
" Art. 61.9 - Sans préjudice des articles 24, § 1er, et 49, § 1er, le conseil de classe délivre le certificat d'études de base à l'élève qui a été inscrit en deuxième année secondaire commune conformément à l'article 61.2, 2°, et qui a réussi l'année scolaire en question.
Par dérogation à l'article 25, § 1er, 1°, le conseil de classe délivre le certificat d'études de base à l'élève qui, conformément à l'article 61.3, a été inscrit en troisième, quatrième ou cinquième année d'études de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique et qui a réussi l'année scolaire en question. "
" Art. 61.9 - Sans préjudice des articles 24, § 1er, et 49, § 1er, le conseil de classe délivre le certificat d'études de base à l'élève qui a été inscrit en deuxième année secondaire commune conformément à l'article 61.2, 2°, et qui a réussi l'année scolaire en question.
Par dérogation à l'article 25, § 1er, 1°, le conseil de classe délivre le certificat d'études de base à l'élève qui, conformément à l'article 61.3, a été inscrit en troisième, quatrième ou cinquième année d'études de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique et qui a réussi l'année scolaire en question. "
Art. 50. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 61.10 ingevoegd, luidende :
"Art. 61.10 - Uiterlijk in het schooljaar waarin de overeenkomstig artikel 61.2, 2°, ingeschreven leerling vóór 1 januari 11 jaar is geworden, neemt deze leerling voor het eerst deel aan de externe zittijd om het bewijs van basisonderwijs te behalen, voor zover hij dat nog niet behaald heeft.
Uiterlijk in het schooljaar waarin de overeenkomstig artikel 61.2 of 61.3 ingeschreven leerling vóór 1 januari 14 jaar is geworden, legt deze leerling voor het eerst examen af voor de externe examencommissie om het getuigschrift van het lager secundair onderwijs te behalen, voor zover hij dat nog niet behaald heeft."
"Art. 61.10 - Uiterlijk in het schooljaar waarin de overeenkomstig artikel 61.2, 2°, ingeschreven leerling vóór 1 januari 11 jaar is geworden, neemt deze leerling voor het eerst deel aan de externe zittijd om het bewijs van basisonderwijs te behalen, voor zover hij dat nog niet behaald heeft.
Uiterlijk in het schooljaar waarin de overeenkomstig artikel 61.2 of 61.3 ingeschreven leerling vóór 1 januari 14 jaar is geworden, legt deze leerling voor het eerst examen af voor de externe examencommissie om het getuigschrift van het lager secundair onderwijs te behalen, voor zover hij dat nog niet behaald heeft."
Art. 50. Dans le même chapitre, il est inséré un article 61.10 rédigé comme suit :
" Art. 61.10 - Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève inscrit conformément à l'article 61.2, 2°, atteint l'âge de 11 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'études de base.
Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève inscrit conformément à l'article 61.2 ou 61.3 atteint l'âge de 14 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'enseignement secondaire inférieur, s'il n'en est pas encore porteur. "
" Art. 61.10 - Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève inscrit conformément à l'article 61.2, 2°, atteint l'âge de 11 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'études de base.
Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève inscrit conformément à l'article 61.2 ou 61.3 atteint l'âge de 14 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'enseignement secondaire inférieur, s'il n'en est pas encore porteur. "
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel in het gespecialiseerd onderwijs worden bepaald
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé
Art. 51. Artikel 5quater van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel in het gespecialiseerd onderwijs worden bepaald, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en opgeheven bij het decreet van 26 juni 2017, wordt hersteld als volgt :
"Art. 5quater - Een voltijdse betrekking van onderwijzer voor het lager onderwijs wordt ter beschikking gesteld van het centrum voor bevorderingspedagogiek om de taken te vervullen die vermeld worden in artikel 6, eerste lid, 8°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen."
"Art. 5quater - Een voltijdse betrekking van onderwijzer voor het lager onderwijs wordt ter beschikking gesteld van het centrum voor bevorderingspedagogiek om de taken te vervullen die vermeld worden in artikel 6, eerste lid, 8°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen."
Art. 51. L'article 5quater du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé, inséré par le décret du 11 mai 2009 et abrogé par le décret du 26 juin 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 5quater - Un emploi d'instituteur primaire est mis à la disposition du centre de pédagogie de soutien, et ce, afin de remplir les missions visées à l'article 6, alinéa 1er, 8°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. "
" Art. 5quater - Un emploi d'instituteur primaire est mis à la disposition du centre de pédagogie de soutien, et ce, afin de remplir les missions visées à l'article 6, alinéa 1er, 8°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. "
Art. 52. In artikel 5quinquies, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen bij het decreet van 20 juni 2016 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, worden de woorden "9° tot 12°" vervangen door de woorden "10° tot 12°" en worden de woorden "12 betrekkingen" vervangen door de woorden "8 betrekkingen".
Art. 52. Dans l'article 5quinquies, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, remplacé par le décret du 20 juin 2016 et modifié par le décret du 26 juin 2017, les mots " douze emplois " sont remplacés par les mots " Huit emplois " et la mention " 9° à 12° " est remplacée par la mention " 10° à 12° ".
Art. 53. Artikel 37, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
"Het urenpakket berekend overeenkomstig § 3 kan met maximaal vier betrekkingen van psychosociaal begeleider worden verhoogd. Die vier betrekkingen vloeien voort uit de omvorming van maximaal één betrekking van studiemeester-opvoeder in een externaat en de omvorming van maximaal drie betrekkingen van het lestijdenpakket voor onderwijzend personeel dat wordt berekend overeenkomstig artikel 5ter."
"Het urenpakket berekend overeenkomstig § 3 kan met maximaal vier betrekkingen van psychosociaal begeleider worden verhoogd. Die vier betrekkingen vloeien voort uit de omvorming van maximaal één betrekking van studiemeester-opvoeder in een externaat en de omvorming van maximaal drie betrekkingen van het lestijdenpakket voor onderwijzend personeel dat wordt berekend overeenkomstig artikel 5ter."
Art. 53. Dans l'article 37 du même décret, le § 5, inséré par le décret du 11 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Le capital périodes déterminé conformément au § 3 peut être élargi de maximum quatre emplois d'auxiliaire psychosocial. Ces quatre emplois découlent de la transformation de maximum un emploi de surveillant-éducateur dans un externat et de trois emplois du capital périodes calculé pour le personnel enseignant conformément à l'article 5ter. "
" Le capital périodes déterminé conformément au § 3 peut être élargi de maximum quatre emplois d'auxiliaire psychosocial. Ces quatre emplois découlent de la transformation de maximum un emploi de surveillant-éducateur dans un externat et de trois emplois du capital périodes calculé pour le personnel enseignant conformément à l'article 5ter. "
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's
CHAPITRE 13. - Modification du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME
Art. 54. In artikel 6.1 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden na het woord "meester" de woorden "of in het kader van een duale bacheloropleiding aan een erkende hogeschool" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt op het einde van de zin aangevuld met de volgende woorden :
", tenzij de Regering een afwijking toestaat voor de duale bacheloropleidingen aan een erkende hogeschool."
1° in het eerste lid worden na het woord "meester" de woorden "of in het kader van een duale bacheloropleiding aan een erkende hogeschool" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt op het einde van de zin aangevuld met de volgende woorden :
", tenzij de Regering een afwijking toestaat voor de duale bacheloropleidingen aan een erkende hogeschool."
Art. 54. A l'article 6.1 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME, inséré par le décret du 25 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou d'un cycle d'études en alternance suivi au sein d'une haute école agréée, et menant à un bachelor " sont insérés entre les mots " formation de maîtrise " et les mots " , un stage volontaire de maîtrise ";
2° l'alinéa 2 est complété par les mots :
" , sous réserve d'une dérogation, donnée par le Gouvernement, relative aux cycles d'études en alternance suivis au sein d'une haute école agréée, et menant à un bachelor ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou d'un cycle d'études en alternance suivi au sein d'une haute école agréée, et menant à un bachelor " sont insérés entre les mots " formation de maîtrise " et les mots " , un stage volontaire de maîtrise ";
2° l'alinéa 2 est complété par les mots :
" , sous réserve d'une dérogation, donnée par le Gouvernement, relative aux cycles d'études en alternance suivis au sein d'une haute école agréée, et menant à un bachelor ".
Art. 55. In artikel 9.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2009, worden de woorden "op het eindopleidingsexamen" vervangen door de woorden "op het eindopleidingsexamen of op de examens van een duale bacheloropleiding aan een erkende hogeschool".
Art. 55. Dans l'article 9.1, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 25 mai 2009, la première phrase est complétée par les mots " ou aux examens de bachelor d'un cycle d'études en alternance suivi au sein d'une haute école agréée ".
Art. 56. Hoofdstuk II, afdeling 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 oktober 2010, wordt aangevuld met een artikel 13.2, luidende :
"Art. 13.2 - § 1 - De cursussen ter voorbereiding op de examens voor het behalen van het getuigschrift van het lager secundair beroepsonderwijs die door de erkende centra worden gegeven in de vorm van beroepsbegeleiding, bereiden voor op de examens voor de examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap voor het secundair onderwijs en brengen de daartoe noodzakelijke competenties bij.
Tot de cursussen vermeld in het eerste lid worden de volgende personen toegelaten : de personen met een leerovereenkomst en de personen die de middenstandsleertijd met vrucht volbracht hebben en houder zijn van het eindeleertijdsgetuigschrift of van een buiten België behaalde en door de Regering als met het eindeleertijdsgetuigschrift gelijkwaardig verklaarde titel van een middenstandsopleiding.
§ 2 - De Regering legt na advies van het Instituut het volgende vast :
1° de duur van de cursussen;
2° de inhoud van de cursussen;
3° de voorwaarden voor de organisatie van de cursussen."
"Art. 13.2 - § 1 - De cursussen ter voorbereiding op de examens voor het behalen van het getuigschrift van het lager secundair beroepsonderwijs die door de erkende centra worden gegeven in de vorm van beroepsbegeleiding, bereiden voor op de examens voor de examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap voor het secundair onderwijs en brengen de daartoe noodzakelijke competenties bij.
Tot de cursussen vermeld in het eerste lid worden de volgende personen toegelaten : de personen met een leerovereenkomst en de personen die de middenstandsleertijd met vrucht volbracht hebben en houder zijn van het eindeleertijdsgetuigschrift of van een buiten België behaalde en door de Regering als met het eindeleertijdsgetuigschrift gelijkwaardig verklaarde titel van een middenstandsopleiding.
§ 2 - De Regering legt na advies van het Instituut het volgende vast :
1° de duur van de cursussen;
2° de inhoud van de cursussen;
3° de voorwaarden voor de organisatie van de cursussen."
Art. 56. Dans le chapitre II, section 4, du même décret, insérée par le décret du 25 octobre 2010, il est inséré un article 13.2 rédigé comme suit :
" Art. 13.2 - § 1er - Les cours préparant à l'obtention du certificat d'enseignement secondaire professionnel inférieur et organisés comme formation en cours de carrière par des centres reconnus préparent aux examens présentés devant le jury d'examen de la Communauté germanophone pour l'enseignement secondaire et transmettent les compétences requises à cet effet.
Sont admises aux cours mentionnés à l'alinéa 1er les personnes sous contrat d'apprentissage et celles qui ont terminé avec fruit un apprentissage des classes moyennes et sont porteuses du certificat d'apprentissage ou d'un certificat de formation dans les classes moyennes obtenu à l'étranger et déclaré équivalent par le Gouvernement.
§ 2 - Sur avis de l'Institut, le Gouvernement fixe les éléments suivants :
1° la durée des cours;
2° le contenu des cours;
3° les conditions d'organisation des cours. "
" Art. 13.2 - § 1er - Les cours préparant à l'obtention du certificat d'enseignement secondaire professionnel inférieur et organisés comme formation en cours de carrière par des centres reconnus préparent aux examens présentés devant le jury d'examen de la Communauté germanophone pour l'enseignement secondaire et transmettent les compétences requises à cet effet.
Sont admises aux cours mentionnés à l'alinéa 1er les personnes sous contrat d'apprentissage et celles qui ont terminé avec fruit un apprentissage des classes moyennes et sont porteuses du certificat d'apprentissage ou d'un certificat de formation dans les classes moyennes obtenu à l'étranger et déclaré équivalent par le Gouvernement.
§ 2 - Sur avis de l'Institut, le Gouvernement fixe les éléments suivants :
1° la durée des cours;
2° le contenu des cours;
3° les conditions d'organisation des cours. "
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het decreet van 18 april 1994 betreffende de inrichting van een examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap voor het secundair onderwijs en de organisatie van de examens afgelegd voor deze examencommissie
CHAPITRE 14. - Modification du décret du 18 avril 1994 relatif à l'installation d'un jury d'examen de la Communauté germanophone pour l'enseignement secondaire et à l'organisation des examens présentés devant ce jury
Art. 57. Artikel 14 van het decreet van 18 april 1994 betreffende de inrichting van een examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap voor het secundair onderwijs en de organisatie van de examens afgelegd vóór deze examencommissie, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :
"In afwijking van het eerste lid worden alleen de volgende examinandi toegelaten tot de examens van de studierichting van het lager secundair beroepsonderwijs 'specialisatiejaar algemene vakken' :
1° examinandi met een eindeleertijdsgetuigschrift of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) of een daarmee gelijkgesteld studiegetuigschrift;
2° de leerlingen die zich zowel in algemene vakken als in technische vakken minstens in het tweede jaar bevinden."
"In afwijking van het eerste lid worden alleen de volgende examinandi toegelaten tot de examens van de studierichting van het lager secundair beroepsonderwijs 'specialisatiejaar algemene vakken' :
1° examinandi met een eindeleertijdsgetuigschrift of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) of een daarmee gelijkgesteld studiegetuigschrift;
2° de leerlingen die zich zowel in algemene vakken als in technische vakken minstens in het tweede jaar bevinden."
Art. 57. L'article 14 du décret du 18 avril 1994 relatif à l'installation d'un jury d'examen de la Communauté germanophone pour l'enseignement secondaire et à l'organisation des examens présentés devant ce jury, modifié en dernier lieu par le décret du 20 juin 2016, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, seuls les candidats suivants sont admis aux examens pour l'orientation d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel " année de spécialisation - cours généraux " :
1° les candidats porteurs d'un certificat de fin d'apprentissage ou d'un diplôme de formation de chef d'entreprise ou de tout autre titre y assimilé;
2° les apprentis qui, dans les cours tant généraux que techniques, se trouvent au moins dans la deuxième année d'apprentissage. "
" Par dérogation à l'alinéa 1er, seuls les candidats suivants sont admis aux examens pour l'orientation d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel " année de spécialisation - cours généraux " :
1° les candidats porteurs d'un certificat de fin d'apprentissage ou d'un diplôme de formation de chef d'entreprise ou de tout autre titre y assimilé;
2° les apprentis qui, dans les cours tant généraux que techniques, se trouvent au moins dans la deuxième année d'apprentissage. "
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs
CHAPITRE 15. - Modification du décret du 25 juin 1996 relatif à l'organisation d'un enseignement à horaire réduit dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire
Art. 58. In artikel 9, § 1, derde lid, van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs, vervangen bij het decreet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste zin van het derde lid worden de woorden "dat tot de categorie opvoedend hulppersoneel behoort" vervangen door de woorden "of van studiemeester-opvoeder";
2° in de tweede zin van het derde lid worden de woorden "De maatschappelijk werker" vervangen door de woorden "De maatschappelijk werker of studiemeester-opvoeder".
1° in de eerste zin van het derde lid worden de woorden "dat tot de categorie opvoedend hulppersoneel behoort" vervangen door de woorden "of van studiemeester-opvoeder";
2° in de tweede zin van het derde lid worden de woorden "De maatschappelijk werker" vervangen door de woorden "De maatschappelijk werker of studiemeester-opvoeder".
Art. 58. A l'article 9, § 1er, alinéa 3, du décret du 25 juin 1996 relatif à l'organisation d'un enseignement à horaire réduit dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire, remplacé par le décret du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " , relevant de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation " sont remplacés par les mots " ou de surveillant-éducateur ";
2° les mots " ou du surveillant-éducateur " sont insérés entre les mots " de l'assistant social " et les mots " est de 36 heures ".
1° les mots " , relevant de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation " sont remplacés par les mots " ou de surveillant-éducateur ";
2° les mots " ou du surveillant-éducateur " sont insérés entre les mots " de l'assistant social " et les mots " est de 36 heures ".
Art. 59. In artikel 11, derde lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "maatschappelijk werker" worden vervangen door de woorden "maatschappelijk werker of studiemeester-opvoeder";
2° de tweede zin wordt opgeheven.
1° de woorden "maatschappelijk werker" worden vervangen door de woorden "maatschappelijk werker of studiemeester-opvoeder";
2° de tweede zin wordt opgeheven.
Art. 59. A l'article 11, alinéa 3, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° la première phrase est complétée par les mots " ou de surveillant-éducateur ";
2° la deuxième phrase est abrogée.
1° la première phrase est complétée par les mots " ou de surveillant-éducateur ";
2° la deuxième phrase est abrogée.
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het programmadecreet van 20 mei 1997
CHAPITRE 16. - Modification du décret-programme 1997 du 20 mai 1997
Art. 60. Artikel 4ter, § 3, van het programmadecreet 1997, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt aangevuld met een vijfde en een zesde lid, luidende :
"Onverminderd het eerste lid, 4°, b), ontvangt een gewone secundaire school die verbonden is aan een instituut voor voortgezette schoolopleiding waarvan het lestijdenpakket jaarlijks meer dan 6.000 uren bedraagt, een aanvullende halve betrekking voor de coördinatie van het instituut voor voortgezette schoolopleiding, wanneer minstens 400 leerlingen op de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar aan het instituut voor voortgezette schoolopleiding ingeschreven zijn. Die halve betrekking staat ter beschikking voor het lopende schooljaar.
Indien de betrekking bepaald in het eerste lid, 4°, b), en in het vijfde lid over verscheidene personeelsleden verdeeld is, heeft elk personeelslid voor de helft van de hem toegewezen coördinatie-uren recht op de bezoldiging bepaald in het tweede lid."
"Onverminderd het eerste lid, 4°, b), ontvangt een gewone secundaire school die verbonden is aan een instituut voor voortgezette schoolopleiding waarvan het lestijdenpakket jaarlijks meer dan 6.000 uren bedraagt, een aanvullende halve betrekking voor de coördinatie van het instituut voor voortgezette schoolopleiding, wanneer minstens 400 leerlingen op de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar aan het instituut voor voortgezette schoolopleiding ingeschreven zijn. Die halve betrekking staat ter beschikking voor het lopende schooljaar.
Indien de betrekking bepaald in het eerste lid, 4°, b), en in het vijfde lid over verscheidene personeelsleden verdeeld is, heeft elk personeelslid voor de helft van de hem toegewezen coördinatie-uren recht op de bezoldiging bepaald in het tweede lid."
Art. 60. L'article 4ter, § 3, du décret-programme 1997 du 20 mai 1997, inséré par le décret du 25 juin 2007, est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, b), une école secondaire ordinaire rattachée à un institut de formation continuée dont le capital périodes est supérieur à 6 000 heures par an, obtient un demi-emploi supplémentaire pour la coordination dudit institut si, au dernier jour d'école du mois de septembre de l'année scolaire en cours, au moins 400 élèves y sont inscrits. Ce demi-emploi est mis à disposition pour l'année scolaire en cours.
Si l'emploi prévu conformément aux alinéas 1er, 4°, b), et 5, est réparti entre plusieurs membres du personnel, chacun a droit, pour la moitié des heures de coordination lui attribuées, au traitement fixé à l'alinéa 2. "
" Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, b), une école secondaire ordinaire rattachée à un institut de formation continuée dont le capital périodes est supérieur à 6 000 heures par an, obtient un demi-emploi supplémentaire pour la coordination dudit institut si, au dernier jour d'école du mois de septembre de l'année scolaire en cours, au moins 400 élèves y sont inscrits. Ce demi-emploi est mis à disposition pour l'année scolaire en cours.
Si l'emploi prévu conformément aux alinéas 1er, 4°, b), et 5, est réparti entre plusieurs membres du personnel, chacun a droit, pour la moitié des heures de coordination lui attribuées, au traitement fixé à l'alinéa 2. "
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen
CHAPITRE 17. - Modification du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées
Art. 61. In artikel 20 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen, vervangen bij het decreet van 25 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid, 2°, d), wordt vervangen als volgt :
"d) de met de leerlingen afgesproken vorm waarop ze aan het schoolleven kunnen meewerken en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben;"
2° in het tweede lid, 4°, a), wordt het woord "doelstellingen" vervangen door de woorden "schoolontwikkelingsdoelen";
3° in het tweede lid, 4°, b), worden de woorden "plannen hoe één en ander in de praktijk wordt gebracht" vervangen door de woorden "plannen wat wordt ontwikkeld, met maatregelen voor de uitvoering";
4° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"De middenmanagers zorgen voor de coördinatie en sturing van de uitvoering en verdere ontwikkeling van het schoolproject in de zin van verandermanagement."
1° het tweede lid, 2°, d), wordt vervangen als volgt :
"d) de met de leerlingen afgesproken vorm waarop ze aan het schoolleven kunnen meewerken en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben;"
2° in het tweede lid, 4°, a), wordt het woord "doelstellingen" vervangen door de woorden "schoolontwikkelingsdoelen";
3° in het tweede lid, 4°, b), worden de woorden "plannen hoe één en ander in de praktijk wordt gebracht" vervangen door de woorden "plannen wat wordt ontwikkeld, met maatregelen voor de uitvoering";
4° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"De middenmanagers zorgen voor de coördinatie en sturing van de uitvoering en verdere ontwikkeling van het schoolproject in de zin van verandermanagement."
Art. 61. A l'article 20 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées, remplacé par le décret du 25 octobre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2, 2°, d), est remplacé par ce qui suit :
" d) la forme, décidée en concertation avec les élèves, que revêtira la participation de ceux-ci à la vie scolaire et les domaines pour lesquels ils ont un droit de codétermination; "
2° dans l'alinéa 2, 4°, le a) est complété par les mots " de développement scolaire ";
3° dans l'alinéa 2, 4°, le b) est remplacé par ce qui suit : " b) la planification du développement, complétée par les mesures de mise en oeuvre ";
4° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
" En matière de gestion des changements, il appartient au cadre intermédiaire de coordonner et de gérer la mise en place et la poursuite du développement du projet d'établissement. "
1° l'alinéa 2, 2°, d), est remplacé par ce qui suit :
" d) la forme, décidée en concertation avec les élèves, que revêtira la participation de ceux-ci à la vie scolaire et les domaines pour lesquels ils ont un droit de codétermination; "
2° dans l'alinéa 2, 4°, le a) est complété par les mots " de développement scolaire ";
3° dans l'alinéa 2, 4°, le b) est remplacé par ce qui suit : " b) la planification du développement, complétée par les mesures de mise en oeuvre ";
4° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
" En matière de gestion des changements, il appartient au cadre intermédiaire de coordonner et de gérer la mise en place et la poursuite du développement du projet d'établissement. "
Art. 62. Artikel 49, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2009, wordt aangevuld met de volgende zin, luidende :
"De personen die een middenmanagementfunctie bekleden en niet-gekozen lid van de pedagogische raad zijn, zijn leden van de pedagogische raad met raadgevende stem."
"De personen die een middenmanagementfunctie bekleden en niet-gekozen lid van de pedagogische raad zijn, zijn leden van de pedagogische raad met raadgevende stem."
Art. 62. L'article 49, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 11 mai 2009, est complété par la phrase suivante :
" Les personnes qui ont une fonction de cadre intermédiaire et n'ont pas été choisies pour être membres du Conseil pédagogique le sont avec voix consultative. "
" Les personnes qui ont une fonction de cadre intermédiaire et n'ont pas été choisies pour être membres du Conseil pédagogique le sont avec voix consultative. "
Art. 63. In artikel 51 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 16°, luidende :
"16° Schoolontwikkelingsdoelen en schoolontwikkelingswerk van de school"
2° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Bij vragen omtrent schoolontwikkeling werkt de pedagogische raad nauw samen met het middenmanagement en de schoolleiding. De pedagogische raad adviseert en steunt het ontwikkelings-, coördinatie- en sturingswerk van de middenmanagers. In overleg met de schoolleiding kan de pedagogische raad opdrachten geven aan de middenmanagers."
1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 16°, luidende :
"16° Schoolontwikkelingsdoelen en schoolontwikkelingswerk van de school"
2° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Bij vragen omtrent schoolontwikkeling werkt de pedagogische raad nauw samen met het middenmanagement en de schoolleiding. De pedagogische raad adviseert en steunt het ontwikkelings-, coördinatie- en sturingswerk van de middenmanagers. In overleg met de schoolleiding kan de pedagogische raad opdrachten geven aan de middenmanagers."
Art. 63. A l'article 51 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 11 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par un 16° rédigé comme suit :
" 16° aux objectifs de développement scolaire et au développement scolaire sur le terrain ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En matière de développement scolaire, le Conseil pédagogique travaille en étroite collaboration avec le cadre intermédiaire et la direction de l'école. Le Conseil pédagogique conseille et soutient le travail de développement, de coordination et de gestion du cadre intermédiaire. En concertation avec la direction de l'école, le Conseil pédagogique peut confier des missions au cadre intermédiaire. "
1° l'alinéa 1er est complété par un 16° rédigé comme suit :
" 16° aux objectifs de développement scolaire et au développement scolaire sur le terrain ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En matière de développement scolaire, le Conseil pédagogique travaille en étroite collaboration avec le cadre intermédiaire et la direction de l'école. Le Conseil pédagogique conseille et soutient le travail de développement, de coordination et de gestion du cadre intermédiaire. En concertation avec la direction de l'école, le Conseil pédagogique peut confier des missions au cadre intermédiaire. "
Art. 64. Artikel 55 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
"Art. 55 - Recht van medewerking en van inspraak van de leerlingen
De leerlingen en de leerlingenafvaardigingen werken mee aan het schoolleven en hebben recht op inspraak omtrent de aspecten die hen direct betreffen.
Het hoofd van een secundaire school richt een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school in.
Het hoofd van een lagere school kan een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school inrichten. Indien geen gekozen leerlingenafvaardiging wordt ingericht, wordt de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en hun recht van inspraak in ongeacht welke vorm gewaarborgd.
Het schoolproject van een school omvat bepalingen omtrent de vorm van de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben. Deze bepalingen worden in de pedagogische raad gezamenlijk met de leerlingenafvaardiging uitgewerkt en aan de inrichtende macht voorgelegd die de beslissing neemt. Indien in een school geen leerlingenafvaardiging bestaat, waarborgt de pedagogische raad dat de leerlingen in ongeacht welke vorm aan de uitwerking van die bepalingen kunnen meewerken."
"Art. 55 - Recht van medewerking en van inspraak van de leerlingen
De leerlingen en de leerlingenafvaardigingen werken mee aan het schoolleven en hebben recht op inspraak omtrent de aspecten die hen direct betreffen.
Het hoofd van een secundaire school richt een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school in.
Het hoofd van een lagere school kan een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school inrichten. Indien geen gekozen leerlingenafvaardiging wordt ingericht, wordt de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en hun recht van inspraak in ongeacht welke vorm gewaarborgd.
Het schoolproject van een school omvat bepalingen omtrent de vorm van de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben. Deze bepalingen worden in de pedagogische raad gezamenlijk met de leerlingenafvaardiging uitgewerkt en aan de inrichtende macht voorgelegd die de beslissing neemt. Indien in een school geen leerlingenafvaardiging bestaat, waarborgt de pedagogische raad dat de leerlingen in ongeacht welke vorm aan de uitwerking van die bepalingen kunnen meewerken."
Art. 64. L'article 55 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 55 - Droit des élèves à la participation et à la codétermination
Les élèves et les délégations d'élèves participent à la vie scolaire et ont un droit de codétermination dans des domaines qui les concernent directement.
Au sein de son établissement, le directeur d'une école secondaire met en place une délégation d'élèves élue.
Le directeur d'une école primaire peut mettre en place une délégation d'élèves élue dans son établissement. Si aucune délégation d'élèves élue n'est créée, la participation des élèves à la vie scolaire et leur droit de codétermination sont garantis sous quelque forme que ce soit.
Le projet d'établissement de toute école reprend des dispositions concernant la forme que revêt la participation des élèves à la vie scolaire et les domaines dans lesquels ils ont un droit de codétermination. Ces dispositions sont élaborées au sein du Conseil pédagogique avec la délégation d'élèves et sont soumises au pouvoir organisateur pour décision. Si aucune délégation d'élèves n'existe au sein d'une école, le Conseil pédagogique veille à ce que les élèves puissent participer, sous quelque forme que ce soit, à l'élaboration de ces dispositions. "
" Art. 55 - Droit des élèves à la participation et à la codétermination
Les élèves et les délégations d'élèves participent à la vie scolaire et ont un droit de codétermination dans des domaines qui les concernent directement.
Au sein de son établissement, le directeur d'une école secondaire met en place une délégation d'élèves élue.
Le directeur d'une école primaire peut mettre en place une délégation d'élèves élue dans son établissement. Si aucune délégation d'élèves élue n'est créée, la participation des élèves à la vie scolaire et leur droit de codétermination sont garantis sous quelque forme que ce soit.
Le projet d'établissement de toute école reprend des dispositions concernant la forme que revêt la participation des élèves à la vie scolaire et les domaines dans lesquels ils ont un droit de codétermination. Ces dispositions sont élaborées au sein du Conseil pédagogique avec la délégation d'élèves et sont soumises au pouvoir organisateur pour décision. Si aucune délégation d'élèves n'existe au sein d'une école, le Conseil pédagogique veille à ce que les élèves puissent participer, sous quelque forme que ce soit, à l'élaboration de ces dispositions. "
Art. 65. In artikel 93.80 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "basisscholen" vervangen door de woorden "basisscholen, op basis van alle nieuwkomers die op dat ogenblik bij de inrichtende macht ingeschreven zijn,".
2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt het volgende lid ingevoegd, luidende :
"Nieuwkomers genereren uitsluitend lestijdenpakket als ze een taalcursus of een taalklas bezoeken."
3° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"Als een inrichtende macht de normen vermeld in het eerste lid om een taalcursus of een taalklas te organiseren niet bereikt, kunnen twee of meer inrichtende machten hun nieuwkomers samentellen om de normen vermeld in het eerste lid te bereiken. De inrichtende machten bepalen samen aan welke school de taalcursus of de taalklas zal worden georganiseerd. De inrichtende macht die de taalklas of de taalcursus organiseert, krijgt het desbetreffende extra lestijdenpakket voor de nieuwkomers op wie die samenwerking tussen de inrichtende machten betrekking heeft."
4° het zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt aangevuld met de volgende zin :
"Een taalcursus bestaat minstens uit een 1/4-lesrooster."
5° in het zevede lid, dat het achtste lid wordt, wordt het woord "schoolhoofd," vervangen door de woorden "onderwijspersoneel, schoolhoofd,";
6° het negende lid, dat het tiende lid wordt, wordt opgeheven.
1° in het eerste lid wordt het woord "basisscholen" vervangen door de woorden "basisscholen, op basis van alle nieuwkomers die op dat ogenblik bij de inrichtende macht ingeschreven zijn,".
2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt het volgende lid ingevoegd, luidende :
"Nieuwkomers genereren uitsluitend lestijdenpakket als ze een taalcursus of een taalklas bezoeken."
3° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"Als een inrichtende macht de normen vermeld in het eerste lid om een taalcursus of een taalklas te organiseren niet bereikt, kunnen twee of meer inrichtende machten hun nieuwkomers samentellen om de normen vermeld in het eerste lid te bereiken. De inrichtende machten bepalen samen aan welke school de taalcursus of de taalklas zal worden georganiseerd. De inrichtende macht die de taalklas of de taalcursus organiseert, krijgt het desbetreffende extra lestijdenpakket voor de nieuwkomers op wie die samenwerking tussen de inrichtende machten betrekking heeft."
4° het zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt aangevuld met de volgende zin :
"Een taalcursus bestaat minstens uit een 1/4-lesrooster."
5° in het zevede lid, dat het achtste lid wordt, wordt het woord "schoolhoofd," vervangen door de woorden "onderwijspersoneel, schoolhoofd,";
6° het negende lid, dat het tiende lid wordt, wordt opgeheven.
Art. 65. A l'article 93.80 du même décret, inséré par le décret du 26 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " Pour " est remplacé par les mots " Sur la base de tous les élèves primo-arrivants du pouvoir organisateur inscrits à ce moment-là et pour ";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Les élèves primo-arrivants génèrent un capital emplois uniquement s'ils fréquentent un cours ou une classe d'apprentissage linguistique. ";
3° l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
" Si un pouvoir organisateur n'atteint pas les normes mentionnées à l'alinéa 1er pour pouvoir organiser un cours ou une classe d'apprentissage linguistique, il peut s'associer à un ou plusieurs autres pouvoirs organisateurs afin d'y répondre. Les pouvoirs organisateurs déterminent de commun accord l'école dans laquelle le cours ou la classe d'apprentissage linguistique seront organisés. Le pouvoir organisateur qui organise le cours ou la classe d'apprentissage linguistique reçoit le capital périodes supplémentaire correspondant pour les élèves primo-arrivants concernés par cette coopération entre les pouvoirs organisateurs. ";
4° l'alinéa 6, qui devient l'alinéa 7, est complété par la phrase suivante :
" Un cours d'apprentissage linguistique représente au moins un quart d'horaire; ";
5° dans l'alinéa 7, qui devient l'alinéa 8, les mots " pour le personnel enseignants " sont insérés entre les mots " le capital emplois " et les mots " pour les chefs d'établissement, ";
6° l'alinéa 9, qui devient l'alinéa 10, est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, le mot " Pour " est remplacé par les mots " Sur la base de tous les élèves primo-arrivants du pouvoir organisateur inscrits à ce moment-là et pour ";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Les élèves primo-arrivants génèrent un capital emplois uniquement s'ils fréquentent un cours ou une classe d'apprentissage linguistique. ";
3° l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
" Si un pouvoir organisateur n'atteint pas les normes mentionnées à l'alinéa 1er pour pouvoir organiser un cours ou une classe d'apprentissage linguistique, il peut s'associer à un ou plusieurs autres pouvoirs organisateurs afin d'y répondre. Les pouvoirs organisateurs déterminent de commun accord l'école dans laquelle le cours ou la classe d'apprentissage linguistique seront organisés. Le pouvoir organisateur qui organise le cours ou la classe d'apprentissage linguistique reçoit le capital périodes supplémentaire correspondant pour les élèves primo-arrivants concernés par cette coopération entre les pouvoirs organisateurs. ";
4° l'alinéa 6, qui devient l'alinéa 7, est complété par la phrase suivante :
" Un cours d'apprentissage linguistique représente au moins un quart d'horaire; ";
5° dans l'alinéa 7, qui devient l'alinéa 8, les mots " pour le personnel enseignants " sont insérés entre les mots " le capital emplois " et les mots " pour les chefs d'établissement, ";
6° l'alinéa 9, qui devient l'alinéa 10, est abrogé.
Art. 66. Artikel 93.81 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een achtste lid, luidende :
"Gewone secundaire scholen die leerlingen die de afgelopen drie jaar regelmatig in een taalklas ingeschreven waren geheel of gedeeltelijk gewoon onderwijs laten volgen, krijgen in het ambt van leraar taalklassen :
1° van 3 tot 6 leerlingen : een 1/4-betrekking;
2° van 7 tot 12 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
3° van 13 tot 18 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
4° van 19 tot 24 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
5° per groep van telkens zes bijkomende leerlingen ontvangt de secundaire school telkens één 1/4-betrekking extra."
"Gewone secundaire scholen die leerlingen die de afgelopen drie jaar regelmatig in een taalklas ingeschreven waren geheel of gedeeltelijk gewoon onderwijs laten volgen, krijgen in het ambt van leraar taalklassen :
1° van 3 tot 6 leerlingen : een 1/4-betrekking;
2° van 7 tot 12 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
3° van 13 tot 18 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
4° van 19 tot 24 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
5° per groep van telkens zes bijkomende leerlingen ontvangt de secundaire school telkens één 1/4-betrekking extra."
Art. 66. L'article 93.81 du même décret, inséré par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les écoles secondaires ordinaires qui intègrent dans l'enseignement ordinaire, en tout ou partie, des élèves qui étaient inscrits régulièrement dans une classe d'apprentissage linguistique au cours des trois dernières années reçoivent, pour la fonction de professeur pour classes d'apprentissage linguistique :
1° de 3 à 6 élèves : un quart d'emploi;
2° de 7 à 12 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
3° de 13 à 18 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
4° de 19 à 24 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
5° par tranche de six autres élèves, l'école secondaire reçoit à chaque fois un quart d'emploi supplémentaire. "
" Les écoles secondaires ordinaires qui intègrent dans l'enseignement ordinaire, en tout ou partie, des élèves qui étaient inscrits régulièrement dans une classe d'apprentissage linguistique au cours des trois dernières années reçoivent, pour la fonction de professeur pour classes d'apprentissage linguistique :
1° de 3 à 6 élèves : un quart d'emploi;
2° de 7 à 12 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
3° de 13 à 18 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
4° de 19 à 24 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
5° par tranche de six autres élèves, l'école secondaire reçoit à chaque fois un quart d'emploi supplémentaire. "
Art. 67. In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk VIIIsexies ingevoegd, dat de artikelen 93.82 tot 93.96 bevat, luidende :
"Hoofdstuk VIIIsexies - Deelneming aan het onderwijs in een time-outinstelling"
"Hoofdstuk VIIIsexies - Deelneming aan het onderwijs in een time-outinstelling"
Art. 67. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre VIIIsexies, comportant les articles 93.82 à 93.96, intitulé comme suit :
" Chapitre VIIIsexies - Scolarisation dans une structure d'accrochage scolaire ".
" Chapitre VIIIsexies - Scolarisation dans une structure d'accrochage scolaire ".
Art. 68. In hoofdstuk VIIIsexties van hetzelfde decreet wordt een artikel 93.82 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.82 - Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de time-outinstellingen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd worden.
"Art. 93.82 - Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de time-outinstellingen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd worden.
Art. 68. Dans le chapitre VIIIsexies du même décret, il est inséré un article 93.82 rédigé comme suit :
" Art. 93.82 - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique aux structures d'accrochage scolaire organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone. "
" Art. 93.82 - Champ d'application
Le présent chapitre s'applique aux structures d'accrochage scolaire organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone. "
Art. 69. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.83 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.83 - Doelstelling
Enerzijds biedt de bij dit hoofdstuk georganiseerde time-outinstelling jongeren die wegens sociaal-emotionele gedragsstoornissen geen aansluiting meer vinden in de schoolopleiding of middenstandsopleiding en mettertijd beperkt zijn in hun deelneming aan de schoolgemeenschap de mogelijkheid om die opleiding tijdelijk te onderbreken en zo tijd te hebben om hun schoolplannen en beroepsplannen te overdenken en blijvende motivatie en competenties te ontwikkelen met het oog op de verwezenlijking van hun leer-, beroeps- en levensperspectieven. Anderzijds kan de time-outinstelling vroegtijdig schoolverlaten tegengaan door de personeelsleden van de school ondersteuning te bieden in de vorm van advies over de manier waarop ze beter kunnen omgaan met sociaal-emotionele gedragsstoornissen."
"Art. 93.83 - Doelstelling
Enerzijds biedt de bij dit hoofdstuk georganiseerde time-outinstelling jongeren die wegens sociaal-emotionele gedragsstoornissen geen aansluiting meer vinden in de schoolopleiding of middenstandsopleiding en mettertijd beperkt zijn in hun deelneming aan de schoolgemeenschap de mogelijkheid om die opleiding tijdelijk te onderbreken en zo tijd te hebben om hun schoolplannen en beroepsplannen te overdenken en blijvende motivatie en competenties te ontwikkelen met het oog op de verwezenlijking van hun leer-, beroeps- en levensperspectieven. Anderzijds kan de time-outinstelling vroegtijdig schoolverlaten tegengaan door de personeelsleden van de school ondersteuning te bieden in de vorm van advies over de manier waarop ze beter kunnen omgaan met sociaal-emotionele gedragsstoornissen."
Art. 69. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.83, rédigé comme suit :
" Art. 93.83 - Objectif
La structure d'accrochage scolaire organisée en vertu du présent chapitre permet, d'une part, aux jeunes qui, en raison de troubles du comportement socio-affectif, ont perdu pied dans leur formation scolaire ou en alternance, et dont la participation à la vie scolaire finira par être limitée, d'interrompre momentanément ladite formation pour, pendant cette période, redéfinir leurs projets scolaires et professionnels ainsi que développer une motivation et des compétences durables en vue de concrétiser leurs propres perspectives d'apprentissage, professionnelles et de vie. D'autre part, la structure d'accrochage scolaire permet d'agir de manière préventive contre le décrochage scolaire en proposant au personnel enseignant un soutien sous la forme de conseils visant à étendre les possibilités d'action lors de troubles du comportement socio-affectif en milieu scolaire. "
" Art. 93.83 - Objectif
La structure d'accrochage scolaire organisée en vertu du présent chapitre permet, d'une part, aux jeunes qui, en raison de troubles du comportement socio-affectif, ont perdu pied dans leur formation scolaire ou en alternance, et dont la participation à la vie scolaire finira par être limitée, d'interrompre momentanément ladite formation pour, pendant cette période, redéfinir leurs projets scolaires et professionnels ainsi que développer une motivation et des compétences durables en vue de concrétiser leurs propres perspectives d'apprentissage, professionnelles et de vie. D'autre part, la structure d'accrochage scolaire permet d'agir de manière préventive contre le décrochage scolaire en proposant au personnel enseignant un soutien sous la forme de conseils visant à étendre les possibilités d'action lors de troubles du comportement socio-affectif en milieu scolaire. "
Art. 70. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.84 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.84 - Opdracht
De opdracht van de time-outinstelling omvat volgende opdrachten:
1° het geven van onderwijs aan de jongeren vermeld in artikel 93.83 in de time-outinstelling, wat volgende opdrachten omvat :
1.1. reïntegratie in de oorspronkelijke school of in het oorspronkelijke ZAWM;
1.2. integratie in een nieuwe school of in een nieuw ZAWM;
1.3. voorbereiding op de examens van de externe examencommissies of de examens aan scholen of ZAWM's;
1.4. verbinding van theorie en praktijk door stages mogelijk te maken;
1.5. voorbereiding op een beroepsopleiding, waarbij uitgebreide ondersteuning wordt geboden bij :
1.5.1. het vinden van een passende leertijd;
1.5.2. de voorbereiding op een toelatingsexamen;
1.5.3. de vroegtijdige samenwerking met de ZAWM's, toegesneden op het concrete geval;
1.6. in de tijd beperkte, sociaal-pedagogische, individuele begeleidingen in bijzonder moeilijke crisissituaties;
2° ondersteuning van de scholen, de ZAWM's, de personen belast met de opvoeding, de jongeren en de diensten met een adviserende functie die op verwante gebieden werkzaam zijn, om alternatieven uit te werken voor jongeren die het gevaar lopen vroegtijdige schoolverlaters te worden of voor jongeren die al vroegtijdige schoolverlaters zijn. De adviesverlening omvat volgende taken op het gebied van de sociaal-emotionele stoornissen :
2.1. preventieve voorlichting, bewustwording en adviesverlening voor de personeelsleden van de school of van het ZAWM;
2.2. adviesgesprekken over analyses van individuele gevallen;
2.3. advies geven over individuele ondersteuningsplannen en over de manier waarop les wordt gegeven;
2.4. het reïntegratieproces van time-outleerlingen begeleiden;
3° deskundig advies over sociale en emotionele aspecten aanbieden, waarbij :
3.1. de betrokken personeelsleden van de school en van de ZAWM's ter plaatse advies krijgen en ondersteund worden, om te voorkomen dat de jongere de school of de leertijd vroegtijdig verlaat en om voor oplossingen ter plaatsen te zorgen;
3.2. de jongeren en de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, na de time-outinterventie, in het kader van reïntegratie- en integratieprocessen begeleid worden."
"Art. 93.84 - Opdracht
De opdracht van de time-outinstelling omvat volgende opdrachten:
1° het geven van onderwijs aan de jongeren vermeld in artikel 93.83 in de time-outinstelling, wat volgende opdrachten omvat :
1.1. reïntegratie in de oorspronkelijke school of in het oorspronkelijke ZAWM;
1.2. integratie in een nieuwe school of in een nieuw ZAWM;
1.3. voorbereiding op de examens van de externe examencommissies of de examens aan scholen of ZAWM's;
1.4. verbinding van theorie en praktijk door stages mogelijk te maken;
1.5. voorbereiding op een beroepsopleiding, waarbij uitgebreide ondersteuning wordt geboden bij :
1.5.1. het vinden van een passende leertijd;
1.5.2. de voorbereiding op een toelatingsexamen;
1.5.3. de vroegtijdige samenwerking met de ZAWM's, toegesneden op het concrete geval;
1.6. in de tijd beperkte, sociaal-pedagogische, individuele begeleidingen in bijzonder moeilijke crisissituaties;
2° ondersteuning van de scholen, de ZAWM's, de personen belast met de opvoeding, de jongeren en de diensten met een adviserende functie die op verwante gebieden werkzaam zijn, om alternatieven uit te werken voor jongeren die het gevaar lopen vroegtijdige schoolverlaters te worden of voor jongeren die al vroegtijdige schoolverlaters zijn. De adviesverlening omvat volgende taken op het gebied van de sociaal-emotionele stoornissen :
2.1. preventieve voorlichting, bewustwording en adviesverlening voor de personeelsleden van de school of van het ZAWM;
2.2. adviesgesprekken over analyses van individuele gevallen;
2.3. advies geven over individuele ondersteuningsplannen en over de manier waarop les wordt gegeven;
2.4. het reïntegratieproces van time-outleerlingen begeleiden;
3° deskundig advies over sociale en emotionele aspecten aanbieden, waarbij :
3.1. de betrokken personeelsleden van de school en van de ZAWM's ter plaatse advies krijgen en ondersteund worden, om te voorkomen dat de jongere de school of de leertijd vroegtijdig verlaat en om voor oplossingen ter plaatsen te zorgen;
3.2. de jongeren en de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, na de time-outinterventie, in het kader van reïntegratie- en integratieprocessen begeleid worden."
Art. 70. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.84, rédigé comme suit :
" Art. 93.84- Mission
La mission de la structure d'accrochage scolaire comprend les tâches suivantes :
1° la scolarisation des jeunes visés à l'article 93.83 dans une structure d'accrochage scolaire ayant pour tâches :
1.1. la réintégration dans l'école ou le centre de formation des classes moyennes (ZAWM) d'origine;
1.2. l'intégration dans une nouvelle école ou dans un nouveau ZAWM;
1.3. la préparation aux examens du jury externe ou à ceux de l'école ou du ZAWM;
1.4. la mise en relation de la théorie et de la pratique par la possibilité de faire des stages;
1.5. la préparation à une formation professionnelle en vue d'un soutien complet lors :
1.5.1. de la transmission dans l'apprentissage;
1.5.2. de la préparation à un examen d'entrée;
1.5.3. de la coopération précoce, au cas par cas, avec les ZAWM;
1.6. l'accompagnement sociopédagogique individuel limité dans le temps afin de gérer des situations de crise particulièrement difficiles;
2° le soutien des écoles et des centres de formation des classes moyennes, des personnes chargées de l'éducation, des jeunes et des services spécialisés connexes ayant un rôle de soutien afin de développer des possibilités d'actions alternatives pour les jeunes menacés par une exclusion ou un décrochage scolaire, ou qui ne sont plus liés à une école. Concernant les troubles socio-affectifs, ces conseils comprennent les tâches suivantes :
2.1. information, sensibilisation et conseils préventifs des membres du personnel de l'école ou du ZAWM;
2.2. entretiens-conseils destinés aux analyses individuelles;
2.3. conseils relatifs aux plans de soutien individuels et à l'organisation des cours;
2.4. accompagnement lors des processus de réintégration des élèves qui ont fréquenté une structure d'accrochage scolaire;
3° proposition de conseils spécialisés en matière socio-émotionnelle prodigués :
3.1. aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM, destinés à les soutenir dans leurs actions préventives contre les décrochages scolaires ou d'apprentissage, et à développer des solutions sur place;
3.2. afin d'accompagner, dans le cadre des processus d'intégration et de réintégration, les jeunes et les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM au terme de l'intervention de la structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 93.84- Mission
La mission de la structure d'accrochage scolaire comprend les tâches suivantes :
1° la scolarisation des jeunes visés à l'article 93.83 dans une structure d'accrochage scolaire ayant pour tâches :
1.1. la réintégration dans l'école ou le centre de formation des classes moyennes (ZAWM) d'origine;
1.2. l'intégration dans une nouvelle école ou dans un nouveau ZAWM;
1.3. la préparation aux examens du jury externe ou à ceux de l'école ou du ZAWM;
1.4. la mise en relation de la théorie et de la pratique par la possibilité de faire des stages;
1.5. la préparation à une formation professionnelle en vue d'un soutien complet lors :
1.5.1. de la transmission dans l'apprentissage;
1.5.2. de la préparation à un examen d'entrée;
1.5.3. de la coopération précoce, au cas par cas, avec les ZAWM;
1.6. l'accompagnement sociopédagogique individuel limité dans le temps afin de gérer des situations de crise particulièrement difficiles;
2° le soutien des écoles et des centres de formation des classes moyennes, des personnes chargées de l'éducation, des jeunes et des services spécialisés connexes ayant un rôle de soutien afin de développer des possibilités d'actions alternatives pour les jeunes menacés par une exclusion ou un décrochage scolaire, ou qui ne sont plus liés à une école. Concernant les troubles socio-affectifs, ces conseils comprennent les tâches suivantes :
2.1. information, sensibilisation et conseils préventifs des membres du personnel de l'école ou du ZAWM;
2.2. entretiens-conseils destinés aux analyses individuelles;
2.3. conseils relatifs aux plans de soutien individuels et à l'organisation des cours;
2.4. accompagnement lors des processus de réintégration des élèves qui ont fréquenté une structure d'accrochage scolaire;
3° proposition de conseils spécialisés en matière socio-émotionnelle prodigués :
3.1. aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM, destinés à les soutenir dans leurs actions préventives contre les décrochages scolaires ou d'apprentissage, et à développer des solutions sur place;
3.2. afin d'accompagner, dans le cadre des processus d'intégration et de réintégration, les jeunes et les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM au terme de l'intervention de la structure d'accrochage scolaire. "
Art. 71. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.85 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.85 - Samenwerking met de gewone en gespecialiseerde scholen en met de ZAWM's
De scholen en ZAWM's die door de time-outinstelling ondersteund worden, hebben de volgende verplichtingen :
1° ze stellen de time-outinstelling onderwijsmateriaal voor wiskunde, Duits en Frans als eerste vreemde taal ter beschikking; ze doen dit bij de inschrijving in de time-outinstelling, alsook op regelmatige tijdstippen tijdens de periode waarin de leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling deelneemt. In opdracht van de coördinator van de time-outinstelling stellen de oorspronkelijke scholen of oorspronkelijke ZAWM's ook onderwijsmateriaal voor andere vakken ter beschikking van de time-outinstelling;
2° ze nodigen een vertegenwoordiger van de time-outinstelling uit op klassenraden van de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM, zodat hij de klassenraad kan informeren over de ontwikkeling van de leerling die in de time-outinstelling onderwijs volgt;
3° het bevoegde personeelslid van de time-outinstelling en de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school of van het oorspronkelijke ZAWM komen minstens één keer om de twee maanden bijeen;
4° bij (re)ïntegratieprocessen organiseert de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM minstens een voorbereidende bijeenkomst waaraan de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, alsook vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen. In het kader van die bijeenkomst worden de door de time-outinstelling aanbevolen maatregelen voorgesteld en wordt de uitvoering ervan voorbereid;
5° voor de uitvoering van het onderwijsaanbod kan de time-outinstelling een beroep doen op personeel, uitrusting en lokalen van de volgende instellingen :
a. alle secundaire scholen en instituten voor voortgezette schoolopleiding, ongeacht tot welke inrichtende macht ze behoren;
b. ZAWM's."
"Art. 93.85 - Samenwerking met de gewone en gespecialiseerde scholen en met de ZAWM's
De scholen en ZAWM's die door de time-outinstelling ondersteund worden, hebben de volgende verplichtingen :
1° ze stellen de time-outinstelling onderwijsmateriaal voor wiskunde, Duits en Frans als eerste vreemde taal ter beschikking; ze doen dit bij de inschrijving in de time-outinstelling, alsook op regelmatige tijdstippen tijdens de periode waarin de leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling deelneemt. In opdracht van de coördinator van de time-outinstelling stellen de oorspronkelijke scholen of oorspronkelijke ZAWM's ook onderwijsmateriaal voor andere vakken ter beschikking van de time-outinstelling;
2° ze nodigen een vertegenwoordiger van de time-outinstelling uit op klassenraden van de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM, zodat hij de klassenraad kan informeren over de ontwikkeling van de leerling die in de time-outinstelling onderwijs volgt;
3° het bevoegde personeelslid van de time-outinstelling en de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school of van het oorspronkelijke ZAWM komen minstens één keer om de twee maanden bijeen;
4° bij (re)ïntegratieprocessen organiseert de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM minstens een voorbereidende bijeenkomst waaraan de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, alsook vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen. In het kader van die bijeenkomst worden de door de time-outinstelling aanbevolen maatregelen voorgesteld en wordt de uitvoering ervan voorbereid;
5° voor de uitvoering van het onderwijsaanbod kan de time-outinstelling een beroep doen op personeel, uitrusting en lokalen van de volgende instellingen :
a. alle secundaire scholen en instituten voor voortgezette schoolopleiding, ongeacht tot welke inrichtende macht ze behoren;
b. ZAWM's."
Art. 71. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.85 rédigé comme suit :
" Art. 93.85 - Coopération avec les écoles ordinaires et spécialisées ainsi qu'avec les ZAWM
Les écoles et ZAWM soutenus par une structure d'accrochage scolaire sont tenus aux obligations suivantes.
1° Pour les cours de mathématiques, d'allemand et de français première langue, ils mettent du matériel didactique à disposition de la structure d'accrochage scolaire au moment de l'inscription de l'élève dans celle-ci et à des intervalles réguliers pendant la fréquentation de ladite structure par l'élève. A la demande du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, les écoles ou les ZAWM d'origine mettent également du matériel didactique à disposition de la structure pour les autres cours.
2° Ils invitent un représentant de la structure d'accrochage scolaire lors des conseils de classe de l'école ou du ZAWM d'origine pour qu'il puisse informer ledit conseil de classe de l'évolution de chaque élève scolarisé dans la structure d'accrochage scolaire.
3° Ils organisent, au moins une fois tous les deux mois, une rencontre entre le membre du personnel responsable de la structure d'accrochage scolaire et ceux concernés de l'école ou du ZAWM d'origine.
4° Ils organisent, lors des processus d'intégration et de réintégration, au moins un entretien de préparation auquel prennent part les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM ainsi que les représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. Dans le cadre de cet entretien, les actions recommandées par la structure d'accrochage scolaire sont présentées et préparées pour leur mise en place.
5° Pour la mise en place des offres de cours, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au personnel, à l'équipement et aux locaux des institutions suivantes :
a. toutes les écoles secondaires et tous les instituts de formation scolaire continue, indépendamment du pouvoir organisateur;
b. les ZAWM. "
" Art. 93.85 - Coopération avec les écoles ordinaires et spécialisées ainsi qu'avec les ZAWM
Les écoles et ZAWM soutenus par une structure d'accrochage scolaire sont tenus aux obligations suivantes.
1° Pour les cours de mathématiques, d'allemand et de français première langue, ils mettent du matériel didactique à disposition de la structure d'accrochage scolaire au moment de l'inscription de l'élève dans celle-ci et à des intervalles réguliers pendant la fréquentation de ladite structure par l'élève. A la demande du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, les écoles ou les ZAWM d'origine mettent également du matériel didactique à disposition de la structure pour les autres cours.
2° Ils invitent un représentant de la structure d'accrochage scolaire lors des conseils de classe de l'école ou du ZAWM d'origine pour qu'il puisse informer ledit conseil de classe de l'évolution de chaque élève scolarisé dans la structure d'accrochage scolaire.
3° Ils organisent, au moins une fois tous les deux mois, une rencontre entre le membre du personnel responsable de la structure d'accrochage scolaire et ceux concernés de l'école ou du ZAWM d'origine.
4° Ils organisent, lors des processus d'intégration et de réintégration, au moins un entretien de préparation auquel prennent part les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM ainsi que les représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. Dans le cadre de cet entretien, les actions recommandées par la structure d'accrochage scolaire sont présentées et préparées pour leur mise en place.
5° Pour la mise en place des offres de cours, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au personnel, à l'équipement et aux locaux des institutions suivantes :
a. toutes les écoles secondaires et tous les instituts de formation scolaire continue, indépendamment du pouvoir organisateur;
b. les ZAWM. "
Art. 72. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.86 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.86 - Samenwerking met andere gespecialiseerde diensten
Zo nodig doet de time-outinstelling een beroep op de ondersteuning van de dienst voor jeugdbijstand.
Minstens één keer per schooljaar vindt een coördinatievergadering plaats voor de evaluatie en de bijsturing van de samenwerking :
1° tussen vertegenwoordigers van de dienst voor jeugdbijstand, de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand en de time-outinstelling;
2° tussen vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren en de time-outinstelling."
"Art. 93.86 - Samenwerking met andere gespecialiseerde diensten
Zo nodig doet de time-outinstelling een beroep op de ondersteuning van de dienst voor jeugdbijstand.
Minstens één keer per schooljaar vindt een coördinatievergadering plaats voor de evaluatie en de bijsturing van de samenwerking :
1° tussen vertegenwoordigers van de dienst voor jeugdbijstand, de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand en de time-outinstelling;
2° tussen vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren en de time-outinstelling."
Art. 72. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.86 rédigé comme suit :
" Art. 93.86 - Collaboration avec d'autres services spécialisés
En cas de besoin, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au soutien du service d'aide à la jeunesse.
Pour évaluer et adapter la coopération, une réunion de coordination est organisée, au moins une fois par année scolaire, entre
1° des représentants du service d'aide à la jeunesse, du service d'aide judiciaire à la jeunesse et de la structure d'accrochage scolaire;
2° des représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes et de la structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 93.86 - Collaboration avec d'autres services spécialisés
En cas de besoin, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au soutien du service d'aide à la jeunesse.
Pour évaluer et adapter la coopération, une réunion de coordination est organisée, au moins une fois par année scolaire, entre
1° des représentants du service d'aide à la jeunesse, du service d'aide judiciaire à la jeunesse et de la structure d'accrochage scolaire;
2° des représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes et de la structure d'accrochage scolaire. "
Art. 73. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.87 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.87 - Beroepsgeheim
De personeelsleden van de time-outinstelling zijn in het kader van de uitvoering van hun taken gebonden aan het beroepsgeheim. De artikelen 4.11 en 4.12 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren zijn van toepassing, waarbij onder 'centrum' de time-outinstelling moet worden verstaan."
"Art. 93.87 - Beroepsgeheim
De personeelsleden van de time-outinstelling zijn in het kader van de uitvoering van hun taken gebonden aan het beroepsgeheim. De artikelen 4.11 en 4.12 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren zijn van toepassing, waarbij onder 'centrum' de time-outinstelling moet worden verstaan."
Art. 73. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.87 rédigé comme suit :
" Art. 93.87- Secret professionnel
Les membres du personnel de la structure d'accrochage scolaire sont tenus au secret professionnel dans le cadre de l'exercice de leurs activités. Les articles 4.11 et 4.12 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes sont d'application; le "centre" devant s'entendre comme désignant la "structure d'accrochage scolaire". "
" Art. 93.87- Secret professionnel
Les membres du personnel de la structure d'accrochage scolaire sont tenus au secret professionnel dans le cadre de l'exercice de leurs activités. Les articles 4.11 et 4.12 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes sont d'application; le "centre" devant s'entendre comme désignant la "structure d'accrochage scolaire". "
Art. 74. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.88 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.88 - Inschrijving van de leerlingen
De jongeren vermeld in artikel 93.83 kunnen als regelmatige leerlingen in de time-outinstelling ingeschreven worden, indien ze op het tijdstip van de inschrijving aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° ze zijn leerplichtig;
2° ze zijn ten minste 12 jaar oud;
3° ze zijn ingeschreven in een school of instelling voor middenstandsopleidingen in de Duitstalige Gemeenschap of hebben hun woonplaats in de Duitstalige Gemeenschap;
4° in de in artikel 93.91 vermelde beslissing van de onderwijsinspectie wordt gepleit voor de inschrijving.
De onderwijsinspectie kan wegens uitzonderlijke omstandigheden in specifieke gevallen afwijken van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°.
De leerling die in de time-outinstelling ingeschreven is, blijft ook ingeschreven in de school of het ZAWM waar hij ingeschreven was tot op het ogenblik van zijn inschrijving in de time-outinstelling.
Door de time-outinstelling te bezoeken, voldoet de leerling aan de leerplicht."
"Art. 93.88 - Inschrijving van de leerlingen
De jongeren vermeld in artikel 93.83 kunnen als regelmatige leerlingen in de time-outinstelling ingeschreven worden, indien ze op het tijdstip van de inschrijving aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° ze zijn leerplichtig;
2° ze zijn ten minste 12 jaar oud;
3° ze zijn ingeschreven in een school of instelling voor middenstandsopleidingen in de Duitstalige Gemeenschap of hebben hun woonplaats in de Duitstalige Gemeenschap;
4° in de in artikel 93.91 vermelde beslissing van de onderwijsinspectie wordt gepleit voor de inschrijving.
De onderwijsinspectie kan wegens uitzonderlijke omstandigheden in specifieke gevallen afwijken van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°.
De leerling die in de time-outinstelling ingeschreven is, blijft ook ingeschreven in de school of het ZAWM waar hij ingeschreven was tot op het ogenblik van zijn inschrijving in de time-outinstelling.
Door de time-outinstelling te bezoeken, voldoet de leerling aan de leerplicht."
Art. 74. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.88 rédigé comme suit :
" Art. 93.88 - Inscription des élèves
Les jeunes visés à l'article 93.83 peuvent être inscrits en tant qu'élèves réguliers dans la structure d'accrochage scolaire si, au moment de ladite inscription, ils remplissent les conditions suivantes :
1° ils sont soumis à l'obligation scolaire;
2° ils sont âgés d'au moins douze ans;
3° ils sont inscrits dans un établissement scolaire ou de formation dans les classes moyennes en Communauté germanophone ou ils ont leur domicile en Communauté germanophone;
4° la décision de l'inspection scolaire mentionnée à l'article 93.91 préconise ladite inscription.
En raison de circonstances exceptionnelles, l'inspection scolaire peut, dans certains cas, déroger aux dispositions mentionnées à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
En outre, l'élève inscrit dans la structure d'accrochage scolaire reste inscrit dans l'école ou le ZAWM qu'il fréquentait au moment de l'inscription dans ladite structure.
L'élève satisfait à l'obligation scolaire s'il fréquente une structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 93.88 - Inscription des élèves
Les jeunes visés à l'article 93.83 peuvent être inscrits en tant qu'élèves réguliers dans la structure d'accrochage scolaire si, au moment de ladite inscription, ils remplissent les conditions suivantes :
1° ils sont soumis à l'obligation scolaire;
2° ils sont âgés d'au moins douze ans;
3° ils sont inscrits dans un établissement scolaire ou de formation dans les classes moyennes en Communauté germanophone ou ils ont leur domicile en Communauté germanophone;
4° la décision de l'inspection scolaire mentionnée à l'article 93.91 préconise ladite inscription.
En raison de circonstances exceptionnelles, l'inspection scolaire peut, dans certains cas, déroger aux dispositions mentionnées à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
En outre, l'élève inscrit dans la structure d'accrochage scolaire reste inscrit dans l'école ou le ZAWM qu'il fréquentait au moment de l'inscription dans ladite structure.
L'élève satisfait à l'obligation scolaire s'il fréquente une structure d'accrochage scolaire. "
Art. 75. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.89 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.89 - Aanvraag voor het geval dat de jongere in een school of een ZAWM ingeschreven is
§ 1 - Indien het hoofd van de school of het ZAWM waar de jongere ingeschreven is, hierna oorspronkelijke school te noemen, een inschrijving in de time-outinstelling noodzakelijk acht op grond van de criteria vermeld in artikel 93.83, organiseert het hoofd van die school of het ZAWM - na een eerste adviesgesprek tussen de betrokken personeelsleden die een bevorderingsambt of selectieambt bekleden, de coördinator van de time-outinstelling, een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren - een 'waar-staat-de-leerling-gesprek' met de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling, de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Externe deskundigen kunnen bij het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' betrokken worden.
De jongere kan tijdens of voor dat gesprek gehoord worden door één of meer personen die aan dat gesprek deelnemen, voor zover de personen belast met de opvoeding het daarmee eens zijn.
Het hoofd van de oorspronkelijke school is verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek'; dat verslag bevat het volgende :
1° de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
2° plaats en datum van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
3° doelstellingen;
4° denkpistes voor mogelijke oplossingen;
5° beslissing van de deelnemers;
6° lijst van de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school.
Het hoofd van de oorspronkelijke school stelt, in overleg met de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek', het verslag over dat gesprek op en zendt het binnen tien werkdagen aan hen toe.
§ 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, vraagt het hoofd van de oorspronkelijke school de schriftelijke toestemming van de personen belast met de opvoeding om een aanvraag in die zin in te dienen en om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen. Het hoofd van de oorspronkelijke school dient een aanvraag tot inschrijving in een time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling.
De aanvraag van het hoofd van de oorspronkelijke school bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° het standpunt van de klassenraad;
4° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
5° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
6° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
7° een kopie van het laatste rapport;
8° een overzichtslijst met alle leerkrachten van de leerling, met vermelding van het vak dat ze geven;
9° de mededeling van de aanspreekpartner in de oorspronkelijke school.
§ 3 - De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
Voor het bepalen van zijn standpunt kan de coördinator van de time-outinstelling zich laten adviseren door externe deskundigen.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op een inschrijving in de time-outinstelling."
"Art. 93.89 - Aanvraag voor het geval dat de jongere in een school of een ZAWM ingeschreven is
§ 1 - Indien het hoofd van de school of het ZAWM waar de jongere ingeschreven is, hierna oorspronkelijke school te noemen, een inschrijving in de time-outinstelling noodzakelijk acht op grond van de criteria vermeld in artikel 93.83, organiseert het hoofd van die school of het ZAWM - na een eerste adviesgesprek tussen de betrokken personeelsleden die een bevorderingsambt of selectieambt bekleden, de coördinator van de time-outinstelling, een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren - een 'waar-staat-de-leerling-gesprek' met de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling, de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Externe deskundigen kunnen bij het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' betrokken worden.
De jongere kan tijdens of voor dat gesprek gehoord worden door één of meer personen die aan dat gesprek deelnemen, voor zover de personen belast met de opvoeding het daarmee eens zijn.
Het hoofd van de oorspronkelijke school is verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek'; dat verslag bevat het volgende :
1° de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
2° plaats en datum van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
3° doelstellingen;
4° denkpistes voor mogelijke oplossingen;
5° beslissing van de deelnemers;
6° lijst van de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school.
Het hoofd van de oorspronkelijke school stelt, in overleg met de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek', het verslag over dat gesprek op en zendt het binnen tien werkdagen aan hen toe.
§ 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, vraagt het hoofd van de oorspronkelijke school de schriftelijke toestemming van de personen belast met de opvoeding om een aanvraag in die zin in te dienen en om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen. Het hoofd van de oorspronkelijke school dient een aanvraag tot inschrijving in een time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling.
De aanvraag van het hoofd van de oorspronkelijke school bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° het standpunt van de klassenraad;
4° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
5° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
6° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
7° een kopie van het laatste rapport;
8° een overzichtslijst met alle leerkrachten van de leerling, met vermelding van het vak dat ze geven;
9° de mededeling van de aanspreekpartner in de oorspronkelijke school.
§ 3 - De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
Voor het bepalen van zijn standpunt kan de coördinator van de time-outinstelling zich laten adviseren door externe deskundigen.
Het indienen van een aanvraag opent geen recht op een inschrijving in de time-outinstelling."
Art. 75. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.89 rédigé comme suit :
" Art. 93.89 - Introduction de la demande si le jeune est inscrit dans une école ou un ZAWM
§ 1er - Si le directeur d'une école ou d'un ZAWM où le jeune est inscrit - ci-après, " école d'origine " - considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire en vertu des critères mentionnés à l'article 93.83, il organise, après un premier entretien-conseil réunissant les membres du personnel concernés occupant une fonction de sélection ou de promotion, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, un entretien de situation avec les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, les membres du personnel concernés de l'école d'origine et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
Des experts externes peuvent être invités à participer à l'entretien de situation.
Pour autant que les personnes chargées de l'éducation soient d'accord, le jeune peut être entendu par l'un ou plusieurs participants à l'entretien de situation soit au cours de celui-ci, soit avant.
Le directeur de l'école d'origine est tenu d'établir un procès-verbal de l'entretien de situation qui contient les éléments suivants :
1° participants à l'entretien de situation;
2° lieu et date dudit entretien;
3° objectifs;
4° pistes de solution;
5° décision des participants;
6° liste des membres du personnel concernés de l'école d'origine.
Le directeur de l'école d'origine établit le procès-verbal de l'entretien de situation en concertation avec les participants audit entretien et leur envoie celui-ci dans un délai de dix jours ouvrables.
§ 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, le directeur de l'école d'origine demande l'accord écrit des personnes chargées de l'éducation pour pouvoir introduire la demande et solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°. Le directeur de l'école d'origine introduit une demande d'inscription dans une structure d'accrochage scolaire auprès du coordinateur de cette dernière.
La demande du directeur de l'école d'origine contient :
1° les données de contact de l'élève;
2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° la prise de position adoptée par le conseil de classe;
4° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
5° le procès-verbal de l'entretien de situation;
6° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
7° une copie du dernier bulletin;
8° une liste récapitulative reprenant tous les enseignants de l'élève ainsi que leurs matières;
9° les informations concernant le correspondant au sein de l'école d'origine.
§ 3 - Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
Lors de sa prise de position, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire peut demander l'avis d'experts externes.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à l'inscription dans la structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 93.89 - Introduction de la demande si le jeune est inscrit dans une école ou un ZAWM
§ 1er - Si le directeur d'une école ou d'un ZAWM où le jeune est inscrit - ci-après, " école d'origine " - considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire en vertu des critères mentionnés à l'article 93.83, il organise, après un premier entretien-conseil réunissant les membres du personnel concernés occupant une fonction de sélection ou de promotion, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, un entretien de situation avec les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, les membres du personnel concernés de l'école d'origine et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
Des experts externes peuvent être invités à participer à l'entretien de situation.
Pour autant que les personnes chargées de l'éducation soient d'accord, le jeune peut être entendu par l'un ou plusieurs participants à l'entretien de situation soit au cours de celui-ci, soit avant.
Le directeur de l'école d'origine est tenu d'établir un procès-verbal de l'entretien de situation qui contient les éléments suivants :
1° participants à l'entretien de situation;
2° lieu et date dudit entretien;
3° objectifs;
4° pistes de solution;
5° décision des participants;
6° liste des membres du personnel concernés de l'école d'origine.
Le directeur de l'école d'origine établit le procès-verbal de l'entretien de situation en concertation avec les participants audit entretien et leur envoie celui-ci dans un délai de dix jours ouvrables.
§ 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, le directeur de l'école d'origine demande l'accord écrit des personnes chargées de l'éducation pour pouvoir introduire la demande et solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°. Le directeur de l'école d'origine introduit une demande d'inscription dans une structure d'accrochage scolaire auprès du coordinateur de cette dernière.
La demande du directeur de l'école d'origine contient :
1° les données de contact de l'élève;
2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° la prise de position adoptée par le conseil de classe;
4° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
5° le procès-verbal de l'entretien de situation;
6° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
7° une copie du dernier bulletin;
8° une liste récapitulative reprenant tous les enseignants de l'élève ainsi que leurs matières;
9° les informations concernant le correspondant au sein de l'école d'origine.
§ 3 - Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
Lors de sa prise de position, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire peut demander l'avis d'experts externes.
L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à l'inscription dans la structure d'accrochage scolaire. "
Art. 76. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.90 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.90 - Aanvraag voor het geval dat de jongere niet meer in een school of een ZAWM ingeschreven is
§ 1 - Indien de jongere die voldoet aan de criteria vermeld in artikel 93.83 in geen enkele school of geen enkel ZAWM in de Duitstalige Gemeenschap meer ingeschreven is en de onderwijsinspectie een inschrijving in een time-outinstelling noodzakelijk acht, organiseert de onderwijsinspectie - op eigen initiatief of op verzoek van de personen belast met de opvoeding of op verzoek van andere instellingen - een 'waar-staat-de-leerlinggesprek' waaraan de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen.
De onderwijsinspectie kan externe deskundigen en de betrokken personeelsleden van de school of het ZAWM waar de jongere het laatst ingeschreven was, bij het gesprek betrekken.
Artikel 93.89, § 1, derde tot vijfde lid, is van toepassing, waarbij de coördinator verantwoordelijk is voor het opstellen van het verslag.
§ 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, dienen de personen belast met de opvoeding de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling en geven ze hun schriftelijke toestemming om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen.
De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de aanvraag en de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
4° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
5° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
6° een kopie van het laatste rapport."
"Art. 93.90 - Aanvraag voor het geval dat de jongere niet meer in een school of een ZAWM ingeschreven is
§ 1 - Indien de jongere die voldoet aan de criteria vermeld in artikel 93.83 in geen enkele school of geen enkel ZAWM in de Duitstalige Gemeenschap meer ingeschreven is en de onderwijsinspectie een inschrijving in een time-outinstelling noodzakelijk acht, organiseert de onderwijsinspectie - op eigen initiatief of op verzoek van de personen belast met de opvoeding of op verzoek van andere instellingen - een 'waar-staat-de-leerlinggesprek' waaraan de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen.
De onderwijsinspectie kan externe deskundigen en de betrokken personeelsleden van de school of het ZAWM waar de jongere het laatst ingeschreven was, bij het gesprek betrekken.
Artikel 93.89, § 1, derde tot vijfde lid, is van toepassing, waarbij de coördinator verantwoordelijk is voor het opstellen van het verslag.
§ 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, dienen de personen belast met de opvoeding de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling en geven ze hun schriftelijke toestemming om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen.
De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de aanvraag en de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
4° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
5° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
6° een kopie van het laatste rapport."
Art. 76. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.90 rédigé comme suit :
" Art. 93.90 - Introduction de la demande si le jeune n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM
§ 1er - Si le jeune qui remplit les critères mentionnés à l'article 93.83 n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM en Communauté germanophone, et que l'inspection scolaire considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire, cette dernière organise, de sa propre initiative ou à la demande des personnes chargées de l'éducation ou d'autres établissements, un entretien de situation réunissant les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
L'inspection scolaire peut faire appel à des experts externes et aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM où le jeune était inscrit en dernier lieu.
L'article 93.89, § 1er, alinéas 3 à 5, s'applique, le coordinateur étant responsable de l'établissement du procès-verbal.
§ 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande d'inscription dans ladite structure auprès du coordinateur de celle-ci et donnent leur accord écrit pour solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°.
Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
1° les données de contact de l'élève;
2° la demande et l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
4° le procès-verbal de l'entretien de situation;
5° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
6° une copie du dernier bulletin. "
" Art. 93.90 - Introduction de la demande si le jeune n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM
§ 1er - Si le jeune qui remplit les critères mentionnés à l'article 93.83 n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM en Communauté germanophone, et que l'inspection scolaire considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire, cette dernière organise, de sa propre initiative ou à la demande des personnes chargées de l'éducation ou d'autres établissements, un entretien de situation réunissant les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
L'inspection scolaire peut faire appel à des experts externes et aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM où le jeune était inscrit en dernier lieu.
L'article 93.89, § 1er, alinéas 3 à 5, s'applique, le coordinateur étant responsable de l'établissement du procès-verbal.
§ 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande d'inscription dans ladite structure auprès du coordinateur de celle-ci et donnent leur accord écrit pour solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°.
Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
1° les données de contact de l'élève;
2° la demande et l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
4° le procès-verbal de l'entretien de situation;
5° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
6° une copie du dernier bulletin. "
Art. 77. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.91 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.91 - Beslissing van de onderwijsinspectie
Binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling neemt de onderwijsinspectie een beslissing over de opvang van de leerling in de time-outinstelling; in die beslissing legt ze de inschrijvingsdatum en de verblijfsduur vast. Bij stilzwijgen wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
Binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing werd genomen, wordt de beslissing van de onderwijsinspectie per gewone brief meegedeeld aan:
1° het hoofd van de oorspronkelijke school, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.89 geschied is, waarbij het hoofd van de oorspronkelijke school de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding en van de coördinator van de time-outinstelling;
2° de coördinator van de time-outinstelling, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.90 geschied is, waarbij die coördinator de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding.
Indien de aanvraag bij stilzwijgen als goedgekeurd wordt beschouwd, is de inschrijvingsdatum de eerste schooldag die volgt op het verstrijken van de termijn vermeld in het eerste lid en stemt de verblijfsduur overeen met de duur die in de aanvraag werd voorgesteld."
"Art. 93.91 - Beslissing van de onderwijsinspectie
Binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling neemt de onderwijsinspectie een beslissing over de opvang van de leerling in de time-outinstelling; in die beslissing legt ze de inschrijvingsdatum en de verblijfsduur vast. Bij stilzwijgen wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
Binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing werd genomen, wordt de beslissing van de onderwijsinspectie per gewone brief meegedeeld aan:
1° het hoofd van de oorspronkelijke school, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.89 geschied is, waarbij het hoofd van de oorspronkelijke school de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding en van de coördinator van de time-outinstelling;
2° de coördinator van de time-outinstelling, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.90 geschied is, waarbij die coördinator de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding.
Indien de aanvraag bij stilzwijgen als goedgekeurd wordt beschouwd, is de inschrijvingsdatum de eerste schooldag die volgt op het verstrijken van de termijn vermeld in het eerste lid en stemt de verblijfsduur overeen met de duur die in de aanvraag werd voorgesteld."
Art. 77. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.91 rédigé comme suit :
" Art. 93.91 - Décision de l'inspection scolaire
Dans un délai de dix jours ouvrables après réception de la demande d'inscription dans la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire statue sur l'admission de l'élève au sein de ladite structure; la décision précise la date de l'inscription ainsi que la durée de la fréquentation. A défaut, la demande est censée être approuvée. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
Dans un délai de trois jours ouvrables suivant la prise de décision, l'inspection scolaire transmet celle-ci par simple courrier :
1° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.89, au directeur de l'école d'origine qui en informe les personnes chargées de l'éducation et le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire;
2° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.90, au coordinateur de la structure d'accrochage scolaire qui en informe les personnes chargées de l'éducation.
Si la demande est approuvée par acceptation tacite, la date de l'inscription correspond au premier jour d'école qui suit le terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, et la durée de fréquentation, à celle proposée dans ladite demande.
" Art. 93.91 - Décision de l'inspection scolaire
Dans un délai de dix jours ouvrables après réception de la demande d'inscription dans la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire statue sur l'admission de l'élève au sein de ladite structure; la décision précise la date de l'inscription ainsi que la durée de la fréquentation. A défaut, la demande est censée être approuvée. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
Dans un délai de trois jours ouvrables suivant la prise de décision, l'inspection scolaire transmet celle-ci par simple courrier :
1° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.89, au directeur de l'école d'origine qui en informe les personnes chargées de l'éducation et le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire;
2° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.90, au coordinateur de la structure d'accrochage scolaire qui en informe les personnes chargées de l'éducation.
Si la demande est approuvée par acceptation tacite, la date de l'inscription correspond au premier jour d'école qui suit le terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, et la durée de fréquentation, à celle proposée dans ladite demande.
Art. 78. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.92 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.92 - Verlenging van het verblijf en voortijdige beëindiging
Op aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling kan de onderwijsinspectie het verblijf van de jongere in de time-outinstelling overeenkomstig artikel 93.91 verlengen. De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° een actuele stand van zaken van de time-outinstelling;
4° de gegevens over de vermoedelijke verlenging van de verblijfsduur in de time-outinstelling.
In overleg met de adviseurs voor bevorderingspedagogiek en met de personen belast met de opvoeding kan de coördinator de deelneming van een leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling voortijdig beëindigen. Hij licht de onderwijsinspectie schriftelijk in over de voortijdige beëindiging en bezorgt de onderwijsinspectie een gemotiveerd eindverslag. Het lid is niet van toepassing in geval van wangedrag van de leerling."
"Art. 93.92 - Verlenging van het verblijf en voortijdige beëindiging
Op aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling kan de onderwijsinspectie het verblijf van de jongere in de time-outinstelling overeenkomstig artikel 93.91 verlengen. De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
1° de contactgegevens van de leerling;
2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
3° een actuele stand van zaken van de time-outinstelling;
4° de gegevens over de vermoedelijke verlenging van de verblijfsduur in de time-outinstelling.
In overleg met de adviseurs voor bevorderingspedagogiek en met de personen belast met de opvoeding kan de coördinator de deelneming van een leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling voortijdig beëindigen. Hij licht de onderwijsinspectie schriftelijk in over de voortijdige beëindiging en bezorgt de onderwijsinspectie een gemotiveerd eindverslag. Het lid is niet van toepassing in geval van wangedrag van de leerling."
Art. 78. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.92 rédigé comme suit :
" Art. 93.92 - Prolongation de la fréquentation et fin prématurée
A la demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire peut, conformément à l'article 93.91, prolonger la durée de fréquentation de ladite structure par le jeune. La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
1° les données de contact de l'élève;
2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° un rapport de situation actualisé, établi par la structure d'accrochage scolaire;
4° les informations concernant les perspectives d'une prolongation de la durée de fréquentation de la structure d'accrochage scolaire.
En concertation avec les conseillers en pédagogie de soutien et les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur peut mettre fin prématurément à la scolarisation d'un élève dans la structure d'accrochage scolaire. Il informe l'inspection scolaire par écrit de la fin prématurée et lui remet un rapport de clôture motivé. L'alinéa ne s'applique pas en cas de mauvais comportements de l'élève. "
" Art. 93.92 - Prolongation de la fréquentation et fin prématurée
A la demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire peut, conformément à l'article 93.91, prolonger la durée de fréquentation de ladite structure par le jeune. La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
1° les données de contact de l'élève;
2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
3° un rapport de situation actualisé, établi par la structure d'accrochage scolaire;
4° les informations concernant les perspectives d'une prolongation de la durée de fréquentation de la structure d'accrochage scolaire.
En concertation avec les conseillers en pédagogie de soutien et les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur peut mettre fin prématurément à la scolarisation d'un élève dans la structure d'accrochage scolaire. Il informe l'inspection scolaire par écrit de la fin prématurée et lui remet un rapport de clôture motivé. L'alinéa ne s'applique pas en cas de mauvais comportements de l'élève. "
Art. 79. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.93 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.93 - Uitsluiting en tijdelijke verwijdering uit de time-outinstelling
Overeenkomstig de artikelen 42 tot 45 kan de coördinator van de time-outinstelling leerlingen uitsluiten uit de time-outinstelling of tijdelijk uit de time-outinstelling verwijderen.
Als de jongere door de dienst voor jeugdbijstand of door de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand begeleid wordt, wordt overleg gepleegd met die bevoegde dienst en met een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren; dat overleg geschiedt voordat de in artikel 45 vermelde procedure bij tijdelijke verwijdering en bij uitsluiting uit de school wordt gevolgd. De uitnodiging voor dat overleg gaat uit van de coördinator."
"Art. 93.93 - Uitsluiting en tijdelijke verwijdering uit de time-outinstelling
Overeenkomstig de artikelen 42 tot 45 kan de coördinator van de time-outinstelling leerlingen uitsluiten uit de time-outinstelling of tijdelijk uit de time-outinstelling verwijderen.
Als de jongere door de dienst voor jeugdbijstand of door de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand begeleid wordt, wordt overleg gepleegd met die bevoegde dienst en met een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren; dat overleg geschiedt voordat de in artikel 45 vermelde procedure bij tijdelijke verwijdering en bij uitsluiting uit de school wordt gevolgd. De uitnodiging voor dat overleg gaat uit van de coördinator."
Art. 79. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.93 rédigé comme suit :
" Art. 93.93 - Renvoi et exclusion temporaire de la structure d'accrochage scolaire
Le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire a la possibilité de renvoyer des élèves conformément aux articles 42 à 45 ou de prononcer une exclusion temporaire du programme.
Si le jeune est encadré par le service d'aide à la jeunesse ou le service d'aide judiciaire à la jeunesse, une concertation a lieu entre ledit service compétent et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes; cette concertation se tient avant l'application de la procédure mentionnée à l'article 45 dans le cas d'une exclusion temporaire et est convoquée par le coordinateur. "
" Art. 93.93 - Renvoi et exclusion temporaire de la structure d'accrochage scolaire
Le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire a la possibilité de renvoyer des élèves conformément aux articles 42 à 45 ou de prononcer une exclusion temporaire du programme.
Si le jeune est encadré par le service d'aide à la jeunesse ou le service d'aide judiciaire à la jeunesse, une concertation a lieu entre ledit service compétent et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes; cette concertation se tient avant l'application de la procédure mentionnée à l'article 45 dans le cas d'une exclusion temporaire et est convoquée par le coordinateur. "
Art. 80. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.94 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.94 - Organisatie van de lessen
Het onderwijs in de time-outinstelling kan:
1° sociaal-pedagogische maatregelen, lessen in algemene, technische en beroepsvakken omvatten en aangevuld worden met stages;
2° georganiseerd worden per vak of vakoverschrijdend, in het kader van onderwijseenheden en in het kader van het sociaal-pedagogisch leeraanbod.
Het onderwijs in de time-outinstelling wordt verstrekt op de schooldagen bepaald in hoofdstuk VI, met uitzondering van de stages, die tijdens de schoolvakanties van het schooljaar mogen plaatsvinden."
"Art. 93.94 - Organisatie van de lessen
Het onderwijs in de time-outinstelling kan:
1° sociaal-pedagogische maatregelen, lessen in algemene, technische en beroepsvakken omvatten en aangevuld worden met stages;
2° georganiseerd worden per vak of vakoverschrijdend, in het kader van onderwijseenheden en in het kader van het sociaal-pedagogisch leeraanbod.
Het onderwijs in de time-outinstelling wordt verstrekt op de schooldagen bepaald in hoofdstuk VI, met uitzondering van de stages, die tijdens de schoolvakanties van het schooljaar mogen plaatsvinden."
Art. 80. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.94 rédigé comme suit :
" Art. 93.94 - Organisation des études
L'enseignement dispensé au sein de la structure d'accrochage scolaire peut :
1° comprendre des mesures sociopédagogiques, des cours généraux, techniques et professionnels et être complété par des stages;
2° être organisé au niveau disciplinaire ou interdisciplinaire dans le cadre d'unités d'enseignement ainsi que d'offres d'apprentissage sociopédagogique.
L'enseignement dispensé dans la structure d'accrochage scolaire se déroule les jours de cours fixés conformément au chapitre VI, à l'exception des stages qui peuvent être effectués pendant les vacances scolaires d'une année scolaire. "
" Art. 93.94 - Organisation des études
L'enseignement dispensé au sein de la structure d'accrochage scolaire peut :
1° comprendre des mesures sociopédagogiques, des cours généraux, techniques et professionnels et être complété par des stages;
2° être organisé au niveau disciplinaire ou interdisciplinaire dans le cadre d'unités d'enseignement ainsi que d'offres d'apprentissage sociopédagogique.
L'enseignement dispensé dans la structure d'accrochage scolaire se déroule les jours de cours fixés conformément au chapitre VI, à l'exception des stages qui peuvent être effectués pendant les vacances scolaires d'une année scolaire. "
Art. 81. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.95 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.95 - Time-outinstelling
Een time-outinstelling mag opgericht en gesubsidieerd worden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° de time-outinstelling is verbonden aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school;
2° ze telt op 15 november van het betrokken schooljaar op zijn minst drie leerlingen.
Als de time-outinstelling niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, wordt ze vanaf 16 november gesloten of, naargelang van het geval, niet langer gesubsidieerd en zijn de loon- en werkingskosten tot 15 november voor rekening van de inrichtende macht.
Op verzoek van de onderwijsinspectie kan de Regering een afwijking van de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, toekennen; die afwijking geldt alleen voor het betrokken schooljaar.
De time-outinstelling wordt geleid door het hoofd van de school waaraan de time-outinstelling verbonden is."
"Art. 93.95 - Time-outinstelling
Een time-outinstelling mag opgericht en gesubsidieerd worden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° de time-outinstelling is verbonden aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school;
2° ze telt op 15 november van het betrokken schooljaar op zijn minst drie leerlingen.
Als de time-outinstelling niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, wordt ze vanaf 16 november gesloten of, naargelang van het geval, niet langer gesubsidieerd en zijn de loon- en werkingskosten tot 15 november voor rekening van de inrichtende macht.
Op verzoek van de onderwijsinspectie kan de Regering een afwijking van de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, toekennen; die afwijking geldt alleen voor het betrokken schooljaar.
De time-outinstelling wordt geleid door het hoofd van de school waaraan de time-outinstelling verbonden is."
Art. 81. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.95 rédigé comme suit :
" Art. 93.95 - Structure d'accrochage scolaire
Une structure d'accrochage scolaire peut être créée ou subventionnée aux conditions suivantes :
1° ladite structure dépend d'une école fondamentale et secondaire spécialisée;
2° elle compte au moins trois élèves au 15 novembre de l'année scolaire concernée.
Si la structure d'accrochage scolaire ne remplit pas les conditions mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, elle est, à partir du 16 novembre, fermée ou, selon le cas, elle n'est plus subventionnée, et le pouvoir organisateur prend les frais de traitement et de fonctionnement en charge jusqu'au 15 novembre.
A la demande de l'inspection scolaire, le Gouvernement peut accorder une dérogation à la condition mentionnée à l'alinéa 1er, 2°, qui ne sera valable que pour l'année scolaire concernée.
La direction de la structure d'accrochage scolaire est assurée par le directeur de l'école à laquelle elle est rattachée. "
" Art. 93.95 - Structure d'accrochage scolaire
Une structure d'accrochage scolaire peut être créée ou subventionnée aux conditions suivantes :
1° ladite structure dépend d'une école fondamentale et secondaire spécialisée;
2° elle compte au moins trois élèves au 15 novembre de l'année scolaire concernée.
Si la structure d'accrochage scolaire ne remplit pas les conditions mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, elle est, à partir du 16 novembre, fermée ou, selon le cas, elle n'est plus subventionnée, et le pouvoir organisateur prend les frais de traitement et de fonctionnement en charge jusqu'au 15 novembre.
A la demande de l'inspection scolaire, le Gouvernement peut accorder une dérogation à la condition mentionnée à l'alinéa 1er, 2°, qui ne sera valable que pour l'année scolaire concernée.
La direction de la structure d'accrochage scolaire est assurée par le directeur de l'école à laquelle elle est rattachée. "
Art. 82. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 93.96 ingevoegd, luidende :
"Art. 93.96 - Betrekkingenpakket
De time-outinstelling krijgt vier betrekkingen in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en een betrekking in het ambt van coördinator van een time-outinstelling.
De school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was, ontvangt het lestijdenpakket. Als de jongere op het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling een leerovereenkomst had, blijft hij meetellen voor de klassennormen van de ZAWM's.
De middelen voor pedagogische doeleinden of, naargelang van het geval, de middelen tot verlaging van de schoolkosten gaan naar de school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was."
"Art. 93.96 - Betrekkingenpakket
De time-outinstelling krijgt vier betrekkingen in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en een betrekking in het ambt van coördinator van een time-outinstelling.
De school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was, ontvangt het lestijdenpakket. Als de jongere op het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling een leerovereenkomst had, blijft hij meetellen voor de klassennormen van de ZAWM's.
De middelen voor pedagogische doeleinden of, naargelang van het geval, de middelen tot verlaging van de schoolkosten gaan naar de school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was."
Art. 82. Dans le même chapitre, il est inséré un article 93.96 rédigé comme suit :
" Art. 93.96 - Capital emplois
La structure d'accrochage scolaire reçoit quatre emplois dans la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale ou secondaire spécialisée et un emploi dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire.
Ce capital emplois revient à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire. Si, à ce moment, le jeune était sous contrat d'apprentissage, il continue à compter dans les normes de classe des ZAWM.
Les moyens financiers pour les objectifs pédagogiques ou, selon le cas, la réduction des frais scolaires reviennent à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 93.96 - Capital emplois
La structure d'accrochage scolaire reçoit quatre emplois dans la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale ou secondaire spécialisée et un emploi dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire.
Ce capital emplois revient à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire. Si, à ce moment, le jeune était sous contrat d'apprentissage, il continue à compter dans les normes de classe des ZAWM.
Les moyens financiers pour les objectifs pédagogiques ou, selon le cas, la réduction des frais scolaires reviennent à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire. "
Art. 83. In artikel 96 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 11 mei 2009 en 25 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 19° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 20° en 21°, luidende :
"20° de taken te vervullen die bijdragen tot de schoolontwikkeling in de zin van het model en de schoolontwikkelingsdoelen om de kwaliteit continu te verbeteren;
21° de middenmanager te belasten met operatieve managementtaken inzake schoolorganisatie en met strategische taken inzake school- en onderwijsontwikkeling."
1° in de bepaling onder 19° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 20° en 21°, luidende :
"20° de taken te vervullen die bijdragen tot de schoolontwikkeling in de zin van het model en de schoolontwikkelingsdoelen om de kwaliteit continu te verbeteren;
21° de middenmanager te belasten met operatieve managementtaken inzake schoolorganisatie en met strategische taken inzake school- en onderwijsontwikkeling."
Art. 83. A l'article 96 du même décret, modifié par les décrets des 11 mai 2009 et 25 octobre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 19°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par les 20° et 21° rédigés comme suit :
" 20° assurer les missions qui contribuent au développement scolaire au sens du schéma directeur et aux objectifs de développement scolaire pour l'amélioration continue de la qualité,
21° mandater les cadres intermédiaires en ce qui concerne les missions opératives de gestion dans l'organisation de l'école et les missions stratégiques dans le développement de l'école et de l'enseignement. "
1° dans le 19°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par les 20° et 21° rédigés comme suit :
" 20° assurer les missions qui contribuent au développement scolaire au sens du schéma directeur et aux objectifs de développement scolaire pour l'amélioration continue de la qualité,
21° mandater les cadres intermédiaires en ce qui concerne les missions opératives de gestion dans l'organisation de l'école et les missions stratégiques dans le développement de l'école et de l'enseignement. "
Art. 84. Artikel 96.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 96.2 - Middenmanager van een gewone secundaire school
De operatieve en strategische taken van de middenmanager van een gewone secundaire school omvatten vooral het volgende :
1° adviesverlening aan en ondersteuning van de schoolleiding en het lerarenkorps inzake schoolontwikkeling;
2° ondersteuning van de schoolleiding bij managementtaken op het gebied van schoolorganisatie en organisatie- en personeelsontwikkeling;
3° conceptuele planning, structurerende planning en kennismanagement voor schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
4° verandermanagement door het initiëren, coördineren en sturen van schoolontwikkelingsprocessen, in het bijzonder op het gebied van onderwijsontwikkeling;
5° kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitsbewaking, in het bijzonder het documenteren en evalueren van schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
6° opbouwen, ondersteunen, leiden en begeleiden van lerarenteams en werkgroepen;
7° waarborgen van een praktijkgerichte kennistransfer tussen de schoolleiding en het lerarenkorps;
8° coördinatie en uitbouw van een netwerk van alle schoolorganen;
9° organisatie van voortgezette opleidingen binnen de school en leiden van doelgerichte pedagogische vergaderingen;
10° ontwikkeling van organisatorische ondersteuningsmogelijkheden om de werkomstandigheden en werkresultaten in het dagelijks leven op school te verbeteren;
11° overdracht van praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek."
"Art. 96.2 - Middenmanager van een gewone secundaire school
De operatieve en strategische taken van de middenmanager van een gewone secundaire school omvatten vooral het volgende :
1° adviesverlening aan en ondersteuning van de schoolleiding en het lerarenkorps inzake schoolontwikkeling;
2° ondersteuning van de schoolleiding bij managementtaken op het gebied van schoolorganisatie en organisatie- en personeelsontwikkeling;
3° conceptuele planning, structurerende planning en kennismanagement voor schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
4° verandermanagement door het initiëren, coördineren en sturen van schoolontwikkelingsprocessen, in het bijzonder op het gebied van onderwijsontwikkeling;
5° kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitsbewaking, in het bijzonder het documenteren en evalueren van schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
6° opbouwen, ondersteunen, leiden en begeleiden van lerarenteams en werkgroepen;
7° waarborgen van een praktijkgerichte kennistransfer tussen de schoolleiding en het lerarenkorps;
8° coördinatie en uitbouw van een netwerk van alle schoolorganen;
9° organisatie van voortgezette opleidingen binnen de school en leiden van doelgerichte pedagogische vergaderingen;
10° ontwikkeling van organisatorische ondersteuningsmogelijkheden om de werkomstandigheden en werkresultaten in het dagelijks leven op school te verbeteren;
11° overdracht van praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek."
Art. 84. L'article 96.2 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 96.2 - Cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire
Les missions opératives et stratégiques du cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire consistent notamment à :
1° conseiller et soutenir la direction de l'école et le corps professoral dans le développement scolaire;
2° soutenir la direction de l'école dans ses missions de gestion en termes d'organisation scolaire et de développement du personnel;
3° planifier de manière conceptuelle et structurée ainsi que gérer les connaissances pour les processus de développement propres à l'établissement;
4° gérer les changements par l'initiation, la coordination et le contrôle des processus des parcours de développement scolaire, notamment dans le domaine du développement de l'enseignement;
5° développer et garantir la qualité, notamment par la documentation et l'évaluation des processus de développement propres à l'établissement scolaire;
6° constituer, soutenir, animer et guider des équipes professorales et des groupes de travail;
7° garantir un transfert des connaissances axé sur la pratique entre la direction de l'école et le corps professoral;
8° coordonner et mettre en réseau tous les organes scolaires;
9° organiser des formations continuées propres à l'établissement et animer des journées pédagogiques ciblées;
10° développer des offres de soutien organisationnelles destinées à améliorer au quotidien les conditions de travail et les résultats du travail accompli dans l'école;
11° transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique. "
" Art. 96.2 - Cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire
Les missions opératives et stratégiques du cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire consistent notamment à :
1° conseiller et soutenir la direction de l'école et le corps professoral dans le développement scolaire;
2° soutenir la direction de l'école dans ses missions de gestion en termes d'organisation scolaire et de développement du personnel;
3° planifier de manière conceptuelle et structurée ainsi que gérer les connaissances pour les processus de développement propres à l'établissement;
4° gérer les changements par l'initiation, la coordination et le contrôle des processus des parcours de développement scolaire, notamment dans le domaine du développement de l'enseignement;
5° développer et garantir la qualité, notamment par la documentation et l'évaluation des processus de développement propres à l'établissement scolaire;
6° constituer, soutenir, animer et guider des équipes professorales et des groupes de travail;
7° garantir un transfert des connaissances axé sur la pratique entre la direction de l'école et le corps professoral;
8° coordonner et mettre en réseau tous les organes scolaires;
9° organiser des formations continuées propres à l'établissement et animer des journées pédagogiques ciblées;
10° développer des offres de soutien organisationnelles destinées à améliorer au quotidien les conditions de travail et les résultats du travail accompli dans l'école;
11° transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique. "
Art. 85. Artikel 97 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een § 5, luidende :
" § 5 - In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de coördinator van een time-outinstelling de volgende taken :
1° de aanschaf van didactisch materiaal voor de time-outinstelling coördineren;
2° nieuwe medewerkers in een time-outinstelling verwelkomen en bijdragen tot hun snelle integratie;
3° samenwerken met de vertegenwoordigers van de scholen of instellingen voor middenstandsopleidingen;
4° samenwerken met relevante instellingen en externe deskundigen;
5° advies verlenen aan leerlingen en personen belast met hun opvoeding;
6° zich permanent bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
7° conflicten beslechten en de kwaliteit van het teamwerk handhaven;
8° ontwikkelingsprocessen die specifiek zijn voor time-outinstellingen documenteren en evalueren en praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek doorgeven;
9° het schoolhoofd ondersteunen bij het bewaken van de kwaliteit van het pedagogische en psychosociale aanbod van de time-outinstelling."
" § 5 - In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de coördinator van een time-outinstelling de volgende taken :
1° de aanschaf van didactisch materiaal voor de time-outinstelling coördineren;
2° nieuwe medewerkers in een time-outinstelling verwelkomen en bijdragen tot hun snelle integratie;
3° samenwerken met de vertegenwoordigers van de scholen of instellingen voor middenstandsopleidingen;
4° samenwerken met relevante instellingen en externe deskundigen;
5° advies verlenen aan leerlingen en personen belast met hun opvoeding;
6° zich permanent bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
7° conflicten beslechten en de kwaliteit van het teamwerk handhaven;
8° ontwikkelingsprocessen die specifiek zijn voor time-outinstellingen documenteren en evalueren en praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek doorgeven;
9° het schoolhoofd ondersteunen bij het bewaken van de kwaliteit van het pedagogische en psychosociale aanbod van de time-outinstelling."
Art. 85. L'article 97 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un § 5 rédigé comme suit :
" § 5 - Par dérogation au § 1er, la mission du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire consiste à :
1° coordonner l'acquisition de matériel didactique pour la structure d'accrochage scolaire;
2° accueillir de nouveaux collaborateurs au sein de la structure d'accrochage scolaire et contribuer à leur intégration rapide;
3° coopérer avec les représentants des établissements scolaires et de formation des classes moyennes;
4° coopérer avec des institutions pertinentes et des experts externes;
5° conseiller les élèves et les personnes chargées de leur éducation;
6° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
7° aplanir les conflits et garantir la qualité du travail en équipe;
8° documenter et évaluer les processus de développement propres à la structure d'accrochage scolaire et transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique;
9° soutenir le chef d'établissement pour garantir la qualité des offres pédagogiques et psychosociales de la structure d'accrochage scolaire. "
" § 5 - Par dérogation au § 1er, la mission du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire consiste à :
1° coordonner l'acquisition de matériel didactique pour la structure d'accrochage scolaire;
2° accueillir de nouveaux collaborateurs au sein de la structure d'accrochage scolaire et contribuer à leur intégration rapide;
3° coopérer avec les représentants des établissements scolaires et de formation des classes moyennes;
4° coopérer avec des institutions pertinentes et des experts externes;
5° conseiller les élèves et les personnes chargées de leur éducation;
6° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
7° aplanir les conflits et garantir la qualité du travail en équipe;
8° documenter et évaluer les processus de développement propres à la structure d'accrochage scolaire et transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique;
9° soutenir le chef d'établissement pour garantir la qualité des offres pédagogiques et psychosociales de la structure d'accrochage scolaire. "
Art. 86. Hoofdstuk XII van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een artikel 123sexies, luidende :
"Art. 123sexies - Leerlingen die in het schooljaar 2017-2018 begeleid werden in het kader van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen worden op 1 september 2018 ingeschreven in de time-outinstelling en de duur van het verblijf in de time-outinstelling stemt overeen met de duur die vóór die inschrijving was vastgelegd."
"Art. 123sexies - Leerlingen die in het schooljaar 2017-2018 begeleid werden in het kader van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen worden op 1 september 2018 ingeschreven in de time-outinstelling en de duur van het verblijf in de time-outinstelling stemt overeen met de duur die vóór die inschrijving was vastgelegd."
Art. 86. Dans le chapitre XII du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 123sexies rédigé comme suit :
" Art. 123sexies - Les élèves qui, au cours de l'année scolaire 2017-2018, ont été suivis dans le cadre de la mission mentionnée à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées, seront inscrits dans la structure d'accrochage scolaire au 1er septembre 2018, et la durée de la fréquentation correspondra à celle qui avait été fixée avant ladite inscription. "
" Art. 123sexies - Les élèves qui, au cours de l'année scolaire 2017-2018, ont été suivis dans le cadre de la mission mentionnée à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées, seront inscrits dans la structure d'accrochage scolaire au 1er septembre 2018, et la durée de la fréquentation correspondra à celle qui avait été fixée avant ladite inscription. "
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum
CHAPITRE 18. - Modification du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné
Art. 87. In artikel 53, vierde lid, van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, worden de woorden "of in het ambt van coördinator voor bevorderingspedagogiek" vervangen door de woorden ", in het ambt van coördinator voor bevorderingspedagogiek of in het ambt van hoofdsecretaris".
Art. 87. Dans l'article 53, alinéa 4, du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné, inséré par le décret du 29 juin 2015 et modifié par le décret du 26 juin 2017, les mots " ou dans la fonction de coordinateur en pédagogie de soutien " sont remplacés par les mots " , de coordinateur en pédagogie de soutien ou de secrétaire en chef ".
Art. 88. In het opschrift van hoofdstuk IVter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinatoren" vervangen door het woord "middenmanagers".
Art. 88. Dans l'intitulé du chapitre IVter du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 89. In artikel 62.13 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"Artikel 62.6, §§ 2 en 3, artikel 62.7, §§ 1 en 2, artikel 62.8 en de artikelen 62.10 tot 62.12 zijn van toepassing op de middenmanager."
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" telkens vervangen door het woord "middenmanager";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"Artikel 62.6, §§ 2 en 3, artikel 62.7, §§ 1 en 2, artikel 62.8 en de artikelen 62.10 tot 62.12 zijn van toepassing op de middenmanager."
Art. 89. A l'article 62.13 du même décret, complété par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 62.6, §§ 2 et 3, 62.7, §§ 1er et 2, 62.8, 62.10 à 62.12 sont applicables au cadre intermédiaire. "
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est chaque fois remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 62.6, §§ 2 et 3, 62.7, §§ 1er et 2, 62.8, 62.10 à 62.12 sont applicables au cadre intermédiaire. "
Art. 90. Artikel 62.14 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt vervangen als volgt :
"Art. 62.14 - Toelatingsvoorwaarden
Het ambt van middenmanager mag alleen bekleed worden door een personeelslid van de betrokken school dat :
1° voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3, met uitzondering van het eerste lid, 2°;
2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) bezit;
3° voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 33, eerste lid, 5°, voor een ambt van de categorie van het onderwijzend personeel;
4° ten minste drie jaar nuttige beroepservaring kan bewijzen.
De nuttige beroepservaring vermeld in het eerste lid, 3°, moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking meetellen.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste en het tweede lid."
"Art. 62.14 - Toelatingsvoorwaarden
Het ambt van middenmanager mag alleen bekleed worden door een personeelslid van de betrokken school dat :
1° voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3, met uitzondering van het eerste lid, 2°;
2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad of een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd (Meisterbrief) bezit;
3° voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 33, eerste lid, 5°, voor een ambt van de categorie van het onderwijzend personeel;
4° ten minste drie jaar nuttige beroepservaring kan bewijzen.
De nuttige beroepservaring vermeld in het eerste lid, 3°, moet worden opgedaan in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het uitgeoefende ambt, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking meetellen.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste en het tweede lid."
Art. 90. L'article 62.14 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013 et modifié par le décret du 29 juin 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 62.14 - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut exercer la fonction de cadre intermédiaire s'il :
1° remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3, à l'exception de l'alinéa 1er, 2°;
2° dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré ou d'un certificat de patronat;
3° remplit la condition mentionnée à l'article 33, alinéa 1er, 5°, pour une fonction de la catégorie du personnel enseignant;
4° a une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans.
L'expérience professionnelle utile mentionnée à l'alinéa 1er, 3°, doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées aux alinéas 1er et 2. "
" Art. 62.14 - Conditions d'admission
Seul un membre du personnel de l'école concernée peut exercer la fonction de cadre intermédiaire s'il :
1° remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3, à l'exception de l'alinéa 1er, 2°;
2° dispose au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré ou d'un certificat de patronat;
3° remplit la condition mentionnée à l'article 33, alinéa 1er, 5°, pour une fonction de la catégorie du personnel enseignant;
4° a une expérience professionnelle utile d'au moins trois ans.
L'expérience professionnelle utile mentionnée à l'alinéa 1er, 3°, doit être acquise dans le cadre d'une activité professionnelle en lien avec la fonction exercée, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées aux alinéas 1er et 2. "
Art. 91. In artikel 62.15 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het tweede lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 91. A l'article 62.15 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'alinéa 2, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 92. Artikel 62.16 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
"De kandidaat wordt aangesteld voor de duur van een schooljaar. Bij voorlegging van een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, wordt de aanstelling na afloop van het schooljaar met nog een schooljaar verlengd. Indien betrokkene na afloop van de tweede aanstelling opnieuw een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd krijgt waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, is de derde aanstelling van doorlopende duur. Zolang de middenmanager voor bepaalde duur is aangesteld, maakt het inrichtingshoofd per schooljaar minstens één evaluatieverslag overeenkomstig artikel 62.20 voor de middenmanager op."
"De kandidaat wordt aangesteld voor de duur van een schooljaar. Bij voorlegging van een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, wordt de aanstelling na afloop van het schooljaar met nog een schooljaar verlengd. Indien betrokkene na afloop van de tweede aanstelling opnieuw een evaluatieverslag van het inrichtingshoofd krijgt waarop ten minste de vermelding "goed" als eindconclusie staat, is de derde aanstelling van doorlopende duur. Zolang de middenmanager voor bepaalde duur is aangesteld, maakt het inrichtingshoofd per schooljaar minstens één evaluatieverslag overeenkomstig artikel 62.20 voor de middenmanager op."
Art. 92. L'article 62.16 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le candidat est engagé pour une année scolaire. Au terme de cette année scolaire et si le rapport d'évaluation établi par le chef d'établissement porte au moins en conclusion la mention " bon ", l'engagement est prolongé d'une année scolaire. Si, au terme de ce deuxième engagement, le rapport établi par le chef d'établissement porte à nouveau au moins en conclusion la mention " bon ", le candidat est désigné une troisième fois, et ce, pour une durée indéterminée. Tant que le cadre intermédiaire est désigné pour une durée indéterminée, le chef d'établissement établit pour lui au moins un rapport d'évaluation par année scolaire, conformément à l'article 62.20. "
" Le candidat est engagé pour une année scolaire. Au terme de cette année scolaire et si le rapport d'évaluation établi par le chef d'établissement porte au moins en conclusion la mention " bon ", l'engagement est prolongé d'une année scolaire. Si, au terme de ce deuxième engagement, le rapport établi par le chef d'établissement porte à nouveau au moins en conclusion la mention " bon ", le candidat est désigné une troisième fois, et ce, pour une durée indéterminée. Tant que le cadre intermédiaire est désigné pour une durée indéterminée, le chef d'établissement établit pour lui au moins un rapport d'évaluation par année scolaire, conformément à l'article 62.20. "
Art. 93. In artikel 62.17 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager"; de tweede opmerking geldt alleen voor de Duitse tekst;
2° in het derde lid, vervangen bij het decreet van 29 juni 2015, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het eerste lid wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager"; de tweede opmerking geldt alleen voor de Duitse tekst;
2° in het derde lid, vervangen bij het decreet van 29 juni 2015, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 93. A l'article 62.17 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et les mots " continue de percevoir son traitement et perçoit en plus ", par les mots " perçoit, en plus de son traitement, ";
2° dans l'alinéa 3, remplacé par le décret du 29 juin 2015, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire " et les mots " continue de percevoir son traitement et perçoit en plus ", par les mots " perçoit, en plus de son traitement, ";
2° dans l'alinéa 3, remplacé par le décret du 29 juin 2015, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 94. In artikel 62.18 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 94. Dans l'article 62.18 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 95. Artikel 62.19 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt opgeheven.
Art. 95. L'article 62.19 du même décret, inséré par le décret du 24 janvier 2013, est abrogé.
Art. 96. In hoofdstuk IVsexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt een artikel 62.30.1 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.30.1 - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van onderdirecteur ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 422/I vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als onderdirecteur, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als onderdirecteur, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de onderdirecteur niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 62.30.1 - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van onderdirecteur ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 422/I vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als onderdirecteur, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als onderdirecteur, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de onderdirecteur niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 96. Dans le chapitre IVsexies du même décret, inséré par le décret du 20 juin 2016, il est inséré un article 62.30.1 rédigé comme suit :
" Art. 62.30.1 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de sous-directeur, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 422/I figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme sous-directeur, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme sous-directeur, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le sous-directeur ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 62.30.1 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de sous-directeur, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 422/I figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme sous-directeur, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme sous-directeur, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le sous-directeur ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 97. In hoofdstuk IVsepties van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt een artikel 62.35 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.35. - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van werkmeester ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de volgende weddeschalen vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat :
1° voor de werkmeester in het lager secundair onderwijs : weddeschaal 226;
2° voor de werkmeester in het hoger secundair onderwijs : weddeschaal 231.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is in het ambt van werkmeester, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als werkmeester, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de werkmeester niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 62.35. - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van werkmeester ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de volgende weddeschalen vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat :
1° voor de werkmeester in het lager secundair onderwijs : weddeschaal 226;
2° voor de werkmeester in het hoger secundair onderwijs : weddeschaal 231.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is in het ambt van werkmeester, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur of definitief aangesteld is, aangesteld als werkmeester, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de werkmeester niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 97. Dans le chapitre IVsepties du même décret, inséré par le décret du 20 juin 2016, il est inséré un article 62.35 rédigé comme suit :
" Art. 62.35 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de chef d'atelier, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement suivante, figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat :
1° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire inférieur : échelle de traitement 226;
2° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire supérieur : échelle de traitement 231.
§ 2 - Si une personne, engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme chef d'atelier, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme chef d'atelier, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le chef d'atelier ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 62.35 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de chef d'atelier, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement suivante, figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat :
1° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire inférieur : échelle de traitement 226;
2° pour le chef d'atelier dans l'enseignement secondaire supérieur : échelle de traitement 231.
§ 2 - Si une personne, engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme chef d'atelier, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas engagée pour une durée indéterminée ou à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme chef d'atelier, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifiée par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois du 2 janvier 2001 et du 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime visée au § 2 continue à être versée pour autant que le chef d'atelier ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 98. In titel I van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk IVocties ingevoegd, dat artikel 62.36 bevat, luidende :
"Hoofdstuk IVocties - Bijzondere bepalingen voor coördinatoren van een time-outinstelling"
"Hoofdstuk IVocties - Bijzondere bepalingen voor coördinatoren van een time-outinstelling"
Art. 98. Dans le titre I du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre IVocties, comportant l'article 62.36, intitulé comme suit :
" Chapitre IVocties - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire ".
" Chapitre IVocties - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs d'une structure d'accrochage scolaire ".
Art. 99. In hoofdstuk IVocties van hetzelfde decreet wordt een artikel 62.36 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.36 - Principe
In afwijking van hoofdstuk IV zijn de artikelen 62.3 tot 62.8, 62.11, 62.12, 62.17 en 62.29 van toepassing op het ambt van coördinator van een time-outinstelling."
"Art. 62.36 - Principe
In afwijking van hoofdstuk IV zijn de artikelen 62.3 tot 62.8, 62.11, 62.12, 62.17 en 62.29 van toepassing op het ambt van coördinator van een time-outinstelling."
Art. 99. Dans le chapitre IVocties du même décret, il est inséré un article 62.36 rédigé comme suit :
" Art. 62.36 - Principe
Par dérogation au chapitre IV, les articles 62.3 à 62.8, 62.11, 62.12, 62.17 et 62.29 s'appliquent à la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire. "
" Art. 62.36 - Principe
Par dérogation au chapitre IV, les articles 62.3 à 62.8, 62.11, 62.12, 62.17 et 62.29 s'appliquent à la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire. "
Art. 100. In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk IVnovies ingevoegd, dat de artikelen 62.37 tot 62.42 bevat, luidende :
"Hoofdstuk IVnovies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
"Hoofdstuk IVnovies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
Art. 100. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre IVnovies, comportant les articles 62.37 à 62.42, intitulé comme suit :
" Chapitre IVnovies - Dispositions spécifiques pour les secrétaires de direction ".
" Chapitre IVnovies - Dispositions spécifiques pour les secrétaires de direction ".
Art. 101. In hoofdstuk IVnovies van hetzelfde decreet wordt een artikel 62.37 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.37 - Principe
In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van directiesecretaris uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling en een vaste benoeming, overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
Artikel 62.6, artikel 62.7, § 1, eerste lid, en § 2, en de artikelen 62.10 tot 62.12 zijn van toepassing op het ambt van directiesecretaris."
"Art. 62.37 - Principe
In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van directiesecretaris uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling en een vaste benoeming, overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
Artikel 62.6, artikel 62.7, § 1, eerste lid, en § 2, en de artikelen 62.10 tot 62.12 zijn van toepassing op het ambt van directiesecretaris."
Art. 101. Dans le chapitre IVnovies du même décret, il est inséré un article 62.37 rédigé comme suit :
" Art. 62.37 - Principe
Par dérogation au chapitre IV, la fonction de secrétaire de direction est attribuée exclusivement sous forme d'une désignation et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions ci-dessous.
Les articles 62.6, 62.7, § 1er, alinéa 1er, et § 2, et 62.10 à 62.12 s'appliquent à la fonction de secrétaire de direction. "
" Art. 62.37 - Principe
Par dérogation au chapitre IV, la fonction de secrétaire de direction est attribuée exclusivement sous forme d'une désignation et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions ci-dessous.
Les articles 62.6, 62.7, § 1er, alinéa 1er, et § 2, et 62.10 à 62.12 s'appliquent à la fonction de secrétaire de direction. "
Art. 102. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.38 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.38 - Het ambt van directiesecretaris mag alleen worden bekleed door een personeelslid van de betrokken school dat voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3."
"Art. 62.38 - Het ambt van directiesecretaris mag alleen worden bekleed door een personeelslid van de betrokken school dat voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3.
Indien het ambt niet bekleed kan worden door een personeelslid van de betrokken school, mag het bekleed worden door een persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3."
Art. 102. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.38 rédigé comme suit :
" Art. 62.38 - Seul un membre du personnel de l'école concernée peut occuper la fonction de secrétaire de direction s'il remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3. "
" Art. 62.38 - Seul un membre du personnel de l'école concernée peut occuper la fonction de secrétaire de direction s'il remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3.
Si la fonction ne peut être occupée par un membre du personnel de l'école concernée, elle peut l'être par une personne qui remplit les conditions mentionnées à l'article 62.3. "
Art. 103. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.39 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.39 - Oproep tot de kandidaten en sollicitatie
De inrichtende macht maakt een oproep tot de kandidaten voor een aanstelling bekend door aanplakking in de betrokken school, alsook in elke andere passende vorm. De oproep bevat het profiel dat van de directiesecretaris vereist wordt en de doelstellingen die tijdens de aanstelling moeten worden bereikt. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 62.38, tweede lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.
De kandidatuur wordt per aangetekende brief ingediend. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een motiveringsbrief waarin hij ingaat op de doeleinden die in het voorgaande lid worden vermeld."
"Art. 62.39 - Oproep tot de kandidaten en sollicitatie
De inrichtende macht maakt een oproep tot de kandidaten voor een aanstelling bekend door aanplakking in de betrokken school, alsook in elke andere passende vorm. De oproep bevat het profiel dat van de directiesecretaris vereist wordt en de doelstellingen die tijdens de aanstelling moeten worden bereikt. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 62.38, tweede lid, wordt de oproep ook in de pers bekendgemaakt.
De kandidatuur wordt per aangetekende brief ingediend. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een motiveringsbrief waarin hij ingaat op de doeleinden die in het voorgaande lid worden vermeld."
Art. 103. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.39 rédigé comme suit :
" Art. 62.39 - Appel aux candidats et candidature
Le pouvoir organisateur publie un appel aux candidats pour une désignation par affichage dans l'école concernée ainsi que sous toute autre forme appropriée. L'appel aux candidats mentionne le profil requis du secrétaire de direction et les objectifs à réaliser pendant la désignation. S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 62.38, alinéa 2, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse.
La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres une lettre de motivation expliquant la manière dont il compte réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
" Art. 62.39 - Appel aux candidats et candidature
Le pouvoir organisateur publie un appel aux candidats pour une désignation par affichage dans l'école concernée ainsi que sous toute autre forme appropriée. L'appel aux candidats mentionne le profil requis du secrétaire de direction et les objectifs à réaliser pendant la désignation. S'il est fait usage de la possibilité mentionnée à l'article 62.38, alinéa 2, l'appel aux candidats est de plus publié dans la presse.
La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres une lettre de motivation expliquant la manière dont il compte réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
Art. 104. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.40 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.40 - Aanstelling
De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
Zij baseert zich onder andere op de motiveringsbrief, op een of meer sollicitatiegesprekken en op de beroepservaring."
"Art. 62.40 - Aanstelling
De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
Zij baseert zich onder andere op de motiveringsbrief, op een of meer sollicitatiegesprekken en op de beroepservaring."
Art. 104. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.40 rédigé comme suit :
" Art. 62.40 - Engagement
Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
Il se base entre autres sur la lettre de motivation, sur un ou plusieurs entretiens de candidature et sur l'expérience professionnelle du candidat. "
" Art. 62.40 - Engagement
Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
Il se base entre autres sur la lettre de motivation, sur un ou plusieurs entretiens de candidature et sur l'expérience professionnelle du candidat. "
Art. 105. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.41 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.41 - Tijdelijke vervanging
§ 1 - Indien de aanstelling van de directiesecretaris beëindigd wordt of indien de directiesecretaris zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 62.3, eerste lid, vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
§ 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn de artikelen 62.7, § 1, eerste lid, 62.11, 62.12 en 62.42 van toepassing op het vervangend personeelslid."
"Art. 62.41 - Tijdelijke vervanging
§ 1 - Indien de aanstelling van de directiesecretaris beëindigd wordt of indien de directiesecretaris zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 62.3, eerste lid, vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
§ 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn de artikelen 62.7, § 1, eerste lid, 62.11, 62.12 en 62.42 van toepassing op het vervangend personeelslid."
Art. 105. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.41 rédigé comme suit :
" Art. 62.41 - Remplacement temporaire
§ 1er - Lorsque l'engagement du secrétaire de direction prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire par une autre personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 62.3, alinéa 1er, à l'exception du 3°.
§ 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 62.7, § 1er, alinéa 1er, 62.11, 62.12 et 62.42 s'appliquent au membre du personnel remplaçant. "
" Art. 62.41 - Remplacement temporaire
§ 1er - Lorsque l'engagement du secrétaire de direction prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire par une autre personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 62.3, alinéa 1er, à l'exception du 3°.
§ 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 62.7, § 1er, alinéa 1er, 62.11, 62.12 et 62.42 s'appliquent au membre du personnel remplaçant. "
Art. 106. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.42 ingevoegd, luidende :
"Art. 62.42. - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van directiesecretaris ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 152 vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de directiesecretaris niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
"Art. 62.42. - Wedde en premie
§ 1 - Tijdens de uitoefening van het ambt van directiesecretaris ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal 152 vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
§ 2 - Wordt een persoon die in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij, in afwijking van § 1, verder zijn wedde, evenals, ter compensatie, een maandelijkse premie die als volgt wordt berekend :
P = X - M
P = de premie
X = de in § 1 bedoelde wedde
M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid.
De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.
§ 3 - Wordt een persoon die niet in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs in een ander ambt voor onbepaalde duur aangesteld of vast benoemd is als directiesecretaris aangewezen, dan ontvangt hij vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de bepalingen die in het onderwijs gelden, waarbij het in § 1 vermeld bedrag als berekeningsbasis dient.
§ 4 - Het bedrag dat met toepassing van de §§ 1 en 2 wordt berekend, is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001.
In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid, tijdens een bevallingsverlof en tijdens de afwezigheden in het kader van een geboorte vermeld in de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de premie vermeld in § 2 verder uitbetaald, voor zover de directiesecretaris niet door het ziekenfonds wordt vergoed."
Art. 106. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.42 rédigé comme suit :
" Art. 62.42 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de secrétaire de direction, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 152 figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme secrétaire de direction, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme secrétaire de direction, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifié par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois des 2 janvier 2001 et 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le secrétaire de direction ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
" Art. 62.42 - Traitement et prime
§ 1er - Durant l'exercice de la fonction de secrétaire de direction, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement 152 figurant dans l'annexe de l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et fixant les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
§ 2 - Si une personne, désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme secrétaire de direction, elle continue, par dérogation au § 1er, à percevoir son traitement et bénéficie d'une prime mensuelle compensatoire calculée comme suit :
P = X - M
P = la prime
X = le traitement mentionné au § 1er
M = le traitement mensuel brut du membre du personnel
La prime est liquidée en même temps que le traitement mensuel et aux mêmes conditions.
§ 3 - Si une personne, qui n'est pas désignée pour une durée indéterminée ou nommée à titre définitif dans une autre fonction dans l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, est engagée comme secrétaire de direction, elle perçoit le pécule de vacances et une prime de fin d'année conformément aux dispositions valables dans l'enseignement, le montant mentionné au § 1er servant de base pour le calcul.
§ 4 - Le montant calculé en application des § § 1er et 2 est soumis aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, modifié par les arrêtés royaux n° 178 du 30 décembre 1982 et du 24 décembre 1993 et les lois des 2 janvier 2001 et 19 juillet 2001.
Lors d'un congé pour cause de maladie ou d'infirmité ainsi que lors d'un congé de maternité ou d'une des absences liées à la maternité mentionnées aux articles 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, la prime mentionnée au § 2 continue à être versée pour autant que le secrétaire de direction ne soit pas indemnisé par la mutualité. "
Art. 107. In artikel 69.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° § 5, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° § 5, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 107. A l'article 69.8 du même décret, inséré par le décret du 25 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
Art. 108. In artikel 119.3, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2015 en 20 juni 2016, worden de woorden "coördinator van een gewone secundaire school" vervangen door de woorden "middenmanager van een gewone secundaire school".
Art. 108. Dans l'article 119.3, alinéa 4, du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 20 juin 2016, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 109. Titel IV van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een artikel 119.13, luidende :
"Art. 119.13 - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school. De diensten die gepresteerd werden in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school worden in aanmerking genomen voor de berekening van de ambtsanciënniteit vermeld in artikel 62.6, § 3.
De aanstelling van een personeelslid dat voor doorlopende duur in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school is aangesteld, eindigt van ambtswege op 31 augustus 2021, indien het betrokken personeelslid op dat tijdstip niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 62.14, 2°."
"Art. 119.13 - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school. De diensten die gepresteerd werden in het ambt van coördinator van een gewone secundaire school worden in aanmerking genomen voor de berekening van de ambtsanciënniteit vermeld in artikel 62.6, § 3.
De aanstelling van een personeelslid dat voor doorlopende duur in het ambt van middenmanager van een gewone secundaire school is aangesteld, eindigt van ambtswege op 31 augustus 2021, indien het betrokken personeelslid op dat tijdstip niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in artikel 62.14, 2°."
Art. 109. Dans le titre IV du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 119.13 rédigé comme suit :
" Art. 119.13 - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018, comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire. Les services prestés dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 62.6, § 3.
L'engagement pour une durée indéterminée d'un membre du personnel dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire prend fin d'office le 31 août 2021 s'il ne remplit pas à ce moment la condition mentionnée à l'article 62.14, 2°. "
" Art. 119.13 - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018, comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire. Les services prestés dans la fonction de coordinateur dans une école secondaire ordinaire sont pris en compte pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 62.6, § 3.
L'engagement pour une durée indéterminée d'un membre du personnel dans la fonction de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire prend fin d'office le 31 août 2021 s'il ne remplit pas à ce moment la condition mentionnée à l'article 62.14, 2°. "
Art. 110. In dezelfde titel wordt een artikel 119.14 ingevoegd, luidende :
"Art. 119.14 - In afwijking van de artikelen 62.4 en 62.5 wijst de inrichtende macht met ingang van 1 september 2018 de volgende persoon voor doorlopende duur aan in het ambt van coördinator van een time-outinstelling : het personeelslid dat in de schooljaren 2016-2018 aangesteld was in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en belast was met de coördinatie van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen. Een door het inrichtingshoofd opgesteld attest waarin gepreciseerd wordt welke taken het personeelslid heeft uitgeoefend, geldt als bewijs voor de inrichtende macht."
"Art. 119.14 - In afwijking van de artikelen 62.4 en 62.5 wijst de inrichtende macht met ingang van 1 september 2018 de volgende persoon voor doorlopende duur aan in het ambt van coördinator van een time-outinstelling : het personeelslid dat in de schooljaren 2016-2018 aangesteld was in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en belast was met de coördinatie van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen. Een door het inrichtingshoofd opgesteld attest waarin gepreciseerd wordt welke taken het personeelslid heeft uitgeoefend, geldt als bewijs voor de inrichtende macht."
Art. 110. Dans le même titre IV, il est inséré un article 119.14 rédigé comme suit :
" Art. 119.14 - Par dérogation aux articles 62.4 et 62.5, le pouvoir organisateur désigne, au 1er septembre 2018, pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, un membre du personnel qui était désigné, au cours des années scolaires 2016-2018, dans la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée et qui assurait la coordination de la mission mentionnée à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. Une attestation rédigée par le chef d'établissement peut être présentée comme preuve au pouvoir organisateur, attestation précisant les missions assurées par le membre du personnel. "
" Art. 119.14 - Par dérogation aux articles 62.4 et 62.5, le pouvoir organisateur désigne, au 1er septembre 2018, pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, un membre du personnel qui était désigné, au cours des années scolaires 2016-2018, dans la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée et qui assurait la coordination de la mission mentionnée à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. Une attestation rédigée par le chef d'établissement peut être présentée comme preuve au pouvoir organisateur, attestation précisant les missions assurées par le membre du personnel. "
Art. 111. In dezelfde titel IV wordt een artikel 119.15 ingevoegd, luidende :
"Art. 119.15 - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van administratieve coördinator, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van hoofdsecretaris. De diensten die in het ambt van administratieve coördinator worden gepresteerd, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de dienstanciënniteit in het ambt van hoofdsecretaris."
"Art. 119.15 - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van administratieve coördinator, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van hoofdsecretaris. De diensten die in het ambt van administratieve coördinator worden gepresteerd, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de dienstanciënniteit in het ambt van hoofdsecretaris."
Art. 111. Dans le même titre IV, il est inséré un article 119.15 rédigé comme suit :
" Art. 119.15 - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de secrétaire en chef. Les services prestés dans la fonction de coordinateur administratif sont pris en compte pour calculer l'ancienneté dans la fonction de secrétaire en chef. "
" Art. 119.15 - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant engagés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de secrétaire en chef. Les services prestés dans la fonction de coordinateur administratif sont pris en compte pour calculer l'ancienneté dans la fonction de secrétaire en chef. "
Art. 112. In dezelfde titel wordt een artikel 119.16 ingevoegd, luidende :
"Art. 119.16 - Voor een personeelslid dat op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld is in het ambt van administratieve coördinator, wordt de in artikel 49, eerste lid, 5°, vermelde voorwaarde voor een definitieve aanstelling in het ambt van hoofdsecretaris als vervuld beschouwd."
"Art. 119.16 - Voor een personeelslid dat op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld is in het ambt van administratieve coördinator, wordt de in artikel 49, eerste lid, 5°, vermelde voorwaarde voor een definitieve aanstelling in het ambt van hoofdsecretaris als vervuld beschouwd."
Art. 112. Dans le même titre, il est inséré un article 119.16 rédigé comme suit :
" Art. 119.16 - La condition mentionnée à l'article 49, alinéa 1er, 5°, pour l'engagement à titre définitif dans la fonction de secrétaire en chef est considérée comme étant remplie pour le membre du personnel qui, au 31 août 2018, est engagé à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif. "
" Art. 119.16 - La condition mentionnée à l'article 49, alinéa 1er, 5°, pour l'engagement à titre définitif dans la fonction de secrétaire en chef est considérée comme étant remplie pour le membre du personnel qui, au 31 août 2018, est engagé à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif. "
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 19. - Modification du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 113. Artikel 20, § 2, tweede lid, van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het decreet van 29 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt opgeheven.
Art. 113. L'article 20, § 2, alinéa 2, du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire, remplacé par le décret du 29 juin 2015 et modifié par le décret du 20 juin 2016, est abrogé.
Art. 114. Artikel 48 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt vervangen als volgt :
"Art. 48 - Administratieve coördinatie
§ 1 - Voor administratieve coördinatietaken ontvangt de inrichtende macht voor al haar basisscholen samen, op basis van het totale aantal leerlingen, het volgende aantal betrekkingen in het ambt van hoofdsecretaris :
1° tot 100 leerlingen : een 1/4-betrekking;
2° van 101 tot 200 leerlingen : twee 1/4-betrekkingen;
3° van 201 tot 300 leerlingen : drie 1/4-betrekkingen;
4° van 301 tot 400 leerlingen : een voltijdse betrekking;
5° voor elke bijkomende begonnen groep van 100 leerlingen : een 1/4-betrekking extra.
De inrichtende macht bepaalt waar de hoofdsecretaris wordt ingezet. Met inachtneming van de wekelijkse arbeidstijd vermeld in artikel 73 kan de inrichtende macht het betrekkingenpakket over verscheidene personeelsleden verdelen bij de tijdelijke aanwijzing of aanstelling, alsook bij de vaste benoeming of definitieve aanstelling."
§ 2 - Indien de inrichtende macht overeenkomstig § 1 minstens een voltijdse betrekking voor administratieve coördinatietaken krijgt, kan die inrichtende macht, met toestemming van de Regering, tot één derde van het overeenkomstig § 1 toegekende betrekkingenpakket gebruiken om projecten inzake schoolontwikkeling of pedagogiek te verwezenlijken. Dat betrekkingenpakket kan niet gebruikt worden voor de organisatie van het onderwijs.
De inrichtende macht die de mogelijkheid vermeld in het eerste lid wil benutten, dient uiterlijk op 31 mei een aanvraag in bij de Regering, met een beschrijving van de projecten die ze in het volgende schooljaar wil verwezenlijken en het aantal betrekkingen die ze voor de verwezenlijking van die projecten zou gebruiken. De Regering beslist uiterlijk op 15 juli van hetzelfde jaar op basis van een advies van de onderwijsinspectie.
Als de aanvraag wordt goedgekeurd, worden de betrekkingen die voor de verwezenlijking van de projecten gebruikt mogen worden, toegevoegd aan het betrekkingenpakket bepaald in afdeling 3 van dit hoofdstuk.
§ 3 - Een school die met toepassing van artikel 43 betrekkingen in het ambt van rekenplichtig correspondent heeft gekregen, mag de betrekkingen in het ambt van directiesecretaris die de inrichtende macht aan haar heeft toegekend, geheel of gedeeltelijk voor het ambt van rekenplichtig correspondent gebruiken."
"Art. 48 - Administratieve coördinatie
§ 1 - Voor administratieve coördinatietaken ontvangt de inrichtende macht voor al haar basisscholen samen, op basis van het totale aantal leerlingen, het volgende aantal betrekkingen in het ambt van hoofdsecretaris :
1° tot 100 leerlingen : een 1/4-betrekking;
2° van 101 tot 200 leerlingen : twee 1/4-betrekkingen;
3° van 201 tot 300 leerlingen : drie 1/4-betrekkingen;
4° van 301 tot 400 leerlingen : een voltijdse betrekking;
5° voor elke bijkomende begonnen groep van 100 leerlingen : een 1/4-betrekking extra.
De inrichtende macht bepaalt waar de hoofdsecretaris wordt ingezet. Met inachtneming van de wekelijkse arbeidstijd vermeld in artikel 73 kan de inrichtende macht het betrekkingenpakket over verscheidene personeelsleden verdelen bij de tijdelijke aanwijzing of aanstelling, alsook bij de vaste benoeming of definitieve aanstelling."
§ 2 - Indien de inrichtende macht overeenkomstig § 1 minstens een voltijdse betrekking voor administratieve coördinatietaken krijgt, kan die inrichtende macht, met toestemming van de Regering, tot één derde van het overeenkomstig § 1 toegekende betrekkingenpakket gebruiken om projecten inzake schoolontwikkeling of pedagogiek te verwezenlijken. Dat betrekkingenpakket kan niet gebruikt worden voor de organisatie van het onderwijs.
De inrichtende macht die de mogelijkheid vermeld in het eerste lid wil benutten, dient uiterlijk op 31 mei een aanvraag in bij de Regering, met een beschrijving van de projecten die ze in het volgende schooljaar wil verwezenlijken en het aantal betrekkingen die ze voor de verwezenlijking van die projecten zou gebruiken. De Regering beslist uiterlijk op 15 juli van hetzelfde jaar op basis van een advies van de onderwijsinspectie.
Als de aanvraag wordt goedgekeurd, worden de betrekkingen die voor de verwezenlijking van de projecten gebruikt mogen worden, toegevoegd aan het betrekkingenpakket bepaald in afdeling 3 van dit hoofdstuk.
§ 3 - Een school die met toepassing van artikel 43 betrekkingen in het ambt van rekenplichtig correspondent heeft gekregen, mag de betrekkingen in het ambt van directiesecretaris die de inrichtende macht aan haar heeft toegekend, geheel of gedeeltelijk voor het ambt van rekenplichtig correspondent gebruiken."
Art. 114. L'article 48 du même décret, modifié par le décret du 24 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 48 - Coordination administrative
§ 1er - Pour les tâches de coordination administrative, le pouvoir organisateur obtient, pour l'ensemble de ses écoles fondamentales et d'après le nombre total d'élèves, le nombre d'emplois suivant dans la fonction de secrétaire en chef :
1° jusqu'à 100 élèves : un quart d'emploi;
2° de 101 à 200 élèves : deux quarts d'emploi;
3° de 201 à 300 élèves : trois quarts d'emploi;
4° de 301 à 400 élèves : un emploi à temps plein;
5° pour tout nouveau groupe entamé de 100 élèves : un quart d'emploi supplémentaire.
Le pouvoir organisateur détermine le ou les lieux d'affectation du secrétaire en chef. Dans le respect du temps de travail hebdomadaire mentionné à l'article 73, le pouvoir organisateur peut répartir le capital emplois entre plusieurs membres du personnel lors de la désignation ou de l'engagement à titre temporaire ainsi que lors de la nomination ou de l'engagement à titre définitif. "
§ 2 - Si le pouvoir organisateur obtient, conformément au § 1er, un emploi à temps plein pour les tâches de coordination administrative, il peut, avec l'accord du Gouvernement, utiliser jusqu'à un tiers du capital emplois obtenu en vertu du § 1er pour concrétiser des projets dans le domaine du développement scolaire ou de la pédagogie. Toute utilisation du même capital emplois pour l'organisation de l'enseignement est exclue.
Aux fins de l'alinéa 1er, le pouvoir organisateur introduit, avant le 31 mai, auprès du Gouvernement une demande reprenant une description des projets dont il envisage la concrétisation l'année scolaire suivante, ainsi que le nombre d'emplois qui seront affectés à ladite concrétisation de ces projets. Le Gouvernement statue sur la demande avant le 15 juillet de la même année en se basant sur un avis de l'inspection scolaire.
En cas d'acceptation de la demande, les emplois pouvant être affectés aux projets sont ajoutés au capital emplois mentionné à la section 3 du présent chapitre.
§ 3 - Une école qui a reçu, en application de l'article 43, des emplois dans la fonction de correspondant-comptable peut utiliser, pour cette fonction, en tout ou partie les emplois lui octroyés par le pouvoir organisateur dans la fonction de secrétaire en chef. "
" Art. 48 - Coordination administrative
§ 1er - Pour les tâches de coordination administrative, le pouvoir organisateur obtient, pour l'ensemble de ses écoles fondamentales et d'après le nombre total d'élèves, le nombre d'emplois suivant dans la fonction de secrétaire en chef :
1° jusqu'à 100 élèves : un quart d'emploi;
2° de 101 à 200 élèves : deux quarts d'emploi;
3° de 201 à 300 élèves : trois quarts d'emploi;
4° de 301 à 400 élèves : un emploi à temps plein;
5° pour tout nouveau groupe entamé de 100 élèves : un quart d'emploi supplémentaire.
Le pouvoir organisateur détermine le ou les lieux d'affectation du secrétaire en chef. Dans le respect du temps de travail hebdomadaire mentionné à l'article 73, le pouvoir organisateur peut répartir le capital emplois entre plusieurs membres du personnel lors de la désignation ou de l'engagement à titre temporaire ainsi que lors de la nomination ou de l'engagement à titre définitif. "
§ 2 - Si le pouvoir organisateur obtient, conformément au § 1er, un emploi à temps plein pour les tâches de coordination administrative, il peut, avec l'accord du Gouvernement, utiliser jusqu'à un tiers du capital emplois obtenu en vertu du § 1er pour concrétiser des projets dans le domaine du développement scolaire ou de la pédagogie. Toute utilisation du même capital emplois pour l'organisation de l'enseignement est exclue.
Aux fins de l'alinéa 1er, le pouvoir organisateur introduit, avant le 31 mai, auprès du Gouvernement une demande reprenant une description des projets dont il envisage la concrétisation l'année scolaire suivante, ainsi que le nombre d'emplois qui seront affectés à ladite concrétisation de ces projets. Le Gouvernement statue sur la demande avant le 15 juillet de la même année en se basant sur un avis de l'inspection scolaire.
En cas d'acceptation de la demande, les emplois pouvant être affectés aux projets sont ajoutés au capital emplois mentionné à la section 3 du présent chapitre.
§ 3 - Une école qui a reçu, en application de l'article 43, des emplois dans la fonction de correspondant-comptable peut utiliser, pour cette fonction, en tout ou partie les emplois lui octroyés par le pouvoir organisateur dans la fonction de secrétaire en chef. "
Art. 115. In artikel 73 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het opschrift van het artikel worden de woorden "administratieve coördinator" vervangen door het woord "hoofdsecretaris";
2° in het artikel worden de woorden "administratieve coördinator" vervangen door het woord "hoofdsecretaris";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin :
"De hoofdsecretaris presteert in de praktijk ten minste negen uren van 60 minuten bij één inrichtende macht."
1° in het opschrift van het artikel worden de woorden "administratieve coördinator" vervangen door het woord "hoofdsecretaris";
2° in het artikel worden de woorden "administratieve coördinator" vervangen door het woord "hoofdsecretaris";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin :
"De hoofdsecretaris presteert in de praktijk ten minste negen uren van 60 minuten bij één inrichtende macht."
Art. 115. A l'article 73, du même décret, remplacé par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé de l'article, les mots " coordinateur administratif " sont remplacés par les mots " secrétaire en chef ";
2° dans l'article, les mots " coordinateur administratif " sont remplacés par les mots " secrétaire en chef ";
3° l'article est complété par la phrase suivante :
" Dans les faits, le secrétaire en chef preste au moins neuf heures de soixante minutes auprès d'un pouvoir organisateur. "
1° dans l'intitulé de l'article, les mots " coordinateur administratif " sont remplacés par les mots " secrétaire en chef ";
2° dans l'article, les mots " coordinateur administratif " sont remplacés par les mots " secrétaire en chef ";
3° l'article est complété par la phrase suivante :
" Dans les faits, le secrétaire en chef preste au moins neuf heures de soixante minutes auprès d'un pouvoir organisateur. "
Art. 116. Hoofdstuk IX van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 oktober 2000, wordt aangevuld met een artikel 84ter, luidende :
"Art. 84ter - In afwijking van artikel 48, § 2, tweede lid, dient de inrichtende macht die de mogelijkheid vermeld in artikel 48, § 2, eerste lid, wil benutten, uiterlijk op 30 juni 2018 een aanvraag in bij de Regering, met een beschrijving van de projecten die ze in het schooljaar 2018-2019 wil verwezenlijken en het aantal betrekkingen die ze voor de verwezenlijking van die projecten zou gebruiken. De Regering beslist uiterlijk op 15 juli 2018 op basis van een advies van de onderwijsinspectie."
"Art. 84ter - In afwijking van artikel 48, § 2, tweede lid, dient de inrichtende macht die de mogelijkheid vermeld in artikel 48, § 2, eerste lid, wil benutten, uiterlijk op 30 juni 2018 een aanvraag in bij de Regering, met een beschrijving van de projecten die ze in het schooljaar 2018-2019 wil verwezenlijken en het aantal betrekkingen die ze voor de verwezenlijking van die projecten zou gebruiken. De Regering beslist uiterlijk op 15 juli 2018 op basis van een advies van de onderwijsinspectie."
Art. 116. Dans le chapitre IX du même décret, modifié par le décret du 23 octobre 2000, il est inséré un article 84ter rédigé comme suit :
" Art. 84ter - Par dérogation à l'article 48, § 2, alinéa 2, et aux fins d'application de l'article 48, § 2, alinéa 1er, le pouvoir organisateur introduit, avant le 30 juin 2018, auprès du Gouvernement une demande reprenant une description des projets dont il envisage la concrétisation au cours de l'année scolaire 2018-2019, ainsi que le nombre d'emplois qui y seront affectés. Le Gouvernement statue sur la demande avant le 15 juillet 2018 en se basant sur un avis de l'inspection scolaire. "
" Art. 84ter - Par dérogation à l'article 48, § 2, alinéa 2, et aux fins d'application de l'article 48, § 2, alinéa 1er, le pouvoir organisateur introduit, avant le 30 juin 2018, auprès du Gouvernement une demande reprenant une description des projets dont il envisage la concrétisation au cours de l'année scolaire 2018-2019, ainsi que le nombre d'emplois qui y seront affectés. Le Gouvernement statue sur la demande avant le 15 juillet 2018 en se basant sur un avis de l'inspection scolaire. "
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003
CHAPITRE 20. - Modification du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2003
Art. 117. In artikel 2, § 1, tweede lid, van het decreet van 30 juni 2003 houdende maatregelen inzake onderwijs 2003 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 6°, c), wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° er wordt een bepaling onder 7° ingevoegd, luidende :
"7° het verlof voor het uitoefenen van hetzelfde ambt of een ander ambt, vermeld in hoofdstuk II van dit decreet, op voorwaarde dat het personeelslid het verlof neemt om aan een andere onderwijsinstelling hetzelfde of een ander ambt te bekleden of om aan dezelfde onderwijsinstelling een selectie- of bevorderingsambt te bekleden."
1° in de bepaling onder 6°, c), wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° er wordt een bepaling onder 7° ingevoegd, luidende :
"7° het verlof voor het uitoefenen van hetzelfde ambt of een ander ambt, vermeld in hoofdstuk II van dit decreet, op voorwaarde dat het personeelslid het verlof neemt om aan een andere onderwijsinstelling hetzelfde of een ander ambt te bekleden of om aan dezelfde onderwijsinstelling een selectie- of bevorderingsambt te bekleden."
Art. 117. A l'article 2, § 1er, alinéa 2, du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 6°, c), le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° le congé en vue d'exercer la même fonction ou une autre fonction, mentionné au chapitre II du présent décret, à condition que le membre du personnel prenne ledit congé afin soit d'occuper la même fonction ou une autre au sein d'un autre établissement d'enseignement, soit d'occuper une fonction de sélection ou de promotion au sein du même établissement d'enseignement. "
1° dans le 6°, c), le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° le congé en vue d'exercer la même fonction ou une autre fonction, mentionné au chapitre II du présent décret, à condition que le membre du personnel prenne ledit congé afin soit d'occuper la même fonction ou une autre au sein d'un autre établissement d'enseignement, soit d'occuper une fonction de sélection ou de promotion au sein du même établissement d'enseignement. "
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 21. - Modification du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés
Art. 118. In artikel 41, derde lid, van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, worden de woorden "of in het ambt van coördinator voor bevorderingspedagogiek" vervangen door de woorden ", in het ambt van coördinator voor bevorderingspedagogiek of in het ambt van hoofdsecretaris".
Art. 118. Dans l'article 41, alinéa 3, du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés, inséré par le décret du 29 juin 2015 et modifié par le décret du 26 juin 2017, les mots " ou dans la fonction de coordinateur en pédagogie de soutien " sont remplacés par les mots " , de coordinateur en pédagogie de soutien ou de secrétaire en chef ".
Art. 119. In het opschrift van hoofdstuk IVquater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt het woord "coördinatoren" vervangen door het woord "middenmanagers".
Art. 119. Dans l'intitulé du chapitre IVquater du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, le mot " coordinateurs " est remplacé par les mots " cadres intermédiaires ".
Art. 120. In artikel 56.13 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het opschrift van het artikel wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het artikel wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
1° in het opschrift van het artikel wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager";
2° in het artikel wordt het woord "coördinator" vervangen door het woord "middenmanager".
Art. 120. A l'article 56.13 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé de l'article, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'article, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
1° dans l'intitulé de l'article, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ";
2° dans l'article, le mot " coordinateur " est remplacé par les mots " cadre intermédiaire ".
Art. 121. In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een hoofdstuk IVnovies ingevoegd, dat artikel 56.18 bevat, luidende :
"Hoofdstuk IVnovies - Bijzondere bepalingen voor het ambt van coördinator van een time-outinstelling
"Hoofdstuk IVnovies - Bijzondere bepalingen voor het ambt van coördinator van een time-outinstelling
Art. 121. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un chapitre IVnovies, comportant l'article 56.18, intitulé comme suit :
" Chapitre IVnovies - Dispositions particulières pour la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire ".
" Chapitre IVnovies - Dispositions particulières pour la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire ".
Art. 122. In hoofdstuk IVnovies van hetzelfde decreet wordt een artikel 56.18 ingevoegd, luidende :
"Art. 56.18 - In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van coördinator van een time-outinstelling toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en in de vorm van een vaste benoeming overeenkomstig de voorwaarden die gelden in het gesubsidieerd vrij onderwijs."
"Art. 56.18 - In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van coördinator van een time-outinstelling toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en in de vorm van een vaste benoeming overeenkomstig de voorwaarden die gelden in het gesubsidieerd vrij onderwijs."
Art. 122. Dans le chapitre IVnovies du même décret, il est inséré un article 56.18 rédigé comme suit :
" Art. 56.18 - Par dérogation au chapitre IV, la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire est attribuée sous la forme d'une désignation à durée indéterminée et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions valables dans l'enseignement libre subventionné. "
" Art. 56.18 - Par dérogation au chapitre IV, la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire est attribuée sous la forme d'une désignation à durée indéterminée et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions valables dans l'enseignement libre subventionné. "
Art. 123. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IVdecies ingevoegd, dat artikel 56.19 bevat, luidende :
"Hoofdstuk IVdecies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
"Hoofdstuk IVdecies - Bijzondere bepalingen voor directiesecretarissen"
Art. 123. Dans le même décret, il est inséré un chapitre IVdecies, comportant l'article 56.19, intitulé comme suit :
" Chapitre IVdecies - Dispositions particulières pour les secrétaires de direction ".
" Chapitre IVdecies - Dispositions particulières pour les secrétaires de direction ".
Art. 124. In hoofdstuk IVdecies van hetzelfde decreet wordt een artikel 56.19 ingevoegd, luidende :
"Art. 56.19 - In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van directiesecretaris toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en in de vorm van een vaste benoeming overeenkomstig de voorwaarden die gelden in het gesubsidieerd vrij onderwijs."
"Art. 56.19 - In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van directiesecretaris toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en in de vorm van een vaste benoeming overeenkomstig de voorwaarden die gelden in het gesubsidieerd vrij onderwijs."
Art. 124. Dans le chapitre IVdecies du même décret, il est inséré un article 56.19 rédigé comme suit :
" Art. 56.19 - Par dérogation au chapitre IV, la fonction de secrétaire de direction est attribuée sous la forme d'une désignation à durée indéterminée et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions valables dans l'enseignement libre subventionné. "
" Art. 56.19 - Par dérogation au chapitre IV, la fonction de secrétaire de direction est attribuée sous la forme d'une désignation à durée indéterminée et d'une nomination à titre définitif conformément aux dispositions valables dans l'enseignement libre subventionné. "
Art. 125. In artikel 64.19 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° paragraaf 5 wordt opgeheven.
1° in § 1, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
"Tijdens de uitoefening van het ambt van hoofdonderwijzer, directeur van een autonome basisschool of directeur van een basisoefenschool ontvangt het personeelslid een wedde op basis van de weddeschaal die hem werd toegewezen overeenkomstig artikel 2, hoofdstuk B "Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager onderwijs", 7°, 8° en 9°, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld in het derde lid, 1°."
2° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 125. A l'article 64.19 du même décret, inséré par le décret du 28 juin 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5 est abrogé.
1° le § 1er, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Durant l'exercice de la fonction d'instituteur en chef, de directeur d'une école fondamentale autonome ou de directeur d'une école fondamentale d'application, le membre du personnel perçoit un traitement calculé sur la base de l'échelle de traitement lui attribuée conformément à l'article 2, chapitre B " Membres du personnel directeur et enseignant ", 7°, 8° et 9°, de l'arrêté royal du 27 juin 1974 mentionné à l'alinéa 3, 1°. ";
2° le § 5 est abrogé.
Art. 126. Hoofdstuk XIV van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een artikel 111terdecies, luidende :
"Art. 111terdecies - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van administratieve coördinator, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van hoofdsecretaris. De diensten die in het ambt van administratieve coördinator worden gepresteerd, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de dienstanciënniteit in het ambt van hoofdsecretaris."
"Art. 111terdecies - Personeelsleden die op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van administratieve coördinator, worden vanaf 1 september 2018 beschouwd als voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld in het ambt van hoofdsecretaris. De diensten die in het ambt van administratieve coördinator worden gepresteerd, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de dienstanciënniteit in het ambt van hoofdsecretaris."
Art. 126. Dans le chapitre XIV du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 111terdecies rédigé comme suit :
" Art. 111terdecies - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de secrétaire en chef. Les services prestés dans la fonction de coordinateur administratif sont pris en compte pour calculer l'ancienneté dans la fonction de secrétaire en chef. "
" Art. 111terdecies - Les membres du personnel qui, au 31 août 2018, sont désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif, sont considérés, à partir du 1er septembre 2018 comme étant désignés à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de secrétaire en chef. Les services prestés dans la fonction de coordinateur administratif sont pris en compte pour calculer l'ancienneté dans la fonction de secrétaire en chef. "
Art. 127. In hetzelfde hoofdstuk, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een artikel 111quaterdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 111quaterdecies - Voor een personeelslid dat op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld is in het ambt van administratieve coördinator, wordt de in artikel 37, eerste lid, 5°, vermelde voorwaarde voor een vaste benoeming in het ambt van hoofdsecretaris als vervuld beschouwd."
"Art. 111quaterdecies - Voor een personeelslid dat op 31 augustus 2018 voor doorlopende duur tijdelijk aangesteld is in het ambt van administratieve coördinator, wordt de in artikel 37, eerste lid, 5°, vermelde voorwaarde voor een vaste benoeming in het ambt van hoofdsecretaris als vervuld beschouwd."
Art. 127. Le même chapitre, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un article 111quaterdecies rédigé comme suit :
" Art. 111quaterdecies - La condition mentionnée à l'article 37, alinéa 1er, 5°, pour la nomination à titre définitif dans la fonction de secrétaire en chef est considérée comme étant remplie pour le membre du personnel qui, au 31 août 2018, est désigné à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif. "
" Art. 111quaterdecies - La condition mentionnée à l'article 37, alinéa 1er, 5°, pour la nomination à titre définitif dans la fonction de secrétaire en chef est considérée comme étant remplie pour le membre du personnel qui, au 31 août 2018, est désigné à titre temporaire pour une durée indéterminée dans la fonction de coordinateur administratif. "
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs
CHAPITRE 22. - Modification du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement
Art. 128. In artikel 4, § 3, van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005, worden de woorden "artikel 6.7., § 2," vervangen door de woorden "artikel 6.11".
Art. 128. Dans l'article 4, § 3, du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement, inséré par le décret du 27 juin 2005, les mots " à l'article 6.7, § 2, " sont remplacés par les mots " à l'article 6.11 ".
HOOFDSTUK 23. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool
CHAPITRE 23. - Modification du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome
Art. 129. In artikel 5.73, § 2, van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "docenten" vervangen door de woorden "personeelsleden met een onderwijsopdracht";
2° in het tweede lid worden de woorden "de docent" vervangen door de woorden "het personeelsid met een onderwijsopdracht".
1° in het eerste lid wordt het woord "docenten" vervangen door de woorden "personeelsleden met een onderwijsopdracht";
2° in het tweede lid worden de woorden "de docent" vervangen door de woorden "het personeelsid met een onderwijsopdracht".
Art. 129. A l'article 5.73, § 2, du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " chargé de cours " sont remplacés par les mots " membre du personnel ayant une charge professorale ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " chargé de cours " sont remplacés par les mots " membre du personnel ayant une charge professorale ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " chargé de cours " sont remplacés par les mots " membre du personnel ayant une charge professorale ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " chargé de cours " sont remplacés par les mots " membre du personnel ayant une charge professorale ".
Art. 130. Artikel 5.75, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 130. Dans l'article 5.75 du même décret, l'alinéa 2, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
Art. 131. In artikel 5.79 van hetzelfde decreet worden de bepalingen onder 1°, 2° en 4°, opgeheven.
Art. 131. Dans l'article 5.79 du même décret, les 1°, 2° et 4° sont abrogés.
Art. 132. Het opschrift van titel VI van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
"Titel VI - Betrekkingenpakket"
"Titel VI - Betrekkingenpakket"
Art. 132. L'intitulé du titre VI du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Titre VI - Capital emplois ".
" Titre VI - Capital emplois ".
Art. 133. Artikel 6.3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 25 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
"Artikel 6.3 - Ondersteunend personeel
Voor administratieve taken, communicatie, de begeleiding van de pedagogische mediatheken en de organisatie van voortgezette opleidingen en aanvullende opleidingen beschikt de hogeschool over 7,5 betrekkingen die moeten worden bekleed door personen met een ambt in de categorie van het administratief en opvoedend hulppersoneel.
Voor het onderhoud van de systeemtechniek en netwerktechniek beschikt de hogeschool over een betrekking in het ambt van netwerktechnicus."
"Artikel 6.3 - Ondersteunend personeel
Voor administratieve taken, communicatie, de begeleiding van de pedagogische mediatheken en de organisatie van voortgezette opleidingen en aanvullende opleidingen beschikt de hogeschool over 7,5 betrekkingen die moeten worden bekleed door personen met een ambt in de categorie van het administratief en opvoedend hulppersoneel.
Voor het onderhoud van de systeemtechniek en netwerktechniek beschikt de hogeschool over een betrekking in het ambt van netwerktechnicus."
Art. 133. L'article 6.3 du même décret, modifié par les décrets des 26 juin 2006 et 25 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6.3 - Personnel de soutien
Pour assurer les tâches administratives, la communication, l'encadrement des médiathèques pédagogiques ainsi que l'organisation de formations continuées et complémentaires, sept emplois et demi sont mis à la disposition de la haute école; ces emplois doivent être occupés par une fonction de la catégorie du personnel administratif ou auxiliaire d'éducation.
Pour assurer la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et réseaux, un emploi est mis à disposition dans la fonction de technicien réseau. "
" Art. 6.3 - Personnel de soutien
Pour assurer les tâches administratives, la communication, l'encadrement des médiathèques pédagogiques ainsi que l'organisation de formations continuées et complémentaires, sept emplois et demi sont mis à la disposition de la haute école; ces emplois doivent être occupés par une fonction de la catégorie du personnel administratif ou auxiliaire d'éducation.
Pour assurer la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et réseaux, un emploi est mis à disposition dans la fonction de technicien réseau. "
Art. 134. Artikel 6.5 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 134. L'article 6.5 du même décret est abrogé.
Art. 135. Artikel 6.6 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 135. L'article 6.6 du même décret est abrogé.
Art. 136. Artikel 6.6.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt opgeheven.
Art. 136. L'article 6.6.1 du même décret, inséré par le décret du 28 juin 2010, est abrogé.
Art. 137. Artikel 6.7 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt vervangen als volgt :
"Art. 6.7 - Betrekkingenpakket van het departement 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' en het departement 'Opleidingswetenschappen'
Het departement 'Opleidingswetenschappen' beschikt over 19,75 betrekkingen :
1° voor de basisopleiding in de afdeling Lerarenopleiding;
2° voor voortgezette opleidingen, deskundigenadvies en aanvullende opleidingen;
3° voor projecten en andere taken.
Het departement 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' beschikt over 19,75 betrekkingen :
1° voor de basisopleiding van het korte type in de afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen';
2° voor de basisopleiding in het aanvullend secundair beroepsonderwijs, afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen';
3° voor het voorbereidend jaar dat voorbereidt op de toelating tot het aanvullend secundair beroepsonderwijs in de afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' en op de examens om het getuigschrift van hoger secundair onderwijs te behalen buiten schoolverband;
4° voor aanvullende opleidingen;
5° voor projecten en andere taken."
"Art. 6.7 - Betrekkingenpakket van het departement 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' en het departement 'Opleidingswetenschappen'
Het departement 'Opleidingswetenschappen' beschikt over 19,75 betrekkingen :
1° voor de basisopleiding in de afdeling Lerarenopleiding;
2° voor voortgezette opleidingen, deskundigenadvies en aanvullende opleidingen;
3° voor projecten en andere taken.
Het departement 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' beschikt over 19,75 betrekkingen :
1° voor de basisopleiding van het korte type in de afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen';
2° voor de basisopleiding in het aanvullend secundair beroepsonderwijs, afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen';
3° voor het voorbereidend jaar dat voorbereidt op de toelating tot het aanvullend secundair beroepsonderwijs in de afdeling 'Sanitaire en verpleegkundige wetenschappen' en op de examens om het getuigschrift van hoger secundair onderwijs te behalen buiten schoolverband;
4° voor aanvullende opleidingen;
5° voor projecten en andere taken."
Art. 137. L'article 6.7 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6.7 - Capital emplois pour les départements sciences sanitaires et infirmières et sciences pédagogiques
Sont mis à la disposition du département sciences pédagogiques 19,75 emplois :
1° pour la formation initiale de la section " fonction enseignante ";
2° pour des formations continuées, des consultations spécialisées et des formations complémentaires;
3° pour des projets et autres missions;
Sont mis à la disposition du département sciences sanitaires et infirmières 19,75 emplois :
1° pour la formation initiale de type court de la section sciences sanitaires et infirmières;
2° pour la formation initiale dans l'enseignement professionnel secondaire complémentaire, section sciences sanitaires et infirmières;
3° pour l'année préparatoire à l'admission dans l'enseignement professionnel secondaire complémentaire dans la section sciences sanitaires et infirmières ainsi qu'aux examens menant à l'obtention extrascolaire du certificat d'enseignement secondaire supérieur;
4° pour des formations complémentaires;
5° pour des projets et autres missions. "
" Art. 6.7 - Capital emplois pour les départements sciences sanitaires et infirmières et sciences pédagogiques
Sont mis à la disposition du département sciences pédagogiques 19,75 emplois :
1° pour la formation initiale de la section " fonction enseignante ";
2° pour des formations continuées, des consultations spécialisées et des formations complémentaires;
3° pour des projets et autres missions;
Sont mis à la disposition du département sciences sanitaires et infirmières 19,75 emplois :
1° pour la formation initiale de type court de la section sciences sanitaires et infirmières;
2° pour la formation initiale dans l'enseignement professionnel secondaire complémentaire, section sciences sanitaires et infirmières;
3° pour l'année préparatoire à l'admission dans l'enseignement professionnel secondaire complémentaire dans la section sciences sanitaires et infirmières ainsi qu'aux examens menant à l'obtention extrascolaire du certificat d'enseignement secondaire supérieur;
4° pour des formations complémentaires;
5° pour des projets et autres missions. "
Art. 138. In artikel 6.8, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie".
Art. 138. A l'article 6.8, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 25 mai 2009, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois ".
Art. 139. In titel VI van hetzelfde decreet wordt een ondertitel 5 ingevoegd, die artikel 6.11 bevat, luidende :
"Ondertitel 5 - Gebruik van het betrekkingenpakket"
"Ondertitel 5 - Gebruik van het betrekkingenpakket"
Art. 139. Dans le titre VI du même décret, il est inséré un sous-titre 5, comprenant l'article 6.11, intitulé comme suit :
" Sous-titre 5 - Utilisation du capital emplois "
" Sous-titre 5 - Utilisation du capital emplois "
Art. 140. In titel VI, ondertitel 5, van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt een artikel 6.11 ingevoegd, luidende :
"Art. 6.11 - Gebruik van het betrekkingenpakket
Met toestemming van het basisoverlegcomité kan de inrichtende macht:
1° het overeenkomstig artikel 6.3, tweede lid, toegekende betrekkingenpakket gebruiken om de systeemtechniek en netwerktechniek te onderhouden;
2° het overeenkomstig artikel 6.7 toegekende betrekkingenpakket gebruiken om gastdocenten aan te stellen, voortgezette opleidingen te organiseren en aan wetenschappelijk onderzoek te doen;
3° hoogstens één betrekking van het betrekkingenpakket toegekend overeenkomstig artikel 6.10 gebruiken om deskundigen aan te stellen die het personeel van de externe evaluatie adviserend ondersteunen.
Het gebruik van het in het eerste lid vermelde betrekkingenpakket mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden."
"Art. 6.11 - Gebruik van het betrekkingenpakket
Met toestemming van het basisoverlegcomité kan de inrichtende macht:
1° het overeenkomstig artikel 6.3, tweede lid, toegekende betrekkingenpakket gebruiken om de systeemtechniek en netwerktechniek te onderhouden;
2° het overeenkomstig artikel 6.7 toegekende betrekkingenpakket gebruiken om gastdocenten aan te stellen, voortgezette opleidingen te organiseren en aan wetenschappelijk onderzoek te doen;
3° hoogstens één betrekking van het betrekkingenpakket toegekend overeenkomstig artikel 6.10 gebruiken om deskundigen aan te stellen die het personeel van de externe evaluatie adviserend ondersteunen.
Het gebruik van het in het eerste lid vermelde betrekkingenpakket mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden."
Art. 140. Dans le titre VI, sous-titre 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 6.11 rédigé comme suit :
" Art. 6.11 - Utilisation du capital emplois
En accord avec le comité de concertation de base, le pouvoir organisateur peut :
1° utiliser le capital emplois octroyé conformément à l'article 6.3, alinéa 2, pour la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et des réseaux;
2° utiliser le capital emplois octroyé conformément à l'article 6.7 pour engager des chargés de cours invités ainsi que pour organiser des formations continues et la recherche;
3° utiliser au plus un emploi issu du capital emplois octroyé conformément à l'article 6.10 pour engager des experts qui soutiennent le personnel chargé de l'évaluation externe.
L'utilisation du capital emplois visé au premier alinéa ne peut entraîner aucune mise en disponibilité par défaut d'emploi. "
" Art. 6.11 - Utilisation du capital emplois
En accord avec le comité de concertation de base, le pouvoir organisateur peut :
1° utiliser le capital emplois octroyé conformément à l'article 6.3, alinéa 2, pour la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et des réseaux;
2° utiliser le capital emplois octroyé conformément à l'article 6.7 pour engager des chargés de cours invités ainsi que pour organiser des formations continues et la recherche;
3° utiliser au plus un emploi issu du capital emplois octroyé conformément à l'article 6.10 pour engager des experts qui soutiennent le personnel chargé de l'évaluation externe.
L'utilisation du capital emplois visé au premier alinéa ne peut entraîner aucune mise en disponibilité par défaut d'emploi. "
Art. 141. In artikel 7.4, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "Gastdocenten" vervangen door de woorden "Gastdocenten en deskundigen inzake externe evaluatie" en wordt het woord "gastdocenten" vervangen door de woorden "Gastdocenten en deskundigen inzake externe evaluatie";
2° in het tweede lid wordt het woord "gastdocenten" vervangen door de woorden "gastdocenten, deskundigen inzake externe evaluatie en inzake begeleiding van systeem- en netwerktechniek";
3° in het tweede lid worden de woorden "artikel 6.7., § 2" vervangen door de woorden "artikel 6.3, tweede lid, artikel 6.7 en artikel 6.10";
4° in het tweede lid wordt het getal "20" vervangen door het getal "38".
1° in het eerste lid wordt het woord "Gastdocenten" vervangen door de woorden "Gastdocenten en deskundigen inzake externe evaluatie" en wordt het woord "gastdocenten" vervangen door de woorden "Gastdocenten en deskundigen inzake externe evaluatie";
2° in het tweede lid wordt het woord "gastdocenten" vervangen door de woorden "gastdocenten, deskundigen inzake externe evaluatie en inzake begeleiding van systeem- en netwerktechniek";
3° in het tweede lid worden de woorden "artikel 6.7., § 2" vervangen door de woorden "artikel 6.3, tweede lid, artikel 6.7 en artikel 6.10";
4° in het tweede lid wordt het getal "20" vervangen door het getal "38".
Art. 141. A l'article 7.4, § 2, du même décret, modifié par le décret du 25 octobre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " professeurs invités " sont chaque fois remplacés par les mots " chargés de cours invités et experts dans le domaine de l'évaluation externe ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " chargés de cours invités " sont remplacés par les mots " chargés de cours invités, experts dans les domaines de l'évaluation externe et de la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et réseaux, ";
3° dans l'alinéa 2, les mots " à l'article 6.7, § 2, " sont remplacés par les mots " aux articles 6.3, alinéa 2, 6.7 et 6.10 ";
4° dans l'alinéa 2, le nombre " 20 " est remplacé par le nombre " 38 ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " professeurs invités " sont chaque fois remplacés par les mots " chargés de cours invités et experts dans le domaine de l'évaluation externe ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " chargés de cours invités " sont remplacés par les mots " chargés de cours invités, experts dans les domaines de l'évaluation externe et de la maintenance de l'infrastructure technique des systèmes et réseaux, ";
3° dans l'alinéa 2, les mots " à l'article 6.7, § 2, " sont remplacés par les mots " aux articles 6.3, alinéa 2, 6.7 et 6.10 ";
4° dans l'alinéa 2, le nombre " 20 " est remplacé par le nombre " 38 ".
Art. 142. Titel IX van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een artikel 9.11septies, luidende :
"Art. 9.11septies - Aanvullend urenpakket in het ambt van adjunct
Onverminderd artikel 6.3 beschikt de hogeschool van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2020 over een 0,8-betrekking extra in het ambt van adjunct.
De aanstelling van het personeelslid dat die betrekking bekleedt, eindigt van ambtswege in het schooljaar 2020-2021 uiterlijk op 31 december 2020."
"Art. 9.11septies - Aanvullend urenpakket in het ambt van adjunct
Onverminderd artikel 6.3 beschikt de hogeschool van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2020 over een 0,8-betrekking extra in het ambt van adjunct.
De aanstelling van het personeelslid dat die betrekking bekleedt, eindigt van ambtswege in het schooljaar 2020-2021 uiterlijk op 31 december 2020."
Art. 142. Dans le titre IX du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, il est inséré un article 9.11septies rédigé comme suit :
" Art. 9.11septies - Capital périodes supplémentaire dans la fonction d'adjoint
Sans préjudice de l'article 6.3, la haute école dispose de 0,8 emploi dans la fonction d'adjoint du 1er juillet 2018 au 31 décembre 2020.
La désignation du membre du personnel qui occupe cet emploi prend fin d'office pendant l'année scolaire 2020-2021, au plus tard le 31 décembre 2020. "
" Art. 9.11septies - Capital périodes supplémentaire dans la fonction d'adjoint
Sans préjudice de l'article 6.3, la haute école dispose de 0,8 emploi dans la fonction d'adjoint du 1er juillet 2018 au 31 décembre 2020.
La désignation du membre du personnel qui occupe cet emploi prend fin d'office pendant l'année scolaire 2020-2021, au plus tard le 31 décembre 2020. "
HOOFDSTUK 24. - Wijziging van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep
CHAPITRE 24. - Modification du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant
Art. 143. In artikel 103 van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 6° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende :
"7° de personeelsleden in het selectieambt van middenmanager van een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;"
3° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende :
"8° de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een time-outinstelling."
1° in de bepaling onder 6° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende :
"7° de personeelsleden in het selectieambt van middenmanager van een gewone secundaire school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt;"
3° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende :
"8° de personeelsleden in het selectieambt van coördinator van een time-outinstelling."
Art. 143. A l'article 103 du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant, modifié en dernier lieu par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 6°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone; "
3° l'article est complété par un 8° rédigé comme suit :
" 8° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire. "
1° dans le 6°, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
2° l'article est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone; "
3° l'article est complété par un 8° rédigé comme suit :
" 8° aux membres du personnel occupant la fonction de sélection de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire. "
Art. 144. In artikel 111.3, § 1, vierde lid, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 april 2010 en gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2012 en 20 juni 2016, worden de woorden "de laatste werkdag van de vier maanden volgend op de datum waarop" vervangen door de woorden "30 november van het kalenderjaar waarin" en worden de woorden "of op de datum waarop" vervangen door de woorden "of waarin".
Art. 144. Dans l'article 111.3, § 1er, alinéa 4, 3°, du même décret, inséré par le décret du 19 avril 2010 et modifié par les décrets des 19 mars 2012 et 20 juin 2016, les mots " le dernier jour ouvrable d'une période de quatre mois qui suit la date à laquelle " sont remplacés par les mots " le 30 novembre de l'année calendrier lors de laquelle ", et les mots " ou la date à laquelle ", par les mots " lors de laquelle ".
HOOFDSTUK 25. - Wijziging van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren
CHAPITRE 25. - Modification du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes
Art. 145. In artikel 6.48 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Het jaarlijks vakantieverlof wordt genomen tijdens het kalenderjaar waarop het recht betrekking heeft, alsook binnen de in hetzelfde kalenderjaar beginnende kerstvakantie die wordt vastgelegd overeenkomstig de artikelen 57 en 58 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen."
2° In het vijfde lid worden de woorden "vakantiedagen naar het volgende schooljaar" vervangen door de woorden "vakantiedagen en overuurdagen naar het volgende kalenderjaar".
1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Het jaarlijks vakantieverlof wordt genomen tijdens het kalenderjaar waarop het recht betrekking heeft, alsook binnen de in hetzelfde kalenderjaar beginnende kerstvakantie die wordt vastgelegd overeenkomstig de artikelen 57 en 58 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen."
2° In het vijfde lid worden de woorden "vakantiedagen naar het volgende schooljaar" vervangen door de woorden "vakantiedagen en overuurdagen naar het volgende kalenderjaar".
Art. 145. A l'article 6.48 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Le congé annuel est pris au cours de l'année calendrier à laquelle il se rapporte ainsi qu'au cours des vacances de Noël qui commencent la même année calendrier, fixées conformément aux articles 57 et 58 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées. ";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit : " Par dérogation à l'alinéa 4, dix jours de congé ou d'heures supplémentaires au plus peuvent être reportés à l'année calendrier suivante. "
1° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Le congé annuel est pris au cours de l'année calendrier à laquelle il se rapporte ainsi qu'au cours des vacances de Noël qui commencent la même année calendrier, fixées conformément aux articles 57 et 58 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées. ";
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit : " Par dérogation à l'alinéa 4, dix jours de congé ou d'heures supplémentaires au plus peuvent être reportés à l'année calendrier suivante. "
Art. 146. In artikel 6.49, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "tijdens het schooljaar" vervangen door de woorden "tijdens het kalenderjaar".
Art. 146. Dans l'article 6.49, alinéa 2, du même décret, les mots " cette année scolaire " sont remplacés par les mots " cette année calendrier ".
Art. 147. In artikel 6.50, § 1, 1°, van hetzelfde decreet wordt het woord "schooljaar" vervangen door het woord "kalenderjaar".
Art. 147. Dans l'article 6.50, § 1er, alinéa 2, 1°, du même décret, les mots " d'année scolaire " sont remplacés par les mots " d'année calendrier ".
Art. 148. In artikel 6.85 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 26 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "een coördinator of een adjunct" vervangen door de woorden "een coördinator, het hoofd van een lokale vestiging of een adjunct";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"Als een coördinator, het hoofd van een lokale vestiging of een adjunct voor preventie van gewelddadig radicalisme tijdelijk afwezig is wegens een hem toegekend deeltijds verlof of een hem toegekende deeltijdse terbeschikkingstelling, kan de raad van bestuur, met behoud van de toepassing van het eerste lid, betrokkene ook in een wervingsambt vervangen."
3° in § 2 worden de woorden "het vervangend personeelslid" vervangen door de woorden "het overeenkomstig § 1, eerste lid, vervangend personeelslid".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "een coördinator of een adjunct" vervangen door de woorden "een coördinator, het hoofd van een lokale vestiging of een adjunct";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt:
"Als een coördinator, het hoofd van een lokale vestiging of een adjunct voor preventie van gewelddadig radicalisme tijdelijk afwezig is wegens een hem toegekend deeltijds verlof of een hem toegekende deeltijdse terbeschikkingstelling, kan de raad van bestuur, met behoud van de toepassing van het eerste lid, betrokkene ook in een wervingsambt vervangen."
3° in § 2 worden de woorden "het vervangend personeelslid" vervangen door de woorden "het overeenkomstig § 1, eerste lid, vervangend personeelslid".
Art. 148. A l'article 6.85, 2, du même décret, modifié par le décret-programme du 26 février 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " le directeur ou un coordinateur " sont remplacés par les mots " le directeur, un coordinateur ou un directeur d'antenne ";
2° dans le § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Lorsqu'un coordinateur, un chef d'antenne ou un adjoint à la prévention du radicalisme violent est temporairement absent en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité lui octroyé, le conseil d'administration peut, sans préjudice de l'alinéa 1er, procéder au remplacement également par une fonction de recrutement. ";
3° le § 2 est complété par les mots " conformément au § 1er, alinéa 1er ".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " le directeur ou un coordinateur " sont remplacés par les mots " le directeur, un coordinateur ou un directeur d'antenne ";
2° dans le § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Lorsqu'un coordinateur, un chef d'antenne ou un adjoint à la prévention du radicalisme violent est temporairement absent en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité lui octroyé, le conseil d'administration peut, sans préjudice de l'alinéa 1er, procéder au remplacement également par une fonction de recrutement. ";
3° le § 2 est complété par les mots " conformément au § 1er, alinéa 1er ".
Art. 149. Artikel 7.2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt opgeheven.
Art. 149. Dans l'article 7.2 du même décret, l'alinéa 2, inséré par le décret du 26 juin 2017, est abrogé.
Art. 150. In artikel 7.5, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2015 en 20 februari 2017, wordt het getal "37" vervangen door het getal "37,5".
Art. 150. Dans l'article 7.5, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 20 février 2017, les mots " Trente-sept emplois " sont remplacés par les mots " Trente-sept emplois et demi ".
Art. 151. Artikel 10.8 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 151. L'article 10.8 du même décret est abrogé.
HOOFDSTUK 26. - Slotbepalingen
CHAPITRE 26. - Dispositions finales
Art. 152. Het besluit van de Regering van 13 juli 2000 betreffende de uitreiking van het bewijs van basisonderwijs buiten schoolverband, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 19 april 2012, wordt opgeheven.
Art. 152. L'arrêté du Gouvernement du 13 juillet 2000 relatif à la délivrance extrascolaire du certificat d'études de base, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 19 avril 2012, est abrogé.
Art. 153. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018, met uitzondering van :
1° artikel 116, dat in werking treedt op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;
2° de artikelen 58 en 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2010;
3° de artikelen 15, 16, 27, 32, 96, 97, 107 en 125 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2016;
4° de artikelen 65, 5° en 6°, 148 en 149, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017;
5° de artikelen 2, 2°, 3, 2°, 4, 1°, 5, 1°, 6 tot 14, 19 tot 25, 29, 30, 33, 35, 37, 54, 55, 56, 61, 2° tot 4°, 62, 63, 83, 84, 88 tot 95, 100 tot 106, 108, 109, 111, 112, 114, 115, 119, 120, 123, 124, 126, 127, 142 en 143, 2°, die in werking treden op 1 juli 2018;
6° artikel 34, dat in werking treedt op 1 januari 2019.
1° artikel 116, dat in werking treedt op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;
2° de artikelen 58 en 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2010;
3° de artikelen 15, 16, 27, 32, 96, 97, 107 en 125 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2016;
4° de artikelen 65, 5° en 6°, 148 en 149, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017;
5° de artikelen 2, 2°, 3, 2°, 4, 1°, 5, 1°, 6 tot 14, 19 tot 25, 29, 30, 33, 35, 37, 54, 55, 56, 61, 2° tot 4°, 62, 63, 83, 84, 88 tot 95, 100 tot 106, 108, 109, 111, 112, 114, 115, 119, 120, 123, 124, 126, 127, 142 en 143, 2°, die in werking treden op 1 juli 2018;
6° artikel 34, dat in werking treedt op 1 januari 2019.
Art. 153. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2018, à l'exception :
1° de l'article 116, qui entre en vigueur le jour de l'adoption du décret;
2° des articles 58 et 59, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2010;
3° des articles 15, 16, 27, 32, 96, 97, 107 et 125, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2016;
4° des articles 65, 5° et 6°, 148 et 149, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2017;
5° des articles 2, 2°, 3, 2°, 4, 1°, 5, 1°, 6 à 14, 19 à 25, 29, 30, 33, 35, 37, 54, 55, 56, 61, 2° à 4°, 62, 63, 83, 84, 88 à 95, 100 à 106, 108, 109, 111, 112, 114, 115, 119, 120, 123, 124, 126, 127, 142 et 143, 2°, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2018;
6° de l'article 34, qui entre en vigueur le 1er janvier 2019.
1° de l'article 116, qui entre en vigueur le jour de l'adoption du décret;
2° des articles 58 et 59, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2010;
3° des articles 15, 16, 27, 32, 96, 97, 107 et 125, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2016;
4° des articles 65, 5° et 6°, 148 et 149, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2017;
5° des articles 2, 2°, 3, 2°, 4, 1°, 5, 1°, 6 à 14, 19 à 25, 29, 30, 33, 35, 37, 54, 55, 56, 61, 2° à 4°, 62, 63, 83, 84, 88 à 95, 100 à 106, 108, 109, 111, 112, 114, 115, 119, 120, 123, 124, 126, 127, 142 et 143, 2°, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2018;
6° de l'article 34, qui entre en vigueur le 1er janvier 2019.