Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 MAART 2018. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de erkenning van privé-kinderbijslagfondsen
Titre
29 MARS 2018. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à l'agrément des caisses privées d'allocations familiales
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de la Constitution.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Agentschap : het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), bedoeld bij artikel 2 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
2° bureau : elke geografische plaats, gelegen in één van de vijf Waalse provincies in het Franse taalgebied, waar personeelsleden voortdurend worden tewerkgesteld, die belast zijn met het persoonlijk onthaal van de begunstigden van de gezinsbijslagen en met de algemene en specifieke informatieverstrekking met betrekking tot gezinsbijslagen;
3° Comité "Gezinnen" : het Comité bedoeld bij artikel 20 van het Waals wetboek van sociale Actie en Gezondheid;
4° verzending die vaste datum verleent: verzending waarvan de datum van ontvangst kan worden bewezen die een van de volgende vormen aanneemt:
1) de gedateerde en elektronisch ondertekende e-mail;
2) het ter post aangetekend schrijven;
3) de verzending door een privé-bedrijf tegen ontvangbewijs;
4) de afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs;
5) Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de gezinsbijslagen behoren.
1° Agentschap : het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), bedoeld bij artikel 2 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
2° bureau : elke geografische plaats, gelegen in één van de vijf Waalse provincies in het Franse taalgebied, waar personeelsleden voortdurend worden tewerkgesteld, die belast zijn met het persoonlijk onthaal van de begunstigden van de gezinsbijslagen en met de algemene en specifieke informatieverstrekking met betrekking tot gezinsbijslagen;
3° Comité "Gezinnen" : het Comité bedoeld bij artikel 20 van het Waals wetboek van sociale Actie en Gezondheid;
4° verzending die vaste datum verleent: verzending waarvan de datum van ontvangst kan worden bewezen die een van de volgende vormen aanneemt:
1) de gedateerde en elektronisch ondertekende e-mail;
2) het ter post aangetekend schrijven;
3) de verzending door een privé-bedrijf tegen ontvangbewijs;
4) de afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs;
5) Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de gezinsbijslagen behoren.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° Agence : l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles visée à l'article 2 du Code wallon de l'action sociale et de la santé;
2° bureau : tout lieu physique, situé dans une des cinq provinces wallonnes en région de langue française, occupant du personnel de manière permanente, dont la mission est l'accueil personnalisé des bénéficiaires des prestations familiales et l'information générale et spécifique relative aux prestations familiales;
3° Comité " Familles " : le Comité visé par l'article 20 du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé;
4° envoi conférant date certaine: envoi dont la date de réception peut être prouvée et qui revêt une des formes suivantes :
1) le courriel daté et muni d'une signature à caractère électronique;
2) le recommandé postal;
3) l'envoi par une société privée contre accusé de réception;
4) le dépôt d'un acte contre récépissé;
5) Ministre : le Ministre ayant les prestations familiales dans ses attributions.
1° Agence : l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles visée à l'article 2 du Code wallon de l'action sociale et de la santé;
2° bureau : tout lieu physique, situé dans une des cinq provinces wallonnes en région de langue française, occupant du personnel de manière permanente, dont la mission est l'accueil personnalisé des bénéficiaires des prestations familiales et l'information générale et spécifique relative aux prestations familiales;
3° Comité " Familles " : le Comité visé par l'article 20 du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé;
4° envoi conférant date certaine: envoi dont la date de réception peut être prouvée et qui revêt une des formes suivantes :
1) le courriel daté et muni d'une signature à caractère électronique;
2) le recommandé postal;
3) l'envoi par une société privée contre accusé de réception;
4) le dépôt d'un acte contre récépissé;
5) Ministre : le Ministre ayant les prestations familiales dans ses attributions.
Art. 3. De statuten van de privé-kinderbijslagfondsen, hierna "privé-fonds" genoemd, vermelden de rechten en verplichtingen van de gerechtigden, die lid zijn van het privé-fonds.
De rechten en verplichtingen van de leden stemmen overeen met de beginselen van het deontologisch handvest bedoeld in artikel 99 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen.
De rechten en verplichtingen van de leden stemmen overeen met de beginselen van het deontologisch handvest bedoeld in artikel 99 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen.
Art. 3. Les statuts des caisses privées d'allocations familiales, dénommées ci-après " caisse privée ", mentionnent les droits et obligations des allocataires, lesquels sont membres adhérents de la caisse privée.
Les droits et obligations des membres adhérents sont conformes aux principes de la charte déontologique visée à l'article 99 du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales.
Les droits et obligations des membres adhérents sont conformes aux principes de la charte déontologique visée à l'article 99 du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales.
Art. 4. Een privé-fonds beschikt over de ervaring in de zin van artikel 56, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen als vijftig procent van de personeelsleden belast met het beheer van de dossiers op de datum van indiening van de erkenningsaanvraag over een beroepservaring van minstens drie jaar beschikken in het beheer van dossiers met betrekking tot gezinsbijslagen.
Art. 4. Une caisse privée dispose de l'expérience au sens de l'article 56, § 1er, alinéa 1er, 3°, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales lorsque cinquante pourcent des membres du personnel chargés de la gestion des dossiers justifient d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans la gestion de dossiers de prestations familiales, à la date d'introduction de la demande d'agrément.
Art. 5. Het aantal kinderen ingeschreven in het bijzonder repertorium van de personen bedoeld in artikel 6 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, met een actieve betalingsperiode op het gebied van het rechtgevende kind op de datum van indiening van de erkenningsaanvraag bepaalt het aantal dossiers in betaling die door het privaat kinderbijslagfonds worden beheerd in de zin van artikel 56, § 1, eerste lid, 4°, van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen.
Art. 5. Le nombre d'enfants inscrits dans le répertoire particulier des personnes visé à l'article 6 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale, avec une période de paiement active au niveau de l'enfant bénéficiaire à la date d'introduction de la demande d'agrément détermine le nombre de dossiers en paiement gérés par la caisse privée d'allocations familiales au sens de l'article 56, § 1er, alinéa 1er, 4°, du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales.
Art. 6. De erkenningsaanvraag wordt bij het Agentschap ingediend door elk middel dat vaste datum verleent.
Voor de eerste erkenningsaanvragen ingediend vóór 1 januari 2019, wordt een oproep tot kandidaten bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad in de loop van het eerste semester van 2018, na advies van het Comité "Gezinnen".
Voor de eerste erkenningsaanvragen ingediend vóór 1 januari 2019, wordt een oproep tot kandidaten bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad in de loop van het eerste semester van 2018, na advies van het Comité "Gezinnen".
Art. 6. La demande d'agrément est introduite auprès de l'Agence par tout envoi conférant date certaine.
Pour les premières demandes d'agrément introduites avant le 1er janvier 2019, un appel à candidatures est publié au Moniteur belge dans le courant du premier semestre de l'année 2018, après avis du Comité " Familles ".
Pour les premières demandes d'agrément introduites avant le 1er janvier 2019, un appel à candidatures est publié au Moniteur belge dans le courant du premier semestre de l'année 2018, après avis du Comité " Familles ".
Art. 7. De erkenningsaanvraag omvat :
1° het formulier voor de erkenningsaanvraag opgesteld door het Agentschap;
2° de statuten, vergezeld van het bewijs van de neerlegging ervan bij de griffie van de Handelsrechtbank;
3° de lijst van de leden van de beheersorganen;
4° een uittreksel uit het strafregister van minder dan drie maanden afgeleverd overeenkomstig de artikelen 595 en 596 van het Wetboek van Strafvordering, voor het privé-fonds en voor elk lid van de raad van bestuur;
5° het afschrift van de beslissing van de raad van bestuur van het privé-fonds om een erkenningsaanvraag in te dienen.
1° het formulier voor de erkenningsaanvraag opgesteld door het Agentschap;
2° de statuten, vergezeld van het bewijs van de neerlegging ervan bij de griffie van de Handelsrechtbank;
3° de lijst van de leden van de beheersorganen;
4° een uittreksel uit het strafregister van minder dan drie maanden afgeleverd overeenkomstig de artikelen 595 en 596 van het Wetboek van Strafvordering, voor het privé-fonds en voor elk lid van de raad van bestuur;
5° het afschrift van de beslissing van de raad van bestuur van het privé-fonds om een erkenningsaanvraag in te dienen.
Art. 7. La demande d'agrément contient :
1° le formulaire de demande d'agrément établi par l'Agence;
2° les statuts, accompagnés de la preuve de leur dépôt au greffe du tribunal de commerce;
3° la liste des membres des organes de gestion;
4° un extrait de casier judiciaire datant de moins de trois mois délivré conformément aux articles 595 et 596 du Code d'instruction criminelle, pour la caisse privée et pour chacun des membres du conseil d'administration;
5° la copie de la décision du conseil d'administration de la caisse privée d'introduire une demande d'agrément.
1° le formulaire de demande d'agrément établi par l'Agence;
2° les statuts, accompagnés de la preuve de leur dépôt au greffe du tribunal de commerce;
3° la liste des membres des organes de gestion;
4° un extrait de casier judiciaire datant de moins de trois mois délivré conformément aux articles 595 et 596 du Code d'instruction criminelle, pour la caisse privée et pour chacun des membres du conseil d'administration;
5° la copie de la décision du conseil d'administration de la caisse privée d'introduire une demande d'agrément.
Art. 8. § 1. Binnen zeven dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag, richt het Agentschap aan de aanvrager :
1° een bericht van ontvangst als de aanvraag volledig is;
2° een bericht waarbij hij erom verzocht wordt zijn aanvraag binnen 15 dagen in te vullen met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens, als de aanvraag onvolledig is.
§ 2. Het Agentschap behandelt de aanvraag en plaatst ze op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Comité "Gezinnen".
§ 3. Het Comité "Gezinnen" brengt een gemotiveerd gunstig of ongunstig advies uit.
Het Comité "Gezinnen" maakt het advies bedoeld in het eerste lid aan de Minister over en geeft kennis daarvan aan de aanvrager, binnen zeven dagen na het houden van de vergadering van het Comité "Gezinnen", door elk middel dat vaste datum verleent.
§ 4. Bij ongunstig advies kan de aanvrager zijn opmerkingen richten aan de Minister, binnen vijftien dagen na ontvangst van het advies van het Comité "Gezinnen".
§ 5. De Regering beslist binnen drie maanden na ontvangst van de erkenningsaanvraag.
§ 6. De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager door elk middel dat vaste datum verleent en wordt in het Belgisch Staatsblad bij uittreksel bekendgemaakt, op initiatief van het Agentschap.
1° een bericht van ontvangst als de aanvraag volledig is;
2° een bericht waarbij hij erom verzocht wordt zijn aanvraag binnen 15 dagen in te vullen met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens, als de aanvraag onvolledig is.
§ 2. Het Agentschap behandelt de aanvraag en plaatst ze op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Comité "Gezinnen".
§ 3. Het Comité "Gezinnen" brengt een gemotiveerd gunstig of ongunstig advies uit.
Het Comité "Gezinnen" maakt het advies bedoeld in het eerste lid aan de Minister over en geeft kennis daarvan aan de aanvrager, binnen zeven dagen na het houden van de vergadering van het Comité "Gezinnen", door elk middel dat vaste datum verleent.
§ 4. Bij ongunstig advies kan de aanvrager zijn opmerkingen richten aan de Minister, binnen vijftien dagen na ontvangst van het advies van het Comité "Gezinnen".
§ 5. De Regering beslist binnen drie maanden na ontvangst van de erkenningsaanvraag.
§ 6. De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager door elk middel dat vaste datum verleent en wordt in het Belgisch Staatsblad bij uittreksel bekendgemaakt, op initiatief van het Agentschap.
Art. 8. § 1er. Dans les sept jours de la réception de la demande d'agrément, l'Agence adresse au demandeur :
1° un accusé de réception si la demande est complète;
2° un avis l'invitant à compléter, dans les quinze jours, sa demande en précisant les documents ou les données manquantes, si la demande est incomplète.
§ 2. L'Agence instruit la demande et l'inscrit à l'ordre du jour d'une des prochaines réunions du Comité " Familles ".
§ 3. Le Comité " Familles " rend un avis motivé favorable ou défavorable.
Le Comité " Familles " adresse l'avis visé à l'alinéa 1er au Ministre et le notifie au demandeur, dans les sept jours suivant la tenue de la réunion du Comité " Familles ", par tout envoi conférant date certaine.
§ 4. En cas d'avis défavorable, le demandeur peut adresser ses observations au Ministre, dans les quinze jours de la réception de l'avis du Comité " Familles ".
§ 5. Le Gouvernement statue dans les trois mois de la réception de la demande d'agrément.
§ 6. La décision est notifiée au demandeur par tout envoi conférant date certaine et est publiée au Moniteur belge, par extrait, à l'initiative de l'Agence.
1° un accusé de réception si la demande est complète;
2° un avis l'invitant à compléter, dans les quinze jours, sa demande en précisant les documents ou les données manquantes, si la demande est incomplète.
§ 2. L'Agence instruit la demande et l'inscrit à l'ordre du jour d'une des prochaines réunions du Comité " Familles ".
§ 3. Le Comité " Familles " rend un avis motivé favorable ou défavorable.
Le Comité " Familles " adresse l'avis visé à l'alinéa 1er au Ministre et le notifie au demandeur, dans les sept jours suivant la tenue de la réunion du Comité " Familles ", par tout envoi conférant date certaine.
§ 4. En cas d'avis défavorable, le demandeur peut adresser ses observations au Ministre, dans les quinze jours de la réception de l'avis du Comité " Familles ".
§ 5. Le Gouvernement statue dans les trois mois de la réception de la demande d'agrément.
§ 6. La décision est notifiée au demandeur par tout envoi conférant date certaine et est publiée au Moniteur belge, par extrait, à l'initiative de l'Agence.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het ondertekend wordt.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de sa signature.
Art. 10. De Minister bevoegd voor gezinsbijslagen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. La Ministre qui a les prestations familiales dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.